Word abonnee

Column

Arnold Mühren: ideale sidekick

door: Jasper Boks
2 juni 2015

2 juni 1951
Bij de naam Arnold Mühren gaat het vaak meteen over de assist die hij gaf op Marco van Basten in de EK-finale van 1988. Vandaag wordt hij 64 jaar, maar hij was veel meer dan alleen die man van de pass.

Links, net iets over de middenlijn, krijgt hij de bal in de 54ste minuut aangespeeld door Adrie van Tiggelen. Zonder de bal aan te nemen, zet Arnold Mühren de bal voor. Te hard. De bal lijkt neer te komen in het rechterhoekje van het strafschopgebied. Marco van Basten denkt niet aan aannemen, hij heeft de voorzet getaxeerd en besluit de bal in een keer uit de lucht te nemen.

De bal vliegt over de verbouwereerde Sovjet-keeper Rinat Dasajev in het doel: 2-0. Het oranjegekleurde Olympiastadion in München ontploft, de EK-finale is beslist.

Sinds 25 juni 1988 staat Arnold Mühren – met zijn 37 jaar nog altijd de oudste voetballer die Europees kampioen werd – te boek als de man van de assist op de beroemdste, en volgens velen mooiste, goal uit de Nederlandse voetbalhistorie.

Bij Volendam draagt hij de oranje tenues die zijn grote broer een paar jaar eerder heeft gedragen

Lang stond Arnold, het zesde kind uit het Volendamse gezin dat totaal negen kinderen (vijf jongens en vier meisjes) telde, in de schaduw van zijn ruim vijf jaar oudere broer Gerrie. De kunst kijkt hij af van zijn grote voorbeeld. Bij Volendam draagt hij de oranje tenues die zijn grote broer een paar jaar eerder heeft gedragen.

Arnold stroomde door naar het eerste van Volendam. Broer Gerrie had toen de overgang naar Ajax al gemaakt. Met Volendam werd hij in 1971 kampioen van de eerste divisie. Daarna volgde hij broer Gerrie opnieuw, dit keer naar Amsterdam.

Het voelde niet alsof híj die prijzen had gewonnen door zijn geringe inbreng

Arnold kwam binnen als twintigjarige, en sloot aan bij een elftal met onder andere Johan Cruijff, Johan Neeskens, Piet Keizer, Ruud Krol, Wim Suurbier en Sjaak Swart dat net voor het eerste de Europa Cup 1 heeft gewonnen. Bij Ajax zat broer Gerrie hem in de weg, hij was zijn concurrent als linkermiddenvelder. Onder coach Stefan Kovacs moet hij het vooral hebben van invalbeurten. Ajax werd in 1972 en 1973 kampioen en pakte ook nog twee keer de Europa Cup 1 en de Wereldbeker, maar het voelde niet alsof híj die prijzen had gewonnen door zijn geringe inbreng.

In 1974 vertrok hij naar FC Twente. Daar werd Arnold een vaste waarde. In aanloop naar het WK van 1978 debuteerde hij in het Nederlands elftal, maar bij de selectie die afreisde naar Argentinië zat hij niet.   

Ajax wilde Arnold dat jaar terughalen, maar de club hikte tegen de transfersom aan die Twente vroeg. Dat deed Ipswich Town niet, op voorspraak van coach Bobby Robson werd hij binnengehaald. Niet veel later volgde Frans Thijssen, met wie Mühren ook al op het middenveld stond bij FC Twente. In 1981 won hij met Ipswich de UEFA Cup, in de finale werd thuis met 3-0 gewonnen van AZ en uit met 4-2 verloren. Na de finale maakte Arnold de overstap naar Manchester United.

Liverpool heerste in Engeland, met Mühren erbij veranderde dat niet. Wel werd twee maal de FA Cup gewonnen. In 1983 werd, na een replay, Brighton & Hove Albion met 4-0 verslagen op Wembley. Mühren maakte één van de goals uit een penalty, was de eerste Nederlander die de FA Cup won en die in de finale scoorde. In 1985 won United opnieuw de Cup, maar voor de finale tegen Everton werd hij gepasseerd. Het was voor hem reden om verder te kijken.

Mühren beheerste als geen ander de kunst van het simpel voetballen

Johan Cruijff, net begonnen als technisch directeur en trainer, haalde hem in 1985 terug naar Ajax. Cruijff had de beschikking over een talentvolle groep met spelers als Marco van Basten, Frank Rijkaard, John van ’t Schip, Ronald Koeman, Gerald Vanenburg, Rob de Wit en Sonny Silooy. De 34-jarige Mühren werd met zijn ervaring de nestor van de ploeg. Mühren beheerste als geen ander de kunst van het simpel voetballen. ‘Voetballen is heel simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen,’ zei Cruijff ooit op Cruijffiaanse wijze.

Kampioen werd Ajax niet, de titel ging telkens naar PSV. Maar Ajax won wel twee keer de KNVB-beker, in 1987 werd ten koste van Lokomotive Leipzig de Europa Cup 2 gewonnen en in 1988 werd de Europa Cup 2-finale verloren van KV Mechelen.

In 1988 nam Rinus Michels hem dus mee naar het EK, als cement van de ploeg. In zijn 23ste en laatste interland gaf hij dus die beroemde voorzet. Ook onder Michels was hij dus de ideale sidekick, zoals zijn broer Gerrie dat ook was. Over het karakter van hem en broer Gerrie zei Arnold, die vandaag zijn 64ste verjaardag viert, ooit: ‘Het zit in ons karakter, het jezelf in dienst stellen van anderen. Voetbal is een teamsport, waarin je elkaars kwaliteiten moet benutten. Wij stonden in dienst van de betere spelers. Het was een kwestie van de bal op een goede manier naar de goede kleur spelen.’

Delen: