Word abonnee
Meer

Autosport

Lando Norris: ‘Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben’

Als wereldkampioen Formule 1 is Lando Norris veel meer dan alleen de opvolger van Max Verstappen.Inde26-jarigeEngelsmanschuilt namelijk een introvert persoon die jarenlang streed tegen twijfel, druk en mentale problemen. Een portret van een innemende coureur, die worstelde en toch boven kwam. Zelfs mensen die zelden een Formule 1-race kijken, hebben hem misschien wel eens langs zien komen op tv of social media: die kleine Engelsman met jongensachtig gezicht, brede lach en soms wat verlegen ogend. Bevriend met Max Verstappen en dj Martin Garrix. Zorgeloos leventje, wonend in Monaco, gezegend met een miljoenensalaris en een baan als Formule 1-coureur. En nog wereldkampioen ook. Livin’ the good life, zou je denken. Nee, dus. Want ook Norris is, zoals zoveel topsporters, een mens met zo zijn eigen onzekerheden. En dat heeft zijn leven bepaald niet altijd eenvoudig gemaakt. Vroeger al niet, maar helemaal na de entree in de Formule 1 kampte hij met mentale stress buiten de auto. Is hij de enige F1-coureur of topsporter die daar last van had of heeft? Zeker niet. Maar wat Norris onderscheidt van vele anderen is dat hij daar altijd open over was, is en - naar eigen zeggen - zal blijven. Steeds vaker overigens tonen sporters zich de laatste ja- ren bereid over mentale worstelingen te pra- ten, vanuit een status als rolmodel, idool of voorbeeld. Het is een lovenswaardige trend die mede door types als Norris wereldwijd is ingezet. En dat juist voor een coureur uit de Formule 1, een soms bizarre wereld die bol staat van ego’s, show, geld, politiek en pracht en praal. Waarin imago voor velen alles is en open- heid lange tijd werd gezien als zwaktebod in een verhitte concurrentiestrijd. Maar zelfs in de wondere wereld van Formule 1, van oudsher conservatief, is er steeds meer ruimte voor de zogeheten menselijke maat. HET TALENT Voordat de wereld hem leerde kennen als Formule-1-coureur, was Norris al een feno- meen in het karten. In Britse racekringen ging zijn naam rond als een talent dat je maar eens in de zoveel jaar ziet. Wonderboy from Bristol, de stad waar hij opgroeide. Hij won. Vaak en veel. Kampioen in de kart, daarna Formule 4, vervolgens Formule Renault. Klassen die de gemiddelde sport- liefhebber weinig tot niets zullen zeggen. Maar hoe ze ook heten, helder is één ding: als je bij elke nieuwe stap in je loopbaan suc- cesvol bent, zul je toch vast wel iets kunnen. Talent was er dus wel, in overvloed zelfs. Dat leidde tot een carrière die zo snel ging dat het bijna leek alsof Norris fluitend rich- ting F1 ging. “Maar de realiteit is anders,” benadrukt hij keer op keer. “Want ik ben altijd heel hard voor mezelf geweest. Als er iets niet goed ging, vond ik dat sowieso mijn eigen schuld. Dan ging ik mezelf dingen verwijten, meer althans dan een ander.” DE FAMILIE Gelukkig is er familie. Want vooropgesteld: die is liefdevol. Dat wordt ook te pas en te onpas duidelijk als Norris met vader, moe- der en zijn broer of zussen in beeld komt tijdens een Formule 1-weekend. De lat voor succes ligt traditiegetrouw hoog in huize-Norris. Vader Adam, een bena- derbare en aimabele man, is een succesvol ondernemer. Iemand ook die gewend is om doelen te stellen en risico’s te nemen. Dat heeft de kleine Lando mede gevormd. Moeder Cisca, afkomstig uit België, zorgde voor balans: rust, relativering, stabiliteit. Het maakt vader en moeder Norris tot een geliefd duo in de paddock en zoon Lando is ook louter vol lof over zijn ouders. In interviews vertelt hij met gepaste trots dat hij in tegenstelling tot veel collega-coureurs niet uit een racefamilie komt. Geen vader die zelf in auto’s reed, geen generaties met race-DNA. Maar wel een gezin waarin hij zijn eigen pad kon volgen. Die vrijheid vormde hem eveneens, bijvoor- beeld in het besef dat mentaal leed er mag zijn. Wel moest hij leren dat te kunnen en willen delen, om het onder woorden te kun- nen brengen. Want Norris blijkt, ondanks het beeld van de vrolijke entertainer, intro- vert te zijn. “Ik ben iemand die veel lacht, dat zie je duidelijk op beelden. Maar achter die lach schuilt uiteindelijk een vrij rustig en gereserveerd persoon. Of ik introvert ben? Ja, enorm zelfs.” Zie daar, de paradox. De vrolijke coureur die miljoenen fans laat lachen, blijft diep in zijn hart zelf het liefst op de achtergrond.\ Meer lezen? De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami.Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

Earnest Stewart: de kampioensarchitect van PSV

Earnest Stewart werd in maart 2023 directeur voetbalzaken [...]
Earnest Stewart werd in maart 2023 directeur voetbalzaken van PSV. De geboren Brabander, die 101 interlands voor Amerika speelde, is een van de architecten achter het succes van de landskampioen. “Beter dan PSV kan ik het niet treffen.” Sinds jij aan de slag bent gegaan bij PSV, verandert alles in goud. Dat kan geen toeval zijn. Lachend: “Nou, dat heeft in de eerste plaats te maken met de mogelijkheden bij PSV, hoor. In de winterstop voordat ik begon, hadden ze al een aantal spelers verkocht, waardoor we, toen ik directeur voetbalzaken werd, meteen gericht konden investeren met het oog op het nieuwe seizoen. In de zomer van 2023 kwam ook Peter Bosz als trainer. Hij slaagde er in heel korte tijd in PSV te laten voetballen zoals wij dat met z’n allen voor ogen hadden. Die lijn hebben we sindsdien door kunnen trekken, al moet gezegd worden dat we vorig seizoen een moeilijke periode hebben gekend toen de voorsprong in de competitie verdween en veranderde in een achterstand op Ajax. Dat we vorig jaar toch nog kampioen werden, is het bewijs dat hoe we hier met elkaar omgaan de juiste manier is.” Bosz vertelde dat het voor hem essentieel is om als trainer een goede klik te hebben met de technisch directeur, omdat je elkaar echt nodig hebt. Zou jij hem typeren als een vriend? “Ja. Als mens en collega zitten we op één lijn, dat maakt samenwerken automatisch heel leuk. Wat ook helpt, is dat Peter ook technisch directeur is geweest bij Feyenoord. Hij snapt dus dat ik vanuit mijn functie bepaalde beslissingen moet nemen vanuit financieel of organisatorisch oogpunt.” Wordt er weleens met de vuist op tafel geslagen als Brands, Bosz en jij overleg hebben? “Mijn stijl is sowieso niet om met mijn vuist op tafel te slaan en Marcel en Peter zijn daar ook niet van. Maar we zijn het zeker niet altijd volledig met elkaar eens. Maar doordat we van elkaar weten dat we alle drie het allerbeste willen voor PSV, komen we er altijd uit.” Ontknoping Landstitels, Champions League-voetbal, mooie in- en uitgaande transfers; sta je er weleens bij stil dat heel veel dingen goed zijn gegaan in de afgelopen drie jaren? “Ik kom elke dag naar de club met het doel om kampioen te worden. Dat betekent dat ik niet zozeer kijk naar wat is geweest, maar steeds weer vooruitkijk. Het grote verschil met vorige clubs waar ik werkte, is dat we bij PSV de ambitie om kampioen te worden ook waar kunnen maken. Marcel en Peter staan er net zo in als ik, zij kijken ook meteen naar dingen die beter kunnen. Misschien zouden we wat vaker stil mogen blijven staan bij de dingen die al allemaal heel goed zijn gegaan.” Wat komt als eerste boven als je iets moet noemen waar je met een heel tevreden gevoel op terugkijkt in de afgelopen drie jaar? “Veel mensen beginnen meteen over de ontknoping van afgelopen seizoen, dat we toch nog kampioen werden. Dat was heel spannend en mooi. Maar ik denk eerder aan het eerste seizoen dat ik hier werkte. Wij speelden zulke fantastische wedstrijden. Nadat we kampioen waren geworden, zei ik tegen mezelf: wat kan voetbal toch mooi zijn. Vorig jaar had ik dat gevoel minder, maar kwam er dus die spanning voor terug. Dit jaar spelen we vaak weer heel dominant, voel ik weer geregeld wat ik in het eerste seizoen ook voelde.” Peter Bosz vertelde eind vorig jaar in Helden dat de les van de landstitel in 2024 was dat je moet durven doorselecteren. Een winnend team moet altijd op één of meerdere plekken veranderen om ‘honger’ in de groep te houden. Dat het vorig seizoen zo spannend werd, was mede het gevolg van onvoldoende wisselingen binnen de selectie. “Dat is de conclusie die de directie en Peter gezamenlijk trokken. We zaten na die eerste titel met elkaar om de tafel en zeiden: ‘Laten we proberen dit team bij elkaar te houden, dan kunnen we verder groeien.’ Dat was een leuk plan, maar in een opleidingsland als Nederland werkt dat toch een tikkeltje anders. Spelers willen verder. Als ze succesvol zijn, willen ze dat moment aangrijpen om de volgende stap te maken. Dan heeft het voor een club geen zin om krampachtig vast te houden aan wat je succes heeft gebracht. Er wordt altijd geroepen: ‘Never change a winning team.’ In Nederland hebben we gemerkt dat als je kampioen wil blijven, je juist dingen moet veranderen. Er moet altijd vuur in een spelersgroep zitten. En dat krijg je voor elkaar door af en toe spelers te laten gaan en nieuwe jongens aan te trekken.” Is dat de wijze les van drie jaar PSV? Knikt: “Voor Peter en mij was het in 2024 voor het eerst dat we landskampioen werden als trainer en technisch directeur. Wij riepen: dit willen we continueren. Maar succes kun je ook continueren door juist in te grijpen, weten we nu.” Je had het net al even over de bizarre ontknoping van de competitie vorig jaar. Jullie gaven eerst een grote voorsprong weg, kwamen negen punten achter op Ajax met nog zeven duels te gaan, maar wisten toch kampioen te worden. In de periode dat jullie de voorsprong zagen veranderen in een achterstand lag Bosz onder vuur. Hoe lastig was het om het hoofd koel te houden? “Niet moeilijk. We hadden een duidelijk plan, wisten hoe we wilden voetballen en welke spelers we hadden aangetrokken om dat plan te laten slagen. Wij vonden bij PSV allemaal dat we met Peter een fantastische coach hadden om dat doel te bereiken. We zagen ook dat de spelersgroep en Peter nog heel goed met elkaar om bleven gaan. Natuurlijk kregen we mee dat er van alles werd geschreven en geroepen. Daar konden we ons heel goed voor afsluiten. Heel mooi dat we rustig zijn gebleven in die vervelende periode en er met elkaar uit zijn gekomen. Door vast te houden aan ons plan en te blijven focussen op de dingen die we goed kunnen, heeft de spelersgroep het weer opgepakt.” Heeft het feit dat jullie met elkaar de rug recht hebben gehouden ervoor gezorgd dat de band tussen Bosz, Brands en jou nog hechter is geworden? Knikt: “Het is heel fijn dat we in een tijd dat iedereen van alles riep bij elkaar zijn gebleven. Als je dan aan het einde van de rit met z’n allen weer op de platte kar staat, ben je een ervaring rijker die je voor altijd met elkaar zal blijven delen. Die titel heeft bewezen dat het in de voetbalwereld heel erg kan lonen als je in moeilijke situaties de rust weet te bewaren.” Meer lezen? De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpoool. Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami. Lando Norris onttroonde Max Verstappen als wereldkampioen Formule 1. De Britse coureur van McLaren is open over zijn twijfels en mentale problemen. “Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben.” Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Baanwielrennen

“Soms moet ik uit die wielerbubbel stappen” – het leven achter de zeges van Lorena Wiebes

Op Lorena Wiebes (27) staat al tijden geen maat. Ze is met [...]
Op Lorena Wiebes (27) staat al tijden geen maat. Ze is met afstand de snelste van het vrouwenpeloton. Daarnaast heeftft de renster van SD Worx-Protime haar vizier gericht op de baan. We spraken haar in het bijzijn van hond Gizmo over bedreigingen, Jan Smit, overwinningsgebaren en haar olympische missie. “Soms moet ik even uit die wielerbubbel stappen.” Gizmo Lorena Wiebes komt aan met haar Franse bulldog Gizmo aan de lijn bij Van der Valk Hotel Kasteel TerWorm in Heerlen. In de andere hand heeft ze hondensnoepjes. “Ik ben groot hondenfan. Thuis in Mijdrecht hebben we Benji en Bayka, twee Engelse staffords.” Van hen heeft ze ook allebei een tatoeage op haar lichaam. Een tattoo van Gizmo ontbreekt nog, maar hij heeft wel zijn eigen Instagram-account en heeft zelfs een privésponsor in hondenvoerfabrikant Happy Dog. “Ik zag Gizmo eind 2023 als puppy op Marktplaats. De mensen die hem aanboden, bleken een kilometer bij mij vandaan te wonen.” Gizmo wordt onrustig zodra Lorena meer dan een meter van hem vandaan is. “Soms is het ook wel zielig voor hem dat ik soms na een dag alweer weg moet. Hij is steeds bang dat ik weer wegga, vandaar dat hij zo aanhankelijk is. Door het wielrennen brengt hij heel veel tijd bij mijn ouders door. Zij nemen hem ook vaak mee naar de koers, als ik in Nederland of België moet fietsen.” De afstand tussen Mijdrecht, gelegen tussen Amsterdam en Utrecht, en Simpelveld, het plaatsje onderin Limburg waar Lorena woont, bedraagt ruim 180 kilometer. “Ik heb het geluk dat mijn moeder Gizmo meestal op komt halen als ik weer weg moet. Hij heeft het bij mijn ouders inmiddels zo naar zijn zin dat ik hem af en toe niet eens meer mee naar huis krijg als ik hem op kom halen.” Gizmo vraagt constant haar aandacht als ze thuis in Simpelveld is. “Fijn dat er thuis iemand op me wacht. Maar het is niet zo dat ik eenzaam ben, hoor. Ik heb een hectisch leven, ben vaak met de ploeg op stap, heb voortdurend mensen om mij heen. En er is ook gerust nog ruimte voor iemand in mijn leven, maar daar ben ik op dit moment niet actief naar op zoek. Ik vind het juist lekker om af en toe met Gizmo te zijn en verder niemand om me heen te hebben. Soms moet ik even uit die wielerbubbel stappen. Eerder, toen ik nog bij mijn ouders woonde, ging ik geregeld kickboksen om m’n zinnen te verzetten. Ik vind het nu lekker om thuis de barista uit te hangen. Vorig jaar heb ik na mijn overwinning in Milaan-San Remo mezelf een mooie, goede koffiemachine cadeau gedaan.” Jan Smit Bij SD Worx-Protime zijn geregeld de nummers van zanger Jan Smit te horen. “Onze mecanicien is groot fan van Jan, net als mijn collega en goede vriendin Floortje Mackaij. Door hen ben ik ook fan geworden. Ik hield van huis uit ook altijd al van Nederlandstalige muziek. Mijn moeder draaide vaak nummers van Marco Borsato.” Liedjes van Jan Smit worden door Lorena en haar ploeggenoten gedraaid om in de winning mood te komen, maar dienen ook als inspiratiebron. “In de UAE Tour van 2024 hadden we met nog één rit te gaan alle etappes gewonnen. Onze CEO Erwin Janssen zei tegen mij: ‘Als jij de laatste rit ook wint en het gebaar maakt alsof je gitaar speelt als je over de streep komt, dan zorgen wij dat Jan Smit aan het eind van het jaar bij het teamfeest komt.’ Helaas bleef er één renster vooruit. Maar Erwin bracht me op een idee: ik ben daarna als overwinningsgebaa naar nummers van Jan gaan verwijzen.” Lorena speelde onder andere luchtgitaar toen ze winnend over de finishlijn kwam, verwijzend naar het liedje Mijn Gitaar. Ze spreidde haar armen alsof ze vleugels had om het nummer Vogelvrij uit te beelden na weer een gewonnen sprint. En ze vuurde een denkbeeldige pijl af, refererend aan de hit Cupido. “Het kwam ook bij Jan terecht dat ik zo mijn overwinningen vierde. Hij besloot mij te volgen op Instagram en af en toe stuurde hij ook een boodschap. Zo ook eind vorig jaar, toen ik vlak bij mijn huis op mijn gewone fiets door een onoplettende automobilist van mijn fiets werd gereden. De bestuurder reed door en ik heb nog aangifte gedaan.” Na de aanrijding had ze een stijve nek en rug, wat blauwe plekken en een opgezwollen knie. “Heel attent van Jan dat hij meteen een bericht stuurde om me sterkte te wensen.” Lorena en Jan hebben elkaar inmiddels ook ‘in het echt’ ontmoet. “We hadden in 2024 alsnog gevraagd of hij op het teamfeest kon komen, maar dat bleek tegelijk met het Gouden Televizier-Ring Gala te zijn dat hij presenteerde. We zijn daarna met de Nederlanders uit de staf en enkele rensters naar een concert van Jan geweest in Volendam. Voor het concert heb ik Jan ontmoet. En afgelopen jaar zijn we met een groepje naar zijn concert in Antwerpen geweest.” Er is wel een probleem, zegt Lorena lachend: “Ik ben wel een beetje door de nummers van Jan heen die ik uit kan beelden.” Peter Sagan Niet alleen Jan Smit, maar ook de twee jaar geleden gestopte Peter Sagan diende als inspiratiebron. De zevenvoudig winnaar van de groene trui in de Tour de France kwam ooit met de borst vooruit en de vuisten gebald over de streep. Een verwijzing naar De Hulk, de stripfiguur die groen en loeisterk werd als hij boos werd. Lorena deed, net als Sagan, afgelopen Tour na haar overwinning in Poitiers De Hulk na. Gezien haar gespierde bovenarmen, die goed zichtbaar zijn door haar mouwloze shirt, en het feit dat ze met de overwinningen die ze aaneenrijgt wordt gezien als ‘superheld’ van SD Worx-Protime, is dat te begrijpen. “Ik vond het bij een overwinning in de groene trui wel toepasselijk om De Hulk na te doen. Ik heb het Hulk-gebaar ook al in 2022 gemaakt, toen won ik net als afgelopen jaar ook in de groene trui in de Tour.” Terug naar Sagan. Hij was een voorbeeld voor de jonge Lorena. “Natuurlijk omdat hij een geweldige wielrenner was die veel won. Maar ook door zijn uitstraling. Sagan was echt een showman.” Sagan vierde zijn overwinningen vaak op unieke wijze. Zo verwees hij met zijn overwinningsgebaar ooit naar zijn zwangere vrouw, hij imiteerde op de fiets acteur Tom Hanks in de film Forrest Gump door zijn armen molenwiekend langs zijn lichaam te houden, alsof hij heel hard aan het rennen was. Ook deed hij Leonardo DiCaprio na in The Wolf of Wall Street, door overdreven kloppend op zijn borst over de meet te komen. ‘Waarom zou iemand die wint zich moeten beperken tot de handen in de lucht steken? Dat is alsof mijn vrouw me alleen zou toestaan haar op de wang te kussen,’ stelde Sagan ooit. Lorena kijkt naar haar felroze gelakte nagels. Ook daarmee valt ze op in het vrouwenpeloton. “Of ik een showvrouw ben? Weet ik niet. Maar ik vind het wel leuk om overwinningen op een bijzondere manier te vieren. Het is voor mij een manier om het allemaal wat speelser te maken. Wielrennen is ook gewoon leuk, plezier hebben.” Meer lezen? De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami. Lando Norris onttroonde Max Verstappen als wereldkampioen Formule 1. De Britse coureur van McLaren is open over zijn twijfels en mentale problemen. “Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben.” Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Atletiek

Jorinde van Klinken: ‘Met dit lichaam kan ik de hele wereld aan’

Jorinde van Klinken (26) won vorig jaar WK-zilver: een [...]
Jorinde van Klinken (26) won vorig jaar WK-zilver: een primeur voor een Nederlandse discuswerpster. Aan die medaille ging een lange en niet altijd makkelijke weg vooraf. Wij spraken met haar over sponsors, grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika, haar veganistische dieet en haar ambities. Na twee vierde plaatsen op eerdere WK’s was het in september 2025 raak: zilver in Tokio. Jij bent de eerste Nederlandse vrouw ooit met een WK-medaille in het discuswerpen. Hoe groot was de ontlading? “Enorm. Vooral toen ik achteraf de statistieken hoorde. Iemand zei: ‘Je hebt in die finale drie voormalig wereldkampioenen verslagen.’ Nog steeds onwerkelijk. Ik keek altijd op tegen sporters die WK-medailles hadden gewonnen. Dat ik nu zelf in dat rijtje sta, is heel bijzonder.” Wat was het eerste wat je deed toen je wist dat je zilver had? “Mijn goede vriendin en Nederlandse collega Alida van Daalen een knuffel geven. We stonden allebei in de finale; dat was ook al uniek. Daarna ben ik naar mijn familie en coach gegaan.” Je wierp 67,50 meter. De Amerikaanse Valarie Allman kwam tot 69,48 en pakte na olympisch goud ook de wereldtitel. Had je het gevoel: ik had ook wereldkampioen kunnen worden? “Ja. Ik ging die finale in om te winnen. Achteraf was ik niet helemaal tevreden over mijn afstand en techniek. Ik voelde meteen: het had beter gekund.” Je eerste worp was meteen de verste. “Dat is vaak geen goed teken. Meestal kan ik in een goede wedstrijd nog opbouwen, steeds iets verder werpen. In Tokio lukte dat niet. Dat gaf ook het gevoel dat er meer in had gezeten.” In 2024 won je op het EK al zilver bij het discuswerpen én kogelstoten. Daardoor werd je gerekend tot medaillekandidaat op de Spelen in Parijs, maar die werden met een zevende plaats bij het discuswerpen niet wat je ervan had verwacht. Voelde de zilveren WK-medaille ook als revanche? “Niet zozeer, maar ik heb wel de lessen van Parijs meegenomen richting de WK. Ik had in de aanloop naar de Spelen het gevoel dat ik er helemaal klaar voor was om te schitteren en had in een Diamond League-wedstrijd nog 67,50 meter geworpen. Waar het misging, was dat we hadden afgesproken dat mijn Amerikaanse coach Brian Blutreich de begeleiding vlak voor de Spelen zou overnemen, terwijl ik de hele voorbereiding met mijn Nederlandse coach Hein Pieters had gedaan. Brian kwam twee weken voor de Spelen naar Europa en zag een aantal technische dingen die beter konden. Voor zijn gevoel kon ik met een paar aanpassingen richting de zeventig meter werpen. Technisch was het misschien niet perfect, maar ik wierp wel ver in de trainingen. Toch ben ik twee weken voor de Spelen mijn techniek gaan aanpassen, waardoor ik mijn timing volledig kwijtraakte. Ik raakte in paniek, voelde dat alles uit mijn handen viel. Verschrikkelijk. Ik heb mezelf bij elkaar geraapt en de knop om proberen te zetten. Ik was ervan overtuigd dat de goede worpen nog in me zaten. De kwalificatie ging nog goed: ruim over de 65 meter. De finale was een nachtmerrie. Ik realiseerde me dat we een grote fout hadden gemaakt. We hadden die aanpassingen pas na de Spelen moeten doen. De les was dat ik vlak voor grote toernooien niet meer van coach wissel en al helemaal geen technische aanpassingen meer doorvoer. In die zin hebben de mislukte Spelen mij geholpen naar WK-zilver.” Jessica Schilder werd in Tokio als eerste Nederlandse wereldkampioen kogelstoten. Trekken jullie als werpsters automatisch meer naar elkaar toe? “Absoluut. We leven hetzelfde leven. Op toernooien deel ik vaak een kamer met Alida. Tijdens wedstrijden zoeken Alida, Jessica en ik elkaar op. Jessica vertelde ook dat het haar tijdens wedstrijden rust geeft als Alida en ik erbij zijn. Ik vind het vooral veel gezelliger als zij erbij zijn.” Na de finale vertelde je dat je nog even Tokio in wilde. Hoe heb je het gevierd? Lachend: “Niet groots. Ik wilde naar een karaokebar, maar niemand wilde mee. Bovendien bleek Tokio ’s avonds na achten verrassend rustig. Het werd dus een heel sneu einde.” Heb je dat feest in Nederland ingehaald? “Eigenlijk nog niet. We hebben het met de werpsters er nog steeds over dat we het alsnog moeten vieren. Het is wat lastiger omdat Alida in Amerika woont en Jessica niet zo’n feestbeest is.” Erkenning Je was ook ‘hot topic’ door het interview dat je tijdens het WK gaf aan de NOS. Je vertelde: ‘Als ik eruit zou zien als een poppetje, had ik al een miljoenencontract.’ “Jeroen Stekelenburg van de NOS vroeg mij naar sponsoring en die video had veel impact; hij werd breed opgepikt. Ik kreeg heel veel reacties, ook negatieve. Ik kreeg te horen dat ik marketing niet begreep. Maar uiteindelijk heeft dat interview me vooral veel goeds gebracht.” Je sprak over uiterlijk in relatie tot sponsoring. “Dat speelt een enorme rol, terwijl prestaties leidend zouden moeten zijn. Merken kunnen een sporter ook ‘maken’; dat was mijn boodschap. In Amerika proberen ze sporters aan een merk te verbinden via hun verhaal of hoe ze in het leven staan. Mensen voelen dan een veel sterkere connectie met een sporter.” Meer lezen? De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Op Lorena Wiebes staat geen maat. Overwinningen viert ze geregeld met verwijzingen naar liedjes van Jan Smit. De rapste vrouw van het peloton heeft ook haar zinnen gezet op de baan en olympisch goud. Maar online haat is er ook. “Heel makkelijk is het om vanachter een toetsenbord alles de wereld in te slingeren.” Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami. Lando Norris onttroonde Max Verstappen als wereldkampioen Formule 1. De Britse coureur van McLaren is open over zijn twijfels en mentale problemen. “Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben.” Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Veldrijden

Van veldrijden naar klassiekers: de succesformule van Mathieu van der Poel

Met het winnen van zijn achtste wereldtitel veldrijden schreef Mathieu van der Poel (31) afgelopen februari geschiedenis. Dit voorjaar kan hij dat in de door hem zo geliefde Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix opnieuw doen. Aan de hand van vijf thema's en uitspraken van de Nederlandse topcoureur bespreken intimi en kenners zijn karakter, ontwikkeling en succesformule. Het palmares van Mathieu 'Op twaalfjarige leeftijd had ik het onmogelijk geacht. als je me toen had gezegd dat ik acht wereldtitels in de cross en acht monumenten op de weg zou winnen.' Raymond Poulidor verkondigde het al in 2014 toen Mathieu van der Poel hem samen met vader Adrie verraste met een bezoekje aan het Village Départ tijdens de Tour de France. De topcoureur van weleer was ambassadeur van Crédit Lyonnais, de sponsor van de gele trui, en met zijn kleinzoon maakte hij een rondgang langs zijn collega's. Met vertederende trots noemde Poulidor hem 'mon petit phénomène'. Mathieu was destijds negentien jaar en stond op de drempel van een profcarrière. Hij was al tweemaal wereldkampioen veldrijden en eenmaal wereldkampioen op de weg bij de junioren geworden. De voorgaande winter had hij zijn eerste veldritten bij de elites gereden. De contouren van een glansrijke loopbaan waren zichtbaar, maar niemand die nog echt kon bevroeden tot welke grote hoogten Mathieu zou reiken. Behalve Papi Poulidor, die kende geen enkele twijfel. Terwijl de camera van Sporza draaide voor een reportage in het Belgische avondprogramma Vive le Vélo, vertelde hij aan wie het maar wilde horen dat zijn kleinzoon 'een heel grote' ging worden. Tijdens hun rondgang liepen ze een andere oud-kampioen tegen het lijf: 'Dit is Gilbert-Duclos Lassalle,' zei Poulidor tegen Mathieu en maakte vervolgens bijna achteloos de opmerking: 'Hij heeft twee keer Parijs-Roubaix gewonnen. Maar jij gaat 'm vier keer winnen.' Het blijken welhaast profetische woorden van Poulidor te zijn geweest. Twaalf jaar later heeft Mathieu een erelijst die uitpuilt van de hoofdprijzen, vooral in de voorjaarsklassiekers. Met - tot begin maart 2026 - onder meer drie zeges in de Ronde van Vlaanderen én Parijs-Roubaix, twee overwinningen in Milaan-San Remo, twee in de E3 Saxo Classic en Dwars door Vlaanderen, eenmaal de Amstel Gold Race en de Strade Bianche, twee ritzeges in de Tour en als klap op de vuurpijl de wereldtitel op de weg van 2023. Afgelopen februari volgde de zoveelste mijlpaal toen Mathieu in het Zeeuwse Hulst voor de achtste keer wereldkampioen veldrijden werd en daardoor het record van meeste wereldtitels in de cross, dat hij tot dat moment deelde met Erik De Vlaeminck, alleen in handen nam. Het was zijn tiende regenboogtrui in totaal op profniveau, nadat hij in 2024 ook al wereldkampioen gravel was geworden. “Acht is uniek,” zei Philip Roodhooft, teambaas van Alpecin-Premier Tech, na afloop van de podiumceremonie in Hulst, waar Mathieu werd gefeliciteerd door niemand minder dan koning Willem-Alexander. Roodhooft: “We staan er zelden bij stil maar op dagen als deze denk je: oei, het is toch echt wel iets heel bijzonders. Veel beter zal het niet worden. Toen we eraan begonnen, hadden we nooit kunnen denken dat het zou leiden tot alles wat al is geweest. We hadden wel het idee dat Mathieu een heel goede veldrijder ging worden. Dat was het uitgangspunt. Zowel voor hem als voor ons. Er was totaal nog geen ambitie op de weg. Ik denk dat we het goed hebben gedaan doordat we er als ploeg altijd in zijn geslaagd de juiste stappen te zetten, waardoor we Mathieu de kansen konden geven. Van een jonge kerel is hij een man geworden. Als je de foto's ziet van de atleet die hij in 2015 was...Dat is totaal iemand anders.” De evolutie van Mathieu ‘Ik geniet nu meer van de fiets en van het werk dat ik erin stop vergeleken met tien of vijf jaar geleden. Met het ouder worden kan ik meer trainen en harder werken.’ Wat betreft zijn postuur is Mathieu in niets meer te vergelijken met de ietwat iele snaak bij de start van zijn profloopbaan. Zowel naast, maar vooral op de fiets straalt hij een en al kracht uit. Elke pedaalomwenteling barst van de power. Niemand die zo hard een keienklimmetje op kan vlammen of zo hard over een kasseienstrook kan vliegen als hij. Het is het resultaat van jarenlange trainingsarbeid, die met het sterker worden van zijn lichaam en het groter worden van zijn inwendige motor steeds meer is opgeschroefd. “Het is alleszins een evolutie geweest die heel geleidelijk en gestaag is gegaan,” zegt Alpecin-Premier Tech-ploegleider Christoph Roodhooft. “Ik vind dat je aan foto's uit zijn jongere jaren wel al duidelijk de karakteristieken ziet van het lichaam dat hij nu heeft. De contouren waren al zichtbaar. Nu is alles veel meer ontwikkeld; Mathieu is elk jaar verbeterd en zijn trainingsload is telkens omhooggegaan. Nu zitten we wat dat betreft niet op een maximum, maar toch wel op een plateau. Sommige trainingsdagen zijn volledige werkdagen, maar Mathieu heeft daar geen problemen mee. Hij heeft een manier gevonden om dat leuk en aangenaam te vinden.” Meer lezen? De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Op Lorena Wiebes staat geen maat. Overwinningen viert ze geregeld met verwijzingen naar liedjes van Jan Smit. De rapste vrouw van het peloton heeft ook haar zinnen gezet op de baan en olympisch goud. Maar online haat is er ook. “Heel makkelijk is het om vanachter een toetsenbord alles de wereld in te slingeren.” Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami. Lando Norris onttroonde Max Verstappen als wereldkampioen Formule 1. De Britse coureur van McLaren is open over zijn twijfels en mentale problemen. “Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben.” Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

Hoe de legacy van Johan Cruijff blijft voortleven: herinneringen aan de legendarische nummer 14

Johan Cruijff overleed op 24 maart 2016 op 68-jarige leeftijd, maar zijn legacy leeft voort. Niet alleen de Cruyff Foundation, maar ook tal van (oud)sporters en prominenten geven het gedachtengoed van de beste Nederlandse voetballer ooit door. We selecteerden tien jaar na zijn dood herinneringen aan de legendarische nummer 14. Jordi Cruijff “Ik mis mijn vader. Als ik een moeilijke beslissing op voetbalgebied moet nemen en twijfel, denk ik weleens dat mijn vader voor de meest aanvallende variant had gekozen, dus doe ik dat ook. Zo denk ik toch heel vaak aan hem. Ik was vlak voor 24 maart 2016 even in Barcelona, zou twee dagen heen en weer naar Amerika vliegen voor kort overleg met de eigenaar van mijn club Maccabi Tel Aviv. We landden na een lange vlucht in Californië, ik deed mijn telefoon aan en zag dat mijn zus veel had gebeld. Ik begreep meteen dat het mis was, ben alleen voor de paspoortcontrole uitgestapt en met hetzelfde vliegtuig teruggevlogen naar Barcelona. Mijn moeder zegt dat hij echt op me heeft gewacht. Ik heb nog een paar minuten met hem gesproken, dat was al in zijn laatste uur. Toen heb ik hem heel persoonlijke dingen verteld en gezegd: papa, bedankt voor alles wat je ons hebt gegeven, dat je er altijd was en ik beloof dat mama, mijn zusjes en ik allemaal zullen leven op een manier waar jij trots op kunt zijn... Ik voelde dat hij me in het ziekenhuis nog hoorde, al zei hij op dat moment niets meer. Kort daarna is hij overleden.” Johan Jordi Cruijff werd op 9 februari 1974 geboren in een Amsterdams ziekenhuis. “Op 17 februari 1974 moest Barcelona uit tegen Real Madrid spelen. Barcelona had al tien jaar daar niet meer gewonnen en zegevierde met 5-0. Mijn vader was een van de doelpuntenmakers. Die wedstrijd wordt in Barcelona nog altijd gezien als de symbolische overwinning van de destijds nog onderdrukte Catalanen op de centralistische dictatuur van Franco. Ik zeg weleens als grap: ik ga alsnog een klacht indienen bij Barcelona dat ik speciaal voor die wedstrijd via een keizersnee acht dagen eerder uit de buik van mijn moeder ben gehaald. Het blijft een mooi verhaal dat ik moest wijken voor een voetbalwedstrijd. Het was natuurlijk ook heel speciaal dat hij mij Johan Jordi noemde. De naam Jordi werd niet geaccepteerd in het Spanje van die tijd, want die naam werd in verband gebracht met de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd. ‘Het spijt me,’ zei mijn vader, ‘maar in zijn paspoort staat Johan Jordi dus je kijkt maar hoe je het oplost, want hij krijgt geen andere naam.’ Ik heet officieel Johan Jordi, was de eerste officiële Jordi in Spanje. Ik vind dat mooi, mijn vader kennende heeft hij erover nagedacht, passend bij zijn rebelse karakter. En tegelijk zijn mijn moeder en ik heel blij dat mijn roepnaam niet Johan is. Eerst dacht ik als kind: waarom vraagt iedereen toch een handtekening aan m’n vader? Maar op een gegeven moment begreep ik het wel. Mijn vader was altijd heel toegankelijk, nam voor ieder kind de tijd. Ik heb dat nooit als vervelend ervaren, nooit het gevoel gehad dat ik hem moest delen of dat we minder aandacht kregen. Als ik met mijn moeder over mijn vader praat, is het voor ons allebei lastig een glimlach te onderdrukken. Dat zegt genoeg. De drang om mensen te helpen, om arme en gehandicapte kinderen te helpen, kwam uiteindelijk van hen beiden, maar onderschat daarin niet de rol van mijn moeder. Zij verdient veel van de credits voor zijn sociale gedrag. Of het nu weeskinderen of alleenstaande moeders zijn, mijn moeder was altijd bezig met kleding en cadeautjes regelen. Ook als een oud-speler het moeilijk had, wees mijn moeder mijn vader erop dat hij iets voor die speler moest ondernemen. Dan deed hij het ook. Mijn vader had absoluut een goed hart, maar de attentheid kwam van mijn moeder. Mijn vader was rebels, een man met ideeën. Zo iemand heeft naast zich een persoon nodig die voor structuur zorgt, die hem helpt de plannen uit te voeren. Meer lezen? De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Op Lorena Wiebes staat geen maat. Overwinningen viert ze geregeld met verwijzingen naar liedjes van Jan Smit. De rapste vrouw van het peloton heeft ook haar zinnen gezet op de baan en olympisch goud. Maar online haat is er ook. “Heel makkelijk is het om vanachter een toetsenbord alles de wereld in te slingeren.” Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami. Lando Norris onttroonde Max Verstappen als wereldkampioen Formule 1. De Britse coureur van McLaren is open over zijn twijfels en mentale problemen. “Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben.” Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

De reis van rebels talent naar hoofdtrainer voor Robin van Persie

Als miskend talent trok Robin van Persie in 2004 bij Feyenoord de [...]
Als miskend talent trok Robin van Persie in 2004 bij Feyenoord de deur achter zich dicht. Als verloren zoon keerde hij er in 2018 terug om zijn indrukwekkende carrière af te sluiten. Niet veel jaar later begon hij als jeugdtrainer in Rotterdam. Na een half jaar Heerenveen keerde hij op z’n 41ste voor de vierde keer terug bij Feyenoord: nu als hoofdtrainer. Helden ging door de jaren heen geregeld bij de topscorer van Oranje langs en bracht dit in beeld in Helden Magazine nummer 76. “Dat ik iemand iets wil leren, heb ik van mijn moeder.” Robin van Persie “Toen Ruud Gullit als nieuwe trainer had getekend, belde hij me meteen op. Hij had grootse plannen met me, wilde me op mijn eigen positie achter de spits gebruiken. Je belt een jaar te laat, zei ik, er is te veel gebeurd. Ik wil geen sneer uitdelen aan Feyenoord. Ik ben niet rancuneus. Feyenoord blijft de club waaraan ik veel heb te danken,” zei Robin van Persie toen Helden begin 2009 bij hem en zijn vrouw Bouchra langsging in Londen voor het coververhaal van de allereerste Helden. Robin debuteerde begin 2002 op zijn achttiende voor Feyenoord onder coach Bert van Marwijk, won een paar maanden later de UEFA Cup en werd gekozen als Talent van het Jaar. Hij vertrok door de achterdeur uit Rotterdam. Hij verloor in zijn laatste seizoen zijn basisplaats, sloot aan bij Jong Feyenoord en vertrok in de zomer van 2004 met Bouchra naar Engeland. Bij Arsenal, onder trainer Arsène Wenger, bloeide hij helemaal op. [caption id="attachment_20944" align="aligncenter" width="1480"] Robin van Persie[/caption] Justine Henin en Barack Obama “Toen ik bij Arsenal binnenkwam in 2004 moest ik overleven. Ik putte kracht uit al die deskundigen die dachten dat het helemaal niets zou worden met mij. Die opmerkingen raakten me. Waarop was die negatieve benadering gebaseerd? Niemand kende de gesprekken die ik met Wenger had gevoerd. Ik wist wat hij van plan met me was, dat ik rustig zou worden gebracht.” Robin werd volwassen in Londen. Hij en Bouchra, met wie hij in 2004 trouwde, werden er in 2006 de ouders van zoon Shaqueel en in 2009 van dochter Dina. Bouchra in 2009: “Omdat Robin zo eerlijk is, kwam hij vroeger weleens in de problemen. Hij zei te veel. Wij zijn in Londen snel volwassen geworden. Onze kracht is dat we veel praten. Robin en ik evalueren ons leven bijna iedere maand. Een bepaalde periode luisterde onze zoon Shaqueel nauwelijks. We vroegen ons af wat we fout deden. Het is misschien iets kleins, maar daar praten we ’s avonds uitgebreid over. In die gesprekken stellen we doelen voor ons leven en het voetbal. We bespreken onze relatie, wat we verlangen en wat we missen.” Robin: “Velen zien mij nog altijd als de druktemaker die ik was bij Feyenoord. In Rotterdam was ik druk met potjes poolen, uitgaan en gezellig doen. Ik heb geworsteld met mijn imago van moeilijke jongen. Ik wilde laten zien dat ik een aardige gozer ben, want ik ben een lieve jongen. Daarmee ben ik gestopt, want dat leidde tot niets. Ik was zoekende. Op de een of andere manier werd er vaak op de verkeerde knopjes gedrukt, op gevoelige momenten werd het verkeerde tegen me gezegd. In Rotterdam kwam er niet uit wat erin zat. Ik wil anderen niet de schuld geven, maar soms heb je hulp nodig. Ik ontdekte bij Arsenal wat een echt professionele wereld is. Het werkklimaat daar was een verademing.” Arsène Wenger maakte vanaf het eerste moment een diepe indruk op de destijds 25-jarige Robin. De Fransman bestempelde hij vaak als zijn ‘voetbalvader’. “Wenger is in alles geïnteresseerd, in andere sporters, andere leiders. Zijn speeches voor een wedstrijd zijn kort, maar wel raak. Hij komt altijd met iets nieuws, de ene keer Barack Obama, de andere keer Michael Jordan, dan weer tennisster Justine Henin met wie hij heeft gegeten. Henin zei tegen hem: ‘Ik vind het heel gezellig, maar ik heb om zeven uur een afspraak met mijn fysio en daarna met de masseur.’ Wat er ook gebeurt, ze trekt haar eigen plan. Volgens Wenger zou iedere sporter dat moeten doen. Die boodschap wil hij vooral jonge spelers meegeven. Wenger verafschuwt overdaad en luxe. We vliegen in een gewoon vliegtuig, geen luxe privéjet. De aico mag niet aan, want die is slecht voor sporters. In de hotels mogen we ook geen airco aandoen. Zelfs een ijskast ontbreekt, we mogen alleen lauw water drinken. IJswater is slecht. Het lijken offers, maar ze kunnen net dat verschil van een procent maken. Dat vind ik ook zo mooi aan Michael Jordan. Ik heb zijn biografie gelezen. Hij is altijd hard voor zichzelf geweest. Weet je, als jongeling maak je grote stappen, maar later zijn het steeds kleinere stappen die het verschil maken. Die laatste procenten zijn het moeilijkst.” Afkijken van Thierry Henry Bij Arsenal had hij als aanvaller twee voorbeelden van wie hij de kunst af kon kijken: Dennis Bergkamp en Thierry Henry. En het was Marco van Basten, tot het EK van 2008 bondscoach, die hem in 2005 in Oranje liet debuteren. “Ik vond Van Basten fantastisch, als mens en als trainer. Ik heb mooie gesprekken met hem gevoerd over mijn zoektocht naar de top. Hij heeft het volbracht, hij heeft als voetballer de top behaald. Ik heb Van Basten ervaren als een intuïtieve trainer, zoals hij ook als speler was. En John van ’t Schip vulde hem heel goed aan. Net als in een huwelijk, ze waren complementair.” Robin was in 2009 nog bezig om de beste versie van zichzelf te vinden en daarbij liet hij niets aan het toeval over. “Ik voel druk vanwege alle stappen die ik nog moet maken om de beste van de wereld te worden. Want dat wil ik. Ik weet precies wat ik moet doen en moet laten. Ik heb de afgelopen twee jaar mijn ogen erg goed opengehouden als ik een blessure had. Ik had elk seizoen wel wat. Ik ben preventief gaan leren denken. Vaak krijgen spelers een trainingsschema mee en voeren dat uit zonder zich af te vragen of het helpt. Ik vraag adviezen aan fysiotherapeuten, osteopaten, chirurgen. Ik had vaak krampen aan het eind van een wedstrijd, last van mijn spieren. Onze osteopaat zei dat ik moest stoppen met vlees eten. Ik hield van een biefstukje. Ik ben niet meteen gestopt. Ik wilde eerst ervaren of het zo was, voelen wat het niet eten van vlees met mijn lichaam deed. Ik ben een week gestopt en voelde het verschil al snel. Ik herstel sneller.” In 2009 had hij ook weer te maken met Bert van Marwijk. Bij Feyenoord waren ze met elkaar in aanvaring gekomen, bij Oranje kwamen ze elkaar opnieuw tegen. Van Marwijk volgde Van Basten in 2008 op als bondscoach. “Ik had een paar maanden voordat hij bondscoach werd in een interview gezegd dat we beiden fouten hadden gemaakt bij Feyenoord. Het was mijn eerste grote job als speler en zijn eerste als trainer. Ik zei dat als ik ooit weer met hem zou werken, het anders zou lopen.” “Ze hebben Robin bij Feyenoord nooit echt begrepen, dat veroorzaakte de problemen. Robin was heel zeker van zichzelf, maar dat mocht niet meer toen hij bij Feyenoord-1 speelde. Je hoorde je als een broekie te gedragen. Zo was de cultuur, maar niet bij ons thuis. Bij ons was iedereen gelijk. Wij stimuleerden eigen initiatief. Dat botste met de oude jongens bij Feyenoord,” vertelde moeder José in 2012. Robin sierde in aanloop naar het EK van 2012 voor de tweede keer de cover van Helden, samen met Bouchra en zijn moeder. Robin: “Vooral door mijn moeder ben ik wie ik ben. Zij heeft me altijd gestimuleerd, heeft me zelfstandig leren denken.” José: “Ik maak geen heilige van Robin, maar alles wat hij toen bij Feyenoord deed, werd op een negatieve manier uitvergroot. En weet je hoe ik weet dat Robin niet een rotjochie was? Door de manier waarop hij met vriendjes op straat omging. Wij denken niet in hiërarchie, maar in mensen. Hij wilde het heel graag goed doen, maar deed soms dingen net niet handig. En zo werd hij ineens als een lastige jongen gezien. Ik vond het eigenlijk best sneu voor hem. Wat ik van Robin heb begrepen, hadden de oudere spelers van Arsenal nooit de neiging om hem klein te houden. Zij stimuleerden hem juist zichzelf te zijn.” Robin: “Ik wilde vaak zaken oplossen, want ik zat er natuurlijk mee in mijn maag, maar communicatief was ik niet sterk genoeg. Ik wilde het wel, maar het lukte me niet.” En: “Sommige negatieve ervaringen hebben mij absoluut niet bitter gemaakt. Zowel de negatieve als de positieve ervaringen toen, hebben een rol gespeeld in de persoon die ik vandaag de dag ben.” Robin de aanvoerder Met het Nederlands elftal was hij in 2010 tweede van de wereld geworden. Bij Arsenal was hij gepromoveerd tot aanvoerder. Hij was na Jerrel Hasselbaink en Ruud van Nistelrooij net als derde Nederlander topscorer van de Premier League geworden en was gekozen als beste speler van de Engelse competitie. José: “Ik ben lerares en merk dat de leraar in hem is opgestaan sinds hij aanvoerder is. Hij is echt bezig met het team. Die kwaliteit zit er dus ook bij hem in. Ik vind het mooi om te zien dat hij ervaringen wil delen. En ik was trots toen ik hem voor het eerst met zo’n bandje zag lopen. Wat ik zo knap vind, is dat Robin de druk mentaal aankan om de leider van Arsenal te zijn.” Robin: “Dat ik iemand iets wil leren, heb ik van mijn moeder. Ik ben geduldig, maar op een gegeven moment moet het wel gebeuren. Ik ben direct, zeker bij Arsenal. Als iets na de vierde keer nog fout loopt, zeg ik het zonder omwegen. Maar dat heeft ook te maken met het gevoel of mensen je serieus nemen.” Het interview was aan de vooravond van de gevoelige transfer van Arsenal naar het Manchester United van manager Sir Alex Ferguson. Voor het eerst werd toen voorzichtig gepolst of in Robin, 28 toen, een toekomstig trainer schuilde. “Ik zie hem trainer worden of zo,” stelde Bouchra, “hij is geduldig, kan situaties goed uitleggen en overbrengen. Dat merk ik niet alleen met de jonge spelers bij Arsenal, maar ik zie ook hoe hij met Shaqueel omgaat en hem heel geduldig dingen leert en uitlegt.” Robin: “Ik heb geen idee of ik trainer wil worden, maar ik zie wel wat er fout gaat. Ik ben geen schreeuwer. Als een speler twee keer alleen op de keeper afgaat en twee keer faalt, kan ik hem uitleggen wat hij anders moet doen. In mijn beleving, hè. Of het werkt, hangt van hem af. Ik zie of een speler te veel met zijn lichaam naar achteren hangt, of iets te onrustig is met zijn laatste pasjes. Dat soort kleine details. Of ik het kan overbrengen is natuurlijk een andere zaak.” Het ging in het gesprek ook over zijn liefde voor voetbal. “Hij ademt voetbal,” stelde Bouchra. In hun woning in Londen had hij een hele verzameling voetbalshirts die hij had geruild met collega’s als Cristiano Ronaldo, Luka Modric, Clarence Seedorf, Wesley Sneijder en Thierry Henry aan de muur hangen. Eén shirt hing prominent in de woonkamer: dat van Diego Maradona. Robin ontmoette zijn held begin 2012 in Dubai. “Ik zei dat ik hem fantastisch vond, dat hij mij de liefde voor het voetbal had gegeven. Maar hij wist ook veel van mij, ik was een speler naar zijn hart, ik was een van de weinige spelers voor wie hij echt gaat zitten, ik was een natuurlijke speler. Hij raakte vol tederheid mijn linkerbeen aan. Hij was zo hartelijk, zo lief. Ik vond het een eer dat de grote Maradona mij kende. Ik zei hem: ik wil niets opdringen, maar zullen we samen een balletje hooghouden? Was best wel spannend, er stond zo’n dertig man om me heen. Het eerste trucje lukte meteen. Mijn tweede trucje gaat drie van de vier keer mis, maar toen lukte die ook. Hij vond het prachtig en hij is nog zo goed met een bal. We stonden samen intens kind te zijn. Het is opgenomen, het staat op onze site, een filmpje van 38 seconden. Ben ik zo trots op. Ik durfde het niet te vragen, maar toen we afscheid namen, zei hij uit zichzelf dat hij een gesigneerd Argentijns shirt naar mijn hotel zou laten brengen. Ik was echt verlegen. Meteen daarna kwam een van de voorzitters van zijn club en die had een shirt dat Maradona aan de voor- en achterkant heeft getekend, met de tekst: ‘Diego, con cariño a un gran zurdo como yo Van Persie.’ Dat letterlijk geloof ik ‘met liefde voor een grote linkspoot zoals ik’ betekent. Ik viel echt stil.” José: “Robin sms’te me dat hij Maradona had ontmoet, maar ik las Madonna. Dus ik dacht: wat leuk dat hij met Madonna heeft staan voetballen, dat had ik nooit achter haar gezocht.” De verloren zoon Na drie seizoenen Manchester United – hij pakte in zijn eerste seizoen de titel en werd opnieuw topscorer van de Premier League – en tweeënhalf seizoen bij het Turkse Fenerbahçe keerde hij in januari 2018 op zijn 34ste terug als ‘verloren zoon’ bij Feyenoord. Hij won in zijn eerste seizoen de KNVB-beker en plakte er nog een seizoen aan vast. De topscorer aller tijden van Oranje – hij maakte er vijftig – zwaaide in mei 2019 af als voetballer in het shirt waarin hij ook zijn eerste minuten als prof maakte: dat van Feyenoord. Robin keek een jaar later met Bouchra in Helden terug op zijn indrukwekkende carrière. Bouchra: “Robin is erg impulsief. Met de jaren zag ik dat rauwe randje vervagen. Na de terugkeer bij Feyenoord zagen mensen pas echt hoe hij is als mens. Ik kende die Robin allang, die was er altijd al. Maar hij liet die Robin niet echt zien aan de buitenwereld, had altijd dat scherm om zich heen. Een vriend van ons zei weleens: ‘De mensen in Nederland kijken heel anders tegen Robin aan. Als je hem kent, weet je hoe zacht, lief, grappig en leuk hij is.’ Ik vroeg toen: waarom zien mensen die Robin dan niet? Hij vertelde dat Robin na een wedstrijd vaak nog vol emotie voor de camera kwam. Hij zat dan nog in de wedstrijd, kwam een beetje boos over. Dat bozige was er na zijn terugkeer bij Feyenoord helemaal vanaf, Robin was veel relaxter.” Robin: “Als je in Engeland niet presteerde, speelde er gewoon een ander. Ik moest constant op de toppen van m’n kunnen zitten. Dat hoefde niet meer toen ik terugkeerde. Ik kwam om maar één reden terug bij Feyenoord: om plezier te hebben. Ik hoefde niet voor mezelf te bewijzen dat ik het nog kon. De druk van het mezelf moeten bewijzen en per se de beste moeten zijn, iets dat ik zo’n groot deel van m’n loopbaan van mezelf eiste, was weg. Maar met die relaxte aanpak had ik het in mijn ogen niet gered in Engeland. Weet je wat het is? Het proces om echt goed te worden is een lange weg. Pas op m’n 28ste, een jaar voor mijn overgang van Arsenal naar Manchester United, zat ik zowel fysiek als mentaal op mijn hoogtepunt. Ik was toen veel meer in balans dan toen ik op mijn achttiende debuteerde bij Feyenoord. In het begin voerde ik constant strijd. Op het veld en ook daarbuiten. Ik was geen oplossingen aan het zoeken, maar problemen aan het creëren. En ik denk dat ik ook moeite had me op de juiste manier te uiten. Tegenstanders ontdekten hoe ze me op de kast kregen. Als ze vervelend deden, ging ik er keihard tegenin met soms een rode kaart als gevolg. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat dat me niet verder hielp. Ik moest er niet tegenin gaan, maar erboven staan. Tussen m’n 23ste en 27ste was ik altijd compleet gesloopt na een wedstrijd, mentaal en fysiek. Ik moest echt dagen bijkomen. Toen kwam het besef dat ik me zo voelde omdat ik altijd aan het vechten was. Ik was ook heel emotioneel, ook na het missen van een kans. Ik liet de wereld zien hoe teleurgesteld ik was. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat ik daarmee mijn zwakte toonde. Ik heb dat langzaam om weten te draaien. Ik besloot niet meer zo emotioneel te reageren. Daarna werd alles lichter. Het was de jaren ervoor allemaal zo zwaar geweest. Ik begon ook veel beter te communiceren. Als je met elkaar praat, los je zoveel op. Ook dat heb ik moeten leren.” Louis van Gaal Pijnlijk was dat aan zijn periode in Engeland, waar hij elf jaar voetbalde, uitgerekend een einde kwam toen Louis van Gaal trainer was van United. Bij het WK van 2014 was Robin aanvoerder toen het Nederlands elftal aan de hand van Van Gaal derde werd in Brazilië. Meteen daarna werkten ze ook samen in Manchester en moest Robin steeds vaker plaatsnemen op de bank. Tijdens een gesprek op de golfbaan vertelde Van Gaal een jaar na het succesvolle WK dat hij geen toekomst meer zag voor Robin bij United. Bouchra: “Toch heb ik het Louis nooit kwalijk genomen. Het was rot, maar we wisten dat het erbij hoorde in de top.” Robin: “Nou, ik was er in het begin wel even klaar mee. Ik heb iedereen gegroet toen ik vertrok bij United, op de technische staf na. Ik had hen op dat moment niets te melden, was teleurgesteld in de hele gang van zaken en de consequenties van het besluit.” Van Gaal was wel ‘gewoon’ bij Robins afscheid als speler. “We hadden een heel goede band en die hebben we nog steeds, hoor. Ik heb Louis een tijd niet gezien of gesproken na mijn vertrek, zag hem weer bij de afscheidswedstrijd van Dirk Kuijt en sprak hem toen kort. Ik heb Louis uiteindelijk drie jaar na ons vertrek uit Manchester gebeld om te vragen of hij bij mijn afscheidswedstrijd wilde zijn. Ik heb uitgelegd hoe ik hem zag, als mens en trainer, hem verteld hoe ik onze samenwerking heb gezien. Ik heb ook verteld dat ik achteraf begrip had voor zijn keuze. Hij vond het heel mooi hoe ik dat uitlegde. Wat veel mensen niet weten is dat Louis ook heel goed kan luisteren. Daarna zei hij: ‘Ik ben erbij.’ Louis was zowel bij de wedstrijd als bij het feest na afloop. Sinds ik ben gestopt, spreken Louis en ik elkaar nog af en toe.” Robin was in 2020 net begonnen aan zijn derde periode bij Feyenoord. Op verzoek van Dick Advocaat was hij bij het eerste aan de slag gegaan als spitsentrainer. Over zijn toekomst zei hij destijds: “Of ik trainer wil worden, weet ik nog niet. Ik laat alles nu bewust nog open, wil mezelf nog geen verplichtingen opleggen.” Bouchra: “Als jij je echt ergens aan verbindt, dan gaat die trein meteen weer op volle toeren rijden.” Robin: “We konden jarenlang hooguit drie weken op vakantie, als het voetbal stillag.” Bouchra, lachend: “Wat dacht je van alle huwelijksfeesten waar ik in m’n eentje heen moest? Dan mocht ik aan de tafel met singles gaan zitten! Ik moest zo vaak in m’n eentje ergens op komen draven. Ik geniet nu echt om er samen op uit te gaan. Ik moet nu ook volop genieten, want ik weet ook dat Robin vroeg of laat weer iets om handen wil hebben.” Robin: “Maar ik wil wel een keuze maken omdat ík iets heel graag wil en niet omdat andere mensen het voor me denken in te vullen.” Bouchra: “Ik denk dat je op een dag wakker wordt en dat je de behoefte voelt. Of niet natuurlijk.” Robin: “Heel veel voetballers stapten al snel nadat ze waren gestopt weer in het voetbal. We zijn nu meer dan een jaar verder en ik heb die behoefte nog steeds niet. Wij zijn happy met hoe het nu gaat.” Robin koos niet veel later definitief voor het trainerschap. In 2021 werd hij jeugdtrainer bij Feyenoord en hij bleef als veldtrainer onder hoofdtrainer Arne Slot ook betrokken bij het eerste elftal. In de zomer van 2024 koos Feyenoord Bian Priske als opvolger van de naar Liverpool vertrokken Slot. De leiding in Rotterdam vond het nog te vroeg om Robin hoofdtrainer van Feyenoord te maken. Die kans kreeg bij wel in Heerenveen. Na acht maanden in Friesland volgde Robin in februari 2025 de ontslagen Priske op. Zijn vierde periode bij Feyenoord is een feit. Van rebels talent tot hoofdtrainer van Feyenoord; de transformatie is compleet. Meer Helden? Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Jan Smeekens: voor 30 seconden olympisch kampioen

Een halve minuut lang dacht Jan Smeekens de gouden olympische medaille op de 500 meter in Sochi binnen te hebben. Tot de jury na een tijdcorrectie Michel Mulder met twaalfduizendste verschil aanwees als winnaar. In Helden deed hij voor  het eerst zijn verhaal over het drama in Sochi en het rampseizoen erna. Ruim 34 seconden over het ijs raggen is voor Jan een tot in de kleinste details voor- bereide, bijna militaire operatie. Een control freak kan zichzelf ook tegenkomen, weet hij. “Niet alles kan ik in de hand houden. Alles controleren, dat is iets waar ik tijdens de Olympische Spelen een beetje in doorsloeg. Ik dacht: ik heb iets laten liggen misschien en daarom wil ik dit en dat nog beter. Om winst te halen in de bochten ben ik gaan shorttracken. Ik ben op één dag heen en weer naar München gereden om mallen te maken voor speciale schoenen die ik kon gebruiken voor het shorttracken. Totale controle. Maar ik moet het juist loslaten. Dat is voor mij echt een les geweest.” Trainen We praten op het terras van een hippe koffietent, heel toevallig exact de plaats waar de beroemde buitenbaan van Hamar gelegen heeft en waar Ard Schenk en Kees Verkerk met de wollen muts op en gebreide truien aan met Russen en Noren streden voor eeuwige schaatsroem. Nu roert Jan Smeekens er in zijn cappuccino en praat openhartig over de spannendste 500 meter aller tijden. De olympische race in Sochi eindigde voor hem in zo ongeveer de grootste deceptie die er voor een topsporter bestaat. De twaalfduizendste van een seconde waarmee hij olympisch goud verloor aan Michel Mulder heeft lang nagedreund. Hij was al bezig met de ereronde, nadat hij dacht de gouden medaille te hebben gewonnen. De digitale één op het scorebord van de olympische ijshal stond immers achter zijn naam. De tweede 500 meter tegen de Japanse kat Nagashima was ideaal gegaan voor hem. “Ik was in het perfecte zwarte gat, zoals ik dat zelf altijd noem. Alles ging automatisch.” Even denken dat je de beste van de wereld bent, de euforie, coach Orie die uit zijn dak gaat, dan een tijdcorrectie, toch geen goud; nooit was er zoveel drama op het middenterrein van een ijsbaan. Zilver telde niet voor Jan, die op zijn 27ste verjaardag met tranen in zijn ogen op het erepodium stond. Nederland huilde thuis mee. Verwerken Thuis in Sneek zocht Jan Smeekens samen met vriendin en oud-schaatsster Ingeborg Kroon met zijn zeilboot het water op om op te krabbelen. Uitwaaien op de Friese meren als therapie. “We zijn ook nog vier dagen op Sicilië geweest, maar thuis kan ik me goed vermaken met mijn zeilboot. Als ik een middag vrij ben, is het lekker om even uit te waaien en gas te geven met die boot. Voor mij is dat de ultieme ontspanning. Mijn vriendin kan ook heel goed zeilen. Op het water moet ik zaken loslaten en bezig zijn met het zeilen. De boot gaat soms heel schuin en die wind blijft maar gieren. Ik denk soms: laat die fok wat los en ga wat rustiger. Maar Ingeborg heeft er gevoel voor en weet precies wat die boot kan. Dat vind ik mooi: helemaal out of your comfort zone bezig zijn. Voor iemand die altijd alles onder controle wil hebben heel goed, dan ontspan ik echt.” De teleurstelling van het missen van het eerste Nederlandse olympische goud op de 500 meter, hij denkt nog vaak aan dat moment. “Het is een heel groot hoofdstuk uit mijn leven. Ik had lang naar die Spelen toegewerkt en gevochten om goud te halen. Het jaar voor de Spelen won ik alles wat los- en vastzat. Elke World Cup tikte ik lachend binnen en dan zat ik in het vliegtuig naar huis met weer twee overwinningen of zelfs met vier. Dat ging allemaal van een leien dakje.” Hij wilde Sochi vergeten, snel weer verder. Maar dat ging zomaar niet. “Ik heb vorig jaar na de Spelen te snel nieuwe doelen willen stellen en nieuwe uitdagingen gezocht. Veel te gefor- ceerd en dat had met accepteren te maken. Wat ik ook als onprettig heb ervaren is dat ik in de maanden daarna ongemerkt wat minder van dingen kon genieten. Niet in de zon blij zijn met een cappuccino, niet openhartig praten over wat ik voelde, dat soort dingen. Alles ging op de automatische piloot. Het vorige schaatsseizoen werd daardoor zo frustrerend. Alles ging ineens even niet meer vanzelf, ik presteerde voor mijn gevoel maar op tachtig procent van mijn kunnen.” Jan was thuis ook niet de gezelligste, kon wat hij in Sochi had meegemaakt ook niet van zich afzetten. “De manier waarop ik van de euforie op plek twee kwam, was een klap die ik moest verwerken en dat duurde voor mijn gevoel langer dan ik dacht. Thuis kon ik van sommige dingen ook niet echt meer genieten.” Zijn omgeving kon ook niet veel voor hem betekenen tijdens het verwerkingsproces, bekent Jan. Ook zijn vriendin en familie niet. “Ik ga al heel lang met mijn vriendin, ze kent me goed. Zij kan mij altijd rustig krijgen of vertrouwen geven, maar zag natuurlijk ook dat ik het nodige te verwerken had. Net als mijn familie, waarmee ik ook close ben. Wat ik jammer vond was dat ik niet kon genieten van die zilveren medaille. Een fantastisch resultaat en er zijn heel veel mensen die daar meteen een handtekening onder zetten. Maar ik had geroken aan goud. Mijn hele voorbereiding, zelfs mijn hele leven, had ik in het teken gesteld van die olympische titel. Ik dacht dat ik dat heilige doel had bereikt. Dan is het moeilijk te accepteren dat je toch tweede bent. Had je natuurlijk ook nog de buitenwereld die me er telkens weer aan herinnerde. En aan het eind van 2014 had je het sportjaaroverzicht op tv, daar zaten die beelden natuurlijk in en begon opnieuw iedereen erover.” Hij moest zelf de klap verwerken, een streep onder Sochi zetten. “Als er dingen zijn die me dwarszitten, ben ik vrij eigenwijs en koppig. Dan ben ikzelf degene die het beste tot mezelf kan doordringen. Uiteindelijk wil ik gewoon gelukkig en blij zijn en genieten van dingen. Ik ben toen aan zelftherapie gaan doen. Ik stelde mezelf de vraag waarom ik ooit ben gaan schaatsen. Toen ik weer besefte met wat voor passie ik was gaan sporten, waarom ik het deed en wat het me terug heeft gegeven, kwam de liefde voor het schaatsen weer terug.” Medaille-alarm Tijdens de Winterspelen gaan we los met onze grootste kortingsactie ooit. Bij elke medaille van een Nederlandse atleet hoort een beloning voor jou. Doe mee en profiteer direct. Zo werkt het: 🥇 Goud 50% korting op een jaarabonnement Vijf nummers voor slechts €22,50 🥈 Zilver Vraag een gratis editie aan van HELDEN, Formule 1 Magazine, Fiets of Procycling 🥉 Brons 20% korting + gratis verzending op een nummer naar keuze ⏰ Let op: elke actie is slechts 24 uur geldig. 👉 Houd onze Instagram Stories in de gaten en mis geen medailledeal.

