Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Hans van Breukelen: ‘Ineens was ik een nationale kliko’

Hans van Breukelen won dertig jaar geleden de [...]
Hans van Breukelen won dertig jaar geleden de Europese titel met Oranje. Toen was hij de held. Een jaar geleden was hij als technisch directeur van de KNVB de kop van Jut. Hoogste tijd voor een goed gesprek, vond Barbara Barend. “Ik ben niet rancuneus.” “Het was niet allemaal kommer en kwel bij de KNVB in het jaar dat jij technisch directeur was. De Oranjevrouwen werden vorige zomer Europees kampioen,” zegt Barbara Barend. “Dat laatste klopt,” beaamt Hans van Breukelen. “Weet je wat me nog het meest heeft geraakt? Dat die dames zo hebben moeten strijden om een plek te krijgen in het Nederlandse voetbal. Daar neem ik mijn pet voor af.” Barbara: “Door jou kregen de vrouwen een nieuwe bondscoach. Jij stelde Sarina Wiegman aan.” Het was een van zijn eerste klussen bij de KNVB, toen Hans van Breukelen in de zomer van 2017 werd aangesteld als technisch directeur: de toenmalige bondscoach Arjan van der Laan ontslaan. Hans: “Het liep niet met Arjan, dat had ik meteen door. Ik had al gevraagd of hij iemand naast zich wilde hebben als extra ondersteuning. Ik kwam uit bij Foppe de Haan. Toch merkte ik nog dat het niet klopte. Ik heb Sarina en Arjan bij elkaar gezet en gezegd: ik wil dat jullie met een plan komen hoe jullie ervoor gaan zorgen dat jullie op 6 augustus volgend jaar met die beker in de hand staan. Maar daar kwam niks van. Ik heb directeur amateurvoetbal Jan Dirk van der Zee gebeld en gezegd dat we een nieuwe bondscoach voor de dames nodig hadden. Vervolgens hebben wij, samen met de toenmalige manager vrouwenvoetbal Minke Booij, de spelersraad bij elkaar geroepen en gevraagd: meiden, met wie denken jullie Europees kampioen te kunnen worden? Ze kwamen allemaal met Sarina. Ik had haar leren kennen als een vrouw met een duidelijke visie en drive. Ze heeft haar op de tanden in de positieve zin van het woord. Die meiden bevestigden mijn gevoel. Sarina heeft een fantastisch team samengesteld en op 6 augustus stonden ze met de beker. Die EK-titel was waanzinnig.” Barbara: “Voelde die titel alsof je terugging in de tijd? De passie bij die meiden, dat is toch waar het voetbal om draait?” Hans: “Passie is het mooiste dat er is, dat heb jij zelf ook ervaren als voetbalster. Voetbal was voor mij ook altijd mijn grote passie en ik had de drive om altijd maar beter te worden. De echte toppers zijn nog steeds bezig om iedere dag beter te worden, ten koste van alles. Kijk naar Cristiano Ronaldo, maar ook naar Ruud van Nistelrooij en Arjen Robben. Alle randverschijnselen zoals het geld, de vrouwen, de auto’s en de heldenstatus zijn voor hen bijzaak. Dat heb ik bij die meiden ook teruggezien. Ze zijn puur. Ze waren alleen maar met voetbal en elkaar bezig. De passie straalde ervan af. Je schaamt je bijna dood voor welk bedrag ze Europees kampioen geworden zijn.” Barbara: “Waarom had je dat niet beter geregeld? Je hebt zo’n passie voor het vrouwenvoetbal en streeft naar gelijkheid...” Hans: “Ik ben in een organisatie gestapt waar al heel veel dingen vastlagen. Onder andere die premies. Maar ik kan je verzekeren dat we getracht hebben om extra zaken te regelen voor de vrouwen, samen met de commerciële afdeling van de KNVB.” Barbara: “Maar toch hebben ze voor een schijntje gewerkt?” Hans: “Ja, ze hadden meer verdiend, maar je krijgt niet altijd waar je recht op hebt. Dat heeft ook met de situatie te maken waar het vrouwenvoetbal op dat moment in verkeerde. De marktwaarde van die meiden is door het succes nu enorm gestegen. Daar heb ik een faciliterende rol in gespeeld. Maar zo’n titel, de prestatie en herinneringen zijn niet in geld uit te drukken. Dat ervaar ik nog dagelijks. En aan de andere kant: dat kon je destijds over ons ook zeggen, als je dat vergelijkt met nu.” Hans: ‘Rinus Michels zei na de wedstrijd tegen Duitsland: ‘Goedemorgen, kunnen we nu eindelijk ook eens een finale winnen?’’ Barbara: “Hoe was dat dan dertig jaar geleden?” Hans: “In 1988 kwam sponsoring voor het eerst opzetten. Formido, de bouwmarkt, werd een van de sponsors van de KNVB. Of Ruud Gullit even met een boor, Marco van Basten met een zaag en Frank Rijkaard met een hamer voor een doek wilden gaan staan. Je kon het zo gek niet bedenken. Wij vroegen wat we daar financieel aan over zouden houden. ‘Het geld gaat naar de KNVB en naar het voetbal. Jullie krijgen een premie,’ zeiden de bestuursleden. Dat was tweeduizend gulden per gewonnen wedstrijd. Wij antwoordden: ‘Dan gaan jullie toch lekker zelf voor dat doek staan met een hamer?’ Pas daarna kwam er een clausule in het contract met sponsors dat als Oranje zich kwalificeerde voor een EK of WK, er een bepaald bedrag in een pot ging die verdeeld werd onder de spelers. We hebben er hard voor moeten knokken om dat voor elkaar te krijgen. Ik zat in de spelersraad met Marco, Ruud, die rooie Koeman... we waren met een mannetje of vier, vijf. Ik was vaak de gesprekspartner, want al die mannen zaten in het buitenland. Ik weet nog dat Van Basten me belde en zei: ‘Breuk, laat ze toch de kolere krijgen over die duizend gulden meer of minder.’ Toen zei ik: dat kan je wel zeggen, maar we verdienen niet allemaal miljoenen in Italië. Voor anderen was duizend gulden een boel geld. Dat begreep Marco wel, hij steunde ons daarna. Toen we Europees kampioen werden, verdienden we uiteindelijk 95.000 gulden per speler.” Barbara: “Dat is toch heel netjes?” Hans: “Absoluut. Driemaal modaal in die tijd. Per wedstrijd en ronde was dat opgebouwd en daar zat ook nog het sponsorgeld in.” Barbara, lachend: “Een goede voorbode voor de vrouwen dus!” Hans: “De KNVB heeft ondertussen met de Oranjeleeuwinnen een goede regeling getroffen, heb ik begrepen, zoals het ook hoort.” Helden Magazine 42 Het eerste gedeelte van het verhaal van Hans van Breukelen komt voort uit Helden Magazine 42 waar Dafne Schippers de cover siert. Schippers leeft onder een vergrootglas sinds dat ze in 2015 voor de sprint koos. En dat is wennen. ‘’Ik ben er wel achter dat ik geen robot ben’’ Verder in de 42ste editie van Helden, is er veel aandacht voor de Tour de France. Topsprinter Dylan Groenewegen, eerste Nederlandse Tourwinnaar Jan Janssen, superster Peter Sagan en Servais Knaven, ploegleider van Chris Froome komen allemaal voorbij in het Tourgedeelte. Dirk Kuyt blikt terug op zijn carrière, Ranomi Kromowidjojo over goud, het geloof en nog meer, hockeysters Lidewij Welten en Frédérique Matlaover het WK Hockey, motorcrosser Jeffrey Herlings en oud-voetballer Glenn Helder. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Glenn Helder: ‘De lessen van Glenn Helder’

Na de tv-programma’s Celebrity Stand en de gevaarlijkste Wegen van [...]
Na de tv-programma’s Celebrity Stand en de gevaarlijkste Wegen van de Wereld is oud-voetballer Glenn Helder op 21 juni te zien in BN’ers In Therapie op RTL5, waarin de Glenn van nu op zoek gaat naar vergeving voor de Glenn van toen. Victoria Koblenko krijgt alvast een voorproefje. Je boek Van Arsenal naar de Bajes heeft een briljante titel. Ik had het graag willen lezen voor dit interview. “Helaas is het boek niet meer te koop. Maar als ik een kopie voor je regel, moet je me beloven dat je een balkje voor mijn ogen zet.” De sporen van het tv-programma Celebrity Stand-Up, waaraan je mee hebt gedaan, zijn nog niet uit je systeem zo te merken. Lachend: “Nee, ik was zo gokverslaafd dat ik alleen nog maar casinobrood at.” Ik kan me voorstellen dat je deze zelfspot goed had kunnen gebruiken toen je voor het eerst een muntje in de gokkast gooide. Wanneer was dat? “Toen ik achttien was. Dat was een gokautomaat in de patatzaak. Ik gooide er een knaak in en won vijftig gulden met alle toeters en bellen erbij. Dat spektakel vond ik zo gaaf! Ik was meteen verkocht. Ik krijg er kippenvel van nu ik eraan terugdenk.” Kippenvel? “Dat krijg ik altijd als ik mijn hart laat spreken.” Stomme eikel Je geeft nu vaak lezingen aan jonge voetballers. Wat heb je ze te vertellen? “Ik zat bij het Nederlands elftal en Arsenal, mijn fout was dat ik er had moeten blijven. En daar wil ik jongens voor waarschuwen die op dat niveau nog moeten komen.” Je bent een jongen van de straat, maar had op je twintigste de clubs voor het uitkiezen. Je had een grote carrière voor je. Had je ook ergens het gevoel dat het mis kon gaan met je? “Nooit!” ‘Ik was op pad naar iemand toe met een doorgeladen pistool, was gek in mijn hoofd’ Wat zou je anders doen als je terug mocht in de tijd? “Dan zou ik gaan leven als een superprof. Als Lionel Messi. Niet roken, niet drinken. En zeker niet tot zes uur ’s ochtends in een discotheek feesten om daarna in de auto te slapen voor een training. En dan deden we voor de grap op de training de rokers tegen de niet-rokers.” Waar kwam het gevoel van onoverwinnelijkheid vandaan? “De Telegraaf gaf destijds cijfers aan elke voetballer. Als je hoog wilde eindigen in het klassement moest je elke wedstrijd spelen en goed presteren. Er was een tijd dat we met Vitesse acht wedstrijden achter elkaar niet wonnen, maar ik bleef steeds een 9 halen. Ik bleef presteren. Ik kreeg dus geen klappen, geen waarschuwingen dat ik niet goed bezig was.” Waarom voelde je zelf niet dat je je talent verspilde? “Omdat ik een fucking debiel was!” Was er iemand in je omgeving toen die tot je door had kunnen dringen? “Absoluut niet. Ik was een prof in het camoufleren van mijn onzin. Mijn goede prestaties in het veld waren het beste alibi.” Wat veranderde er met jouw transfer naar Arsenal? “Er kwam meer geld bij. Nu weet ik dat ik had moeten leven alsof ik dat geld niet had, maar toen leefde ik in een schijnwereld en ik loog mezelf voor.” Waarom deed je het? Beloonde je jezelf voor het succes? Wilde je iets inhalen? “Misschien beide, maar ik ben vooral een stomme eikel geweest.” Zelfmoordpoging Je therapeut in BN’ers In Therapie, te zien op RTL5, vindt zeker dat je te hard voor jezelf bent? “Ja, maar ik ken geen zelfmedelijden.” Op welk moment van je leven kwam de eerste genadeklap? “Bij mijn zelfmoordpoging. Toen baalde ik zo ongelofelijk van mezelf. Achteraf was dat echt een hulpkreet. Ik zat bij NAC en alles kwam tegelijk naar buiten. De gokverslaving, de schulden; alles. Toen keek ik in de spiegel, maar daarin zag ik niet wat ik al die tijd eerder mezelf had wijsgemaakt.” Helden Magazine 42 Het eerste gedeelte van het verhaal van Glenn Helder komt voort uit Helden Magazine 42 waar Dafne Schippers de cover siert. Schippers leeft onder een vergrootglas sinds dat ze in 2015 voor de sprint koos. En dat is wennen. ‘’Ik ben er wel achter dat ik geen robot ben’’ Verder in de 42ste editie van Helden, is er veel aandacht voor de Tour de France. Topsprinter Dylan Groenewegen, eerste Nederlandse Tourwinnaar Jan Janssen, superster Peter Sagan en Servais Knaven, ploegleider van Chris Froome komen allemaal voorbij in het Tourgedeelte. Dirk Kuyt blikt terug op zijn carrière, Ranomi Kromowidjojo over goud, het geloof en nog meer, hockeysters Lidewij Welten en Frédérique Matlaover het WK Hockey, motorcrosser Jeffrey Herlings en Barbara Barend ontmoet Hans van Breukelen. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Dirk Kuyt: ‘Die scenario’s… Dan geloof je toch bijna niet in toeval?’

