Een keeper hoort onzichtbaar te zijn. Hoe minder hij opvalt, hoe beter zijn ploeg doorgaans presteert. Oliver Kahn bewees op het WK van 2002 precies het tegenovergestelde. Duitsland haalde de finale omdat hij wekenlang onmogelijk te passeren leek. En hoewel hij de wereldbeker uiteindelijk niet omhoog mocht houden, werd hij wel de speler van het toernooi. Zelfs boven R9.
Duitsland reisde in 2002 niet af naar Japan en Zuid-Korea als topfavoriet. De selectie miste de sterren van eerdere generaties en werd door veel kenners zelfs als een van de minst sprankelende Duitse elftallen in jaren beschouwd. Toch stond het binnen een maand in de WK-finale. De belangrijkste reden? Oliver Kahn.
Zijn cijfers waren indrukwekkend. Kahn hield vijf keer de nul en kreeg in de eerste zes wedstrijden slechts één tegendoelpunt te verwerken. Saudi-Arabië (8-0), Kameroen (2-0), Paraguay (1-0), de Verenigde Staten (1-0) en gastland Zuid-Korea (1-0) slaagden er allemaal niet in hem te passeren. Pas in de finale vond Brazilië een manier. Na een hard afstandsschot van Rivaldo kon Kahn de bal niet klemvast pakken, waarna Ronaldo de rebound binnenschoof. Even later besliste dezelfde Ronaldo de wedstrijd met zijn tweede treffer: 2-0.
Juist die fout bleef hangen. Misschien omdat hij zo zeldzaam was. Over het hele toernooi kreeg Kahn slechts drie doelpunten tegen, waarvan twee in de finale. Achteraf bleek bovendien dat hij de eindstrijd speelde met een gescheurde band in zijn rechterringvinger. Zelf wilde hij daar niets van weten als excuus.
Zijn indrukwekkende WK leverde hem iets op wat geen enkele keeper vóór of na hem voor elkaar kreeg. Kahn werd uitgeroepen tot beste speler van het wereldkampioenschap en ontving de Gouden Bal. Nog altijd is hij de enige doelman die die individuele onderscheiding wist te winnen. Het WK van Ronaldo was sensationeel, maar de meest waardevolle speler stond onder de lat bij Duitsland.
Bij Bayern München groeide Kahn uit tot een levende legende. Hij veroverde acht landstitels, zes DFB-Pokals en in 2001 de Champions League. In de finale tegen Valencia groeide hij opnieuw uit tot de grote held door liefst drie strafschoppen te keren in de beslissende penaltyserie. Individueel werd hij meerdere keren verkozen tot beste doelman van de wereld en van Europa.