Schaatsen

De weg naar goud: hoe Jutta Leerdams keuzes haar sterker maakten

Alles wat Jutta Leerdam (27) onderneemt, trekt de aandacht. Of het nu gaat om haar prestaties op het ijs, haar activiteiten op social media of de oprichting van een eigen ploeg. Leerdam kiest consequent haar eigen koers, ongeacht de meningen daarover. Tegelijkertijd geldt zij als voorbeeld voor veel jongeren en schuwt zij het niet om gevoelige thema’s bespreekbaar te maken. Tijdens de Spelen liet ze zien ijskoud te zijn. Op de 1000 meter reed ze op iconische wijze naar een gouden plak op de 1000 beter en op de 500 meter reed ze naar zilver. Jutta Leerdam schitterde in september 2023 al in Milaan: niet op het ijs, maar op de catwalk bij de Fashion Week. Op social media deelde ze met haar bijna vijf miljoen volgers beelden van de show in de modestad en hoe het er backstage aan toeging. Ze was in haar rol als model te zien in een lange zwarte jas, zonder zwarte eyeliner en het lange blonde haar droeg ze niet los. Weer eens wat anders. Op TikTok liet ze weten dat ze nooit ‘catwalk-les’ had gekregen, omdat ze elke dag alleen maar schaatst. Jutta leidt al jaren een leven in de schijnwerpers en deelt haar leven op en naast het ijs met haar grote schare volgers. Over haar relatie met de Amerikaanse boksende influencer en YouTuber Jake Paul doet ze niet geheimzinnig. “De dingen die privé zijn, probeer ik ook echt privé te houden. Social media zijn ergens een afspiegeling van mijn leven, maar wel uitvergroot. Want ik ben ook gewoon twee keer per dag aan het trainen; ik zit op de fiets en zie mijn vriend bijna niet.” Op de vraag of het leven in de schijnwerpers ook extra druk met zich meebrengt, antwoordde ze: “Ik voel altijd druk. Toen ik in aanloop naar de Spelen in Beijing mijn eigen schaatsteam begon, voelde ik die druk ook. Ik hoorde mensen zich afvragen: gaat dit wel goed? Daarna de Spelen zelf. Vervolgens de switch naar Team Jumbo-Visma in 2022, waardoor ik vooral bij mezelf heel veel druk voelde om me te bewijzen. Kortom: elk jaar voel ik druk en die kan ik altijd wel omzetten in extra motivatie en scherpte.” [caption id="attachment_19485" align="alignnone" width="2560"] Jutta posseert met haar evenbeeld in Madame Tussauds[/caption] Eigen pad Vanaf het moment dat Jutta in 2017 op haar achttiende wereldkampioen allround werd bij de junioren wisten mensen van haar bestaan. Niet alleen door haar prestaties, maar ook door haar uiterlijk. Met haar trademarks, haar zwarte eyeliner en lange blonde haren, werd ze al snel een idool van de jeugd. 'Ik ben een open boek, post wat ik doe en laat zien wie ik ben. Van afstand kunnen mensen denken dat het allemaal afleiding is, maar echt: schaatsen staat voorop bij alles wat ik doe' Haar schare volgers op social media nam snel toe, ook omdat ze als een van de eerste schaatssters heel actief was met het posten van foto’s en video’s. In 2020 won ze haar eerste individuele wereldtitel, op de 1000 meter, en sindsdien kreeg ze vaak de vraag of haar leven als ‘merk’ en ‘influencer’ haar prestaties op het ijs niet in de weg stonden. Ondertussen was Jutta altijd opzoek naar manieren om zich te verbeteren. Eerst maakte ze de overstap van Team IKO naar Reggeborgh. In 2020 kwam ze er niet uit wat betreft een nieuw contract, waarop ze een eigen ploeg begon: Worldstream. Na de Spelen in 2022 stapte ze over naar Jumbo- Visma. In april 2024 besloot Jutta opnieuw een eigen ploeg op te richten: Team KaFra. Met coach Kosta Poltavets werkt ze toe naar de Spelen in Milaan. Jutta bleef al die tijd presteren: na de wereldtitel op de 1000 meter in 2020 werd ze in 2021 Europees kampioen sprint, in 2022 won ze olympisch zilver op de 1000 meter en de wereldtitel sprint, in 2023 werd ze wereldkampioen 1000 meter en Europees kampioen sprint. Bovendien won ze vier keer WK-goud op de teamsprint. “Mensen hebben altijd wel een mening over de dingen die ik doe,” stelde Jutta, “sommigen denken misschien dat ik, door de dingen die ik naast het schaatsen doe, minder oog heb voor mijn sport, maar dat is absoluut niet het geval. Ik heb altijd dat stemmetje in m’n hoofd dat me scherp houdt. Het lukt me ook altijd goed om me af te sluiten voor dingen, om gefocust te blijven op het proces, op hoe ik hard kan schaatsen. Maar ik voel wel dat ik me elke keer opnieuw moet bewijzen.” Open boek Zit het leven in de schijnwerpers het schaatsen niet in de weg? Is het mogelijk tegelijkertijd een ‘merk’ te zijn en een topschaatsster? Dat soort vragen zal ze zolang ze schaatst wel moeten beantwoorden. “Ik heb laten zien dat ik in de eerste plaats een topschaatser ben, anders win je niet zo veel. Ik denk dat het prima samen kan, dat het een het ander juist kan versterken als ik er goed mee omga. Doordat ik dingen deel op social media zijn er ook weer meer ogen gericht op onze sport. Ik vind het leuk om dingen daarop te laten zien, krijg daar energie van. Ik ben een open boek, post wat ik doe en laat zien wie ik ben. Van een afstand kunnen mensen misschien denken dat het allemaal afleiding is, maar echt: schaatsen staat voorop bij alles wat ik doe. Ik doe ook heel veel dingen níét voor mijn sport. Als iets het schaatsen in de weg staat, stop ik daar meteen mee.” De bewijzen liggen er. Elk jaar is ze beter geworden. En Jutta is niet bang om een beslissing te nemen waarvan ze het gevoel heeft dat ze die moet nemen. Neem het vormen van een eigen schaatsteam; een stressvol en gedurfd besluit, dat ze in haar carrière al twee keer nam. Nu is ze dus de oprichter en het gezicht van Team KaFra en tussen 2020 en 2022 was Jutta dat van Worldstream. De totstandkoming van haar eerste ‘eigen’ team heeft haar gevormd als mens en topsporter, vertelde ze. “Die jaren met mijn eigen ploeg zijn zo leerzaam geweest. Het was echt een snelcursus volwassen worden als sporter en mens. Ik heb heel goed nagedacht over waarom ik de dingen deed, heb steeds in de spiegel gekeken.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Jutta Leerdam komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

De 21 Nederlandse gouden medaillewinnaars op een rij

Tal van Nederlandse olympiërs doen tijdens de Olympische en Paralympische Winterspelen in Milaan een gooi naar eeuwige roem. Deze 21 topsporters veroverden deze eeuw individueel olympisch of paralympisch gouden medaille. Een collage. [caption id="attachment_22119" align="alignnone" width="2560"] Beeld: Ferdy Damman[/caption] Gerard van Velde ‘Tarzan’ kon in eerste instantie niet overweg met de nieuw geïntroduceerde klapschaatsen. Gerard was al zo’n beetje gestopt toen Rintje Ritsma hem vroeg als sparringpartner. Gerard kreeg alsnog de klapschaats onder de knie. Tijdens de Spelen van 2002 werd hij vierde op de 500 meter, een klassering die hem in zijn carrière al zo vaak ten deel viel. Een paar dagen later reed hij op de 1000 meter een wereldrecord van 1.07,18. Iedereen beet zich stuk op die tijd. Met ontbloot bovenlijf vierde Gerard zijn feestje op het middenterrein, vandaar zijn bijnaam. Gerard jaagt in Milaan op nieuwe successen als coach van ploeg Reggeborgh. [caption id="attachment_22120" align="alignnone" width="2187"] Beeld: ANP[/caption] Jochem Uytdehaage Hij veroverde in Salt Lake City olympisch goud op de 5000 en 1000 meter. Op beide afstanden schaatste hij een wereldrecord. Op de 10 kilometer was Jochem de eerste die onder de dertien minuten reed. Op de 1500 meter veroverde hij zilver. Dat jaar won hij ook nog de Europese en wereldtitel allround. Hij won nog een wereldtitel op de 5000 meter bij de WK afstanden in 2003 en een Europese titel allround in 2005, maar zo mooi als in 2002 werd het niet meer. [caption id="attachment_22121" align="alignnone" width="2362"] Beeld: ANP[/caption] Ze raakte op haar vijfde gehandicapt aan haar linkerarm. Acht jaar later begon ze met langlaufen en later voegde ze daar ook de biatlon aan toe. Bij de Spelen van 1994 won ze als eerste Nederlandse wintersporter paralympisch goud. Ze won de biatlon, maar pakte ook drie keer brons met langlaufen in Lillehammer. Vier jaar later kwam daar langlauf-zilver en biatlon-brons bij. Bij haar laatste deelname aan de Paralympische Spelen, in 2002, won ze opnieuw vier medailles. Ze was in Salt Lake City de beste op de biatlon en met langlaufen pakte ze drie keer zilver. [caption id="attachment_22122" align="alignnone" width="2560"] Beeld: Robert Prins[/caption] Sven Kramer Jarenlang ‘droeg’ hij het Nederlandse schaatsen met zijn ‘schaatszus’ Ireen Wüst. Sven veroverde bij zijn eerste olympische deelname, in 2006, al zilver op de 5000 meter en brons op de ploegenachtervolging. Vancouver werd omgedoopt tot ‘Svencouver’ in 2010. Daar pakte hij de olympische titel op de 5000 meter. Op de 10.000 meter was hij fluitend op weg naar goud, maar door de beroemde wissel – coach Gerard Kemkers dirigeerde hem de verkeerde baan in – werd hij gediskwalificeerd. Weg goud. Sven zou in totaal vier olympische titels winnen: drie op de 5000 meter – 2010, 2014 en 2018 – en één op de ploegenachtervolging (2014). Hij won ook negen wereldtitels allround en 21 keer goud bij de WK afstanden. Een olympische titel op de 10 kilometer ontbreekt op zijn palmares: vier jaar na Vancouver was het zilver op die afstand. Zijn verzameling olympische medailles bestaat daarom naast vier keer goud uit twee keer zilver en drie keer brons. Tegenwoordig is hij commercieel directeur van Team Essent en oprichter van de Sven Kramer Academy, die jeugd stimuleert te gaan schaatsen.   Ireen Wüst Wat een carrière! Ireen deed mee aan vijf Olympische Spelen en kwam telkens thuis met goud. Op haar negentiende veroverde ze in Turijn ‘zomaar’ goud op de 3000 meter, vier jaar later in Vancouver won ze de 1500 meter, in 2014 pakte ze in Sochi goud op de 3000 meter en ploegenachtervolging, weer vier jaar later was het in Pyeongchang goud op de 1500 meter en vier jaar terug was ze in Beijing op haar 35ste weer de beste op de 1500 meter. Ze is de succesvolste olympiër uit de Nederlandse sporthistorie met zes keer goud, vijfmaal zilver en twee keer brons. Daarnaast won ze nog zeven wereldtitels allround en vijftien keer goud bij de WK afstanden. In Milaan is ze – sinds een paar maanden met haar vrouw Letitia de Jong moeder van dochter Pip – er weer bij, dit keer als analiste van de NOS. Marianne Timmer ‘Timmertje, Timmertje wat ga je doen?’ Het waren de woorden van NOS-commentator Frank Snoeks toen Marianne in 1998 olympisch goud veroverde op de 1500 meter door in een wereldrecord de onverslaanbaar geachte Gunda Niemann voor te blijven. In Nagano veroverde ze ook nog goud op de 1000 meter. De boerendochter was in een klap een beroemdheid. Marianne veroverde ook nog twee wereldtitels op de 1000 meter en in 2004 de wereldtitel sprint. Ze ging op haar 31ste naar de Spelen in Turijn, daar steeg ze nog een keer boven zichzelf uit door de 1000 meter te winnen. [caption id="attachment_22125" align="alignnone" width="1707"] Beeld: Maurits Giesen[/caption] Bob de Jong De eigenzinnige Bob ‘woonde’ op de lange afstanden. Op zijn 21ste pakte hij al olympisch zilver op de 10.000 meter achter de ongenaakbare Gianni Romme. Vier jaar later gold hij in Salt Lake City als favoriet voor goud op de 5 en 10 kilometer. Bevangen door de prikkels en stress werden die Spelen een ongekende deceptie. In 2006 ging het opnieuw mis op de 5000 meter. Met trainer Ingrid Paul vertrok hij uit het olympisch dorp om zich in alle rust voor te bereiden op de 10 km. Terug in Turijn viel alles op zijn plaats. Eindelijk goud voor de man die in 2010 en 2014 ook nog olympisch brons won op de langste afstand en in totaal zeven wereldtitels won bij de WK afstanden op de 5000 en 10.000 meter. [caption id="attachment_22126" align="alignnone" width="2560"] Beeld: Marcel Krijger[/caption] Mark Tuitert Hij was allrounder, werd wereldkampioen en Europees kampioen op de vierkamp. Daarna besloot Mark zich te gaan concentreren op de 1000 en – vooral – 1500 meter. Met coach Jac Orie aan zijn zijde was hij op zoek naar die dag waarop alles perfect zou zijn. Die dag werd 20 februari 2010, de dag van de 1500 meter op de Spelen in Vancouver. Mark – tegenwoordig analist van de NOS – schaatste de race van zijn leven en bleef favoriet Shani Davis voor. Vijf jaar nadat hij zijn laatste wereldbekerwedstrijd won op ‘zijn’ afstand was hij olympisch kampioen. [caption id="attachment_22127" align="alignnone" width="2560"] Beeld: Nicolien Sauerbreij[/caption] Nicolien Sauerbreij Ze was een pionier op snowboardgebied. Samen met haar zus en vader ging ze de wereld over. Ze won wereldbekerwedstrijden, maar de Spelen werden in 2002 en 2006 een deceptie. In Vancouver ging het wel zoals het moest: Nicolien veroverde goud op de parallelreuzenslalom, nadat ze in de tweede ‘run’ een achterstand ongedaan maakte. Het betekende de honderdste olympische gouden medaille in de Nederlandse sporthistorie en de tweede gouden plak – na kunstschaatsster Sjoukje Dijkstra – in een wintersport anders dan langebaanschaatsen. [caption id="attachment_22128" align="alignnone" width="2560"] Beeld: ANP[/caption] Michel Mulder Mulder Slechts twaalfduizendste bedroeg het verschil tussen Michel en Jan Smeekens op de 500 meter in Sochi. Smeekens dacht heel even dat hij olympisch kampioen was, achter zijn naam stond namelijk een ‘1’. Maar dat werd teruggedraaid, waardoor het goud bij Michel terechtkwam. Hij werd daarmee de eerste Nederlandse olympisch kampioen op de 500 meter. Op het podium vond hij ook nog tweelingbroer Ronald Mulder, die het brons veroverde. Michel won op die Spelen ook brons op de 1000 meter. En hij veroverde nog twee wereldtitels sprint in zijn carrière. Michel, die na zijn loopbaan ook nog een verdienstelijk zanger bleek, werd eind 2025 geopereerd aan een tumor in zijn hoofd en herstelt daar nu nog van. [caption id="attachment_22129" align="alignnone" width="2560"] Beeld: ANP[/caption] Stefan Groothuis Zijn bijnaam Bokito dankte Stefan aan het feit dat hij loeisterk was. Zijn jachtterrein was de 1000 meter. Hij was al jaren een verdienstelijk sprinter, maar de grootste successen kwamen vanaf 2011. Het was in een periode waarin hij ook worstelde met depressieve gevoelens. Hij wist die te overwinnen, werd in 2012 wereldkampioen sprint en wereldkampioen op de 1000 meter. De kers op de taart volgde in Sochi waar hij de 1000 meter won. [caption id="attachment_22130" align="alignnone" width="2098"] Beeld: Stef Nagel[/caption] Jorien Ter Mors Ze maakte in eerste instantie naam als shorttrackster. Jorien was veel groter dan veel van haar concurrenten. Haar rake klappen kon ze misschien beter kwijt op de langebaan, werd er geopperd. Jorien besloot het te proberen en dat bleek een voltreffer. In Sochi combineerde multitasker Jorien het shorttracken met de langebaan. Een dag nadat ze net naast een plak op de 1500 meter shorttrack greep, pakte ze op de 1500 meter langebaan wél het goud, gevolgd door de olympische titel op de ploegenachtervolging. Vier jaar later deed ze het kunstje nog eens dunnetjes over. Ze veroverde goud op de 1000 meter en maakte haar carrière compleet door met de aflossingsploeg brons te pakken als shorttrackster. Jorien won op de lange baan ook nog twee wereldtitels bij de WK afstanden en een wereldtitel sprint. [caption id="attachment_22131" align="alignnone" width="1000"] Beeld: John Kramer[/caption] Jorrit Bergsma Hij maakte furore als marathonschaatser en besloot zijn jachtterrein met behulp van coach Jillert Anema te verleggen naar de langebaan. Een concurrentiestrijd met Sven Kramer was het gevolg. In Sochi pakte Jorrit brons op de 5000 meter, maar op de 10.000 meter wist hij het goud te veroveren in een wereldrecord van 12.44,45. Vier jaar later kwam daar nog olympisch zilver op de langste afstand bij. Jorrit won ook nog vijf keer goud bij de WK afstanden. Hij maakt zich op voor zijn vierde Spelen en is veertig jaar als hij in Milaan van start gaat. Zit er een gouden olympisch afscheid in? [caption id="attachment_22132" align="alignnone" width="1708"] Beeld: Iris Planting[/caption] Bibian Mentel Ze werkte als snowboardster toe naar de Spelen van 2002 toen bij haar botkanker werd geconstateerd. Haar been werd geamputeerd, maar Bibian – destijds 27 – stond vier maanden later, met een prothese, alweer op haar snowboard. Niet lang daarna werd ze moeder. In 2014 maakte ze haar debuut op de Paralympische Spelen. In Sochi stond de snowboardcross voor het eerst op het programma en Bibian won. Aan het einde van dat jaar maakte ze bekend dat er opnieuw kankercellen waren ontdekt, dit keer in haar long. De kanker keerde meerdere keren terug, maar het weerhield Bibian er niet van om te blijven snowboarden en in 2018 paralympisch goud te winnen op de snowboardcross en banked slalom. Daarnaast veroverde ze vier wereldtitels en richtte ze de Mentelity Foundation op, die jongeren met een handicap motiveert te gaan sporten. Op 29 maart 2021 overleed Bibian op haar 48ste. [caption id="attachment_22133" align="alignnone" width="2560"] Beeld: ANP[/caption] Carlijn Achtereekte Ze was een goede schaatsster op de langere afstanden, won zilver op de 5000 meter bij de WK afstanden in 2015, maar bleef toch altijd een beetje in de schaduw. In 2018 schaatste ze zich in de schijnwerpers. Carlijn wist zich te kwalificeren voor haar eerste Spelen. Niet op de 5000, maar de 3000 meter. Op 10 februari 2018 reed ze de race van haar leven. De outsider bleef Ireen Wüst en Antoinette de Jong voor en werd voor velen ‘zomaar’ olympisch kampioen. In 2022 maakte Carlijn de overstap naar de wielerploeg van Jumbo- Visma. Een paar maanden geleden stopte ze met topsport. [caption id="attachment_22134" align="alignnone" width="853"] Beeld: Kjeld Nuis[/caption] Kjeld Nuis Hij gold al jaren als een groot talent, won tal van medailles bij de WK afstanden op de 1000 en 1500 meter en bij de WK sprint. Maar tijdens het olympisch kwalificatietoernooi ging het tot twee keer toe – in 2010 en 2014 – helemaal mis. In aanloop naar de Spelen van 2018 was hij er fysiek en mentaal klaar voor. Bij de generale repetitie, de WK afstanden in 2017, veroverde hij goud op de 1000 en 1500 meter. Die dubbelslag wist hij in Pyeongchang te herhalen. Vanaf dat moment zat er geen rem meer op bij Kjeld. Hij pakte de wereldrecords op de 1000 en 1500 meter en heroverde in Peking, in 2022, de olympische titel op de 1500 meter. Komt er op zijn 36ste in Milaan nog meer eremetaal bij voor de viervoudig wereldkampioen? [caption id="attachment_22135" align="alignnone" width="1837"] Beeld: ANP[/caption] Esmee Visser De frêle stayer brak op haar 21ste door bij de senioren. Ze kwalificeerde zich voor de olympische 5000 meter in 2018. In Pyeongchang wist ze Martina Sablikova, al jaren de koningin van de lange afstanden, af te troeven. Net 22 jaar vertrok ze als olympisch kampioene uit Zuid-Korea. Het leek de aftrap van een mooie, lange schaatscarrière. Het liep anders. Esmee won nog zilver en brons op de 5000 meter bij de WK afstanden en pakte ook twee keer goud op de 3000 meter bij de EK afstanden, maar kreeg eind 2022 te maken met een mysterieuze ziekte en een heupblessure. Daarnaast ondervond ze veel last van de verwachtingen, aandacht en druk die haar olympische titel met zich meebrachten. Op haar oude niveau wist ze niet meer terug te keren. Suzanne Schulting Als extravert toptalent maakte Suzanne snel naam als shorttrackster. In 2018 maakte ze haar olympische debuut. Die Spelen leken een deceptie te worden. De twintigjarige viel op de 500 meter, liep de A-finale mis met de relayploeg en ook op de 1500 meter haalde ze de finale niet. Ze leek moeite te hebben met de druk en verwachtingen. Onverwacht was er toch brons op de relay en dat zorgde voor een zucht van verlichting bij Suzanne. Alle remmen gingen los op de 1000 meter en ze won verrassend goud. Daarna groeide ze uit tot de koningin van het shorttracken. Waar ze kwam, hield ze huis. Wereld- en Europese titels stroomden binnen. In 2022 pakte ze op alle vier de olympische shorttrackdisciplines een medaille: goud op de 1000 meter en relay, zilver op de 500 meter en brons op de 1500 meter. Haar heerschappij eiste fysiek en mentaal veel van haar. Bij de WK van 2024 in Ahoy kwam de tienvoudig wereldkampioen ten val en brak haar enkel. Ze maakte daarna de overstap naar de langebaan. In Milaan zien we haar terug op de 1000 meter. En wellicht keert ze in Milaan ook terug als shorttrackster op de Spelen. Jeroen Kampschreur Hij werd geboren zonder scheenbenen, waardoor beide onderbenen werden geamputeerd toen Jeroen één jaar was. Het weerhield hem er niet van om veel te sporten. Hij ging rolstoelbasketballen en zitskiën. Als para alpine zitskiër wist hij snel naam te maken. Op zijn zeventiende won hij drie keer goud bij de WK para-alpineskiën. De ogen waren op hem gericht tijdens zijn paralympisch debuut in 2018. Jeroen veroverde meteen goud op de supercombinatie. Een jaar later veroverde hij liefst vijf keer goud bij de WK. Zijn tweede paralympische plak veroverde hij in 2022: zilver op de supercombinatie. Jeroen maakt zich nu op voor zijn derde Paralympics. [caption id="attachment_22139" align="alignnone" width="1707"] Beeld: Jasper Faber[/caption] Irene Schouten Ze maakte al snel naam als marathonschaatsster en inline- skater. Ook op de langebaan kwam ze in actie. Op de massastart lukte het haar de top te halen – ze won olympisch brons in 2018 en wereldtitels –, maar op de individuele afstanden was dat lastiger. Irene gaf niet op, stapje voor stapje ging ze vooruit. In 2021 wist ze ook op de 3000 en 5000 meter de wereldtop te bereiken. In 2022 kroonde ze zich tot schaatskoningin door goud de veroveren op de 3000 en 5000 meter én de massastart. Ook was er brons op de ploegenachtervolging. Bij de WK afstanden in 2024 won Irene drie keer goud en zilver. Met drie olympische - en negen wereldtitels op zak vond ze het mooi geweest. Eind 2024 beviel ze van een zoontje. Thomas Krol Hij was lange tijd een subtopper op de 1000 en 1500 meter. Nadat hij na de Spelen van 2014 ook die van 2018 miste, was dat het sein dat het roer om moest. Thomas stapte over naar schaatscoach Jac Orie en dat betaalde zich meteen uit. Een jaar later won hij zilver op de 1000 en goud op de 1500 meter bij de WK afstanden. Een mooie strijd met Kjeld Nuis was het gevolg in aanloop naar en tijdens de Spelen in 2022. Thomas veroverde in 2021 goud bij de WK afstanden op de 1500 meter, maar moest op die afstand het olympisch goud laten aan oud-ploeggenoot Nuis. Met het zilver op zak wist hij op de 1000 meter wel iedereen voor te blijven in Beijing. Na de Spelen werd hij ook nog wereldkampioen sprint. In 2024 stopte hij. Het was tijd om die andere droom in te lossen: Thomas wil graag piloot worden.