Word abonnee
Meer

Basketbal

Van ‘luie puber’ tot NBA-center: het onwaarschijnlijke verhaal van Quinten Post

N Quinten Post stopte op zijn vijftiende met basketbal. Anderhalf jaar later begon hij opnieuw. Nu, op zijn 26ste, is hij center van Golden State Warriors, een van de beste teams in de NBA. Een gesprek met de geboren Amsterdammer over zijn opmerkelijke weg naar de top. "Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen." Geregeld scheurt een 2 meter 13 lange Nederlander op een e-step door de straten van San Francisco. Zijn naam: Quinten Post. “Ik woon in een vrij moderne wijk op korte afstand van Chase Center, rij vaak met een e-step naar de hal toe. Dat gaat vlotter dan met de auto.” De geboren Amsterdammers is sinds 2024 center van NBA- team Golden State Warriors. Dat is niet zomaar een club, het is het meest succesvolle team van de afgelopen jaren getuige de kampioenschappen in 2015, 2017, 2018 en 2022. Quinten speelt er aan de zijde van superster en volbloed schutter Stephen Curry, al jaren een van de beste basketballer ter wereld. In de kleedkamer zit hij vlak bij Curry , in de ogen van Post de allerbeste schutter die ooit geleefd heeft en de man die de driepunter heeft gerevolutioneerd. Op 27 december 2024 ging een droom in vervulling en speelde Quinten zijn eerste minuten in de NBA. Hij verdiende vervolgens een jaarcontract voor het huidige seizoen. Hij is niet meer weg te denken uit de vaste groep spelers die coach Steve Kerr benut. Maar achter dat ogenschijnlijke vanzelfsprekende schuilt een wereld die allesbehalve gewoon is. Quinten is in een totaal andere wereld terechtgekomen. Het spelen in de NBA is enorm intensief. Voor de 82 competitiewedstrijden in het reguliere seizoen reist hij zeven maanden lang door heel Amerika. Uitrusten gebeurt vaak in het vliegtuig. a die 82 wedstrijden volgen voor de Warriors vrijwel altijd de play-offs. Als je team het daar goed doet komen er nog eens twintig wedstrijden bij. Om in zo’n situatie je ritme en voldoende ontspanning te vinden is een behoorlijke uitdaging die Quinten moest leren omarmen. Daarnaast weet hij de schijnwerpers voortdurend op zich gericht. De wedstrijden van de Warriors zijn wereldwijd te zien en hij doet zijn ‘werk’ in sportstadions die gevuld zijn met twintigduizend toeschouwers. Luie puber Quinten heeft het geschopt tot de NBA. Gedurende zijn eerste seizoen had hij geregeld contact met Rik Smits, die twaalf seizoenen center van de Indiana Pacers was in de NBA. The Dunking Dutchman werd in 1998 als eerste en enige Nederlander gekozen voor de jaarlijkse All Star Game. Quinten dineerde afgelopen seizoen met zijn in de staat Arizona wonende voorganger, van wie hij vroeger een basketbalboek met plaatjes had, en luisterde naar zijn ervaringen. Hij sloeg alle bruikbare informatie op. Toch scheelde het maar een haartje of hij had een heel andere baan gehad en waarschijnlijk nog in Amsterdam gewoond. Quinten stopte op zijn vijftiende met basketbal. Door allerlei oorzaken versleet hij drie scholen en was zijn motivatie voor basketbal helemaal weg. “In die periode groeide ik van 1 meter 85 naar 2 meter 6. Ik klooide maar wat aan en mijn ouders hielden wel een oogje in het zeil, maar lieten mij vooral mijn eigen weg vinden. Ik was een behoorlijk luie puber. Voor de selectie van Nederland onder 15 moest ik in het weekend van negen tot vijf trainen. Dat zag ik helemaal niet zitten. Ik deelde dat op een dag met mijn moeder. Mijn vader stond de volgende ochtend op mij te wachten. Als ik niet meer wilde basketballen, dan moest ik dat zelf maar tegen de coach zeggen. De coach zei alleen maar: ‘Oké.’ Ik had niet de illusie dat ik de selectie zou halen, dus wellicht dacht de coach alleen maar: hoef ik in elk geval een speler minder teleur te stellen.” Zijn basketbalpensioen duurde anderhalf jaar. Zijn eveneens basketballende vader Arjen wist Quinten zover te krijgen dat hij een keer mee ging doen met het team van zijn pa. “Na een paar keer begon ik de smaak weer te pakken te krijgen. Halverwege het seizoen ging ik bij Apollo in het derde team van onder 18 spelen. Ik werd steeds beter.” Na dat seizoen werd hij ingedeeld in het tweede, waarop Quinten op coach Wierd Goedee afstapte. “Ik wilde bij Apollo in het eerste team van onder 18 spelen. Goedee twijfelde of ik het basketbal wel serieus genoeg nam. Ik vertelde dat ik de keuze om het basketbal heel serieus te nemen al had gemaakt en kreeg de kans om dat te bewijzen in het eerste.” Al snel voelde Quinten dat hij klaar was voor een volgende stap: het buitenland. Vader Arjen stuurde mails naar vooraanstaande Europese clubs. Alba Berlin toonde belangstelling. Met de jeugd van Alba speelde hij een jaar lang tegen seniorenteams op het vierde niveau van Duitsland. Quinten kreeg steeds meer controle over zijn snel gegroeide lichaam en na een jaar was hij klaar voor een volgende stap. “Ik ben met mijn vader om tafel gaan zitten en we hebben de opties op een rijtje gezet. Ik kon naar een nog hoger aangeschreven basketbalopleiding in Europa of de stap maken naar een Amerikaans college. Mijn vader was meer een voorstander van de Europese route; naar Servië. Ik koos vastberaden voor de stap naar Amerika.” Quinten glimlachend: “Mijn stiefmoeder vertelde dat mijn vader een aantal nachten slecht geslapen heeft toen ik tegen zijn advies in een andere keuze maakte.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Quinten Post lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami.Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Atletiek

Jorinde van Klinken: ‘Met dit lichaam kan ik de hele wereld aan’

Jorinde van Klinken (26) won vorig jaar WK-zilver: een [...]
Jorinde van Klinken (26) won vorig jaar WK-zilver: een primeur voor een Nederlandse discuswerpster. Aan die medaille ging een lange en niet altijd makkelijke weg vooraf. Wij spraken met haar over sponsors, grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika, haar veganistische dieet en haar ambities. Na twee vierde plaatsen op eerdere WK’s was het in september 2025 raak: zilver in Tokio. Jij bent de eerste Nederlandse vrouw ooit met een WK-medaille in het discuswerpen. Hoe groot was de ontlading? “Enorm. Vooral toen ik achteraf de statistieken hoorde. Iemand zei: ‘Je hebt in die finale drie voormalig wereldkampioenen verslagen.’ Nog steeds onwerkelijk. Ik keek altijd op tegen sporters die WK-medailles hadden gewonnen. Dat ik nu zelf in dat rijtje sta, is heel bijzonder.” Wat was het eerste wat je deed toen je wist dat je zilver had? “Mijn goede vriendin en Nederlandse collega Alida van Daalen een knuffel geven. We stonden allebei in de finale; dat was ook al uniek. Daarna ben ik naar mijn familie en coach gegaan.” Je wierp 67,50 meter. De Amerikaanse Valarie Allman kwam tot 69,48 en pakte na olympisch goud ook de wereldtitel. Had je het gevoel: ik had ook wereldkampioen kunnen worden? “Ja. Ik ging die finale in om te winnen. Achteraf was ik niet helemaal tevreden over mijn afstand en techniek. Ik voelde meteen: het had beter gekund.” Je eerste worp was meteen de verste. “Dat is vaak geen goed teken. Meestal kan ik in een goede wedstrijd nog opbouwen, steeds iets verder werpen. In Tokio lukte dat niet. Dat gaf ook het gevoel dat er meer in had gezeten.” In 2024 won je op het EK al zilver bij het discuswerpen én kogelstoten. Daardoor werd je gerekend tot medaillekandidaat op de Spelen in Parijs, maar die werden met een zevende plaats bij het discuswerpen niet wat je ervan had verwacht. Voelde de zilveren WK-medaille ook als revanche? “Niet zozeer, maar ik heb wel de lessen van Parijs meegenomen richting de WK. Ik had in de aanloop naar de Spelen het gevoel dat ik er helemaal klaar voor was om te schitteren en had in een Diamond League-wedstrijd nog 67,50 meter geworpen. Waar het misging, was dat we hadden afgesproken dat mijn Amerikaanse coach Brian Blutreich de begeleiding vlak voor de Spelen zou overnemen, terwijl ik de hele voorbereiding met mijn Nederlandse coach Hein Pieters had gedaan. Brian kwam twee weken voor de Spelen naar Europa en zag een aantal technische dingen die beter konden. Voor zijn gevoel kon ik met een paar aanpassingen richting de zeventig meter werpen. Technisch was het misschien niet perfect, maar ik wierp wel ver in de trainingen. Toch ben ik twee weken voor de Spelen mijn techniek gaan aanpassen, waardoor ik mijn timing volledig kwijtraakte. Ik raakte in paniek, voelde dat alles uit mijn handen viel. Verschrikkelijk. Ik heb mezelf bij