Word abonnee

Tennis

‘Het was zo’n warboel in m’n hoofd’

Tennis

‘Het was zo’n warboel in m’n hoofd’

door: Jasper Boks & Marlies van Cleeff
5 juni 2017
20 tot 25 minuten lezen

Robin Haase belandde in een nachtmerrie. Zakenman en goede vriend Koen Everink werd op 4 maart dit jaar gevonden. Vermoord. Drie weken later werd zijn coach Mark de J. opgepakt als verdachte. De beste tennisser van Nederland blikt in aanloop naar het ABN AMRO World Tennis Tournament (13-19 februari) terug.

De beste tennisser van Nederland sluit het jaar af als nummer 60 van de wereld, vijf plekken hoger dan hij het seizoen begon. Daarnaast stond hij in Gstaad voor de vijfde keer in zijn carrière in de nale van een ATP-toernooi, hij won de challengers in Scheveningen en Sibiu en was finalist bij de challengerstoernooien in Alphen aan den Rijn en Rome. Die prestaties zijn des te opmerkelijker als je in ogenschouw neemt wat Robin in 2016 voor zijn kiezen kreeg.

Tekst gaat verder onder de foto

In de ochtend van 4 maart werd zijn goede vriend Koen Everink door z’n dochtertje gevonden in de keuken. Hij was door messteken om het leven gebracht. De man die ‘bekend’ werd als slachtoffer van vechtsporter Badr Hari tijdens dancefeest Sensation in 2012 ging geregeld met Robin mee naar toernooien. Op 24 maart werd uitgerekend Robins coach Mark de J. opgepakt als verdachte in de moordzaak. “Voor mij is het moeilijk geweest, maar het is natuurlijk veel erger en verdrietiger wat de nabestaanden van Koen doormaken en wat de familie van Mark meemaakt.”
Zijn naam werd ook steeds genoemd als het over de zaak ging, Robin kreeg er veel vragen over. Voortdurend moest hij z’n woorden wegen. “Ik wilde naar alle betrokkenen zo respectvol mogelijk zijn. Bovendien zijn er dingen waar ik niet over wil en kan praten zolang het onderzoek duurt. De recherche moet in rust haar werk kunnen doen. Alleen tegen m’n ouders en vriendin heb ik soms wat verteld, omdat ik sommige dingen gewoon niet op kon blijven kroppen.”
En dan was er nog de worsteling in z’n hoofd. “Ik moest leren omgaan met de situatie. Gelukkig kreeg ik daar hulp bij, want in m’n eentje redde ik het niet.” Hij roemt oud-tennisster Kristie Boogert, die tijdelijk optrad als zijn coach. Ook Raymond Knaap ging met hem op pad in die moeilijke periode. En natuurlijk boden z’n vriendin, familie en vrienden een luisterend oor. “Mijn voormalige coach Dennis Schenk zei iets moois: ‘Als er iemand is die deze storm kan weerstaan, dan ben jij dat.’”
Robin vertelt dat hij veel heeft gehad aan de sessies met een lifecoach, met wie hij sinds twee jaar werkt. “Mede dankzij de lifecoach sta ik anders in het leven. Daardoor snap ik ook veel beter waarom mensen reageren zoals ze dat soms doen. De afgelopen maanden waren heel zwaar, maar de Robin van een paar jaar geleden was hier heel anders mee omgegaan.”

De moordzaak had ook grote impact op zijn tennisprestaties. “De eerste weken heb ik geregeld gedacht als ik op de baan stond: wat doe ik hier? Die gedachte had ik nooit eerder gehad. Tennis is voor mij altijd het mooiste geweest wat er is, maar dat gevoel was ineens weg.” Hij kon altijd heel goed een grens trekken tussen de tennisser en de mens Robin; focussen was nooit een probleem. Als Robin voorheen een dipje had tijdens een wedstrijd, dan kon hij daar hooguit twee games door verliezen. Daarna herpakte hij zich. “In die moeilijke periode was ik soms helemaal de kluts kwijt. De gedachten aan de zaak kwamen tijdens een partij continu omhoog, daardoor verloor ik zo een hele set. De mens en de tennisser kon ik niet meer scheiden, ik nam alles mee de baan op. Het ging over de dood van Koen in de kranten, mensen vroegen me ernaar. Het is voorgekomen dat ik anderhalf uur voor een wedstrijd werd gebeld door de politie. Ga daarna maar eens gefocust de baan op. Dan kun je zeggen: zet de telefoon uit. Ja, dat kon, maar niet voortdurend. En tegelijkertijd wilde ik bereikbaar zijn voor de politie. Als ik ook maar ergens mee kon helpen, deed ik dat.” Tijdens wedstrijden in april en mei ging Robin door een emotionele achtbaan. “Ik heb voorheen vaker gehad dat ik me liet gaan op de baan, dan schreeuwde ik een keer of smeet met m’n racket, maar dat waren bewuste acties om m’n frustratie kwijt te raken. In aanloop naar Roland Garros had ik m’n emoties niet meer onder controle. Ik voelde dat ik gek ging worden en dat boeide me niet, het maakte ook niet uit wat mensen tegen me zeiden. Als ik het aan voelde komen, zei ik al tegen m’n begeleider op de tribune: ‘Zeg maar niets, het heeft toch geen zin.’ Het was zo’n warboel in m’n hoofd.”

Delen: