Viervoudig Tourwinnaar Chris Froome heeft aangekondigd dat hij na dit seizoen een punt zet achter zijn indrukwekkende wielercarrière. Daarmee komt een einde aan een loopbaan vol overwinningen, maar ook aan een hoofdstuk dat bijna abrupt eindigde na zijn zware crash in 2019. Een jaar later sprak HELDEN Froome exclusief tijdens zijn rentree in het peloton. Hij vertelde openhartig over de horrorval waarbij hij talloze botbreuken opliep, de maandenlange revalidatie en de overtuiging dat hij ooit nog een vijfde Tour de France zou winnen. Nu Froome afscheid neemt van het profpeloton, blikken we terug op dat bijzondere gesprek.
Onderstaand interview verscheen oorspronkelijk in HELDEN 52 (2020).
De rest van dit interview stamt uit HELDEN 52.
Hoewel hij in de achterhoede van het peloton rijdt, is hij de grote trekpleister van de UAE Tour. In de Verenigde Arabische Emiraten maakt Chris Froome zijn rentree in het peloton. Na zijn verschrikkelijke val tussen de huizen van het pittoreske dorpje Saint-André-d’Apchon tijdens de verkenning van het parcours van de tijdrit in de Dauphiné van vorig jaar moest hij maandenlang revalideren. Zes weken lag hij plat in bed en een kleine maand zat hij in een rolstoel voordat hij voor het eerst weer op z’n voeten kon staan.
Met amper twee maanden serieuze fietstraining in de benen is hij naar het golfstaatje getrokken om voor het eerst weer een koers te rijden. Hoewel de viervoudig Tourwinnaar opgewekt in zijn vel steekt en diverse Britse journalisten speciaal voor hem gekomen zijn, geeft hij in de UAE geen één-op-één-inter-views. Alleen voor Helden maakt hij een uitzondering. “Kom maar om kwart over acht naar mijn hotel.”
Gelukkig wil Froome vóór het avondeten afspreken. Een half uur na het gesprek gaat het W-hotel Abu Dhabi in een lockdown. De wielerwereld komt die avond voor het eerst rechtstreeks in aanraking met de coronapandemie. Twee verzorgers van een van de teams hebben positief getest op covid-19, waarna alle 612 volgers van de wielerronde enkele dagen in hun hotelkamer worden opgesloten. Achteraf blijkt dit het laatste lange interview dat Froome heeft gegeven.
Pijnbestrijders
Laten we teruggaan naar 12 juni vorig jaar. Na de vreselijke val duurde het vrij lang voordat je met de ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. Kun je je nog iets herinneren van wat er gebeurde?
“Sommige momenten na de val kan ik me nog goed herinneren, maar van de crash zelf weet ik niets meer. Ik weet nog dat ik op het asfalt lag, terwijl mijn coach Tim Kerrison, ploegleider Servais Knaven en mecanicien Gary Blem meteen aan kwamen rennen. De ambulance was vrij snel bij me, de broeders probeerden me ter plekke direct te verzorgen. Hoe langer ik daar lag, des te vager alles om me heen werd. Dat kan ook gekomen zijn door de pijnbestrijders die ze me meteen toedienden. Nadat ze me op de brancard tilden en in de ambulance hadden gedragen, bleven we nog lange tijd stilstaan. Achteraf begreep ik dat het op dat moment moeilijk was om een keuze te maken naar welk ziekenhuis ik moest worden vervoerd.”
‘Die eerste stapjes… Het voelde als de grootste overwinning in m’n carrière. Wat een bevrijding’
Wat waren je eerste gedachten toen je op de grond lag?
