Word abonnee

Wielrennen

‘Er zitten echte gekkies tussen’

Dirk-Jan van Dijk

Wielrennen

‘Er zitten echte gekkies tussen’

door: Jasper Boks
19 juni 2017
19 tot 24 minuten lezen

Tijs van den Brink volgt op de voet elke trap die Robert Gesink doet. Als de renner van LottoNL- Jumbo wint, juicht de EO-presentator mee. In aanloop naar de Tour de France arrangeerden we een meet & greet. “Hoe doe jíj dat met het gezin?”

Tekst gaat verder onder de foto

Met zijn telefoon in de hand staat hij langs de kant, terwijl het peloton voorbij zoeft. De geconcentreerde blik verandert in een triomfantelijke als de renners weer uit het zicht zijn. In de pocket, zie je Tijs van den Brink denken. “Zag jij Robert trouwens?”
De journalist, radio- en televisiepresentator van de EO is in alle vroegte opgestaan voor een bezoek aan de Waalse Pijl. Of eigenlijk: een bezoek aan Robert Gesink, van wie Tijs al jaren een groot bewonderaar is. Hij heeft er werkzaamheden voor afgezegd, want ’s avonds zou hij in de radiostudio in Hilversum moeten zitten. Je bent een doorgewinterde fan of je bent het niet.
Gewapend met een fototoestel en zijn eigen racefiets – uiteraard van Bianchi, hetzelfde merk waar Robert op fietst – in de kofferbak ging het richting de start in Binche. Daar was nog even tijd om foto’s te nemen bij de bus van Team LottoNL-Jumbo. Vervolgens parkeerde Tijs zijn auto aan de voet van de Muur van Huy, deed zijn wielerkleding aan en pakte zijn fiets uit de auto. Liefst vier keer achtereen beklom hij de gevreesde ‘pukkel’ in het Belgische landschap met een maximale hellingsgraad van 21 procent. Het officiële parcours mocht hij niet betreden, dus nam hij de alternatieve, iets minder steile route naar boven, maar dat mocht de pret niet drukken.
Voor de finish van de profs heeft hij zich weer snel omgekleed. “Kom op Robert!” roept Tijs als hij aan zijn laatste meters bezig is. Hij eindigt op plaats vijftien. “Dat is voor nu prima, Robert is net terug van trainingskamp,” analyseert Tijs, “ik heb er alle vertrouwen in dat hij dit jaar nog heel mooie dingen gaat laten zien.”

Robert ‘Ik ging met een petje ver over mijn hoofd naar de supermarkt. Hoefde ik met veel minder mensen oogcontact te hebben’

Een paar uur later, na de massage en maaltijd, schuift Robert aan in de lobby van hotel Van der Valk in Maastricht voor deze speciale meet-and-greet.

“Ik volg Robert overal,” bekent Tijs.
“Dat heb ik meegekregen door de manier waarop je over me twittert,” zegt Robert lachend.
Tijs: “Als Robert aan de andere kant van de wereld fietst, zit ik zelfs ’s nachts weleens voor de tv. Verder zijn er van die vage internetlinkjes waarop je koersen als de Ronde van Baskenland kunt volgen. Zit ik in Hilversum op de redactie de uitzending voor te bereiden en loopt in een hoekje van m’n computerscherm de koers mee. Meestal is de finish tussen vijf uur en halfzes. Komt precies goed uit, want om halfzeven begint m’n uitzending. En ik volg nauwgezet wat Robert doet op Strava, op die app kan ik precies zien wat je hebt gedaan tijdens trainingen. Maar toen je op trainingskamp was, kon ik niet altijd je hartslag en wattages aflezen. Hoe zit dat?”
Robert: “Ik zet niet alles meer op Strava, Tijs.”
Tijs: “Daar was ik al een beetje bang voor…”
Robert: “Het liefst deel ik alles, ik heb niets te verbergen. Ik krijg ook vaak leuke reacties van mensen die me volgen op Strava. Mensen krijgen een goed inzicht van wat ik allemaal voor m’n sport moet doen en laten. Maar vanuit de ploeg is het me afgeraden, de concurrentie kijkt immers ook op Strava. We hebben veel geïnvesteerd in de trainingsaanpak en we proberen de trainingsvormen een beetje te beschermen.”
Tijs: “Ik snap het, maar als fan vind ik het jammer.”

Robert was twintig toen Tijs hem in het vizier kreeg. Het was 2007 toen hij zich als eerstejaars professional meteen liet gelden bij Rabobank.
Tijs: “Ik was fan van Michael Boogerd, maar hij had zijn afscheid aangekondigd. Dus moest ik op zoek naar een nieuwe wielerheld. En die had ik dus snel gevonden. Als jonkie reed Robert meteen heel goede uitslagen. In z’n eerste grote ronde, de Vuelta van 2008, werd hij zevende. Toen wist ik: dit is ’m!”
Robert knikt: “Het is snel gegaan, ja. Laatst wilde een jonge ploeggenoot weten hoe hij al die bidons het best in zijn shirt weg kon steken als hij water ging halen. Moest hij niet aan mij vragen, want ik mocht als jonge renner meteen die stap overslaan. Dat had ook te maken met het vacuüm dat er toen was binnen de Rabo-ploeg. Erik Dekker was gestopt, met Boogerd heb ik nog drie koersen gefietst; ik kreeg meteen de ruimte.”
Tijs: “Het mooie van Robert is: als hij zich ergens op heeft gefocust en hij blijft gevrijwaard van pech, dan weet je dat hij ook goed meedoet. Daarom is het fijn om supporter van hem te zijn.”

Delen: