Word abonnee

Voetbal

Hoe keizer Zlatan Amsterdam veroverde

ANP

Voetbal

Hoe keizer Zlatan Amsterdam veroverde

door: Jasper Boks
14 januari 2026
14 tot 19 minuten lezen

Als een Romeinse krijgsheer stond hij op het voetbalveld. Zlatan Ibrahimovic kwam, zag en overwon. Zij zegetocht begon in Nederland, waar hij van 2001 to 2004 uitkwam voor Ajax. De club waar zoon Maximilian in zijn voetsporen zal proberen te treden. Samen met met betrokkenen blikten we terug op de Amsterdamse jaren van de excentrieke zweed.

‘Veel mensen blijven tijdens hun carrière actief op één plaats, maar ik heb rondgereisd als Napoleon en veroverde ieder nieuw land waar ik een voet zette.’ Was getekend, Zlatan Ibrahimovic. In de Zweedse krant Aftonbladet vergeleek hij zich dus met de Franse keizer. We zijn inmiddels wel wat mooie uitspraken gewend van de Zweedse strijder, die zijn veldslagen al jarenlang uitvecht op het voetbalveld.
Hij is excentriek en een beetje gek. Maar bovenal is Zlatan al jaren geniaal. Het eerst deed hij van zich spreken bij Ajax, waar hij in 2001 als 19-jarige slungel binnenkwam. De zoon van een Bosnische vader en Kroatische moeder met Albanese roots, die opgroeide in de immigrantenwijk Rosengård in Malmö, werd volwassen in Nederland. Met betrokkenen blikken we terug op de Amsterdamse jaren van Zlatan.

Co Adriaanse (trainer Ajax toen Zlatan in 2001 naar Amsterdam kwam)

“Het was mijn tweede seizoen bij Ajax en we waren getipt over Zlatan door John Steen Olsen. Vervolgens is hoofd scouting Tonny Pronk hem in Zweden gaan bekijken. Zij adviseerden zeer nadrukkelijk om Zlatan te halen. Normaal heb je als hoofdtrainer geen tijd om een speler te bekijken, maar ik had het geluk dat we in mijn eerste jaar bij Ajax ons winterse trainingskamp hadden in Zuid-Spanje en Zlatan daar met zijn club FC Malmö ook was. Ik heb toen, gezeten tegen het hek achter het doel, samen met Leo Beenhakker, onze technisch directeur, een hele wedstrijd van hem gezien. Wat mij opviel? Ik keek altijd ook naar de warming-up van een speler. Ik zag meteen dat Zlatan bijzonder was, want hij deed als enige niet mee aan de gezamenlijke warming-up.

Hij stond een beetje te pielen met de bal, maar aan de manier waarop hij dat deed, zag je dat hij een verfijnde techniek had. In de wedstrijd herkende ik aan zijn balaannames, zijn manier van vrijlopen, zijn fysieke kracht, zijn kopkracht, maar ook zijn gevoel voor combinaties en de ruimtes zoeken zijn extra klasse. Leo en ik waren het snel eens, maar toen kwam het moeilijkste deel: hem daadwerkelijk halen. Moeilijk omdat er toen al een prijskaartje van bijna negen miljoen om zijn nek hing. Dus de eer voor het halen van Zlatan komt eerst Steen Olsen toe, dan Pronk, vervolgens Beenhakker en dan mij een heel klein beetje.

Zlatan moest wennen aan ons systeem. Hij was gewend aan 4-4-2, maar bij Ajax speelden we met buitenspelers, dus moest hij leren spelen als een spits tussen twee buitenspelers. We hadden ook Mido aangetrokken van AA Gent, die was gehaald als linksbuiten, maar dat was hij niet. Ook Mido was een echte spits, eveneens heel jong en bijzonder talentvol. Mijn beste spits was Shota Arveladze, maar hem mocht ik niet meer opstellen van het bestuur omdat hij een zakelijk conflict had met Ajax. Dat vond ik vervelend, want Arveladze was niet alleen heel goed, maar ook een sympathieke jongen.

We hadden ook Nikos Machlas, hij was als vedette van Vitesse gekocht en was aanvankelijk mijn eerste spits. Zlatan had bij mij niet meteen een basisplaats, hij had de nodige aanpassingsproblemen. Ik heb nog even geprobeerd Mido en Zlatan samen in de spits te zetten, omdat ze niet alleen heel goed waren, maar ook makkelijk scoorden. Eind november 2001 werd ik ontslagen, toen kwam Ronald Koeman en onder Ronald heeft hij pas een vaste plaats veroverd.

