Maarten van der Weijden zette begin oktober een punt achter zijn zwemcarrière en het inzamelen van geld voor zijn Foundation. In zijn onlangs verschenen autobiografie De laatste slag geeft hij een uniek inkijkje in hoe de gebeurtenissen in zijn leven en zijn bijzondere zwemprestaties hem hebben gevormd.
Maarten van der Weijden vertelt zijn verhaal op een manier zoals we die van hem kennen: open en zonder omwegen. Het boek leest weg als een zwemtocht, waarin Van der Weijden de lezers bij de hand neemt en hen in korte, actieve, begrijpelijke zinnen, in de ik-vorm en met oog voor detail, meeneemt door zijn reis.
De meeste mensen kennen de buitenkant van het verhaal. Van der Weijden haalde in 2008 olympisch goud op de 10 kilometer open water in Peking en werd datzelfde jaar Sportman van het Jaar. Na zijn gouden race op de Olympische Spelen stopte hij met wedstrijdzwemmen. Hij besloot zijn talent in te zetten voor het goede doel. Zo zwom hij de Elfstedentocht in 2018 en 2019 en zwom hij heen en weer naar Engeland. De 45-jarige, die zelf herstelde van acute leukemie, haalde meer dan 18 miljoen euro op voor kankeronderzoek. Zijn laatste zwemtocht voor het goede doel was de ’22-stedentocht’ in augustus. Van der Weijden was daarbij van plan 270 kilometer te zwemmen vanuit zijn woonplaats Vught naar Utrecht, maar moest de monstertocht na een paar dagen staken. De topzwemmer was ziek geworden. Desondanks werd meer dan 550.000 euro ingezameld voor kankeronderzoek.
In de afgelopen jaren overleed zijn vader, verloor hij zijn beste vriend aan kanker – de ziekte waarvan hij zelf het geluk had te genezen – en liep zijn huwelijk op de klippen. In De laatste slag reflecteert Van der Weijden op uiterst persoonlijke wijze op hoe deze gebeurtenissen en zijn zwemprestaties hem hebben gevormd.
Fragment uit het boek
“Ik wil met Daisy een afspraak maken over het verdelingsschema voor de meiden voor komend schooljaar, maar ze reageert niet op mijn vraag. Dit frustreert me, maar ik herken het vanuit de situatie binnen ons huwelijk. Als het in het huwelijk al niet lukte over iets te praten wanneer ik daar behoefte aan had, valt het te verwachten dat dit na het huwelijk ook niet lukt. Na herhaalde pogingen van mijn kant lukt het eindelijk toch en stemmen we het met elkaar af. Dat is ook fijn voor de kinderen, want dan weten ze straks tenminste wanneer ze bij wie zijn. We gaan een keer samen wandelen om te praten over hoe het met de meiden gaat. Als we beiden extreem voorzichtig zijn, op eieren lopen, alles zo formuleren dat de ander het niet op kan vatten als een verwijt, dan lukt dat. We maken ons zorgen om een van onze kinderen en spreken af dat we hier extra ondersteuning voor gaan zoeken. Fijn om dit samen te kunnen doen.”