Met twee heroïsche overwinningen in het hooggebergte groeide Thymen Arensman (26) afgelopen zomer in de Tour de France uit tot nationale wielerheld. Een jaar nadat hij het plezier in het fietsen had verloren, wierp zijn nieuwe aanpak z’n vruchten af. Maar hoe mooi zijn etappezeges ook waren, de beste Nederlandse klimmer van het peloton wil niets liever dan voor het klassement in de grote ronden blijven gaan. “Mijn drive is er niet minder om geworden.”
Met bewondering en verbazing keek de lange tiener naar geletruidrager Geraint Thomas en diens concurrenten Tom Dumoulin en Romain Bardet terwijl ze voorbij stoven. Zo hard had hij renners nog nooit een berg op zien fietsen. Het was juli 2018 en Thymen Arensman stond op de flanken van Alpe d’Huez. Zoals elke zomer was hij met zijn familie op kampeervakantie in Frankrijk en dus mocht een bezoekje aan de Tour de France niet ontbreken. Vier weken voordat hij – achter de toen nog compleet onbekende Tadej Pogacar – tweede zou worden in de Ronde van de Toekomst (de Tour voor belofterenners onder 23 jaar) stond de achttienjarige prof in spé als toeschouwer langs de weg.
Zeven jaar later wemelde het op La Plagne, die andere ‘Nederlandse berg’ met dank aan de heroïsche ritzege van Michael Boogerd in 2002, opnieuw van de uitzinnige wielerfans. Ditmaal was het Thymen wiens naam werd gescandeerd. Staand op de pedalen en vechtend tegen de opkomende kramp in zijn benen klom hij richting de top van de verregende Alpencol. Titelverdediger Pogacar en uitdager Jonas Vingegaard zaten hem op de hielen.
Twaalf kilometer eerder op de klim was hij ervan doorgegaan. Na zijn eerste versnelling hadden de twee meervoudige Tourwinnaars hem nog teruggehaald, maar Thymen had het er niet bij laten zitten en trok opnieuw ten aanval. Wie weet zouden ze naar elkaar gaan kijken, dacht hij. Dat gebeurde en Thymen reed alleen weg, maar zijn voorsprong bedroeg nooit meer dan dertig seconden. Het verschil werd in de slotkilometer steeds kleiner. Thymen knokte voor elke meter en perste het allerlaatste restje energie uit zijn lichaam. Het was precies genoeg. Twee seconden voor de sprintende Vingegaard en Pogacar kwam hij over de streep. Hoofdschuddend en met de handen voor zijn gezicht.
Vijf dagen na zijn eerste overwinning op Superbagnères – na een solo van 37 kilometer – boekte hij op La Plagne zijn tweede ritzege van de ronde. En dat als debutant. Nederland was een nieuwe Tourheld rijker. “Net als bij mijn overwinning een paar dagen eerder wilde ik eigenlijk opnieuw voor de ontsnapping gaan,” blikt Thymen terug op die bijzondere dag. “Door de uitbraak van een dierenvirus was de etappe flink ingekort. Op de eerste klim probeerde ik weg te komen, maar UAE hield het kort omdat Pogacar de rit wilde winnen.
Al vrij snel had ik door dat vroeg aanvallen weinig zin had. Maar ik had mijn zinnen op die etappe gezet. Voordat we aan de klim naar La Plagne begonnen, zei ik over de radio tegen de ploegleiding in de volgwagen: ik wil kijken hoe ver ik kan komen om een mooie uitslag te rijden. Ik had me voorbereid om te proberen de rit te winnen en dat wilde ik nog steeds doen, ook al was het niet het meest gunstige scenario.
De beklimming duurde ongeveer vijftig minuten. Ik ging all-out. Over de limiet. Na de finish stortte ik in. Zo diep ga je als je voor de winst in een Touretappe rijdt en jongens als Pogacar en Vingegaard achter je moet zien te houden. Net als bij mijn eerste overwinning was er ongeloof dat ik had gewonnen, maar ik was vooral kapot. Ik was zo moe dat ik nergens aan kon denken; ik liet het allemaal maar over me heen komen.”
In de week na afloop van de Ronde van Frankrijk ondervond Thymen tijdens de criteriums wat zijn etappezeges teweeg hadden gebracht in eigen land. “In de Tour had ik daar niet veel van gemerkt. Na mijn eerste zege was ik vooral bezig geweest met proberen nog een rit te winnen. Bij de criteriums was er tijd om te genieten van wat ik had gepresteerd. Ik zag zelfs mensen die emotioneel werden van mijn gewonnen etappes. Het was ook goed om te zien dat er veel kinderen waren. Ik hoor ook de verhalen dat de aanwas bij de wielerjeugd minder wordt en dat er minder wedstrijden kunnen worden georganiseerd. Ik hoop echt dat mijn prestaties iets teweegbrengen, het zou heel mooi zijn als ik de volgende generatie kan inspireren.”
Nieuwe mindset
De Tour van 2025 was voor Thymen Arensman de eerste keer in drie jaar tijd dat hij een grote ronde in een vrije rol als rittenkaper kon aanvliegen. De voorgaande seizoenen was hij altijd als klassementsrenner uitgespeeld in de Ronden van Italië en Spanje. En met succes; in 2022 werd hij vijfde in de Vuelta en zowel in 2023 als 2024 eindigde hij op de zesde plaats in de Giro. Ook dit seizoen stond hij begin mei als mede-kopman van Ineos Grenadiers – samen met Egan Bernal – met klassementsambities aan het vertrek van de Italiaanse ronde.
Net als een jaar eerder kende Thymen een moeizame start. Tijdens de openingsrit naar de Albanese hoofdstad Tirana verloor hij als enige klassementsman anderhalve minuut op de groep met favorieten. Twaalf maanden eerder zat hij na een soortgelijke valse start huilend achter in de teambus. Ditmaal ging hij anders met het tijdverlies om. “Natuurlijk was ik na afloop teleurgesteld, maar als je na de eerste van 21 dagen opgeeft, dan heb je er ook niets aan. We wisten dat die eerste etappe pittig zou kunnen zijn. Ik reed die dag zo hard als ik kon, herinner me nog dat ik kramp kreeg toen ik op de laatste klim moest lossen; mijn lichaam kon gewoon niet harder.
Daarna moest ik de knop omzetten, er waren nog twintig etappes te gaan en daar wilde ik het beste van maken. Uiteindelijk is het ook maar wielrennen. Voor mij als renner en voor de mensen die van deze sport houden is het een belangrijke bijzaak, maar het is wel een bijzaak. De afgelopen jaren was het fietsen voor mij een hoofdzaak en dan kom je jezelf alleen maar tegen. Vanuit mijn intrinsieke motivatie en drive doe ik elke dag mijn uiterste best – dat deed ik die eerste Giro-etappe ook – maar er zijn belangrijkere dingen in het leven dan fietsen. Ik kan het allemaal wat beter relativeren; de volgende dag gaat gewoon de zon weer op. Dat ik er nu zo tegenaan kan kijken, is een proces geweest waarin ik het afgelopen jaar goede stappen heb gezet.”
Dat proces begon voor Thymen na de Giro van 2024. Hij was weliswaar zesde in het eindklassement geworden, maar niet tevreden hoe de maandenlange voorbereiding was verlopen. In een poging zo scherp mogelijk aan de start van de ronde te verschijnen had hij de grenzen van zijn dagelijkse routines op het gebied van training en voeding opgezocht en daarbij de balans uit het oog verloren. Dat moest anders en dus ging in het najaar en tijdens de winter in aanloop naar het nieuwe seizoen het roer om.
In plaats van een uur extra trainen hield Thymen zich aan het schema dat zijn nieuwe trainer, die hem op het hart drukte dat ‘op training in december en januari geen overwinningen worden behaald’, opstelde. Daarnaast ging hij meer en beter eten. Hij ontdeed zich van het keurslijf van druk en stress dat hem te lang in de greep had gehouden en maakte zich een meer ontspannen aanpak eigen. Voorheen betekenden rustdagen een uurtje naar buiten op de tijdritfiets. Nu bleef de fiets in de schuur en ging hij met zijn vriendin mee winkelen of een terrasje pakken in Andorra, de dwergstaat in de Pyreneeën waar hij woont.
“Voorafgaand aan de Ronde van Valencia had ik zeker nog wat twijfels. Tijdens de hoogtestage in januari in aanloop naar die eerste koers van mijn seizoen werd ik er rechts en links afgereden door mijn teamgenoten. Ik probeerde mijn eigen ding te blijven doen; goed naar mijn lichaam en naar mijn gevoel te luisteren en erop te ver- trouwen dat het in de wedstrijden goed zou komen. Dat gebeurde ook. Na de vierde plaats in Valencia viel ik richting de Ronde van de Algarve nog wel een keer terug in oude gewoontes. Ik wrong mezelf weer iets te veel uit tijdens trainingen en merkte in die wedstrijd meteen dat het niet werkte. Daarna pakte ik in Parijs-Nice de draad weer op. Het voelde alsof ik sterker was, dat ik alles meer onder controle had. Ook mentaal had ik meer energie en zin om te koersen.”
Het resultaat mocht er zijn. Na zeven dagen met het mes tussen de tanden koersen, mocht Thymen in Nice als de nummer drie van het klassement het podium bestijgen naast eindwinnaar Matteo Jorgenson en Florian Lipowitz. “Ik vond dat misschien wel de mooiste prestatie van het afgelopen seizoen, zelfs mooier dan de Tour de France. Omdat mijn trainer en ik weten wat er allemaal achter die prestatie zit. Mensen zien misschien alleen een podiumfoto of een eentje, tweetje of drietje in de uitslag op een website, maar aan het resultaat in Parijs-Nice was een heel proces voorafgegaan; één dat nog steeds gaande is.
Op dat moment was het de bevestiging dat de veranderingen die ik tijdens de winter had doorgevoerd ook werkten, dat ik er zowel fysiek als mentaal goed op reageerde en er goed door presteerde. Een van de doelen die het team me voor 2025 had gesteld was podium rijden in een World Tour-koers. Het was mooi dat ik dat meteen kon afvinken.”
Tom Dumoulin
Met de Fransman Romain Bardet en de Welshman Geraint Thomas zag Thymen dit seizoen twee (oud-)ploeggenoten met wielerpensioen gaan. Beiden waren voor hem de afgelopen jaren bij respectievelijk Team DSM en Ineos Grenadiers mentoren van wie hij leerde wat ervoor nodig is om op het hoogste niveau te presteren en dat ook te blijven volhouden. Twee renners ook naar wie hij in 2018 als tiener op Alpe d’Huez met ontzag had staan kijken. De derde renner die hem destijds zo aansprak, Tom Dumoulin, leerde hij dit jaar kennen.
In januari kwam de voormalig Giro- winnaar namens de NOS bij hem thuis in Andorra op bezoek. Net als Dumoulin had ook Thymen geworsteld met het leven als klassementsrenner en dat zorgde voor de nodige raakvlakken. Na die ontmoeting hielden ze contact en na zijn tweede ritzege in de Tour op La Plagne was het Dumoulin die ’s avonds voor het tv-programma De Avondetappe het interview met Thymen deed.
“Van Tom heb ik geleerd dat balans in het leven belangrijk is. Hij zei bijvoorbeeld tegen me: ‘Uiteindelijk is het jouw carrière. Jij moet trappen en afzien. Mensen kunnen wel heel veel van je willen en verwachten, maar je kunt ook gewoon ‘nee’ zeggen en doen waar jij je goed bij voelt en waardoor jij goed kunt presteren.’ Tom had tijdens zijn loopbaan het gevoel dat hij heel erg werd ge- leefd en daardoor het plezier in het wielren- nen verloor. Het was een goede tip die hij me gaf. We hebben goede gesprekken gehad over hoe ik nog meer balans in mijn carrière en in mijn leven kan krijgen. Mensen kunnen van alles willen en verwachten – en velen zul- len het vast goed bedoelen – maar het is mijn carrière. Ik maak mijn eigen keuzes.”`
Een van de keuzes voor de nabije toekomst is dat Thymen meer in zijn tijdrit wil gaan investeren. Het werd ingegeven door de vraag van bondscoach Koos Moerenhout of hij eind september bij de wereldkampioenschappen in Rwanda zowel aan de wegwedstrijd als de race tegen de klok wilde meedoen. Thymen stemde in en werd negende in de tijdrit. “Ik zei tegen mijn trainer dat het een mooi startpunt kon zijn om weer meer met mijn tijdrit aan de slag te gaan. Dit jaar heb ik me op andere zaken gericht en daar ook de vruchten van geplukt. Die positieve dingen wil ik behouden en samenvoegen met andere zaken, zoals meer gaan werken aan die specifieke houding op de tijdritfiets.”
Drive
Dat Pogacar en Vingegaard, die tezamen de laatste zes Tour de Frances hebben gewonnen, zwaar domineren in het rondewerk verandert niets aan de aspiraties van Thymen. Zijn carrièredoel is en blijft proberen podium te rijden in de Giro, Tour of Vuelta. “Mijn sterkste jaren, zo rond m’n 28ste, komen eraan en die wil ik gebruiken om klassementen te rijden. Misschien ben ik nog wel langer dan tien jaar prof; op latere leeftijd kan ik me altijd nog vol- ledig op ritzeges gaan richten. Mensen weten misschien niet altijd wat er allemaal komt kijken bij het rijden van klassementen en de voldoening die je daaruit kan halen. Aan mijn derde plaats in Parijs- Nice was een heel proces voorafgegaan. Dat maakt het rijden van zo’n goed klassement supermooi.”
Thymen kan niet anders dan concluderen dat 2025 een meer dan geslaagd jaar voor hem is geweest. Toch hebben de behaalde resultaten niet veel voor hem veranderd. “Er staan nu twee ritzeges in de Tour op mijn palmares, maar ik ben nog steeds dezelfde persoon. Mijn drive is er niet minder door geworden. Ik probeer elke dag te blijven leren, daar is helemaal niets aan veranderd.
De zoektocht naar dát doen dat bij mijn lichaam past, blijft doorgaan. Zowel wat betreft voeding als training. Dit jaar heb ik vooral heel erg geleerd dat de nieuwe aanpak voor mij werkt. Ik wring mezelf niet meer compleet uit in trainingen en sta met energie aan de start van de wedstrijden.
Het is niet zozeer dat ik liever ben voor mezelf. Wielrennen is een superzwaar leven en elke dag afzien. Je moet tot de limiet gaan, maar ervoor zorgen dat je er niet overheen gaat. Je moet ervoor zorgen dat je van de in- spanningen kunt herstellen en er vervolgens beter van wordt. Het is een fine balance. Die balans heb ik dit jaar gevonden.”
Helden Magazine nummer 79
Het verhaal over Thymen Arensman komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.
Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

