Word abonnee
Meer

Hockey

Meer dan hockey: het verhaal achter Duco Telgenkamp

Duco Telgenkamp (23) is geen doorsnee hockeyer. Hij is [...]
Duco Telgenkamp (23) is geen doorsnee hockeyer. Hij is uitgesproken, zoekt graag de grenzen op en combineert hockeyen bij Kampong en het Nederlands team met het runnen van een succesvol bedrijf. Tijd om de maker van de beslissende goal op de Spelen van Parijs beter te leren kennen. Zo zouden familie en vrienden mijn karakter omschrijven... “Een lefgozer. Niet te veel nadenken, maar vooral doen. Ik sta bij weinig dingen lang stil. Als ik ergens in geloof, ga ik er volledig voor. Dan kan wat andere mensen ergens van vinden mij niet zoveel schelen.” Dit is mijn grootste passie naast hockey... “Ondernemen en boksen. Als we geen hockeytraining hebben, ga ik vaak boksen met vrienden bij OVA Gym in Den Haag. Die boksschool hebben zij samen opgezet. Ik vind het om te doen bijna leuker dan hockeyen, maar om te kijken zeker. Eigenlijk hou ik van alle vechtsporten: MMA, kickboksen, normaal boksen. Ik heb mijn hele leven al aan vechtsport gedaan en ik denk dat het veel waardevolle lessen biedt. Je krijgt nergens zo concreet feedback in het leven als bij vechtsport. Als ik met boksen even niet gefocust ben, heb ik een tik op mijn neus te pakken. Bij hockey kun je jezelf nog verstoppen als je een verkeerde bal geeft en denken: volgende keer beter. Verder ben ik druk bezig met ondernemen. Ik heb vorig jaar een platform gelanceerd, genaamd Revived. Een streamingsdienst die zich richt op lichamelijk en mentaal welzijn. Daarop bieden we series en documentaires aan op het gebied van sport, voeding en mentale kracht. Daarvoor werken we samen met bekende Nederlandse sporters als Edwin van der Sar, Inge de Bruijn en Anouk Hoogendijk.” Mijn favoriete jeugdherinnering is... “Op het EK met Jong Oranje scoorde ik een bijzonder doelpunt in de finale, die we uiteindelijk wonnen. Dat was een doorslaggevend moment voor mij. In de jeugdelftallen werd er niet echt omgekeken naar mij. Ik was niet het grootste talent, moest het hebben van hard werken. Mensen zeiden tegen me dat ik niet goed genoeg was en ik viel vaak als één van de eersten af bij jeugdelftallen. Door mijn belangrijke rol op dat EK kreeg mijn vertrouwen een boost. Ik dacht: zie je wel, ik kan het gewoon. Mijn doorbaak bij Kampong en het grote Oranje volgenden snel daarna.” Deze serie of film raad ik aan... “The Last Dance. De Netflix-serie over de carrière van Michael Jordan.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Duco Telgenkamp lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Honkbal

Andruw Jones als bondscoach: hoe de MLB-icoon het Koninkrijksteam samenbrengt

Als outfielder domineerde hij in de Major League Baseball. Nu staat hij in de dug-out als bondscoach van het Koninkrijksteam. Andruw Jones (48) is nog steeds mateloos populair in de Verenigde Staten. We gingen bij de toekomstige Hall of Famer op bezoek in Miami tijdens de World Baseball Classic. “Andruw was als kind mijn idool. Nu is hij mijn manager, dat maakt het echt bijzonder.” De zon verhit het beton rond LoanDepot Park tijdens de World Baseball Classic in Miami. Waar bij de meeste sporten een uitgebreid interview met de trainer op de wedstrijddag een absolute no- go is, is dat in het honkbal net even anders. Andruw Jones nodigt journalisten tijdens de warming-up uit in de dug-out en neemt alle tijd om vragen te beantwoorden vlak voor aanvang van de World Baseball Classic, het grootste honkbalpodium buiten de Major League Baseball (MLB). Andruw Jones, de man die jarenlang schitterde in de MLB en een voorbeeld was voor veel van de voormalige Nederlandse Antillen afkomstige honkballers, is tegenwoordig bondscoach van het Koninkrijksteam, een ploeg waarin spelers afkomstig van Curaçao, de andere nabijgelegen eilanden Aruba en Nederland één veld delen. “Ik ben opgegroeid op Curaçao, net als veel andere jongens uit dit team, maar ik kom graag in Nederland. Vooral in Amsterdam. Wat ik het mooist vind aan Nederland? Ik ben dol op Hollandse kaas,” vertelt hij lachend. One of the guys Jones speelde zelf ook voor het Koninkrijksteam voordat hij in 2016 met honkbalpensioen ging. Hij was er niet bij toen het team in 2011 wereldkampioen werd in Panama, destijds kregen de supersterren uit de Major League van hun clubs nog geen vrijaf om mee te doen. “Ik heb het altijd een enorme eer gevonden om voor het nationaal team te spelen. En ik heb het team ook in de periodes dat ik niet speelde nauwlettend gevolgd. Ook tijdens het succesvolle WK in 2011. Ik speelde in Major League Baseball, dus mocht destijds niet meedoen.” Sinds voor een nieuwe opzet is gekozen en het WK voor landenteams de naam World Baseball Classic draagt, mogen de beste en bekendste honkballers wel meedoen van de MLB. Sterker: ze wíllen ook graag meedoen. Het is de enige keer dat supersterren hun Major League-uniform verruilen voor nationale kleuren. Dus kan het gebeuren dat Kenley Jansen, pitcher van de Detroit Tigers, Chadwick Tromp, catcher van de Atlanta Braves, infielders Ozzie Albies van de Braves, Xander Bogaerts van de San Diego Padres, oud MLB-ster Didi Gregorius, die nu in de Mexicaanse competitie speelt, voor hetzelfde team uitkomen. Jones weet hoe dat voelt. In 2013 stond hij op het veld toen Nederland de halve finale haalde. “Het is altijd bijzonder om je land te vertegenwoordigen. Binnen het Koninkrijksteam voelen we ons één grote familie: van Curaçao tot Bonaire en Sint Maarten tot Nederland. Als iemand goed genoeg is om het team te helpen, dan hoort hij erbij. Ik ben het soort manager dat tussen de spelers in staat. Natuurlijk ben ik de manager, maar ik ben ook gewoon onderdeel van de groep. We kaarten, maken grapjes, drinken soms samen wat. Ik ben eigenlijk gewoon one of the guys. Ik ben ook speler geweest, heb in hun schoenen gestaan, weet wat spelers fijn vinden. Het is belangrijk dat de sfeer ontspannen is, zodat iedereen zich op z’n gemak voelt en plezier heeft.” Tegelijkertijd moet Jones in zijn rol als bondscoach balanceren tussen MLB- belangen, pitchlimieten, verzekeringen, de zorgen van clubs over hun duurbetaalde sterren én nationale ambitie. Chadwick Tromp, net als Jones in zijn gloriedagen uitkomend voor Atlanta Braves, is vol lof over de bondscoach. “Vroeger keek ik altijd de wedstrijden van de Braves, omdat Andruw Jones daar speelde. Ik klom dan bij mijn oma op schoot en dan zaten we thuis aan de televisie gekluisterd. Door de jaren heen heb ik een goede band met Andruw opgebouwd. Hij is nog steeds actief betrokken bij de Braves, dus ik spreek hem veel. Onze relatie gaat verder dan alleen honkbal.” Ook Shairon Martis, die al twintig jaar bij het team zit, Jones ook als speler heeft meegemaakt en ook afkomstig is van Curaçao, is vol lof. “Andruw was als kind mijn idool. Nu is hij mijn manager, dat maakt het echt bijzonder.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Quinten Post lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Basketbal

Van ‘luie puber’ tot NBA-center: het onwaarschijnlijke verhaal van Quinten Post

Quinten Post stopte op zijn vijftiende met basketbal. Anderhalf jaar later begon hij opnieuw. Nu, op zijn 26ste, is hij center van Golden State Warriors, een van de beste teams in de NBA. Een gesprek met de geboren Amsterdammer over zijn opmerkelijke weg naar de top. "Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen." Geregeld scheurt een 2 meter 13 lange Nederlander op een e-step door de straten van San Francisco. Zijn naam: Quinten Post. “Ik woon in een vrij moderne wijk op korte afstand van Chase Center, rij vaak met een e-step naar de hal toe. Dat gaat vlotter dan met de auto.” De geboren Amsterdammers is sinds 2024 center van NBA- team Golden State Warriors. Dat is niet zomaar een club, het is het meest succesvolle team van de afgelopen jaren getuige de kampioenschappen in 2015, 2017, 2018 en 2022. Quinten speelt er aan de zijde van superster en volbloed schutter Stephen Curry, al jaren een van de beste basketballer ter wereld. In de kleedkamer zit hij vlak bij Curry , in de ogen van Post de allerbeste schutter die ooit geleefd heeft en de man die de driepunter heeft gerevolutioneerd. Op 27 december 2024 ging een droom in vervulling en speelde Quinten zijn eerste minuten in de NBA. Hij verdiende vervolgens een jaarcontract voor het huidige seizoen. Hij is niet meer weg te denken uit de vaste groep spelers die coach Steve Kerr benut. Maar achter dat ogenschijnlijke vanzelfsprekende schuilt een wereld die allesbehalve gewoon is. Quinten is in een totaal andere wereld terechtgekomen. Het spelen in de NBA is enorm intensief. Voor de 82 competitiewedstrijden in het reguliere seizoen reist hij zeven maanden lang door heel Amerika. Uitrusten gebeurt vaak in het vliegtuig. a die 82 wedstrijden volgen voor de Warriors vrijwel altijd de play-offs. Als je team het daar goed doet komen er nog eens twintig wedstrijden bij. Om in zo’n situatie je ritme en voldoende ontspanning te vinden is een behoorlijke uitdaging die Quinten moest leren omarmen. Daarnaast weet hij de schijnwerpers voortdurend op zich gericht. De wedstrijden van de Warriors zijn wereldwijd te zien en hij doet zijn ‘werk’ in sportstadions die gevuld zijn met twintigduizend toeschouwers. Luie puber Quinten heeft het geschopt tot de NBA. Gedurende zijn eerste seizoen had hij geregeld contact met Rik Smits, die twaalf seizoenen center van de Indiana Pacers was in de NBA. The Dunking Dutchman werd in 1998 als eerste en enige Nederlander gekozen voor de jaarlijkse All Star Game. Quinten dineerde afgelopen seizoen met zijn in de staat Arizona wonende voorganger, van wie hij vroeger een basketbalboek met plaatjes had, en luisterde naar zijn ervaringen. Hij sloeg alle bruikbare informatie op. Toch scheelde het maar een haartje of hij had een heel andere baan gehad en waarschijnlijk nog in Amsterdam gewoond. Quinten stopte op zijn vijftiende met basketbal. Door allerlei oorzaken versleet hij drie scholen en was zijn motivatie voor basketbal helemaal weg. “In die periode groeide ik van 1 meter 85 naar 2 meter 6. Ik klooide maar wat aan en mijn ouders hielden wel een oogje in het zeil, maar lieten mij vooral mijn eigen weg vinden. Ik was een behoorlijk luie puber. Voor de selectie van Nederland onder 15 moest ik in het weekend van negen tot vijf trainen. Dat zag ik helemaal niet zitten. Ik deelde dat op een dag met mijn moeder. Mijn vader stond de volgende ochtend op mij te wachten. Als ik niet meer wilde basketballen, dan moest ik dat zelf maar tegen de coach zeggen. De coach zei alleen maar: ‘Oké.’ Ik had niet de illusie dat ik de selectie zou halen, dus wellicht dacht de coach alleen maar: hoef ik in elk geval een speler minder teleur te stellen.” Zijn basketbalpensioen duurde anderhalf jaar. Zijn eveneens basketballende vader Arjen wist Quinten zover te krijgen dat hij een keer mee ging doen met het team van zijn pa. “Na een paar keer begon ik de smaak weer te pakken te krijgen. Halverwege het seizoen ging ik bij Apollo in het derde team van onder 18 spelen. Ik werd steeds beter.” Na dat seizoen werd hij ingedeeld in het tweede, waarop Quinten op coach Wierd Goedee afstapte. “Ik wilde bij Apollo in het eerste team van onder 18 spelen. Goedee twijfelde of ik het basketbal wel serieus genoeg nam. Ik vertelde dat ik de keuze om het basketbal heel serieus te nemen al had gemaakt en kreeg de kans om dat te bewijzen in het eerste.” Al snel voelde Quinten dat hij klaar was voor een volgende stap: het buitenland. Vader Arjen stuurde mails naar vooraanstaande Europese clubs. Alba Berlin toonde belangstelling. Met de jeugd van Alba speelde hij een jaar lang tegen seniorenteams op het vierde niveau van Duitsland. Quinten kreeg steeds meer controle over zijn snel gegroeide lichaam en na een jaar was hij klaar voor een volgende stap. “Ik ben met mijn vader om tafel gaan zitten en we hebben de opties op een rijtje gezet. Ik kon naar een nog hoger aangeschreven basketbalopleiding in Europa of de stap maken naar een Amerikaans college. Mijn vader was meer een voorstander van de Europese route; naar Servië. Ik koos vastberaden voor de stap naar Amerika.” Quinten glimlachend: “Mijn stiefmoeder vertelde dat mijn vader een aantal nachten slecht geslapen heeft toen ik tegen zijn advies in een andere keuze maakte.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Quinten Post lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami.Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

