Gerard Wiekens kan niet stuk in het blauwe deel van Manchester, hij is een (cult)held. In de jaren negentig speelde de in Oude Pekela geboren Wiekens om de hoek bij Veendam, dat vastgemetseld zat in de eerste divisie. In 1997, hij was 24, maakte hij ineens een transfer naar Manchester City. Dat klinkt als een sprookje, maar de club had bij lange na niet de status die het de afgelopen twintig jaar heeft.
City was eigenlijk het Veendam van Engeland: het kwam uit in de First Division, zeg maar de eerste divisie aldaar. De ploeg stond in de enorme schaduw van Manchester United, dat onder manager Alex Ferguson en met spelers als Eric Cantona, David Beckham, Ryan Giggs, Paul Scholes en Roy Keane de Premier League-titels aaneenreeg.
Verval
Waar de bomen in het rode gedeelte van Manchester tot in de hemel groeiden, was dat absoluut niet het geval bij City. De ploeg was een arbeidersclub, die weliswaar in 1968 kampioen van Engeland was geworden, maar daarna was weggezakt. De club had nog een grote naam, maar het verval was ingetreden.
Ze zullen op feesten en partijen met de mond open naar Wiekens luisteren als hij vertelt wat hij aantrof bij City toen hij er arriveerde. Het was: mouwen opstropen en knokken. De toeschouwers in het verouderde stadion Maine Road moedigden de spelers aan de bal gewoon naar voren te rossen. Wiekens kreeg te verstaan dat hij zijn eigen tenue zelf moest wassen. En aan het begin van het seizoen kreeg hij een eigen bal die hij zelf moest verzorgen en meenemen naar de trainingen. Hij hoefde nog net geen contributie te betalen.
Niet lang na de komst van Wiekens, die uit de voeten kon als centrale verdediger en verdedigende middenvelder, degradeerde de ploeg naar de Second Division, destijds het derde profniveau in Engeland. Het was het dieptepunt in de clubhistorie.
Ommekeer
Maar toen kwam de ommekeer, of zoals de fans van The Citizens het noemen: ‘De Renaissance’. En dat was niet het moment waarop clubeigenaren met diepe zakken het voor het zeggen kregen. In 1999, het jaar waarin aartsrivaal United de Champions League won, knokte City zich uit de blubber omhoog.
City nam het op Wembley op tegen Gillingham. Inzet: promotie naar de First Division. In de do-or-die-wedstrijd stond City in de negentigste minuut met 2-0 achter, maar wist het toch nog een verlenging uit het vuur te slepen. Na penalty’s wist de ploeg van Wiekens promotie af te dwingen. Als de ploeg niet had gewonnen, was het verder afgedwaald, richting de kelder van het Engelse profvoetbal, was de heersende gedachte. Een jaar later promoveerde de club naar de Premier League.
Wiekens kwam zeven jaar uit voor Manchester City. Hij speelde 182 duels en scoorde daarin tien keer. Toen hij terugging naar Veendam, was de ploeg een middenmotor op het hoogste niveau.
Poen zat
Van afstand zag hij – Wiekens voetbalde tot en met 2009 profvoetbal – hoe de club van lelijk eendje uitgroeide tot een uit de kluiten gewassen zwaan. In 2007 werd de ploeg overgenomen door een Thaise miljardair. Twaalf maanden later kocht Abu Dhabi United Group voor 185 miljoen euro een meerderheidsbelang. De familie Al Nahyan, goed voor 32 miljard euro, hoorde ook bij de investeerders. City werd in één klap de rijkste voetbalclub ter wereld.
Daarna kwamen andere spelers van het kaliber Gerard Wiekens naar City. Robinho was de eerste grote naam die werd gehaald. Hij werd voor 42 miljoen euro overgenomen van Real Madrid. Daarna volgden spelers als Vincent Kompany, Carlos Tévez, Patrick Vieira, David Silva, Sergio Agüero, Kevin De Bruyne en Erling Haaland. Er werd gestrooid met miljoenen ponden.
Toen de club in 2014 een boete van 60 miljoen euro kreeg wegens het overtreden van de Financial Fair Play-regels en de club slechts 21 spelers mocht inschrijven voor de Champions League, werd die straf lachend betaald. Poen en goede spelers zat.
Onschendbaar
Het succes werd gekocht. In 2012 werd de eerste Engelse titel sinds 1968 gepakt, met Roberto Mancini als coach. Een jaar later was het opnieuw feest, toen onder trainer Manuel Pellegrini. In 2016 kwam Pep Guardiola als trainer om de ‘laatste stap’ te zetten. Hij bezorgde City zes keer de Premier League-titel. Het hoogtepunt was de eindzege in de Champions League in 2023. Rivaal Manchester United werd sinds de oliedollars binnenstroomden in het Etihad Stadium volledig overvleugeld.
Na de boete in 2014 werd in 2020 besloten dat City twee jaar lang niet mee mocht doen aan de Champions League, plus een boete van 30 miljoen euro kreeg wegens het opnieuw aan de laars lappen van de Financial Fair Play-reglementen. Het internationaal sporttribunaal CAS draaide de straf een paar maanden later terug. Daardoor dachten de geldschieters en clubbestuurders waarschijnlijk dat ze onschendbaar waren.
Financiële doping
Een onafhankelijke commissie begon achter de schermen acht jaar geleden al aan een diepgravend onderzoek. Afgelopen week barstte de bom. In een veertig pagina’s tellende uitspraak bleek dat de clubeigenaren, onder leiding van sjeik Mansour bin Zayed Al Nahyan, tussen 2009 en 2018 ruim één miljard euro uit de boekhouding van de club hadden gehouden. Er werd naar hartenlust gesjoemeld.
De commissie kwam tot een lijst van liefst 115 aanklachten. De Premier League bevestigde dat 114 van die aanklachten gegrond waren. Uiteraard ging de club in beroep.
De grote vraag is wat er gaat gebeuren door deze jarenlange ‘financiële doping’. Krijgt City een sloot aan punten aftrek? Wordt het een of meerdere divisies teruggezet? Moet het de gewonnen prijzen inleveren? Andere Premier League-clubs zouden juridische stappen overwegen zodra het verweer wordt afgewezen. Er zijn tal van clubs die de dupe zijn geweest van het gesjoemel, die prijzen of een plek in de Champions League zijn misgelopen. Ook clubs buiten de Premier League, tegenstanders van City in de Champions League, overwegen een gang naar de rechter.
Einde geldsmijten
Afgelopen week heb ik geregeld aan Gerard Wiekens gedacht, de man die de Renaissance van Manchester City meemaakte. Het zou zomaar kunnen dat City binnenkort wordt teruggestuurd naar de Middeleeuwen. Moet Haaland binnenkort zijn eigen shirtje wassen, zoals Wiekens in de jaren negentig?
Maar laten we hopen dat het een eerste aanzet is om een einde te maken aan het grote geldsmijten in het voetbal en dat clubs niet langer achteloos alle regels aan hun laars kunnen lappen.