Peter Bosz prolongeerde dankzij een zinderend slot van de eredivisie de landstitel met PSV. We schotelden hem foto’s voor in Helden Magazine nummer 79 en blikken terug op zijn carrière als voetballer en trainer. “Ik had eigenlijk altijd al het gevoel: misschien kan ik als trainer wél de absolute top bereiken.”
Peter Bosz
18 mei 2025
Peter Bosz met de kampioensschaal. Naast hem aanvoerder Luuk de Jong.
“Als ik deze foto zie, is het eerste wat ik denk: we hebben het geflikt. Of eigenlijk moet ik zeggen: we hebben het alsnog geflikt. Er werd geen rekening meer mee gehouden dat wij de titel zouden pakken. In november 2024 werd er geroepen: wie wordt er dit seizoen tweede achter PSV. Iets van drie maanden later werd er gezegd: Ajax achterhalen kan niet meer.”
Ajax won op 30 maart dit jaar met 0-2 van jullie in Eindhoven. Daardoor keken jullie tegen een achterstand van negen punten aan met nog zeven competitieduels te gaan.
“Na die wedstrijd tegen Ajax in Eindhoven dacht ik ook dat het klaar was. Ik kon toen wel heel stoer gaan roepen dat het nog niet beslist was, om zo een signaal aan de spelers te geven dat ze vertrouwen moesten houden, maar dat was op dat moment echt niet realistisch. Ik ga geen dingen roepen waarvan ik zelf al denk dat het niet gaat gebeuren.”
Met nog vijf wedstrijden te gaan, was het verschil nog altijd negen punten. Keek je wel telkens met een schuin ogen naar wat Ajax deed?
“In het begin niet. Na de eerste keer dat Ajax punten verloor – Ajax ging onderuit tegen FC Utrecht, red. – dacht ik: die marge is nog zo groot, dat kunnen ze lijden. Maar toen ze daarna weer punten morsten, dacht ik: er kan twijfel ontstaan in de hoofden van de spelers van Ajax. Maar goed, dat hadden wij toch niet in de hand. Het enige wat wij konden doen, was onze wedstrijden blijven winnen. Om zo de druk erop te houden.”
Jullie speelden op 11 mei in de Kuip tegen Feyenoord, kwamen 2-0 achter, maar dankzij een goal in de 99ste minuut van Noa Lang wisten jullie toch nog met 3-2 te winnen.
“Dat is voor Ajax het knakpunt geweest, vermoed ik. Ajax moest na ons nog voetballen. De eerste helft van ons hebben zij kunnen bekijken. Toen dachten ze wellicht: vanmiddag kunnen we kampioen worden. Vlak voordat Ajax het veld opging, hoorden ze dat wij toch nog 2-3 hadden gewonnen. Ik kan me voorstellen dat ineens de druk er vol op stond.”
Ajax verloor met 0-3 van NEC. Met nog twee wedstrijden te gaan was het verschil één punt. De een na laatste wedstrijd, op 15 mei, wonnen jullie met 4-1 van Heracles. Ajax verspeelde in de 99ste minuut tegen tien man van FC Groningen een 2-1 voorsprong. Het werd 2-2 en ineens waren jullie koploper.
“Ik vroeg na afloop van onze wedstrijd meteen wat het was geworden in Groningen en ik hoorde dat Ajax met 2-1 voor stond. Ik dacht dat die wedstrijd wel afgelopen was toen wij een ronde door het stadion liepen om het publiek te bedanken. Mijn assistent Rob Maas heeft heel goede ogen, keek vanaf het veld een skybox in en zag daar op een tv dat de wedstrijd van Ajax nog steeds niet afgelopen was. We liepen naar binnen en toen hoorden we dat er nog een vrije trap genomen moest worden in Groningen. Iedereen luisterde mee. Er werd gescoord en daarna was het een gekkenhuis.”
Jullie wonnen de laatste wedstrijd met 1-3 bij Sparta en veroverden toch nog de landstitel. Ivan Perisic zei in maart voor de wedstrijd tegen Arsenal en nadat jullie werden uitgeschakeld in de KNVB-beker door Go Ahead Eagles: “We moeten meer een team zijn, dat zijn we nu niet. Of me dat boos maakt? Ja, we moeten rennen voor elkaar, vechten voor elkaar.” Is het belangrijk geweest dat hij dat hardop riep?
“Welnee. Weet je wat het is met voetballers? Hen wordt vaak vlak na een wedstrijd om een mening gevraagd. Met alle adrenaline nog in hun lichaam roepen ze dan wat. Je moet dat niet meteen betitelen als ‘de waarheid’.
‘Uiteindelijk sta je na 34 competitiewedstrijden waar je hoort te staan. Wij zijn dus terecht kampioen geworden’
Natuurlijk heb ik ook nagedacht over het verval. Ik had hardop kunnen roepen waar het aan lag, maar ik wilde voorkomen dat mensen zouden zeggen: ‘Daar heb je hem met zijn excuses.’ Ik vind: uiteindelijk sta je na 34 competitiewedstrijden waar je hoort te staan. Wij zijn dus terecht kampioen geworden. En als ik achteraf inzoom op de periode dat het minder ging, dan heeft dat ook een reden. Wij hebben een brede selectie, maar moesten lange tijd Malik Tillman en Sergiño Dest missen. Ook Joey Veerman en Jerdy Schouten waren lange tijd niet fit en Ricardo Pepi, onze doelpuntenmaker, viel weg. Eén blessure kun je opvangen, maar vijf… Toen Tillman en Veerman richting het einde van de competitie weer mee konden doen, ging het ook meteen weer makkelijker.”
Hoe kwam jij thuis na een wedstrijd in de periode dat jij de voorsprong zag veranderen in een achterstand op Ajax?
“Ik was daar dag en nacht mee bezig, maar schoot niet in de paniekstand. Wij zijn als staf constant goed blijven analyseren, hielden vertrouwen in de spelers en onze filosofie. Onze manier van spelen had anderhalf jaar heel goed gewerkt. Buitenstaanders riepen dat we alles om moesten gooien, omdat we achter elkaar punten verspeelden. Het is heel makkelijk om dat te roepen. Ik vind het mooi dat wij als club juist het tegenovergestelde hebben gedaan; we hielden vast aan de koers die we hebben ingezet, zijn druk blijven zetten tijdens wedstrijden, zoals we dat altijd deden. We bleven rustig.”
19 mei 2016
“Ik beschouw Jordi ook als een vriend. We hebben maar zes maanden samengewerkt. Fantastische tijd.”
Hij wilde jou per se als trainer hebben.
“Klopt, maar hij vertelde me ook eerlijk dat hij door zijn vader was uitgedaagd. Toen hij had gezegd dat hij mij als trainer wilde, had Johan gezegd: ‘Dat lukt je toch niet.’ Jordi heeft me twee jaar lang vaak gebeld. Ik zei steeds tegen hem dat Maccabi Tel Aviv voor mij niet voelde als de volgende stap in mijn carrière, na Heracles en Vitesse. Jordi zei steeds: ‘Maar Peter, je kent het hier niet.’ Hij vertelde dat het idee dat je als trainer in de vergetelheid raakt omdat je voor een Israëlische club had gekozen, echt niet klopte. Uiteindelijk besloot ik het in 2016 te doen en daar heb ik geen moment spijt van gehad.
Vergeet niet hoe belangrijk het is om als trainer een heel goede verstandhouding met de technisch directeur te hebben. Dat inzicht kreeg ik toen ik van 2006 tot en met 2009 technisch directeur van Feyenoord was. Ik heb toen zoveel geleerd. Toen ik daarna weer trainer was, wist ik dat het heel belangrijk was om een goede band op te bouwen met de ‘td’. Met alle technisch directeuren heb ik daarna heel fijn samengewerkt. Met Ted van Leeuwen en Mo Allach bij Vitesse, met Jordi bij Maccabi, met Marc Overmars bij Ajax. Het zijn allemaal vrienden van mij geworden. En hier bij PSV werk ik ook weer fantastisch samen met Earnest.
