Met zijn peinzende blik, slanke postuur en blonde haardos is Peter Winnen een opvallende verschijning in het wielerpeloton. Waar veel ploeggenoten leven bij de waan van de dag en de harde wetten van de koers, bekijkt de Fiets-columnist de wereld met een zekere intellectuele afstand.
Tekst: André Venema
Peter Winnen is geen tijdrijder of gek op sprinten, maar een man die tot leven komt in ijle hoogtes. De onderwijzer die uitgroeit tot een zeer gerespecteerd profcoureur is een klimgeit die met een uniek ritme de bergtoppen trotseert en een van de meest geliefde Nederlandse ronderenners van zijn generatie wordt.
Zijn absolute meesterstuk levert de Limburger in de Tour de France van 1981. Als jonge debutant schrijft hij op de flanken van de mythische Alpe d’Huez geschiedenis. In de brandende zon laat hij de voltallige wereldtop achter zich en houdt tot ieders verrassing stand tot de finish. Het blijkt geen eenmalige oprisping, want twee jaar later herhaalt hij dat kunststukje op de ‘Nederlandse berg’.

“Als je daar fietst, zit je in een soort roes. Maar de herinnering aan die uitzinnige mensenmassa raak je nooit meer kwijt”, verklaart Winnen die euforische Alpendagen. “De Alpe d’Huez heeft mijn leven voorgoed veranderd. Het heeft me een status gegeven die ik zelf soms amper kon bevatten.”
Andere passies
Na zijn actieve wielercarrière, waarin hij naast zijn ritzeges ook eenmaal als derde in het eindklassement van de Tour eindigt, besluit Winnen het roer radicaal om te gooien. Hij weigert te blijven hangen in de nostalgie van het peloton en stort zich op zijn andere passies: kunst, literatuur en schrijven. Winnen blijkt gezegend met een vlijmscherpe pen en een unieke, observerende stijl.
Als columnist voor onder andere Fiets weet hij de sport te fileren zoals weinigen dat – ook uit eigen ervaring – kunnen. Hij schrijft niet over cijfers of wattages, maar over de menselijke tragiek, de angst en de schoonheid van het afzien. Bovendien is hij een van de eersten die openlijk en kritisch durft te reflecteren op het wijdverbreide dopinggebruik in zijn tijd, wat destijds voor de nodige opschudding zorgt. “Ik wilde de koers beschrijven zoals die echt was, zonder de romantische oogkleppen”, aldus Winnen. “Wielrennen is een metafoor voor het leven: het is vallen, opstaan en vooral heel veel eenzaamheid.”

De zucht naar diepgang brengt hem uiteindelijk ook naar de collegebanken. Winnen studeert kunstgeschiedenis en vindt een nieuwe roeping in het onderwijs. Jarenlang deelt hij zijn kennis en passie met studenten aan de kunstacademie. In het klaslokaal vindt hij de rust en de intellectuele uitdaging die hij in de hectiek van de topsport zo heeft gemist. Als docent helpt hij jonge creatievelingen hun eigen stem te vinden, net zoals hijzelf zijn stem vond in zijn boeken en columns.
Vandaag de dag kijkt Peter Winnen met een milde, tevreden blik terug op zijn veelzijdige levensloop. De mythe van de Alpe d’Huez reist altijd en overal met hem mee, maar hij is al lang niet meer alleen die wielrenner van toen. Hij is de sportman die heeft laten zien dat er ook na de finishlijn nog een hele wereld te ontdekken valt.
Lees ook:
- Miguel Indurain, een ‘koninklijk’, fysiologisch wonder
- Lucho Herrera, kleine tuinman met grote motor
- Jan Janssen, een veelzijdige wereldtopper
- Alberto Contador, geboren met onverzadigbare aanvalslust
- Michael Boogerd, de hoop van de natie in donkere tijden
- Chris Froome, van knecht naar onbetwiste kopman
- Joop Zoetemelk, de Tour win je in bed
- Mark Cavendish, met vallen en opstaan naar nieuw record
- Marcel Kittel, familie en rust boven alles
- Hennie Kuiper, sieraard van het vaderlandse cyclisme
- Wout van Aert, kameleon op twee wielen
- Bartali en Coppi, strijd om de ziel van een verscheurde natie
- Eddy Merckx, de beste coureur aller tijden?
- Jonas Vingegaard, van visafslag naar eeuwige roem
- Mathieu van der Poel en Poupou, eeuwige tweede en fenomeen
- Bernard Hinault, laatste patron van het peloton
- Gert-Jan Theunisse en Steven Rooks, tegenpolen en een koningskoppel