Word abonnee
Meer

Shorttrack

Xandra en Michelle Velzeboer: van zussen naar concurrenten

Xandra en Michelle Velzeboer zijn [...]
Xandra en Michelle Velzeboer zijn zussen, teamgenoten, concurrenten én houden een familienaam in het shorttrack hoog. Xandra (24) heeft al acht wereldtitels en olympisch goud op de aflossing. Ze is gebrand op individueel goud in Milaan. Michelle (22), tweemaal wereldkampioen op de aflossing, maakt zich op voor haar olympisch debuut. Wij spraken voor Helden Magazine nummer 80 met ouders Marc en Carianne, tantes Monique en Simone en oom Alex, en legden tien uitspraken van hen aan de zussen voor. Xandra en Michelle Velzeboer “Het wordt nu veel professioneler aangepakt dan vroeger. Wij trainden ook twee keer per dag, maar voor mijn gevoel was dat vrijblijvender. Wij kunnen ze bijna niet meer zien; alles wordt afgeschermd. Met kerst hadden ze zelfs een heel hygiëneprotocol. In mijn tijd ging dat heel anders. Ik zat gewoon op kamers en deed er van alles naast. Ik vraag me weleens af: hoe is dat voor hen?” Tante Simone Velzeboer, voormalig shorttrackster. Ze nam deel aan de Spelen van Calgary in 1988 en Albertville in 1992. Xandra lachend: “Zo klinkt het wel heel dramatisch. Sinds corona zijn er inderdaad anti-infectieprotocollen. In de winter heersen er zoveel virussen. Als topsporter wil je verkoudheden voorkomen. De kerstperiode zat redelijk dicht op de Spelen, vandaar dat hygiëneprotocol.” Michelle: “Onze ouders vierden kerst met de hele familie. Dat was wat ingewikkelder voor ons. Maar de voorgaande jaren hebben we wel gewoon kerst gevierd met de hele familie hoor, alleen afgelopen keer was het anders vanwege de Spelen.” Xandra: “Het is ook niet zo dat we nu niemand zien, in tegenstelling tot de Spelen in Beijing vier jaar geleden. Door corona zagen we toen echt helemaal niemand.” Michelle: “Wij hebben de sport nooit beleefd op de manier van Simone. In haar tijd moest je er wel naast werken of studeren om het te bekostigen. Wij hebben het geluk dat we er een salaris aan overhouden.” Xandra: “Wij studeren er ook naast, zitten allebei bij de Open Universiteit en voelen gelukkig niet echt tijdsdruk. Ik studeer Milieu- & Natuurwetenschappen, al gaat dat heel langzaam. Fulltime studeren naast het shorttracken zou nu niet meer kunnen.” Michelle: “Vroeger deden ze dat wel. Papa woonde zelfs gewoon nog in Wageningen en reed heen en weer naar Zoetermeer. Ik studeer Psychologie, het is fijn dat alles online kan.” Jullie tantes Simone en Monique zeiden dat het contact wat minder is dan vroeger. Xandra: “We hebben inderdaad een druk schema, zien elkaar niet veel. Maar ze zijn heel betrokken.” Michelle: “Vroeger gingen we altijd naar verjaardagen. Nu we ouder zijn, hebben we meer ons eigen leven. Onze neven en nichten, de kinderen van Monique en Simone, zien we ook minder. Maar als we elkaar zien, is het hartstikke leuk.” Xandra: “Bij wedstrijden worden er berichtjes gestuurd in onze groepsapp.” Michelle: “En krijgen we ook apart nog berichtjes van oom Alex, Monique en Simone.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het dubbelinterview met Xandra en Michelle Velzeboer komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Overig

Dé sportmomenten van 2025: vreugde en verdriet bij Arne Slot

Liverpool, 26 mei 2025. De stad baadde in vreugde. Arne [...]
Liverpool, 26 mei 2025. De stad baadde in vreugde. Arne Slot won in zijn eerste jaar als trainer van Liverpool meteen de Premier League. Het was de twintigste titel van de club. Daarmee werden de The Reds officieel de meest succesvolle club van Engeland. Met de nationale en Europese bekers bij elkaar opgeteld wonnen ze meer prijzen dan rivaal Manchester United. Ook de Nederlanders Virgil van Dijk, Ryan Gravenberch en Cody Gakpo vierden feest. Liverpool, 3 juli 2025. Diezelfde stad was gehuld in diepe rouw. Liverpool-speler Diogo Jota (28) kwam samen met zijn jongere broer André Silva om bij een auto-ongeluk in Spanje. Fans legden bloemen en sjaals bij het stadion. De voltallige selectie was twee dagen later bij de begrafenis van de Portugese broers aanwezig. Tien dagen na hun overlijden werd het tweetal uitgebreid geëerd bij alweer de eerste oefenwedstrijd van het nieuwe seizoen bij en tegen Preston North End. Nummer 20 ontbrak. Na de eerste Premier League-wedstrijd van het seizoen, op 16 augustus tegen Bournemouth, applaudisseerde ster Mohamed Salah, die in blessuretijd had gescoord, met tranen in zijn ogen voor the Kop, waar de trouwste Liverpool-supporters het lied dat zij altijd voor zijn goede vriend Jota zongen, aanhieven. Bij Liverpool zal niemand in de toekomst ooit nog Jota’s rugnummer dragen. 2025, voor Liverpool het jaar van vreugde en intens verdriet. Liverpool, 26 november. Het PSV van Peter Bosz heeft op Anfield met 4-1 gewonnen van het team van Slot. Liverpool zit in een diepe crisis. Na een goede competitiestart ging het mis. Van de laatste dertien duels werden er negen verloren. Waarvan zes in de Premier League. Voor het eerst stelden de media de vraag: Slot, hoe lang nog? Leeds, 6 december. Superster Mohamed Salah kan zijn frustraties niet meer verkroppen nadat hij voor het derde duel op rij op de bank moest beginnen. Hij stelt dat Slot hem ‘voor de bus heeft gegooid’. Liverpool-iconen nemen het voor Slot op. Langzaamaan lijkt Liverpool zich uit het dal te knokken eind 2025. Of die lijn door wordt getrokken in 2026 en of Salah dan nog in het rood voetbalt, is de vraag. Al met al was het een jaar van vreugde en intens verdriet. En Arne Slot zal het bestempelen als verreweg het meest bewogen jaar uit zijn carrière.

Overig

Dé sportmomenten van 2025: goud voor Kimberley Bos

Ze doet misschien wel de gevaarlijkste sport van allemaal. [...]
Ze doet misschien wel de gevaarlijkste sport van allemaal. Met 130 kilometer per uur op een slee, met het hoofd naar voren, naar beneden over een baan vol met ijs. Kimberley Bos ziet er misschien onschuldig uit, maar daarachter gaat een grote durfal verscholen. Al jaren is ze één van de beste en misschien wel de meest consistente vrouw in het Skeleton. Dit jaar piekte ze eindelijk op het goede moment; het WK. Over vier runs verspreid was ze de beste en dus kreeg ze eindelijk de gouden medaille om haar nek. In 2023 was ze ook al een keer dichtbij. Toen kwam ze twee honderdste te kort. Vorig jaar kwam daar het ‘helmdebacle’ bij. Net voor de klok sloot haar helm niet en besloot ze toch voor de zoemer naar beneden te gaan. Zonder zicht eindigde ze als negende. Het leverde haar slechte nachten op, maar inmiddels is Kimberley alweer terug en maakt ze zich op voor een prestatie op de Spelen. Waar ze zomaar de eerste gouden medaille winnaar in een andere sport dan schaatsen of shorttrack sinds 2010 te worden. Toen was het Nicolien Sauerbreij bij het snowboarden.

Overig

Dé sportmomenten van 2025: alles komt samen voor Joy Beune

Sinds Joy Beune overstapte naar Team IKO komt alles samen [...]
Sinds Joy Beune overstapte naar Team IKO komt alles samen voor de vrouw die van jongs af aan al werd bestempeld als supertalent. In 2024 werd ze wereldkampioen allround en ze pakte WK-goud op de 5000 meter en ploegenachtervolging. In 2025 ging ze door met winnen. Ze pakte in Hamar wereldtitels op de 1500 en 3000 meter én de ploegenachtervolging. Ook was er nog zilver bij de WK-allround, achter Antoinette Rijpma- de Jong. In het nieuwe seizoen lijkt Joy weer onverslaanbaar. Bij de wereldbekers is ze niet te kloppen. De vergelijkingen met een andere schaatsgrootheid zijn snel gemaakt... “Ireen was mijn grote voorbeeld toen ik jong was. Ze zei toen ik de overstap van de junioren naar de senioren maakte over mij iets als: ‘We kunnen allemaal wel inpakken, want er komt nu een groot talent aan...’ Het is niet zo dat de woorden van Ireen mij in de weg hebben gezeten, dat die voor te veel druk zorgden.” Lachend: “Laatst zei Ireen voor de grap: ‘Ik ben blij dat het wat langer heeft geduurd met jou, want daardoor kon ik gewoon nog mijn prijzen pakken." Als de WK afstanden van 2025 de generale repetitie was voor wat ons te wachten staat bij de Olympische Spelen in Milaan vanaf 6 februari, dan belooft dat nog wat. Kom maar op!

Overig

Wie is de grootste: Merckx of Pogacar?

