Word abonnee
Meer

Snowboarden

Nicolien Sauerbreij en Arjen Robben over wat een snowboardster en voetballer van elkaar kunnen leren

Ze kenden elkaar alleen van televisie, [...]
Ze kenden elkaar alleen van televisie, maar reageerden beiden meteen positief: Arjen Robben wilde Nicolien Sauerbreij graag een keer ontmoeten en Nicolien is al jaren fan van Arjen. “Hij is authentiek, is volgens mij volledig zichzelf. En ook hij heeft tegenslagen overwonnen.” Eind 2013 was het zover: de winnaar van de Champions League ontmoette in München de olympisch kampioene. In aanloop naar de Olympische Winterspelen doken we de archieven in. De schok 48 uur na interview en fotosessie was groot. Arjen voelde zich beresterk en was opvallend ontspannen. Het leven lachte hem toe. Die avond van het interview kwam om negen uur zijn ostheopaat overgevlogen uit Limburg voor een reguliere servicebeurt. De volgende dag zou Bayern München met de bus naar Augsburg rijden, voor de bekerwedstrijd tegen de lokale FC. Het zou Arjens laatste wedstrijd van het jaar worden. Na een jaar zonder blessures en nadat hij en passant de openingsgoal had gemaakt, schopte de keeper van FC Augsburg met een schofterige overtreding Arjen letterlijk het ziekenhuis in en het jaar uit. De keeper kreeg slechts geel. Opvallend is nog steeds de geringe verbazing over de aanslag op de knie van Arjen, maar dat terzijde. Op advies van Roy Makaay spraken we in 2013 af in Forsthaus Wörnbrunn, een gemoedelijk Zuid-Duits restaurant vlak bij het huis van Arjen in Grünwald. Nicolien: “Jij hebt lekker een thuisbasis. Thuis is voor mij zo’n relatief begrip, zeker in de winter. Tussen 2 januari en 24 februari kom ik helemaal niet thuis. Ik heb eigenlijk nauwelijks een thuisbasis.” Arjen: “Wij zijn gedurende het seizoen ook veel van huis, alleen zijn dit kortere periodes. Voor bijna elke wedstrijd slapen we in een hotel en tijdens de voorbereiding gaan we vaak een dag of tien op trainingskamp. Maar de hele winter reizen, zoals Nicolien, dat kennen wij niet.” Nicolien, hoe kijk jij naar Arjen? Nicolien: “Ik zie hem als een gedreven persoon met een enorme geldingsdrang waardoor hij af en toe wel eens een tegenspeler over het hoofd ziet. Ja toch?” Arjen knikt instemmend. “Ik ken hem eigenlijk alleen van televisie. Ik zie een fris Hollands hoofd, iemand die eerlijk is en in interviews de moeite neemt om zaken goed te verwoorden. Ik heb me altijd gestoord aan de wijze waarop hij in Nederland is bejegend. Zijn hele houding straalt gedrevenheid uit. Ik vrees dat veel Nederlanders die uiterste passie om de top te halen niet kennen en daarom al gauw denken dat wij ons aanstellen. Ik zie een op en top sportman die totaal niet naast zijn schoenen loopt. Dacht je dat Arjen die blessures leuk vond? Alsof je daar iets aan kunt doen. En ook typisch Nederlands, nu hij maar blijft winnen en scoren, schrijven al die journalisten die hem jaren hebben afgekraakt alleen maar positief. Zelfs zo positief dat hij was genomineerd voor Sportman van het Jaar. Maar Arjen is niet veranderd, dat zijn de journalisten.” Arjen luistert bescheiden en lacht af en toe: “Wat ik bij Nicolien bijzonder vind, is dat zij in een sport excelleert en zelfs het hoogst haalbare heeft gehaald, zonder enige faciliteit in eigen land. Zij heeft dus van het begin af aan heel veel offers moeten brengen, ja, dat vind ik ongelooflijk knap.” Nicolien is vereerd en oprecht verbaasd dat Arjen haar gouden olympische traject in 2010 tot en met de laatste race helemaal heeft gezien. Nicolien: “Dat is natuurlijk ook een vooroordeel, maar ik dacht: wat moet een voetballer nou met een vrouw die aan snowboarden doet? Ik vind dat wel bijzonder, daar sta je niet bij stil. Ik dacht, hij is even gaan googelen wie ik ben.” Arjen: “Dat hoor ik wel vaker, dat er een beeld van ons bestaat, alsof wij voetballers niet naar andere sporten kijken of in andere sporten geïnteresseerd zijn. Ik kan je legio voorbeelden noemen van topsporters die een heel brede belangstelling hebben.” Wie moet meer doen en laten voor haar/zijn leven als topsporter? Arjen: “Die vraag is bijna niet te beantwoorden. Het is een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk dat we allebei alles voor onze sport over hebben. Je leeft in een bepaald ritme en laat daar veel voor, maar je doet het graag omdat je er veel voor terugkrijgt.” Nicolien: “Er zijn tientallen miljoenen voetballers. Dat alleen al maakt het bijzonder als je als voetballer de top haalt. Ook jou komt lichamelijke fitheid niet aangewaaid. Daar moet je voor werken en vooral een gedisciplineerd leven leiden.” Is het makkelijker voor een man dan voor een vrouw om topsporter te zijn? Nicolien: “In het begin niet, maar verderop in je carrière wel. Dan moet een vrouw keuzes maken die een man nooit hoeft te maken. Hij kan kinderen hebben en een lieve vrouw naast zijn carrière. Waar zou ik mijn kinderen moeten laten, als ik ze zou willen? Als je op mijn leeftijd kiest voor topsport, dan kies je voor een leven zonder gezin, zonder kinderen. Los van de aanslag op je lichaam, hoewel ze zeggen dat een vrouw na een bevalling sterker is. Er is een Duits meisje dat voor Vancouver per ongeluk zwanger raakte en die is inderdaad sterker teruggekomen, maar die was 21. Ze brengt haar kind nu bijna het hele jaar naar haar ouders, dus dankzij haar ouders kan ze sporten, maar dat zou ik niet willen.” Arjen: “Nicolien heeft volkomen gelijk, je zult niet vaak zien dat een vrouw haar sport beoefent en dat de man het hele jaar door voor de kinderen zorgt. Ik ben veel weg, maar niet lang achter elkaar. Als ik tien dagen weg ben, verlang ik enorm naar mijn kinderen.” Nicolien: “Een vrouw heeft het op alle fronten lastiger. Neem de menstruatie. Sommige vrouwen zijn daar doodziek van. Het is heel lekker dat je daar als man niet aan hoeft te denken.” Whereabouts en controles Voeding en gewicht zijn steeds belangrijker bij sporters, blijkt als we appeltaart voorgeschoteld krijgen. Nicolien hapt graag toe, Arjen bedankt. Nicolien: “Ik heb er belang bij zwaar te zijn. Ik moet dus juist niet letten op wat ik eet, maar opletten dat ik niet te licht ben. In de zomer maak ik zoveel trainingsuren dat ik er niet tegenop kan eten. Ik moet dan minimaal zes keer op een dag eten. En op grote hoogte moet je helemaal zorgen dat je goed eet, omdat je veel sneller verbrandt dan op zeeniveau en je hartslag sowieso tien slagen boven normaal zit. Ik verbruik in mijn trainingsuren 6000 calorieën per dag, dat is veel hoor.” Arjen: “Ik heb geen idee hoeveel ik verbrand op een dag. Wij trainen ook bijna nooit met een hartslagmeter.” Nicolien, oprecht verbaasd: “Echt niet? En bloedtesten dan?” Arjen: “Nee, hebben we ook niet. Wij worden aan het begin van het seizoen helemaal doorgelicht. Conditietesten? Het klinkt gek, maar die doen we bijna nooit. Whereabouts? Nee, het klinkt hier aan tafel bijna lachwekkend, maar die hoef ik ook niet in te vullen. De Duitse spelers moeten het wel, maar de internationale spelers niet. We worden wel vaak gecontroleerd. Tijdens wedstrijden maar ook out of competition op het trainingscomplex.” Nicolien: “Wat een heerlijkheid. Neem vandaag. Ik heb vanochtend moeten opgeven dat ik uit Oostenrijk naar München zou rijden, daarvoor moest ik van zes tot zeven uur vanochtend bereikbaar zijn voor controle en morgen moet ik ook weer tussen zes en zeven uur ’s ochtends bereikbaar zijn. Ik moet een uur per dag bereikbaar zijn en tijdens de Spelen 24 uur per dag. Ik ben de laatste vier maanden zes keer out of competition gecontroleerd. Dan staan ze om zes uur ’s ochtends voor je deur.” Arjen: “Bij Duitse spelers hebben ze ook wel eens voor de deur gestaan, maar mij is dat gelukkig nooit overkomen." Nicolien: “Wees blij, want die controles vormen echt een zware belasting. Dat is het eerste waarop ik me kan verheugen als ik na de Spelen stop, dat ik nooit meer om zes uur ’s ochtends word gewekt voor een dopingcontrole. Laatst droomde ik zelfs dat er werd gebeld. Ik ren naar de deur, als de dood dat ik ze zou missen en roep door mijn intercom: wie is daar? Stond er niemand. Krankzinnig, hoe het je slaap beïnvloedt.” Straks bij de Spelen moet Nicolien maar afwachten hoe de omstandigheden en wie de tegenstanders zijn. Een voetballer wordt zelden verrast. Arjen: “Wij weten alles van onze tegenstanders, die worden uitgebreid voor ons geanalyseerd. Zijn er bij jou tegenstanders die je niet kent?” Nicolien: “De meesten ken ik wel. Er is een nieuw Tsjechisch meisje van negentien. Die zal zeker meedoen en de Russen komen eraan.” Wij vertrouwen de Russen in zoverre niet, dat we denken dat ze nauwelijks te controleren zijn. Mogen wij dat zeggen? Nicolien: “Jullie mogen dat zeggen. Ik moet toegeven dat we de Russen bij wedstrijden nog niet zijn tegengekomen. Laat ik het zo formuleren: Rusland zal er alles aan doen om te presteren tijdens de Spelen. En ze hebben mogelijkheden, dat wil zeggen geld, zat.” Geluk en verdriet Het gouden moment van Nicolien heeft ze in een eerdere uitgave van Helden prachtig beschreven. Zou jij jouw gouden moment nog eens helemaal kunnen terughalen, die 89ste minuut in de finale van de Champions League van zaterdag 25 mei 2013 in Londen? Arjen: “Ik zal jullie iets geks zeggen: ik had een heel goed gevoel voor de wedstrijd, ik voelde dat we de finale zouden winnen. Ik was er zelf helemaal klaar voor. Ik heb ook ge-sms’t aan vrienden, dat het eindelijk goed zou komen. In de kleedkamer, in de rust nadat ik al twee mogelijkheden had gehad om te scoren, heb ik even een momentje voor mezelf gezocht. Je hebt van die bakken met koud water en daar heb ik even mijn handen in gestopt, mijn kop opgefrist en tegen mezelf gezegd dat ik klaar moest zijn voor het volgende moment. Nee, ik had geen moment angst dat ik zou worden gewisseld. Ik was alleen maar gefocust op de wedstrijd. Uiteindelijk kwam het moment en maakte ik hem af. Ik anticipeerde goed bij de goal. Mijn eerste intentie was om de keeper te omspelen. Ik ging naar links maar de keeper ging goed met mij mee, dat gebeurt allemaal in een fractie van een seconde. Ik moest mijn actie in de actie aanpassen en de bal daardoor contra inschieten. Het leek alsof ik de bal niet goed raakte, maar dat kwam omdat ik snel moest schakelen. Die goal was echt een bevrijding, gaf me zo’n intens gevoel. Toen dat laatste fluitsignaal kwam, voelde ik echt een ultiem geluksmoment. Het was de ultieme droom die uitkwam.” Jullie hebben allebei een groot geluksmoment, maar ook een moment van groot verdriet beleefd door op het moment suprême te verliezen. Bij veel sporters blijft verliezen langer hangen, bij jullie ook? Nicolien: “Als individuele topsporter maak je meer teleurstellende momenten mee dan momenten waar je heel blij van wordt. Dus ik herken dat wel. Als je niet in topvorm bent of niet voldoet aan de verwachtingen, ja, dat hakt erin. Arjen zit nu in een team dat alles wint, maar bij een individu bestaat dat niet, tenzij je Sven Kramer heet. En ook hij heeft een heel grote teleurstelling ervaren, zelfs na een honderd procent kans.” Arjen: “Op de een of andere manier blijft die WK-finale bij mij toch een open wond. Met de eerste verloren Champions League finale heb ik vrede. Wij waren die avond gewoon niet klaar voor de overwinning. Die tweede CL-finale begrijp ik nog steeds niet, we waren veel beter dan Chelsea en er was eigenlijk maar een team dat verdiende te winnen. Maar toch verloren we na penalty’s. Zo bizar. De WK-finale had het verhaal compleet gemaakt: dan had ik een wereldtitel en de Champions League gewonnen, dan is je carrière volmaakt.” Jullie zijn Helden, zoals Helden zijn bedoeld. Toch hebben jullie ook veel shit in de pers over je heen gekregen. Raakt dat je? Nicolien: “Je vindt het nooit leuk. Wat me bij Arjen is opgevallen, is dat hij aan een teamsport doet maar dat hij er vaak negatief werd uitgelicht. Daardoor denk ik dat hij hetzelfde voelt als een individuele sporter.” Arjen: “Ik stoor me niet zozeer aan kritiek op mezelf, maar meer aan stukken die geschreven zijn door gebrek aan kennis.” Nicolien: “Ik heb soms nog steeds het gevoel dat je in Nederland moet uitleggen dat het niet zo simpel is om een medaille in mijn discipline te halen. Bij ons is de wereldtop zo breed, dat ik nu al zou tekenen als ik überhaupt een medaille haal. Ja hoor, ook brons.  Ik heb moeten leren om te vechten, om te willen winnen.k moet mezelf dwingen te geloven dat er iets geheel nieuws wacht.” Arjen: “Heel goed, want je weet zelf uiteindelijk het beste wat je moet doen en laten. Ik hoop echt van harte dat Nicolien haar kunstje van vier jaar geleden kan herhalen. Maar dat is zo moeilijk, dat realiseer ik me ook. Het is niet vanzelfsprekend, sterker het is niet eens reëel te veronderstellen dat ze een medaille wint. Als je er alles aan hebt gedaan en je hebt de perfecte races geboard, maar je wordt vijfde dan is dat een wereldprestatie. Maar het publiek wil niet zien dat vier wereldtoppers die dag net ietsje beter waren. En dan heeft ze voor het grote publiek gefaald. Onzin natuurlijk, volslagen onzin maar zo werkt het. Dat geeft extra druk voor iemand als Nicolien.” Pijn en machteloosheid Topsporters zijn in diepste wezen vaak onzeker. Hoe belangrijk is vertrouwen? Arjen: “Heel belangrijk, we hebben het vaak over het mentale aspect in topsport. Ik kan jullie verzekeren dat vertrouwen een van de meest onderschatte elementen in de sport is. Iedere speler, ieder mens heeft vertrouwen nodig, ook of misschien juist topsporters.” Nicolien: “Ik ben misschien te gevoelig voor complimentjes. Ik ben uiteindelijk vaak aan het twijfelen en vraag me af of ik het allemaal goed doe. En dan is een complimentje of een opmerking van een deskundige dat je goed traint of een goede race hebt geboard, heel belangrijk.” Arjen, wat is nu belangrijker geweest bij jouw constante topvorm dit seizoen, de bevrijdende goal in de Champions Leage finale of een trainer (Guardiola) die wel vertrouwen in je heeft? Arjen: “Het heeft natuurlijk geholpen dat de nieuwe trainer al vrij snel zijn vertrouwen heeft uitgesproken. Ik moet het niet groter maken dan het is, maar hij zei in een kort gesprekje meteen in het begin heel duidelijk: `jij hoeft je niet meer te bewijzen. Ga genieten van je gezin, van je voetbal, van alles.’ Ik heb ook vreselijk moeten lachen om al die stukken voordat Guardiola kwam. Hij zou mijn contract niet willen verlengen. Hij kwam van Barcelona. Hij was van het tikkie-takkie en daar zou ik niet in passen, want ik was van de dribbels en dus een egoïst. Dat was zo kort door de bocht, dat is zelfs de bocht uitvliegen. Eigenlijk zei hij wat mijn vrouw altijd tegen me zegt, dat vond ik grappig. Hij bevestigde haar gevoel en haar visie. Bernadien heeft me zo vaak gezegd dat ik meer moet ontspannen. ‘Kom eens uit die tunnel,’ zei ze wel eens. Er zijn dagen geweest dat ik iets had meegemaakt en dat mijn vrouw merkte dat ik met iets rondliep. Dan ben je onbewust misschien thuis afwezig.” Je vrouw heeft ook zwaar geleden na de WK-finale, hè? Nicolien: “Oh, dat geloof ik meteen. Het is net als bij een bevalling. Je kunt niets doen, je leeft ontzettend mee maar je bent machteloos, de moeder moet het helemaal alleen doen. Na alles wat er met mij was misgegaan tijdens de Spelen van Salt Lake City met die verkeerde wax en wat daar nog bij kwam, hebben mijn moeder en mijn oma het meest geleden, louter omdat ze dezelfde naam droegen. Die voelden zo sterk hoe lelijk er over mij werd geschreven. Mijn oma was tot ze overleed op haar 96ste mijn grootste fan. Ze bleef alle kranten lezen, dan belde ze me helemaal ontdaan op en dan zei ik alleen maar: oma, lees niet alles. Al die stukken na Salt Lake hebben haar veel pijn gedaan.” Arjen: “Mijn grootouders hebben dat niet zo gehad, maar mijn moeder heeft ook pijn gevoeld. Dat weet ik zeker. Als ze weer iets naars over mij zeiden, kwamen ze toch aan haar kind. Ik merkte wel dat ze dat erg vond en dat ze zich heel machteloos voelde.” Nicolien: “Dat is een van de redenen voor mij om, als ik kinderen krijg, te hopen dat ze niet aan topsport gaan doen. Ik zal mijn kinderen absoluut niet stimuleren om topsport te gaan doen. Mijn ouders en ik zijn erin gerold. Dan kan je op die weg naar boven niet meer terughollen, maar met mijn eigen kind zou ik het niet doen.” Arjen: “Het is geen kwestie van willen. Als je een kind hebt met talent en als je kind ook plezier heeft, dan heb je niets te kiezen. Dan rol je erin.” Nicolien: “Bij een teamsport kun je nog lief en leed delen. Als ik gewonnen heb, sta ik in m’n eentje. Maar je verliest meer en dan sta je ook in je eentje. Geloof me, de leegte die je dan voelt, is enorm. Het heeft lang geduurd voordat ik daaraan gewend was. Daarbij heeft die ene gouden dag natuurlijk enorm geholpen. Maar voor je zover bent, moet je veel lijden. En dat wil ik mijn kind besparen. Als Arjen scoort, springt hij in de armen van zijn teamgenoten. Dat delen van vreugde lijkt me prachtig. Maar ook verlies kun je delen. Toen ik goud had gewonnen in Vancouver, kon ik dat met niemand delen. Dat vond ik zo jammer. Eerst stond ik vrij lang alleen maar tussen mijn concurrenten. Nou, die delen echt geen vreugde met je. Die zien je liever in de grond zakken. Je wilt iemand omhelzen, maar er was niemand. Dan kom je na een half uur eindelijk onder de mensen, moest ik eerst met de pers praten. Pas na drie kwartier kwam ik mijn vader tegen en later de rest van mijn team. Ja, dan is de eerste echte euforie al getemperd.” Schroefnoppen en wax Materiaal speelt vooral bij Nicolien een belangrijke rol. Bij een voetballer zijn het eigenlijk alleen de schoenen? Arjen: “Klopt. Mijn schoenen worden op maat gemaakt, maar verder ben ik niet zo’n schoenenfreak. Ik train en speel bij voorkeur op dezelfde schoenen en ik speel nooit, echt nooit met schroefnoppen. Ik ben een van de weinigen die alleen op schoenen met vaste noppen speelt. Dan glijd ik maar een keer weg, zoals laatst in de Arena. Ik voel me beter, wendbaarder, sneller en het is beter voor mijn knieën. Ik ben een uitzondering. Verdedigers spelen allemaal met schroefnoppen want die mogen niet uitglijden.” Nicolien: “Houd op over mijn materiaal. In het voorjaar ben ik de hele dag aan het testen, boards zijn van hout en dus van levend materiaal. Ik heb vorige week nog zeker twintig boards getest. Voor de reuzenslalom heb ik een langer board dan voor de gewone slalom en per discipline kies ik zes boards met zes verschillende karakters, afhankelijk van de piste en weersomstandigheden. Gisteren stond ik op een steile piste. Ik koos een board dat voor mijn gevoel het snelste was, maar toen we de video terugzagen, bleek dat helemaal niet zo te zijn. Dus je gevoel laat je soms in de steek. Het materiaal is bij ons van gigantisch belang. De schoenen zijn ook zo belangrijk. Ik heb eindelijk de schoenen waar ik al sinds mei op wacht en die moet ik nu helemaal uittesten tot ze perfect zitten. Na een lange vlucht naar Amerika moet je ook altijd afwachten hoe en of alles goed aankomt. En dan heb je nog de helm en de sneeuwbril. Ik heb tien brillen en daarvoor verschillende lenzen, ook weer afhankelijk van het weer. Bij mist of sneeuw draag je een andere lens dan met volle zon. Ik heb wel dertig lenzen bij me die ik in de bril kan zetten.” Arjen: “Er gaat een wereld voor mij open, ook omdat snowboarden in Nederland een onbekende sport is. Ik ben verbaasd wat er allemaal nog bij komt kijken. En dan ben ik iemand die alle sporten volgt.” Nicolien: “Ik ben een paar weken geleden gigantisch op mijn kop gestuiterd. Ik werd vol gelanceerd en was zelfs even buiten bewustzijn. Moet je een zwaardere of lichtere helm, vraag je je dan af. Je hebt het over grammen, maar je moet het wel afwegen.” Arjen: “Word je dan niet bang?” Nicolien: “De eerste momenten daarna sta je wel even te trillen. En er zijn landen waar ik niet in het ziekenhuis wil belanden, zoals in Rusland of in Chili.” Stoppen Nicolien verheugt zich op het moment dat ze kan stoppen en vraagt Arjen of hij daar ook wel eens mee bezig is. Arjen: “Ik denk er over na. In januari word ik dertig. Ik ben bijna de helft van mijn leven profvoetballer, heb gelukkig nog heel veel plezier en ga nog zeker even door. Maar ik denk steeds vaker aan de periode na mijn carrière, waarin je geen verplichtingen meer hebt die je een zekere vrijheid ontnemen om te doen wat je wilt. Skiën bijvoorbeeld kan nu niet, omdat je een blessure kan oplopen.” Nicolien: “Ik heb dat ook heel sterk. Ik voel me mede nooit vrij door die angst om een controle te missen. Als ik terug ben uit Amerika en een enorme jetlag heb, slaap ik zo maar overal doorheen. Daar heb ik nachtmerries van. Ik reis veel: van Frankrijk naar Zwitserland, Italië en dan weer naar Oostenrijk en dan schiet ik weleens in de stress als ik ben vergeten mijn whereabouts in te vullen. Dat kon tot voor kort niet via mijn smart Phone, maar alleen via een laptop, dus had je internet nodig. Ik ben 34 en heb nooit een ander leven geleid. Ik heb een team om me heen, maar dat is deels afhankelijk van mij. Ik boek de hotels, vraag of iedereen zijn paspoort heeft en of de tickets zijn geregeld. Dat is best een grote verantwoordelijkheid. Het is ook wel een prettig vooruitzicht als ik dat achter me kan laten. Tegelijk zal ik het leven missen en moet ik mijn hele team ontbinden. Daar zie ik dan weer tegenop. Maar de druk en de spanning zal ik zeker niet missen.” Arjen: “Ik zal de spanning juist missen. Spanning heeft iets. Daar doe je het voor, voor de belangrijke, grote wedstrijden. Ik ben ook geen type dat stijf staat van de spanning voor een grote wedstrijd. Integendeel, dan voel ik me juist het beste. Ik word daar niet onrustig van. We spelen elk jaar heel veel belangrijke wedstrijden en hebben elk seizoen de kans om meerdere titels te pakken. Alleen moet je natuurlijk zo’n Champions League finale eerst bereiken. Wij hebben alleen niet de Olympische Spelen een keer in de vier jaar, waar het moet gebeuren.” Nicolien: “Maar bij jou kijken er honderd miljoen mensen en staan de kranten dagelijks vol over die ene misser. Dat geeft ook extra druk. Daarom is vergelijken leuk en tegelijk heel moeilijk.” Nicolien stopt na Sochi en gaat werken bij Randstad. Nicolien: “Ik kan rondkomen en mijn huis betalen. Ik heb bewuste keuzes gemaakt. Ik had drie keer per week aan tv-spelletjes mee kunnen doen, maar dat is niet het leven dat ik nastreef. Ook bij de keuze van mijn hoofdsponsors heb ik gekozen voor bedrijven waar ik een goed gevoel bij heb en niet voor het geld. Als ik stop, moet ik gewoon werken. Ik ben heel benieuwd naar dat nieuwe leven. Ik zie het als een mooie uitdaging en weet één ding zeker: je ziet mij nooit meer op een snowboard. Ik kan het niet opbrengen als een toerist af te dalen.” Arjen: “Dat kan ik me voorstellen. Ik speel nu bij misschien wel de beste club van de wereld en voel me fantastisch. Maar ik denk ook wel eens na hoe ik mijn carrière moet afsluiten, of ik nog wil voetballen als het iets minder gaat. FC Groningen is een optie, maar alleen als ik echt voel dat ik nog iets kan toevoegen. Je moet heel voorzichtig zijn met het doen van beloftes. Je hebt ook niets meer te winnen. Alle mogelijke volgende keuzes worden overigens bepaald door mijn gezin, financiën spelen geen rol meer. Als ik ooit nog wegga, volg ik dus mijn hart. Misschien wil mijn vrouw gaan werken, maar zij verlangt vooral naar het gewone leven. En ik herken wat Nicolien bedoelt. Ik ga als ik ben gestopt misschien wel tennissen in plaats van voetballen. ” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Bobslee

Kimberley Bos: ‘Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is’

Kan Kimberley Bos (32) goud winnen in het skeleton? Het zou een sensatie zijn voor de vrouw die vier jaar geleden olympisch brons won en vorig jaar de wereldtitel veroverde. Een verhaal over blauwe plekken, Nicolien Sauerbreij en haar bijzondere weg naar de top. MIJN WERELDTITEL Je bent al jaren de meeste constante skeletonster, maar de wereldtitel ontbrak nog. Hoe groot was de ontlading toen je in maart goud won? “Heel groot. Ik zat er al jaren in de buurt. Afgelopen jaar was het ook weer heel erg spannend: de eerste zeven in het klassement stonden na de eerste dag heel dicht bij elkaar. Op de tweede dag viel het goed.” Hoe komt het dat het de jaren daarvoor steeds net niet lukte? “De concurrentie is heel goed. Daarnaast is skeleton een buitensport, heel veel factoren zijn van invloed op je prestaties. Het is heel moeilijk om vier goede runs achter elkaar neer te zetten. Ik ben de afgelopen jaren steeds constanter geworden. In St. Morriz, tijdens het WK in 2023, heb ik een heel goed WK gesleed, maar was een Duitse net een honderdste beter. Zilver. Tijdens het WK van 2024 in Winterberg was het duidelijk waarom het niet lukte; ik kampte met technische problemen. Het was eigenlijk een kwestie van tijd dat ik wereldkampioen zou worden. Alles moest alleen even op z’n plek vallen.” Hoe heb je het gevierd? “Niet erg uitbundig. Je hebt nog een dopingcontrole en tegen de tijd dat je die hebt gehad, is het vaak al heel laat. We hebben op de terugweg nog een pizza gehaald, een drankje gedaan en daarna ben ik mijn bed ingedoken. Helemaal gesloopt... heel saai eigenlijk.” MIJN ANGSTEN Ben je weleens bang als je met je hoofd naar voren en op je buik op je slee ligt? “Bang, nee, dat ben ik nooit als ik bovenaan de baan sta. Soms heb ik onderweg wel eens dat ik denk: oei, dat ging maar net goed. Toen ik in Cortina d’Ampezzo voor het eerst bovenaan de olympische baan stond, voelde ik wel zenuwen. Omdat het daar moet gebeuren. Kijk, er kleeft natuurlijk altijd een risico aan onze sport, daarom moet je altijd heel erg alert zijn. Ach, het maakt de sport ook wel mooi dat het gevaar altijd ergens aanwezig is.” In 2024 sloot de sluiting van je helm net voor de start niet. Toch ging je naar beneden. Je zag bijna niks en werd negende bij dat WK. Daar heb je slechte nachten van gehad... “Tijdens dat WK ging veel mis. Voor de start van mijn run kreeg ik mijn helm niet vastgeklikt, terwijl ik van start moest. Het gaat op zo’n moment allemaal zo snel, je moet in een split second risico’s afwegen en handelen. Wat ik heb gedaan, raad ik absoluut niemand aan. Het belangrijkste was dat ik van start ging, anders was ik meteen gediskwalificeerd. Het was in Winterberg, dat is mijn thuisbaan. Ik wist dus goed dat ik niet van mijn slee af zou vliegen. Bij veel andere banen, die veel gevaarlijker zijn, had ik het niet gedaan. 'Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht' Tijdens de race kwam mijn losse helm steeds verder omhoog, dus op een gegeven moment zag ik niks meer. Niet heel bevorderlijk voor de veiligheid en snelheid. Het was eigenlijk te idioot voor woorden. Ik ben niet gediskwalificeerd, omdat er in de regels staat dat de helm op je hoofd moet zitten, niet dat die vast moet zitten.” Lachend: “Dat de helm wél echt vast moet zitten, hebben ze na afloop aangepast in de regelementen.” Jouw ouders krijgen vast af en toe een hartverzakking. “Mijn moeder had toen ik overstapte van de bobslee naar de skeleton geen idee van de gevaren. Wij skeletonners crashen vaker, maar de klappen van de bobslee hebben meer impact. In de beginjaren van skeleton, bobsleën en rodelen zijn er veel ongevallen geweest. Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is.” Waarom heb jij de overstap gemaakt van de bobslee naar de skeleton? “Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht. Daardoor verloor ik al zoveel tijd tijdens de start en dat haalde ik niet meer in. Ik ben tussen de 65 en 70 kilo, een bobsleepiloot moet minstens 75 kilo zijn, maar het liefst nog iets zwaarder. Dat krijg ik er niet bij zonder dat het ten koste gaat van mijn atletische lijf. Ik kan vast wel 75 kilo worden, maar dan kan ik niet meer normaal rennen.” Krijg je mentale hulp? “Ik werk met een sportpsycholoog, zij is helemaal geïntegreerd in mijn team. Mijn coach Joska Le Conté, fysio en mental coach werken allemaal heel nauw samen, zodat ik mentaal gezien zo rustig mogelijk aan de start sta. In onze sport kun je fysiek nog zo goed zijn, als je het in je hoofd niet op een rijtje hebt, ga je nooit heel hard.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Kimberley Bos komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Baanwielrennen

Dé sportmomenten van 2025: quadruple Harrie

Alsof een oranje orkaan over de wielerbaan in Santiago [...]
Alsof een oranje orkaan over de wielerbaan in Santiago raasde. De Nederlandse baanwielrenners verlieten de Chileense hoofdstad met liefst negen wereldtitels. Harrie Lavreysen won er vier. Waar hij de afgelopen jaren steeds voor een hattrick ging en op de Spelen zijn bijnaam Harrie Hattrick eer aan deed met olympisch goud op de sprint, teamsprint en keirin, deed hij in oktober iets wat nog nooit iemand had geflikt: vier wereldtitels naast de eerder genoemde disciplines, ook op de kilometertijdrit – pakken op één WK. Dankzij Harries Kwartet staat het aantal regenboogtruien dat hij in zijn carrière won nu op twintig, ook dat kan niemand hem navertellen. Het vervelende voor de concurrentie: hij is altijd nog maar 28 jaar. Het is inderdaad gestoord wat hij op zijn 27ste allemaal al heeft gewonnen. Geen record is veilig voor Harrie Lavreysen. En dan te bedenken dat het noodlot hem nog maar acht jaar geleden naar de baan dreef. “Toen ik net was overgestapt van de BMX wist ik niets, ik deed precies wat de coaches me vertelden. Hoe ouder ik werd, des te meer ik zelf na ging denken. Het programma in aanloop naar de Spelen en de WK heb ik voor negentig procent zelf geschreven. Daar ben ik heel trots op en dat maakt de medailles nog mooier.” Harrie kijkt alweer stiekem naar de Spelen in Los Angeles in 2028. Hij is al de succesvolste Nederlandse olympiër op de Zomerspelen, maar schaatsster Ireen Wüst die onder andere zes olympische titels won in haar carrière, staat nog een treetje hoger. En leuk die zes wereldtitels op de sprint op een rij, maar de Japanner Koichi Nakano won er tussen 1977 en 1986 tien op een rij. O ja, Jason Kenny won dus acht olympische titels, de teller van Harrie staat op vijf. “Ik ga de komende tijd rustig analyseren wat er nog beter kan. Dat het nog beter kan, daarvan ben ik overtuigd. Ik kan alleen nu nog geen dingen opnoemen waardoor ik in LA harder kan, maar dat kon ik meteen na de Spelen in Tokio ook niet. Dat komt met de tijd. Ik word ook ouder, daar moet ik ook rekening mee gaan houden. Blessurepreventie en lichaamsonderhoud zullen een belangrijkere rol gaan spelen. Ik heb in aanloop naar Parijs ook een paar kleine blessures gehad. Iets kleins met m’n knie. Daar kon ik prima mee fietsen, ik kon alleen geen diepe squats doen tijdens de trainingen in aanloop naar Parijs.” Hij weet dat er ook de komende jaren weer op hem gelet en gejaagd zal worden. “Ik besef dat ik de maatstaf ben in mijn sport. Ik heb laten zien: om olympisch kampioen te worden, moet je dit kunnen. Daarom is het nodig om de grens steeds weer een beetje te verleggen. Op het moment dat de concurrentie mijn niveau haalt, ben ik ondertussen alweer een stukje verder. Om telkens weer iets meer uit mezelf te halen tijdens de training, dat is waar ik misschien wel het allermeest van geniet.”  

Roeien

Dé sportmomenten van 2025: Roeien doe je zo

Op de WK in het Chinese Shanghai werd - na het ongekende [...]
Op de WK in het Chinese Shanghai werd - na het ongekende succes op de Spelen van 2024 - opnieuw Nederlandse roeigeschiedenis geschreven. Nooit eerder werden de Nederlandse mannen- en vrouwenacht wereldkampioen. Bovendien won voor het eerst in veertig jaar een land met beide ‘achten’ de wereldtitel, nadat dit in 1985 door de Sovjet-Unie was gepresteerd. De vrouwen sloegen als eerste toe. De boot met Linn van Aanholt, Nika Vos, Lisanne van der Lelij, Vera Sneijders, Hermijntje Drenth, Ilse Kolkman, Ymkje Clevering, Tinka Offereins en stuur Dieuwke Fetter won met overmacht. Twintig minuten later kon roeister Tinka haar geliefde Mick Makker in de armen vliegen, die samen met Eli Brouwer, Finn Florijn, Wibout Rustenburg, Jorn Salverda, Sander de Graaf, Pieter van Veen, Jan van der Bij en stuur Jonna de Vries de titel pakte. Laatstgenoemde stapte over van de in het verleden zo grote kwelgeest van de Holland Acht, Groot-Brittannië. Zij nam de plaats in van Dieuwke Fetter, die weer de mannenacht verruilde voor de vrouwenboot. Ook bijzonder: Diederik Simon, huidig coach van de Holland Acht, was in 1996 nog een van de roeiers tijdens de olympische gouden race van de mannenboot in Atlanta. Zijn toenmalige ploeggenoot was Ronald Florijn, vader van de huidige Holland Acht-roeier Finn Florijn. Kortom, het was een voorbeeld van: roeien, sturen én coachen doe je zo. Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards: toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune, Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Baanwielrennen

Dé sportmomenten van 2025: Drieslag voor Hetty Raketty

Alsof een oranje orkaan over de wielerbaan in Santiago [...]
Alsof een oranje orkaan over de wielerbaan in Santiago raasde. De Nederlandse baanwielrenners verlieten de Chileense hoofdstad met liefst negen wereldtitels. Drie daarvan nam Hetty van de Wouw voor haar rekening. Stapje voor stapje is Hetty Raketty richting wereldtop geslopen. Vorig jaar won de 27-jarige sprintster nog drie keer WK-zilver en op de Spelen werd ze tweede op de keirin. Dit keer nam ze geen genoegen met een zilvervloot. Van de Wouw bracht in 2024 nog naar buiten dat ze had geworsteld met eetstoornissen. Dat moest ze achter zich laten en dat lukte onder meer door de hulp van de vorige bondscoach, Mehdi Kordi. Tegen de NOS zei Khordi, die Van de Wouw in december 2022 onder zijn hoede kreeg: "Haar transformatie is echt ongelooflijk geweest. Ze was een beetje verloren. Ze was nerveus en gespannen als het om haar eigen kwaliteiten ging. Maar ik zag ook iemand die iets bijzonders in zich had. Het kwam er op neer dat ik haar vooral zelfvertrouwen moest geven. Wat mij is bijgebleven is dat ze eens aangaf dat ze wereldkampioen wilde worden. Ik vroeg haar toen: hoe weet je hoe je dat moet doen? Toen zei ze: dat weet ik als ik het ben. Maar zo werkt het niet. Je moet eerst in jezelf geloven en je moet denken als een kampioen, voordat je ook de beste kan zijn.” En dat is gelukt. Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards: toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune, Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Baanwielrennen

Elis Ligtlee: ‘M’n leven staat alweer op z’n kop’

Elis Ligtlee (31) werd in 2016 olympische kampioen op de keirin. Tegenover de successen stonden ook diepe dalen. Twee jaar later, op haar 24ste, stopte ze met baanwielrennen. Het plezier was weg. Al snel werd ze moeder. Afgelopen zomer kreeg ze de boodschap waar ze al een paar jaar zo bang voor was: ze bleek borstkanker met uitzaaiingen naar de oksel te hebben. Tussen de chemo’s door nam ze de tijd om haar verhaal te doen. Met een stralende lach doet ze de deur van het huis van haar ouders in Eerbeek open. Ze vertelt dat ze een dag eerder haar negende chemokuur heeft gehad. “Maandag is chemodag. Laat ik het afkloppen, maar ik heb tot op heden weinig last van de chemo’s, ben er nog niet heel erg ziek van geworden.” Ze aait over haar kale hoofd. “Mijn haar heeft het alleen niet overleefd.” Elis Ligtlee vertelt dat ze een dag eerder haar eerder al kortgeknipte haar er helemaal af heeft gehaald. Ze gaat voor naar de keukentafel, vertelt dat het mooie huis van haar ouders beter geschikt is voor een interview en fotoshoot dan het huis waar zij met haar man Emmo, zoontje Lio van vijf en de tweeling Loek en Lola-Lou van twee woont, iets verderop in het Gelderse dorp. Vader Gerjan zet koffie en thee op tafel waar ook een hoofd van piepschuim staat waarop het haarstuk van Elis rust. “M’n leven staat ineens alweer op z’n kop,” zegt de vrouw die negen jaar geleden olympisch kampioen op de keirin werd in Rio en op haar 31ste bijna zeven jaar baanwielrenster-in-ruste is. Sinds haar 25ste weet Elis dat ze, net als haar moeder, draagster van het BRCA1-gen is. Het komt erop neer dat ze sinds zes jaar wist dat ze een verhoogde kans op borst- en eierstokkanker had. “Mijn moeder wist pas vanaf haar vijftigste dat ze het gen heeft. Haar zus had twee keer kanker gehad en toen is zij het gaan testen. Mijn moeder heeft, toen bleek dat ze het gen had, zowel haar borsten als haar eierstokken weg laten halen. Een paar jaar later kon ik op het gen worden getest. Toen bleek dat ik het gen had, dacht ik natuurlijk meteen ‘wat als’. Ik heb er ook over nagedacht preventief mijn borsten weg te laten halen. Ik besloot dat niet te doen. Mijn nicht heeft het gen ook, koos ervoor om haar borsten preventief te laten verwijderen, maar kreeg daarna alsnog kanker vanuit de oksel. Ik besloot me elk jaar te laten controleren, nog geen drastische beslissingen te nemen met de kans dat ik alsnog ziek zou worden. Natuurlijk heb ik geregeld gedacht: ik leef op een tijdbom. Maar die gedachte ging al snel naar de achtergrond. Op mijn 26ste raakte ik in verwachting van Lio en op mijn 28ste werd de tweeling geboren.” Ze zegt: “Ik ben trouwens ook nog drager van het Stickler- syndroom, onze tweeling Loek en Lola-Lou zijn daardoor geboren met een schisis, een open gehemelte. Ze zijn daar allebei op jonge leeftijd aan geholpen, ondervinden daar gelukkig helemaal geen last meer van.” Lachend: “Zo zie je maar: ik ben één grote genafwijking, maar wel mooi olympisch kampioen.” Dan serieus: “Alles draaide om de kinderen. Ik liet me controleren, maar maakte me eigenlijk niet heel erg druk. Ook al wist ik dat de kans dat ik op een dag kanker zou krijgen tussen de zestig en tachtig procent lag.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het interview met Elis Ligtlee komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Baanwielrennen

Harrie Lavreysen: ‘Ik laat me niet gek maken’

Harrie Lavreysen Harrie [...]
Harrie Lavreysen Harrie Lavreysen (27) is de te kloppen man in Parijs. De baanwielrenner heerst al jaren op de sprint, met de Nederlandse ploeg en individueel. Hoe gaat hij om met de immense verwachtingen? Hoe slaagt hij erin om al zo lang zijn sport te domineren? We leggen hem in Helden Magazine nummer 72 voor vertrek naar Parijs zeven stellingen voor. Ik eet, slaap en drink baanwielrennen “Ik sta ermee op en ga ermee naar bed, ben de hele dag bezig om te kijken of ik nog beter kan worden. Denk nou niet dat ik knettergek ben, of dat ik echt als een monnik leef, maar alle keuzes die ik maak, staan in het teken van baanwielrennen. Zeker in aanloop naar de Spelen. Steeds stel ik mezelf de vraag: word ik hier beter van?” Heb jij nog andere hobby’s dan baanwielrennen? “Niet echt. Als mensen die vraag stellen, antwoord ik vaak: films kijken. Daar kan ik nog wel voor gaan zitten. Maar verder...” Sta jij ondanks twee gouden olympische medailles en dertien wereldtitels nog voor elke training te popelen om weer de baan op te gaan? “Nou... Ik heb ook trainingen waarvan ik op voorhand al weet dat die heel veel pijn gaan doen. Maar ook dan denk ik: die heb ik nodig om weer ietsje beter te worden. Kijk, het is ook leuk om te trainen en makkelijker op te brengen als je steeds beloond wordt voor alle inspanningen.” Jij vertelde al eens eerder dat jij het verschil maakt doordat jij je lichaam in een bepaalde hoek kunt houden als je door de bochten rijdt en daardoor je krachten nog heel goed kwijt kunt waar dat bij concurrenten minder het geval is. En dat je voortdurend bezig bent jezelf en de concurrentie te analyseren. Knikt: “Daarbij komt nog dat ik door de jaren heen mijn lichaam beter heb leren kennen. Een aantal jaren geleden maakte mijn trainer Hugo Haak de trainingsprogramma’s en die voerde ik vervolgens uit. Nu schrijf ik ze ook zelf. Er zijn dus met de jaren wat dingen veranderd, maar de instelling is nog steeds dezelfde: dagelijks bezig zijn met verbeteren en steeds mezelf de vraag stellen of het goed is wat ik doe. Dat analyseren blijft erbij horen. Ook van de concurrentie. We hebben een database van wedstrijden. Bij elke wedstrijd is er iemand van ons aanwezig die niet alleen ons, maar ook alle concurrenten filmt. Ik kan heel makkelijk wedstrijden van mezelf en van een willekeurige concurrent opzoeken. Tijdens trainingen wordt ook alles gefilmd, zodat ik die meteen kan terugkijken.” Is die toewijding en discipline de sleutel van het succes? “Als ik een wedstrijd heb gereden, kan ik het wel even loslaten, maar al snel grijp ik terug op mijn routines. Voor de volgende wedstrijd ben ik al mijn tegenstanders alweer aan het bestuderen. Begin dit jaar deed ik niet mee aan de wereldbekerwedstrijd in Australië. Dat nam niet weg dat ik wel alles heb bekeken. Ik mag mezelf niet laten verrassen, moet zien wat voor ritten de andere renners gereden hebben. In een olympisch jaar ben ik daar nog scherper op.” Helden Magazine nummer 72 Het eerste gedeelte van het interview met Harrie Lavreysen komt voort uit Helden Magazine nummer 72. Het extra dikke zomernummer van Helden staat volledig in het teken van drie grote sportevenementen: het EK voetbal in Duitsland, de Tour de France en de Olympische Spelen in Parijs. Op de cover van de 204 pagina's tellende editie schitteren drie rolmodellen van wereldklasse uit de Nederlandse atletiek: Femke Bol, Sifan Hassan en Lieke Klaver. Wat is het geheim van hun succes? Experts zoals Ellen van Langen, Caroline Feith, Bart Bennema en Gregory Sedoc delen hun inzichten. EK voetbal De sportzomer van 2024 wordt afgetrapt met het EK voetbal, dat op 14 juni begint. In deze Helden een verhaal over Ronald Koeman. Onder andere Frank Rijkaard, Ruud Gullit, broer Erwin Koeman, Guus Hiddink, Jordi Cruijff en Rafael van der Vaart delen hun mening over de bondscoach van het Nederlands elftal. Verder ging Helden naar Milaan voor een interview met revelatie Tijjani Reijnders en zijn vrouw. Daley Blind 106-voudig international - bespreekt zijn indrukwekkende carrière aan de hand van foto’s. Brian Brobbey over de bondscoach, Marco van Basten, zijn toekomst, zijn roots en racisme. Arie Haan gaat vijftig jaar terug in de tijd, naar het WK voetbal in West-Duitsland dat eindigde met een nationaal trauma. Jan Wouters blikt terug op het gewonnen EK van 1988, ook in Duitsland. Het is nog altijd de enige hoofdprijs van Oranje. Tour de France  Na het EK volgt de Tour de France, van 29 juni tot en met 21 juli. In deze Helden lees je een interview met sprinter Fabio Jakobsen en een portret van Mathieu van der Poel, die ook de olympische wegwedstrijd in Parijs rijdt. Jeroen Blijlevens en Steven de Jongh, ploegleiders bij Lidl-Trek, vertellen hun verhaal, en we vragen ons af: kan Sepp Kuss na de Vuelta ook de Tour winnen? Olympische Spelen De Olympische Spelen vinden plaats van 26 juli tot en met 11 augustus. Chef de mission Pieter van den Hoogenband kijkt terug op zijn gouden race twintig jaar geleden. Turnster Sanne Wevers bereidt zich voor op haar laatste kunstje, en BMX’er Niek Kimmann over zijn post-olympische dip. Sharon van Rouwendaal gaat voor goud in het openwater, roeizussen Bente en Ilse Paulis geven een dubbelinterview, en Simone van de Kraats hoopt op goud in het waterpolo. Bovendien gingen we op bezoek bij Tes Schouten, Caspar Corbeau en Arno Kamminga, de drie schoolslagmusketiers. Alle drie zijn ze een medaillekandidaat in Parijs. Voor het eerst sinds 1992 plaatse een Nederlands duo zich op de 500 meter kanosprint voor de Spelen. Hoog tijd om kennis te maken met Selma Konijn en Ruth Vorsselman. Triatlontopper Maya Kingma stelde ernstige misstanden aan de kaak binnen het topsportprogramma van de triatlonbond. Dat werd de triatleet niet door iedereen in dank afgenomen. Joost Luiten is sinds kort vader en worstelde met golfyips. In aanloop naar de KLM Open, die hij twee keer won, doet hij zijn verhaal.

MMA

Reinier de Ridder: ‘Het is veel meer dan elkaar de hersens inslaan’

Reinier de Ridder (34) is na Rico Verhoeven het nieuwe Nederlandse [...]
Reinier de Ridder (34) is na Rico Verhoeven het nieuwe Nederlandse vechtsportende exportproduct. Hij veroverde twee wereldtitels in Mixed Martial Arts bij ONE en maakte eind vorig jaar de overstap naar UFC. De vader van twee jonge kinderen is hard bezig Amerika te veroveren. Een gesprek in Helden Magazine 78 over het vaderschap, het imago van zijn sport en Gucci-slippers. “Ik ben een lieve vader.” Reinier de Ridder Voor zijn vrouw blijft het elke keer weer spannend. Als haar man in actie komt, staat de televisie aan, maar ernaar kijken durft ze amper. Zodra de bel klinkt, werpt ze snel een blik om te zien of Reinier nog heel is. Ook zijn moeder hield haar hart vast als haar zoon moest vechten. “Ik snap heel goed dat het voor hen heftig is om te zien,” zegt Reinier de Ridder, die excelleert in misschien wel de bruutste sport ter wereld: Mixed Martial Arts, oftewel kooivechten. Zijn vader is zijn grootste fan, mist geen moment van de vechtsportcarrière van zijn zoon. Voor zijn zoon van zes en dochter van vier is het beter dat ze papa niet aan het werk zien. “Er is altijd een risico dat ik schade oploop. En als ik win, zien ze hoe ik iemand anders aftakel. Geen van beide wil ik dat ze meemaken.” Naar wedstrijden gaan ze dus niet, maar ze weten dondersgoed wat hun vader doet. In de sportschool zijn ze geregeld te vinden. En sinds Reinier in Nederland steeds bekender wordt, merken zij dat ook. “Laatst hoorde ik ze spelen en riepen ze ineens ‘RdR, RdR, RdR’, mijn bijnaam.” 'Er is altijd een risico dat ik schade oploop in een gevecht. En als ik win, zien ze hoe ik iemand anders aftakel. Geen van beide wil ik dat mijn kinderen meemaken' Thuis wordt er intussen ook al wat afgevochten. “Mijn zoontje is nu al aan het schaduwboksen, trapt tegen de bokszak, stoeit met zijn neefjes. Het zou me niets verbazen als hij straks in mijn voetsporen treedt. Aan de ene kant prachtig, aan de andere kant ook spannend. Mijn dochter is wat minder fanatiek, maar ik vind het wel belangrijk dat ook zij zich leert verdedigen. Vechtsport is niet alleen fysiek. Je leert er mentaal zoveel van. Je bouwt zelfvertrouwen op, wordt er weerbaar door. Dat gun ik ze allebei.” Ego Reinier stapte in november vorig jaar over naar UFC, de grootste vechtsportorganisatie ter wereld. Bij zijn debuut versloeg hij de Amerikaan Gerald Meerschaert en was de eerste Nederlander in acht jaar tijd die een overwinning boekte in het hoofdprogramma van de UFC. Ook de twee daaropvolgende gevechten won hij op indrukwekkende wijze. Helden Magazine nummer 78 Het eerste deel van het interview met Reinier de Ridder komt uit Helden Magazine nummer 78. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.

Snowboarden

Lisa Bunschoten en Chris Vos: ‘Ons goud ligt in de Maxi-Cosi’

Paralympisch snowboarders Chris Vos (26) en [...]
Paralympisch snowboarders Chris Vos (26) en Lisa Bunschoten (29) zijn anderhalf jaar geleden getrouwd. In juni vorig jaar werden ze ouders van dochter Jane Joanne. In aanloop naar het WK parasnowboard in Canada (4-10 maart) gingen we voor Helden Magazine nummer 75 bij het stel op bezoek, dat aast op de enige titel die ze allebei nog niet hebben gewonnen: paralympisch goud. Chris Vos en Lisa Bunschoten Chris Vos en Lisa Bunschoten stappen uit een vol bepakte auto met skikoffer op het dak. Lisa draagt de Maxi-Cosi met daarin de op 18 juli geboren Jane. Ook hond Riley springt uit de auto. We ontmoeten elkaar bij het ouderlijk huis van Chris in Noordbeemster, waar Chris is opgegroeid en waar Lisa en Chris in juni 2023 zijn getrouwd. Chris lachend: “We lijken soms wel een verhuisbedrijf, vooral als we op trainingskamp gaan. Gelukkig hebben we een grote auto.” Lisa: “In het voorseizoen ben ik nog thuisgebleven. Nu gaan we samen de bergen in en gaat Jane met ons mee.” Chris: “En onze moeders gaan mee naar de belangrijkste wedstrijden en passen op haar.” Lisa: “Ik heb altijd voor ogen gehad dat ik zo snel mogelijk wilde terugkeren na mijn zwangerschap.” Chris: “Jouw focus ligt nog op je herstel. Ik heb het ook rustig aan gedaan in de zomer, na de geboorte van Jane, maar heb wel doorgetraind en geprobeerd fit te blijven. In september ben ik weer naar de gletsjer in Zwitserland gegaan.” Lisa: “Jane was toen twee maanden oud, ik moest het thuis alleen doen. Het was pittig, maar ik kreeg veel hulp van onze ouders.” Chris: “We proberen het af te wisselen, ook ’s nachts. De ene keer ga jij eruit, de andere keer ik. Als ik moet trainen de volgende dag en jij niet, dan zorgen we er wel voor dat ik uitgerust ben, dan kan ik ervoor kiezen om in een andere kamer te slapen.” Lisa: “Van tevoren zeiden veel mensen: ‘Oh, ben je zwanger, dan is het zeker wel gedaan met het snowboarden?’ Als ik vertelde dat ik nog door wilde gaan met mijn sport, vroegen ze: ‘Hoe gaan jullie dat doen dan?’ Hoe we het precies moeten invullen, dat weten we ook nog niet. Niks is onmogelijk, we zien het als een uitdaging.” [caption id="attachment_20747" align="aligncenter" width="1707"] Lisa Bunschoten en Chris Vos[/caption] Chris, Lisa is gestructureerder dan jij, zei je in Helden twee jaar geleden. Hoe is dat nu met Jane erbij? Chris lachend: “Ik ben nog steeds niet heel gestructureerd, maar ik zal Jane niet zo snel ergens vergeten, hoor. Het gaat een beetje vanzelf. Van de een op andere dag heb je geen slaap meer. Blijkbaar maakt dat niet uit. Zonder slaap kan ik blijkbaar ook trainen.” Lisa knikt: “Voordat Jane er was, wist ik niet dat ik zoveel kon met zo weinig slaap.” Jullie hebben Zwitserland als trainingsbasis tegenwoordig… Chris: “Lisa, Dean van Kooij en ik kregen vorig jaar de kans om ons in te kopen bij het Zwitserse team. Dat hebben we gedaan. In Nederland hebben we niet genoeg expertise en een te klein team om het professioneel aan te pakken. We hebben nu een goede waxman, goede coaches en fysio’s die ons ondersteunen.” Lisa: “Toen ik 26 weken zwanger was, stond ik nog op mijn snowboard. We hadden ons net aangesloten bij het Zwitserse team, dus ik dacht wel: ze zien me al aankomen… Ze hebben me heel erg de kans gegeven, ik ben lang mee blijven doen, in de sneeuw blijven staan en heb geholpen met coachen. In Nederland kreeg ik wel wat begeleiding tijdens mijn zwangerschap, maar voor mijn trainer op Papendal was het ook de eerste keer dat hij een zwangere atleet begeleidde. Er is nog niet zoveel geregeld voor zwangere sporters.” Helden Magazine editie 75 Het eerste deel van het interview met Lisa Bunschoten en Chris Vos komt uit Helden Magazine nummer 75. Voor de eerste editie van 2025 maakte Frits Barend een rondje langs de velden. Hij merkte dat iedereen lyrisch is over de trainer van Liverpool, Arne Slot. “Ik vind Arne fantastisch,” aldus Guus Hiddink. Voetbal Maar Slot is niet de enige Nederlander die schittert in de Premier League. Micky van de Ven, een paar jaar geleden nog speler bij FC Volendam, is nu een publiekslieveling bij Tottenham Hotspur. Hij deelt zijn verhaal over de weg naar de top. Ook spraken we met Wout Weghorst, voormalig speler van Burnley en Manchester United. De huidige spits van Ajax roept zowel bewondering als kritiek op. “Het stempel ‘rare gozer’ drukt op mij, en dat gaat ook nooit meer veranderen,” vertelt Weghorst openhartig. Schaatsen In deze wintereditie is er uiteraard ook aandacht voor schaatsen. Jenning de Boo en Kjeld Nuis zijn niet alleen ploeggenoten, maar ook goede vrienden. Tijd voor een uitgebreid dubbelinterview met het razendsnelle duo. Daarnaast zetten we Angel Daleman in de spotlight. Ze is slechts zeventien jaar, maar blinkt al uit als zowel shorttracker als langebaanschaatsster. Iedereen loopt met haar weg. In een interview praat Angel over haar mentor Ireen Wüst, haar tatoeages en de moeilijke keuzes die ze moet maken. Tennis Naast schaatsen lees je ook een bijzonder interview met Wesley Koolhof. Tijdens de Davis Cup, eind vorig jaar, nam hij afscheid van het professionele tennis. Als voormalig nummer één van de wereld in het dubbelspel kijkt hij terug op een indrukwekkende carrière. Hij vertelt openhartig over het gemis van een rol in de historische finale tegen Italië. Het mannentennis kent daarnaast een nieuwe rivaliteit die de sportwereld in zijn greep houdt. Richard Krajicek, toernooidirecteur van het ABN AMRO Open, laat zijn licht schijnen op de opkomst van Jannik Sinner en Carlos Alcaraz. Beide jonge tennissterren komen dit jaar naar Rotterdam en lijken de komende jaren het mannentennis te gaan domineren. Verder in Helden 75 Ook gingen we langs bij wielertalent Yuli van der Molen. Bij haar werd een jaar geleden de ziekte van Hodgkin ontdekt. Na een zware periode vol behandelingen is ze nu terug in het peloton. Achter de schermen speelt haar oom, oud-wielrenner Niki Terpstra, een belangrijke rol als mentor. Samen vertellen ze over haar indrukwekkende comeback. LeBron James en zijn zoon Bronny vormen een historisch duo in de NBA bij de Los Angeles Lakers. In dit familieportret krijg je een uniek inkijkje in hun leven. En nog veel meer inspirerende verhalen!

Baanwielrennen

Yuli van der Molen: kanker is kut, maar je moet zelf de slingers ophangen

Bij wielertalent Yuli van [...]
Bij wielertalent Yuli van der Molen (21) werd een jaar geleden de ziekte van Hodgkin, kanker van het lymfestelstel, geconstateerd. Een loodzware periode volgde. Inmiddels is ze hersteld, terug op de baan en de weg. Ze krijgt steun van haar neef en oud-wielerprof Niki Terpstra (40). Voor Helden Magazine nummer 75 spraken we met hen af op de wielerbaan van Sportpaleis Alkmaar in aanloop naar De Hollandse 100 in en rond Thialf, waaraan Yuli - en wellicht ook Niki - op 23 maart meedoet om aandacht te vragen voor lymfeklierkanker. Yuli van der Molen en Niki Terpstra ‘Vandaag ging ik naar het ziekenhuis voor de uitslag van de biopsie. Ik heb de ziekte van Hodgkin. Dat is kanker van het lymfestelsel. Het is heel goed te behandelen. Ik zal dit jaar van intensieve behandeling doen zoals elke race. Hard racen, de pijn accepteren, de steun langs de kant van de weg omarmen, maar bovenal zal ik de race gezond finishen.’ Het bericht verscheen op 19 januari 2024 op het Instagram-account van Yuli van der Molen, op dat moment twintig jaar oud. [caption id="attachment_20751" align="aligncenter" width="1913"] Yuli van der Molen[/caption] Haar eerste klachten verschenen bijna een jaar eerder, in februari 2023. “Ik was op trainingskamp en had op de fiets last van mijn heup en lies,” vertelt Yuli, “ook ’s nachts deed het pijn. De fysio en masseur van de ploeg gaven mij oefeningen, die hielpen maar tijdelijk. In april viel ik van mijn fiets. Vanaf dat moment werden mijn klachten erger. Ik had veel pijn, vooral ’s nachts, en kon met mijn rechterbeen geen kracht meer zetten. Ik heb een redelijk hoge pijngrens, maar zoiets had ik nog nooit gevoeld. Bij de fysio en chiropractor ben ik geweest en zelfs nog op de spoedeisende hulp beland, maar niemand kon de oorzaak vinden. Ik modderde maar en beetje aan. Na een training herstelde ik ook niet goed meer.” Niki Terpstra is een volle neef van Yuli’s moeder Esther. De vader van Esther en de moeder van Niki zijn broer en zus. Niki: “Ik beschouw Yuli als mijn nichtje, niet als mijn achternichtje. Wij zijn heel close. Ik heb nog met jou gekeken naar jouw fietspositie. We probeerden van alles, maar kregen het niet aan de praat bij je.” Yuli: “In december 2023 ging ik voor vier weken naar Spanje op trainingskamp. Ineens verscheen er een enorme bult op mijn sleutelbeen. Ik kreeg last van mijn schouder en oksel, kon mijn arm nauwelijks nog optillen. Van de apotheek kreeg ik wat zalfjes mee, maar die bult ging niet weg. In Spanje zocht ik op Google naar ‘bult op sleutelbeen’. Bovenaan de zoekresultaten verscheen ‘Hodgkin’ en ‘non-Hodgkin’. Toen begon ik me echt zorgen te maken. Tegen mijn vrienden met wie ik op trainingskamp was, zei ik: jongens, ik denk dat ik kanker heb. Ik belde mijn moeder en vertelde over die bult. Haar reactie zei genoeg.” Yuli: 'Tegen mijn vrienden met wie ik op trainingskamp was, zei ik: jongens, ik denk dat ik kanker heb. Ik belde mijn moeder en vertelde over die bult. Haar reactie zei genoeg' De geschiedenis herhaalde zich. Esther van der Molen, Yuli’s moeder, leed in 2001 ook aan kanker van het lymfestelsel. Ze had non-Hodgkin, vertelt Esther. “Ik was bij Yuli en onze jongste dochter Roanne altijd al alert op rare bulten of andere veranderingen aan hun lichaam. Ik wist meteen: dit is foute boel.” Yuli: “In Nederland ging ik naar de huisarts. Ik liet mijn bult zien en zag de schrikreactie. Ik moest meteen een echo laten maken. De arts in het VU in Amsterdam zei nog: ‘Je hoeft niet meteen te denken aan Hodgkin of non-Hodgkin, maar je bloedwaarden moeten dan wel goed zijn.’ Een uur nadat ik bloed had laten prikken werd ik al gebeld met de uitslag. Mijn ontstekingswaarden waren veel te hoog. Het kon niet zo zijn dat ik me nog zo goed voelde, was de boodschap. Een paar dagen later had ik een biopt en een scan in het ziekenhuis. De arts belde meteen: de uitslag was allesbehalve goed. In mijn onderbewustzijn wist ik al dat het mis was, maar ik had het al die tijd goed proberen te praten voor mezelf. Ik hoorde weinig aan de telefoon, kon niet meer praten, het leek of mijn keel werd dichtgeknepen. Mama nam de telefoon over.” Yuli moest meteen naar het ziekenhuis voor een gesprek met de arts. Haar ouders en oma waren mee. “Ik kon alleen maar huilen. De artsen lieten de foto’s van de scan zien. Ik schrok me kapot. Ze dachten eerst nog aan botkanker omdat er zoveel door kanker aangetaste plekken in mijn bekken te zien waren. Uit het biopt bleek toch dat het om Hodgkin, stadium 4, ging. Ik riep dat het niet kon, dat ik volgende week weer op trainingskamp moest.” Niki zag Yuli op 13 januari, een dag nadat zij de diagnose kanker had gekregen. “Onze dochter Zoey is op die dag jarig. Mijn vrouw Ramona had op 12 januari met Esther gebeld op de terugweg van die onderzoeken in het ziekenhuis. Ramona zei nog: ‘Als de arts nog niet gebeld heeft, zal het wel niet zo erg zijn.’ Dat had ze nog niet gezegd, of jullie werden al teruggebeld. Je bent alsnog naar Zoey’s verjaardag gekomen.” Yuli: “Opa en oma begon meteen te huilen toen we binnenkwamen. Daarna proostten we en gingen we taart eten.” Esther: “Zij zijn nauw betrokken geweest bij mijn ziekte en gingen alles herbeleven.” Esther kijkt Niki aan: “Jouw vader ging vaak met mij mee naar gesprekken in het ziekenhuis.” Esther belde na de diagnose van Yuli met de arts in het VUmc die ook haar behandelde. Hij liet meteen weten ook Yuli onder zijn hoede te nemen. Yuli: “Jij hebt mij veel verteld over jouw ziekte. Ik had nooit de angst om ziek te worden. Totdat die bult verscheen. Toen dacht ik meteen: dat had mama toentertijd ook. De diagnose voelde gek genoeg als een opluchting. Ik had een verklaring waarom het fietsen niet goed ging.” Koffiedrinken Yuli’s liefde voor het fietsen ontstond voor een groot deel door Niki. Niki begon zijn carrière als baanwielrenner en maakte de overstap naar de weg, waar hij zijn grootste successen beleefde. In 2014 won hij Parijs-Roubaix en in 2018 de Ronde van Vlaanderen. Hij kwam jarenlang uit voor QuickStep, waarmee hij ook nog vier keer wereldkampioen op de ploegentijdrit werd. Yuli: “Ik was kind aan huis bij jullie, hoewel jij meestal weg was voor de koers. Ik heb zo’n beetje al jouw wedstrijden gevolgd. Ik weet nog goed dat jij Parijs- Roubaix en de Ronde van Vlaanderen won. Wij keken thuis op tv. Tijdens Parijs- Roubaix was jouw zoon Luca, mijn neefje dus, bij mij. Hij gilde: ‘Daar is papa!’” Niki: “We hebben nog één keer samen gekoerst, in Binche in België.” Yuli: “Het was mijn eerste profjaar en jouw laatste. Ik keek zo tegen jou op. Mijn moeder vond wielrennen altijd stom, mijn vader had er ook niet veel mee. Ik vond het wel leuk en ben ook meteen de baan op gegaan.” Niki: “Ik hoorde op een gegeven moment dat jij fanatiek bij DTS, de Zaanlandse wielerclub, aan het fietsen was. Ik heb me in die tijd nooit met jou bemoeid, in de jeugd gaat het juist om het hebben van plezier en is het nog zo speels. Nu pas wordt het fietsen bij jou serieus. Nu ik weet wat voor niveau jij aankunt, kan ik jou ook gerichter helpen. Je fietst sowieso geregeld langs bij ons. Even koffiedrinken en weer terug.” Yuli lachend: “Dan heb ik geen zin meer en denk ik: even een plaspauze.” Niki: “Ik heb geen officiële rol in jouw wielercarrière, maar geef je wel advies. Op de baan probeer ik jou op tactisch gebied tips te geven. Dan ben ik kortaf en hard.” Yuli: “Ik vind het prima als jij kortaf bent, heb dat ook nodig. Ik neem jouw tips altijd ter harte. Jouw vader staat op dinsdagavond soms te kijken en komt dan ook geregeld naar me toe met tips.” Niki: “Mijn vader was vroeger al fanatiek, maar niet streng. Hij ging het hele land met mij door en deed dat graag voor mij, maar ik moest het niet proberen om de kantjes ervan af te lopen. Ik ben uit mezelf gaan fietsen, heb het niet van hem. Hij had ook niet per se verstand van wielrennen. Dat is een andere situatie dan waarin wij zitten. Ik durf te zeggen dat ik dat wel heb en jou goed kan helpen.” Yuli is een groot talent op de baan en maakte voor haar ziekte deel uit van de Nederlandse jeugdselectie. Ook laat ze zich zien op de weg. Ze reed in 2022 voor de opleidingsploeg NXTG van Natascha Knaven. Die ploeg ging in 2023 op in AG Insurance – Soudal. Daarmee was de vrouwentak van Soudal - Quick-Step geboren, toevalligerwijs de voormalige ploeg van Niki Terpstra met als teambaas Patrick Lefevere. Yuli: “Natascha zei enthousiast tegen Lefevere dat ik het nichtje van Niki ben. Hij reageerde heel droog: ‘Ja, Niki ken ik wel.’ Hij is een man van weinig woorden.” Niki: “Jij zat in jouw eerste jaar bij die nieuwe ploeg, wilde het graag goed doen. Je deed enorm je best, maar het ging voor geen meter. Uiteindelijk wisten we waarom.” Vlogcamera “Een aantal mensen zeiden: ‘Gelukkig is het Hodgkin.’ Daar had ik moeite mee. Ik had het gevoel dat mijn ziekte werd gebagatelliseerd. Op papier was de kanker goed behandelbaar, maar er zijn ook mensen aan doodgegaan. Na de diagnose dacht ik wel even: misschien is mijn leven binnenkort voorbij,” zegt Yuli. Ze vervolgt. “Ik kon er met mijn ouders over praten, maar wilde ook niet te veel bij hun neerleggen. Zij hadden al genoeg stress. Bij mijn toenmalige vriend kon ik veel kwijt, hij fungeerde als een soort paal waar ik tegenaan kon blijven praten. Ik zat in een achtbaan en leefde van dag tot dag. Er kwam veel op me af. Op Valentijnsdag startte mijn eerste van vier chemokuren. Een kuur duurde drie dagen. De eerste keer was de hele familie mee. Toen dacht ik nog: dit fix ik wel even.” Yuli zegt lachend tegen haar moeder: “Jullie zijn nog teruggefloten door de verpleging, hadden met zijn allen dat hele ziekenhuis op stelten gezet. Dat was niet de bedoeling. Op woensdag, donderdag en vrijdag kreeg ik chemo toegediend en op zondagavond moest ik een prik voor mijn witte bloedcellen. De artsen hadden me gewaarschuwd: ‘Als je botpijn krijgt, dan is dat een goed teken. Dat betekent dat die prik werkt.’ Het voelde alsof ik een hartaanval kreeg, zoveel pijn had ik aan mijn borstbeen. Na twee chemokuren kreeg ik een scan om te kijken of de kanker nog actief was. Als er nog activiteit te zien was, had ik zes in plaats van vier kuren nodig en eventueel bestraling. Dat was gelukkig niet het geval.” Niki: “Jouw traject was voor ons ook intens om mee te maken. We konden niks doen, voelden ons machteloos. Het was fijn om te horen dat er snel verbetering te zien was.” Yuli’s moeder legde het hele traject vast met een vlogcamera. Voor haar ziekte had Yuli al eens geopperd om de wedstrijddagen op beeld vast te gaan leggen. Dat plan zetten ze door, alleen het onderwerp veranderde. Ze openden een YouTube- kanaal: De molentjes, cancer journey Yuli. Yuli: “Mama zette geregeld de camera neer in het ziekenhuis en thuis. Dat was ook weleens vervelend, vooral als ik moest huilen. Maar ik kreeg veel positieve berichten. Mensen reageerden dat ze het mooi vonden en dat ze het knap vonden dat ik zo vrolijk bleef.” Niki: “Dat was ook zo, tijdens jouw ziekte was je meestal vrolijk en positief. Heel bewonderenswaardig.” Yuli kijkt haar moeder aan: “Wat stond er ook alweer op die tegel? ‘Kanker is kut, maar ik moet zelf de slingers ophangen,’ toch?” Esther lachend: “Klopt. Jij zei dat toen je het slechte nieuws van de arts hoorde. Een nicht van ons heeft het op een tegeltje laten zetten.” Niki: “Ik heb stukjes van jouw vlogs gezien, niet alles. Ik vond het juist helemaal niet leuk om te zien. Veel te confronterend en pijnlijk.” Yuli: “Dat hoorde ik vaker. Mijn vrienden reageerden eerst ook enthousiast, maar dan kreeg ik later een bericht dat ze waren gestopt met kijken omdat ze niet konden stoppen met huilen. Mama had het ook lekker dramatisch gemonteerd met verdrietige muziek eronder.” Uit verschillende hoeken kreeg Yuli steun. Yuli: “Na dat jaar bij Soudal ben ik overgestapt naar een nieuwe Belgische ploeg, Proximus, nu Velopro, dus veel ploeggenoten kende ik nog niet. Behalve Lisa van Belle, die afgelopen jaar brons op de koppelkoers op de Spelen won, en Lente Boskamp. Zij zijn vaak bij mij op bezoek geweest. Andere vriendinnen uit de buurt kwamen ook geregeld langs.” Door de chemotherapie verloor Yuli haar haar. Yuli: “Een week voordat ik te horen kreeg dat ik ziek was, was ik bij de kapper geweest. Ik had eindelijk mijn droomkapsel. Toen de dag van de eerste chemo dichterbij kwam, realiseerde ik me ook dat ik mijn haar zou verliezen. Ik heb niet gewacht op het moment dat het uit zou vallen, maar het er zelf afgeknipt. Het was een rotdag. Maar ik denk dat ik het nog confronterender had gevonden als die lange plukken langzaam zouden uitvallen. Het was raar om kaal te zijn en mezelf zo te zien. Ik was door de medicatie ook nog eens twintig kilo aangekomen. Ik voelde me totaal niet mezelf. Soms droeg ik een pruik, niet altijd. Een pruik zou het verschil niet gaan maken hoe ik me voelde, dus ik droeg die lang niet altijd. Ook met die kale kop ben ik gewoon naar buiten blijven gaan. Die ogen die ik op me gericht voelde als ik boodschappen deed, deden me niet heel veel.” Esther vult aan: “De hele ziekteperiode was een wirwar aan emoties. Ik weet nog dat je een keer je tanden aan het poetsen was en in de spiegel keek met je gemillimeterde haar. Je barstte in huilen uit en kon niet meer stoppen. Een half uur later maakte je alweer grapjes.” Yuli: “Ik kon het niet hebben als mensen zeiden: ‘Wat staat dat korte haar jou goed.’ Wat lul je nou, dacht ik dan, het is hartstikke lelijk. Later, toen ik weer een beetje kon sporten, afviel en mijn haar langzaam weer begon te groeien, ging ik juist vaker een pruik dragen, omdat ik me weer een beetje mezelf begon te voelen. Mijn familie heeft toen ook een cancer free party voor mij georganiseerd. Mama wilde een nieuwe pruik met me uitzoeken. Ze vroegen of ik ambassadeur van dat pruikenmerk wilde worden. Nu draag ik geen pruik meer. Mijn haar groeit goed, maar is nog wel kort. Ik heb het een paar keer laten invlechten, over een paar weken moeten de vlechten eruit en dan laat ik het zoals het is.” Camping “Ik vind het heel knap hoe jij alles hebt doorstaan. Toen de behandelingen afgerond waren, zat je meteen weer op de fiets. Ik zei: zou je het niet een beetje rustig aan doen, fietsen is niet belangrijk. Maar jij wilde per se weer trainen. Het is verbazingwekkend hoe goed het nu alweer met je gaat,” zegt Niki. In mei waren alle behandelingen afgerond en hoefde Yuli ook geen medicatie meer te slikken. Yuli: “Ik wilde er weer vol voor gaan, had ook geen pijn meer op de fiets. Ik begon meteen een strak schema te volgen. Dat was achteraf te snel. In mijn hoofd kon ik dat, in de werkelijkheid was ik daar lichamelijk helemaal nog niet klaar voor.” Niki: “Wij zagen dat ook. In de zomer ben je met ons mee geweest op vakantie. We gingen met de camper naar Frankrijk en Italië, waar ik een gravelwedstrijd zou rijden. Dat waren de eerste weken dat je weer op de fiets zat sinds jouw ziekte.” Yuli: “Ramona vertelde over jullie vakantieplannen en vroeg: ‘Ga je mee?’ Ik stemde toe, en een half uur later zei ze: ‘We gaan trouwens met de camper...”’ Niki lachend: “Ja, jij bent een luxepaardje... Ik fietste heel veel, jij ging ook geregeld mee. Maar ik wilde dat het voor jou als een vakantie voelde, niet als een verkapt trainingskamp.” Yuli: “Met jou en met Ramona heb ik in Frankrijk veel gepraat. Jij zei dat ik weer moest gaan fietsen voor mijn plezier, onbevangen, en dingen moest doen die ik leuk vond. Nadat je dat nog een paar keer had herhaald, dacht ik: misschien heb je gelijk. Toen ik thuiskwam, heb ik een maand mijn fiets niet aangeraakt. Ik was zo moe.” Niki: “Ik zag dat het trainen je tegenwerkte. Je verscheen ook alweer aan de start van een wedstrijd. Dat werd een teleurstelling, logisch ook. Ik zei: je moet eerst zorgen dat je eraan toe bent om weer aan de start te staan en dat kan best een lang traject worden. Ik herkende het van mezelf. Na een zware blessure, en dat staat natuurlijk in schril contrast met wat jij hebt meegemaakt, wilde ik vaak ook te snel weer door.” Yuli: “De arts had gezegd dat ik me in augustus beter zou voelen. Dat had ik iets te letterlijk genomen. Ik mocht weer fietsen, maar hoe ik dat precies moest opbouwen, wist die arts natuurlijk ook niet. Ze houden nu nauwlettend mijn hart in de gaten. In de zomer was mijn hartslag nog veel te hoog. Als ik met vrienden ging fietsen, waarvan veel meedoen in de World Tour, kon ik nog niet meekomen. Als hun hartslag in een training op 113 zat, was die van mij 180. Vanaf septem- ber ging ik met een nieuwe trainer aan de slag en ging het snel de goede kant op.” Kreeft Om Yuli’s nek hangt een kettinkje waarop in gouden letters Cancer staat. Een cadeautje van haar moeder. Yuli: “Jij had het gezien bij een meisje op TikTok die ook Hodgkin heeft gehad en vond het mooi. Soms denken mensen dat het om mijn sterrenbeeld gaat en zeggen: ‘Wat leuk, ik ben ook Kreeft.’” Esther: “De verpleging vroeg ook geregeld: ‘Is dat sarcastisch bedoeld?’” Yuli: “Dat is het ook wel een beetje.” Haar ziekte heeft Yuli veranderd, beaamt ze. “Vroeger als ik een pijntje had of verkouden was, dan ging ik niet trainen. Nu denk ik: ik ga gewoon. Door alles wat ik heb meegemaakt, kan ik meer aan. Soms hoor ik een wielrenner zeggen: ‘Ik was ziek en heb een week niet kunnen trainen. Daarom reed ik niet goed.’ Dan denk ik: ik was ook ziek, heb een half jaar niet kunnen trainen en rij jou alsnog voorbij.” Niki: “Je zet enorm door in een wedstrijd, meer dan voorheen. Ik zie in jouw mentaliteit een verandering. Je gaat dieper, doet meer moeite dan voor jouw ziekte.” Bij de Zesdaagse in Ahoy in december liet Yuli voorzichtig weer haar oude niveau zien. Ze won twee onderdelen, een puntenkoers en een temporace. Yuli: “En het NK Omnium in Alkmaar daarna ging ook niet slecht. Collega’s zeggen nu al: ‘Yuli moeten we in de gaten houden, die is weer bijna in vorm.’ Ik ben nog lang niet in vorm, maar ik vind het grappig dat mensen blijkbaar toch bang voor mij zijn. Ik voel nog geen druk, maar als ik aan de start sta, dan wil ik winnen en raak ik gefrustreerd als het niet lukt.” Niet alleen fysiek, ook mentaal is er nog werk aan de winkel, zegt Yuli. “Ik heb met Ramona een paar keer een mental coaching sessie gehad. Zij doet dat met behulp van paarden. Het hielp me na mijn ziekteproces, maar vooral bij het fietsen. Ik moest bepaalde opdrachten doen, zodat ik anders ging denken en dingen beter kon ordenen in mijn hoofd. Ik ben ook van plan om naar een psycholoog te gaan om mijn ziekte gerichter te kunnen verwerken. Ik wil mijn lichaam weer kunnen vertrouwen. Ik heb iedere drie maanden bloedcontroles, die geven mij wel rust, maar vooralsnog sta ik bij ieder pijntje huilend voor mama.” Yuli kijkt Esther aan: “Ik wil jou ook ontlasten. Een paar jaar geleden heb jij ook nog borstkanker gekregen. Dat traject had je net afgesloten. Nu kon je door mij weer opnieuw beginnen aan alle ellende.” Jenning de Boo Tijdens Yuli’s ziekte klopte ook Stichting Lymph&Co bij haar aan. De stichting vraagt aandacht voor lymfeklierkanker en gebruikt honderd procent van alle donaties voor financiering van wetenschappelijk onderzoek naar betere en effectievere behandelingen. Yuli: “Mijn moeder lijkt soms ook wel mijn manager. De stichting had haar benaderd om samen geld op te halen voor lymfeklierkanker. Ik ben officieel nog geen ambassadeur, hoop dat ik dat mag worden.” Niki: “Jij past zo goed bij de stichting, omdat jij als topsporter geen standaardbehandeling hebt gehad.” Yuli knikt: “In de standaard chemokuur zitten bepaalde middelen die je zenuwen en longen aantasten. Die zijn er bij mij uitgehaald. De artsen hebben mij een zo kort en zo intensief mogelijke behandeling voorgeschreven. Maar ik was geen proefkonijn, hoor.” Niki lachend: “Wel een testversie.” Yuli: “Deze behandeling wordt nog niet vaak gegeven in Nederland, wel in Duitsland en Amerika. Waarom, weten we niet. Waarschijnlijk om financiële redenen, maar dat hebben we er zelf van gemaakt.” Niki: “Als je ziet hoe goed de behandeling heeft gewerkt bij jou, dan zouden meer mensen daar recht op moeten hebben. Dat is waar Lymph&Co zich hard voor probeert te maken.” Ook Niki droeg al zijn steentje bij aan de stichting. Niki: “Ik heb maar een kleine rol kunnen spelen, hoor. Ik ben op een fundraiser geweest op het Circuit van Zandvoort, waar ik een groep mocht begeleiden en waar later op de dag een veiling werd gehouden. Eén verkocht veilingitem was een wielerclinic van mij.” Op 23 maart doet Yuli mee aan De Hollandse 100 in Thialf. Deelnemers gaan tien kilometer schaatsen en negentig kilometer fietsen. Doel is om donaties binnen te halen voor onderzoek naar lymfeklierkanker. Yuli: “Over dat fietsen maak ik me niet zo’n zorgen, maar dat schaatsen... Tien kilometer is lang, hoor. Ik zei nog tegen de stichting: ik kan helemaal niet schaatsen. Ze antwoordden: ‘Oké, dan gaan we proberen of je een lesje kan krijgen van Jenning de Boo.’” Lachend: “Dat verzoek ligt nu bij zijn management. Er wordt nog gekeken of het past in onze volle agenda’s” Niki: “Ik heb nog niet in mijn agenda gekeken, maar ik denk dat ik er wel bij ben op 23 maart. En dan doe ik ook mee. Ik ga niet aan de kant staan kijken.” Yuli: “Mensen kunnen zich inschrijven in mijn team, Team Yuli Speed on Wheels, en een donatie doen.” McDonald's Het leven lacht Yuli langzaam weer toe. Yuli: “Op lange termijn hoop ik dat ik in de World Tour kan uitkomen en van wielrennen mijn beroep kan maken. Ik wil me ook op de baan verder ontwikkelen. Mijn droom is om me als baanwielrenner te kwalificeren voor de Spelen in 2028.” Niki: “Het fietstalent heb je. Als je het doorzettingsvermogen houdt dat je nu hebt, dan komt het wel goed. Je kan nog meer voor het wielrennen gaan leven en daar help ik jou graag bij. Ik volg jou op Instagram, maar dat geeft soms een vertekend beeld. Als je één keer per week naar de McDonald’s gaat, maar je zet wel elke keer die foto erop, dan lijkt het net alsof je daar altijd eet. Dat zeg ik dan ook tegen jou. Nu zie ik je op Instagram vooral veel fietsen, ook als het slecht weer is. Dat geeft een heel ander beeld.” Niki zette in 2022 een punt achter zijn professionele wielercarrière. Inmiddels heeft hij zijn eigen podcast, hij fietst geregeld gravelwedstrijden en vervult een belangrijke rol voor Sportpaleis Alkmaar. Niki: “De gemeente twijfelde aan de toekomst van de baan, omdat er geen wedstrijden meer werden gehouden. Daarop hebben wij met een groepje, met onder andere oud-profs Laurens ten Dam en Reinier Honig, besloten dat we voor meer reuring willen zorgen. We organiseren nu iedere dinsdag wedstrijden. Alle trainingen en wedstrijden worden drukbezocht. Die baan moet blijven. Mijn leven als oud-wielrenner bevalt goed, maar ik heb het drukker dan toen ik nog prof was.” Yuli: “Als ik mensen vertel dat ik jouw nichtje ben, dan krijg ik altijd een reactie van ongeloof. Jij bent ook gewoon een mens, hoewel jouw palmares heel bijzonder is. Ik ben er trots op dat wij familie zijn, maar ik word nooit met jou vergeleken. Je bent zo’n grote renner geweest. Ik blijf bij je aankloppen, hoor.” Helden Magazine editie 75 Het eerste deel van het dubbelinterview met Yuli van der Molen en Niki Terpstra komt uit Helden Magazine nummer 75. Voor de eerste editie van 2025 maakte Frits Barend een rondje langs de velden. Hij merkte dat iedereen lyrisch is over de trainer van Liverpool, Arne Slot. “Ik vind Arne fantastisch,” aldus Guus Hiddink. Voetbal Maar Slot is niet de enige Nederlander die schittert in de Premier League. Micky van de Ven, een paar jaar geleden nog speler bij FC Volendam, is nu een publiekslieveling bij Tottenham Hotspur. Hij deelt zijn verhaal over de weg naar de top. Ook spraken we met Wout Weghorst, voormalig speler van Burnley en Manchester United. De huidige spits van Ajax roept zowel bewondering als kritiek op. “Het stempel ‘rare gozer’ drukt op mij, en dat gaat ook nooit meer veranderen,” vertelt Weghorst openhartig. Schaatsen In deze wintereditie is er uiteraard ook aandacht voor schaatsen. Jenning de Boo en Kjeld Nuis zijn niet alleen ploeggenoten, maar ook goede vrienden. Tijd voor een uitgebreid dubbelinterview met het razendsnelle duo. Daarnaast zetten we Angel Daleman in de spotlight. Ze is slechts zeventien jaar, maar blinkt al uit als zowel shorttracker als langebaanschaatsster. Iedereen loopt met haar weg. In een interview praat Angel over haar mentor Ireen Wüst, haar tatoeages en de moeilijke keuzes die ze moet maken. Tennis Naast schaatsen lees je ook een bijzonder interview met Wesley Koolhof. Tijdens de Davis Cup, eind vorig jaar, nam hij afscheid van het professionele tennis. Als voormalig nummer één van de wereld in het dubbelspel kijkt hij terug op een indrukwekkende carrière. Hij vertelt openhartig over het gemis van een rol in de historische finale tegen Italië. Het mannentennis kent daarnaast een nieuwe rivaliteit die de sportwereld in zijn greep houdt. Richard Krajicek, toernooidirecteur van het ABN AMRO Open, laat zijn licht schijnen op de opkomst van Jannik Sinner en Carlos Alcaraz. Beide jonge tennissterren komen dit jaar naar Rotterdam en lijken de komende jaren het mannentennis te gaan domineren. Verder in Helden 75 Paralympisch snowboarders Lisa Bunschoten en Chris Vos zijn sinds deze zomer trotse ouders van dochter Jane. “Ons goud ligt in de Maxi-Cosi,” zeggen ze met een glimlach. LeBron James en zijn zoon Bronny vormen een historisch duo in de NBA bij de Los Angeles Lakers. In dit familieportret krijg je een uniek inkijkje in hun leven. En nog veel meer inspirerende verhalen!