Word abonnee
Meer

skiën

Skispringer Matti Nykänen: van nationale held naar de gevangenis

Als skispringer vloog Matti Nykänen naar grote hoogten en [...]
Als skispringer vloog Matti Nykänen naar grote hoogten en won hij nagenoeg alles. Maar eenmaal terug op aarde, in de normale maatschappij, viel de Finse sportlegende zo diep dat het een wonder is dat de viervoudig olympisch kampioen er niet aan onderdoor is gegaan. Ondanks alle problemen, mede veroorzaakt door overmatig drankgebruik, blijven ze in Finland van hem houden. Finse grootheid Wie het Finse sportmuseum in Helsinki binnenloopt, kan er niet omheen. De vijf medailles van Matti Nykänen, behaald op de Olympische Winterspelen van Sarajevo (1984) en Calgary (1988). Ze liggen, met de linten keurig opgevouwen, meteen links na de ingang in een enorme glazen bekisting. Dat juist zijn plakken - vier gouden en één zilveren - op de meest prominente plek van het museum liggen is niet zomaar. Het is een eerbetoon aan misschien wel de grootste sportman die Finland ooit heeft gekend. Want hoe bijzonder de prestaties van de autocoureurs Mika Häkkinen en Kimi Räikkönen, beiden ooit wereldkampioen in de Formule 1, en topvoetballer Jari Litmanen ook zijn, zij staan ver in de schaduw van Nykänen, zo blijkt na een korte rondgang door het museum. Waarom heeft de skispringlegende anders bijna een hele hoek tot zijn beschikking, terwijl Häkkinen, Räikkönen en Litmanen een vitrinekast moeten delen? Volgens Evert ten Napel, die namens Studio Sport tientallen jaren het commentaar bij het skispringen verzorgde, is dat niet zo raar. “Onderschat Nykänen niet, hè,” zegt Ten Napel over de man wiens afbeelding in zowel Finland als Noord-Korea op een postzegel staat. “Bij ons mag hij misschien niet zo heel erg bekend zijn, maar neem van mij aan: hij is een absolute grootheid, zeker in Finland. Die heeft daar zo’n beetje dezelfde status als Ard Schenk en Sven Kramer bij ons. Ja, in die categorie moet je echt denken.” Ten Napel kan het weten. Hij heeft de inmiddels 52-jarige Nykänen in de jaren tachtig en negentig geregeld vanaf zijn commentaarpositie voorbij zien vliegen op een manier zoals maar weinigen dat konden. Want hoe het de Fin in 1985 lukte om als eerste persoon ooit de magische barrière van 190 meter te doorbreken, dat neigde toen gewoon naar tovenarij. “Ik vergeleek Nykänen altijd met de Italiaanse slalomspecialist Alberto Tomba,” vertelt Ten Napel, “en dat deed ik natuurlijk niet zomaar. Als Tomba aan de start verscheen, wist je namelijk dat je moest opletten. Er ging wat gebeuren. Of het ging volledig mis, of je was getuige van een wonderbaarlijke race. Met Nykänen was dat precies zo.” Dat zijn sprongen, net als de afdalingen van Tomba, vaker subliem waren dan slecht wordt wel duidelijk na het lezen van de plaquette die naast de vijf medailles hangt. Het doet bijna onwerkelijk aan, zoveel won hij. Zo piekte Nykänen niet alleen in Sarajevo en Calgary - waar hij samen met de gouden Yvonne van Gennip de succesvolste sporter van de Spelen was - maar behaalde hij tussen 1981 en 1991 ook onder meer zes wereldtitels en 46 wereldbekerzeges en werd hij tweemaal winnaar van het prestigieuze Vierschansentoernooi. Kwade dronk Ook dat is geen toeval, meent Ten Napel. “Natuurlijk, Nykänen had talent. Laat daar geen twijfel over bestaan. Maar het is niet zo dat het ’m is komen aanwaaien. Integendeel, als kind trainde hij zich al uit de naad en stond hij dagelijks op een schansje van tien meter bij hem in de buurt. In al die jaren heeft hij daar wel duizenden sprongen gemaakt. Dat deed hij niet alleen omdat hij dat leuk vond, hij deed dat ook omdat hij de beste van de wereld wilde worden. En dat is ’m meer dan gelukt.” Maar hoe wonderlijk Nykänen als sporter was, des te merkwaardiger was hij als persoon. “En heel excentriek,” herinnert Ten Napel zich nog. “En zwijgzaam. Het had dan ook geen enkele zin om hem aan te spreken als hij toevallig langs me liep. Dat hadden mijn Finse collega’s me allang ingefluisterd. Hij zei toch nooit wat terug, laat staan dat hij een interview wilde geven. Hij was altijd in zichzelf gekeerd, heel stil.” Schreeuwend waren wel de enorme koppen die bijna dagelijks over hem op de voorpagina van de tabloids stonden. Dat die ondertussen niet alleen meer over zijn geweldige prestaties gingen, maar vaker over zijn wangedrag, dat was geen verrassing meer. Want als Nykänen dronk, was hij niet meer te houden. Zijn biograaf Egon Theiner zei later niet voor niets dat Nykänen twee gezichten had: nuchter was hij de allerliefste man op aarde, maar met drank op werd hij ineens heel agressief en gevaarlijk. Dat bleek wel in 2002 toen hij na een verloren potje armpje drukken en na veel drank een mes in de rug van een vriend plantte. Zelf ontkende Nykänen het, maar de rechter vond zoveel bewijzen dat hij een gevangenisstraf van twee jaar kreeg opgelegd. Dat hij een paar jaar later opnieuw de cel in moest – hij had zijn vrouw op kerstavond 2009 met een keukenmes en een riem bewerkt – verbaasde dan ook niemand. Dorpsgek De vergelijking met een dorpsgek, een ongeleid projectiel die niet met de successen en roem kon omgaan, werd dan al snel gemaakt. Zeker omdat de zoon van Jyväskylä na zijn loopbaan opdook in de meeste wonderlijke settings, variërend van stripper, volkszanger tot politicus. Hij werd zelfs even het gezicht én de stem van een hitsige sekslijn. Maar hoe dwaas en onzinnig zijn acties ook leken, zelf zag hij dat beduidend anders. Volgens hem kwam dat omdat hij nooit heeft kunnen wennen aan zijn nieuwe leven. ‘Na al die jaren had ik ineens geen structuur meer,’ zo liet hij optekenen in zijn biografie Matti. ‘Bovendien merkte ik dat de normale maatschappij een totaal andere wereld is dan de skiwereld. En daarmee kon ik maar moeilijk overweg.’ Dat Nykänen met smart terugverlangde naar zijn oude leventje bleek wel in de aanloop naar de Olympische Spelen van Sochi, toen hij een heuse comeback overwoog. Met een versleten lichaam en een paar kilo extra om de heupen won de Fin weliswaar goud bij het officieuze WK voor veteranen, maar een rentree op het allerhoogste niveau was iets te veel van het goede. Een sprong van een dikke dertig meter mag dan wel in het veteranencircuit een unieke prestatie zijn; maar dat geldt niet als je kanonnen als Peter Prevc, Kamil Stoch en Anders Fannemel wilt verslaan, de nieuwe generatie die inmiddels gemakkelijk een afstand van liefst 250 meter haalt. Voor Nykänen rest niets anders meer dan herinneringen. Want de medailles die in het Finse sportmuseum hangen, op een kleine sprong van de plek waar de langeafstandsloper Emil Zátopek op de Zomerspelen van 1952 sportgeschiedenis schreef, zijn inmiddels niet meer van hem. Wegens torenhoge schulden heeft hij die ooit moeten verkopen. Triest, aldus Ten Napel. “Maar kennelijk hoort dat allemaal bij het heldendom. Wat dat betreft kan hij zo in het rijtje George Best en Paul Gascoigne. Al doe je Nykänen daarmee wel tekort, vind ik. Hij is weliswaar volledig ontspoord en het valt natuurlijk niet goed te praten wat hij heeft gedaan en waarvoor hij is veroordeeld. Maar dat neemt niet weg dat hij een geweldige sportman was. Eentje die echt heel veel heeft gewonnen. Zo zal ik hem dan ook blijven herinneren.” Dat doen de Finnen ook. Want om hem nu ineens te laten vallen, dat nooit. Daarvoor hebben ze al die jaren te veel van hem genoten. Dat de inmiddels vadsige Nykänen - die tegenwoordig met zijn zesde vrouw in Oulu woont waar hij aan de weg timmert als tv-kok - een paar jaar terug bij de première van zijn eigen film laveloos over de rode loper liep, maakte niemand in Finland dan ook wat uit. Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Skateboarden

Keet Oldenbeuving: Gewoon lekker rollen

De pas vijftienjarige Keet Oldenbeuving werd in 2019 Europees [...]
De pas vijftienjarige Keet Oldenbeuving werd in 2019 Europees kampioen en won de NOC*NSF Young Talent Award. De kans is groot dat ze er volgend jaar bij is in Tokio als skateboarden debuteert als olympische sport. Hoog tijd dus voor een nadere kennismaking. “Lopen vind ik niet leuk.” Mijn kostbaarste bezit is… “Mijn skateboard. Sommige mensen doen een jaar met een board, ik doe er meestal twee weken mee, haha. Een board gaat bij mij vrij snel kapot en moet dan worden vervangen. Eigenlijk zijn de trucks, de ijzeren onderdelen onder het board waar de wielen aan vastzitten en die een stuk langer meegaan, nog kostbaarder voor mij. Daar staat echt je handtekening als skater ingegraveerd. Elke grind die je doet, zorgt voor kleine gaatjes en beschadigingen in je trucks. Na verloop van tijd worden die gaatjes kleine butsen en daardoor kun je goed over de obstakels glijden. Het kost best wat tijd voor je dat hebt. Met nieuwe trucks skaten is een stuk moeilijker, dan moet je weer helemaal opnieuw beginnen met die handtekening. De liefde voor het skaten heb ik van mijn vader. Hij deed het vroeger altijd met zijn broertje en wat vrienden. Het werd een passie van hem en dat bleef het toen hij ouder werd. Hij volgde het op internet en bij ons thuis hing een board aan de muur als vorm van kunst. Mijn vader heeft me weleens verteld dat hij me vroeger soms op zijn skateboard naar de crèche bracht. Dan hield mijn vader me gewoon op zijn arm. Moeders van andere kinderen zeiden tegen hem: ‘Wat doe jij nou? Het is toch heel gevaarlijk om je kind mee te nemen op een skateboard?’ Maar mijn vader wist wat hij deed. Ik was zeven toen ik voor het eerst ging skaten. In het Griftpark in mijn woonplaats Utrecht. Ik vond het meteen superleuk. Op dat moment zat ik nog op voetbal, maar zelfs voor de training ging ik naar het skatepark. Na een tijdje ging het niet meer om beide sporten te combineren. Ik stopte met voetbal, kocht van mijn spaargeld mijn eerste board en ging op skateles.” Mijn beste eigenschap is... “Mijn doorzettingsvermogen. Dat heb je met skaten heel erg nodig. Als je het na drie keer opgeeft omdat een truc niet lukt, word je nooit goed. Soms ga ik drie uur achter elkaar door totdat het lukt. Soms duurt het zelfs dagen voordat ik iets onder de knie heb. Iedere keer dat een truc misgaat, voelt het als een kleine teleurstelling. Dat kan heel frustrerend zijn. Wat ik zo gaaf vind aan skaten is de vrijheid die je hebt. Ik kan helemaal zelf bepalen welke trucs en runs ik doe en wanneer ik dat doe. Je moet niet tegen mij zeggen: ‘Je mag niet naar huis voordat je die ene truc hebt gedaan.’ Daar kan ik niet tegen. Ik wil alles zelf bedenken. Dat is gewoon mijn karakter. Ik heb me nooit iets aangetrokken van wat anderen van me denken. Vooral in de laatste jaren van de basisschool kwam dat goed van pas. Op mijn negende deed ik voor het eerst mee aan een internationale wedstrijd, het EK voor junioren tot zestien jaar. Daarna volgden World Cups in Europa en rond mijn elfde deed ik mijn eerste wedstrijd in Amerxika. Mijn klasgenoten op school vonden dat ik anders was, omdat ik als enige aan skaten deed. Meisjesdingen als winkelen of verkering, daar gaf ik niets om. Dat is nu nog steeds zo. Ik heb er gewoon geen tijd voor. Iemand heeft weleens gezegd dat ik alleen verliefd ben op mijn skateboard. Dat klopt wel. Ik heb veel liefde voor mijn sport, kan me geen leven zonder board bedenken. Ook als ik met mijn ouders in een stad ben of op vakantie, ben ik altijd aan het cruisen. Lopen vind ik niet leuk, ik wil gewoon lekker rollen. Als ik me vroeger iets had aangetrokken van wat anderen van me vonden, dan had ik nu waarschijnlijk iets heel anders gedaan. Door het skaten heb ik een hele ontwikkeling doorgemaakt. Mijn zelfvertrouwen is een stuk groter geworden. Wat heel erg helpt, is dat ik me door het skaten kan uiten. Aan het boarden kun je zien hoe ik me voel. Ben ik boos – wat niet zo heel vaak voorkomt – dan ga ik harder dan normaal of land ik een truc extra hard. Heb ik een hele dag op school gezeten of ben ik een keer verdrietig dan stap ik op mijn board om mijn hoofd leeg te maken en voel ik me meteen weer goed. Skaten is mijn uitlaatklep.” 'Meisjesdingen als winkelen of verkering, daar gaf ik niets om. Dat is nu nog steeds zo. Ik heb er gewoon geen tijd voor' De grootste kick krijg ik van... “Een nieuwe truc onder de knie krijgen. Iedere keer als het na veel oefenen en proberen lukt, geeft dat zo’n kick dat ik meteen een nieuwe truc wil leren om datzelfde gevoel nog een keer te ervaren. Ik ben nogal perfectionistisch. Gaat een truc niet goed genoeg naar mijn zin, dan moet ik doorgaan tot het wel perfect is. Tijdens de lockdown vanwege de coronacrisis heb ik voor de deur van mijn huis geskatet, op het Jaarbeursplein als het er rustig was, en soms ook gewoon langere afstanden door de stad. Maar ik fiets ook geregeld door Utrecht om nieuwe skateplekken te ontdekken. Een vette truc doen op een trappetje of op een rauwe grond wordt in de skatewereld heel erg gewaardeerd. Meer nog dan een grote wedstrijd winnen. Als je een spot hebt gevonden duurt het soms wel uren voordat je de truc hebt geland. Het is veel moeilijker dan in een skatepark. Daar zijn alle ramps perfect gemaakt voor het skaten. Op straat moet je het doen met de elementen die er zijn en daarom is het extra gaaf als je truc lukt. Vaak wordt het dan ook gefilmd en meteen op social media gezet.” Helden Magazine 53 Het eerste gedeelte van het verhaal van Keet Oldenbeuving komt voort uit Helden Magazine nummer 53. In de 53ste editie blikken onder meer Robin en Bouchra van Persie uitgebreid terug op hún carrière, want zo voelt dat. Een gesprek over Louis van Gaal, Oranje, Feyenoord, racisme, homo-acceptatie, de toekomst én de liefde. Daarnaast verbindt niet alleen het zwemmen Femke Heemskerk, Kira Toussaint en Ranomi Kromowidjojo, maar ook het feit dat ze alle drie bijna gelijktijdig ten huwelijk zijn gevraagd. Daarnaast vertellen Joël en Naomi Veltman hoe zij er in goede en slechte tijden voor elkaar zijn, laat Guus Hiddink zijn licht schijnen over de rentree van Arjen Robben, Oranje en racisme én schittert aanstaande moeder Stefanie van der Gragt in de rubriek ‘Leeuwinnen in het Rijks.’ Verder in de 53ste editie van Helden spraken we met ploeggenoten met hetzelfde doel: Tom Dumoulin en Primoz Roglic. Blikten we met Laurens ten Dam terug op zijn loopbaan én vertelt Lorena Wiebes openhartig over de drugsverslaving van haar broer en hoeveel impact dat op haar en het gezin heeft gehad. Ook ging Helden langs bij de familie van den Goorbergh. Zonta van den Goorbergh wil in de voetsporen van zijn vader, oud-MotoGP-coureur Jurgen van den Goorberght, treden. Theo Lucius voelt vijftien jaar na het mislopen van de Champions League-finale nog steeds de kater.Victoria Koblenko ging langs bij oud-voetballer Bryan Roy én Tessie Savelkouls raakte op 9 februari dit jaar zwaar geblesseerd, de kans dat ze ooit nog kan judoën is klein. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.