Word abonnee
Meer

Snowboarden

Nicolien Sauerbreij en Arjen Robben over wat een snowboardster en voetballer van elkaar kunnen leren

Ze kenden elkaar alleen van televisie, [...]
Ze kenden elkaar alleen van televisie, maar reageerden beiden meteen positief: Arjen Robben wilde Nicolien Sauerbreij graag een keer ontmoeten en Nicolien is al jaren fan van Arjen. “Hij is authentiek, is volgens mij volledig zichzelf. En ook hij heeft tegenslagen overwonnen.” Eind 2013 was het zover: de winnaar van de Champions League ontmoette in München de olympisch kampioene. In aanloop naar de Olympische Winterspelen doken we de archieven in. De schok 48 uur na interview en fotosessie was groot. Arjen voelde zich beresterk en was opvallend ontspannen. Het leven lachte hem toe. Die avond van het interview kwam om negen uur zijn ostheopaat overgevlogen uit Limburg voor een reguliere servicebeurt. De volgende dag zou Bayern München met de bus naar Augsburg rijden, voor de bekerwedstrijd tegen de lokale FC. Het zou Arjens laatste wedstrijd van het jaar worden. Na een jaar zonder blessures en nadat hij en passant de openingsgoal had gemaakt, schopte de keeper van FC Augsburg met een schofterige overtreding Arjen letterlijk het ziekenhuis in en het jaar uit. De keeper kreeg slechts geel. Opvallend is nog steeds de geringe verbazing over de aanslag op de knie van Arjen, maar dat terzijde. Op advies van Roy Makaay spraken we in 2013 af in Forsthaus Wörnbrunn, een gemoedelijk Zuid-Duits restaurant vlak bij het huis van Arjen in Grünwald. Nicolien: “Jij hebt lekker een thuisbasis. Thuis is voor mij zo’n relatief begrip, zeker in de winter. Tussen 2 januari en 24 februari kom ik helemaal niet thuis. Ik heb eigenlijk nauwelijks een thuisbasis.” Arjen: “Wij zijn gedurende het seizoen ook veel van huis, alleen zijn dit kortere periodes. Voor bijna elke wedstrijd slapen we in een hotel en tijdens de voorbereiding gaan we vaak een dag of tien op trainingskamp. Maar de hele winter reizen, zoals Nicolien, dat kennen wij niet.” Nicolien, hoe kijk jij naar Arjen? Nicolien: “Ik zie hem als een gedreven persoon met een enorme geldingsdrang waardoor hij af en toe wel eens een tegenspeler over het hoofd ziet. Ja toch?” Arjen knikt instemmend. “Ik ken hem eigenlijk alleen van televisie. Ik zie een fris Hollands hoofd, iemand die eerlijk is en in interviews de moeite neemt om zaken goed te verwoorden. Ik heb me altijd gestoord aan de wijze waarop hij in Nederland is bejegend. Zijn hele houding straalt gedrevenheid uit. Ik vrees dat veel Nederlanders die uiterste passie om de top te halen niet kennen en daarom al gauw denken dat wij ons aanstellen. Ik zie een op en top sportman die totaal niet naast zijn schoenen loopt. Dacht je dat Arjen die blessures leuk vond? Alsof je daar iets aan kunt doen. En ook typisch Nederlands, nu hij maar blijft winnen en scoren, schrijven al die journalisten die hem jaren hebben afgekraakt alleen maar positief. Zelfs zo positief dat hij was genomineerd voor Sportman van het Jaar. Maar Arjen is niet veranderd, dat zijn de journalisten.” Arjen luistert bescheiden en lacht af en toe: “Wat ik bij Nicolien bijzonder vind, is dat zij in een sport excelleert en zelfs het hoogst haalbare heeft gehaald, zonder enige faciliteit in eigen land. Zij heeft dus van het begin af aan heel veel offers moeten brengen, ja, dat vind ik ongelooflijk knap.” Nicolien is vereerd en oprecht verbaasd dat Arjen haar gouden olympische traject in 2010 tot en met de laatste race helemaal heeft gezien. Nicolien: “Dat is natuurlijk ook een vooroordeel, maar ik dacht: wat moet een voetballer nou met een vrouw die aan snowboarden doet? Ik vind dat wel bijzonder, daar sta je niet bij stil. Ik dacht, hij is even gaan googelen wie ik ben.” Arjen: “Dat hoor ik wel vaker, dat er een beeld van ons bestaat, alsof wij voetballers niet naar andere sporten kijken of in andere sporten geïnteresseerd zijn. Ik kan je legio voorbeelden noemen van topsporters die een heel brede belangstelling hebben.” Wie moet meer doen en laten voor haar/zijn leven als topsporter? Arjen: “Die vraag is bijna niet te beantwoorden. Het is een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk dat we allebei alles voor onze sport over hebben. Je leeft in een bepaald ritme en laat daar veel voor, maar je doet het graag omdat je er veel voor terugkrijgt.” Nicolien: “Er zijn tientallen miljoenen voetballers. Dat alleen al maakt het bijzonder als je als voetballer de top haalt. Ook jou komt lichamelijke fitheid niet aangewaaid. Daar moet je voor werken en vooral een gedisciplineerd leven leiden.” Is het makkelijker voor een man dan voor een vrouw om topsporter te zijn? Nicolien: “In het begin niet, maar verderop in je carrière wel. Dan moet een vrouw keuzes maken die een man nooit hoeft te maken. Hij kan kinderen hebben en een lieve vrouw naast zijn carrière. Waar zou ik mijn kinderen moeten laten, als ik ze zou willen? Als je op mijn leeftijd kiest voor topsport, dan kies je voor een leven zonder gezin, zonder kinderen. Los van de aanslag op je lichaam, hoewel ze zeggen dat een vrouw na een bevalling sterker is. Er is een Duits meisje dat voor Vancouver per ongeluk zwanger raakte en die is inderdaad sterker teruggekomen, maar die was 21. Ze brengt haar kind nu bijna het hele jaar naar haar ouders, dus dankzij haar ouders kan ze sporten, maar dat zou ik niet willen.” Arjen: “Nicolien heeft volkomen gelijk, je zult niet vaak zien dat een vrouw haar sport beoefent en dat de man het hele jaar door voor de kinderen zorgt. Ik ben veel weg, maar niet lang achter elkaar. Als ik tien dagen weg ben, verlang ik enorm naar mijn kinderen.” Nicolien: “Een vrouw heeft het op alle fronten lastiger. Neem de menstruatie. Sommige vrouwen zijn daar doodziek van. Het is heel lekker dat je daar als man niet aan hoeft te denken.” Whereabouts en controles Voeding en gewicht zijn steeds belangrijker bij sporters, blijkt als we appeltaart voorgeschoteld krijgen. Nicolien hapt graag toe, Arjen bedankt. Nicolien: “Ik heb er belang bij zwaar te zijn. Ik moet dus juist niet letten op wat ik eet, maar opletten dat ik niet te licht ben. In de zomer maak ik zoveel trainingsuren dat ik er niet tegenop kan eten. Ik moet dan minimaal zes keer op een dag eten. En op grote hoogte moet je helemaal zorgen dat je goed eet, omdat je veel sneller verbrandt dan op zeeniveau en je hartslag sowieso tien slagen boven normaal zit. Ik verbruik in mijn trainingsuren 6000 calorieën per dag, dat is veel hoor.” Arjen: “Ik heb geen idee hoeveel ik verbrand op een dag. Wij trainen ook bijna nooit met een hartslagmeter.” Nicolien, oprecht verbaasd: “Echt niet? En bloedtesten dan?” Arjen: “Nee, hebben we ook niet. Wij worden aan het begin van het seizoen helemaal doorgelicht. Conditietesten? Het klinkt gek, maar die doen we bijna nooit. Whereabouts? Nee, het klinkt hier aan tafel bijna lachwekkend, maar die hoef ik ook niet in te vullen. De Duitse spelers moeten het wel, maar de internationale spelers niet. We worden wel vaak gecontroleerd. Tijdens wedstrijden maar ook out of competition op het trainingscomplex.” Nicolien: “Wat een heerlijkheid. Neem vandaag. Ik heb vanochtend moeten opgeven dat ik uit Oostenrijk naar München zou rijden, daarvoor moest ik van zes tot zeven uur vanochtend bereikbaar zijn voor controle en morgen moet ik ook weer tussen zes en zeven uur ’s ochtends bereikbaar zijn. Ik moet een uur per dag bereikbaar zijn en tijdens de Spelen 24 uur per dag. Ik ben de laatste vier maanden zes keer out of competition gecontroleerd. Dan staan ze om zes uur ’s ochtends voor je deur.” Arjen: “Bij Duitse spelers hebben ze ook wel eens voor de deur gestaan, maar mij is dat gelukkig nooit overkomen." Nicolien: “Wees blij, want die controles vormen echt een zware belasting. Dat is het eerste waarop ik me kan verheugen als ik na de Spelen stop, dat ik nooit meer om zes uur ’s ochtends word gewekt voor een dopingcontrole. Laatst droomde ik zelfs dat er werd gebeld. Ik ren naar de deur, als de dood dat ik ze zou missen en roep door mijn intercom: wie is daar? Stond er niemand. Krankzinnig, hoe het je slaap beïnvloedt.” Straks bij de Spelen moet Nicolien maar afwachten hoe de omstandigheden en wie de tegenstanders zijn. Een voetballer wordt zelden verrast. Arjen: “Wij weten alles van onze tegenstanders, die worden uitgebreid voor ons geanalyseerd. Zijn er bij jou tegenstanders die je niet kent?” Nicolien: “De meesten ken ik wel. Er is een nieuw Tsjechisch meisje van negentien. Die zal zeker meedoen en de Russen komen eraan.” Wij vertrouwen de Russen in zoverre niet, dat we denken dat ze nauwelijks te controleren zijn. Mogen wij dat zeggen? Nicolien: “Jullie mogen dat zeggen. Ik moet toegeven dat we de Russen bij wedstrijden nog niet zijn tegengekomen. Laat ik het zo formuleren: Rusland zal er alles aan doen om te presteren tijdens de Spelen. En ze hebben mogelijkheden, dat wil zeggen geld, zat.” Geluk en verdriet Het gouden moment van Nicolien heeft ze in een eerdere uitgave van Helden prachtig beschreven. Zou jij jouw gouden moment nog eens helemaal kunnen terughalen, die 89ste minuut in de finale van de Champions League van zaterdag 25 mei 2013 in Londen? Arjen: “Ik zal jullie iets geks zeggen: ik had een heel goed gevoel voor de wedstrijd, ik voelde dat we de finale zouden winnen. Ik was er zelf helemaal klaar voor. Ik heb ook ge-sms’t aan vrienden, dat het eindelijk goed zou komen. In de kleedkamer, in de rust nadat ik al twee mogelijkheden had gehad om te scoren, heb ik even een momentje voor mezelf gezocht. Je hebt van die bakken met koud water en daar heb ik even mijn handen in gestopt, mijn kop opgefrist en tegen mezelf gezegd dat ik klaar moest zijn voor het volgende moment. Nee, ik had geen moment angst dat ik zou worden gewisseld. Ik was alleen maar gefocust op de wedstrijd. Uiteindelijk kwam het moment en maakte ik hem af. Ik anticipeerde goed bij de goal. Mijn eerste intentie was om de keeper te omspelen. Ik ging naar links maar de keeper ging goed met mij mee, dat gebeurt allemaal in een fractie van een seconde. Ik moest mijn actie in de actie aanpassen en de bal daardoor contra inschieten. Het leek alsof ik de bal niet goed raakte, maar dat kwam omdat ik snel moest schakelen. Die goal was echt een bevrijding, gaf me zo’n intens gevoel. Toen dat laatste fluitsignaal kwam, voelde ik echt een ultiem geluksmoment. Het was de ultieme droom die uitkwam.” Jullie hebben allebei een groot geluksmoment, maar ook een moment van groot verdriet beleefd door op het moment suprême te verliezen. Bij veel sporters blijft verliezen langer hangen, bij jullie ook? Nicolien: “Als individuele topsporter maak je meer teleurstellende momenten mee dan momenten waar je heel blij van wordt. Dus ik herken dat wel. Als je niet in topvorm bent of niet voldoet aan de verwachtingen, ja, dat hakt erin. Arjen zit nu in een team dat alles wint, maar bij een individu bestaat dat niet, tenzij je Sven Kramer heet. En ook hij heeft een heel grote teleurstelling ervaren, zelfs na een honderd procent kans.” Arjen: “Op de een of andere manier blijft die WK-finale bij mij toch een open wond. Met de eerste verloren Champions League finale heb ik vrede. Wij waren die avond gewoon niet klaar voor de overwinning. Die tweede CL-finale begrijp ik nog steeds niet, we waren veel beter dan Chelsea en er was eigenlijk maar een team dat verdiende te winnen. Maar toch verloren we na penalty’s. Zo bizar. De WK-finale had het verhaal compleet gemaakt: dan had ik een wereldtitel en de Champions League gewonnen, dan is je carrière volmaakt.” Jullie zijn Helden, zoals Helden zijn bedoeld. Toch hebben jullie ook veel shit in de pers over je heen gekregen. Raakt dat je? Nicolien: “Je vindt het nooit leuk. Wat me bij Arjen is opgevallen, is dat hij aan een teamsport doet maar dat hij er vaak negatief werd uitgelicht. Daardoor denk ik dat hij hetzelfde voelt als een individuele sporter.” Arjen: “Ik stoor me niet zozeer aan kritiek op mezelf, maar meer aan stukken die geschreven zijn door gebrek aan kennis.” Nicolien: “Ik heb soms nog steeds het gevoel dat je in Nederland moet uitleggen dat het niet zo simpel is om een medaille in mijn discipline te halen. Bij ons is de wereldtop zo breed, dat ik nu al zou tekenen als ik überhaupt een medaille haal. Ja hoor, ook brons.  Ik heb moeten leren om te vechten, om te willen winnen.k moet mezelf dwingen te geloven dat er iets geheel nieuws wacht.” Arjen: “Heel goed, want je weet zelf uiteindelijk het beste wat je moet doen en laten. Ik hoop echt van harte dat Nicolien haar kunstje van vier jaar geleden kan herhalen. Maar dat is zo moeilijk, dat realiseer ik me ook. Het is niet vanzelfsprekend, sterker het is niet eens reëel te veronderstellen dat ze een medaille wint. Als je er alles aan hebt gedaan en je hebt de perfecte races geboard, maar je wordt vijfde dan is dat een wereldprestatie. Maar het publiek wil niet zien dat vier wereldtoppers die dag net ietsje beter waren. En dan heeft ze voor het grote publiek gefaald. Onzin natuurlijk, volslagen onzin maar zo werkt het. Dat geeft extra druk voor iemand als Nicolien.” Pijn en machteloosheid Topsporters zijn in diepste wezen vaak onzeker. Hoe belangrijk is vertrouwen? Arjen: “Heel belangrijk, we hebben het vaak over het mentale aspect in topsport. Ik kan jullie verzekeren dat vertrouwen een van de meest onderschatte elementen in de sport is. Iedere speler, ieder mens heeft vertrouwen nodig, ook of misschien juist topsporters.” Nicolien: “Ik ben misschien te gevoelig voor complimentjes. Ik ben uiteindelijk vaak aan het twijfelen en vraag me af of ik het allemaal goed doe. En dan is een complimentje of een opmerking van een deskundige dat je goed traint of een goede race hebt geboard, heel belangrijk.” Arjen, wat is nu belangrijker geweest bij jouw constante topvorm dit seizoen, de bevrijdende goal in de Champions Leage finale of een trainer (Guardiola) die wel vertrouwen in je heeft? Arjen: “Het heeft natuurlijk geholpen dat de nieuwe trainer al vrij snel zijn vertrouwen heeft uitgesproken. Ik moet het niet groter maken dan het is, maar hij zei in een kort gesprekje meteen in het begin heel duidelijk: `jij hoeft je niet meer te bewijzen. Ga genieten van je gezin, van je voetbal, van alles.’ Ik heb ook vreselijk moeten lachen om al die stukken voordat Guardiola kwam. Hij zou mijn contract niet willen verlengen. Hij kwam van Barcelona. Hij was van het tikkie-takkie en daar zou ik niet in passen, want ik was van de dribbels en dus een egoïst. Dat was zo kort door de bocht, dat is zelfs de bocht uitvliegen. Eigenlijk zei hij wat mijn vrouw altijd tegen me zegt, dat vond ik grappig. Hij bevestigde haar gevoel en haar visie. Bernadien heeft me zo vaak gezegd dat ik meer moet ontspannen. ‘Kom eens uit die tunnel,’ zei ze wel eens. Er zijn dagen geweest dat ik iets had meegemaakt en dat mijn vrouw merkte dat ik met iets rondliep. Dan ben je onbewust misschien thuis afwezig.” Je vrouw heeft ook zwaar geleden na de WK-finale, hè? Nicolien: “Oh, dat geloof ik meteen. Het is net als bij een bevalling. Je kunt niets doen, je leeft ontzettend mee maar je bent machteloos, de moeder moet het helemaal alleen doen. Na alles wat er met mij was misgegaan tijdens de Spelen van Salt Lake City met die verkeerde wax en wat daar nog bij kwam, hebben mijn moeder en mijn oma het meest geleden, louter omdat ze dezelfde naam droegen. Die voelden zo sterk hoe lelijk er over mij werd geschreven. Mijn oma was tot ze overleed op haar 96ste mijn grootste fan. Ze bleef alle kranten lezen, dan belde ze me helemaal ontdaan op en dan zei ik alleen maar: oma, lees niet alles. Al die stukken na Salt Lake hebben haar veel pijn gedaan.” Arjen: “Mijn grootouders hebben dat niet zo gehad, maar mijn moeder heeft ook pijn gevoeld. Dat weet ik zeker. Als ze weer iets naars over mij zeiden, kwamen ze toch aan haar kind. Ik merkte wel dat ze dat erg vond en dat ze zich heel machteloos voelde.” Nicolien: “Dat is een van de redenen voor mij om, als ik kinderen krijg, te hopen dat ze niet aan topsport gaan doen. Ik zal mijn kinderen absoluut niet stimuleren om topsport te gaan doen. Mijn ouders en ik zijn erin gerold. Dan kan je op die weg naar boven niet meer terughollen, maar met mijn eigen kind zou ik het niet doen.” Arjen: “Het is geen kwestie van willen. Als je een kind hebt met talent en als je kind ook plezier heeft, dan heb je niets te kiezen. Dan rol je erin.” Nicolien: “Bij een teamsport kun je nog lief en leed delen. Als ik gewonnen heb, sta ik in m’n eentje. Maar je verliest meer en dan sta je ook in je eentje. Geloof me, de leegte die je dan voelt, is enorm. Het heeft lang geduurd voordat ik daaraan gewend was. Daarbij heeft die ene gouden dag natuurlijk enorm geholpen. Maar voor je zover bent, moet je veel lijden. En dat wil ik mijn kind besparen. Als Arjen scoort, springt hij in de armen van zijn teamgenoten. Dat delen van vreugde lijkt me prachtig. Maar ook verlies kun je delen. Toen ik goud had gewonnen in Vancouver, kon ik dat met niemand delen. Dat vond ik zo jammer. Eerst stond ik vrij lang alleen maar tussen mijn concurrenten. Nou, die delen echt geen vreugde met je. Die zien je liever in de grond zakken. Je wilt iemand omhelzen, maar er was niemand. Dan kom je na een half uur eindelijk onder de mensen, moest ik eerst met de pers praten. Pas na drie kwartier kwam ik mijn vader tegen en later de rest van mijn team. Ja, dan is de eerste echte euforie al getemperd.” Schroefnoppen en wax Materiaal speelt vooral bij Nicolien een belangrijke rol. Bij een voetballer zijn het eigenlijk alleen de schoenen? Arjen: “Klopt. Mijn schoenen worden op maat gemaakt, maar verder ben ik niet zo’n schoenenfreak. Ik train en speel bij voorkeur op dezelfde schoenen en ik speel nooit, echt nooit met schroefnoppen. Ik ben een van de weinigen die alleen op schoenen met vaste noppen speelt. Dan glijd ik maar een keer weg, zoals laatst in de Arena. Ik voel me beter, wendbaarder, sneller en het is beter voor mijn knieën. Ik ben een uitzondering. Verdedigers spelen allemaal met schroefnoppen want die mogen niet uitglijden.” Nicolien: “Houd op over mijn materiaal. In het voorjaar ben ik de hele dag aan het testen, boards zijn van hout en dus van levend materiaal. Ik heb vorige week nog zeker twintig boards getest. Voor de reuzenslalom heb ik een langer board dan voor de gewone slalom en per discipline kies ik zes boards met zes verschillende karakters, afhankelijk van de piste en weersomstandigheden. Gisteren stond ik op een steile piste. Ik koos een board dat voor mijn gevoel het snelste was, maar toen we de video terugzagen, bleek dat helemaal niet zo te zijn. Dus je gevoel laat je soms in de steek. Het materiaal is bij ons van gigantisch belang. De schoenen zijn ook zo belangrijk. Ik heb eindelijk de schoenen waar ik al sinds mei op wacht en die moet ik nu helemaal uittesten tot ze perfect zitten. Na een lange vlucht naar Amerika moet je ook altijd afwachten hoe en of alles goed aankomt. En dan heb je nog de helm en de sneeuwbril. Ik heb tien brillen en daarvoor verschillende lenzen, ook weer afhankelijk van het weer. Bij mist of sneeuw draag je een andere lens dan met volle zon. Ik heb wel dertig lenzen bij me die ik in de bril kan zetten.” Arjen: “Er gaat een wereld voor mij open, ook omdat snowboarden in Nederland een onbekende sport is. Ik ben verbaasd wat er allemaal nog bij komt kijken. En dan ben ik iemand die alle sporten volgt.” Nicolien: “Ik ben een paar weken geleden gigantisch op mijn kop gestuiterd. Ik werd vol gelanceerd en was zelfs even buiten bewustzijn. Moet je een zwaardere of lichtere helm, vraag je je dan af. Je hebt het over grammen, maar je moet het wel afwegen.” Arjen: “Word je dan niet bang?” Nicolien: “De eerste momenten daarna sta je wel even te trillen. En er zijn landen waar ik niet in het ziekenhuis wil belanden, zoals in Rusland of in Chili.” Stoppen Nicolien verheugt zich op het moment dat ze kan stoppen en vraagt Arjen of hij daar ook wel eens mee bezig is. Arjen: “Ik denk er over na. In januari word ik dertig. Ik ben bijna de helft van mijn leven profvoetballer, heb gelukkig nog heel veel plezier en ga nog zeker even door. Maar ik denk steeds vaker aan de periode na mijn carrière, waarin je geen verplichtingen meer hebt die je een zekere vrijheid ontnemen om te doen wat je wilt. Skiën bijvoorbeeld kan nu niet, omdat je een blessure kan oplopen.” Nicolien: “Ik heb dat ook heel sterk. Ik voel me mede nooit vrij door die angst om een controle te missen. Als ik terug ben uit Amerika en een enorme jetlag heb, slaap ik zo maar overal doorheen. Daar heb ik nachtmerries van. Ik reis veel: van Frankrijk naar Zwitserland, Italië en dan weer naar Oostenrijk en dan schiet ik weleens in de stress als ik ben vergeten mijn whereabouts in te vullen. Dat kon tot voor kort niet via mijn smart Phone, maar alleen via een laptop, dus had je internet nodig. Ik ben 34 en heb nooit een ander leven geleid. Ik heb een team om me heen, maar dat is deels afhankelijk van mij. Ik boek de hotels, vraag of iedereen zijn paspoort heeft en of de tickets zijn geregeld. Dat is best een grote verantwoordelijkheid. Het is ook wel een prettig vooruitzicht als ik dat achter me kan laten. Tegelijk zal ik het leven missen en moet ik mijn hele team ontbinden. Daar zie ik dan weer tegenop. Maar de druk en de spanning zal ik zeker niet missen.” Arjen: “Ik zal de spanning juist missen. Spanning heeft iets. Daar doe je het voor, voor de belangrijke, grote wedstrijden. Ik ben ook geen type dat stijf staat van de spanning voor een grote wedstrijd. Integendeel, dan voel ik me juist het beste. Ik word daar niet onrustig van. We spelen elk jaar heel veel belangrijke wedstrijden en hebben elk seizoen de kans om meerdere titels te pakken. Alleen moet je natuurlijk zo’n Champions League finale eerst bereiken. Wij hebben alleen niet de Olympische Spelen een keer in de vier jaar, waar het moet gebeuren.” Nicolien: “Maar bij jou kijken er honderd miljoen mensen en staan de kranten dagelijks vol over die ene misser. Dat geeft ook extra druk. Daarom is vergelijken leuk en tegelijk heel moeilijk.” Nicolien stopt na Sochi en gaat werken bij Randstad. Nicolien: “Ik kan rondkomen en mijn huis betalen. Ik heb bewuste keuzes gemaakt. Ik had drie keer per week aan tv-spelletjes mee kunnen doen, maar dat is niet het leven dat ik nastreef. Ook bij de keuze van mijn hoofdsponsors heb ik gekozen voor bedrijven waar ik een goed gevoel bij heb en niet voor het geld. Als ik stop, moet ik gewoon werken. Ik ben heel benieuwd naar dat nieuwe leven. Ik zie het als een mooie uitdaging en weet één ding zeker: je ziet mij nooit meer op een snowboard. Ik kan het niet opbrengen als een toerist af te dalen.” Arjen: “Dat kan ik me voorstellen. Ik speel nu bij misschien wel de beste club van de wereld en voel me fantastisch. Maar ik denk ook wel eens na hoe ik mijn carrière moet afsluiten, of ik nog wil voetballen als het iets minder gaat. FC Groningen is een optie, maar alleen als ik echt voel dat ik nog iets kan toevoegen. Je moet heel voorzichtig zijn met het doen van beloftes. Je hebt ook niets meer te winnen. Alle mogelijke volgende keuzes worden overigens bepaald door mijn gezin, financiën spelen geen rol meer. Als ik ooit nog wegga, volg ik dus mijn hart. Misschien wil mijn vrouw gaan werken, maar zij verlangt vooral naar het gewone leven. En ik herken wat Nicolien bedoelt. Ik ga als ik ben gestopt misschien wel tennissen in plaats van voetballen. ” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Winterspelen