skiën

Skispringer Matti Nykänen: van nationale held naar de gevangenis

Als skispringer vloog Matti Nykänen naar grote hoogten en [...]
Als skispringer vloog Matti Nykänen naar grote hoogten en won hij nagenoeg alles. Maar eenmaal terug op aarde, in de normale maatschappij, viel de Finse sportlegende zo diep dat het een wonder is dat de viervoudig olympisch kampioen er niet aan onderdoor is gegaan. Ondanks alle problemen, mede veroorzaakt door overmatig drankgebruik, blijven ze in Finland van hem houden. Finse grootheid Wie het Finse sportmuseum in Helsinki binnenloopt, kan er niet omheen. De vijf medailles van Matti Nykänen, behaald op de Olympische Winterspelen van Sarajevo (1984) en Calgary (1988). Ze liggen, met de linten keurig opgevouwen, meteen links na de ingang in een enorme glazen bekisting. Dat juist zijn plakken - vier gouden en één zilveren - op de meest prominente plek van het museum liggen is niet zomaar. Het is een eerbetoon aan misschien wel de grootste sportman die Finland ooit heeft gekend. Want hoe bijzonder de prestaties van de autocoureurs Mika Häkkinen en Kimi Räikkönen, beiden ooit wereldkampioen in de Formule 1, en topvoetballer Jari Litmanen ook zijn, zij staan ver in de schaduw van Nykänen, zo blijkt na een korte rondgang door het museum. Waarom heeft de skispringlegende anders bijna een hele hoek tot zijn beschikking, terwijl Häkkinen, Räikkönen en Litmanen een vitrinekast moeten delen? Volgens Evert ten Napel, die namens Studio Sport tientallen jaren het commentaar bij het skispringen verzorgde, is dat niet zo raar. “Onderschat Nykänen niet, hè,” zegt Ten Napel over de man wiens afbeelding in zowel Finland als Noord-Korea op een postzegel staat. “Bij ons mag hij misschien niet zo heel erg bekend zijn, maar neem van mij aan: hij is een absolute grootheid, zeker in Finland. Die heeft daar zo’n beetje dezelfde status als Ard Schenk en Sven Kramer bij ons. Ja, in die categorie moet je echt denken.” Ten Napel kan het weten. Hij heeft de inmiddels 52-jarige Nykänen in de jaren tachtig en negentig geregeld vanaf zijn commentaarpositie voorbij zien vliegen op een manier zoals maar weinigen dat konden. Want hoe het de Fin in 1985 lukte om als eerste persoon ooit de magische barrière van 190 meter te doorbreken, dat neigde toen gewoon naar tovenarij. “Ik vergeleek Nykänen altijd met de Italiaanse slalomspecialist Alberto Tomba,” vertelt Ten Napel, “en dat deed ik natuurlijk niet zomaar. Als Tomba aan de start verscheen, wist je namelijk dat je moest opletten. Er ging wat gebeuren. Of het ging volledig mis, of je was getuige van een wonderbaarlijke race. Met Nykänen was dat precies zo.” Dat zijn sprongen, net als de afdalingen van Tomba, vaker subliem waren dan slecht wordt wel duidelijk na het lezen van de plaquette die naast de vijf medailles hangt. Het doet bijna onwerkelijk aan, zoveel won hij. Zo piekte Nykänen niet alleen in Sarajevo en Calgary - waar hij samen met de gouden Yvonne van Gennip de succesvolste sporter van de Spelen was - maar behaalde hij tussen 1981 en 1991 ook onder meer zes wereldtitels en 46 wereldbekerzeges en werd hij tweemaal winnaar van het prestigieuze Vierschansentoernooi. Kwade dronk Ook dat is geen toeval, meent Ten Napel. “Natuurlijk, Nykänen had talent. Laat daar geen twijfel over bestaan. Maar het is niet zo dat het ’m is komen aanwaaien. Integendeel, als kind trainde hij zich al uit de naad en stond hij dagelijks op een schansje van tien meter bij hem in de buurt. In al die jaren heeft hij daar wel duizenden sprongen gemaakt. Dat deed hij niet alleen omdat hij dat leuk vond, hij deed dat ook omdat hij de beste van de wereld wilde worden. En dat is ’m meer dan gelukt.” Maar hoe wonderlijk Nykänen als sporter was, des te merkwaardiger was hij als persoon. “En heel excentriek,” herinnert Ten Napel zich nog. “En zwijgzaam. Het had dan ook geen enkele zin om hem aan te spreken als hij toevallig langs me liep. Dat hadden mijn Finse collega’s me allang ingefluisterd. Hij zei toch nooit wat terug, laat staan dat hij een interview wilde geven. Hij was altijd in zichzelf gekeerd, heel stil.” Schreeuwend waren wel de enorme koppen die bijna dagelijks over hem op de voorpagina van de tabloids stonden. Dat die ondertussen niet alleen meer over zijn geweldige prestaties gingen, maar vaker over zijn wangedrag, dat was geen verrassing meer. Want als Nykänen dronk, was hij niet meer te houden. Zijn biograaf Egon Theiner zei later niet voor niets dat Nykänen twee gezichten had: nuchter was hij de allerliefste man op aarde, maar met drank op werd hij ineens heel agressief en gevaarlijk. Dat bleek wel in 2002 toen hij na een verloren potje armpje drukken en na veel drank een mes in de rug van een vriend plantte. Zelf ontkende Nykänen het, maar de rechter vond zoveel bewijzen dat hij een gevangenisstraf van twee jaar kreeg opgelegd. Dat hij een paar jaar later opnieuw de cel in moest – hij had zijn vrouw op kerstavond 2009 met een keukenmes en een riem bewerkt – verbaasde dan ook niemand. Dorpsgek De vergelijking met een dorpsgek, een ongeleid projectiel die niet met de successen en roem kon omgaan, werd dan al snel gemaakt. Zeker omdat de zoon van Jyväskylä na zijn loopbaan opdook in de meeste wonderlijke settings, variërend van stripper, volkszanger tot politicus. Hij werd zelfs even het gezicht én de stem van een hitsige sekslijn. Maar hoe dwaas en onzinnig zijn acties ook leken, zelf zag hij dat beduidend anders. Volgens hem kwam dat omdat hij nooit heeft kunnen wennen aan zijn nieuwe leven. ‘Na al die jaren had ik ineens geen structuur meer,’ zo liet hij optekenen in zijn biografie Matti. ‘Bovendien merkte ik dat de normale maatschappij een totaal andere wereld is dan de skiwereld. En daarmee kon ik maar moeilijk overweg.’ Dat Nykänen met smart terugverlangde naar zijn oude leventje bleek wel in de aanloop naar de Olympische Spelen van Sochi, toen hij een heuse comeback overwoog. Met een versleten lichaam en een paar kilo extra om de heupen won de Fin weliswaar goud bij het officieuze WK voor veteranen, maar een rentree op het allerhoogste niveau was iets te veel van het goede. Een sprong van een dikke dertig meter mag dan wel in het veteranencircuit een unieke prestatie zijn; maar dat geldt niet als je kanonnen als Peter Prevc, Kamil Stoch en Anders Fannemel wilt verslaan, de nieuwe generatie die inmiddels gemakkelijk een afstand van liefst 250 meter haalt. Voor Nykänen rest niets anders meer dan herinneringen. Want de medailles die in het Finse sportmuseum hangen, op een kleine sprong van de plek waar de langeafstandsloper Emil Zátopek op de Zomerspelen van 1952 sportgeschiedenis schreef, zijn inmiddels niet meer van hem. Wegens torenhoge schulden heeft hij die ooit moeten verkopen. Triest, aldus Ten Napel. “Maar kennelijk hoort dat allemaal bij het heldendom. Wat dat betreft kan hij zo in het rijtje George Best en Paul Gascoigne. Al doe je Nykänen daarmee wel tekort, vind ik. Hij is weliswaar volledig ontspoord en het valt natuurlijk niet goed te praten wat hij heeft gedaan en waarvoor hij is veroordeeld. Maar dat neemt niet weg dat hij een geweldige sportman was. Eentje die echt heel veel heeft gewonnen. Zo zal ik hem dan ook blijven herinneren.” Dat doen de Finnen ook. Want om hem nu ineens te laten vallen, dat nooit. Daarvoor hebben ze al die jaren te veel van hem genoten. Dat de inmiddels vadsige Nykänen - die tegenwoordig met zijn zesde vrouw in Oulu woont waar hij aan de weg timmert als tv-kok - een paar jaar terug bij de première van zijn eigen film laveloos over de rode loper liep, maakte niemand in Finland dan ook wat uit. Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Overig

