Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Voetbal in oorlogstijd: ‘Het was het enige verzetje dat we hadden’

Dit jaar viert Nederland 75 jaar vrijheid. Frits Barend en [...]
Dit jaar viert Nederland 75 jaar vrijheid. Frits Barend en Henk van Dorp deden voor Vrij Nederland uitgebreid onderzoek naar voetbal in de Tweede Wereldoorlog. Wat was de rol van de voetbalbond tussen 1940 en 1945? Hoe zat het met de geroemde sportbestuurder Karel Lotsy? En welke bekende Nederlandse voetballer bracht tijd door met een nazikopstuk in de schuilkelder? Nederland deed in 1978 mee aan het WK voetbal in Argentinië. Het voetbalfeest moest het bloed van moordpartijen op tegenstanders van dictator Jorge Videla verdoezelen. Het kon niet verhinderen dat een uur voor de openingswedstrijd vijfentwintig vrouwen het Plaza de Mayo in Buenos Aires betraden. Tien kilometer van het stadion vroegen de Dwaze Moeders aandacht voor hun verdwenen kinderen en kleinkinderen. Het plein was nagenoeg verlaten op donderdagmiddag 1 juni 1978 toen de moeders het plein op liepen. Omdat de inwoners van de stad een vrije middag hadden gekregen en massaal voor de televisie of in bioscopen zaten om ‘verplicht’ naar de openingsceremonie van het WK te kijken. De verhalen van de vrouwen waren hartverscheurend, hun demonstratie was een impliciet protest tegen het WK. Nederland haalde uiteindelijk de finale en met de juntaleiding op de tribune werd Oranje voor de tweede achtereenvolgende keer verslagen in een WK-finale. Met eigen ogen hebben mijn collega Henk van Dorp en ik ervaren hoe voetbal in Argentinie werd misbruikt door de politiek, hoe sport een instrument was van een wrede dictatuur. Eerder dat jaar had Argentinië al proefgedraaid met de organisatie van het wereldkampioenschap hockey, waar Nederland ‘slechts’ zilver won en waarvan international Hans Jorritsma via een dagboek in Vrij Nederland verslag had gedaan. Jorritsma weigerde de zilveren medaille in ontvangst te nemen uit handen van Videla. Bij terugkeer op Schiphol werd hij nog net niet bespuugd door ouders van een aantal spelers. Na de beide WK’s vroegen Henk en ik ons af hoe de sport in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog had gefunctioneerd. Daarover was nagenoeg niets bekend, bleek tijdens ons bijna een jaar durende onderzoek voor twee bijlages in Vrij Nederland over wielrennen en voetballen in de oorlog. Al snel stuitten we op een citaat van de bekende radioverslaggever Ad van Emmenes in de Sportkroniek, het officiele orgaan van de voetbalbond, uit augustus 1940, drie maanden na de inval van de Duitsers: ‘In de wereldgeschiedenis is een bladzijde bijgeschreven en we hebben het meegemaakt en overleefd. Nu gaan we verder, ook met de voetbalsport. We proberen weer gewoon te doen, we gaan weer....voetballen.’ Tussen 1940 en 1945 is in Nederland ‘gewoon’ gevoetbald. Elke zondagmiddag zaten de tribunes vol, alleen werd de KNVB op 31 juni 1940 omgedoopt tot NVB omdat het predicaat Koninklijk door de nazi’s werd verboden. We ontdekten dat ruim een jaar na de capitulatie van Nederland, op 15 mei 1940, het bestuur van de voetbalbond besloot uit eigen beweging ‘geen Joodsche scheidsrechters en grensrechters aan te stellen bij wedstrijden in plaatsen waar dit verboden is’. Na 31 augustus 1941 verschenen op voetbalvelden de eerste bordjes ‘Verboden voor Joden’. Zwijgen Laten we beginnen met het heden. Zo was het voetbal november vorig jaar even een treurige afspiegeling van de maatschappij, van gevoelens die blijkbaar leven in ons mooie Nederland. Ahmad Mendes Moreira van Excelsior werd tijdens de wedstrijd FC Den Bosch-Excelsior zo erg en massaal uitgescholden voor kankerzwarte en kankerneger dat hij het veld af liep. De ‘zaak’ Mendes Moreira was de ultieme wake-up call voor overheid en KNVB. Ik dacht afgelopen tijd geregeld terug aan de drie wedstrijden tussen Ajax en FC Den Haag in het seizoen 1986-1987. Te beginnen met de competitiewedstrijd op woensdag 27 augustus 1986 in het Olympisch Stadion. Tientallen Den Haag-supporters waren die avond van Station Zuid via de Stadionkade naar het Stadionplein gelopen, terwijl ze riepen: ‘Wij gaan op Jodenjacht.’ Nadat ook de wedstrijd in Den Haag, later dat seizoen, was ontsierd door de meest walgelijke rellen, stond de bekerfinale tussen beide clubs onder grote druk. Die finale werd uiteindelijk op vrijdag 5 juni 1987 gespeeld in het Zuiderpark in Den Haag, omdat met alle rellen nog vers in het geheugen geen enkele stad de finale wilde ‘hebben’. Henk en ik waren erbij en kunnen verzekeren dat ‘Joden’ en ‘zwarten’ die avond gebroederlijk de tot hen gerichte scheldwoorden ondergingen. Ajax won de finale met 4-2, door twee goals in de verlenging van Marco van Basten. Na de wedstrijd overhandigde André van der Louw, voorzitter betaald voetbal van de KNVB, de beker aan Ajax en prees tot verbijstering van onder andere Ajax-coach Johan Cruijff het publiek. Er waren geen doden gevallen, wellicht de norm die avond voor een geslaagde bekerfinale. Het was de voormalige voorzitter van de PvdA volledig ontgaan dat de Joden die avond massaal aan het gas konden en doelman Stanley Menzo niet alleen de bekende racistische scheldwoorden naar zijn hoofd kreeg geslingerd maar tot zijn grote woede ook geregeld bekogeld werd met bananen. Toen Henk en ik daarover een dag later in ons radioprogramma met geluidsopnames uit het stadion berichtten, richtte de woede van de autoriteiten zich op de boodschappers. We moesten eens ophouden er aandacht aan te besteden, dan zou het verbale racisme vanzelf verdwijnen. Helaas bewezen de tranen van Mendes Moreira meer dan dertig jaar later het ongelijk van zwijgen en wegkijken. Gaskamer Terug naar ons onderzoek uit 1979. Vijf dagen na de inval op 10 mei 1940 en de vlucht van de koninklijke familie en de regering naar Londen, was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De voetbalcompetitie werd daardoor tijdelijk stil gelegd, zodat Feyenoord pas op 18 augustus 1940 kampioen van Nederland werd. Ad van Emmenes besloot ondanks andere besognes ‘den zomer van 1940 aan te duiden als den voetbalzomer’. Tweeëneenhalve maand na de capitulatie werd het nieuwe bestuur van de NVB geinstalleerd. Helaas was er in 1940 al geen plaats meer voor bestuurder Martijn Sajet. Het terugtreden van Sajet voorkwam irritatie bij de Duitsers. Sajet was Joods. Bob Janse, de latere trainer van Excelsior, was bij het uitbreken van de oorlog twintig jaar. “Tot 1943 heb ik gewoon door gevoetbald,” vertelde hij ons in 1979, “je haatte de Duitsers in het begin ook niet zo, alleen aan NSB’ers in die zwarte pakken had je een hekel. We leefden in die tijd op het voetbalveld. Wel weet ik nog dat kijken naar voetbalwedstrijden steeds gevaarlijker werd. In 1943 werd op het Sparta-veld de beslissingswedstrijd Neptunus-HVV gespeeld. Ik kan me de paniek nog herinneren toen er tijdens de wedstrijd een razzia plaatsvond. Er zijn toen heel wat mannen opgepakt. Men overdrijft veel over die tijd. In 1941, 1942 en 1943 hebben we best veel plezier gehad, vooral door het voetballen. Als weleens werd geopperd dat we moesten stoppen met voetballen als teken van verzet, kwamen er meteen protesten van spelers. Voetballen vormde het enige verzetje dat we hadden. Ik stond er toen niet bij stil, maar achteraf besefte ik dat het de Duitsers goed uitkwam dat we zo maf waren desnoods iedere dag te voetballen. Ik geloofde ook niet, zelfs niet toen ik het later hoorde, dat je met een handdoek en een stuk zeep de gaskamer werd ingestuurd. En dan te bedenken dat ik ze heb zien staan met hun koffertje, wachtend op transport.” Zonder het uit te spreken doelde Bob Janse op transporten van Joden naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor. Janse: “In wezen heb ik in de oorlog veel gezelligheid meegemaakt, af en toe een bombardementje, af en toe werd iemand weggehaald wegens zwarte handel. Maar verder?” Antisemiet In de door de nazi’s ‘gelijkgeschakelde pers’, wat betekende dat de media onder controle stonden van de bezetters, werden de kranten geacht positief over de Duitse benadering van sport te schrijven. Zo verscheen begin 1941 in een aantal Nederlandse dagbladen een interview over het belang van sport met E. Gärtner, Rijkssportleider en chef van de propagandadienst in Duitsland, dat keurig aan die opdracht voldeed. ‘Sport moet geen instrument zijn van de politiek. Men heeft ons op vele plaatsen in de wereld verweten dat dat de Duitse sport politiek zou zijn. Dat is onjuist. Natuurlijk, het is wel zo dat wij met de sport ons land dienen. Maar dat is iets heel anders.’ Als een sportevenement de politiek en Hitler had gediend, waren het de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. De hoogste man op het departement waaronder sport viel in de oorlog, secretaris-generaal Jan van Dam, liet weinig twijfel over de wijze waarop de bezetters NVB-bestuurder Karel Lotsy gebruikten en deze zich politiek ook liet gebruiken. Van Dam: ‘Zelf beheers ik de sport niet. Dus volg ik met grote belangstelling de resultaten van het werk van de heer Lotsy. Ik hoop dat het niet lang meer zal duren of de heer Lotsy zal hebben bereikt wat hij zich voor ogen heeft gesteld.’ En dat doel was een volgzame sport georganiseerd naar Duits model. Tegelijk moesten clubs hun ‘verenigingsbladen’ geregeld opsturen naar het ministerie om te kijken of er geen opruiende teksten in stonden. In de zomer van 1941 werden die bladen verboden. Toen werd het Joodse scheidsrechters via een officieel besluit van de eigen voetbalbond ook verboden wedstrijden te leiden. Oud-topscheidsrechter Leo Horn in 1979: “Verdere maatregelen hoefden ze niet te nemen, want er waren nog nauwelijks Joodse scheidsrechters. Zelf was ik al eerder gestopt in verband met mijn joods zijn. Geloof me, met die maatregel had Lotsy geen enkele moeite. Hij was een uitgesproken antisemiet. Lotsy was een heel autoritaire man, die zeer Oranjegezind was, maar tegelijk zijn eigen ideeën bij de Duitsers terugvond.” Tijdens een bestuursvergadering van de voetbalbond eind 1941 stelde Karel Lotsy namens de bezetter voor een aantal wedstrijden te spelen ten bate van de onder de meeste Nederlanders gehate Winterhulp, die als doel had de Duitse oorlogsindustrie te steunen. Begin 1942 overleed plotseling de voorzitter van de voetbalbond, Dirk Johan van Prooye. Wim Klarenbeek, secretaris van Quick Nijmegen, vertelde ons in 1979 hoe hij na een bezoek in Berlijn bij de toenmalige leider van de Hitlerjugend, Baldur von Schirach, voor elkaar kreeg dat zijn boezemvriend Karel Lotsy in plaats van een mogelijke NSB’er de overleden voorzitter zou opvolgen. Op 28 maart 1942 werd Lotsy officieel voorgedragen, op 30 mei werd hij benoemd. Klarenbeek: “We hebben de problemen over het voorzitterschap in 1942 nooit wereldkundig gemaakt, omdat we niet wilden dat de mensen op de hoogte waren dat Lotsy mede met toestemming van de Duitsers was benoemd.” Klarenbeek werd op het eind van de oorlog beschuldigd van NSB-sympathieën. Door de Zuiveringscommissie voor de sport werd hij na de oorlog tot 1 april 1947 geschorst wegens te grote Deutschfreundlichkeit. Eind 1946 werd de schorsing met onmiddellijke ingang opgeheven. Over zijn vriend Lotsy zei hij in 1979: “Tot 1941 heeft hij op de rand gebalanceerd in zijn contacten met de Duitsers. Daarna kun je zeggen dat hij zich stug heeft gehouden, om het zo uit te drukken.” Voortgekomen uit de kleine arbeiderssportbond kreeg Hendrik de Munter tot zijn verbazing in 1940 een kwaliteitszetel in de nieuw opgerichte NVB. Hij herinnerde zich dat niet Lotsy maar Steven Coldewey, de oprichter van de Twentse voetbalbond, in 1942 door het bestuur van de NVB werd voorgedragen als opvolger van de overleden Van Prooye. De Munter in 1979: “Ineens wilde de departements-secretaris van de gevolmachtigde voor de sport, Miedema, dat wij Lotsy zouden benoemen. Volgens Miedema was Coldewey kansloos in contacten met de Duitsers.” De Munter wist zich niet te herinneren of Lotsy werd benoemd na de reis van zijn vriend Klarenbeek naar Berlijn. “Klarenbeek kende ik natuurlijk wel, die was, en dat ontkende hij ook nooit, Duitsgezind. Hij had tegen ons altijd ontkend dat hij lid was van de NSB, tot ik bij zijn benoeming tot locoburgemeester van Genderen in 1944 in de krant Volk en Vaderland las dat hij een laag stamnummer van de NSB had. Ik moet er wel bij zeggen dat hij de tweede voorzitter in die tijd, Hans Hopster, heeft aangeraden onder te duiken omdat hij had gehoord dat de Duitsers hem zochten.” NSB-club Op 20 april 1942 werd Adolf Hitler vijftig jaar, reden voor een feest voor de Nederlandse sportpers. Ze mochten op uitnodiging van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart de wedstrijd Duitsland- Spanje in Berlijn bijwonen. In de Sportkroniek verscheen een lovend verslag van de reis. ‘Er heerste een volledige interlandsfeer zoals wij die thans moeten missen en men moet toch wel bewondering hebben dat dit alles doorgang kan vinden ondanks den geweldigen strijd welken Duitschland voert.’ Ook in het Algemeen Handelsblad en Het Volk lovende verhalen over de trip naar Berlijn. Tegelijk werd stilgestaan bij al die jonge Nederlandse mannen die, onder dwang, in Duitsland tewerk waren gesteld. ‘Met de dag verdwijnen meer jonge mensen uit het lage landje aan de zee. Ongetwijfeld kunnen zij beter in het buitenland productief werk verrichten dan in eigen huis met de armen over elkaar zitten.’ Een maand later vertrok de eerste trein met 1137 Joden, onder wie veel weeskinderen, uit Westerbork naar Auschwitz. In de zomer van 1942 waren in Nederland de voorzitters van alle sportbonden, alle hoofdredacteuren van Nederlandse dagbladen en alle leden van de Vakgroep Sport van de Nederlandse sportjournalisten te gast bij een bijeenkomst waar SA- Leiter Hans von Tschammer und Osten in aanwezigheid van Rijkscommissaris Seyss-Inquart, SS-Obergruppenführer Rauter en vele andere hooggeplaatste nazi’s zijn lof uitsprak over de ontwikkelingen in bezet Nederland. ‘Met trots en voldoening kan ik thans, na een moeilijke periode, getuigen dat de Duitsche sport wordt beoefend als in vredestijd. Ik waarschuw daarom allen die dat mooie streven tegenwerken.’ In Nederland raakte de voetbalcompetitie steeds meer ontwricht, waardoor ADO pas op 21 juni 1942 voor het eerst in haar bestaan landskampioen werd. Een van de spelers van ADO was Herman Choufoer, de latere KNVB-bestuurder en ex-voorzitter van ADO en FC Den Haag. Hoewel het een echte arbeidersclub was, stond ADO bekend als de NSB-club. Choufoer: “Dat kwam omdat in ons eerste elftal een speler openlijk zijn sympathie voor de NSB betuigde en soms gehuld in NSB-uniform naar uitwedstrijden reisde. Dat was Gerard Vreken, een vreselijk aardige jongen, een goede rechtsbuiten, die heel goed in de groep lag. Bovendien waren onze oud-voorzitter en secretaris ook aanhangers van de NSB. Van de vader van Vreken, die veel verdriet had van zijn zoon, kregen we altijd extra brood. Ik geef eerlijk toe: lijfsbehoud ging boven principes. Ik zie Vreken nu weer voor me met zijn zwarte laarzen.” ADO prolongeerde in 1943 de landstitel. Met de felle antinazi Wim Koek toen niet als keeper, maar als bestuurder. Hij herinnerde zich een incident na de eerste titel in 1942, toen er een foto verscheen waarop de spelers volgens de bezetters een anti-Duits gebaar hadden gemaakt, waarop de NSB-burgemeester van Den Haag, ADO wilde opheffen. Koek: “Onze voorzitter Leurs, ook een NSB’er, heeft die straf om kunnen zetten in een wedstrijd voor de Winterhulp tegen Feyenoord. Toen trainer Tap en ik zagen dat het veld was omgeven door NSB’ers en mensen die pro-Duits waren, besloten we niet te spelen. ‘Niet spelen?’ vroeg een hoge NSB’er, ‘dan onmiddellijk op transport naar Duitsland.’” Niet ten onrechte wees Koek op het gevaar dat je wellicht iets te gemakkelijk tegen de dilemma’s van toen aankeek. Het NSB-lidmaatschap van rechtsbuiten Vreken raakte ADO diep, aldus Koek. “We konden hem niet boycotten, want hij had geklaagd bij de leiding van de NSB. Voor de kampioenswedstrijd in Heerenveen vroeg ik hem als aanvoerder of hij in godsnaam zijn speldje van de NSB wilde afdoen. Dat deed hij niet. ‘Ik loop voorop als we de trein uitkomen, dan weten de mensen wat de toekomst brengt.’ We werden opgewacht door een muziekkorps. Dat zag Vreken en meteen stopte de muziek. Voor een wedstrijd in Almelo of Hengelo werden we opgewacht door een detachement van de Arbeidsdienst en de NSB. Die marcheerden voor ons uit. Vreselijk. Zo ontstond natuurlijk de indruk dat ADO een NSB-club was, alleen maar door het gedrag van drie of vier mensen.” Choufoer: “We hebben ons nooit gerealiseerd dat we door te voetballen propaganda bedreven. Nu zie ik de lijnen tussen sport en politiek veel duidelijker.” Voor de wedstrijd om het kampioenschap van Duitsland in Berlijn, waarvoor Nederlandse journalisten speciaal waren uitgenodigd, zei Von Tschammer und Osten tegen het Algemeen Nederlands Persbureau: ‘Evenals wij dat voor de overneming van de macht hebben gekend, was uw sportwereld totaal versnipperd door confessionele en marxistische stromingen. Toch zullen er meer veranderingen bij u moeten komen. De lichamelijke opvoeding en het nationale sportleven moeten meer gezien worden als een staatsaangelegenheid.’ Abe Lenstra De voetbalsport floreerde in 1942. Zelfs promotiewedstrijden in de tweede klasse trokken vijftien- tot twintigduizend mensen. De NVB telde 172.000 leden verdeeld over 926 clubs. Op 21 juli dat jaar werd door de NVB opnieuw honderd gulden overgemaakt aan de gehate Winterhulp Nederland, met het verzoek daaraan geen ruchtbaarheid te geven ‘omdat de bond zijn liefdadigheid niet aan de grote klok wilde hangen’. Vlak voor het begin van de nieuwe voetbalcompetitie in augustus 1942 zei de secretaris-generaal van het departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming tegen de Nederlandse sportpers: ‘De sport verenigt vele mensen tot een gemeenschappelijk doel en is dus politiek. Nationale sportrepresentatie van Nederland in het nieuwe Europa is volksbelang en dus staatbelang.’ Die woorden sloten naadloos aan bij de ideeën van Karel Lotsy over internationals. Lotsy was ook fel tegen betaalde sport. Toen Abe Lenstra, de ster van Heerenveen, tegen vergoeding in de winter van 1942-1943 aan een schaatswedstrijd had meegedaan, waren Lotsy en de gevolmachtigde voor de sport, de SS’er Van Groningen à Stuhling, het gauw eens. Uit de notulen van de vergadering van het bondsbestuur op 20 februari 1943: ‘De voorzitter is van gevoelen dat indien zulks den NVB wordt gemeld, wij den betreffende speler op de beroepslijst moeten plaatsen.’ Als Lenstra zou blijven schaatsen en daarmee geld bleef verdienen, zou hij worden geschorst. Dat weerhield Lenstra in 1943 van deelname aan kortebaanwedstrijden, maar het weerhield voorzitter Lotsy zelf er niet van in de oorlog via zijn verzekeringskantoor naar het schijnt honderdduizenden guldens te verdienen aan clubs en bonden die bij hem hun verzekeringen afsloten. Hendrik de Munter, zijn medebestuurslid in de oorlog: “Die handelwijze heeft me altijd zeer tegengestaan, ik heb dat een ontoelaatbare vermenging van functies gevonden. Behalve alle bondsverzekeringen heeft hij natuurlijk ook veel clubhuizen bij zijn verzekeringskantoor ondergebracht. Toen ik in 1940 namens de kleine arbeiderssportbond in het bestuur van de NVB kwam, was de situatie dat Lotsy alle verzekeringen regelde, allang aanvaard binnen de bond.” Hitlergroet Omdat de oorlog met de Russen steeds meer offers eiste, ook van de Nederlandse Spoorwegen, deelde Van Groningen à Stuhling op de wekelijkse sportconferentie van 4 maart 1943 mee dat ‘gelet op de dreiging van het bolsjewistische gevaar ervan moest worden afgezien dat supporters per trein of per bus worden vervoerd. Räder mussen rollen für den Sieg’. Daarna nam Lotsy het woord. ‘Wat voorkomen zal moet worden, is dat de grote scharen van supporters met hun clubs de uitwedstrijden gaan bezoeken. Hierdoor worden immers de treinen overbelast.’ Treinen waren hard nodig om wekelijks duizenden Joden naar de vernietigingskampen te sturen, maar daarover werd gezwegen. In maart 1943 overleed de leider van de beruchte Sturmabteiling (SA), Hans von Tschammer und Osten, aan een verwaarloosde longontsteking. Hitler bemoeide zich daarna persoonlijk met de sport, tot vreugde van het voor de oorlog progressieve dagblad Het Volk: ‘Het getuigt van een ruime blik van den Führer dat hij in dezen oorlogstijd zo veel aandacht schenkt aan de lichamelijke opvoeding en de sport.’ Begin 1943 plaatsten alle bondsbladen de oproep van de Waffen-SS op zoek naar arbeiders in Duitsland. Ongeveer vierhonderd voetballers werden door die oproep speler bij Duitse clubs waarna de beste Nederlandse spelers op zondag 11 april 1943 in het Hans Hess Stadion in Leipzig voor circa 20.000 toeschouwers, onder wie 10.000 Nederlanders, een heuse interland speelden tegen een elftal van Vlamingen, waarna nog diverse interlands in Duitsland volgden. Het Volk schreef na weer een interland tegen Vlaanderen in de zomer van 1943, toen in Berlijn: ‘De Nederlandse vlag, de Vlaamse Leeuw en de Hakenkruisvlag gaven het stadion een internationaal en feestelijk aanzien. Er werd gezongen dat het een lust was, de sfeer was als bij een officiële interland.’ Twee spelers die een paar keer zo’n interland speelden, waren toenmalig speler en later bestuurslid van Ajax, Jaap Hordijk en ex-Ajacied, Gerrit Stroker. Stroker was meteen al na de capitulatie in 1940 vrijwillig naar Potsdam vertrokken, haalde daar zijn trainers- en massagediploma en heeft er tot 1945 gewoond en gewerkt als voetballer en trainer. Hij was er nooit meer weggegaan als de Russen Potsdam niet hadden bevrijd en ingenomen. Op de vraag over het brengen van de Hitlergroet voor elke wedstrijd zei Stroker in 1979: “Dat hoorde er nu eenmaal bij. Je moest toch in leven blijven.” Jaap Hordijk, voormalig clubgenoot van Stroker bij Ajax, speelde in 1943 zijn eerste wedstrijd voor Potsdam ’03. “Het gekke is dat ik in Duitsland veel minder heb gemerkt dat er oorlog was dan in Nederland.” Af en toe kregen tewerkgestelden als Hordijk verlof om terug te keren naar huis. Als hij niet had gevoetbald, was hij dan ook elke keer weer teruggegaan? Hordijk: “Ik was geen type voor onderduiken. Wat betekende onderduiken? Dan was je je vrijheid kwijt. Dat vond ik een vreselijk idee, niet meer kunnen doen en laten wat je wilt.” Het voorstel van de Rijksgevolmachtigde voor de Sport, Van Groningen à Stuhling, om in 1943 in Berlijn een officiële interland Duitsland-Nederland te spelen, ging de voetbalbond overigens te ver. Heinrich Himmler Een van de Nederlanders die in Duitse competitie als spits van Hertha BSC furore maakte, was Bram Appel. Hij werkte bij de rekenkamer in Den Haag, toen hij bij een inval van de Duitsers een brief kreeg waarin stond dat hij zich de volgende dag met zijn koffers moest melden op station Holland Spoor voor transport naar Berlijn. “Als ik niet zou komen, zouden mijn ouders worden gearresteerd. Ik moest werken in een fabriek waar wij de Jodenmensen moesten aflossen. De Jodenmensen moesten weg en wij moesten hun plaatsen innemen.” Bij een bombardement op 22 november 1943, waarbij de fabriek volledig werd vernietigd, overleefde Appel door voorschriften te negeren. Toen de Duitsers hem de volgende dag zagen, riepen ze verbaasd: ‘Lebst du noch?’ “Ik heb in totaal trouwens 257 bombardementen meegemaakt. Na elk bombardement zette ik een streepje op de muur, de laatste waren van de Russen. Voor de wedstrijd tegen Holstein-Kiel was er ’s ochtends een vreselijk bombardement geweest. Maar een paar uur later zat het stadion hartstikke vol, 25.000 mensen. Toen dacht ik: die Moffen zijn niet kapot te krijgen.” Appel had dankzij Hertha BSC een relatief goed leven, vertelde hij. Hij herinnerde zich nog een bombardement. Dat was toen de buren van zijn hospita, die in de tuin een schuilkelder had gemaakt, met hun kinderen kwamen schuilen in de kelder. Appel: “Ik kende de man in de schuilkelder niet. Hij vroeg hoe ik heette. Toen stelde hij zich voor. ‘Himmler, angenehm. Ah, Sie sind Holländer.’ We zagen dat er twee brandbommen op zijn woning terecht waren gekomen. Himmler en ik renden het huis binnen en konden de bommen snel naar buiten werken. Gelukkig stond alleen het tapijt een beetje in brand. Nou ja, gelukkig... Hij heeft me bedankt voor de hulp en gevraagd of ik nog iets bij hem wilde drinken. Himmler praatte veel, hij vond Holland zo’n mooi land. Hij zei dat Holland snel helemaal Duits zou zijn dat ze er dan weer een stel Germanen bij hadden. Toen ik ging slapen, zei hij: ‘Herr Appel, wenn Sie mir brauchen, dann sagen Sie meine Frau bescheid und das genügt.’” Buurman Heinrich Himmler was Reichsführer SS, chef van de Deutsche Polizei. Van deportaties van Joden heeft Appel niets gemerkt. “Ik was een keer in Spandau en daar zag ik een Jodentrein wegrijden. Dat zei me niets. Ik had geen idee van kampen. Pas in 1944 kreeg ik in de gaten wat zich in die kampen afspeelde. Ik heb er ook nooit iets over gelezen in die tijd hoewel je toch iedere dag de krant las.” De interlands herinnerde Appel zich nog heel goed. “We speelden niet in oranje-shirts. Volgens mij droegen we rode shirts en witte broekjes. Gejus van der Meulen, oud-keeper van het Nederlands elftal en arts bij de SS, heb ik bij iedere wedstrijd in de kleedkamer gezien. Die interlands in Duitsland waren bijna altijd uitverkocht. Ach jongens, die wedstrijd in Potsdam tegen Frankrijk die we wonnen, met vlaggen en stokken trokken ze na afloop door de stad, helemaal door het dolle waren de Nederlandse toeschouwers. Voor de jongens die daar werkten, vormden die wedstrijden een enorme afleiding, als je bedenkt dat ze verder alleen de hoeren hadden.” Tijdens de interland Nederland-Tsjechoslowakije in 1944 zat Karel Lotsy op de tribune. Appel: “Ik heb hem te midden van de officiële gasten zien zitten, ik heb hem na afloop niet gesproken.” Ook Bep Backhuys kwam in die tijd overigens uit in de Duitse competitie. Omdat profvoetbal in Nederland tot 1953 streng verboden was, speelde hij in 1939 als prof bij het Franse Metz. “Toen Metz na de Duitse inval Duits gebied werd, zijn we na een paar maanden onder protest in de Duitse competitie ingedeeld,” vertelde de midvoor in 1979. Een van de clubs, SS Straatsburg, droeg als shirtreclame de vervloekte SS-tekens. Backhuys: “Voor iedere wedstrijd moesten we de Hitlergroet brengen, maar ons hele elftal heeft dat geweigerd. Daarvoor hebben we vier dagen in een wachtlokaal opgesloten gezeten. Metz is daardoor de enige club in de Duitse competitie die gedurende de oorlog niet een keer de Hitlergroet heeft gebracht.” Club van verzet Tijdens het seizoen 1943-1944 draaide de deportatie van Joden op volle toeren. Elke dinsdag vervoerden treinen zo’n 1500 Joden vanuit Westerbork naar Auschwitz en Sobibor, waar de meesten kort na afkomst werden vermoord. Ook toen zaten de stadions in Nederland vol. NEC oefende voor 22.000 toeschouwers in De Goffert tegen een oostelijk selectie-elftal. Ondanks de verzekering van de organisatie dat de Duitsers geen razzia zouden houden, sloten zwaarbewapende Duitsers tien minuten voor de aftrap in een bliksemactie het stadion hermetisch af. Het publiek stroomde massaal het veld op, organiseerde een soort polonaise, zong en danste op de trappen en ontnam de Duitsers via deze ludieke actie een systematische controle. Bij grote uitzondering zagen de Duitsers af van de voorgenomen razzia en konden zowel spelers als manlijke toeschouwers ontkomen aan gedwongen arbeid in Duitsland, dankzij spontaan verzet van het publiek. Het seizoen 1943-1944 werd De Volewijckers kampioen. Waar ADO het imago van NSB-club had tijdens de oorlog, gold de ploeg uit Amsterdam-Noord als club van verzet, gepersonifieerd door de broers Gerben en Douwe Wagenaar. Gerben Wagenaar was tot 1941 linkshalf en aanvoerder van De Volewijckers, maar moest na zijn betrokkenheid bij de beroemde februari-staking in 1941 en door zijn actieve verzetswerk onderduiken. Na de oorlog was hij korte tijd kamerlid voor de CPN. Jaap van der Lek, voormalig bondscoach en trainer van Feyenoord, was in de oorlog trainer van De Volewijckers. “Op het veld heb ik Gerben leren kennen als een geweldenaar, hij was een keiharde, fantastische voetballer. Hij stopte met voetballen omdat het door zijn activiteiten in het verzet te gevaarlijk voor hem was geworden,” stelde Van der Lek. “Van 1941 tot 1946 heb ik bij De Volewijckers gewerkt en het gekke is dat ik nooit iets heb gemerkt van een vorm van verzet die er in de boezem van de club wel moet zijn geweest.” Douwe Wagenaar was eveneens een felle antinazi. Hij was de hele oorlog voorzitter van De Volewijckers, dus ook toen de club op 29 mei 1944 na een 4-1 overwinning op Heerenveen in een stijf uitverkocht Olympisch Stadion kampioen van Nederland werd. Hij legde in 1979 uit waarom De Volewijckers nauwelijks spelers kwijtraakte aan de Arbeitseinsatz. “Een lid van ons, Henk Smit, werkte op het arbeidsbureau. Als een speler van ons dreigde te worden opgeroepen, zette Smit hem achteraan in de kaartenbak.” Douwe Wagenaar herinnerde zich een razzia tijdens een wedstrijd tegen ADO, waarbij zo’n tweehonderd mannen werden opgepakt. “In de illegale pers werd je in die tijd gewaarschuwd voor het bezoeken van voetbalwedstrijden. Voor die uitwedstrijd is een groep supporters van ons meegereisd om een stel ADO-supporters van wie ze wisten dat ze NSB’ers waren, in elkaar te slaan. Dat heeft geleid tot hevige vechtpartijen op de tribune.” Als teken van protest speelde De Volewijckers af en toe niet in het witte shirt met groene baan, maar zeer gedurfd in de verboden oranje shirts, immers de kleur van het koninklijk huis. Douwe Wagenaar: “Ik liet de spelers tegen VUC in oranje spelen. Meteen na de wedstrijd werd ik afgevoerd naar het hoofdkwartier van de SD. De volgende dag werd ik naar Utrecht vervoerd, maar na drie dagen kwam ik weer vrij. Tijdens de kampioenswedstrijd in het Olympisch Stadion heb ik de ballenjongens in oranje shirts laten lopen. Was een prachtig gezicht, die twintig jongens in het oranje.” Douwe Wagenaar gaf een logische verklaring waarom de sport tussen 1940 en 1945 zo plichtsgetrouw aan de hand van de bezetter heeft meegelopen. “Sport vormde de enige afleiding, de enige mogelijkheid om je te uiten, om mensen te ontmoeten.” Jaap van der Lek: “In die tijd vluchtte je als het ware in de sport. Je vond de oorlog erg, maar je kwam er toch niet toe om als Gerben Wagenaar te zeggen: ‘Ik ga in de illegaliteit.’ Dat durfde je niet. Eigenlijk stak je je kop in het zand. Bovendien kregen de spelers door het voetballen vaak nog een extra hap eten. Als we in 1943 en 1944 in het Olympisch Stadion speelden, zaten er vijftigduizend mensen. En Lotsy was een soort kameleon, altijd bezig met zich af te vragen hoe hij er zelf het beste uit zou komen.” Over Lotsy zei Douwe Wagenaar: “Hij was volgens mij geen verrader, daarvoor was hij een te groot vaderlander. Ik heb hem wel de hele oorlog gewantrouwd, maar je had nu eenmaal bepaalde gunsten van de Duitsers nodig om te kunnen voetballen, zoals schoenen, ballen, olie voor de grasmaaiers. En voor dat soort zaken heeft hij goed gezorgd. Hij is na de oorlog door een zuiveringscommissie gezuiverd, maar die commissie stelde niet veel voor.” Na de oorlog werd in de nieuwbouwwijk Amsterdam-Buitenveldert een toegangsweg naar sportvelden vernoemd naar Karel Lotsy. Toen hij in 1959 stierf, was hij Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Officier in Orde van Oranje-Nassau, drager van het Gouden Kruis van het Nederlandse Rode Kruis, drager van de zilveren Watersnoodmedaille, en bezat hij tien vergelijkbare hoge buitenlandse onderscheidingen. Maar diezelfde Lotsy was ook de man die met de bezetter onderhandelde over vriendschappelijke interlands, geheime schenkingen deed aan de gehate Winterhulp, tijdens een FIFA-congres in 1941 met de Duitse en Italiaanse bond voorbereidingen trof voor een WK in 1942, privéhandel dreef met de bezetter en in de oorlogsjaren een vermogen verdiende aan bij hem afgesloten verzekeringen van voetbalclubs en probleemloos akkoord ging met de beslissing van de nazi’s om geen Joodse scheidsrechters meer aan te stellen. Eind vorige eeuw werd de naam Karel Lotsylaan door de gemeente Amsterdam alsnog veranderd in Gustav Mahlerlaan. NSB-speldje Gerrit Vreken week na de oorlog uit naar Frankrijk waar hij ook zijn voetbalcarrière zou voortzetten. Ondanks zijn NSB-verleden was hij een van de in het buitenland voetballende Nederlandse profs die meedeed in de zogenaamde watersnoodwedstrijd op 12 maart 1953 in Parijs, waar Nederland Frankrijk met 2-1 versloeg. Henk van Dorp en ik zochten Vreken in 1979 op in zijn huis in Noord-Frankrijk. “Ho, ho, ik was eind 1942 alleen sympathiserend lid van de NSB geworden,” zei Vreken. “Waarom zijn hier zoveel werkelozen en in Duitsland niet, vroeg ik me destijds af. In 1942 moesten veertig man van het bedrijf waar ik werkte naar Duitsland. Daar had ik geen zin en daarom heb ik me vrijwillig aangemeld bij de Arbeidsdienst. Ik vond de Arbeidsdienst een aardige instelling, je was veel buiten en deed veel aan sport. En ik ben sympathiserend lid van de NSB geworden omdat ik in die tijd iets voor de beweging voelde en het laf vond er dan niet voor uit te komen.” Zijn teamgenoten bij ADO vroegen hem weleens zijn NSB-speldje af te doen rond uitwedstrijden, maar Vreken weigerde dat. “Herman Choufoer heeft me dat een keer gevraagd. Ik zei dat ik me ook niet aan hun speldjes stoorde en dat iedereen vrij was om het speldje te dragen dat hij wilde dragen. Kijk, ik bemoeide me ook niet met hun gedrag, dan hadden ze zich ook niet met mijn gedrag te bemoeien. En ja, het is natuurlijk logisch dat de NSB blij was met mijn aanwezigheid. Ik weet dat ze het niet leuk vonden bij ADO.” Spelers spraken hun afkeer uit over zijn speldje. Toch droeg hij het. “Weten jullie wat ik erg vond? Dat er bij ADO mensen rondliepen die actief waren in de ondergrondse en nooit iets tegen mij hebben gezegd. Toen hielden ze hun mond dicht over mijn lidmaatschap van de NSB.” Dat deden ze uit angst voor verraad, opperden Henk en ik. “Ze kenden me, wisten dat ik geen mensen zou verraden, dat heb ik nooit gedaan. Ons lid Wiarda kende mij vanaf mijn tiende jaar, die was geloof ik lid van de SDAP, ik wist dat hij bij de ondergrondse zat, als ik had gewild had ik hem zo kunnen aangeven.” We wilden van hem weten hoe hij aankeek tegen mensen die verplicht werden een Jodenster te dragen tijdens de oorlog. Vreken: “Je kunt niet verwachten als je lid bent van een partij dat alles loopt zoals je wilt. Ik vind het heel erg van die Joden, maar dat zult u ook wel vinden als er iets in uw partij niet functioneert zoals u wilt.” En na de bevrijding? Hoe voelde Vreken zich toen als ‘sympathiserend NSB-lid’? “Onmiddellijk na de bevrijding was ik wel bang. Ik ben ondergedoken bij mijn ouders. Ik durfde niet over straat. Eind 1945 heeft een vriend van mijn ouders mij op mijn verzoek aangegeven. Nadat ik zes maanden in Scheveningen zonder proces had vastgezeten, kreeg ik in de lente van 1946 ineens een briefje dat ik naar huis mocht. Via een vriend ben ik toen naar Monaco gegaan om daar te voetballen. Maar ik kreeg geen overschrijving omdat ik vijf jaar was geschorst. Toen vond ik het gek en nu eigenlijk nog dat je voor de politiek bent vrijgelaten en voor de sport niet. Dat heeft in wezen toch niets met elkaar te maken?” Kenmerkend voor zijn naïeve en eigenlijk gevaarlijke manier van denken, was het gebrek aan enige spijt: “Als ik nu weer voor dezelfde keus zou staan: onderduiken of vrijwillig bij de Arbeidsdienst gaan, zou ik weer voor de Arbeidsdienst kiezen.” First black captain Snel na de oorlog werd de NVB weer KNVB. De voetbalbond staat de laatste jaren symbool voor de multiculturele samenleving die Nederland is. Nederland is het eerste Europese land dat in de persoon van Ruud Gullit een donkere aanvoerder had, die ook nog eens de beker in ontvangst mocht nemen van de Europees kampioen in 1988. Voor een speler als Engels international John Barnes van Liverpool ging dat aanvoerderschap van Gullit veel verder dan het pure bandje om de arm. Hij zag in Gullit als ‘the first black captain of a national team’ een duidelijk politiek signaal, een impliciet standpunt naar de politiek, als statement dat sport en politiek elkaar positief kunnen beïnvloeden en niet los van elkaar kunnen worden gezien. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

John de Wolf: ‘Iedereen zit weleens in de shit’

John de Wolf is terug waar hij hoort: bij [...]
John de Wolf is terug waar hij hoort: bij Feyenoord. Als assistent van trainer Dick Advocaat om zijn oude club uit de brand te helpen. We leggen hem 11 foto’s voor. 3 november 2019 [caption id="attachment_18112" align="alignnone" width="2560"] Dick Advocaat en assistent John de Wolf in actie tijdens VVV Venlo- Feyenoord (0-3).[/caption] “Dick Advocaat is duidelijk, hij is intelligent en werkt graag samen. Hij is zo fanatiek, heeft ook zoveel humor. Ik hoop oprecht dat hij na dit seizoen nog een jaar blijft. Ik ken mijn taak, ik ben de assistent, praat veel met de spelers en doe de dag voor de wedstrijd met de video-analist de presentatie van de tegenstander. De deur bij Dick staat altijd open en hij brengt resultaten. Maar het belangrijkste vind ik de mens Dick. Mooi is dat Giovanni van Bronckhorst inmiddels al is langs geweest, Jan Boskamp en Robin van Persie ook. Die cultuur heeft Advocaat er ook ingebracht. Ik heb nu een fulltime job, ga om zeven uur de deur uit, ben om half negen op de club en tegen drie uur gaan we naar huis. Het enige wat ik erbij blijf doen, is mijn werk voor de John de Wolf Foundation die ik onlangs heb opgericht met als doel kinderen in kansarme wijken de gelegenheid te geven te sporten. Het is vergelijkbaar met wat de Johan Cruyff Foundation en Richard Krajicek Foundation doen met het aanleggen van courts, maar dan iets kleinschaliger en goedkoper. Ik ben er al een jaar mee bezig, goede doelen en grote bedrijven steunen me en binnenkort gaan we van start. Verder heb ik dus alleen nog maar tijd voor Feyenoord. Ik heb niet de ambitie om ooit hoofdtrainer van een profclub te worden, ik had een ideaal leven, maar als Feyenoord komt, zeg ik geen ‘nee’. Ik heb tot het eind van dit seizoen getekend, maar ik ga ervan uit dat ik nog heel lang bij Feyenoord blijf. Als een soort cultuurbewaker.” 8 augustus 1984 [caption id="attachment_18113" align="alignnone" width="2332"] Elftalfoto Sparta met rechts bovenaan John de Wolf. Onder hem Louis van Gaal.[/caption] “Een droom kwam uit. Ik ben op mijn tiende door Sparta gescout bij Schiedamse Boys en heb het hele traject via de jeugd doorlopen. Toen ik van de junioren naar de senioren ging, kreeg ik aanvankelijk geen contract. Ik mocht weg, maar bleef bij de amateurs van Sparta omdat ik een mountainbike kreeg. Ik had geen rijbewijs, woonde een half uur bij de club vandaan en wilde zo graag slagen bij Sparta dat ik ontzettend blij was met die fiets. Pas op mijn 21ste werd ik semiprof. Ik verdiende 2000 gulden bruto. Per maand. Ik woonde nog thuis. De drang om prof te worden was groter dan de drang naar geld. Ik begon het seizoen 1983-1984 nog op de bank, maakte mijn debuut als linksback en in de loop van het seizoen veroverde ik mijn plaats als centrale verdediger. Ik ben een laatbloeier, maar beter laat dan nooit. Op de foto herken ik ze allemaal nog, René Eijer woonde bij mij om de hoek, Edwin Olde Riekerink, Danny Blind, Theo Vonk, Bas van Noortwijk, Ronald Lengkeek, Robert Verbeek, broer van de onlangs overleden Pim, Louis van Gaal. Met Van Gaal voetballen was fantastisch, hij was een soort vaderfiguur voor me, ik kon altijd bij hem terecht, hij was voor mij de ideale aanvoerder. Ik herinner me nog de Europa Cup-wedstrijd tegen Spartak Moskou in november 1983 met André Hazes vooraf op de middenstip. We kregen een penalty en ik pakte de bal uit de handen van Louis... Ik scoorde de 1-1, tegen Rinat Dasajev, op dat moment de beste keeper van de wereld. Louis vond die brutaliteit wel wat hebben. 'Hoe heb ik het ooit kunnen doen, valsspelen met kaarten bij m'n beste maatjes. Not done. We waren destijds bloedgabbers' Ik zeg altijd dat ik een goed en slecht voorbeeld was voor de jeugd. Ik kon goed leren, maar heb op school niet het maximale uit mijn mogelijkheden gehaald omdat ik per se wilde slagen als voetballer. Mijn vader zei altijd: ‘Het enige positieve van school was dat je warm en droog zat.’ Aan de andere kant, als je vol passie een doel nastreeft kun je ook slagen. Maar je moet ook hersens hebben om te weten wat belangrijk is en wat je moet laten. Kijk, als ik een bal op me af krijg, hoef ik niet na te denken wat ik ermee ga doen dankzij de vele vlieguren. Daarom is het zo belangrijk dat met name talenten al op jonge leeftijd goede trainers hebben die hen uitdagen. In dat jaar bij de amateurs van Sparta heb ik leren overleven. Ik had ook beledigd kunnen vertrekken. En uiteindelijk werd ik aanvoerder van Feyenoord, prachtig, maar geloof me, het is me niet komen aanwaaien.” 6 december 1986 [caption id="attachment_18114" align="alignnone" width="2118"] Aaron Winter scoort namens Ajax tegen FC Groningen. Claus Boekweg en John de Wolf komen te laat.[/caption] “Deze wedstrijd tegen Ajax verloren we, zoals de meeste tegen Ajax. Ik had een geweldige tijd in Groningen. Onvergetelijk was de halve finale in de beker in 1989 tegen Ajax. We wonnen met 3-0. Ik kreeg in die bekerwedstrijd een aardige tik van Aaron Winter, het litteken zit er dertig jaar later nog. In de kleedkamer is de wond tijdens de wedstrijd gehecht, met vier hechtingen ging ik het veld weer in, want het vervolg van die wed- strijd wilde ik me niet laten ontnemen. Het was vechtvoetbal op een kletsnat veld. Wij hadden René Eijkelkamp en Henny Meijer voorin, die waren zo goed. Zij maakten die wedstrijd het verschil. Trainen tegen die gasten maakte me zo sterk, door die twee ben ik echt beter geworden. De bekerfinale heb ik helaas niet gespeeld, omdat ik vlak voor de finale zwaar geblesseerd raakte. Die finale ging verloren tegen PSV.” Helden Magazine 50 Het eerste gedeelte van het verhaal van John de Wolf komt voort uit Helden Magazine nummer 50, waar op het moment van uitkomen een nieuw decennium is begonnen. Voor Helden een goed moment om jonge, nieuwe sporthelden te belichten. Sportman van 2019 Mathieu van der Poel draait alweer even mee, maar is net 25, wat jong is voor een wielrenner. De alleskunner siert de 50ste cover. In deze editie is er uitgebreid aandacht voor Generatie Z. Er zijn al tal van voetballers die na de eeuwwisseling zijn geboren, zijn doorgebroken of op het punt staan dat te doen. Onder meer Orkun Kökcü, Mohamed Ihattaren en Myran Boadu komen aan het woord. Daarnaast heeft oud-aanvoerster Mandy van den Berg het plezier in het voetbal weer teruggevonden én lees je over de cultclub van Andries Jonker en Co Adriaanse. Verder in de 50ste editie van Helden gingen we langs bij schaatsster Esmee Visser en haar vriend Daan Olivier. Legden we het supertalent, Remco Evenepoel, negen namen voor én gaan we op wereldreis met baansprinter Theo Bos, die graag zijn carrière ‘rond’ wil maken. Daarnaast kan meerkampster Anouk Vetter weer lachen, nadat ze in 2019 door een diep dal ging, is de 21-jarige Griek: Stefanos Tsitsipas de nieuwe ster in het tennis, gaat Victoria Koblenko langs bij judoka Noël van ’t End én verteld Yara van Kerkhof, hoe haar wereld compleet instortte. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Generatie Z

Het nieuwe millennium is nog maar twintig jaar oud, maar toch [...]
