Andruw Jones hoort vanaf nu officieel bij de grootste honkballers aller tijden. De Curaçaoënaar werd dinsdag officieel opgenomen in de Hall of Fame, de hoogste onderscheiding die een honkballer kan krijgen. Daarmee krijgt een carrière die al jarenlang tot de absolute wereldtop wordt gerekend een definitief gouden randje.
Dat Jones ooit in Cooperstown zou belanden, was een kwestie van tijd. De outfielder brak op negentienjarige leeftijd al door bij de Atlanta Braves, sloeg direct twee homeruns in de World Series en groeide vervolgens uit tot een van de beste centerfielders die de sport heeft gekend. Tien keer won hij de Gold Glove, vijf keer werd hij geselecteerd voor de All-Star Game en hij sloeg in zijn loopbaan 434 homeruns.
Hoe kom je in de Baseball Hall of Fame?
De Baseball Hall of Fame in Cooperstown geldt als de hoogste individuele onderscheiding in het honkbal. De verkiezing verloopt in een aantal stappen:
- Minimaal tien seizoenen in de Major League Baseball (MLB).
- Minstens vijf jaar gestopt als speler.
- Selectie voor het stembiljet door een speciale commissie.
- Verkiezing door honkbaljournalisten: een speler moet op minimaal 75 procent van de uitgebrachte stembiljetten staan om te worden opgenomen in de Hall of Fame.
Slechts een klein deel van alle MLB-spelers voldoet uiteindelijk aan die voorwaarden én krijgt voldoende stemmen. Een plek in de Hall of Fame wordt daarom gezien als de hoogste erkenning die een honkballer kan ontvangen.
Tijdens de World Baseball Classic in Miami spraken we uitgebreid met de bondscoach van het Nederlands Koninkrijksteam, die uitgebreid vertelde wat de Hall of Fame voor hem betekende.
Waar ben je het meest trots op in je carrière?
“Dat ik van honkbal mijn beroep heb kunnen maken. Ik droomde daar als kind al van. En natuurlijk ook dat ik uiteindelijk de Hall of Fame heb bereikt. Dat is de grootste erkenning die je in deze sport kan krijgen. Een plekje tussen de beste spelers uit de geschiedenis.”

Wat zijn dingen die je graag anders had gezien in jouw loopbaan?
“Wat ik jammer vind, is dat ik nooit de kans heb gehad om op de Olympische Spelen uit te komen. Dat is iets waar elke honkballer van droomt. Honkbal is een tijdlang geen olympische sport geweest, maar is dat in 2028 wel weer. Hopelijk lukt het als coach wel de Spelen te halen. Dat zou een hoop goed maken. Deze ploeg op de Spelen van Los Angeles krijgen, is een droom.”
Zijn er spelers in de huidige selectie die volgens jou in de toekomst ook kans maken op een plek in de Hall of Fame?
“Dan denk ik aan Kenley Jansen. Hij begon als catcher en werd later een elite-closer. Dat is een pitcher die de laatste innings gooit. Dat hij dat al zo lang op zo’n hoog niveau presteert, is indrukwekkend. Ik ben erg trots op hem en hoop dat hij ooit naast mij in de Hall of Fame komt.