Met een fenomenale klimtijdrit veroverde Anna van der Breggen dinsdag de roze trui in de Giro d’Italia Women. Het was voor de 36-jarige kopvrouw van SD Worx-ProTime het zoveelste hoogtepunt in de Italiaanse ronde, die ze in 2009 als juniore voor het eerst reed, al vier keer in haar carrière won en waarin ze deze week opnieuw voor een topresultaat gaat.
Voor de komst van de Tour de France Femmes in 2022 gold de Giro Donne – de oude naam van de Italiaanse etappekoers – als de grootste wedstrijd op de vrouwenkalender. Van der Breggen knokte zich er van de achterhoede naar de voorgrond en won de ronde in 2015, 2017, 2020 en 2021.
“Het was onwijs afzien,” aldus Van der Breggen in de Giro d’Italia Gids van Procycling over haar eerste deelnames. “Ik werd vaak uit groepjes gelost en soms kwam ik als een van de laatste rensters over de streep. Ook omdat we van bondscoach Johan Lammerts niet aan de motor mochten hangen. Andere rensters deden dat gewoon als de organisatie wilde dat de verschillende groepjes dichter bij elkaar kwamen te rijden. Johan had gezegd dat het niet mocht en dus deed ik het niet.”
“Alle eerste keren maken de meeste indruk. Dat had ik ook toen ik voor het eerst de roze trui mocht aantrekken. Het was voor mij absurd dat ik in 2015 de grootste rittenkoers won die we hadden. Een meisjesdroom die uitkwam. Juist omdat ik in die eerste jaren vaak genoeg achteraan had gereden, was het tof dat ik nu van voren meedeed.”
Nieuwe realiteit
Na haar afscheid eind 2021 en drie jaar ploegleiderschap bij SD Worx-ProTime besloot VDB in 2025 haar comeback als renster te maken. In de Giro van dat jaar werd ze zesde in het eindklassement en merkte ze dat het algehele niveau in de tussenliggende jaren flink was gestegen.
“De onderlinge verschillen in het peloton zijn veel kleiner geworden; rensters zijn veel professioneler geworden en iedereen traint goed. Vroeger reed op een beklimming hetzelfde elitegroepje weg dat het ging uitvechten om de overwinning. Toen kon ik, als er niets geks gebeurde, de eerste twee uur van een etappe achterin het peloton hangen.”
“Dat kan nu niet meer. Zit je een keer niet op te letten, dan word je gelost in een overgangsetappe. Het is een heel mooie ontwikkeling, maar het werd daardoor voor mij vorig jaar heel duidelijk dat je echt top moet zijn als je vooraan wilt meedoen.”
Inmiddels is de Giro d’Italia Women niet meer de allergrootste race op de kalender, maar voor Van der Breggen is en blijft het een speciale wedstrijd. “Niet alleen omdat ik ’m al mijn hele wielerleven rijd, maar ook door de wegen en de beklimmingen waarop je koerst. De organisatie is kleiner en de publieke aandacht ook iets minder. Ik geniet daar juist wel van en vind het misschien wel leuker dan de Tour, waarin de camera’s overal bovenop staan en alles perfect moet zijn.”
“De Giro is een authentieke koers, die nog steeds de charme van vroeger heeft. Fietsen zoals fietsen is bedoeld. In de Giro heb ik geleerd wat wielrennen is en daarom blijft het voor mij een bijzondere koers.”