Word abonnee
Meer

Hockey

Meer dan hockey: het verhaal achter Duco Telgenkamp

Duco Telgenkamp (23) is geen doorsnee hockeyer. Hij is [...]
Duco Telgenkamp (23) is geen doorsnee hockeyer. Hij is uitgesproken, zoekt graag de grenzen op en combineert hockeyen bij Kampong en het Nederlands team met het runnen van een succesvol bedrijf. Tijd om de maker van de beslissende goal op de Spelen van Parijs beter te leren kennen. Zo zouden familie en vrienden mijn karakter omschrijven... “Een lefgozer. Niet te veel nadenken, maar vooral doen. Ik sta bij weinig dingen lang stil. Als ik ergens in geloof, ga ik er volledig voor. Dan kan wat andere mensen ergens van vinden mij niet zoveel schelen.” Dit is mijn grootste passie naast hockey... “Ondernemen en boksen. Als we geen hockeytraining hebben, ga ik vaak boksen met vrienden bij OVA Gym in Den Haag. Die boksschool hebben zij samen opgezet. Ik vind het om te doen bijna leuker dan hockeyen, maar om te kijken zeker. Eigenlijk hou ik van alle vechtsporten: MMA, kickboksen, normaal boksen. Ik heb mijn hele leven al aan vechtsport gedaan en ik denk dat het veel waardevolle lessen biedt. Je krijgt nergens zo concreet feedback in het leven als bij vechtsport. Als ik met boksen even niet gefocust ben, heb ik een tik op mijn neus te pakken. Bij hockey kun je jezelf nog verstoppen als je een verkeerde bal geeft en denken: volgende keer beter. Verder ben ik druk bezig met ondernemen. Ik heb vorig jaar een platform gelanceerd, genaamd Revived. Een streamingsdienst die zich richt op lichamelijk en mentaal welzijn. Daarop bieden we series en documentaires aan op het gebied van sport, voeding en mentale kracht. Daarvoor werken we samen met bekende Nederlandse sporters als Edwin van der Sar, Inge de Bruijn en Anouk Hoogendijk.” Mijn favoriete jeugdherinnering is... “Op het EK met Jong Oranje scoorde ik een bijzonder doelpunt in de finale, die we uiteindelijk wonnen. Dat was een doorslaggevend moment voor mij. In de jeugdelftallen werd er niet echt omgekeken naar mij. Ik was niet het grootste talent, moest het hebben van hard werken. Mensen zeiden tegen me dat ik niet goed genoeg was en ik viel vaak als één van de eersten af bij jeugdelftallen. Door mijn belangrijke rol op dat EK kreeg mijn vertrouwen een boost. Ik dacht: zie je wel, ik kan het gewoon. Mijn doorbaak bij Kampong en het grote Oranje volgenden snel daarna.” Deze serie of film raad ik aan... “The Last Dance. De Netflix-serie over de carrière van Michael Jordan.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Duco Telgenkamp lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Basketbal

Van ‘luie puber’ tot NBA-center: het onwaarschijnlijke verhaal van Quinten Post

Quinten Post stopte op zijn vijftiende met basketbal. Anderhalf jaar later begon hij opnieuw. Nu, op zijn 26ste, is hij center van Golden State Warriors, een van de beste teams in de NBA. Een gesprek met de geboren Amsterdammer over zijn opmerkelijke weg naar de top. "Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen." Geregeld scheurt een 2 meter 13 lange Nederlander op een e-step door de straten van San Francisco. Zijn naam: Quinten Post. “Ik woon in een vrij moderne wijk op korte afstand van Chase Center, rij vaak met een e-step naar de hal toe. Dat gaat vlotter dan met de auto.” De geboren Amsterdammers is sinds 2024 center van NBA- team Golden State Warriors. Dat is niet zomaar een club, het is het meest succesvolle team van de afgelopen jaren getuige de kampioenschappen in 2015, 2017, 2018 en 2022. Quinten speelt er aan de zijde van superster en volbloed schutter Stephen Curry, al jaren een van de beste basketballer ter wereld. In de kleedkamer zit hij vlak bij Curry , in de ogen van Post de allerbeste schutter die ooit geleefd heeft en de man die de driepunter heeft gerevolutioneerd. Op 27 december 2024 ging een droom in vervulling en speelde Quinten zijn eerste minuten in de NBA. Hij verdiende vervolgens een jaarcontract voor het huidige seizoen. Hij is niet meer weg te denken uit de vaste groep spelers die coach Steve Kerr benut. Maar achter dat ogenschijnlijke vanzelfsprekende schuilt een wereld die allesbehalve gewoon is. Quinten is in een totaal andere wereld terechtgekomen. Het spelen in de NBA is enorm intensief. Voor de 82 competitiewedstrijden in het reguliere seizoen reist hij zeven maanden lang door heel Amerika. Uitrusten gebeurt vaak in het vliegtuig. a die 82 wedstrijden volgen voor de Warriors vrijwel altijd de play-offs. Als je team het daar goed doet komen er nog eens twintig wedstrijden bij. Om in zo’n situatie je ritme en voldoende ontspanning te vinden is een behoorlijke uitdaging die Quinten moest leren omarmen. Daarnaast weet hij de schijnwerpers voortdurend op zich gericht. De wedstrijden van de Warriors zijn wereldwijd te zien en hij doet zijn ‘werk’ in sportstadions die gevuld zijn met twintigduizend toeschouwers. Luie puber Quinten heeft het geschopt tot de NBA. Gedurende zijn eerste seizoen had hij geregeld contact met Rik Smits, die twaalf seizoenen center van de Indiana Pacers was in de NBA. The Dunking Dutchman werd in 1998 als eerste en enige Nederlander gekozen voor de jaarlijkse All Star Game. Quinten dineerde afgelopen seizoen met zijn in de staat Arizona wonende voorganger, van wie hij vroeger een basketbalboek met plaatjes had, en luisterde naar zijn ervaringen. Hij sloeg alle bruikbare informatie op. Toch scheelde het maar een haartje of hij had een heel andere baan gehad en waarschijnlijk nog in Amsterdam gewoond. Quinten stopte op zijn vijftiende met basketbal. Door allerlei oorzaken versleet hij drie scholen en was zijn motivatie voor basketbal helemaal weg. “In die periode groeide ik van 1 meter 85 naar 2 meter 6. Ik klooide maar wat aan en mijn ouders hielden wel een oogje in het zeil, maar lieten mij vooral mijn eigen weg vinden. Ik was een behoorlijk luie puber. Voor de selectie van Nederland onder 15 moest ik in het weekend van negen tot vijf trainen. Dat zag ik helemaal niet zitten. Ik deelde dat op een dag met mijn moeder. Mijn vader stond de volgende ochtend op mij te wachten. Als ik niet meer wilde basketballen, dan moest ik dat zelf maar tegen de coach zeggen. De coach zei alleen maar: ‘Oké.’ Ik had niet de illusie dat ik de selectie zou halen, dus wellicht dacht de coach alleen maar: hoef ik in elk geval een speler minder teleur te stellen.” Zijn basketbalpensioen duurde anderhalf jaar. Zijn eveneens basketballende vader Arjen wist Quinten zover te krijgen dat hij een keer mee ging doen met het team van zijn pa. “Na een paar keer begon ik de smaak weer te pakken te krijgen. Halverwege het seizoen ging ik bij Apollo in het derde team van onder 18 spelen. Ik werd steeds beter.” Na dat seizoen werd hij ingedeeld in het tweede, waarop Quinten op coach Wierd Goedee afstapte. “Ik wilde bij Apollo in het eerste team van onder 18 spelen. Goedee twijfelde of ik het basketbal wel serieus genoeg nam. Ik vertelde dat ik de keuze om het basketbal heel serieus te nemen al had gemaakt en kreeg de kans om dat te bewijzen in het eerste.” Al snel voelde Quinten dat hij klaar was voor een volgende stap: het buitenland. Vader Arjen stuurde mails naar vooraanstaande Europese clubs. Alba Berlin toonde belangstelling. Met de jeugd van Alba speelde hij een jaar lang tegen seniorenteams op het vierde niveau van Duitsland. Quinten kreeg steeds meer controle over zijn snel gegroeide lichaam en na een jaar was hij klaar voor een volgende stap. “Ik ben met mijn vader om tafel gaan zitten en we hebben de opties op een rijtje gezet. Ik kon naar een nog hoger aangeschreven basketbalopleiding in Europa of de stap maken naar een Amerikaans college. Mijn vader was meer een voorstander van de Europese route; naar Servië. Ik koos vastberaden voor de stap naar Amerika.” Quinten glimlachend: “Mijn stiefmoeder vertelde dat mijn vader een aantal nachten slecht geslapen heeft toen ik tegen zijn advies in een andere keuze maakte.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Quinten Post lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami.Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Bobslee

Kimberley Bos: ‘Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is’

Kan Kimberley Bos (32) goud winnen in het skeleton? Het zou een sensatie zijn voor de vrouw die vier jaar geleden olympisch brons won en vorig jaar de wereldtitel veroverde. Een verhaal over blauwe plekken, Nicolien Sauerbreij en haar bijzondere weg naar de top. MIJN WERELDTITEL Je bent al jaren de meeste constante skeletonster, maar de wereldtitel ontbrak nog. Hoe groot was de ontlading toen je in maart goud won? “Heel groot. Ik zat er al jaren in de buurt. Afgelopen jaar was het ook weer heel erg spannend: de eerste zeven in het klassement stonden na de eerste dag heel dicht bij elkaar. Op de tweede dag viel het goed.” Hoe komt het dat het de jaren daarvoor steeds net niet lukte? “De concurrentie is heel goed. Daarnaast is skeleton een buitensport, heel veel factoren zijn van invloed op je prestaties. Het is heel moeilijk om vier goede runs achter elkaar neer te zetten. Ik ben de afgelopen jaren steeds constanter geworden. In St. Morriz, tijdens het WK in 2023, heb ik een heel goed WK gesleed, maar was een Duitse net een honderdste beter. Zilver. Tijdens het WK van 2024 in Winterberg was het duidelijk waarom het niet lukte; ik kampte met technische problemen. Het was eigenlijk een kwestie van tijd dat ik wereldkampioen zou worden. Alles moest alleen even op z’n plek vallen.” Hoe heb je het gevierd? “Niet erg uitbundig. Je hebt nog een dopingcontrole en tegen de tijd dat je die hebt gehad, is het vaak al heel laat. We hebben op de terugweg nog een pizza gehaald, een drankje gedaan en daarna ben ik mijn bed ingedoken. Helemaal gesloopt... heel saai eigenlijk.” MIJN ANGSTEN Ben je weleens bang als je met je hoofd naar voren en op je buik op je slee ligt? “Bang, nee, dat ben ik nooit als ik bovenaan de baan sta. Soms heb ik onderweg wel eens dat ik denk: oei, dat ging maar net goed. Toen ik in Cortina d’Ampezzo voor het eerst bovenaan de olympische baan stond, voelde ik wel zenuwen. Omdat het daar moet gebeuren. Kijk, er kleeft natuurlijk altijd een risico aan onze sport, daarom moet je altijd heel erg alert zijn. Ach, het maakt de sport ook wel mooi dat het gevaar altijd ergens aanwezig is.” In 2024 sloot de sluiting van je helm net voor de start niet. Toch ging je naar beneden. Je zag bijna niks en werd negende bij dat WK. Daar heb je slechte nachten van gehad... “Tijdens dat WK ging veel mis. Voor de start van mijn run kreeg ik mijn helm niet vastgeklikt, terwijl ik van start moest. Het gaat op zo’n moment allemaal zo snel, je moet in een split second risico’s afwegen en handelen. Wat ik heb gedaan, raad ik absoluut niemand aan. Het belangrijkste was dat ik van start ging, anders was ik meteen gediskwalificeerd. Het was in Winterberg, dat is mijn thuisbaan. Ik wist dus goed dat ik niet van mijn slee af zou vliegen. Bij veel andere banen, die veel gevaarlijker zijn, had ik het niet gedaan. 'Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht' Tijdens de race kwam mijn losse helm steeds verder omhoog, dus op een gegeven moment zag ik niks meer. Niet heel bevorderlijk voor de veiligheid en snelheid. Het was eigenlijk te idioot voor woorden. Ik ben niet gediskwalificeerd, omdat er in de regels staat dat de helm op je hoofd moet zitten, niet dat die vast moet zitten.” Lachend: “Dat de helm wél echt vast moet zitten, hebben ze na afloop aangepast in de regelementen.” Jouw ouders krijgen vast af en toe een hartverzakking. “Mijn moeder had toen ik overstapte van de bobslee naar de skeleton geen idee van de gevaren. Wij skeletonners crashen vaker, maar de klappen van de bobslee hebben meer impact. In de beginjaren van skeleton, bobsleën en rodelen zijn er veel ongevallen geweest. Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is.” Waarom heb jij de overstap gemaakt van de bobslee naar de skeleton? “Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht. Daardoor verloor ik al zoveel tijd tijdens de start en dat haalde ik niet meer in. Ik ben tussen de 65 en 70 kilo, een bobsleepiloot moet minstens 75 kilo zijn, maar het liefst nog iets zwaarder. Dat krijg ik er niet bij zonder dat het ten koste gaat van mijn atletische lijf. Ik kan vast wel 75 kilo worden, maar dan kan ik niet meer normaal rennen.” Krijg je mentale hulp? “Ik werk met een sportpsycholoog, zij is helemaal geïntegreerd in mijn team. Mijn coach Joska Le Conté, fysio en mental coach werken allemaal heel nauw samen, zodat ik mentaal gezien zo rustig mogelijk aan de start sta. In onze sport kun je fysiek nog zo goed zijn, als je het in je hoofd niet op een rijtje hebt, ga je nooit heel hard.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Kimberley Bos komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Mountainbiken

Dé sportmomenten van 2025: de mentale strijd van Fem van Empel

En dat is drie. Fem van Empel veroverde op 1 februari na [...]
En dat is drie. Fem van Empel veroverde op 1 februari na een spannende strijd met Lucinda Brand en Puck Pieterse de hattrick aan wereldtitels veldrijden compleet in het Franse Lievin. Ze was nog maar 22 jaar toen ze voor het derde jaar op rij de regenboogtrui aan mocht trekken. Even zo vaak werd ze Europees kampioene. En dan te bedenken dat ze het veldrijden ook nog combineerde met het mountainbiken en wielrennen op de weg. Het leven lachte het multitalent toe. Afgelopen vrijdag maakte ze bekend voor onbepaalde tijd te stoppen met topsport, haar contract met Visma-Lease a Bike wordt daarom op 1 januari beëindigd. We wensen haar alle geluk. Schijn bedriegt. Terwijl Fem de sportieve successen opstapelde, vocht ze tegelijkertijd een mentale strijd uit met zichzelf. Met een korte, openhartige boodschap op haar Instagram maakte ze In maart bekend dat ze een pauze in ging lassen. "Ik voelde eigenlijk allang dat het niet goed met me ging," vertelde ze in oktober een interview met Sporza. Ze voelde al langere tijd dat het niet goed met haar ging. "Maar als sportief alles heel goed gaat, is het lastig om te zeggen: we stoppen ermee. Ook al is het gevoel bij jezelf niet goed. Voor de buitenwereld heb ik goed verbloemd dat het helemaal niet goed met me ging. Als sporter was ik succesvol, maar dat had zijn consequenties op menselijk vlak." Het perfectionisme van Fem zat haar in de weg. "Ik mocht niks meer van mezelf. Ik kon zelfs niet meer genieten van een vrije dag om eens iets anders te gaan doen. Het ging non stop door. Ik was mezelf niet meer. En ik ben blij dat ik dat toen ook openlijk uitgesproken heb. Daar ben ik misschien nog wel het meest trots op. Ik heb me toen kwetsbaar opgesteld, zonder ermee bezig te zijn wat de reacties zouden zijn. Ik koos voor mezelf op dat moment. Het ging erom om mezelf weer te ontdekken." Tijdens de break van het fietsen deed ze ‘heel normale dingen’. "De stad in om iets te eten, met vrienden afspreken, lange wandeltochten met m'n oom. Het heeft me zoveel inzicht gebracht over hoe ik het op een andere manier wil doen." ‘Ik heb verbloemd dat het niet goed ging’ In oktober keerde ze terug. Ze verklapte dat de focus op veldrijden ging, dat het wielrennen op de weg niet de prioriteit meer heeft. Ze wil dingen doen waar ze lol aan beleeft. Maar al snel kneep ze opnieuw in de remmen. Een radiostilte volgde. Bondscoach Gerben de Knegt zei tegen Het Nieuwsblad: “Ik weet wat er speelt. Ze zit fysiek en mentaal niet in haar beste periode. Laten we het daar dan maar op houden.”

Hockey

Dé sportmomenten van 2025: Yibbi en de Europese titel

Yibbi jansen haar carrière nam een vlucht sinds de Spelen [...]
Yibbi jansen haar carrière nam een vlucht sinds de Spelen in Parijs vorig jaar. Met haar genadeloze strafcorner leidde ze de Nederlandse hockeysters naar olympisch goud. Ze werd uitgeroepen tot wereldspeelster van 2024 én FHM-sportvrouw van het jaar. In de Hockey India League was ze vorige winter de bestbetaalde buitenlander: in een paar weken tijd verdiende ze 32.000 euro. Kinderen staan in de rij voor haar handtekening, op Instagram heeft ze al meer dan 100.000 volgers en ook bedrijven gaan samenwerkingen met haar aan. Yibbi is allang niet meer alleen een hockeyster. Ze is een merk. De dochter van Ronald Jansen, voormalig keeper van het Nederlands hockeyelftal, besloot zelfs dat haar achternaam op het shirt plaats moest maken voor ‘YIBBI’. Op het EK van afgelopen zomer bewees Yibbi nogmaals dat zij het ‘nieuwe’ boegbeeld is van de Nederlandse hockeydames. Ze werd topscorer van het toernooi en verkozen tot beste speelster van het EK. Je zou het bijna vergeten: Oranje werd ook ‘gewoon’ voor de vijfde opeenvolgende keer Europees kampioen. Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards. Toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune. Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Zwemmen

Dé sportmomenten van 2025: Zwemkoningin Marrit Steenbergen

Marrit Steenbergen is de eerste Nederlandse zwemster die [...]
Marrit Steenbergen is de eerste Nederlandse zwemster die een wereldtitel op de langebaan heeft weten te prolongeren. Op de WK langebaan in Singapore in augustus pakte ze voor de tweede maal de wereldtitel op de 100 meter vrije slag, het koninginnennummer van het zwemmen, in een tijd van 52,55. In februari 2024 won ze ook al goud op de 100 vrij, in Doha, toen in een nationaal record van 52,26. Afgelopen week kwamen daar zes Europese titels bij, waarvan vier in een Europees record. Marrit verkeerd in de vorm van haar leven en zwemt de legendes uit de boeken. In het eindejaarsnummer van Helden, dat nu in de winkel ligt en online te bestellen is, blikt Marrit terug op haar tweede wereldtitel. “Ik was voor die finale behoorlijk zenuwachtig, dat ben ik normaal gesproken nooit zo erg. Die zenuwen hadden ermee te maken dat ik het gevoel had dat het weleens een heel mooie avond kon worden…” Kinderen willen met Marrit op de foto. Ze wordt vaak bewonderend nagekeken, krijgt verzoeken en uitnodigingen, toch zijn er nog steeds twijfels in haar hoofd. Marrit: “Ik realiseer me steeds meer: ik hoor er dus bij. Maar als ik aan het trainen ben, vergeet ik dat al heel snel weer. Dan ligt snel de onzekerheid weer op de loer, kan ik denken: ik moet mezelf niet rijk rekenen, voor hetzelfde geld hoor ik er de volgende keer niet meer bij. Die twijfels houden me ook scherp.” Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards: toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune, Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.  

Handbal

Dione Housheer: in de schijnwerpers

Handbalster Dione Housheer is 26 en heeft nu al bereikt waar ze als jong meisje van droomde. Ze werd wereldkampioen met het Nederlands team in 2019 en won afgelopen seizoen de Champions League met haar Hongaarse club Györ. Hoog tijd om een van de nieuwe boegbeelden van Oranje beter te leren kennen in aanloop naar het WK handbal in Duitsland en Nederland (27 november - 14 december). Mijn looks “Ik ben kleurrijk. Dat komt door mijn rode haar, maar ook door mijn persoonlijkheid. Ik ben vrolijk en energiek, draag graag kleur. Je ziet wel iemand staan als je naar me kijkt. Ik was iets meer een buitenbeentje qua uiterlijk en viel daarom op. Vroeger op school trok ik aandacht vanwege mijn haar. En mijn huid is ook wat witter dan gemiddeld. Ik werd niet gepest, maar er werd wel over me gesproken en geregeld ‘ginger’, ‘vuurtoren’ of iets anders in die strekking naar me geroepen. Soms dacht ik: het was rustiger geweest als ik gewoon blond of donker haar had gehad. Toch raakten die opmerkingen me niet echt, ik was vroeger al mondig en riep altijd wel wat terug. En ik heb ook geregeld complimenten gekregen, hoor. Mensen zeiden ook: ‘Wat heb jij mooi haar, had ik dat maar.’ Mijn rode haar ervaar ik meer als positief dan negatief, ik zou niet anders willen.” Lachend: “Een voordeel is dat mijn oma mij altijd meteen herkende op tv, omdat ik als enige rood haar heb in het team. Ik ben trots op mijn lichaam en wat het aankan. Wij krijgen enorme klappen in het veld. Ik draag een knielap omdat ik vaak op mijn knie val, en twee enkelbraces, omdat ik beide enkelbanden vroeger heb afgescheurd. En ik moet extra aandacht aan mijn schouder besteden. Mijn hele linkerarm krijgt veel te verduren, ik haal er zoveel kracht uit bij een worp. Ik ben net 26, maar ik merk inmiddels wel dat het fysiek zwaarder wordt. Ik speel al een aantal jaren in de Champions League en het speelschema is intens. Vakantie of überhaupt een dag vrij hebben wij nauwelijks. Voorheen dacht ik: we hebben getraind, ik ben nu klaar. Tegenwoordig denk ik: na de training begint het pas, het is zaak zo snel mogelijk te herstellen door mid- del van goede fysiotherapie, massages en goede voeding. Dat onderschatten buitenstaanders weleens. Die denken: je handbalt een paar uur per dag, dat is het. Maar wat er allemaal bij komt kij- ken, is best veel.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het verhaal over Dione Housheer komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Zwemmen

Ranomi Kromowidjojo en Marrit Steenbergen: ‘Laat Marrit het nu maar lekker doen’

Ze hadden allebei een ‘gouden jaar’. Marrit [...]
Ze hadden allebei een ‘gouden jaar’. Marrit Steenbergen (25) pakte opnieuw WK-goud op het koninginnennummer van het zwemmen, de 100 meter vrije slag. Ranomi Kromowidjojo (35) werd in februari moeder van dochter Livia. Helden bracht de huidige zwemkoningin en haar voorgangster, tegenwoordig nog bij het topzwemmen betrokken als mentor, samen voor een goed gesprek in Helden Magazine 79. Marrit Steenbergen & Ranomi Kromowidjojo “We zagen elkaar vanmorgen nog in het zwembad, toen jij je op de fiets in het zweet aan het werken was,” zegt Ranomi Kromowidjojo als ze Marrit Steenbergen een begroetingsknuffel geeft. “De fiets naast mij was nog vrij, hè,” zegt Marrit lachend. Ranomi: “Ja doei! Daar ga ik echt niet meer op zitten. Die tijd is voorbij.” Marrit: “Ik heb je nu al een paar keer uitgenodigd om mee te trainen als ik je tegenkom, maar telkens zeg of schud je ‘nee’.” Ranomi lachend: “Ik heb steeds een mooi excuus. Dan zeg ik: ik moet werken. Of: ik moet naar huis, Livia wacht op me.” Gewoon gaan Ranomi is sinds 26 februari dit jaar moeder van dochter Livia. Ze zwom in december 2021 haar laatste toernooi, veroverde in haar laatste race nog de wereldtitel op de 50 meter vlinderslag bij de WK kortebaan. In januari 2022 maakte ze op haar 31ste bekend dat het mooi was geweest na drie keer goud en een keer zilver op de Spelen, zeventien wereldtitels en 24 Europese titels. Maar dat betekende niet dat ze het zwemmen en de sport de rug toekeerde. Na een jaar van bezinning – ze trouwde in die periode met olympisch openwaterkampioen Ferry Weertman en schopte het tot de finale van Wie Is De Mol? – ging ze aan de slag bij BrabantSport en als mentor van talenten bij de zwembond. Ranomi is ook vaste gast bij grote zwemtoernooien in haar functie van ambassadeur van World Aquatics en tijdens de Spelen stond ze langs de zwembadrand met een microfoon van Eurosport in de hand. [caption id="attachment_21799" align="aligncenter" width="1560"] Ranomi Kromowidjojo[/caption] Marrit groeide na het afzwaaien van Ranomi uit tot de nieuwe zwemtroef van Nederland op de vrije slag. Op 1 augustus prolongeerde ze in Singapore de wereldtitel op de 100 meter vrije slag, het koninginnennummer van het zwemmen en ooit ook het jachtterrein van Ranomi. “Ik was voor die finale behoorlijk zenuwachtig, dat ben ik normaal gesproken nooit zo erg,” zegt Marrit als ze in haar hoofd teruggaat naar Singapore. “Die zenuwen hadden ermee te maken dat ik het gevoel had dat het weleens een heel mooie avond kon worden. Tijdens de race was ik heel erg aan het nadenken. In de series en halve finale was het niet helemaal gegaan zoals ik wilde, daarom was ik heel bewust bezig met het uitvoeren van mijn raceplan. De eerste baan moest ik proberen de ontspanning te houden, de rust bewaren en technisch goed blijven zwemmen. Ik keek steeds om me heen op die eerste vijftig meter. Ik bleef goed bij en voelde dat het me eigenlijk best makkelijk afging.” Marrit keerde als derde. En toen moest de fase waarin ze uitblinkt nog komen. Waar anderen verzuren, lukt het Marrit vaak om haar snelheid op de tweede vijftig meter langer vast te houden. “Ik zag halverwege de tweede baan dat ik voor lag. Eigenlijk stopte ik toen pas met nadenken. Vanaf dat moment was het: gewoon gaan.” Marrit tikte aan in 52,55. Mollie O’Callaghan, de Australische wereldkampioene op de 100 vrij in 2022 en 2023 werd tweede in 52,67 en Tori Huske, de Amerikaanse winnares van olympisch zilver in Parijs, pakte brons in 52,89. Milou van Wijk, de tweede Nederlandse zwemster in de finale, werd vierde in 52,91. “Als ik de eerste 75 meter wat minder na had gedacht, dan had ik nog wel wat harder gekund. Op de eerste dag van het WK wonnen we brons op de 4x100 meter vrije slag estafette. Toen dacht ik niet na en zwom ik heel hard.” Lachend: “Achteraf natuurlijk best lekker om te kunnen zeggen dat ik goud heb gewonnen, terwijl ik weet dat ik nog wel een beetje harder had gekund.” “Ik was dus net te laat voor jouw finale,” verzucht Ranomi, “ik was in Singapore namens World Aquatics en had een clinic gegeven op een school aan de andere kant van de stad. Op de terugweg zat het verkeer muurvast. Bij het zwembad trok ik de deur van het busje open en ik rende meteen naar de mixed zone. Daar zag ik jou net aan komen lopen. Ik heb jou gefeliciteerd en ben daarna naar boven gegaan. Toen zag ik pas jouw finale terug. Ik zat in een ruimte waar allerlei bobo’s rondliepen en die feliciteerden mij allemaal met jou. Best raar, als je erover nadenkt, maar wel heel leuk.” Ranomi: 'Ik had natuurlijk al gezien dat Marrit heel goed kon zwemmen. Maar pas toen ik was gestopt en bij mij de oogkleppen afgingen, zag ik hoe goed zij echt was' Ranomi volgt de ontwikkeling van Marrit met grote interesse. Ze waren teamgenoten in Eindhoven. “Ik heb natuurlijk al gezien dat jij heel goed kon zwemmen toen we samen in het water lagen. Maar pas toen ik was gestopt en bij mij de oogkleppen afgingen, zag ik hoe goed jij echt was. Ik spreek onze trainer Patrick Pearson nog af en toe en dan gaat het ook over jou. Daarom kwam het voor mij niet als een verrassing dat je wereldkampioen werd. Van jouw eerste wereldtitel stond ik eigenlijk ook al niet te kijken.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het dubbelinterview met Ranomi Kromowidjojo en Marrit Steenbergen komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Basketbal

Jesse Edwards: ‘Ik koop mijn kleding nog gewoon bij de H&M’

De droom van Jesse Edwards kwam op 2 maart 2025 uit. Hij debuteerde in de NBA voor Minnesota Timberwolves. Helden sprak de 25-jarige basketballer toen hij even terug was in Amsterdam over zijn weg naar de top, de kleedkamer delen met supersterren en geluk in de liefde. “Ik ben niet zo’n extravagant type, koop mijn kleding nog steeds gewoon bij de H&M en Uniqlo,” zegt Jesse Edwards lachend in Bar Louie Louie in zijn geboorteplaats Amsterdam. De 25-jarige basketballer tekende eind juni 2024 een contract bij NBA-team Minnesota Timberwolves. “Veel Amerikaanse jongens die een NBA-contract tekenen, kopen meteen een dure auto of trakteren zichzelf op sieraden. Ik tekende tegelijk met twee Amerikaanse jongens een contract en een van hen kocht van zijn eerste salaris een gouden ketting met diamanten ter waarde van 60.000 dollar. Zo’n type ben ik niet, ik ben geen big spender.” Jesse is terug in Nederland om bij te komen van een jaar waarin zijn droom uit- kwam en zijn leven veranderde. Hij heeft in zijn vakantie genoeg tijd gehad om te laten bezinken wat hem allemaal is over- komen. De 2 meter 13 lange center de- buteerde op 2 maart dit jaar in de NBA, tegen Phoenix Suns. “Niet alleen mijn droom kwam uit, maar ook die van mijn ouders, die altijd alles voor mij hebben gedaan, en mijn broers Kai van 27 en Rens van dertig, met wie ik in Amsterdam altijd op de pleintjes speelde en basketbalwedstrijden keek op tv. Het is niet alleen mijn verdienste dat ik de NBA heb gehaald. Ik ben heel trots dat ik nu officieel als NBA- speler door het leven ga, maar heel lang ben ik niet met mijn hoofd in de wolken blijven lopen. Al snel greep ik terug naar mijn dagelijkse routines.” BASKETBALVIRUS Jesse is goedlachs en vriendelijk. En hij is rustig. Dat was vroeger wel anders, bekent hij lachend. “Ik was zo’n kind dat altijd kwijt was. Op vliegvelden, in supermarkten... mijn ouders waren altijd in de stress. Ik was een kleine avonturier. Pas op de middelbare school werd ik wat rustiger.” Jesse groeide op in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer, was vaak buiten te vinden met zijn broers. “We hadden overal sportveldjes in de buurt. Tot mijn dertiende was ik vooral met voetbal en atletiek bezig.” De broers raakten alle drie besmet met het basketbalvirus. Op zijn veertiende meldde Jesse zich aan bij Apollo. Hij speelde al snel in de eredivisie jeugd. Hoewel hij, net als zijn broers, laat begon met basketballen, twijfelde hij er niet aan dat hij op een dag iets groots zou bereiken. “Ik had altijd al een soort natuurlijke overtuiging. Voordat ik met basketbal begon, geloofde ik heilig dat ik de Olympische Spelen ging halen met atletiek. Rond mijn zeventiende begon ik echt te geloven dat ik de NBA kon halen. Dat kwam ook doordat mensen om me heen het tegen me zeiden. Als coaches, medespelers of trainers zeggen dat je het kunt, dan ga je dat op een gegeven moment ook geloven.” Maar vooral het feit dat broer Kai in die periode de overstap maakte naar Amerika om daar voor een collegeteam te basketballen, opende Jesse de ogen. “Tot dat moment ging ik wel stappen, meiden ontdekken en alle dingen doen die een nieuwsgierige jongen van zestien doet. Dat Kai naar Amerika ging was voor mij het keerpunt. Toen dacht ik: het kan dus echt. Kai heeft me uitgelegd hoe het werkt, me begeleid, tips gegeven. Het bereiken van de NBA veranderde van een droom in een plan. De knop ging om, ik ging echt leven voor mijn sport. Niet veel later vertrok ik ook naar Amerika. Zonder Kai had ik hier niet gestaan.” En sinds hij in de ban was van basketbal volgde hij uiteraard ook de sterren in de NBA. “LeBron James was natuurlijk iemand tegen wie ik opkeek, maar mijn favoriete speler is Giannis Antetokounmpo van Milwaukee Bucks. Zijn verhaal is inspirerend. Hij kwam als vluchteling naar Griekenland en groeide uit tot een van de grootste sterren in de NBA. Als we iets verder teruggaan in de tijd, vond ik Ray Allen ook heel vet. Zijn speelstijl was zó smooth.” Kai speelde na zijn tijd in Amerika drie jaar lang in Spanje, basketbalde vervolgens bij Feyenoord en is nu speler van Landstede Basketbal in Zwolle. De hechte band tussen de drie broers is altijd gebleven. “Voor mijn NBA-debuut dacht ik weleens: hoe zou dit voor Kai en Rens voelen? We begonnen met z’n drieën met basketballen, ik snap dat het confronterend kan zijn als je broertje ineens op het allerhoogste niveau speelt. Maar ik heb nooit ook maar een greintje jaloezie gevoeld. Ze gunnen me alles, zijn mijn beste vrienden. Als ik in Amsterdam ben, zijn zij de eersten die ik bel. Dan gaan we naar het strand, uit eten...” Meer lezen? Het eerste deel van het interview met Foeke Booy over David di Tomasso komt uit Helden Magazine nummer 78. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.

Hockey

Thierry Brinkman – Leven na het goud

Thierry Brinkman (30), aanvoerder van het Nederlands hockeyteam, [...]
Thierry Brinkman (30), aanvoerder van het Nederlands hockeyteam, bereikte vorige zomer zijn ultieme doel: hij won olympisch goud in Parijs. Na een week feestvreugde volgde er een nieuwe club, een huwelijksaanzoek, een verbouwing, de welbekende postolympische dip en een mentale zoektocht. Voor Helden Magazine nummer 77 spraken we Thierry en zijn verloofde Elke Boers in aanloop naar het EK hockey (8-17 augustus) in Duitsland. Thierry Brinkman Ga eens terug naar 8 augustus 2024, de dag van de olympische finale tegen Duitsland die jullie na 1-1 met shoot-outs wonnen. Thierry: “Als team hadden we al zoveel doorstaan sinds de Spelen van Tokio in 2021. De finaledag beleefden we op dezelfde manier als de andere dagen. We hadden hetzelfde dagprogramma, zaten in een toernooibubbel. Pas later beseften we de grootsheid van die wedstrijd. Gelukkig maar, anders waren we alleen maar nerveus geworden. De finale ging een beetje als in een roes voorbij. Ik probeerde die dag te observeren en voelen of iedereen er goed in zat en erop te letten dat niet iemand ineens andere dingen ging doen. Het hele toernooi hielden we ons vast aan bepaalde routines, dat moest op die finaledag niet anders zijn. En we probeerden een beetje ontspanning te vinden. Ik kan me nog herinneren dat ik vlak voor de wedstrijd Steijn van Heijningen, hij verving Tjep Hoedemakers die geblesseerd was uitgevallen, wat meer aandacht gaf voor de wedstrijd. Zijn eerste wedstrijd was meteen de olympische finale. En voor de shoot-outs probeerde ik keeper Pirmin Blaak op zijn gemak te stellen en vertrouwen te geven.” Voelde jij als aanvoerder extra spanning en verantwoordelijk? “Druk en verantwoordelijkheid voelde ik zeker. Het is de bedoeling dat de aanvoerder in een finale zijn niveau haalt en het team op sleeptouw neemt. Ik kende van iedere teamgenoot het persoonlijke verhaal en de weg die hij heeft moeten afleggen om het hoogst haalbare te bereiken. Vanaf de Spelen in Tokio in 2021 ben ik heel intensief met iedereen bezig geweest.” Wat kwam er op je af na het olympisch goud? “Toen kregen we de grootsheid van de Spelen pas mee, kwam binnen dat vier miljoen mensen de finale hadden gezien, en werden we gevraagd voor tv-programma’s. In het TeamNL-huis hebben wij de finale van de Nederlandse hockeyvrouwen gekeken, die een dag later was. We liepen daar rond als helden, dat gaf een extra dimensie aan het toernooi. Terug in Nederland was iedereen vrolijk, we genoten van de huldiging bij de koning en koningin en andere feesten. Maar na een week was het ook wel weer klaar. Het was lekker om tot rust te komen en op vakantie te gaan. Vrij snel daarna begon het seizoen weer en ging ik bij mijn nieuwe club Den Bosch aan de slag.” De Nederlandse hockeymannen hebben jarenlang in de schaduw gestaan van de vrouwen. Merk je dat dat sinds de Spelen anders is? “Ik denk dat elke hockeyliefhebber op dit moment geniet van het Nederlands mannenteam, van wat wij uitstralen. Dat is al een tijd zo bij de vrouwen, zij hebben denk ik nog wel meer fans.” Bij de vrouwen had je in het verleden boegbeelden als Fatima Moreira de Melo, Naomi van As en Ellen Hoog. Waarom heeft Thierry Brinkman nog niet de status zo’n hockey-overstijgend boegbeeld te zijn? “Tja, goeie vraag. Ik denk dat het puur met uitstraling te maken heeft. Bij Yibbi Jansen zie je nu gebeuren dat zij veel aandacht krijgt, zij is een boegbeeld aan het worden. Dat komt natuurlijk omdat ze heel goed kan hockeyen, maar ook voor een groot deel door haar uitstraling. Bij de mannen heeft Terrance Pieters ook wel die hockey-overstijgende uitstraling, hoewel hij de Spelen in Parijs miste.” Is jouw leven veranderd door die gouden medaille? “Als ik op een zaterdagmiddag door de stad loop, merk ik alleen dat ik vaker herkend word dan vroeger. En met carnaval werd ik veel aangesproken. Maar het komt niet in de buurt bij de bekendheid van voetballers, hoor.” Ben jij zelf veranderd? “Nee.” Elke Boers, zijn verloofde: “Van tevoren dacht je: als ik olympisch kampioen ben, dan heb ik alles wat ik hebben wil en krijg ik meer rust. Maar na drie maanden was alles weer zoals het ervoor was.” Thierry: “Ik heb twintig jaar lang gehockeyd met de hoop om op een dag die ultieme titel te winnen. Maar toen dat was gelukt, dacht ik: wat nu?” Lionel Messi Jij komt uit een sportief gezin. Jouw vader, oud-hockeyer Jacques Brinkman, won onder meer olympisch goud in 1996 en 2000, jongere broer Tim voetbalde op hoog niveau en ook zusje Julie was een hockeytalent. “We woonden in Bilthoven dicht bij school en de hockey- en voetbalclub. Als we middagpauze hadden, dan renden we naar het voetbal- of hockeyveld en na een uur renden we weer terug om nog twee uur op school te zitten. Als de school uit was, gingen we weer terug. Vaak met zijn drieën, maar vooral met mijn broertje. We sportten toen nog zonder enige verwachting.” Je kon er niet omheen dat je met jouw vader een voorbeeld had. “Ik heb daar nooit zo bij stil gestaan. In de jeugd hockeyde ik voor de lol, kwam bij de districtsteams en in de Nederlandse jeugdelftallen. Ik was wel goed, hoor, maar andere jongens waren beter. Ik kon destijds ook vrij goed voetballen, maar was heel klein en fysiek niet zo sterk. Toen ik tien was, werd ik desondanks aangenomen door de jeugdopleiding van FC Utrecht. Ik zei op jonge leeftijd al tegen mijn ouders dat ik het hoogst haalbare in een sport wilde bereiken. Met mijn ouders overlegde ik welke sport en welke wereld het best bij mij paste. Voetbal is een harde wereld, ik dacht dat hockey beter bij mij zou passen. En mijn ouders konden natuurlijk ook wel inschatten dat de kans om de top te halen in het hockey een stuk groter was dan met voetbal.” Jouw broertje Tim koos voor voetbal. Hij speelde jarenlang bij Ajax in de jeugd en daarna bij FC Utrecht. “Ik maakte het van dichtbij mee en denk dat ik meer moeite zou hebben gehad met de cultuur die bij voetbal hoort. Ik denk wel dat ik goed met het mentale gedeelte van het voetbal om had kunnen gaan. Bot gezegd kan ik ook schijt hebben aan alles. Maar het halen van de top in van het voetbal is extreem moeilijk, er zijn zoveel goede voetballers die het niet halen. Maar er zijn ook heel veel middelmatige voetballers die het mentaal zo goed op orde hebben, slim zijn, en ondanks dat ze kwalitatief vrij beperkt zijn toch tien jaar lang in de top meevoetballen. Het mentale deel had ik denk ik goed onder de knie gehad als voetballer, maar voor het fysieke gedeelte kwam ik tekort. Er werd vaak gezegd dat ik het van ons drieën minder van mijn talent moest hebben, maar meer van mijn karakter. Tim speelt nu bij de Ajax amateurs. Hij heeft één wedstrijd in het eerste gespeeld bij Utrecht. Het is logisch dat als je het net niet haalt, je voor een ander pad kiest en gaat werken.” Jij hebt altijd voor het hockey geleefd en drinkt ook geen alcohol, lazen we. “Dat vind ik altijd zo gevaarlijk om te zeggen. Ik drink echt weleens wat, hoor. Maar ik sta bij mijn teamgenoten bekend dat ik eerder niet mee uitga, dan wel. Ik kies mijn momenten. Ik kan zo drie, vier, vijf maanden