Dé sportmomenten van 2025: vreugde en verdriet bij Arne Slot

Liverpool, 26 mei 2025. De stad baadde in vreugde. Arne [...]
Liverpool, 26 mei 2025. De stad baadde in vreugde. Arne Slot won in zijn eerste jaar als trainer van Liverpool meteen de Premier League. Het was de twintigste titel van de club. Daarmee werden de The Reds officieel de meest succesvolle club van Engeland. Met de nationale en Europese bekers bij elkaar opgeteld wonnen ze meer prijzen dan rivaal Manchester United. Ook de Nederlanders Virgil van Dijk, Ryan Gravenberch en Cody Gakpo vierden feest. Liverpool, 3 juli 2025. Diezelfde stad was gehuld in diepe rouw. Liverpool-speler Diogo Jota (28) kwam samen met zijn jongere broer André Silva om bij een auto-ongeluk in Spanje. Fans legden bloemen en sjaals bij het stadion. De voltallige selectie was twee dagen later bij de begrafenis van de Portugese broers aanwezig. Tien dagen na hun overlijden werd het tweetal uitgebreid geëerd bij alweer de eerste oefenwedstrijd van het nieuwe seizoen bij en tegen Preston North End. Nummer 20 ontbrak. Na de eerste Premier League-wedstrijd van het seizoen, op 16 augustus tegen Bournemouth, applaudisseerde ster Mohamed Salah, die in blessuretijd had gescoord, met tranen in zijn ogen voor the Kop, waar de trouwste Liverpool-supporters het lied dat zij altijd voor zijn goede vriend Jota zongen, aanhieven. Bij Liverpool zal niemand in de toekomst ooit nog Jota’s rugnummer dragen. 2025, voor Liverpool het jaar van vreugde en intens verdriet. Liverpool, 26 november. Het PSV van Peter Bosz heeft op Anfield met 4-1 gewonnen van het team van Slot. Liverpool zit in een diepe crisis. Na een goede competitiestart ging het mis. Van de laatste dertien duels werden er negen verloren. Waarvan zes in de Premier League. Voor het eerst stelden de media de vraag: Slot, hoe lang nog? Leeds, 6 december. Superster Mohamed Salah kan zijn frustraties niet meer verkroppen nadat hij voor het derde duel op rij op de bank moest beginnen. Hij stelt dat Slot hem ‘voor de bus heeft gegooid’. Liverpool-iconen nemen het voor Slot op. Langzaamaan lijkt Liverpool zich uit het dal te knokken eind 2025. Of die lijn door wordt getrokken in 2026 en of Salah dan nog in het rood voetbalt, is de vraag. Al met al was het een jaar van vreugde en intens verdriet. En Arne Slot zal het bestempelen als verreweg het meest bewogen jaar uit zijn carrière.

Overig

Dé sportmomenten van 2025: goud voor Kimberley Bos

Ze doet misschien wel de gevaarlijkste sport van allemaal. [...]
Ze doet misschien wel de gevaarlijkste sport van allemaal. Met 130 kilometer per uur op een slee, met het hoofd naar voren, naar beneden over een baan vol met ijs. Kimberley Bos ziet er misschien onschuldig uit, maar daarachter gaat een grote durfal verscholen. Al jaren is ze één van de beste en misschien wel de meest consistente vrouw in het Skeleton. Dit jaar piekte ze eindelijk op het goede moment; het WK. Over vier runs verspreid was ze de beste en dus kreeg ze eindelijk de gouden medaille om haar nek. In 2023 was ze ook al een keer dichtbij. Toen kwam ze twee honderdste te kort. Vorig jaar kwam daar het ‘helmdebacle’ bij. Net voor de klok sloot haar helm niet en besloot ze toch voor de zoemer naar beneden te gaan. Zonder zicht eindigde ze als negende. Het leverde haar slechte nachten op, maar inmiddels is Kimberley alweer terug en maakt ze zich op voor een prestatie op de Spelen. Waar ze zomaar de eerste gouden medaille winnaar in een andere sport dan schaatsen of shorttrack sinds 2010 te worden. Toen was het Nicolien Sauerbreij bij het snowboarden.

Overig

Dé sportmomenten van 2025: alles komt samen voor Joy Beune

Sinds Joy Beune overstapte naar Team IKO komt alles samen [...]
Sinds Joy Beune overstapte naar Team IKO komt alles samen voor de vrouw die van jongs af aan al werd bestempeld als supertalent. In 2024 werd ze wereldkampioen allround en ze pakte WK-goud op de 5000 meter en ploegenachtervolging. In 2025 ging ze door met winnen. Ze pakte in Hamar wereldtitels op de 1500 en 3000 meter én de ploegenachtervolging. Ook was er nog zilver bij de WK-allround, achter Antoinette Rijpma- de Jong. In het nieuwe seizoen lijkt Joy weer onverslaanbaar. Bij de wereldbekers is ze niet te kloppen. De vergelijkingen met een andere schaatsgrootheid zijn snel gemaakt... “Ireen was mijn grote voorbeeld toen ik jong was. Ze zei toen ik de overstap van de junioren naar de senioren maakte over mij iets als: ‘We kunnen allemaal wel inpakken, want er komt nu een groot talent aan...’ Het is niet zo dat de woorden van Ireen mij in de weg hebben gezeten, dat die voor te veel druk zorgden.” Lachend: “Laatst zei Ireen voor de grap: ‘Ik ben blij dat het wat langer heeft geduurd met jou, want daardoor kon ik gewoon nog mijn prijzen pakken." Als de WK afstanden van 2025 de generale repetitie was voor wat ons te wachten staat bij de Olympische Spelen in Milaan vanaf 6 februari, dan belooft dat nog wat. Kom maar op!

