Esmir Bajraktarevic sleepte vrijdagavond met Bosnië en Herzegovina een punt uit het vuur tegen Canada, één van de drie gastlanden van het WK voetbal. Ik zag op social media beelden voorbij komen van feestende mensen in Sarajevo. In Italië bleef het ondertussen stil op straat.
Soms denk ik nog weleens aan Georges Grün. Niet omdat hij een wereldster was of omdat hij een mooie voetbalcarrière had. Maar omdat hij op een woensdagavond in november 1985 een klein stukje van mijn jeugd afpakte.
Nederland stond in De Kuip met 2-0 voor tegen België. Dat leek voldoende om naar het WK van 1986 in Mexico te gaan. Ik zag het als tiener helemaal voor me. Met Ruud Gullit, Marco van Basten, Frank Rijkaard en de huidige bondscoach Ronald Koemen, toen allemaal aanstormende talenten, lonkte een stunt op het WK.
Tot daar ineens Georges Grün opdook. Een late Belgische treffer. Een dekkingsfout van John van Loen. Een uitdoelpunt. Einde verhaal. Nederland bleef thuis, de Rode Duivels gingen wel.
Met dank aan Maradona
Ik weet nog hoe dat voelde. Een WK zonder Oranje. Alsof je verjaardag werd gevierd zonder dat je zelf was uitgenodigd. Natuurlijk keek ik. En gaandeweg het toernooi verdween de kater. Met dank aan Diego Maradona. Niet alleen vanwege die magistrale solo in de kwartfinale tegen Engeland. Of vanwege de Hand van God in dezelfde wedstrijd. Twee momenten voor de eeuwigheid. Maar vooral vanwege het feit dat hij in de halve finale de Belgen eigenhandig naar huis stuurde. Twee goals. Klaar. Weg met die Belgen.
Lees ook: WK-column: ‘Frank? Hier heb ik René Froger voor je’
Deze lange inleiding brengt me bij Esmir Bajraktarevic. Beloftevolle reservespeler bij PSV, maar held van Bosnië en Herzegovina sinds hij zijn land eind maart via de play-offs naar het WK voetbal schoot. Op het knollenveld van het Bilino-Polje stadion in Zenica maakte hij zichzelf met het maken van de beslissende strafschop onsterfelijk in zijn vaderland en dompelde hij tegelijkertijd voetbalgrootmacht Italië in rouw. Opnieuw.
Italië. Viervoudig wereldkampioen. Het land van Paolo Rossi, Roberto Baggio, Franco Baresi, Alessandro Del Piero, Paulo Maldini, Francesco Totti en Totò Schillaci, een andere jeugdheld van mij.
Knock-out. Opnieuw. Voor de derde keer op rij ontbreekt Italië op het WK voetbal. Voor mijn generatie is dat bijna niet te bevatten. Immers, Italië was er altijd bij.
Verdriet van afwezigheid
Toch groeit er inmiddels een complete generatie Italianen op die het nationale elftal nog nooit of in ieder geval nooit bewust op een WK voetbal in actie heeft gezien. De laatste keer was namelijk in 2014. En toen werden ze al in de groepsfase uitgeschakeld na nederlagen tegen Costa Rica en Uruguay.
Dat moet een wonderlijk soort verdriet zijn. Het verdriet van afwezigheid. Ik herinner me dat gevoel uit 1986. Ik vraag me af of ergens in Napels, Turijn of Palermo een jongetje op dit moment de verrichtingen van Bosnië en Herzegovina en Esmir Bajraktarevic volgt, zoals ik destijds op het WK in Mexico de wedstrijden van België en Georges Grün bekeek. Met een mengeling van boosheid, frustratie en jaloezie.
Gelukkig had ik destijds een bondgenoot in Diego Armando Maradona. Voor veel Italianen is Bajraktarevic wat Georges Grün ooit voor mij was. Wie wordt dit WK hun bondgenoot?