Dirk Kuyt scoorde in z’n laatste wedstrijd drie [...]
Dirk Kuyt scoorde in z’n laatste wedstrijd drie keer en bezorgde Feyenoord vorig jaar de landstitel waar zo naar werd gesmacht. In Dirk Kuyt, het geloof in succes blikt hij terug op zijn carrière, met de nadruk op de bewogen laatste twee seizoenen. Helden neemt met hem passages door uit zijn boek. ‘Bij alle ploegen waarin ik gevoetbald heb, had ik te maken met spelers met een fluwelen techniek. Die heb ik altijd gezien als de stenen, en mezelf als het cement dat daartussen zit.’ Dirk Kuyt in Dirk Kuyt, het geloof in succes “Ik werd altijd erg gewaardeerd door m’n trainers en ploeggenoten. Neem het Nederlands elftal bij het WK van 2010, toen we de finale haalden. Het ging steeds over De Grote Vier, over Arjen Robben, Robin van Persie, Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart. Ik had vergele­ken bij hen veel meer een functionele techniek, maar had weer andere kwaliteiten. Ik vulde hen aan, had ook een verbindende rol omdat ze niet allemaal even goed met elkaar op konden schieten. Bondscoach Bert van Marwijk heeft later weleens gezegd dat hij mijn naam als eerste op het papier schreef als hij in Zuid­ Afrika het elftal samenstelde. Dat is voor mij een heel mooie vorm van waardering. Vandaar de omschrijving van stenen en cement: zonder cement heb je geen huis, dan stort de boel in elkaar.” ‘Louis van Gaal zei: ‘Het goede nieuws is dat ik jou mijn tweede aanvoerder wil maken. Je bent belangrijk voor het elftal, ik zie wat voor waarde je ook buiten het veld hebt en er zullen altijd momenten zijn dat je gaat spelen. Maar je moet er wel van uitgaan dat het er niet veel zullen zijn.’ Ik was blij met zijn openheid en eerlijkheid. Ik vond het ook een enorme eer om tweede aanvoerder te worden, maar ik gaf ook aan dat hij op dat andere nog terug zou komen.’ “Het is the story of my life: van jongs af aan heb ik te maken gehad met veel twijfel, scepsis en kritiek. Wat ik mooi vond bij Van Gaal: hij herkende wel meteen mijn kwaliteiten, het verbinden en bij elkaar houden van de groep. Maar hij vertelde ook dat hij snelle buiten­ spelers wilde. ‘En dat ben jij niet,’ zei Van Gaal. Ik moest me richten op de spits­ positie, maar het ging ook niet makkelijk worden om me op die plek in het elftal te spelen. Dat was hard, maar eerlijk. Van Gaal zei ook: ‘Je bent m’n tweede aanvoerder, dus je bent er wel zeker van dat je altijd geselecteerd zult worden.’ Ik nam mezelf na dat gesprek voor om keihard te knokken en zo de trainer op andere gedachten te brengen. Die instel­ling is in m’n jeugd ontstaan. Ik was klein voor m’n leeftijd, waardoor jeugdtrainers altijd riepen: ‘Dirk moet je niet in het hoogste elftal zetten, want dat kan hij fysiek niet aan.’ Dat gevoel dat ik twijfels weg moest nemen, kwam daarna altijd terug. Het was voor mensen nu eenmaal lastiger om mijn kwaliteiten te zien dan die van jongens als Robin van Persie en Arjen Robben. Ik heb nooit achterover kunnen leunen, moest me altijd bewij­zen. Dat was de eerste keer bij Feyenoord zo, bij Liverpool, bij het Nederlands elftal en op het einde bij Feyenoord ook. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik een zekerheidje was, dat ik gegarandeerd was van een basisplaats. Is ook goed voor me geweest, dat had ik nodig. Vaak kwam het uiteindelijk zover dat trainers me toch als een van de eerste spelers op het papier zetten: of dat nou Van Marwijk was bij het Nederlands elftal of Rafael Benitez bij Liverpool. En ook op het WK van 2014 heb ik uiteindelijk veel speeltijd gekregen van Van Gaal. Voor het WK van 2014 kwam hij naar me toe en zei dat ik ook als links­ of rechtsback zou kunnen spelen. ‘Dat denk ik ook,’ antwoordde ik. Ik zag zijn glimlach en denk dat Van Gaal de woorden die ik tegen hem had gezegd, dat hij erop terug zou komen dat ik niet veel zou spelen, ook nooit was vergeten.” ‘Het is the story of my life: van jongs af aan heb ik te maken gehad met veel twijfel, scepsis en kritiek’ ‘De trainer had net zijn contract verlengd en in dat proces had ik het toch vrij nadrukkelijk voor hem opgenomen. Achteraf bekeken heeft Giovanni van Bronckhorst daar misschien geen weet van gehad. Ik was weliswaar naar technisch directeur Martin van Geel gelopen, maar had daarover niets tegen de trainer gezegd. Vervolgens word ik aan de kant gezet.’ “Ik heb gemerkt dat alles wat ik over Giovanni zeg gevoelig ligt.Het is absoluut niet mijn bedoeling geweest om hem naar beneden te halen of mijn gelijk te halen. Vooropgesteld: ik heb heel veel respect voor Gio als mens en als trainer. Maar ik wilde in het boek het proces uitleggen waar wij doorheen gingen toen ik terugkeerde bij Feyenoord. Natuurlijk wist ik dat de band met Gio zou veran­deren, dat kon niet anders. We waren tien jaar lang ploeggenoten geweest bij Oranje, maar ineens was hij trainer en stond boven de groep. Met die veranderde rol gingen we ook meteen aan de slag. Dat was wel even wennen. In het begin ging ik tijdens besprekingen nog weleens over de trainer heen. Daar sprak Gio me op aan en daar had hij groot gelijk in. Helden Magazine 42 Het eerste gedeelte van het verhaal van Dirk Kuyt komt voort uit Helden Magazine 42 waar Dafne Schippers de cover siert. Schippers leeft onder een vergrootglas sinds dat ze in 2015 voor de sprint koos. En dat is wennen. ‘’Ik ben er wel achter dat ik geen robot ben’’ Verder in de 42ste editie van Helden, is er veel aandacht voor de Tour de France. Topsprinter Dylan Groenewegen, eerste Nederlandse Tourwinnaar Jan Janssen, superster Peter Sagan en Servais Knaven, ploegleider van Chris Froome komen allemaal voorbij in het Tourgedeelte. Ranomi Kromowidjojo over goud, het geloof en nog meer, hockeysters Lidewij Welten en Frédérique Matla over het WK Hockey, motorcrosser Jeffrey Herlings, oud-voetballer Glenn Helder en Barbara Barend ontmoet Hans van Breukelen. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Khalid Boulahrouz: ‘Wij kunnen elkaar altijd bellen’

Khalid Boulahrouz en Barbara Barend zijn al jaren [...]
Khalid Boulahrouz en Barbara Barend zijn al jaren bevriend. Barbara volgde de oud-voetballer met Marokkaanse roots gedurende zijn carrière en zag ‘De Kannibaal’ uitgroeien tot een geliefde verdediger van het Nederlands elftal. Een gesprek over hun innige band, ons land, het Marokkaanse elftal en het aanstaande WK. “Fietsen staat wel als allerlaatste op de bucketlist van een Marokkaan,” zegt Khalid Boulahrouz lachend als hij op verzoek van de fotograaf met veel moeite door een zijstraat van de Amsterdamse Albert Cuypmarkt probeert te sturen, met Barbara Barend voorop. “Kom op, Boula, hou die fiets recht,” roept Barbara als ze bijna in de portiek van een huis belanden. Even daarvoor haalden ze herinneringen op onder het genot van een pan linzensoep in Restaurant Bazar. • “Weet je het nog? Tijdens een wedstrijd van m’n zaalvoetbalteam zagen wij elkaar voor het eerst, achttien jaar geleden,” zegt Barbara. Khalid knikt: “Een vriendin van mij zat bij jou in de ploeg. Ik voetbalde net bij RKC en ging een keertje kijken.” Barbara: “Na de wedstrijd maakten we een praatje. Jij was toen nog niet bekend, zat verlegen op de tribune naar voetballende meisjes te kijken. Daarna hebben wij altijd contact gehouden.” Niet veel later kwamen Khalid en Barbara elkaar tegen bij het Nederlands elftal. Khalid inmiddels als speler van de Duitse club Hamburger SV, Barbara als verslaggeefster. Khalid: “Jouw benadering was heel relaxed, spontaan en vriendelijk. Bij het Nederlands elftal kwam ik ook vrij snel jouw vader tegen. Die was altijd in voor een gezellig praatje. Ik kreeg veel steun van jullie, dat vergeet ik niet meer. Helemaal in de voetbalwereld, waarin iedereen iets van je wil. Bij jullie ging het om de persoon Khalid.” Zoals tijdens het EK 2008, toen zijn dochtertje te vroeg werd geboren en overleed. Barbara: “Ik stuurde je een berichtje: is het echt waar, wat ik hoor? Jij antwoordde meteen. Daarna hield ik veel contact met je.” Khalid: “Je bent attent en weet ook hoe je moet reageren op de juiste momenten. Je hebt een groot inlevingsvermogen.” Barbara: “Andersom is dat ook het geval. Ik weet nog goed dat we tijdens het EK 2012 een bezoek brachten aan Auschwitz. Ik had mijn telefoon in het hotel laten liggen, wat voor mij vrij uitzonderlijk is. Die dag heb jij mij een paar keer geprobeerd te bellen.” Khalid: “Ik weet dat Auschwitz voor jullie helemaal een zware lading heeft. Ik liep daar rond en zag er tandenborstels, kinderschoentjes en koffers waar namen op stonden. Heel heftig. Toen dacht ik aan jou, jij hebt familieleden die daar vermoord zijn. Ik was zo onder de indruk. Iedere school zou daar verplicht een reis naartoe moeten maken. Om te beseffen wat er is gebeurd.” Barbara: “’s Avonds zette ik mijn telefoon aan. Je had ook nog een berichtje gestuurd: ‘Ben je boos, ofzo?’” Khalid, lachend: “Ja, dat kan ik jou gewoon sturen.” Hij vervolgt: “Ik zag Barbara niet meer als journalist. Het voelde goed en vertrouwd. Ik heb niet veel vrienden overgehouden aan m’n voetbalcarrière, maar Barbara is er wel een. Wij kunnen elkaar altijd bellen.” Barbara: “Weet je wie ook zo op jou gesteld is? De familie van Abdelhak Nouri. Ik hoor van zijn moeder vaak hoe trouw jij bent in het contact en de steun die je hen geeft.” Khalid: “Ik weet nog dat je me huilend opbelde toen het was gebeurd, je was helemaal in shock. Ik lag op de bank, zat naar een andere wedstrijd te kijken en zag in mijn scherm: Barbara belt. Ik had een voorgevoel: er is iets aan de hand. Ik nam op en jij kwam met vreselijk nieuws. Appie was in elkaar gezakt en het zag er slecht uit. Sindsdien heb ik veel contact met zijn broer. Het heeft me zo geraakt. Ik denk dat het de moeilijkst denkbare situatie in het leven is. Misschien is het nog wel beter als je iemand verliest, dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Die familie is constant in onzekerheid. Het ene moment hebben ze goede hoop, het andere worden ze weer teleurgesteld. Het was niet dat ik Appie dagelijks sprak, maar hij vroeg me weleens om advies. We hadden een goede band. Het is een goeie jongen.” • Barbara is getrouwd met een vrouw en opgegroeid in een liefdevol Joods gezin, Khalid is met twee Marokkaanse ouders, zes zussen, twee broers en de Koran opgegroeid. Barbara: “Ik bel jou geregeld op en zeg dan: Boula, het gaat slecht in ons land. Ik heb het gevoel dat we niet meer met elkaar om mogen gaan. Terwijl onze vriendschap juist bewijst dat het wel kan.” Khalid beaamt: “Onze achtergrond is totaal verschillend. Maar de essentie van het leven is, ook in ons geloof, dat je als mens goed voor elkaar moet zijn. God heeft diversiteit gecreëerd, juist zodat we elkaar niet discrimineren. Dat jij krullen hebt en ik Marokkaanse ouders heb, moet geen blokkade zijn om niet op een normale manier met elkaar om te gaan.” Barbara: “Ben jij ook op die manier opgegroeid?” Khalid: “Mijn ouders vonden het belangrijk dat mijn broers, zussen en ik ons best deden op school, dat we mensen respecteerden, en geen ruzie maakten. Ze zagen het een beetje als marketing van de naam Boulahrouz, we moesten onze naam en eer hooghouden. Mijn vader kon me niet lezen, rekenen of schrijven leren. Hij kon alleen Arabisch schrijven, geen Nederlands. Maar als hij vroeger ergens naartoe ging, kleedde hij zich altijd netjes. Niet om de beste of de mooiste te zijn, maar wel om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Dat leerden wij van hem.” Barbara: “Op je zestiende overleed hij al...” Khalid: “Toen hij overleed had ik een lastige periode. Daarvoor haal- de ik weleens kattenkwaad uit, maar ik was nooit een rebel. Ik hield van een geintje en lachte graag. Na zijn overlijden werd ik wat lastiger, vooral op school. Ik voelde me altijd een slachtoffer. Waarom ik, dacht ik. Waarom ben ík mijn vader verloren. Tussendoor dacht ik weleens: stel je niet aan, je bent niet de enige. Je moeder is haar man verloren en je zussen en broers zijn hun vader ook kwijt. Maar ik vond met name mezelf zielig. Met voetbal had ik het in die tijd ook wel lastig. Gelukkig was Hans de Koning, in die tijd mijn trainer in de jeugd van AZ, echt mijn voetbalvader. Hij gaf me een schop onder de kont wanneer ik dat nodig had, maar was ook heel lief.” Barbara en Khalid zijn inmiddels zelf ouders. Khalids dochter Amaya is acht, zoon Daamin is zeven. Barbara: ‘Weet je nog dat ik je ’s nachts belde? Ik had een nachtmerrie dat je je bij de politieke partij Denk had aangesloten’ Helden Magazine 41 Het eerste gedeelte van het verhaal van Khalid Boulahrouz komt voort uit Helden Magazine 41 waar Wesley Sneijder de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, voetbalster Jackie Groenen over haar studie en nog meer, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, voetballer Kevin de Bruyne, koning van de marathon Eliud Kipchoge, voetballer Lasse Schöne, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter en de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Phillip Cocu: ‘Ik heb tegenslagen moeten overwinnen’

Phillip Cocu weet wat winnen is. Als speler van [...]
