Een herrieschopper. Maar ook een levende legende. Wie Mark Cavendish probeert te vangen in één enkele beschrijving, komt woorden tekort. De wielercoureur van het eiland Man is een van de succesvolste sprinters die de sport heeft gekend. Maar zijn verhaal gaat over meer dan alleen pure snelheid; het is een epos van emotie, diepe dalen en een onwaarschijnlijke wederopstanding.
Tekst: André Venema
Mark Cavendish is in zijn begindagen een fenomeen dat de wetten van de aerodynamica tart. Waar andere sprinters groot, gespierd en robuust zijn, duikt Cav, zoals zijn roepnaam luidt, met zijn kin bijna op zijn voorwiel. Hij snijdt als een mes door de wind. Zijn explosiviteit is ongekend, maar zijn grootste wapen zit tussen zijn oren: een feilloos instinct voor de perfecte timing en jump.
Zijn sprintdominantie in de Tour de France is jarenlang verstikkend. Hij rijgt de ritzeges aaneen alsof het trainingsritjes zijn. “Als ik win, verbaast het me niet. Het is gewoon mijn werk waar ik hard voor heb getraind.” Zo simpel is het volgens de Brit in zijn ‘gouden jaren’.
Rauw en eerlijk
Maar achter die ogenschijnlijke arrogantie schuilt altijd een vurige passie die ook wel eens overkookt. Cavendish is geen prater die de scherpe randjes opzoekt om mediavriendelijk te zijn. Hij is rauw en eerlijk, net zoals hij sprint. Als het wielrennen een rock-‘n-roll-band zou zijn, zou Cavendish de leadzanger zijn.
Geen enkele sportcarrière kent zo’n grillig verloop als die van Cavendish. Rond 2017 slaat het noodlot echter toe. Hij krijgt te maken met het Epstein-Barr-virus, raakt oververmoeid en glijdt in een zware depressie. De man die ooit onoverwinnelijk leek, kan plots het peloton niet meer bijhouden. Teams willen hem niet meer hebben. In 2020 lijkt het einde daar als hij in tranen na een wedstrijd snikt dat het wellicht zijn laatste race is geweest.

Maar wielerbaas Patrick Lefevere biedt hem bij Quick-Step een reddingslijn voor een minimumsalaris. Wat volgt in de Tour van 2021 is niets minder dan sportgeschiedenis. Cavendish vervangt de geblesseerde Sam Bennett en wint prompt vier etappes. Hij evenaart zo het legendarische record van Eddy Merckx van 34 etappezeges. Cavendish blijft er desondanks bescheiden onder. “Ik ben niet aan het proberen Eddy Merckx te overtreffen. Ik probeer gewoon etappes te winnen voor mijn ploeg. Eddy Merckx is de grootste coureur aller tijden en dat zal hij altijd blijven.”
Magische 35
De jacht op die magische 35ste zege wordt een obsessie, niet alleen voor hem, maar de hele wielerwereld. Na een bittere opgave in 2023 door een sleutelbeenbreuk, weigert hij zo afscheid te nemen. Hij plakt er nog één jaar aan vast bij Astana Qazaqstan. Een besluit met grote gevolgen: in de Tour van 2024 flikt hij het onmogelijke in Saint-Vulbas en lost Merckx af. Met 35 Touretappes is hij de man met de meeste kerfjes in zijn kolf.

Als de adrenaline na de historische zege wat is gezakt, blikt de emotionele Brit terug op de offers die hij en zijn gezin hadden moeten brengen. “We hebben het risico genomen nog een jaar door te gaan. Mijn kinderen moesten weer op tv zien dat ik viel. Maar we hebben het geflikt. Dit is de Tour de France, groter dan dit wordt het niet”, concludeert de rasspurter.
Cavendish verlaat de wielersport niet als zomaar een kampioen, maar als de onbetwiste koning van de sprint. Een man die liet zien dat vallen mag, zolang je maar één keer vaker opstaat.

Lees ook:
- Miguel Indurain, een ‘koninklijk’, fysiologisch wonder
- Lucho Herrera, kleine tuinman met grote motor
- Jan Janssen, een veelzijdige wereldtopper
- Alberto Contador, geboren met onverzadigbare aanvalslust
- Michael Boogerd, de hoop van de natie in donkere tijden
- Chris Froome, van knecht naar onbetwiste kopman
- Joop Zoetemelk, de Tour win je in bed