Ik investeer in die band. Dat doe ik door veel met elkaar te praten, de technisch directeur van alles op de hoogte te houden. Kom ik terug op mijn tijd als technisch directeur van Feyenoord: trainers zagen mij destijds niet altijd als een van hen. Dat is een groot misverstand. Een trainer is afhankelijk van de spelers die de technisch directeur binnenhaalt. Een trainer is ook afhankelijk van de manier waarop een td hem beschermt bij de raad van commissarissen en binnen de directie.” Hoe ging jij met Jordi Cruijff aan de slag in Israël?
“Ik vroeg toen ik mijn contract had getekend meteen aan Jordi: hoe zou jij spelen? Hij keek me verbaasd aan, vroeg: ‘Hoe bedoel je?’ Ik vertelde hem dat ik de spelers nog niet heel goed kende en hij wel. Daarom wil ik van hem graag weten hoe hij met de beschikbare spelers zou voetballen. Jordi begon aan een uiteenzetting en ik luisterde. Na afloop zei hij: ‘Nog nooit heeft een trainer dit aan mij gevraagd, want ze zijn altijd bang dat je je er als technisch directeur mee gaat bemoeien.’ Sindsdien zaten we elke week bij mij op het kantoortje samen alle zaken die speelden door te nemen.”
Jij bent ook een aanhanger van de Cruijff- filosofie. Winnen is belangrijk, maar het vermaken van de toeschouwers is bijna net zo belangrijk voor jou.
“Absoluut. Winnen met aantrekkelijk voetbal is niet de makkelijkste manier, want als het niet goed gaat, kan het ook heel erg open liggen. Dat noemen ze dan naïef. Dat heb ik vaak genoeg gehoord over mezelf, daar moest ik altijd hard om lachen. Als ik geen kampioen werd, werd ik daarmee om de oren geslagen.
Maar wat betreft aanvallend, aantrekkelijk voetbal: Johan dacht er net zo over als ik, maar Jordi dacht daar toch net anders over. Jordi was veel zakelijker, veel meer prestatiegericht. Hij wilde een centrale verdediger die ervoor zorgde dat er geen bal in ging. Ik keek – en kijk – ook vooral of een centrale verdediger opbouwende kwaliteiten heeft. Zo keek Johan er ook naar. Maar ik heb weer geleerd van Jordi dat het soms ook op de zakelijke manier moet.”
Je hebt Johan Cruijff vlak voor zijn dood nog uitgebreid gesproken, toen hij langskwam in Israël. Hij stond te boek als een vernieuwer op voetbalgebied, ben jij dat ook als trainer?
“Ik ben niet een vernieuwer op de manier zoals Johan Cruijff dat was of Pep Guardiola dat is. Ik speel niet een systeem dat niemand voor mij ooit heeft gespeeld. Cruijff kwam als beginnend trainer bij Ajax ineens met Stanley Menzo als keeper. Hij introduceerde de meevoetballende keeper. Sterker: Stanley was bijna libero in die tijd. Guardiola gebruikte een centrale verdediger ineens als extra middenvelder. Dat zijn vernieuwende dingen. Ik heb die vernieuwende ideeën simpelweg niet, anders zou ik ze zeker toepassen. Ik volg alles in het voetbal op de voet en vernieuwende dingen zie je vandaag de dag niet. Ik denk dat veel dingen die je zou kunnen toepassen in het voetbal al zijn toegepast. De trends in het topvoetbal houd ik goed in de gaten. Ik probeer aan dingen die ik heb gezien mijn eigen draai te geven.”
Helden Magazine nummer 79
Het eerste deel van het interview met Peter Bosz komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.
Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.