“De Tour de France spookte als eerste door m’n hoofd. Ik weet nog dat Tim en Gary tegen me zeiden dat ik absoluut niet mocht bewegen. Ik wilde weten waarom ze dat zo nadrukkelijk tegen me zeiden, ik vroeg wat het probleem was. Ze antwoordden dat ze meteen konden zien dat m’n been gebroken was. Het lag helemaal verkeerd gedraaid ten opzichte van mijn romp, waardoor ze zeker wisten dat het een ernstige breuk was. Ze vertelden me dat ik rustig moest blijven liggen. Ik wist dat ik ernstige verwondingen had. Dat minimaal mijn been en arm gebroken waren, want m’n arm lag er ook heel raar bij. Toch vroeg ik ter bevestiging aan hen of ik de Tour dat jaar kon vergeten.
Tim knikte met zijn hoofd. Ik was op dat moment meer teleurgesteld dat ik een streep door de Tour kon zetten, dan dat ik stilstond bij de ernst van m’n situatie. Ik was in een heel goede conditie, de waardes van mijn trainingen voor de Dauphiné waren echt goed en had er enorm veel vertrouwen in dat ik dicht in de buurt van m’n vijfde Tourzege zou komen. Die dag was ik supergemotiveerd voor de tijdrit in de Dauphiné. Dat was voor mij een serieuze test voor de Tour. En dan ineens een windvlaag en alles waar ik maanden aan had gewerkt, ging verloren. Weg droom van m’n vijfde Touroverwinning. Dat was de grootste teleurstelling toen ik daar lag, het overtrof de pijn van de verwondingen.”
Ik zou meteen denken aan de gevolgen voor de rest van m’n leven of aan de familie…
“Ja, eigenlijk is het best frappant… Toen ik op de brancard lag, had Gary m’n vrouw aan de telefoon. Ik weet nog dat ik Michelle vertelde dat ik zwaar was gevallen en dat ik zeker m’n arm en been had gebroken. Ze zei meteen dat ze een oppas voor de kinderen ging regelen zodat ze zo snel mogelijk naar het ziekenhuis kon komen. Ik bleef heel rustig en vertelde haar dat het beter was om thuis te blijven. Ik zei dat ze zich geen zorgen om mij hoefde te maken, omdat er toch genoeg mensen van de ploeg om me heen zouden zijn.
Dat bewijst dat ik op dat moment de ernst van de val niet in de gaten had. Ik had toen nog geen weet van de andere breuken, de bloedingen en de klaplong. Ik wist dat ik lange tijd uit de roulatie zou zijn, maar hoe erg ik eraan toe was, realiseerde ik me toen niet. Op dat moment kon ik me niet voorstellen dat m’n vrouw zich ongerust over mij moest maken. Dat ze in paniek hoefde te zijn om mij.”
Hoe kijk je daar nu op terug?
“Misschien was het goed dat ik niet meteen alles in de gaten had, dat ik onbewust mijn vrouw gerust kon stellen. Ik weet niet hoe ik had gereageerd als ik meteen had geweten wat voor een lange revalidatie me te wachten stond. Achteraf is het noodgedwongen verblijf van zo’n zes à zeven maanden bij m’n gezin een van de weinige positieve aspecten van m’n val. Zo lang waren we nog nooit samen geweest. Zeker in de zomermaanden waren we de afgelopen jaren vrijwel nooit samen. We hebben ons als gezin door deze moeilijke periode heen gesleept.”
Gehandicapt
Voor je jonge kinderen was het natuurlijk ook niet makkelijk om te begrijpen dat hun vader zich nauwelijks kon bewegen.
“Zo onwezenlijk als je bijna niks kunt. Eerst lag ik 22 dagen in de ziekenhuizen van Saint-Étienne en Monaco, vervolgens moest ik thuis nog zo’n twee weken in bed herstellen. Daarna zat ik een kleine maand in een rolstoel. Het mooie van jonge kinderen is dat ze niet in de gaten hebben dat ik gehandicapt in een rolstoel zat. Mijn zoontje Kellan was toen twee jaar, terwijl mijn dochtertje Katie op 1 augustus haar eerste verjaardag vierde. Ze dachten dat ik in die rolstoel een spel met hen speelde. Ze zagen alleen hun vader. In welke erbarmelijke situatie ik zat, daar stonden ze niet bij stil. Ze sprongen gewoon op mijn schoot, wilden met me spelen en probeerden met me te stoeien. Maar het mooie was, m’n kinderen gaven me nooit het gevoel dat ik gehandicapt was. Ik heb daar veel kracht uit gehaald.”
Van ’s werelds beste wielrenner was je ineens een gevangene van je eigen lichaam.
Knikt: “Ik kan me herinneren dat ik na bijna twee maanden in het zwembad voor het eerst voorzichtig mocht proberen te lopen. Die eerste stapjes… Het voelde als de grootste overwinning in m’n carrière. Wat een bevrijding. Op de hometrainer voelden de fietsomwentelingen eigenlijk meteen vrij normaal aan, maar lopen was een ander verhaal. Voordat ik weer een beetje fatsoenlijk op m’n benen kon staan; dat was het moeilijkste deel van de revalidatie. Niet alleen fysiek, maar vooral mentaal ging ik door een enorm diep dal. Ik kon nauwelijks nog iets. Hoe kon ik er dan aan denken om ooit weer profwielrenner te worden?”
Heb je in die periode overwogen om een punt achter je carrière te zetten?
“De ochtend nadat ik wakker werd na de grote operatie (hij werd in de nacht na zijn val zes uur lang geopereerd in het CHU-ziekenhuis in Saint-Étienne door chirurg Rémi Philippot, red.) wilde ik maar twee dingen weten: wat is de schade en wat zijn de gevolgen voor mijn carrière? De chirurg liep punt voor punt door de lijst met breuken en letsels. Nadat hij de opsomming had gemaakt, zei hij meteen dat alle blessures konden herstellen. Hij was overtuigd dat ik helemaal kon herstellen, zag geen reden waarom ik niet meer op hetzelfde niveau als voor de val zou kunnen terugkeren. Hoewel ik als een gebroken man op de intensive care lag, vierde ik in mijn hoofd dit goede nieuws. Meteen na de val, op het asfalt en in de ambulance, overheerste toch wel de angst dat m’n carrière voorbij was. Het optimisme van de chirurg bracht alle moed bij me terug.”
Het medisch rapport van Froome zag er angstaanjagend uit. Zijn hele rechterzijde lag aan gruzelementen. Wout Poels, die het ongeluk tien meter voor zich zag gebeuren, zei meteen al dat zijn kopman als een puzzel weer in elkaar moest worden gezet. Het bovenbeen was op twee plaatsen gebroken, net boven de knie en net onder de heup. Er waren breuken in zijn borstbeen, wervelkolom, elleboog en ribben. Verder had hij nog een ingeklapte long, terwijl enkele dagen later op een nieuwe scan ook nog een breukje in zijn nek werd geconstateerd.
“Natuurlijk lag ik er slecht bij, maar uiteindelijk mag je concluderen dat ik heel veel geluk heb gehad. Bij die dubbele breuk in mijn bovenbeen had ook mijn slagader geraakt kunnen worden. Of ik had mijn knie of heup kunnen breken, waarvan niemand je kan garanderen of je daar nog volledig van herstelt. Dit waren medisch gezien allemaal gunstige breuken.”
Begin december moest Froome voor een derde keer worden geopereerd. Nadat in november diverse metalen plaatjes waren verwijderd, ontstond er aan de binnenzijde van de hechtingen een infectie. De littekens zijn nog duidelijk zichtbaar op zijn been, terwijl zijn rechterdijbeen nog altijd bij elkaar wordt gehouden door een grote metalen plaat met vier schroeven. “Ik heb nergens meer pijn en ik heb geen beperkingen,” zegt hij ruim acht maanden na de crash.
Meer lezen?
Mathieu van der Poel: ‘Het is me al eerder gelukt in de Tour…’