Phillip Cocu weet wat winnen is. Als speler van PSV en FC Barcelona won hij vijf landstitels. Als trainer van PSV is hij ook erg succesvol. We legden de 101-voudig international tien foto’s voor. 29 januari 1995 Phillip Cocu in duel met Frank Rijkaard tijdens Vitesse-Ajax (2-3). “Dit was in mijn laatste jaar Vitesse. We haalden elk jaar Europees voetbal, werden telkens vierde of vijfde. Die vijf seizoenen bij Vitesse hebben me gevormd. Ik kwam van AZ, had twee seizoenen in de eerste divisie gespeeld, werd bij Vitesse eerst onder de vleugels genomen van John van den Brom en Frans Thijssen en werd uiteindelijk zelf een bepalende speler.” Wanneer voelde je dat je hogerop kon? “Ik kwam binnen als een typische linksbuiten, was zo wisselvallig als het weer. Ik had een aar­dige passeerbeweging, dat moest ook wel om­ dat ik niet supersnel was, en ik had een goede trap. Ik hoefde er niet altijd langs om een voorzet te kunnen geven. Maar we kunnen rustig stellen dat ik als linksbuiten Barcelona niet had gehaald. Trainer Herbert Neumann haalde me naar het middenveld en die beslis­sing heeft ervoor gezorgd dat ik het maximale uit m’n carrière heb kunnen halen. In 1994, na het vierde jaar Vitesse, had ik al zoiets van: als ik de kans krijg om naar een topclub te gaan, dan pak ik die. Omdat ik het gevoel had dat ik m’n plafond nog niet had bereikt. Er was belangstelling, maar ik ben toch nog een jaartje gebleven.” Je hebt Frank Rijkaard meegemaakt als bondscoach en als trainer van Barcelona, hoe was hij? “Goeie trainer, prettig mens. Als bondscoach deed hij het ook fantastisch, maar het meest intens had ik natuurlijk met hem te maken in zijn eerste en mijn laatste jaar Barcelona. Frank was en is iemand met uitstraling en aanzien, zeker niet iemand die ging lopen schreeu­wen, hij zocht altijd de con­versatie. Wat ik mooi vond: je merkte bij Frank meteen wat hij als speler bij Ajax en AC Milan had meegemaakt. Dat vertaalde hij naar zijn trainerschap. Er hing best wel een negatieve sfeer bij Barcelona toen Frank in 2003 binnenkwam. Niet dat het haat en nijd was, maar we hadden een moeilijke tijd ge­had. Dat negatieve moest hij eruit zien te krijgen, het geloof moest terugkeren. Frank begon eerst met de organisatie binnen het team. Pas toen het stond zo­ als hij het hebben wilde, focuste hij zich op het spel aan de bal. Frank, assistent Henk ten Cate en Ronaldinho, die overkwam van Paris Saint­ Germain, had­den een groot aandeel daarin.” Komt Rijkaard in de buurt van hoe jij bent als coach? We zien jou ook niet uit je dak gaan langs de lijn. Lachend: “Dat is maar één facet van een trainer. Er zijn raakvlakken, maar ook zeker verschillen. Misschien kom ik naar buiten toe rustig over, maar ik kan wel flink uit m’n slof schieten.” 25 mei 1997 Dick Advocaat wordt door Cocu en aanvoerder Arthur Numan van het veld geleid na het behalen van het kampioenschap met PSV. Op de achtergrond kijkt Jaap Stam toe. “Luc Nilis, Wim Jonk, Jaap Stam, Arthur Numan, Marciano Vink en ga zo nog maar even door. Fantastisch elftal. Toen ik bij PSV binnenkwam, had Ajax net de Champions League gewonnen. In 1996 pakten we de beker en toen kwam het besef dat er meer in zat. Een jaar later resulteerde dat in de landstitel. Het was m’n eerste landstitel, daarvoor had ik de overstap naar PSV gemaakt. Jammer genoeg viel de ploeg in mijn laatste jaar bij PSV een beetje uit elkaar.” Je maakte Dick Advocaat mee als club- en bondscoach. Hoe zou je hem typeren? “Dick is hét voorbeeld van een bevlogen trainer. Hij stond continu langs de lijn te gebaren. De laatste jaren is dat misschien ietsje minder het geval, maar bij ons zat hij echt bovenop je huid. Voortdurend. Maar hij was wel weer een compleet ander type dan Louis van Gaal, die ik later meemaakte. Dat de lat áltijd hoog moet liggen, leerde ik van Dick en dat je jezelf altijd moet pushen om die lat nog hoger te krijgen. De meeste spelers en teams hebben dat nodig, iemand die de boel voortdurend aan blijft jagen. Als je even verslapte, dan was Dick er, hoor. Daar werd je natuurlijk ook weleens gek van.” Je kwam Advocaat ook tegen als beginnende trainer en nam het in 2013 van hem over bij PSV. Wat leerde je als trainer van hem? “Toen Dick hoofdtrainer was, had ik de jeugd bij PSV onder me en assisteerde ik op parttime basis bij het eerste. Ik was blij dat ik bij hem mee kon kijken, zag hoe Dick spelers coachte, zijn voorbereiding op een wedstrijd, hoe hij een elftal samenstelde, waarom hij bepaalde keuzes maakte en hoe hij met de spelers omging. Daar spraken we ook over. Als speler ervaar je dat soort zaken niet. Pas als je echt mee gaat kijken, zoals ik bij Fred Rutten – ook zo’n vakman – en Dick heb gedaan, ervaar je pas wat er achter de oefenstof en de aanpak van de coach zit.” 17 september 2002 Louis van Gaal legt het nog een keer uit. Patrick Kluivert, Luis Enrique en Cocu (v.l.n.r.) kijken toe. “Louis haalde me in 1998 naar Barcelona. Ik had een aantal opties toen ik transfervrij vertrok bij PSV, had gesprekken gevoerd met Internazionale en al bijna een voorcontract getekend in Milaan. Op het laatste moment besloot ik toch te wachten. Er was best wat interesse, ik had net een succesvol WK in Frankrijk achter de rug. Toen meldde ook Barcelona zich. Van Gaal gaf heel duidelijk aan wat hij wilde. Voor een speler is het belangrijk dat je een trainer hebt die een bepaalde rol voor jou ziet weggelegd. Ik kwam bij Barcelona spelers tegen als Rivaldo, Figo, Guardiola en Luis Enrique. Guardiola was de regisseur. Luis Enrique kun je het beste vergelijken met mij. Ik heb een heel goeie band met hem. We hebben nog weleens contact, ook toen hij coach was van Barcelona. Ik ben toen hij coach was een keer een wedstrijdje gaan kijken met m’n zoon. Ben ik ook in z’n kantoortje geweest om een beetje bij te praten. We hebben zes jaar samengespeeld. ” ‘Ook ik heb neus aan neus met Van Gaal gestaan, ook tegen mij ging hij tekeer’ Je had tot 1998 Van Gaal alleen meegemaakt als trainer van de tegenstander. Hoe was jouw ervaring met hem als coach? “Louis is natuurlijk een bijzondere coach. Hij is zeker geen makkelijke trainer om mee te werken. Louis zat continu op je donder. Als je het niet goed deed, kreeg je eerst een waarschu­wing, een tweede keer kreeg je die wat duidelij­ker en bij een derde keer stond hij neus aan neus voor je. Ook ik heb neus aan neus met Louis gestaan, ook tegen mij ging hij tekeer. Dat overkwam iedereen. Maar als je iets goed deed, dan stond hij bijna op de tafel te schreeu­wen van enthousiasme. Je mag als speler best kritisch benaderd worden, Louis lette op de kleinste dingen, maar als het goed was, dan was hij heel uitbundig. Dat vond ik mooi aan hem. Hij eiste het maximale en hij haalde dat ook altijd uit een speler als die er open voor stond. Ik ben absoluut een betere speler geworden onder Louis. Wat me altijd is bijgebleven: als we pass­ en trapvormen deden tijdens de training, dan eiste hij dat je dat met twee benen deed. Hij had ook altijd liever dat je een pass gaf die te hard was, van een slap rollertje werd hij helemaal gek. Elke dag hamerde hij op goed passen en trappen met links en rechts en het effect merkte ik al snel. Links bleef altijd mijn voorkeur houden, maar ik ging tijdens wedstrijden mijn rechterbeen steeds meer gebruiken. Ik werd completer, kon betere oplossingen vinden.” Waaraan herkennen we bij jou als trainer de invloed van Van Gaal? “Ik heb ook oefeningen waarbij ik eis dat beide benen worden gebruikt bij het passen, ik wil ook dat ze dúrven. Ook bij mij geldt: liever een bal te hard op de training dan te zacht. Passing is ook tijd winnen, het gaat om de juiste snelheid van de bal. En ook zijn benadering gebruik ik. Ik ben kritisch als het niet goed gaat, maar kan ook heel enthousiast reageren als het goed gaat.” 3 maart 2004: Ronaldinho en Barcelona- aanvoerder Cocu juichen na een goal in de UEFA Cup tegen Brøndby. “Ronaldinho is een van de beste spelers met wie ik ooit heb samengespeeld. Ik zeg niet de beste, want dan doe ik Ronaldo tekort. Wat een versnelling had hij op de eerste meters. En dan had hij ook nog die goeie trap en zijn schijnbewegingen. In de kleedkamer zat hij voor de wedstrijd vaak een beetje te pielen, liet hij trucs zien. Niet normaal. Hij kon echt alles met een bal, maar ook functioneel. Ronaldinho was ook een fantastische speler voor het team, hij was echt een aanjager. Zijn komst en die van Frank Rijkaard brachten in 2003 de frisse wind die leidde tot de ommekeer. Ronaldinho kwam elke dag met een glimlach op z’n gezicht binnen. Muziek aan, een beetje voetvolleyen, zelfs vlak voor de wedstrijd nog, en dan dat taaltje van hem. Hij pakte iedereen erbij. ‘Lekker trainen, lekker voetballen,’ riep hij als hij binnenkwam. Zijn enthousiasme werkte heel erg aanstekelijk. Het voelde voor iedereen alsof je terugging in de tijd, als je hem zag. Waarom gingen we ooit als jochies voetballen? Omdat we het een fantastisch spel vonden. Ronaldinho straalde uit: vanmiddag lekker in een vol stadion voetballen. Altijd, echt altijd die glimlach. Terwijl voor zijn komst juist een beetje de sfeer in het team hing van: goh, we moeten weer voor 100.000 man spelen, het zal vanmiddag wel zwaar worden en als het niet goed gaat dan... In het veld voetbalde Ronaldinho bijna lachend. Hij trainde ook hard, hoor, vergis je niet. Pas toen hij heel succesvol werd, werd dat wat minder, heb ik begrepen.” We zien op de foto de aanvoerdersband om je arm. “Dat ik als buitenlander aanvoerder mocht worden van zo’n grote club maakte me zo ongelooflijk trots. Blijkbaar heb ik toch iets neergezet waardoor ze me die aanvoerders­ band toevertrouwden.” Wat betreft druk is er niet veel dat zwaarder is dan aanvoerder zijn van Barcelona, toch? Knikt: “Dat moet je zeker niet onderschatten. Na een slechte wedstrijd konden we niet even de pers ontlopen. De druk die ik bij Barcelona ervoer, kun je in Nederland met niets vergelijken. Die kwam van buitenaf, maar ook vanbinnen de club. Zo gigantisch. Het is simpelweg niet uit te leggen hoe dat voelt als je het niet zelf hebt ervaren.” Jij weet hoe het is om door 100.000 mensen uitgefloten te worden, jou maken ze niet meer gek? “Zie het niet als onverschilligheid, maar ik raak niet snel meer in paniek, nee.” 28 augustus 2006: Guus Hiddink overhandigt Cocu de zilveren schoen tijdens het Voetballer van het Jaar Gala. “Als jong ventje kwam ik met m’n rugzakje bij De Graafschap binnenwandelen en daar was Guus Hiddink trainer. Dat was de eerste keer dat we elkaar troffen. En daar kwamen jaren later nog vele ontmoetingen bij. Ik debuteerde in 1996 onder Guus bij het Nederlands elftal voor het EK in Engeland. Hij zag het al snel in me, in 2004 haalde hij me terug naar PSV. Guus was ook degene die me warm maakte voor het trainersvak. Tot die tijd had ik daar nooit zo erg bij stil gestaan. Bij mij was het niet zoals bij Pep Guardiola of Frank de Boer, aan wie bij Barcelona iedereen zag dat ze na hun carrière trainer zouden worden. Guus heeft er een belangrijke rol in gespeeld dat ik nu trainer ben.” Hoe overtuigde hij je? “Guus trok me steeds meer die kant op. Ik was ook zijn verlengstuk in het veld.” En toen jij hoofdtrainer werd van PSV, wierp hij zich op als een soort mentor. “Hij was hier vorige week nog. We spreken elkaar geregeld. En af en toe evalueren we samen, meestal aan het einde van het seizoen. Het is heerlijk om met een man die als coach zo succesvol is geweest, te kunnen sparren.” In het vorige nummer interviewden we Hiddink voor deze rubriek. Toen we hem de foto van jou voorschotelden, merkten we dat hij echt van je houdt. Glimlachend: “We hebben een bijzondere band, ja.” Waarom ging je in 2004 eigenlijk weg uit Barcelona? “Dat was een principekwestie. Ik kan zo nu en dan ook vrij principi­eel zijn, hoor. Toen Frank Rijkaard kwam, heb ik mijn contract met één jaar verlengd. Het ging toen wat moeilijker met de club, ook financieel. De nieuwe verbintenis kon niet helemaal volgens dezelfde voorwaarde als in m’n oude contract. Geen probleem, ik was er trots op dat ik al sinds 1998 voor Barcelona speelde. In de goede tijden stond ik er en ik wilde er in moeilijke tijden ook zijn. We maakten in 2003 de afspraak dat als het goed zou gaan met de club en ik een goed jaar zou draaien, we opnieuw zouden praten. Ik was aanvoerder, Frank wilde dat ik bleef, maar we kwamen er toch niet uit. Na het tweede gesprek zei ik: het is mooi geweest, laten we op een goeie manier afscheid nemen. Ik heb nog steeds een prima band met de club en met de toenmalige technisch directeur Txiki Begiristain. Ik moet het juiste gevoel hebben als ik met iemand door wil en dat had ik niet. En toen kwamen Guus Hiddink en Frank Arnesen op bezoek in Barcelona.” Hoe wist hij je te overtuigen Barcelona te verruilen voor PSV? “Guus was heel open over de spelers die ze volgden. Ik wilde natuurlijk weten wat voor team er zou staan als ik terugkeerde. De ambitie van Guus was dat PSV weer verder zou komen in Europa, ze zaten daar al een paar jaar tegenaan te hikken. ‘In de Champions League willen we weer een stap gaan zetten,’ zei hij. Guus zei niet dat hij kampioen wilde worden, nee, hij keek al verder dan dat. Dat sprak me aan. Die mindset kreeg hij ook in de ploeg. Wat Guus voor ogen had, is ook gelukt. In het eerste seizoen haalden we meteen de halve finale van de Champions League, waarin we maar op het nippertje werden uitgeschakeld door AC Milan. En ook in het volgende jaar kwamen we ook weer voorbij de groepsfase in de Champions League.” 7 juli 1998: Ronaldo troost Cocu op het WK in Frankrijk. Oranje verliest in de halve finale na strafschoppen van Brazilië. Cocu en Ronald de Boer misten een penalty. “Ik heb altijd met heel veel trots voor het Nederlands elftal gespeeld. Als je dat shirt aan hebt en het volkslied klinkt; geweldig. Ik heb 101 interlands mogen spelen. Ja, en daar zitten fantastische momenten bij, maar ook minder leuke. Zoals het moment op deze foto.” Hoe lang heb jij gedacht: had ik die penalty er verdorie maar ingeschoten, al was het maar voor Guus. “Nou, niet alleen voor Guus, voor mezelf was het ook wel lekker geweest, hoor! Het was een van de moeilijkste momen­ten in m’n carrière, die gemiste penalty bleef me heel lang ach­tervolgen. We waren zo dichtbij de WK-­finale. Die lange keeper Taffarel ging vol naar de hoek waarin ik de bal schoot. Niemand van de ploeg keek me erop aan dat ik had gemist, er waren genoeg spelers die geen penalty wilden nemen en ik had de verantwoordelijkheid gepakt. Maar die redenaties waren niet voldoende om het meteen van me af te zetten, ik moest het een plek geven en dat heeft lang geduurd. Ik werd er de eerste tijd regelmatig ’s nachts wakker van, als een filmpje dat zich voort­ durend bleef afspelen in m’n hoofd. De bal die ik trapte, Taffarel die hem stopte, hoe ik daar stond met de handen voor m’n ogen en daarna terugliep.” In 1998 en bij het EK in 2000 waren jullie tot twee keer toe dichtbij de finale. “Het WK was voor mij toch het hoogtepunt. Ik miste wel die penalty, maar speelde een heel goed toernooi. Ik speelde alle wedstrijden, had gescoord, had in de spits gestaan tegen Zuid­ Korea, was aanvallende middenvelder en linksbuiten geweest. Dat team, twee jaar na de onrust bij het EK in 1996, was geweldig. We hadden de finale moeten halen, gezien de kwaliteiten die we hadden.” Je staat hier op de foto met Ronaldo... “Ronaldo, die was echt... ongekend. Hij was nog maar achttien toen we ploeggenoten waren in 1995. Ronaldo was de eerste speler die al die bewegingen, die je vandaag in die populaire clipjes op internet ziet, in een wedstrijd functioneel gebruikte. Linkerbeen, rechterbeen, linkerbeen, rechterbeen. En alles op snelheid. Hij was zo snel en wendbaar. Als hij ging versnellen, nou... En hij was net als Ronaldinho ook een heel leuke jongen. We trokken veel met elkaar op in het jaar dat we ploeg­ genoten waren. Fantastische tijd. Ik heb nog lang contact met hem gehouden. Ook toen hij een superster was geworden, hebben we elkaar nog getroffen, zoals bij liefdadigheids­ wedstrijdjes waaraan we allebei meededen. Jongens als Ronaldo kunnen bijna niet normaal over straat. In de kleedkamer was het weer voetballers onder elkaar, maar daarbuiten was het voor hem zo lastig.” 25 maart 2005: bondscoach Marco van Basten en Phillip in gesprek voor de WK- kwalificatiewedstrijd in Boekarest tegen Roemenië (0-2 winst). “Met Marco heb ik toch nog prettig gewerkt. In het begin was het een beetje zoeken, de eerste interland onder Marco miste ik ook door een blessure. Het zal ook aan mij gelegen hebben dat we elkaar even moesten vinden. Toen dat was gelukt, hebben we heel prettig met elkaar samengewerkt.” Begrijp je dat Frank Rijkaard en hij nooit meer hoofdcoach willen zijn? “Dat zal door hun persoonlijke ervaringen komen. De druk die erbij komt kijken is groot, dat kunnen we niet ontkennen. Daar moet je wel mee om kunnen gaan, anders wordt het heel zwaar. Maar ja, als voetballer moet je ook je weg vinden, moet je ook leren hoe je grote wedstrijden moet spelen. Dan is er meer spanning en dat voel je in je benen, die voelen in het begin zwaarder aan. Als je er daar wat meer van hebt gespeeld, zijn dat juist de wedstrijden waar je naar uitkijkt. Die sfeer eromheen. Hoe groter, hoe beter. Voor mij geldt dat ik het zo ook heb ervaren als trainer. In het begin is het lastig en daarna krijg je ervaring hoe je met bepaalde situaties om moet gaan. Maar nogmaals, dat is voor iedereen weer anders.” 2 juni 2012: bondcoach Bert van Marwijk en zijn assistenten Phillip Cocu en Ernest Faber voor de oefenwedstrijd tegen Noord-Ierland (6-0 winst). “Ik ben vier jaar lang met veel plezier assistent ­bonds­coach geweest. Het was een heel leerzame periode.” Je rolde in 2008 meteen het trainersvak in. Had je geen behoefte om eerst even afstand te nemen van het voetbal? “Ik had nog een jaar in de Emiraten kunnen blijven, had het goed naar m’n zin. Ik vond het vooral een mooi avontuur. Ik moest best snel beslissen toen Bert belde. Ik zat nog in de Emiraten en hij zei dat hij mij samen met Frank de Boer als assistent wilde bij het Nederlands elftal. Hij zag in Frank en mij zijn verlengstukken, wij hadden de meeste jongens meegemaakt als spelers en stonden dus nog dichtbij hen. Ik had met Henk Kesler, toen directeur betaald voetbal van de KNVB, nog een afspraak om de cursus Coach Betaald Voetbal versneld te kunnen doen. Er was een aantal spelers, onder wie Dennis Bergkamp, Patrick Kluivert en Michael Reiziger, dat die wens had. De vraag was alleen wanneer er weer een versnelde cursus zou komen. Ik besloot mede door het telefoontje van Bert me in te schrijven voor de cursus en te stoppen met voetbal. Het paste op dat moment bij me en ik neem altijd beslissingen op m’n gevoel. In het begin was het nog aftasten, om te kijken of het trainersvak me ook echt ging pakken. Ik deed sinds 2009 samen met Ernest Faber ook de jeugd onder negentien bij PSV en assisteerde Fred Rutten bij het eerste. Na twee jaar zat ik er helemaal in. En met het Nederlands elftal heb ik meteen twee uitersten mee­ gemaakt. Eerst het WK in Zuid­-Afrika, wat natuurlijk een geweldig succes was, en daarna het teleurstellende EK in 2012, waarvan de kwalificatie nog heel goed ging. Van dat EK heb ik ook veel geleerd. Waarom gaat iets goed en waarom slecht? Soms heeft dat met kwaliteit te maken, maar soms ook met heel andere dingen.” Waarom ging het mis bij het EK van 2012? “Om andere dingen dan kwaliteit, want met dezelfde spelersgroep haalden we ook de WK-­finale en we liepen zo door de EK­kwalificatie heen. Wat er precies mis ging... Laat ik het erop houden dat ik er als coach veel van heb geleerd. Ik heb geen behoefte daar verder op in te gaan.” Is het jouw ambitie om ooit bondscoach te worden? “Ja, dat zou zeker mooi zijn. Ik zou het fantastisch vinden als ik op een dag bondscoach zou mogen zijn.” Wat vind jij nu van de staat van het Nederlandse voetbal? “In Nederland gaan we nog weleens van het ene uiterste naar het andere. Het is bij ons óf euforisch óf drama­tisch, er zit niets tussenin. Dat komt niet altijd overeen met de realiteit. Soms is iets minder goed dan we denken en op andere momenten is iets minder slecht dan we met z’n allen roepen. Neemt niet weg dat we met golfbewegingen te maken hebben. We hebben nu te maken met de situatie dat spelers die jarenlang op absoluut topniveau hebben gespeeld, afscheid hebben genomen. We moeten ervoor zorgen dat een aantal Nederlandse spelers bij clubs in de absolute top terecht gaat komen en daar ook aan spelen toekomt. De talen­ten hebben we echt wel, hoor.” Jij hebt hier samengewerkt met Memphis Depay. Je zag hem naar Manchester United vertrekken. Hoe verklaar jij dat hij het daar toch niet heeft gered? “Ik heb er geen zicht op wat daar is gebeurd. Er zijn meer spelers die heel talentvol zijn. Talent brengt je tot een bepaald punt. Om de volgende stap te zetten, komen er heel veel andere dingen bij kijken. Slagen in een andere competitie is niet eenvoudig. Het lastige is: er is geen draaiboek voor. Ook niet wanneer je die stap moet zetten. Dat is voor iedereen verschillend. Je moet een bepaalde basis hebben, maar daarna?” 8 mei 2016: PSV wint op de slotdag van de competitie met 1-3 van PEC Zwolle. Ajax ging de laatste speelronde in met evenveel punten, maar met een beter doelsaldo. Ajax speelt 1-1 tegen De Graafschap, waardoor de tweede landstitel op rij onder coach Phillip Cocu een feit is.     Ik dacht: wat ik in 2007 heb meegemaakt, op de laatste dag op bizarre wijze kampioen worden, ga ik nooit meer meemaken. Wel dus. Die ervaring van destijds kwam goed van pas om de jongens ervan te kunnen overtuigen in de titel te blijven geloven. Wij waren klaar, stonden in Zwolle op het veld te wachten op het eindsignaal bij De Graafschap­Ajax. Iemand van FOX Sports had live verbinding met Doetinchem. Als Ajax nog zou scoren, waren zij kampioen. Het leek een eeuwigheid te duren voordat het verlossende bericht kwam. En daarna die ontlading, doordat die titel zo onverwachts kwam. Ook dit moment zal ik weer mijn hele carrière blijven gebruiken als voorbeeld voor spelers. Ja, het is bijzonder dat ik dit twee keer mee heb mogen maken.”</span> Je hebt als speler vier landstitels gewonnen met PSV en één met Barcelona. Als trainer heb je ook al twee landstitels en de papieren voor nummer drie zijn goed op dit moment. Dat is nogal wat. “Ik sta daar niet zo bij stil. Als ik iets bereik, dan kan ik daar blij om zijn. Maar er zijn nog zoveel dingen die ik niet heb gewonnen, die ik wel graag had willen winnen. Halve finales Champions League, halve finales met het Nederlands elftal. Ik heb ook meegemaakt hoe het voelt om iets net niet te halen. Daardoor weet ik dat ik even volop moet genieten op momenten dat ik iets win. Dat kan ik. Maar daarna ga ik weer verder.” Wat zijn jouw ambities als coach, naast op een dag bondscoach worden? “O, dat weet ik niet. Ik ben ambitieus, hoor, maar ik denk niet: over drie jaar wil ik bij die club zitten. Op dit moment zit er maar één ding in mijn hoofd en dat is PSV.” Helden Magazine 41 Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Wesley Sneijder: ‘Ik heb nergens spijt van’

‘Hoeveel positieve comeback verhalen ken jij? Het [...]
‘Hoeveel positieve comeback verhalen ken jij? Het aanbod vanuit Qatar voelde gewoon goed’ Einde van een tijdperk. Recordinternational Wesley Sneijder stopt bij Oranje. Dat maakte Wesley onlangs bekend. Helden toog naar Qatar om met de 33-jarige Utrechter terug te blikken. “Ik ben nog hetzelfde straatschoffie.” De avond voor het interview speelt Wesley Sneijder met zijn club Al-Gharafa een thuiswedstrijd, en uiteraard pakken we die even mee. Zo vaak komen we niet in Qatar. Samenvatting: mooi stadion, fantastisch gras, witte gewaden, vriendelijke mensen, maar heel weinig publiek. En Wesley? Die is gewoon Wesley. Negentig minuten lang is hij de pitbull die we kennen, zijn teamgenoten aansporend en continu het spel verdelend. Hij werd gevraagd om naar Qatar te komen door niemand minder dan de emir, oftewel de koning van Qatar, die dol is op voetbal. Sterker nog, de emir wilde hem vier jaar geleden al halen, maar toen was Wesley daar nog niet klaar voor. Nu wel. Mede dankzij een morsdood voetbalspoor bij OGC Nice en het primaire verlangen om ‘gewoon lekker te mogen spelen’. Hoe bevalt het je hier? “Top. Je hebt altijd bepaalde verwachtingen als je ergens naartoe gaat, alleen weet ik uit ervaring dat dat nog weleens kan tegenvallen. Maar hier is vanaf dag één alles meegevallen. Alles is goed geregeld, het is voor het eerst dat ik ergens kom en meteen een huis heb. Dat ik me meteen kon settelen met de familie gaf me een fijn basisgevoel.” En qua voetbalcultuur? “Is me ook alles meegevallen, iedereen houdt hier van voetbal. Je denkt: waarom zijn die stadions dan leeg? Maar ze zitten allemaal thuis te kijken. Met een groep vrienden of familie kijken is echt de traditie hier. Alle wedstrijden worden uitgezonden en daarom komen ze weinig naar het stadion. Wat overigens wel jammer is, maar dat gaat waarschijnlijk niet veranderen.” Dat was echt wel even wennen lijkt me, die bijna lege stadions. Ik schrok er een beetje van. “Tuurlijk is dat even raar, ik ben volle stadions en juichende fans gewend. Maar op het moment dat de wedstrijd begint, of het nou vol of leeg is, ben ik gewoon gefocust. Dan voelt het voor mij hetzelfde als altijd. En daarnaast; alles went hoor.” Is dat echt zo? “Ja, dat is echt zo. Als je een paar wedstrijden op deze manier hebt gespeeld, dan weet je al bijna niet meer beter. En verder is het hier erg professioneel, we spelen hier om de drie of vier dagen een wedstrijd, de dag voor de wedstrijd zitten we in trainingskamp en discipline is hier belangrijk. Vind ik fijn, ik houd van een strak schema en van discipline.” En de kwaliteit van het voetbal? “Die heeft mij ook verrast. Ik hoor ze in Nederland zeggen dat het niveau hier vergelijkbaar is met de hoofdklasse, maar ik durf te stellen dat er hier gewoon clubs zijn die de strijd kunnen aangaan met grotere eredivisieclubs.” Daarover gesproken, waarom werd het geen eredivisieclub? Ajax of FC Utrecht bijvoorbeeld? “Ik heb het nooit uitgesloten, maar die wens is er ook nooit echt geweest van mijn kant.” Waarom niet? “Ik dacht gewoon niet dat er veel eer te behalen viel. Hoeveel positieve comebackverhalen ken jij? Het aanbod vanuit Qatar voelde gewoon goed. Laat mij de komende tijd hier maar lekker mijn ding doen.” Maakte een half jaar bankzitten bij Nice de keuze om naar Qatar te gaan extra makkelijk? “Dat hielp zeker. Ik wilde gewoon weer voetballen en plezier hebben. Nice was een teleurstellende periode. Maar hier werd ik meteen aanvoerder gemaakt, mocht ik de ploeg bij de hand nemen en kreeg ik het volste vertrouwen. Dat gevoel neem je direct mee het veld op, en dat is zo lekker. En dat vind ik het allerleukste van wat ik hier meemaak de afgelopen maanden, de progressie die we maken als ploeg is heel zichtbaar.” Maar wat was er nou precies gebeurd in Nice? “Ik weet het nog steeds niet. Ik ging daarnaartoe om te voetballen, ook om in beeld te blijven bij het Nederlands elftal. Alleen gingen ze over op een heel ander systeem, de trainer wilde ineens wat anders. Vanaf de eerste dag dat ik er was. Ik snap ook echt niet waarom ze me gehaald hebben. Maar het kwam erop neer dat de afspraken die gemaakt waren niet werden nagekomen.” Maar serieus, hoe kan zoiets? “Als ik dat wist... Het was bizar. Ik leverde ook gewoon de helft van mijn salaris in van wat ik had in Istanbul, bij Galatasaray. Gewoon om weer te mogen voetballen. Dus als dat vervolgens helemaal niet mag, is een half jaar heel lang kan ik je vertellen.’ Leg eens uit wat dat met je doet, niet mogen spelen? Word je daar ook onzeker van? “Dat niet, want ik twijfel nooit aan mijn eigen kwaliteiten.” Pissig? ‘Ja pissig wel. Tuurlijk. Maar gelukkig heb ik genoeg ervaring om te weten dat dat me op den duur niks brengt. Dus legde ik me bij die beslissing neer en bleef gewoon maar trainen. Uiteindelijk mocht ik daadwerkelijk een keer spelen en toen speelde ik misschien de beste wedstrijd in de afgelopen paar jaar. Dus dacht ik: nu wordt alles anders. Vervolgens zat ik weer niet bij de selectie. Het leek bijna iets persoonlijks. Maar dat was niet zo.” Weet je het zeker? “Ja, want ik kende die hele man niet! Niemand begreep waarom ik niet speelde, ook mijn teamgenoten niet. Uiteindelijk kon ik gelukkig naar Qatar. Ik heb mijn teamgenoten veel succes gewenst en heb dat boek afgesloten.” Heb je toen je wegging nog wat tegen trainer Lucien Favre gezegd? “Ehm, uiteindelijk heb ik wel gezegd wat ik ervan vond, ja. Laten we zeggen dat ik wel even mijn hart heb gelucht, haha.” ‘Het gaat nog wel een tijdje moeilijk zijn om wedstrijden van Oranje zonder mezelf te moeten zien’ Helden Magazine 41 Het eerste gedeelte van het verhaal van Wesley Sneijder komt voort uit Helden Magazine 41 waar hij de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, voetbalster Jackie Groenen over haar studie en nog meer, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, voetballer Kevin de Bruyne, koning van de marathon Eliud Kipchoge, voetballer Lasse Schöne, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter, de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio en oud-voetballer Khalid Boulahrouz ontmoet Barbara Barend en spreekt over hun innige band, ons land en het Marokkaanse WK-elftal. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Kevin de Bruyne: ‘Een revelatie in het wereldvoetbal’

Kevin De Bruyne, de Belgische middenvelder van [...]
Kevin De Bruyne, de Belgische middenvelder van Manchester City, wordt gezien als een van de beste voetballers van dit moment. Maar hoe goed is hij? En kan de 26-jarige De Bruyne de Rode Duivels deze zomer in Rusland wereldkampioen maken? Wij vroegen het onder meer aan drie Nederlandse trainers die met hem hebben gewerkt. Sjaak Swart vergeet het nooit meer. Het belletje van Willy Dullens, een van de grootste Limburgse voetballers ooit en inmiddels scout. “Hij vertelde me dat hij in Gent een fantastische speler had gezien. Een ongelooflijk talent. Of dat niet iets voor Ajax was.” Het zijn belletjes die Swart wel vaker krijgt. Meestal is het niks, soms valt het net goed en een enkele keer is het een voltreffer, zoals in het geval van Toby Alderweireld en Thomas Vermaelen, de twee Belgen die op vroege leeftijd bij Ajax terechtkwamen. De speler over wie Dullens het had, behoorde duidelijk in die laatste categorie. Want ook al was de rossige Belg op dat moment nog maar vijftien jaar, je zag aan alles dat hij een stuk verder was dan de rest, aldus Swart die direct zijn oren gespitst had. “Hoe makkelijk hij toen al met rechts en links schoot, en zo snel, dat was echt ongekend. En dan heb ik het nog niet eens over zijn loopvermogen.” Swart: ‘De Bruyne was een supertalent, vergelijkbaar met Sneijder en Van der Vaart. Helaas dacht niet iedereen bij Ajax daar zo over’ Swart hoefde dan ook niet te twijfelen toen hij ’m even later zelf aan het werk zag: deze jongen zou prima bij Ajax passen. “Absoluut,” aldus Mister Ajax. “Dit was zonder meer een supertalent, vergelijkbaar met Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart. Helaas dacht niet iedereen bij Ajax daar zo over. Ik weet niet precies meer wie ik van het bestuur aan de lijn had − vergeet ook niet dat het alweer elf jaar geleden is − maar ik kreeg te horen dat ze het toch niet in hem zagen zitten. Geen idee waarom precies, dat vertelden ze niet. Echt heel jammer, want Kevin De Bruyne was natuurlijk een ideale speler voor Ajax geweest.” HELEMAAL ROOD Maar vergis je ook niet, zegt Aad de Mos, oud-trainer van Ajax en expert van het Belgische voetbal. “Het is zo moeilijk om op die leeftijd te zien of een speler geschikt is,” meent De Mos die in België coach was van KV Mechelen, RSC Anderlecht en Standard Luik. “Alleen echt hele goede scouts zien dat. Die kunnen daar doorheen kijken. Al heeft het natuurlijk ook vaak met een club te maken. Clubs durven het ook niet altijd.” Goede ogen hadden ze wel in Gent. Want toen de scouts van KAA Gent in 1999 de jonge De Bruyne zagen spelen op de jaarlijkse scoutingsdag in het vroegere Jules Ottenstadion wisten ze voldoende. Dit was een speler met ambitie en potentie. Het was veelzeggend dat de naam van De Bruyne die dag op alle scoutingsrapporten stond. Jenten Roels, ploeggenoot van De Bruyne bij KVV Drongen, de kleine amateurclub in de Gentse deelgemeente waar de huidige speler van Manchester City als zesjarige begon, keek er niet van op. “Kevin liet bij ons al zien dat hij veel beter was dan de rest,” vertelt Roels, die jaren later zelf Belgisch kampioen en vice-Europees kampioen trampoline werd. “Hij was supersnel en scoorde aan de lopende band. De keren dat hij meer dan tien doelpunten in één wedstrijd maakte, zijn niet op één hand te tellen. Zo goed was Kevin.” Helden Magazine 41 Het eerste gedeelte van het verhaal van Kevin de Bruyne komt voort uit Helden Magazine 41 waar Wesley Sneijder de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, voetbalster Jackie Groenen over haar studie en nog meer, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, koning van de marathon Eliud Kipchoge, voetballer Lasse Schöne, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter, de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio en oud-voetballer Khalid Boulahrouz ontmoet Barbara Barend en spreekt over hun innige band, ons land en het Marokkaanse WK-elftal. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Lasse Schöne: ‘Lasse, van breedtekoopje tot sterkhouder’

Lasse Schöne (31) is niet meer weg te denken van [...]
Lasse Schöne (31) is niet meer weg te denken van de Nederlandse velden. De Deen van Ajax maakt zich op voor het WK in Rusland. Voor het zover is, legden we hem een lijst namen voor. Van Frank de Boer tot Peter Bosz. Van echtgenote Marije tot Christian Eriksen. FOPPE DE HAAN & GERT-JAN VERBEEK “Bij Heerenveen zochten ze een bepaald type voetballer, misschien iets traditioneler dan ik. Ik had lang haar en droeg gouden in plaats van zwarte schoenen,” zegt Lasse Schöne. Nog maar zestien was hij toen hij in 2002 Denemarken verruilde voor Heerenveen. Foppe de Haan was trainer van het eerste elftal. “Met Foppe had ik eigenlijk niet zoveel te maken, ik speelde in de B1. Toch was hij overal, Foppe wist en zag alles. Hij heeft me denk ik ook zien spelen en we hebben elkaar ook weleens gesproken. Dat ging altijd over mijn lange haar. Ik heb zo vaak moeten horen: ‘Wanneer komt je moeder weer langs?’ Mijn moeder is kapster. Ik lachte erom. Bij Heerenveen bedoelden ze het als een grap, maar ik merkte dat ze het niet zonder reden zeiden. Ik ben niet zo van het schoppen tegen de gevestigde orde, maar ik vond niet dat zij nou moesten bepalen of ik lang of kort haar had. Als ik zoiets moet, doe ik het liever niet.” De Haan werd in 2004 opgevolgd door Gertjan Verbeek. “Ik heb één of twee keer op de bank gezeten bij het eerste, that’s it. Achteraf lag het ook aan mij dat ik nooit ben doorgebroken bij Heerenveen. Ik had graag een kans gehad, maar weet niet of ik er al klaar voor was. Ik was toen misschien een beetje een mooiweervoetballer. Het terugschakelen en verdedigen lag me niet echt als aanvallende middenvelder. Ik trainde altijd mee met het tweede elftal, dan speel je ook niet tegen jongens die beter of sterker zijn.” Jan de Jonge, de toenmalige assistent-trainer bij Heerenveen stapte over naar De Graafschap en nam Lasse mee. Lachend: “Ik knipte daarna ook vrij snel mijn haar af.” Hij vervolgt: “Bij De Graafschap kreeg ik pas in de gaten dat er ook andere dingen van me werden verwacht. Ik trainde meteen mee met het eerste en speelde alles. Het eerste jaar werden we kampioen in de eerste divisie, het jaar daarop speelden we in de eredivisie. Ik heb er twee fantastische jaren gehad. Maar als ik mensen moet noemen die veel voor mij hebben betekend in mijn eerste jaren in Nederland, is het mijn gastgezin wel. Ik ben van ze gaan houden. Ik heb daar drie jaar gewoond, hun eigen kinderen waren uit huis. Na een half jaar zeiden ze dat ze geen Engels meer met me zouden spreken. Daardoor heb ik snel Nederlands geleerd. Ze hadden in die tijd een slagerij. Vaak mocht ik iets uitzoeken voor het avondeten. We hebben nog steeds veel contact en ik zie ze geregeld. Ze waren ook op ons huwelijk.” ‘Ik weet niet of er een groot ontwerper in mij schuilt, maar na mijn carrière zie ik mezelf absoluut in de mode werken’ FRANK DE BOER Frank de Boer zag het in hem zitten. “Veel mensen stelden Frank de vraag: ‘Wat moet je met een transfervrije speler van N.E.C., is dat een ‘breedtekoopje?’” Lasse was 26, had er na twee seizoenen De Graafschap vier jaar bij N.E.C. opzitten. “Frank was duidelijk tegen me, zei: ‘Bij mij spelen de besten.’ Ik wist wat me te doen stond. Pak je kans en doe je best, dacht ik. Er werd in die tijd ook geregeld over me gezegd dat ik een aardige voetballer was, maar niet goed genoeg. Niet leuk om te horen natuurlijk, maar ik vond en vind het helemaal niet erg om voor mijn plek te vechten.” Lasse werd snel een vaste waarde en pakte in zijn eerste en tweede seizoen bij Ajax de landstitel. “De doorbraak heb ik aan mezelf te danken, maar Frank heeft me de kans gegeven. Ik heb fantastische jaren met hem gehad. We spreken elkaar nog steeds weleens." KLAAS-JAN HUNTELAAR “Hij is 34, nóg ouder dan ik. Soms voelen we ons de opa’s van het team,” lacht Lasse. “Ik ben blij dat hij teruggekomen is bij Ajax, het is leuk voor mij dat er nog een andere oudere speler is. Klaas-Jan is een heel goede collega. Een vriend vind ik een groot woord, we spelen pas sinds dit seizoen samen. Of we op elkaar lijken? We bekommeren ons allebei om wat er buiten het veld gebeurt en hebben een beetje dezelfde achtergrond. Hij heeft ook bij De Graafschap en Heerenveen gespeeld. Maar bij Heerenveen zat hij in het eerste en ik in het tweede, ik had toen bijna geen contact met hem. Misschien zijn we ook wel een beetje op dezelfde manier opgevoed, allebei in een liefdevol gezin en we hebben denk ik dezelfde normen en waarden meegekregen. En we zijn natuurlijk allebei vader. We hebben allebei veel meegemaakt, hij op voetbalgebied nog veel meer dan ik, we hebben daarom een bepaalde verantwoordelijkheid. Als we dingen zien waar jongere jongens even niet aan denken, dan zeggen we dat. Binnen en buiten het veld. Als iemand met een pet op aan het eten is, wijzen we niet meteen met de vinger, hoor, maar zeggen weer wel wat van. Maar om eerlijk te zijn, sturing is bij deze groep niet echt noodzakelijk.” De voetbalwereld is zo veranderd, de samenstelling van teams is anders dan vroeger, stelt hij. “Toen ik begon had je misschien één speler van onder de twintig jaar in het team. Nu zijn het er veel meer. En ja, ze zijn vandaag de dag ook bijdehanter dan wij vroeger waren. Maar ik hou daar wel van.” HAKIM ZIYECH & MATTHIJS DE LIGT “Over de voetbalkwaliteiten van Hakim Ziyech hoef ik niet veel te zeggen. We weten allemaal wat hij kan. Natuurlijk speelt hij ook weleens een mindere wedstrijd, maar als je ziet wat hij iedere keer levert, dat is ongelooflijk. Ja, soms komt Hakim ook afstandelijk of boos over, maar zo is hij helemaal niet. Hakim is een heel vrolijke, aardige jongen. Hij houdt een bepaalde afstand naar de media, wil niet dat mensen te dichtbij komen. Dat snap ik wel. Ik ben anders, maar als hij graag die afstand wil houden, is dat zijn goed recht. Ook buiten het veld ga ik goed met Hakim om. Natuurlijk plagen we de andere jongens bijna dagelijks, zeggen: ‘Wij gaan wel naar het WK, haha.’” Ook andere jonge jongens steken er bovenuit bij Ajax. Zo werd na het passeren van Joël Veltman niet reserve-aanvoerder Lasse Schöne, maar de achttienjarige Matthijs de Ligt aangewezen als aanvoerder door trainer Erik ten Hag. “De trainer heeft me dat van tevoren verteld. Als hij meer verantwoordelijkheden bij Matthijs wil neerleggen, is dat toch prima? Veel mensen zeiden: ‘Hij gaat aan jou voorbij.’ Het is maar een band. Als zoiets ineens gebeurde zonder dat de trainer me het had verteld, was het een ander verhaal.” CHRISTIAN ERIKSEN “Een geweldige speler,” zegt Lasse als het gesprek op Christian Eriksen komt. Bij Ajax waren ze een seizoen lang teamgenoten en bij het Deense elftal speelt Lasse nog steeds samen met de sterspeler van Tottenham Hotspur. Eriksen was de grote man in de beslissingswedstrijd tegen Ierland, scoorde drie keer in de met 5-1 gewonnen return en verzekerde Denemarken van deelname aan het WK. “Het mooie aan hem is dat hij nog steeds dezelfde jongen is als vroeger, toen hij net kwam kijken. Hij loopt niet naast zijn schoenen en doet nooit te gek. Misschien is Christian zelfs wel te nuchter, hij mag soms misschien wat meer van zich afbijten. Hij is de onbetwiste leider van het Deense elftal, de vedette, maar zo gedraagt hij zich totaal niet. In het Deense elftal hebben we een paar goede spelers, maar we zijn geen Frankrijk. Wij moeten het van de groep hebben, niet van een paar individuen. Het is leuk om met de groep samen te komen en terug te zijn in Denemarken, al zien m’n teamgenoten mij totaal niet als Deen. Mijn Deens is niet meer zo goed, ik heb een accent en vergeet vaak woorden. Dan gooi ik er een Nederlands woord door, dat voor mij als Deens klinkt. ‘Waar heeft die gozer het over?’ hoor ik ze dan zeggen. Ook mijn ouders roepen vaak: ‘Kom op Lasse, doe even je best.’ Ik woon nu bijna langer in Nederland dan ik in Denemarken heb gewoond. Ik had me zelfs kunnen laten naturaliseren, maar daar heb ik nooit serieus over nagedacht. Ben en blijf een Deen, al voel ik me ook een Nederlander.” PETER BOSZ Ook onder trainer Peter Bosz startte Lasse vorig seizoen op de bank. Ajax begon moeizaam, totdat met de Deen als controlerende middenvelder de rust in het veld weer werd teruggevonden. “Natuurlijk is het balen als je er weer naast staat, dat doet heus wat met me. Ik heb me vaak moeten bewijzen, dat vind ik niet erg, daar word ik ook voor betaald. Ik ben ook geen voorbeeldige bankzitter, gedraag me gewoon zoals het hoort, denk ik. In de voetbalwereld moet alles het liefst gisteren gebeuren, je moet zo snel mogelijk doorstomen naar de top. Ik ben het levende bewijs dat het ook anders kan. Ik ben meer een laatbloeier. En blijkbaar hoort daar ook bij dat ik me iedere keer terug in de basis moet vechten.” Met Lasse op het middenveld bereikte Ajax vorig seizoen de finale van de Europa League. “Peter Bosz heeft het fantastisch gedaan, had een bepaalde filosofie en hield daaraan vast, ook toen het wat minder ging. We voetbalden zoals men wilde zien: aanvallend en met lef. Wat wij in Europa lieten zien, had niemand voor mogelijk gehouden. De finale is een hoogtepunt uit mijn carrière, ook al wonnen we hem niet. Natuurlijk behoren ook de twee landstitels tot mijn hoogtepunten. Het gekke is wel dat iedereen het nog over vorig seizoen heeft, terwijl we geen prijs hebben gewonnen. Als Ajax ben je daartoe toch verplicht.” Hoe anders is het dit seizoen. Ajax wist zich niet te kwalificeren voor het hoofdtoernooi van de Champions League en Europa League. Bosz’ opvolger Marcel Keizer werd in december ontslagen en opgevolgd door Erik ten Hag. Er was onrust binnen de club. Het seizoen begon al dramatisch met de hartstilstand van Abdelhak Nouri tijdens een oefenwedstrijd in Oostenrijk. “Er is genoeg gezegd en geschreven over de gebeurteniseen rondom Nouri. Het is vreselijk en de impact daarvan was groot, zeker op zo’n jonge ploeg. De stabiliteit die we vorig jaar hadden in het veld, misten we. Het was te wisselend.” MODEONTWERPER CLAES IVERSEN “Ik hou van mooie kleding en zie er graag verzorgd uit. Gisteren had ik het nog met een vriend over het theatergevoel van vroeger. Dat je een avondje uitging en netjes gekleed was. Geweldig toch? Dat is nu veel minder vanzelfsprekend. Je ziet mij niet snel in een joggingbroek op de club aankomen. Ik heb altijd normale kleding aan, hou ervan om een beetje mijn best te doen. Je hoeft niet met een stropdas en een hoed binnen te komen, een spijkerbroek met T-shirt is ook prima, als het er maar verzorgd uitziet. Meestal leg ik voordat ik ga slapen mijn kleding klaar, dat scheelt me ’s ochtends veel tijd. Dan hoef ik me niet te haasten als ik de kinderen naar school breng. Ik weet niet of er een groot ontwerper als Claes Iversen in mij schuilt, maar na mijn carrière zie ik mezelf absoluut in de mode werken. Ik hoop dat het nog even duurt. Ben op mijn plek bij Ajax en voel me goed, heb tot nu toe weinig last van blessures. Voorlopig zijn jullie nog niet van me af.” Helden Magazine 41 Het verhaal van Lasse Schöne komt voort uit Helden Magazine 41 waar Wesley Sneijder de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, voetbalster Jackie Groenen over haar studie en nog meer, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, voetballer Kevin de Bruyne, koning van de marathon Eliud Kipchoge, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter, de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio en oud-voetballer Khalid Boulahrouz ontmoet Barbara Barend en spreekt over hun innige band, ons land en het Marokkaanse WK-elftal. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Jackie Groenen: ‘Als er iemand single is, ben ik het’

Met haar indrukwekkende skills en vrolijke lach veroverde ze [...]
Met haar indrukwekkende skills en vrolijke lach veroverde ze vorige zomer op het EK de harten van heel Nederland. Maar Jackie Groenen (23) is meer dan een voetbalster. We ontmoeten Jackie Groenen bij VV Riel, de amateurclub waar ze in haar jeugd tussen de jongens achter de bal aan rende. Rick van Berkel, een van Jackies oude teamgenoten, vangt ons op. Ze begroeten elkaar hartelijk en halen meteen herinneringen op. “Weet je nog dat we op zondagochtend hier met vijftig kinderen op het veld stonden?” zegt Jackie. Rick lacht: “Jij in een te groot voetbalshirt en drie koppen kleiner dan de rest.” Al jaren schittert Jackie wekelijks in de Bundesliga, bij FFC Frankfurt. Vorige zomer maakte heel Nederland kennis met de middenveldster. Mede dankzij haar steek­ passes en balveroveringen werden de Oranje­ vrouwen Europees kampioen en groeide Jackie uit tot een van de sterren van de ploeg. JACKIE de BN’er Een jaar geleden haalden veel mensen in Nederland bij het horen van jouw naam hun schouders op. “In Frankfurt word ik vaak aangesproken, in Nederland was dat tot het EK bijna nooit het geval. Twee jaar geleden maakte ik pas mijn debuut in Oranje. De vorige bondscoach, Arjan van der Laan, stelde me bijna nooit op. Toen Sarina Wiegman bondscoach werd, ging het in een stroomversnelling.” Jij woont in Kelkheim, net buiten Frankfurt, en bent daar ook gehuldigd na het EK. “Ik ben gehuldigd in Tilburg, waar ik rechten studeer, in het Belgische Poppel, waar ik opgroeide, bij VV Riel en natuurlijk in Utrecht met het team. Toen ik terugging naar Duitsland zei ik tegen mijn vader: lekker, even rust. Nog geen uur later belden ze om te zeggen dat ze wat hadden georganiseerd voor me. Toen ik aankwam hadden de kinderen van de lokale voetbalclub allemaal spandoeken gemaakt en er was eten geregeld. Ik mocht als eerste Nederlander mijn naam in het Duitse ereboek zetten.” Is er iets veranderd nu je een bekende voetbalster bent? Lachend: “Bedoel je of ik arrogant ben gewor­den? Mijn familie zorgt er wel voor dat dat niet gebeurt. Met kerst kwam de hele familie bij ons in België slapen. Eén persoon moest op de bank. Ze zeiden allemaal tegelijk: ‘Dat wordt Jackie, want die moet lekker normaal blijven.’ Dus ik sliep een week op de bank.” Hoe wil jij jezelf laten zien aan de buitenwereld? “Daar denk ik nooit zo over na. Waarom zou ik nu moeten veranderen of andere dingen moeten zeggen? Als ik ergens een mening over heb, mogen ze me daarnaar vragen. Ik ben slim genoeg om te weten wat ik wel of niet kan zeggen. Ik wil mezelf zijn.” In dat kader: een paar weken geleden konden we nog meegenieten met een van je ‘first world problems’. Je tweette een WhatsAppconversatie met een vriendin over een haarmasker dat niet open wilde... Lachend: “Even serieus, wie verzint zoiets? Mijn kapper had me op m’n donder gegeven, mijn haar was te droog. Het was zondagavond en ik had er even flink de tijd voor genomen. Dus ik de douche in met dat haarmasker. Wat bleek? Met geen mogelijkheid open te krijgen. Ik snap dat niet. Mensen vergade­ren uren over zo’n product, maar je moet wel met een schaar de douche in. Dat meisje met wie ik appte, is mijn beste vriendin. Als je onze gesprekken vaker zou lezen zou je denken: die twee zijn knetter­ gek. Van tevoren dacht ik nog: ik moet een beetje professioneel overkomen, dit zet ik niet op Twitter. Toen zei zij: ‘Boeiend, dat mag toch?’ Ze heeft gelijk. Een grapje af en toe moet kunnen." 'We hebben veel meisje meisje-types in het team, we shoppen ook geregeld samen' Helden Magazine 41 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jackie Groenen komt voort uit Helden Magazine 41 waar Wesley Sneijder de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, voetballer Kevin de Bruyne, koning van de marathon Eliud Kipchoge, voetballer Lasse Schöne, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter, de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio en oud-voetballer Khalid Boulahrouz ontmoet Barbara Barend en spreekt over hun innige band, ons land en het Marokkaanse WK-elftal. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

De dag dat alles misging: Vier minuten meister

Spelers en fans van Schalke 04 leven tussen hoop en vrees. Het is [...]
Spelers en fans van Schalke 04 leven tussen hoop en vrees. Het is zaterdagmiddag 19 mei 2001, de laatste speelronde in de Bundesliga. Schalke moet in eigen huis van degradatie­ kandidaat SpVgg Unterhaching winnen en Bayern München moet bij Hamburger SV verliezen. Dan zal, voor het eerst sinds 1958, de club van trainer Huub Stevens en de spelers Niels Oude Kamphuis, Marco van Hoogdalem en Youri Mulder landskampioen zijn. Een nerveus en verkrampt spelend Schalke komt tweemaal op achterstand, maar wint uiteindelijk met 5­-3. Vlak voor tijd komt vanuit Hamburg het mooist denkbare nieuws: HSV is, met nog luttele blessureminuten te gaan, op een 1-­0 voorsprong gekomen. Na het bericht dat de wedstrijd daar tot een einde is gekomen – en Schalke ‘dus’ kampioen is – verandert het afgeladen Park­ stadion in een vreugdetranen­ en vuurwerkzee. Maar de wedstrijd in Hamburg is nog helemaal niet afgelopen. Sterker, in de 94ste minuut pro­duceert Bayern de gelijkmaker en is die club kampioen. Totale euforie maakt plaats voor on­geloof en een ongekende grafstemming. Op verzoek reconstrueren Huub Stevens (inmiddels kandidaat­lid van de raad van commissarissen bij Schalke) en Youri Mulder (tegenwoordig analyticus bij Ziggo Sport) die bizarre dag. Huub: “Wat een enorme knal was dat! Ongelofelijk! Zoiets begrijp je niet, kun je ook niet bevatten. Zeg ‘Vier Minuten Meister’ – als krantenkop bedacht door Bild – en meteen weet iedere Duitse voetballiefhebber waar je het over hebt. Er is zelfs een documentaire die zo heet.” Youri: “We speelden dat seizoen zo goed. Huub, jij wordt vaak gezien als een ‘verdedi­gende trainer’, iemand die dus vooral defensief zou denken. Nou, volgens mij is er nooit een Duits clubteam geweest dat zo aanvallend speelde als wij dat seizoen; nog offensiever dan Ajax onder Peter Bosz. Ik was meestal wissel en heb op de bank vaak echt handenwrijvend zit­ ten genieten. Heel Duitsland gunde ons dat jaar de titel. En terecht.” Huub: “Vanuit een goeie organisatie speelden we inderdaad fantastisch voetbal. We werden Herbstmeister, zowel thuis als uit hebben we Bayern verslagen en Ebbe Sand werd topscorer. Bijna al onze verdedigers dachten offensief en wilden naar voren. Zo trainden we ook. In de zomer hadden we Andy Möller overgenomen van Borussia Dortmund, de grote vijand. Dat lag gevoelig bij de Schalke­fans. Maar hij was de ontbrekende schakel die onze aanvallers – Gerald Asamoah, Émile Mpenza en Ebbe Sand – kon bedienen. Gelukkig kwam jij op een gegeven moment terug van een blessure, Youri. We hadden jou gemist, als voetballer en als mens. Want ook in de kleedkamer konden we je altijd goed gebruiken.” Youri: “Tja, ik was een ervaren speler. Dan leef je anders mee, kijk je op een andere manier en probeer je spelers te helpen. Richting het slot van de competitie zag ik de spanning toe­ nemen. Want ja, als de titel binnen bereik komt, heb je ineens ook wat te verliezen. Dan kun je gaan verkrampen. Bayern was die druk gewend, wij niet. Vergelijk het maar met Feyenoord vorig seizoen toen ze uit bij Excelsior – waar ze al kampioen hadden kunnen worden – met 3­0 verloren. Die verkramptheid zag ik ook in onze uitwedstrijd tegen Bochum, drie wedstrijden voor het einde, waar we 1­1 speelden.” Huub: “Daardoor kwam Bayern, dat met 1­0 van Freiburg won, in punten gelijk met ons.” Youri: “Twee weken later verloren we in de een­na­laatste wedstrijd bij VfB Stuttgart. In de laatste minuut! Na die 1­0 kwam ik er nog in. En meteen nadat ik had afgetrapt, werd er af­gefloten. Dat verlies heeft ons de titel gekost.” Huub: “Daar hebben we de titel inderdaad verspeeld, niet in die laatste wedstrijd thuis tegen Unterhaching. Dat heb ik altijd gezegd.En terwijl wij bij Stuttgart in de laatste minuut verloren, won Bayern met 2-1 van Kaiserslautern in blessuretijd! En dat hebben ze vaker gedaan in die slotfase van de competitie: in de laatste minuut winnen.”   Youri: “Ja, daar hadden ze wel een handje van. Na die wedstrijd baalde ik ook veel meer dan een week later, na Unterhaching. Toen geloofde ik er vooraf eigenlijk al niet echt meer in. Dat verlies bij Stuttgart, dat in de gevarenzone verkeerde, was onverklaarbaar. Een maand eerder hadden we ze in de halve finale van de beker nog met 3-0 geklopt en ook volledig weggespeeld. Dat was onze beste wedstrijd van het seizoen. Maar in die competitiewedstrijd leek het wel of beide teams uit waren op een salonremise. Waarom zijn we toen niet ook van onze eigen kracht uitgegaan? Dan hadden we Stuttgart weer weggepoetst. Dat zij tevreden waren met een gelijkspel kon ik wel begrijpen. Maar wij? Na die 3-0? Ik kan me ook niet herinneren of voorstellen dat jij daar opdracht voor had gegeven.” Huub: “Absoluut niet! Maar soms kruipt zoiets vanzelf in een ploeg. Dan verdwijnt de scherpte waardoor spelers ook steeds net een stapje te laat zijn. Dat zet je dan niet meer zomaar om. Een elftal bestaat uit elf spelers, met elf verschillende karakters. Dan moet je ontleden waar en wanneer zoiets is ontstaan. In de rust heb ik duidelijk aangegeven dat we het met die instelling niet gingen redden. Toen in de tweede helft op een ander veld iets gebeurde waardoor Stuttgart weinig meer aan een gelijkspel had, zijn ze gas gaan geven en daar hadden wij het antwoord niet op. Doordat we verloren, moesten wij de laatste wedstrijd thuis tegen Unterhaching winnen, waarbij we dan nog afhankelijk waren van Bayern. Dat moest van HSV verliezen.” Youri: “En dan kom je zelf 0-2 en 2-3 achter; tegen een degradatiekandidaat. Daar zat zoveel spanning en angst achter: waarschijnlijk op de valreep toch geen kampioen. Als je dan in de laatste thuiswedstrijd van zo’n geweldig seizoen ook nog thuis verliest van Unterhaching...” Huub: “Dan is het toch knap dat we die middag zo fantastisch zijn teruggekomen.” Youri: “Ja, en op het allerlaatste moment leek het dus nog helemaal onze kant op te vallen. Kort na de 1-0 bij HSV-Bayern hoorden we van journalisten van voetbalzender Premiere dat daar was afgefloten en wij dus kampioen waren. Geweldig! Feest! Ik heb onze secretaresse, Frau Söldner van 120 kilo, vol op de mond gekust. Maar daar gebeurde ook wel wat: Schalke kampioen! Voor het eerst sinds 1958, dat is niet niks, hè.” Huub: “Ja, iedereen rolde over elkaar heen. De trainer van Unterhaching feliciteerde me en ik heb me er bij hem voor verontschuldigd dat zij door die 5-3 gedegradeerd waren. Daarna ben ik naar boven gegaan, waar Youri in de kleedruimte van de trainers met een aantal anderen voor een tv’tje gespannen naar beelden van HSV-Bayern München zat te kijken. Daar begreep ik niets van, want die wedstrijd was toch al afgelopen? En ik hoor de commentator ‘Freistoss Bayern’ zeggen en zie dat de bal door een mêlee van benen in het HSV-doel wordt geschoten.” Youri: “Bizarre vrije trap. Mathias Schober, de keeper van HSV, was gehuurd van Schalke. Die pakte een terugspeelbal op waardoor Bayern een indirecte vrije trap kreeg op negen meter van het doel. Als Schober die bal gewoon had weg geramd, was er niks aan de hand geweest. Niet dat ik hem iets verwijt, hoor. Wij hebben het zelf laten liggen.” Huub: “Klopt. Schober is een echte Schalke-man. Ik vond het ook geen echte terugspeelbal. De scheidsrechter kon die indirecte vrije trap geven, maar dat had-ie niet hoeven doen. Tegelijkertijd moet je Bayern en vooral doelman Oliver Kahn een groot compliment geven. Meteen nadat HSV in de 90ste minuut op 1-0 was gekomen, begon Kahn zijn ploeg enorm op te peppen. Die straalde echt uit: en toch gaan wij hier niet verliezen, wij gaan gewoon de titel pakken. Bij die vrije trap ging hij ook mee naar voren. Voor zo’n winnaarsmentaliteit kan ik alleen maar heel veel respect hebben. Op het moment zelf dacht ik natuurlijk niet zo. Dat kwam later. Terwijl Bayern die 1-1 scoorde en de titel pakte, trapte jij een kastdeur doormidden, Youri. Begrijpelijk. Onze fans wisten toen nog van niks, stroomden het veld op en waren daar volop aan het feesten. Omdat het de laatste wedstrijd in dat oude stadion was, werd vuurwerk afgestoken. Maar de fans associeerden het met ‘onze titel’, dus de roes werd daardoor alleen maar groter. Net als de kater daarna.” Youri: “Dat ik die kastdeur kapotgetrapt heb, wist ik niet eens meer. Misschien verdrongen. Nou ja, het stadion werd toch afgebroken. En natuurlijk drong het slechte nieuws uiteindelijk ook tot de fans door. Die mensen waren totaal ontredderd en aan het huilen. Niemand kon het geloven. Van de ene emotie – opperste euforie – ging het naar het grootst denkbare verdriet. In één seconde! Dat maakte het allemaal nog extra heftig. Meestal vlieg je vanuit een neutraal gevoel naar een extreme emotie. Maar dit was van extreme euforie via neutraal naar zelfmoordneigingen in één enkele seconde. Van dat ene uiterste naar het andere: hoe vaak maak je zoiets mee in je leven?” Huub: “En ja, wat doe je op zo’n moment als trainer? Dat leren ze je niet op de cursus. Instinctief heb ik onze jongens bij elkaar geroepen en ze gecomplimenteerd met een geweldig seizoen en gefeliciteerd met directe kwalificatie voor Champions League-voetbal. Daarna heb ik gezegd dat we nog wel iets te winnen hadden: de bekerfinale in Berlijn, een week later. En dat we die prijs niet, net als de titel, moesten verspelen. En ik heb ook gezegd dat het klasse was wat Bayern had gedaan. Tot het einde doorvechten en in de laatste minuut die broodnodige treffer scoren – wat ze de laatste wedstrijden dus vaker hadden gedaan – is echt een kwaliteit. Hun surplus aan ervaring om met een dergelijke druk om te gaan heeft zeker een rol gespeeld.” Youri: “Dat waren zij inderdaad meer gewend. Ik herinner me dat alle toeschouwers op het veld stonden te zingen: ‘Wir wollen die Mannschaft’. Daarom zijn wij – en jij voorop, Huub – naar het bordes op de tribune gegaan. Die mensen wilden hun verdriet met ons delen en verwerken. Toen zijn er wel wat tranen gevloeid, ook bij mij.” Huub: “En bij mij ook. Ja, probeer het maar eens droog te houden als al die duizenden mensen, die zo van die club houden, zo kapot zitten en allemaal in tranen zijn. Zoals na elke thuiswedstrijd zijn we met de spelersgroep en de technische staf nog naar de Geschäftsstelle gegaan, tweehonderd meter verderop, om wat te drinken en te eten. Ook daar stonden weer een paar duizend supporters. Dat is het mooie van Schalke en die hondstrouwe fans. En ook dat iedereen zich in zo’n situatie gelukkig weet te gedragen. Bij andere clubs kan het zo maar volledig uit de klauwen lopen. Schalke-manager Rudi Assauer en ik hebben ze bedankt en beloofd dat we er alles zouden doen om een week later de beker te pakken. Er werd aardig gedronken, de jongens waren total loss. Ja, wie niet? Ik ben lang op de Geschäftsstelle gebleven en heb ook in Gelsenkirchen geslapen, nadat ik nog een fles wijn had opgedronken. Zondag ben ik naar huis in Eindhoven gegaan en maandag was ik weer in Gelsenkirchen. De spelers had ik tot dinsdag vrij gegeven, in de hoop dat de koppen leeg zouden raken voor die bekerfinale.” Youri: “Ik ben die zaterdag naar huis gegaan en het laatste dat ik wilde, was de tv aanzetten. Ik hoefde het niet allemaal nog eens mee te krijgen. Zo’n bizarre dag.” Huub: “Ik wist dat het na die kater niet makkelijk zou worden de groep weer op te krikken voor de beker nale. Dinsdag waren de meesten nog steeds total loss. Bij Schalke, een echte volksclub, komt altijd een mannetje of vijfhonderd naar de trainingen kijken. Vanaf dinsdag waren dat er duizenden, om ons na dat verloren kampioenschap te steunen op weg naar de finale. Maar fans en spelers worstelden nog met hun emoties. Daardoor bleef dat negatieve gevoel hangen, wat de voorbereiding niet ten goede kwam. Elke andere club zou daarom eerder naar Berlijn zijn vertrokken. Maar bij Schalke was dat onmogelijk, vanwege de speciale band met de fans. Die konden en mochten we niet negeren, was de clubfilosofie. Assauer gaf dat steeds aan: ‘Dit zijn Schalke-fans, dus die gevoelens moeten we met ze delen.’” Youri: “Die fans zijn ook heel belangrijk. En het was een vreselijke dag geweest. Toch zijn er grotere drama’s in het leven dan geen kampioen worden. Zulke momenten horen nu eenmaal bij de sport. Niet meer aan denken is de beste remedie. En gelukkig wonnen we die bekerfinale.” Huub: “Ja, maar het werd een heel moeilijke en slechte wedstrijd. Net als Unterhaching was Union Berlin – een amateurploeg uit de Regionalliga – een tegenstander waar je eigenlijk niet van mag verliezen. Bij ons waren de meesten ook nog steeds niet bij de les, maar het is goed afgelopen. Dus hadden we toch een prijs, al overheerste na afloop bij de meesten nog steeds de kater van het verloren kampioenschap. Net als bij mij. En dat heeft toch echt tot het begin van het volgende seizoen geduurd.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.