Bij wielertalent Yuli van der Molen (21) werd een jaar geleden de ziekte van Hodgkin, kanker van het lymfestelstel, geconstateerd. Een loodzware periode volgde. Inmiddels is ze hersteld, terug op de baan en de weg. Ze krijgt steun van haar neef en oud-wielerprof Niki Terpstra (40). Voor Helden Magazine nummer 75 spraken we met hen af op de wielerbaan van Sportpaleis Alkmaar in aanloop naar De Hollandse 100 in en rond Thialf, waaraan Yuli - en wellicht ook Niki - op 23 maart meedoet om aandacht te vragen voor lymfeklierkanker.
Yuli van der Molen en Niki Terpstra
‘Vandaag ging ik naar het ziekenhuis voor de uitslag van de biopsie. Ik heb de ziekte van Hodgkin. Dat is kanker van het lymfestelsel. Het is heel goed te behandelen. Ik zal dit jaar van intensieve behandeling doen zoals elke race. Hard racen, de pijn accepteren, de steun langs de kant van de weg omarmen, maar bovenal zal ik de race gezond finishen.’ Het bericht verscheen op 19 januari 2024 op het Instagram-account van Yuli van der Molen, op dat moment twintig jaar oud.
[caption id="attachment_20751" align="aligncenter" width="1913"] Yuli van der Molen[/caption]
Haar eerste klachten verschenen bijna een jaar eerder, in februari 2023. “Ik was op trainingskamp en had op de fiets last van mijn heup en lies,” vertelt Yuli, “ook ’s nachts deed het pijn. De fysio en masseur van de ploeg gaven mij oefeningen, die hielpen maar tijdelijk.
In april viel ik van mijn fiets. Vanaf dat moment werden mijn klachten erger. Ik had veel pijn, vooral ’s nachts, en kon met mijn rechterbeen geen kracht meer zetten. Ik heb een redelijk hoge pijngrens, maar zoiets had ik nog nooit gevoeld. Bij de fysio en chiropractor ben ik geweest en zelfs nog op de spoedeisende hulp beland, maar niemand kon de oorzaak vinden. Ik modderde maar en beetje aan. Na een training herstelde ik ook niet goed meer.”
Niki Terpstra is een volle neef van Yuli’s moeder Esther. De vader van Esther en de moeder van Niki zijn broer en zus.
Niki: “Ik beschouw Yuli als mijn nichtje, niet als mijn achternichtje. Wij zijn heel close. Ik heb nog met jou gekeken naar jouw fietspositie. We probeerden van alles, maar kregen het niet aan de praat bij je.”
Yuli: “In december 2023 ging ik voor vier weken naar Spanje op trainingskamp. Ineens verscheen er een enorme bult op mijn sleutelbeen. Ik kreeg last van mijn schouder en oksel, kon mijn arm nauwelijks nog optillen. Van de apotheek kreeg ik wat zalfjes mee, maar die bult ging niet weg. In Spanje zocht ik op Google naar ‘bult op sleutelbeen’. Bovenaan de zoekresultaten verscheen ‘Hodgkin’ en ‘non-Hodgkin’. Toen begon ik me echt zorgen te maken. Tegen mijn vrienden met wie ik op trainingskamp was, zei ik: jongens, ik denk dat ik kanker heb. Ik belde mijn moeder en vertelde over die bult. Haar reactie zei genoeg.”
Yuli: 'Tegen mijn vrienden met wie ik op trainingskamp was, zei ik: jongens, ik denk dat ik kanker heb. Ik belde mijn moeder en vertelde over die bult. Haar reactie zei genoeg'
De geschiedenis herhaalde zich. Esther van der Molen, Yuli’s moeder, leed in 2001 ook aan kanker van het lymfestelsel. Ze had non-Hodgkin, vertelt Esther. “Ik was bij Yuli en onze jongste dochter Roanne altijd al alert op rare bulten of andere veranderingen aan hun lichaam. Ik wist meteen: dit is foute boel.”
Yuli: “In Nederland ging ik naar de huisarts. Ik liet mijn bult zien en zag de schrikreactie. Ik moest meteen een echo laten maken. De arts in het VU in Amsterdam zei nog: ‘Je hoeft niet meteen te denken aan Hodgkin of non-Hodgkin, maar je bloedwaarden moeten dan wel goed zijn.’ Een uur nadat ik bloed had laten prikken werd ik al gebeld met de uitslag. Mijn ontstekingswaarden waren veel te hoog. Het kon niet zo zijn dat ik me nog zo goed voelde, was de boodschap. Een paar dagen later had ik een biopt en een scan in het ziekenhuis. De arts belde meteen: de uitslag was allesbehalve goed.
In mijn onderbewustzijn wist ik al dat het mis was, maar ik had het al die tijd goed proberen te praten voor mezelf. Ik hoorde weinig aan de telefoon, kon niet meer praten, het leek of mijn keel werd dichtgeknepen. Mama nam de telefoon over.”
Yuli moest meteen naar het ziekenhuis voor een gesprek met de arts. Haar ouders en oma waren mee. “Ik kon alleen maar huilen. De artsen lieten de foto’s van de scan zien. Ik schrok me kapot. Ze dachten eerst nog aan botkanker omdat er zoveel door kanker aangetaste plekken in mijn bekken te zien waren. Uit het biopt bleek toch dat het om Hodgkin, stadium 4, ging. Ik riep dat het niet kon, dat ik volgende week weer op trainingskamp moest.”
Niki zag Yuli op 13 januari, een dag nadat zij de diagnose kanker had gekregen. “Onze dochter Zoey is op die dag jarig. Mijn vrouw Ramona had op 12 januari met Esther gebeld op de terugweg van die onderzoeken in het ziekenhuis. Ramona zei nog: ‘Als de arts nog niet gebeld heeft, zal het wel niet zo erg zijn.’ Dat had ze nog niet gezegd, of jullie werden al teruggebeld. Je bent alsnog naar Zoey’s verjaardag gekomen.”
Yuli: “Opa en oma begon meteen te huilen toen we binnenkwamen. Daarna proostten we en gingen we taart eten.”
Esther: “Zij zijn nauw betrokken geweest bij mijn ziekte en gingen alles herbeleven.” Esther kijkt Niki aan: “Jouw vader ging vaak met mij mee naar gesprekken in het ziekenhuis.”
Esther belde na de diagnose van Yuli met de arts in het VUmc die ook haar behandelde. Hij liet meteen weten ook Yuli onder zijn hoede te nemen.
Yuli: “Jij hebt mij veel verteld over jouw ziekte. Ik had nooit de angst om ziek te worden. Totdat die bult verscheen. Toen dacht ik meteen: dat had mama toentertijd ook. De diagnose voelde gek genoeg als een opluchting. Ik had een verklaring waarom het fietsen niet goed ging.”
Koffiedrinken
Yuli’s liefde voor het fietsen ontstond voor een groot deel door Niki. Niki begon zijn carrière als baanwielrenner en maakte de overstap naar de weg, waar hij zijn grootste successen beleefde. In 2014 won hij Parijs-Roubaix en in 2018 de Ronde van Vlaanderen. Hij kwam jarenlang uit voor QuickStep, waarmee hij ook nog vier keer wereldkampioen op de ploegentijdrit werd.
Yuli: “Ik was kind aan huis bij jullie, hoewel jij meestal weg was voor de koers. Ik heb zo’n beetje al jouw wedstrijden gevolgd. Ik weet nog goed dat jij Parijs- Roubaix en de Ronde van Vlaanderen won. Wij keken thuis op tv. Tijdens Parijs- Roubaix was jouw zoon Luca, mijn neefje dus, bij mij. Hij gilde: ‘Daar is papa!’”
Niki: “We hebben nog één keer samen gekoerst, in Binche in België.”
Yuli: “Het was mijn eerste profjaar en jouw laatste. Ik keek zo tegen jou op. Mijn moeder vond wielrennen altijd stom, mijn vader had er ook niet veel mee. Ik vond het wel leuk en ben ook meteen de baan op gegaan.”
Niki: “Ik hoorde op een gegeven moment dat jij fanatiek bij DTS, de Zaanlandse wielerclub, aan het fietsen was. Ik heb me in die tijd nooit met jou bemoeid, in de jeugd gaat het juist om het hebben van plezier en is het nog zo speels. Nu pas wordt het fietsen bij jou serieus. Nu ik weet wat voor niveau jij aankunt, kan ik jou ook gerichter helpen. Je fietst sowieso geregeld langs bij ons. Even koffiedrinken en weer terug.”
Yuli lachend: “Dan heb ik geen zin meer en denk ik: even een plaspauze.”
Niki: “Ik heb geen officiële rol in jouw wielercarrière, maar geef je wel advies. Op de baan probeer ik jou op tactisch gebied tips te geven. Dan ben ik kortaf en hard.” Yuli: “Ik vind het prima als jij kortaf bent, heb dat ook nodig. Ik neem jouw tips altijd ter harte. Jouw vader staat op dinsdagavond soms te kijken en komt dan ook geregeld naar me toe met tips.”
Niki: “Mijn vader was vroeger al fanatiek, maar niet streng. Hij ging het hele land met mij door en deed dat graag voor mij, maar ik moest het niet proberen om de kantjes ervan af te lopen. Ik ben uit mezelf gaan fietsen, heb het niet van hem. Hij had ook niet per se verstand van wielrennen. Dat is een andere situatie dan waarin wij zitten. Ik durf te zeggen dat ik dat wel heb en jou goed kan helpen.”
Yuli is een groot talent op de baan en maakte voor haar ziekte deel uit van de Nederlandse jeugdselectie. Ook laat ze zich zien op de weg. Ze reed in 2022 voor de opleidingsploeg NXTG van Natascha Knaven. Die ploeg ging in 2023 op in AG Insurance – Soudal. Daarmee was de vrouwentak van Soudal - Quick-Step geboren, toevalligerwijs de voormalige ploeg van Niki Terpstra met als teambaas Patrick Lefevere.
Yuli: “Natascha zei enthousiast tegen Lefevere dat ik het nichtje van Niki ben. Hij reageerde heel droog: ‘Ja, Niki ken ik wel.’ Hij is een man van weinig woorden.”
Niki: “Jij zat in jouw eerste jaar bij die nieuwe ploeg, wilde het graag goed doen. Je deed enorm je best, maar het ging voor geen meter. Uiteindelijk wisten we waarom.”
Vlogcamera
“Een aantal mensen zeiden: ‘Gelukkig is het Hodgkin.’ Daar had ik moeite mee. Ik had het gevoel dat mijn ziekte werd gebagatelliseerd. Op papier was de kanker goed behandelbaar, maar er zijn ook mensen aan doodgegaan. Na de diagnose dacht ik wel even: misschien is mijn leven binnenkort voorbij,” zegt Yuli.
Ze vervolgt. “Ik kon er met mijn ouders over praten, maar wilde ook niet te veel bij hun neerleggen. Zij hadden al genoeg stress. Bij mijn toenmalige vriend kon ik veel kwijt, hij fungeerde als een soort paal waar ik tegenaan kon blijven praten. Ik zat in een achtbaan en leefde van dag tot dag. Er kwam veel op me af. Op Valentijnsdag startte mijn eerste van vier chemokuren. Een kuur duurde drie dagen. De eerste keer was de hele familie mee. Toen dacht ik nog: dit fix ik wel even.”
Yuli zegt lachend tegen haar moeder: “Jullie zijn nog teruggefloten door de verpleging, hadden met zijn allen dat hele ziekenhuis op stelten gezet. Dat was niet de bedoeling.
Op woensdag, donderdag en vrijdag kreeg ik chemo toegediend en op zondagavond moest ik een prik voor mijn witte bloedcellen. De artsen hadden me gewaarschuwd: ‘Als je botpijn krijgt, dan is dat een goed teken. Dat betekent dat die prik werkt.’ Het voelde alsof ik een hartaanval kreeg, zoveel pijn had ik aan mijn borstbeen.
Na twee chemokuren kreeg ik een scan om te kijken of de kanker nog actief was. Als er nog activiteit te zien was, had ik zes in plaats van vier kuren nodig en eventueel bestraling. Dat was gelukkig niet het geval.”
Niki: “Jouw traject was voor ons ook intens om mee te maken. We konden niks doen, voelden ons machteloos. Het was fijn om te horen dat er snel verbetering te zien was.”
Yuli’s moeder legde het hele traject vast met een vlogcamera. Voor haar ziekte had Yuli al eens geopperd om de wedstrijddagen op beeld vast te gaan leggen. Dat plan zetten ze door, alleen het onderwerp veranderde. Ze openden een YouTube- kanaal: De molentjes, cancer journey Yuli. Yuli: “Mama zette geregeld de camera neer in het ziekenhuis en thuis. Dat was ook weleens vervelend, vooral als ik moest huilen. Maar ik kreeg veel positieve berichten. Mensen reageerden dat ze het mooi vonden en dat ze het knap vonden dat ik zo vrolijk bleef.”
Niki: “Dat was ook zo, tijdens jouw ziekte was je meestal vrolijk en positief. Heel bewonderenswaardig.”
Yuli kijkt haar moeder aan: “Wat stond er ook alweer op die tegel? ‘Kanker is kut, maar ik moet zelf de slingers ophangen,’ toch?”
Esther lachend: “Klopt. Jij zei dat toen je het slechte nieuws van de arts hoorde. Een nicht van ons heeft het op een tegeltje laten zetten.”
Niki: “Ik heb stukjes van jouw vlogs gezien, niet alles. Ik vond het juist helemaal niet leuk om te zien. Veel te confronterend en pijnlijk.”
Yuli: “Dat hoorde ik vaker. Mijn vrienden reageerden eerst ook enthousiast, maar dan kreeg ik later een bericht dat ze waren gestopt met kijken omdat ze niet konden stoppen met huilen. Mama had het ook lekker dramatisch gemonteerd met verdrietige muziek eronder.”
Uit verschillende hoeken kreeg Yuli steun.
Yuli: “Na dat jaar bij Soudal ben ik overgestapt naar een nieuwe Belgische ploeg, Proximus, nu Velopro, dus veel ploeggenoten kende ik nog niet. Behalve Lisa van Belle, die afgelopen jaar brons op de koppelkoers op de Spelen won, en Lente Boskamp. Zij zijn vaak bij mij op bezoek geweest. Andere vriendinnen uit de buurt kwamen ook geregeld langs.” Door de chemotherapie verloor Yuli haar haar.
Yuli: “Een week voordat ik te horen kreeg dat ik ziek was, was ik bij de kapper geweest. Ik had eindelijk mijn droomkapsel. Toen de dag van de eerste chemo dichterbij kwam, realiseerde ik me ook dat ik mijn haar zou verliezen. Ik heb niet gewacht op het moment dat het uit zou vallen, maar het er zelf afgeknipt. Het was een rotdag. Maar ik denk dat ik het nog confronterender had gevonden als die lange plukken langzaam zouden uitvallen.
Het was raar om kaal te zijn en mezelf zo te zien. Ik was door de medicatie ook nog eens twintig kilo aangekomen. Ik voelde me totaal niet mezelf. Soms droeg ik een pruik, niet altijd. Een pruik zou het verschil niet gaan maken hoe ik me voelde, dus ik droeg die lang niet altijd. Ook met die kale kop ben ik gewoon naar buiten blijven gaan. Die ogen die ik op me gericht voelde als ik boodschappen deed, deden me niet heel veel.”
Esther vult aan: “De hele ziekteperiode was een wirwar aan emoties. Ik weet nog dat je een keer je tanden aan het poetsen was en in de spiegel keek met je gemillimeterde haar. Je barstte in huilen uit en kon niet meer stoppen. Een half uur later maakte je alweer grapjes.”
Yuli: “Ik kon het niet hebben als mensen zeiden: ‘Wat staat dat korte haar jou goed.’ Wat lul je nou, dacht ik dan, het is hartstikke lelijk. Later, toen ik weer een beetje kon sporten, afviel en mijn haar langzaam weer begon te groeien, ging ik juist vaker een pruik dragen, omdat ik me weer een beetje mezelf begon te voelen. Mijn familie heeft toen ook een cancer free party voor mij georganiseerd. Mama wilde een nieuwe pruik met me uitzoeken. Ze vroegen of ik ambassadeur van dat pruikenmerk wilde worden. Nu draag ik geen pruik meer. Mijn haar groeit goed, maar is nog wel kort. Ik heb het een paar keer laten invlechten, over een paar weken moeten de vlechten eruit en dan laat ik het zoals het is.”
Camping
“Ik vind het heel knap hoe jij alles hebt doorstaan. Toen de behandelingen afgerond waren, zat je meteen weer op de fiets. Ik zei: zou je het niet een beetje rustig aan doen, fietsen is niet belangrijk. Maar jij wilde per se weer trainen. Het is verbazingwekkend hoe goed het nu alweer met je gaat,” zegt Niki.
In mei waren alle behandelingen afgerond en hoefde Yuli ook geen medicatie meer te slikken.
Yuli: “Ik wilde er weer vol voor gaan, had ook geen pijn meer op de fiets. Ik begon meteen een strak schema te volgen. Dat was achteraf te snel. In mijn hoofd kon ik dat, in de werkelijkheid was ik daar lichamelijk helemaal nog niet klaar voor.”