Tadej Pogačar lijkt [...]
Tadej Pogačar lijkt geboren om records te breken. Op zijn 26ste rijdt de Sloveen alsof hij het wielrennen opnieuw wil uitvinden. Nog nooit was één renner zó compleet, zó hongerig, zó dominant. Wie hem ziet koersen, begrijpt waarom de vergelijking met Eddy Merckx niet meer te vermijden is. Afgelopen seizoen won hij Luik-Bastenaken-Luik, Strade Bianche, de Ronde van Vlaanderen, de Tour de France, het WK én het EK. De grote koersen die nog ontbreken op zijn palmares? Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix en de Vuelta – en zelfs die lijken slechts een kwestie van tijd. Dit weekend staat de laatste klassieker van 2025 op het programma: de Ronde van Lombardije. Een goed moment om met onze analisten te kijken naar de vraag die steeds luider klinkt: wie is nu écht de grootste wielrenner aller tijden? Eddy Merckx of Tadej Pogačar? Dumoulin: “De Vuelta zal in de toekomst zeker een doel voor hem worden en ik vermoed dat hij die volgend jaar zal willen rijden. En hij heeft ook al geroken dat het mogelijk is om Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix te winnen.” Steeds vaker wordt hij vergeleken met Eddy Merckx, de succesvolste wielrenner aller tijden. Bijnaam: de Kannibaal, omdat hij in de jaren zestig en zeventig altijd en overal won. Kroon: “Het schijnt Merckxiaans te zijn wat Pogacar doet, maar ik heb dat tijdperk niet bewust meegemaakt. Wat ik wel weet is dat het in mijn tijd langer duurde voordat ronderenners tot volle wasdom kwamen. Pogacar won zijn eerste Tour op zijn 21ste. Evenpoel won de Vuelta op zijn 22ste. Afgelopen Giro werd Juan Ayuso op zijn 22ste al gebombardeerd tot favoriet. Pogacar werd in 2020 op zijn twintigste meteen al derde in de Vuelta, zijn eerste grote ronde. In mijn tijd was dat onmogelijk. Dat gebeurde gewoon niet.” Kroon, 49 inmiddels, was prof tussen 1999 en 2014. “Er is nu meer kennis over voeding, materiaal en trainingsschema’s, maar ik denk dat het grootste verschil is dat ze op een veel jongere leeftijd al professional zijn in hun hele doen en laten dan in onze tijd. Sommige renners leven vandaag de dag op hun veertiende professioneler voor het wielrennen dan ik op mijn 28ste.” [caption id="attachment_21734" align="alignnone" width="2560"] Pogacar viert zijn wereldtitel met vriendin Urška Žigart[/caption] Clement: “Als ik het sec bekijk, dan is Pogacar de beste wielrenner aller tijden. Je kunt hem met Eddy Merckx blijven vergelijken, maar dat heeft geen enkele zin. Het is nu een heel andere tijd. Je kunt Max Verstappen toch ook niet vergelijken met coureurs uit de jaren zestig en zeventig? Ja, Merckx heeft de meeste wedstrijden ooit gewonnen, maar er bestaat toch geen twijfel over wie van de twee de betere atleet is?” Pogacar kan nog jaren mee. Hij won afgelopen jaar voor de vierde keer de Tour. Jacques Anquetil, Merckx, Bernard Hinault en Miguel Indurain zijn recordhouders nadat de zeven Tourzeges van Lance Armstrong wegens doping werden weggestreept. Zij wonnen de Ronde van Frankrijk vijf keer. Een kwestie van tijd voordat Pogacar dat record in zijn eentje in handen heeft? Kroon: “Het is heel simpel: er gaat een keer een einde aan komen. Ook bij Pogacar. En met een beetje geluk of pech – net hoe je het wil zien - duurt het nog tien jaar.” Het laatste woord is aan de 42-jarige Clement, van 2003 tot en met 2018 prof. “Ik heb nooit met Evenepoel, Vingegaard, Van der Poel, Pogacar en Van Aert in één peloton gefietst, en ik ben toch echt nog niet zo lang geleden gestopt. Wat ik daarmee wil zeggen: het kan snel gaan. Nu is Pogacar de koning, maar de volgende superrenner kan zomaar opstaan. Pogacar heeft het wielrennen naar een nieuw level gebracht, hij is de beste ooit gezien zijn fysieke capaciteiten. Zoals ik denk dat Mathieu van der Poel de beste klassiekerrenner ooit is wat fysieke capaciteiten betreft. Dat doet niets af aan het palmares van Merckx en Jan Raas en noem die mannen maar op. Ze rijden nu zoveel harder, de concurrentie is zoveel groter en er wordt dus zoveel meer van een atleet gevraagd. De evolutie stopt vandaag niet.” Meer lezen? Thymen Arensman: Op zoek naar balans Jonas Vingegaard: 'Ik ben hongeriger dan ooit' Mathieu van der Poel: 'Ik voel me toch ook oud worden'

Schaatsen

Angel Daleman – Sportvrouw met vleugels

Angel Daleman is shorttracker én langebaanschaatsster, won als [...]
Angel Daleman is shorttracker én langebaanschaatsster, won als junior al meerdere wereldtitels en herschrijft de recordboeken. Uit handen van haar voorbeeld en mentor Ireen Wüst kreeg het zeventienjarige multitalent in december de award die hoort bij de titel Talent van het Jaar. Voor Helden Magazine nummer 75 gingen we langs bij de alleskunner. Angel: “Ik stap van het ene in het andere warme bad.” Angel Daleman Jouw vader en moeder hebben jou op 25 maart 2007 Angel genoemd. Ben jij zo’n engel? “Mijn vader en moeder hebben mij Angel genoemd door het nummer Angels van Robbie Williams. Ik heb een zes jaar oudere zus, Luna, en een drie jaar oudere broer, Jayden en ze vonden het wel toepasselijk om mij als jongste Angel te noemen. Toen ik heel jong was, was ik niet bepaald een engeltje, eerder een terrorkind. Ik wilde altijd mijn zin hebben. Mijn broer en zus waren zelfs een beetje bang voor mij, want als het niet ging zoals ik wilde, begon ik keihard te gillen.” Lachend: “Ze hadden zich vooraf zoveel voorgesteld van een zusje. Mijn zus dacht: ik heb straks een levende Baby Born Pop. Mijn broer leek het ook leuk om niet alleen een oudere, maar ook een jongere zus te hebben. Toen ik negen maanden was, liep ik al. En het werd toen snel minder leuk voor hen dat ik deel uitmaakte van het gezin. Als ik met mijn zus naast mijn moeder liep, dan moest en zou ik in het midden, want het was míjn mama. Mijn broer en zus konden mij af en toe wel achter het behang plakken.” Hoe is jullie band nu? “Heel goed. Ze vinden het leuk om samen met mijn ouders te komen kijken. Zeker als ik in Thialf moet rijden, zijn ze erbij. Maar denk nou niet dat ze me ineens als een of andere prinses behandelen. Thuis ben ik gewoon de jongste en heb ik niet zoveel te vertellen.” Jouw moeder Bellina en vader Emile hebben tatoeages. Jij hebt er op je zeventiende ook meerdere. Is dat een ‘Dalemanhandelsmerk’? “Mijn ouders, tantes, zus; iedereen had tatoeages en ik wilde dat ook graag. Ik heb er nu negen en achter bijna alle tatoeages die ik heb, zit een verhaal. Mijn eerste tattoo liet ik zetten op m’n veertiende; een roos, die ik in mijn zij heb laten zetten. Op het takje van de bloem staat ‘Brave’ getatoeëerd. Die eerste tatoeage is een eerbetoon aan mijn oma, die Roos heet. De eerste reactie van oma was: ‘Moet dat nou, kind?’ Achteraf vond ze het heel leuk. 'Mijn eerste tattoo liet ik zetten op m'n veertiende. Die eerste is een eerbetoon aan mijn oma, die Roos heet. De eerste reactie van oma was: 'Moet dat nou, kind?" Later heb ik ook een tatoeage met de tekst ‘Family’ laten zetten, omdat mijn familie alles voor me betekent. Ik heb een hartje op mijn linker pink laten zetten, net als mijn zus en tantes Melanie en Maureen de Lange. Op mijn ruggengraat heb ik een tatoeage laten zetten met de tekst ‘She flies by her own wings’. Dat vond ik een toepasselijke tattoo omdat ik Angel heet. Ik heb ook nog een tatoeage met ‘Live your dream’. Ik heb op dit moment nog geen tatoeage die puur gerelateerd is aan de sport. Mijn tantes Melanie en Maureen, de tweelingzussen van mijn moeder die als shorttrackers ooit naar de Spelen gingen, willen samen met mij nog een tattoo van de olympische ringen laten zetten. Mijn tantes zeiden: ‘Als jij erin slaagt om je te kwalificeren voor de Spelen, dan gaan we alle drie die tatoeage laten zetten.’ Het zou mooi zijn als dat volgend jaar al kan.” [caption id="attachment_20744" align="aligncenter" width="2560"] Angel Daleman[/caption] SCHAATSVIRUS Het schaatsvirus zit in de familie. Melanie en Maureen de Lange deden mee aan de Winterspelen van Nagano, in 1998, en jouw opa John de Lange reed in 1985, 1986 en 1997 de Elfstedentocht. “Thuis ging het vaak over Melanie en Maureen. Pas veel later werd het mij duidelijk dat opa mee had gedaan aan de Elfstedentocht. Mijn opa was voorzitter van de skeelerbaan in Leiderdorp. In de winter werd die onder water gezet voor het geval het zou gaan vriezen. Ik was twee toen ik met de hele familie op het ijs te vinden was op schaatsjes met dubbele ijzers. Ik had het virus meteen te pakken, ging al snel op skeelers door de huiskamer. Mijn opa was lange tijd mijn trainer, begeleidde mij en mijn zus, die toen ook nog schaatste, tot m’n twaalfde. Opa zag dat ik talent had, maar hij liet dat niet erg blijken, vond het belangrijk dat ik met beide benen op de grond bleef staan. Toen skeeleren, schaatsen en shorttracken steeds serieuzer werden, begonnen Melanie en Maureen hun ervaringen met mij te delen. Ze gaven mij adviezen. Als ik het even niet meer weet, klop ik nog steeds bij hen aan om te vragen of ze nog tips hebben. Mijn tantes komen ook vaak kijken. Grappig dat ze op de tribune ook de familie Velzeboer tegenkomen. Maureen en Melanie kennen natuurlijk Monique, Simone en Marc Velzeboer nog uit de tijd dat ze zelf op het ijs stonden. En nu nemen Xandra en Michelle Velzeboer en ik het stokje over.” Wanneer realiseerde jij je voor het eerst: ik ben beter dan veel van mijn leeftijdgenoten? “Ik won op jonge leeftijd al vaak, maar het besef kwam echt toen ik bij het KTT, het talententeam shorttrack, mocht aansluiten. Normaal gesproken mocht dat vanaf je veertiende of vijftiende en ik was twaalf. Toen ik niet veel later ook nog eens wedstrijden begon te winnen in een hogere leeftijdscategorie, wist ik helemaal dat het heel goed ging.” Helden Magazine editie 75 Het eerste deel van het interview met Angel Daleman komt uit Helden Magazine nummer 75. Voor de eerste editie van 2025 maakte Frits Barend een rondje langs de velden. Hij merkte dat iedereen lyrisch is over de trainer van Liverpool, Arne Slot. “Ik vind Arne fantastisch,” aldus Guus Hiddink. Voetbal Maar Slot is niet de enige Nederlander die schittert in de Premier League. Micky van de Ven, een paar jaar geleden nog speler bij FC Volendam, is nu een publiekslieveling bij Tottenham Hotspur. Hij deelt zijn verhaal over de weg naar de top. Ook spraken we met Wout Weghorst, voormalig speler van Burnley en Manchester United. De huidige spits van Ajax roept zowel bewondering als kritiek op. “Het stempel ‘rare gozer’ drukt op mij, en dat gaat ook nooit meer veranderen,” vertelt Weghorst openhartig. Schaatsen In deze wintereditie is er uiteraard meer aandacht voor schaatsen. Jenning de Boo en Kjeld Nuis zijn niet alleen ploeggenoten, maar ook goede vrienden. Tijd voor een uitgebreid dubbelinterview met het razendsnelle duo. Tennis Naast schaatsen lees je ook een bijzonder interview met Wesley Koolhof. Tijdens de Davis Cup, eind vorig jaar, nam hij afscheid van het professionele tennis. Als voormalig nummer één van de wereld in het dubbelspel kijkt hij terug op een indrukwekkende carrière. Hij vertelt openhartig over het gemis van een rol in de historische finale tegen Italië. Het mannentennis kent daarnaast een nieuwe rivaliteit die de sportwereld in zijn greep houdt. Richard Krajicek, toernooidirecteur van het ABN AMRO Open, laat zijn licht schijnen op de opkomst van Jannik Sinner en Carlos Alcaraz. Beide jonge tennissterren komen dit jaar naar Rotterdam en lijken de komende jaren het mannentennis te gaan domineren. Verder in Helden 75 Ook gingen we langs bij wielertalent Yuli van der Molen. Bij haar werd een jaar geleden de ziekte van Hodgkin ontdekt. Na een zware periode vol behandelingen is ze nu terug in het peloton. Achter de schermen speelt haar oom, oud-wielrenner Niki Terpstra, een belangrijke rol als mentor. Samen vertellen ze over haar indrukwekkende comeback. Paralympisch snowboarders Lisa Bunschoten en Chris Vos zijn sinds deze zomer trotse ouders van dochter Jane. “Ons goud ligt in de Maxi-Cosi,” zeggen ze met een glimlach. LeBron James en zijn zoon Bronny vormen een historisch duo in de NBA bij de Los Angeles Lakers. In dit familieportret krijg je een uniek inkijkje in hun leven. En nog veel meer inspirerende verhalen!

Schaatsen

Ballet, ramen en vintage: een kijkje in het leven van Selma Poutsma

Ze werd met de Nederlandse relayploeg olympisch kampioen [...]
Ze werd met de Nederlandse relayploeg olympisch kampioen in 2022 en veroverde in maart 2024 bij de WK in Rotterdam voor de vierde keer de wereldtitel op de aflossing. Maar Selma Poutsma (25) kijkt ook verder dan het shorttracken, heeft de overstap gemaakt naar Team Essent en wil ook schitteren als langebaanschaatsster. We onderwierpen haar in 2024 aan een vragenvuur. Selma Poutsma Als ik niet zou schaatsen, zou ik deze sport beoefenen. “Ballet. Ik wilde vroeger ballerina worden en heb rond mijn twaalfde ook even op ballet gezeten. Ik ben helemaal niet lenig of elegant, dus ik had het ook niet ver geschopt als ballerina, maar ik vind het nog steeds leuk om naar te kijken. Als gezin is het traditie om elk jaar met elkaar naar het Nationale Opera & Ballet-theater te gaan. Helaas kan ik er niet altijd bij zijn, omdat ik vaak wedstrijden heb. De voorstellingen die ik heb gezien, vond ik geweldig.” Tattoo of piercing. “Mag ik ze ook allebei níét kiezen? Een piercing of tatoeage vind ik bij anderen heel vet, maar bij mezelf passen ze niet zo. Als ik dan écht een keuze zou moeten maken, zou ik voor een neuspiercing gaan.” Het Wilhelmus of de Marseillaise. “De Marseillaise is een prachtig volkslied. Ik vond het dan ook geweldig dat die voor mij heeft geklonken toen ik Frans kampioen werd. Maar ik kies toch voor het Wilhelmus. Dat is mijn volkslied. Ik voel me helemaal op m’n plek in Nederland en zou hier ook nooit meer weg willen. In Frankrijk heb ik vier jaar gewoond, tussen 2014 en 2018, en daar de middelbare school afgerond. Ik kwam in Frankrijk terecht door een trainingsstage die we daar hadden met een groep junioren. Ik kreeg de vraag of ik er een jaar wilde trainen. Dat wilde ik wel. [caption id="attachment_20588" align="aligncenter" width="2500"] Selma Poutsma[/caption] Ik ben er uiteindelijk veel langer gebleven en kwam ook voor de Franse shorttrackploeg uit. Ik heb World Cupwedstrijden voor Frankrijk gereden en er was even sprake van dat ik, als ik me zou weten te kwalificeren, ook voor Frankrijk op de Olympische Spelen uit zou komen. Uiteindelijk ben ik blij dat het niet gebeurd is. In 2018 keerde ik terug naar Nederland en in 2022 kon ik ‘gewoon’ voor Nederland uitkomen op de Spelen en goud pakken.” Mijn ideale date night is... “Ik vind het heel leuk om samen met mijn vriend Melle van ’t Wout, die ook shorttracker is, uit eten te gaan. Al moet ik zeggen dat wij allebei vaak moe zijn door het vele trainen en dan is het ook fijn om op de bank te ploffen en samen een film te kijken. We kijken graag oorlogsfilms. Laatst hebben we Unbroken gekeken; aanrader!” Dit is waarom ik zo verliefd ben op Melle. “Melle is zorgzaam, grappig en blijft altijd positief; allemaal dingen die ik van nature minder heb. We zijn een beetje yin en yang, houden elkaar mooi in balans. Melle en ik leerden elkaar kennen rond de ijsbaan en hij heeft de afgelopen tijd veel last gehad van blessures. Als hij het niet makkelijk had, probeerde ik er een beetje extra voor hem te zijn door hem af te leiden met dingen die niets met shorttracken te maken hebben. Even een weekendje ertussenuit of zo.” Hierom kan Melle mij soms wel achter het behang plakken. Lachend: “Nou, dat zijn genoeg dingen... Ik ben een controlfreak. Soms vraag ik hem bijvoorbeeld wel vier keer of hij de was heeft opgehangen. Dan hoor ik een diepe zucht en grapt hij dat hij de was al twee dagen in de wasmachine heeft laten zitten. Hij maakt er geregeld grapjes over dat ik alles onder controle wil hebben, voor de rest zijn er niet zoveel irritaties.” Zo ziet mijn ochtendroutine op een wedstrijddag eruit... “Op finaledagen gaat de wekker pas om negen uur. Heerlijk, want ik ben niet zo’n vroege vogel. Ik lig vaak met Xandra Velzeboer op de kamer op shorttracktoernooien, we worden altijd rustig wakker en maken ons daarna klaar om naar de ontbijtzaal te gaan. Als het ontbijt erop zit, is het vooral de tijd uitzitten. Soms check ik m’n materiaal nog een keer en probeer de zenuwen onder controle te krijgen. Daarna is het tijd om in de bus te stappen en naar de ijsbaan te gaan.” Dit is de beste vakantie die ik ooit heb gehad. “Ik ben niet zo van de lange, verre reizen. Als ik op vakantie ben, wil ik relaxen aan een zwembad, even tot rust komen. Ik ga op vakantie na een lange periode van trainen en wedstrijden, ben dan vaak bekaf. We zijn vorig jaar naar Mallorca geweest en kozen niet voor de drukke kust, maar het rustige binnenland. We hadden een hotel in een soort boerderij met een mooie moestuin erbij. Geweldig. Goed weer, een mooi zwembad, lekker eten en even niks moeten; dat is voor mij de ideale vakantie.” Mijn specialiteit in de keuken is... “Ik maak de laatste tijd geregeld ramen met misopasta, sojasaus, vlees en smaakmakers. Pittig en lekker. Tenminste, dat zegt Melle...” Wat ik het meeste van mijn gestopte collega Yara van Kerkhof heb geleerd is... “Dat de wereld niet vergaat als het even niet goed gaat. Relativeren vind ik soms lastig, omdat ik graag de controle houd. Met Yara heb ik de afgelopen jaren veel contact gehad. Ze wist haar ervaring altijd op een goede en fijne manier over te brengen. Ze vertelde me hoe ze een wedstrijd inging, hoe je goed met elkaar kunt communiceren tijdens een relay, hoe je omgaat met een mislukte training of een periode waarin je niet zo lekker in je vel zit. Ik heb veel van haar geleerd. Mij schiet nog iets te binnen. Vorig jaar wonnen Xandra Velzeboer en ik samen goud op de 500 meter bij de World Cup in Seoul. In het shorttrack is het belangrijk om een ‘beenstrekking naar voren’ op de finishlijn te beheersen. Dat is een van mijn aandachtspunten. Yara heeft mij daar meerder tips over gegeven. Aan het einde van de laatste training voor die World Cup zei ze tegen mij: ‘Kom, laten we samen nog een keer een paar finishjes oefenen.’ Twee dagen later won ik goud, omdat het me lukte die beenstrekking toe te passen. Als dat niet was gelukt, was het misschien wel weer zilver geweest.” Op mijn nachtkastje ligt... “Een oplader voor mijn telefoon en een boek. Ik heb vaak moeite om aan een boek te beginnen, maar als ik eenmaal aan het lezen ben, kan ik niet meer stoppen. Ik ben nu bezig met Sneeuwvlokken in Teheran van Marjan Kamali.” Dit is mijn meest waardevolle bezit. “Die heb ik om mijn vinger. Het is een ring met het yin en yang-teken. Ik was een jaar of tien toen ik hem zag liggen op een markt in Eindhoven. Ik moest en zou die ring hebben en mijn vader heeft hem voor me gekocht. Hij was veel te groot toen ik hem kreeg, het heeft nog jaren geduurd voordat hij paste. Hij is dus op de groei gekocht en nu doe ik hem nooit meer af. De ring staat voor mij symbool voor balans in het leven en tegelijkertijd voor de mooie band die mijn vader en ik hebben.” Olympisch kampioen op de relay of wereldkampioen in je eentje op de 500 meter. “We zijn al olympisch kampioen op de relay. Prachtig, want dat is het koningsnummer. Maar voor de toekomst als aanvulling daarop zou ik graag nog een keer individueel een gouden medaille op de 500 meter winnen.” Dit wilde ik vroeger graag worden. “Ik heb laatst oude vriendenboekjes doorgebladerd en daar stond vaak de vraag in: ‘Later word ik?’ Daar vulde ik altijd in dat ik koningin wilde worden. Later veranderde dat in dokter, maar daar voel ik nu ook niet zoveel meer voor. Ik heb gestudeerd, maar niet voor geneeskunde gekozen. Ik heb Liberal Arts & Sciences gestudeerd aan de Universiteit van Utrecht met een hoofdrichting Franse literatuur. De Franse taal mis ik soms, ik vind het jammer dat ik het niet meer dagelijks spreek. Mijn beste vriendin is Gwendoline Daudet, een Franse shorttrackster. Met haar spreek ik bij World Cup-wedstrijden Frans of ik bel haar. En ik merk de laatste tijd dat mijn Frans wat stroperiger wordt dan voorheen.” Zo ziet mijn ideale ontbijt eruit. “Tijdens een trainingsperiode is dat heel saai: havermout met eiwitpoeder en een banaan erdoorheen. Als ik op vakantie ben en in een hotel zit, pak ik bij een buffet het liefste van alles wat.” Dit doe ik voor een wedstrijd om van de zenuwen af te komen. “Wist ik dat maar, want daar ben ik nog steeds naar op zoek. Ik vind het wel fijn om voor een race even contact te zoeken met coaches of teamgenoten. Even kletsen over andere dingen dan shorttracken. Net voor de race focus ik me op mijn ademhaling en ik ga de technische punten die ik wil uitvoeren tijdens mijn rit nog een keer langs in mijn hoofd. Soms begin ik me dan zwakjes te voelen van de stress. Op die momenten denk ik geregeld: Selma, je had het ook allemaal níét kunnen doen... Om beter te leren omgaan met die stress heb ik ook contact met een sportpsycholoog. Ons topsportprogramma is sowieso heel professioneel. De bond, maar ook hoofdsponsor Daikin maakt een groot deel van het topsportprogramma van de shorttrackploeg mogelijk. Zij financieren mede de trainingskampen en de ijsuren in Thialf. Ik heb een huisstofmijtallergie en hooikoorts, in coronatijd hebben we luchtreinigers van Daikin thuisgekregen, voor mij is het ideaal dat ik de ruimte kan verfrissen.” Naar een concert van deze artiest zou ik graag nog een keer willen. “Dat zijn er wel meer. Ik luisterde laatst naar een liveversie van Soen met het nummer Snuff, een cover van het nummer van Slipknot. Toen ik die versie hoorde, was ik een beetje jaloers op de mensen die daar live bij waren.” Zo zou ik mijn kledingstijl omschrijven. “Ik hou ervan als broeken lekker wijd zitten, dus kleding die een beetje baggy is. En ik hou van vintagekleding. Ik heb van mijn oma ook allemaal oude jasjes gekregen. Geweldig.” Dit vind ik het leukste aan het langebaanschaatsen . “Dat je zelf de controle hebt en dat de snelheid enorm hoog ligt. En ik vind de lange rechte stukken op de langebaan ook mooi, die hebben wij bij het shorttracken niet. Op de langebaan ligt de focus puur op de techniek en dat bevalt me wel. Ik maak sinds kort deel uit van Team Essent, combineer het shorttracken met langebaanschaatsen. Toen de kans zich voordeed om bij Essent aan te sluiten, hoefde ik niet heel lang na te denken. Ik heb vorig jaar ook al een tijd meegetraind met Team Reggeborgh, verving toen één of twee shorttracktrainingen in de week voor langebaantrainingen. Dat beviel toen ook al heel goed. Ik zou het heel mooi vinden om op de Spelen zowel als shorttracker als langebaanschaatser in actie te komen, maar dat is nog ver weg. Ik moet me op de langebaan echt weer helemaal opnieuw uitvinden. Jac Orie en Dave Versteeg helpen me bij Team Essent daar goed bij en Niels Kerstholt, bondscoach van de shorttrackers, doet dat ook. Het is ook fijn dat ik dit traject bij Essent samen kan doen met Suzanne Schulting en Angel Daleman, die ook het shorttracken en langebaanschaatsen combineren. Ik kan het goed met hen vinden en het is fijn om met hen te delen wat ik meemaak en hoe we dingen aan kunnen pakken.” Hier mag je mij ’s nachts voor wakker maken. “Je moet mij ’s nachts niet wakker maken! Dat is echt een heel slecht idee.” Deze kwaliteiten van Suzanne Schulting en Xandra Velzeboer zou ik wel willen hebben. “Hun killerinstinct. Zij staan altijd met zoveel strijdlust aan de start. Je ziet ze echt denken: ik ga jullie allemaal pakken! Dat hebben zij van nature en dat heb ik veel minder, al gaat het bij mij al wat beter. Ik mag nog wel iets meer van me afbijten en iets meer vertrouwen hebben in mezelf. Ik mag wat vaker tegen mezelf zeggen: je staat hier niet voor niets, jij doet ook mee om de prijzen.” Dit is mijn go-to karaokesong. “Dan zou ik voor een ABBA-liedje gaan. Lay All Your Love On Me bijvoorbeeld.” Dit advies zou ik geven aan mijn achttienjarige zelf. “Maak je niet zo druk over wat anderen van je vinden. Dat advies mag ik nog steeds weleens geven aan mezelf. Het gaat gelukkig steeds beter. Met de keuze die ik nu heb gemaakt voor het langebaanschaatsen en Team Essent, zou ik op m’n achttiende hebben gedacht: wat zou iedereen van mijn keuze vinden? Vinden ze het stom?” Dit is mijn fashion icon... “Ik volg op Instagram aardig wat mensen die outfitfoto’s en -video’s plaatsen. Vooral veel Scandinavische meiden, zij hebben een stijl die ik heel leuk vind. Ik doe veel inspiratie op bij een vrouw die op Instagram @secondhandhuns heet. Zij koopt allemaal vintage-items en laat zien hoe je die goed kan stylen.” Met deze drie woorden zou ik mezelf omschrijven. “Bescheiden, vrolijk en explosief.” Meer lezen Benieuwd naar het Winterspelen nummer? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Golf

Joost Luiten: ‘Nu staat mijn zoontje op één’

Joost Luiten Joost [...]
Joost Luiten Joost Luiten (38) is al jaren het gezicht van golf in Nederland. Hij won zes toernooien op de Europese Tour, onder andere twee keer de KLM Open. In december vorig jaar werden hij en zijn vrouw Melanie de trotse ouders van zoontje Dex. Het leven lacht hem toe, maar dat is niet altijd zo geweest. Een burn-out beheerste een tijdje zijn leven. In Helden Magazine nummer 72 leggen we hem in aanloop naar de KLM Open – tussen 20 en 23 juni op The International in Amsterdam – vijf stellingen voor. [caption id="attachment_20104" align="alignnone" width="1200"] Trotse vader Joost met zoon Dex.[/caption] Sinds de geboorte van mijn zoontje Dex gooi ik mijn golfclubs niet meer in de boom “Ik ben misschien iets rustiger, maar die passie voor golf heb ik nog steeds. Wij zijn dag in dag uit bezig met dat spelletje en dat gaat zo in je kop zitten. Soms wordt het mij ook even te veel, dan knapt er iets en moet ik even mijn frustraties kwijt. Is niet altijd goed, maar het gebeurt in een split second. Dat ik mijn clubs in de boom gooide, ging viral.” Het gebeurde in november in Dubai dat je drie clubs in een boom gooide. Je klom er overigens niet zelf in om ze eruit te halen. Lachend: “Even nuanceren: ik gooide één club de boom in en die bleef hangen. Ik dacht: hoe krijg ik die er nu uit? Dus ik probeerde met een andere club die eruit te krijgen. Voor ik er erg in had, hingen er drie clubs in de boom. Een toeschouwer filmde dat en na afloop kwamen mensen van de Tour naar me toe met de vraag of ze het filmpje mochten gebruiken. De meeste spelers willen dat niet op social media hebben, maar ik dacht: waarom niet? Ik ben daar misschien wat makkelijker in dan anderen. Als ik het bij anderen zie gebeuren, lach ik me ook kapot. Toen ik het terugzag, moest ik heel hard lachen. Je moet ook een beetje zelfspot hebben, toch? Ik heb er heel veel reacties op gekregen van collega’s. Zij maakten er grapjes over, maar snapten tegelijkertijd precies waar ik doorheen ging op dat moment. Je hebt vandaag de dag met imago en sponsors te maken, maar ik vind: je moet jezelf niet te serieus nemen. Als iemand hier aanstoot aan neemt, tja...” Op 19 december afgelopen jaar werd je voor het eerst vader. Hoe is het leven als golfpapa? “Ik deel het leven iets anders in. Er is nu nog iets waar ik mijn focus op heb. Vroeger waren dat golf en mijn vrouw Melanie. Nu is daar ons zoontje Dex bijgekomen. Als ik in Nederland ben, merk ik vooral dat de indeling van mijn dagen anders is. Ik moet hem ook verzorgen, hij heeft aandacht nodig. Vind ik onwijs leuk, maar ik moest in het begin wel wennen. Hoe moest ik mijn tijd indelen? Wanneer had ik tijd om te trainen? Tot december stond golf op één en deelde ik de rest daaromheen in. Nu staat Dex op één en moet ik golf eromheen plannen als ik thuis ben. Het is ook heerlijk als ik drie weken weg ben geweest en het alleen maar golf, golf en nog eens golf is geweest, ik even afleiding heb als ik weer hier ben. Het vaderschap relativeert. Ik ben dus zeker als ik in Nederland vertoef wel veranderd.” Is het lastiger om van huis te gaan sinds je vader bent? “Nu nog niet. Ik ben al achttien jaar lang heel veel van huis weg. Er is altijd wel wat waar ik niet bij kan zijn of wat ik mis. Ik kan niet bij elk feestje zijn. Wat Dex betreft, denk ik dat ik het lastiger ga vinden om weg te gaan als hij doorkrijgt dat hij papa weer een tijdje moet missen. Dat hoor ik ook van collega’s die vader zijn. Nu heeft hij dat nog niet door en vind ik het lastiger om Mel alleen achter te laten. Zij moet al het werk met Dex in haar eentje doen.” Helden Magazine nummer 72 Het eerste gedeelte van het interview met Joost Luiten komt voort uit Helden Magazine nummer 72. Het extra dikke zomernummer van Helden staat volledig in het teken van drie grote sportevenementen: het EK voetbal in Duitsland, de Tour de France en de Olympische Spelen in Parijs. Op de cover van de 204 pagina's tellende editie schitteren drie rolmodellen van wereldklasse uit de Nederlandse atletiek: Femke Bol, Sifan Hassan en Lieke Klaver. Wat is het geheim van hun succes? Experts zoals Ellen van Langen, Caroline Feith, Bart Bennema en Gregory Sedoc delen hun inzichten. EK voetbal De sportzomer van 2024 wordt afgetrapt met het EK voetbal, dat op 14 juni begint. In deze Helden een verhaal over Ronald Koeman. Onder andere Frank Rijkaard, Ruud Gullit, broer Erwin Koeman, Guus Hiddink, Jordi Cruijff en Rafael van der Vaart delen hun mening over de bondscoach van het Nederlands elftal. Verder ging Helden naar Milaan voor een interview met revelatie Tijjani Reijnders en zijn vrouw. Daley Blind 106-voudig international - bespreekt zijn indrukwekkende carrière aan de hand van foto’s. Brian Brobbey over de bondscoach, Marco van Basten, zijn toekomst, zijn roots en racisme. Arie Haan gaat vijftig jaar terug in de tijd, naar het WK voetbal in West-Duitsland dat eindigde met een nationaal trauma. Jan Wouters blikt terug op het gewonnen EK van 1988, ook in Duitsland. Het is nog altijd de enige hoofdprijs van Oranje. Tour de France  Na het EK volgt de Tour de France, van 29 juni tot en met 21 juli. In deze Helden lees je een interview met sprinter Fabio Jakobsen en een portret van Mathieu van der Poel, die ook de olympische wegwedstrijd in Parijs rijdt. Jeroen Blijlevens en Steven de Jongh, ploegleiders bij Lidl-Trek, vertellen hun verhaal, en we vragen ons af: kan Sepp Kuss na de Vuelta ook de Tour winnen? Olympische Spelen De Olympische Spelen vinden plaats van 26 juli tot en met 11 augustus. Chef de mission Pieter van den Hoogenband kijkt terug op zijn gouden race twintig jaar geleden. Turnster Sanne Wevers bereidt zich voor op haar laatste kunstje, baanwielrenner Harrie Lavreysen spreekt over hoge verwachtingen, en BMX’er Niek Kimmann over zijn post-olympische dip. Sharon van Rouwendaal gaat voor goud in het openwater, roeizussen Bente en Ilse Paulis geven een dubbelinterview, en Simone van de Kraats hoopt op goud in het waterpolo. Bovendien gingen we op bezoek bij Tes Schouten, Caspar Corbeau en Arno Kamminga, de drie schoolslagmusketiers. Alle drie zijn ze een medaillekandidaat in Parijs. Voor het eerst sinds 1992 plaatse een Nederlands duo zich op de 500 meter kanosprint voor de Spelen. Hoog tijd om kennis te maken met Selma Konijn en Ruth Vorsselman. Triatlontopper Maya Kingma stelde ernstige misstanden aan de kaak binnen het topsportprogramma van de triatlonbond. Dat werd de triatleet niet door iedereen in dank afgenomen.

Boksen

Peter Aerts: God in Japan

Door zijn zeges in het prestigieuze K-1 toernooi is [...]
Door zijn zeges in het prestigieuze K-1 toernooi is Peter Aerts (53) alias The Lumberjack een legende in Japan. Fans spreken hem in zijn ‘nieuwe vaderland’ aanvoor een selfie. Met zijn kersverse vechtsportbond LEGEND organiseert Peter dit jaar in Japan vier gala’s. Er zijn vergevorderde plannen voor een eigen sportschool in Tokio, de eerste van een keten. Wij zochten hem voor Helden Magazine 71 op in Japan. ‘Peter Aerts, Mister K-1!’ Voormalig kickbokskampioen Peter Aerts, 53 jaar inmiddels, loopt ’s avonds laat ontspannen in zwarte trainingsbroek en zwarte jas over straat in uitgaanswijk Roppongi in de Japanse hoofdstad Tokio. Hij steekt met kop en schouders uit boven zijn omgeving en wordt aan de lopende band herkend. Fans reageren vol ontzag en willen dolgraag met hem poseren. Voor de gelegenheid neemt Peter steevast een bokshouding aan en zegt met een grijns op zijn gezicht: “Osu.” Dat betekent ‘respect’. Dertig jaar na zijn eerste overwinning in het K-1-toernooi – de Champions League van het kickboksen – is Peter Aerts in Japan een levende legende. Hij won het toernooi drie keer en stond nog eens drie keer in de finale. De titanenstrijd in de Tokyo Dome trok steevast ruim zeventigduizend bezoekers, op tv keken tientallen miljoenen mensen live mee. Ontelbare keren was Peter te zien in reclamespots en populaire tv-shows. Max Verstappen zei na afloop van de door hem gewonnen GP van Japan in 2023 tegen Peter: “Ik ken jou wel. Ik keek altijd met mijn vader naar jouw wedstrijden.” In zijn hoogtijdagen was de chique club V2 in Roppongi zijn thuishonk. Boven de club had hij een hotelkamer waar hij gratis mocht logeren en gasten kon ontvangen. Bij de entree hangen portretten van beroemdheden die hier ooit geweest zijn, onder wie de popsterren Justin Bieber en Ariana Grande. Uiteraard hangt er ook een portret van Mister K-1. Hoewel Peter zijn komst niet gemeld heeft, leidt het hoofd beveiliging – een voormalig MMA-kampioen – ons na een buiging en een omhelzing naar een tafel in het vipgedeelte. De drankjes zijn vanzelfsprekend van de zaak. De volgende middag wordt Peter midden op Shibuya Crossing Square, het drukste kruispunt ter wereld met per groen licht soms wel 2500 passanten, aangesproken voor een selfie. Hij stopt tussen de immense menigte en poseert vriendelijk. “Vroeger was het veel erger. Auto’s stopten midden op de weg om naar mij te toeteren en er ontstonden files. Iedereen rende naar me toe om foto’s met mij te maken. Er zijn zelfs fans die mij op hun lijf hebben getatoeëerd.” [caption id="attachment_19683" align="alignnone" width="2560"] V.l.n.r.: Esther, Montana, Peter en Marciano Aerts in Japan.[/caption] Peter Aerts is inmiddels een halve Japanner. Hij huurt een riant appartement op de achttiende verdieping van een wolkenkrabber in de zakenwijk Shinagawa. Daar verblijft hij het grootste deel van het jaar. Hij heeft de papieren ingeleverd om een vaste inwoner van Tokio te worden. “Op die manier hoef ik ook niet Nederlandse én Japanse belasting te betalen. De mensen zijn hier zo beleefd. Ik woon daarom liever in Japan dan in Nederland. Mensen hebben respect voor elkaar en het is schoon en georganiseerd. In Nederland is dat toch minder het geval.” Helden Magazine 71 Het eerste gedeelte van het interview met Peter Aerts is afkomstig uit de tweede uitgave van 2024. De 71ste editie van Helden Magazine is voor het eerst in België te bewonderen! Deze mijlpaal wordt gevierd met twee verschillende sporters op de cover: Estavana Polman in Nederland en Wout van Aert in België. In een openhartig interview deelt Estavana Polman, het gezicht van het Nederlandse handbalteam, haar verhaal over de voorbereidingen op het olympisch kwalificatietoernooi. Daarbij komen ook haar persoonlijke uitdagingen, zoals haar relatie met Rafael van der Vaart, het moederschap en haar blessures ter sprake. Alleskunner Wout van Aert laat dit jaar de Tour de France schieten en kiest voor het eerst voor de Giro d’Italia. De Belgische renner spreekt zich uit over het nieuwe traject, Mathieu van der Poel, Visma-Lease a Bike en de Olympische Spelen. In deze editie van Helden wordt er ook veel aandacht besteed aan voetbal. Esmee Brugts, bekroond als Talent van het Jaar, maakte afgelopen zomer een droomtransfer naar FC Barcelona. Experts laten zich daarnaast uit over Jerdy Schouten, de sleutelspeler van PSV, dat op weg is naar het landskampioenschap en het EK met Oranje in Duitsland. We blikken terug op de legendarische wedstrijd tegen Portugal tijdens het WK van 2006 met Khalid Boulahrouz en bezoeken verdediger Bart Nieuwkoop in Rotterdam. Met Manchester City won Kevin De Bruyne alles wat er te winnen valt. Kenners spreken zich uit over onder meer zijn weergaloze traptechniek en fabuleuze inzicht. In ‘De Dag Dat Alles Misging’ kijken Sigi Lens en Edu Nandlal terug op de vliegtuigcrash in Suriname. Ze hebben de verschrikkelijke SLM-ramp overleefd die zich 35 jaar geleden heeft voorgedaan. Verder in de 140 pagina’s tellende editie deelt marathonloopster Anne Luijten haar bewogen jaar met de lezers. Ze liep de olympische limiet, trouwde, maar verloor ook haar trouwste fan: vader Jos. Zwemfenomeen Ian Thorpe blikt terug op zijn legendarische races en vriendschap met Pieter van den Hoogenband. Victoria Koblenko gaat in gesprek met Ranomi Kromowidjojo, drievoudig olympisch kampioen en zeventienvoudig wereldkampioen zwemmen. Als laatste is de negentienjarige Collin Veijer de hoop van de Nederlandse motorsportfans, maar wie is hij?

Shorttrack

Xandra en Michelle Velzeboer: ‘Bij ons is dat filter weg’

Xandra en Michelle [...]
Xandra en Michelle Velzeboer zijn zusjes, shorttrackers en huisgenoten. De een, Xandra, heeft op haar 22ste al zes wereldtitels en olympisch goud op zak. De ander, Michelle, is twintig en klopt hard op de deur. We leggen hen acht stellingen voor in aanloop naar de WK in Ahoy (15-17 maart), waar ze samen goud hopen te winnen op de relay. Het is dat we allebei aan shorttrack doen, maar verder zijn we tegenpolen Xandra: “We hebben verschillende karakters, maar tegenpolen vind ik een te groot woord.” Michelle: “Ik denk dat jij van jongs af aan wat zelfverzekerder bent dan ik, Xan. En jij bent ook wat overheersender.” Xandra, lachend: “Ik weet niet of dat echt zo is, of dat jij dat gevoel gewoon hebt. Ik zoek jou minder snel op als ik ergens mee zit dan jij mij, deel het dan eerder met mijn vriend Dennis of onze ouders. Terwijl jij juist eerder bij mij aanklopt, Mies. Niet lullig bedoeld, maar ik vraag jou niet zo snel om advies en denk ook dat ik dat minder snel aan zou nemen. Ik ben toch anderhalf jaar ouder en dus de ‘grote’ zus...” Michelle: “Dat snap ik ook, hoor. Ik denk ook niet dat ik jou goed genoeg kan helpen met dingen waar jij tegenaan loopt.” Ben jij ook een beetje de beschermende grote zus voor Michelle? Xandra: “Nou, als Mies zich ergens zorgen om maakt, dan kan ik me er weer zorgen om maken dat zij ergens mee zit. Ik heb dan het gevoel dat ik iets op moet lossen voor haar.” Is jullie band veranderd met de jaren? Michelle: “Niet heel erg. We konden toen we nog thuis bij onze ouders woonden soms wel echt ruzie hebben en dat gebeurt soms nog weleens. Dan kan het er pittig aan toegaan. We beoefenen dezelfde sport, trainen samen, wonen bij elkaar en voorheen volgden we ook nog dezelfde studie. We zagen elkaar dus zo’n beetje dag en nacht, dat kan ook weleens voor irritatie zorgen.” Xandra: “De emmer kan af en toe overlopen en dan komt alles er in één keer uit. Daarna kunnen we weer een tijdje vooruit.” Michelle: “Op het ijs hebben we nooit echt ruzie.” Xandra: “De anderen hebben het in elk geval niet door. Als jij er even niet lekker in zit, dan ga ik niet zeggen: wat vervelend voor je. Nee, dan roep ik juist: kom op, niet zeuren, doorgaan! Dan reageer ik eerder een beetje bozig.” Michelle: “En op zo’n moment denk en zeg ik: jij hebt makkelijk praten, bij jou gaat het altijd goed.” Xandra: “Ik kan tegelijkertijd weleens ergens onzeker over doen en dan zeg jij: ‘Dat slaat echt nergens op dat je daar onzeker over bent. Je rijdt gewoon goed.’” Is er ook weleens sprake van een concurrentiestrijd tussen jullie? Xandra: “Nou, ik ben heel competitief. Vroeger wilde ik echt niet dat Mies ergens beter in was dan ik.” Michelle, lachend: “Dat is tegenwoordig nog niet veel anders, hoor.” Michelle: ‘Ik was alleen maar op één been aan het zwieren, zat ook op ballet. Ik was veel meer een meisje-meisje dan jij, Xan. Jij was van de stoere dingen’ Xandra: “Doordat we anderhalf jaar in leeftijd verschillen, zaten we het ene jaar in dezelfde leeftijdscategorie en het andere jaar niet. In de jaren dat we het tegen elkaar op moesten nemen, zeiden andere ouders geregeld tegen mij: ‘Nou, pas maar op, want je zusje komt eraan. Ze gaat je straks verslaan.’ Vreselijk als mensen dat zeiden. Nu sta ik er anders in. Ik vind het juist heel vet als we samen A-finales rijden, dat hebben we al een paar keer gedaan. Hoe mooi is het dat we samen aan de start staan en allebei wereldkampioen kunnen worden?” Xandra heeft een olympische titel en al zes wereldtitels, waarvan drie individueel. Michelle, denk jij: als zij het kan, dan moet ik het misschien ook kunnen? Michelle, lachend: “We hebben natuurlijk wel dezelfde genen, hè. En onze manier van schaatsen lijkt ook erg op elkaar, wat techniek betreft. Er zijn best wel wat gelijkenissen. Dus ja... Er zijn ook verschillen. Ik denk dat ik wat minder sterk dan Xan ben, heb minder trainingsjaren in mijn bagage doordat ik jonger ben. Er zijn ook nog technische dingen die beter kunnen. Ik loop wat achter, heb nog wat tijd nodig.” Xandra: “Onze vader focuste van jongs af aan heel erg op onze techniek. Hij zei vaak: ‘Sterk word je vanzelf als je gewoon boterhammen eet.’ Wij waren altijd heel klein en door hard te trainen word je vanzelf sterker.” Zien jullie elkaar, nu jullie allebei de puberteit voorbij zijn, ook als beste vriendinnen? Xandra: “Ja. Maar bij vriendinnen heb je soms nog dat je even bedenkt: moet ik dat wel zeggen?” Michelle knikt: “Klopt, bij ons is dat filter weg. Wij zeggen alles tegen elkaar.” Jullie zijn huisgenoten. En tegelijkertijd woont Dennis Visser, de vriend van Xandra, ook nog bij jullie. Hoe gaat dat thuis? Xandra, lachend: “Ja Mies, hoe is dat?” Michelle: “Ik ben naarmate ik ouder word wel wat meer op mezelf. Ga ik ’s avonds op mijn kamer een serietje kijken en laat ik Dennis en Xan lekker met z’n tweetjes beneden. Ik hoef daar niet de hele tijd bij te zijn. En tegelijkertijd vind ik het heel fijn dat ik niet alleen hoef te wonen.” Xandra: “Jij hebt nu ook een vriendje, Bas, hij woont nog bij zijn ouders in Heerenveen en bij hem ben je ook veel.” Jullie studeerden ook allebei Life Science & Technolog y in Groningen, maar zijn allebei geswitcht. Hoe dat zo? Xandra: “We zijn allebei overgestapt naar de Open Universiteit. Het was lastig om het trainingsschema in te passen in de opleiding Life Science & Technology. Ik doe nu milieu- & natuurwetenschappen. Veel van die opleiding is online, dat is fijner. Mies, jij kan zelfs je tentamens zelf inplannen, hè?” Michelle knikt: “Ik ben geswitcht naar een studie psychologie.” WIJ VOELEN DE PLICHT OM DE EER VAN ONZE ACHTERNAAM HOOG TE HOUDEN Xandra: “Nee, wij vinden het alleen maar mooi dat we in de familie allemaal dezelfde passie hebben. We hebben ook nog gehockeyd, dat is de sport die onze moeder tot voor kort heeft gedaan.” Michelle: “Wij zijn van jongs af aan voor de lol gaan schaatsen. Niets moest.” Xandra: “Ik ging het ijs op met ijshockeyschaatsjes. Er is nog een grappig filmpje dat jij op van die roze kunstschaatsjes het ijs op ging, Mies. Pap had de puntjes eraf laten slijpen, dat vond hij maar onzin. En jij ging alsnog pirouetjes draaien. Ondertussen wilde ik alleen maar zo hard mogelijk.” Michelle, lachend: “Er was echt een duidelijk contrast. Ik was alleen maar op één been aan het zwieren, zat vroeger ook op ballet. Ik was veel meer een meisje- meisje dan jij, Xan. Ik vond jurkjes ook leuk. Jij was meer van de stoere dingen.” Xandra: “Jij kon ook goed dansen. Nou, daar heb ik echt geen talent voor. Dramatisch gewoon.” Maar was het echt nooit vervelend dat jullie door de achternaam automatisch de schijnwerpers op jullie gericht kregen? Michelle: “Toen we jong waren, heb ik nooit het idee gehad dat mensen anders naar me keken omdat ik een Velzeboer ben of dat ze zeiden: met die achternaam van jou zal je wel heel goed worden. Nu we allebei op hoog niveau aan shorttrack doen, wordt in interviews natuurlijk ook vaak naar onze familie gevraagd.” Xandra: “Wij vonden het juist wel cool dat onze familie het zo goed had gedaan.” Michelle: “Ik heb nooit gedacht: als ik het nu niet goed doe, dan zullen ze zeggen dat ik de naam Velzeboer niet waard ben. Ik zou het eerder als een belemmering ervaren dat mensen mij zien als ‘het zusje van’. Dat is dan vooral een druk die ik mezelf opleg, hoor. Als ik zie wat Xan al heeft bereikt en hoe hard ze gaat, dan kan het zo zijn dat ik hetgeen zij al heeft bereikt, mezelf als doel ga stellen. Nu is dat nog niet het geval, omdat ik weet dat ik nog tijd nodig heb. Xan is nu vooral een motivatie om alles eruit te halen. Maar ik denk ook weleens: misschien word ik wel nooit zo goed als zij.” Xandra: “Ik snap wel wat jij zegt, hoor. Toen ik net de overstap van de junioren had gemaakt, had ik dat met Suzanne Schulting. Zij reed zoveel harder dan ik, dat ik dacht: jeetje, hoe ga ik ooit dat gat met haar dichten? Hoewel ik nog niet van haar niveau was, kon het wel gebeuren dat ik me met Suzanne vergeleek. En ik kan me voorstellen dat het extra lastig is als je een gat moet overbruggen met iemand die ook nog eens je zus is.” Hebben jullie het daar ook over met de familie? Jullie vader Marc had immers ook een broer, Alexander, tegen wie hij op moest boksen op het ijs. Jullie tantes Monique en Simone waren ook concurrenten. Xandra: “Ik heb het daar eigenlijk nog nooit met hen over gehad. Jij wel, Mies?” Michelle: “Nee. Ik heb wel een keer met Monique gebeld toen ik na aan het denken was over een studie. Toen ik bij Life Science & Technology uitkwam, dacht ik: we schaatsen al allebei, wonen ook samen en als ik nu ook dezelfde studie ga doen, dan ben ik echt zo’n na-aper, iemand die geen eigen mening heeft en alleen maar haar zus nadoet. Monique herkende wat ik voelde. Simone ging ook geneeskunde studeren, Monique vond dat ook leuk, maar besloot die opleiding niet te gaan volgen omdat ze niet hetzelfde wilde doen als haar zus. Monique vertelde dat ze daar spijt van had gehad, zei dat ik mijn hart moest volgen.” Bij de eerste wereldbeker die jullie samen reden, eind 2022, wonnen jullie de relay en mochten jullie bij elkaar de gouden medaille omhangen. Hoe werd dat ontvangen binnen de familie? Xandra: “Dat vond iedereen heel leuk. Er wordt altijd heel veel gereageerd op de familieapp. Die liefde voor shorttrack is nooit verdwenen. Toen wij nog heel klein waren, gingen we ook altijd al met de hele familie kijken bij shorttrackwedstrijden in Nederland.” De gevaren van het shorttrack zijn ook bekend binnen de familie. Simone heeft zware blessures gehad en Monique kwam in 1993 zo ongelukkig ten val dat ze een dwarslaesie opliep. Wordt er in de familieapp ook op gehamerd dat jullie voorzichtig moeten doen? Michelle: “Nee, nooit.” Xandra: “Onze vader heeft wel een speciale nekbeschermer, een soort col van snijvast materiaal, bedacht. De sport is ook veel veiliger dan in hun tijd. We rijden in pakken van – normaal gesproken – snijvast materiaal, trainen met een vrijstaande boarding. De kussens bewegen mee als je erin knalt, waardoor de impact veel minder is. We weten dat er altijd risico’s zijn: je kunt hard vallen en de messen waarmee wij schaatsen zijn heel scherp en dun. Als je bang bent aangelegd, moet je sowieso niet aan deze sport beginnen.” Dat zagen we begin november, Xandra, toen jij Suzanne Schulting met je schaats raakte bij een val tijdens de training. Het gevolg: een heel diepe snijwond in haar rug. Xandra: “Het was een heel grote wond, dat was erg schrikken. Heel vervelend, gelukkig liep het ondanks alles met een sisser af voor Suzanne. Dit blijft helaas het risico van het vak. Ik liet Suus meteen weten dat ik het heel erg rot voor haar vond. Zij stuurde ook dat ik er niks aan kon doen. Het was gelukkig meteen goed tussen ons.” Michelle: “Dat soort dingen zorgen ervoor dat je je altijd bewust bent van de gevaren. Ik ben bij de World Cup in Seoul ook hard gevallen, waardoor ik een tijdje niet kon trainen door een blessure aan mijn bovenbeen. Dat is weer een realitycheck dat we aan een gevaarlijke sport doen.” MOVE OVER SJINKIE KNEGT EN SUZANNE SCHULTING. HET IS NU ONZE BEURT OM DE SHORTTRACKPLOEG BIJ DE HAND TE NEMEN Michelle, lachend: “Daar zijn wij niet mee bezig, hoor. Maar de ploeg is wel heel erg verjongd de laatste tijd.” Is er sprake van een generatiekloof? Michelle: “Helemaal niet. Yara van Kerkhof is meer dan tien jaar ouder dan wij, maar met haar klikt het net zo goed als met Suzanne of Selma Poutsma die weer jonger zijn.” Xandra: “Toen ik erbij kwam, had je nog wel wat ouderen erbij en die zijn afgelopen tijd gestopt. Daardoor verandert de dynamiek binnen een trainingsgroep altijd een beetje, maar niet zodanig dat het ineens zo is dat je twee groepen krijgt.” Tijdens relays lijkt het altijd heel gezellig te zijn tussen jullie. Er wordt natuurlijk ook heel vaak gewonnen. Maar is het ook zo dat de een z’n dood de ander z’n brood is? Xandra: “De sfeer is bijna altijd goed.” Michelle: “En ondertussen is er altijd concurrentie.” Xandra: “Op de 500 meter is die concurrentiestrijd wel een dingetje, want die willen we allemaal rijden. In een wereldbekerwedstrijd kunnen er maar drie per land een 500 meter rijden. Uitzondering is als die afstand twee keer wordt gereden in een weekend, dan kan iedereen hem rijden. Selma, Suzanne, Yara, Michelle en ik kunnen er allemaal heel goed op uit de voeten. Het niveau is op die afstand zo hoog, het wordt bij EK’s en WK’s spannend wie die afstand mag rijden.” Michelle: “Het lullige is: als je als nummer vier in Nederland net buiten de boot valt voor de 500 meter, heb je wel het niveau om mee te doen om de medailles als je voor een ander land uit zou komen. Er is concurrentie om de startplekken, maar er is onderling geen haat en nijd.” Merken jullie dat als je in een rood- wit-blauw pak het ijs opkomen, short- trackers uit andere landen denken: o jee, daar heb je de Nederlanders? Michelle: “Ik zie het niet aan hun gezichten, hoor. Misschien dat ze het onbewust denken. Ik denk wel dat ze naar jou anders kijken, Xan. Jij hebt natuurlijk twee individuele wereldtitels op de 500 en 1000 meter.” Xandra: “Op de 500 meter merk ik dat wel. En nu ook op de 1000 meter.” Michelle: “Ik had ook niet verwacht dat je vorig jaar de wereldtitel op de 1000 meter zou pakken.” Xandra: “In het olympisch jaar was ik ook al goed op de 1000 meter, maar toen kon ik nog niet echt om de winst strijden. Die laatste stap heb ik vorig seizoen gezet. Toen ik bij de WK aan de start van de 1000 meter stond, dacht ik: deze ga ik gewoon winnen.” Michelle: “Je had daarvoor al de titel op de 500 meter gepakt, daar haalde je natuurlijk ook veel vertrouwen uit.” Xandra: “Die 500 meter was het doel, ik was regerend wereldkampioen en had het wereldrecord op die afstand. Toen het lukte om die titel nog een keer te winnen, was het grote doel bereikt. Daardoor kon ik met iets meer ontspanning die 1000 meter rijden.” De 1000 meter is ook het territorium van Suzanne Schulting, die daarop jarenlang onverslaanbaar was en ook twee olympische titels pakte. Xandra: “Ja... Ik werd jarenlang, vanaf de junioren al, gezien als een sprinter. Jeroen Otter zei altijd al: ‘Ik vind dat je jezelf tekortdoet als jij je alleen focust op de 500 meter.’ Ik weet nog dat ik in het olympisch jaar een keer een World Cup niet mocht rijden op de 500 meter. Daar was ik echt kwaad om. Jeroen zei toen: ‘Je rijdt ook een goede 1000 en 1500 meter, ik zie niet in waarom jouw kansen op een medaille nu ineens weg zijn.’ Hij heeft gelijk gekregen dat in mij meer schuilt dan een sprinter.” Wat zei Suzanne tegen jou? Xandra: “We hebben elkaar daarna niet echt gesproken. Logisch, want die 1000 meter was voor haar echt niet leuk. Ik snapte haar teleurstelling, ze hoefde daarna niet meteen iets tegen mij te zeggen. Uiteindelijk feliciteerde ze me wel gewoon, hoor. De ene keer zijn we teamgenoten en de andere keer zijn we concurrenten. Wij snappen allemaal heel goed van elkaar dat iemand ook af en toe ruimte nodig heeft bij een teleurstelling.” Na die 1000 meter op de WK werd duidelijk dat Suzanne te veel van zichzelf had geëist. Jaar in jaar uit had ze geen kruimel laten liggen. Heeft het jullie doen beseffen dat shorttrack ook mentaal een heel intensieve sport is? Xandra: “Ik ben niet echt geschrokken, wij wisten allebei al hoe zwaar topsport mentaal is. Je ziet ook geregeld dat iemand besluit er een seizoen uit te stappen om zich weer op te laden.” Michelle: “De Canadese Kim Boutin heeft even rust genomen en de Italiaanse Arianna Fontana heeft dat al vaker gedaan. Vooral in Nederland zien wij dat als iets dat niet normaal is.” Xandra: “Die wedstrijden vragen ge- woon heel veel van je. En tijdens een weekend kan heel veel gebeuren. Als het niet goed gaat, moet je jezelf weer opladen. Dat is mentaal heel intensief. In onze sport moet je meteen weer door, dat kost zoveel energie.” Michelle: “Dat is het zwaarste van onze sport: tien minuten na een teleurstel- ling moet je alweer door, moet je het een plekje hebben gegeven.” Hebben jullie weleens gesprekken met een mental coach? Michelle knikt: “Ik heb weleens met een psycholoog gesproken.” Xandra: “Ik was eerst de shorttracker die onbevangen kon jagen en de situatie is wel iets anders nu er meer op mij wordt gelet. Ik voel meer druk. Er wordt meer naar me gekeken, maar ik verwacht ook meer van mezelf. Ik praat sinds dit jaar ook met een mental coach over dit soort dingen. Ik kan me al druk maken om de afstanden die ik tijdens een World Cup ga rijden. Keuzestress. Of ik kan na een overwinning op de 500 meter al zenuwachtig zijn over de volgende wedstrijd. Ik mag er wel wat relaxter in staan en wat meer genieten van een overwinning. Het is niet normaal om steeds te winnen.” NIELS KERSTHOLT IS DE BESTE BONDSCOACH DIE WE OOIT HEBBEN GEHAD Michelle: “Niels is de enige bondscoach die ik heb gehad. De samenwerking met hem verloopt heel soepel. En het is heel fijn dat Annie Sarrat zijn assistent is, dat er ook een vrouwelijke coach in de staf zit.” Xandra: “Niels en Annie zijn het ook niet altijd met elkaar eens. Dat is goed, daardoor worden dingen vanuit meerdere kanten bekeken. De staf vult elkaar goed aan.” Heb je nog weleens contact met jullie voormalig bondscoach Jeroen Otter? Xandra: “Heel af en toe. Dan gaat het over dagelijkse dingen, we bespreken geen trainingsinhoudelijke zaken.” Onder Otter waren jullie al heel succesvol. Die lijn is doorgezet. Borduurt Kerstholt voort op het succes van Otter of heeft hij echt een andere werkwijze? Xandra: “Niels drukt zijn eigen stempel op de ploeg, maar het is natuurlijk wel zo dat het niveau al op deze hoogte was gebracht.” Michelle: “In trainingen heb je veel aan teamgenoten. Als zij niet hard schaatsen, dan houdt het op.” Xandra: “Bepaalde trainingsvormen die wij fijn vinden, komen deels nog uit de tijd van Jeroen. Maar dat is ook logisch, denk ik.” Hebben jullie onder Kerstholt meer inspraak dan onder Otter? Xandra: “Ze hebben totaal andere karakters. Niels zegt dat zelf ook. Hij is minder autoritair dan Jeroen.” Gebruiken jullie je vader ook als klankbord? Xandra: “Absoluut. Samen met Niels en Dennis.” Michelle: “Het is heel fijn dat we iemand hebben die zo dicht bij ons staat en precies snapt wat je bedoelt. Als je een ouder hebt die totaal niet in de sport zit, is het toch heel anders. Die kan dan zeggen ‘het komt wel goed’, maar dan denk je toch: wat weet jij er nou van?” Xandra knikt: “Van papa nemen wij het wel aan.” WIJ TROUWEN LATER ALLEBEI OP DE IJSBAAN Michelle, lachend: “Nou, trouwen op de ijsbaan... dat niet.” Xandra: “Maar ik wil wel een groot feest.” Jullie geliefden zijn allebei shorttrackers. Xandra, jij bent al jaren samen met voormalig shorttracker Dennis Visser, die in 2017 wereldkampioen met de relayploeg werd. Xandra: “Ik ben vier jaar samen met Dennis. Het is heel fijn dat hij ook op hoog niveau heeft geschaatst. Ik kan heel goed met hem over shorttrack praten. Dennis kijkt geregeld mijn trainingen terug en geeft dan feedback.” Michelle, jij bent samen met talent Bas van der Valk. Hoe is die liefde opgebloeid? Michelle: “Sinds september hebben we een relatie. Bas zit in het KNSB Talent Team Noord en woont ook in Heerenveen. Ik ken hem al langer, wij zijn nog teamgenoten geweest. Afgelopen zomer ontmoetten we elkaar weer op een feestje. Toen sloeg de vonk over.” Kijkt Bas ook jouw trainingen terug om van jou te leren? Michelle, lachend: “Hij heeft weleens gezegd dat wij zijn voorbeelden zijn op technisch gebied.” Xandra: “Wat een compliment! Bas doet het zelf ook heel goed.” En jullie ouders vinden het vast ook goed nieuws dat jullie allebei met een shorttracker thuis zijn gekomen? Michelle, lachend: “Ik denk niet dat dat een vereiste was, hoor.” Xandra: “Gelukkig vallen ze in de smaak.” Als het ooit zover is dat jullie gaan trouwen, vragen jullie de ander dan meteen als getuige? Michelle: “Dat denk ik wel.” Xandra knikt: “Andersom ook.” Michelle, lachend: “Dat mag ik hopen, ja!” ZONDER GOUD IS MIJN WK IN ROTTERDAM NIET GESLAAGD Xandra: “Absoluut.” Michelle: “Als wij geen goud op de relay winnen, zijn we op zijn zachtst gezegd niet blij.” Hoe tof is het om samen die relay te rijden? Michelle: “Heel leuk. Voor de relay voel ik altijd net wat minder spanning dan voor individuele races, omdat ik weet dat ik het niet alleen hoef te doen en veel vertrouwen heb in de rest van het team.” Xandra: “Als er iemand een misser maakt, dan kan iemand anders het oplossen. We weten dat we een heel goed team hebben.” Michelle, wat zijn op de individuele afstanden jouw doelen? Michelle: “Ik weet nog niet of ik ook in- dividueel mag rijden op de WK. Suzanne Schulting komt terug en de anderen, Xandra, Selma en Yara, zijn supergoed. Het is wel mijn doel om een individuele afstand te rijden. En als ik er dan sta, wil ik het goed doen. Een B-finale rijden en die winnen zou voor mij al heel goed zijn.” Xandra, wanneer ben jij tevreden? Xandra: “Ik wil de wereldtitels op de 500 en 1000 meter winnen. Ik las in de zomer een uitspraak van de Poolse tennisster Iga Swiatek. Ze zei dat ze het verdedigen van een titel zo stom vond klinken. Dat het niet om verdedigen gaat, maar om winnen. Dat vond ik mooi. Ik wil heel graag weer winnen. Het lijkt me heel vet om dat in Ahoy te doen.” Michelle: “Met onze hele familie op de tribune.” OP DE SPELEN IN 2026 HEEFT DE HELE WERELD HET OVER DE ZUSJES VELZEBOER Xandra: “Dat zou mooi zijn.” Michelle, lachend: “Dat is het doel. Het zou mooi zijn om de broertjes Shaolin Sándor Liu en Shaoang Liu, die heel groot zijn in de shorttrackwereld, van het vrouwenshorttrack te zijn. Maar het olympisch seizoen is nog ver weg.” Milaan is op dit moment gewoon een modestad voor jullie? Xandra: “Ik ben er nu al meer mee bezig dan in aanloop naar de Spelen in Beijing. Dat jaar reed ik al veel A-finales in de wereldbekers, maar was geen favoriet. Nu heb ik daar een heel ander gevoel bij.” Michelle: “Jij hebt al olympisch goud gewonnen met de relay, dat wil ik ook. Die gouden medaille van Xan heb ik wel even omgehangen. Daardoor zitten de Spelen meer in mijn hoofd dan als ik Xandra niet als zus had gehad.” Xandra: “Nu ik twee keer wereldkampioen ben geworden op de 500 meter, weet ik dat ik aan de top sta. De vraag is dan hoe ik daar ook blijf. Selma Poutsma heeft een grote stap gemaakt, haar kom ik nu ook in de finales tegen. Suzanne Schulting is er straks weer bij. Mijn andere concurrenten worden ook steeds beter. Ik moet dus ook steeds beter worden, zodat ik in Milaan hopelijk de meest complete schaatsster ben.” Hebben jullie al weleens gefantaseerd over die olympische titel en wat jullie dan samen gaan doen? Xandra, lachend: “Nee.” Michelle: “We weten alleen dat we na de Spelen op wintersport willen.” KIJK NAAR JENNING DE BOO EN JORIEN TER MORS; SHORTTRACK IS DE BESTE BASIS VOOR DE 500, 1000 EN 1500 METER LANGEBAAN Michelle: “Daar ben ik het mee eens. Hoewel... ik heb geen verstand van langebaanschaatsen.” Jenning de Boo won de nationale titel op de 500 en 1000 meter langebaan, de Europese titel op de 500 meter, en komt uit het shorttracken. Hoe kijken jullie naar zijn prestaties? Michelle: “Het is heel knap wat hij heeft gedaan, het is niet zo dat iedere shorttracker dat zomaar kan. Maar Jenning was vroeger ook al heel goed op de langebaan. Ik heb nog bij hem in het team gezeten, we zijn nog samen naar de Jeugd Olympische Spelen geweest. Hij is wereldkampioen junioren op de 500 meter shorttrack geworden, maar vond de langebaan leuker.” Xandra: “Hij heeft met shorttrack een goede basis gehad. Je ziet dat hij het verschil in de bochten maakt.” Xandra vertelde eerder in Helden dat ze een hekel heeft aan de langebaan. Hoe zit dat bij jou, Michelle? Michelle: “Ik ben er zelf ook niet goed in. Wij hebben vroeger nooit op klapschaatsen gereden of überhaupt op de langebaan geschaatst.” Xandra: “Inmiddels ben ik er iets beter in geworden, maar ik haal er nog steeds geen plezier uit. Nee, voor mij geen langebaan, hoor.” Met dank aan Parkhotel Tjardaa, Oranjewoud. Helden Magazine 70 Het interview met Xandra en Michelle Velzeboer komt voort uit het eerste nummer van 2024. Jutta Leerdam schittert op de cover van de zeventigste editie van Helden. Ze heeft een grote schare fans en volgers. Hoe kijkt ze naar zichzelf? En hoe kijken anderen naar haar. ‘’Echt, schaatsen staat bij mij altijd voorop.’’ In Helden Magazine 70 is er veel aandacht voor de wintersporten. Het jonge Amerikaanse fenomeen Jordan Stolz vragen we naar zijn geheim en de samenwerking met Irene Schouten en Jillert Anema. Shorttracker Jens van ’t Wout ontmoet Victoria Koblenko. Daarnaast is er ook aandacht voor voetbal. Peter Bosz is met PSV hard op weg naar zijn eerste landstitel. De kans is groot dat PSV zijn laatste club is als trainer. Calvin Stengs is helemaal terug, schittert bij Feyenoord en Oranje. We gingen langs bij Calvin, zijn vriendin Beau de Boer – dochter van Frank de Boer – en zoontje Saint. Frits Barend eert Ruud Geels, de vaak verguisde spits die in november overleed en oud-voetballer Michael Mols spreekt over de tumor die in zijn hoofd werd ontdekt. Verder kwam wielrenner Milan Vader in 2022 zwaar ten val, lag in coma en keerde na een lange revalidatie terug aan de top, met dank aan vriendin Ilse Lutke die niet van zijn zijde week. Veldrijdster Fem van Empel is een multitalent, maar het is wel wennen dat iedereen haar vergelijkt met Mathieu van der Poel. Tallon Griekspoor is de beste tennisser van Nederland, we spraken hem samen met zijn broers Kevin en Scott in aanloop naar de ABN AMRO Open. Als laatste stroomt het racen bij duizendpoot Tom Coronel door zijn bloed. “Max Verstappen is beter dan iedereen die ik ooit heb gezien.” Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 70 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw favoriete sporters? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.