In de zomer van 2018 stond een achttienjarige Thymen Arensman tussen duizenden wielerfans op de flanken van Alpe d’Huez. Hij keek vol bewondering naar geletruidrager Geraint Thomas, Tom Dumoulin en Romain Bardet, die ogenschijnlijk moeiteloos de iconische klim bedwongen. “Zo hard had ik renners nog nooit een berg op zien fietsen,” vertelde hij in HELDEN 79.
Zeven jaar later behoort Arensman zelf tot de hoofdrolspelers van de Tour de France. Met de etappe naar Alpe d’Huez op het programma is het onmogelijk die ontwikkeling niet in gedachten te nemen. De berg waar hij ooit als jonge toeschouwer droomde van een carrière in de Tour, is inmiddels ook de berg waar hij als tweevoudig ritwinnaar wordt toegejuicht door duizenden Nederlandse fans.
Van kampeervakantie naar de Tourtop
Zoals zoveel Nederlandse gezinnen bracht de familie Arensman de zomervakantie kamperend door in Frankrijk. Een bezoek aan de Tour de France hoorde daar steevast bij. In juli 2018 stond Thymen langs de weg op Alpe d’Huez, slechts enkele weken voordat hij tweede zou worden in de Tour de l’Avenir, de belangrijkste rittenkoers voor beloften. Alleen een nog vrijwel onbekende Tadej Pogacar eindigde voor hem.
Twee keer raak in zijn Tourdebuut
Tijdens zijn eerste Tour de France schreef Arensman meteen geschiedenis. Eerst soleerde hij naar winst op Superbagnères, enkele dagen later volgde een misschien nog indrukwekkendere prestatie op La Plagne.
Daar viel hij al vroeg op de slotklim aan. Pogacar en Jonas Vingegaard haalden hem aanvankelijk terug, maar Arensman gaf zich niet gewonnen. Hij plaatste een tweede versnelling en reed opnieuw weg. Terwijl de twee Tourgrootheden elkaar in de gaten hielden, vocht de Nederlander alleen tegen de berg én tegen de verzuring in zijn benen.
Zijn voorsprong liep nooit verder op dan een halve minuut. In de laatste kilometer kwamen Pogacar en Vingegaard razendsnel dichterbij, maar Arensman hield stand. Met slechts twee seconden voorsprong kwam hij over de streep. Hoofdschuddend, handen voor zijn gezicht en volledig leeggereden.
“Ik ging all-out. Over de limiet,” vertelde hij later. “Na de finish stortte ik in. Zo diep ga je als je voor de winst in een Touretappe rijdt en jongens als Pogacar en Vingegaard achter je moet houden.”
“Ik wilde kijken hoe ver ik kon komen”
Opvallend genoeg was zijn aanval vooraf niet eens volledig uitgestippeld. Door een uitbraak van een dierziekte was de etappe ingekort en UAE Team Emirates controleerde de koers stevig omdat Pogacar zelf voor de ritzege wilde gaan.
“Ik had al snel door dat vroeg aanvallen weinig zin had,” vertelde Arensman. “Voor de slotklim zei ik via de radio tegen de ploegleiding: ‘Ik wil kijken hoe ver ik kan komen om een mooie uitslag te rijden.’ Maar eigenlijk had ik me voorbereid om de rit te winnen. Dat wilde ik nog steeds proberen.” Die mentaliteit leverde hem zijn tweede etappezege van de Tour op.
Inspiratie voor een nieuwe generatie
Pas na afloop van de Tour besefte Arensman wat zijn prestaties in Nederland hadden losgemaakt. Tijdens de na-Tourcriteriums merkte hij hoeveel indruk zijn overwinningen hadden gemaakt.
“Ik zag zelfs mensen die emotioneel werden van mijn gewonnen etappes,” vertelde hij. “En het was mooi om te zien dat er zoveel kinderen waren. Je hoort vaak dat de wielersport moeite heeft om nieuwe jeugd aan te trekken. Ik hoop echt dat mijn prestaties iets teweegbrengen. Het zou mooi zijn als ik de volgende generatie kan inspireren.”
Misschien staat er vrijdag op Alpe d’Huez opnieuw ergens een Nederlandse tiener langs de kant. Net als Thymen Arensman in 2018, kijkend naar zijn nieuwe held terwijl die de beroemde 21 haarspeldbochten beklimt.