niks drinken. En als ik dan een toernooi heb gehad, ga ik wel eens los. Zoals na Parijs. En dan vind ik het na een paar avonden ook wel weer mooi geweest.” Van wie heb jij dat karakter: jouw vader of moeder? “Van allebei. Mijn vader was een trainingsbeest, gaf nooit op. Als hij moe was, ging hij net nog even door. Dat heb ik van hem. Maar dat vastbijten in iets, daar herken ik ook mijn moeder in.” Jij was lang klein en hebt mannelijke geslachtshormonen toegediend gekregen, vertelde je eerder in Helden. “Toen ik veertien was, heb ik twee keer een periode van zes weken mannelijke geslachtshormonen ingespoten gekregen om vervroegd in de pubertijd te komen. Mijn botleeftijd liep tweeënhalf jaar achter bij mijn normale leeftijd en er was voorspeld dat ik tussen 1 meter 69 en 1 meter 72 zou worden. Door dat traject zou ik wat langer worden en iets sterker. Uiteindelijk ben ik 1 meter 75 geworden. Ik kreeg trouwens niet hetzelfde als Lionel Messi in zijn jeugd, hij kreeg groeihormonen toegediend.” Wat merkte jij vroeger van jouw bekende hockeyachternaam? “Toen ik jong was en bij SCHC speelde, werd er vaak gezegd: ‘Hé, dat is dat jochie, die ‘zoon van’.’ Toen had ik dat niet zo door. Pas later kreeg ik het meer in de gaten. Mijn vader was in die tijd ook coach bij heren 1. Maar ik heb er nooit echt last van gehad, hoor.” Komt dat ook omdat jij geen twijfelgeval was? “Vroeger had ik juist moeite om fysiek mee te komen bij het Nederlands team onder 16, maar toen was ik ook jonger dan de rest. Daarna was ik inderdaad geen twijfelgeval en dus was die achternaam geen groot ding. Je komt niet in het eerste van een hoofdklasseteam of een Nederlands jeugdelftal als je er niks van kan.” In 2015 maakte jij je debuut bij het Nederlands elftal. Jouw vader deed in die tijd spelersbeoordelingen en schreef columns voor de Telegraaf. Hoe vond jij dat? “Na het WK van 2014 in Den Haag kwam ik bij Oranje. Toen stopte mijn vader met beoordelingen geven. Dat hadden we ook besproken. Mijn vader was daarin heel duidelijk, hij wilde niet zijn eigen zoon gaan beoordelen in de media, dat zou ook niet goed zijn voor zijn geloofwaardigheid.” In zijn columns nam hij geen blad voor de mond. Zo stelde hij in 2017 dat de prestaties van Dafne Schippers ‘voer waren voor twijfels’ en viel iedereen over hem heen. En hij las in tv-programma De Oranjezomer persoonlijke appjes van jou voor tijdens de Spelen in Tokio. “Dat zijn misschien een paar dingen die eruit springen, maar die doen niet af aan de positieve kant van het hebben van een oud-tophockeyer als vader. Door mijn vader kreeg ik als jongetje veel dingen al vanzelf aangeleerd. Hoe houd ik mijn stick vast? Hoe sla ik?” Elke vult aan: “Als Jacques iets roept in de media, denkt niemand in de hockeywereld: Thierry vindt dat ook. Mensen die jou niet kennen hebben dat vooroordeel, maar jullie zijn zo anders, hebben een heel ander karakter. Als Jacques iets roept, komt het er soms botter uit dan hoe hij het daadwerkelijk bedoelt. Ik zie Jacques als een heel betrokken vader en een hele leuke schoonvader.” Coderen Jouw eerste Spelen waren die van Tokio, in 2021. Max Caldas was bondscoach en jullie verloren in de kwartfinale van Australië na shoot-outs. Jullie kregen veel kritiek; jullie vormden geen eenheid en er zou een bepaalde mentaliteit ontbreken. Na Tokio werd Jeroen Delmee bondscoach. “Het is zelden voorgekomen dat er na een toernooi zoveel veranderingen waren, er zoveel jongens gestopt zijn. Er kwam een heel nieuw team, een nieuwe staf, we begonnen weer op nul. Ik zag jongens bij het Nederlands team die ik tegen was gekomen in de hoofdklasse, maar die internationaal nog geen ervaring hadden. Met de jongens die wél in Tokio waren geweest, voerde Jeroen veel gesprekken over wat er mis was gegaan in Tokio, wat de status was van het Nederlands hockey en waar we heen wilden. Maar het grootste verschil was dus al aan de voorkant gemaakt. Met andere mensen en andere karakters gingen we het nieuwe traject in.” Er vond een cultuurverandering plaats. Wat was er anders dan voorheen? “Ik pas er altijd een beetje mee op om daar wat over te zeggen, want het gaat dan over jongens met wie ik lang heb gespeeld. Als er slecht gepresteerd is, dan mag dat worden benoemd. Maar er zijn ook fases geweest dat we een heel hoog niveau hebben gehaald met dat oude team. Daarin hebben ook echt heel goede hockeyers gespeeld. Alleen omdat er met dat team geen WK of Olympische Spelen gewonnen is, blijft bij veel mensen dat negatieve gevoel hangen. En ja, er waren ook zeker aspecten waarvan ik dacht: dit is niet oké. Dat zit hem vooral in het mentale aspect, de nieuwe jongens die er na Tokio bij kwamen, hadden een heel andere mentaliteit.” Delmee wees jou aan als aanvoerder. Hoe groot was jouw rol in die cultuurverandering? “Ik had voor die tijd dingen meegemaakt waarvan ik dacht: hier ben ik het niet mee eens, dat moet met het nieuwe team anders. Ik wist dat ik samen met een aantal jongens de kar moest gaan trekken, heb geprobeerd er veel impact op te hebben.” Onder Delmee wonnen de Nederlandse mannen voor het eerst in 24 jaar weer olympisch goud. Wat maakt hem zo’n goede coach? “Jeroen heeft een heel duidelijke tactische structuur neergezet. Samen met assistent Eric Verboom heeft hij spelers echt beter heeft gemaakt. Het is ook niet voor niets dat hij zelf als speler tot zijn 38ste is doorgegaan. Jeroen en Erik beleven hockey op iedere seconde van de dag. Toen wij in 2023 derde waren geworden op ons eerste WK met het nieuwe team onder Jeroen en Erik, was iedereen blij. We hadden feestgevierd, zaten moe op het vliegveld om naar huis te gaan. Jeroen en Erik zaten met zijn tweeën bij de gate op de laptop de wedstrijden al te analyseren, te coderen en een database op te stellen. Om vijf uur ‘s nachts...” Jeroen Delmee zei in een interview in De Telegraaf dat de jongens stil zijn als jij praat. Ben jij een natuurlijke leider? Thierry wordt emotioneel: “Het is een eervolle rol. Ik had in mijn hoofd een soort ideaalbeeld gecreëerd van een aanvoerder. Ik dacht: laat ik op het veld maar het goede voorbeeld geven door goed te spelen. Ik vond altijd dat de aanvoerder de beste speler moest zijn. En als hij dat niet was, hij vooral geen aanvoerder moest zijn. Gaandeweg leerde ik dat het ook heel belangrijk is om voor het team een inspiratie te zijn door het goede voorbeeld te geven, door dag in dag uit het perfecte gedrag te vertonen en dat te stimuleren bij anderen. De ploeg van Parijs kende ik door en door. Sommigen waren voor mij vooral teamgenoten, anderen ook vrienden. Ik merkte dat als je een hechtere band krijgt met jongens die ik voorheen meer als collega’s zag, ik dat ook in positieve zin voelde op het veld. Ik ben niet iemand die zichzelf complimenten geeft, maar ben wel trots op mezelf. Het meest trots ben ik op het veranderen van de teamdynamiek en -cultuur. Ik heb gemerkt wat dat met de prestaties kan doen. En dat heb ik zeker niet alleen gedaan. Dat hebben we met de staf en een grote groep jongens – onder wie Thijs van Dam, Jorrit Croon, Lars Balk, Jip Janssen, Joep de Mol, Jonas de Geus en Floris Wortelboer - gedaan.” Vuurtje Was en is er binnen het Nederlands team ook genoeg ruimte voor het mentale aspect? Thierry is even stil en zegt: “Te weinig. Er is in ons team zeker aandacht voor, maar het kan en moet misschien nog meer. We moeten niet onderschatten wat het behalen van een groot succes op mentaal vlak met een sporter kan doen. Voor 95 procent is het fantastisch. Maar er zit ook echt een andere kant aan die onderbelicht is in de topsport.” Keeper Pirmin Blaak vertelde eind 2024 over zijn mentale struggles in Helden en hoe moeilijk het olympische traject voor hem is geweest. Herken jij je dat? “Voor Pirmin was het lastig vanwege zijn positie, er kan maar één keeper opgesteld worden. Hij had moeite met die concurrentiestrijd. Bij veldspelers kun je natuurlijk nog een beetje schuiven en door wisselen. Topsport is keihard is. Dat heb ik van huis uit meegekregen. En je hoeft het natuurlijk niet te doen, hè. Als je er klaar mee bent, dan is dat jouw goed recht. Je moet bikkelhard zijn. Het kost tijd voordat je je dat echt realiseert.” Je zei net dat je na het winnen van de olympische titel de gedachte kreeg: wat nu? Knikt: “Daar heb ik het met een paar jongens al een beetje over gehad. Voor de jonge jongens in Oranje is het anders, zij hebben bij wijze van spreken nog tien jaar te gaan. Ik niet. Het is een nieuw mentaal spel wat er op me af komt. Je weet van tevoren niet wat zo’n olympische titel met je doet.” En wat deed het met je? Thierry is even stil en slikt wat tranen weg: “Als je heel resultaatgericht bent, kun je denken: ik ga nu volle bak voor de wereldtitel, want die ontbreekt nog. Maar eigenlijk heb ik het ultieme al bereikt. Ik heb zo hard toegewerkt en -geleefd naar dat ultieme doel. Nu train ik nog steeds iedere dag, maar waar doe ik dat nog voor? Om dat nog een keer mee te mogen maken?” Elke: “Je wint iets waar je twintig jaar lang voor hebt gewerkt. Vervolgens vier je dat een week. Daarna heb je die medaille en gaat alles weer door alsof er niks is gebeurd.” Thierry: “Het helpt ook niet om te denken: het is wel goed zo, 95 procent geven is ook genoeg. Je moet er mentaal net zo in zitten als voor die gouden medaille, maar dat vraagt veel. Er zit bij mij nog veel emotionele lading op, omdat ik nog zoekende ben. Ik wil wel graag nog door tot en met de Spelen van LA in 2028 en weet: dan moet ik niet miepen, ik weet wat ervoor nodig is om de beste te worden. Maar er zit iets in mij waardoor het stroever gaat om mij weer helemaal over te geven aan het hockey. Ik spreek er over met Elke en ook met een mental coach. We moeten het er ook over hebben met het team. Ik denk dat je niet klakkeloos kunt beginnen aan een nieuwe cyclus. Dit gevoel wordt onderschat.” Elke: “Jij dacht: waarom voel ik me zo, ik ben olympisch kampioen, zit bij een nieuwe club, het gaat allemaal supergoed. Waarom kan ik niet naar het hockeyveld gaan met het gevoel: ik ga gewoon lekker trainen?” Thierry: “Het is een mentale zoektocht. Ik denk niet dat het erg is om dat uit te spreken. Nu is het zaak dat juist met mijn teamgenoten en coaches te gaan bespreken. We zien elkaar weer bij Oranje, maar dan zijn er ook veel nieuwe jongens bij. De jongens die wel in Parijs waren, hebben nog geen moment – een lunch, barbecue of wat dan ook – gehad waarop we konden terugblikken. Ik heb soms het idee dat daar een beetje een taboe op rust. Dat je als topsporter er meteen een streep onder moet zetten en denken aan je volgende doel. Ik voel me bijna schuldig om terug te blikken. Dat is misschien ook waar mijn emotie vandaan komt. Toch denk ik dat er meer jongens zijn uit de groep van Parijs die de behoefte voelen om terug te kijken, erover te praten. In mijn optiek is dat heel belangrijk als we over drie jaar nog een keer goud willen winnen. Als iedereen Parijs een plek kan geven en weer een manier vindt om dat vuurtje te laten branden, dan kan dat lukken. Ik denk dat veel teams dit onderwerp vermijden, omdat het emoties oproept.” Heb je jouw gevoel al met de bondscoach gedeeld? “Nog niet echt. Het was een onrustige fase, er zijn jongens – sommige tijdelijk - gestopt en sommigen – ik ook - speelden in de winter in India. Er is dus ook nog geen geschikt moment voor geweest. Dat komt hopelijk in aanloop naar het EK. Daar gaat wat mij betreft wel wat tijd in zitten en ik wil dat ook zorgvuldig aanpakken, want ik vind het niet alleen een interessant, maar ook heel belangrijk onderwerp. Ik wil met deze generatie nog meer successen behalen en daarvoor moet in mijn beleving dit heel goed besproken worden.” Herkent jouw vader jouw gevoel? Hij zat in een soortgelijke situatie na het goud op de Spelen van 1996 in Atlanta. “Weet ik niet, ik heb het er nog niet echt met hem over gehad. Het is ook al zo lang geleden voor hem. Hij zegt geregeld dat hun programma minder intensief was.” Elke, Jij hockeyt zelf ook in de hoofdklasse. Topsport en mentale struggles kunnen je als stel ook uit elkaar drijven... Elke: “Klopt, dat zou kunnen. Bij ons is dat gelukkig niet het geval. Ik ben juist heel benieuwd hoe het zal zijn als we straks niet meer hockeyen. Daarnaast helpt het denk ik ook dat Thierry en ik elkaar goed aanvullen. Thierry is super gestructureerd, ik kan me juist weer wat flexibeler opstellen en zorgen voor wat afleiding.” Praten jullie thuis veel over hockey? Thierry lachend: “Op dit moment gaat het vooral over de verbouwing van ons nieuwe huis. En natuurlijk gaat het ook over hockey, maar Elke begrijpt het ook goed als ik het er even niet over wil hebben.” Elke: “Simpel gezegd: wij vinden hockey gewoon heel leuk. Onze families zitten er diep in en we lopen allebei van jongs af aan rond op de club.” Ibiza Na negen jaar Bloemendaal koos je ruim voor de Spelen voor een nieuwe club: Den Bosch. “Ik heb proberen te voorspellen wat de Spelen met me zouden doen, welke uitkomst die ook had, en wat ik daarna nog zou willen. Na negen jaar Bloemendaal en de tweede olympische cyclus vond ik het ook tijd aan de toekomst buiten het hockey. Elke en ik wilden ons settelen. We woonden al een tijd in Amsterdam, maar weten allemaal hoe moeilijk het is om daar iets te kopen, iets op te bouwen. Ik hoef niet in een kasteel te wonen, maar iets met een schappelijke tuin zat er in Amsterdam niet in. Ik wilde blijven hockeyen, ook bij Oranje. Den Bosch is een goede stap geweest.” Meteen na de Spelen ging je voor Elke op je knieën. Had jij die ring al gekocht voor Parijs? Lachend: “Ja, ik had die ring al voor de Spelen gekocht. Ik ben heel goed bevriend met Jorrit Croon, lig altijd met hem op de kamer bij het Nederlands Elftal en lag ook met hem op de kamer in Parijs. Daar hebben we het al over het aanzoek gehad. Hij is een van mijn beste maten en heeft mij heel goed geholpen om alles voor te bereiden. Zijn vriendin Daantje is een goede vriendin van Elke. Na de Spelen gingen wij met zijn vieren naar Ibiza. Daantje, Jorrit en ik hadden met z’n drieën een plan bedacht. Ik ben hen heel dankbaar dat ze mij daarmee geholpen hebben en we dat ook samen hebben kunnen beleven.” Elke lachend: “En ik had niks in de gaten.” Waarom is Elke de vrouw van jouw dromen? Thierry kijkt Elke aan. “Ze houdt me met beide benen op de grond. Elke steunt me in alles en moet ook veel laten voor mij.