Word abonnee

Schaatsen

Schaatsen

‘We zijn MAMA kwijt…’

Voor Irene Schouten (25) is niets meer hetzelfde sinds 6 november [...]
Voor Irene Schouten (25) is niets meer hetzelfde sinds 6 november 2016. Op die dag werd haar moeder getroffen door een zware hersenbloeding. De schaatsster van Clafis moet thuis een groot deel van de taken van haar moeder overnemen en tegelijkertijd bereidt ze zich voor op de Spelen waar ze geldt als favoriet op het nieuwe onderdeel Mass Start. Telefoon. Irene Schouten zit op de fiets en ziet dat het haar vader is die belt. Hij weet toch dat ze een training van drie uur gepland heeft op deze zondag? Ze neemt haar telefoon op, maar voordat ze een gesprek kan voeren, valt haar mobiel uit. “Hij was met geen mogelijkheid meer aan te krijgen. Komt straks wel, dacht ik en ik fietste verder.” Eenmaal aangekomen bij het ouderlijk huis, de tulpenkwekerij tussen Andijk en Wervershoof, wacht een nicht haar op. Vreemd. “Ze zei: ‘Schrik niet, je vader, broers en zus zijn naar het ziekenhuis, want je moeder heeft een hersenbloeding gehad.’” Irene trekt snel een joggingbroek aan en racet met haar nicht naar het AMC-ziekenhuis, waar ze huilende familieleden aantreft. Broer Simon, marathonschaatser en ploeggenoot bij Clafis, is er al. Hij was tegelijkertijd met Irene gaan fietsen, maar had voor een andere route door het West-Friese landschap gekozen. “Toen mijn vader hem belde, was zijn eerste reactie: ‘Er is iets met mama zeker?’ Die gedachte was nooit bij mij opgekomen, terwijl daar wel reden toe was.” Haar moeder had al twee weken last van hoofdpijn, was met haar klachten naar de huisarts geweest. ‘Het is stress,’ werd er gezegd. “Die zondag had m’n vader nog gevraagd of het wel goed ging. ‘Je ziet zo wit,’ zei hij. Maar mama antwoordde dat het wel ging.” In de middag van 6 november 2016 hoorde haar vader ineens een snurkend geluid uit de bijkeuken komen. Toen hij ging kijken, trof hij zijn vrouw op de grond bij de wc-deur. “Mama lag in braaksel en bloed, pap heeft meteen 112 gebeld.” Haar moeder wordt meteen geopereerd. Na twee dagen ontwaakt ze uit haar coma. “De artsen vertelden dat mama een heel zware hersenbloeding had gehad. Over haar herstel waren ze niet positief, maar ik had voortdurend het gevoel dat het goed zou komen. Wellicht is dat het positieve denken van mij wat ik mezelf als topsporter heb aangeleerd. Op dag drie na haar hersenbloeding zaten pap en ik allebei aan een kant van haar ziekenhuisbed. We spraken tegen mama. Ze had haar ogen open en ik merkte dat ze reageerde op wat we zeiden. ‘Dat kan niet, dat is wel heel erg vroeg,’ zeiden de artsen, ‘vraag maar eens of ze haar tong uit wil steken.’ Ik vroeg het aan mama en ze stak gewoon haar tong uit! Tot drie keer toe. Mijn vader en ik waren zo blij.” Irene denkt: zie je wel, het gaat goed komen. Of goed… Als ze ooit weer met haar kunnen praten, is het al geweldig. Ook de dagen erna gaat haar moeder vooruit. De artsen blijven zeggen geen voorbarige conclusies te trekken, maar toch... “Als aan haar werd gevraagd of ze haar hand naar haar borst wilde doen, probeerde ze het. Het lukte nog niet helemaal, maar het was hoopgevend.” Haar moeder wordt overgeplaatst naar het ziekenhuis in Hoorn en niet veel later verhuist ze naar een revalidatiekliniek in Den Haag. “Als ik aan m’n vader vroeg hoe het met mama was zei hij telkens: ‘Goed!’ Maar als ik de volgende dag bij haar langsging, dacht ik: het gaat helemaal niet goed. Ze kon steeds minder. Mijn vader wilde dat niet zien. Totdat ik de dingen opsomde die mama een paar weken eerder, snel na de operatie, wél kon. Ze reageerde niet meer als we wat vroegen, haar tong uitsteken deed ze niet meer. Toen ik het allemaal opnoemde, kwam het besef ook bij m’n vader.” De artsen in de revalidatiekliniek komen helaas tot dezelfde conclusie. “‘We kunnen hier niets meer voor haar doen,’ was op een dag de pijnlijke constatering. De eerste reactie van m’n vader was: ‘Ze gaat mee naar huis, heeft 35 jaar lang voor mij gezorgd en nu ga ik de tijd dat ze nog te leven heeft voor haar zorgen.’ Mijn vader moest al snel toegeven dat het niet ging lukken. Hij zou er een dagtaak aan hebben. Mama moest sondevoeding, medicijnen, gewassen worden. Daarnaast heeft hij een groot bedrijf dat hij moet runnen.” Er komt een plekje vrij in verpleeghuis Nicolaas in Lutjebroek, vlakbij Wervershoof, en dat wordt haar nieuwe thuis. “We kochten een bus waar een rolstoel in kan. Bijna elk weekend nemen we mama een dagje mee naar huis. Ze blijft dan van zaterdag op zondag bij ons slapen in een ziekenhuisbed in de garage. We zorgen dan met z’n allen voor mama. Heel bijzonder. Maar het is ook erg zwaar. Mijn broertje is 22, werkt de hele week in het bedrijf en wil graag op zaterdagavond lekker uitgaan met z’n vrienden. Maar op zondagmorgen heeft mijn moeder sondevoeding nodig. Ik denk vaak: oké, dan doe ik het wel. Maar ik wil ook weleens uitslapen. ’s Nachts moeten we ook een paar keer uit bed om te kijken of het goed gaat met mama. Ze heeft voortdurend verzorging nodig, dag en nacht, en dat vereist goede afspraken. Papa vindt het heel belangrijk dat mama thuis blijft komen en dat snap ik. We willen niet dat hij in z’n eentje voor haar moet zorgen, dus helpen we. Als ik in het weekend wat ga doen met vriendinnen dan krijg ik vaak meteen een schuldgevoel.” Irene realiseert zich dat het nooit meer goed zal komen. “Dat kwam pas echt bij me binnen toen mama naar het verzorgingshuis is gebracht. Als ik bij haar in haar kamertje kom, kijkt ze me aan alsof ik een vreemde ben. Ik doe mijn verhaal, maar krijg niets terug. Ik kon altijd alles bij mama kwijt. Als het met sporten even niet ging, was het mama die me opbeurde. En als ik op trainingskamp was, hadden we elke dag app-contact. Ik ben, of was, echt een moederskindje. Ik mis de stem van mama zo. En haar grapjes. Het komt echt niet meer goed, we zijn haar kwijt… Als ik haar zie zitten, krijg ik vaak een brok in m’n keel.” ‘Als ik bij haar in haar kamertje kom, kijkt ze me aan alsof ik een vreemde ben. Ik doe mijn verhaal, maar krijg niets terug’ “Wij hebben voordat het misging met mama gelukkig nog allemaal leuke dingen gedaan met het gezin. Normaal gesproken houdt papa helemaal niet van op vakantie gaan, maar na de zomer van 2016 besloten ze ineens een paar dagen naar Italië te komen toen ik daar een trainingskamp had. We gingen als gezin niet vaak uit eten, mijn broers hebben er nooit het geduld voor om een tijd aan tafel te blijven zitten. Vlak voordat mijn moeder de hersenbloeding kreeg, zijn we met de aanhang erbij gezellig gaan eten. En met mijn zus en m’n moeder ben ik ook nog lekker gaan winkelen, even een leuke meidendag. Dat zijn zulke mooie herinneringen, daar denk ik de laatste tijd vaak aan terug. Het is nu alweer meer dan een jaar geleden dat we die dingen met mama hebben gedaan… Het leek ook wel of ze voelde dat er iets te gebeuren stond. Vlak voor haar hersenbloeding zijn m’n vader en moeder nog naar de notaris gegaan om wat zaken te regelen.” Haar moeder was de spin in het web, haar gemis is nog dagelijks voelbaar bij vader Klaas, haar vier jaar ouder zus Cathérine, twee jaar oudere broer Simon, twee jaar jongere broertje Klaas en Irene. “Papa zegt geregeld: ‘Het was beter geweest als het mij was overkomen.’ Alles binnen het gezin draaide om mam, écht alles. Ze kookte voor ons, maakte het huis schoon, deed de was, streek, maakte de bedden op, deed de boodschappen en had voor iedereen een luisterend oor. Daarnaast deed ze de boekhouding en zorgde dat papa volledig met het bedrijf bezig kon zijn. Zij hield het gezin niet alleen draaiende, ze hield het ook bijeen.” De taken van haar moeder proberen ze nu zo goed en zo kwaad als het gaat te verdelen. “Simon, die in de toekomst met m’n broertje het bedrijf over wil gaan nemen, gaat na een training meteen de schuur in om m’n vader en broertje te helpen. Mijn broertje heeft in het begin geprobeerd de boekhouding op zich te nemen. Mijn vader heeft geen flauw idee van de financiën, de boekhouding was bij mijn moeder in goede handen, daar keek hij nooit naar om. Uiteindelijk is de administratie overgedragen, omdat de handjes van m’n broer ook nodig waren in het bedrijf. Mijn zus en ik nemen heel veel van de huishoudelijke taken op ons.” Ze hebben de hulp van een werkster ingeroepen en ook tantes springen bij, maar er blijft genoeg te doen. “Ik was 24 toen mama de hersenbloeding kreeg, ben sindsdien een stuk volwassener en zelfstandiger geworden. Ik doe dingen die ik niet gewend was te doen. De was, boodschappen. Ik kook bijna altijd. Ik weet nog dat m’n broers vaak zeurden over het eten tegen m’n moeder. Hebben ze bij mij ook een paar keer gedaan, heb ik gezegd: ‘Dan doe ik het toch lekker niet!’ We weten nu pas wat we missen. De gehaktballen zullen nooit meer zo lekker smaken als vroeger, toen mama ze maakte.” Het was wel nodig om afspraken te maken. Haar moeder was immers het cement van het gezin. “Mama zorgde ervoor dat we met z’n allen tegelijk aan tafel zaten, wist waar iedereen mee bezig was. Alles kwam ter sprake doordat m’n moeder er aan tafel over begon. Zonder m’n moeder leefden we een beetje langs elkaar heen. Als ik met de jongens aan tafel zat, ging het alleen maar over bloembollen. Dan zei ik cynisch: ‘Mijn dag was ook leuk, leuk dat jullie het vragen.’ Van mij wordt ook verwacht dat ik om zes uur het eten klaar heb staan. Vaak gebeurde het dat iedereen om half zeven opstond en zo de deur weer uitliep. Dat deden ze bij mama ook altijd. Het is toch een kleine moeite om het bord na het eten op het aanrecht te zetten? Ik heb bij mijn tantes aangegeven dat ze niet raar op moesten kijken als ik tijdens het eten niet meer aan zou schuiven. Zij hebben het aangekaart bij m’n vader. Op dit soort zaken probeert iedereen nu wat meer te letten.” Het gezin is tegelijkertijd veel hechter geworden. Ze delen hetzelfde verdriet. “We praten veel over mama aan de keukentafel. Van nature zijn wij allemaal heel nuchter, we zijn opgegroeid met het principe: niet lullen, maar poetsen. Mijn vader is een binnenvetter, uit zich niet in ons bijzijn. Soms zie ik stiekem weleens een traantje bij hem. Maar in het bijzijn van de kinderen laat hij niets blijken. Hij wil zich groothouden. De tranen vloeien vast geregeld als wij er niet zijn. Wat mezelf betreft: als ik ergens mee zat, ging ik altijd naar mama. In het begin dacht ik vaak: wie ga ik nu bellen? Ik kan met m’n gevoelens toch minder goed terecht bij m’n vader en broers. Ik bespreek die dingen nu vooral met m’n zus of ik ga langs bij een van m’n tantes.” Steun is er genoeg van vrienden en familie. “Ze helpen m’n vader in het bedrijf, komen spontaan eten brengen, slaan een arm om ons heen en luisteren. Bij mijn moeder is ook elke dag wel bezoek, ’s ochtends en ’s middags.” ‘Ik hoorde mijn vader laatst tegen mama zeggen: ‘We hadden zulke mooie dromen, zouden samen Irene aanmoedigen op de Spelen’’ Zes dagen na de hersenbloeding van haar moeder staat Irene alweer aan de start voor een wedstrijd. Ze wint de Mass Start in het vernieuwde Thialf. Het hele gezin zit op de tribune. Nou ja, op haar allergrootste fan na dan. “Ik heb niet gejuicht. Voor de wedstrijd zei ik tegen mezelf: ‘Niet aan mama denken.’ Maar dat lukte voor geen meter. Ook op de ijsbaan liet ik traantjes. Een paar weken later werd ik ook nog Nederlands kampioen marathon. Mijn eerste gedachte was: wat jammer dat m’n moeder dit niet ziet.” Haar moeder speelde een belangrijke rol in haar schaatscarrière. “Ze was bij alle langebaanwedstrijden en veel van de marathons die ik reed. M’n vader was meer fan van de marathons, daar kwam hij vaker bij kijken, maar mijn moeder pushte me juist om voor de langebaan te kiezen. Zij zei altijd dat er in het langebaanschaatsen meer toekomst voor me is, dat je dan kunt meedoen aan EK’s, WK’s en olympisch kampioen worden. Met m’n moeder kon ik ook altijd over schaatszaken praten. Ik overlegde alles met haar. Rond de periode dat het misging met mama werd ik ook benaderd door Red Bull. Ik had zo graag met haar gedeeld dat ze mij gingen sponsoren, had ze geweldig gevonden. Met mijn vader kan ik het daar niet echt over hebben, hij weet vooral veel van tulpen.” Als Irene het over schaatsen wil hebben, klopt ze nu vooral aan bij broer Simon. “Wij voerden voorheen nooit zulke diepzinnige gesprekken. Maar we zitten nu in hetzelfde schuitje, rijden samen op en neer naar de trainingen, hebben het samen over de situatie waarin we zitten.” Het schaatsen is een welkome afleiding. “Ik kon even met m’n eigen ding bezig zijn. In januari werd het me te veel. Iemand hoefde maar met z’n vingers te knippen en ik begon te huilen. Ik had nergens meer zin in. In wedstrijden was ik er met m’n gedachten niet bij. En niet eens altijd omdat ik tijdens het schaatsen bij m’n moeder was. Ik was vaak de hele dag thuis al bezig geweest met dingen regelen en het huishouden, had er al een zware werkdag opzitten. Dat vinnige was ik kwijt. Ik heb het met mijn coach Jillert Anema besproken en hij zei: ‘Als jij er een tijdje tussenuit wil, dan is dat geen enkel probleem. Wat jij meemaakt is vreselijk, dat is niet niks.’ Ik heb één training overgeslagen. Toen meldde ik me weer. Ik wilde schaatsen, dat is het leukste wat er is.” Haar coach bij Clafis noemt ze een grote steun. “Jillert heeft vroeger in het ziekenhuis gewerkt als fysiotherapeut en in die tijd ook mensen geholpen die een hersenbloeding hadden gehad. Jillert is erg begaan met ons, is een paar keer bij ons langs geweest om ons te steunen. Jillert heeft liever dat ik na de training wat vaker in Heerenveen blijf, omdat ik dan meer tot rust kom. Maar tegelijkertijd snapt hij dat ik thuis nodig ben en dat ik ook gewoon daar wil zijn.” Irene deelt met broer en ploeggenoot Simon een huis in Heerenveen. De bedoeling was om in aanloop naar de Spelen in Pyeongchang vaak in Friesland te blijven na trainingen, maar na de hersenbloeding is de planning omgegooid. Broer en zus rijden bijna altijd op en neer. “Ik voel me weleens schuldig als ik voor mijn sport een paar weken van huis ben. Dan denk ik: eigenlijk kan het niet dat ik al die tijd niet bij mijn moeder langsga en thuis niet kan helpen. Als ik dan mijn zus zie: zij steekt zoveel energie in het gezin. Cathérine woont en werkt in Amsterdam, is een dag minder gaan werken om er voor ons te zijn. Dat doet ze ook voor Simon en mij, zodat wij onze sport kunnen blijven beoefenen.” ‘We hebben het er met elkaar over gehad dat het misschien wel het beste is dat het straks voorbij is. Mijn hoofd zegt ook dat het zo is, maar mijn hart… ’ Haar wereld staat al meer dan een jaar op z’n kop. “Het lukt me desondanks alles los te laten als ik het ijs opstap. Ik ben er iets meer aan gewend geraakt. Ik weet dat ik geen appje van m’n moeder zal krijgen voor of na een wedstrijd, zoals vroeger altijd gebruikelijk was. Ik weet ook dat als ik een wedstrijd heb, ik niet thuis moet slapen. Het is beter dat ik m’n rust pak.” Alles draait de komende tijd om de Spelen: daar wil ze voor goud gaan op het nieuwe olympische onderdeel Mass Start. Wellicht kwalificeert ze zich ook voor de 5000 meter. “Ik werd in 2015 de eerste wereldkampioen Mass Start, het zou geweldig zijn om straks de eerste gouden olympische medaille op dit onderdeel te winnen. Ik wil ook heel graag een mooi resultaat neerzetten voor m’n familie. Dat ze zullen denken: het is niet voor niets geweest dat Irene op sommige momenten meer tijd in haar sport dan in mama heeft gestoken. Ik hoop dat ik wat terug kan doen door ze blij en trots te maken.” Als ze zich weet te kwalificeren, dan zal ze in Pyeongchang waarschijnlijk aangemoedigd worden door familie. “Ik hoorde mijn vader laatst tegen mama zeggen: ‘We hadden zulke mooie dromen, zouden samen Irene aanmoedigen op de Spelen.’ Hij wist niet dat ik dat hoorde. De gedachte dat mama er niet bij kan zijn, zal ook zeker door mijn hoofd schieten als ik daar ben.” Pyeongchang zal sowieso niet het eindstation zijn. “Ik vind schaatsen nog veel te leuk. Maar na dit seizoen wil ik eerst weer eens op vakantie. Door wat er met mama is gebeurd, schoot de vakantie erbij in. Volgend jaar heb ik een drieweekse rondreis door Amerika gepland met vriendinnen.” En Irene heeft sinds kort een relatie met een jongen uit de buurt. “Door m’n hoofd schiet soms: wat jammer dat mama hem nooit zal ontmoeten. En als ik later kinderen krijg, zullen ze nooit weten hoe leuk hun oma was. Ze moeten het doen met mijn verhalen.” De toekomst. Irene weegt haar woorden. “Mama heeft volgens de artsen nog maximaal vijf jaar te leven. Doordat ze niet meer beweegt, houden haar organen er op den duur mee op. Hoe nu verder? We weten dat m’n moeder zo echt niet wil leven. Maar mama heeft ook gewoon haar ogen open… Ik kan nu nog elke dag naar haar toe om m’n verhaal te vertellen. Ik kan haar een knuffel geven, voel toch haar warmte. Ze is er wel, maar ook weer niet. We hebben het er met elkaar over gehad dat het misschien wel het beste is dat het straks voorbij is. Mijn hoofd zegt ook dat het zo is, maar mijn hart… Want dan is ze er echt niet meer.”

Schaatsen

De dag dat alles misging: Christijn Groeneveld

Talloze keren gebeurt het in een schaatsleven. Bijna nooit is er [...]
Talloze keren gebeurt het in een schaatsleven. Bijna nooit is er iets aan de hand. Maar op 9 oktober 2014 gaat het fout. En goed ook. Tijdens een training in Inzell glijdt Christijn Groeneveld in een bocht onderuit en belandt in de kussens van de boarding. Op eigen kracht opstaan lukt niet. Geen greintje gevoel zit er nog in de benen van de nationaal kampioen marathonschaatsen op natuurijs. Bloed spugend ligt hij op de koude vloer, helse pijnen lijdend. De aangestormde, ongeruste begeleiders discussiëren. “Laten we hem wel of niet op het koude ijs liggen?” En: “Moeten we z’n schaatsen wel uittrekken?” Het ontgaat Christijn. Zijn paniek zit meer in zijn bewegingsloze lijf dan in zijn hoofd. Hij begrijpt meteen dat er sprake is van zeer serieuze schade. Een traumahelikopter vervoert hem naar het ziekenhuis, waar de eerste conclusie alarmerend is: een dwarslaesie, wat een totale verlamming zou inhouden. Tot op heden strijdt Christijn Groeneveld op zijn geheel eigen, indrukwekkende wijze – positief en met humor – voor verder herstel. Dankbaar is hij voor wat hij al in ruim twee jaar bereikt heeft, en voor de hulp van familie, vrienden, ex-coach Gerard Kemkers en ex-ploeggenoten Sven Kramer en Koen Verweij. Vanuit zijn rolstoel blikt Christijn, die absoluut niet zielig gevonden wil worden, terug.“Na een voor mij mooi en leerzaam olympisch jaar bij TVM hield die sponsor er na de Spelen van Sochi mee op. Daarom had ik me twee maanden voor het ongeluk aangesloten bij Team Van Werven en was ik weer helemaal teruggekeerd in het marathonschaatsen. Het was een leuk team met een goeie sfeer, ik zat lekker in m’n vel en de vorm was goed. Tijdens die trainingen in Inzell reed ik een van mijn beste rondetijden ooit. Die bewuste training was de laatste daar, een dag later zou ik nog een vijf kilometer rijden en daarna zouden we naar huis gaan. Het was ook het laatste rondje en zelfs de laatste bocht. Ik reed volle bak op kop van een groepje en met zo’n 65 kilometer per uur raakte mijn schoen het ijs. Dan is wegglijden onvermijdelijk. Het was mijn eigen fout, ik ben door niemand gehinderd of geraakt. Zoiets gaat in een split second. In je val draai je automatisch je rug en kont naar de boarding en trek je je benen op om je schaatsen heel te houden. Normaal sta je daarna weer op, stof je je schouders af en ga je verder. Toen niet. Het was ook geen zachte landing in de kussens, het voelde alsof ik tegen een muur was geknald. Meteen wist ik dat het mis was, alleen nog niet in welke mate natuurlijk. De pijn – door m’n hele lijf – was echt ondraaglijk. Daar maakte ik me enorm zorgen over, en over m’n benen die ik niet meer bewegen kon. Doordat ik bloed spuugde, dacht ik dat er inwendig ook van alles kapot was. In 2010 had ik bij een val een nier beschadigd en ik was bang dat ik weer zoiets had, maar dan erger. Heel snel kreeg ik het ook erg koud, omdat ik op het ijs moest blijven liggen. Van wat er om me heen gebeurde, heb ik niet veel meegekregen. Het zou goed kunnen dat ik in een soort van shock was. Ik heb wel om pijnstillers gevraagd, en die heb ik ook gekregen. Misschien wel morfine. Uiteindelijk hebben ze me toch heel voorzichtig op een brancard getild. Mijn broer werkt op een ambulance en heeft verteld dat zoiets niet verstandig is als iemand misschien iets essentieels gebroken heeft, dat er een manier is waarop je als het ware wordt opgeschept, waardoor extra letsel voorkomen wordt. Maar ja, dat was achteraf, en ook niet iets waar ik gezien mijn toestand op dat moment erg veel invloed op had kunnen uitoefenen. Ik was vooral blij dat ik van het ijs af kon, omdat ik het zo koud en enorm veel pijn had. Per helikopter ben ik naar het ziekenhuis vervoerd waar een heel aardige vrouwelijke arts me gerust probeerde te stellen en vertelde wat er vervolgens zou gaan gebeuren. Dat verhaal drong niet zo tot me door, dus ik herinner me vooral dat geruststellen. Ik heb ook geen idee wat ik zelf gezegd heb. Ondertussen hield ik die ondraaglijke pijn. De conclusie van een snel gemaakte CT-scan was dat ik een volledige dwarslaesie had, wat totale en blijvende verlamming inhield. Voor de zekerheid hebben ze nog een MRI-scan gemaakt en daaruit bleek dat het ruggenmerg toch nog deels intact was. Dat was reden om te opereren, wat ze eerst niet van plan waren. Heerlijk om onder algehele narcose te gaan en eindelijk geen pijn meer te voelen. Tijdens die operatie is mijn rug vastgezet met pinnen en staven en een verbrijzelde ruggenwervel weggehaald om mijn ruggenmerg te verlossen van druk die extra schade had kunnen veroorzaken. ’s Avonds rond zes, zeven uur waren ze begonnen met opereren en de volgende ochtend om half tien werd ik wakker. Een uur daarna was mijn vriendin er. Zij is, met een vriendin, twee weken gebleven, net als m’n ouders. Ook mijn broer is langsgekomen, en Sven Kramer. We hebben veel gepraat, bij voorkeur niet over het ongeluk. Dat ze er waren, was eigenlijk al voldoende. Aan Herbert Dijkstra heb ik voor de NOS nog een interview gegeven en eerlijk gezegd heb ik nauwelijks een idee van wat ik gezegd heb. 'De pijn was echt ondraaglijk' De totale schade van de botsing met de kussens luidde: één gebroken en één verbrijzelde ruggenwervel, twee ingeklapte longen, acht gebroken ribben, diverse inwendige bloedingen en het ergste: schade aan de zenuwbaan, verlamd vanaf mijn middel. Een week na die eerste operatie ben ik weer onder het mes gegaan en is een nieuwe wervel in m’n rug gezet. Die operatie was nóg pittiger dan de eerste, en de dagen erna waren nog pijnlijker. Gelukkig heb ik toen een morfinepomp gekregen die ik zelf mocht bedienen. Daardoor heb ik best wel een relaxte week gehad, met veel slapen en muziek luisteren: vooral Rolling Stones. Twee weken na het ongeluk ben ik per ambulance naar Nederland vervoerd. Dat was geen heel comfortabel ritje. Ik kon al nauwelijks op een ziekenhuisbed liggen, dus was twaalf uur op zo’n kleine klote-brancard geen pretje. Maar vliegen mocht niet vanwege die ingeklapte longen. In Inzell en ook na mijn terugkeer in Nederland was ik nog positief gestemd en ging ik uit van een totaal herstel. Ik had geen volledige, maar een partiële dwarslaesie en via Gerard Kemkers ben ik terechtgekomen bij dokter Peul, een uitstekende neurochirurg van het LUMC in Leiden die Sven ook begeleid heeft. Aan Gerard heb ik zoveel gehad. Hij had contacten, daardoor gingen deuren open die anders gesloten waren gebleven. Maar die eerste weken lukten zelfs heel simpele dingen als zitten, m’n sokken aantrekken of naar de wc gaan niet. En dat baarde me zorgen. Als dat al niet lukte, hoe zat het dan met dat volledige herstel, en met weer kunnen schaatsen? Na een weekje observeren in Leiden zou ik naar Heliomare gaan, een revalidatiecentrum in de duinen bij Wijk aan Zee. Mijn verjaardag zat eraan te komen en die wilde ik thuis vieren. Maar dan moest ik – ook vanwege het vervoer per auto – kunnen zitten. Door keihard te trainen heb ik mezelf dat cadeautje kunnen geven. Thuis zijn, met mijn vriendin en de hele familie, was zo’n heerlijke afleiding. Even weg uit de ziekenhuissfeer, want in het ziekenhuis zag ik allemaal mensen die er niet goed aan toe waren. Er was een man die kip had gegeten waar een virus in zat dat hem tot aan zijn nek verlamd had. Die pech kun je dus ook hebben. Als je dat om je heen ziet en je komt uit de wereld van de topsport waarin alles perfect geregeld en iedereen kerngezond is, staat je leven op zijn kop en ga je het ook wel even anders bekijken. Ineens was ik patiënt tussen de patiënten en volkomen afhankelijk geworden. Als topsporter en ook tijdens mijn revalidatie heb ik de lat altijd hoog gelegd. Maar na een paar maanden revalideren is er een moment gekomen dat ik ben gaan proberen me in m’n lot te schikken. Lopen was al lastig, laat staan schaatsen; motorisch de moeilijkste sport die er is. Dan ga je beseffen: het is niet anders, dus accepteer het maar. Door je druk te maken om iets dat je toch niet kunt veranderen, maak je het er voor jezelf niet makkelijker en dus ook niet beter op. Relativeren hoort niet bij een topsporter, maar in deze situatie móest ik wel. 'Koen Verweij is me vaak komen opzoeken, ook in Heliomare waar we samen hebben gezwommen' Natuurlijk heb ik meer dan eens gedacht: waarom moest míj dat nou overkomen? In het begin was het ook allemaal kut, kon ik niks. Een dagje naar Amsterdam in een rolstoel is echt niet te doen. Nu zijn die negatieve momenten en gedachten zo goed als verdwenen. Ook omdat ik door keihard te werken meer kan en andere dingen belangrijker zijn geworden. Want er zijn meer leuke dingen in het leven dan schaatsen. De JustLease-ploeg heeft een website en begint ook een schaats-app waarvoor ik de redactie doe. Dus maak ik filmpjes, ook met een drone waar ik een licentie voor heb gehaald, en korte portretjes; laatst nog van mijn oude huisgenoot Koen Verweij, ook zo’n enorme steun. Hij is me vaak komen opzoeken, ook in Heliomare waar we weleens samen hebben gezwommen. Ook Sven is vaak op bezoek geweest. En TVM, dat niet meer als schaatsploeg bestond, heeft me al die tijd gesteund; moreel en praktisch. Als ik naar Amerika had gewild voor een behandeling, hadden ze me bijgestaan. En dat willen ze ook doen als er nog een rechtszaak komt. Want in Inzell is met die boarding een fout gemaakt en waarom zou ik daar als enige de dupe van zijn? Dus dat heb ik in overweging. Dankzij Gerard kan ik bij de fysio-afdeling van AZ op een aparte loopband trainen. Dat ding kan je gewicht meten en blaast daarna een hoeveelheid lucht in een zak waarbij je kunt instellen hoeveel eigen lichaamsgewicht je wilt dragen. Ik ben begonnen met tien procent en hield dat vijf minuten vol; wandelend. Nu kan ik lópend m’n hele gewicht dragen en 25 minuten hardlopen met vijftig procent eigen lichaamsgewicht. Dus fysiek is er nog steeds verbetering. Mijn rechterbeen is trouwens een stuk minder dan mijn linker. Met twee linkerbenen zou ik beter af zijn. Maar met krukken kom ik een heel eind. En ik kan fietsen; lekker vrij in de buitenlucht. Dat is zo’n grote meerwaarde die me – met een muziekje op m’n koptelefoon – alle vrijheid geeft en waar ik ook niemand bij nodig heb.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Sjinkie Knegt: uit de kunst

Sjinkie Knegt behoort al jaren tot de wereldtop in het shorttrack. [...]
Sjinkie Knegt behoort al jaren tot de wereldtop in het shorttrack. De komende maanden staat alles in het teken van de Spelen van Pyeongchang.

Schaatsen

Liefde op het eerste gezicht

“Ineens ben je volwassen.” Schaatshunk Kjeld Nuis (27) praat samen [...]
“Ineens ben je volwassen.” Schaatshunk Kjeld Nuis (27) praat samen met zijn vriendin en voormalig Miss Nederland Jill de Robles (27) vol liefde over de geboorte van hun zoon Jax. Over tranen op weg naar een trainingskamp, liefde op het eerste gezicht en hoe de kleine Jax de sprinter sterker maakt op het ijs richting olympisch succes. De verpleegster die in de ochtend van 6 september haar vroege rondje deed op de afdeling verloskunde van het ziekenhuis in Emmen keek vertederd naar het bed dat was bijgeschoven voor de kersverse vader Kjeld Nuis. Het wiegje naast het bed van moeder Jill de Robles was leeg en Kjeld sliep met zijn nog geen dag oude zoontje Jax op z’n buik. De stoere man met de kwetsbare baby. Jill krijgt nog steeds een brok in haar keel als ze vertelt over dit bijzondere moment na een zware bevalling. “Het was heel lief van Kjeld. Ik vond het vertederend om te zien, het emotioneerde me na een spannende dag. Ik heb een keizersnede gehad. Het ging allemaal goed, maar op een gegeven moment viel zijn hartslagje wat weg en moest Jax er met spoed uit. De eerste nacht moest hij natuurlijk meteen in een bedje slapen. Hij heeft negen maanden in m’n buik gezeten, dus moest hij huilen. Hij vond het maar niks. Toen nam Kjeld hem op z’n borst en hee de hele nacht met Jax geslapen. Dat vond ik heel mooi om te zien. Ik zie Kjeld altijd als een heel uitbundige, stoere jongen, maar toen zag ik hem ineens als papa met z’n zoontje. Prachtig.” Kjeld: “Heel vet was dat. Ik mocht gelukkig bij Jill blijven ’s nachts. Van de verloskamer werden we naar de uitslaapkamer gereden en toen waren we ineens alleen. Geen arts was er meer bij. Jill kon natuurlijk moeilijk opstaan na de operatie. Toen begon Jax te huilen en ik dacht: wat moet ik nou? Ik nam hem tegen me aan, toen werd Jax rustig en is hij op mijn borst in slaap gevallen. We werden om vier uur ’s nachts samen wakker, precies op het moment dat de verpleegster met uitleg kwam en ik moest leren om het luiertje om te doen. Dat ging ook meteen goed. Toen voelde ik me in één keer vader, dat was echt vet cool.” Lekker ding Voor Kjeld en Jill is Jax niet meer dan een logisch gevolg van een onstuimige liefde die een paar jaar geleden begon op een dancefestival vlakbij het Abe Lenstra stadion in Heerenveen. Coach Jac Orie stuurde de schaatsers van Team LottoNL- Jumbo die dag naar huis, omdat de regen een skeelertraining letterlijk in het water liet vallen. Kjeld was te onrustig om thuis op de bank te zitten en dook onder in een dansende meute. Daar viel meteen de voormalige Miss Nederland op. Jill: “Het was meteen raak. Snel oogcontact en hij stapte direct op me af. We hebben nummers uitgewisseld en zo begon het. Ik vond hem meteen een lekker ding. Ik weet dat ik tegen vriendinnen van me zei: ‘Dit moet hem gewoon worden, hij is zo’n leuke jongen.’ Ik was meteen verliefd. Zo’n gevoel had ik nog nooit meegemaakt, kende ik niet van mezelf. Dat was wel heel mooi. Nog mooier is dat hij op mij afkwam en hetzelfde gevoel had. Dat was erg speciaal. Ik wist maar weinig van hem. Herinnerde alleen nog een tv- documentaire toen hij zich niet had geplaatst voor de Olympische Winterspelen in Sochi. Kjeld was toen natuurlijk heel verdrietig. Mijn moeder zei destijds: ‘Nou, dat is wel een leuke jongen. Lekkerding. Misschien moet je hem even opbellen om hem te troosten.’” Kjeld: “Voor mij was het ook heel speciaal. Ik zag Jill en zei tegen m’n vrienden: ‘Moet je kijken!’ Die waren heel bot en zeiden: ‘Houd je bek of stap eropaf.’ Toen kon ik niet anders dan naar haar toe lopen. Echt, liefde op het eerste gezicht. Nog nooit eerder meegemaakt.” Traantje Van coach Jac Orie mocht Kjeld voor de geboorte van Jax wegblijven van het trainingskamp van Team LottoNL- Jumbo in het Italiaanse Cecina, maar begin oktober moest hij toch echt naar Inzell om daar op het ijs hard door te trainen richting de KNSB Cup in Groningen. Op het moment dat zijn teamgenoot Gerben Jorritsma met ronkende motoren aan het wachten was, stond Kjeld met tranen in de ogen met Jax in z’n armen. Het afscheid deed pijn. Voor het eerst twee weken z’n kind niet zien. Kjeld: “M’n meisje missen is al iets, maar die kan ik nog bellen. Maar als je net zo’n kleine hebt... Ik probeerde uit te leggen dat papa twee weken wegging, wat Jax natuurlijk nog niet snapt. Pittig was het, moest ik een traantje om laten. Ik voelde me een watje, vond het zo moeilijk om weg te rijden bij ons huis in Emmen. Gerben zei: ‘Kjeld, doe normaal.’ Jill heeft elke dag filmpjes en foto’s gestuurd om me zo goed mogelijk op de hoogte te houden. Maar zo’n Skype-gesprek of video voelt toch anders. Er is letterlijk afstand. Dat maakte me emotioneel. Ik was net vader, wilde in de wieg kunnen kijken. Het is alsof je opnieuw verliefd wordt. Dat had ik ook toen Jill en ik net met elkaar gingen, toen wilde ik haar ook steeds bekijken. Ha, nu weet ik hoe ze eruitziet. Natuurlijk vind ik Jill nog steeds bloedmooi, maar zo’n ventje... Daar blijf ik mee bezig.” Jill: “Ik vind het lastig dat hij soms twee of drie weken weg is. Aan de ene kant denk ik: ik ben niet meer alleen als hij weg is. Dat is moeilijk en mooi tegelijk. Ik vind het jammer dat Kjeld sommige mooie momentjes van Jax mist. Ik zou graag alles met hem willen delen, maar dat kan niet altijd. De eerste weken was het pittig. Ik stond er soms alleen voor, vond het jn als Kjeld weer met me op de bank zat.” Hoewel hij met z’n hoofd veel bij Jill en Jax was toen hij in Zuid-Duitsland zat, voelde Kjeld zich op het ijs heel sterk. Twee weken nadat hij ziek was geweest en vader was geworden, reed hij een tijd van 1.08,06 op de 1000 meter, een tijd waarmee hij op een WK kan aankomen. Kjeld: “Het vaderschap heeft me echt goed gedaan. Ook als sporter. Vroeger kon ik me over kleine dingen zorgen maken. Nu voel ik me veel zelfverzekerder. Het klinkt misschien een beetje raar, maar het voelt vooral completer. Ineens ben je volwassen.” 'Als je een meisje als Jill tegenkomt dan verandert er een heleboel' Grote liefdes Jill kan haar geluk niet op met de mooiboy van het schaatsen. Ooit was Kjeld een skateboarder, in het wereldje van de halfpipes was hij niet te beroerd om af en toe stiekem een joint op te steken. Ook op het ijs is hij een opvallende verschijning. Met zijn woeste uiterlijk versierde Kjeld niet alleen een contract bij Red Bull, maar in Thialf kreeg hij ook gillende meisjes achter zich aan. Hij is een schaatsidool die geen moeite heeft met zijn populariteit en nooit wegloopt voor een handtekening of een selfie. Jill: “Ik ben heel erg happy en leid een prima leventje. Mooi huis, lieve hond, lief kindje; alles is wel compleet. Ik had een leven waarin ik alles deed op mijn manier. Nu moet ik rekening houden met Kjeld en is mijn planning erg afgesteld op zijn loopbaan. Hij is natuurlijk vaak weg. Daaraan moest ik wel wennen. Dit leventje is natuurlijk prachtig, maar af en toe ook weleens lastig. Als hij op reis is, komt de zorg op mijn bordje. Vlak na de bevalling deed Kjeld erg veel. Leuk om te zien hoe handig hij in de huiselijke dingen en de verzorging van Jax kan zijn en hij vond het prima om te doen. Dat vond ik wel grappig. Je hoort vaak dat mannen dat helemaal niks vinden. Hij deed het meteen, was er nog goed in ook. Nu is de winterperiode aangebroken, moet hij veel weg. Daar ben ik aan gewend geraakt, ik weet dat er dan meer op mijn een heleboel schouders terechtkomt. Als hij dan weer thuis is, is hij ook meteen weer een grote steun en neemt hij de zorg van Jax op zich. Dan kan ik ook mijn eigen tijd indelen en