elkaar geraapt en de knop om proberen te zetten. Ik was ervan overtuigd dat de goede worpen nog in me zaten. De kwalificatie ging nog goed: ruim over de 65 meter. De finale was een nachtmerrie. Ik realiseerde me dat we een grote fout hadden gemaakt. We hadden die aanpassingen pas na de Spelen moeten doen. De les was dat ik vlak voor grote toernooien niet meer van coach wissel en al helemaal geen technische aanpassingen meer doorvoer. In die zin hebben de mislukte Spelen mij geholpen naar WK-zilver.” Jessica Schilder werd in Tokio als eerste Nederlandse wereldkampioen kogelstoten. Trekken jullie als werpsters automatisch meer naar elkaar toe? “Absoluut. We leven hetzelfde leven. Op toernooien deel ik vaak een kamer met Alida. Tijdens wedstrijden zoeken Alida, Jessica en ik elkaar op. Jessica vertelde ook dat het haar tijdens wedstrijden rust geeft als Alida en ik erbij zijn. Ik vind het vooral veel gezelliger als zij erbij zijn.” Na de finale vertelde je dat je nog even Tokio in wilde. Hoe heb je het gevierd? Lachend: “Niet groots. Ik wilde naar een karaokebar, maar niemand wilde mee. Bovendien bleek Tokio ’s avonds na achten verrassend rustig. Het werd dus een heel sneu einde.” Heb je dat feest in Nederland ingehaald? “Eigenlijk nog niet. We hebben het met de werpsters er nog steeds over dat we het alsnog moeten vieren. Het is wat lastiger omdat Alida in Amerika woont en Jessica niet zo’n feestbeest is.” Erkenning Je was ook ‘hot topic’ door het interview dat je tijdens het WK gaf aan de NOS. Je vertelde: ‘Als ik eruit zou zien als een poppetje, had ik al een miljoenencontract.’ “Jeroen Stekelenburg van de NOS vroeg mij naar sponsoring en die video had veel impact; hij werd breed opgepikt. Ik kreeg heel veel reacties, ook negatieve. Ik kreeg te horen dat ik marketing niet begreep. Maar uiteindelijk heeft dat interview me vooral veel goeds gebracht.” Je sprak over uiterlijk in relatie tot sponsoring. “Dat speelt een enorme rol, terwijl prestaties leidend zouden moeten zijn. Merken kunnen een sporter ook ‘maken’; dat was mijn boodschap. In Amerika proberen ze sporters aan een merk te verbinden via hun verhaal of hoe ze in het leven staan. Mensen voelen dan een veel sterkere connectie met een sporter.” Meer lezen? De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Op Lorena Wiebes staat geen maat. Overwinningen viert ze geregeld met verwijzingen naar liedjes van Jan Smit. De rapste vrouw van het peloton heeft ook haar zinnen gezet op de baan en olympisch goud. Maar online haat is er ook. “Heel makkelijk is het om vanachter een toetsenbord alles de wereld in te slingeren.” Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami. Lando Norris onttroonde Max Verstappen als wereldkampioen Formule 1. De Britse coureur van McLaren is open over zijn twijfels en mentale problemen. “Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben.” Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Veldrijden

