Word abonnee
Meer

Winterspelen

Terug in de tijd met twaalf oude winterhelden

Op de Winterspelen eisten ze een hoofdrol op door het hoofd boven het maaiveld uit te steken. Met de Winterspelen in aantocht blikken we terig met onze winterhelden. [caption id="attachment_22080" align="alignnone" width="1080"] Jochem Uytdehaage & Renalte Groenewold, Salt Lake City 2002[/caption] “Natuurlijk was ik erbij toen Renate haar zilveren medaille won, ik stond op het middenterrein,” zegt Jochem, “we waren ploeggenoten en maatjes, dat ging ik echt niet missen. Ik heb zelfs haar schaatsen voor die drie kilometer geslepen. Bij de huldiging stond ik vooraan. Die wilde ik ten koste van alles meemaken, ook al moest ik de dag erna zelf weer schaatsen.” De absolute koning van de Winterspelen van Salt Lake City werd Jochem dankzij goud op de 5 en de 10 kilometer en zilver op de 1500 meter. Renate won zilver op de 3000 meter, een prestatie die ze in 2006 evenaarde: “Jochem was fantastisch op die Spelen, daar moest je wel van genieten. Zijn succes inspireerde mij ook. Er was een goede vriendschappelijke band tussen ons, nog steeds! We hadden een vast ochtendritueel waarin we altijd samen koffie moesten drinken. Ha, we zijn daags voor die Spelen zelfs samen naar een waarzegster gegaan. Zo’n handlezer. Bizar eigenlijk, ik heb geen idee meer wat zij voorspeld had.” Jochem: “Die Spelen zal ik voor de rest van mijn leven bij me dragen. Olympisch kampioen is als een opleiding met een mastertitel, dat probeer ik nu ook mee te geven aan de talenten die we met Stichting Sporttop begeleiden. Het klinkt gek, maar ik word nog zo vaak herinnerd aan de Spelen van Salt Lake City. Door mensen die zeggen dat ze van me genoten hebben, dat is eigenlijk het mooiste compliment.” Dat is ook de les die Renate en Jochem zelf liever eerder hadden geleerd. Renate: “Ik had veel meer moeten genieten van het moment! Meer in het hier en nu leven en niet meteen weer de focus op de volgende wedstrijd leggen. Gewoon af en toe jezelf een moment gunnen om te laten bezinken wat je allemaal gepresteerd hebt.” Jochem: “Dat is een grote fout die ik gemaakt heb, altijd maar doorgaan. Ik had af en toe wat afstand moeten nemen en rust moeten pakken. Met de kennis die ik nu heb, had ik destijds nog veel meer medailles kunnen winnen. Zeker weten.” [caption id="attachment_22081" align="alignnone" width="1080"] Jan Ykema & Yvonne van Gennip, Calgary 1998[/caption] “Het is nu niet meer voor te stellen, maar 24 uur voor de 500 meter droeg ik de vlag tijdens de openingsceremonie. Ik had gehoord dat er wel een miljard mensen zouden kijken,” vertelt Jan Ykema op de Dijk van Volendam. “Wij zaten toen nog in het Amerikaanse Butte en zagen Jan de volgende dag zilver winnen op de 500 meter,” reconstrueert Yvonne van Gennip. “Bij de medaille-uitreiking sprong je wel vier meter de lucht in.” Jan: “Ik was helemaal door het dolle heen, het voelde als goud. Ik dacht meteen: dit is goed voor het bestaansrecht van de sprint in ons land. Mooi dat begin vorig jaar in Sochi het volledige podium op de 500 meter Nederlands was.” Yvonne: “Jouw prestatie gaf een boost. Door een slijmbeurs- ontsteking had ik vrij kort voor de Spelen een operatie moeten ondergaan. Daardoor was ik helemaal uitgerust. Elke klap was raak, dat voelde zó lekker.” Jan: “Je verbaasde iedereen door die Oost-Duitse vrouwen eraf te rijden. Vooraf dacht men dat de medailles van Leo Visser, Gerard Kemkers en Hein Vergeer moesten komen. Wij waren de verrassingen.” Yvonne scoorde een magistrale hattrick met goud op de 1500, 3000 en 5000 meter. “Die onklopbaar geachte Oost-Duitsers reden niet slecht, maar ik was gewoon supergoed. Na het eerste goud was ik het gelukkigste meisje op de hele wereld. Ik dacht: er komen nog twee afstanden, het zal toch niet...? Ik heb er heel bewust van genoten.” Jan: “Ik had in die tijd een leuke vriendin en zat alweer in Nederland. Ik heb ’s nachts naar jouw races gekeken. Alle aan- dacht die op me afkwam was best overweldigend. Kinderen op straat wilden ineens Jantje Ykema zijn.” Yvonne: “Het was één grote heksenketel op Schiphol en tijdens de huldiging in Haarlem.” Jan: “Ik had misschien wat meer begeleiding kunnen gebruiken toen het heel goed ging. Toch weet ik niet of er een verband is tussen het succes en mijn latere drugsverslaving.” Yvonne: “Ik wist lange tijd niet wat er met je aan de hand was. Ik vind het knap dat je ermee naar buiten bent gekomen. Zo ben je, denk ik, voor andere verslaafden een voorbeeld geworden.” [caption id="attachment_22082" align="alignnone" width="1080"] Ids Postma & Anni Friesinger-Postma, Nagano 1998 & Salt Lake City 2002[/caption] “Wie vond Ids destijds niet een leuke man?” de karakteristieke lach van Anni galmt over de boerderij in de Friese polder als gevraagd wordt of ze in 1998 al een oogje had op Ids Postma. “En hij vond mij ook leuk. We hadden toen al veel sympathie voor elkaar. Verliefd in Nagano? Het is niet zo duidelijk wanneer we echt verliefd op elkaar werden. Tijdens de Spelen van 1998 waren we sa- men en daarna weer niet. Dan waren we weer een half jaar bij elkaar om vervolgens elkaar een half jaar niet te zien. Zo ging dat een tijdje. We waren jong en hebben genoten van het leven!” Inmiddels geniet het koppel, dat in 2009 officieel trouwde, van dochters Josephine en Elisabeth. “Maar nog steeds zijn we niet veel bij elkaar,” legt Ids met een glimlach uit. “Anni woont en werkt voor een groot deel in Salzburg, we reizen dus nog veel. Alsof er niets is veranderd sinds de dagen dat we topsporters waren. Ook dit zijn drukke dagen. Twee jonge kinderen, dat vraagt veel energie. Tel daarbij de boerderij en de winkels op... We blijven aardig bezig. Dat is fijn, want ik kijk liever vooruit naar wat er gaat komen, dan dat ik steeds moet terugblikken op wat is geweest.” Aan de muur van de modern gerenoveerde boerderij op het Friese platteland vind je dan ook niets terug dat doet herinneren aan de imposante schaatscarrières van het gouden stel. Zo won Ids in Nagano olympisch goud op de 1000 en zilver op de 1500 meter. Anni won in Japan brons op de 3000 meter, pakte goud op de 1500 meter in 2002 en brons op de 1000 meter en goud op de ploegenachtervolging met Duitsland in 2006. Anni: “We hebben samen van heel veel mooie momenten mogen genieten, grote hoogtepunten samen gedeeld. Maar wij hoeven niet te pronken met onze prijzen, wij dragen onze medailles mee in ons hart.” Ids: “Zeker Nagano zullen we nooit meer vergeten. Dat waren echt geweldige Spelen. Niet alleen vanwege het succes. De sfeer was er aangenaam, het was er eigenlijk gewoon perfect. Veel leuker dan vier jaar later in Salt Lake City, waar door de aanslagen van 11 september alles enorm onder druk stond.” [caption id="attachment_22083" align="alignnone" width="1080"] Nicolien Sauerbreij & Edwin van Calker, Vancouver 2010[/caption] “Onze sporten worden één keer in de vier jaar uitgelicht rond de Winterspelen,” vertelt Edwin van Calker. “Als je zoals ik in 2002 een wax-probleem hebt of zoals Edwin besluit niet af te dalen, dan valt dat meteen op,” vult Nicolien Sauerbreij aan. De bobsleeër en snowboardster hadden jarenlang geknokt en hun eigen koers gevaren om te kunnen schitteren op het grootste podium. De dood van een Georgische rodelaar en slechte ervaringen met de levensgevaarlijke baan in Whistler zorgden er echter voor dat Edwin zich genoodzaakt voelde de vier- mansbob terug te trekken. Edwin: “We zagen de beelden van het ongeluk live op tv. Een jaar eerder waren we op dezelfde baan keihard gevallen en tijdens een training moesten we zelfs twee uur wachten voordat we met de bob mochten afdalen omdat de verplicht aanwezige ambulance en traumahelikopter weg waren vanwege crashes. Er was zó veel commotie. Ik dacht: waar zijn we hier mee bezig? Ik was niet goed aan het sturen, had geen zelfvertrouwen meer en vond het simpelweg niet verantwoord om met vier man die berg af te sjezen. Mijn grens was bereikt: tot hier en niet verder.” Nicolien: “Ik hoorde het nieuws, maar was al helemaal gefocust. Datzelfde gold voor de foutieve wissel van Sven Kramer op de tien kilometer. Heel vervelend, maar ik was met twee dagen later bezig. Het waren walgelijke omstandigheden: regen en twee graden boven nul. Het had niets met wintersport te maken. Toch was ik geconcentreerd en alleen maar bezig met tegenstanders één voor één te verslaan. Die gouden medaille maakte een hoop los; eindelijk was het me ook gelukt om op de Spelen te presteren. Dat ik het honderdste goud voor Nederland heb veroverd, is leuk voor de geschiedenisboeken, maar daar had ik geen invloed op.” Edwin: “Ik zat al in het vliegtuig naar Nederland.” Nicolien: “Uiteindelijk kom je naar de Spelen voor jezelf en niet voor een ander. Als dat niet goed gaat, denk je: wegwezen. Ik kan me dat wel voorstellen.” Edwin: “Ik heb thuis nog wel naar de race gekeken. Eén op de drie teams ging onderuit of kwam niet goed beneden. Ondanks de hevige kritiek zei mijn gevoel meteen dat ik de juiste beslissing had genomen. Gelukkig is dat altijd hetzelfde gebleven. Ik heb er geen seconde spijt van gehad.” [caption id="attachment_22084" align="alignnone" width="1080"] Marianne Timmer & Gianni Romme, Nagano 1998[/caption] “Gianni Romme was in Nagano echt van een andere planeet. De man van Mars. Natuurlijk volgde ik hem op voet,” blikt Marianne terug. Het voormalig trainersduo van Team Continu was in Japan gezamenlijk goed voor vier gouden medailles. Timmer won goud op de 1000 en 1500 meter, Romme was oppermachtig op de 5000 en 10.000 meter. Gianni: “Hoewel we toen nog met kernploegen werkten en Marianne en ik dus in gescheiden ploegen zaten, beleefde ik haar succes wel en werd ik daardoor voortgestuwd. Er gebeurde elke dag iets in het dorp, er was zoveel succes voor Nederland. Echt gaaf.” Marianne: “Helaas hebben we elkaar toen nauwelijks gesproken. Dat kon ook niet. Ik was zo gefocust op mijn eigen taken, leefde helemaal in m’n eigen wereld. We hebben elkaars wedstrijden alleen op tv kunnen zien. Pas bij terugkomst kregen we door wat onze prestaties in Nagano teweeg hadden gebracht.” Na decennia gevuld met slechts spaarzame Nederlandse successen op de Winterspelen, domineerden de Nederlandse schaatsers in Japan. Bij terugkomst in Nederland werden de atleten massaal gehuldigd. Marianne: “Ik vond het gewoon eng. Dat staat me nog heel goed voor de geest, het was echt heftig. We werden allemaal in een limousine naar huis gereden. Dat ding zat vol deuken omdat ze maar bleven proberen foto’s van ons te maken.” Gianni: “Totale gekte! Het was een aantal Spelen slecht voor Nederland gegaan. Vier jaar eerder in Hamar was het niets. Ook in 1992 in Albertville was het ondermaats, alleen Bart Veldkamp wist daar te winnen. Bij de vrouwen was het ook al sinds Yvonne van Gennip in 1988 niets. Dat maakte de Spelen van 1998 extra speciaal. Men was dronken van geluk.” Marianne: “Misschien dat Nagano daarom voor mij extra bijzonder is. Ik werd op die baan ook de eerste Nederlandse wereldkampioene sprint, het heeft dus sowieso een speciale plek in mijn hart. Maar Nagano 1998 was nog heel knus, met een heel klein Holland Heineken Huis bijvoorbeeld. Na het succes daar was het in Salt Lake City en Turijn meteen volledig anders. Veel groter.” [caption id="attachment_22085" align="alignnone" width="1080"] Christine Aaftink & Bart Veldkamp, Albertville 1992[/caption] “Bart Veldkamp heeft voor ons die Spelen gered,” blikt Christine terug op de laatste Winterspelen waarbij er geschaatst werd op een buitenbaan. “Echt! Zovelen van ons eindigden net naast het podium. Ik ook, vierde op de 500 meter. Een loserplek! En toen pakte Bart op het eind alsnog goud op de tien kilometer. Ik was erbij in het stadion, een geweldige ervaring. Het maakte Albertville voor ons allemaal een klein beetje goed.” “Maar ook voor mij begonnen die Spelen slecht,” herinnert Bart zich. “De vijf kilometer was een drama. Het weer werkte totaal niet mee en dat ijs kon gewoon niet. Johann Olav Koss en ik moesten in de eerste ritten door een laag van regen en natte sneeuw ploeteren. Vervolgens werd er gedweild, ging er een hele laag prut af en konden al die eerste ritten zo de prullenbak in. Ik baal daar nog steeds van, ik ging daar voor twee keer goud en niets minder.” Christine heeft de Spelen van 1992 volledig geblokt door haar vijfde plek op de 1000 meter en de vierde op de 500 meter. “Ik heb die wedstrijd nooit teruggekeken. Ik verloor het brons op negenhonderdste van een seconde. Op een buitenbaan. Dat is misschien één verkeerd zuchtje wind. Een heel grote frustratie. Wat mij betreft hebben die Spelen nooit plaatsgevonden of ben ik er in ieder geval niet geweest!” Bart: “Ha, precies! Waren wij daar? Nee toch? Daar weten we niets meer van.” Voor Veldkamp brachten de Spelen van Albertville nog een unicum met zich mee. “Het was de eerste keer in mijn leven dat ik dronken was. En ach, dat ik precies op dat moment live op tv was bij Mart, was helemaal niet erg.” Christine: “Niemand vond dat erg. Er was zo’n ontlading, het eerste goud bij de mannen sinds Piet Kleine in 1976. Dat mocht gevierd worden.” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

skiën

Skispringer Matti Nykänen: van nationale held naar de gevangenis

Als skispringer vloog Matti Nykänen naar grote hoogten en [...]
Als skispringer vloog Matti Nykänen naar grote hoogten en won hij nagenoeg alles. Maar eenmaal terug op aarde, in de normale maatschappij, viel de Finse sportlegende zo diep dat het een wonder is dat de viervoudig olympisch kampioen er niet aan onderdoor is gegaan. Ondanks alle problemen, mede veroorzaakt door overmatig drankgebruik, blijven ze in Finland van hem houden. Finse grootheid Wie het Finse sportmuseum in Helsinki binnenloopt, kan er niet omheen. De vijf medailles van Matti Nykänen, behaald op de Olympische Winterspelen van Sarajevo (1984) en Calgary (1988). Ze liggen, met de linten keurig opgevouwen, meteen links na de ingang in een enorme glazen bekisting. Dat juist zijn plakken - vier gouden en één zilveren - op de meest prominente plek van het museum liggen is niet zomaar. Het is een eerbetoon aan misschien wel de grootste sportman die Finland ooit heeft gekend. Want hoe bijzonder de prestaties van de autocoureurs Mika Häkkinen en Kimi Räikkönen, beiden ooit wereldkampioen in de Formule 1, en topvoetballer Jari Litmanen ook zijn, zij staan ver in de schaduw van Nykänen, zo blijkt na een korte rondgang door het museum. Waarom heeft de skispringlegende anders bijna een hele hoek tot zijn beschikking, terwijl Häkkinen, Räikkönen en Litmanen een vitrinekast moeten delen? Volgens Evert ten Napel, die namens Studio Sport tientallen jaren het commentaar bij het skispringen verzorgde, is dat niet zo raar. “Onderschat Nykänen niet, hè,” zegt Ten Napel over de man wiens afbeelding in zowel Finland als Noord-Korea op een postzegel staat. “Bij ons mag hij misschien niet zo heel erg bekend zijn, maar neem van mij aan: hij is een absolute grootheid, zeker in Finland. Die heeft daar zo’n beetje dezelfde status als Ard Schenk en Sven Kramer bij ons. Ja, in die categorie moet je echt denken.” Ten Napel kan het weten. Hij heeft de inmiddels 52-jarige Nykänen in de jaren tachtig en negentig geregeld vanaf zijn commentaarpositie voorbij zien vliegen op een manier zoals maar weinigen dat konden. Want hoe het de Fin in 1985 lukte om als eerste persoon ooit de magische barrière van 190 meter te doorbreken, dat neigde toen gewoon naar tovenarij. “Ik vergeleek Nykänen altijd met de Italiaanse slalomspecialist Alberto Tomba,” vertelt Ten Napel, “en dat deed ik natuurlijk niet zomaar. Als Tomba aan de start verscheen, wist je namelijk dat je moest opletten. Er ging wat gebeuren. Of het ging volledig mis, of je was getuige van een wonderbaarlijke race. Met Nykänen was dat precies zo.” Dat zijn sprongen, net als de afdalingen van Tomba, vaker subliem waren dan slecht wordt wel duidelijk na het lezen van de plaquette die naast de vijf medailles hangt. Het doet bijna onwerkelijk aan, zoveel won hij. Zo piekte Nykänen niet alleen in Sarajevo en Calgary - waar hij samen met de gouden Yvonne van Gennip de succesvolste sporter van de Spelen was - maar behaalde hij tussen 1981 en 1991 ook onder meer zes wereldtitels en 46 wereldbekerzeges en werd hij tweemaal winnaar van het prestigieuze Vierschansentoernooi. Kwade dronk Ook dat is geen toeval, meent Ten Napel. “Natuurlijk, Nykänen had talent. Laat daar geen twijfel over bestaan. Maar het is niet zo dat het ’m is komen aanwaaien. Integendeel, als kind trainde hij zich al uit de naad en stond hij dagelijks op een schansje van tien meter bij hem in de buurt. In al die jaren heeft hij daar wel duizenden sprongen gemaakt. Dat deed hij niet alleen omdat hij dat leuk vond, hij deed dat ook omdat hij de beste van de wereld wilde worden. En dat is ’m meer dan gelukt.” Maar hoe wonderlijk Nykänen als sporter was, des te merkwaardiger was hij als persoon. “En heel excentriek,” herinnert Ten Napel zich nog. “En zwijgzaam. Het had dan ook geen enkele zin om hem aan te spreken als hij toevallig langs me liep. Dat hadden mijn Finse collega’s me allang ingefluisterd. Hij zei toch nooit wat terug, laat staan dat hij een interview wilde geven. Hij was altijd in zichzelf gekeerd, heel stil.” Schreeuwend waren wel de enorme koppen die bijna dagelijks over hem op de voorpagina van de tabloids stonden. Dat die ondertussen niet alleen meer over zijn geweldige prestaties gingen, maar vaker over zijn wangedrag, dat was geen verrassing meer. Want als Nykänen dronk, was hij niet meer te houden. Zijn biograaf Egon Theiner zei later niet voor niets dat Nykänen twee gezichten had: nuchter was hij de allerliefste man op aarde, maar met drank op werd hij ineens heel agressief en gevaarlijk. Dat bleek wel in 2002 toen hij na een verloren potje armpje drukken en na veel drank een mes in de rug van een vriend plantte. Zelf ontkende Nykänen het, maar de rechter vond zoveel bewijzen dat hij een gevangenisstraf van twee jaar kreeg opgelegd. Dat hij een paar jaar later opnieuw de cel in moest – hij had zijn vrouw op kerstavond 2009 met een keukenmes en een riem bewerkt – verbaasde dan ook niemand. Dorpsgek De vergelijking met een dorpsgek, een ongeleid projectiel die niet met de successen en roem kon omgaan, werd dan al snel gemaakt. Zeker omdat de zoon van Jyväskylä na zijn loopbaan opdook in de meeste wonderlijke settings, variërend van stripper, volkszanger tot politicus. Hij werd zelfs even het gezicht én de stem van een hitsige sekslijn. Maar hoe dwaas en onzinnig zijn acties ook leken, zelf zag hij dat beduidend anders. Volgens hem kwam dat omdat hij nooit heeft kunnen wennen aan zijn nieuwe leven. ‘Na al die jaren had ik ineens geen structuur meer,’ zo liet hij optekenen in zijn biografie Matti. ‘Bovendien merkte ik dat de normale maatschappij een totaal andere wereld is dan de skiwereld. En daarmee kon ik maar moeilijk overweg.’ Dat Nykänen met smart terugverlangde naar zijn oude leventje bleek wel in de aanloop naar de Olympische Spelen van Sochi, toen hij een heuse comeback overwoog. Met een versleten lichaam en een paar kilo extra om de heupen won de Fin weliswaar goud bij het officieuze WK voor veteranen, maar een rentree op het allerhoogste niveau was iets te veel van het goede. Een sprong van een dikke dertig meter mag dan wel in het veteranencircuit een unieke prestatie zijn; maar dat geldt niet als je kanonnen als Peter Prevc, Kamil Stoch en Anders Fannemel wilt verslaan, de nieuwe generatie die inmiddels gemakkelijk een afstand van liefst 250 meter haalt. Voor Nykänen rest niets anders meer dan herinneringen. Want de medailles die in het Finse sportmuseum hangen, op een kleine sprong van de plek waar de langeafstandsloper Emil Zátopek op de Zomerspelen van 1952 sportgeschiedenis schreef, zijn inmiddels niet meer van hem. Wegens torenhoge schulden heeft hij die ooit moeten verkopen. Triest, aldus Ten Napel. “Maar kennelijk hoort dat allemaal bij het heldendom. Wat dat betreft kan hij zo in het rijtje George Best en Paul Gascoigne. Al doe je Nykänen daarmee wel tekort, vind ik. Hij is weliswaar volledig ontspoord en het valt natuurlijk niet goed te praten wat hij heeft gedaan en waarvoor hij is veroordeeld. Maar dat neemt niet weg dat hij een geweldige sportman was. Eentje die echt heel veel heeft gewonnen. Zo zal ik hem dan ook blijven herinneren.” Dat doen de Finnen ook. Want om hem nu ineens te laten vallen, dat nooit. Daarvoor hebben ze al die jaren te veel van hem genoten. Dat de inmiddels vadsige Nykänen - die tegenwoordig met zijn zesde vrouw in Oulu woont waar hij aan de weg timmert als tv-kok - een paar jaar terug bij de première van zijn eigen film laveloos over de rode loper liep, maakte niemand in Finland dan ook wat uit. Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'