John Heitinga (kwam in de zomer van 2001 gelijk met Zlatan bij de selectie)

“Ik stroomde door vanuit de jeugd en Zlatan, Mido, Maxwell en Hatem Trabelsi waren de nieuwe aankopen. Ik was 17, Zlatan was twee jaar ouder. Ik herinner me dat hij meteen met een vrij grote mond de kleedkamer inkwam. Je kon op de training aan alles zien dat hij goed was met de bal. Zijn techniek viel ook op omdat hij zo groot was. Je zag toen al dat hij alles had om de top te halen.

We debuteerden allebei in de Arena tijdens het zogenaamde Amsterdam Tournament en debuteerden volgens mij ook samen in de eredivisie, vroeg in het seizoen in De Kuip. We vielen allebei na rust in, hij voor Machlas en ik voor Arveladze. Hij scoorde meteen de 0-1 en even later maakte Rafael van der Vaart de 0-2. Die wedstrijd wonnen we uiteindelijk met 1-2 van Feyenoord. Zlatan vond het heel lastig dat hij niet meteen een basisplaats had. Ik herinner me zelfs een moment dat hij terug wilde naar Zweden, na een rode kaart wegens een elleboogstoot bij FC Groningen. Hij ging in die tijd heel veel om met Andy van der Meijde en Mido, bij hen zocht en vond hij steun. Die drie waren zo close.

Pas toen Mido zich wat onmogelijk had gemaakt onder Ronald Koeman, werd Zlatan de eerste spits. En toen begon het ook te lopen. Als ik aan Zlatan denk, denk ik vooral aan de kracht die hij uitstraalde. Hij pakte die kleine Anthony Obodai een keer op in de kleedkamer en gooide hem zo in het grote bad. Hij was een oermens en wilde ten koste van alles winnen. Niet voor niets is hij zo vaak kampioen geworden.
In 2004, toen we nog ploeggenoten waren, speelden we tijdens het EK tegen elkaar, de eerste keer dat Nederland op een eindronde een interland via penalty’s won, mede dankzij Zlatan, want hij miste toen.
Natuurlijk heb ook ik het een en ander met hem meegemaakt, zoals toen Mido die schaar naar hem gooide.

Later had je nog dat akkefietje met Rafael van der Vaart tijdens de vriendschappelijke interland tegen Zweden, half augustus 2004. Ik stond er vlakbij, Zlatan maakte een tackle over de bal heen, waarbij Rafael veel zwaarder geblesseerd had kunnen raken dan de blessure die hij desondanks opliep. Ik denk niet dat hij Rafael bewust wilde blesseren, maar het was wel een heel ongelukkige actie. Een paar dagen na die wedstrijd escaleerde die affaire bij Ajax tijdens een gesprek met de hele spelersgroep. Zlatan zei dat hij niet meer in één elftal met Rafael wilde spelen, toen heeft hij duidelijk zijn transfer naar Juventus geforceerd.

In die tijd keerde het publiek zich ook wel tegen hem. Alleen: hij was een vaste waarde en hij bleef scoren, met als climax die verschrikkelijk mooie afscheidsgoal in de ArenA tegen NAC. Terugkijkend beschouw ik het als een voorrecht dat ik drie jaar met hem heb mogen spelen. Je kon altijd de bal aan hem kwijt en hij maakte goals. Er stond iemand, in en buiten het veld. Ja, ik heb tijdens de training weleens iets met hem gehad. Hij kon er niet tegen als je hem kort dekte, dan kon hij je een elleboog geven, maar dat hoorde erbij. Hij was naar buiten toe wel een stoere kerel, maar had een heel klein hartje.”

Jan van Halst (maakte Zlatan een jaar mee bij Ajax)

“Ronald Koeman was in december 2001 trainer van Ajax geworden en haalde me meteen uit kleedkamer 2, waar ik aan het begin van het seizoen door Co Adriaanse naar was verbannen. Op trainingskamp die winter in Portugal liet Koeman me op een kamer met Zlatan slapen. Hij bleek niet zo’n warme persoonlijkheid met wie je meteen contact had, keek heel erg de kat uit de boom, was aanvankelijk erg argwanend en wilde eerst weten of die kale met wie hij de kamer deelde wel oké was.

Ik denk dat Koeman ons bewust samen op een kamer zette, ik als oudere speler met de jonge hond die Zlatan toen was. Na twee, drie dagen kregen we wat beter contact, maar ik herinner me vooral dat hij op de kamer uren met zijn moeder zat te bellen, tot heel laat. Hij had toen al twee telefoons, maar zeker niet uit patserigheid. Zlatan voelde zich destijds onbegrepen.

Tijdens de trainingen zag ik dingen waarvan ik dacht: ongelooflijk. Doel ik op solo’s langs drie, vier spelers en schoten vanaf dertig meter van de goal die zo in de bovenhoek vlogen. Maar van het soort jonge spelers dat schittert op trainingen had ik er al heel veel gezien. Ik dacht: daar heb je weer zo’n voetballer die op de training alles kan, maar in een wedstrijd blokkeert. Ik moet toegeven dat ik dat fout heb gezien. Zlatan begon in wedstrijden ook te tonen wat hij op de trainingen liet zien.

Ik heb in totaal een jaar de kleedkamer met hem gedeeld. In het tweede seizoen verdween mijn scepsis definitief. Denk aan de Champions League-wedstrijd thuis tegen Olympique Lyon in 2002. Ik viel in de tweede helft in. In de eerste helft had hij op dat hoge niveau twee heel mooie doelpunten gemaakt, de eerste na een solo en de tweede met zo’n verwoestend schot. Na die wedstrijd wist ik het zeker: Zlatan wordt een topper.”

Zlatan in de gwonnen bekerfinale tegen FC Utrecht

Andy van der Meijde (was de speler met wie Zlatan het beste op kon schieten tijdens zijn jaren in Amsterdam)

“Vanaf dag één dat ik hem tegenkwam bij Ajax klikte het tussen Zlatan en mij. Maar ook met Mido en Cristian Chivu was dat het geval. W werden al vrij snel goede vrienden, zaten altijd met z’n vieren achterin de bus. Toen ik in 1997 als broekie in Ajax 1 debuteerde, voelde ik me heel ongemakkelijk. Ik was helemaal niet blij en dat kwam vooral door de wijze waarop de gevestigde spelers met mij omgingen en tegen mij aankeken. In 1999 werd ik een jaar aan FC Twente uitgeleend en daar voelde ik me super. Toen ik terugkwam, trok ik me het lot van jonge spelers aan, hoewel ikzelf ook nog jong was. Ik wilde voorkomen dat ze zouden voelen wat ik had gevoeld, hoopte dat zij zich wel meteen thuis zouden voelen.

Zlatan zei altijd: ‘Jij bent geen Nederlander, je hebt een heel andere mentaliteit.’ Het boterde gewoon, we zochten elkaar altijd op. We woonden allebei alleen in Diemen, dus ik kwam hem geregeld ophalen om samen te eten. Dat schaarincident met Mido herinner ik me nog heel goed. Het was in die tijd Mido of Zlatan, het botste omdat ze allebei wilden spelen, maar tegelijk ook goed met elkaar omgingen buiten het veld. Op trainingen wilden ze altijd van elkaar winnen, eigenlijk met alles.

Na een thuiswedstrijd tegen PSV, die we hadden verloren, liepen ze op elkaar te fitten over verkeerde ballen die ze gekregen hadden of gegeven hadden. Dat ging in de kleedkamer verder. Op een gegeven moment had Mido het gehad en hield zijn mond, maar Zlatan bleef maar doorgaan. Mido zat met een schaar zijn bandage los te knippen, Zlatan begon weer over een bal en toen had Mido er zo genoeg van dat hij die schaar naar Zlatan gooide. Ze hebben het zelf daarna overigens ook weer opgelost.

Wat Zlatan de rest van zijn carrière liet zien, liet hij meteen ook al op trainingen bij Ajax zien. Hij was een man van acties. In een wedstrijd wilde hij het liefst drie man passeren voordat hij de bal afgaf. En hij wilde scoren. Als zijn actie mislukte, werd hij weleens uitgefloten. Daar begreep hij niets van. Ik vertelde hem zich niets van het publiek aan te trekken. Maar ja, dat was niet zo simpel als het klinkt. Ik stimuleerde hem in de wedstrijd niet anders te zijn dan op de training, waar ik soms met open mond naar hem stond te kijken.

Wat ons bond? We waren beiden jongens van de straat, jongens die bij wijze van spreken niet deugden en ook allebei alleen door onze moeders waren opgevoed. Zonder dat we dat uitspraken, gaf dat een verbondenheid. We waren eenzelfde soort mens. Zlatan is arrogant, is echt het mannetje, denkt altijd dat hij met alles de beste is. Zo staat hij in het leven. Tegelijk interesseert het hem niet wie je bent of wat je doet, hij beoordeelt je als mens. Als hij je mag, doet hij alles voor je. Hij vond aan mij leuk dat ik ook maling had aan alles en iedereen en dat ik goed kon voetballen. Hij voelde zich bij mij thuis, ik heb hem opgevangen en door mij voelde hij zich ook thuis bij Ajax.”

Ronald Koeman (volgde in december 2001 Co Adriaanse op als trainer van Ajax)

“Ik trof een spelersgroep aan die niet alleen jong was, maar ook qua hardheid en beleving niet in evenwicht was. Dus ik haalde meteen Jan van Halst uit die zogenaamde kleedkamer 2. Uit de gesprekken met Beenhakker had ik wel begrepen dat Zlatan het grootste talent was. Maar hij had het moeilijk, vooral met het spelen als nummer negen tussen twee buitenspelers. Dat zijn buitenlandse spitsen niet gewend. Onder mij speelde hij in het begin ook niet alles, stond Mido weleens in de spits. Europees speelde hij wel altijd, omdat ik dan geregeld met twee spitsen speelde. De ene keer vervulde hij die rol van nummer 9 beter dan de andere keer, maar dat hij kwaliteiten had, daaraan twijfelde niemand. Zijn lichte voetenwerk en zijn lengte, maar ook zijn kracht, maakten hem uniek.

In die wedstrijd van het schaarincident, een jaar na mijn aanstelling, viel Mido in. Op een gegeven moment stond Zlatan voor de goal en gaf Mido de bal niet. Na de wedstrijden gingen ze daarover door, ze scholden op elkaar. Zlatan was geen makkelijke jongen, hij kon de ene dag vrolijk naar huis gaan en de volgende dag zo nors de kleedkamer binnenkomen dat je dacht: met wie heeft hij ruzie gehad? Je wist nooit in welke gemoedstoestand hij verkeerde. Op trainingen kon hij ook weinig hebben, wilde hij weleens een elleboogje uitdelen, behalve aan Chivu. Ik zette Chivu in partijtjes dus altijd maar op Zlatan, want Chivu mocht hem aanpakken. Dat vond hij nog leuk ook.

Ik heb in het begin veel tijd in hem gestoken, veel met hem gesproken. Hij was jong, woonde alleen in Amsterdam en was soms ook wel baldadig. Ik weet niet of ze in een Porsche of Maserati reden maar ik weet wel dat Mido en Zlatan nog weleens te hard reden, ook op het dek van de Arena. Dat kreeg ik als trainer dan op m’n bordje. Dus ik sprak met hem over z’n leven buiten het voetbal. Ik moest zo’n speler ook een beetje opvoeden. Op een gegeven moment was een transfer niet meer tegen te houden.

Ik was het alleen niet eens met Louis van Gaal, toen technisch directeur, die zei dat als we zeven of acht miljoen konden vangen, Zlatan verkocht mocht worden. Dat was voor mij onbespreekbaar. Zo’n jongen konden we niet tegenhouden, maar ik kon me pas neerleggen bij het dubbele bedrag. Bracht hij niet iets van zeventien miljoen euro op?

Vlak voor die transfer hadden we nog dat gesprek met de hele selectie over het incident tussen Van der Vaart en Zlatan tijdens Zweden- Nederland. Iedereen wist dat het niet boterde tussen die twee. Zlatan was de nummer 9, maar bij Ajax is ook de nummer 10 heel belangrijk en dat was Rafael. Bij Ajax scoorde de tien ook altijd veel, of het nou Dennis Bergkamp, Jari Litmanen of Van der Vaart was. De nummer 9 moest vaak ruimte maken voor de nummer 10. Maar of dat de oorzaak van de verwijdering is, weet ik niet. Ze lagen elkaar gewoon niet. Toevallig zaten mijn vrouw Bartina en ik later in een restaurant in Manchester te eten toen Zlatan binnenkwam. Hij kwam even aan ons tafeltje een praatje maken. Er is altijd wederzijds respect tussen ons geweest en gebleven.”

 

Delen: