Terwijl Tallon Griekspoor zich opmaakt voor zijn volgende wedstrijd op Wimbledon, reist zijn familie ongetwijfeld weer in gedachten met hem mee. Achter de nummer 58 van de wereld staat namelijk een gezin waarin hard werken, nuchter blijven en elkaar steunen al van jongs af aan centraal staan.
In Helden 70 vertelde Griekspoor samen met zijn broers Kevin en Scott over de familie waarin hij opgroeide. Opvallend genoeg draaide die oorspronkelijk helemaal niet om tennis. Vader Ron en oom Frank waren fanatieke motorcrossers. Tallon dankt zelfs zijn voornaam aan de Amerikaanse motorcrosser Tallon Vohland.
“Vaders lag bijna elk weekend in het ziekenhuis, moeders zat dan naast hem”, vertelde Scott lachend. Niet zo gek dus dat Ron en Monique hun drie zoons liever een andere sport zagen kiezen. Die sport werd tennis. Opa Joop liet een tennisbaan aanleggen, waardoor de broers eindeloos konden oefenen. Volgens Tallon was zijn opa degene die hen al vroeg duidelijk maakte wat ervoor nodig is om de top te bereiken.
“Zorg dat tennis voor jou een werkdag is van acht uur, dat je dagelijks in die tijd met tennis en met je lichaam bezig bent.” Ook vader Ron hamerde altijd op dezelfde boodschap. “Keihard werken is het enige wat ik van jullie vraag.”
Die mentaliteit is Griekspoor nooit kwijtgeraakt. Zijn doorbraak op de ATP Tour kwam niet van de ene op de andere dag, maar na jaren van trainen, tegenslagen overwinnen en steeds weer terugkomen. De lessen die hij als jongen meekreeg, vormen nog altijd de basis van zijn carrière.
Minstens zo belangrijk was moeder Monique, vertellen de broers. Terwijl vader overdag werkte, bracht zij haar zoons naar trainingen, stond het eten klaar en zorgde ze ervoor dat alles thuis bleef draaien. “Onze moeder heeft het niet altijd makkelijk gehad met vier mannen in huis”, vertelde Tallon. “Maar ze was wel de stille kracht. In onze tenniscarrières zit heel wat van haar bloed, zweet en tranen.”
Die opvoeding ging overigens niet zonder stevige lessen. Tallon stond als jeugdspeler bekend om zijn temperament. Na weer een uitbarsting op de baan verdwenen zijn tennisspullen ooit in een vuilniszak en moest hij na een wedstrijd geregeld een flink stuk naar huis lopen. “Dat vormt je ook”, zei broer Kevin daar later over.