Word abonnee
Meer

Honkbal

Andruw Jones als bondscoach: hoe de MLB-icoon het Koninkrijksteam samenbrengt

Als outfielder domineerde hij in de Major League Baseball. Nu staat hij in de dug-out als bondscoach van het Koninkrijksteam. Andruw Jones (48) is nog steeds mateloos populair in de Verenigde Staten. We gingen bij de toekomstige Hall of Famer op bezoek in Miami tijdens de World Baseball Classic. “Andruw was als kind mijn idool. Nu is hij mijn manager, dat maakt het echt bijzonder.” De zon verhit het beton rond LoanDepot Park tijdens de World Baseball Classic in Miami. Waar bij de meeste sporten een uitgebreid interview met de trainer op de wedstrijddag een absolute no- go is, is dat in het honkbal net even anders. Andruw Jones nodigt journalisten tijdens de warming-up uit in de dug-out en neemt alle tijd om vragen te beantwoorden vlak voor aanvang van de World Baseball Classic, het grootste honkbalpodium buiten de Major League Baseball (MLB). Andruw Jones, de man die jarenlang schitterde in de MLB en een voorbeeld was voor veel van de voormalige Nederlandse Antillen afkomstige honkballers, is tegenwoordig bondscoach van het Koninkrijksteam, een ploeg waarin spelers afkomstig van Curaçao, de andere nabijgelegen eilanden Aruba en Nederland één veld delen. “Ik ben opgegroeid op Curaçao, net als veel andere jongens uit dit team, maar ik kom graag in Nederland. Vooral in Amsterdam. Wat ik het mooist vind aan Nederland? Ik ben dol op Hollandse kaas,” vertelt hij lachend. One of the guys Jones speelde zelf ook voor het Koninkrijksteam voordat hij in 2016 met honkbalpensioen ging. Hij was er niet bij toen het team in 2011 wereldkampioen werd in Panama, destijds kregen de supersterren uit de Major League van hun clubs nog geen vrijaf om mee te doen. “Ik heb het altijd een enorme eer gevonden om voor het nationaal team te spelen. En ik heb het team ook in de periodes dat ik niet speelde nauwlettend gevolgd. Ook tijdens het succesvolle WK in 2011. Ik speelde in Major League Baseball, dus mocht destijds niet meedoen.” Sinds voor een nieuwe opzet is gekozen en het WK voor landenteams de naam World Baseball Classic draagt, mogen de beste en bekendste honkballers wel meedoen van de MLB. Sterker: ze wíllen ook graag meedoen. Het is de enige keer dat supersterren hun Major League-uniform verruilen voor nationale kleuren. Dus kan het gebeuren dat Kenley Jansen, pitcher van de Detroit Tigers, Chadwick Tromp, catcher van de Atlanta Braves, infielders Ozzie Albies van de Braves, Xander Bogaerts van de San Diego Padres, oud MLB-ster Didi Gregorius, die nu in de Mexicaanse competitie speelt, voor hetzelfde team uitkomen. Jones weet hoe dat voelt. In 2013 stond hij op het veld toen Nederland de halve finale haalde. “Het is altijd bijzonder om je land te vertegenwoordigen. Binnen het Koninkrijksteam voelen we ons één grote familie: van Curaçao tot Bonaire en Sint Maarten tot Nederland. Als iemand goed genoeg is om het team te helpen, dan hoort hij erbij. Ik ben het soort manager dat tussen de spelers in staat. Natuurlijk ben ik de manager, maar ik ben ook gewoon onderdeel van de groep. We kaarten, maken grapjes, drinken soms samen wat. Ik ben eigenlijk gewoon one of the guys. Ik ben ook speler geweest, heb in hun schoenen gestaan, weet wat spelers fijn vinden. Het is belangrijk dat de sfeer ontspannen is, zodat iedereen zich op z’n gemak voelt en plezier heeft.” Tegelijkertijd moet Jones in zijn rol als bondscoach balanceren tussen MLB- belangen, pitchlimieten, verzekeringen, de zorgen van clubs over hun duurbetaalde sterren én nationale ambitie. Chadwick Tromp, net als Jones in zijn gloriedagen uitkomend voor Atlanta Braves, is vol lof over de bondscoach. “Vroeger keek ik altijd de wedstrijden van de Braves, omdat Andruw Jones daar speelde. Ik klom dan bij mijn oma op schoot en dan zaten we thuis aan de televisie gekluisterd. Door de jaren heen heb ik een goede band met Andruw opgebouwd. Hij is nog steeds actief betrokken bij de Braves, dus ik spreek hem veel. Onze relatie gaat verder dan alleen honkbal.” Ook Shairon Martis, die al twintig jaar bij het team zit, Jones ook als speler heeft meegemaakt en ook afkomstig is van Curaçao, is vol lof. “Andruw was als kind mijn idool. Nu is hij mijn manager, dat maakt het echt bijzonder.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Quinten Post lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Basketbal

Van ‘luie puber’ tot NBA-center: het onwaarschijnlijke verhaal van Quinten Post

Quinten Post stopte op zijn vijftiende met basketbal. Anderhalf jaar later begon hij opnieuw. Nu, op zijn 26ste, is hij center van Golden State Warriors, een van de beste teams in de NBA. Een gesprek met de geboren Amsterdammer over zijn opmerkelijke weg naar de top. "Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen." Geregeld scheurt een 2 meter 13 lange Nederlander op een e-step door de straten van San Francisco. Zijn naam: Quinten Post. “Ik woon in een vrij moderne wijk op korte afstand van Chase Center, rij vaak met een e-step naar de hal toe. Dat gaat vlotter dan met de auto.” De geboren Amsterdammers is sinds 2024 center van NBA- team Golden State Warriors. Dat is niet zomaar een club, het is het meest succesvolle team van de afgelopen jaren getuige de kampioenschappen in 2015, 2017, 2018 en 2022. Quinten speelt er aan de zijde van superster en volbloed schutter Stephen Curry, al jaren een van de beste basketballer ter wereld. In de kleedkamer zit hij vlak bij Curry , in de ogen van Post de allerbeste schutter die ooit geleefd heeft en de man die de driepunter heeft gerevolutioneerd. Op 27 december 2024 ging een droom in vervulling en speelde Quinten zijn eerste minuten in de NBA. Hij verdiende vervolgens een jaarcontract voor het huidige seizoen. Hij is niet meer weg te denken uit de vaste groep spelers die coach Steve Kerr benut. Maar achter dat ogenschijnlijke vanzelfsprekende schuilt een wereld die allesbehalve gewoon is. Quinten is in een totaal andere wereld terechtgekomen. Het spelen in de NBA is enorm intensief. Voor de 82 competitiewedstrijden in het reguliere seizoen reist hij zeven maanden lang door heel Amerika. Uitrusten gebeurt vaak in het vliegtuig. a die 82 wedstrijden volgen voor de Warriors vrijwel altijd de play-offs. Als je team het daar goed doet komen er nog eens twintig wedstrijden bij. Om in zo’n situatie je ritme en voldoende ontspanning te vinden is een behoorlijke uitdaging die Quinten moest leren omarmen. Daarnaast weet hij de schijnwerpers voortdurend op zich gericht. De wedstrijden van de Warriors zijn wereldwijd te zien en hij doet zijn ‘werk’ in sportstadions die gevuld zijn met twintigduizend toeschouwers. Luie puber Quinten heeft het geschopt tot de NBA. Gedurende zijn eerste seizoen had hij geregeld contact met Rik Smits, die twaalf seizoenen center van de Indiana Pacers was in de NBA. The Dunking Dutchman werd in 1998 als eerste en enige Nederlander gekozen voor de jaarlijkse All Star Game. Quinten dineerde afgelopen seizoen met zijn in de staat Arizona wonende voorganger, van wie hij vroeger een basketbalboek met plaatjes had, en luisterde naar zijn ervaringen. Hij sloeg alle bruikbare informatie op. Toch scheelde het maar een haartje of hij had een heel andere baan gehad en waarschijnlijk nog in Amsterdam gewoond. Quinten stopte op zijn vijftiende met basketbal. Door allerlei oorzaken versleet hij drie scholen en was zijn motivatie voor basketbal helemaal weg. “In die periode groeide ik van 1 meter 85 naar 2 meter 6. Ik klooide maar wat aan en mijn ouders hielden wel een oogje in het zeil, maar lieten mij vooral mijn eigen weg vinden. Ik was een behoorlijk luie puber. Voor de selectie van Nederland onder 15 moest ik in het weekend van negen tot vijf trainen. Dat zag ik helemaal niet zitten. Ik deelde dat op een dag met mijn moeder. Mijn vader stond de volgende ochtend op mij te wachten. Als ik niet meer wilde basketballen, dan moest ik dat zelf maar tegen de coach zeggen. De coach zei alleen maar: ‘Oké.’ Ik had niet de illusie dat ik de selectie zou halen, dus wellicht dacht de coach alleen maar: hoef ik in elk geval een speler minder teleur te stellen.” Zijn basketbalpensioen duurde anderhalf jaar. Zijn eveneens basketballende vader Arjen wist Quinten zover te krijgen dat hij een keer mee ging doen met het team van zijn pa. “Na een paar keer begon ik de smaak weer te pakken te krijgen. Halverwege het seizoen ging ik bij Apollo in het derde team van onder 18 spelen. Ik werd steeds beter.” Na dat seizoen werd hij ingedeeld in het tweede, waarop Quinten op coach Wierd Goedee afstapte. “Ik wilde bij Apollo in het eerste team van onder 18 spelen. Goedee twijfelde of ik het basketbal wel serieus genoeg nam. Ik vertelde dat ik de keuze om het basketbal heel serieus te nemen al had gemaakt en kreeg de kans om dat te bewijzen in het eerste.” Al snel voelde Quinten dat hij klaar was voor een volgende stap: het buitenland. Vader Arjen stuurde mails naar vooraanstaande Europese clubs. Alba Berlin toonde belangstelling. Met de jeugd van Alba speelde hij een jaar lang tegen seniorenteams op het vierde niveau van Duitsland. Quinten kreeg steeds meer controle over zijn snel gegroeide lichaam en na een jaar was hij klaar voor een volgende stap. “Ik ben met mijn vader om tafel gaan zitten en we hebben de opties op een rijtje gezet. Ik kon naar een nog hoger aangeschreven basketbalopleiding in Europa of de stap maken naar een Amerikaans college. Mijn vader was meer een voorstander van de Europese route; naar Servië. Ik koos vastberaden voor de stap naar Amerika.” Quinten glimlachend: “Mijn stiefmoeder vertelde dat mijn vader een aantal nachten slecht geslapen heeft toen ik tegen zijn advies in een andere keuze maakte.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Quinten Post lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami.Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Veldrijden

Van veldrijden naar klassiekers: de succesformule van Mathieu van der Poel

Met het winnen van zijn achtste wereldtitel veldrijden schreef Mathieu van der Poel (31) afgelopen februari geschiedenis. Dit voorjaar kan hij dat in de door hem zo geliefde Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix opnieuw doen. Aan de hand van vijf thema's en uitspraken van de Nederlandse topcoureur bespreken intimi en kenners zijn karakter, ontwikkeling en succesformule. Het palmares van Mathieu 'Op twaalfjarige leeftijd had ik het onmogelijk geacht. als je me toen had gezegd dat ik acht wereldtitels in de cross en acht monumenten op de weg zou winnen.' Raymond Poulidor verkondigde het al in 2014 toen Mathieu van der Poel hem samen met vader Adrie verraste met een bezoekje aan het Village Départ tijdens de Tour de France. De topcoureur van weleer was ambassadeur van Crédit Lyonnais, de sponsor van de gele trui, en met zijn kleinzoon maakte hij een rondgang langs zijn collega's. Met vertederende trots noemde Poulidor hem 'mon petit phénomène'. Mathieu was destijds negentien jaar en stond op de drempel van een profcarrière. Hij was al tweemaal wereldkampioen veldrijden en eenmaal wereldkampioen op de weg bij de junioren geworden. De voorgaande winter had hij zijn eerste veldritten bij de elites gereden. De contouren van een glansrijke loopbaan waren zichtbaar, maar niemand die nog echt kon bevroeden tot welke grote hoogten Mathieu zou reiken. Behalve Papi Poulidor, die kende geen enkele twijfel. Terwijl de camera van Sporza draaide voor een reportage in het Belgische avondprogramma Vive le Vélo, vertelde hij aan wie het maar wilde horen dat zijn kleinzoon 'een heel grote' ging worden. Tijdens hun rondgang liepen ze een andere oud-kampioen tegen het lijf: 'Dit is Gilbert-Duclos Lassalle,' zei Poulidor tegen Mathieu en maakte vervolgens bijna achteloos de opmerking: 'Hij heeft twee keer Parijs-Roubaix gewonnen. Maar jij gaat 'm vier keer winnen.' Het blijken welhaast profetische woorden van Poulidor te zijn geweest. Twaalf jaar later heeft Mathieu een erelijst die uitpuilt van de hoofdprijzen, vooral in de voorjaarsklassiekers. Met - tot begin maart 2026 - onder meer drie zeges in de Ronde van Vlaanderen én Parijs-Roubaix, twee overwinningen in Milaan-San Remo, twee in de E3 Saxo Classic en Dwars door Vlaanderen, eenmaal de Amstel Gold Race en de Strade Bianche, twee ritzeges in de Tour en als klap op de vuurpijl de wereldtitel op de weg van 2023. Afgelopen februari volgde de zoveelste mijlpaal toen Mathieu in het Zeeuwse Hulst voor de achtste keer wereldkampioen veldrijden werd en daardoor het record van meeste wereldtitels in de cross, dat hij tot dat moment deelde met Erik De Vlaeminck, alleen in handen nam. Het was zijn tiende regenboogtrui in totaal op profniveau, nadat hij in 2024 ook al wereldkampioen gravel was geworden. “Acht is uniek,” zei Philip Roodhooft, teambaas van Alpecin-Premier Tech, na afloop van de podiumceremonie in Hulst, waar Mathieu werd gefeliciteerd door niemand minder dan koning Willem-Alexander. Roodhooft: “We staan er zelden bij stil maar op dagen als deze denk je: oei, het is toch echt wel iets heel bijzonders. Veel beter zal het niet worden. Toen we eraan begonnen, hadden we nooit kunnen denken dat het zou leiden tot alles wat al is geweest. We hadden wel het idee dat Mathieu een heel goede veldrijder ging worden. Dat was het uitgangspunt. Zowel voor hem als voor ons. Er was totaal nog geen ambitie op de weg. Ik denk dat we het goed hebben gedaan doordat we er als ploeg altijd in zijn geslaagd de juiste stappen te zetten, waardoor we Mathieu de kansen konden geven. Van een jonge kerel is hij een man geworden. Als je de foto's ziet van de atleet die hij in 2015 was...Dat is totaal iemand anders.” De evolutie van Mathieu ‘Ik geniet nu meer van de fiets en van het werk dat ik erin stop vergeleken met tien of vijf jaar geleden. Met het ouder worden kan ik meer trainen en harder werken.’ Wat betreft zijn postuur is Mathieu in niets meer te vergelijken met de ietwat iele snaak bij de start van zijn profloopbaan. Zowel naast, maar vooral op de fiets straalt hij een en al kracht uit. Elke pedaalomwenteling barst van de power. Niemand die zo hard een keienklimmetje op kan vlammen of zo hard over een kasseienstrook kan vliegen als hij. Het is het resultaat van jarenlange trainingsarbeid, die met het sterker worden van zijn lichaam en het groter worden van zijn inwendige motor steeds meer is opgeschroefd. “Het is alleszins een evolutie geweest die heel geleidelijk en gestaag is gegaan,” zegt Alpecin-Premier Tech-ploegleider Christoph Roodhooft. “Ik vind dat je aan foto's uit zijn jongere jaren wel al duidelijk de karakteristieken ziet van het lichaam dat hij nu heeft. De contouren waren al zichtbaar. Nu is alles veel meer ontwikkeld; Mathieu is elk jaar verbeterd en zijn trainingsload is telkens omhooggegaan. Nu zitten we wat dat betreft niet op een maximum, maar toch wel op een plateau. Sommige trainingsdagen zijn volledige werkdagen, maar Mathieu heeft daar geen problemen mee. Hij heeft een manier gevonden om dat leuk en aangenaam te vinden.” Meer lezen? De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Op Lorena Wiebes staat geen maat. Overwinningen viert ze geregeld met verwijzingen naar liedjes van Jan Smit. De rapste vrouw van het peloton heeft ook haar zinnen gezet op de baan en olympisch goud. Maar online haat is er ook. “Heel makkelijk is het om vanachter een toetsenbord alles de wereld in te slingeren.” Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami. Lando Norris onttroonde Max Verstappen als wereldkampioen Formule 1. De Britse coureur van McLaren is open over zijn twijfels en mentale problemen. “Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben.” Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Bobslee

Kimberley Bos: ‘Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is’

Kan Kimberley Bos (32) goud winnen in het skeleton? Het zou een sensatie zijn voor de vrouw die vier jaar geleden olympisch brons won en vorig jaar de wereldtitel veroverde. Een verhaal over blauwe plekken, Nicolien Sauerbreij en haar bijzondere weg naar de top. MIJN WERELDTITEL Je bent al jaren de meeste constante skeletonster, maar de wereldtitel ontbrak nog. Hoe groot was de ontlading toen je in maart goud won? “Heel groot. Ik zat er al jaren in de buurt. Afgelopen jaar was het ook weer heel erg spannend: de eerste zeven in het klassement stonden na de eerste dag heel dicht bij elkaar. Op de tweede dag viel het goed.” Hoe komt het dat het de jaren daarvoor steeds net niet lukte? “De concurrentie is heel goed. Daarnaast is skeleton een buitensport, heel veel factoren zijn van invloed op je prestaties. Het is heel moeilijk om vier goede runs achter elkaar neer te zetten. Ik ben de afgelopen jaren steeds constanter geworden. In St. Morriz, tijdens het WK in 2023, heb ik een heel goed WK gesleed, maar was een Duitse net een honderdste beter. Zilver. Tijdens het WK van 2024 in Winterberg was het duidelijk waarom het niet lukte; ik kampte met technische problemen. Het was eigenlijk een kwestie van tijd dat ik wereldkampioen zou worden. Alles moest alleen even op z’n plek vallen.” Hoe heb je het gevierd? “Niet erg uitbundig. Je hebt nog een dopingcontrole en tegen de tijd dat je die hebt gehad, is het vaak al heel laat. We hebben op de terugweg nog een pizza gehaald, een drankje gedaan en daarna ben ik mijn bed ingedoken. Helemaal gesloopt... heel saai eigenlijk.” MIJN ANGSTEN Ben je weleens bang als je met je hoofd naar voren en op je buik op je slee ligt? “Bang, nee, dat ben ik nooit als ik bovenaan de baan sta. Soms heb ik onderweg wel eens dat ik denk: oei, dat ging maar net goed. Toen ik in Cortina d’Ampezzo voor het eerst bovenaan de olympische baan stond, voelde ik wel zenuwen. Omdat het daar moet gebeuren. Kijk, er kleeft natuurlijk altijd een risico aan onze sport, daarom moet je altijd heel erg alert zijn. Ach, het maakt de sport ook wel mooi dat het gevaar altijd ergens aanwezig is.” In 2024 sloot de sluiting van je helm net voor de start niet. Toch ging je naar beneden. Je zag bijna niks en werd negende bij dat WK. Daar heb je slechte nachten van gehad... “Tijdens dat WK ging veel mis. Voor de start van mijn run kreeg ik mijn helm niet vastgeklikt, terwijl ik van start moest. Het gaat op zo’n moment allemaal zo snel, je moet in een split second risico’s afwegen en handelen. Wat ik heb gedaan, raad ik absoluut niemand aan. Het belangrijkste was dat ik van start ging, anders was ik meteen gediskwalificeerd. Het was in Winterberg, dat is mijn thuisbaan. Ik wist dus goed dat ik niet van mijn slee af zou vliegen. Bij veel andere banen, die veel gevaarlijker zijn, had ik het niet gedaan. 'Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht' Tijdens de race kwam mijn losse helm steeds verder omhoog, dus op een gegeven moment zag ik niks meer. Niet heel bevorderlijk voor de veiligheid en snelheid. Het was eigenlijk te idioot voor woorden. Ik ben niet gediskwalificeerd, omdat er in de regels staat dat de helm op je hoofd moet zitten, niet dat die vast moet zitten.” Lachend: “Dat de helm wél echt vast moet zitten, hebben ze na afloop aangepast in de regelementen.” Jouw ouders krijgen vast af en toe een hartverzakking. “Mijn moeder had toen ik overstapte van de bobslee naar de skeleton geen idee van de gevaren. Wij skeletonners crashen vaker, maar de klappen van de bobslee hebben meer impact. In de beginjaren van skeleton, bobsleën en rodelen zijn er veel ongevallen geweest. Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is.” Waarom heb jij de overstap gemaakt van de bobslee naar de skeleton? “Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht. Daardoor verloor ik al zoveel tijd tijdens de start en dat haalde ik niet meer in. Ik ben tussen de 65 en 70 kilo, een bobsleepiloot moet minstens 75 kilo zijn, maar het liefst nog iets zwaarder. Dat krijg ik er niet bij zonder dat het ten koste gaat van mijn atletische lijf. Ik kan vast wel 75 kilo worden, maar dan kan ik niet meer normaal rennen.” Krijg je mentale hulp? “Ik werk met een sportpsycholoog, zij is helemaal geïntegreerd in mijn team. Mijn coach Joska Le Conté, fysio en mental coach werken allemaal heel nauw samen, zodat ik mentaal gezien zo rustig mogelijk aan de start sta. In onze sport kun je fysiek nog zo goed zijn, als je het in je hoofd niet op een rijtje hebt, ga je nooit heel hard.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Kimberley Bos komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Tennis

Tallon Griekspoor: ‘Mijn beste jaren moeten nog komen’

Tallon Griekspoor is al een tijd lang de beste tennisser [...]
Tallon Griekspoor is al een tijd lang de beste tennisser van Nederland. Hij sloot het jaar af als nummer 25 van de wereld, won in 2025 zijn derde ATP-titel. Dit jaar viert hij zijn dertigste verjaardag en doet hij voor de negende keer mee aan het hoofdtoernooi van het ABN AMRO Open (7-15 februari) in Rotterdam. Voor nummer 80 van Helden Magazine spraken we met Tallon. “De top twintig is zeker een doel in 2026.” Tallon Griekspoor Richard Krajicek “Ik heb al een aantal jaren te maken met Richard in zijn rol als toernooidirecteur van het ABN AMRO Open, maar bij Richard denk ik toch in de eerste plaats aan zijn Wimbledon-titel uit mijn geboortejaar 1996. Ik ben geboren op 2 juli, was een paar dagen oud toen hij als eerste en nog altijd enige Nederlander een Grand Slam-titel won. Richard is voor mij altijd een voorbeeld geweest, hoewel ik hem nooit in het echt heb zien spelen. Richard had een big serve, speelde vaak service-volley. Zijn manier van spelen zie je niet meer zo vaak in deze tijd.” Tallon Griekspoor behoort bijna tot het meubilair tijdens het ABN AMRO Open. Hij maakt in februari, bij de 53ste editie, voor de negende keer zijn opwachting in het hoofdtoernooi. “Dat ik al zo vaak mee heb gedaan in Rotterdam, heb ik ook te danken aan Richard. Hij heeft me in het begin vaak een wildcard gegeven. Geweldig hoe hij en het toernooi mij altijd hebben gesteund. Het ABN AMRO Open is voor mij een van de mooiste toernooien – zo niet het mooiste toernooi - van het jaar. Ik speel helaas niet heel vaak in eigen land. Het is schitterend om de steun van het thuispubliek te voelen en te weten dat veel vrienden en familie op de tribune zitten.” Spelen voor eigen publiek maakt sowieso extra krachten los bij Tallon. Hij won in 2023 het grastoernooi van Rosmalen, dat betekende destijds zijn tweede ATP-titel. In de Davis Cup stijgt hij ook vaak boven zichzelf uit. Sterker, hij verloor nog nooit op Nederlandse bodem als hij voor het Nederlands team uitkwam. En wat het ABN AMRO Open betreft: het vertrouwen beschaamde Tallon nooit in Rotterdam. In 2023 en 2024 reikte hij tot de halve finale in Ahoy. Beide keren moest Jannik Sinner eraan te pas komen om hem te stoppen. “Ja, het is een mooi huwelijk tussen Rotterdam en mij. De grootste overwinningen aan het begin van mijn loopbaan boekte ik bijna allemaal in Rotterdam.” Zijn naam zou niet misstaan op de boarding met toernooiwinnaars. Tom Okker (1974), Richard Krajicek (1995 en 1997) en Jan Siemerink (1998) zijn de drie Nederlanders die ooit het ABN AMRO Open wonnen. “Het is een heel grote droom dat mijn naam daar ook tussen komt te staan. Het ‘probleem’ van Rotterdam is dat het zo’n ongelooflijk sterk bezet toernooi is. Dat ik daar twee keer de halve finale heb bereikt, is eigenlijk al heel bijzonder.” Botic van de Zandschulp en Jesper de Jong “Botic is een jaar ouder dan ik en we hebben hetzelfde traject doorlopen. We zijn bijna op hetzelfde moment de top honderd binnengekomen en daarna allebei richting plek twintig op de ranking gegaan. We hebben ook jarenlang samen Davis Cup ge- speeld. Die relatie is ook een periode wat minder geweest, toen we elkaar juist veel meer zagen als concurrenten. De laatste ja- ren is onze band juist heel erg goed. We zien elkaar als collega’s, zijn er om elkaar te helpen en beter te maken. Als we allebei in Nederland zijn, trainen we vaak samen, hebben geregeld contact. Over tenniszaken, maar ook over andere dingen. Als hij mijn ad- vies wil, weet hij mij te vinden. En andersom. Toen ik afgelopen jaar met het plan liep om me af te melden voor de Davis Cup heb ik mijn twijfels eerst met Botic besproken. Hij was de enige die wist dat ik me af ging melden. En Botic heeft het er met mij over gehad dat het leven als tennisser hem af en toe zwaar valt. Ik denk dat het mij wat makkelijker afgaat, kan er ook iets meer van genieten wat we allemaal meemaken. Ik denk dat het gewoon een karakterdingetje is. Botic lijkt iets strenger voor zichzelf. Hij is een geweldige tennisser en ik ben ervan overtuigd dat hij terug kan komen op zijn allerbeste niveau.” Van de Zandschulp sloot het jaar af als nummer 77 van de wereld, de 25-jarige De Jong als nummer 76. “Jesper heeft afgelopen tijd de stap naar de top honderd gemaakt, is een paar jaar jonger. Ik heb hem veel minder vaak gezien bij toernooien. We trainen ook af en toe met elkaar, maar de band is toch anders dan die met Botic, met wie ik zoveel heb meegemaakt.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Tallon Griekspoor komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Mountainbiken

Dé sportmomenten van 2025: de mentale strijd van Fem van Empel

En dat is drie. Fem van Empel veroverde op 1 februari na [...]
En dat is drie. Fem van Empel veroverde op 1 februari na een spannende strijd met Lucinda Brand en Puck Pieterse de hattrick aan wereldtitels veldrijden compleet in het Franse Lievin. Ze was nog maar 22 jaar toen ze voor het derde jaar op rij de regenboogtrui aan mocht trekken. Even zo vaak werd ze Europees kampioene. En dan te bedenken dat ze het veldrijden ook nog combineerde met het mountainbiken en wielrennen op de weg. Het leven lachte het multitalent toe. Afgelopen vrijdag maakte ze bekend voor onbepaalde tijd te stoppen met topsport, haar contract met Visma-Lease a Bike wordt daarom op 1 januari beëindigd. We wensen haar alle geluk. Schijn bedriegt. Terwijl Fem de sportieve successen opstapelde, vocht ze tegelijkertijd een mentale strijd uit met zichzelf. Met een korte, openhartige boodschap op haar Instagram maakte ze In maart bekend dat ze een pauze in ging lassen. "Ik voelde eigenlijk allang dat het niet goed met me ging," vertelde ze in oktober een interview met Sporza. Ze voelde al langere tijd dat het niet goed met haar ging. "Maar als sportief alles heel goed gaat, is het lastig om te zeggen: we stoppen ermee. Ook al is het gevoel bij jezelf niet goed. Voor de buitenwereld heb ik goed verbloemd dat het helemaal niet goed met me ging. Als sporter was ik succesvol, maar dat had zijn consequenties op menselijk vlak." Het perfectionisme van Fem zat haar in de weg. "Ik mocht niks meer van mezelf. Ik kon zelfs niet meer genieten van een vrije dag om eens iets anders te gaan doen. Het ging non stop door. Ik was mezelf niet meer. En ik ben blij dat ik dat toen ook openlijk uitgesproken heb. Daar ben ik misschien nog wel het meest trots op. Ik heb me toen kwetsbaar opgesteld, zonder ermee bezig te zijn wat de reacties zouden zijn. Ik koos voor mezelf op dat moment. Het ging erom om mezelf weer te ontdekken." Tijdens de break van het fietsen deed ze ‘heel normale dingen’. "De stad in om iets te eten, met vrienden afspreken, lange wandeltochten met m'n oom. Het heeft me zoveel inzicht gebracht over hoe ik het op een andere manier wil doen." ‘Ik heb verbloemd dat het niet goed ging’ In oktober keerde ze terug. Ze verklapte dat de focus op veldrijden ging, dat het wielrennen op de weg niet de prioriteit meer heeft. Ze wil dingen doen waar ze lol aan beleeft. Maar al snel kneep ze opnieuw in de remmen. Een radiostilte volgde. Bondscoach Gerben de Knegt zei tegen Het Nieuwsblad: “Ik weet wat er speelt. Ze zit fysiek en mentaal niet in haar beste periode. Laten we het daar dan maar op houden.”

Veldrijden

Dé sportmomenten van 2025: het superjaar van Mathieu van der Poel

Het was opnieuw een superjaar voor Mathieu van der Poel. [...]
Het was opnieuw een superjaar voor Mathieu van der Poel. Begin februari veroverde hij met groot vertoon van macht zijn zevende wereldtitel in het veldrijden. Daarmee evenaarde hij het record van Erik De Vlaeminck. Vervolgens maakte MvdP de overstap naar de weg. En daar kwam hij die andere veelvraat tegen: Tadej Pogacar. De twee maakten er een spektakel van in de voorjaarsklassiekers. Mathieu won Milaan- San Remo en liet Filippo Ganna en Pogi achter zich. Matje won ook Parijs-Roubaix, voor de in de Hel van het Noorden debuterende Pogacar, die een week eerder op zijn beurt van der Poel naar de tweede plek verwees in de Ronde van Vlaanderen. De volgende ‘afspraak’ was de Tour de France. Mathieu won de tweede etappe, na een sprint bergop in de Boulogne-sur-Mer, en bleef – opnieuw – Pogacar voor. Mathieu pakte het geel en droeg dat in totaal vier dagen. Van der Poel bleef in de aanval gaan in de Tour, totdat hij de laatste week op moest geven met een longontsteking. Daarna maakte de alleskunner de overstap naar de mountainbike, reed het WK in Crans-Montana in Canada en werd daar 29ste. Na wereldtitels op de weg, het gravel en in het veldrijden, is de regenboogtrui in het mountainbiken iets wat hij graag nog van zijn to-do-lijstje af wil strepen. Er blijft nog wat te wensen over. Zijn commentaar na afloop: ‘Ik had mijn dag niet’. Zelfs van der Poel heeft dus heel soms van die dagen.

Roeien

Dé sportmomenten van 2025: Roeien doe je zo

Op de WK in het Chinese Shanghai werd - na het ongekende [...]
Op de WK in het Chinese Shanghai werd - na het ongekende succes op de Spelen van 2024 - opnieuw Nederlandse roeigeschiedenis geschreven. Nooit eerder werden de Nederlandse mannen- en vrouwenacht wereldkampioen. Bovendien won voor het eerst in veertig jaar een land met beide ‘achten’ de wereldtitel, nadat dit in 1985 door de Sovjet-Unie was gepresteerd. De vrouwen sloegen als eerste toe. De boot met Linn van Aanholt, Nika Vos, Lisanne van der Lelij, Vera Sneijders, Hermijntje Drenth, Ilse Kolkman, Ymkje Clevering, Tinka Offereins en stuur Dieuwke Fetter won met overmacht. Twintig minuten later kon roeister Tinka haar geliefde Mick Makker in de armen vliegen, die samen met Eli Brouwer, Finn Florijn, Wibout Rustenburg, Jorn Salverda, Sander de Graaf, Pieter van Veen, Jan van der Bij en stuur Jonna de Vries de titel pakte. Laatstgenoemde stapte over van de in het verleden zo grote kwelgeest van de Holland Acht, Groot-Brittannië. Zij nam de plaats in van Dieuwke Fetter, die weer de mannenacht verruilde voor de vrouwenboot. Ook bijzonder: Diederik Simon, huidig coach van de Holland Acht, was in 1996 nog een van de roeiers tijdens de olympische gouden race van de mannenboot in Atlanta. Zijn toenmalige ploeggenoot was Ronald Florijn, vader van de huidige Holland Acht-roeier Finn Florijn. Kortom, het was een voorbeeld van: roeien, sturen én coachen doe je zo. Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards: toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune, Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Tennis

Diede de Groot: ‘Nog steeds zit in m’n hoofd dat ik in Parijs gefaald heb’

Als winnen went, went niet meer winnen dan ook? Rolstoeltennisster Diede de Groot (28) won tot vorige zomer 145 wedstrijden op rij en heeft 23 Grand Slams op haar ere- lijst, en zelfs een Golden Slam: alle Grand Slam-toernooien én paralympisch goud in hetzelfde jaar. Dat is alleen Steffi Graf ook ooit gelukt. Aan de succesreeks kwam een einde in Parijs; geen tweede paralympisch goud in het enkelspel. Gevolg: een tranenzee van dagen en - dan alleen nog in kleine kring bekend - een operatie die haar van de constante pijn in haar heup moest afhelpen. “Die pijn was heftig, ja; vooral in rust. Begin augustus, richting de Spelen, had ik een aantal nachten met maar twee of zelfs één uur slaap en dan raak je oververmoeid en overprikkeld. Trainingen heb ik daardoor moeten overslaan en ook heb ik me tijdens een middagdutje weleens verslapen en daardoor m’n training gemist. In die tijd heb ik af en toe slaapmiddelen genomen. Toch was de halve finale in het enkelspel in Parijs mijn beste wedstrijd van dat seizoen. Qua tennis gaf dat veel vertrouwen voor de dubbelfinale een dag later met m’n vaste dubbelpartner Aniek van Koot en de enkelspelfinale de dag daar- na. Twijfel was er wel vanwege die heup. Maar hét probleem in de dubbelfinale werd mijn service. Die liep totaal niet waardoor ik dacht: kan ik dat nu ineens echt niet meer? Dat ging zo in m’n hoofd zitten dat ik me ook al zorgen ging maken over m’n enkelspelfinale de volgende dag. Dat ik steeds mijn servicegame verloor, zorgde voor nog meer druk; helemaal omdat onze Japanse tegenstanders, Yui Kamiji en Manami Tanaka, heel vast waren. Mijn service is m’n hele carrière al m’n wapen óf m’n grootste knelpunt. Technisch is ’ie goed, maar op spannende momenten kan ik gaan twijfelen. Dat gebeurde toen. We verloren, geen prolongatie van de paralympische dubbeltitel. De volgende dag zou Yui Kamiji weer mijn tegenstander zijn in de finale. Die was natuurlijk met een veel beter gevoel gaan slapen dan ik. Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het verhaal over Diede de Groot komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Basketbal

Jesse Edwards: ‘Ik koop mijn kleding nog gewoon bij de H&M’

De droom van Jesse Edwards kwam op 2 maart 2025 uit. Hij debuteerde in de NBA voor Minnesota Timberwolves. Helden sprak de 25-jarige basketballer toen hij even terug was in Amsterdam over zijn weg naar de top, de kleedkamer delen met supersterren en geluk in de liefde. “Ik ben niet zo’n extravagant type, koop mijn kleding nog steeds gewoon bij de H&M en Uniqlo,” zegt Jesse Edwards lachend in Bar Louie Louie in zijn geboorteplaats Amsterdam. De 25-jarige basketballer tekende eind juni 2024 een contract bij NBA-team Minnesota Timberwolves. “Veel Amerikaanse jongens die een NBA-contract tekenen, kopen meteen een dure auto of trakteren zichzelf op sieraden. Ik tekende tegelijk met twee Amerikaanse jongens een contract en een van hen kocht van zijn eerste salaris een gouden ketting met diamanten ter waarde van 60.000 dollar. Zo’n type ben ik niet, ik ben geen big spender.” Jesse is terug in Nederland om bij te komen van een jaar waarin zijn droom uit- kwam en zijn leven veranderde. Hij heeft in zijn vakantie genoeg tijd gehad om te laten bezinken wat hem allemaal is over- komen. De 2 meter 13 lange center de- buteerde op 2 maart dit jaar in de NBA, tegen Phoenix Suns. “Niet alleen mijn droom kwam uit, maar ook die van mijn ouders, die altijd alles voor mij hebben gedaan, en mijn broers Kai van 27 en Rens van dertig, met wie ik in Amsterdam altijd op de pleintjes speelde en basketbalwedstrijden keek op tv. Het is niet alleen mijn verdienste dat ik de NBA heb gehaald. Ik ben heel trots dat ik nu officieel als NBA- speler door het leven ga, maar heel lang ben ik niet met mijn hoofd in de wolken blijven lopen. Al snel greep ik terug naar mijn dagelijkse routines.” BASKETBALVIRUS Jesse is goedlachs en vriendelijk. En hij is rustig. Dat was vroeger wel anders, bekent hij lachend. “Ik was zo’n kind dat altijd kwijt was. Op vliegvelden, in supermarkten... mijn ouders waren altijd in de stress. Ik was een kleine avonturier. Pas op de middelbare school werd ik wat rustiger.” Jesse groeide op in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer, was vaak buiten te vinden met zijn broers. “We hadden overal sportveldjes in de buurt. Tot mijn dertiende was ik vooral met voetbal en atletiek bezig.” De broers raakten alle drie besmet met het basketbalvirus. Op zijn veertiende meldde Jesse zich aan bij Apollo. Hij speelde al snel in de eredivisie jeugd. Hoewel hij, net als zijn broers, laat begon met basketballen, twijfelde hij er niet aan dat hij op een dag iets groots zou bereiken. “Ik had altijd al een soort natuurlijke overtuiging. Voordat ik met basketbal begon, geloofde ik heilig dat ik de Olympische Spelen ging halen met atletiek. Rond mijn zeventiende begon ik echt te geloven dat ik de NBA kon halen. Dat kwam ook doordat mensen om me heen het tegen me zeiden. Als coaches, medespelers of trainers zeggen dat je het kunt, dan ga je dat op een gegeven moment ook geloven.” Maar vooral het feit dat broer Kai in die periode de overstap maakte naar Amerika om daar voor een collegeteam te basketballen, opende Jesse de ogen. “Tot dat moment ging ik wel stappen, meiden ontdekken en alle dingen doen die een nieuwsgierige jongen van zestien doet. Dat Kai naar Amerika ging was voor mij het keerpunt. Toen dacht ik: het kan dus echt. Kai heeft me uitgelegd hoe het werkt, me begeleid, tips gegeven. Het bereiken van de NBA veranderde van een droom in een plan. De knop ging om, ik ging echt leven voor mijn sport. Niet veel later vertrok ik ook naar Amerika. Zonder Kai had ik hier niet gestaan.” En sinds hij in de ban was van basketbal volgde hij uiteraard ook de sterren in de NBA. “LeBron James was natuurlijk iemand tegen wie ik opkeek, maar mijn favoriete speler is Giannis Antetokounmpo van Milwaukee Bucks. Zijn verhaal is inspirerend. Hij kwam als vluchteling naar Griekenland en groeide uit tot een van de grootste sterren in de NBA. Als we iets verder teruggaan in de tijd, vond ik Ray Allen ook heel vet. Zijn speelstijl was zó smooth.” Kai speelde na zijn tijd in Amerika drie jaar lang in Spanje, basketbalde vervolgens bij Feyenoord en is nu speler van Landstede Basketbal in Zwolle. De hechte band tussen de drie broers is altijd gebleven. “Voor mijn NBA-debuut dacht ik weleens: hoe zou dit voor Kai en Rens voelen? We begonnen met z’n drieën met basketballen, ik snap dat het confronterend kan zijn als je broertje ineens op het allerhoogste niveau speelt. Maar ik heb nooit ook maar een greintje jaloezie gevoeld. Ze gunnen me alles, zijn mijn beste vrienden. Als ik in Amsterdam ben, zijn zij de eersten die ik bel. Dan gaan we naar het strand, uit eten...” Meer lezen? Het eerste deel van het interview met Foeke Booy over David di Tomasso komt uit Helden Magazine nummer 78. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.