Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Hiddink: ‘Ik wil geen ouwe lul zijn’

Guus Hiddink (71) won dertig jaar geleden zijn eerste [...]
Guus Hiddink (71) won dertig jaar geleden zijn eerste internationale prijs: de Europa Cup I met PSV. Er volgden nog vele successen en ook een paar tegenslagen. We leggen de trainer foto’s voor en blikken terug. Een openhartig gesprek over Ronald Koeman, Romário, Edgar Davids, Marco van Basten en Phillip Cocu. Maar ook over de heldendaden van zijn vader en over zijn strafblad. “Een lintje zal ik nooit krijgen.” 20 maart 1990: Guus Hiddink begroet Romário bij zijn terugkeer bij PSV, nadat hij wegens een enkelbreuk, opgelopen tegen FC Den Haag, een tijd in het gips heeft gezeten. “Romário was een heel aparte. Hij was die poema die in de boom zat te wachten en ineens toesloeg. Goh, wat was hij snel op de eerste meters.” Ineens liep hij rond in Eindhoven. Hoe kreeg je dat voor elkaar? “We hadden hem gevolgd tijdens de Olympische Spelen in Seoul, waar hij topscorer werd. Wij zeiden bij PSV meteen tegen elkaar: ‘Die moeten we erbij hebben.’ Ik begreep dat Real Madrid en Barcelona hem ook op het oog hadden, dus we moesten snel en slim handelen. Philips Brazilië had al het nodige aan voorbereiding gedaan. Met manager Kees Ploegsma ben ik naar Rio de Janeiro gevlogen en we hebben Romário op het vliegveld opgewacht bij terugkomst uit Zuid-Korea. We namen hem meteen apart toen hij uit het vliegtuig kwam.” Jullie hadden net in Stuttgart de Europa Cup I gewonnen met PSV, dat scheelde vast ook voor de onderhandelingspositie. “We hadden naam gemaakt, dat hielp zeker. Maar het belangrijkste was dat wij als eerste contact met hem hadden. Maar ja, een paar dagen later kwamen Real en Barcelona en die hadden veel meer financiële mogelijkheden. Veel spelers zie je dan switchen. ‘Ik kom naar Peseve,’ zei Romário. Hij hield woord, dat waardeerde ik erg.” Was hij beter dan je dacht? “Nou! Hij had zo’n speciale manier van scoren. Als hij dribbelend het strafschopgebied inkwam, dan prikte hij hem steevast met de punt van z’n schoen onder de uitkomende keeper door. Hij was zo snel en behendig. Romário was alleen gefixeerd op het maken van doelpunten. In Brazilië hoefde hij niet mee te verdedigen, maar in Europa werd dat wel een beetje van hem verlangd. Na verloop van tijd begonnen hardwerkende middenvelders als Søren Lerby te zeuren, die riepen dat hij mee moest verdedigen. Romário zei: ‘Trainer, bedenk maar een training waardoor ik de middenvelders die nu lopen te klagen kan laten zien hoe je moet verdedigen.’ Dat deed ik. We speelden partijtjes van vier tegen vier, daarin is het onmogelijk om je te verschuilen. Romário was laatste man. Hij tackelde de een na de ander ondersteboven met die enorme dijbenen van hem. Hij was sterk, ongelooflijk. Na afloop zei hij: ‘Zo jongens, Romário nu weer spitsie?’ Is toch fantastisch?” Wat leerde je als trainer van de aanwezigheid van Romário in de spelersgroep? “De Latijnse cultuur ken ik nu, die jongens willen goed slapen, doen rustig aan en komen niet altijd op tijd, maar toen was dat nieuw voor me. Romário was geen egoïstische jongen, hoor, maar hij ging wel zijn eigen gang. Ik moest de middenvelders en verdedigers duidelijk maken dat hij misschien niet altijd goed meeverdedigde, maar dat hij wel het verschil maakte. Ik kon wel heel flink gaan doen als trainer, maar het was voor PSV beter dat Romário zich kon ontpoppen tot die geweldige spits. Dat betekende niet dat ik bij hem schipperde als het om de regels ging. Naar de buitenwereld toe beschermde ik hem, onder vier ogen sprak ik hem gerust weleens streng toe. Maar hij had wel veel krediet bij me, alleen al doordat hij zijn woord had gehouden en ondanks de andere aanbiedingen voor PSV koos.” Beroemd is natuurlijk de wedstrijd in 1989 tegen Steaua Boekarest in Eindhoven, die met 5-1 werd gewonnen dankzij drie goals van Romário. “Daar zit nog een mooi verhaal aan vast. Uit verloren we met 1-0 door een goal van Marius Lacatus. In dat elftal speelde ook Gheorghe Hagi, die ploeg was top vier van Europa. Het weekend voor de return moesten we op een knollenveld in Waalwijk spelen. Romário kwam, los van een paar dagen na de vakantie, altijd op tijd. Als hij om half tien in de kleedkamer moest zijn dan was hij er dertig seconden voor tijd. Hij had zijn horloge exact met die van mij gelijkgezet, want mijn horloge was bepalend. Ik wilde hem goed en scherp hebben tegen Steaua en ik had Hans Gillhaus en Wim Kieft ook nog als spitsen. Ik wilde hem dus niet laten spelen tegen RKC, maar ja, Romário wilde altijd voetballen. Dus wat deed ik: ik zette voor de bespreking mijn horloge een minuutje vooruit. Stipt om half twaalf op mijn horloge begon ik en dertig seconden later kwam Romário binnen. Ik stuurde hem naar huis, gebruikte hem niet tegen RKC. We gingen daarna in trainingskamp voor de wedstrijd tegen Steaua, ik heb drie dagen niet tegen hem gesproken en zette voor de wedstrijd alleen zijn naam op het bord, als spits. En hij scoorde drie keer. Na afloop zei ik tegen hem: sorry, maar ik heb de boel een beetje gemanipuleerd, jij had gelijk, je was niet te laat, maar ik moest jou helemaal heet hebben voor deze wedstrijd. Hij zei alleen: ‘Mister, ik begrijp.’ Zulke spelletjes kon ik met hem spelen.” Niet iedereen kon dat bij hem flikken. “Het scheelde misschien dat ik de coach was die hem naar Europa haalde. Na PSV ging ik naar Valencia en ik dacht: Romário ga ik halen. We waren al in contact. Maar ja, toen fietste Johan er tussendoor. Cruijff haalde hem naar Barcelona. Ik herinner me nog goed dat we in Camp Nou tegen Barcelona moesten spelen met Valencia. De spelers stonden klaar voor de aftrap en Romário vroeg of de scheidsrechter heel even wilde wachten. Hij kwam vanaf de middenstip naar de dug-out, gaf me een kus voor een vol stadion en liep weer terug. Vond ik erg emotioneel.” 28 juni 1998: Guus instrueert Edgar Davids op het WK van 1998 voor de wedstrijd in de achtste nale tegen Joegoslavië. Davids zou daarin de matchwinnaar worden door in de laatste minuut 2-1 te maken. “Ha, Edje! Mooi. Bij Edgar denk ik aan oerkracht. Soms geef ik een lezinkje en daarin wordt vaak gevraagd hoe het allemaal ging tussen Edgar en mij. We botsten bij het EK van 1996. Die clash kon niet uitblijven, daar zat een historie aan vast. Ajax had in 1995 de Champions League gewonnen. Een jaar later stonden ze opnieuw in de finale, maar waren de eerste barstjes ontstaan. Die ploeg viel uiteen, de jongens vlogen uit. Bij Ajax in de keuken was iets fout gegaan, dat ging over betalingen. Toen die gasten zich een paar weken later bevrijd voelden van het Ajax-juk kwam dat tot uiting. Uitgerekend op het EK. Ik had er totaal geen weet van wat zich allemaal bij Ajax had afgespeeld, dat kon ik ook niet weten.” Davids zou naar AC Milan gaan, hij begon nog wel in de basis. “De eerste wedstrijd van het EK speelden we tegen Schotland.Danny Blind, m’n aanvoerder, was geschorst en Edgar speelde daarom in het centrum van de verdediging. Richard Witschge speelde prima links op het middenveld, op de positie waar Edgar meestal bij Ajax speelde. In de tweede wedstrijd tegen Zwitserland was Danny er weer bij, die zou gaan spelen. Ik moest iemand slachtofferen, maar vond niet dat ik Richard kon passeren. Dan had ik misschien de vrede bewaard, maar had ik niet gedeugd als trainer. Tegen Zwitserland kreeg Clarence Seedorf al snel geel en daarna maakte hij nog een overtreding. Ik haalde hem er nog in de eerste helft uit en zag in m’n ooghoeken dat Edgar en Clarence begonnen te muiten op de bank. Die avond vertelde Edgar tegen de pers dat ik in de kont van Danny was gekropen. Nou, Danny had juist nog bij me geopperd dat Edgar moest spelen. Toen Edgar dat had geroepen, heb ik hem bij me geroepen op m’n kamer. Ik zei: ik kan jou hier niet handhaven, ga maar lekker naar huis. Dat was geen lastig besluit, ik kon niet anders.” Twee jaar later, bij het WK in 1998, was Davids er wel weer bij. “Na de evaluatie van het EK hebben we een aantal regels op papier gezet waaraan de spelers zich moesten houden. Ik wilde niet nog een keer meemaken dat problemen bij de club naar boven kwamen bij Oranje. Na drie kwalificatiewedstrijden wisten we al zo’n beetje dat we ons voor het WK hadden geplaatst. Van zijn zaakwaarnemer Sigi Lens kreeg ik een telefoontje. ‘Edgar wil toch wel weer in Oranje,’ zei hij. Ik ben hem op gaan zoeken in Milaan, sprak na een wedstrijd met hem af in een hotel vlak naast San Siro. We dronken een kop koffie, spraken wat dingen uit. Toen zei Edgar: ‘Als ik er straks weer bij ben, ga ik meteen spelen.’ Toen zei ik: bedankt voor de koffie, of zal ik die namens de KNVB betalen? Vlak voor het WK, hij had toen de overstap gemaakt naar Juventus en speelde daar erg goed, zocht hij opnieuw toenadering. Diep vanbinnen wist ik: die moet ik erbij hebben. Maar het moest wel op mijn voorwaarden. Edgar speelde zondagmiddag nog met Juventus en ik vertelde dat ik met hem in gesprek wilde, maar wel om negen uur ’s ochtends bij teammanager Hans Jorritsma thuis in Amsterdam. Ik zei tegen Jorritsma: ik ben benieuwd of hij komt. Om vijf voor negen ging de bel: Edgar. Op papier heb ik laten zien hoe we wilden gaan spelen, maar ik liet hem ook de gedragsregels binnen en buiten het veld lezen. ‘Prima,’ zei hij, ‘zo doen we het bij Juventus ook.’ De eerste wedstrijd op het WK, tegen België, heb ik hem niet laten spelen. Daarna kwam Edgar erin. En tegen Joegoslavië scoorde hij de 2-1 vlak voor tijd. Kwam-ie als een speer op me afgerend.” Hoe is het contact met Davids nu? “Het is prima tussen ons.” Jullie haalden de halve finale, daarin won Brazilië na strafschoppen. Denk je nog weleens terug aan die wedstrijd? “Die mooie goal van Patrick Kluivert en daarna het moment dat Pierre van Hooijdonk een penalty had moeten krijgen... We hadden een team dat WK-finalewaardig was. Zoveel kwaliteit. Het is een van m’n grootste teleurstellingen als coach geweest dat we er toen uit vlogen. Doodzonde.” 1 december 1998: Real Madrid wint in Tokio de Wereldbeker door Vasco da Gama met 2-1 te verslaan. “Dit is een van de hoogtepunten in m’n trainerscarrière. De Wereldbeker was in die tijd een heel prestigieuze cup en Real Madrid had die al meer dan dertig jaar niet gewonnen. Deze overwinning telde daar, hoor. Raúl was fantastisch, scoorde twee keer. We hadden een geweldig team: met verder Sanchís, Hierro, Redondo, Seedorf en Mijatovic. Op de foto staat Christian Karembeu rechts naast me, van hem heb ik toevallig vorige week nog een sms’je gehad. Afgelopen zomer hebben we nog samen gegolfd.” Hoe was dat: werken bij Real Madrid? “Heerlijk. Real is de grootste club van de wereld. Lorenzo Sanz was voorzitter toen ik er zat. Ik kon goed met hem. Zijn zoon Fernando zat ook bij de selectie. ‘Hoe doet mijn zoon het?’ wilde hij twee maanden nadat we de Wereldbeker wonnen weten. Ik zei dat hij het prima deed, maar dat hij nog niet goed genoeg was om dat zware, witte shirt – de druk is immers immens als je dat tenue aan hebt – te dragen. ‘U bent de baas, ik bemoei me niet met de opstelling, maar denk er eens over na of m’n zoon niet af en toe kan spelen.’ Ik had Manuel Sanchís en Fernando Hierro achterin staan en Fernando Redondo daarvoor. Ik had het beste centrum van de wereld, wat wilde ik nog meer? Ik zei tegen de president dat het misschien beter was dat zijn zoon eerst een paar jaar lekker ging spelen bij een club als Malaga. ‘U maakt de opstelling, mister,’ zei Sanz nogmaals. En: ‘Binnenkort moeten we even praten over verlenging van het contract.’ Nou, toen voelde ik hem al hangen. We verloren in februari uit bij Deportivo La Coruña en daarna begon het gelazer. Niet veel later zei Sanz: ‘Mister, we gaan stoppen. Morgen komt de financiële man en die zal alles met je regelen. En als je tijd en zin hebt, dan ben je volgende week welkom op het ereterras.’” Was je kwaad? “Natuurlijk, ik had vlak ervoor die prachtige beker gewonnen. Ik wist: als ik toe had gegeven en Fernando Sanz meer speeltijd had gegeven, dan had ik er zo nog een jaar of twee kunnen blijven zitten. Maar ja, dan was ik alle macht in de kleedkamer kwijt geweest. Ik wil mezelf altijd recht in de spiegel aan kunnen kijken. En nu kijk ik erop terug als een fantastische ervaring. Ik heb bij een van de moeilijkste en mooiste clubs van de wereld gewerkt.” Hoe kijk je naar het Real Madrid van nu? “Je moet uitkijken dat je niet te lang wacht met verfrissen, ondanks al die successen. Trainer Zinedine Zidane moet durven door te selecteren, misschien moet hij wel een heel grote jongen wegdoen.” Wie vind jij de betere: Lionel Messi of Cristiano Ronaldo? “Messi staat bovenaan. Ik vind hem fantastisch, de beste ooit.” 7 augustus 1971: Hiddink in actie namens PSV in een oefenwedstrijd tegen Standard Luik. “Boven zelf voetballen ging en gaat niks, coachen is slechts surrogaat.” Jij voetbalt op je 71ste nog elke week in Amsterdam, samen met mannen als Sjaak Swart. “We voetballen ondanks onze leeftijden nog altijd als kinderen. Elke maandag en donderdag om één uur. Daar gaat alles voor opzij. ‘Je kunt oma wel cremeren, maar niet op maandag of donderdag, want dan moet er gevoetbald worden,’ wordt er gekscherend geroepen. Toen ik bondscoach was van Rusland, tien jaar terug, nam ik expres de vroege vlucht terug naar Amsterdam om een rondootje mee te kunnen doen met Sjaak en de jongens.” Trekt jouw lichaam het nog altijd? “Zeker! Drie jaar geleden heb ik een knieoperatie ondergaan, ik heb nu weer kraakbeen in m’n knie. Ik kan ook weer een een-tegen-een tennissen, weliswaar met de beperking van m’n leeftijd, maar ik kan weer vrij bewegen. Ik voetbal en tennis twee keer per week en loop weer achttien holes op de golfbaan. Weer lekker bewegen, dat is voor mij pas luxe.” Hoe komt het dat je een betere coach dan voetballer bent geworden? “Ik was een behoorlijke eredivisiespeler, zat net onder de top. Ik had een extern excuus: Wim Jansen, Willem van Hanegem, Johan Neeskens en Theo de Jong waren zo’n beetje net zo oud als ik en speelden op dezelfde positie op het middenveld. Ook was het achteraf niet zo handig dat ik van De Graafschap naar PSV ging, ik moest daar concurreren met Willy van der Kuijlen, Wietse Veenstra en Gerard van Tilburg. En Willy is een van de beste en mooiste spelers die Nederland ooit gehad heeft. Maar het ligt er eerder aan dat ik zo mijn tekortkomingen had om de absolute top te halen. Ik was niet de snelste, wel in m’n handelingen, maar niet in loopvermogen. Bij De Graafschap was ik een bepalende speler, daar was ik ook redelijk brutaal. Dat bepalende heb ik bij andere clubs minder kunnen laten zien, omdat ik moeite had eenzelfde positie te verwerven.” 21 juni 2008: Guus wint met Rusland in de kwartfinale van het EK na verlenging met 3-1 van het Nederlands elftal van bondscoach Marco van Basten. “Het gebaar op deze foto is heel vriendelijk bedoeld. Ik wilde Marco een hart onder de riem steken. Ik had hem al een tikje op de rug gegeven en dit was een aanrakinkje voor het afscheid.” Was die wedstrijd een van de mooiste in jouw trainersloopbaan? “Wel wat emoties betreft. Ik ben na afloop ondanks m’n kapotte knie van pure blijdschap het veld op gehuppeld. Ik had een paar akke etjes gehad in Nederland met de FIOD. Ik heb de spelers er op gewezen hoe graag ik wilde winnen, heb ze zo goed voorbereid op die wedstrijd. Rond het Nederlands elftal gebeurde toen wat zo vaak gebeurt, de realiteit werd uit het oog verloren. Het was weer eens hosanna in het land. Ik denk dat die overtuiging van de mensen in het land dat ze wel even all the way zouden gaan ook vat kreeg op de spelers van het Nederlands elftal. Maar kijk de wedstrijden er eens op terug. Geweldig dat Nederland won van wereldkampioen Italië en WK-finalist Frankrijk, maar zeker tegen de Fransen was het Edwin van der Sar die uitblonk. Door twee counters werd het nog 4-1. Rond Rusland-Nederland kwam daar ook nog de verdrietige situatie rond Khalid Boulahrouz, wiens dochtertje te vroeg werd geboren en overleed, overheen. Hij ging spelen.” Van Basten gaf aan dat de stress die bij het coachen kwam kijken hem te veel werd. Stond je daarvan te kijken? “Als speler heb je een heel andere druk. Als trainer voelde ik van alles voor een belangrijke wedstrijd, ik had klamme handen en rare gevoelens in m’n buik. Ik raakte de spanning kwijt door bij PSV op maandag altijd lekker fysiek bezig te zijn. We gingen dan paddelen – een mix van squash en tennis - met René Eijkelkamp en Theo Lucius. Ik had niet verwacht dat Marco niet met die stress om kon gaan. Hij had in Italië alles meegemaakt en hij kwam op mij altijd over als een koele, analytische jongen. Ik vond het wel mooi dat hij daar zo eerlijk over was. Zoals hij ook zo eerlijk over zichzelf was tijdens de persconferentie waarop hij aangaf te stoppen bij Ajax. Een openbaring.” Heb jij ook momenten gehad dat je bijna bezweek onder de druk? “Ik herinner me iets waar ik heel veel stress om had. PSV had in 1989 Flemming Povlsen aangetrokken als spits, maar Wim Kieft was mijn eerste man. Wim had een mindere periode in de herfst en ik liet Flemming meer spelen. Wat ik niet wist was dat er twee spelers bij het bestuur waren geweest met de vraag of ze de trainer ervan konden overtuigen dat Kieft uit de basis moest verdwijnen. Ik zette zelf Wim al in de luwte, wist niets van die actie. Ik kwam erachter, maar Wim ook. En hij dacht logischerwijs: de trainer speelt een spelletje met me. Ik had geen verweer, hoewel het niet zo was. Daar heb ik slapeloze nachten van gehad. Ik verloor m’n haar door de stress. Tijdens het douchen had ik hele plukken aan m’n handdoek. M’n haar begon pas te groeien toen ik de situatie weer onder controle had.” 19 december 2015: Guus keert terug als manager bij Chelsea en viert op de tribune van Stamford Bridge een goal van Chelsea met Didier Drogba en eigenaar Roman Abramovich. “Ik heb heerlijke herinneringen aan Chelsea. In december 2009 stond Chelsea met José Mourinho als coach in de degradatiezone. Totale paniek. De rechterhand van Roman belde me om te vragen of ik kon helpen, of ik het tot het einde van het seizoen over kon nemen. Ik was bondscoach en Roman financierde ook de Russische bond. Er was dus wel wat mogelijk, ik kreeg toestemming om Chelsea te combineren met mijn functie als bondscoach.” Lachend: “Ik moest wat inkomen hebben, hè. Soms moet je wat bijbeunen.” Wat voor iemand is Abramovich? “Ik ken hem goed, hij omhelst me altijd als we elkaar zien. Ik kan geen slecht woord over hem vertellen. Hij is geen patser, heeft een Hema-horloge om. Roman was ook vaak aanwezig bij wedstrijden van het Russische elftal, na afloop durfde hij niet eens de kleedkamer in te komen.” Wat trof je aan bij Chelsea? “Geweldige spelers. Petr Cech, Alex, John Terry, Ashley Cole, Frank Lampard, Michael Essien, Michael Ballack, John Obi Mikel, Didier Drogba en Nicolas Anelka; allemaal jongens met veel kwaliteiten en een groot ego. Bij Chelsea kreeg ik te maken met wat onuitgesproken zaken. Er was wantrouwen. Toen ik binnenkwam, wilde ik niet te veel informatie hebben. Ik wilde er blanco in kunnen stappen. Ik zei tegen de groep: als ik naar jullie kwaliteiten kijk, kan het niet zo zijn dat jullie op een degradatieplek staan. Er moest dus iets mis zijn, waardoor het er niet uitkwam. Ik liet ze meteen een partijtje doen waar de spelers in een kleine ruimte er heel kort op moesten zitten. Na een paar minuten wist ik genoeg. In zo’n potje zie je welke spelers elkaar mijden en wie elkaar juist opzoeken. Dat je geen vrienden bent, vind ik prima, maar op het veld kunnen er geen vertroebelde lijnen zijn. Dat moest eerst worden opgelost.” Op de foto zien we Drogba, jouw spits in de eerste periode bij Chelsea. “Heerlijke speler. Maar toen ik in Londen kwam, liep hij constant op het middenveld. Ik vroeg wat hij daar aan het doen was. ‘Mister, ik haal een balletje op het middenveld, open op de vleugel, kom dan zelf het strafschopgebied in en ram de bal erin.’ Ik vertelde hem dat ik geen spelmaker in hem zag, zei: je bent enorm sterk, iedereen is bang voor je en je scoort makkelijk, dat is je kracht. Ik riep tegen Terry: als jullie een bal aan Drogba geven als hij zich terug laat zakken naar het middenveld, fluit ik meteen af en krijgen jullie een vrije trap tegen. Drogba werd niet meer aangespeeld op het middenveld, probleem opgelost.” Jij hebt de naam dat je goed overweg kunt met lastige jongens. “De toppers zijn niet lastig, dat is eerder het geval met de jongens die vlak onder de top zitten.” Je won de FA Cup, verloor in 2009 bijna geen wedstrijd en haalde bijna de finale van de Champions League. In blessuretijd scoorde Andrés Iniesta de 1-1 waardoor jullie er nog uit vlogen. “Die 1-1 was een klap. Ik had nooit eerder een verdenking over een scheidsrechter, maar die Noor, Tom Henning Øvrebø, had ons drie penalty’s kunnen geven. Drogba wilde hem na afloop te lijf gaan, daar heb ik nog een foto van aan de muur. Ik had het gevoel dat de UEFA een jaar na Manchester United-Chelsea in Moskou niet een herhaling van die Champions League-finale wilde. United zat al in de finale, dus mochten wij er niet in.” Iedereen was blij met je, had je niet liever bij Chelsea willen blijven na dat half jaar? “Het was fantastisch, maar ik had de Russische selectie beloofd dat ik terug zou komen. ‘Mister, wat ga je doen?’ vroegen jongens als Andrej Arsjavin en Joeri Zjirkov. Ik zei: ik ga even een avontuurtje aan in Lon- den, maar ik beloof dat ik terugkom. En een woord is bij mij een woord.” Op de foto zien we je juichen aan het begin van je tweede periode in Londen, net nadat je moest vertrekken als bondscoach van Oranje. “Ik volgde Luiz Felipe Scolari op, vond het heel prettig om na het Nederlands elftal nog even aan de slag te gaan. Want dat ontslag bij Oranje vond ik heel vervelend.” 2 juni 2015: Guus en assistent Danny Blind na de 2-0 zege in en tegen Letland. Het bleek de laatste interland van Guus Hiddink te zijn. “Danny had eerst onder Louis van Gaal gewerkt, hij zou nog ervaring bij mij opdoen en dan de boel overnemen. Prima. Als Danny het over ging nemen, zou ik me gaan bemoeien met de vertegenwoordigende jeugdelftallen. Hoe ga je met talentontwikkeling om? Daarover wilde ik sparren met de clubs. Hoe moet de trainersopleiding eruitzien? Ik wilde me er hard voor maken om het Nederlandse voetbal weer in de lift te krijgen.” Die kans kreeg je niet... “Het was een enorme klap toen ik hoorde dat het voorbij was. Daar ben ik heel lang woedend over geweest. Het heeft me echt pijn gedaan. We begonnen slecht aan de EK-kwalificatiereeks. Maar in het voorjaar kreeg ik het gevoel dat het besef er was in Nederland dat we niet meer de grote spelers hadden. Of ze waren, zoals Arjen Robben, geblesseerd. Ik had ook onderschat hoe Nederland ervoor stond. Ik had lang in het buitenland gezeten, er werd steeds tegen me geroepen dat er een prima generatie aankwam. Ik dacht rond die wedstrijd tegen Letland dat we nu wat spelers hadden waarmee we van Oranje een vechtmachine konden maken. De topkwaliteit hadden we niet meer, dus moest het op een andere manier. We pakten de Letten en ik dacht: laat Tsjechië, Turkije en IJsland maar komen, we gaan op z’n minst die play-off plek pakken. Ik kreeg in de zomer telefoon. Bert van Oostveen en Hans Jorritsma wilden langskomen. Ik zei: we hebben de boel weer op de rit, kom maar lekker bij mij thuis langs, dan bespreken we boel daar. Ze zeiden dat ze liever in een hotel in Nice af wilden spreken. Ook goed. Van Oostveen zei meteen: ‘We gaan niet door.’ Ik vroeg: dus dit is een dictaat, we hebben geen evaluatie nu. Ze zeiden: ‘Je zit niet op de bank in september, maar we willen wel graag dat je adviseur blijft van de raad van commissarissen en de directie.’ Zet maar op papier, zei ik. Ik was door de mededeling overvallen, werd tijdens de rit naar huis steeds kwaaier. Ze wilden dat ik aan zou blijven als adviseur van de directie. Leek mij niet handig, want de directie had me net ontslagen als bondscoach, dus het was niet moeilijk wat mijn advies over de directie zou zijn.” Danny Blind bleef aan, wat vond je daarvan? “Danny wilde graag bondscoach zijn, dat nam ik hem niet kwalijk. Ze wilden hem zo snel mogelijk op het paard hijsen, helaas is dat ook fout gegaan.” Feit is nu dat we even niet meer meedoen met Oranje. “Voordat we naar het WK in Brazilië gingen, konden we dat al zien. In een toernooi kun je groeien, ook met een iets minder team. Ik heb dat zelf meegemaakt met Zuid-Korea in 2002. In een korte periode kan het allemaal goed vallen en meezitten. Maar er zit dan geen lange stabiele periode van presteren in. Louis van Gaal zag dat al tijdens die oefenwedstrijd tegen Frankrijk in aanloop naar het WK van 2014. We moesten anders gaan spelen en dat had Louis goed gezien. We hadden die mooie escape tegen Spanje, met Jasper Cillessen die de 2-0 van David Silva voorkwam. Natuurlijk was de hele natie tijdens dat WK in de gloria, maar de beleidsbepalers moesten daar doorheen kijken.” 30 januari 2007: Het OM vervolgt Guus wegens belastingfraude. Het spitst zich toe op de periode na zijn avontuur in Zuid-Korea toen hij in België woonde en daar belasting afdroeg. “Hier heb ik me zo boos over gemaakt. Formeel woonde ik in Spanje en ik wilde re-emigreren toen ik bij PSV aan de slag ging. Ik was via mijn accountant al in gesprek met de Nederlandse belastingdienst, wilde geen gelazer. De mededeling was dat ik nogmaals belasting moest gaan betalen, wat erop neerkwam dat ik van mijn verdiensten tien procent over zou houden. Mijn adviseurs zeiden: ‘For the time being kun je even in België gaan wonen en dan gaan we in de tussentijd een oplossing proberen te vinden.’ Als er dan een dispuut ontstaat, moet je dat voor een scale rechter gooien, vind ik. We hebben zelf bij de belastingdienst aangeklopt, ik heb inzage gegeven in alle contracten en verdiensten die ik had, heb overal keurig belasting betaald. Ik was zwaar in m’n kruis getast toen het ineens via de strafrechter ging. Mijn advocaat had informatie van het OM gekregen dat ze graag BN’ers even tegen het licht wilden houden. Ze kwamen ook nog eens in actie op momenten dat ik in de publiciteit was. De eerste keer was voor Nederland-Rusland. In aanloop naar het EK oefenden we in Amsterdam tegen Nederland en werd ik ineens ontboden. Dat gebeurde ook voor PSV-AC Milan, moest ik met veel machtsvertoon meekomen. Ik ben een uur of acht ondervraagd, kreeg alleen een plastic bekertje met water. Ik zat niet in de cel, maar wel in een verhoorruimte. Het belachelijke blijft: ik wilde re-emigreren, heb zelf aan de bel getrokken. De controleurs hadden gezien dat ik amper gas, licht en water afnam in België, dat klopte want ik zat veelal op De Herdgang of in een hotelletje. Ze keken hoe vaak ik in België was en of ik m’n postbus leeghaalde. Alles hebben ze gecheckt, zie je het voor je? Om zes uur 's ochtends kwamen ze me thuis ophalen... ik zei: kom lekker binnen. Wat een geld heeft dat hen gekost, ze wilden me per se pakken. De hele afdeling had op de dag van mijn zitting vrij genomen om op de publieke tribune plaats te nemen. Ik speelde open kaart en toch werd ik gestraft. Ik dacht: potverdikke, in wat voor land leven we? Ik heb de hele zaak als een vernedering ervaren.” Ben je veroordeeld? “Ik heb een strafblad! Mochten ze me willen vragen voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer; dat gaat niet gebeuren. Burgemeester Eberhard van der Laan kwam weleens bij me, zaten we bij mij thuis samen voetbal te kijken met de voeten op de poef. Ik vroeg dan grappend: weet jij of ik bij jou op het gemeentehuis een VOG, Verklaring Omtrent Gedrag, kan krijgen? En: jij mag helemaal hier niet zijn, je zit naast een crimineel, vertelde ik hem dan.” 28 september 2016: Guus en premier Mark Rutte fietsen door Seoul met de burgemeester van de stad tijdens een handelsmissie in Zuid-Korea. “Ik mag nog wel mee met handelstrips met de Nederlandse regering. En dat doe ik ook met plezier. Ik heb een beetje het ijs proberen te breken tussen Nederlandse en Koreaanse bedrijven. Laatst kreeg ik van een Beemster-boer een pakket met kaas, omdat hij nu zaken doet met Zuid-Korea. Met Mark Rutte heb ik het nooit over die belastingzaak gehad. Niet eens aan gedacht eigenlijk. Ik ben ook een keer met Willem-Alexander die kant op geweest. Had leuk geweest als ik hem had gezegd: Koning, weet u dat u met een crimineel op pad bent?” Ben je dan niet zo trots dat je denkt: nu hebben ze me nodig, laat ze maar de kolere krijgen. “Nee joh.” Voor de verdiensten voor Nederland had je op z’n minst een lintje verdiend. “Nou, die ga ik dus niet krijgen. Het is goed zo. Ik ben niet meer zuur over de hele gang van zaken, ga m’n leven daar niet door laten vergallen. Maar mijn vader, die de oorlog heeft meegemaakt, had wel een paar titels voor de mensen die er zo’n zaak van hebben gemaakt.” Is het nog altijd een feest om in Zuid-Korea te komen? “Heerlijk. Ik kom er heel graag. Na dat onverwachte succes in 2002 dacht ik: na een jaar of twee ebt dat allemaal wel weg. Dat is dus niet het geval. Met mijn foundation kom ik er ook geregeld, we hebben overal kunstgrasveldjes neergelegd waar mensen met een handicap kunnen sporten. Wat de Johan Cruyff Foundation doet in Nederland en daarbuiten, doe ik in Korea.” 21 januari 2010: Guus en Ronald Koeman zitten in het belpanel voor de speciale tv-show waarvan de opbrengst ging naar de slachtoffers van de aardbeving op Haïti. “Ik vind Ronald Koeman de meest logische keuze als bondscoach. Ronald en ik gaan ver terug: we wonnen samen de Europa Cup I met PSV. In 1998 haalde ik Frank Rijkaard en Ronald als assistenten bij Oranje. Ik maakte me er destijds hard voor dat Ruud Gullit, Johan Neeskens, Ruud Krol, Frank en Ronald behouden zouden blijven voor het voetbal. Ik zei: die jongens mogen we niet laten lopen, die hebben zoveel bagage. Ze wilden graag actief blijven in het voetbal, maar gingen niet zes jaar lang een cursus volgen. Eerst zeiden ze: ‘Krijgen we dat papiertje niet? Cruijff heeft het ooit ook gehad.’ Ik antwoordde dat Johan de uitzondering was, op alles. Ze moesten een jaar de cursus volgen en na een paar sessies kregen ze er heel veel lol in. En wat Ronald betreft: hij heeft succes gehad, kampioenschappen meegemaakt. Maar hij heeft, zoals elke trainer meemaakt, ook een paar keer een tik op de neus gehad. Daar word je rijper van. Nu is Ronald er ook klaar voor om bondscoach te worden.” Was hij dat in 2014 nog niet? Na het WK in Brazilië waren jullie allebei in beeld om Louis van Gaal op te volgen als bondscoach. Bert van Oostveen koos voor jou. “Ik had die geruchten ook gehoord. Toen ik werd benaderd door de KNVB om met Danny Blind het Nederlands elftal te gaan doen, heb ik Ronald gebeld. Ik zei tegen Ronald: als jij ook in beeld bent als bondscoach, dan stap ik net zo makkelijk terug, geen probleem. Ronald zei dat hij niet was benaderd, dat hem het wel leuk had geleken, maar hij vond het prima dat ik het ging doen.” Is Ronald de man die Oranje bij de hand kan nemen? “Hij is gepokt en gemazeld. Ronald durft zijn eigen gang te gaan en dat is wat we nu nodig hebben. Al blijft ook Ronald afhankelijk van de kwaliteiten die hij tot z’n beschikking heeft. Ik hoop dat Ronald erin slaagt er een goeie vechtmachine van te maken.” Moeten we IJsland als voorbeeld nemen? “Ja, er moet worden gekozen voor spelers met wie je een goed collectief kunt maken. En het is belangrijk dat we de bondscoach nu eens een tijdje laten zitten.” 3 juli 2011: Louis van Gaal en Guus zijn als coaches aanwezig bij de afscheidswedstrijd van Edwin van der Sar. “We hebben een mooi horloge van Edwin gekregen na afloop. Volgens mij zijn er maar vier of vijf van gemaakt. Alex Ferguson, Louis en ik hebben er een. Vond ik fantastisch.” Allebei zijn jullie heel succesvol geweest, maar volgens ons met een totaal verschillende aanpak. “Ik ben een totaal ander persoon dan Louis en ook onze aanpak zal hebben verschild. Afgelopen week kwamen we elkaar nog tegen bij een diner. Dan groeten we elkaar.” Is het toeval dat er momenteel even geen Nederlandse coach aan de slag is bij een grote buitenlandse club? “Dat heeft ook te maken met de status van het Nederlandse voetbal. We brengen niet de grootste voetballers voort op dit moment. Dat zegt niet alles. Maar er zijn in het voetbal altijd populistische stromingen. Als het Nederlandse voetbal het goed doet, dan zijn clubs sneller geneigd een Nederlandse coach aan te trekken. We zijn toch redelijk klein geworden in het internationale voetbal en dat straalt af op de vraag naar Nederlandse trainers. Ja, en waarom hebben Peter Bosz en Frank de Boer het niet gered in het buitenland? Moeilijk om daar een verklaring voor te geven.” 7 juni 2004: Phillip Cocu keert terug bij PSV. Guus, ook teruggekeerd bij PSV, overhandigt hem zijn shirt. “Phillip is heel bijzonder voor me. Ik ken hem al sinds z’n veertiende, toen hij rondliep op Groot Hagen, het trainingscomplex van de Superboeren. Ik zie hem nog komen met z’n tasje. Ik was toen jeugdtrainer. Zijn ouders verhuisden naar Alkmaar en toen ging hij naar AZ. We verloren elkaar een beetje uit het oog. In 1996 debuteerde hij bij me in Oranje. Phillip was een heerlijke speler voor een coach, hij beantwoordde altijd aan je verwachtingen. Hij werd aanvoerder van Barcelona, hallo, dan ben je geen kleine jongen, hè! Toen ik terugkeerde bij PSV hadden we een goed team, maar er ontbrak een leider. Voorzitter Harry van Raaij en ik zijn allebei naar Barcelona gegaan en ik zei tegen Phillip: kom naar Eindhoven, daar ben je de baas. Het werd een heel succesvolle comeback.” Jij bent ook nog even zijn mentor geweest. “Klopt. In het eerste jaar was er een reeks van veel gelijke spelen en nederlagen. Hij krabbelde daarna weer wat op, dat kwam niet door mij, hoor. Wat ik heel goed vond, was dat de directie heel rustig bleef. De kracht van Phillip is dat hij heel rustig en goed kan analyseren. Soms denk ik: je mag wel wat meer van je laten horen. Phillip doet dat ook gerust intern, maar heeft niet de behoefte om zich voor de buitenwacht te manifesteren. Hij heeft geen groot ego. Als we elkaar zien praten we over de mankementjes van de spelersgroep, want PSV heeft een mindere spelersgroep dan Ajax. Maar ja, dat hoe niet alles te zeggen.” 28 november 2006: Partner Liesbeth en de vader en moeder van Guus bij de presentatie van de biografie Hiddink, dit is mijn wereld. “Dit is in Vorden, in het restaurantje waar ik twee keer per jaar kwam om wild zwijn te eten. Mijn ouders leven allebei niet meer. Mijn vader was van 1916 en overleed op z’n 92ste. Mijn moeder was van 1920 en werd 88.” Jouw vader heeft zich ook nog doen gelden in de Tweede Wereldoorlog, begrepen we. “Mijn vader begon pas op latere leeftijd over de oorlog. Hij woonde eerst in Den Haag, daar drukte hij de voedselbonnen achterover om ze te verdelen onder de mensen. Tijdens de oorlog is hij teruggekeerd naar Varsseveld. Mijn opa had er een café en ze boden neergestorte Engelse piloten onderdak. Mijn vader heeft in die tijd piloten in veiligheid gebracht door ze achter de linies te brengen. Ik ben heel trots dat m’n vader dat heeft gedaan. Maar hij liep er nooit mee te koop. Pas toen hij een jaar of 75 was, begon hij er meer over te vertellen. Dan zei hij meteen: ‘Maar dat deed ik niet alleen, hoor.’” Hoe kijken ze naar hun zoon die de wereld veroverde? “Mijn ouders waren altijd heel trots, maar oosterlingen laten dat nooit zo merken. Ik weet nog dat ik terugkwam uit Zuid-Korea. ‘Ging niet slecht, hè?’ zei m’n vader, ‘wil je nog koffie?’” Wil jij nog aan de slag in het buitenland? “Zonder na te denken, zeg ik meteen ‘ja’. Dan stap ik morgen weer het veld op, het is namelijk heerlijk om met jonge spelers te werken. Maar als ik even nadenk dan moet ik zo eerlijk zijn dat ik in de diepe herfst van m’n trainerscarrière zit. Ik heb nog wel de energie in elk geval. Ik zou nog met plezier zeven dagen in de week aan de slag gaan.” Zegt jouw partner weleens: ‘Guus, je bent 71. Het is mooi geweest.’ “Ja, dat zegt Liesbeth weleens. Maar ze zegt ook: ‘Als je nog uitvliegt, dan vlieg ik meteen achter je aan.’ Laat mij nog maar even lekker spelen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

‘Het leven bestaat niet meer alleen uit lachen’

Justin Kluivert (18) maakt een stormachtige ontwikkeling door. Een [...]
Justin Kluivert (18) maakt een stormachtige ontwikkeling door. Een jaar geleden debuteerde hij in Ajax 1, inmiddels is de vleugelaanvaller niet meer uit de basis weg te denken. Helden volgde hem de afgelopen zes maanden. Het is januari en we staan aan de vooravond van de tweede seizoenshelft. “Hoe zal ik juichen zondag als ik heb gescoord?” vraagt Justin Kluivert uitdagend als we klaar zijn met de fotoshoot in de bestuurskamer op De Toekomst. De vleugelaanvaller gaat vol vertrouwen De Klassieker tegemoet die dat weekend op het programma staat. Hij zegt met zijn duim en wijsvinger het oké- gebaar te maken als hij scoort tegen Feyenoord. Op dat moment loopt Ajax-coryfee Sjaak Swart langs de openstaande deur. “Houd je aan je woord, hè,” roept hij. “Natuurlijk meneer,” antwoordt de jonge voetballer lachend. “Mooi, toch?” zegt Justin na hun onderonsje als hij afscheid van ons neemt. “Mannen als Sjaak Swart zien me hier al vanaf de F’jes rondlopen, hebben me zien opgroeien. Ik vind het leuk om met ze te spreken en mijn successen met hen te delen.” Justin ontkomt daarbij niet aan de vergelijkingen met zijn vader Patrick, die in 1995 als achttienjarige spits namens Ajax de enige goal scoorde in de Champions League-finale tegen AC Milan. “Ik ben die vergelijkingen nog niet zat, hoor. Ik vind het leuk, ben trots op mijn achternaam. Maar ik ben wel een ander persoon en mijn eigen carrière aan het maken. In het begin heb ik wel het gevoel gehad dat ik daartegen moest vechten. Over een tijdje moeten mensen juist zeggen: ‘Hé, daar loopt de vader van Justin.’ Lachend: “Maar dat begint al te komen, hoor.” SPOTLIGHTS “Het waren bijzondere maanden. Die heb ik aan Peter Bosz te danken. Hij heeft mij de kans gegeven en die heb ik gegrepen. Maar dat het zo snel zou gaan, had ik nooit verwacht,” zegt Justin als we hem in de zomer na de training spreken over zijn doorbraak, aan de vooravond van de start van het nieuwe seizoen. De media waren lovend over Justin nadat Ajax-trainer Bosz hem in januari 2017 als vervanger van de geblesseerde Amin Younes liet debuteren tegen PEC Zwolle. Twee maanden later maakte hij tegen Excelsior zijn eerste doelpunt in de eredivisie. En Ajax stond in zijn debuutseizoen meteen in de finale van de Europa League, die weliswaar werd verloren. “In de jeugd is het heel normaal dat je met Ajax in toernooien nales haalt. Dat was ik gewend. Die Europa League-finale voelde daardoor eigenlijk ook vrij normaal, maar inmiddels weet ik dat dat niet zo is. Dat het meteen in mijn eerste jaar lukte, is geweldig.” De jonge voetballer kwam in de spotlights. “Ik merkte dat veel mensen me ineens herkenden op straat. Ik vind dat geen probleem, vind het leuk om mensen blij te maken door even op de foto te gaan. En soms heb ik er wat minder zin in, als ik even rustig wat wil drinken.” Ook binnen de voetbalwereld trok hij de aandacht. Zoals tijdens de finale van de Europa League, toen Justin een onderonsje had met Manchester United-trainer José Mourinho. Er werd gespeculeerd dat Justin gepolst zou zijn voor een overstap naar de Engelse club. Het lag een tikje anders. Mourinho was assistent in Barcelona toen zijn vader daar speelde en Justin nog een klein ventje was. “Hij vond het gewoon leuk om me te zien, zei tegen me dat ik groot was geworden en dat ik goed bezig was. En ik moest mijn vader de groeten doen.” Een ander persoon is Justin door alle aandacht niet geworden, vindt hij. “Ik gedraag me niet anders omdat ik nu een profvoetballer ben, ben niet ineens uit de hoogte gaan doen, of zo. Mijn vrienden vinden dat ook niet.” In de zomer eindigde ook zijn relatie, sindsdien gaat hij als vrijgezel door het leven. “Ik moest eerlijk zijn en mijn gevoel volgen. Ik wilde haar geen pijn doen. Of het door het afgelopen seizoen en alle veranderingen komt? Dat denk ik niet.” NEERWAARTSE SPIRAAL Het is vlak voor de winterstop. Aan het einde van de training, als het merendeel van de spelers het veld afloopt, doet Justin extra afwerk-oefeningen met Klaas-Jan Huntelaar en David Neres. Ze moeten op elkaar ingespeeld raken. “Als jonge jongen keek ik altijd naar Klaas-Jan, nu speel ik met hem samen. Ik kan veel van hem leren, hij heeft ook een goede invloed op het team. Klaas-Jan weet wat een spits wil en daar moet een vleugelaanvaller aan werken, ik moet hem bedienen,” zegt Justin, wiens voorkeur duidelijk aan de linkerkant ligt. “Op die positie heb ik in mijn jeugd altijd gespeeld. Ik weet wat ik wil als ik op links sta, het voelt fijn. En op rechts heb ik soms nog het gevoel dat ik een beetje met mezelf vecht als ik de bal heb, ik weet nog niet altijd wat ik ermee moet doen. Klaas-Jan geeft me geregeld tips.” Justin lachend: “Ja, ook op liefdesgebied adviseerde hij me.” Het nieuwe seizoen begon stroef. Niet alleen werd Ajax vroeg uitgeschakeld in de Champions League en de Europa League, Justin moest ook plaatsnemen op de bank. Hij werd geconfronteerd met zijn eerste tegenslagen op voetbalgebied. Younes kreeg de voorkeur als linkervleugelaanvaller, Neres op rechts. Justin kreeg weliswaar geregeld speelminuten, vooral als rechterspits, maar echt lekker in zijn vel zat hij niet. Dat had ook een andere reden, waar hij in de zomer nog niet over wilde en kon spreken. Nu lukt het Justin wel om te praten over zijn ploeggenoot Abdelhak Nouri, die in de zomer ernstige hersenschade opliep tijdens een oefenduel in Oostenrijk. Hij heeft het er zichtbaar moeilijk mee. “Wat er met Appie gebeurde, is een drama. Voor zijn familie, voor zijn ploeggenoten, voor de buitenwereld. En voor mij persoonlijk, Appie was in het team altijd een van m’n vrienden. Ik kan me lastig uiten na moeilijke situaties. Na een tijdje, als het ergste gevoel gezakt is, gaat het beter. Met m’n teamgenoten Donny van de Beek en Frenkie de Jong kon ik erover praten, maar zij zaten er natuurlijk ook mee, echt helpen konden we elkaar niet. Er is me wel een mental coach aangeboden, maar ik heb daar geen behoefte aan. Ik praat liever met mijn broers, mijn neven en twee beste vrienden. Zij waren er voor me. En mijn ouders ook, hoor. M’n moeder voelt het goed aan als ik met iets zit, maar met haar vind ik het weer lastiger om over intense dingen te praten. Dat heb ik altijd al gehad. Met m’n vader praat ik ook niet echt over zware dingen, dat is zo gegroeid.” Justin is even stil en vervolgt dan: “Ik heb het inmiddels een plek gegeven. Natuurlijk heb ik verdrietige momenten, dat hoort erbij. Het is niet iets om te vergeten, maar ik moet door. Ik ga Appie zeker bezoeken, maar pas als ik er klaar voor ben. Nu vind ik dat nog te moeilijk, ben bang dat ik dan weer in een neerwaartse spiraal terechtkom. We willen eindigen met de 34ste landtitel, dát is wat Appie ook had gewild.” Het waren heftige maanden voor Justin, maar hij is er door gegroeid. Als voetballer en als mens. “Ik zag ineens hoe snel het verkeerd kan gaan en heb ervan geleerd dat ik echt van ieder moment moet genieten. Van het voetbal, maar ook daarbuiten. Ik relativeer meer. Het leven bestaat niet alleen uit lachen. En de voetbalwereld is leuk, maar ook hard. Ik ben gaan beseffen dat ik elke kans moet aangrijpen, het is niet zo dat ik die eindeloos krijg. In de jeugd misschien nog wel, nu is het erop of eronder. En ik realiseerde me ook dat ik ook meer moet luisteren naar mijn ouders. Als je jonger bent doe je dat niet echt, dan geloof je het wel. Maar nu ik wat ouder word en zelf dingen meemaak, weet ik: zij hebben veel meer ervaring en nog veel meer meegemaakt. Ze zullen het wel weten.” ‘Mijn vader geeft me goede adviezen. Probeert me te behoeden voor verkeerde vrienden die willen pro teren van m’n successen’ DE KARDASHIANS Als Justin bij het omkleden zijn shirt uittrekt tijdens de fotoshoot in januari, zien we een tatoeage onder zijn hart met de naam van zijn moeder. “Voor mijn moeder voel ik iets extra’s, dat hebben jongens denk ik sowieso vaker. Ik ben echt een moederskindje. En dat is niet zomaar, dan heeft ze wel wat goed gedaan, denk ik.” Justin was vier toen zijn vader Patrick en moeder Angela van Hulten scheidden. Hij groeide met zijn oudere broer Quincy en jongere broer Ruben op bij zijn moeder in de Jordaan, aan de Noorderspeeltuin. “Ik weet niet beter dan dat ze gescheiden zijn,” zegt Justin, en vervolgt gauw: “maar we zijn niks tekortgekomen, hoor. Ik had een leuke jeugd. Na schooltijd voetbalden we in de speeltuin met vrienden. We waren altijd met zijn drieën, deden alles hetzelfde, kleedden ons ook hetzelfde. We waren net een drieling. M’n moeder vond het vooral heel belangrijk dat wij geen verwende jongens werden. Dat is misschien wel het belangrijkste dat ze ons heeft meegegeven: normaal doen en dat blijven. Mijn vader heb ik in mijn jeugd wel veel gezien, maar ik heb nooit samen met hem gewoond. We hebben een andere relatie.” Zijn moeder heeft hem gemaakt wie hij nu is, zegt Justin, maar het voetballende deel van zijn leven dankt hij aan zijn vader. “Hij geeft me goede adviezen, probeert me te behoeden voor verkeerde vrienden die willen meeprofiteren van m’n successen. Dat kan hij als geen ander. Ik moet goed opletten, daarom houd ik m’n cirkel ook expres klein. Ik heb twee goede vrienden en verder maken mijn neven en broers onderdeel uit van m’n kring.” Ook met Rossana Lima, de vrouw van Patrick, en zijn halfbroer Shane heeft Justin een goede band. “Ze wonen in Barcelona, dus ik zie ze weinig, maar we hebben geregeld contact.” Verder bestaat de familie nog uit twee stiefbroers en een stiefzus. De vergelijking met de familie Kardashian is gauw getrokken. Justin, lachend: “Die vergelijking hoor ik vaak en ik snap dat, maar ik zie het niet zo. De Kardashians wilden ook graag beroemd zijn, toch?” Hij vervolgt serieus: “Ik heb met iedereen uit mijn familie een goede band. Ik ben de middelste hè, die kan met iedereen goed opschieten.” Naast de naam van zijn moeder onder zijn hart, staan de namen van zijn (half)broers op zijn onderarm getatoeëerd. Alleen die van zijn vader ontbreekt nog. “Erg, hè? Maar die komt nog. Ik wil wat moois bedenken, maar weet nog niet wat.” Ook de rest van zijn tatoeages hebben een betekenis. Zijn geboortedatum, de drie Amsterdamse kruizen, en een afbeelding van Jezus en Maria. Het geheel is opgevuld met rozen die nog moeten worden ingekleurd. “Maria is mijn beschermengel. Ik ga niet naar de kerk, maar ben wel gelovig. Voor de warming-up bid ik altijd, vraag ik of ik gezond van het veld mag komen. Ik bid ook voor mijn teamgenoten. Sinds afgelopen zomer misschien nog bewuster.” KORT LONTJE Ondanks de harde realiteit is de lach weer terug binnen de ploeg, vindt Justin. “Die ommekeer heeft wel een tijdje geduurd. Voor iedereen kwam die op een ander moment.” Justin greep zijn kansen in november, toen hij tegen NAC Breda voor het eerst in twee maanden weer een kans in de basis kreeg als linksbuiten. “Als je geblesseerd raakt, heb je nou eenmaal pech,” zegt hij over Amin Younes. “Dat heb ik goed opgevangen en dat is goed voor mij, maar wat minder voor hem. Zo werkt het nou eenmaal in het voetbal.” De week daarop maakte hij een hattrick tegen Roda JC. “Dat was het moment dat ik ook de buitenwereld liet zien dat ik er weer was. Ik kwam met m’n borst vooruit weer De Toekomst binnenlopen. Veel oud-spelers en trainers kwamen een praatje met me maken en zeiden dat ze al wisten dat het me ging lukken, maar dat het er in het begin van het seizoen even niet uitkwam. Dat deed me goed. Sindsdien voel ik me lekkerder en zelfverzekerder. Als het goed gaat met voetballen, voel ik me sowieso beter.” Over concurrentie in het veld maakt Justin zich geen zorgen. “Ik ga uit van mijn eigen kwaliteiten, soms lukt dat en soms niet. Bang ben ik in ieder geval niet, voor niemand eigenlijk.” Het typeert hem. De jonge jongens bij Ajax laten zich sowieso gelden. Met Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt en Donny van de Beek heeft Justin een goede band. Hakim Ziyech beschouwt hij zelfs als een soort broer. “Hakim adviseert me, ik luister ook naar hem. Met hem spreek ik ook buiten het veld af. Hakim is een beetje hetzelfde als ik, hij heeft ook een beetje die bravoure.” Die lef bij Justin sloeg ook weleens door, beseft hij. Zoals afgelopen seizoen tegen PSV, toen hij het met Jürgen Locadia aan de stok kreeg. “Ik kon in het veld soms een beetje een kort lontje hebben. Maar buiten het veld heb ik dat helemaal niet. Toen ging ik nadenken: doe even normaal Just, zo ben je helemaal niet. Ik treiter nog weleens, hoor, dat hoort erbij. Maar in het gewone leven hoort dat er toch ook bij, op een leuke manier?” zegt hij schuldbewust. ONTSLAG KEIZER In januari heeft Justin net zijn derde hoofdtrainer in het eerste van Ajax begroet. Ajax won de toppers tegen PSV en Feyenoord en ging met een tweede plek de winterstop in, toch moest trainer Marcel Keizer al na een paar maanden het veld ruimen. De kritiek van de buitenwereld op het spel van Ajax onder Keizer kreeg Justin uiteraard mee. “Ik vond zijn ontslag onnodig. Dat heb ik ook tegen hem gezegd. En dat ik het jammer vond en het niet had verwacht. Marcel Keizer had me vanaf de A1 opgepikt, ik kon het ook goed met hem vinden. We speelden niet altijd even goed, dat lag ook aan onszelf. Maar de laatste tijd ging het juist goed. Als iedereen honderd procent geeft, weet ik dat we de beste zijn.” Hij voegt er lachend aan toe: “Als ik maar speel, dan komt het sowieso goed.” Onder de kersverse trainer Erik ten Hag en assistent Alfred Schreuder vertrok Ajax aan het begin van het jaar op trainingskamp naar Portugal. “Ook met de nieuwe trainers kan ik het prima vinden. Heel veel verschil merk ik nog niet, we trainen iets vaker en de oefeningen zijn soms iets anders. Maar de intensiteit is hetzelfde.” ‘Barcelona zit in mijn hart, maar wie ben ik om ‘nee’ te zeggen tegen Real Madrid?’ CAMP NOU Justin is pas achttien en staat nog aan het begin van zijn carrière. Doelen en dromen heeft hij genoeg. “Ik wil een basisspeler blijven, veel assists en doelpunten maken en belangrijk zijn voor het team. En ik wil dit jaar het Nederlands elftal halen. Ik heb er vertrouwen in dat dit mij gaat lukken. Oranje heeft de afgelopen jaren helaas niks bereikt, ik denk dat er een nieuwe impuls nodig is. Jonge gasten als Frenkie de Jong, Donny van de Beek, Matthijs de Ligt en Timothy Fosu-Mensah en nog een paar kunnen daarvoor zorgen. Wij moeten klaargestoomd worden de komende jaren, ik denk dat het goed zou zijn om daar nu mee te beginnen. Wie de nieuwe bondscoach is maakt me niet uit. Ik vind m’n weg wel met iedere trainer.” Maar, beseft Justin ook, hij moet nog veel beter worden. “Ik ben snel, maar kan nog sneller worden. En mijn acties kunnen nog beter.” Zijn grote voorbeeld op zijn positie is Cristiano Ronaldo. “Niet alleen binnen het voetbal, ook erbuiten. Hij is een echte topsporter. Op Instagram laat hij alleen maar goede dingen zien, hoe hard hij traint en wat hij er allemaal voor doet.” Ook met de jonge jongens en Hakim Ziyech praat Justin geregeld over de toekomst. Nieuwe, verbeterde contracten en transfers zijn vooral rond de winterstop veelbesproken onderwerpen. “Vroeg in je carrière naar het buitenland vertrekken is een beetje normaal geworden, lijkt het. Maar of je nou vroeg gaat of wat later, ik denk dat het per persoon verschilt of dat een verstandige keuze is. Als je goed bent, kom je er wel, linksom of rechtsom,” vindt Justin. Hij vervolgt: “Maar we hebben het zeker met elkaar over onze plannen en mogelijkheden. Ik bespreek die met hen, met mijn ouders, broers en vrienden. Dan kom ik zelf tot een beslissing.” Justin is stellig: “Ik doe wat het beste is voor mijn carrière. Mijn zaakwaarnemer Mino Raiola zegt altijd: ‘Hier is een bord met eten. Jij mag kiezen wat je pakt.’ Zo hoort het ook, denk ik. Een zaakwaarnemer biedt je de mogelijkheden, maar ík ben degene die de keuzes maakt. Daar bemoeit mijn vader zich ook niet mee, hij weet dat ik dat niet wil.” Er is interesse voor hem, al benadrukt Justin dat hij nog niet weg hoe bij Ajax. Het kampioenschap staat hoog op zijn verlanglijstje. “Maar als er een mooi aanbod komt, weet je het nooit. Engeland trekt me erg. Arsenal, Tottenham, Chelsea of Manchester United vind ik mooie clubs waar ik mezelf over een paar jaar wel zie spelen.” En dat Justin soms ook de vruchten plukt van een succesvolle ex-voetballer als vader, realiseert hij zich goed. “Overal waar ik kom in het buitenland kennen ze me vanwege mijn vader. Hij vraagt vaak: ‘Kom even naar Barcelona, dan geef ik je een rondleiding door Camp Nou.’ Ik heb er tot mijn vierde zelfs gewoond, maar daar weet ik niks meer van. Uiteindelijk wil ik heel graag bij Barcelona of Real Madrid terechtkomen. Barcelona zit in mijn hart, maar wie ben ik om ‘nee’ te zeggen tegen Real Madrid?” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Patrick Lodewijks: ‘Hier is geen protocol voor’

Het leven van Patrick Lodewijks wordt nooit meer hetzelfde sinds [...]
Het leven van Patrick Lodewijks wordt nooit meer hetzelfde sinds 29 april 2015. Op die dag overleed zijn vrouw Yvonne, moeder van hun drie dochters, tijdens een verkeersongeluk.

Voetbal

Peter Bosz: ‘Ooit wil ik bondscoach worden’

Hij greep met Ajax net naast de landstitel en de Europa League, [...]
Hij greep met Ajax net naast de landstitel en de Europa League, maar verdiende wel dé Nederlandse transfer in voetballand.

Voetbal

Lieke Martens: De geboorte van een wereldster

Lieke Martens (24) heeft een droomjaar. Ze maakte een transfer [...]
Lieke Martens (24) heeft een droomjaar. Ze maakte een transfer naar FC Barcelona, werd Europees kampioen met Oranje en verkozen tot beste speelster van Europa én de wereld. Een gesprek met onze Heldin van het Jaar over de Ramblas, Cristiano Ronaldo, privéjets en de koning.

Voetbal

Swart: ‘Ik heb zo hard gehuild om Appie’

Sjaak Swart is Mister Ajax. Rond zijn club was er de laatste tijd [...]
Sjaak Swart is Mister Ajax. Rond zijn club was er de laatste tijd nogal wat aan de hand. Op het veld en ernaast. Zijn Ajax-hart huilt om het verlies van oude kameraden als Johan Cruijff en Piet Keizer. Maar ook om wat Abdelhak Nouri is overkomen.