Het nieuwe millennium is nog maar twintig jaar oud, maar toch heeft het al voor een hele rits grote Nederlandse voetbaltalenten gezorgd. Veelbelovende spelers die na 1 januari 2000 zijn geboren en ondanks hun jonge leeftijd al flink aan de weg timmeren. Dit waren begin 2020 volgens Helden de toppers van Generatie Z. Myron Boadu Geboren: 14 januari 2001 Club: AZ Positie: spits “Mijn plan bij de start van dit seizoen was fit blijven en eerste spits worden bij AZ. Na twee zware blessures was het tijd om te vlammen en dat lukt tot nu toe goed. Ik heb zelfs al mijn debuut in het Nederlands elftal mogen maken én gescoord. Een mijlpaal in mijn carrière. Als je me dat afgelopen zomer had gezegd... Het is niet dat ik je voor gek had verklaard, maar ik had niet voor mogelijk gehouden dat het allemaal zo snel zou gaan. De kruisbandblessure aan mijn knie in 2017 was een klap. Maar ik bleef altijd positief en kwam er sterker uit dankzij de steun van mijn familie, zaakwaarnemers Mino Raiola en José Fortes Rodriguez, en ook Zlatan Ibrahimovic. Na mijn operatie in Amerika, waar hij toen aan het revalideren was, trokken we zes, zeven dagen met elkaar op. Zlatan deed er alles aan om zo goed mogelijk terug te komen. Zien hoe hij trainde was niet alleen een inspiratie, maar ook een eyeopener. Als ik hetzelfde bleef doen als voor mijn blessure zou het niet gaan lukken. Ik besefte dat ik nog harder moest werken. Vorig seizoen raakte ik na vijf competitiewedstrijden geblesseerd aan mijn enkel. Mijn ploeggenoot Calvin Stengs was ook geblesseerd en we revalideerden lange tijd samen. Het deed me goed om hem na zijn herstel weer te zien schitteren op het veld. Cal was voor mij een inspiratie om ook zo goed mogelijk terug te keren. Nu voel ik me sterker dan ooit. Ik heb dit seizoen al best veel gescoord (11 goals in 17 competitieduels voor de winterstop) en over een langere periode laten zien wat ik kan. Ik zie dit dus als mijn doorbraak. Na de uitwedstrijd tegen Häcken in de voorronde van de Europa League, waarin ik scoorde en twee assists gaf, dacht ik: oké, we kunnen dit seizoen leuke dingen gaan laten zien. Ik heb veel vertrouwen in mezelf. Als sterke en snelle meevoetballende spits zit ik bij AZ in het ideale team. Alles klikt bij ons, van de voorhoede tot de backs, en dat is mooi om mee te maken. Mijn persoonlijke doel dit seizoen is topscorer worden van de eredivisie. Het is mijn ambitie om uiteindelijk een van de beste spitsen ter wereld te worden, een vaste plek te hebben bij Oranje en te spelen voor Barcelona of Manchester United. Ik zal daar heel hard voor moeten werken, maar ik denk wel dat het mogelijk is. Je moet dromen hebben en die dromen moet je ook nastreven.” Sepp van den Berg Geboren: 20 december 2001 Club: Liverpool Positie: verdediger “Ik dacht dat mijn vader een grapje maakte toen we vorig jaar thuis op de bank aan het praten waren over mijn toekomst en hij ineens zei dat Liverpool interesse in me had. Zo’n grote club, dat kon niet serieus zijn. Maar het was echt waar en dat was best een shock. Ik wilde sowieso een stap maken. PSV was een optie, maar het buitenland sprak me meer aan. Ik wilde me meten met de wereldtop. De overstap naar Liverpool was best groot, maar het heeft me veel gebracht. Ik ben volwassener geworden. Thuis in Zwolle deed mijn moeder alles voor me. Nu woon ik op mezelf en moet ik zelf koken, wassen en schoonmaken. Ook als voetballer ben ik gegroeid. Ik train bijna dagelijks met de beste spelers ter wereld. Soms spelen we elf tegen elf. Dan zit ik bij het wisselteam, krijg ik de bal aangespeeld en komen Mohamed Salah, Sadio Mané en Roberto Firmino op me af rennen. Eerst dacht ik: shit, wat moet ik doen? Nu geniet ik ervan. In mijn hoofd is het normaal geworden, maar als ik het zo vertel dan is het amper te geloven. Ik leef echt mijn droom. Naci Ünüvar Geboren: 13 juni 2003 Club: Ajax Positie: middenvelder/ aanvaller “De eerste keer dat ik in de Johan Cruijff Arena kwam, was ik zeven jaar en speelde ik nog niet bij Ajax. Het was de kampioenswedstrijd tegen FC Twente in 2011. Dat maakte grote indruk op me. Een jaar later werd ik door Ajax gescout, mocht ik meedoen aan de talentendagen, en kreeg ik uiteindelijk een brief dat ik was aangenomen. Elke dag zag ik eerst de Arena voordat ik op De Toekomst werd afgezet. Sindsdien is het mijn droom om in dat stadion te spelen. Op elfjarige leeftijd sloeg ik voor het eerst een lichting over. Ik ging van onder 12 naar onder 13, naar onder 16 en onder 17. In het begin was het even wennen, maar het kostte me nooit veel moeite om me snel aan het niveau aan te passen. Ook niet toen ik vorig jaar op mijn vijftiende mocht meedoen met onder 19. Voor mij was 2019 sowieso een mooi jaar. Het EK gewonnen met Oranje onder 17 en het WK in Brazilië gespeeld. Met Ajax onder 19 landskampioen geworden en de beker gewonnen. Mijn eerste contract getekend, een beloning voor al het harde werken. En afgelopen december ook nog mijn debuut gemaakt in Jong Ajax en een week later tegen TOP Oss ook mijn eerste goal gemaakt in dat team. Toen ik na die wedstrijd in de auto naar huis zat met mijn vader, moeder, broertje en vriendin, belde trainer John Heitinga om me te vertellen dat ik na de winterstop met het eerste mee op trainingskamp mocht naar Qatar. Iedereen was hartstikke blij. Ik zag de trots in mijn moeders ogen. Een heel mooi moment. Elke wedstrijd zie ik als een kans om mezelf te laten zien. Ik ben een slimme en creatieve speler die redelijk makkelijk scoort en het publiek met mooie acties wil vermaken. Zoals met die pass buitenkantvoet bij onder 17 vorig jaar tegen Feyenoord, die viral ging op social media. Ik heb vroeger na school heel veel op pleintjes gevoetbald. Iedereen gaf zijn leven tijdens die partijtjes, want als je verloor moest je lang wachten langs de kant. Niemand wilde verliezen. Ik ook niet. Ik wilde maar één ding en dat was voetballen. Dat zie je nu ook terug in mijn spel. Ik wil altijd winnen. Mijn grootste droom is het winnen van de Champions League, het EK, of het WK. Maar eerst droom ik ervan om prijzen te pakken met Ajax. Mijn doel voor de tweede seizoenshelft is veel minuten maken in Jong Ajax en hopelijk mijn debuut te maken in het eerste. Ik zat op de tribune in de Arena toen Sontje Hansen, mijn beste voetbalvriend, vlak voor de winterstop mocht invallen bij Ajax 1. Ik had kippenvel over mijn hele lijf. Toen kwam het besef dat het ook voor mij dichtbij is. Ik geef elke training honderd procent en probeer mezelf zo goed mogelijk te laten zien aan de trainers. Hopelijk komt het dan vanzelf. Debuteren zal sowieso speciaal zijn, maar ik zou het helemaal mooi vinden als het in de Arena gebeurt.” Orkun Kökcü Geboren: 29 december 2000 Club: Feyenoord Positie: middenvelder “Mijn mooiste moment tot nu toe is mijn eredivisiedebuut vorig seizoen uit bij Emmen. Ik maakte een goal en gaf een assist. Toen ik op de basisschool eens moest opschrijven wat ik later wilde worden, kwam ik niet verder dan profvoetballer. De droom is er altijd geweest, ik geloofde erin dat ik het kon redden. Al dacht ik niet dat dit bij een topclub zou zijn. Het is best toevallig hoe ik in de jeugdopleiding van Feyenoord ben gekomen. Eigenlijk heb ik dat aan mijnbroer te danken. Als hij niet ooit bij FC Groningen als jeugdspeler was aangenomen, zou ik daar ook nooit terecht zijn gekomen. Dan had ik misschien nooit meegedaan aan de selectiedagen van Oranje onder 14 waar ik weer werd opgemerkt door Feyenoord. De eerste jaren bij Feyenoord had ik niet het idee dat ik een van de beteren van mijn lichting was. Pas bij onder 19 kwam mijn loopbaan in een stroomversnelling. Ik mocht trainen met het eerste en mee op trainingskamp. Toen kwam het besef dat ik het ver kon schoppen. Vorig jaar verwachtte niemand iets van me en had ik ervaren spelers om me heen waardoor alles makkelijker ging. Begin dit seizoen veranderde die situatie. Ik had uitgesproken dat ik basisspeler wilde worden en er werd meer van me verwacht. Het team draaide alleen niet lekker en ik speelde ook niet goed. Toen Dick Advocaat onze trainer werd, liet hij vanaf dag één merken dat hij vertrouwen in me had en werd ik weer meer mezelf in het veld. Afgelopen zomer heb ik besloten om uit te komen voor Turkije. Voor de vakantie had ik als aanvoerder nog bij Oranje onder 19 gespeeld, maar mijn gevoel zei: dit is wat ik wil. Mijn ouders lieten me vrij in mijn keuze, maar dachten eerder aan het Nederlands elftal. Mijn vader hield er al rekening mee dat er zou worden gezegd dat ik heb geprofiteerd van de Nederlandse opleiding. Ik heb reëel gekeken naar mijn kansen. Nederland heeft een jonge ploeg met veel concurrentie op het middenveld. Turkije heeft nu ook een goed team en de bond heeft het vertrouwen in me uitgesproken. Mijn gevoel voor Turkije is altijd groot geweest. Tijdens het EK 2008 reed mijn vader met mijn broer en mij toeterend door Amsterdam. Mijn doel is aankomende zomer de EK-selectie van Turkije halen. Maar eerst wil ik mijn stempel drukken bij Feyenoord door meer verantwoordelijkheid te nemen en belangrijk te zijn met goals en assists. Volgens Advocaat speelt leeftijd geen rol en zo is het ook.” Melayro Bogarde Geboren: 28 mei 2002 Club: TSG 1899 Hoffenheim Positie: verdediger “Mijn mooiste moment was het winnen van het EK met Oranje onder 17 in 2019. Persoonlijk draaide ik een goed toernooi. Een paar maanden later op het WK in Brazilië met onder 17 speelde ik niet mijn beste wedstrijden, maar ook dat was een mooie ervaring. Door het spelen van die toernooien heb ik gemerkt dat ik in mijn leeftijdscategorie best dicht tegen de top aan zit. Niemand had het denk ik verwacht toen ik in 2018 op mijn zestiende de overstap maakte van Feyenoord naar het Duitse Hoffenheim. Ik had zeven jaar in Rotterdam gevoetbald en kon bij Feyenoord blijven, maar ik dacht en denk dat ik bij Hoffenheim grotere stappen in mijn ontwikkeling kan zetten. Er was in die periode ook concrete interesse van verschillende topclubs uit Engeland, maar bij die clubs is het nog moeilijker om door te breken. Ik vind dat ik een mooie stap heb gemaakt en denk ook dat ik er een completere en betere verdediger ga worden. Hoffenheim staat bekend als een club waar veel doorstroming is vanuit de jeugd. Ze hebben ook een heel nieuw en modern trainingscomplex. Op dat complex woon ik samen met mijn ploeggenoten van onder 19 en wordt er goed voor ons gezorgd. In het begin was het even wennen, maar ik heb nooit last gehad van heimwee. Mijn ouders komen om de drie weken langs en met Joshua Brenet en Jürgen Locadia zijn er twee Nederlandse jongens bij de club met wie ik veel omga. Ook met trainer Alfred Schreuder heb ik goed contact. Ik train drie, vier keer per week mee met het eerste elftal en speel mijn wedstrijden bij onder 19. Daarnaast heb ik één of twee keer in de week individuele training waarbij ik werk aan mijn verbeterpunten. Afgelopen december zat ik tijdens de competitiewedstrijd tegen Red Bull Leipzig voor het eerst op de bank bij het eerste elftal. Dat was een mooie ervaring. Ik merk dat ik steeds een stapje dichter bij mijn profdebuut kom. Dat is mijn doel voor de tweede seizoenshelft. Volgend seizoen wil ik proberen zoveel mogelijk wedstrijden in het eerste te spelen. Ik wil slagen bij Hoffenheim en mijn droom is om op een dag een mooie transfer te maken naar de Spaanse of de Engelse competitie.” Meer namen... Naast Myron Boadu, Sepp van den Berg, Naci Ünüvar, Orkun Kökcü, Melayro Bogarde en Mohamed Ihattaren barst het Nederlandse voetbal van nog veel meer grote talenten. Mannen die het Nederlands elftal in de toekomst bij de hand kunnen nemen. We zetten ze in dit lijstje op alfabetische volgorde op een rijtje. Naoufal Bannis (11 maart 2002, Feyenoord, aanvaller) Jayden Braaf (31 augustus 2002, Manchester City, aanvaller) Brian Brobbey (1 februari 2002, Ajax, aanvaller) Wouter Burger (16 februari 2001, Feyenoord, middenvelder) Ryan Gravenberch (16 mei 2002, Ajax, middenvelder) Kenzo Goudmijn (18 december 2001, AZ, middenvelder) Sontje Hansen (18 mei 2002, Ajax, aanvaller) Ki-Jana Hoever (18 januari 2002, Liverpool, verdediger) Sydney van Hooijdonk (6 februari 2000, NAC Breda, aanvaller) Ian Maatsen (10 maart 2002, Chelsea, verdediger) Daishawn Redan (2 februari 2001, Hertha BSC, aanvaller) Ludovit Reis (1 juni 2000, Barcelona, middenvelder) Devyne Rensch (18 januari 2003, Ajax, verdediger) Xavi Simons (21 april 2003, Paris Saint-Germain, middenvelder) Crysencio Summerville (30 oktober 2001, ADO Den Haag/Feyenoord, aanvaller) Mohamed Taabouni (29 maart 2002, AZ, middenvelder) Kenneth Taylor (16 mei 2002, Ajax, middenvelder) Joshua Zirkzee (22 mei 2001, Bayern München, aanvaller) Helden Magazine 50 Het over Generatie Z komt voort uit Helden Magazine nummer 50, waar op het moment van uitkomen een nieuw decennium is begonnen. Voor Helden een goed moment om jonge, nieuwe sporthelden te belichten. Sportman van 2019 Mathieu van der Poel draait alweer even mee, maar is net 25, wat jong is voor een wielrenner. De alleskunner siert de 50ste cover. In deze editie blikken wij ook aan de hand van afbeeldingen terug met de assistent-trainer van Feyenoord, John de Wolf. Wil Mohamed Ihattaren de eer van de familie hoog houden. Heeft oud-aanvoerster Mandy van den Berg het plezier in het voetbal weer teruggevonden én lees je over de cultclub van Andries Jonker en Co Adriaanse. Verder in de 50ste editie van Helden gingen we langs bij schaatsster Esmee Visser en haar vriend Daan Olivier. Legden we het supertalent, Remco Evenepoel, negen namen voor én gaan we op wereldreis met baansprinter Theo Bos, die graag zijn carrière ‘rond’ wil maken. Daarnaast kan meerkampster Anouk Vetter weer lachen, nadat ze in 2019 door een diep dal ging, is de 21-jarige Griek: Stefanos Tsitsipas de nieuwe ster in het tennis, gaat Victoria Koblenko langs bij judoka Noël van ’t End én verteld Yara van Kerkhof, hoe haar wereld compleet instortte. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Andries Jonker en Co Adriaanse: ‘Je hebt een cultclub in handen’

Co Adriaanse en Andries Jonker [...]
Co Adriaanse en Andries Jonker konden niet langer toekijken hoe De Volewijckers langzaam wegkwijnde. Het voelde alsof hun ouderlijk huis werd afgebroken. Ze sloegen de handen ineen en wekten de legendarische Mosveld-baby’s weer tot leven. “Hier liggen heel veel voetstappen.” Een maandagavond in Amsterdam-Buiksloot. Als twee kinderen in een snoepwinkel vergapen Co Adriaanse en Andries Jonker zich aan rafelige knipsels en kromgetrokken naslagwerken uit de tijd dat ASC De Volewijckers nog een begrip was in het betaalde voetbal. Anekdotes vliegen door de opgeknapte bestuurskamer. Ogen glinsteren. Het gaat over Pietje Boogaard en ouwe Dirk, over tante Nel en de katoenen voetbalshirts van Jansen & Tilanus. Behalve twee plakboeken heeft Co een petje meegenomen in de clubkleuren groen en wit. Het is van zijn vader geweest. Dan stalt ook Andries zijn relikwieën uit. Zijn eerste voetbalbroekje, met drie strepen, heeft hij altijd zorgvuldig bewaard. En uit een doos met winterkleding diepte hij thuis een wollen muts en sjaal op. “Gebreid door mijn tante.” Hij bladert door een boekje dat werd gemaakt ter ere van de promotie naar de eredivisie in 1961, een prestatie die zou voortleven als Het Wonder van Zuilen. Burgemeester Gijs van Hall rept in zijn voorwoord van ‘een ongekende vreugde en geestdrift’. Het beslissende duel is er dan ook eentje uit de categorie Chelsea- Ajax. De Volewijckers had de heenwedstrijd tegen Elinkwijk gewonnen (4- 3), maar stond in de return na tachtig minuten met 4-1 achter. Doordat Frits Soetekouw was uitgevallen, speelden ze met tien man. Eigenlijk zelfs met negen, want Hassie van Wijk kon vanwege een enkelblessure nog amper lopen. Op het Mosveld in Amsterdam-Noord, de thuishaven van De Volewijckers, hingen vier speakers om tweeduizend supporters naar het radioverslag te laten luisteren. De meesten waren alweer zwijgend op weg naar huis toen spits Wout Schaft kort achter elkaar zijn tweede en derde doelpunt van de middag maakte. Willy van ’t Hek zorgde in de slotfase voor de sensationele gelijkmaker. Het is een van de pijlers onder het roemruchte verleden, net als het landskampioenschap van 1944, de rol van De Volewijckers als verzetsclub tijdens de Tweede Wereldoorlog en de tragische dood van Daan de Jongh op 30 september 1962. De hoofdcoach was als een vader voor de jonge spelers – zeven van de elf – uit de eigen kweek. Samen met jeugdtrainer Evert Teunissen had hij aan de wieg gestaan van de Mosveld-baby’s. Voor de ogen van die gouden lichting stierf de 41-jarige De Jongh na een uitwedstrijd tegen DOS in de spelersbus aan een hartaanval. Zijn vrouw Sien zat naast hem. Magie De Volewijckers, opgericht in 1920, vormde decennialang het hart van een arbeiderswijk. De ligging van het stadionnetje was uniek. Op wedstrijddagen hingen mensen uit de ramen van de huizen die het hoofdveld omzoomden. Dakkapellen fungeerden als voorlopers van de skybox, terwijl tientallen kinderen op het materiaalhuisje klommen. In die dorpse ambiance ontstond de magie van het Mosveld. Diverse spelers woonden achter de dug-out of werden zwagers van elkaar, zoals Hassie van Wijk en Dirk de Ruiter junior. Verdediger Dick Schenkel runde een sportzaak op de hoek. Hij opende speciaal op zondag zijn deuren voor medespelers die nog spullen nodig hadden. Adriaanse: 'Ik ben niet bang voor de vergetelheid' Hoewel zijn wortels liggen in de Spaarndammerbuurt, waar alles om DWS draaide, groeide Co Adriaanse op met die romantiek omdat de rest van zijn familie uit Noord kwam. Hij kon de vaste gebruiken op zondag wel dromen. “Eerst naar tante Coba en ome Joop. Zij woonden aan de rand van het Mosveld, een meter of vijftien over de middenlijn. Boven was een slaapkamer met inpandige dakkapel. Daar keken de ooms en neefjes naar het voetbal. De vrouwen bleven beneden, dronken thee en luisterden naar operamuziek die ik vreselijk vond, maar die ik later zelf ook ben gaan draaien.” Helden Magazine 50 Het eerste gedeelte van het verhaal vanAndries Jonker en Co Adriaanse komt voort uit Helden Magazine nummer 50, waar op het moment van uitkomen een nieuw decennium is begonnen. Voor Helden een goed moment om jonge, nieuwe sporthelden te belichten. Sportman van 2019 Mathieu van der Poel draait alweer even mee, maar is net 25, wat jong is voor een wielrenner. De alleskunner siert de 50ste cover. In deze editie is er uitgebreid aandacht voor Generatie Z. Er zijn al tal van voetballers die na de eeuwwisseling zijn geboren, zijn doorgebroken of op het punt staan dat te doen. Onder meer Orkun Kökcü, Mohamed Ihattaren en Myran Boadu komen aan het woord. Daarnaast blikten wij aan de hand van afbeeldingen terug met de assistent-trainer van Feyenoord, John de Wolf. En heeft oud-aanvoerster Mandy van den Berg het plezier in het voetbal weer teruggevonden. Verder in de 50ste editie van Helden gingen we langs bij schaatsster Esmee Visser en haar vriend Daan Olivier. Legden we het supertalent, Remco Evenepoel, negen namen voor én gaan we op wereldreis met baansprinter Theo Bos, die graag zijn carrière ‘rond’ wil maken. Daarnaast kan meerkampster Anouk Vetter weer lachen, nadat ze in 2019 door een diep dal ging, is de 21-jarige Griek: Stefanos Tsitsipas de nieuwe ster in het tennis, gaat Victoria Koblenko langs bij judoka Noël van ’t End én verteld Yara van Kerkhof, hoe haar wereld compleet instortte. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Mandy van den Berg: ‘Het kwam als een mokerslag aan’

Nadat Mandy van den Berg (29) tijdens het gouden [...]
Nadat Mandy van den Berg (29) tijdens het gouden EK van 2017 werd gepasseerd zonder dat ze daarin was gekend, was de verdedigster zo teleurgesteld en had ze het zo moeilijk dat ze alle plezier in het voetbal had verloren. De oud-aanvoerster van Oranje twijfelde zelfs of ze überhaupt nog wilde voetballen. Maar nu is ze terug. De teleurstelling Als Mandy van den Berg deze mid­dag neerploft in een koffietentje aan de Avinguda de les Corts Valencianes in Valencia, niet ver van haar appartement met zwembad, verschijnt er een enorme glimlach op haar gezicht. Het is een glimlach die alles zegt. Want Mandy ziet er niet alleen blij en vrolijk uit, zo voelt ze zich ook, vertelt ze. Of zoals ze zelf zegt: de oude vertrouwde Mandy van den Berg is weer terug, goed­ lachs en gelukkig. Dat komt omdat ze eindelijk weer het plezier in voetballen heeft teruggevon­ den. “Ja, dat was wel even weg,” erkent Mandy, sinds 2018 uitkomend voor Valencia CF Femenino. Het had alles te maken met de teleur­ stelling van het EK in 2017, toen de verdedigster uit Naaldwijk na twee duels door bondscoach Sarina Wiegman werd gepasseerd. Natuurlijk, als topsporter weet Mandy dat ze te maken krijgt met teleurstellingen. Dat is inherent aan topsport. Maar daar ging het ook niet om, zegt ze. Het ging Mandy om de manier waarop. Dat Wiegman, die eerder alles over het team met haar deelde, haar als aanvoerder van de OranjeLeeuwinnen ditmaal niet had meegenomen in haar gedachte en beslis­ sing. Die openheid heeft ze gemist. Mandy: “Als Sarina het me van tevoren had gezegd was de teleurstelling ook gigantisch geweest, maar dan had ik tenminste nog het gevoel gehad dat ik serieus werd genomen. Dat was nu niet het geval. En wat de klap nog groter maakte: we kenden elkaar zo goed en hadden echt een klik. Niet alleen vanwege de tijd bij Oranje, maar ook vanwege de periode bij ADO Den Haag waar ze vijf jaar mijn coach was. Dan had Sarina me toch wel eerder kunnen inlichten?” Juist daarom kreeg het EK zo’n dubbele lading, meent Mandy. “Begrijp me niet verkeerd, het winnen van goud met Oranje was voor mij een absoluut hoogtepunt. Alleen, ik voelde meer euforie en blijdschap voor het team dan ik voor mezelf kon voelen.” Ze had gedacht dat de teleurstelling wel zou verdwijnen als ze zich zou melden bij Reading, op dat moment haar club. “Dat was het idee. Dat ik daar in Engeland gewoon weer lekker ging voetballen.” Maar dat gebeurde niet. De teleurstelling bleef. Het was zelfs zo erg dat Mandy geregeld midden in de nacht wakker werd met de 54ste minuut in haar gedachten, verwijzend naar het moment dat ze in het duel met Denemarken werd gewisseld. “Ik merkte dat het mij zo enorm had geraakt dat het mijn hele doen en laten in mijn dagelijks leven bepaalde. Continu kwamen die gedachten over het EK terug. Niet die gouden medaille, maar die teleurstelling. Ik kon het simpelweg geen plekje geven. Echt, ik scheur liever nog een kruisband dan dat ik dit nog een keer moet mee­ maken. Zoveel moeite had ik ermee.” Klopt het dat je toen zelfs aan stoppen hebt gedacht? “Ja, want ik dacht: als mijn passie zo’n enorme teleurstelling oplevert, is het dan nog wel iets waard? Dat is heel rigoureus en nu haast niet voor te stellen. Zoveel houd ik van het spelletje. Maar toen ben ik wel even diep gegaan. Het was ook niet zo dat ik dat van de een op andere dag dacht. Het ging na het EK al een tijdje niet lekker. Dat kwam ook omdat ik ondertussen bij Reading niet meer aan spelen toekwam. Wat ik volledig begreep. Ik was niet meer degene die ik was.” Wanneer merkte je dat het fijne gevoel weer enigszins terugkwam? “Toen Reading me eind 2017 liet gaan en ik terugkeerde naar Nederland. Ineens was er rust. Daarom wilde ik aanvankelijk ook niet naar Valencia, toen die club bij me aanklopte. Na zes jaar Zweden, Noorwegen en Engeland was ik wel klaar met het buitenland. Ik wilde even helemaal op nul begin­ nen. Maar ja, ik wilde altijd al in Spanje spelen. Die droom had ik al toen ik bij ADO Den Haag zat.” 'Ik nodigde onlangs, net als een jaar eerder, ook weer samen met mijn ouders eenzame mensen uit om bij ons thuis kerst te vieren. Ik wil anderen helpen. Mijn geluk delen' Dus ging je alsnog overstag? “Ja, en daar heb ik nog geen moment spijt van gehad. Zonder te overdrijven: voor mij was er geen betere plek voor een nieuwe start. Dat voelde ik vanaf de eerste dag dat ik in Spanje was. Zo van: het gaat hier gebeuren, ik ga hier het plezier terugvinden. Ik voelde in Valencia letterlijk en figuurlijk de zon schijnen. En wat ook meespeelde: ineens werd ik weer belangrijk als voetballer. Dat was voor mij zo fijn. Kortom, ik bloeide helemaal op. Ik was weer terug.” Helden Magazine 50 Het eerste gedeelte van het verhaal van Mandy van den Berg komt voort uit Helden Magazine nummer 50, waar op het moment van uitkomen een nieuw decennium is begonnen. Voor Helden een goed moment om jonge, nieuwe sporthelden te belichten. Sportman van 2019 Mathieu van der Poel draait alweer even mee, maar is net 25, wat jong is voor een wielrenner. De alleskunner siert de 50ste cover. In deze editie is er uitgebreid aandacht voor Generatie Z. Er zijn al tal van voetballers die na de eeuwwisseling zijn geboren, zijn doorgebroken of op het punt staan dat te doen. Onder meer Orkun Kökcü, Mohamed Ihattaren en Myran Boadu komen aan het woord. Daarnaast blikten wij aan de hand van afbeeldingen terug met de assistent-trainer van Feyenoord, John de Wolf en lees je over de cultclub van Andries Jonker en Co Adriaanse. Verder in de 50ste editie van Helden gingen we langs bij schaatsster Esmee Visser en haar vriend Daan Olivier. Legden we het supertalent, Remco Evenepoel, negen namen voor én gaan we op wereldreis met baansprinter Theo Bos, die graag zijn carrière ‘rond’ wil maken. Daarnaast kan meerkampster Anouk Vetter weer lachen, nadat ze in 2019 door een diep dal ging, is de 21-jarige Griek: Stefanos Tsitsipas de nieuwe ster in het tennis, gaat Victoria Koblenko langs bij judoka Noël van ’t End én verteld Yara van Kerkhof, hoe haar wereld compleet instortte. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Mohamed Ihattaren: ‘Ik wil de eer van de familie hooghouden’

Mohammed Ihattaren is dé revelatie van 2019 en een van de grote [...]
Mohammed Ihattaren is dé revelatie van 2019 en een van de grote talenten van Generatie Z. Mo groeide uit tot een van de belangrijkste krachten van PSV en koos definitief voor het Nederlands elftal. Maar er was ook verdriet. In het najaar overleed zijn vader. “Voor een jongen van zeventien heb ik veel meegemaakt.” De Herdgang. Een donderdagochtend in december. Mohamed Ihattaren is klaar met een uitlooptraining en neemt plaats voor het interview. De avond ervoor won PSV op het nippertje de bekerwedstrijd tegen tweededivisieclub GVVV. De aanvallen­de middenvelder besliste de wedstrijd diep in de verlenging. Nauwkeurig en zonder enige twijfel schoot hij de 2­-1 binnen. Toeval of niet, wie zoekt op de naam Ihattaren, komt uit op de betekenis: de oplettende. Mo: “O ja? Nog nooit van gehoord. Maar nu je het zegt: in het veld ben ik wel scherp. Als ik een kans zie, grijp ik die.” Bluf Hij was dé voetbalrevelatie van 2019 en het grootste talent van Nederland, kopten de kranten. Zijn ontwikkeling ging ra­zendsnel. Ineens was Mo een ster. “Ik heb tegen mijn vrienden gezegd: ik ben en blijf dezelfde Mo, dus tegen mij hoef je niet anders te doen. Mijn vrienden kunnen nog steeds gewoon met mij chillen. Je mag me ook aanpakken of een grap met me uithalen. Daar lig ik niet wakker van. Je hoeft niet per se lief tegen me te zijn. Doe zoals je bent, dat siert een mens.” Mohamed Ihattaren is niet meer weg te denken uit de basis van PSV. En dat terwijl hij amper een jaar geleden, op zestienjarige leeftijd, zijn debuut maakte in de eredivisie. Thuis tegen FC Groningen. “Ik wist altijd al dat ik op mijn zestiende ging debuteren. Dat was geen bluf, maar de honger die ik had om de top te bereiken. Als ik andere spelers van zestien zag debuteren, dan zei ik: dat ga ik ook doen. Een beetje iedereen uitdagen. Sommigen geloofden er niet in, maar de meeste jongens op straat, met wie ik nu nog dagelijks contact heb, zeiden altijd: ‘Jij gaat op je zestiende debuteren.’” Inmiddels prijkt hij bovenaan lijstjes met statistieken. Zo brak Mo het record van de Braziliaanse Ronaldo, hij is nu de jongste doelpuntenmaker ooit van PSV in een Europees hoofdtoer­nooi. “Dat vind ik wel mooi, natuurlijk. Alhoewel ik er niet op let. Ik denk niet voor de wedstrijd: vandaag ga ik eens even dat record verbreken.” Kanaleneiland Mohamed Ihattaren werd op 12 februari 2002 geboren in Utrecht. Hij groeide op in Kanaleneiland in een groot Marokkaans gezin met vier oudere broers en een zus. “Ik ben eigenlijk gewoon een nako­mertje. Mijn zus is zeven jaar ouder dan ik en na mij de jongste. Mijn moeder wilde voor mijn zus graag nog een extra meisje. Maar ja, toen kwam ik. Weer een jongetje, een teleurstelling. Dan moeten we het maar met Mo doen, dachten ze.” Lachend: “Maar ik ben wel de knapste van allemaal, dat weten ze wel.” In een huis met vier oudere broers werd Mo als het moest terechtgewezen. “Ik had geregeld een grote mond tegen mijn broers. Maar die corrigeerden me meteen. Het had geen zin om geintjes uit te halen. Al konden ze me nooit slaan omdat ik de jongste was. Dan wilden ze uithalen en dachten ze toch: ah, kan niet, hij is nog zo jong, dit gaat te ver.” Normen en waarden waren belangrijk in huize Ihattaren. “Thuis praatten we Arabisch. Ons werd geleerd dat respect en mensen helpen belangrijk is. Als ik bijvoorbeeld tot laat buiten was en ik kreeg ruzie met iemand dan moest ik net zolang buiten blijven tot het opgelost was. We zijn heel lief­devol. Als iemand ziek was en je was daar thuis, dan bleef je daar totdat je alles voor diegene had gedaan. Zo zijn wij. Wij steunen iedereen. We hadden het totaal niet breed, maar mijn ouders gaven heel veel liefde. Daar stonden we in Utrecht ook bekend om. 'Ik keek mijn moeder in haar ogen aan, zei tegen haar in het Arabisch: Ja? Ze knikte 'ja' met haar hoofd. Ik heb dat vervolgens in het Nederlands herhaald tegen de bondscoach' Het was leuk om in Kanaleneiland op te groeien. Veel mensen schrikken altijd een beetje bij het horen van de naam van die buurt. Maar ik rij er geregeld nog naartoe, gewoon om even de sfeer te proeven. Voor een jongen van zeventien heb ik veel meegemaakt daar. De wijk heeft verschillende kanten. Het kan er ook heel snel misgaan, dat heb ik ook in mijn omgeving meegemaakt. Jongens met wie ik dagelijks aan het voetballen was, zijn afgegleden richting drugs en criminaliteit.” Vader Mustapha Ihattaren werkte in een grote frisdrankenfabriek en moeder Ihattaren zorgde voor de kinde­ren. School en hard werken stonden op de eerste plaats. De oudste zonen hadden naast school een krantenwijk. Alleen voor Mo werd een uitzondering gemaakt. “Mijn hele leven stond al snel volledig in het teken van voetbal. Maar dan ook voor honderd procent. Ik heb ook nooit nagedacht over een opleiding of studeren. Ik had maar één doel voor ogen en dat was profvoetballer worden, al was het op één been.” Al gauw had de familie in de gaten dat de kleine Mo talent­ vol was. “In Utrecht was ik al bezeten van de bal. Iedere vrije minuut van de dag was ik buiten aan het voetballen.” Zijn veertien jaar oudere broer Adil schreef Mo in bij voetbal­ vereniging SV Houten, al mocht dat officieel niet omdat Mo woonachtig was in een ander postcodegebied. Eén keer mocht hij meetrainen. Toen de trainers hem in actie zagen, wisten ze genoeg. Nog geen drie maanden later, Mo was acht, klopte PSV aan de deur. Ajax en Feyenoord volgden, maar vader en moeder Ihattaren hadden hun woord al gegeven aan PSV. Daarbij speelde ook Ibrahim Afellay een grote rol. “Afellay was vroeger echt mijn grote idool. Zeker toen hij bij Barcelona speelde. Door hem ben ik eigenlijk naar PSV gegaan. Hij is ook een Marokkaan uit Utrecht die naar PSV is gegaan. Ik had ook bij andere clubs kunnen spelen, maar tegen Ibi keek ik echt op. Een Marokkaan uit Utrecht die het heeft gemaakt.” Zijn moeder wilde niet dat haar jongste zoon iedere dag heen en weer moest met de trein en dus regelde PSV een huis voor het gezin in Eindhoven. “Mijn broers zijn destijds niet mee­ verhuisd naar Eindhoven, die bleven in Utrecht. Ze hadden hun eigen werk, maar kwamen wel elk weekend langs. Of doordeweeks op een avond. En af en toe gingen we zelf terug in de weekenden. Ik voelde altijd hun steun. Iedereen had een rol op zich genomen om mij te geven wat nodig was.” Mo’s oudste broer Yassir (33) verhuisde na een tijdje naar Eindhoven. Hij zegde zijn baan als geschiedenisleraar in Over­vecht op en ontfermde zich over Mo. Hij begeleidt hem nog altijd persoonlijk. “Maar eigenlijk hebben ze allemaal heel veel voor me gedaan. Ik weet dat mijn broers hun eigen din­gen vergaten om mij blij te zien. Daar wil ik ze ook echt voor bedanken, ik zal nooit vergeten wat zij voor mij hebben gedaan. Zonder hen had ik dit nooit kunnen bereiken. Dat wil ik natuurlijk terugbetalen. De ene broer heeft me overal naartoe gebracht, de ander schreef me in bij m’n eerste voet­balclub SV Houten. En weer een ander is kapper, die knipt me altijd voor de wedstrijden. Ik heb ook een broer die apotheker is. Dat is de slimste van het gezin. Ik ben zo trots op hem. En mijn zus is echt mijn grootste fan. Ik heb haar een seizoenkaart gegeven, ze zit ieder weekend op de tribune. Nog steeds zie ik mijn broers en zus bijna iedere dag. Ze maken tijd voor me vrij, ook als ze het druk hebben. We hebben een heel hechte familie.” Kippenvel Maar de belangrijkste persoon in zijn carrière was misschien wel zijn vader. Na een lang ziekbed overleed Mustapha Ihat­taren in oktober aan de gevolgen van kanker. “Door hem ben ik gekomen waar ik nu sta. Ik ben blij dat hij nog van mijn doorbraak bij PSV heeft kunnen genieten. Inmiddels heb ik zijn overlijden een plek kunnen geven, maar het blijft moei­lijk. Je kunt wel zeggen: na een tijd gaat de pijn weg, maar deze pijn gaat nooit weg. De liefde die ik voor m’n vader had, gaat ook nooit meer weg. Nog iedere keer voor een wedstrijd moet ik aan hem denken. Of voor het sla­pen gaan. Ik huil niet zo snel, maar het verdriet voel ik wel.” De eerste wedstrijd na het overlijden van zijn vader speelde Mo met PSV uit te­gen FC Utrecht. Hij kreeg minutenlang applaus van de Utrecht­fans uit ‘zijn’ stad. “Het raakte me enorm. Ik moest huilen op het veld. Het laat zien dat voetbal ook verbindt. Ik vind het nog steeds moei­lijk om erover te praten. Het is iets wat ik nooit zal vergeten, die enorme steun die ik heb gekregen, ook hier bij PSV, van spelers, trainers, stewards, supporters. Zelfs de mensen die ik niet kende binnen de club lieten wat van zich horen.” In Utrecht ving ook de Marokkaanse gemeenschap de familie op. “Veel buurt­ genoten zijn bij ons komen eten. De moskee zat vol, de straten waren vol, zelfs de Nederlandse politie heeft gehol­pen om parkeerplekken te regelen voor mensen. Ze zorgden ervoor dat het veilig was in de buurt. Ook voor mij, dat mij niks overkwam. Mijn vader is in Marokko begraven, mijn vrienden zijn ook meegereisd. Ik zal niet vergeten wat de mensen voor ons hebben gedaan. Ik krijg weer kippenvel als ik erover praat.” Alhoewel Mo er nooit heeft gewoond, voelt hij zich sterk verbonden met het land van zijn ouders. “Tijdens het laatste WK had ik kippenvel toen Marokko speelde. Het was ook mooi om mijn moeder te zien die vol trots en met open mond naar de wedstrijden keek. Natuurlijk, ik ben ook geliefd in Marokko. Toen ik naar Marokko ging voor de begrafenis van mijn vader, werd ik ook heel goed behandeld. Ik ga er elk jaar op vakantie, zodat ik één blijf met het land.” Zijn vader kwam uit het dorp Rouadi, in het noorden van Marokko. Veel meer dan zand is er niet, zag ook Mo. “Ik heb er een waterput gedoneerd. Rouadi bestaat uit zand, wat huizen en een moskee. Kinderen rennen een beetje op straat rond. Als mijn ouders hadden besloten om daar te blijven, dan was er van mij weinig terechtgekomen, dat besef ik goed.” Maar een waterput is niet genoeg. Mo wil meer doen voor zijn tweede thuisland en is voorzichtig bezig met het maken van plannen. “Als ik een keer ergens een veldje mag neerleggen, doe ik dat in Marokko. Maar ik wil veel meer dan dat. Ik droom ervan om grote dingen te doen. Wat precies weet ik nog niet. Wij voetballers redden geen mensenlevens, dus we moeten op een andere manier goed doen. Ik wil in ieder geval kinderen aansporen om te bewegen, zorgen dat ze gaan voetballen. En hen kleding en schoenen geven. Ik wil dat ze het goed hebben.” Ronald Koeman Sinds het overlijden van zijn vader is de band met zijn moeder nog hechter geworden. “Mijn moeder en ik wonen nu samen in een appartement in Eindhoven. Overal waar ik ben, daar is zij. Als ik naar Utrecht ga, dan rijdt ze mee, als ik terugkeer naar Eindhoven gaat ze ook weer mee. Na de training ga ik altijd meteen naar huis, dan heeft zij gekookt. Als het echt vroeg is, rijden we naar Utrecht en als het wat later is, dan blijven we in Eindhoven. Dan kijken we tv of we gaan even naar buiten, de stad in. Of we gaan winkelen. Daar houden moeders van, hè. Dan wacht ik rustig in een hoekje van de winkel tot ze klaar is. We zijn niet van elkaar weg te slaan.” Mo noemt haar een voetbalkenner. “Ze vindt het mooi als ik scoor.” Lachend: “Ik luister eigenlijk nooit naar haar voetbal­tips, maar als ze zegt: ‘Meer schieten’, dan heeft ze wel gelijk.” Niks gebeurt zonder goedkeuring van zijn moeder. “We maken samen keuzes. Als mijn moeder iets niet wil, als ze bijvoorbeeld niet wil dat ik voor een bepaalde club ga spelen, dan gebeurt het niet.” Zo ook zijn beslissing om niet voor het Marokkaanse elftal uit te komen, maar om definitief voor het Nederlands elftal te kiezen. “De hele familie moest er een goed gevoel bij hebben. We zijn mijn carrière met zijn allen, als familie, begonnen, dan moeten we de keuzes ook samen blijven maken tot het eind van mijn loopbaan. Zeker na het overlijden van mijn vader betrek ik mijn moeder, maar ook de rest, overal bij. Beslissingen nemen we met het hele gezin.” Het hele land leek een mening te hebben over de keuze van Mo. Maar daar liet hij zich niet door afleiden. “Ik luister nooit naar mensen die verder van me afstaan. Wat de buitenwereld en de journalisten verder vinden, boeit me weinig. Daar ben ik heel nuchter in. Laat iedereen maar lekker praten. Die programma’s op tv kijk ik ook nooit. Voetbal speel ik zelf, dus dat hoef ik achteraf niet nog eens te zien of erover te horen.” De keuze was voor Mo niet moeilijk. “Ik wist altijd wel wat ik wilde. PSV en de KNVB waren al jaren goed voor me. Bovendien heeft Nederland zo’n mooie selectie. Virgil van Dijk, Georginio Wijnaldum, Memphis Depay, Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt. Het zijn allemaal toppers. Het lijkt me geweldig om onderdeel van dat team uit te maken. We kunnen de komende jaren op EK’s en WK’s ook echt voor de prijzen gaan spelen. Ik heb er met vrienden als Donyell Malen en Georginio Wijnaldum en natuurlijk mijn oude trainer Mark van Bommel over gesproken. Zij adviseerden mij ook voor Oranje te kiezen.” De beslissing werd genomen en medegedeeld op de Herdgang, toen Mo met zijn moeder tegenover Ronald Koeman zat. “De bondscoach wilde een uitspraak van me. Ik keek mijn moeder recht in haar ogen aan, zei tegen haar in het Arabisch: ja? Toen knikte ze ‘ja’ met haar hoofd. En heb ik dat vervolgens in het Nederlands herhaald tegen de bondscoach.” Maar ook de Marokkaanse bond trok aan Mo. “Ze wilden me graag hebben. Soms hoor je wilde verhalen over geldbedragen, maar dat is onzin. Er was respect voor mijn beslissing. Natuur­lijk ben en blijf ik ook Marokkaan, alleen speel ik voor het Nederlands elftal.” Zijn debuut hoopt hij in maart te kunnen maken, als het Nederlands elftal oefenwedstrijden speelt tegen Spanje en de Verenigde Staten. “Met Ronald Koeman heb ik geen afspraken gemaakt over mijn debuut. Maar als ik blijf presteren bij mijn club, dan moet het goed komen.” Voetbalwetten Voorlopig zet Mo dus zijn zinnen op PSV, de club waar hij de jeugdopleiding doorliep. “PSV geeft me veel vertrouwen en dat heeft me enorm geholpen. Ik ben en was niet altijd de makkelijkste. Ook niet in de jeugd. Op voetbalgebied kon ik irritant zijn. Ik wilde altijd mijn zin hebben. Als het even niet liep, dan gooide ik er met de pet naar. Mijn familie heeft me toen keihard aangepakt en gezegd dat ik mijn toekomst aan het verkloten was. Ik maakte het te makkelijk voor mezelf, dacht te vaak: die wedstrijd beslis ik toch wel met een mooie actie. Ik was niet arrogant, maar te makkelijk. Moest leren iedere minuut honderd procent te geven. Ben nu echt een team­ speler geworden, dat was ik vroeger totaal niet. Uiteindelijk moet dat om het niveau te halen van de toppers.” Ondanks de doorbraak van Mo kende PSV geen makkelijke periode. De ploeg werd in het najaar uitgeschakeld in Europa en de resultaten in de competitie vielen tegen. Twee dagen voor de nipt gewonnen bekerwedstrijd tegen GVVV werd trainer Mark van Bommel ontslagen. “Een ontslag van een trainer was wel iets nieuws voor mij. Ik was verbaasd over de beslissing van de PSV­leiding, maar ik weet dat er keiharde voetbalwetten zijn als het sportief slecht gaat. Persoonlijk raakte het me wel. Ik had een heel goede band met Mark van Bommel en zijn vertrek heeft me pijn gedaan. Hij is wel degene die me de kans heeft gegeven en zoveel vertrouwen in mij had. Tijdens de ziekte en het overlijden van mijn vader was hij er ook voor me. Ik kon altijd bij hem terecht en hij steunde en troostte mij. Ik heb toen een andere Mark van Bommel leren kennen dan het beeld dat de buitenwacht van hem heeft. Niet hard en kil, maar warm. Ik ben ook blij dat ik een ­op ­een afscheid heb kunnen nemen. Dat was best een emotioneel moment. Hij was voor mij meer dan alleen een trainer, ook de man die naast mij stond in de moeilijkste momenten van mijn leven tot nu toe. Tijdens de ziekte en het overlijden van mijn vader.” Toch is het plezier op het veld niet verdwenen sinds zijn vertrek. “Het hoort erbij. We hebben een mooie en goede ploeg, de resultaten komen weer. We hebben genoeg goeie spelers en ik kan het ook met allemaal goed vinden. Wij probe­ren elkaar scherp te houden en naar een hoger niveau te tillen. We praten veel met elkaar.” Een buitenlands avontuur lonkt nog niet. “Ik doe niet aan carrièreplanning. Natuurlijk hou ik van de mooie clubs in Spanje, Duitsland of Engeland en ik wil ooit voor zo’n grote club uitkomen. Vroeger keek ik graag naar Barcelona, dat tiki- taka-spel. Maar ik zeg je eerlijk: ik kijk niet veel naar andere wedstrijden. Ik volg wel af en toe Luka Modric en ik vind Frenkie de Jong het heel goed doen. En Lionel Messi is natuur­lijk niet normaal. De beste van allemaal.” Familiezaak Hoe het ook loopt in de carrière van Mo, naar zijn Utrechtse roots zal hij ooit weer terugkeren. Al beseft hij dat hij als Marokkaan ook altijd te maken zal heb­ben met vooroordelen. “Ik krijg bijna dagelijks discriminerende woorden over me heen. Op straat. Voor de deur van mijn moeder. Overal. En dan de poli­tie. Sinds ik mijn rijbewijs heb, word ik bijna ieder weekend wel aangehouden. Zeker in Eindhoven, in Utrecht is dat wat minder. Een jonge Marokkaan kan blijk­baar niet in een mooie auto rijden. Maar goed, wat moet ik eraan doen? Al word ik er soms wel gek van. Ik probeer altijd maar vriendelijk te blijven. Ondanks deze vooroordelen mogen we trots zijn dat we in Nederland leven. Mijn vader zei dat ook altijd. De manier waarop ik ben opgegroeid, wil ik later ook aan mijn kinderen meegeven. Niet dat zij ineens heel luxe moeten leven omdat papa het goed heeft gedaan als voetballer. Dat gaat niet gebeuren. Ze krijgen alles wat ze willen, maar ze moeten er wel voor werken. Je leert er niks van als je alles in de schoot geworpen krijgt.” Zijn familie is Mo eeuwig dankbaar. “Ik hoop dat ik ze heb kunnen terugbetalen met hoe het nu met me gaat. Ik wil de eer van de familie, van onze achternaam, hooghouden. Maar ik wil nog wel mooiere dingen doen voor de familie. Stiekem hoop ik zo snel mogelijk een familiezaak te openen. Een eettent in Utrecht. Met groot de naam Ihattaren op de gevel. Waar ieder­ een mag aanschuiven en het één grote gezellige boel is.” Helden Magazine 50 Het eerste gedeelte van het verhaal van Mohamed Ihattaren komt voort uit Helden Magazine nummer 50, waar op het moment van uitkomen een nieuw decennium is begonnen. Voor Helden een goed moment om jonge, nieuwe sporthelden te belichten. Sportman van 2019 Mathieu van der Poel draait alweer even mee, maar is net 25, wat jong is voor een wielrenner. De alleskunner siert de 50ste cover. In deze editie is er uitgebreid aandacht voor Generatie Z. Er zijn al tal van voetballers die na de eeuwwisseling zijn geboren, zijn doorgebroken of op het punt staan dat te doen. Onder meer Orkun Kökcü en Myran Boadu komen aan het woord. Daarnaast blikten wij aan de hand van afbeeldingen terug met de assistent-trainer van Feyenoord, John de Wolf. Heeft oud-aanvoerster Mandy van den Berg het plezier in het voetbal weer teruggevonden én lees je over de cultclub van Andries Jonker en Co Adriaanse. Verder in de 50ste editie van Helden gingen we langs bij schaatsster Esmee Visser en haar vriend Daan Olivier. Legden we het supertalent, Remco Evenepoel, negen namen voor én gaan we op wereldreis met baansprinter Theo Bos, die graag zijn carrière ‘rond’ wil maken. Daarnaast kan meerkampster Anouk Vetter weer lachen, nadat ze in 2019 door een diep dal ging, is de 21-jarige Griek: Stefanos Tsitsipas de nieuwe ster in het tennis, gaat Victoria Koblenko langs bij judoka Noël van ’t End én verteld Yara van Kerkhof, hoe haar wereld compleet instortte. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Ron Vlaar: ‘Ik lag in puin’

Hij speelde een geweldig WK. De nuchtere Ron [...]
Hij speelde een geweldig WK. De nuchtere Ron Vlaar was een baken van rust in de defensie. Hij werd een held, werd vol eerbied Ron Beton genoemd. Met Helden blikt hij in het ouderlijk huis terug op een bewogen periode. “Ineens rolden de tranen over mijn wangen.” Ze stonden er ietwat ongemakkelijk bij, Ron Vlaar van 29 en zijn vier jaar jongere zus Lisan, in de bardisco in het naburige Alkmaar. Uitgaan, Ron kon zich de laatste keer al bijna niet meer heugen. Al snel gonsde het: “Ron Vlaar staat daar! Ron Beton, van het WK!” Lisan vertelt met smaak: “Vroeger moest hij weleens een handtekening uitdelen, maar nu kwamen ze op hem af als bijen op de honing. Alleen... allemaal jongens. Nauwelijks meiden.” Niets gedronken In het verleden moest hij weleens uitleggen waar hij nou precies speelde. Dat is nu allemaal anders. Ron Vlaar werd op het WK in Brazilië befaamd als De Muur van Oranje. Een muur van beton. Ron Beton dus. Met stevige tackles, manmoedige lijfgevechten en kordate intercepties groeide hij – die rouwdouwer uit het pietepeuterige Hensbroek - uit tot leider van de defensie en held van Nederland. ‘Eindelijk weer een verdediger van Jaap Stam-achtige proporties,’ lazen we op Twitter. Vlaar is geen geboren ster. Geen voetballer bij wie zowel bal als kapsel automatisch goed valt. Hij is door een enorme dosis zelfdiscipline, veerkracht en opofferingsgezindheid een topper gewórden. Na het dramatische EK 2012, zijn eerste toernooi, zette hij een dikke streep onder zijn verleden en maakte in zijn hoofd een A4’tje met persoonlijke spelregels. Zijn aanpak, al behoorlijk professioneel, werd rigoureuzer. Hij wilde naar het WK en wilde daar de beste versie van zichzelf laten zien. Trainingen, fysieke en mentale behandelingen, vrijetijdsbesteding, voeding; alles stond in het teken van het WK 2014. “Dan moet ik er staan, had ik bedacht.” We treffen Ron Vlaar aan de keukentafel van zijn ouderlijk huis aan het Waterweidje. Hij heeft vakantie. Voor zijn neus staat onmiskenbaar een stuk aardbeientaart. Hij heeft eerder in de week al een ‘gezelligheidsbiertje’ op, vertelt hij. Grijnzend: “Het mag nu even.” Twee jaar zondigde hij nimmer. Vlaar: “Ook tijdens het WK heb ik niets gedronken. Geen behoefte aan. Het werd ook niet toegestaan.” Bondscoach Louis van Gaal trok de teugels aan. Er was positiviteit, maar ook duidelijkheid. Er waren grenzen, waarbinnen toch wat mogelijk bleek. Vlaar genoot van die professionaliteit. Straks zal hij weer moeiteloos de taartjes en biertjes laten staan. “Dat kost me geen enkele moeite. Ik weet waar ik het voor doe.” Team Vlaar De 29-jarige in Engeland spelende verdediger heeft nog een appartement in Rotterdam, maar dat verhuurt hij permanent. In Nederland zit hij steevast bij zijn ouders, die hun rijtjeswoning sinds hun huwelijk nooit verlaten hebben. In de tuin ligt een grasveld, daarnaast staan een trampoline en een tuinhuis, binnen is de keukentafel het centrale verzamelpunt. Moeder Margaret serveert bakken filterkoffie en stukken taart. Jongste zus Lisan schuift aan, vader Peter later als zijn dienst als NS-conducteur erop zit ook. Knusser kan het bijna niet. Anoniemer ook niet. Slechts de shirts van WK-tegenstanders aan de kast en een oranje bordje met Ron Vlaar-straat op de hoek van de straat (“heeft een buurjongen gedaan”) verraden dat hier een voorname international vertoeft. En de envelop op de deurmat waarop slechts ‘Ron Beton – Hensbroek’ staat. We nemen het interview af in juli, tussen WK en seizoenvoorbereiding in. Vlaar toog niet naar Ibiza, Aruba of Barbados zoals zijn collega’s, hij ging naar Hensbroek en vierde vakantie met zonen Shane (6) en Xavi (2), voortgekomen uit zijn gestrande huwelijk, en zijn ouders en zussen. “Thuis blijven is een van de betere beslissingen die ik heb genomen de laatste tijd. We konden lekker naar de speeltuin, het pretpark en het strand. Ik heb de mensen waar ik het meest van houd om me heen, spreek af met vrienden; perfect. Ik ben geen jetsettype,” vertelt Vlaar gestoken in een T-shirt en jeans. Excentriek is Vlaar op een andere manier. Sinds een paar maanden loopt hij bijvoorbeeld bij een diëtist. “Ik heb advies ingewonnen over voeding, biologisch eten en superfoods. Ik ben continu op zoek naar verbeteringen. Het kostte tijd om daarin om te schakelen. Ik moest zoeken naar wat ik nodig heb, maar ik moet het ook lekker vinden.” Om het beste uit zichzelf te halen is er een zogenaamd Team Vlaar geformeerd dat bestaat uit: een fysiotherapeut (FysioConcept), een osteopaat (Lee Johnson), een mental coach (Bouke de Boer) en een personal trainer (Hans Kroon). “Die laatste heb ik leren kennen in mijn Feyenoordtijd. Hij heeft me mentaal veel sterker gemaakt. Door continu mijn grenzen te verleggen, iedere krachttraining van hem te volbrengen. ‘Opgeven is geen optie’ is er echt ingestampt. Zo kun je in een wedstrijd dieper gaan. Hij traint ook judoka’s, kickboksers, atleten. Die mannen en vrouwen gaan zó diep. Individuele sporters moeten alles uit zichzelf halen, want jij bent als enige verantwoordelijk. Voetballers hebben het best makkelijk. Soms kun je je verstoppen. Kun je naar een ander wijzen, zeker als een coach dat toelaat. We hoeven in principe niet veel te trainen op een dag en verdienen al snel heel veel geld. Ik weet niet of dat goed is. Ik bedoel: ik heb er ook geen nee tegen gezegd. Maar het kan je lui maken.” Het trekt ook bepaalde types aan die van je willen profiteren. “Ook dat. Ga maar even uitvinden hoe die wereld in elkaar zit op je negentiende. Ik heb veel geleerd. Ook in mijn profhouding. Dat je toch gewoon een achturige werkdag moet draaien. Als ik thuiskom na de training ga ik lunchen en even slapen, dan weer trainen of extra oefeningen doen bij een specialist. Die verwijst me soms naar een andere bij wie ik winst kan boeken. Als je voelt dat je sterker wordt, waarom zou je dat dan niet doen?” Echt onzin Het dominorijtje startte bij zijn mental coach Bouke de Boer. “Die leerde ik via vrienden kennen. Ik was in gesprek met Feyenoord over een nieuw contract. Ik twijfelde. Bouke stelde me vragen en zo is het antwoord eruit komen rollen. Dat ik eigenlijk nog bij Feyenoord wilde blijven.” Vader Peter: “Eigenlijk was je er al uit met ons en je zaakwaarnemer Arnold Oosterveer. Maar ik vind het goed dat jij je zo breed informeert.” Ron: “Precies. Dit gaf de laatste zet.” Naast de gesprekken las Vlaar boeken die hem hielpen zijn mentale gesteldheid te verbeteren. Zoals ‘De bijzondere reis van de prikkel’. “Daarin staan heel interessante dingen over hoe je met bepaalde situaties moet omgaan. Tijdens het WK heb ik in het vliegtuig het boek ‘Persoonlijk leiderschap’ gelezen. Er werden processen in beschreven die ikzelf al in gang had gezet. Dat was een soort bevestiging, voelde goed. Een voorbeeld is: ga voorin de bus zitten. Neem zelf het stuur in handen. Zorg dat je niet afhankelijk bent van anderen.” Voor en tijdens het WK had hij een nieuwe leermeester: Louis van Gaal. “Hebben jullie zijn speech van voor het WK bij ING gezien op YouTube? Die is toch fantastisch?” Ja, toevallig was Frits erbij aanwezig. Maar wat heeft Van Gaal precies gedaan bij jullie? “Drie dingen: fitheid, teamgeest en compact spelen. Daar heeft hij op geselecteerd, dat is gesmeed tijdens het trainingskamp in Portugal. Ik heb nog nooit zo’n effectief trainingskamp meegemaakt. Daar is het zaadje geplant en direct tot een evenwichtige bloem uitgegroeid. Wij waren gewoon veel fitter dan onze tegenstanders. Zelfs tegen Mexico in de bloedhitte van Fortaleza draaiden we een wedstrijd om. Soms hebben we afgewacht om later toe te slaan. Kun je een laffe tactiek noemen, maar dat vind ik echt onzin.” Je straalt bijna als je het hebt over de aanpak van Van Gaal. Dat is anders geweest toen jullie elkaar voor het eerst bij AZ ontmoetten zo’n acht jaar geleden. Jij verkaste zelfs naar Feyenoord door hem. “Ik kon toen niet met zijn persoonlijkheid omgaan, bovendien werd ik het met AZ niet eens over contractverlenging. Je kunt mij niet meer vergelijken met de jongen van toen, ik ben mentaal veel sterker geworden. Zou nu heel anders in zo’n situatie staan. Bovendien ben ik dus als topsporter veeleisend en perfectionistisch geworden. In die zin toegegroeid naar Van Gaal, want hij let echt op alle details. Dat vind ik prettig. Hij wil het voetbal verbeteren. Maar als je iets aparts of nieuws doet, dan krijg je het erg moeilijk in Nederland. Ik heb er bewondering voor dat hij dat toch probeert.” 'Eigenlijk is dat iets heel moois. Dat Van Gaal en ik zo naar elkaar zijn toegegroeid' Baal je dat het toen niet klikte? Was je anders niet al eerder op dit niveau geweest? “Dat weet je nooit, maar bij Feyenoord heb ik me goed kunnen ontwikkelen, veel meegemaakt. En ik ben heel dankbaar dat ik nu deze twee jaar met Van Gaal heb meegemaakt, met het WK als hoogtepunt. Dat heb ik hem ook verteld.” Wanneer? “In Noordwijk toen we afscheid namen van elkaar. Ik denk dat hij dat kon waarderen. In het verleden ben ik anders met zaken omgegaan dan ik nu zou doen. Ik heb er geen problemen mee om me kwetsbaar op te stellen. Van Gaal ook niet, trouwens.” Wat zei hij tegen jou? “Dat hij vond dat ik een heel goed toernooi had gespeeld. Dat hij daar heel blij mee was, vooral voor mij. Eigenlijk is het iets heel moois dat we zo naar elkaar zijn toegegroeid. Of eigenlijk: dat ik naar zijn mindset ben gegroeid, want veel van de dingen die hij bij AZ zei, herkende ik weer. Nu kon ik het plaatsen, had ik er juist veel aan. Toen schrok het me af.” Van Gaal selecteerde je niet voor zijn eerste oefenwedstrijd tegen België. Hij was weg van Stefan de Vrij, gaf John Heitinga een kans. Wanneer kwam het kantelpunt in jouw relatie met Van Gaal? “We hadden elkaar gezien bij Feyenoord-Dinamo Kiev. Toen hebben we elkaar de hand geschud. Ik had in een interview al eens gerefereerd aan ons verleden. Hij zei uit zichzelf: ‘Dat speelt niet meer voor mij, zand erover.’ Dat was prettig. Toen we elkaar later weer zagen voor mijn eerste interland onder hem was ik best gespannen. Hij deed een woordje. Ik ging naar mijn kamer en dacht: ik ga voor mezelf door het vuur én ik ga voor hem door het vuur. Dat borrelde spontaan op.” Klote momenten Veel lof voor de onverwachte derde plaats gaat naar Van Gaal, naar wervelwind Arjen Robben, naar powerhouse Nigel de Jong. Maar was het niet Ron Vlaar die meteen in minuut één de toon zette met een stevige tackle op spits Diego Costa, de met veel tamtam tot Spanjaard genaturaliseerde Braziliaan? “Ik denk dat we allebei heel anders aan de wedstrijd begonnen,” haalt Vlaar terug terwijl er een glimlach om zijn lippen speelt. “Costa dacht, volgens mij, dat hij het wel even ging doen. Bij Stefan speelde hij de bal er een keer langs en dacht hij er voorbij te lopen. Ja, da-hag! Wij maakten meteen een paar stevige tackles. Lieten zien: ho, stop, dit is ons territorium. Ik deed dat al na een minuut op de middenlijn. Hij nam de bal rustig aan en ik dacht: jij bent voor mij.” Hij kijkt er fel bij, alsof hij weer terug is in het moment. Neemt dan even gas terug. “Zo ben ik niet als verdediger. Ik maak niet veel overtredingen. Daar ben ik een beetje out of character gestapt, wilde een signaal afgeven aan de ploeg. Ik ben voorin de bus gaan zitten.” Het was het startsein voor een uitstekend toernooi. Met als hoogtepunt de halve finale tegen Argentinië waarin hij Messi, Agüero en Higuaìn aan banden legde. Twitter ontplofte toen hij in de tweede helft met een perfecte tackle de dribbelende Lionel Messi de bal ontnam. Ron: “Ik had voor het toernooi al een goed gevoel. Vraag maar aan mijn ouders.” Moeder Margaret knikt. “Iedereen die je sprak zei: ‘Het wordt niks met Oranje.’ Maar Ron zei: ‘We gaan voor de titel, dit voelt zó goed.’ Heel apart. Alsof het verschillende werelden waren.” Ron: “Ik voelde gewoon dat het goed zou gaan, voelde nooit echte spanning. Zelfs toen het tijdens de oefenwedstrijden nog niet super liep. Mijn beste nacht daar was die voor Spanje. Ik sliep als een roos.” Vader Peter: “Terwijl het de weken voor het WK bij Aston Villa niet eens top ging.” Ron: “Bij Villa draaide ik een goed seizoen. Maar de laatste wedstrijden draaiden we voor geen meter, ik ging daarin mee. Ballen over vijf meter kwamen niet meer aan. Dat knaagde enorm, ik heb toen wat klote momenten gehad. Ik wilde mijn niveau liften, maar dat ging alleen maar naar beneden.” Getwijfeld of je selectie zou halen? “Ik wist: geef me twee weken bij Oranje. 13 Juni, dan moet ik er staan. Ik móést er gewoon heen. Dat straalde ik, denk ik, ook uit.” Jij bent de báááás Zijn mooiste moment? Dat vond eigenlijk plaats toen zijn toernooi bijna ten einde was. “Weet je, die tackle op Messi. Ik heb ook wel gehoord dat mensen dat mooi vonden. Maar ik was me er niet eens zo van bewust, ik was alweer bezig met de rest. Het was een wedstrijd waarin alles lukte, waarin je de beste versie van mij zag. Het geeft veel voldoening dat op dat moment alles klopte.” Dan glunderend: “Maar het mooiste moment was tijdens die pot om het brons met Brazilië. Stefan en ik hadden alles. Hij zat overal voor, ik zat overal tussen. We waren messcherp, zoals het hele toernooi eigenlijk al. Rond de zeventigste minuut keken we elkaar aan, we lachten voluit. Ik zei tegen hem: Steef, jij bent echt de báááás! Hij zei tegen mij: ‘Jij ook!’” Vlaar zag de zeven jaar jongere De Vrij op zijn zeventiende bij Feyenoord debuteren en dacht meteen: goeie speler, goeie gozer. “Wat ik met Stefan heb is uniek. Wij versterken elkaar. Hij is rustig, goed met zijn vak bezig, slim. We hebben vaak tegen elkaar gezegd: ‘Jij en ik staan straks samen op het WK.’ Ondanks dat we, als rechtsbenige centrumverdedigers, eigenlijk concurrenten zijn. Hij heeft mij erdoorheen gesleept voor het toernooi, toen hij beter was. Ik heb hem opgebeurd na die strafschop tegen Spanje. We hebben onze eigen weg gevolgd, ook bij Feyenoord. Dat hij privétrainingen nam bij Hans werd hem niet in dank afgenomen. Maar juist die trainingen hebben ons gebracht waar we nu zijn. Ik wil niet al te wijs klinken, maar daar mogen we in Nederland weleens over nadenken, professioneler in worden. Als wij het fysieke gedeelte beter gaan invullen, worden we echt nog een keer wereldkampioen.” 'Als wij het fysieke gedeelte beter gaan invullen worden we echt nog een keer Wereldkampioen' Wat is jouw visie daarop? “Het begint al in de jeugd. Bij Oranje onder dertien, veertien, vijftien jaar liggen we fysiek al flink achter. Het wordt iets beter, maar dat komt vaak door eigen initiatief. Je zou het als norm moeten stellen, net als de mentale gesteldheid. Kijk naar de Duitsers. Die hadden al de mentaliteit, het loopvermogen en het fysiek. Maar zij hebben heel veel geld gestopt in de jeugdopleiding. Ze voetballen veel beter dan vroeger, veel Nederlandser en zitten iedere keer bij de beste vier. Wij moeten een inhaalslag maken. Ik denk dat we dit toernooi hebben laten zien hoe je op het gebied van teamspirit, geloof en fysieke kracht ver kunt komen. We straalden met zijn allen uit dat we wilden winnen. Het zou de blauwdruk moeten zijn voor de toekomst.” Misschien is het onze perceptie, maar voetballers lijken steeds meer supersterren te worden in plaats van nijvere aan zichzelf werkende bijen. “Iedereen moet in zijn vrije tijd doen wat hij wil. Ik veroordeel niemand. Ik hoef niet per se over een rode loper, daar voel ik me niet thuis. Daar heb ik ook geen tijd voor, het past niet in hoe ik mijn sport beleef. Als een ander dat wel doet is dat prima, zolang hij maar topfit blijft en presteert. Het gaat er bij mij alleen niet in dat een speler tegen mij zegt dat hij liever acht weken vrij heeft dan naar zo’n toernooi gaat. Dat snap ik niet.” Wacht even. Zo’n toernooi? Je bedoelt het EK en het WK? “Ja.” Die zijn er? “Die zijn er ja. Kijk, ik ben naar Engeland gegaan met het idee: alles is daar top. De competitie, de beleving, de topsportcultuur. Zij moeten veel verder zijn dan hier in Nederland. Dat is me vies tegengevallen.” Zoals? “Het tactisch vermogen en de discipline. Toen ik naar Engeland ging, zei ik meteen: ik volg mijn eigen weg. Ik wil als voetballer het beste uit mezelf halen.” Het was op Ooit wil hij daar misschien een boek over schrijven. Na zijn carrière. Want het is een interessante, leerzame reis geweest voor Ron, voor zijn hele familie. Vol blessures, botsingen en privéleed, vol tranen en zweet. “Het is echt een teamprestatie, een familieprestatie beter gezegd, wat ik op het WK heb laten zien.” We gaan naar drie jaar geleden. Ron Vlaar zat bij Feyenoord in een dip. De eredivisie leek zijn plafond. Hij was aanvoerder van een met hevige incontinentie kampende defensie. Vlaar stevende niet alleen af op een toernooiloze loopbaan, maar ook op de status van gescheiden man. Tot zijn eigen gruwel. “Als het thuis niet lekker loopt, dan vreet dat aan je. Het kost enorm veel energie. Vooral als het ook nog slecht gaat bij de club, dat kun je dan haast niet handelen. Ik ben best een gevoelsmens. De jongste, Xavi, was nog niet geboren toen ik wegging bij mijn ex. Heftig, maar het ging niet meer, het was op. Het contact liep daarna in het begin erg stroef. Nu gaat het gelukkig beter, je ziet dat de jongens daardoor opbloeien. Mijn ex en ik kunnen nu even bellen met elkaar om te overleggen, afgelopen week heb ik met haar fiets de jongens opgehaald. Daar ben ik heel blij mee.” Toen de kogel door de kerk was, trok hij zijn prestatiecurve weer omhoog. “Ik ben toen in een roes gaan leven, ging meer bij Hans trainen. Ook om mijn zinnen te verzetten, om een nieuw doel te hebben. Alle dagdelen wilde ik bezet hebben. Door meer te gaan trainen, ben ik beter geworden. Ik heb zelfs het EK nog gehaald.” Moeder Margaret: “Ik denk dat hij in de oude situatie zelfs niet op dit WK had gespeeld. Hij zat in een neerwaartse spiraal.” Achteraf zou je het anders doen, Ron? Ron: “Ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn keuzes. Ik ga niet met mijn vingertje wijzen naar haar of naar iets anders. Zo werkt het niet.” Heb je weer behoefte aan een relatie? Ron: “Ik sta er nu wel voor open. De laatste jaren had ik er geen tijd voor. Waar had ik haar moeten ontmoeten? Ik kwam alleen buiten voor mijn boodschapjes. Het draaide twee jaar om mijn zoontjes en om het WK. Ik heb mijn leven nu echt op poten, een goede basis gelegd. Sowieso heb ik liever een Nederlandse vriendin, maar ja, in Nederland ben ik zelden.” Opgeraapt Na het EK 2012 klopte Aston Villa op de deur, een stabiele club uit de Premier League, de competitie waar Vlaar altijd van droomde. Aan het Waterweidje was er overleg. Want hoe moest dat met Xavi en Shane? “Die jongens zijn alles voor me,” vertelt Vlaar. “Gelukkig springen mijn ouders bij. Ze zeiden meteen: ‘Maak je niet druk, dat gaan we oplossen.’ Zij brengen de jongens iedere maand naar Birmingham en halen ze weer. Ik wist dat ze dat zouden doen.” Margaret: “Wij zeiden meteen: Doen! Voetbal is zijn leven.” Peter: “Hij heeft het zelf gedaan. Wij konden alleen helpen bij de randvoorwaarden en krijgen er veel voor terug. We hebben alle wedstrijden in Brazilië gezien!” Ron: “Dat vond ik zo mooi, dat zij erbij waren. Dat was voor mij ook een hoogtepunt. Ik ben ze zo enorm dankbaar.” Hij neemt een slok water, haalt even diep adem. Kijkt afwisselend naar ons en zijn ouders. “We zijn enorm naar elkaar toe gegroeid. Ik lag in puin rond de scheiding. Jullie hebben me opgeraapt. Jullie kenden mijn strijd op alle vlakken. Ik wilde een tophuwelijk, een topvader zijn en een topvoetballer.” Margaret: “Dat was soms pijnlijk, maar soms ook mooi om te aanschouwen. Die bezetenheid van hem, die drang. Het verscheurt je als je ziet hoe hij worstelde. Maar dat hij toch het EK haalde na dat rotjaar... Misschien wel zijn mooiste overwinning.” Ron: “Het geeft veel rust als je ouders zo achter je staan. Als je zo’n support hebt. Dat alles toch goed komt, hoe dan ook.” Margaret lachend: “Ze verklaren ons hier in het dorp voor gek dat we iedere keer naar Birmingham gaan.” Ron: “Daar zijn ze gewoon niet mee opgegroeid. Ergens snap ik het ook wel. Mijn vader was soms om half tien ’s avonds klaar en dan ging-ie meteen weg om mijn moeder te helpen met de kinderen in het vliegtuig. De volgende ochtend zaten ze dan weer in het vliegtuig naar huis, want hij moest weer werken. Dat is niet normaal hoor, als iemand dat doet.” Offers Het is tijd voor foto’s. Ron poseert met zijn zoontjes, hoewel het een heel karwei is om de voetbalverslaafde Shane (Ron: “Een linkspootje die nu al handiger met de bal is dan ik.”) voor de lens te krijgen, en met zijn zusje Lisan. Dat is niet voor niets. “Zij mag ook wel een keer in the picture.” Later aan de keukentafel vertelt de nog thuis wonende Lisan (25) over de band met haar broer. “Ik studeer Sociaal Pedagogische Hulpverlening en heb vorig jaar stage gelopen. Toen kwam ik mezelf ineens heel erg tegen. Ron heeft me geholpen om daaruit te komen. Ik ben een paar keer naar Birmingham gegaan. Daar hebben we veel gepraat. Hij ziet de dingen heel anders.” Ron: “Dat komt door die gesprekken met Bouke. Ik ben mezelf ook een paar keer tegengekomen. Daar leer je van, dan ga je anders tegen dingen aankijken. Het is voor haar niet altijd makkelijk geweest.” Lisan: “Ron is in mijn schoenen gaan staan. Hij wordt geleefd, eigenlijk al vanaf zijn veertiende. Dan is het lastig om de andere kant van de medaille te zien. Hij krijgt veel aandacht van alles en iedereen. En dat vind ik leuk voor hem, daar werkt hij ook keihard voor. Maar mijn zus Ellen en ik staan wat meer op de achtergrond en dat is niet altijd makkelijk. Mijn ouders kunnen zich niet in drieën splitsen.” Ron: “Mijn ouders gaan steeds naar Engeland voor mij. Dat gaat ten koste van de tijd voor mijn zusjes. Daarom vond ik het fijn iets voor Lisan te kunnen doen.” Lisan: “Ik denk niet dat veel voetbalprofs zich zo in een ander kunnen verplaatsen. Terwijl wij ook vaak worden aangesproken over Ron, vooral als het slecht gaat. Dat is best lastig. Ik heb Ron nooit iets kwalijk genomen. Maar dat we daar samen uit zijn gekomen, is prachtig.” Ron: “Ik wilde heel graag dat mijn zusjes er op het WK bij zouden zijn. Zij hebben ook offers gebracht.” Echt voorbij Er moeten nog meer foto’s gemaakt worden. Dit keer van Rons blote torso. Daarop staan in flinke letters de namen van zijn zoontjes. Margaret zegt vanuit de keuken dat ze er wel even aan moest wennen toen haar zoon daar twee jaar geleden mee aankwam. “Ik had het niet zien aankomen. Misschien was het voor hem een afsluiting van een periode, een teken van onvoorwaardelijke liefde. Tijdens het WK had hij het over nóg een tattoo. Weet je waarvan? Van de wereldbeker. Zó zeer geloofde hij erin. Ik zei: Toch niet weer zo’n grote?” Iedereen lacht. Maar zowel titel als tattoo gingen niet door. Mede door Vlaar zelf die een strafschop miste tijdens de penaltyreeks tegen Argentinië. Hoe is het om als familielid op de tribune te zitten, terwijl degene waar je van houdt naar de strafschopstip loopt en de hoop van een natie meetorst? Lisan: “Doodeng. Ik dacht de hele tijd: maak hem alsjeblieft.” Peter: “Ik was niet in paniek toen hij miste. Het kon nog. Toen Wesley Sneijder miste, ja toen was het gedaan. Maar ik vind het dapper dat die jongens daar gingen staan.” Ron: “Het is ons ook door niemand nagedragen.” Hoe lang duurde het voordat je die kater kwijt was? “De volgende dag gingen we trainen. Toen zette ik de knop om. ’s Ochtends op mijn kamer stuurde ik familie en vrienden een bericht om ze te bedanken voor hun steun, de laatste weken, maanden, jaren. Toen kwam alles voorbij en rolden er ineens tranen over mijn wangen. Omdat het echt voorbij was. Ik had een droom. En die droom hebben we geleefd. Maar het is net niet gelukt. Ik zat er heel dubbel in. We hebben zoveel gewonnen en overwonnen. Geloof, goodwill, respect. Alleen de enige echte prijs is goud. Dat WK winnen was mijn doel, twee jaar lang. Dat was klaar, dat was voorbij. Ineens was er niets.” Margaret kijkt Ron langdurig aan. Zachtjes: “Dit wist ik niet, van dat huilen.” Ron: “Maar het was ook trots, hoor. Er waren zoveel emotionele momenten die je een beetje weggestopt hebt omdat je je weer focust op de volgende wedstrijd. Toen kwam dat er even uit.” Heb je al iets terug gezien van het WK? “Nee.” Heb je al krantenverslagen gelezen, de vele tweets en posts over jou? “Nee, mijn moeder heeft vier mappen vol, volgens mij.” Heb je de tweet van de Engelse ex-international Rio Ferdinand tijdens Nederland-Argentinië gezien? “Ja, maar ik weet niet wat-ie precies zei. Hij was wel positief toch?” ‘Vlaar geeft vanavond de beste performance van een centrale verdediger op dit WK.’ “Ja, dat is...” Toch waanzinnig? “Ja, dat is... echt heel mooi. Goh. Maar de echte ommezwaai was tegen Spanje. Dat heeft zoveel losgemaakt in Nederland. Dertien juni moest het gebeuren. En het gebeurde.” Ben je te nuchter om veel waarde te hechten aan persoonlijke lof? “Waardering is een van de mooiste dingen die je als sporter kunt krijgen. Met name bij Oranje zijn er altijd vraagtekens en twijfels geweest, dus ja, dat geeft wel voldoening. Waardering kan ook zo weer omslaan. Het gaat er toch om wat je zelf voelt, dat wil je blijven onthouden. Dat gevoel van: niemand komt er langs.” Ook al heet je Messi. “Ook al heet je Messi. Niemand.” De ontnuchtering volgde overigens al diezelfde avond. Ron lachend: “Shane was ook bij de wedstrijd. Die zal best gehoord hebben dat papa goed speelde, maar een kind vergeet dat meteen weer. Hij zei: ‘Papa voetballen?’ Ik zei: Ja da’s goed. Hij zei: ‘Oké, penalty’s?’” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Virgil van Dijk: ‘Mijn drie dames verdienen de meeste credits’

Bijna alles wat Virgil van Dijk in 2019 [...]
Bijna alles wat Virgil van Dijk in 2019 aanraakte, veranderde in goud. Hij won de Champions League met Liverpool, werd verkozen tot beste speler van de Premier League en van Europa. Daarnaast ‘scoorde’ hij met Oranje. Wensen zijn er ook nog. Zoals schitteren op het EK in 2020 en Liverpool de eerste landstitel sinds 1990 bezorgen. We legden onze Held van het Jaar negen uitspraken voor. ‘Dit is een enorm succes. Een zeldzame prijs, al helemaal als verdediger. Dit geeft een enorm belangrijk signaal af in het voetbal. Ja, we zijn allemaal gek op doelpunten, maar gelukkig worden meer en meer mensen ook enthousiast van verdedigen.’ Jürgen Klopp, coach van Virgil bij Liverpool, nadat Virgil werd gekozen als UEFA Player of the Year. “The Boss, zoals we de trainer vaak noemen, is vaak heel kritisch, zoals de bondscoach ook altijd kritisch op mij is. Ik vind dat heel prettig. Dat is voor mij het teken dat iemand heel nadrukkelijk met mij bezig is om op elk moment het maximale uit mij te halen. Jürgen Klopp heeft toen ik werd gekozen als UEFA Speler van het Jaar ook gezegd dat mijn prijs een teamprestatie is geweest, maar dat ik de award alleen op ging halen. Dat begreep ik wel. Je hebt elkaar nodig om tot grote prestaties te komen, zo moet je deze uitspraak ook zien.” Je hebt een twinkeling in de ogen als je over je trainer praat. “Met Jürgen Klopp en Ronald Koeman heb ik gewoon een heel goede band. Ik voel me heel prettig bij hen en het is fijn om met ze samen te werken. Ze geven me energie en vertrouwen en ik waardeer ze om hun vakmanschap, maar zeker ook als mens. Ik denk dat als je zoveel met elkaar omgaat, het heel belangrijk is dat je dat ook op een menselijke manier doet. Het vertrouwen dat ik van hen krijg, voel ik voortdurend en dan geef ik ook alles. En dan vind ik het dus niet erg dat ze af en toe kritisch op me zijn, omdat het met de beste intenties is. Met Jürgen Klopp voel ik de klik vanaf dag één en met Ronald Koeman natuurlijk ook.” Je hebt een mooi jaar achter de rug. Wat was het mooist? “Het winnen van de Champions League. Dat was zo speciaal. Vorig jaar stonden we natuurlijk ook al in de finale, maar verloren we helaas van Real Madrid. Ik heb daar tijdens mijn vakantie nog flink van gebaald. Toen het seizoen begon, kon ik dat snel van me af zetten. Het ging natuurlijk fantastisch, met de club en met mij persoonlijk. Ik heb weer zulke stappen gemaakt. In de knock-outfase van de Champions League klopten we FC Porto en Bayern München. De halve finale tegen Barcelona was natuurlijk helemaal fantastisch. Uit met 3-0 verliezen en dan toch nog doorgaan naar de finale dankzij een 4-0 overwinning in Liverpool. Georginio Wijnaldum hielp ons uit de brand in die wedstrijd, door in de tweede helft twee keer in korte tijd te scoren. In de finale stond alle druk op ons. We hadden Tottenham al twee keer verslagen in de competitie en veel mensen dachten: appeltje-eitje. We kregen al in de tweede minuut een penalty en daardoor werd de finale ook een beetje gesloopt. Als je op 1-0 komt in zo’n beladen wedstrijd, dan kies je er toch ook meteen al voor om die voorsprong te verdedigen. We speelden niet onze beste wedstrijd denk ik, maar dat zie je vaak in finales. Toen we de 2-0 maakten, kwamen er zoveel emoties los. Ik zei tegen mezelf: yes, we hebben hem! Toen Divock Origi die tweede maakte, zag je mij ook op de grond vallen. Hoeveel mensen kunnen er nu zeggen dat ze de Champions League hebben gewonnen? Dat schoot door m’n hoofd toen ik daar lag. Het allermooiste was dat ik de beker vast mocht houden en dat mijn vrouw met onze twee dochters het veld op kwamen lopen.” Moest je huilen? Lachend: “Ja, ik heb genoeg gehuild. Er kwam zoveel los. Ik vertelde ook toen ik werd verkozen tot UEFA Speler van het Jaar dat iedereen zijn eigen pad naar de top bewandelt. 28 jaar, ben een laatbloeier. Ik hoop dat ze aan mij zien dat het loont om nooit op te geven. Als je als jonge speler of speelster in een lastige fase zit, moet je nooit denken dat het voorbij is. Als je afvalt bij een club, moet je bedenken dat het via een andere weg altijd nog mogelijk is om je doelen te bereiken. Niet iedereen debuteert op z’n zeventiende in het eerste van een grote club, heeft twee jaar later al een mooi contract en staat meteen in de spotlights. We zijn niet allemaal als Cristiano Ronaldo en Lionel Messi die al op jonge leeftijd aan de top stonden en er nu, voorbij hun dertigste, nog steeds staan. Het is ook op andere manieren mogelijk om je doel te bereiken of droom waar te maken. Ik ben er heel trots op dat ik het op mijn manier ook heb gered. Dat maakt ook wie ik ben. Dat zorgt er ook voor dat ik erg dankbaar ben voor wat ik nu meemaak.” Wat was het eerste wat Klopp en jij tegen elkaar zeiden na het winnen van de Champions League? “We did it! We waren allebei zo blij en trots. En ik zal hem er altijd zo dankbaar voor zijn dat hij mij deze kans heeft gegeven.” Jullie zijn in de race om de eerste landstitel sinds 1990 te winnen. Hoe is het om voor Liverpool uit te komen? “Heel bijzonder. Ik ben nog steeds blij dat ik die keuze heb gemaakt en heb kunnen maken. Ik kon ook naar andere clubs, maar het gevoel bij Liverpool was meteen goed. Het klopt. Hoe we voetballen, hoe ik in het team pas. Dat hebben we wel bewezen met het winnen van de Champions League. Geweldig. En dit jaar gaan we opnieuw voor de Champions League en inderdaad de landstitel. Sinds de competitie is omgedoopt in de Premier League is Liverpool er nog niet in geslaagd die te winnen. Het doel is dus echt om dat voor elkaar te krijgen.” ‘Virgil is mij heel dankbaar dat ik hem naar de Premier League heb gehaald, dat laat hij me altijd blijken.’ Ronald Koeman, coach van Virgil bij Southampton en het Nederlands elftal afgelopen zomer in Helden. “Klopt. De bondscoach durfde het met me aan bij Southampton, dankzij hem kon ik de stap naar de Premier League maken. Dat zal ik nooit vergeten. Hij is heel belangrijk geweest tot nu toe in mijn carrière. Ik zal altijd ongelooflijk veel respect voor Ronald Koeman blijven houden.” Toen Koeman bondscoach werd, wees hij jou ook meteen aan als aanvoerder van het Nederlands elftal. Je veroverde heel wat harten toen je je trainingsjasje afstond aan het meisje dat met jou het veld betrad. Dat deed je opnieuw toen je troostende woorden sprak tegen de Roemeense scheidsrechter na de interland tegen Duitsland toen je hoorde dat zijn moeder net was overleden en zag dat hij het moeilijk had. “Ik vind dat normaal. Het menselijke aspect is voor mij heel belangrijk.” Koeman zei toen we hem ernaar vroegen: “Ik vind het normaal dat mijn spelers dat doen.” “Dat klopt, bij dat meisje zag ik dat ze het koud had. Ik zie wel vaker dat die kinderen alleen een shirtje aan hebben. Daar zit niets onder. Natuurlijk hebben ze het dan koud. Toevallig weet ik dat kinderen sinds dat moment thermoshirtjes krijgen van de KNVB als het koud is.” ‘Voetbal komt bij mij op de tweede plaats en dat zal altijd zo blijven.’ Virgil een jaar geleden in Helden. “En dat is het afgelopen jaar niet veranderd. Mijn gezin staat op de eerste plaats en dat zal altijd zo blijven. Zonder hen kan ik niet doen wat ik doe. Zij moeten soms dingen voor mij laten en dat vergeet ik niet. Alles wat ik doe, doe ik ook voor hen. Het mooie is: thuis ben ik papa Virgil. Dan maakt het in één klap niets meer uit dat het even wat minder ging op het voetbalveld. We leven in een tijd waarin iedereen kan roepen en schrijven wat ze willen. Dan is het heel belangrijk dat het thuis allemaal goed zit.” Sven Kramer vertelde dat je als topsporter nu eenmaal een bepaald kunstje kan. Maar voor alle dingen die erbij komen, hebben topsporters niet op school gezeten. Hij vertelde dat hij het rond z’n 23ste soms moeilijk vond om Sven Kramer te zijn. Herken jij dat? “Zeker. De afgelopen anderhalf jaar, sinds ik de overstap naar Liverpool maakte, is er zoveel op me afgekomen. Dat geldt niet alleen voor mij, dat geldt ook voor m’n gezin. Als ik ergens loop, zijn er voortdurend ogen op mij gericht. Dat is het gevolg van succes en het klopt wat Sven Kramer daarover heeft gezegd, we hebben niet kunnen oefenen hoe daarmee om te gaan. Je moet maar zien hoe je daar mee dealt. Gelukkig heb ik goede mensen om me heen die me daarbij helpen. En het scheelt natuurlijk ook dat ik van nature iemand ben die rustig is en blijft. En ik heb het geluk dat ik al wat ouder was toen ineens iedereen naar me begon te kijken. Op jonge leeftijd was het voor mij vast ook veel lastiger geweest. Weet je wat mij in balans houdt? Dat ik altijd in mijn achterhoofd heb wat voor mij het belangrijkste in mijn leven is: mijn gezin. Het belangrijkste is dat ze thuis blij met me zijn.” Jij zei vorig jaar ook: “Mijn vrouw is de spil in het gezin. Ik waardeer haar meer dan ooit.” “Ik ben natuurlijk heel veel op reis geweest. Was veel weg, heb vaak in hotels gezeten. Ik heb veel wedstrijden gespeeld. Mijn vrouw staat er altijd voor me. Ik denk dat mijn vrouw een veel zwaardere job heeft dan ik. Zij is moeder van onze twee kinderen, staat er vaak alleen voor. Het is niet altijd makkelijk als ik weer weg ben. Mijn drie dames verdienen de meeste credits, zeker afgelopen jaar.” ‘Virgil is een beest achterin. Hij draagt het team.’ Collega-international Memphis Depay begin dit jaar in Helden. “Ja, Memphis! Geweldig mens, fantastische speler. We hebben zo’n schitterende groep bij het Nederlands elftal. Ik vind het zo’n eer om aanvoerder te zijn van deze groep, van deze lichting. De fase waar we als team in zitten, is zo mooi om mee te maken. We worden telkens beter, we weten ook dat er nog tal van dingen zijn die nog beter kunnen. Mooi om dat hele proces met z’n allen mee te maken. Ik ben dan wel de aanvoerder, maar vergeet niet hoeveel invloed en impact Memphis op de groep heeft. Buiten en op het veld. Mooi dat hij zoiets over mij zegt, maar ik kan over hem ook heel veel mooie dingen zeggen.” Ga je gang. “Ik vind de ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt in de afgelopen jaren heel knap en mooi om te zien. En dan heb ik het niet alleen over Memphis de voetballer, maar zeker ook over hoe hij als mens gegroeid is. Als je kijkt naar hoe hij zich nu presenteert, op dat vlak heeft hij grote stappen gemaakt. De bondscoach heeft daar, denk ik, ook een groot aandeel in gehad. Maar hij stond bovenal zelf open voor die ontwikkeling.” Je spreekt bijna vaderlijk over hem. “We zijn twee totaal verschillende personen en persoonlijkheden. Iedereen heeft zijn eigen manier van doen en laten, bewandelt zijn eigen pad. Ik heb natuurlijk meegekregen dat er constant kritiek op hem was. In de ogen van heel veel mensen kon hij een tijdlang niets goed doen. Als je dan ziet hoe hij zich nu presenteert, dat vind ik bewonderenswaardig.” 'Ik heb meegekregen dat er constant kritiek op Memphis was. Bewonderenswaardig hoe hij zich nu presenteert' Hoe belangrijk is Memphis voor het team? “In elk team heb je spelers die meer invloed hebben dan anderen. Memphis is iemand waar veel spelers automatisch naar kijken. Vooral jonge jongens. Dat begint altijd met het respect dat je afdwingt door wat je laat zien binnen de lijnen. Nou, Memphis doet het vrij aardig op het veld bij Oranje, haha. En als jij daar het juiste voorbeeld geeft, dan willen mensen ook naar je luisteren en van je leren erbuiten. Hij is echt een grote persoonlijkheid, een heel belangrijke schakel binnen het Nederlands elftal. En hopelijk blijft hij dat nog heel lang.” Het Nederlands elftal van nu bestaat uit alle kleuren van de regenboog. Zowel wat uiterlijk als karakters betreft. “Klopt, en daar kan ik juist erg van genieten. Iedereen kijkt er ook echt naar uit om weer bij elkaar te komen met het Nederlands elftal. Er is een periode geweest dat we wel bij Oranje wilden zijn, omdat het natuurlijk altijd een eer is om voor je land uit te komen, maar dat er tegelijkertijd veel negativiteit rond het elftal hing. Nu is de sfeer heel anders. De groep is ook erg hecht, iedereen gaat voor elkaar door het vuur. Iedereen staat echt klaar om in elk geval zijn taak uit te voeren en waar nodig de ander te helpen. En natuurlijk kan het nog beter en is er soms teleurstelling bij jongens die niet spelen, maar we vechten met z’n allen voor hetzelfde doel: naar het EK gaan.” Hoe ga jij om met teleurgestelde ploeggenoten “Ik vind het soms best moeilijk hoe ik daarop moet reageren. Als aanvoerder probeer ik er voor iedereen te zijn als dat nodig is. Gelukkig slaagt iedereen er keer op keer in om die teleurstelling snel opzij te zetten.” Ryan Babel zei dat hij vindt dat het groepsgevoel beter is dan tien jaar terug. Toen waren De Grote Vier - Arjen Robben, Wesley Sneijder, Robin van Persie en Rafael van der Vaart - toch ook bezig met zichzelf op de kaart te zetten. “Ik heb dat gelezen. Hij heeft vooral aan willen geven dat in de huidige spelersgroep een enorme teamspirit zit. En dat iedereen bereid is zichzelf weg te cijferen. En in zijn ogen is dat blijkbaar meer het geval dan vroeger. Het is niet aan mij daar over te oordelen. Ik vind: die jongens hebben stuk voor stuk heel veel betekend voor Oranje. Kijk naar hun prestaties bij Oranje en hun clubs; geweldige spelers. Ik ben alleen maar trots dat ik met die jongens heb mogen spelen. En ja, er breekt altijd weer een periode aan dat een bondscoach door moet selecteren. De situatie is niet te vergelijken met de periode dat Arjen, Wesley, Robin en Rafael op hun top waren. Het is een andere tijd, het is een ander team, we spelen ook anders. Wij hebben nu een manier van spelen gevonden die perfect bij ons past.” Het spelen van een eindtoernooi ontbreekt op je palmares. “Ik had het er toevallig met mijn zaakwaarnemer over. We zijn nu zo dichtbij. Dit mogen we niet meer weggeven. Het is zo mooi, al sta ik er nu nog niet eens heel erg bij stil. Dat is toch waar je als kleine jongen al van droomt. Dan zie je het Nederlands elftal meedoen aan een eindtoernooi, maak je de gekte mee die het teweegbrengt in het hele land. De oranje vlaggen in de straten, mensen die hun hele huis versieren. Hoe fantastisch is het om dat als speler mee te maken? En het mooie is dat we dan ook nog minimaal twee groepswedstrijden in Amsterdam spelen. Daar kan ik nu al naar uitkijken. En hopelijk kunnen we ook nog eens heel ver komen op het EK.” ‘Ik haat hem. Ik haat het om het tegen hem op te nemen. Hij is te groot, te sterk, te snel en te goed aan de bal. Virgil vindt het ook nog eens leuk om het gevecht aan te gaan. En hij heeft een goeie kop met haar.’ Troy Deeney, aanvaller van Watford, over Virgil. Lachend: “Die uitspraak heb ik meegekregen. Hij riep er ook nog bij dat ik lekker rook! Ik beschouw het altijd als een compliment als aanvallers zulke dingen over me zeggen. En Troy Deeney is iemand die vaker met uitspraken komt. Ik herinner me dat hij een keer live op tv riep dat Arsenal geen ballen had. Dat ging snel viral. En volgens mij heeft hij ook een keer z’n middelvinger opgestoken naar de camera nadat hij had gescoord. Hij is iemand die zo nu en dan gekke dingen doet. En als ik kritiek krijg, laat het dan maar dit soort kritiek zijn.” Het geeft ook aan dat je geliefd bent of op z’n minst gewaardeerd en bewonderd wordt door collega’s. “Het mooiste wat je van een tegenstander kunt krijgen, is respect. Ja, dit is een mooie quote.” ‘Hij is een waardige winnaar, maar als er een man rondloopt die in een jaar vijftig keer heeft gescoord, dan kan dit eigenlijk niet. Messi en Ronaldo worden bestraft voor de standaard die ze hebben neergezet en dat wordt voor sommige mensen blijkbaar saai.’ Rio Ferdinand, analist en oud-speler van onder meer Manchester United, nadat Virgil de prijs voor UEFA Speler van het Jaar had gewonnen. “Ik schrok eerlijk gezegd een beetje van de uitspraak van Rio Ferdinand. Vooropgesteld: iedereen mag zijn mening hebben. Waarom ik het niet had verwacht, is omdat hij zelf een centrale verdediger is geweest. Sterker, hij was een van de beste centrale verdedigers van Engeland. Ik dacht: hij zal juist blij zijn dat een centrale verdediger ook eens die eer te beurt valt.” Bovendien kun jij er niets aan doen dat de keuze op jou is gevallen en niet op Lionel Messi of Cristiano Ronaldo. “Klopt.” ‘Van Dijk is een groot kind, hij speelt en maakt grappen. Naast het veld is hij een heel goeie jongen. Op het veld is hij de man die iedereen aanspreekt. En het maakt hem niet uit tegen wie hij schreeuwt. Hij heeft een zware stem, je hoort hem van verre.’ Ploeggenoot Fabinho. “Ik vind dat je in het veld tegen elkaar mag schreeuwen. We hebben allemaal hetzelfde doel: een wedstrijd winnen. Het kan zijn dat ik niet eens gelijk heb als ik commentaar geef. Maar als ik het idee heb dat het anders moet, dan schroom ik niet om dat te zeggen. Ik zeg tegen de andere spelers altijd: als ik iets verkeerd doe, dan moeten jullie ook gewoon tegen me schreeuwen. Ik heb dat soms nodig. Buiten het veld ben ik juist rustig. Dan houd ik wel van een dolletje inderdaad. Hoort er ook bij, ik kan niet alleen maar serieus blijven.” ‘Met Matthijs de Ligt en Virgil hebben we het beste centrum van de wereld. Geen enkel land kan in mijn ogen een beter centraal duo opstellen.’ Ronald Koeman in Helden “Heeft de bondscoach dat gezegd? Zo! Dat wist ik niet.” Heeft hij gelijk? “Nou, we hebben nog meer centrale verdedigers die ook op de deur kloppen. Stefan de Vrij doet het fantastisch bij Internazionale in Italië, Nathan Aké doet het uitstekend bij Bournemouth in de Premier League. We hebben gewoon een fantastische groep en hopelijk blijft dat ook nog lange tijd het geval.” Hoe kijk jij naar Matthijs de Ligt? “Hij is pas twintig jaar. Als je kijkt waar ik was op die leeftijd... Vergeleken met Matthijs stelde ik toen nog niets voor. We staan op dit moment heel anders in onze carrières, maar we vullen elkaar heel goed aan. Matthijs vind ik een heel nuchtere, fantastische speler. Ik geniet echt van hem.” 'De Ligt is pas twintig jaar. Als je kijkt waar ik was op die leeftijd... Vergeleken met Matthijs stelde ik toen nog niets voor' ‘Ik was niet verrast dat Liverpool hem aantrok, maar wel voor welk bedrag. Maar de laatste tijd heeft hij van iedereen de lof gekregen die hij verdient.’ Gary Neville, oud-speler Manchester United, over Virgil. Wat doet al die lof met je? Word je er weleens verlegen van? Lachend: “Dat vind ik niet echt een leuke vraag.” Vind je het fijn dat het praten over het bedrag van 84,5 miljoen euro waarvoor Liverpool je gekocht heeft, is verstomd? “Als je wordt gekocht voor zoveel geld, lig je onder een vergrootglas. Het is de kunst je daar niet op te focussen en gewoon te genieten van het feit dat je bij zo’n prachtige club, voor geweldige fans en tegen mooie tegenstanders speelt. Ik heb me echt alleen gefocust op presteren op het veld en daar gewoon van te genieten. Gelukkig hielp mijn goal bij mijn debuut tegen Everton aardig om het ijs te breken.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Frenkie de Jong en Mikky Kiemeney: Partners in crime

Het leven van Frenkie de Jong (22) en zijn [...]
Het leven van Frenkie de Jong (22) en zijn vriendin Mikky Kiemeney (21) veranderde dit jaar voorgoed. Bij Ajax groeide de middenvelder uit tot een van de meest begeerde voetballers van Europa, met een transfer naar FC Barcelona tot gevolg. Mikky begon haar eigen kledinglijn Mikky Ki. Tussen de presentatie in Camp Nou en hun verhuizing in bespraken we met het stel tien momenten van dit jaar. 20 mei 2019. Mikky plaatst een foto op Instagram met uitzicht over Barcelona: 'Our new chapter' Mikky: “Dat was het eerste moment dat we met z’n tweeën in Barcelona waren sinds het tekenen van Frenkies contract. We hadden voor het eerst dat besefmoment van: het gaat gebeuren, we gaan dit écht doen.” Frenkie: “We hadden net een huis gevonden en zeiden tegen elkaar: ‘We gaan hier gewoon wonen...’” Dat hadden jullie vierenhalf jaar geleden op de middelbare school toch niet gedacht... Mikky, lachend: “Het begon allemaal toen je een awkward berichtje naar me stuurde.” Frenkie: “We zagen elkaar weer op de eerste schooldag na de vakantie. Ik had nog nooit een vriendinnetje gehad, stuurde ook nooit berichtjes naar meisjes. Ik dacht nog: moet ik dat nou wel doen, ik durfde eigenlijk niet. Mijn vrienden zaten me een beetje te pushen. Via Facebook vroeg ik om haar nummer.” Mikky: “Ik had een training met hockey, had een paar uur niet op mijn telefoon gekeken.” Frenkie, lachend: “En ik maar wachten...” Mikky: “Onze eerste afspraak was bij je thuis. Je had een kussen van Barcelona in je slaapkamer liggen. Als ik toen tegen je had gezegd dat je bij Barcelona zou gaan spelen, had je gedacht dat ik een psycho was.” Hoe mooi is het om dit samen mee te maken? Frenkie: “Heel mooi. Het is ook prettig dat we al bij elkaar waren voordat ik profvoetballer was. Ook voor Mikky is dat fijn. Mensen hebben toch snel een vooroordeel bij een vrouw die met een bekende voetballer gaat.” Mikky knikt: “Ik heb zijn carrière vanaf de start mogen meemaken.” Vind je het lastig dat veel om Frenkie en zijn carrière draait? Mikky: “Ik vind dat juist wel fijn.” Frenkie: “Natuurlijk voel ik me daar weleens schuldig over.” Mikky, terwijl ze naar Frenkie kijkt: “Het ziet er van buitenaf allemaal heel mooi uit en het is ook echt een droom die uitkomt, maar afgelopen jaar was tegelijkertijd het zwaarste jaar tot nu toe. Je kwam terug van een heel pittige enkelblessure, verloor je opa en hebt de moeilijke keuze moeten maken tussen clubs. Ik ben vooral heel trots op hem dat hij dicht bij zichzelf is gebleven.” Frenkie: “We wisten dat dit mijn laatste seizoen bij Ajax zou zijn, dat er waarschijnlijk veel op me af zou komen. Vorige zomer kon ik ook al weg, meerdere clubs boden zich aan, maar de enige serieuze optie waar ik echt over na heb gedacht was Tottenham Hotspur. Uiteindelijk wilde ik blijven.” Tottenham is ook een mooie club... Frenkie: “Ja, het is een mooie club met een goede trainer. Het was goed voor mijn ontwikkeling geweest. Maar ik had bij Ajax nog niet eens een heel seizoen op mijn favoriete positie, als middenvelder, gespeeld. Dat gaf de doorslag.” Voelen de afgelopen vier jaar als één grote rollercoaster? Frenkie knikt: “Toen we nog op de middelbare school zaten, woonde ik een kleine twee jaar bij Mikky en haar ouders, ook omdat Willem II van daaruit veel dichterbij was. Toen verhuisden we samen naar Amsterdam, eerst in een klein appartementje, daarna in een grotere. En nu gaan we naar het buitenland. Ook voor iedereen in de familie is er veel veranderd.” Mikky: “Maar als we bij je broertje of je vader of moeder zijn, gaat het nog steeds over dezelfde dingen. Als je een keer gek zou doen of uit de hoogte, word je meteen weer op je plek gezet. Je hebt mensen om je heen die er vanaf het begin bij zijn. En die jou altijd hetzelfde behandelen.” Maar jullie maken wel bizarre dingen mee. Zo werd je even door een privéjet opgehaald om naar Barcelona te gaan... Frenkie: “Maar we weten ook dat dat niet iedere keer zo zal zijn. We genieten ervan, maar iedereen in mijn familie vliegt net zo lief met een normaal vliegtuig, hoor.” Mikky: “We beseffen dat we veel mooie dingen mogen meemaken en bijvoorbeeld luxer op vakantie kunnen. Maar onze eerste vakantie samen was in Spanje. We zaten niet bepaald in een mooi hotel. Toch zeggen we altijd tegen elkaar dat dat eigenlijk een van onze leukste vakanties was. En volgende week vliegen we gewoon met Vueling naar Barcelona.” 23 januari 2019. Ajax en Barcelona bereiken een akkoord Mikky: “De eerste keer dat ik heel veel appjes kreeg, was op de dag dat zogenaamd bekend was geworden dat je naar Paris Saint Germain ging. Toen ontplofte mijn telefoon al bijna. En ja, na het echte nieuws was het helemaal een gekkenhuis. In eerste instantie wilde je het pas een half jaar later naar buiten brengen. Zodat je niet het risico zou lopen dat als het wat minder ging, er geroepen zou worden dat je met je hoofd al bij Barcelona was. Het werd toch eerder bekend.” Frenkie: “Ik heb zóveel berichten gehad. Van bekenden en ook onbekenden. Zelfs van klasgenoten uit groep 8. Ik was opgelucht dat het achter de rug was en dat het bekend was. Het voelde meteen goed.” Hoe hebben jullie het gevierd met zijn tweeën? Mikky: “De dag nadat het bekend werd had je een bekerwedstrijd tegen Heerenveen. Met de familie hebben we de wedstrijd gekeken met champagne. En de volgende dag zijn we samen door het bos gaan lopen. Het sneeuwde.” Frenkie: “We zijn vast ook nog wel uit eten gegaan.” Mikky: “Veel tijd om erbij stil te staan, hadden we niet. Het afgelopen jaar werden we geleefd. Ik besef nog steeds niet helemaal wat er allemaal is gebeurd dit jaar. Het was fantastisch, maar ik heb me op momenten ook heel ongelukkig gevoeld. Vooral omdat ik Frenkie zag lijden onder de keuze tussen clubs. Hij moest iedere dag in een interview de vraag beantwoorden waar hij naartoe ging. Als hij thuiskwam, zag ik dat hij daar moeite mee had. Nam hij twee paracetamolletjes en plofte hij neer op de bank. Toen eenmaal de keuze gemaakt was, viel er ook een last van mijn schouders. Ik leef niet voor jou, maar dat was de enige maand dat het wel zo was. Ik zette alles opzij om jou te beschermen en te behoeden voor een keuze waarvan je achteraf misschien spijt zou hebben. Die taak nam ik misschien ook wel te serieus.” Frenkie: “Mikky zorgt altijd dat thuis alles geregeld is, in deze tijd deed ze dat extra goed. Ze probeerde de moeilijke keuze zo makkelijk mogelijk voor me te maken.” Had je slapeloze nachten van de keuze? Frenkie: “Ik slaap altijd wel goed, maar twijfelde enorm. Ik ben sowieso een twijfelaar. Toen we gingen kiezen welke club het zou worden, was het ook zwaar voor Mikky. Het enige waar het over ging, was de keuze en de afweging. Ik was er vaak niet bij omdat ik veel afgeleid was.” Mikky: “Op een gegeven moment zei je: ‘Oké, volgende week woensdag maak ik de keuze.’ Ik wilde ook niet de hele tijd vragen of je al had gekozen. We kwamen net terug van een vakantie op Jamaica. De hele vakantie hadden we er expres niet over gesproken, omdat ik wist: als ik erover begin, gaat het niet meer uit je hoofd. Op maandag vroeg ik: zullen we het er even over hebben? ‘Ja,’ zei je, ‘ik denk dat ik weet wat het wordt.’ Maar op dinsdag noemde je weer een andere club. Op woensdagavond zei ik: kies voor de club van je dromen. De avond daarvoor had je aan tafel al de opstellingen van de clubs gemaakt.” En daar had je jezelf een beetje tussen gezet? Frenkie, lachend: “Ja, maar ook wat de voor- en nadelen waren. Zo lastig om te kiezen. Tot Barcelona heel serieus werd. Ze hadden ook een concreet plan. Als dat echt zo is, dacht ik, ligt mijn voorkeur altijd bij Barcelona.” Dat kussen lag niet voor niets op je slaapkamer, toch? Frenkie, lachend: “Precies.” Hij vervolgt serieus: “Ik voelde me supervereerd na alle interesse van de clubs. Het moeilijkste van alles vond ik om clubs en mensen af te wijzen. Paris Saint Germain, Manchester City en Barcelona... Het waren allemaal goede keuzes geweest. Ik voelde me soms wel schuldig. Maar ja, ik kon er maar één kiezen.” Hoe vind je die hele Frenkie de Jong-hype? Frenkie: “Van mij hoeft het niet echt. Maar ik heb ook zoiets van: als mensen erover willen praten, moeten ze dat doen. Daar heb ik geen problemen mee. Net na de transfer vond ik het wel een tijdje irritant. Op straat zaten mensen me achterna of keken om. Nu denk ik: ach, ze mogen me gerust filmen.” Hoe is het om met een man van 86 miljoen samen te wonen? Mikky: “Dat besef ik niet echt. Het is ook onze kracht dat we zulke dingen niet belangrijk vinden. De droom van Frenk is uitgekomen, dát vinden we belangrijk.” En hoe moeilijk is dat voor jou, Frenkie? Dat transferbedrag van 75 miljoen, dat met bonussen op kan lopen tot 86 miljoen, blijft de hele tijd rondzingen... Frenkie: “Daar denk ik ook niet zo over na. Bij Barcelona zijn er spelers die voor veel meer geld zijn gekocht. Het is een heel hoog bedrag, maar het is niet zo dat ik nu denk: o jee, ik kost 86 miljoen, ik moet nu dit of dat anders doen in het veld. Ik blijf hetzelfde doen. Maar misschien wordt de druk wat hoger.” Frenkie: 'Het is een heel hoog bedrag, maar het is niet zo dat ik nu denk: O jee, ik kost 86 miljoen, ik moet nu dit of dat anders doen in het veld. Ik blijf hetzelfde doen' En je ploeggenoten bij Ajax, gingen die ineens anders naar je kijken toen duidelijk was dat je voor dat bedrag wegging? Frenkie: “Er zijn wel grapjes over gemaakt. Gaf ik een verkeerde kaats op de training, riepen ze: ‘Dat kan niet hoor, Frenk, voor zoveel geld.’ Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat iemand bij Ajax het me kwalijk heeft genomen dat ik al gekozen had. Ik had juist het gevoel dat ze blij voor me waren. Iedereen gunde het me.” Had je je afwegingen met ploeggenoten gedeeld? Frenkie: “Ja, ik had het er wel met mensen over. Wat zal ik doen, dit of dat? Misschien had ik het er juist met te veel mensen over, ging het daardoor te veel in mijn hoofd zitten.” Daarna begon meteen de discussie of je het wel gaat redden bij FC Barcelona. Frenkie: “Dat is ook logisch. Er lopen nu eenmaal heel veel goede spelers rond bij Barcelona. Het zou gek zijn als iedereen er bij voorbaat van overtuigd zou zijn dat ik alles ga spelen. Iedereen heeft nu eenmaal een andere kijk, niet iedereen is even positief.” Dus als Louis van Gaal zegt dat er met Ivan Rakitic en Arturo Vidal nog een paar heel goede spelers zijn voor jouw positie, dan schiet je niet in de stress? Frenkie: “Maakt me echt niet uit. Iedereen mag zijn mening hebben over mijn keuze en mijn kansen, geen enkele moeite mee. Ik moet er alleen voor zorgen dat ik de spelers en trainers van Barcelona ervan overtuig dat ik moet spelen.” Wat zei bondscoach Ronald Koeman, zelf een held in Barcelona? Frenkie: “Hij adviseerde me om naar Barcelona te gaan. Koeman was ook echt blij dat ik voor die club koos. Het type spel vindt hij het beste bij me passen. En zijn liefde voor Barcelona, zowel de club als de stad, zit nog heel diep, merk ik aan alles. Toen ik vertelde dat ik voor Barcelona had gekozen, antwoordde hij dat hij dan ook meteen een mooi excuus had om vaker die kant op te gaan.” 28 juni 2019, lancering kledinglijn Mikky KI Frenkie: “Ik was heel trots op je, omdat ik weet dat je dat altijd hebt gewild. Je hebt altijd geroepen dat je een eigen bedrijfje wilde en de interesse in kleding was er ook al sinds ik je ken. Als ik kleding uit moet zoeken, vraag ik het ook altijd aan jou. Jij weet gewoon wat leuk is, hebt er verstand van. Dat je met behulp van je vader nu je eigen kledinglijn hebt opgezet vind ik bewonderenswaardig. Je weet ook nog eens hoe je het aan moet pakken, hoe je MIKKY KI. moet promoten. Ik vind het ook fijn dat je nu niet meer steeds antwoord hoeft te geven op de vraag: ‘Wat doe jij nou eigenlijk?’ Heel veel mensen wisten en zagen niet dat je al twee jaar heel veel tijd stak in het opzetten van een eigen kledingmerk. Nu is die er en het loopt van begin af aan goed.” Mikky: “De kleding is momenteel zo goed als uitverkocht, echt top. Het is zo leuk om mijn eigen ding te hebben. Het is super om mijn ei kwijt te kunnen, dat ik lekker kan werken en mijn eigen inkomen heb. Tijdens het opzetten van MIKKY KI. zei ik weleens tegen mensen dat ik echt geen tijd had. Dan kreeg ik vaak als reactie: ‘Maar wat doe jij dan eigenlijk de hele dag?’ Dan legde ik uit dat ik bij mijn vader werkte en dat ik plannen had. Maar ik dacht ook: jullie zien het straks allemaal vanzelf wel. Nu is een droom uitgekomen. Weet je nog dat we een paar jaar terug, toen je nog in de A-jeugd speelde bij Willem II, tegen elkaar zeiden: als het met voetballen niets wordt, dan kun je altijd nog schoonmaker worden in mijn bedrijf?” Frenkie: “Jaha!” Er bestaat best vaak een bepaald beeld van de doorsnee voetbalvrouw. Dat ben jij dus niet. Mikky: “Maar is de typische voetbalvrouw iemand die thuis met de kinderen zit te wachten tot haar man weer thuiskomt van het trainen of een wedstrijd? Je hebt er altijd een paar van wie je denkt: ga met je luie reet van de bank af. Maar dat geldt toch niet alleen voor vrouwen die een relatie hebben met een voetballer? De realiteit is vaak dat een paar jaar alles in het teken staat van de voetbalcarrière, maar dat betekent niet dat er geen ruimte is om met je eigen dingen bezig te zijn.” Heb je het gevoel dat je moet vechten tegen die vooroordelen? Mikky: “Ik ben iemand die nog weleens wil reageren op die vooroordelen. Frenk zegt dan vaak: ‘Doe nou niet, we weten wel beter.” Hoe belangrijk vind je het dat Mikky haar eigen dingen heeft? Frenkie: “Ik vind het juist mooi en het maakt haar aantrekkelijker vind ik, als ze heel erg zelfstandig is. Toch geweldig dat ze haar eigen merk heeft en haar eigen geld verdient? Mensen denken vaak: wat doen al die jonge meisjes toch met Instagram? Dat heb ik ook weleens gedacht. Maar Mikky laat zien dat je er iets waardevols mee kunt opbouwen. Ik vind het knap hoe ze over dat soort dingen nadenkt en er gebruik van maakt.” Mikky: “Ja... Ik zal straks in Barcelona niet dagelijks naar series op Netflix kijken en je om de haverklap appen of je al naar huis komt. Zeker niet.” Frenkie: “Of dat ik niet een keer iets met teamgenoten kan doen omdat jij thuis zit te wachten.” Mikky: “Als je allebei je eigen ding hebt, word je in mijn beleving alleen maar een sterker team.” Je had er in een weekend 200.000 volgers bij rond de presentatie van Frenkie. Blijf ook vooral die stories delen op Instagram! Mikky: “Ik zou nooit echt ons privéleven gaan delen, maar mooie dagen uit ons leven zijn leuk om te delen in een video. Die over mijn verjaardag, toen we in Turijn waren, vind ik zelf ook leuk om terug te kijken. Net als die van de presentatie van Frenkie in Barcelona. Ik maak altijd de afweging of ik iets leuk vind om te delen of dat het beter is om het voor mezelf te houden. Ik overleg het ook altijd met jou.” Frenkie: “Klopt.” Hoe gaat het straks als je in Barcelona zit? Moet je dan als beginnend zakenvrouw vaak heen en neer naar Nederland? Mikky: “Toen we in Amsterdam woonden, werd ook alles vanuit Den Bosch geregeld. Veel gaat via de mail. Dus ik kan veel dingen rond het kledingmerk ook vanuit Barcelona doen.” Waar staat MIKKY KI. over vijf jaar? Mikky: “Vind ik lastig in te schatten. Mijn ambitie is nu niet om heel groot te worden, het belangrijkste is dat ik het leuk vind. En ik zeg je eerlijk: ik wil gewoon mijn eigen geld op m’n rekening hebben. Zo ben ik opgegroeid. Doel is dus wel om er een succes van te maken. En daarnaast kan ik er m’n passie in kwijt.”13 juli 2018. 13 juli 2018,  Start van het seizoen, oefenduel met Anderlecht in het olympisch stadion Frenkie, lachend: “Dat was mijn slechtste wedstrijd ooit en de eerste na mijn enkelblessure. Ik had vijf maanden niet getraind en gespeeld. Tijdens de wedstrijd ging niks goed. Na afloop riep ik: ‘Pff, kan ik het nog wel?’” Mikky: “Matthijs de Ligt was geblesseerd. Ik zat met hem op de tribune. Na de wedstrijd is Matthijs zelfs naar ons huis gekomen om Frenk te troosten. Zo van: het komt wel goed.” Frenkie, lachend: “Dat wist ik zelf ook wel, hoor.” Hoe kijk je zelf naar de Frenkie van een jaar geleden? Frenkie: “Mensen zeggen tegen me dat ik me enorm heb ontwikkeld en dat ik dit jaar veel beter ben geworden. Ik denk niet dat dat zo is, was altijd al dezelfde voetballer. Natuurlijk heb ik nu meer ervaring in wedstrijden op hoog niveau. En ik ben conditioneel verbeterd en sterker geworden. Maar ik ben altijd hetzelfde type voetballer geweest, het is niet zo dat ik nu zoveel beter ben dan dat ik vorig jaar was. Daar geloof ik niet zo in.” Mikky: “Je speelt nog steeds hetzelfde als je bij de A1 van Willem II deed.” Lachend: “Alleen scoorde je toen nog weleens.” Frenkie: “Klopt. Het is meer het podium dat ik dit jaar kreeg. Mensen zien ineens wat ik kan.” En op de positie die je altijd geambieerd hebt. Frenkie: “Iedereen wist wel dat ik het best tot m’n recht kom op het middenveld en niet centraal in de verdediging. Gelukkig zag Ajax dat ook zo.” Wat waren je verwachtingen aan het begin van het seizoen? Frenkie: “Ik riep dat ik als middenvelder basisspeler wilde worden bij Ajax en mijn debuut wilde maken bij Oranje. Toen dacht ik nog dat basisspeler van het Nederlands elftal te hoog gegrepen was.” Mikky: “Toen je dat riep, voor de start van het seizoen, maakte je je ook nog druk om je enkel. Lachend: “We waren op vakantie en toen zei je tijdens de laatste avond: ‘We moeten even rustig aan doen met uit eten gaan, hoor, want ik weet niet of mijn enkel ooit nog beter gaat worden.’” 6 september 2018, Nederland - Peru: Wesley Sneijder neemt afscheid en Frenkie de Jong debuteert in Oranje. Frenkie: “Dat was fantastisch, een jongensdroom die uitkwam. En het was mooi dat ik nog een kwartiertje met Sneijder in het veld kon staan. Het was ook nog eens in de Arena en ik kon mijn familie op de tribune zien zitten.” Hoe was het voor jou om hem voor het eerst in het Nederlands elftal te zien? Mikky: “Ik zat met Youri, zijn broertje, op de tribune. We zitten altijd naast elkaar en maken elkaar altijd zo zenuwachtig. Toen zag ik hem warmlopen en wisten we: nu gaat het gebeuren. Zijn vader zingt altijd uit volle borst mee met het Wilhelmus, dat vond ik misschien nog wel mooier om te zien. Iedereen was zo trots. En je deed het die wedstrijd ook nog eens supergoed, gaf meteen een assist.” Frenkie: “Het was mooi dat iedereen erbij kon zijn. Iedereen van de familie was er.” Mikky, lachend: “Het was ook nog in de tijd dat ze de kaartjes van het Nederlands elftal maar moeilijk konden slijten. Iedereen mocht komen.” Maar de wedstrijd drie dagen later tegen Frankrijk staat waarschijnlijk meer in je geheugen gegrift. Frenkie knikt: “Dat was echt mijn doorbraak. Ook internationaal. Met Ajax waren we al wel gekwalificeerd voor de groeps- fase van de Champions League, maar dit was de eerste keer dat ik echt tegen een groot Europees land speelde. Uit tegen de wereldkampioen...” Mikky: “Je belde me op toen ik met Youri in Disneyland Parijs was. ‘Mik, ik ga gewoon tegen Mbappé spelen, de wereldkampioen.’ En wie was ook alweer die ander, dat kleine mannetje die tegenover je stond?” Frenkie: “N’Golo Kanté.” Mikky: “Youri riep toen lachend: ‘Nou, die ga je echt niet zoek spelen.’ Maar je was zo goed.” Je nieuwe ploeggenoot Antoine Griezmann noemde je de beste speler tegen wie hij ooit had gespeeld. Frenkie: “Dat zijn wel de leukste complimenten, als zulke spe- lers dat zeggen.” Heb je in het veld nog contact met die spelers gehad? Frenkie: “Even kort, maar niet noemenswaardig. Na afloop heb ik wel mijn shirtje geruild met Mbappé.” En Kylian Mbappé denkt nu: yes, ik heb het shirtje van Frenkie de Jong van Barcelona... Frenkie, lachend: “Wie weet. Ik ben in ieder geval hartstikke blij met zijn shirt.” 8 mei 2019, Ajax wordt in de blessuretijd geklopt in de halve finale van de Champions League Frenkie: “Die tweede wedstrijd tegen Tottenham zal waarschijnlijk altijd een open wond blijven. We hadden met Ajax gewoon de finale van de Champions League kunnen halen. Het was al uniek dat we in de halve finale stonden, maar als we ook nog de finale hadden bereikt, was het helemaal bijzonder geweest. Dat het in de laatste seconde misging, is zo pijnlijk. Ik hoop dat dit het ergste moment in m’n voetbalcarrière blijft.” Mikky: “Ik zet altijd als de extra tijd begint m’n stopwatch aan. Daarop zag ik dat de extra tijd er zo goed als op zat. Vier secon- den voor tijd ging het toch nog mis. Poeh... Na de wedstrijd zag ik je op het veld liggen, terwijl het stadion leegstroomde. Mijn broertjes kwamen toen even langs om me een knuffel te geven. Ik vond het zo sneu, wist hoe graag je dit wilde, je was alleen maar bezig met het halen van die finale. Jij bent nooit van het huilen, maar ik zag toen dat het je heel veel deed. Na de wedstrijd gaf ik je een knuffel.” Frenkie: “Mijn familie was toen al weg, want mijn broertje had de volgende dag examens. Mikky en ik zijn gewoon naar huis gegaan. Daar hebben we er nog een beetje over gesproken. Ik vind het prettig om op zulke momenten samen met jou naar huis te gaan, om niet alleen te zijn. Als jij er bent, voel ik me altijd meteen een beetje beter.” Mikky: “Het is niet zo dat je dan heel chagrijnig bent. Je neemt een kwarkje en gaat de wedstrijd nog even terugkijken. Je kunt vaak toch niet slapen. Na een overwinning is slapen veel minder een probleem.” Hoelang heb je daarmee rondgelopen? Frenkie: “Lang. Ik heb nu nog momenten dat ik ineens denk: wat is het toch jammer. Ik heb de laatste goal nog wel een keer teruggezien. Vreselijk. Als mensen erover beginnen, dan denk ik ook meteen weer: we waren er zo dichtbij, het was zo onnodig dat het nog misging.” Mikky: “We waren op vakantie op de Seychellen in juni en toen bleef je ineens stilstaan. Stond je voor je uit te staren. Ik vroeg wat er was. Je antwoordde: ‘Tja, die wedstrijd.’” Frenkie: “Soms komt het ineens weer binnen, dan denk ik: hoe kon dat nou?” Mikky: “Je wordt er ook steeds weer aan herinnerd. In het vliegtuig op weg naar onze vakantie in Afrika zei er ook weer iemand: ‘Ik heb er gewoon niet van kunnen slapen.’ Dan denk ik: wat denk je van Frenkie?” Heeft die nederlaag het goede gevoel van de overwinningen op Real Madrid en Juventus weggespoeld? Frenkie: “Dat niet. Het Champions League-seizoen is heel speciaal geweest. Als we bij het Nederlands elftal kwamen, zeiden de spelers van de buitenlandse clubs: ‘Bij ons ging het alleen maar over Ajax.’ Over een tijdje zal iedereen nog wel herinneren wat we hebben gepresteerd. Maar ja, die vier seconden...” Wat is je beste wedstrijd geweest in de Champions League? Frenkie: “De wedstrijd die het meest in het oog sprong, is die uit tegen Real Madrid. Om daar met 4-1 te winnen... Maar of dat m’n beste wedstrijd was, weet ik niet.” Hoe kijk je dan terug op de uitwedstrijd tegen Juventus? Frenkie: “Geweldig ook, maar in die wedstrijd speelde ik de eerste twintig minuten echt niet goed.” Mikky: “Toen waren er ineens allemaal ogen op me gericht op de tribune. Als Frenkie het niet goed doet, dan zie ik die hoofden omdraaien. Ja, dan gaan ze echt naar me zitten kijken. Alsof het mijn schuld is. Ik doe dan altijd net of ik het niet zie, ga recht voor me uit kijken.” Frenkie: “Gelukkig ging het daarna beter.” Mikky: “Carel Eiting zat naast me, hij is ook een goede vriend van Frenkie. Hij stelde me gerust, zei: ‘Frenkie werd gewoon meteen vastgezet, maar nu speelt hij hartstikke goed.’ Vond ik wel fijn dat Carel even vertelde dat het goed ging.” Vind je altijd zelf een oplossing in het veld als tegenstanders je vast proberen te zetten? Frenkie: “Dat probeer ik wel natuurlijk, maar de trainers geven het ook aan. Ik raak in elk geval niet in paniek, denk: als ze mij vastzetten, dan krijgt een ander in elk geval veel meer vrijheid. En ik bedenk ook: als ik nu daarheen loop, dan kan m’n tegen- stander niet helemaal met me mee lopen. Dat gaat ook voor een deel automatisch.” Mikky: ‘Je speelt nog hetzelfde als je bij de A1 van Willem II deed. Alleen scoorde je toen nog weleens...’ 5 en 12 mei 2019, Ajax wint eerst de beker en daarna de landstitel Frenkie: “Het was toch minder geweest als ik zonder landstitel was vertrokken bij Ajax. Ik vertrok met de dubbel, het was een tijdje geleden dat in Nederland een club de beker en de landstitel won. Mooier kon ik m’n periode bij Ajax niet afsluiten.” Mikky: “Mijn familie is voor PSV. Als Ajax verloor dan wist ik al wat er zou komen in de groepsapp. Ik was dus ook op dat vlak blij dat het Ajax is gelukt. Frenkie leefde al het hele seizoen toe naar een kampioenschap, dat zei je vorig jaar in de zomer al. We wisten toen al dat we weg zouden gaan en dat wilde je per se doen met de titel.” De 34ste landstitel verwees naar Abdelhak Nouri, die altijd met nummer 34 speelde en met wie jij ook hebt gespeeld. Frenkie: “Dat maakte het extra speciaal, ja. Niet alleen voor mij, maar dat merkte je binnen de hele club.” Mikky: “Het kampioensfeest was heel leuk, dat we met z’n al- len naar de huldiging gingen.” Frenkie: “Dat was heel gezellig, ja.” Mikky: “Ik was ook al heel blij met de bekerwinst. Ik dacht: dan heb je tenminste alvast één prijs.” Heb je alle wedstrijden van Frenkie bijgewoond? Mikky: “Thuis wel, uit ga ik niet vaak mee. Na de groepsfase in de Champions League mochten de vrouwen van de spelers ook mee naar de uitwedstrijden. In Madrid zaten we twee dagen in een mooi hotel. En in Turijn en Londen waren we er ook bij. Ik zat met de vriendin van Neres op de kamer. Heel leuk meisje. Ze appte me net nog even. Ze komt uit Duitsland en woont in Londen. Ze vertelde net dat ze nu ook even in Amsterdam is. We sporten geregeld samen als ze in Nederland is, want zij is echt een fit girl.” Ajax leek ook echt een vriendenploeg. Heb je een band voor het leven met je generatiegenoten Matthijs de Ligt en Donny van de Beek? Frenkie: “Je kunt echt wel van vriendschappen spreken, ja. Ook in de vakantie hielden we contact.” Mikky: “Vanavond ga je nog met ze uit eten.” Frenkie: “Nog even gezellig met een groepje weg en bijkletsen voordat iedereen verschillende kanten op gaat. Ik denk dat het contact met veel van de jongens ook in stand zal blijven.” Een jaar geleden stonden jullie als de groeibriljanten van Ajax met z’n drieën in Helden en nu staan jullie op het punt om alle drie voor gigantische bedragen naar absolute topclubs te vertrekken. Frenkie: “Dat is best bijzonder, ja. Ajax is ook de club om jezelf in de kijker te spelen. Als je bij Ajax goed speelt, dan zien de grootste clubs in Europa dat meteen. Ajax heeft internationaal gezien de status dat er grote talenten vandaan komen. Dat heeft zeker geholpen.” Wat is volgens jou het geheim van het succes van Ajax afgelopen seizoen? Frenkie: “Ik denk niet dat er een geheim was. Goede voetbal- lers gekoppeld aan een goede tactiek: meer is het niet in mijn ogen. Natuurlijk helpt het ook dat iedereen heel goed met el- kaar omging. Maar de sfeer een jaar eerder vond ik ook goed, hoor. Ook toen de resultaten in dat seizoen wat minder waren, ging ik met veel plezier naar de training. Wat je dan bij een club als Ajax alleen merkt: de sfeer bij alles en iedereen rond de club is anders. Afgelopen jaar was iedereen vrolijk.” Was de missing link het terughalen van Daley Blind en het aantrekken van Dusan Tadic? Frenkie: “Zeker weten dat dat geholpen heeft. Er wordt vaak beweerd dat vooral hun ervaring ons heeft geholpen. Vind ik niet. Wat heb je aan een oudere speler met veel ervaring, maar die toch niet meer helemaal mee kan? Niet veel toch? Daley en Dusan waren in de eerste plaats belangrijk omdat ze zulke goede spelers zijn.” Je was er blij mee dat het salarisplafond werd losgelaten bij Ajax, waardoor zulke spelers nu ineens haalbaar bleken? Frenkie: “Daar was ik zeker een voorstander van.” Zie je jezelf terugkeren bij Ajax over een paar jaar, zoals Daley Blind afgelopen jaar? Frenkie: “Het ligt niet in de planning dat ik op m’n 28ste al terugkom. Ajax is ook top, hoor, maar ik hoop dan nog bij een club uit de Europese elite te spelen. Ik heb een geweldige tijd bij Ajax gehad en sluit een terugkeer ook zeker niet uit. Maar ik ga het niet beloven, want ik weet niet hoe de wereld er over tien jaar uitziet.” Het is niet zo dat je vanavond tijdens dat etentje met z’n allen belooft over een jaar of tien terug te keren bij Ajax? Frenkie: “Dat valt niet te plannen. De een is eerder op het punt dat hij terug wil keren naar Nederland dan de ander.” Je gaat nu voor een lang verblijf in Barcelona, gaf al aan je carrière niet als een stedentrip te zien. Frenkie: “Klopt, de intentie is om daar lang te blijven.” Het is toch doodzonde dat de succesploeg waarmee jullie de wereld veroverden nu alweer uit elkaar valt? Frenkie: “Tuurlijk. We hadden een uniek team. Maar we we- ten hoe het vandaag de dag werkt als je als Nederlandse ploeg zo’n seizoen draait. AS Monaco heeft een paar jaar terug ook zo’n seizoen gehad waarin ze de halve finale haalden. Die ploeg, met onder anderen Mbappé en Bernardo Silva, viel ook uit elkaar. Er gaat aan spelers getrokken worden, dat is de realiteit.” 16 mei 2019, Frenkie wordt door Fox Sports verkozen tot speler van het jaar Frenkie: “Leuk, maar het is niet dat ik heel veel waarde hecht aan die prijs. Er zijn zoveel verschillende prijzen. Heel veel verschillende media hebben hun eigen verkiezing van speler van het jaar. Dan hecht ik toch meer waarde aan de Johan Cruijff-prijs voor het talent van het jaar, die door een jury wordt gekozen. De winnaar mag een Cruijff Court neerleg- gen. Wat ik overzichtelijker vind, is zoals het in Engeland gaat. Daar kiezen de journalisten en de spelers een speler van het jaar. Vind ik mooier.” Vind je jezelf een goede speler? Frenkie: “Nou, dat zal je mij nooit horen zeggen. Ik weet soms wel of ik goed heb gespeeld, maar dat ga ik dan ook niet be- noemen.” Mikky: “Ik geloof dat ik je één keer heb horen zeggen: ‘Vandaag ging het goed.’” Frenkie: “Was dat niet vorig jaar?” Mikky: “Zou kunnen, ja. Ik vond toen dat je helemaal niet goed speelde. Je stond toen achterin, gaf alleen maar balletjes breed. Ik zei toen tegen je dat ik het maar saai vond om naar je te kijken. Maar dat is volgens mij de enige keer dat ik je uit jezelf heb horen zeggen dat je vond dat je goed speelde. En toen was ik het dus ook nog een keer niet met je eens. Als ik nu aan je vraag hoe het ging, zeg je: ‘Wel lekker.’ Of: ‘Prima.’” Frenkie: “Jij bent altijd heel eerlijk, vind ik fijn. Ik verwacht van de mensen om me heen ook dat ze dat zijn. Ik hoor al vaak genoeg van mensen dat het allemaal zo goed is. Die denken vaak: hij heeft het al ver geschopt in zijn carrière, laten we maar zeggen dat het allemaal heel goed is.” Mikky: “Je familie is ook altijd eerlijk. Weet je nog die wedstrijd dat je niet goed speelde?” Frenkie: “Ja, tegen Heracles.” Mikky: “Nou, dan krijg je meteen van alle kanten appjes met teksten als: ‘Vandaag was niet je lekkerste wedstrijd, hè.’” Vind je dat Mikky verstand heeft van voetbal? Frenkie, lachend: “Voor een vrouw zeker!” Mikky: “Nou, ik weet nog steeds niet precies hoe dat allemaal werkt met buitenspel, hoor.” Frenkie: “Maar je hebt wel door wanneer ik goed speel of juist niet.” Mikky: “Als ik op de tribune zit, kijk ik echt alleen maar naar Frenkie. Daardoor ontgaat het me soms dat Donny, Matthijs of Neres ook heel goed heeft gespeeld. Als ik dan over Frenk begin op de tribune, hoor ik nog weleens van de mensen om me heen: ‘Maar heb je dan niet gezien wat die andere speler heeft gedaan?’” Als je zo goed op hem let, dan kun je vast ook wel vertellen wat er beter moet. Mikky: “Scoren, hè.” Frenkie: “Klopt. Ik hoor wel dat ik meer van afstand moet schieten. Maar als dat niet je grootste kwaliteit is, moet je het niet doen. Dan verspeel je alleen maar de bal, vind ik. Ik ben niet van plan om nu meer te gaan schieten omdat mensen dat roepen. Scoren is niet een doel op zich voor mij. Als we als team maar genoeg scoren, daar gaat het om.” Mikky: “Aan het begin van afgelopen seizoen had je soms best wel lang de bal in bezit. Toen riepen we weleens dat je die bal wat eerder moest passen. Frenkie is gewoon echt een dienende en bepalende speler ineen. Dat is ook je kracht. Je zegt ook vaak: ‘Ik hoef niet de beste speler van het veld te zijn, als we maar winnen.’” Wat vind je zelf dat beter moet als je bij Barcelona onomstreden wilt worden? Frenkie: “Ik weet niet of het véél beter moet, maar natuurlijk kunnen er nog veel dingen beter. Op elk vlak. Mijn lange trap kan sowieso beter. Mijn lange passes mogen wat strakker, die van mij zijn vaak nog te lang onderweg. Ik kan ook nog wel wat vaker echt een beslissende pass geven, dus dat ik echt iemand vrij voor de keeper zet. In het doorbewegen kan ik ook nog groeien. Dus dat ik meer doorloop als ik een pass heb gegeven. En mijn schot kan dus zeker nog beter. Maar dat komt vast allemaal wel.” Krijg je eigenlijk ook mentale begeleiding? Je maakt immers nogal wat mee. “Bij Ajax hadden we Joost Leenders. Het is niet dat ik dat echt opzoek of nodig heb. Ik bespreek alle dingen met de mensen om me heen, daar heb ik genoeg aan.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Sarina Wiegman, Vrouwen met ballen

Sarina Wiegman is sinds begin 2017 bondscoach van [...]
Sarina Wiegman is sinds begin 2017 bondscoach van de OranjeLeeuwinnen. Ze veroverde in haar eerste jaar meteen de Europese titel met de ploeg en maakt zich nu op voor haar eerste WK. Helden legt haar een aantal stellingen voor. In tegenstelling tot mannen gaan vrouwen niet ‘stiekem’ stappen op trainingskamp of tijdens een toernooi “Stappen is bij vrouwen helemaal geen issue. Hoewel... Vrouwen uit mijn tijd als international hebben me later weleens verteld dat ze tijdens een trainingskamp op stap gingen. Het is heel belangrijk om na een wedstrijd even te ontspannen, maar in zijn algemeenheid kennen wij dat niet, dat vrouwen ’s nachts de hort op gaan.” Alle eredivisieclubs zijn verplicht een vrouwenafdeling te hebben “Absoluut oneens. Ik vind wel dat alle eredivisieclubs het vrouwenvoetbal moeten ondersteunen en een bijdrage moeten leveren aan een lange termijnvisie. Een aantal profclubs buiten de vrouweneredivisie neemt al de ontwikkeling van talentvolle meiden op zich, een hartstikke goede ontwikkeling. We hebben op dit moment nog te weinig speelsters van niveau die voor een volwaardige eredivisie van zestien, laat staan achttien, clubs kunnen zorgen. De KNVB heeft de organisatie gelukkig weer naar zich toegetrokken, het niveau van de eredivisie stijgt en op termijn mogen we blij zijn als de eredivisie groeit van acht naar twaalf clubs. We moeten ervoor zorgen dat het niveau van de wedstrijden hoog blijft. FC Twente is kampioen, tot de voorlaatste speelronde waren met PSV en Ajax erbij drie titelkandidaten. Dat is een positieve ontwikkeling. Vergeet ook niet dat de eredivisie pas twaalf jaar oud is, dat het niveau in die tijd echt enorm is gegroeid. En ja, het is nu tijd voor de volgende stap. 'Het is heel belangrijk om na een wedstrijd even te ontspannen, maar in zijn algemeenheid kennen wij dat niet, dat vrouwen 's nachts de hort op gaan.' Natuurlijk is het ook voor meisjes een droom om in een Feyenoord-shirt te mogen spelen. Feyenoord begint komend seizoen met een belofteteam. Het valt formeel weliswaar niet onder de betaaldvoetbaltak, maar los waar het onder valt, het belangrijkste is dat de leiding van de club zich er hard voor maakt, ook financieel. En dat is bij Feyenoord zeker het geval. Hierdoor krijgen talentvolle speelsters dezelfde faciliteiten en staf als de talentvolle jongens en mannen. Dus afgestemd met school moeten ook de meiden elke dag trainen. Natuurlijk is het een probleem dat er in Limburg geen eredivisieclub is. Sommige meiden gaan naar PSV en een aantal gaat nu naar België. En wat talenten betreft, raad ik meiden net als bij de jongens aan niet te snel naar het buitenland te gaan, dus de stap pas te maken als ze eraan toe zijn.” Helden Magazine editie 47 Het eerste gedeelte van het verhaal van Sarina Wiegman komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Lieke Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden, Vivianne Miedema en Jill Roord aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman en vertellen Sjinkie & Fenna Knegt voor het eerst samen over de dag dat de shorttracker zware brandwonden opliep. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Dylan Groenwegen de nieuwe topsprinter van het peleton is en Steven Kruijswijk de fietsende familieman. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud en Inge de Bruijn ging na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.