Terug in de tijd met twaalf oude winterhelden

Op de Winterspelen eisten ze een hoofdrol op door het hoofd boven het maaiveld uit te steken. Met de Winterspelen in aantocht blikken we terig met onze winterhelden. [caption id="attachment_22080" align="alignnone" width="1080"] Jochem Uytdehaage & Renalte Groenewold, Salt Lake City 2002[/caption] “Natuurlijk was ik erbij toen Renate haar zilveren medaille won, ik stond op het middenterrein,” zegt Jochem, “we waren ploeggenoten en maatjes, dat ging ik echt niet missen. Ik heb zelfs haar schaatsen voor die drie kilometer geslepen. Bij de huldiging stond ik vooraan. Die wilde ik ten koste van alles meemaken, ook al moest ik de dag erna zelf weer schaatsen.” De absolute koning van de Winterspelen van Salt Lake City werd Jochem dankzij goud op de 5 en de 10 kilometer en zilver op de 1500 meter. Renate won zilver op de 3000 meter, een prestatie die ze in 2006 evenaarde: “Jochem was fantastisch op die Spelen, daar moest je wel van genieten. Zijn succes inspireerde mij ook. Er was een goede vriendschappelijke band tussen ons, nog steeds! We hadden een vast ochtendritueel waarin we altijd samen koffie moesten drinken. Ha, we zijn daags voor die Spelen zelfs samen naar een waarzegster gegaan. Zo’n handlezer. Bizar eigenlijk, ik heb geen idee meer wat zij voorspeld had.” Jochem: “Die Spelen zal ik voor de rest van mijn leven bij me dragen. Olympisch kampioen is als een opleiding met een mastertitel, dat probeer ik nu ook mee te geven aan de talenten die we met Stichting Sporttop begeleiden. Het klinkt gek, maar ik word nog zo vaak herinnerd aan de Spelen van Salt Lake City. Door mensen die zeggen dat ze van me genoten hebben, dat is eigenlijk het mooiste compliment.” Dat is ook de les die Renate en Jochem zelf liever eerder hadden geleerd. Renate: “Ik had veel meer moeten genieten van het moment! Meer in het hier en nu leven en niet meteen weer de focus op de volgende wedstrijd leggen. Gewoon af en toe jezelf een moment gunnen om te laten bezinken wat je allemaal gepresteerd hebt.” Jochem: “Dat is een grote fout die ik gemaakt heb, altijd maar doorgaan. Ik had af en toe wat afstand moeten nemen en rust moeten pakken. Met de kennis die ik nu heb, had ik destijds nog veel meer medailles kunnen winnen. Zeker weten.” [caption id="attachment_22081" align="alignnone" width="1080"] Jan Ykema & Yvonne van Gennip, Calgary 1998[/caption] “Het is nu niet meer voor te stellen, maar 24 uur voor de 500 meter droeg ik de vlag tijdens de openingsceremonie. Ik had gehoord dat er wel een miljard mensen zouden kijken,” vertelt Jan Ykema op de Dijk van Volendam. “Wij zaten toen nog in het Amerikaanse Butte en zagen Jan de volgende dag zilver winnen op de 500 meter,” reconstrueert Yvonne van Gennip. “Bij de medaille-uitreiking sprong je wel vier meter de lucht in.” Jan: “Ik was helemaal door het dolle heen, het voelde als goud. Ik dacht meteen: dit is goed voor het bestaansrecht van de sprint in ons land. Mooi dat begin vorig jaar in Sochi het volledige podium op de 500 meter Nederlands was.” Yvonne: “Jouw prestatie gaf een boost. Door een slijmbeurs- ontsteking had ik vrij kort voor de Spelen een operatie moeten ondergaan. Daardoor was ik helemaal uitgerust. Elke klap was raak, dat voelde zó lekker.” Jan: “Je verbaasde iedereen door die Oost-Duitse vrouwen eraf te rijden. Vooraf dacht men dat de medailles van Leo Visser, Gerard Kemkers en Hein Vergeer moesten komen. Wij waren de verrassingen.” Yvonne scoorde een magistrale hattrick met goud op de 1500, 3000 en 5000 meter. “Die onklopbaar geachte Oost-Duitsers reden niet slecht, maar ik was gewoon supergoed. Na het eerste goud was ik het gelukkigste meisje op de hele wereld. Ik dacht: er komen nog twee afstanden, het zal toch niet...? Ik heb er heel bewust van genoten.” Jan: “Ik had in die tijd een leuke vriendin en zat alweer in Nederland. Ik heb ’s nachts naar jouw races gekeken. Alle aan- dacht die op me afkwam was best overweldigend. Kinderen op straat wilden ineens Jantje Ykema zijn.” Yvonne: “Het was één grote heksenketel op Schiphol en tijdens de huldiging in Haarlem.” Jan: “Ik had misschien wat meer begeleiding kunnen gebruiken toen het heel goed ging. Toch weet ik niet of er een verband is tussen het succes en mijn latere drugsverslaving.” Yvonne: “Ik wist lange tijd niet wat er met je aan de hand was. Ik vind het knap dat je ermee naar buiten bent gekomen. Zo ben je, denk ik, voor andere verslaafden een voorbeeld geworden.” [caption id="attachment_22082" align="alignnone" width="1080"] Ids Postma & Anni Friesinger-Postma, Nagano 1998 & Salt Lake City 2002[/caption] “Wie vond Ids destijds niet een leuke man?” de karakteristieke lach van Anni galmt over de boerderij in de Friese polder als gevraagd wordt of ze in 1998 al een oogje had op Ids Postma. “En hij vond mij ook leuk. We hadden toen al veel sympathie voor elkaar. Verliefd in Nagano? Het is niet zo duidelijk wanneer we echt verliefd op elkaar werden. Tijdens de Spelen van 1998 waren we sa- men en daarna weer niet. Dan waren we weer een half jaar bij elkaar om vervolgens elkaar een half jaar niet te zien. Zo ging dat een tijdje. We waren jong en hebben genoten van het leven!” Inmiddels geniet het koppel, dat in 2009 officieel trouwde, van dochters Josephine en Elisabeth. “Maar nog steeds zijn we niet veel bij elkaar,” legt Ids met een glimlach uit. “Anni woont en werkt voor een groot deel in Salzburg, we reizen dus nog veel. Alsof er niets is veranderd sinds de dagen dat we topsporters waren. Ook dit zijn drukke dagen. Twee jonge kinderen, dat vraagt veel energie. Tel daarbij de boerderij en de winkels op... We blijven aardig bezig. Dat is fijn, want ik kijk liever vooruit naar wat er gaat komen, dan dat ik steeds moet terugblikken op wat is geweest.” Aan de muur van de modern gerenoveerde boerderij op het Friese platteland vind je dan ook niets terug dat doet herinneren aan de imposante schaatscarrières van het gouden stel. Zo won Ids in Nagano olympisch goud op de 1000 en zilver op de 1500 meter. Anni won in Japan brons op de 3000 meter, pakte goud op de 1500 meter in 2002 en brons op de 1000 meter en goud op de ploegenachtervolging met Duitsland in 2006. Anni: “We hebben samen van heel veel mooie momenten mogen genieten, grote hoogtepunten samen gedeeld. Maar wij hoeven niet te pronken met onze prijzen, wij dragen onze medailles mee in ons hart.” Ids: “Zeker Nagano zullen we nooit meer vergeten. Dat waren echt geweldige Spelen. Niet alleen vanwege het succes. De sfeer was er aangenaam, het was er eigenlijk gewoon perfect. Veel leuker dan vier jaar later in Salt Lake City, waar door de aanslagen van 11 september alles enorm onder druk stond.” [caption id="attachment_22083" align="alignnone" width="1080"] Nicolien Sauerbreij & Edwin van Calker, Vancouver 2010[/caption] “Onze sporten worden één keer in de vier jaar uitgelicht rond de Winterspelen,” vertelt Edwin van Calker. “Als je zoals ik in 2002 een wax-probleem hebt of zoals Edwin besluit niet af te dalen, dan valt dat meteen op,” vult Nicolien Sauerbreij aan. De bobsleeër en snowboardster hadden jarenlang geknokt en hun eigen koers gevaren om te kunnen schitteren op het grootste podium. De dood van een Georgische rodelaar en slechte ervaringen met de levensgevaarlijke baan in Whistler zorgden er echter voor dat Edwin zich genoodzaakt voelde de vier- mansbob terug te trekken. Edwin: “We zagen de beelden van het ongeluk live op tv. Een jaar eerder waren we op dezelfde baan keihard gevallen en tijdens een training moesten we zelfs twee uur wachten voordat we met de bob mochten afdalen omdat de verplicht aanwezige ambulance en traumahelikopter weg waren vanwege crashes. Er was zó veel commotie. Ik dacht: waar zijn we hier mee bezig? Ik was niet goed aan het sturen, had geen zelfvertrouwen meer en vond het simpelweg niet verantwoord om met vier man die berg af te sjezen. Mijn grens was bereikt: tot hier en niet verder.” Nicolien: “Ik hoorde het nieuws, maar was al helemaal gefocust. Datzelfde gold voor de foutieve wissel van Sven Kramer op de tien kilometer. Heel vervelend, maar ik was met twee dagen later bezig. Het waren walgelijke omstandigheden: regen en twee graden boven nul. Het had niets met wintersport te maken. Toch was ik geconcentreerd en alleen maar bezig met tegenstanders één voor één te verslaan. Die gouden medaille maakte een hoop los; eindelijk was het me ook gelukt om op de Spelen te presteren. Dat ik het honderdste goud voor Nederland heb veroverd, is leuk voor de geschiedenisboeken, maar daar had ik geen invloed op.” Edwin: “Ik zat al in het vliegtuig naar Nederland.” Nicolien: “Uiteindelijk kom je naar de Spelen voor jezelf en niet voor een ander. Als dat niet goed gaat, denk je: wegwezen. Ik kan me dat wel voorstellen.” Edwin: “Ik heb thuis nog wel naar de race gekeken. Eén op de drie teams ging onderuit of kwam niet goed beneden. Ondanks de hevige kritiek zei mijn gevoel meteen dat ik de juiste beslissing had genomen. Gelukkig is dat altijd hetzelfde gebleven. Ik heb er geen seconde spijt van gehad.” [caption id="attachment_22084" align="alignnone" width="1080"] Marianne Timmer & Gianni Romme, Nagano 1998[/caption] “Gianni Romme was in Nagano echt van een andere planeet. De man van Mars. Natuurlijk volgde ik hem op voet,” blikt Marianne terug. Het voormalig trainersduo van Team Continu was in Japan gezamenlijk goed voor vier gouden medailles. Timmer won goud op de 1000 en 1500 meter, Romme was oppermachtig op de 5000 en 10.000 meter. Gianni: “Hoewel we toen nog met kernploegen werkten en Marianne en ik dus in gescheiden ploegen zaten, beleefde ik haar succes wel en werd ik daardoor voortgestuwd. Er gebeurde elke dag iets in het dorp, er was zoveel succes voor Nederland. Echt gaaf.” Marianne: “Helaas hebben we elkaar toen nauwelijks gesproken. Dat kon ook niet. Ik was zo gefocust op mijn eigen taken, leefde helemaal in m’n eigen wereld. We hebben elkaars wedstrijden alleen op tv kunnen zien. Pas bij terugkomst kregen we door wat onze prestaties in Nagano teweeg hadden gebracht.” Na decennia gevuld met slechts spaarzame Nederlandse successen op de Winterspelen, domineerden de Nederlandse schaatsers in Japan. Bij terugkomst in Nederland werden de atleten massaal gehuldigd. Marianne: “Ik vond het gewoon eng. Dat staat me nog heel goed voor de geest, het was echt heftig. We werden allemaal in een limousine naar huis gereden. Dat ding zat vol deuken omdat ze maar bleven proberen foto’s van ons te maken.” Gianni: “Totale gekte! Het was een aantal Spelen slecht voor Nederland gegaan. Vier jaar eerder in Hamar was het niets. Ook in 1992 in Albertville was het ondermaats, alleen Bart Veldkamp wist daar te winnen. Bij de vrouwen was het ook al sinds Yvonne van Gennip in 1988 niets. Dat maakte de Spelen van 1998 extra speciaal. Men was dronken van geluk.” Marianne: “Misschien dat Nagano daarom voor mij extra bijzonder is. Ik werd op die baan ook de eerste Nederlandse wereldkampioene sprint, het heeft dus sowieso een speciale plek in mijn hart. Maar Nagano 1998 was nog heel knus, met een heel klein Holland Heineken Huis bijvoorbeeld. Na het succes daar was het in Salt Lake City en Turijn meteen volledig anders. Veel groter.” [caption id="attachment_22085" align="alignnone" width="1080"] Christine Aaftink & Bart Veldkamp, Albertville 1992[/caption] “Bart Veldkamp heeft voor ons die Spelen gered,” blikt Christine terug op de laatste Winterspelen waarbij er geschaatst werd op een buitenbaan. “Echt! Zovelen van ons eindigden net naast het podium. Ik ook, vierde op de 500 meter. Een loserplek! En toen pakte Bart op het eind alsnog goud op de tien kilometer. Ik was erbij in het stadion, een geweldige ervaring. Het maakte Albertville voor ons allemaal een klein beetje goed.” “Maar ook voor mij begonnen die Spelen slecht,” herinnert Bart zich. “De vijf kilometer was een drama. Het weer werkte totaal niet mee en dat ijs kon gewoon niet. Johann Olav Koss en ik moesten in de eerste ritten door een laag van regen en natte sneeuw ploeteren. Vervolgens werd er gedweild, ging er een hele laag prut af en konden al die eerste ritten zo de prullenbak in. Ik baal daar nog steeds van, ik ging daar voor twee keer goud en niets minder.” Christine heeft de Spelen van 1992 volledig geblokt door haar vijfde plek op de 1000 meter en de vierde op de 500 meter. “Ik heb die wedstrijd nooit teruggekeken. Ik verloor het brons op negenhonderdste van een seconde. Op een buitenbaan. Dat is misschien één verkeerd zuchtje wind. Een heel grote frustratie. Wat mij betreft hebben die Spelen nooit plaatsgevonden of ben ik er in ieder geval niet geweest!” Bart: “Ha, precies! Waren wij daar? Nee toch? Daar weten we niets meer van.” Voor Veldkamp brachten de Spelen van Albertville nog een unicum met zich mee. “Het was de eerste keer in mijn leven dat ik dronken was. En ach, dat ik precies op dat moment live op tv was bij Mart, was helemaal niet erg.” Christine: “Niemand vond dat erg. Er was zo’n ontlading, het eerste goud bij de mannen sinds Piet Kleine in 1976. Dat mocht gevierd worden.” [caption id="attachment_22079" align="alignnone" width="1080"] Sjinkie Knegt en Jorien Ter Mors, Sochi 2014[/caption] “Ik ben echt geleefd in de maanden na de Spelen van Sochi,” haalt Jorien de nasleep van de Winterspelen van 2014 voor de geest. Meer dan ooit werd shorttrack daar voor ons land op de kaart gezet. “Het was een behoorlijke gekte hier in Nederland, dat kwam natuurlijk ook door mijn gouden medaille op de langebaan.” “Gelukkig had ik nog een wereldkampioenschap te rijden waar we met de team- relay wat goed te maken hadden,” vult Sjinkie aan. De kersverse vader moest daarom na Sochi de knop al snel weer omzetten. “Wij moesten door, ‘nee’ zeggen tegen alles wat op ons afkwam. Toen we vervolgens in Canada wereldkampioen werden op de relay, merkten wij ook dat shorttrack in Nederland een mooie vlucht had genomen.” Sjinkie en Jorien waren de kopman en –vrouw van het vaderlandse shorttrack. In Sochi zorgde Sjinkie met brons op de 1000 meter voor de eerste Hollandse olympische medaille ooit in het shorttrack. Sjinkie: “Die medaille heeft enorm geholpen de sport op de kaart te zetten in Nederland, en mij trouwens ook.” Jorien werd vierde, vijfde en zesde als shorttrackster, maar op de langebaan won ze olympisch goud op de 1500 meter en met de achtervolgingsploeg: “Ik beschouw Sochi niet als mijn doorbraak bij het grote publiek. Dat interesseert me namelijk niet. Ik schaats niet voor het grote publiek, maar voor mezelf. Om het beste uit mezelf te halen.” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Wielrennen

Dé sportmomenten van 2025: De explosieve Lorena Wiebes

Ze is al een paar jaar de [...]
Ze is al een paar jaar de snelste wielrenster van het vrouwenpeloton. Maar waar Lorena Wiebes voorheen vooral opviel tijdens massasprints, is ze afgelopen jaren steeds allrounder geworden. Ze heeft haar jachtterrein uitgebreid. Afgelopen jaar was daar hét bewijs van. Wat de 26-jarige renster van SD Worx in 2025 allemaal won is duizelingwekkend. Ze was op de weg de beste in onder andere Milaan-San Remo en Gent-Wevelgem. Ze veroverde de Nederlandse titel en won twee etappes in de Tour en twee ritten in de Giro. Als toetje pakte ze binnen een maand nog even drie regenboogtruien. Eerst pakte ze de wereldtitel gravel en daarna toog ze naar Chili voor de WK baan. Daar pakte heroverde ze de wereldtitel op de scratch en pakte ze goud op de olympische discipline omnium. Ze was ook nog op koers voor de wereldtitel op de koppelkoers, maar een val in leidende positie zorgde dat ze moest opgeven. En altijd is haar explosiviteit haar grootste wapen. Daarover zei Lorena, dit jaar verkozen tot Nederlands wielrenster van het jaar, een paar jaar terug in Helden: “Dat explosieve zit al van jongs af aan in me. Ik heb toen ik klein was acrobatische gym gedaan, dat heeft erg geholpen bij de ontwikkeling van mijn spieren en dus mijn explosiviteit. Met de verschillende specialisten ben ik aan het kijken hoe ik me als sprintster nog kan verbeteren. Ik ben bezig met krachttraining, maar ik kan ook weer niet te veel aan de gewichten hangen. Dat finetunen van mij als sprintster doen we vooral in de wintermaanden, tijdens het seizoen is het vooral zaak om de dingen waaraan ik heb gewerkt, te onderhouden.”

Mountainbiken

Dé sportmomenten van 2025: de mentale strijd van Fem van Empel

En dat is drie. Fem van Empel veroverde op 1 februari na [...]
En dat is drie. Fem van Empel veroverde op 1 februari na een spannende strijd met Lucinda Brand en Puck Pieterse de hattrick aan wereldtitels veldrijden compleet in het Franse Lievin. Ze was nog maar 22 jaar toen ze voor het derde jaar op rij de regenboogtrui aan mocht trekken. Even zo vaak werd ze Europees kampioene. En dan te bedenken dat ze het veldrijden ook nog combineerde met het mountainbiken en wielrennen op de weg. Het leven lachte het multitalent toe. Afgelopen vrijdag maakte ze bekend voor onbepaalde tijd te stoppen met topsport, haar contract met Visma-Lease a Bike wordt daarom op 1 januari beëindigd. We wensen haar alle geluk. Schijn bedriegt. Terwijl Fem de sportieve successen opstapelde, vocht ze tegelijkertijd een mentale strijd uit met zichzelf. Met een korte, openhartige boodschap op haar Instagram maakte ze In maart bekend dat ze een pauze in ging lassen. "Ik voelde eigenlijk allang dat het niet goed met me ging," vertelde ze in oktober een interview met Sporza. Ze voelde al langere tijd dat het niet goed met haar ging. "Maar als sportief alles heel goed gaat, is het lastig om te zeggen: we stoppen ermee. Ook al is het gevoel bij jezelf niet goed. Voor de buitenwereld heb ik goed verbloemd dat het helemaal niet goed met me ging. Als sporter was ik succesvol, maar dat had zijn consequenties op menselijk vlak." Het perfectionisme van Fem zat haar in de weg. "Ik mocht niks meer van mezelf. Ik kon zelfs niet meer genieten van een vrije dag om eens iets anders te gaan doen. Het ging non stop door. Ik was mezelf niet meer. En ik ben blij dat ik dat toen ook openlijk uitgesproken heb. Daar ben ik misschien nog wel het meest trots op. Ik heb me toen kwetsbaar opgesteld, zonder ermee bezig te zijn wat de reacties zouden zijn. Ik koos voor mezelf op dat moment. Het ging erom om mezelf weer te ontdekken." Tijdens de break van het fietsen deed ze ‘heel normale dingen’. "De stad in om iets te eten, met vrienden afspreken, lange wandeltochten met m'n oom. Het heeft me zoveel inzicht gebracht over hoe ik het op een andere manier wil doen." ‘Ik heb verbloemd dat het niet goed ging’ In oktober keerde ze terug. Ze verklapte dat de focus op veldrijden ging, dat het wielrennen op de weg niet de prioriteit meer heeft. Ze wil dingen doen waar ze lol aan beleeft. Maar al snel kneep ze opnieuw in de remmen. Een radiostilte volgde. Bondscoach Gerben de Knegt zei tegen Het Nieuwsblad: “Ik weet wat er speelt. Ze zit fysiek en mentaal niet in haar beste periode. Laten we het daar dan maar op houden.”

Veldrijden

Dé sportmomenten van 2025: het superjaar van Mathieu van der Poel

Het was opnieuw een superjaar voor Mathieu van der Poel. [...]
Het was opnieuw een superjaar voor Mathieu van der Poel. Begin februari veroverde hij met groot vertoon van macht zijn zevende wereldtitel in het veldrijden. Daarmee evenaarde hij het record van Erik De Vlaeminck. Vervolgens maakte MvdP de overstap naar de weg. En daar kwam hij die andere veelvraat tegen: Tadej Pogacar. De twee maakten er een spektakel van in de voorjaarsklassiekers. Mathieu won Milaan- San Remo en liet Filippo Ganna en Pogi achter zich. Matje won ook Parijs-Roubaix, voor de in de Hel van het Noorden debuterende Pogacar, die een week eerder op zijn beurt van der Poel naar de tweede plek verwees in de Ronde van Vlaanderen. De volgende ‘afspraak’ was de Tour de France. Mathieu won de tweede etappe, na een sprint bergop in de Boulogne-sur-Mer, en bleef – opnieuw – Pogacar voor. Mathieu pakte het geel en droeg dat in totaal vier dagen. Van der Poel bleef in de aanval gaan in de Tour, totdat hij de laatste week op moest geven met een longontsteking. Daarna maakte de alleskunner de overstap naar de mountainbike, reed het WK in Crans-Montana in Canada en werd daar 29ste. Na wereldtitels op de weg, het gravel en in het veldrijden, is de regenboogtrui in het mountainbiken iets wat hij graag nog van zijn to-do-lijstje af wil strepen. Er blijft nog wat te wensen over. Zijn commentaar na afloop: ‘Ik had mijn dag niet’. Zelfs van der Poel heeft dus heel soms van die dagen.

Darten

Heldenpraat met Gian van Veen

Hij werd in november 2024 de eerste Nederlandse wereldkampioen bij de junioren in het darten, versloeg meermaals dartsensatie en huidig wereldkampioen Luke Littler én won in oktober het EK. In aanloop naar het PDC World Darts Championship 2026 (11 december – 3 januari) maakten wij kennis met Gian van Veen (23). Van deze darter had ik posters boven mijn bed hangen... “Posters is misschien een groot woord, maar als ventje was ik groot fan van Gary Anderson. Ik begon met darten in 2011. Hij verloor dat jaar de WK-finale, maar ik vond hem zo gaaf. Inmiddels heb ik een paar keer tegen Gary gespeeld, en in september won ik voor het eerst van hem. Van mijn idool winnen was een bijzonder moment in mijn nog prille carrière. Gary weet ook dat hij mijn voorbeeld is en is altijd ontzettend vriendelijk tegen me.” Dit vooroordeel over darters is niet waar... “Mensen zeggen vaak dat darten geen echte sport is, of dat het een ‘kroegsport’ is. Daar ben ik het niet mee eens. Je hoeft als darter fysiek niet zo fit te zijn als een marathonloper of voetballer, maar men- taal is darten enorm zwaar. Je moet één tot anderhalf uur je focus op een heel klein vakje gericht houden, terwijl hon- derden mensen achter je staan te juichen of schreeuwen. Onze sport is qua professionaliteit enorm vooruitgegaan. In de jaren tachtig stonden darters nog met pullen bier en sigaretten op het podium. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.” Hier ben ik het meest trots op... “Dat ik in november 2024 de eerste Nederlandse jeugdwereldkampioen ooit ben geworden. Als je bedenkt hoeveel grote darters Nederland heeft voortgebracht...” Dit doe ik om voor een wedstrijd van de zenuwen af te komen... “Drie uur voor een wedstrijd begin ik al met mijn warming-up. Ik gooi ontspan- nen in, doe wat spelletjes en probeer vertrouwen te krijgen in bepaalde dub- bels die ik in de wedstrijd vaak nodig heb. Met een kortere voorbereiding ga ik minder ontspannen het podium op.” Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards. Toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune. Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Wielrennen

Dé sportmomenten van 2025: De dubbelslag van Thymen Arensman

Nederland is een nieuwe Tourheld rijker. Thymen Arensman [...]
Nederland is een nieuwe Tourheld rijker. Thymen Arensman maakte zijn debuut in de Ronde van Frankrijk en won meteen twee bergetappes. De 25-jarige renner van INEOS Grenadiers pakte na een solo van maar liefst 37 kilometer in de Pyreneeën - van Pau naar Luchon-Superbagnères - de winst in etappe 14. Vijf dagen later werd zijn naam opnieuw gescandeerd door honderden uitzinnige wielerfans. 23 jaar na de heroïsche zege van Michael Boogerd op La Plagne (in 2002) klom Arensman solo, staand op de pedalen en vechtend tegen de opkomende kramp in zijn benen, richting de top van de verregende Alpencol. Titelverdediger Pogacar en uitdager Jonas Vingegaard zaten hem op de hielen. Thymen knokte voor elke meter en perste het allerlaatste restje energie uit zijn lichaam. Het was precies genoeg. Twee seconden voor de sprintende Vingegaard en Pogacar kwam hij over de streep. Hoofdschuddend en met de handen voor zijn gezicht. Maar hoe mooi zijn etappezeges ook waren, de beste Nederlandse klimmer van het peloton wil niets liever dan voor het klassement in de grote ronden blijven gaan. “Mijn drive is er niet minder om geworden,” zei hij in het eindejaarsnummer van Helden. Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards: toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune, Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Wielrennen

Thymen Arensman – De balans gevonden

Met twee heroïsche overwinningen in het hooggebergte groeide [...]
Met twee heroïsche overwinningen in het hooggebergte groeide Thymen Arensman (25) afgelopen zomer in de Tour de France uit tot nationale wielerheld. Een jaar nadat hij het plezier in het fietsen had verloren, wierp zijn nieuwe aanpak z'n vruchten af. Maar hoe mooi zijn etappezeges ook waren, de beste Nederlandse klimmer van het peloton wil niets liever dan voor het klassement in de grote ronden blijven gaan. “Mijn drive is er niet minder om geworden.” Thymen Arensman Met bewondering en verbazing keek de lange tiener naar geletruidrager Geraint Thomas en diens concurrenten Tom Dumoulin en Romain Bardet terwijl ze voorbij stoven. Zo hard had hij renners nog nooit een berg op zien fietsen. Het was juli 2018 en Thymen Arensman stond op de flanken van Alpe d'Huez. Zoals elke zomer was hij met zijn familie op kampeervakantie in Frankrijk en dus mocht een bezoekje aan de Tour de France niet ontbreken. Vier weken voordat hij – achter de toen nog compleet onbekende Tadej Pogacar – tweede zou worden in de Ronde van de Toekomst (de Tour voor belofterenners onder 23 jaar) stond de achttienjarige prof in spé als toeschouwer langs de weg. Zeven jaar later wemelde het op La Plagne, die andere ‘Nederlandse berg’ met dank aan de heroïsche ritzege van Michael Boogerd in 2002, opnieuw van de uitzinnige wielerfans. Ditmaal was het Thymen wiens naam werd gescandeerd. Staand op de pedalen en vechtend tegen de opkomende kramp in zijn benen klom hij richting de top van de verregende Alpencol. Titelverdediger Pogacar en uitdager Jonas Vingegaard zaten hem op de hielen. Twaalf kilometer eerder op de klim was hij ervan doorgegaan. Na zijn eerste versnelling hadden de twee meervoudige Tourwinnaars hem nog teruggehaald, maar Thymen had het er niet bij laten zitten en trok opnieuw ten aanval. Wie weet zouden ze naar elkaar gaan kijken, dacht hij. Dat gebeurde en Thymen reed alleen weg, maar zijn voorsprong bedroeg nooit meer dan dertig seconden. Het verschil werd in de slotkilometer steeds kleiner. Thymen knokte voor elke meter en perste het allerlaatste restje energie uit zijn lichaam. Het was precies genoeg. Twee seconden voor de sprintende Vingegaard en Pogacar kwam hij over de streep. Hoofdschuddend en met de handen voor zijn gezicht. Vijf dagen na zijn eerste overwinning op Superbagnères – na een solo van 37 kilometer – boekte hij op La Plagne zijn tweede ritzege van de ronde. En dat als debutant. Nederland was een nieuwe Tourheld rijker. Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het verhaal over Thymen Arensman komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Wielrennen

Lorena Wiebes: ‘Ik moet soms ook een bitch zijn’

Ze is een van de snelste vrouwen ter wereld. Lorena Wiebes [...]
Ze is een van de snelste vrouwen ter wereld. Lorena Wiebes werd al twee keer Europees kampioen, dit weekend kan daar een derde titel bij komen. We gaan in terug in de tijd om Lorena, toen nog sprintster van Team DSM, een aantal stellingen voor te leggen.  Ik ben de snelste vrouw ter wereld “Ik ben vrij snel, maar de snelste... Dat ga ik niet over mezelf roepen, dat laat ik aan anderen. Dat explosieve zit al van jongs af aan in me. Ik heb toen ik klein was acrobatische gym gedaan, dat heeft erg geholpen bij de ontwikkeling van mijn spieren en dus mijn explosiviteit. Met de verschillende specialisten ben ik aan het kijken hoe ik me als sprintster nog kan verbeteren. Ik ben bezig met krachttraining, maar ik kan ook weer niet te veel aan de gewichten hangen. Dat finetunen van mij als sprintster doen we vooral in de wintermaanden, tijdens het seizoen is het vooral zaak om de dingen waaraan ik heb gewerkt, te onderhouden.” Je wint vaak als het op een sprint uitdraait. Merk je dat er anders naar je wordt gekeken? “Ja, dat merk ik wel. Ik merk dat er meer respect is voor me in het peloton. In mijn eerste jaren moest ik echt vechten voor mijn plekje, nu laten ze me er veel makkelijker tussen. Tege­lijkertijd merk ik natuurlijk dat ze me niet graag naar de streep willen rijden. In koersen met een vlakke aankomst hoeven we met Team DSM niet op veel steun van andere ploegen te reke­nen als er een kopgroep weg is die teruggepakt moet worden. Maar goed, ik ben niet de eerste die dat meemaakt. Marianne Vos heeft dat ook gehad.” Zij was jouw grote voorbeeld, toch? “Ja, maar ik denk dat Marianne het grote voorbeeld was van alle fietsende meisjes van mijn leeftijd. Natuurlijk was het in het begin best gek om tegen Marianne en alle grote rensters die ik alleen kende van tv te moeten rijden.” Hoe zou jij jezelf typeren als sprintster? “Ik ben redelijk allround. Mijn voorkeur heeft een korte sprint, maar als het uitdraait op een lange sprint, dan kan ik dat ook. Ik ben iemand die haar eigen weg kan vinden in een sprint, heb niet per se een lead­out nodig. Natuurlijk is het veel makke­lijker als een ploeggenoot voor me rijdt, me uit de wind houdt en de weg voor me uitstippelt voordat ik aan m’n sprint begin, maar ik raak niet in paniek als dat niet zo is. Verder ben ik een faire sprinter, ik zal niet snel een kwak uitdelen.” Hoe bereid jij je voor op een koers waarvan je weet dat die kan uitdraaien op een massasprint? “Ik schrijf voor elke vlakke koers de finale hele­maal uit. Ik weet welke bochten belangrijk zijn, op welke plek in het peloton ik moet zitten in de laatste kilometers. Van mijn ploeggenoten heb ik precies in m’n hoofd wat ze moeten doen. Ieder heeft haar eigen taak. Met de ploegleider spreek ik alles ook nog door. Ik ben ook iemand die het woord neemt in de bus voor een koers. Dat deed ik voorheen niet. Dat laten horen wat ik wil, is ook wat ik als leerpunt heb meegekregen van de ploeg. Ik probeer steeds meer de leiding te nemen voor en tijdens een koers die mij ligt. Ik merk: als ik weet wat ik wil, dan krijgen de andere meiden van de ploeg ook ver­trouwen. In het begin was het best raar om wat te verlangen van meiden die al veel langer meedraaien in het wielrennen. Nu weet ik dat als ik win ze net zo blij zijn als ik en dat zij graag een bijdrage leveren.” Neem ons eens mee in een massasprint. “Het is zaak om scherp en rustig te blijven in de chaos. Ik let heel goed op, kijk heel goed om me heen. Ik ben voortdurend de steeds veranderende situatie in me op aan het nemen, zie alles. Goed zicht is dus heel belangrijk in een massasprint. Als ik niet in de goede positie zit, kijk ik heel goed of ik nog een gaatje zie waar ik in kan duiken. Dat zijn beslissingen die je in een split second moet nemen. En ja, dat is niet altijd zonder gevaar, maar ik doe het zonder erbij na te denken. Pas na de finish denk ik weleens: ik kwam wel heel dicht bij de hekken. Het lijkt alsof ik een knopje heb die ik om kan zetten in de laatste kilometers waardoor ik niets meer voel. Soms doen we nog een paar plaatselijke rondes. Een kort klimmetje dat een ronde eerder nog pijn deed, voel ik ineens niet meer in m’n benen als we op de meet afrijden. Het is me ook weleens gelukt om een sprint te winnen, terwijl ik kramp in mijn benen had. Op een of andere manier ga ik door de pijngrens heen als de finish in zicht is. Alsof ik immuun voor pijn ben. Maar na de finish voel ik de pijn in één klap, ben ik helemaal naar de klote.” Ook naast de fiets ben ik een vaatje buskruit “Nou, nee... Ik ben naast de fiets veel stiller, kijk eerst vaak de kat uit de boom voordat ik me ergens op m’n gemak voel. Van sprinters bestaat vaak het beeld dat het extraverte types zijn, dat ben ik niet. Op de fiets zeg ik wel waar het op staat. Ik moet mijn ploeggenoten ook hard toe kunnen spreken. Op die momenten zijn wij soms even geen vriendin­nen. Dat moet gewoon kunnen. Ik moet op de fiets soms ook een bitch zijn. Er zit natuurlijk wel een grens aan wat en wanneer je iets roept. In een volle finale kan ik geprikkeld reageren. Maar dat doe ik niet als we halverwege de koers zijn, hoor.” Van sprinters bestaat vaak het beeld dat het egocentrische types zijn. “Bij de mannen merk je ook wel echt een verschil tussen de sprinters en de overige renners. Bij de vrouwelijke sprinters is dat voor mijn gevoel minder. Je ziet die mannelijke sprinters ook altijd in de weer met kleding, ze zijn een beetje de patsers van het peloton. Maar goed, ik vind het ook belangrijk om goed gesoigneerd op de fiets te zitten. En ik houd ook wel van mooie dingen kopen. Met mijn geld heb ik ook de auto waarin ik nu rij, een Audi, gekocht. Ik geef ook wel toe dat ik bij het kopen van spullen naar het merk kijk. Stiekem kijk ik al naar een mooiere, duurdere Audi. Naast de fiets treed ik dus wat minder snel op de voorgrond, maar dat neemt niet weg dat ik soms pittig kan reageren en ook echt wel een mening heb. Ik laat me de kaas ook in het dagelijks leven niet van het brood eten.” Ik ben ook weleens bang op de fiets “In de sprint nooit. Maar er zijn momenten in de koers, vooral tijdens een afdaling, dat ik denk: dit is wel even een spannen­de situatie. Ik ben dan vooral bang omdat ik niet weet wat de rensters om mij heen op dat moment doen. Tijdens een massasprint lukt het mij om die gevoelens uit te schakelen. Neemt niet weg dat ik me realiseer dat het ook fout kan gaan. Zeker na de crash in de Ronde van Polen met Dylan Groenewegen en Fabio Jakobsen, twee jaar geleden, werd ik erg geconfronteerd met de risico’s. Dan zit wel even in je hoofd: zoals met Fabio kan het ook aflopen. Ik heb ook weleens momenten gehad dat ik de hekken in werd gereden, dat het niet veel scheelde of ik had ook een vreselijke klapper op m’n gezicht gemaakt...” Zijn je ouders vaak bezorgd? “Mijn moeder kijkt niet naar de laatste drie kilometer. Met de Simac Tour ben ik vorig jaar flink gevallen. Tijdens die etappekoers waren mijn ouders door Nederland aan het toeren met de camper. Ze stonden op de camping vlak bij de finish, hadden niet gezien dat er een grote valpartij was op vier kilo­meter van de streep. Ik was de eerste die viel, kreeg het halve peloton over me heen. De renners kwamen over de finish en ik was niet te zien. Mijn moeder is me tegemoet gaan lopen, wist dat het foute boel was. Ik kwam mijn moeder uiteindelijk tegen toen ik weer op de fiets zat, lag helemaal open. Ik ben nog gefinisht, maar daarna moest ik naar het ziekenhuis en moest ik afstappen. Gelukkig had ik niets gebroken.” Je denkt na zo’n crash niet: de volgende keer doe ik even rustig aan. “De eerste keer dat je weer op de fiets zit, ben je in het begin wel even wat banger om te vallen. Maar in de sprint lukt het me toch steeds weer om het knopje om te zetten. Na de val in de Simac Tour kon ik een maand niet fietsen door een hersenschudding. Dat is anders dan wat Fabio heeft meegemaakt, dat was next level. Als je zo’n val als Fabio meemaakt, kan ik me voorstellen dat het wel even duurt voor­ dat je weer vol vertrouwen durft te sprinten.” Je hebt dus wel al de nodige littekens. “Die heeft elke wielrenner. Ik zit ondertussen aardig vol met littekens, hoop altijd maar dat mijn tatoeages op mijn beide armen gespaard blijven. Tot nu toe is dat het geval geweest.” Ik wil net als mijn grote voorbeeld Marianne Vos ook olympisch kampioen op de baan worden “Ik heb baanambities, ja. Marianne kon in 2008 het fietsen op de baan, het veldrijden en het fietsen op de weg nog combineren. Ik weet niet in hoeverre dat in deze tijd nog mogelijk is. Binnen­kort ga ik het er ook met de ploeg over hebben wat mogelijk is. Ik heb een contract bij Team DSM omdat ik wegrenster ben. Het kan dus niet zo zijn dat mijn wegprogramma te lijden gaat krijgen onder mijn baanambities. De weg blijft ook absoluut op de eerste plaats staan, maar wie weet is het mogelijk om een uitstap naar de baan in te passen. Ik zou me op de baan willen richten op het omnium en wellicht de koppelkoers.” Helden Magazine Wil je geen geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen.

Tour de France

Demi Vollering: tijd voor de regenboogtrui

Een jaar geleden reed [...]
Een jaar geleden reed Demi Vollering nog in het paars van SD Worx. Ze was de grote favoriete voor de eindwinst van de Tour de France Femmes, maar werd geklopt door de Poolse Katarzyna Niewiadoma. Het was tijd voor Demi om een nieuwe stap te zetten. Een frisse start. “Fysiek is Demi de beste van het peloton,” zegt Roxane Knetemann, voormalig ploeggenote en wieleranalist. “Maar als het tactisch niet klopt, dan zie je haar rare dingen doen. Dan gaat ze forceren, jagen, verliezen.” Knetemann weet waar ze het over heeft. Ze stond met Vollering aan het begin van haar carrière bij Parkhotel Valkenburg. Ze zag het meisje uit Pijnacker groeien tot het gezicht van het Nederlandse vrouwenwielrennen. En ook hoe dat gezicht in Nederland lang niet altijd met applaus werd begroet.Waarom wordt de ene topsporter met dezelfde kwaliteiten een ster en de ander niet? Dat is omdat je bij de ene wel een klik voelt en bij de ander niet. Ik denk dat Demi de gunfactor misschien een beetje kwijt is geraakt in Nederland. Bij Annemiek van Vleuten was die gunfactor juist heel groot. Dat komt door haar prestaties, maar ook door wat ze heeft meegemaakt en de manier waarop zij zich presenteerde in de media. Annemiek sloeg beter aan in Nederland, zij was de keizerin. En Demi werd de renster die aan de poten zaagde van de keizerin. Dat heeft ook een beetje in Demi’s nadeel gewerkt." “Ik zag haar aan het begin van het seizoen al sterk rijden,” vertelt Roxane. “Ik appte haar. Ze antwoordde meteen: ‘Ik heb het echt naar mijn zin.’” Het WK in Rwanda Wat maakt het WK van dit weekend in Rwanda een interessant kansmoment voor Demi Vollering? Allereerst is het parcours op maat voor haar capaciteiten: veel korte, steile beklimmingen – zoals de Côte de Kigali Golf en de Côte de Kimihurura – gecombineerd met passages over onverharde kasseien en een finish op hoogte, rond de 1.500 meter. Die mix van klimwerk en punch is precies waar Vollering uitblinkt. Bovendien mist Lotte Kopecky, de regerend wereldkampioen, de wedstrijd, waardoor één grote concurrent niet aanwezig is. Nederland stuurt een sterke ploeg met ervaren renners als Marianne Vos en Puck Pieterse die haar kunnen ondersteunen. Een goede kans dus om eindelijk de regenoogtrui binnen te halen