De komst van Marc-André ter Stegen naar Ajax is één van de spectaculairste keeperstransfers uit de geschiedenis van het Nederlandse voetbal. De Duitser, die door Ajax voor één seizoen wordt gehuurd, won alles met FC Barcelona en gold jarenlang als een van de beste meevoetballende doelmannen ter wereld.
Nederland heeft in de geschiedenis van het profvoetbal veel iconische keepers gehad. Katachtige lijnkeepers, excentrieke avonturiers, penaltyspecialisten, meevoetballende vernieuwers en buitenlandse publiekslievelingen. Tijd voor onze top-30. Van Jan van Beveren, Piet Schrijvers en Edwin van der Sar tot Gomes, Jerzy Dudek en Sergio Romero.
Nederland keepersland, top-10:

- Jan van Beveren
Voor veel oud-spelers, trainers en kenners is Jan van Beveren nog altijd de beste Nederlandse doelman aller tijden. Hij begon zijn profloopbaan bij Sparta, waarvoor hij 101 wedstrijden in de Eredivisie speelde. Na zijn overstap naar PSV in 1970 volgden nog 291 competitieduels. Daarmee kwam hij in totaal tot 392 Eredivisiewedstrijden voor de twee clubs.
Van Beveren werd bewonderd om zijn reflexen, timing en sierlijke manier van duiken. Hij was geen doelman die reddingen groter maakte dan ze waren. Zelfs de moeilijkste bal leek bij hem dikwijls eenvoudig. Met PSV werd hij in 1975, 1976 en 1978 landskampioen. Ook won hij in 1974 en 1976 de KNVB-beker. In 1978 volgde zijn belangrijkste internationale clubprijs, toen PSV de UEFA Cup veroverde. Zijn loopbaan bij het Nederlands elftal bleef beperkt tot 32 interlands. Van Beveren ontbrak op de WK’s van 1974 en 1978, onder meer door blessures en spanningen binnen Oranje. Daardoor bestaat zijn nalatenschap voor een belangrijk deel uit de vraag wat er mogelijk was geweest als hij tijdens de grote toernooien van de jaren zeventig in het doel had gestaan.

- Edwin van der Sar
Edwin van der Sar speelde 226 wedstrijden in de Eredivisie, allemaal voor Ajax. Hij debuteerde in 1990 en groeide onder Louis van Gaal uit tot een essentieel onderdeel van een van de succesvolste Ajax-elftallen uit de geschiedenis. Met de Amsterdammers werd hij viermaal landskampioen en won hij drie keer de KNVB-beker. Daarnaast veroverde Ajax met Van der Sar de UEFA Cup van 1992 en de Champions League van 1995.
Lees ook: Edwin van der Sar: ‘Het geluk is de winnaar’
Van der Sar was meer dan een betrouwbare lijnkeeper. Hij kon worden aangespeeld als een extra verdediger, bleef onder druk rustig en hielp Ajax om van achteruit op te bouwen. Die eigenschappen werden later vanzelfsprekend voor topkeepers, maar waren in het begin van de jaren negentig nog vernieuwend. Na Ajax speelde Van der Sar voor Juventus, Fulham en Manchester United. Bij die laatste club won hij in 2008 voor de tweede keer de Champions League. Hij kwam tot 130 interlands voor Nederland en was jarenlang recordinternational. Zijn combinatie van prestaties in de Eredivisie en internationale successen maakt hem de Nederlandse doelman met het indrukwekkendste totale cv.

- Hans van Breukelen
Hans van Breukelen verdedigde in de Eredivisie het doel van FC Utrecht en PSV. Hij kwam op het hoogste Nederlandse niveau tot 451 wedstrijden. Na zijn eerste periode bij FC Utrecht en een verblijf bij Nottingham Forest keerde hij in 1984 terug naar Nederland om voor PSV te gaan spelen.
Lees ook: Hans van Breukelen: ‘Ineens was ik een nationale kliko’
Van Breukelen was een uitgesproken leider. Hij organiseerde zijn verdediging, probeerde tegenstanders te intimideren en floreerde onder grote druk. Met PSV werd hij zesmaal landskampioen en won hij drie KNVB-bekers. Het absolute hoogtepunt volgde in 1988. PSV won de Europacup I, nadat Van Breukelen in de strafschoppenserie van de finale tegen Benfica de beslissende inzet van António Veloso had gestopt. Enkele weken later werd hij met Nederland Europees kampioen. In de EK-finale tegen de Sovjet-Unie stopte hij opnieuw een strafschop. Van Breukelen speelde in totaal 73 interlands. Zijn grote momenten en onmiskenbare winnaarsmentaliteit bezorgden hem een vaste plaats in de Nederlandse voetbalgeschiedenis.