dingen voor mezelf doen. Dat werkt prima bij ons.” Kjeld knikt: “Die rollen pakken we makkelijk op. Onlangs gingen we samen mountainbiken en hebben we Jax bij opa en oma gebracht. Hij moest huilen toen we wilden vertrekken. Ik had me omgekleed, stond te wachten en Jill zei dat we Jax maar weer moesten meenemen. Ik vond dat onzin, omdat hij het daar goed heeft. Toen merkte ik weer dat moeders het lastig vinden om hun kind uit handen te geven. Ik ben wat nuchterder, Jill is heel erg beschermend. Dat is een goede moedereigenschap, hoor.” Jill: “Als ik mijn twee grote liefdes met elkaar zie, dan vind ik dat erg mooi. Ik kan eigenlijk niks mooiers bedenken. Kjeld achter de kinderwagen, dan word ik echt gelukkig, zo schattig. Kjeld komt best jong over. Als ik hem dan als papa zie... Knappe mannen met baby’s vind ik sowieso mooi.” Ze kunnen er nu om lachen. Kjeld wilde eigenlijk pas aan kinderen gaan denken na zijn carrière, maar vanaf het moment dat hij Jill leerde kennen, was er geen seconde twijfel. Toen hij in Emmen bij de studente pedagogische wetenschappen introk, ging het al snel over kinderen. Zeker toen collega’s Wouter olde Heuvel, Stefan Groothuis en Hein Otterspeer op en rond de ijsbaan te vinden waren met hun kids. Jill: “Toen ik Kjeld ontmoette, is alles eigenlijk in sneltreinvaart gegaan. We gingen al heel snel samenwonen. Hij verkocht zijn huis in Heerenveen en kwam naar Emmen. We hadden het over kinderen, het feit dat een aantal andere schaatsers vader werd, heeft het allemaal versneld. Daardoor kwam het gevoel van: waarom niet? Ik had hetzelfde, met vriendinnen om me heen die moeder werden. Ik heb ooit gezegd dat ik voor m’n dertigste moeder wilde worden, maar toen Kjeld er ook nog eens over begon, ging het allemaal heel snel.” Kjeld: “Als je een meisje als Jill tegenkomt, dan verandert er een heleboel. Niet het feit dat ik topsporter ben en wereldkampioen en olympisch kampioen wil worden, maar wel het deel van: kinderen komen daarna wel. Ik vond het mooi om m’n collega’s met hun kinderen bezig te zien. Daar hadden we het met z’n tweeën over. ‘Hoe zie jij dat?’ En: ‘Zullen we het gewoon gaan proberen?’” Fucking goed Jill is veel meer dan de moeder van z’n zoon, ze wil hem ook stimuleren het allerbeste uit zijn schaatscarrière te halen. Ze is thuis geregeld kritisch over de prestaties van Kjeld en probeert geregeld door te vragen. Waar- om is die ene echt grote titel er nog niet? Hoe kan het dat hij zoveel tweede plaatsen hee behaald? Jill heeft Kjeld ook geadviseerd om met een psycholoog te gaan praten. Kjeld: “Sinds ik met Jill ben, heb ik een andere kijk op sommige dingen. Zij doet pedagogische wetenschappen en daar komt ook psychologie bij kijken. Haar moeder is psycholoog. Niet dat ik bij haar moeder op de bank zit en sessies heb of zo, maar ik realiseer me wel dat ik met dat mentale deel nooit echt bezig ben geweest. Op dat vlak heb ik het geregeld laten liggen. Jill zei: ‘Je bent zo fucking goed, conditioneel gaat het goed en technisch is het ook allemaal in orde, maar als je er met je kop niet helemaal bij bent, moet je daar toch echt iets aan doen. Als je start technisch niet goed is, train je daar toch ook op? Als jij voor de start je hoofd niet op orde hebt, dan moet je daar toch ook met iemand aan werken?’ Door die gesprekken heb ik besloten hulp te zoeken bij een psycholoog. Ik wilde een aantal problemen tegelijk aanpakken. Het focussen voor een wedstrijd bijvoorbeeld. Ik was vaak overgeconcentreerd, wilde te graag, was te agressief. Het was zo extreem dat ik helemaal verkrampt aan de start stond, terwijl ik soepel weg moet kunnen schaatsen. Als ik relaxed ben, rij ik hard. Daar heb ik het weleens met Jill over en dan zegt ze: ‘Ga nou gewoon, huppakee!’ Zij geeft me meer een schop onder m’n kont dan dat ze zegt dat het wel goed was. Dat zou ze nooit zeggen, ze is gewoon eerlijk.” Boerderijtje De dromen van Kjeld gaan niet meer alleen over sportprestaties. Samen met Jill ziet hij het helemaal voor zich om Jax op te voeden op een boerderij met paarden. De stoere skateboarder van voorheen kiest nu voor het groen in Drenthe. Kjeld: “Ik vind het daar heel chill. Soms rijden we met de fiets langs de mooiste plekjes en zien daar de meest fantastische huizen te koop staan. Dan dromen we echt samen van een toekomst met onze zoon op het platteland, op een boerderij. Jill is gek op paarden en heeft ook aan wedstrijden meegedaan. Haar droom is om paarden bij ons huis te hebben. Die staan nu bij haar ouders, die hebben een erfje en stallen. Supermooi. In de zomer zijn we daar heel vaak, komen we echt tot rust. Mijn ouders zijn stiekem ook een huis aan het zoeken in het oosten van Nederland, daar in de buurt. Die willen ook graag een oud boerderijtje. Wij willen dat eigenlijk nu ook al wel, maar dat is niet realistisch. Daar komt veel te veel werk om het huis bij kijken. Als Jill klaar is met haar studie en ik met schaatsen, dan gaan wij lekker daar wonen en dan komt er misschien nog een kindje bij.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.