Niki: “Wij zagen dat ook. In de zomer ben je met ons mee geweest op vakantie. We gingen met de camper naar Frankrijk en Italië, waar ik een gravelwedstrijd zou rijden. Dat waren de eerste weken dat je weer op de fiets zat sinds jouw ziekte.”
Yuli: “Ramona vertelde over jullie vakantieplannen en vroeg: ‘Ga je mee?’ Ik stemde toe, en een half uur later zei ze: ‘We gaan trouwens met de camper...”’
Niki lachend: “Ja, jij bent een luxepaardje... Ik fietste heel veel, jij ging ook geregeld mee. Maar ik wilde dat het voor jou als een vakantie voelde, niet als een verkapt trainingskamp.”
Yuli: “Met jou en met Ramona heb ik in Frankrijk veel gepraat. Jij zei dat ik weer moest gaan fietsen voor mijn plezier, onbevangen, en dingen moest doen die ik leuk vond. Nadat je dat nog een paar keer had herhaald, dacht ik: misschien heb je gelijk. Toen ik thuiskwam, heb ik een maand mijn fiets niet aangeraakt. Ik was zo moe.”
Niki: “Ik zag dat het trainen je tegenwerkte. Je verscheen ook alweer aan de start van een wedstrijd. Dat werd een teleurstelling, logisch ook. Ik zei: je moet eerst zorgen dat je eraan toe bent om weer aan de start te staan en dat kan best een lang traject worden. Ik herkende het van mezelf. Na een zware blessure, en dat staat natuurlijk in schril contrast met wat jij hebt meegemaakt, wilde ik vaak ook te snel weer door.”
Yuli: “De arts had gezegd dat ik me in augustus beter zou voelen. Dat had ik iets te letterlijk genomen. Ik mocht weer fietsen, maar hoe ik dat precies moest opbouwen, wist die arts natuurlijk ook niet. Ze houden nu nauwlettend mijn hart in de gaten. In de zomer was mijn hartslag nog veel te hoog. Als ik met vrienden ging fietsen, waarvan veel meedoen in de World Tour, kon ik nog niet meekomen. Als hun hartslag in een training op 113 zat, was die van mij 180. Vanaf septem- ber ging ik met een nieuwe trainer aan de slag en ging het snel de goede kant op.”
Kreeft
Om Yuli’s nek hangt een kettinkje waarop in gouden letters Cancer staat. Een cadeautje van haar moeder.
Yuli: “Jij had het gezien bij een meisje op TikTok die ook Hodgkin heeft gehad en vond het mooi. Soms denken mensen dat het om mijn sterrenbeeld gaat en zeggen: ‘Wat leuk, ik ben ook Kreeft.’” Esther: “De verpleging vroeg ook geregeld: ‘Is dat sarcastisch bedoeld?’” Yuli: “Dat is het ook wel een beetje.” Haar ziekte heeft Yuli veranderd, beaamt ze.
“Vroeger als ik een pijntje had of verkouden was, dan ging ik niet trainen. Nu denk ik: ik ga gewoon. Door alles wat ik heb meegemaakt, kan ik meer aan. Soms hoor ik een wielrenner zeggen: ‘Ik was ziek en heb een week niet kunnen trainen. Daarom reed ik niet goed.’ Dan denk ik: ik was ook ziek, heb een half jaar niet kunnen trainen en rij jou alsnog voorbij.” Niki: “Je zet enorm door in een wedstrijd, meer dan voorheen. Ik zie in jouw mentaliteit een verandering. Je gaat dieper, doet meer moeite dan voor jouw ziekte.” Bij de Zesdaagse in Ahoy in december liet Yuli voorzichtig weer haar oude niveau zien. Ze won twee onderdelen, een puntenkoers en een temporace.
Yuli: “En het NK Omnium in Alkmaar daarna ging ook niet slecht. Collega’s zeggen nu al: ‘Yuli moeten we in de gaten houden, die is weer bijna in vorm.’ Ik ben nog lang niet in vorm, maar ik vind het grappig dat mensen blijkbaar toch bang voor mij zijn. Ik voel nog geen druk, maar als ik aan de start sta, dan wil ik winnen en raak ik gefrustreerd als het niet lukt.” Niet alleen fysiek, ook mentaal is er nog werk aan de winkel, zegt Yuli.
“Ik heb met Ramona een paar keer een mental coaching sessie gehad. Zij doet dat met behulp van paarden. Het hielp me na mijn ziekteproces, maar vooral bij het fietsen. Ik moest bepaalde opdrachten doen, zodat ik anders ging denken en dingen beter kon ordenen in mijn hoofd. Ik ben ook van plan om naar een psycholoog te gaan om mijn ziekte gerichter te kunnen verwerken. Ik wil mijn lichaam weer kunnen vertrouwen. Ik heb iedere drie maanden bloedcontroles, die geven mij wel rust, maar vooralsnog sta ik bij ieder pijntje huilend voor mama.”
Yuli kijkt Esther aan: “Ik wil jou ook ontlasten. Een paar jaar geleden heb jij ook nog borstkanker gekregen. Dat traject had je net afgesloten. Nu kon je door mij weer opnieuw beginnen aan alle ellende.”
Jenning de Boo
Tijdens Yuli’s ziekte klopte ook Stichting Lymph&Co bij haar aan. De stichting vraagt aandacht voor lymfeklierkanker en gebruikt honderd procent van alle donaties voor financiering van wetenschappelijk onderzoek naar betere en effectievere behandelingen.
Yuli: “Mijn moeder lijkt soms ook wel mijn manager. De stichting had haar benaderd om samen geld op te halen voor lymfeklierkanker. Ik ben officieel nog geen ambassadeur, hoop dat ik dat mag worden.”
Niki: “Jij past zo goed bij de stichting, omdat jij als topsporter geen standaardbehandeling hebt gehad.”
Yuli knikt: “In de standaard chemokuur zitten bepaalde middelen die je zenuwen en longen aantasten. Die zijn er bij mij uitgehaald. De artsen hebben mij een zo kort en zo intensief mogelijke behandeling voorgeschreven. Maar ik was geen proefkonijn, hoor.”
Niki lachend: “Wel een testversie.”
Yuli: “Deze behandeling wordt nog niet vaak gegeven in Nederland, wel in Duitsland en Amerika. Waarom, weten we niet. Waarschijnlijk om financiële redenen, maar dat hebben we er zelf van gemaakt.”
Niki: “Als je ziet hoe goed de behandeling heeft gewerkt bij jou, dan zouden meer mensen daar recht op moeten hebben. Dat is waar Lymph&Co zich hard voor probeert te maken.”
Ook Niki droeg al zijn steentje bij aan de stichting.
Niki: “Ik heb maar een kleine rol kunnen spelen, hoor. Ik ben op een fundraiser geweest op het Circuit van Zandvoort, waar ik een groep mocht begeleiden en waar later op de dag een veiling werd gehouden. Eén verkocht veilingitem was een wielerclinic van mij.”
Op 23 maart doet Yuli mee aan De Hollandse 100 in Thialf. Deelnemers gaan tien kilometer schaatsen en negentig kilometer fietsen. Doel is om donaties binnen te halen voor onderzoek naar lymfeklierkanker.
Yuli: “Over dat fietsen maak ik me niet zo’n zorgen, maar dat schaatsen... Tien kilometer is lang, hoor. Ik zei nog tegen de stichting: ik kan helemaal niet schaatsen. Ze antwoordden: ‘Oké, dan gaan we proberen of je een lesje kan krijgen van Jenning de Boo.’” Lachend: “Dat verzoek ligt nu bij zijn management. Er wordt nog gekeken of het past in onze volle agenda’s”
Niki: “Ik heb nog niet in mijn agenda gekeken, maar ik denk dat ik er wel bij ben op 23 maart. En dan doe ik ook mee. Ik ga niet aan de kant staan kijken.” Yuli: “Mensen kunnen zich inschrijven in mijn team, Team Yuli Speed on Wheels, en een donatie doen.”
McDonald's
Het leven lacht Yuli langzaam weer toe.
Yuli: “Op lange termijn hoop ik dat ik in de World Tour kan uitkomen en van wielrennen mijn beroep kan maken. Ik wil me ook op de baan verder ontwikkelen. Mijn droom is om me als baanwielrenner te kwalificeren voor de Spelen in 2028.”
Niki: “Het fietstalent heb je. Als je het doorzettingsvermogen houdt dat je nu hebt, dan komt het wel goed. Je kan nog meer voor het wielrennen gaan leven en daar help ik jou graag bij. Ik volg jou op Instagram, maar dat geeft soms een vertekend beeld. Als je één keer per week naar de McDonald’s gaat, maar je zet wel elke keer die foto erop, dan lijkt het net alsof je daar altijd eet. Dat zeg ik dan ook tegen jou. Nu zie ik je op Instagram vooral veel fietsen, ook als het slecht weer is. Dat geeft een heel ander beeld.”
Niki zette in 2022 een punt achter zijn professionele wielercarrière. Inmiddels heeft hij zijn eigen podcast, hij fietst geregeld gravelwedstrijden en vervult een belangrijke rol voor Sportpaleis Alkmaar.
Niki: “De gemeente twijfelde aan de toekomst van de baan, omdat er geen wedstrijden meer werden gehouden. Daarop hebben wij met een groepje, met onder andere oud-profs Laurens ten Dam en Reinier Honig, besloten dat we voor meer reuring willen zorgen. We organiseren nu iedere dinsdag wedstrijden. Alle trainingen en wedstrijden worden drukbezocht. Die baan moet blijven. Mijn leven als oud-wielrenner bevalt goed, maar ik heb het drukker dan toen ik nog prof was.”
Yuli: “Als ik mensen vertel dat ik jouw nichtje ben, dan krijg ik altijd een reactie van ongeloof. Jij bent ook gewoon een mens, hoewel jouw palmares heel bijzonder is. Ik ben er trots op dat wij familie zijn, maar ik word nooit met jou vergeleken. Je bent zo’n grote renner geweest. Ik blijf bij je aankloppen, hoor.”
Helden Magazine editie 75
Het eerste deel van het dubbelinterview met Yuli van der Molen en Niki Terpstra komt uit Helden Magazine nummer 75. Voor de eerste editie van 2025 maakte Frits Barend een rondje langs de velden. Hij merkte dat iedereen lyrisch is over de trainer van Liverpool, Arne Slot. “Ik vind Arne fantastisch,” aldus Guus Hiddink.
Voetbal
Maar Slot is niet de enige Nederlander die schittert in de Premier League. Micky van de Ven, een paar jaar geleden nog speler bij FC Volendam, is nu een publiekslieveling bij Tottenham Hotspur. Hij deelt zijn verhaal over de weg naar de top. Ook spraken we met Wout Weghorst, voormalig speler van Burnley en Manchester United. De huidige spits van Ajax roept zowel bewondering als kritiek op. “Het stempel ‘rare gozer’ drukt op mij, en dat gaat ook nooit meer veranderen,” vertelt Weghorst openhartig.
Schaatsen
In deze wintereditie is er uiteraard ook aandacht voor schaatsen. Jenning de Boo en Kjeld Nuis zijn niet alleen ploeggenoten, maar ook goede vrienden. Tijd voor een uitgebreid dubbelinterview met het razendsnelle duo. Daarnaast zetten we Angel Daleman in de spotlight. Ze is slechts zeventien jaar, maar blinkt al uit als zowel shorttracker als langebaanschaatsster. Iedereen loopt met haar weg. In een interview praat Angel over haar mentor Ireen Wüst, haar tatoeages en de moeilijke keuzes die ze moet maken.
Tennis
Naast schaatsen lees je ook een bijzonder interview met Wesley Koolhof. Tijdens de Davis Cup, eind vorig jaar, nam hij afscheid van het professionele tennis. Als voormalig nummer één van de wereld in het dubbelspel kijkt hij terug op een indrukwekkende carrière. Hij vertelt openhartig over het gemis van een rol in de historische finale tegen Italië. Het mannentennis kent daarnaast een nieuwe rivaliteit die de sportwereld in zijn greep houdt. Richard Krajicek, toernooidirecteur van het ABN AMRO Open, laat zijn licht schijnen op de opkomst van Jannik Sinner en Carlos Alcaraz. Beide jonge tennissterren komen dit jaar naar Rotterdam en lijken de komende jaren het mannentennis te gaan domineren.
Verder in Helden 75
Paralympisch snowboarders Lisa Bunschoten en Chris Vos zijn sinds deze zomer trotse ouders van dochter Jane. “Ons goud ligt in de Maxi-Cosi,” zeggen ze met een glimlach. LeBron James en zijn zoon Bronny vormen een historisch duo in de NBA bij de Los Angeles Lakers. In dit familieportret krijg je een uniek inkijkje in hun leven. En nog veel meer inspirerende verhalen!