Word abonnee

Motorcross

De dag dat alles misging: Wil Hartog

No Candy

Motorcross

De dag dat alles misging: Wil Hartog

door: Rob Willemse
19 juni 2017
8 tot 13 minuten lezen

Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen vormden zo’n veertig jaar geleden De Grote Drie van het Nederlandse motorracen op de weg. Op 25 juni 1977 won Hartog – alias De Witte Reus, refererend aan de consequente kleur van zijn motorpak – de TT van Assen.

Dat voor onmogelijk gehouden Nederlandse succes in de koningsklasse werd drie jaar later herhaald door Jack Middelburg, vanwege zijn risicovolle rijstijl en vele valpartijen voorzien van de bijnaam Jumping Jack. Zoals zijn manager Hans Valstar zei: ‘Hij heeft alles gebroken wat je kunt breken.’ Een even vaak gebruikte omschrijving van Middelburgs fysieke situatie: ‘Hij hing van metalen schroef- en plaatwerk aan elkaar.’

Op 1 april 1984 zocht Middelburg de rekbaarheid der grenzen weer eens op, dit keer tot op het bot gemotiveerd door een verbale voor- geschiedenis. Twee Honda-fabrieksmotoren waren, tot ergernis van Boet van Dulmen, door het KNMV (Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging) ter beschikking van Middelburg gesteld. In de aanloop naar een stratenwedstrijd in Tolbert had Den Boet zijn gram willen halen in een venijnig interview waardoor Middelburg zich uitgedaagd zou hebben gevoeld zijn superioriteit te tonen.

‘Ik mocht ook niet op zijn begrafenis komen’

In Tolbert zou de dan 31-jarige Jumping Jack bij het begin van de tweede ronde zijn definitieve grens tegenkomen. Van Dulmen wil, ook uit respect voor de familie van de overledene, zijn visie niet geven over de gebeurtenissen op weg naar en in Tolbert. “Want dat ligt nog steeds heel gevoelig bij de nabestaanden en Jacks supporters. Ik mocht ook niet op zijn begrafenis komen. Terwijl we, voor al dat gedoe ontstond, gewoon goeie vrienden waren. Daar wil ik het graag bij laten.”

Als toeschouwer zat Wil Hartog met zijn neus bovenop het fatale ongeluk. Hij blikt terug op een absolute horrordag.
In mei 1981 was ik gestopt met racen en tot 1 april 1984 was ik ook nooit meer bij een wedstrijd aanwezig geweest. Maar die dag zou mijn broer een kartwedstrijd rijden in Tolbert, waar ook een 500 cc motorwedstrijd op het programma stond. Dus ben ik daar heen gere- den om naar mijn broer te gaan kijken. Het was erg koud die dag, ook op de tribune waar ik zat. Het was een smal circuit, met strobalen langs de baan. En in een flauwe bocht, net voor de haakse waar ik zat, wilde Jack de anderen eruit remmen. Hij had niet zo’n goeie start gehad, zijn banden zullen nog koud geweest zijn en dan heb je weinig grip. Dus remde hij zijn motor onderuit, ketste tegen de strobalen terug de weg op en kreeg daar alles en iedereen over zich heen. Een ravage. Verschrikkelijk. Meteen wist ik: dit is mis, heel erg mis!

In een flits zag ik een ziekenwagen staan, met niemand van het personeel ook maar enigszins in de buurt. Dus ik ben van de tribune naar die ambulance gestormd, ben in die wagen gesprongen en naar de plek des onheils gereden. Toen ik Jack zag liggen, wist ik: dit is niet goed, dit is heel slecht. Zijn helm was-ie kwijt en uit zijn oren kwam bloed. Zo dramatisch om zoiets onder ogen te krijgen; eerst dat ongeluk en daarna Jack die er zo bij lag… Hoe vaak die beelden nog bij mij voorbijgekomen zijn… Meteen daarna kwamen de mensen van die ziekenauto erbij en heb ik alles losgelaten. Die valpartij op zich is volgens mij niet de oorzaak geweest van Jacks uiteindelijke overlijden, maar een motorfiets die hem na zijn val geraakt heeft.

Van wat er daarvoor tussen Jack en Boet gebeurd is, weet ik niets meer dan anderen die het ook via de kranten hebben gevolgd. Zoals gezegd was ik niet meer bij de racerij betrokken, was fulltime bezig in onze grasdrogerij. Ik heb beide jongens er ook nooit over gesproken en weet dus niet meer dan dat er strijd was ontstaan over het verkrijgen van een motorfiets die mede door het KNMV beschikbaar gesteld werd. In de communicatie daarover naar beide coureurs is iets niet goed gegaan. Dat heeft wel bijgedragen tot een soort van vete die daardoor tussen Jack en Boet ontstaan is.

‘Bij zijn begrafenis heb ik voor de kist uitgelopen’

Tussen hen ging, tot die tijd, alles goed. Oorspronkelijk waren ze zelfs vrienden. Dat gedoe met die motoren heeft dus een hele negatieve rol gespeeld en daarvoor is de KNMV verantwoordelijk. Volgens mij is het ook niet Boets schuld dat Jack gevallen is. Die heeft zelf zijn motorfiets onderuit geremd. In die zin kon Boet er helemaal niets aan doen. Jack zal zich opgefokt gevoeld hebben. Het lag in de natuur van Jack: die wilde altijd koste wat kost winnen, was gewend het randje op te zoeken en er overheen te gaan. De dood of de gladiolen, dat was Jacks insteek als topsporter. Die drive moet je ook hebben om het maximale uit jezelf te halen. Zoals hij won op Silverstone, daar deed hij alles perfect en Kenny Roberts maakte op een cruciaal moment een fout waar Jack optimaal van profiteerde. Hoe hij Roberts er in die bocht uitremde, dat kon helemaal niet. Maar toch deed hij het, zoals alleen hij dat eigenlijk kon.

Bij Jack kan dat opzoeken van zijn grenzen een erfelijke kwestie zijn geweest. Zijn vader ging beginjaren 50 naar Korea om daar als vrijwilliger in de oorlog te vechten. En net als zijn vader zal Jack gedacht hebben: omdat ik er zelf bij ben, heb ik de risico’s ook zelf in de hand. In Tolbert zal het niet anders geweest zijn. Alleen waren alle aanwezige factoren die dag negatief: de controverse vooraf met Boet, de koude weers­ omstandigheden, de banden die ook nog koud waren, het smalle circuit, de slechte start waar­ door alles op één hoop zat. Daar ging alles tegelijk verkeerd: de wet van Murphy die zich in zijn uiterste vorm en in heel korte tijd voltrok, met alle rampzalige gevolgen van dien.

Jack is met de ambulance naar een ziekenhuis in Groningen gebracht. Daar ben ik hem gaan opzoeken. Het was leven tussen hoop en vrees. Hij lag in coma, aanvullende informatie was er niet. Maar als je wist wat hem was overkomen… Ik zag hem aan slangetjes in een ziekenhuisbed liggen en wist eigenlijk al genoeg. Bij zijn begrafenis heb ik voor de kist uitgelopen, met zijn helm in m’n handen. Nu, 33 jaar later, zou ik niet meer weten of ik dat zelf heb voorgesteld of dat iemand me dat gevraagd heeft. Misschien vroeg zijn vrouw Petra het, dat zou kunnen. Bij dat afscheid heb ik ook nog gesproken. Maar wat ik gezegd heb, herinner ik me ook niet meer. Ik onderging het in een verdrietige roes. Het was moeilijk, erg moeilijk. Maar ik heb het droog­ gehouden.

Boet is niet bij de begrafenis geweest. Jacks familie had overduidelijk gemaakt dat daar absoluut geen prijs op werd gesteld. Goed dat Boet daar gehoor aan heeft gegeven, want zijn aanwezigheid had alleen maar vervelende vragen en gefronste wenkbrauwen opgeleverd. Hoe hij het allemaal beleefd en gevoeld heeft, weet ik niet. Maar het laat zich niet zo heel moeilijk raden, denk ik.

‘Ik zag hem aan slangetjes in een ziekenhuisbed liggen en wist eigenlijk al genoeg’

Jack en ik hadden een vriendschappelijke band, zijn en mijn toenmalige vrouw ook. Om even in een andere omgeving te zijn en hem een beetje afleiding te geven, is Jacks zoon Jacky de zomer na het ongeluk bij ons komen logeren. En daarna nog een aantal keren. Ik was zelf vader van twee jonge kinderen en begreep hoe verdrietig het allemaal moest zijn voor een jonge moeder die net haar man – en daarmee ook de vader van haar kind – was kwijtgeraakt. Dus ik wilde maar al te graag behulpzaam en opvangend zijn.

Jack herinner ik me als een fantastisch, eerlijk en open mens, die onder bepaalde omstandigheden ook een betere coureur was dan ik. In 1977 reed hij, een maand voor de TT, op een circuit in Tubbergen in de regen zo verschrikkelijk goed. Daar ging ik onderuit en een maand later was ik de snelste in Assen. Nog steeds verwonder ik me erover dat het niet Jack was die daar won. Gezien de omstandigheden was dat helemaal zijn wedstrijd. Want Jack was een zeer goede regen­ rijder. Maar hij was ook perfect met droog weer, zoals op Silverstone waar hij regerend wereld­ kampioen Kenny Roberts op diens favoriete circuit versloeg. Alleen waren er ook races waarin zijn rechterhand de baas was over zijn hoofd; zoals op 1 april 1984 in Tolbert.”

Helden Magazine

Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Delen: