Word abonnee
Meer

Tennis

Diede de Groot: ‘Nog steeds zit in m’n hoofd dat ik in Parijs gefaald heb’

Als winnen went, went niet meer winnen dan ook? Rolstoeltennisster Diede de Groot (28) won tot vorige zomer 145 wedstrijden op rij en heeft 23 Grand Slams op haar ere- lijst, en zelfs een Golden Slam: alle Grand Slam-toernooien én paralympisch goud in hetzelfde jaar. Dat is alleen Steffi Graf ook ooit gelukt. Aan de succesreeks kwam een einde in Parijs; geen tweede paralympisch goud in het enkelspel. Gevolg: een tranenzee van dagen en - dan alleen nog in kleine kring bekend - een operatie die haar van de constante pijn in haar heup moest afhelpen. “Die pijn was heftig, ja; vooral in rust. Begin augustus, richting de Spelen, had ik een aantal nachten met maar twee of zelfs één uur slaap en dan raak je oververmoeid en overprikkeld. Trainingen heb ik daardoor moeten overslaan en ook heb ik me tijdens een middagdutje weleens verslapen en daardoor m’n training gemist. In die tijd heb ik af en toe slaapmiddelen genomen. Toch was de halve finale in het enkelspel in Parijs mijn beste wedstrijd van dat seizoen. Qua tennis gaf dat veel vertrouwen voor de dubbelfinale een dag later met m’n vaste dubbelpartner Aniek van Koot en de enkelspelfinale de dag daar- na. Twijfel was er wel vanwege die heup. Maar hét probleem in de dubbelfinale werd mijn service. Die liep totaal niet waardoor ik dacht: kan ik dat nu ineens echt niet meer? Dat ging zo in m’n hoofd zitten dat ik me ook al zorgen ging maken over m’n enkelspelfinale de volgende dag. Dat ik steeds mijn servicegame verloor, zorgde voor nog meer druk; helemaal omdat onze Japanse tegenstanders, Yui Kamiji en Manami Tanaka, heel vast waren. Mijn service is m’n hele carrière al m’n wapen óf m’n grootste knelpunt. Technisch is ’ie goed, maar op spannende momenten kan ik gaan twijfelen. Dat gebeurde toen. We verloren, geen prolongatie van de paralympische dubbeltitel. De volgende dag zou Yui Kamiji weer mijn tegenstander zijn in de finale. Die was natuurlijk met een veel beter gevoel gaan slapen dan ik. Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het verhaal over Diede de Groot komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

John de Wolf: ‘Ik ben een gever, geen nemer’

John de Wolf (62) werd bekend als de spijkerharde verdediger van Feyenoord. Jarenlang stond hij symbool voor het arbeidsethos van havenarbeiders op de tribunes van ‘zijn’ Kuip. In het boek Ma, ik ben het, John de Wolf maken we kennis met de ‘ruwe bolster, blanke pit’, met een zoon die al jaren moet leven met zijn in een verzorgingshuis zwaar dementerende moeder Mar. ‘Ik ben er nu, ma, John, je zoon. Egoïstisch van mij om hier steeds weer over te beginnen. Ik ken de reactie nu wel. Ze boort een sombere blik in de mijne van: echt geen idee wie jij bent. Dit is wat er over is van mijn moedertje. Of: wat ervan ge- worden is. Ze is mijn moeder nog wel en tegelijk ook niet. Elke ochtend, als ik mijn ogen open, denk ik: hopelijk is het nu af- gelopen. Maar als ik dan hoor dat zij haar ogen toch ook weer open heeft gedaan, schaam ik me voor mijn gedachte.’ Uit ‘Ma, ik ben het, John de Wolf ’. Onder de carrière van John de Wolf, die als voetballer het voor hem hoogst haalbare bereikte – het Nederlands elftal, het aan- voerderschap en een landstitel met zijn club Feyenoord - ligt een laag van gevoeligheid. John vertelt in de door Jeroen Siebelink geschreven autobiografie over de psychische problemen waar zijn vader, die op 58-jarige leeftijd overleed, mee worstelde. Moeder Mar had daardoor niet alleen de zorg voor John en zijn vier jaar oudere zus, maar ook voor haar echtgenoot. En dan is er ook het SS-verleden van de vader van Johns moeder. John heeft zijn opa nooit gekend. Ook vertelt John over zijn eerste vrouw Ingrid, van wie uiteindelijk scheidde. En over zijn huwelijk met Inge, met wie hij alweer jaren gelukkig getrouwd is. Ook het zogenaamde kaartincident tijdens het WK in 1994 in Amerika, een zwart hoofdstuk in zijn carrière, komt voorbij. Maar het gaat ook vooral over de pijn van de afgelopen jaren, een periode waarin hij zijn inmiddels 82-jarige moeder Mar beetje bij beetje kwijtraakte door dementie. “Mijn moeder heeft een zeer zwaar leven gehad, misschien heb ik daarom wel ‘ja’ gezegd tegen de uitgever,” zegt John. “Als ik bij haar ben, is ze mijn moeder niet meer. Vreselijk. Ze her- kent me al ruim twee jaar niet meer, mijn moeder is voor mijn gevoel weg. Daarom is de titel van het boek ‘Hallo ma, ik ben het, John de Wolf ’. Ik kan het niet meer opbrengen om bij mijn moeder op bezoek te gaan. Ik trek dat gewoon niet meer, tegelijk voel ik me daar vreselijk schuldig over. De laatste keren dat ik bij haar langs ben geweest, was ik urenlang kapot, zat ik in de auto als een klein kind te janken.” Het verplegend personeel in verzorgingshuis waar jouw moeder nu woont, begrijpt jouw beslissing. “Daar ben ik heel blij mee, want daarmee compenseren ze mijn schuldgevoel. Ze begrijpen dat ik na een bezoek zo kapot ben, dat ik eraan onderdoor kan gaan.” Sinds kort ben je ambassadeur van de stichting DemenTalent. “Toen ik daarvoor werd gevraagd, heb ik meteen ‘ja’ gezegd. Op het moment dat wordt ontdekt dat je dementie hebt, kun je twee dingen doen: thuis uit het raam gaan zitten koekeloeren of je onder de mensen blijven begeven. De ervaring leert dat als je voor het laatste kiest en ondanks de diagnose leuke dingen blijft doen, je de negatieve gevolgen van dementie zo lang mo- gelijk kunt uitstellen. Mensen met de ziekte van Alzheimer of dementie zijn niet gek, kunnen nog heel veel.” Het boek leest als een ode aan je moeder. John knikt: “De kinderen en kleinkinderen weten nu hoe hun oma was. Ze was een rustige vrouw, een geweldige moeder.” Heeft ze jou ooit verteld over haar in de oorlog ‘foute’ vader? “Nooit. Mijn zus en ik hebben als kind wel gemerkt dat er iets was dat onze moeder verborgen hield voor ons. Op een gegeven moment ben ik zelf gaan wroeten in het verleden van mijn moeder.” ‘‘Als kind, weet ik, heeft ze dingen meegemaakt die niet door de beugel kunnen. Ik weet er niet het precieze van, ze heeft er nooit met me over willen praten.’ ‘Iets met een stiefvader toch?’ zegt Inge. ‘Ze heeft het altijd voor zich gehouden.’’ Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het verhaal over John de Wolf komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

Renée Slegers – Op de voorgrond

In haar eerste jaar als hoofdcoach van Arsenal vrouwen bereikte [...]
In haar eerste jaar als hoofdcoach van Arsenal vrouwen bereikte voormalig Oranjespeelster Renée Slegers (36) meteen het ultieme: ze won als eerste Nederlandse coach de Champions League. Een gesprek in Helden Magazine nummer 79 over knieblessures, gelijkheid, social media, Sarina Wiegman en de nieuwe bondscoach van Oranje. Renée Slegers Binnen tien maanden maakte Renée Slegers zich onsterfelijk in Londen. In oktober 2024 werd ze na het vertrek van de Zweedse coach Jonas Eidevall gepromoveerd van assistent tot interim-coach van de vrouwen van Arsenal. Twee maanden later kreeg ze een vaste aanstelling als hoofdtrainer. En nog geen vijf maanden later stond Renée in Lissabon op het veld met haar vierjarige zoontje die de Champions League-trofee vasthield, nadat Arsenal in de finale Barcelona met 1-0 had verslagen. Van de foto die van het tafereel werd gemaakt, is inmiddels een muurschildering gemaakt in Londen.“Vlak bij het stadion. Heel bijzonder,” beaamt Renée. [caption id="attachment_21809" align="aligncenter" width="996"] Renée Slegers[/caption] Wat ook bijzonder is: je bent de eerste Nederlandse coach die de Champions League bij de vrouwen won. Lachend: “Daar dacht ik op dat moment niet aan, hoor. Ik snap dat dat benadrukt wordt in de media, het is een mooie statistiek. Ik ben trots om de eerste Nederlandse vrouw te zijn, met dank aan de trailblazers voor mij en hopelijk kan ik een inspiratie zijn voor degenen na mij.” Ze vervolgt: “We waren onlangs voor de Champions League-wedstrijd tegen Benfica weer in Lissabon. We sliepen in hetzelfde hotel. Alle mooie herinneringen kwamen weer naar boven.” Vanaf 2016 verdeelden Barcelona en Olympique Lyonnais de prijs. Tussen 2016 en 2020 won Olympique Lyonnais de Champions League, in 2021 Barcelona, een jaar later opnieuw Olympique en in 2023 en 2024 weer Barcelona. Jullie verloren in de eerste halve finale meet 2-1 van Lyon, maar wonnen de return met 4-1. “Een topprestatie. De speelsters stonden met zoveel overtuiging en geloof op het veld.” En toen dacht je: Barcelona is ook wel te pakken? “We wisten: als we zo’n halve finale kunnen neerzetten, dan kunnen we ook in de finale van Barcelona winnen. Maar ja, het was wel Barcelona... Ik had zeker niet verwacht dat ik in mijn eerste jaar als hoofdcoach van Arsenal meteen de Champions League zou winnen. 'Dat ik ooit coach van Arsenal zou worden, had ik al nooit gedacht. Überhaupt coach worden kwam nooit voor in mijn plannen' En als je dan bedenkt dat ik op m’n zeventiende al voor de Arsenal Academy speelde… Dat ik ooit coach van Arsenal zou worden, had ik al nooit gedacht. Überhaupt coach worden kwam nooit voor in mijn plannen.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het interview met Renée Slegers komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

Rafael van der Vaart: ‘Wie zegt er nou nee tegen mij?’

Hij brak door rond de eeuwwisseling, groeide uit tot een poster [...]
Hij brak door rond de eeuwwisseling, groeide uit tot een poster boy. De linkspoot speelde onder andere bij Ajax, Hamburger SV, Real Madrid, Tottenham Hotspur en Betis Sevilla en kwam 109 keer uit voor het Nederlands elftal. Tegenwoordig valt Rafael van der Vaart (42) op als voetbalanalist met uitspraken die af en toe de wereld overgaan. In het boek Rafael van de Vaart, alles op intuïtie, geschreven door Bart Vlietstra, gunt hij ons een inkijkje in zijn leven. Voor Helden Magazine nummer 79 gingen we met Van der Vaart in gesprek. Rafael van der Vaart Damián van der Vaart Zoon Damián van der Vaart tekende begin januari 2025 een contract bij Ajax tot en met 2029, 25 jaar nadat Rafael zijn eerste contract in Amsterdam had getekend. Dit heugelijke feit is de aftrap van het door Bart Vlietstra geschreven boek ‘Rafael van de Vaart, alles op intuïtie’. De negentienjarige Damián woont bij zijn grootouders Ramon en Lolita van der Vaart in Heemskerk, mede omdat zijn beide ouders in het buitenland wonen. Vader Rafael houdt vanuit Boekarest, waar hij met zijn handballende vriendin Estavana Polman en hun dochtertje Jesslynn woont, een vinger aan de pols. Damián in het boek: ‘Mijn vader zei: ‘Wil je dat ik je help?’ Ik zei: ‘Ja, graag.’ Toen werd hij kritischer. Hij zegt altijd: als je het niet wil, moet je het zeggen. Maar ik wil het, dus het is mijn keuze. Voor de rest is hij een heel lieve papa, hoor.’ Rafael: “Ik vind het vreselijk om zo kritisch te moeten zijn, maar dat is wel nodig om verder te komen als voetballer. Damián luisterde in het begin maar half als ik iets zei. Als ik kritisch was, waren Es en de hele familie kwaad. Niemand sprak dan meer met mij. Maar toen Damián een beetje beter naar me ging luisteren, zag je wél meteen resultaat. Ik begrijp dat het voor hem niet makkelijk is dat uitgerekend ik zijn vader ben. Ik vroeg hem eens: vind je het vervelend dat ik je vader ben? Damián antwoordde: ‘Nee, ik ben supertrots op je.’ Toen zei ik: omarm dan gewoon dat ik er ben, doe wat met de aanwijzingen die ik geef. Het heeft ook voordelen dat ik zijn vader ben. Neem alleen al het feit dat hij de kans kreeg bij Ajax. Mijn voorkeur had eigenlijk dat hij naar Heerenveen zou gaan, omdat ik dacht dat hij daar meer aan spelen toe zou komen. Heerenveen wilde hem heel graag hebben, maar Damián wilde liever naar de club waarmee hij is opgegroeid. Kon-ie ook lekker bij opa en oma wonen. Ik heb Ajax gebeld en gezegd: mag m’n zoon een week meetrainen. In die week heeft hij het laten zien.” Damián is rechtsbenig, heeft in jouw ogen een David Beckham-trap in dat been. Jij noemt Damián als type speler ‘een Donny van de Beek’. “Ik was een natuurlijke nummer 10, zoals Sneijdertje en Jari Litmanen dat ook waren. Bij ons spatte de kwaliteit op die positie ervan af, goals maken, assists geven, de bal willen hebben. Davy Klaassen en Donny van de Beek waren onze opvolgers op ‘10’, vulden het heel anders in. Zij maakten veel doelpunten, hoor, maar je kon hen ook een tijdje niet zien. Dat heeft Damián ook een beetje. Bij hem kun je soms denken: doet-ie eigenlijk wel mee? Maar ineens valt die bal voor z’n voeten en scoort hij.” Lachend: “Damián is eigenlijk de nummer 10 geworden waar ik niet heel graag naar keek. Maar gelukkig begint hij ook steeds beter te voetballen.” Jij zegt in het boek dat je in aanleg een betere voetballer was dan jouw zoon. “Dat klinkt heel hard, mensen moesten er ook aan wennen dat ik dat zei. Maar het is de realiteit, anders had hij wel al op z’n zestiende in het eerste gestaan. Neemt niet weg dat hij wel gewoon een heel mooie carrière kan hebben.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het interview met Rafael van der Vaart komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

Kees Smit: ‘AZ paste beter bij me’

Kees Smit (19) had een jaar om van te dromen. Hij werd basisspeler bij AZ en vervulde in de zomer een hoofdrol op het EK onder 19. De middenvelder leidde Oranje naar de Europese titel, werd topscorer en uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Sindsdien staat hij nog meer in de schijnwerpers. Lachend: “Frenkie de Jong is wel een stapje verder, hoor.” Wat goed is, komt snel,’ is de bekende uitdrukking. “Het was een prachtig jaar. Ik ben vaste basisspeler bij AZ gewor- den. En ik denk dat je ook doelt op het EK onder 19.” Uiteraard. Jullie werden Europees kampioen. “We wilden zo graag presteren. Bij het EK onder 17 in 2023 wer- den we in de poulefase al uitgeschakeld. Dit EK speelden we on- geveer met dezelfde groep jongens. We zeiden tegen elkaar dat de uitkomst nu wel anders moest zijn.... Er was best wat spanning, we wisten eigenlijk niet hoe goed we waren ten opzichte van an- dere landen. De eerste wedstrijd tegen Duitsland wonnen we met 3-0. Toen begonnen we te geloven dat we heel ver konden komen. Maar dat we zóver zouden komen...” Jullie aanvoerder Givairo Read zei eerder in Helden dat hij na die eerste poulewedstrijd in de kleedkamer had geroepen: ‘Nu gaan we dit toernooi winnen ook!’ Lachend: “Hij riep inderdaad iets van: ‘Let op, wij gaan Europees kampioen worden.’ Voor iedere wedstrijd gaf hij als aanvoerder een speech. Hij pepte ons op, waardoor we met nog meer energie het veld op gingen.” In de derde poulewedstrijd tegen Engeland (4-2) maakte je een wereldgoal. Je nam een corner kort, kreeg de bal terug en krulde hem in de verre hoek. Het leek of jij dat zo ongeveer met twee vingers in je neus deed. “Die zat er lekker in. Toch springt de halve finale tegen Roemenië er voor mij uit, toen speelde ik echt goed. Het hele toernooi speelden we als team goed, alleen de finale tegen Spanje was het wat minder. Toch wonnen we met 1-0.” Jij kwam gedurende het toernooi enorm in de schijnwerpers te staan, scoorde in vier van de vijf wedstrijden. Jij werd daarmee topscorer van het toernooi en ook nog verkozen tot beste speler. “Ik dacht: ik ga gewoon een lekker toernooitje voetballen. Ik had echt niet verwacht dat ik zo in de belangstelling zou komen te staan. Via social media kreeg ik alles mee. Ik had een goed toer- nooi gespeeld en veel gescoord, dus verwachtte ook wel een beetje dat ik de prijs voor beste speler zou krijgen, maar dat maakte het niet minder speciaal.” Inmiddels ben je gepromoveerd naar Jong Oranje. “Het wordt steeds serieuzer. Bij Onder 19 waren we ook serieus, hoor, maar we lachten ook heel veel.” Voormalig bondscoach Guus Hiddink pleitte er in Studio Voetbal al voor om jou alvast aan het Nederlands elftal te laten ruiken. Hij zei: ‘Hallo, er komt wel iemand aan, hè.’ Lachend: “Dat heb ik gehoord. Ik weet niet of ik nu al klaar ben voor het Nederlands elftal. Ik ben goed op weg, maar vind ook dat ik – in ieder geval dit seizoen – meer moet laten zien bij AZ. Maar natuurlijk zou het heel mooi zijn om nu al geselecteerd te worden voor het Nederlands elftal.” Het middenveld van Oranje bestaat nu uit spelers als Ryan Gravenberch, Frenkie de Jong, Tijjani Reijnders, Justin Kluivert en Xavi Simons. Niet de minsten. “Het zijn inderdaad heel grote spelers. Die middenvelders doen het fantastisch, zijn een stap verder dan ik.” Lijk jij qua type speler het meest op Tijjani Reijnders? “Ik denk het wel. Ik hou ervan om als aanvallende middenvelder – als nummer tien – te spelen, maar ook als verbindingsspeler op ‘acht’.” Reijnders speelde bij AC Milan en sinds dit seizoen bij Manchester City, maar komt bij AZ vandaan. Heb jij nog met hem te maken gehad? “Ik mocht als jeugdspeler weleens mee op trainingskamp met het eerste elftal toen Tijjani nog bij AZ zat, dus heb geregeld met hem getraind. In het jaar waarin ik officieel werd overgeheveld naar het eerste elftal, ver- trok hij naar Milan. Hij was zo ongelooflijk goed, te goed voor AZ op dat moment.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het verhaal over Kees Smit komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

Peter Bosz: ‘We hebben het alsnog geflikt’

Peter Bosz prolongeerde dankzij een zinderend [...]
Peter Bosz prolongeerde dankzij een zinderend slot van de eredivisie de landstitel met PSV. We schotelden hem foto’s voor in Helden Magazine nummer 79 en blikken terug op zijn carrière als voetballer en trainer. “Ik had eigenlijk altijd al het gevoel: misschien kan ik als trainer wél de absolute top bereiken.” Peter Bosz 18 mei 2025 Peter Bosz met de kampioensschaal. Naast hem aanvoerder Luuk de Jong. “Als ik deze foto zie, is het eerste wat ik denk: we hebben het geflikt. Of eigenlijk moet ik zeggen: we hebben het alsnog geflikt. Er werd geen rekening meer mee gehouden dat wij de titel zouden pakken. In november 2024 werd er geroepen: wie wordt er dit seizoen tweede achter PSV. Iets van drie maanden later werd er gezegd: Ajax achterhalen kan niet meer.” Ajax won op 30 maart dit jaar met 0-2 van jullie in Eindhoven. Daardoor keken jullie tegen een achterstand van negen punten aan met nog zeven competitieduels te gaan. “Na die wedstrijd tegen Ajax in Eindhoven dacht ik ook dat het klaar was. Ik kon toen wel heel stoer gaan roepen dat het nog niet beslist was, om zo een signaal aan de spelers te geven dat ze vertrouwen moesten houden, maar dat was op dat moment echt niet realistisch. Ik ga geen dingen roepen waarvan ik zelf al denk dat het niet gaat gebeuren.” Met nog vijf wedstrijden te gaan, was het verschil nog altijd negen punten. Keek je wel telkens met een schuin ogen naar wat Ajax deed? “In het begin niet. Na de eerste keer dat Ajax punten verloor – Ajax ging onderuit tegen FC Utrecht, red. – dacht ik: die marge is nog zo groot, dat kunnen ze lijden. Maar toen ze daarna weer punten morsten, dacht ik: er kan twijfel ontstaan in de hoofden van de spelers van Ajax. Maar goed, dat hadden wij toch niet in de hand. Het enige wat wij konden doen, was onze wedstrijden blijven winnen. Om zo de druk erop te houden.” Jullie speelden op 11 mei in de Kuip tegen Feyenoord, kwamen 2-0 achter, maar dankzij een goal in de 99ste minuut van Noa Lang wisten jullie toch nog met 3-2 te winnen. “Dat is voor Ajax het knakpunt geweest, vermoed ik. Ajax moest na ons nog voetballen. De eerste helft van ons hebben zij kunnen bekijken. Toen dachten ze wellicht: vanmiddag kunnen we kampioen worden. Vlak voordat Ajax het veld opging, hoorden ze dat wij toch nog 2-3 hadden gewonnen. Ik kan me voorstellen dat ineens de druk er vol op stond.” Ajax verloor met 0-3 van NEC. Met nog twee wedstrijden te gaan was het verschil één punt. De een na laatste wedstrijd, op 15 mei, wonnen jullie met 4-1 van Heracles. Ajax verspeelde in de 99ste minuut tegen tien man van FC Groningen een 2-1 voorsprong. Het werd 2-2 en ineens waren jullie koploper. “Ik vroeg na afloop van onze wedstrijd meteen wat het was geworden in Groningen en ik hoorde dat Ajax met 2-1 voor stond. Ik dacht dat die wedstrijd wel afgelopen was toen wij een ronde door het stadion liepen om het publiek te bedanken. Mijn assistent Rob Maas heeft heel goede ogen, keek vanaf het veld een skybox in en zag daar op een tv dat de wedstrijd van Ajax nog steeds niet afgelopen was. We liepen naar binnen en toen hoorden we dat er nog een vrije trap genomen moest worden in Groningen. Iedereen luisterde mee. Er werd gescoord en daarna was het een gekkenhuis.” Jullie wonnen de laatste wedstrijd met 1-3 bij Sparta en veroverden toch nog de landstitel. Ivan Perisic zei in maart voor de wedstrijd tegen Arsenal en nadat jullie werden uitgeschakeld in de KNVB-beker door Go Ahead Eagles: “We moeten meer een team zijn, dat zijn we nu niet. Of me dat boos maakt? Ja, we moeten rennen voor elkaar, vechten voor elkaar.” Is het belangrijk geweest dat hij dat hardop riep? “Welnee. Weet je wat het is met voetballers? Hen wordt vaak vlak na een wedstrijd om een mening gevraagd. Met alle adrenaline nog in hun lichaam roepen ze dan wat. Je moet dat niet meteen betitelen als ‘de waarheid’. 'Uiteindelijk sta je na 34 competitiewedstrijden waar je hoort te staan. Wij zijn dus terecht kampioen geworden' Natuurlijk heb ik ook nagedacht over het verval. Ik had hardop kunnen roepen waar het aan lag, maar ik wilde voorkomen dat mensen zouden zeggen: ‘Daar heb je hem met zijn excuses.’ Ik vind: uiteindelijk sta je na 34 competitiewedstrijden waar je hoort te staan. Wij zijn dus terecht kampioen geworden. En als ik achteraf inzoom op de periode dat het minder ging, dan heeft dat ook een reden. Wij hebben een brede selectie, maar moesten lange tijd Malik Tillman en Sergiño Dest missen. Ook Joey Veerman en Jerdy Schouten waren lange tijd niet fit en Ricardo Pepi, onze doelpuntenmaker, viel weg. Eén blessure kun je opvangen, maar vijf… Toen Tillman en Veerman richting het einde van de competitie weer mee konden doen, ging het ook meteen weer makkelijker.” Hoe kwam jij thuis na een wedstrijd in de periode dat jij de voorsprong zag veranderen in een achterstand op Ajax? “Ik was daar dag en nacht mee bezig, maar schoot niet in de paniekstand. Wij zijn als staf constant goed blijven analyseren, hielden vertrouwen in de spelers en onze filosofie. Onze manier van spelen had anderhalf jaar heel goed gewerkt. Buitenstaanders riepen dat we alles om moesten gooien, omdat we achter elkaar punten verspeelden. Het is heel makkelijk om dat te roepen. Ik vind het mooi dat wij als club juist het tegenovergestelde hebben gedaan; we hielden vast aan de koers die we hebben ingezet, zijn druk blijven zetten tijdens wedstrijden, zoals we dat altijd deden. We bleven rustig.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het interview met Peter Bosz komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

Lieke Martens en Benjamin van Leer: ‘Het leven is fantastisch’

Lieke Martens (32) snakte er lang naar, maar [...]
Lieke Martens (32) snakte er lang naar, maar heeft het nu: rust. De voormalig Oranjeleeuwin, speelster van Barcelona en Paris Saint-Germain én Europees- en wereldvoetbalster van 2017 beviel in februari dit jaar van zoontje Lowen. Na de zomer nam ze officieel afscheid als voetbalster. Samen met echtgenoot Benjamin van Leer (33), voormalig keeper van Ajax en Sparta, blikt ze in Helden Magazine nummer 79 terug op mooie, maar ook roerige jaren. Lieke Martens & Benjamin van Leer ‘Now, the time feels right to take this decision. My greatest priority is to be the best mother I can be to Lowen and I am excited to embrace all that lies behind.’ Met deze woorden maakte Lieke Martens op 1 september bekend dat ze stopte met voetbal. Lieke: “Als er nog iets heel speciaals voorbij was gekomen, had ik het willen overwegen. Er was een optie, maar ook die paste niet in het perfecte plaatje. Het is prima zo. Ik heb zoveel offers gebracht: ging op mijn vijftiende al uit huis, weg van familie en vrienden. Nu hebben we rust.” Lieke werd in 2017 bekend bij het grote publiek. De Oranjevrouwen werden in eigen land Europees kampioen onder bondscoach Sarina Wiegman, Ze werd speelster van het toernooi en later dat jaar uitgeroepen tot Europees- en wereldvoetbalster van het jaar. Benjamin van Leer was op dat moment keeper bij Ajax. Benjamin: “Het EK ontging niemand die een beetje van voetbal hield. Ik moet wel zeggen: ik was toen nog een successupporter. Pas vanaf de halve finale ging mijn tv aan. We hebben het bij Ajax nog over jullie finale gehad. Jij viel mij op; ik vond jou er leuk uitzien en toen ik je zag spelen, dacht ik: o, je kan ook nog eens echt goed voetballen. Het is niet dat ik jou vanaf dat moment fanatiek volgde, maar een half jaar later kwamen we met elkaar in contact via Instagram.” Lieke: “Ik kende jou wel, mannenvoetbal is natuurlijk veel bekender. Tijdens de Algarve Cup in 2018, ik lag bij Kika van Es op de kamer, zat ik te scrollen op mijn telefoon en jij kwam voorbij op Instagram. Ik ging jou volgen, een half uur later kreeg ik al een berichtje.” [caption id="attachment_21796" align="aligncenter" width="833"] Lieke Martens en Benjamin van Leer[/caption] Benjamin: “Je stuurde terug dat je met Kika op de kamer zat. Ik had nog met haar op school gezeten in Nijmegen. Ik dacht: o jee, zij gaat niet positief over mij praten, want ik was best irritant op school.” Lieke lachend: “Kika bevestigde dat. Jij was destijds jeugdspeler van PSV en had waarschijnlijk een grote bek. Kika zei: ‘Hij is wel aanwezig, heeft zijn mondje klaar.’” Benjamin: “We voerden meteen heel lange telefoongesprekken. Dat had ik nooit eerder meegemaakt met een vrouw.” Lieke: “We belden soms zo lang met elkaar, dat we zeiden: we moeten nu echt gaan slapen, want we hebben morgen een wedstrijd.” De vonk sloeg over. Vijf jaar lang hadden de twee een langeafstandsrelatie. Benjamin woonde in Amsterdam, speelde op dat moment bij Ajax, daarna bij NAC en Sparta, Lieke bij Barcelona. Benjamin: “Die vijf jaren vlogen voorbij.” Lieke: “Mensen vragen weleens: hoe hebben jullie dat zo lang volgehouden? Het kostte ons geen moeite. Jij kwam liever naar Barcelona. Voor jou was dat iedere keer een soort mini-vakantie. Dan kwam ik terug van de training en lag jij lekker te zonnen op het balkon.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het dubbelinterview met Lieke Martens en Benjamin van Leer komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Atletiek

Abdi Nageeye: roeien tegen de stroom in

Abdi Nageeye (36) groeide de afgelopen jaren uit tot een wereldtopper. Hij won al drie marathons en olympisch zilver. Daarnaast scherpte hij dit jaar in Londen het nationaal record aan tot 2.04.20. De tijd van oogsten is nog niet voorbij. Nog lang niet zelfs. “Frank Sinatra zong: ‘I did it my way.’ Dat is niet voor niets mijn levenslied.” Op het gezicht van Abdi Nageeye lijkt een glimlach gebeiteld. Zelden is hij chagrijnig of boos. “Ik kijk altijd naar het positieve, negatieve dingen probeer ik zo snel mogelijk uit mijn systeem te krijgen. Dat is denk ik deels mijn karakter, maar dat heb ik met de jaren ook geleerd. Als topsporter moet je niet te veel zorgen hebben, rust in het hoofd is zo belangrijk,” vertelt Abdi terwijl hij een slok van zijn koffie neemt. Hij heeft net een uurtje hardgelopen door het Goffert Park, dat is het medicijn om vrolijk aan de dag te kunnen beginnen. Want doet hij dat niet, dan wordt hij onrustig, voelt hij zich een gekooide tijger. Kenia Abdi verblijft het grootste gedeelte van het jaar in Kenia, waar hij woont en traint met zijn vrouw en vijf kinderen. Hij is even in Nederland voor besprekingen met zijn in Nijmegen gevestigde managementbureau Global Sports Communication en reist daarna door naar Amerika voor een trainingskamp van zes weken. De laatste keer dat hij in actie kwam in wedstrijdverband was op 27 april, tijdens zijn debuut op de TCS London Marathon. Hij verbeterde zijn Nederlands record met 25 seconden tot 2.04.20, maar de tevredenheid overheerste niet meteen na af- loop. Tijdens het interview voor de camera van de NOS hoorde hij dat de fotofinish had uitgewezen dat hij niet derde, zoals eer- der werd geroepen, maar vierde was geworden. Weg podium. Bovendien vocht hij in de laatste kilometers tegen de kramp. Abdi schudt grinnikend zijn hoofd als hij terugdenkt aan Londen. “Voor mijn gevoel was ik de laatste acht kilometer aan het joggen. Toen ik zag dat ik een persoonlijk record had gelopen, was mijn eerste gedachte: dat klopt niet. Maar zonder die kramp had ik het Europees record van 2.03.36 én de derde plaats gepakt. Zeker weten. Mijn gevoelens wisselden voort- durend van teleurstelling naar blijdschap. Terug in het hotel, onder de douche, daalde alles pas in. Ik voelde geen verzuring en geen pijn, was eigenlijk ook helemaal niet moe. Amazing, toch? Nu, een paar maanden later, overheerst tevredenheid. Ik weet dat ik nog veel harder kan dan in Londen. Dat motiveert enorm. Ik ben 36, word nog elke keer beter. Crazy.” Rijpen Abdi ging de wereld over toen hij in 2021 olympisch zilver pakte achter ‘marathonkoning’ Eliud Kipchoge, zijn collega bij het NN Running Team. Maar dat hij ondertussen nog oog had voor zijn maatje en trainingsgenoot Bashir Abdi, net als hij geboren in Somalië en door de onrust aldaar gevlucht naar België, en hem met succes aanmoedigde het brons te pakken, gaf de medaille nog meer glans. Daarna won hij tot twee keer toe – in 2022 en 2024 – de NN Marathon Rotterdam. Op 3 november vorig jaar won Abdi de TCS New York City Marathon, die deel uitmaakt van de serie van zeven jaarlijkse World Marathon Majors, zeg maar de Grand Slam-toernooien van het marathonlopen. “Ik heb de afgelopen twee jaar veel veranderd aan mijn trainingen, heb mijn voeding aangepast en ik slaap meer. Hoe ouder ik word, des te makkelijker ik het vind om alles opzij te schuiven voor het hardlopen. Ik ben rustiger in mijn hoofd.” Abdi vertelt dat hij geregeld contact heeft met jonge marathonlopers. “Als ik de dingen hoor waar zij tegenaanlopen, denk ik vaak: herkenbaar, dat had ik tien jaar terug ook. Een marathonloper moet eerst rijpen, moet de nodige dingen hebben meegemaakt in het leven; verbroken relaties, de geboorte van kinderen. Met de levenservaring komt de rust. Althans, dat is bij mij het geval. Ik heb niet meer het gevoel dat ik dingen mis. Als ik een paar jaar terug naar Nederland ging, dan wilde ik van alles en vond ik het lastig om ook nog mijn training te doen. Nu niet meer. Ik hoef alleen maar een killer te zijn tijdens mijn trainingen. Doordat die onrust er niet meer is, is het makkelijker om me volledig te focussen op het hardlopen.” Van Abdi is bekend dat hij meteen na een marathon tot diep in de nacht op stap ging. Dat was voor hem de afsluiting van maandenlang volledig voor zijn sport leven en tegelijkertijd had hij het nodig om de batterij weer op te laden om aan de voor- bereiding op de volgende wedstrijd te beginnen. “Ook op dat vlak ben ik ouder en wijzer geworden,” zegt Abdi breed glimlachend. “Na de London Marathon sliep ik al om twaalf uur. Ik werd de volgende ochtend wakker en dacht meteen: ik ben zo blij dat ik niet uit ben geweest. De tijd van stappen is voorbij. Ik ben in Londen samen met Sifan Hassan, de mensen van ons management en de begeleiding uiteten geweest in een fantastisch restaurant. We hebben heerlijk gegeten en gekletst en daarna ben ik gaan slapen. Ik werd fris wakker en kon twee dagen later de training alweer oppakken. Daar haal ik meer voldoening uit dan een avond op stap.” Meer lezen? Sifan Hassan: 'Ik ben geen superwoman' Eliud Kipchoge: 'Hardlopen is het beste medicijn dat er is' Anne Luijten: 'Je zou haast in magie geloven'

Voetbal

Sherida Spitse: “Ik ben niet een type dat lang huilt”

Sherida Spitse (34) is al jaren een van de boegbeelden van het [...]
Sherida Spitse (34) is al jaren een van de boegbeelden van het Nederlandse vrouwenvoetbal. De aanvoerder van Ajax en de OranjeLeeuwinnen heeft een roerige periode achter de rug. Vooral privé. Afgelopen zomer deed ze haar verhaal in Helden Magazine nummer 76. En ze blikte alvast vooruit op haar toekomstige trainerscarrière. Sherida Spitse Het zijn privé roerige tijden voor je. “Inderdaad. Een scheiding kost alleen maar negatieve energie. Uiteindelijk weet ik waarom ik het heb besloten, maar dat het een lastige periode was en nog steeds is, kan ik niet ontkennen.” Jij trouwde in 2018 en jij kreeg met jouw ex-vrouw in 2017 zoon Jens en in 2020 dochter Mila. Ajax-tv heeft de documentaire ‘Special Sherida’ over je gemaakt waarin je heel eerlijk over je scheiding praat. Ik vind dat knap. “Ik kan heel makkelijk schakelen. In de docu zeg ik: onderweg gebeuren er genoeg dingen en uiteindelijk moet je zelf de weg vinden hoe je daar mee omgaat. Het was en is niet makkelijk, voor mijn ex-vrouw niet en voor mij niet. Ik heb de keuze gemaakt om uit elkaar te gaan, maar dat betekent niet dat ik de situatie zomaar achter me laat. Dat kan niet, we hebben twee kinderen samen, dus we moeten wel zorgen dat alles goed wordt geregeld en er structuur en duidelijkheid is. Daar zijn we nu mee bezig. Ik hoop dat het allemaal wat rustiger wordt, vooral voor onze kinderen.” "Ik heb de keuze gemaakt om uit elkaar te gaan, maar dat betekent niet dat ik de situatie zomaar achter me laat. Dat kan niet, we hebben twee kinderen samen" In jouw documentaire spelen je ouders ook een belangrijke rol. ‘‘Zij zijn mijn hele leven al heel belangrijk en nu het privé allemaal wat moeilijker gaat, zijn ze nog belangrijker. Ik voel niet alleen de steun van mijn ouders, maar ook van mijn zus. Ik deel heel veel met haar. Zij heeft soms uitspraken waarbij ik denk: zo sta ik ook in het leven. Mijn broertje steunt me ook wel, maar weer op een andere manier. Ik trek de laatste tijd weer meer naar mijn familie. En natuurlijk ben ik ook weleens bij mijn ouders op de bank geploft en in tranen uitgebarsten, terwijl ik me me de vraag stelde waarom het allemaal zo moest gaan. Maar bij ons thuis halen we uit elke tegenslag wel weer het positieve. Ik ben ook niet een type dat lang huilt. Het is me wel eens in de auto overkomen dat ik naar muziek luisterde en ineens vol schoot. Dat hoort bij de verwerking denk ik, want dan spreekt m’n hart. Het is ook niet dat ik dat in een grote groep ga huilen. Ik hou daar niet zo van, maar soms gebeurt het en dan is het wat het is.” Heb je nog contact met je schoonfamilie? “Nee. Ik vind het jammer, want dat had voor mij niet gehoeven. Er is helaas genoeg gebeurd waarop ik verder niet wil ingaan. Dat doe ik niet voor mijn kinderen en ik vind het niet netjes tegenover mijn ex. Ik had helaas niet gedacht dat het op zo’n manier zou gaan. Ik wil helemaal geen strijd, zo iemand ben ik niet.” Het valt me op dat jouw ogen zo sprankelen, ondanks wat je allemaal meemaakt naast het voetbal. “Ik zeg ook weleens: het is een wonder dat ik nog zo presteer met alles wat er gaande is. Natuurlijk spreek ik over wat ik naast het voetbal meemaak met mijn familie en ook met mensen binnen Ajax die ervan weten. Sharing is caring, het is belangrijk om het erover te hebben. Dat heb ik geleerd door de jaren heen. Ik was nooit zo’n prater over privézaken.” [caption id="attachment_20950" align="aligncenter" width="2030"] Sherida Spitse[/caption] Met wie binnen Ajax praat je? “Ik kan goed praten met Loïs Schenkel. Met Daphne Koster heb ik ook gesproken, ik weet dat ik altijd bij haar terecht kan en ook bij Tanya Bröring. Ik heb niks aan mensen die alleen maar zeggen: ‘Het is goed Sherida, jij hebt gelijk.’ Ik wil ook altijd mensen om me heen die tegen mij zeggen: ‘Sherida, wat jij nu doet is niet zo slim.’ Dat als ik op een bepaalde manier reageer, zij zeggen: ‘Je kunt ook op een andere manier reageren of je kunt ook op een andere toon praten, waardoor je misschien wel bij iemand iets losmaakt.’ Ik heb er wat aan als mensen mij tegenspreken en niet alleen maar met mij mee hobbelen als ik zeg wat ik vind. Ik weet wat ik wil, heb een mening en ik ben best direct, maar ik ben ook wel weer heel gevoelig, dus luister graag naar de meningen van anderen. Dan denk ik daarover na en vaak doe ik er uiteindelijk wat mee.” Wat voor moeder ben je op dit moment? “Een heel zorgzame moeder en af en toe is er tijd voor een dolletje. Ik geniet heel erg als ik de kinderen heb. Daarvoor was ik, al dan niet onbewust, af en toe wat chagrijnig omdat ik me niet helemaal happy voelde. Het is misschien gek om te zeggen, maar ik geniet nu meer dan vroeger. Dat gevoel van chagrijn heb ik niet meer.” Ben je een leukere moeder geworden na de scheiding? “Weet ik niet. Voor de scheiding was ik ook wel leuk, maar ik maakte niet voor niets de keuze om te stoppen met onze relatie. Ik was toch niet honderd procent gelukkig. Ik vond het geen makkelijk besluit, mede omdat we kinderen hebben. We hebben prima jaren gehad, maar ik merkte dat een aantal dingen na mijn besluit van mijn schouders afvielen en dat ik wellicht daardoor weer meer kan genieten.” Kun je de kinderen vaak genoeg zien met jouw drukke schema? “Ja, we hebben nu een regeling getroffen dat ik ze maandag en dinsdag zie en om het weekend. Eigenlijk wil ik toe naar fifty-fifty. Dat kan ik ook met Ajax regelen, dus dat zou uiteindelijk wel prettig zijn.” Guus Hiddink vertelde een keer over een gescheiden speler die zijn kinderen niet altijd kon zien. Hiddink zei na een training of wedstrijd meteen: ‘Hup wegwezen.’ Dan kon hij snel naar de kinderen toe. Soms mocht die speler ook wel eens een training skippen. “Dat herken ik wel. Ik heb een goede band met de coach en ook het team begrijpt mijn sitiuatie, ze helpen mij daarin en dat is heel fijn. Ik kan na de training op maandag en dinsdag meteen naar huis en de kinderen uit school halen. Het is prettig dat er wordt meegedacht, want uiteindelijk helpt dat ook op het voetbalveld, dat gaat samen.” Ben je nu alleen? “Ja, ik ben nog alleen en dat is voor nu helemaal goed. Ik wil eerst duidelijkheid en rust creëren voor mijn kinderen. Rust, dat is het belangrijkste woord.” Oneerbiedig gezegd zou je kunnen stellen dat Sherida in de nadagen van haar voetbalcarrière zit. Maar op het veld beweegt ze nog als een jonge hinde. “Ik zei laatst nog: hoe ouder ik word, des te fitter ik me voel. Ook al word ik in mei 35, zo oud voel ik me niet.” Hoe kan het dat je je zo fit voelt, zit dat ook in je hoofd? “Dat geloof ik zeker en ik ben ook een nuchtere Friezin, dus ik maak me ook niet zo snel druk om dingen. Ik wilde een tijdje terug toch nog een iets lager vetpercentage hebben. Ook al zag ik er fit uit, ik wilde met die paar procenten minder vet zorgen dat ik nog wat fitter was waardoor ik ook weer sneller herstelde van wedstrijden en trainingen. Ik ging daarmee aan de slag met mijn zwager Gerson, die helpt me ook met mijn voeding. Het programma NutriShape heeft me fitter gemaakt. En daardoor had ik begin 2024 een lager vetpercentage dan drie maanden daarvoor. Dat zijn die details waar ik continu mee bezig ben. Ik zie het altijd als een uitdaging om topfit te zijn, vind dat leuk. Een heel andere speler word ik niet meer, maar ik kan altijd nog een paar procenten beter worden in bijvoorbeeld het nemen van vrije trappen.” Je zou Sherida Spitse zomaar de Abe Lenstra van het vrouwenvoetbal kunnen noemen. Abe is geboren in Heerenveen, Sherida 25 kilometer verderop in Sneek. Net als Abe volgde ze geheel haar eigen pad. De op 29 mei 1990 geboren Sherida zag in dat ze bij Heerenveen de wereldtop niet zou halen. Ze volgde het pad van Lenstra en ging na vijf jaar Heerenveen naar FC Twente, de fusieclub die voortkwam uit SC Enschede en Enschedse Boys, de clubs waar Abe na Heerenveen voor speelde. Sherida groeide uit toe een van de succesvolste Nederlandse voetbalsters. Overal waar ze kwam, was er sportief succes. Ze won twee keer de Women’s BeNe League met FC Twente. Daarna vertrok ze naar LSK Kvinner in Noorwegen. Sherida had de primeur de eerste Nederlandse profspeelster te zijn voor wie een tranferbedrag werd betaald. Ze pakte in Noorwegen drie landstitels op rij. Ze keerde een jaartje terug bij Twente en ging toen weer terug naar Noorwegen. Ook met Valerenga werd ze Noors kampioen. In 2021 keerde ze terug naar Nederland, Sherida ging bij Ajax spelen, waarmee ze in 2022 de beker won en in 2023 de landstitel. Ook maakte ze de volledige bloeiperiode van het Nederlands team mee. Ze was erbij toen de OranjeLeeuwinnen in 2015 voor het eerst meededen aan het WK. Twee jaar later was ze van de partij toen in Utrecht de Europese titel werd veroverd. En in 2019 won ze WK-zilver. Teleurstelling was er ook. Door een knieblessure miste Sherida de Spelen van 2021 in Tokio. Legende Heb je al jong gedacht dat je ver kon komen? “Ik heb altijd gevoeld dat ik kwaliteiten had. Mensen die mij zagen als meisje van zes jaar oud zagen dat ook wel. Dat werd ook wel tegen mij gezegd. Ik werd uiteindelijk meteen geselecteerd voor de jeugselectie van ons district. Mijn droom was altijd het Nederlands elftal. Ik wist dat ik het zou gaan halen, maar niet op zo’n jonge leeftijd.” Het Nederlands elftal stelde toen jij jong was nog niet veel voor. “Klopt, maar toen ik ouder werd en Jong Oranje serieus werd genomen, voelde je al wel dat er iets stond te gebeuren. Ik ben toenmalige bondscoach Vera Pauw nog steeds heel erg dankbaar. Zij had mij gezien bij de districts- en de jeugdelftallen en heeft me meteen bij het Nederlands elftal gehaald. Ik was zestien toen ik debuteerde in 2006 en was erbij toen we in 2009 voor de eerste keer naar een EK gingen.” Wat voor een band had je met Vera Pauw? “Een heel goede. Het eerste wat ze tegen mij zei, was: ‘Jij staat nog niet in de boeken geschreven.’ Ik was zestien, dacht: wat zegt ze nou tegen mij? Mijn loopbaan stond nog in de kinderschoenen. Maar tegen mijn ouders zei ze: ‘Sherida heeft het in zich om een legende te worden.’ Dat het allemaal is uitgekomen, vind ik wel mooi voor Vera. Ik heb nog steeds goed contact met haar en zij zal altijd speciaal voor mij blijven, omdat zij degene is die mij als junior bij het Nederlands elftal heeft gehaald.” Voelde je geen druk toen Vera Pauw zei dat jij een legende kon worden? “Ik zag het eerder als groot vertrouwen dat ze in me uitsprak. Aan mij de taak om dat vertrouwen waar te maken. Bij het EK van 2009 zat ik op de bank, heb ik vooral heel veel warmgelopen. Ik was achttien, keek goed om me heen en moest mijn job doen. Uiteindelijk werd ik basisspeelster, maar ik voelde de opdracht om me wel te blijven ontwikkelen. Omdat het Nederlandse vrouwenvoetbal ook met sprongen vooruit ging. Ik ben er trots op dat ik er nu, bijna twintig jaar later, nog steeds bij zit, en dat ik binnenkort hopelijk 240 interlands op mijn naam heb staan. Ik vind het nog steeds heerlijk om op het veld te staan. Al jaren doe ik dit op topniveau, dag in dag uit, dus op een gegeven moment voel je ook wel dat het misschien tijd wordt voor wat anders. Maar nu nog niet. Ik ben er ook niet eentje die zegt: ik kap ermee, nu ik mezelf nog goed voel. Feit is wel dat ik niet meer de jongste ben en daarom kijk ik ook nog niet zover vooruit. Ik bekijk het per dag, zullen we maar zeggen. Het EK staat gepland en ik wil met Ajax kampioen worden, daar ligt mijn focus.” Snappen jouw kinderen dat mama een heel goede voetbalster is? “Ze hebben het wel door als wij op straat lopen. Dan willen kinderen op de foto met mij en Jens zegt ook weleens: ‘In de klas weten ze ook dat jij voetbalt.’ Dus ja, ze weten dat ik bekend ben. Over het algemeen vinden ze het oké, maar als ik bijvoorbeeld met ze op vakantie ben, vinden ze het soms vervelend, dan willen ze niet dat we continu gestoord worden. En tegelijkertijd vinden ze het ook wel stoer. Ze vinden het prachtig dat ze af en toe mee het veld op mogen lopen. Laatst liep Jens mee en een vorige keer Mila. Dat vinden ze dan wel weer bijzonder.” Zijn ze voetballertjes? “Mila zit op zwemles, die gaat bijna afzwemmen en daarna gaat ze voetballen. Jens zat eerst op BMX, maar zit nu ook op voetbal. Dus ja, ik heb twee voetballertjes. Wel leuk dat ik nu zelf bij Jens langs de lijn sta. Daar wonen de kinderen, dus dan moeten ze daar ook voetballen. Als ik geen kinderen had, dan was ik wel verhuisd. Ik heb verder niet zoveel in Emmen, heb daar ook niks opgebouwd. Geeft niet. Zolang de kinderen daar wonen, blijf ik daar ook. Ik wil ze zo vaak mogelijk zien en dat kan alleen als ik in Emmen woon. In Amsterdam-West heb ik ook een klein studiootje, maar het heen en weer rijden vind ik niet erg. Ik doe het al vier jaar. Het kost soms wel energie, maar dat heb ik er voor over.” Sherida zag de afgelopen jaren heel wat speelsters met wie ze in het Nederlands elftal speelde, afzwaaien. De aanvoerster maakt zich op voor het EK, dat van 2 tot en met 27 juli in Zwitserland wordt gespeeld. Tegen die tijd is ze 35. En onder bondscoach Andries Jonker was ze afgelopen tijd niet altijd meer verzekerd van een basisplaats. Hoe kijk je naar het Nederlands elftal met talenten als Wieke Kaptein en Esmee Brugts? “Ik zei van de week nog dat wij in de breedte zo zijn gegroeid. Dat is alleen maar goed voor het Nederlandse voetbal en voor het Nederlands elftal. Een aantal jaren geleden waren die talenten er niet. De komst van goede talenten betekent dat we een ontwikkeling doormaken waar ik alleen maar blij van word. Dat er concurrentie is, hoort er bij. Zoals we onlangs tegen Amerika speelden, de nummer één van de wereld, vond ik geweldig. Het was tik-tik-tik. Ik heb daar zo van genoten. Er zijn zoveel pure talenten op dit moment. Ik probeert die jonge meiden wat te helpen. Mooi is ook dat Lineth Beerensteyn na een iets mindere periode nu echt in vorm is en zo makkelijk scoort. We hebben echt een leuke groep met een goede combi van iets oudere, ervaren speelsters en jeugd. Als ik straks stop, dan hoop ik dat ze wat van mijn winnaarsmentaliteit meenemen. Want talent alleen is niet genoeg.” Bondscoach Zie jij jezelf ooit als bondscoach? “Jazeker, maar ik denk dat ik eerst een club moet trainen. Ik wil ook niet te snel. Als ik de trainerspapieren wil halen, helpt Ajax mij daarbij en kan ik binnen Ajax stage lopen. Het was mooi geweest als ik nu al de papieren had kunnen halen, maar dan had ik honderd procent aanwezig moeten zijn op de cursus en dat kan niet zolang ik speel. Ik vind de route die John Heitinga heeft doorlopen mooi, dat is voor mij een voorbeeld. Ook hoe hij omgaat met mensen, spreekt mij aan. Hij zei me dat ik altijd met hem mag meekijken. Dat is natuurlijk wel mooi. John kwam ook wel bij onze wedstrijden kijken.” Wat voor coach zul jij zijn? “Ik vind het heel belangrijk dat een team echt voor mij door het vuur wil gaan. Dat betekent dat ik een band moet opbouwen met de spelers, met de stafleden en een sfeer moet creëren waarin iedereen zich goed voelt. Natuurlijk heb ik ook een bepaalde filosofie hoe ik wil spelen: aanvallend, mooi.” Waarom moest je glimlachen om de vraag wat voor coach je wil zijn? “Ik denk dat ik een andere trainer word dan heel veel andere trainers, vind het belangrijk dat iedereen zich goed voelt en volgens mij wordt dat soms nog weleens vergeten. Het is  heel belangrijk is dat je, met name in het vrouwenvoetbal, beseft dat je met mensen werkt die druk ervaren en voor alles ‘mens’ zijn. Ik weet trouwens niet of ik in het vrouwenvoetbal wil werken, misschien wil ik wel in het mannenvoetbal werken. Beide opties houd ik open.” Je hebt veel coaches gehad, wie is jouw voorbeeld als trainer? “Ik vond Arjan Veurink met wie ik bij FC Twente heb gewerkt, een heel goede trainer. Ook toen hij assistent was bij het Nederlandse elftal. Als mens vond ik hem bovendien een fijne trainer. Ik kon heel goed met hem praten. Van Andries Jonker heb ik ook veel geleerd. Hij is heel direct. Ik hou daar wel van, dat past ook bij mij.” Heb je als speelster wel eens vervelende dingen meegemaakt met een trainer? “Nee, nooit eigenlijk, maar dat komt ook wel door wie ik ben, denk ik. Ik zou niet zomaar toelaten dat iemand mij kapot gaat maken, daarvoor heb ik een te sterk karakter. Nooit heb ik gekke dingen meegemaakt, niet in de jeugd en niet bij de senioren. Ik deed ook altijd wat een coach van mij vroeg. Dan is het ook niet zo heel moeilijk. Natuurlijk hebben we wel eens discussies, maar ook dan ging ik er niet met gestrekt been in. Dan dacht ik: als hij of zij dat zo wil, dan doe ik dat gewoon. Nee, ik heb niet één trainer van wie ik zeg: dat vond ik niks.” Hoe kijk jij aan tegen het vertrek na vorig seizoen van Suzanne Bakker, jouw coach bij Ajax? “Als de leiding een nieuwe weg wil inslaan, dan is dat zo. Natuurlijk heeft ze goede prestaties geleverd. We zijn vorig seizoen geen kampioen geworden, maar hebben het wel heel goed gedaan in de Champions League. Toch kon ik er wel in komen dat Ajax een nieuwe weg wilde inslaan.” Sherida zag de afgelopen jaren steeds meer van haar ploeggenoten en oud-ploeggenoten moeder worden. Shanice van der Sanden, Merel van Dongen, Stephanie van der Gragt en onlangs Lieke Martens en Kika van Es kan ieder moment bevallen. “Ik heb Lieke meteen een berichtje gestuurd na de bevalling. Stephanie heeft er twee, net als wij. Met alle speelsters die nu moeder zijn en met wie ik heb gespeeld, heb ik contact. Als ik Shanice spreek is het altijd goed” Wie zijn je vrienden in het voetbal? “Ik heb een aantal vrienden uit het voetbal. Shanice sowieso, Daniëlle van de Donk, Anouk Dekker en Sari van Veenendaal ook. Ik spreek ze niet elke dag, maar als ik ze spreek is het altijd goed.” Heb je nog ergens spijt van in je leven? “Ik heb van geen enkele beslissing in mijn leven spijt.” En waar ben je het meest trots op? “Op wat ik heb bereikt in het leven, maar vooral op mijn kids. Hoe ze zijn, hoe ze het doen. Ik ben ook trots om wie ik ben als persoon en dankbaar dat mijn ouders mij een lijf hebben gegeven waar ik continu mee aan de bak kon en kan.” Meer lezen? Daphne van Domselaar: 'Ze zeggen dat keepers een beetje gek zijn' Het vragenvuur van Veerle Buurman

Voetbal

Jurriën en Quinten Timber: een onafscheidelijk duo

Quinten Timber beleefde een zomer vol pieken en dalen. [...]
Quinten Timber beleefde een zomer vol pieken en dalen. Wekenlang leek zijn droomtransfer naar het buitenland binnen handbereik, maar op het laatste moment ketste de deal af. Alsof dat nog niet genoeg was, raakte hij door de transfersoap en zijn aflopende contract ook de aanvoerdersband bij Feyenoord kwijt. Voor #Helden78 spraken we met zijn tweelingbroer Jurriën over de bijzondere band die de broers hebben. Tweelingbroers Quinten en Jurriën waren vroeger onafscheidelijk; tot hun 21ste deelden ze een zolderkamer. Jurriën sliep aan de ene kant van de kamer, Quinten aan de andere. “We waren er zo aan gewend om een slaapkamer te delen, het was normaal voor ons. Misschien komt dat ook omdat we een tweeling zijn.” Lachend: “Als ik er nu aan terugdenk, is het best knap dat het zo lang goed ging.” Jurriën vervolgt: “Of ik die tijd weleens mis? Ik denk er geregeld aan terug. Het was een heel leuke tijd, maar ons leven nu is ook heel leuk en spannend, en onze band is nog steeds hetzelfde. Ik spreek Quin nog vaak genoeg. Net als mijn andere broers.” Quinten Timber werd in zijn eerste jaar bij Feyenoord meteen landskampioen en had een belangrijk aandeel in de titel. In 2024 won hij de beker, maar hij kreeg ook te maken met blessures. In februari van dit jaar raakte hij zwaar geblesseerd aan zijn knie, waardoor hij de rest van het seizoen miste. Inmiddels is hij weer fit. “Ik kijk al zijn wedstrijden. Quinten heeft pech gehad met blessures, maar ook al veel mooie momenten meegemaakt.” [caption id="attachment_21703" align="alignnone" width="2560"] De broers praten bij na de Klassieker in de Kuip (22 januari, 2023, 1-1)[/caption] Blessureleed Jurriën liep anderhalf jaar eerder zelf een zware kruisbandblessure op. “We hebben allemaal onze eigen struggles, maar als een van ons geblesseerd raakt, gaan we zo’n proces ook voor een gedeelte samen aan. We steunen elkaar, stellen simpele vragen als: hoe gaat het? Soms hebben we het erover en soms ook juist niet, dan zoeken we afleiding bij elkaar. Ook tijdens een zware periode moet je gewoon doorgaan met het leven. Het hoort bij het voetbal en maakt je sterker.” En toeval of niet: ook hun één jaar oudere broer Dylan kreeg te maken met een kruisbandblessure, dezelfde als Jurriën. “We hadden alle drie eigenlijk nooit last van echt grote blessures, tot twee jaar geleden. Toen ik net klaar was met revalideren van mijn kruisband, raakte Dylan geblesseerd. Een paar maanden later overkwam het Quinten. Hij had geen kruisbandblessure, maar wel een andere vervelende knieblessure. Ik geloof eigenlijk niet in toeval, maar dat dingen op mijn pad komen omdat ze zo moeten zijn. Ik probeer dit soort tegenslagen als opportunity te zien in plaats van te denken: waarom overkomt mij dit?” Heeft de tweeling de droom om ooit weer samen bij een club te spelen? “Dat zou heel mooi zijn. Met elkaar in een team, of tegen elkaar in dezelfde competitie. Toen ik nog bij Ajax zat en Quinten bij Feyenoord, was het ook heel leuk om tegen elkaar te spelen. Maar we volgen allebei ons eigen pad.” Meer lezen? De opmerkelijke weg van Micky van de Ven Nathan Aké: 'Alles is op z'n plek gevallen' Givairo Read: 'Dit is pas het begin'