Voetbal

John de Wolf: ‘In het veld ging ik over lijken’

Hij geeft clinics aan kinderen, ondersteunt werkzoekende [...]
Hij geeft clinics aan kinderen, ondersteunt werkzoekende vijftigplussers en roept fans op zich te gedragen. “Ik vind het leuk als ik mensen blij maak,” zegt de nog altijd ongekend populaire John de Wolf.

Voetbal

Voetballen in stilte: Lionel Messi

Gesteggel over een nieuw contract. Een strafblad. Getrouwd. Met [...]
Gesteggel over een nieuw contract. Een strafblad. Getrouwd. Met Barcelona stond hij in de schaduw van Cristiano Ronaldo en Real Madrid. Er was veel te doen om Lionel Messi de afgelopen tijd. Is het verval ingetreden op z’n dertigste? Een portret van Leo door Edwin Winkels, al jaren woonachtig in Barcelona en volger van de club. Hij leeft in bijna absolute stilte, overal waar hij is, waar hij komt. Om te beginnen thuis. Of rond het huis, beter gezegd, want bínnen zijn weinig mensen geweest die niet bij de familie of de intieme vriendenkring horen. Al is hij ook daar, zeggen die vrienden altijd, niet de grootste prater. Rond zijn woning, of complex eigenlijk, in de heuvels van de wijk Bellamar van Castelldefels, 25 kilometer ten zuiden van Barcelona, heerst bijna de hele dag een weldadige rust. Niemand die Lionel Messi lastigvalt. De buren kennen hem, en hij kent de buren een beetje. Slechts een van hen deed altijd een beetje lastig; Messi kocht de buurman daarop uit, en vergrootte zo het ommuurde terrein waar hij woont. In stilte, in alle rust. Paparazzi zijn er weinig gesignaleerd. Het adres is, een wonder in deze tijden, nergens op internet te achterhalen. Op zwoele zomeravonden kun je er de geanimeerde stemmen vanuit de enorme tuin horen, terwijl de lucht zwanger is van de geur van de barbecue, de typische Argentijnse asado. Het accent dat je hoort is onvervalst Argentijns. Een van de typeringen van Leo Messi is dat hij bij Barcelona voetbalt, maar nog altijd in Rosario woont. Zijn immense woning is een ‘klein Rosario’, een oase waarvandaan hij ooit, als zijn voetbalavontuur ten einde loopt, naar het echte Rosario zal terugkeren. GETROUWD Daar, in zijn geboortestad, trouwde de beste voetballer van de wereld op 30 juni dit jaar met zijn jeugdliefde, Antonella Roccuzzo, het meisje uit de wijk Las Heras waar hij woonde, het nichtje van zijn vriendje Lucas Scaglia, een leeftijdgenoot die tot vorig jaar nog voetbalde bij Jacksonville in de Verenigde Staten, na een voetbalreis over de halve wereld. Lionel en Antonella kenden elkaar al toen ze acht waren. De werkelijke vonk sprong ruim tien jaar later over, toen zij een vriendin bij een auto-ongeluk verloor en Messi haar opzocht om haar te troosten. Een triest én mooi verhaal, maar verder niet echt voer voor de roddelpers, want Leo is nooit met een andere vrouw dan Antonella in het openbaar verschenen, noch op een ‘geheime’ plek gefotografeerd. En nu zijn ze ook nog netjes getrouwd, en hebben ze twee zoontjes, Thiago van vier jaar en Mateo van bijna twee. Een voorbeeldig gezin. Messi’s vrijgezellenfeest was een rustige lunch in Rosario met z’n vrienden, veel (oud-)spelers van FC Barcelona: Xavi, Busquets, Puyol, Eto’o, Suárez, Pinto, Mascherano, Cesc Fàbregas, Jordi Alba... De bruiloft, met honderden gasten, vond plaats in een hotel op vijf minuten rijden van Messi’s vroegere woning in Las Heras. Een van de gerechten van het banket bestond uit chinchulines, gefrituurde dunne darm van een rund, met een wel heel bijzondere smaak, typisch Argentijns. Er was ook sushi, dat wel. Bijna niemand verscheen op de rode loper voor de fotografen, niemand vertelde de pers iets over hoe het feest was. Van de weinige foto’s van de huwelijksreis daarna, naar het paradijselijke Barbuda (Antigua), waren de meeste van Messi zelf, gepubliceerd op zijn Instagram-account, met 76,3 miljoen volgers. Veel tekst pleegt hij niet bij de foto’s te zetten. “Op weg naar huis.” “Dank voor de felicitaties.” “De jongens vermaken zich.” Die jongens, dat zijn dan hijzelf en Luis Suárez, een van zijn beste voetbalvrienden, die hem op zijn huwelijksreis kwam opzoeken. Ze zijn buren in Castelldefels. En maatjes op het veld. Meer dan Neymar, die jonger is, vrijgezel, van een andere generatie, een ander leven. Messi en Suarez zijn maatjes op het veld. Meer dan Neymar, die jonger is, vrijgezel, van een andere generatie, een ander leven TATTOO Niet dat Messi dat wildere leven ooit heeft gehad. Hij is dertig nu, en doet niet veel andere dingen dan op zijn twintigste. Het grootste verschil is misschien dat hij minder op de PlayStation speelt. Hij is zélf een PlayStation-voetballer, eentje die alles kan. Of, zoals oud-speler en -coach Jorge Valdano in het predigitale tijdperk eens over Romário zei: een voetballer uit een tekenfilm. En nóg een verschil, het meest zichtbaar voor de buitenwereld. Op de dag dat er voor het eerst een tattoo op zijn been te zien was – discreet, op zijn linkerkuit, tijdens de wedstrijd bedekt door de voetbalkous –, met de naam en de handen van zijn pasgeboren zoontje Thiago, was de verbazing groot. Messi ook al, de voetballer die wars leek van al dat uiterlijk vertoon? Het was overigens niet de eerste tatoeage van de speler; verborgen op zijn rug, bij de linkerschouder, bestond al langer het gelaat van zijn moeder. De laatste jaren is het snel gegaan. Die eerste tattoo voor Thiago liet hij door Roberto López, zijn vaste tattoo-specialist die hij speciaal voor het werk uit Rosario naar Spanje laat overkomen, omringen door een bal, het nummer 10, engelen, rozen en een zwaard. Op zijn rechterarm liet hij in 2015 het verhaal van zijn leven vertellen: een klok en het symbool van Chronos (de mythologische presentatie van de tijd), een lotusbloem die uit een vijver ontwaakt, een van de ramen van de Sagrada Familia uit Barcelona, ter ere van de stad waar hij groot is geworden, de beeltenis van Jezus met de doornenkroon en, het meest symbolische misschien: een rozenkrans die over een kaart met Zuid-Amerika en Europa loopt. Het gebedssnoer stelt zijn geboortestad voor: in het Spaans heet een rozenkrans een rosario. Onlangs zijn er twee tattoos bijgekomen, één voor zoontje Mateo en een groot, donker oog, op zijn rechter biceps. Dat is van zijn vrouw Antonella. Die uitgebreide uitleg over de tatoeages komt trouwens van tatoeëerder López; de voetballer zelf heeft er nooit iets over gezegd, onthult zijn huidschilderingen slechts op concrete momenten via Instagram, zonder woorden. PRETPARK Leo Messi leeft in zijn stiltes, stelde ook een van zijn vele, altijd ongevraagde biografen vast, Leonardo Faccio. Het eerste interview dat de Argentijnse journalist voor zijn boek met Messi had, duurde een kwartier, en veel werd er niet gezegd. Faccio besloot daarop om zo’n honderd mensen uit de verschillende kringen rond de voetballer te interviewen, niet de speler zelf, om het boek De jongen die altijd te laat kwam (en nu de eerste is) te kunnen schrijven. Faccio sprak onder anderen een lerares. Die raadde de familie aan met de kleine Lio, zoals hij in zijn geboortewijk heet, naar de psycholoog te gaan, ‘want hij heeft een communicatief probleem’. En hij sprak met zus Maria Sol. “Leo is echt verdrietig na een nederlaag. Het enige wat ik dan doe is zijn hand vasthouden zonder verder iets te zeggen.” Dat was in de periode dat zijn zus nog bij hem inwoonde in Castelldefels, en oudste broer Rodrigo. En moeder Cecilia en vader Jorge. Een hechte familieclan, geheel naar Italiaanse gewoonte, land van herkomst van de grootouders. Matías, de andere broer, was de enige die meestal in Rosario verbleef. Nu zijn ze bijna allemaal terug in Argentinië. Leo heeft hen niet meer zo nodig als vroeger. Hij heeft zijn vrouw nu, en zijn kinderen. Zijn eigen leven, dat hij zo weinig met de buitenwereld deelt, zonder zich overigens volledig af te sluiten. Hij loopt over het strand, eet in restaurants in het dorp. Gaat soms naar de beachclub. Waarom zou hij ook dat leven met iedereen delen? Het is eigenlijk een van zijn grootste prestaties. Gewoon blijven in een wereld vol voetbalgekte, waarin duizenden Chinezen hem op een vliegveld opwachten als hij bij Shanghai zijn pretpark Messi Experience presenteert. Een park waar je je Messi kunt voelen, in twintig verschillende attracties, maar met ook heel veel voetbalvelden. KLAGENDE MEDESPELER Dat hij een wereldster is, is voor de plaatselijke pers in Barcelona zowel een zegen als een klein drama. Exclusieve interviews met Messi krijgen zij al jaren niet meer; heel af en toe staat hij een groot buitenlands blad of tv-station te woord. Op de traditionele persconferentie vóór een wedstrijd met de trainer en een speler is hij afgelopen seizoen niet eenmaal verschenen; Barça ‘bewaart’ hem altijd voor de halve finale of finale van de Champions League, maar zover kwam de ploeg dit jaar niet. Als hij praat, dan is het bij een publieke presentatie van iets commercieels. Soms is dat verhelderend, want de goede verstaanders kunnen dan een klein idee krijgen van wat Messi over iets denkt, over de trainer, over een serie slechte resultaten, over een klagende medespeler, over zijn eigen vorm. Niet dat het tot grote koppen leidt, maar het is in ieder geval íets. Zoals in juni, ver weg in Japan, waar hij samen met Neymar, Piqué en Arda de presentatie van de online shop-gigant Rakuten als nieuwe shirtsponsor van Barça opluisterde. Wat hij van de nieuwe trainer vond, Ernesto Valverde, werd hem gevraagd. “Ik heb enorm veel zin om met hem te beginnen. We weten nog niet hoe zijn manier van werken is, maar wat we wél weten is dat hij een groot trainer is, om wat hij gedaan heeft bij de clubs waar hij heeft gewerkt. In Valencia en Bilbao deed hij het goed.” NIEUW CONTRACT Ongetwijfeld was Messi vooraf al gekend in de plannen van de club, had hij een stem bij het kiezen van de nieuwe coach. ‘Presidente’, noemen ze hem in de kleedkamer weleens, omdat alles bij de club om hem draait. Toen er dit voorjaar enkele weken twijfels waren rond de verbetering van zijn contract, durfde een bestuurslid te zeggen dat Messi niet zoveel prijzen zou winnen zonder mensen als Busquets, Iniesta en anderen aan zijn zijde, en dat de club vooral ‘met gezond verstand’ over een nieuw contract moest nadenken. De man werd publiekelijk gestraft en op een zijspoor gerangeerd. En Luis Suárez zei wat de meeste socio’s dachten: “Niks geen gezond verstand, gewoon direct Messi’s contract verlengen.” Dat contract is dus inmiddels opengebroken en verlengd, tot 2021. Messi’s nettosalaris is verhoogd tot 26 miljoen euro, bruto kost het de club 56 miljoen. Als het ten einde is, is Messi 34 jaar en heeft hij er twintig daarvan voor Barcelona gespeeld. Hij heeft alle records van de club en uit het Spaanse voetbal gebroken. Maar voor Barça het belangrijkst: met Messi heeft de hele club meer titels gewonnen dan ooit, méér vooral dan Real Madrid (30 tegen 15, is de balans), en dat is wat telt, in Camp Nou. 'Presidente', noemen ze hem in de kleedkamer weleens, omdat alles bij de club om hem draait Het best ging het onder trainer Pep Guardiola; met hem won Messi niet alleen die vele clubprijzen, maar ook zijn vier eerste Gouden Ballen op rij. In het eerste jaar onder Luis Enrique kwam de vijfde erbij. Frank Rijkaard liet hem ooit debuteren en bracht hem langzaam, gedoseerd, soms tegen de ambitie van de tiener zelf in; Tito Vilanova en Tata Martino waren zijn andere coaches. De laatste, Argentijn en dus landgenoot, was degene die Messi het minst begreep. Opvallend, aan de ene kant. Maar eigenlijk is het met zijn bondscoaches bij Argentinië net zo gegaan. Liefst zeven heeft hij er al zien vertrekken, omdat het maar niet lukte: Pekerman, Basile, Maradona, Batista, Sabella, Martino en Bauza. Jorge Sampaoli is nu de achtste, de man die het elftal zo rond Messi moet smeden dat Argentinië eindelijk weer eens een groot toernooi wint. De laatste wereldtitel is van 1986, de laatste Copa América van 1993. De verloren finales in 2014 en 2016 zorgden alleen maar voor meer leed, in plaats van enige trots en hoop. Nooit heeft hij iets over de rechtszaak of het vonnis willen zeggen. Slechts voor de rechter zelf móest Messi wel STRAFBLAD Deze zomer van 2017 moet die van een frisse herstart worden, het vergeten van een matig laatste jaar, waarin Messi wél weer veel scoorde, maar het met zijn teams minder ging. Een Copa del Rey voor Barça, een onzekere en onwaardige vijfde plaats voor Argentinië in de tussenstand van de WK-kwalificatie van de Zuid-Amerikaanse groep. De Gouden Bal kan hij dit jaar vergeten, die gaat naar Cristiano Ronaldo, met zijn seizoen vol prijzen en beslissende doelpunten. Een seizoen ook waarin Leo Messi, eigenlijk voor het eerst, met grote problemen búiten het veld kampte. Hij heeft een strafblad nu, nadat het gerechtshof in Madrid in hoger beroep zijn straf van 21 maanden cel voor het ontduiken van 4,1 miljoen euro aan belastinggeld bekrachtigde. Bij een eerste veroordeling hoef je in Spanje die celstraf niet uit te zitten als die minder dan twee jaar bedraagt. Dan koop je hem met een boete af, in zijn geval 252.000 euro. Daarvóór had hij al dat hele bedrag aan belastinggeld teruggestort, plus nog twee extra boetes van in totaal 3,4 miljoen. Ook zijn vader, Jorge, die financieel alles voor hem regelt, werd veroordeeld, tot vijftien maanden cel. Ogenschijnlijk heeft dat niet tot een vertrouwensbreuk tussen de twee geleid. Ook dit proces heeft Messi in zijn stiltes beleefd. Nooit heeft hij ook maar iets over de rechtszaak of het vonnis willen zeggen. Slechts voor de rechter zelf móest hij wel. Eerst heel zacht, nauwelijks verstaanbaar, tot hij werd gevraagd wat luider te spreken. “Ik heb nooit naar de geldzaken gekeken. Dat is iets wat mijn papa regelt, ik vertrouw hem volledig. Ik heb wel alles ondertekend, maar ik kijk nooit naar de contracten. Ik beperk me tot het voetbal, dat is wat ik doe.” Mijn papa, mi papá, zo zei hij het. Leo heeft altijd blind op zijn vader vertrouwd, samen beheren ze sinds 2009 het Leo Messi Management SL, een bv gevestigd aan de brede Avinguda Diagonal in Barcelona – van andere bv’tjes in fiscale paradijzen om de inkomsten van zijn imagorechten te stallen is officieel geen sprake meer. En vader Jorge is ook nog steeds degene geweest die de laatste maanden de onderhandelingen over het nieuwe contract heeft gevoerd, rechtstreeks met clubvoorzitter Bartomeu, zonder enige tussenpersonen. Want Messi is Messi. HONGER Getrouwd, blij met zijn vrouw en jonge kinderen, gelukkig in zijn huis in Castelldefels, volwassener en rustiger dan ooit; vanaf zijn dertigste kunnen nog steeds mooie dingen van de kleine artiest worden verwacht, van het manneke dat op zijn elfde slechts 132 centimeter mat, ruim 20 centimeter korter dan de gemiddelde Nederlandse jongen van die leeftijd. Nu meet La Pulga, de vlo, 1,69 of 1,70 meter, afhankelijk van de bron, en staat hij al een onwaarschijnlijke hoeveelheid van twaalf jaar aan de absolute wereldtop. Fit, alweer een tijd gezond na een frustrerende periode van blessures in 2013 en 2014, die hem ook op het WK in Brazilië nog parten speelden, zoals hij eigenlijk bijna altijd gezond is geweest, zeker sinds een nutritionist zijn dieet wijzigde en hij, tegen de Argentijnse gewoonte in, minder vlees en meer vis eet. En hij is het nog niet zat. Zijn honger is nog niet gestild, zijn records nog niet op hun definitieve, waarschijnlijk voor altijd onbereikbare hoogte. Honger die hij op jonge leeftijd al had. Al is het verhaal van zijn jeugd niet geschreven in een typische Zuid-Amerikaanse sloppenwijk, het is wel een verhaal van de honger, de Argentijnse honger naar voetbal, de bal als enig middel in het leven om verder te komen. Die honger nam Messi mee naar Europa. Mét zijn talent, natuurlijk. Maar die honger en techniek alleen, zeiden zijn eerste twee trainers, Rijkaard en Guardiola, zouden hem zover hebben gebracht als hij niet was ‘opgevoed’ in de Europese voetbalcultuur, bij een bloedserieuze jeugdopleiding als die van Barcelona. De discipline, de reservebank, het samenspel... Leo Messi leerde in en rond de Masía, het jeugdinternaat van Barça, de voor een talentvolle dribbelaar minder leuke, maar tegelijk noodzakelijke aspecten van het voetbalspel. Ondanks de megacontracten is hij in verhouding de goedkoopste ster van Barça ooit. Of beter gezegd: de meest rendabele. Mede daardoor kan en durft de club zich geen team zonder Messi voor te stellen. Altijd is er de vrees dat hij het misschien toch eens zat zou zijn, maar die vrees blijkt altijd ongegrond. Ook nu weer. Eén beeld van het wisselvallige vorige seizoen zegt alles daarover. Het is na afloop van de return tegen Paris Saint-Germain, de wonderbaarlijke remuntada van 6-1, het ticket naar de kwartfinales. Leo is uitzinnig als nooit tevoren. Hij springt op de reclameborden, het publiek houdt hem vast. Hij schreeuwt, balt zijn vuisten, hij bezweert daar het publiek, zíjn publiek, dat hij nog zo graag wil winnen. Het is de meest bekeken foto ooit op de verschillende officiële social media-accounts van FC Barcelona. Anderhalve maand later volgt nog zo’n scène, nadat hij de winnende 3-2 uit bij Real Madrid heeft gescoord; hij trekt zijn shirt uit en toont het aan het vijandige publiek, met een mengeling van vreugde, trots én ingehouden woede over die vraagtekens die sommigen bij zijn clubliefde hadden gezet. Cappa: 'Bij Argentinië geven we Leo de bal en bidden we dat hij in zijn eentje iets geniaals doet' MARADONA Komend seizoen gaat hij over de zeshonderd officiële wedstrijden met FC Barcelona heen. En met de albiceleste, de Argentijnse selectie, sluipt hij langzaam richting de honderd officiële wedstrijden, nu hij zijn dreigement van een jaar geleden, na de verloren finale in de Copa América, om een einde aan zijn interlandcarrière te maken niet heeft waargemaakt. De FIFA, op haar beurt, heeft een zware schorsing van vier duels teruggedraaid; de aanvankelijke straf volgde na een tirade van de speler tegen een grensrechter, iets wat Messi niet zo vaak doet. Ook op het veld speelt hij meestal in stilte. Zeker bij FC Barcelona, waar de spelers elkaar vaak blind kunnen vinden. Jordi Alba verhaalde laatst van die 3-2 tegen Real. Alba kwam met de bal tot de achterlijn. “Ik hoefde niet te kijken, ik wist zeker dat Leo op de rand van het strafschopgebied zou staan, precies in het midden. Dat is de afspraak die we hebben.” Bij de Argentijnse selectie zijn die automatismen er nooit geweest. Is ook moeilijk, in een team dat niet elke week bijeen is. Oud-trainer en Argentijnse voetbalfilosoof Ángel Cappa legde eens fijntjes het verschil uit: “Bij Barcelona komt Messi aan de bal als zijn medespelers met twintig tikjes de tegenstander al murw hebben gespeeld. Bovendien heeft hij altijd drie vrijstaande medespelers om de bal af te geven. Bij Argentinië geven we hem de bal en bidden we maar dat hij in zijn eentje iets geniaals doet.” Lang is het Messi in eigen land nagedragen dat hij in het blauwwitte shirt niet dezelfde was als in het blauwpaarse. Ze hadden het over de Messi van allá, van daar, en die van acá, van hier. En het ging altijd over die ellenlange schaduw van Maradona waardoor zoveel talenten vóór Messi waren verzwolgen. Inmiddels, na zoveel jaar en toch veel mooie en belangrijke doelpunten voor de albiceleste, zijn ook de Argentijnen hem als een van hun gaan accepteren, de aanvankelijk grote ‘onbekende’ die op dertienjarige leeftijd naar Europa was vertrokken. De meester zonder wie de selectie helemaal niets zou zijn. De grote hoop voor het WK van Rusland volgend jaar, ook voor Messi zelf vermoedelijk de laatste kans Maradona ook in die ene, laatste trede naar eeuwige glorie nog te overtreffen. NARCOBENDES Ook de meeste kritiek in eigen land onderging Leo Messi meestal in stilte. Een enkele keer viel hij uit, en was hij overduidelijk. “Argentinië is mijn land, mijn familie, mijn manier van praten. Soms vragen ze me hoe het kan dat ik geen Spaans accent heb. Het antwoord is heel eenvoudig: ik wil dat Spaanse accent nooit krijgen, ik wil nooit mijn Argentijnse identiteit verliezen. Dit is het land waar ik ooit wil terugkeren.” Misschien is dat in 2021, na dit nieuwe contract. Misschien nog wat jaren later. En dan, zo’n 25 jaar na zijn vertrek, kan hij weer in Rosario gaan wonen. Niet zoals vroeger, in een eenvoudig huisje in de wijk Las Heras. Ook niet zoals nu in Castelldefels, waar een muur om het huis staat en er camera’s bij de deuren hangen, maar dat is meer voor de privacy; echt onveilig voelt hij zich er nooit. Dat zou in Rosario heel anders zijn, met een stad al jaren in de greep van narcobendes, met moorden, ontvoeringen en berovingen, met een groot klassenverschil, een stad waar de welgestelden zich in privéwijken opsluiten, zwaarbeveiligd, maar waar ook die bewakers vaak niet te vertrouwen zijn. Voor zijn huwelijk huurde Messi niet voor niets een Israëlisch agentschap in voor de veiligheid. Maar dat is allemaal voor latere zorg. Eerst moet er nog wat jaren gevoetbald worden. Het enige wat Messi wil en kan. Het spel waarin hij altijd het kind van vroeger is gebleven, het jongetje dat de bal met magische, onzichtbare lijm aan zijn linkervoet heeft gehecht en boos is als ze zijn geliefde speelgoed van hem willen afpakken. Leo Messi is nog niet klaar met wat hij ooit begonnen is. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Toornstra: ‘Het begint bij hard werken en geloven’

Nog niet zo lang geleden was hij vakkenvuller bij de plaatselijke [...]
Nog niet zo lang geleden was hij vakkenvuller bij de plaatselijke Dirk van den Broek. Hij studeerde ook fiscale economie. En nu is Jens Toornstra een belangrijke schakel bij landskampioen Feyenoord en international. De middenvelder schudde afgelopen seizoen alle vooroordelen van zich af. De prestaties in De Kuip van Jens bleven ook buiten Nederland niet onopgemerkt. Verschillende clubs toonden interesse. Toch koos hij ervoor om Feyenoord trouw te blijven. De middenvelder tekende een nieuw contract tot 2021. “Er was interesse, maar als ik naar het buitenland was gegaan, had ik mijn dochter ook nagenoeg niet meer kunnen zien. Daarbij was het aanbod van Feyenoord goed, dus de keuze was vrij makkelijk.” Je bent 28. Een transfer naar het buitenland was misschien wel nu of nooit? “Klopt. En dan kies ik voor m’n dochter. Kort na het seizoen was het al duidelijk dat ik bij Feyenoord wilde blijven. Ik koos voor zekerheid. Maar ook omdat ik het hier heel erg naar m’n zin heb. We zijn kampioen geworden en gaan nu Champions League spelen, dat wil ik graag meemaken en daar ga ik van genieten.” 'Een transfer naar het buitenland is ook huis nog geen afgesloten hoofdstuk' Is het bij jou ook een beetje: oost west, thuis best? De jongen uit ter Aar hoeft niet ineens in een grote Europese stad te wonen? Lachend: “Dat ook wel. Ik hoor genoeg verhalen van spelers die naar het buitenland zijn gegaan. Het lijkt er allemaal wel heel mooi, maar dat is het niet altijd. Zeker als je niet speelt. Dan zit je daar maar in je eentje. Hier heb ik tenminste al m’n vrienden en familie. Een transfer naar het buitenland is ook heus nog geen afgesloten hoofdstuk. Als er wat moois komt, ga ik erover nadenken. Maar van mij hoeft het gewoon niet per se.” Dan maar het hoogtepunt van vorig seizoen evenaren? “Tja, ik denk dat dat niet zomaar wordt geëvenaard, maar we gaan ons best doen. Het begint bij hard werken en geloven.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

‘Laat mij maar gewoon voetballen’

Hij is de man die ze gewoon moeten laten dribbelen, want dan is [...]
Hij is de man die ze gewoon moeten laten dribbelen, want dan is hij op z’n best. Maar hij is ook de man van glas. Arjen Robben over zijn lijf, de soms bijtende kritiek en de drie dagen waarin hij dacht dat alles voorbij was. Hoe Hollands kan het huis van Arjen en Bernadien Robben in het Wassenaar van München zijn: in de garage staan twee fietsen met kinderzitjes en een bakfiets. Boodschappen doen en de kinderen naar school brengen, worden, inderdaad, per fiets gedaan. Arjen Robben stond al lang op ons verlanglijstje van sporters die we wilden interviewen. Op een dag in februari waren we welkom, mede omdat zijn schoonouders tijdens de fotosessie en het interview op de drie jonge kinderen konden passen. In huize Robben loopt namelijk geen nanny rond. Als jongste zoon Kai zich meldt, loopt huisman Arjen naar boven om de luier te verschonen. De voetballer Arjen heeft helaas vaak ruzie met zijn lichaam. Toch gaven PSV, Chelsea, Real Madrid en Bayern München samen bijna honderd miljoen euro uit voor de ouderwetse vleugelspits. Hij is daarmee verreweg de duurste voetballer van Nederland. Hij werd zes keer kampioen in vier verschillende landen, speelt dit seizoen met Bayern München voor het elfde achtereenvolgende jaar in zijn carrière Champions League. Hij behoort tot de vijf procent internationals die het verschil kan maken. Tijdens de goed verzorgde lunch vragen we hem eerst, onder de indruk van zijn gespierde lijf, of hij zijn lichaam wel eens haat. Arjen moet hard lachen. “Natuurlijk zijn er momenten dat ik wel eens gek word van mijn lichaam, vooral als ik topfit ben, goed train en ineens weer geblesseerd raak. Dat is heel frustrerend. Ik leef voor mijn sport, doe en laat er echt alles voor. Ik ben voortdurend in de fitnessruimte, heb een osteopaat, ben op alles voorbereid en toch word ik soms weer verrast door mijn eigen lijf.” Het volledige verhaal lezen? Dat kan via Blendle door op onderstaande knop te klikken. Je kunt het magazine ook in de winkel halen óf online bestellen!  [blendlebutton] Eén blessure had een lange en vervelende nasleep, die van vlak voor het wereldkampioenschap van 2010. Hoe kijk je daar op terug? Arjen: “Mijn standpunt is heel duidelijk. Ik sta nog steeds achter mijn beslissing om na het ontstaan van die blessure naar fysiotherapeut Dick van Toorn toe te gaan, ik ben hem heel dankbaar dat hij me heeft behandeld en dat ik daardoor het WK heb kunnen spelen. Dat ik daarna een half jaar niet heb kunnen voetballen, neem ik op de koop toe.” Maar snap jij dat je na dat succesvolle WK een half jaar niet hebt kunnen spelen? Arjen: “Dat begrijp ik wel en tegelijkertijd ook weer niet. Iedereen heeft kunnen zien hoe ik het WK heb gespeeld, dat ik volle sprints kon trekken, dat ik belangrijk was voor de ploeg. Dat is eigenlijk het enige dat voor mij telt. En meer is er ook niet, echt niet. Voor mij is het nog steeds onbegrijpelijk. In die affaire heb ik me bewust heel lang stil gehouden. Ik heb weleens gelezen dat ik het echte verhaal moet gaan vertellen, maar er is niet meer te vertellen dan dat ik vlak voor vertrek naar Zuid-Afrika tegen Hongarije mijn hamstring scheurde en dat ik door de behandeling bij Van Toorn snel herstelde. Ik moest er natuurlijk wel even inkomen bij het WK, maar ook dat ging vrij snel. Alles is verteld en er zijn geen dingen achtergehouden, behalve die zogenaamde potjes beachvoetbal op Aruba na het WK. Lachwekkend toch?! Toen ik tegen Kameroen inviel, moest ik nog even wennen. In de achtste finale tegen Slowakije zie je dat ik bij die lange sprint, voordat ik de 1-0 maak, nog wel even inhoud. Maar daarna was ik helemaal los. Toen ik terugkwam bij Bayern voelde ik me uitgerust en topfit om aan het nieuwe seizoen te beginnen. Ik ging voor onze eerste training nog even naar de fysio en vroeg of hij voor de zekerheid toch naar mijn hamstring wilde kijken. Hij zei na onderzoek dat ik naar de dokter moest. ‘Oké’, zei ik, ‘dat doe ik wel na de training.’ ‘Nee’, zei hij, ‘je gaat nu, voor de training.’ Toen constateerden ze dat een van de spieren in de hamstring helemaal afgescheurd was. En dat het mogelijk was dat ik snelheid en kracht zou verliezen. Ik wist niet wat ik hoorde, ik snapte het niet. Ik schrok me kapot, dat was wel een shock. Toen heb ik ook mijn vervelendste aanvaring met Louis van Gaal gehad. Hij vindt het nog steeds onprofessioneel dat ik met die blessure op vakantie ben gegaan en me niet heb laten behandelen. Als je redeneert dat je geblesseerd op vakantie bent gegaan, is het inderdaad heel onprofessioneel. Maar zo voelde ik het niet, ik was voor mijn gevoel niet geblesseerd afgereisd. De enige fout die ik heb gemaakt, is dat ik de dokter van de club niet meer heb gebeld na het WK. Dat had Van Gaal me gevraagd te doen, maar het was zo hectisch bij terugkomst in Nederland dat ik alleen nog maar op vakantie wilde, en wel zo snel mogelijk. En ik voelde me fit. Maar stel dat ik na het WK wél met de dokter had gebeld, dan had dat de situatie niet veranderd. Want dan had ik gezegd dat ik me prima voelde, ik had tenslotte 120 minuten gespeeld in een WK-finale en heel wat gesprint. En op vakantie heb ik ook niets gedaan, ik heb welgeteld één keer een potje getennist, vrijuit en dat ging heerlijk. Oh ja, ik heb met de kinderen gespeeld.” Bernadien: “Als er een is die op vakantie of op zijn vrije dag bij twijfel naar de dokter gaat of de osteopaat belt, is het Arjen. Gek word ik er wel eens van!” Wat is waar van het verhaal dat je op jonge leeftijd bent geopereerd aan teelbalkanker? Arjen: “Dat is niet waar, maar het is wel een heftig verhaal. In de zomer van 2003 voelde ik een verharding bij een bal. Op een gegeven moment liet ik de dokter van PSV voelen. Hij wilde me voor de zekerheid laten onderzoeken in het ziekenhuis. Het was op een donderdag. ‘Dat ziet er niet goed uit’, zegt die arts in het ziekenhuis, ‘dat kan heel goed kanker zijn.’ Hij was vrij stellig en wilde me de volgende ochtend opereren. Maar ik kon niet omdat de opa van Bernadien was overleden en die zou die vrijdag worden begraven. Ik wilde per se meegaan. Dan zou ik maandag worden geopereerd. Ik heb zondag nog meegedaan om de Johan Cruijff Schaal tegen FC Utrecht. Die wonnen we, ik scoorde de eerste goal. Krankzinnig. Die drie dagen waren vreselijk. Ik heb het alleen Bernadien en mijn familie verteld, verder niemand. Ik leefde drie dagen met het idee dat ik kanker had, dat ik misschien wel dood zou gaan. Voor mijn familie waren die dagen een hel. Maandag ben ik geopereerd. Meteen toen ik wakker werd, wist de dokter dat het geen kanker was. De verharding was niet meer dan een oud bloedstolsel. Achteraf vind ik het onbegrijpelijk dat de arts zei dat hij dacht dat het kanker was. Wacht dan even, als je geen honderd procent zekerheid hebt. Nee, ik heb het er nooit meer met die arts over gehad, ik was allang blij dat ik niets ernstigs had.” Bernadien: “Het was voor mij dubbel erg. Mijn opa met wie ik een hechte band had, wordt begraven en tegelijk hoor je dat je vriend misschien kanker heeft. Dat waren zware dagen.” Maniertjes We duiken in het verhaal van de succesvolle voetballer Robben. Arjen: “Ik debuteerde al als zestienjarige in de eredivisie, tekende vrij snel voor PSV met de voorwaarde dat ik nog een jaar in Groningen zou blijven, zodat ik mijn school kon afmaken. Ik heb de keuze gemaakt om het vwo te verruilen voor de havo. Het vwo was niet meer te combineren met de trainingen van FC Groningen. Ik had geen rijbewijs, fietste elke dag tien kilometer naar school, vervolgens door naar het stadion en daarna weer naar huis. In het tweede seizoen bij FC Groningen speelde ik alle wedstrijden, terwijl ik nog op school zat. Dat was best heftig, maar ik wilde per se mijn schooldiploma halen.” Arjen ‘versierde’ Bernadien, die een klas hoger zat, op de middelbare school. Na haar school rondde Bernadien haar studie op de pabo af. Tot de transfer naar Eindhoven woonden Arjen en Bernadien beiden nog thuis bij hun ouders in Groningen. In het begin wilde Arjen een dag voor de wedstrijd niet bij zijn vriendin slapen, vertellen ze lachend. Arjen: “Later wel hoor.” Pas in Eindhoven gingen ze als vanzelfsprekend ‘hokken’. Je was pas 18 toen PSV je voor rond de vijf miljoen euro kocht. Arjen: “Ik heb daar een hele mooie periode gehad. We werden direct in mijn eerste jaar kampioen, we hadden een hele sterke ploeg. Het was de eerste periode buiten Groningen met ons tweeën, we waren pas achttien en negentien jaar en waren gelijk op elkaar aangewezen. Dat was in het begin uiteraard wennen, maar ook spannend om samen deze stap te nemen. Ik was ineens alleen met voetballen bezig en Bernadien rondde haar studie aan de pabo verder af. Het was een soort ontdekkingstocht waaraan we met veel plezier terugdenken. Het was onze eerste grote stap samen op weg naar achteraf iets heel moois.” Het is dezelfde periode waarin Guus Hiddink begon over je ‘maniertjes’. Daardoor kreeg je een imago dat je is blijven achtervolgen. Arjen: “Ja, ik weet het nog precies. Ik was ziek, maar speelde toch een hele wedstrijd in de Champions League, met koorts. Na die wedstrijd ben ik helemaal in elkaar geklapt. De volgende dag ben ik naar zijn kantoor gegaan en zei: ‘Trainer, ik ben kapot, ik heb koorts, het gaat zo niet.’ De volgende wedstrijd, bij NAC uit, zat ik op de bank. Logisch. Op het eind viel ik nog even in. Na de wedstrijd zei de verslaggever van Langs de Lijn dat Hiddink had gezegd dat ik tegen NAC op de bank was begonnen omdat ik mijn maniertjes moest afleren. Ik wist niet wat ik hoorde, maar reageerde heel rustig en zei dat ik niet speelde omdat ik ziek was geweest. Maar Hiddink heeft het gezegd, zei de verslaggever. Dan zal ik het daar met hem over hebben, antwoordde ik. Terug in de bus kwam dat fragment voorbij. Hiddink zat voorin, ik zat achterin te klaverjassen, dat deden we toen nog. In de bus hoorde je gelach en geroezemoes. Vlak voordat we aankwamen op de Herdgang, kwam Hiddink naar achteren gelopen en zei: ‘Arjen, morgen tien uur trainen.’ We zouden de volgende dag vrij zijn, maar ik moest voor straf in mijn eentje trainen. Vond ik gek, want volgens mij had ik netjes gereageerd. Nu kan ik er om lachen. Het was een psychologisch spel waarin hij me wilde uitdagen. Hij deed dat ook op trainingen. Vergeet niet, ik was nog maar achttien, ik kwam net kijken. Op trainingen werd ik nogal eens ondersteboven geschopt. Dan liet hij doorspelen en kreeg ik geen vrije schop. Slim? Het was een proces waarin je als het ware gevormd wordt, alleen op dat moment vond ik het niet terecht en snapte ik het ook niet. Je hoefde en hoeft mij geen schop onder de kont te geven. Maar op die manier word je wel snel volwassen en leer je hoe je je staande moet houden tussen de gevestigde namen. Achteraf is het belangrijk geweest voor het verdere verloop van mijn loopbaan dat ik op jonge leeftijd met een topcoach als Hiddink heb mogen werken. Alleen blijf ik het jammer vinden dat de trainer dat van die zogenaamde maniertjes, ondanks zijn goede bedoelingen, via de pers speelde. Als iemand met zijn status zoiets publiekelijk roept, wordt het door iedereen voor waar aangenomen en overgenomen.” 'Natuurlijk zijn er momenten dat ik gek word van mijn lijf' Vanaf je periode bij PSV besliste je heel veel wedstrijden voor je clubs en voor Oranje. Toch lijkt het alsof je met name de laatste jaren steeds harder moet vechten tegen je imago. Wij beginnen er ook weer over. Beïnvloedt het jullie leven? Bernadien: “Natuurlijk beïnvloedt het je leven, want de voetbalwereld is je leven. Je hebt te maken met je imago in de voetbalwereld, maar gelukkig heb je ook nog gewoon je privéleven met vrienden en familie. Dat zijn twee compleet verschillende werelden en die moet je goed kunnen scheiden. Samen moet je daar sterk in staan en goed voor ogen houden wat terechte kritiek is en wat niet. Ik kan er heel slecht tegen als mensen persoonlijk worden, zonder dat ze hem echt kennen.” Arjen: “Ik heb wel een aardig voorbeeld. Marcel Bout kwam hier bij Bayern als een van de assistenten van Louis van Gaal. Na een week zegt hij: ‘Ik dacht dat jij zo’n klootzak was, maar dat valt eigenlijk best mee.’ Achteraf kon ik zijn eerlijkheid waarderen, maar het is ook wel kenmerkend. Mensen hebben een bepaald beeld van me. Alleen zijn er maar heel weinig mensen die me echt kennen en weten hoe ik in elkaar steek. Ik ben af en toe ook een egoïst, maar niet omdat ik wil dat elke wedstrijd de Arjen Robben show wordt, of dat ík moet scoren. Het zit in mijn spel, ik moet het hebben van mijn snelle dribbels en ja, ik zie wel eens iemand over het hoofd die er beter voorstaat. Elke medespeler die me kent weet dat ik dat niet bewust doe, maar het wordt wel vaak negatief uitgelegd. Ik heb met menig spits woordenwisselingen gehad. Ik had soms ook best begrip voor hun boosheid, maar dat bespreek je als profs in de kleedkamer. Mijn manier van spelen is tegelijk mijn kracht en heeft me uiteindelijk gebracht waar ik nu sta. Gelukkig zijn er ook altijd jongens geweest die het voor me opnamen. Die zeiden dan: ‘Laat hem lekker dribbelen, want hij beslist ook veel wedstrijden voor ons.’ Dat was fijn, dat had ik ook weleens nodig. Maar het klopt, op een gegeven moment heb je dat stempel en kom je er niet meer vanaf.” Gezien de eerlijke analyse over jezelf ben je er, al dan niet bewust, wel mee bezig. Arjen: “Ja, natuurlijk. Je kunt wel flink zeggen dat het je niets doet en dat het je niet raakt hoe erover je gesproken en geschreven wordt, maar het raakt je natuurlijk wel. Je moet in je eigen kwaliteiten blijven geloven, maar het is niet altijd even gemakkelijk. Vorig seizoen bij Bayern was het thema egoïsme ook ineens een hype. Daardoor heb ik onbewust toch mijn spel aangepast en dat is niet goed. Ik word dan namelijk geen betere voetballer, ik moet het nu eenmaal van mijn rushes hebben. Gelukkig heb ik ook bij Bayern altijd steun gehad van de belangrijkste mensen binnen de club.” Je kunt soms zo heftig reageren in het veld dat wij ook wel eens denken: is dat nou nodig? Bernadien: “Ja, ik herken dat wel. Als Arjen boos is, dan is hij echt boos. En dan tekent zijn gezicht heel erg. Hij kan moeilijk zijn gevoelens verbergen. Maar zo is hij, hij speelt geen toneel. Hij is bij wijze van spreken thuis niet anders als op het voetbalveld. Spreek met mensen die met Arjen werken, volgens mij is er niemand die slechte ervaringen met Arjen heeft. Tenzij hij weer te hard wil trainen en te fanatiek is. Hij is een perfectionist in alles! Arjen durft ook zijn mening te geven. Hij is eerlijk. Dat kan altijd tegen je gebruikt worden.” Zoals hij onlangs na de interland tegen Estland niet bang was te zeggen dat hij het niet eens was met de kritiek van Van Gaal. Wat is het toch dat zelfs een topspeler vertrouwen nodig heeft van een trainer? Arjen: “Als je topfit bent, maakt het niet zoveel uit, want dan speel je toch wel. En je moet nooit naar een ander wijzen. Maar op de lange termijn is het wel belangrijk dat je een klik hebt met je trainer. Je kunt nog zo ervaren zijn, ieder mens is gevoelig voor vertrouwen. Met wie ik dat gevoel had? Met Van Gaal, met hem had en heb ik het heel sterk. Het hoeft niet altijd positief te zijn, maar als iemand eerlijk is en recht door zee, dan weet je wat je aan hem hebt. Ik heb ook echt wel conflicten met Van Gaal gehad. Hij was tijdens een training een keer zo tekeer tegen me gegaan dat hij voor mijn gevoel te ver was gegaan. Ik had last van mijn knie en kon daardoor niet voluit trainen. De eerste twee ballen verspeelde ik. Dat kreeg ik op een dusdanige manier te horen, dat ik kwaad van het veld ben gelopen. Maar tegelijk is hij als mens uniek. Hij is eerlijk, echt eerlijk, dat maak je helaas niet zoveel mee in de voetballerij. Hij is recht voor zijn raap, je weet wat je aan hem hebt. En niet iedereen kan daar mee omgaan. Ook ik ben het niet altijd met hem eens. Dat heeft hij zelf weleens gezegd: ‘Als ik mijn bespreking bij Bayern had gehouden, waren het vaak dezelfde twee die nog wat te zeggen hadden: Van Bommel en Robben.’ Maar het kon wel, als je maar met goede argumenten kwam. Ik heb ook gemerkt dat er wat dat betreft een groot verschil is tussen de Nederlandse en Duitse cultuur. Wij Nederlanders willen graag communiceren en zijn opener. De Duitse mentaliteit is meer het tegenovergestelde, dat zijn tenminste mijn ervaringen in de vier jaar dat ik nu bij Bayern zit. Ik heb ook een fantastisch eerste jaar met Van Gaal gehad, we werden landskampioen, het was misschien wel het beste jaar uit mijn carrière. Zijn manier van trainen maakte me fitter en beter.” Thuis in München Jullie waren pas 20 en 21 toen jullie na twee jaar PSV al naar Londen vertrokken. Arjen: “Het overkwam ons. We hebben daar een fantastische tijd gehad. Ook hier werden we in het eerste jaar direct kampioen. De club en de fans hadden daar vijftig jaar op gewacht. In de Champions League haalden we twee keer de halve finales. Ik denk dat als Real Madrid niet was gekomen, ik veel langer in Londen was gebleven.” Bernadien: “Ook ik had het naar mijn zin. Ik heb gewerkt op een Nederlandse school en heb daar ook een peuterspeelzaal opgezet. Een leuke anekdote is dat ik in december 2012 met een vriendin in een taxi langs het Chelsea-stadion reed en de chauffeur vroeg of we Chelsea kenden. Ik zei dat ik weleens een wedstrijd had bezocht in de tijd dat ik in Londen woonde een paar jaar geleden. Waarop hij zei dat hij de tijd met Arjen Robben de mooiste tijd vond en vervolgens zei: ‘My children loved Arjen.’ Waarop ik zei: ‘I love him too!’” Je hebt bij Chelsea drie jaar met José Mourinho gewerkt. Arjen: “Met hem had ik een beetje een haat-liefdeverhouding. Hij was een geweldige coach en vooral een heel sterke psycholoog. Hij weet echt een team en spelers voor zich te winnen. Maar als je een blessure hebt, kan de trainer niet op je bouwen, kan hij niet op je rekenen. Dat was bij mij dus wel eens een probleem. Alleen, je kunt er zelf niks aan doen en is het voor jou als speler net zo frustrerend of misschien wel nog frustrerender. Als je een spierscheuring of verrekking hebt, kun je gewoon niet spelen. Niemand. Dat heeft niks te maken met een lage pijngrens of niet door willen bijten. Hij kon dan heel sterk je gevoel bespelen. Hij wil winnen, hij denkt alleen aan het team en niet aan het individu. Dus als je geblesseerd was, telde je gewoon niet meer mee. Tegelijk kon hij de druk zo opvoeren, dat ik alleen voor hem wel eens geblesseerd heb gespeeld omdat hij me er per se bij wilde hebben. Op het moment dat ik fit was, gaf hij me altijd wel het gevoel dat ik een belangrijke speler voor hem was. Ik heb onder hem hele sterke periodes gekend en me zeker doorontwikkeld.” Na drie jaar Chelsea ging je in 2007 voor 36 miljoen euro naar Real Madrid. Arjen: “En ook hier werden we in het eerste jaar kampioen. Dat is tot nu toe bij elke club gebeurd, dat we in mijn eerste jaar kampioen werden. Ik begon op links in Madrid, maar verhuisde op een gegeven moment naar rechts. Ik voel me daar uiteindelijk toch lekkerder omdat ik meer mogelijkheden heb voor aanvallende variaties. Maar we genoten ook van het Spaanse leven met zijn voor ons geheel nieuwe cultuur. Waar we het meeste van konden genieten, was om na de training ergens lekker in het zonnetje te gaan lunchen. Heerlijk aan de Spaanse tapas of een stokbroodje met jamon iberico met een wijntje of een koud biertje en de wereld kon je gestolen worden. We zaten er op een gegeven moment met zes Nederlanders. Dat was wel heel gezellig met de Surinaamse feestjes bij Royston Drenthe als een echt hoogtepunt. Zijn moeder en tantes kookten voor iedereen, hele lieve en gastvrije mensen. Ik vind het echt doodzonde dat het zo gelopen is met Royston. Hij kan namelijk fantastisch voetballen.” Bernadien vertrok zwanger naar Madrid. Jullie oudste zoon Luka is in Madrid geboren. Bernadien: “Ik was tegelijk zwanger met Leontien van Nistelrooy. Zij was al bevallen van de eerste in Madrid, dus ik heb veel aan haar gehad tijdens mijn eerste zwangerschap. Ze heeft me veel tips gegeven. Een eerste bevalling is heel spannend en dan was dat voor mij ook nog in het buitenland en in een land waar ik de taal nog niet goed beheerste. Maar we passen ons makkelijk aan. Mede daardoor hebben we samen een mooie tijd gehad in Madrid.” Waarom ging je daar in 2009 na twee jaar weer weg? Arjen: “De trainer, Manuel Pellegrini, wilde Wesley (Sneijder, red.) en mij houden, maar die had er niets over te zeggen. Ik mocht in elk geval nog meetrainen, enkele spelers hadden niet eens meer een rugnummer, mochten ook niet mee op trainingskamp. Ze haalden dat jaar Kaká, Cristiano Ronaldo, Karim Benzema en ook nog Xabi Alonso. Ik geloof dat ze 250 miljoen uitgaven. Toen hadden ze geld nodig. Uiteindelijk konden ze aan Wesley en mij nog wat verdienen, daarom moesten we weg, zeiden ze tegen mijn vader. Zo werd het verteld, nee niet door voorzitter Florentino Pérez, maar door de directeur, Jorge Valdano, en die is inmiddels ook al weer weg. Wesley en ik mochten in de voorbereiding op zijn hoogst even invallen. Het gekke is dat ik nog nooit zo’n goede voorbereiding heb gehad. Ik was superfit en als ik erin kwam, scoorde ik meteen of gaf ik een assist. Uiteindelijk was het bij Real Madrid vechten tegen de bierkaai, die oorlog win je toch niet. Mark van Bommel legde het contact, die vroeg of ik naar Bayern wilde komen. Het speelde natuurlijk een rol dat Van Gaal er trainer was, ik kende hem nog van het jeugd-WK destijds in Argentinië. Van Gaal staat er om bekend dat hij spelers beter maakt. Ik was 25, dus Bayern leek me een goede stap in mijn carrière. Bij Real Madrid was ik inmiddels rechtsbuiten geworden en Van Gaal haalde me ook echt voor de rechterkant. Hij wilde gaan spelen met Ribéry op links, en mij op rechts. Zo kunnen die dingen gaan. Bij het Nederlands elftal speel ik weer op links. Van Gaal wil in Oranje graag mensen die zonder bal diep kunnen gaan en volgens hem kun je dat beter aan de kant van je goede been. Maar zelf speel ik liever op rechts.” Bayern München is je vierde topclub in zeven jaar. Arjen: “Ja, het moest er een keer van komen. Het was de derde poging van Bayern München en nu vond ik de tijd rijp. Het is een hele grote club die al vier keer de Champions League heeft gewonnen. Dat blijft mijn grote doel. Bayern wordt geleid door ex-topvoetballers die weten wat een voetballer meemaakt. Ik heb mijn traditie weten vol te houden, want ook met Bayern werd ik in mijn eerste jaar kampioen. We hadden een fantastisch seizoen, we wonnen ook de beker, maar we verloren helaas de finale van de Champions League van Inter Milan, van mijn oud-trainer Mourinho.” Bernadien: “We voelen ons hier ook weer echt thuis met het gezin. München is een geweldige stad. Zelf wonen we iets buiten de stad, lekker rustig in een dorpje vlakbij het trainingscomplex. Bovendien zijn Lynn en Kai hier geboren. Doordat Luka en Lynn naar de internationale school gaan, kom ik hier ook met andere ouders in contact. Dat was in Madrid en Londen anders en dat verbreedt je eigen sociale wereld. We wonen hier inmiddels vier jaar en dan bouw je vanzelfsprekend meer op.” Gebeten hond Je stond drie maal in een belangrijke finale. Dat kunnen niet veel voetballers zeggen. Maar je verloor ze helaas wel alle drie. Dat lijkt ons traumatisch. Arjen: “Hou op, vreselijk, ik had in 2010 de Champions League kunnen winnen en wereldkampioen kunnen worden. Dan was ik klaar geweest. Bij het WK ging het om twee centimeter, een teentje. Ik maakte de goede keus, Iker Casillas ging de verkeerde kant op, ik til de bal ook nog een beetje omhoog, maar precies daar hing zijn teen nog. Hij had het zelf niet eens door. Op het WK van 2006 had ik een vergelijkbaar moment tegen Servië. Die ging er net wel in. Het had beter andersom kunnen zijn. Dat moment heb ik daarna zo vaak herbeleefd, het zal me mijn hele leven bijblijven. ‘Wat als…’ is de vraag die door je hoofd blijft spoken. We hadden geschiedenis kunnen schrijven en je voelt je schuldig, de gebeten hond. Ik zat er helemaal doorheen. Ik heb gelukkig veel steun gehad van de andere spelers en de staf. De woorden van Mark van Bommel en André Ooijer vergeet ik ook nooit meer. Ze zeiden: ‘Zonder jou waren we niet eens zo ver gekomen.’ Dat deed me heel veel. Ik kwam van heel ver, het had een sprookje kunnen worden! Maar toch blijft het schuldgevoel overheersen. Ja echt, ik voel me nog steeds schuldig. Verlies ik binnen twee maanden twee finales.” Bernadien: “Ja, ik heb gehuild, meer vrouwen hebben gehuild na die WK-finale, alle spanning komt eruit en je beseft wat het voor je man betekent. Ik ging naar de achtste finale. Ik bracht Luka en Lynn die net drie maanden was naar mijn ouders en zei: ‘Ik weet niet wanneer ik terug ben, ik weet ook niet hoe lang ik zonder mijn kinderen kan.’ Maar ik wilde voor Arjen naar Zuid-Afrika. Uiteindelijk kwam ik na veertien dagen pas weer terug.” Na het succesvolle jaar 2010 verloor je vorig jaar je tweede Champions League-finale en volgde het mislukte EK. Is daar nu wel of niet veel gebeurd? Arjen: “Geloof me, er is niet veel spannends gebeurd. Eigenlijk is het heel simpel. Bij het WK klopte alles, stond er een onneembaar blok. Bij het EK klopte het niet zoals twee jaar daarvoor. Als je de wedstrijd tegen Denemarken nog tien keer overspeelt, win je ze alle tien. Dan had het toernooi anders kunnen lopen. Nu kwamen we in de negatieve spiraal terecht. Ik vond overigens vanaf het begin dat wij lang geen favoriet waren. Je kunt nog zoveel analyseren, maar het is heel simpel: iedereen moet voor zichzelf nagaan of hij er alles aan heeft gedaan en je moet niet naar anderen wijzen. Ik heb alles gegeven, heb er alles aan gedaan, maar ik heb niet goed gespeeld. We hebben met zijn allen gefaald.” Tijdens de laatste wedstrijd tegen Portugal zou je tegen bondscoach Bert van Marwijk hebben gezegd: ‘Houd je bek man.’ Arjen: “Pas in de auto van Schiphol naar huis werd ik daarover gebeld. Ik was dat allang weer vergeten. Zoiets is voor mij helemaal geen punt. Maar belangrijker is dat ik dat absoluut niet en nooit heb gezegd. Dat hebben ze ervan gemaakt. We hadden verloren en waren uitgeschakeld, dat hield ons en mij bezig. Ik was voor mijn gevoel als een gek aan het meeverdedigen, aan het helpen, ik probeerde Cristiano Ronaldo te verdedigen. En toen riep de bondscoach kwaad dat ik meer moest verdedigen. Daar reageerde ik emotioneel op, omdat ik voor mijn gevoel alles aan het geven was. Na die tijd is dat nooit meer een issue geweest. Volgens mij heeft de bondscoach er ook nooit iets over gezegd. Dat zegt wel genoeg.” Cijfers liegen niet, imago’s soms wel. Robben schijnt zoveel mee te verdedigen dat hij in de Champions League en ook op het EK meerdere malen, ook tot onze verrassing, tot de spelers hoorde die het meest heeft gelopen. Maar dat terzijde. Na het EK zei rechtsback Gregory van der Wiel dat je hem niet goed ondersteunde. Arjen: “Dat bedoel ik nou met kijken in de spiegel. Zeg gewoon dat je ook niet goed speelde, maar wijs niet naar een ander. Op die opmerking werd mij ook een reactie gevraagd, maar daar pas ik voor. Je moet niet naar elkaar wijzen en als we wat hebben, zeggen we dat elkaar in de kleedkamer, of later in het hotel. Ik wijt mijn slechte spel toch ook niet aan een ander. Je wint samen en verliest samen. Zo heb ik er altijd in gestaan.” Dat is wel knap van je, want je laat daardoor medespelers en via hen journalisten met je imago spelen. Arjen: “Ik zal nooit iets negatiefs over een collega zeggen of zeggen dat hij slecht speelt, dat kan niet. Je hoort eerst naar jezelf te kijken en je hoort helemaal niet je eigen slechte spel op een medespeler af te schuiven. Je bent een team, je doet dingen samen. En als ik wat heb, stap ik zelf op die speler af.” Zo heb je een keer in de rust een klap van Ribéry gehad omdat je hem tegensprak. Arjen: “Ja, en die zag ik inderdaad niet aankomen. Jammer genoeg lekken zulke dingen altijd uit in de huidige voetbalwereld. Ik blijf me daaraan ergeren en het is schandalig, al die lijntjes van spelers met journalisten, triest.” Bernadien: “Van mij mag Arjen hier meer over zeggen. Het zegt iets over hoe sterk Arjen mentaal is, want hij wil zich publiekelijk nooit verdedigen tegen uitspraken van anderen. Hij concentreert zich liever op het voetbal. Knap.” Arjen: “Ik heb ook geen zin om mezelf te verdedigen, om in dit soort incidenten naar buiten toe voor mezelf op te komen. Laat mij maar gewoon voetballen. Ik weet wat ik kan, en ik weet wat ik niet kan, ik ken mijn tekortkomingen. Zolang ik op dit niveau kan blijven spelen en mijn gezin en ik gelukkig zijn, is dat het enige wat telt. Weet je waar ik me af en toe op verheug? Later lekker terug naar Groningen gaan waar we een huis gekocht hebben. Dat staat in een buurt waar onze kinderen op straat kunnen spelen met andere kinderen. Bernadien en ik hebben ook zo’n fijne jeugd gehad. Ik denk zeker dat ik was gaan studeren, bijvoorbeeld aan de alo, maar ik voetbal al vanaf mijn zestiende. We hebben dus geen studententijd gehad. Een paar dagen met vrienden uitgaan en doorzakken hebben we nooit gedaan, simpelweg omdat het niet kan. We zijn vorig jaar lekker wezen fietsen op Terschelling met de kinderen, heerlijk, daar geniet ik van. Ik verlang erg naar het leven van alledag, lekker tennissen, skiën, in een vriendenteam op zaterdagmiddag voetballen. Maar dat herken ik bij meer topsporters.” Bernadien: “Wij leven natuurlijk geen doorsnee leven en wonen al bijna negen jaar in het buitenland. We zijn familiemensen. De band die we met onze ouders en broers en zussen hebben, koesteren we enorm. Daarom genieten we altijd extra als we dingen als Sinterklaas, verjaardagen of kerst samen kunnen vieren. Ook hebben we vorig jaar met alle broers en zussen hier in München het Oktoberfeest bezocht. Met zijn allen in lederhosen en Dirndls auf der Wiesn. Je had ons moeten zien.” 'Ik ben af en toe ook een egoïst, maar niet omdat ik wil dat elke wedstrijd de Arjen Robben-show wordt' Wij spraken elkaar een hele dag over voetbal en het leven en komen tot de verrassende conclusie dat er een geboren trainer in je huist. Je bent nuchter, hebt en geeft een mening. Bernadien moet lachen: “Dat kan zijn, ik denk dat ook weleens, maar ik hoop dat als Arjen is gestopt we eerst een thuis vinden, vooral voor de kinderen. Nu zijn ze nog jong. Als ze groter zijn, is het leuk als ze een vriendenkring kunnen opbouwen. Dat ze net zo’n leuke jeugd hebben als wij hebben gehad. En tegelijk weet ik dat als Arjen iets krijgt aangeboden, als hij daar gelukkig is en we denken samen dat we er als gezin ook gelukkig kunnen zijn, dat we gaan. We zullen zien hoe het zal lopen, zover is het nog niet.” Arjen: “Mij lijken veel dingen leuk na mijn carrière. In Spanje is padel (spreek uit peddel, red.) heel populair, een soort mix tussen tennis en squash. Guus Hiddink heeft op de Herdgang een padelbaan laten aanleggen. In Madrid waren we er zo gek op dat we ook zo’n baan in onze tuin hadden. Wie weet begin ik ergens in Nederland een padelcentrum. Maar geloof me, ik ben nog lang niet klaar als voetballer. Ik wil nu eindelijk een keer de Champions League winnen. Ik heb een contract tot 2015 bij Bayern, in principe dien ik dat uit. Het lijkt me geweldig om volgend jaar met Pep Guardiola te werken. Ik ga ervan uit dat ik in zijn plannen pas, en zo niet, dan zien we wel weer verder. Ik wil gezond blijven en vooral nog genieten van het spelletje.” De mooiste van Arjen Robben Arjen: “Ik denk graag terug aan mijn goal in 2010 in de halve finale van de Duitse beker uit tegen Schalke, in de verlenging. Ik kreeg de bal van de keeper op de eigen zestien en begon aan een rush, passeerde drie man, kom rechts op de achterlijn, kap een man uit en schiet hem met links zo in de verre hoek. Dat was in de 114e minuut, toen voelde ik me zo sterk. Dat was kenmerkend voor dat seizoen.” [/blendlebutton]