Hockey

Dé sportmomenten van 2025: Yibbi en de Europese titel

Yibbi jansen haar carrière nam een vlucht sinds de Spelen [...]
Yibbi jansen haar carrière nam een vlucht sinds de Spelen in Parijs vorig jaar. Met haar genadeloze strafcorner leidde ze de Nederlandse hockeysters naar olympisch goud. Ze werd uitgeroepen tot wereldspeelster van 2024 én FHM-sportvrouw van het jaar. In de Hockey India League was ze vorige winter de bestbetaalde buitenlander: in een paar weken tijd verdiende ze 32.000 euro. Kinderen staan in de rij voor haar handtekening, op Instagram heeft ze al meer dan 100.000 volgers en ook bedrijven gaan samenwerkingen met haar aan. Yibbi is allang niet meer alleen een hockeyster. Ze is een merk. De dochter van Ronald Jansen, voormalig keeper van het Nederlands hockeyelftal, besloot zelfs dat haar achternaam op het shirt plaats moest maken voor ‘YIBBI’. Op het EK van afgelopen zomer bewees Yibbi nogmaals dat zij het ‘nieuwe’ boegbeeld is van de Nederlandse hockeydames. Ze werd topscorer van het toernooi en verkozen tot beste speelster van het EK. Je zou het bijna vergeten: Oranje werd ook ‘gewoon’ voor de vijfde opeenvolgende keer Europees kampioen. Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards. Toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune. Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Overig

Wie is de grootste: Merckx of Pogacar?

Tadej Pogačar lijkt [...]
Tadej Pogačar lijkt geboren om records te breken. Op zijn 26ste rijdt de Sloveen alsof hij het wielrennen opnieuw wil uitvinden. Nog nooit was één renner zó compleet, zó hongerig, zó dominant. Wie hem ziet koersen, begrijpt waarom de vergelijking met Eddy Merckx niet meer te vermijden is. Afgelopen seizoen won hij Luik-Bastenaken-Luik, Strade Bianche, de Ronde van Vlaanderen, de Tour de France, het WK én het EK. De grote koersen die nog ontbreken op zijn palmares? Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix en de Vuelta – en zelfs die lijken slechts een kwestie van tijd. Dit weekend staat de laatste klassieker van 2025 op het programma: de Ronde van Lombardije. Een goed moment om met onze analisten te kijken naar de vraag die steeds luider klinkt: wie is nu écht de grootste wielrenner aller tijden? Eddy Merckx of Tadej Pogačar? Dumoulin: “De Vuelta zal in de toekomst zeker een doel voor hem worden en ik vermoed dat hij die volgend jaar zal willen rijden. En hij heeft ook al geroken dat het mogelijk is om Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix te winnen.” Steeds vaker wordt hij vergeleken met Eddy Merckx, de succesvolste wielrenner aller tijden. Bijnaam: de Kannibaal, omdat hij in de jaren zestig en zeventig altijd en overal won. Kroon: “Het schijnt Merckxiaans te zijn wat Pogacar doet, maar ik heb dat tijdperk niet bewust meegemaakt. Wat ik wel weet is dat het in mijn tijd langer duurde voordat ronderenners tot volle wasdom kwamen. Pogacar won zijn eerste Tour op zijn 21ste. Evenpoel won de Vuelta op zijn 22ste. Afgelopen Giro werd Juan Ayuso op zijn 22ste al gebombardeerd tot favoriet. Pogacar werd in 2020 op zijn twintigste meteen al derde in de Vuelta, zijn eerste grote ronde. In mijn tijd was dat onmogelijk. Dat gebeurde gewoon niet.” Kroon, 49 inmiddels, was prof tussen 1999 en 2014. “Er is nu meer kennis over voeding, materiaal en trainingsschema’s, maar ik denk dat het grootste verschil is dat ze op een veel jongere leeftijd al professional zijn in hun hele doen en laten dan in onze tijd. Sommige renners leven vandaag de dag op hun veertiende professioneler voor het wielrennen dan ik op mijn 28ste.” [caption id="attachment_21734" align="alignnone" width="2560"] Pogacar viert zijn wereldtitel met vriendin Urška Žigart[/caption] Clement: “Als ik het sec bekijk, dan is Pogacar de beste wielrenner aller tijden. Je kunt hem met Eddy Merckx blijven vergelijken, maar dat heeft geen enkele zin. Het is nu een heel andere tijd. Je kunt Max Verstappen toch ook niet vergelijken met coureurs uit de jaren zestig en zeventig? Ja, Merckx heeft de meeste wedstrijden ooit gewonnen, maar er bestaat toch geen twijfel over wie van de twee de betere atleet is?” Pogacar kan nog jaren mee. Hij won afgelopen jaar voor de vierde keer de Tour. Jacques Anquetil, Merckx, Bernard Hinault en Miguel Indurain zijn recordhouders nadat de zeven Tourzeges van Lance Armstrong wegens doping werden weggestreept. Zij wonnen de Ronde van Frankrijk vijf keer. Een kwestie van tijd voordat Pogacar dat record in zijn eentje in handen heeft? Kroon: “Het is heel simpel: er gaat een keer een einde aan komen. Ook bij Pogacar. En met een beetje geluk of pech – net hoe je het wil zien - duurt het nog tien jaar.” Het laatste woord is aan de 42-jarige Clement, van 2003 tot en met 2018 prof. “Ik heb nooit met Evenepoel, Vingegaard, Van der Poel, Pogacar en Van Aert in één peloton gefietst, en ik ben toch echt nog niet zo lang geleden gestopt. Wat ik daarmee wil zeggen: het kan snel gaan. Nu is Pogacar de koning, maar de volgende superrenner kan zomaar opstaan. Pogacar heeft het wielrennen naar een nieuw level gebracht, hij is de beste ooit gezien zijn fysieke capaciteiten. Zoals ik denk dat Mathieu van der Poel de beste klassiekerrenner ooit is wat fysieke capaciteiten betreft. Dat doet niets af aan het palmares van Merckx en Jan Raas en noem die mannen maar op. Ze rijden nu zoveel harder, de concurrentie is zoveel groter en er wordt dus zoveel meer van een atleet gevraagd. De evolutie stopt vandaag niet.” Meer lezen? Thymen Arensman: Op zoek naar balans Jonas Vingegaard: 'Ik ben hongeriger dan ooit' Mathieu van der Poel: 'Ik voel me toch ook oud worden'

Formule 1

‘Oscar Piastri is niet te stoppen’

Het gaat snel met Oscar Piastri. De McLaren-coureur maakt grote kans om dit jaar Max Verstappen te onttronen als wereldkampioen in de Formule 1. Een portret van de 24-jarige Australiër in aanloop naar de Grand Prix van Zandvoort op 31 augustus. “Oscar is goed in wiskunde.” Als je niet beter zou weten, denk je dat hij een student is die naar de collegebanken gaat als hij het rennerskwartier binnenwandelt. Voorkomend, vrolijke oogopslag en altijd vergezeld van de onafscheidelijke rugtas. Over de boordradio hoor je hem nooit vloeken, gespierde taal rolt bij interviews zelden uit zijn mond. Oscar Piastri is volgens zijn manager Mark Webber nu eenmaal ‘wat gereserveerd’. Maar verre van saai, zo voegt hij er direct aan toe. “Oscar zit niet in de Formule 1 om de krantenkoppen te halen.” In Hongarije won Piastri op 21 juli 2024 zijn eerste Grand Prix in de Formule 1. En dat na slechts 35 races. Een jaar later – in aanloop naar de GP van België – staat de teller al op zeven Grand Prix- overwinningen en is hij leider in de tussenstand om de wereldtitel, vlak voor teamgenoot Lando Norris. Na vier wereldtitels op rij voor Max Verstappen en Red Bull, kan het bijna niet anders dan dat dit jaar de wereldtitel naar McLaren gaat. Zak Brown: ' Oscar heeft alles wat je graag van een courreur wil zien, maar niet altijd ziet. Oscar vertoont alle trekken van een toekomstig wereldkampioen.' GOEIE MENSEN McLaren besefte jaren geleden al dat de Australiër uitzonderlijk was, nadat hij in de opstapklassen drie kampioenschappen - Formule Renault Euro Cup, Formule 3 en Formule 2 - op rij had gewonnen. Alpine onderkende dat trouwens ook: dat team had hem in 2022 onder contract als test- en reservecoureur. Maar toen de Franse renstal Piastri een jaar later promotie aanbood, vertrok hij na een hoop juridisch getouwtrek naar McLaren. “Oscar is extreem snel, volwassen en technisch goed onderlegd,” vindt Brown, topman van McLaren. “Maar ook kalm,” voegt de Amerikaan eraan toe. “Oscar heeft alles wat je graag van een coureur wil zien, maar niet altijd ziet. Zijn racecraft en bandenmanage- ment zullen door ervaring alleen maar beter worden,” gelooft Brown. ”Oscar vertoont alle trekken van een toekomstig wereldkampioen.” Volgens Mark Webber, die Piastri inmiddels al ruim zes jaar begeleidt, was zijn landgenoot goed voorbereid op de taak die hem in de Formule 1 te wachten stond. “Het team is zo enorm vooruitgegaan. Voor Oscar is dit een geweldige ervaring, want hij weet dat je zeker in deze fase van je loopbaan niet altijd het juiste materiaal tot je beschikking hebt." Helden Magazine 78 Het eerste gedeelte van het verhaal over Oscar Piastri komt uit Helden Magazine 78. Wil je meer lezen? Abonneer je nu op Helden , schrijf je in voor de nieuwsbrief of haal het magazine in de winkel! Meer lezen? Tom Coronel: 'Max is een geboren straatvechter' Duizendpoot Lewis Hamilton: coureur, acteur, zanger, model & wereldverbeteraar Jan Lammers: mister Zandvoort