Van veldrijden naar klassiekers: de succesformule van Mathieu van der Poel

Met het winnen van zijn achtste wereldtitel veldrijden schreef Mathieu van der Poel (31) afgelopen februari geschiedenis. Dit voorjaar kan hij dat in de door hem zo geliefde Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix opnieuw doen. Aan de hand van vijf thema's en uitspraken van de Nederlandse topcoureur bespreken intimi en kenners zijn karakter, ontwikkeling en succesformule. Het palmares van Mathieu 'Op twaalfjarige leeftijd had ik het onmogelijk geacht. als je me toen had gezegd dat ik acht wereldtitels in de cross en acht monumenten op de weg zou winnen.' Raymond Poulidor verkondigde het al in 2014 toen Mathieu van der Poel hem samen met vader Adrie verraste met een bezoekje aan het Village Départ tijdens de Tour de France. De topcoureur van weleer was ambassadeur van Crédit Lyonnais, de sponsor van de gele trui, en met zijn kleinzoon maakte hij een rondgang langs zijn collega's. Met vertederende trots noemde Poulidor hem 'mon petit phénomène'. Mathieu was destijds negentien jaar en stond op de drempel van een profcarrière. Hij was al tweemaal wereldkampioen veldrijden en eenmaal wereldkampioen op de weg bij de junioren geworden. De voorgaande winter had hij zijn eerste veldritten bij de elites gereden. De contouren van een glansrijke loopbaan waren zichtbaar, maar niemand die nog echt kon bevroeden tot welke grote hoogten Mathieu zou reiken. Behalve Papi Poulidor, die kende geen enkele twijfel. Terwijl de camera van Sporza draaide voor een reportage in het Belgische avondprogramma Vive le Vélo, vertelde hij aan wie het maar wilde horen dat zijn kleinzoon 'een heel grote' ging worden. Tijdens hun rondgang liepen ze een andere oud-kampioen tegen het lijf: 'Dit is Gilbert-Duclos Lassalle,' zei Poulidor tegen Mathieu en maakte vervolgens bijna achteloos de opmerking: 'Hij heeft twee keer Parijs-Roubaix gewonnen. Maar jij gaat 'm vier keer winnen.' Het blijken welhaast profetische woorden van Poulidor te zijn geweest. Twaalf jaar later heeft Mathieu een erelijst die uitpuilt van de hoofdprijzen, vooral in de voorjaarsklassiekers. Met - tot begin maart 2026 - onder meer drie zeges in de Ronde van Vlaanderen én Parijs-Roubaix, twee overwinningen in Milaan-San Remo, twee in de E3 Saxo Classic en Dwars door Vlaanderen, eenmaal de Amstel Gold Race en de Strade Bianche, twee ritzeges in de Tour en als klap op de vuurpijl de wereldtitel op de weg van 2023. Afgelopen februari volgde de zoveelste mijlpaal toen Mathieu in het Zeeuwse Hulst voor de achtste keer wereldkampioen veldrijden werd en daardoor het record van meeste wereldtitels in de cross, dat hij tot dat moment deelde met Erik De Vlaeminck, alleen in handen nam. Het was zijn tiende regenboogtrui in totaal op profniveau, nadat hij in 2024 ook al wereldkampioen gravel was geworden. “Acht is uniek,” zei Philip Roodhooft, teambaas van Alpecin-Premier Tech, na afloop van de podiumceremonie in Hulst, waar Mathieu werd gefeliciteerd door niemand minder dan koning Willem-Alexander. Roodhooft: “We staan er zelden bij stil maar op dagen als deze denk je: oei, het is toch echt wel iets heel bijzonders. Veel beter zal het niet worden. Toen we eraan begonnen, hadden we nooit kunnen denken dat het zou leiden tot alles wat al is geweest. We hadden wel het idee dat Mathieu een heel goede veldrijder ging worden. Dat was het uitgangspunt. Zowel voor hem als voor ons. Er was totaal nog geen ambitie op de weg. Ik denk dat we het goed hebben gedaan doordat we er als ploeg altijd in zijn geslaagd de juiste stappen te zetten, waardoor we Mathieu de kansen konden geven. Van een jonge kerel is hij een man geworden. Als je de foto's ziet van de atleet die hij in 2015 was...Dat is totaal iemand anders.” De evolutie van Mathieu ‘Ik geniet nu meer van de fiets en van het werk dat ik erin stop vergeleken met tien of vijf jaar geleden. Met het ouder worden kan ik meer trainen en harder werken.’ Wat betreft zijn postuur is Mathieu in niets meer te vergelijken met de ietwat iele snaak bij de start van zijn profloopbaan. Zowel naast, maar vooral op de fiets straalt hij een en al kracht uit. Elke pedaalomwenteling barst van de power. Niemand die zo hard een keienklimmetje op kan vlammen of zo hard over een kasseienstrook kan vliegen als hij. Het is het resultaat van jarenlange trainingsarbeid, die met het sterker worden van zijn lichaam en het groter worden van zijn inwendige motor steeds meer is opgeschroefd. “Het is alleszins een evolutie geweest die heel geleidelijk en gestaag is gegaan,” zegt Alpecin-Premier Tech-ploegleider Christoph Roodhooft. “Ik vind dat je aan foto's uit zijn jongere jaren wel al duidelijk de karakteristieken ziet van het lichaam dat hij nu heeft. De contouren waren al zichtbaar. Nu is alles veel meer ontwikkeld; Mathieu is elk jaar verbeterd en zijn trainingsload is telkens omhooggegaan. Nu zitten we wat dat betreft niet op een maximum, maar toch wel op een plateau. Sommige trainingsdagen zijn volledige werkdagen, maar Mathieu heeft daar geen problemen mee. Hij heeft een manier gevonden om dat leuk en aangenaam te vinden.” Meer lezen? De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Op Lorena Wiebes staat geen maat. Overwinningen viert ze geregeld met verwijzingen naar liedjes van Jan Smit. De rapste vrouw van het peloton heeft ook haar zinnen gezet op de baan en olympisch goud. Maar online haat is er ook. “Heel makkelijk is het om vanachter een toetsenbord alles de wereld in te slingeren.” Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami. Lando Norris onttroonde Max Verstappen als wereldkampioen Formule 1. De Britse coureur van McLaren is open over zijn twijfels en mentale problemen. “Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben.” Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Atletiek

Dé sportmomenten van 2025: Jorinde van Klinken stapt uit de schaduw

De atletiek in Nederland zit al jaren in de lift. Met [...]
De atletiek in Nederland zit al jaren in de lift. Met voorheen Dafne Schippers en nu Sifan Hassan, Femke Bol, Abdi Nageeye, Nadine Visser en Lieke Klaver aan boegbeelden geen gebrek. Maar zij blinken – en blonken – uit op de loopnummers. Er zijn nóg twee vrouwen die er wat van kunnen, maar hun knappe prestaties bleven lange tijd een beetje onderbelicht. Zij komen namelijk uit op de ‘werpnummers’. Bij de WK in Tokio traden ze echt uit de schaduw. Jessica Schilder won goud bij het kogelstoten en werd gekozen als Sportvrouw van het Jaar bij het jaarlijkse sportgala. Discuswerpster Jorinde van Klinken – ook kogelstootster overigens - pakte zilver, het was de eerste WK-medaille van een Nederlandse in die discipline. Met haar worp van 67,50 meter hoefde ze alleen de Amerikaanse Valarie Allman voor zich te dulden. Jorinde pakte haar kans toen ze voor de camera van de NOS stond. Ze stelde: “Als ik eruit zou zien als een poppetje, had ik al een miljoenencontract.” Het ijzer smeden als het heet is, dat is de 25-jarige atlete wel toevertrouwd. Bij het sportgala verklapte ze dat haar opmerking ervoor had gezorgd dat sponsors haar weten te vinden. Ze won dus zilver met een gouden rand.  

Mountainbiken

Dé sportmomenten van 2025: de mentale strijd van Fem van Empel

En dat is drie. Fem van Empel veroverde op 1 februari na [...]
En dat is drie. Fem van Empel veroverde op 1 februari na een spannende strijd met Lucinda Brand en Puck Pieterse de hattrick aan wereldtitels veldrijden compleet in het Franse Lievin. Ze was nog maar 22 jaar toen ze voor het derde jaar op rij de regenboogtrui aan mocht trekken. Even zo vaak werd ze Europees kampioene. En dan te bedenken dat ze het veldrijden ook nog combineerde met het mountainbiken en wielrennen op de weg. Het leven lachte het multitalent toe. Afgelopen vrijdag maakte ze bekend voor onbepaalde tijd te stoppen met topsport, haar contract met Visma-Lease a Bike wordt daarom op 1 januari beëindigd. We wensen haar alle geluk. Schijn bedriegt. Terwijl Fem de sportieve successen opstapelde, vocht ze tegelijkertijd een mentale strijd uit met zichzelf. Met een korte, openhartige boodschap op haar Instagram maakte ze In maart bekend dat ze een pauze in ging lassen. "Ik voelde eigenlijk allang dat het niet goed met me ging," vertelde ze in oktober een interview met Sporza. Ze voelde al langere tijd dat het niet goed met haar ging. "Maar als sportief alles heel goed gaat, is het lastig om te zeggen: we stoppen ermee. Ook al is het gevoel bij jezelf niet goed. Voor de buitenwereld heb ik goed verbloemd dat het helemaal niet goed met me ging. Als sporter was ik succesvol, maar dat had zijn consequenties op menselijk vlak." Het perfectionisme van Fem zat haar in de weg. "Ik mocht niks meer van mezelf. Ik kon zelfs niet meer genieten van een vrije dag om eens iets anders te gaan doen. Het ging non stop door. Ik was mezelf niet meer. En ik ben blij dat ik dat toen ook openlijk uitgesproken heb. Daar ben ik misschien nog wel het meest trots op. Ik heb me toen kwetsbaar opgesteld, zonder ermee bezig te zijn wat de reacties zouden zijn. Ik koos voor mezelf op dat moment. Het ging erom om mezelf weer te ontdekken." Tijdens de break van het fietsen deed ze ‘heel normale dingen’. "De stad in om iets te eten, met vrienden afspreken, lange wandeltochten met m'n oom. Het heeft me zoveel inzicht gebracht over hoe ik het op een andere manier wil doen." ‘Ik heb verbloemd dat het niet goed ging’ In oktober keerde ze terug. Ze verklapte dat de focus op veldrijden ging, dat het wielrennen op de weg niet de prioriteit meer heeft. Ze wil dingen doen waar ze lol aan beleeft. Maar al snel kneep ze opnieuw in de remmen. Een radiostilte volgde. Bondscoach Gerben de Knegt zei tegen Het Nieuwsblad: “Ik weet wat er speelt. Ze zit fysiek en mentaal niet in haar beste periode. Laten we het daar dan maar op houden.”