- Jan Jongbloed
Jan Jongbloed speelde 686 wedstrijden in de Eredivisie. Hij kwam op het hoogste niveau uit voor DWS, FC Amsterdam, Roda JC en Go Ahead Eagles. Alleen al zijn lange staat van dienst maakt hem tot een van de grootste keepers uit de competitiegeschiedenis.
Jongbloed was bovendien een vernieuwer. Hij keepte vaak zonder handschoenen en stond geregeld ver buiten zijn strafschopgebied. Bij balbezit fungeerde hij als een extra verdediger. Die speelwijze paste uitstekend bij het totaalvoetbal van bondscoach Rinus Michels. Ondanks de aanwezigheid van keepers als Jan van Beveren en Piet Schrijvers werd Jongbloed eerste doelman van Oranje tijdens het WK van 1974. Ook in 1978 stond hij tijdens een groot deel van het toernooi onder de lat. Nederland bereikte op beide WK’s de finale. Jongbloed kwam in totaal tot 24 interlands. In de Eredivisie hield hij volgens de historische registratie van Voetbalstats 185 keer de nul.

- Piet Schrijvers
Piet Schrijvers speelde in de Eredivisie voor DWS, FC Twente, Ajax en PEC Zwolle. Verdeeld over die vier clubs kwam hij tot ruim 550 wedstrijden op het hoogste niveau. Hij begon bij DWS, groeide uit tot een topkeeper bij FC Twente en maakte in 1974 de overstap naar Ajax.
Door zijn postuur en uitstraling maakte Schrijvers grote indruk op aanvallers. Bij Ajax verdiende hij de bijnaam ‘De Beer van De Meer’. Met de Amsterdammers werd hij vijf keer landskampioen en won hij twee KNVB-bekers. Later, in zijn periode bij PEC Zwolle, werd hij liefkozend ‘De Bolle van Zwolle’ genoemd, en in mindere tijden ‘Het lek van PEC’. Schrijvers speelde 46 interlands voor Nederland. Hij behoorde tot de WK-selecties van 1974 en 1978. Tijdens het tweede toernooi veroverde hij de basisplaats, maar een blessure in de wedstrijd tegen Italië betekende dat hij de finale tegen Argentinië moest missen.
- Eddy Pieters Graafland
Eddy Pieters Graafland speelde 420 wedstrijden in de Eredivisie voor Ajax en Feyenoord. Hij werd eenmaal kampioen met Ajax en viermaal met Feyenoord. In die 420 competitiewedstrijden hield hij volgens Voetbalstats 147 keer de nul.
Eddy PG, zoals hij meestal werd genoemd, was een van de eerste Nederlandse keepers met de status van een nationale voetbalster. In 1958 maakte hij voor een destijds uitzonderlijk hoge transfersom de overstap van Ajax naar Feyenoord. In Rotterdam werd hij een van de gezichten van de opmars van de club in Nederland en Europa. Zijn afscheid vormde het hoogtepunt van zijn loopbaan. Trainer Ernst Happel koos in de Europacup I-finale van 1970 tegen Celtic voor de ervaren Pieters Graafland. Feyenoord won met 2-1 en werd de eerste Nederlandse club die de belangrijkste Europese clubprijs veroverde. Pieters Graafland speelde daarnaast 47 interlands voor Nederland.
- Pim Doesburg
Pim Doesburg is de keeper met de meeste wedstrijden in de geschiedenis van de Eredivisie. Hij kwam tot 687 optredens voor Sparta en PSV. Zijn loopbaan op het hoogste niveau liep van 1962 tot 1987 en omvatte daarmee 25 jaar.
Doesburg was geen doelman die voortdurend de publiciteit zocht. Zijn reputatie was vooral gebaseerd op betrouwbaarheid, ervaring en een uitzonderlijk lange loopbaan. Hij bracht het grootste gedeelte van zijn carrière door bij Sparta, verdeeld over twee periodes. Tussendoor en aan het einde van zijn loopbaan speelde hij voor PSV. Met PSV werd Doesburg in 1986 en 1987 landskampioen. Voor het Nederlands elftal speelde hij acht interlands. Dat geringe aantal zegt vooral iets over de concurrentie waarmee hij te maken had. In verschillende fasen van zijn loopbaan stonden onder anderen Jan van Beveren, Jan Jongbloed, Piet Schrijvers en Hans van Breukelen voor hem in de rangorde.
- Heinz Stuy
Heinz Stuy verdedigde in de Eredivisie het doel van Telstar, Ajax en FC Amsterdam. Zijn naam is vooral verbonden aan het grote Ajax uit het begin van de jaren zeventig. Als eerste keeper won hij met de Amsterdammers in 1971, 1972 en 1973 drie keer achter elkaar de Europacup I.
Opvallend genoeg hield Stuy in alle drie de finales de nul. Ajax versloeg Panathinaikos in 1971 met 2-0, Internazionale in 1972 eveneens met 2-0 en Juventus in 1973 met 1-0. Daarnaast werd hij met Ajax vier keer landskampioen en won hij drie KNVB-bekers. Stuy vestigde in de Eredivisie bovendien een record door 1.082 minuten achter elkaar geen tegendoelpunt te incasseren. Dat record hield tientallen jaren stand en onderstreept dat hij meer was dan alleen de doelman die toevallig achter een uitzonderlijk sterke verdediging stond.
- Gomes
Heurelho Gomes speelde tussen 2004 en 2008 in totaal 128 Eredivisiewedstrijden voor PSV. In elk van zijn vier seizoenen in Eindhoven werd hij landskampioen. Daarmee kende hij een perfecte score: vier seizoenen in Nederland leverden vier landstitels op.
De Braziliaan was een van de spectaculairste doelmannen die de Eredivisie heeft gekend. Met zijn lengte, bereik en explosiviteit kon hij ballen stoppen die voor andere keepers onhaalbaar leken. Zijn stijl was soms onorthodox en niet iedere ingreep zag er gecontroleerd uit, maar op zijn beste dagen was hij vrijwel niet te passeren. Gomes maakte vooral internationaal veel indruk. In het seizoen 2004/05 bereikte PSV de halve finale van de Champions League. Na zijn vertrek speelde hij jarenlang in Engeland, onder meer voor Tottenham Hotspur en Watford. Voor Brazilië kwam hij tot elf interlands.
- Jerzy Dudek
Jerzy Dudek kwam in 1996 als relatief onbekende Pool naar Feyenoord. Hij speelde 139 wedstrijden in de Eredivisie en ontwikkelde zich in Rotterdam tot een keeper van internationaal niveau.
Dudek werd in 1999 landskampioen met Feyenoord. In dat kampioensjaar was hij een van de uitblinkers van de ploeg van trainer Leo Beenhakker. Zijn prestaties leverden hem ook individuele erkenning op: hij werd in Nederland tweemaal uitgeroepen tot keeper van het jaar. In 2001 vertrok Dudek naar Liverpool. Vier jaar later werd hij wereldberoemd tijdens de Champions League-finale tegen AC Milan. Hij maakte in de verlenging een bijna onmogelijke dubbele redding en stopte vervolgens twee strafschoppen. Voor Polen speelde hij zestig interlands. Zijn internationale doorbraak begon echter in De Kuip.
Nederland keepersland, top 11-20:

- Stanley Menzo
Stanley Menzo speelde in de Eredivisie voor Ajax en PSV. Het overgrote deel van zijn competitiewedstrijden werkte hij af voor Ajax, waar Johan Cruijff hem gebruikte als een doelman die actief moest deelnemen aan het positiespel.
Lees ook: Stanley Menzo: ‘Schelden doet pijn’
Menzo was snel, atletisch en technisch sterk. Hij durfde ver uit zijn doel te spelen en werd bij balbezit als extra veldspeler gebruikt. Daarmee was hij een belangrijke voorloper van Edwin van der Sar en de generaties keepers die daarna kwamen. Met Ajax werd Menzo drie keer landskampioen. Ook won hij de Europacup II in 1987 en de UEFA Cup in 1992. Voor het Nederlands elftal kwam hij tot zes interlands. Zijn invloed op de ontwikkeling van het keepersvak was groter dan dat bescheiden interlandtotaal doet vermoeden.