Veldrijden

Dé sportmomenten van 2025: het superjaar van Mathieu van der Poel

Het was opnieuw een superjaar voor Mathieu van der Poel. [...]
Het was opnieuw een superjaar voor Mathieu van der Poel. Begin februari veroverde hij met groot vertoon van macht zijn zevende wereldtitel in het veldrijden. Daarmee evenaarde hij het record van Erik De Vlaeminck. Vervolgens maakte MvdP de overstap naar de weg. En daar kwam hij die andere veelvraat tegen: Tadej Pogacar. De twee maakten er een spektakel van in de voorjaarsklassiekers. Mathieu won Milaan- San Remo en liet Filippo Ganna en Pogi achter zich. Matje won ook Parijs-Roubaix, voor de in de Hel van het Noorden debuterende Pogacar, die een week eerder op zijn beurt van der Poel naar de tweede plek verwees in de Ronde van Vlaanderen. De volgende ‘afspraak’ was de Tour de France. Mathieu won de tweede etappe, na een sprint bergop in de Boulogne-sur-Mer, en bleef – opnieuw – Pogacar voor. Mathieu pakte het geel en droeg dat in totaal vier dagen. Van der Poel bleef in de aanval gaan in de Tour, totdat hij de laatste week op moest geven met een longontsteking. Daarna maakte de alleskunner de overstap naar de mountainbike, reed het WK in Crans-Montana in Canada en werd daar 29ste. Na wereldtitels op de weg, het gravel en in het veldrijden, is de regenboogtrui in het mountainbiken iets wat hij graag nog van zijn to-do-lijstje af wil strepen. Er blijft nog wat te wensen over. Zijn commentaar na afloop: ‘Ik had mijn dag niet’. Zelfs van der Poel heeft dus heel soms van die dagen.

Atletiek

Dé sportmomenten van 2025: de estafettemannen schrijven historie

Nsisak Ekpo, Elvis Afrifa, Taymir Burnet en Xavi Mo-Ajok [...]
Nsisak Ekpo, Elvis Afrifa, Taymir Burnet en Xavi Mo-Ajok zorgde voor een flinke verrassing op de WK atletiek van afgelopen zomer. De estafetteploeg plaatstte zich als laatste voor de finale, maar kwamen als derde over de finishlijn op de 4x100 meter estafette. Ze pakte niet alleen een medaille, maar waren met een tijd van 37,87 seconden sneller dan ooit en verbraken zo ook het zes jaar oude Nederlandse record. Slotloper Afrifa was tijdens de laatste etappe zelfs sneller dan het Amerikaanse sprintfenomeen Noah Lyles, die desondanks wel met de Amerikaanse ploeg goud won. "Toen ik het stokje kreeg, zag ik dat we derde lagen", zei Afrifa. "Toen was het voor mijn leven naar de finish rennen. Ongeloof, euforie, alles van het hele jaar is er nu uitgekomen” vertelde hij voor de camera van de NOS.

Atletiek

Dé sportmomenten van 2025: het Jessica Schilder-effect

2025 was voor Jessica Schilder een jaar om nooit te [...]
2025 was voor Jessica Schilder een jaar om nooit te vergeten. Ze stootte haar kogel nog nooit zover als dit jaar. Het leverde haar een goud op het WK outdoor, zilver op de EK en zilver op de WK indoor op. Ook werd ze door de atletiekbond verkozen tot atlete van het jaar. “Geweldig dat het zo goed gaat met de atletiek in Nederland. Dat ze mij bestempelen als ‘de Femke Bol van het kogelstoten’ vind ik een groot compliment. Of ze Femke straks de Jessica Schilder van de 400 meter hordenlopen moeten noemen? Nee, daar doen we Femke echt te kort mee. Ik heb al een paar keer op een poster gestaan van European Athletics. Ik, als kogelstootster, hoe mooi is dat? Bij de FBK Games en de EK indoor in Apeldoorn werd er echt even gewacht totdat ik mijn kogel had gestoten voordat het programma van de andere atletieknummers weer doorging. Ik wist: nu is alle aandacht op mij gericht. Het geeft enerzijds een kick, maar tegelijkertijd zorgt het voor extra druk. Bij de EK in Apeldoorn heb ik laten zien dat ik onder die druk heel goed kan presteren. Voor mijn gevoel zat heel Nederland, inclusief de koning, in de zaal en ik stootte beter dan ik ooit had gedaan. Wat ik ook echt heel leuk vind, is dat ik ook steeds meer jonge meiden naar Papendal zie komen om zich te concentreren op de werpnummers. Of dat het Jessica Schilder-effect is? Nou, dat weet ik niet, hoor. Maar die talenten help ik natuurlijk graag. Als ik zo’n meisje met een kogel in de hand zie, denk ik geregeld: dat is net een kleine Jessica, gaat zij op een dag mijn Nederlands record verbreken?”

Atletiek

Dé sportmomenten van 2025: Femke Bol zwaait af met goud

 Femke Bol liep ook dit jaar als een gazelle over de [...]
 Femke Bol liep ook dit jaar als een gazelle over de atletiekbaan. Alle races op ‘haar’ 400 meter horden won ze. In de WK-finale in Tokio was ze oppermachtig. Ze won haar tweede wereldtitel op die discipline. Daarnaast won ze ook nog zilver op de gemengde 4x400 meter estafette en brons op de 4x400 meter estafette voor vrouwenteams. Vanwege die prestaties werd ze voor de derde keer gekozen als Europees atlete van het jaar.  In Femke – die dit jaar ook nog een huwelijksaanzoek kreeg van haar Belgische vriend Ben Broeders en een kinderboek met de titel ‘Go Femke! Team TOFF gaat ervoor!’ uitbracht - zit ook dat ze uitgedaagd wil blijven worden. Waar anderen in haar plaats nog jarenlang de medailles binnen zouden harken op de 400 meter horden, nam zij na het WK een drastisch besluit. Ze stopt met de 400 meter horden en gaat een ‘extra rondje zonder hindernissen’ rennen. Vanaf heden richt ze zich dus op de 800 meter, de afstand waarop Ellen van Langen in 1992 olympisch goud veroverde. De atletiekwereld was in rep en roer. Op haar 25ste begint ze aan een omscholingstraject. Of ze in haar tweede atletiekcarrière nou succesvol zal zijn of niet; de prijs voor de grootste durfal van in de sport gaat naar Femke Bol.

Atletiek

Abdi Nageeye: roeien tegen de stroom in

Abdi Nageeye (36) groeide de afgelopen jaren uit tot een wereldtopper. Hij won al drie marathons en olympisch zilver. Daarnaast scherpte hij dit jaar in Londen het nationaal record aan tot 2.04.20. De tijd van oogsten is nog niet voorbij. Nog lang niet zelfs. “Frank Sinatra zong: ‘I did it my way.’ Dat is niet voor niets mijn levenslied.” Op het gezicht van Abdi Nageeye lijkt een glimlach gebeiteld. Zelden is hij chagrijnig of boos. “Ik kijk altijd naar het positieve, negatieve dingen probeer ik zo snel mogelijk uit mijn systeem te krijgen. Dat is denk ik deels mijn karakter, maar dat heb ik met de jaren ook geleerd. Als topsporter moet je niet te veel zorgen hebben, rust in het hoofd is zo belangrijk,” vertelt Abdi terwijl hij een slok van zijn koffie neemt. Hij heeft net een uurtje hardgelopen door het Goffert Park, dat is het medicijn om vrolijk aan de dag te kunnen beginnen. Want doet hij dat niet, dan wordt hij onrustig, voelt hij zich een gekooide tijger. Kenia Abdi verblijft het grootste gedeelte van het jaar in Kenia, waar hij woont en traint met zijn vrouw en vijf kinderen. Hij is even in Nederland voor besprekingen met zijn in Nijmegen gevestigde managementbureau Global Sports Communication en reist daarna door naar Amerika voor een trainingskamp van zes weken. De laatste keer dat hij in actie kwam in wedstrijdverband was op 27 april, tijdens zijn debuut op de TCS London Marathon. Hij verbeterde zijn Nederlands record met 25 seconden tot 2.04.20, maar de tevredenheid overheerste niet meteen na af- loop. Tijdens het interview voor de camera van de NOS hoorde hij dat de fotofinish had uitgewezen dat hij niet derde, zoals eer- der werd geroepen, maar vierde was geworden. Weg podium. Bovendien vocht hij in de laatste kilometers tegen de kramp. Abdi schudt grinnikend zijn hoofd als hij terugdenkt aan Londen. “Voor mijn gevoel was ik de laatste acht kilometer aan het joggen. Toen ik zag dat ik een persoonlijk record had gelopen, was mijn eerste gedachte: dat klopt niet. Maar zonder die kramp had ik het Europees record van 2.03.36 én de derde plaats gepakt. Zeker weten. Mijn gevoelens wisselden voort- durend van teleurstelling naar blijdschap. Terug in het hotel, onder de douche, daalde alles pas in. Ik voelde geen verzuring en geen pijn, was eigenlijk ook helemaal niet moe. Amazing, toch? Nu, een paar maanden later, overheerst tevredenheid. Ik weet dat ik nog veel harder kan dan in Londen. Dat motiveert enorm. Ik ben 36, word nog elke keer beter. Crazy.” Rijpen Abdi ging de wereld over toen hij in 2021 olympisch zilver pakte achter ‘marathonkoning’ Eliud Kipchoge, zijn collega bij het NN Running Team. Maar dat hij ondertussen nog oog had voor zijn maatje en trainingsgenoot Bashir Abdi, net als hij geboren in Somalië en door de onrust aldaar gevlucht naar België, en hem met succes aanmoedigde het brons te pakken, gaf de medaille nog meer glans. Daarna won hij tot twee keer toe – in 2022 en 2024 – de NN Marathon Rotterdam. Op 3 november vorig jaar won Abdi de TCS New York City Marathon, die deel uitmaakt van de serie van zeven jaarlijkse World Marathon Majors, zeg maar de Grand Slam-toernooien van het marathonlopen. “Ik heb de afgelopen twee jaar veel veranderd aan mijn trainingen, heb mijn voeding aangepast en ik slaap meer. Hoe ouder ik word, des te makkelijker ik het vind om alles opzij te schuiven voor het hardlopen. Ik ben rustiger in mijn hoofd.” Abdi vertelt dat hij geregeld contact heeft met jonge marathonlopers. “Als ik de dingen hoor waar zij tegenaanlopen, denk ik vaak: herkenbaar, dat had ik tien jaar terug ook. Een marathonloper moet eerst rijpen, moet de nodige dingen hebben meegemaakt in het leven; verbroken relaties, de geboorte van kinderen. Met de levenservaring komt de rust. Althans, dat is bij mij het geval. Ik heb niet meer het gevoel dat ik dingen mis. Als ik een paar jaar terug naar Nederland ging, dan wilde ik van alles en vond ik het lastig om ook nog mijn training te doen. Nu niet meer. Ik hoef alleen maar een killer te zijn tijdens mijn trainingen. Doordat die onrust er niet meer is, is het makkelijker om me volledig te focussen op het hardlopen.” Van Abdi is bekend dat hij meteen na een marathon tot diep in de nacht op stap ging. Dat was voor hem de afsluiting van maandenlang volledig voor zijn sport leven en tegelijkertijd had hij het nodig om de batterij weer op te laden om aan de voor- bereiding op de volgende wedstrijd te beginnen. “Ook op dat vlak ben ik ouder en wijzer geworden,” zegt Abdi breed glimlachend. “Na de London Marathon sliep ik al om twaalf uur. Ik werd de volgende ochtend wakker en dacht meteen: ik ben zo blij dat ik niet uit ben geweest. De tijd van stappen is voorbij. Ik ben in Londen samen met Sifan Hassan, de mensen van ons management en de begeleiding uiteten geweest in een fantastisch restaurant. We hebben heerlijk gegeten en gekletst en daarna ben ik gaan slapen. Ik werd fris wakker en kon twee dagen later de training alweer oppakken. Daar haal ik meer voldoening uit dan een avond op stap.” Meer lezen? Sifan Hassan: 'Ik ben geen superwoman' Eliud Kipchoge: 'Hardlopen is het beste medicijn dat er is' Anne Luijten: 'Je zou haast in magie geloven'