- Ed de Goey
Ed de Goey brak door bij Sparta en groeide bij Feyenoord uit tot een van de beste Nederlandse keepers van de jaren negentig. Hij speelde meer dan driehonderd wedstrijden in de Eredivisie en werd in 1993 met Feyenoord landskampioen. Hij was bij fans razend populair. Bij iedere thuiswedstrijd schalde ‘Oeh-Ah-Ed de Goey’.
De Goey was lang, sterk in de lucht en betrouwbaar op de lijn. Tijdens zijn jaren in Rotterdam won hij naast de landstitel vier keer de KNVB-beker. Zijn prestaties leverden hem bovendien meerdere onderscheidingen als beste keeper van de Eredivisie op. Voor Nederland speelde De Goey 31 interlands. Hij was de eerste keeper van Oranje op het WK van 1994 en maakte ook deel uit van de selecties voor het EK van 1996 en het WK van 1998. Na Feyenoord speelde hij zeven seizoenen in Engeland, voornamelijk voor Chelsea.
- Sander Boschker
Sander Boschker speelde vrijwel zijn volledige loopbaan voor FC Twente. Alleen in het seizoen 2003/04 stond hij onder contract bij Ajax. Omdat hij daar niet in de Eredivisie in actie kwam, zijn al zijn 562 Eredivisiewedstrijden verbonden aan FC Twente.
Boschker debuteerde in 1989 en bleef tot 2014 actief. Het hoogtepunt kwam in 2010, toen FC Twente voor het eerst in de clubgeschiedenis landskampioen werd. Boschker was op dat moment veertig jaar oud. Naast de landstitel won hij met Twente tweemaal de KNVB-beker. In 2010 speelde hij ook zijn enige interland voor Nederland. Door zijn enorme aantal wedstrijden, zijn lange verbondenheid met één club en het historische kampioenschap geldt Boschker als een van de grootste clubiconen uit de Eredivisie.
- Ronald Waterreus
Ronald Waterreus speelde in Nederland voor Roda JC, PSV en AZ. Zijn belangrijkste periode beleefde hij bij PSV, waar hij tussen 1994 en 2004 tien seizoenen onder contract stond.
Waterreus werd met PSV viermaal landskampioen en won eenmaal de KNVB-beker. Hij speelde bovendien een groot aantal Europese wedstrijden voor de Eindhovenaren. Zijn loopbaan bij PSV was niet altijd onomstreden, maar hij wist de concurrentiestrijd telkens opnieuw te overleven. Voor het Nederlands elftal kwam Waterreus tot zeven interlands. Na zijn Nederlandse periode speelde hij onder meer voor Manchester City, Rangers en New York Red Bulls. Zijn persoonlijkheid, lange staat van dienst en prestaties bij PSV maken hem tot een van de beeldbepalende doelmannen van zijn generatie.
- Joop Hiele
Joop Hiele stond gedurende het grootste deel van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig in het doel van Feyenoord. Hij speelde honderden wedstrijden voor de Rotterdamse club en groeide uit tot een van de herkenbaarste keepers uit die periode.
Zijn grootste succes boekte hij in het seizoen 1983/84. Feyenoord werd met Johan Cruijff, Ruud Gullit en Peter Houtman landskampioen en won ook de KNVB-beker. Hiele verdedigde gedurende dat seizoen het doel. Later speelde hij ook voor SVV en Dordrecht’90. Voor Nederland kwam hij tot zeven interlands. Tijdens het gewonnen EK van 1988 was hij als reservedoelman onderdeel van de selectie.
- Maarten Stekelenburg
Maarten Stekelenburg kwam tijdens twee periodes voor Ajax uit. Hij speelde meer dan tweehonderd wedstrijden in de Eredivisie en werd viermaal landskampioen met de Amsterdamse club.
Stekelenburg nam bij Ajax en het Nederlands elftal de positie over die jarenlang van Edwin van der Sar was geweest. Zijn internationale hoogtepunt beleefde hij tijdens het WK van 2010. Stekelenburg speelde alle zeven wedstrijden en bereikte met Oranje de (verloren) finale tegen Spanje. In totaal kwam hij tot 63 interlands. Na periodes bij onder meer AS Roma, Fulham, Southampton en Everton keerde hij in 2020 terug bij Ajax. In 2023 beëindigde hij zijn loopbaan.
- Jasper Cillessen
Jasper Cillessen begon zijn loopbaan bij NEC en verhuisde in 2011 naar Ajax. Tijdens zijn eerste Nederlandse periode werd hij drie keer landskampioen met de Amsterdamse club.
Lees ook: De meesterzet van Louis van Gaal op het WK 2014
Cillessen groeide uit tot eerste doelman van het Nederlands elftal en speelde tijdens het WK van 2014 zes van de zeven wedstrijden. Oranje eindigde dat toernooi als derde. In de kwartfinale tegen Costa Rica werd hij vlak voor de strafschoppenserie vervangen door Tim Krul, een van de bekendste keeperswissels uit de WK-geschiedenis. Na Ajax speelde Cillessen voor FC Barcelona en Valencia. Vervolgens keerde hij terug bij NEC. Hij passeerde inmiddels de grens van tweehonderd wedstrijden in de Eredivisie en speelde meer dan zestig interlands.
- Eddy Treijtel
Eddy Treijtel verdedigde in de Eredivisie het doel van Feyenoord, AZ’67 en Haarlem. Met meer dan vijfhonderd wedstrijden behoort hij tot de keepers met de meeste optredens in de geschiedenis van de competitie.
Bij Feyenoord volgde hij Eddy Pieters Graafland op. In 1974 won hij met de Rotterdamse club de UEFA Cup. Feyenoord versloeg Tottenham Hotspur over twee finalewedstrijden. Treijtel werd later ook een belangrijke speler van het sterke AZ’67 uit het begin van de jaren tachtig. Met AZ werd hij in 1981 landskampioen en won hij meerdere keren de KNVB-beker. Hij speelde vijf interlands voor Nederland, maar moest in Oranje meestal andere keepers voor zich dulden.
- Frans de Munck
Frans de Munck beleefde een belangrijk deel van zijn loopbaan vóór de invoering van de Eredivisie in 1956. Daardoor is zijn carrière niet goed in één Eredivisietotaal uit te drukken. Zijn plaats in dit overzicht staat desondanks niet ter discussie.
‘De Zwarte Panter’ was een van de eerste grote Nederlandse keepersterren. Hij speelde voor Sittardse Boys en Fortuna’54, maar kwam ook uit voor het Duitse 1. FC Köln. In een tijd waarin Nederlandse spelers nauwelijks in het buitenland actief waren, was dat bijzonder. De Munck speelde 31 interlands voor Nederland. Hij stond bekend om zijn atletische stijl, donkere keeperskleding en uitstraling. Daarmee hielp hij de positie van de keeper in Nederland een nieuw aanzien te geven.
- Tonny van Leeuwen
Tonny van Leeuwen speelde zijn volledige loopbaan in het betaalde voetbal voor GVAV, de voorloper van FC Groningen. Hij werd beschouwd als een van de grootste Nederlandse keeperstalenten van de jaren zestig.
In 1967 kreeg Van Leeuwen de onderscheiding Nederlands voetballer van het jaar. Dat een doelman deze prijs won, onderstreept hoe hoog zijn prestaties werden aangeslagen. In dat seizoen kreeg GVAV in dertig competitiewedstrijden slechts zeven doelpunten tegen. Van Leeuwen speelde twee interlands voor Nederland. Zijn loopbaan en leven kwamen in 1971 abrupt ten einde, toen hij op 28-jarige leeftijd omkwam bij een verkeersongeluk. De hoofdtribune van het stadion van FC Groningen werd later naar hem vernoemd.
Nederland keepersland, top-21-30:

- Gábor Babos
Gábor Babos speelde in de Eredivisie voor NAC Breda, Feyenoord en NEC. De Hongaar kwam tot ruim driehonderd wedstrijden op het hoogste Nederlandse niveau.
Zijn beste eerste periode beleefde hij bij NAC. In het seizoen 2003/04 werd Babos uitgeroepen tot beste keeper van de Eredivisie. Dat leverde hem een transfer naar Feyenoord op. Na één seizoen in Rotterdam hervond hij zijn vorm bij NEC. Babos kwam 27 keer uit voor het Hongaarse nationale elftal. Door zijn lange verblijf, betrouwbaarheid en status bij vooral NAC en NEC behoort hij tot de succesvolste buitenlandse keepers uit de Eredivisiegeschiedenis.
- Henk Timmer
Henk Timmer speelde in de Eredivisie voor FC Zwolle, AZ, Ajax en Feyenoord. Hij kwam tot meer dan driehonderd wedstrijden op het hoogste niveau.
Timmer beleefde zijn internationale doorbraak bij AZ. In het seizoen 2004/05 bereikte de Alkmaarse club de halve finale van de UEFA Cup. AZ werd daarin pas in de laatste seconden van de verlenging uitgeschakeld door Sporting Portugal. Na een korte periode bij Ajax werd Timmer eerste keeper van Feyenoord. Met de Rotterdamse club won hij in 2008 de KNVB-beker. Hij speelde zeven interlands voor Nederland en maakte deel uit van de selecties voor het WK van 2006 en de EK’s van 2004 en 2008.
- Frans Hoek
Frans Hoek speelde zijn volledige profloopbaan voor FC Volendam. Hij kwam voor de club uit in zowel de Eredivisie als de Eerste Divisie en speelde meer dan honderd wedstrijden op het hoogste niveau.
Zijn grootste invloed had Hoek echter na zijn spelersloopbaan. Als keeperstrainer bij Ajax werkte hij mee aan de ontwikkeling van onder anderen Edwin van der Sar. Hij beschouwde de doelman niet als een geïsoleerde specialist, maar als een volwaardig onderdeel van het elftal. Hoek werkte later bij onder meer FC Barcelona, Bayern München, Manchester United en het Nederlands elftal. Zijn methodes hadden wereldwijd invloed op keeperstraining en op de manier waarop naar meevoetballende doelmannen wordt gekeken.
- Patrick Lodewijks
Patrick Lodewijks speelde in de Eredivisie voor PSV, FC Groningen en Feyenoord. Hij was bij PSV lange tijd reservekeeper, maar kwam verspreid over zijn loopbaan toch tot meer dan tweehonderd competitiewedstrijden.
Lees ook: Patrick Lodewijks: ‘Hier is geen protocol voor’
Bij FC Groningen kreeg Lodewijks de kans om zich langdurig als eerste doelman te bewijzen. Later keerde hij terug naar de top bij Feyenoord. Hoewel Edwin Zoetebier tijdens een groot deel van de Europese campagne de eerste keuze was, maakte Lodewijks deel uit van de selectie die in 2002 de UEFA Cup won. Lodewijks keepte tot op hoge leeftijd en maakte daarna naam als keeperstrainer. Hij werkte onder meer bij Feyenoord, het Nederlands elftal en Everton.
- Jelle ten Rouwelaar
Jelle ten Rouwelaar speelde in de Eredivisie voor PSV, FC Groningen, FC Twente, FC Zwolle en NAC Breda. Zijn naam is vooral verbonden aan die laatste club.
Bij NAC werd Ten Rouwelaar eerste keeper, aanvoerder en clubicoon. Hij speelde jarenlang vrijwel iedere competitiewedstrijd en bleef de club ook trouw toen de sportieve resultaten terugliepen. In totaal kwam hij tot meer dan driehonderd Eredivisieoptredens. Ten Rouwelaar won geen landstitel en speelde geen interlands. Zijn plaats in dit overzicht is gebaseerd op continuïteit, leiderschap en betekenis voor NAC. Na zijn loopbaan ontwikkelde hij zich tot keeperstrainer.
- Sergio Romero
Sergio Romero speelde tussen 2007 en 2011 voor AZ. Hij kwam tot negentig wedstrijden in de Eredivisie en werd in het seizoen 2008/09 landskampioen.
De Argentijn was tijdens dat kampioensjaar de eerste doelman van de ploeg van Louis van Gaal. AZ verloor de eerste twee competitiewedstrijden, maar bleef daarna 28 duels ongeslagen. Romero hield tijdens die reeks regelmatig de nul. Na zijn periode in Alkmaar speelde hij onder meer voor Sampdoria, AS Monaco en Manchester United. Voor Argentinië kwam hij tot 96 interlands. Hij stond in het doel tijdens de WK-finale van 2014 en is daarmee een van de internationaal succesvolste keepers die in de Eredivisie doorbraken.
- Andreas Isaksson
Andreas Isaksson stond van 2008 tot 2012 onder contract bij PSV. Hij speelde meer dan honderd wedstrijden in de Eredivisie, maar werd tijdens zijn periode in Eindhoven geen landskampioen.
De Zweed was een ervaren international toen hij naar Nederland kwam. Voor PSV was hij jarenlang de vaste eerste doelman. Met de club won hij in 2012 de KNVB-beker, al stond Przemysław Tytoń tijdens de finale onder de lat. Isaksson speelde 133 interlands voor Zweden. Daarmee behoort hij tot de spelers met de meeste interlands die ooit in de Eredivisie actief waren. Hij nam deel aan meerdere Europese kampioenschappen en aan de WK’s van 2002 en 2006.
- Brad Jones
Brad Jones kwam in 2016 naar Feyenoord, aanvankelijk als ervaren vervanger van de geblesseerde Kenneth Vermeer. De Australiër groeide echter uit tot de vaste eerste keeper.
In zijn eerste seizoen werd Feyenoord voor het eerst sinds 1999 landskampioen. Jones speelde alle 34 competitiewedstrijden en hield zeventien keer de nul. Daarmee evenaarde hij destijds het clubrecord voor het aantal clean sheets in één Eredivisieseizoen.
Een jaar later won hij met Feyenoord de KNVB-beker. Jones speelde vijf interlands voor Australië. Zijn Nederlandse loopbaan was relatief kort, maar zijn bijdrage aan het historische kampioenschap van 2017 was groot.
- Kenneth Vermeer
Kenneth Vermeer speelde in de Eredivisie voor Ajax, Willem II en Feyenoord. Hij werd bij Ajax viermaal landskampioen en won met zowel Ajax als Feyenoord de KNVB-beker.
Vermeer was een explosieve doelman met uitstekende reflexen. Bij Ajax moest hij aanvankelijk concurreren met Maarten Stekelenburg. Na diens vertrek werd hij eerste keeper, maar later verloor hij zijn plaats aan Jasper Cillessen. In 2014 maakte Vermeer de beladen rechtstreekse overstap van Ajax naar Feyenoord. In Rotterdam groeide hij uit tot een gewaardeerde eerste doelman. Door een zware achillespeesblessure miste hij vrijwel het volledige kampioensseizoen 2016/17. Voor Nederland speelde hij vijf interlands.
- Lars Unnerstall
Lars Unnerstall speelde in de Eredivisie voor VVV-Venlo, PSV en FC Twente. De Duitse doelman kwam naar Nederland nadat hij eerder onder meer voor Schalke 04 en Fortuna Düsseldorf had gespeeld.
Bij VVV maakte Unnerstall grote indruk met zijn reflexen en hoge reddingspercentage. PSV nam hem vervolgens over, maar in Eindhoven bleef zijn speeltijd beperkt. Bij FC Twente werd hij opnieuw onbetwist eerste keeper. Unnerstall won geen landstitel en speelde nooit een interland voor Duitsland. Zijn plaats in het overzicht is gebaseerd op zijn langdurige individuele prestaties in de moderne Eredivisie. Vooral als lijnkeeper behoort hij tot de opvallendste buitenlandse doelmannen die de competitie de afgelopen jaren heeft gekend.
Nederland keepersland: Marc-André ter Stegen

Met Marc-André ter Stegen heeft Ajax een keeper gecontracteerd met een ongekende erelijst. De Duitser brak door bij Borussia Mönchengladbach en groeide vervolgens bij FC Barcelona uit tot een van de beste doelmannen van zijn generatie. Sinds zijn komst naar Catalonië won hij onder meer de Champions League, meerdere Spaanse landstitels, de Copa del Rey en de Wereldbeker voor clubteams. Daarnaast speelde hij tientallen interlands voor Duitsland en was hij jarenlang de vaste concurrent en later opvolger van Manuel Neuer.
Ter Stegen staat symbool voor de moderne keeper. Hij is niet alleen een uitstekende lijnkeeper, maar vooral beroemd om zijn spel aan de bal. Zijn passing, rust onder druk en vermogen om aanvallen op te zetten maakten hem jarenlang een essentieel onderdeel van het spel van FC Barcelona. Ter Stegen heeft nog niet gekeept in de eredivisie, maar zodra hij zijn eerste speelminuten heeft gemaakt, zal hij met stip binnenkomen in onze top-30!