Word abonnee

Tennis

Tennis

Carlos Alcaraz: Een ‘zieke mix’

Hij won in 2022 al de US Open en werd de jongste nummer één van [...]
Hij won in 2022 al de US Open en werd de jongste nummer één van de wereld. Maar nadat Carlos Alcaraz (20) op Wimbledon in de finale – en in dé sportwedstrijd van het jaar – Novak Djokovic versloeg, weet iedereen het zeker: de toekomst van het mannentennis is in goede handen. ‘Wat hij laat zien, hebben we nog nooit gezien.’ Hij poseerde begin 2023 in alleen een onderbroek voor de campagne Calvins or nothing van kledingmerk Calvin Klein. Niet veel later was Louis Vuitton er als de kippen bij om hem binnen te hengelen als een van de dertien ambassadeurs – en als enige sporter – die het Franse modehuis wereldwijd vertegenwoordigt. Nike had de golden boy van het tennis al in 2020 aan zich gekoppeld – zeventien was hij destijds – en bedacht voor hem dit jaar de slogan ‘Don’t belong to an era, start your own.’ Vrij vertaald: behoor niet tot een tijdperk, begin er zelf een. Rolex en BMW zijn nog twee merken die maar wat graag geassocieerd wilden worden met hem. Jeugdige charme, een ondeugende, jongensachtige glimlach en – bovenal – star quality; het is de cocktail die Carlos Alcaraz in korte tijd razendpopulair heeft gemaakt. Hij veroverde eerst de kinderen, toen de vrouwen en daarna de rest van de tennisvolgers. Inmiddels weten ook mensen die het tennis amper volgen van zijn bestaan. Na Boris Becker, Steffi Graf, Andre Agassi, Venus en Serena Williams en Rafael Nadal is er weer iemand met zoveel uitstraling, dat zijn imago de sport nog voor zijn 21ste ver overstijgt. Alcaraz duikt niet alleen op in de sportkaternen van kranten en in sportmagazines, maar ook in modetijdschrift Vogue. Draagt hij zoals afgelopen zomer op Wimbledon een wit vissershoedje van Nike, dan is dat meteen nieuws en weet het sportmerk dat de zogenoemde bucket hats over de toonbank zullen vliegen. Een harde opslag opgevolgd door een harde forehand. Novak Djokovic slaat de bal in het net, waarna Alcaraz zich languit op zijn rug op het gras van het centercourt van Wimbledon laat vallen. Na bijna vijf uur tennis is op zondag 16 juli het onvoorstelbare gebeurd. Djokovic was de grote favoriet, had Wimbledon immers al zeven keer gewonnen en was sinds 2017 niet verslagen op het ‘heilige gras’. Alcaraz had voordat hij naar Wimbledon ging slechts elf potjes gespeeld op gras, al zat daar wel de titel op Queen’s tussen. Djokovic had een paar weken eerder zijn 23ste grandslamtitel in het enkelspel gewonnen op Roland Garros, mede door in de halve finale af te rekenen met Alcaraz, die verkrampte onder de druk en de hype die rond hem was ontstaan. Djokovic won de eerste set in minder dan een half uur met 6-1, maar daarna beet Alcaraz zich vast in zijn zestien jaar oudere tegenstander. De Spanjaard die ter motivatie en inspiratie vaak Rocky-films kijkt, vocht zich als een Rocky Balboa – het boksende personage van Sylvester Stallone – terug in de wedstrijd. Hij won de tiebreak van de tweede set, terwijl Djokovic veertien tiebreaks op rij had gewonnen tijdens grandslamtoernooien, en pakte vervolgens de derde set met 6-1. Daarna wisselde het momentum, Djokovic won de vierde set met 6-3 en de succesvolste tennisser ooit leek, zoals zo vaak als het spannend werd, door te drukken. Alcaraz liet zien ook mentaal al heel snel volwassen te zijn, hij brak zijn tegenstander meteen. Djokovic maakte die break in de volgende game ongedaan, waarna de jonge Spanjaard opnieuw door de service van zijn tegenstander brak. Snelheid en kracht afgewisseld met finesse, een staaltje ongekend verdedigen, onnavolgbare returns met de forehand en dubbelhandige backhand, dropshots; het hele arsenaal van Alcaraz kwam voorbij. Na een weergaloos punt toonde hij letterlijk zijn spierballen aan het publiek, dat op de banken stond. Nadat Djokovic zijn opponent had teruggedrongen achter de baseline, maar Alcaraz met kunst- en vliegwerk de bal steeds terugkreeg om uiteindelijk met een dubbelhandige backhand gepasseerd te worden aan het net, sloeg Nole uit pure frustratie zijn racket kapot tegen de netpaal. Hij was geklopt met zijn eigen wapens. Bij 5-4 liet hij op eigen service nog eens zien waarom iedereen hem al een tijd bestempelt als de nieuwe tennissensatie. Hij maakte eerst een punt met zijn handelsmerk: het dropshot. Daarna toonde hij het publiek, onder wie zangeres Ariana Grande, acteurs Brad Pitt, Hugh Jackman, Daniel Craig en Emma Watson, de Spaanse koning Felipe en de Britse royals William en Kate, een schitterende topspinlob, gevolgd door keiharde opslagen en een forehandwinner op matchpoint. Op matchpoint dacht hij terug aan de Wimbledon-finale van 2019. Federer stond in de vijfde set 8-7 en 40-15 voor tegen Djokovic, de 21ste grandslamtitel voor de op dat moment 38-jarige Federer leek in de knip. Maar Djokovic wist de twee matchpoints weg te werken, pakte de break en won uiteindelijk de tiebreak van de vijfde set bij 12-12. Federer won nooit meer een grandslamtoernooi. ‘Als je de vijfde set ingaat tegen Djokovic dan komen meteen een heleboel statistieken in je hoofd omhoog, zoals dat hij tien jaar lang geen wedstrijd had verloren op het centercourt van Wimbledon,’ aldus Alcaraz. ‘Op matchpoint dacht ik terug aan Federer in 2019 en zei tegen mezelf: alsjeblieft Carlos, laat wat Federer overkwam jou niet gebeuren. Er zijn zoveel wedstrijden en finales waarin Djokovic verslagen leek, maar die hij uiteindelijk toch won. Dat iemand als Federer zo verloor was wreed.’ Alcaraz: 'Federer had zoveel klasse, liet mensen op een andere manier naar tennis kijken. Naar hem kijken was als kijken naar een kunstwerk. Ik raakte betoverd door hem' Met een glimlach van oor tot oor stamelt hij na het beslissende punt: ‘Om Novak in zijn beste vorm te verslaan op dit toneel en geschiedenis te schrijven is geweldig. Het is goed voor de nieuwe generatie dat ze mij hem hebben zien verslaan, zodat ze nu kunnen denken dat zij dit ook kunnen.’ Djokovic is verbaasd dat Alcaraz zich veel sneller dan verwacht spelen op gras eigen heeft gemaakt: ‘Hij verraste mij, hij verraste iedereen.’ En tegen Alcaraz: ‘Ik dacht dat ik problemen met jou zou hebben op gravel en hardcourt, maar niet op gras.’ Het laatste woord is van de ene koning aan de andere. ‘Nu ik heb gewonnen, hoop ik dat u naar meer wedstrijden komt kijken,’ grapt Alcaraz tegen koning Felipe. Met de Wimbledon-titel op zak is iedereen het erover eens dat er eindelijk een wisseling van de wacht in het mannentennis gaande is. In 2022 won Alcaraz al zijn eerste grandslamtitel door de US Open te winnen en na het toernooi werd hij met zijn negentien jaar en vier maanden en zes dagen de jongste nummer één van de wereld bij de mannen. Maar in New York had hij het niet op hoeven nemen tegen Djokovic, die Amerika niet inkwam omdat hij zich weigerde te vaccineren tegen het coronavirus. Dat hij uitgerekend op Wimbledon wint van de Serviër neemt de laatste scepsis weg. Alcaraz is in Londen de eerste die de streak van ‘De Grote Vier’ doorbreekt. Sinds 2002 werden de grandslamtitels in het enkelspel bij de mannen verdeeld over Roger Federer, Rafael Nadal, Andy Murray en Djokovic. Het geeft maar weer aan dat een einde van een tijdperk aanstaande is. Federer is immers eind vorig jaar met pensioen gegaan, Nadal is vaker geblesseerd dan fit en de verwachting is dat 2024 zijn laatste jaar op de tour zal zijn, Murray heeft door verschillende operaties zijn oude niveau afgelopen jaren niet meer gehaald. Alleen Djokovic is still going strong, is nog superfit, maar ook al 36. Djokovic heeft de afgelopen jaren tal van spelers op zien komen van wie werd gedacht dat zij de macht over zouden nemen, maar telkens bleken ze de verwachtingen niet waar te kunnen maken. Ze moesten het doen met de kruimels die vooral Nadal en Djokovic de laatste jaren lieten liggen. Met Alcaraz is het een ander verhaal. ‘Een grote knuffel, geniet van het moment kampioen!’ post Nadal op social media nadat hij op tv zijn landgenoot Wimbledon ziet winnen. Djokovic onderkent tijdens de persconferentie na zijn nederlaag in de finale ook dat Alcaraz van een ander kaliber is. Hij noemt hem een complete speler, iemand die wat betreft mentale veerkracht en volwassenheid zijn leeftijd ver vooruit is. ‘De mensen hadden het de afgelopen twaalf maanden al over hem, zeiden dat zijn spel elementen bevat van Roger, Rafael en mij. Ik ben het daar mee eens. Hij verenigt het beste van drie werelden. Ik heb om eerlijk te zijn nog nooit tegen een speler als Alcaraz gespeeld.’ Brad Gilbert is oud-tennisser, tv-analist en was coach van onder anderen Andre Agassi en is dat nu van kersverse US Open-winnares Coco Gauff. In Vogue zei hij dat de generatie Federer/ Nadal/Murray/Djokovic eigenlijk drie generaties die daarna kwamen, heeft weggevaagd. Die kwamen er niet aan te pas doordat die vier een monopolie hadden wat betreft grandslamtitels. Over de nieuwe sensatie bij de mannen zei Gilbert: ‘Iedereen moedigt hem aan omdat het zo mooi is om naar hem te kijken. Hij is zo vasthoudend. Op welke ondergrond en waar hij ook speelt, past hij zich heel makkelijk aan.’ Wat heeft Alcaraz dan wat andere tennissers van nu niet hebben? Het is een combinatie van lef, aanpassingsvermogen, kracht, originaliteit, tactisch inzicht en een speelstijl die vernieuwend is. Hij gaat soms in een split of spagaat op de baseline om een bal te halen en staat daarna meteen weer klaar, hij lijkt de baan soms te gebruiken als een trampoline als je ziet hoe hoog en makkelijk hij springt, hij heeft een indrukwekkende opslag en een heel goede tweede service en hij heeft ijswater door de aderen stromen, anders zou hij op spannende momenten niet met dropshots komen. Gilbert: ‘Ik zou niet verbaasd zijn als hij over vijf jaar al zes of zeven grandslamtitels heeft gewonnen. Het zouden er zelfs tien kunnen zijn. Geluk speelt ook een grote factor. Hij moet blessurevrij blijven, want met zijn manier van spelen vraagt hij heel veel van zijn lichaam.’ • Alcaraz groeide op in El Palmar, een dorpje nabij Murcia. Tennis zat bij hem in het dna. Zijn opa, ook Carlos genaamd, tenniste al en transformeerde iets van veertig jaar geleden een kleiduivenschietbaan in een tennisclub. De vader van Alcaraz, ook Carlos genaamd, was een groot tennistalent, maar stopte door een gebrek aan financiële middelen en ging ook bij de tennisclub aan de slag als leraar en nam uiteindelijk de boel over. Hij drukte zijn vier zoons Alvaro, Carlos, Jaime en Sergio van jongs af aan een racket in de handen. Carlos, na zijn drie jaar oudere broer Alvaro, de een-na-oudste van het stel, begon op zijn vierde met tennis en liep elke dag rond op de club, omdat zijn moeder bij IKEA werkte. Volgens de overlevering begon hij te huilen als hij moest stoppen met tennis. Al snel werd duidelijk dat de kleine Carlos een groot talent was, maar het geld ontbrak om hem te kunnen ondersteunen. Alfonso Lopes Rueda bleek de reddende engel. Hij was niet alleen een vriend van de familie, maar ook directeur van de lokale yoghurt- en toetjesproducent Postres Reina. Het bedrijf ging Carlos vanaf zijn tiende sponsoren, waardoor hij naar jeugdtoernooien in Spanje en het buitenland kon en de beste coaches uit de regio kon betalen in ruil voor een logo van Postres Reina op z’n borst. Een jaar later stond sportmanagementbureau IMG al op de stoep en niet veel later had hij contracten met sportkledingmerk Lotto en racketmerk Babolat te pakken. De naam Alcaraz werd steeds vaker genoemd in het rijtje toekomstige toptennissers. Op zijn vijftiende ging hij in zee met Juan Carlos Ferrero, voormalig nummer één van de wereld en in 2003 winnaar van Roland Garros door in de finale Martin Verkerk te verslaan. Ferrero, die in 2012 stopte met tennis, had voordat hij zich in 2018 aan ‘Project Alcaraz’ verbond met Alexander Zverev gewerkt. ‘Ik had al veel over hem gehoord,’ vertelde Ferrero tegen Vogue, ‘vooral dat hij op de baan veel dingen deed die kinderen normaal gesproken niet doen, zoals het slaan van dropshots en lobs. Ook kwam hij vaak naar het net, terwijl veel van zijn leeftijdgenoten op de baseline blijven. Hij vocht bovendien voor elk punt en was heel dynamisch.’ Alcaraz: ‘Ik was als kind al erg talentvol, maar heb ook altijd heel hard gewerkt. Met alleen talent kom je nergens. Juan Carlos is heel belangrijk voor mijn ontwikkeling geweest, op professioneel en persoonlijk vlak. Als we samen zijn, hebben we het niet alleen over tennis, maar over alle andere dingen in het leven. Hij is eigenlijk een coach en vriend ineen.’ Er was veel werk aan de winkel, want de diamant moest flink gepolijst worden. ‘Vandaag de dag zijn alle spelers net beesten,’ aldus Ferrero, die als speler juist eerder iel was en de bijnaam El Mosquito had. ‘De meeste spelers spelen om te vernietigen, niet om te bouwen. Carlos kan ook heel hard slaan, maar is tegelijkertijd iemand die ook een punt op kan bouwen, is van nature heel creatief. Veel spelers vinden het bovendien lastig om de belangrijke punten te spelen. Carlos vindt dat juist het leukst en dat maakt hem speciaal. Dat is ook een heel goed teken met het oog op de toekomst.’ Niet alleen op de baan werd er hard gewerkt, ook op mentaal vlak werd hulp ingeschakeld. Psychologe Isabel Balaguer ging met hem aan de slag. Alcaraz: ‘Ik had moeite mijn emoties onder controle te houden. Op mijn vijftiende, zestiende gooide ik vaak met mijn racket en brak er af en toe een.’ Het was zo erg dat hij geregeld in huilen uitbarstte op de baan en na een nederlaag weigerde de baan te verlaten. ‘Ik was destijds een heel ander persoon,’ vertelde Alcaraz in The New York Times. ‘Ik genoot er veel minder van dan nu. Was altijd kwaad, zeurde veel. Dankzij Isabel is het veel beter geworden. Ik werd rustiger en daardoor begon ik veel meer van tennis te genieten. Gedurende een jaar wordt er heel veel van me gevraagd en is het essentieel om rustig te blijven. Daarnaast is het voor mij belangrijk om de baan op te stappen met een lach.’ • Hij timmert flink aan de weg. Niet alleen als tennisser, maar ook als ‘merk’. Hij volgt al een tijd Engelse les in de avonduren. Als hij op de baan een microfoon voor zijn neus krijgt, heeft hij er geen problemen mee om op charismatische wijze zijn verhaal te doen. Nadal was op zijn twintigste schuchter en wist niet hoe snel hij over moest schakelen op Spaans als mensen lachten als hij ‘happy’ uitsprak als ‘geppy’. Veel andere Spaanse tennissers bleken ook niet bepaald een talenknobbel te hebben. Alcaraz, die als tiener al zijn eigen liefdadigheidsstichting oprichtte waarmee hij mensen met het downsyndroom helpt, kan zich prima redden, glimlacht als hij spreekt en maakt grappen. Er wordt anders naar hem gekeken, maar zelf is hij niet veranderd door de successen. Hij heeft nog dezelfde vrienden – die hem Carlitos of Charlie noemen – als in zijn jeugd, hangt met hen rond in het park, kletst over voetbal – Alcaraz is supporter van Real Madrid – of speelt een potje schaak met hen. ‘Schaken vind ik geweldig. Ik vind het mooi om me erg te moeten concenteren, me te wapenen tegen de strategie van mijn tegenstander en vooruit te denken. Heel veel dingen in schaken komen overeen met tennissen. Je moet constant vooruit proberen te denken waar de tegenstander de bal zal slaan, je moet eigenlijk proberen een sprongetje vooruit in de tijd te maken en proberen iets te doen waarbij de tegenstander zich niet prettig zal voelen.’Federer: ‘Hij heeft alle wapens, kan wedstrijden op heel veel verschillende manieren winnen en dat is een kwaliteit die grote kampioenen bezitten’ • Sinds hij in februari 2020 op zijn zestiende debuteerde op de ATP Tour ging hij met reuzenstappen omhoog op de wereldranglijst. Eind 2021 won hij de Next Gen ATP Finals, het toernooi waaraan jaarlijks de grootste tennistalenten meedoen. In 2022 versloeg hij in Madrid een dag na zijn negentiende verjaardag Nadal in de kwartfinale. Hij werd de eerste tiener die de koning van het gravel, alleen al veertien keer winnaar van Roland Garros, versloeg op diens favoriete ondergrond. Een ronde later versloeg hij Djokovic. Nog nooit was iemand erin geslaagd om de twee tennisreuzen achter elkaar en op hetzelfde toernooi te verslaan. Alcaraz versloeg in de finale vervolgens Alexander Zverev. De eerste jaren werd uiteraard vooral de vergelijking met Nadal gemaakt, die ook al als tiener de top bereikte. Ze groeiden allebei op gravel op in Spanje, hadden beiden hun vechtersmentaliteit en atletisch vermogen als wapens. Daarnaast golden ze meteen als publiekslievelingen. Maar waar Nadal in zijn eerste jaren vooral excelleerde op gravel, bleek Alcaraz meteen op alle ondergronden uit de voeten te kunnen. Hij heeft immers al grandslamtitels op hardcourt en gras te pakken en won ook graveltoernooien. Dat hij heel allround is, bewijst hij elke wedstrijd. Hij kan heel agressief vanaf de baseline spelen, dicteert rally’s daar vandaan met harde klappen of zware topspinballen en slaat winners met zijn forehand. Zoals Nadal dat kan. In de verdediging gedrongen kan hij met zijn loopvermogen en geweldige voetenwerk de meest onmogelijke ballen halen en het initiatief overnemen of met een geweldige passeerbal met zijn dubbelhandige backhand komen. Zoals Djokovic dat doet. Djokovic stelt op Wimbledon na zijn nederlaag niet voor niets: ‘Het is indrukwekkend. Hij heeft de Spaanse stierenmentaliteit, heeft het competitieve, de vechtersmentaliteit en de ongelooflijke verdediging die we door de jaren heen van Rafa hebben gezien. Hij heeft ook een backhand waar hij heel mooi naartoe glijdt en die heeft weer overeenkomsten met mijn backhand. De dubbelhandige backhand, het verdedigen, de kwaliteiten om je aan te passen; dat zijn al jaren mijn kwaliteiten. Dat heeft hij ook.’ Maar Alcaraz schudt daarnaast op de meest onwaarschijnlijke momenten met succes dropshots uit zijn mouw, maar heeft er ook geen moeite mee om naar het net te komen om de bal af te smashen of te volleren. Hij bezit over een indrukwekkend balgevoel, heeft al tal van voor onmogelijk gehouden ballen geslagen. Zoals in de halve finale op Roland Garros toen hij een dropshot van Djokovic haalde, die de bal vervolgens in het open veld bij de baseline neerlegde. Alcaraz sprintte achter de bal aan, tegen beter weten in, dacht iedereen. Met zijn rug naar het net sloeg hij de bal zonder te kijken langs zijn verbouwereerde tegenstander die aan het net stond. Het leverde hem applaus van een lachende Djokovic op en een staande ovatie van het publiek. Wie zo’n ongelooflijke bal eerder had geslagen? Federer, de man van wie Alcaraz vroeger posters op zijn slaapkamer had hangen en die zijn grote voorbeeld is. ‘Rafa is iemand naar wie ik altijd heb gekeken. Ik bewonder hem heel erg,’ zei hij in Vogue, ‘maar Federer had zoveel klasse, liet mensen op een andere manier naar tennis kijken. Naar Federer kijken was als kijken naar een kunstwerk. Hij had elegantie, was magnifiek. Ik raakte betoverd door hem.’ Paul Annacone, oud-trainer van Federer en Pete Sampras, noemde hem vorig jaar de meest talentvolle teenager aller tijden. Oud-tennisser Ivan Ljubicic, na zijn loopbaan eveneens coach van Federer, was eerder dit jaar de eerste die het aandurfde hem als een mix van de beste drie tennissers aller tijden, Djokovic, Nadal en Federer – winnaars van respectievelijk 24, 22 en 20 grandslamtitels – te bestempelen. ‘Wat hij laat zien, hebben we nog nooit gezien. Hij is een of andere zieke mix van Djokovic, Federer en Nadal.’ Federer, die na zijn afscheid eind 2022 zei dat hij het jammer vond dat hij het nooit in een wedstrijd op had kunnen nemen tegen Alcaraz, reageerde tegenover CNN lachend: ‘Zei Ivan dat? Dat is nogal een compliment. Op zijn leeftijd laat hij ongelooflijke dingen zien. Ik vind het niet leuk om heel veel druk op jonge spelers te leggen, maar hij is iemand die zegt: ‘Ik ga naar Wimbledon of Parijs om te winnen.’ Hij legt de druk dus ook hoog bij zichzelf en dat vind ik geweldig. En daarom kan ik over hem ook wel zeggen dat hij in de toekomst schitterende dingen gaat bereiken. Hij heeft alle wapens, kan wedstrijden op heel veel verschillende manieren winnen en dat is een kwaliteit die grote kampioenen bezitten. Hij kan meerdere grandslamtitels winnen en hopelijk blijft hij ook jarenlang nummer één van de wereld.’ Nadal, die onlangs aangaf graag met Alcaraz te willen dubbelen op de Spelen in Parijs als zijn lichaam het toelaat, was terughoudender met bespiegelingen over zijn zeventien jaar jongere landgenoot. ‘We moeten voorzichtig zijn in onze oordelen over hem. De vooruitzichten zijn fantastisch, hij heeft power en is ambitieus, maar in de carrière van elke topsporter kunnen zoveel dingen gebeuren. Het is lastig om hem te adviseren. Ik ben er sowieso slecht in om advies te geven, omdat ik altijd meer heb geleerd door te kijken dan van woorden. Maar als ik hem iets zou mee willen geven, is het: blijf jezelf verbeteren of probeer dat in elk geval, want dat is wat je gemotiveerd houdt.’ • De woorden van Nadal zullen zijn coach als muziek in de oren hebben geklonken. Ferrero: ‘Wij, de mensen om hem heen, zijn ook een beetje bezorgd. Carlos heeft de kwaliteiten om een van de beste tennissers ooit te worden. Dat is duidelijk. Maar er kunnen nog heel veel dingen gebeuren. Hij is jong, er zijn nog heel veel dingen die hij niet ziet. We weten allemaal wat de risico’s zijn: feesten, afgeleid worden, niet geconcentreerd bezig zijn met tennis. Als je de kans krijgt om de rich and famous te ontmoeten, dan is het makkelijk om de weg kwijt te raken. Iedereen zal hem vertellen dat hij geweldig is, maar de mensen dicht om hem heen zullen de realiteit in het oog moeten houden. Hij kan nog op alle vlakken beter worden: zijn vasthoudendheid, zijn houding op moeilijke momenten, volwassenheid op de baan. We moeten blijven werken aan zijn zwakkere punten. De familie van Carlos speelt een heel belangrijke rol om hem met beide benen op de grond te houden.’ Broer Alvaro gaat geregeld met hem mee. Tijdens de US Open van vorig jaar deelden ze een hotelkamer, zoals ze vroeger een stapelbed deelden. Wat betreft de liefde: voor vrouwen is Alcaraz een interessant ‘object’. Hij zou een tijdje een relatie met Maria Gonzalez Gimenez hebben gehad, die net als hij in Murcia trainde. Maar hij geeft aan al een tijd als single door het leven te gaan. Tennis komt vooralsnog voor het meisje. ‘Het is lastig om nooit lang op één plek te zijn. Het is moeilijk om iemand te vinden met wie je dingen kunt delen als je altijd op een andere plek op de wereld bent,’ aldus Alcaraz. Ook geld, dat nu binnenstroomt dankzij astronomische bedragen aan prijzengeld en sponsorinkomsten, brengt hem niet van de wijs, verzekerde hij al. ‘Mijn vader past op het geld. Ik ben nog jong en heb mijn grillen. Ik ben gek van Nike-sneakers en vooral van de vintage- modellen. Die zijn behoorlijk duur en moeilijk te vinden. Er zijn een paar Jordans, Dunk Lows en schoenen van Travis Scott die ik graag wil hebben. Ik wil graag een heel mooie collectie verza- melen. Verder ben ik heel normaal en nederig. Ik besteed niet veel aandacht aan merken en auto’s. Als ik iets mooi of leuk vind, probeer ik het te kopen, maar uiteindelijk houdt mijn vader mijn uitgaven in de gaten.’ Alcaraz snapt dat zijn familie en begeleidingsteam een vinger aan de pols houden. Hij verwees in Vogue naar de periode in 2022, toen hij net zijn eerste grandslamtitel had gewonnen. ‘Ik had het moeilijk nadat ik de US Open won. Toen ik daarna weer toernooien ging spelen, voelde ik stress. Misschien had ik onvoldoende gerealiseerd wat er was gebeurd. Ik had bereikt waar ik van kinds af aan van had gedroomd. Onbewust was mijn inspiratie een beetje afgenomen. Dat was lastig. Ik dacht: waar gaat dit heen?’ Dat hij af en toe nog moet wennen aan nieuwe situaties bleek bij de afgelopen US Open. Waar iedereen al reikhalzend uitkeek naar een nieuwe confrontatie tussen Djokovic en Alcaraz in de finale, verloor Alcaraz in vier sets van Daniil Medvedev in de halve finale. ‘Wat Rafa, Roger en Djokovic gedaan hebben, is bijna onmogelijk,’ realiseerde Alcaraz zich eerder al, ‘als je je eerste grandslamtitel hebt gewonnen, zie je in hoe gecompliceerd het is wat zij hebben gedaan. Zij bleven hongerig.’ Hoe hij zorgt dat hij dezelfde honger houdt als zijn illustere voorgangers? ‘Mijn droom, een grandslamtitel winnen, is al uitgekomen. Ik moeten zorgen dat ik nu nieuwe dromen heb die ik uit wil laten komen.’ Bronnen: Vogue, CNN, The New York Times, Evening Standard Helden Magazine 69 Het portret van Carlos Alcaraz komt voort uit het dubbeldikke eindejaarsnummer van Helden. De laatste editie van 2023 staat traditioneel in het teken van een terugblik op het afgelopen sportjaar. Femke Bol  siert de cover. De atlete blikt uitgebreid terug op het jaar waarin alles wat ze aanraakte in goud leek te veranderen. Helden ging daarnaast in Engeland op bezoek bij Nathan Aké. Hij won met Manchester City de landstitel, FA Cup en Champions League won. Hij werd samen met zijn echtgenote Kaylee, met wie hij al sinds zijn vijftiende samen is, geïnterviewd en gefotografeerd. Bijzonder was ook het bezoek aan de familie Schippers. Dafne nam afscheid van de atletiek en samen met haar ouders, zus en broer blikte ze terug op haar indrukwekkende carrière. In de 69ste editie van Helden komen tal van sporters aan het woord die 2023 kleur gaven. Wout Poels blikt terug op ritzeges in de Tour en Vuelta, maar ook op het verlies van ploeggenoot Gino Mäder. Golden Sisters Bente en Lieke Rogge werden samen wereldkampioen waterpolo. Femke Kok kroonde zich tot de eerste Nederlandse wereldkampioene op de 500 meter en toont zich zoals we haar niet eerder zagen. Karolien en Finn Florijn zijn gezegend met geweldige roeigenen, ze pakten allebei WK-goud; een dubbelinterview. Jeffrey Hoogland is koning op de kilometer. Hij werd voor de vierde keer wereldkampioen op ‘zijn’ afstand en verbeterde het wereldrecord. Een openhartig gesprek met de kilometervreter. Verder pakten zeilers Bart Lambriex en Floris van de Werken een hattrick aan wereldtitels. Over zeilen gesproken: Marit Bouwmeester keerde terug na de bevalling van haar dochter in 2022 en werd meteen weer Europees kampioen. Feyenoord werd ook kampioen en Lutsharel Geertruida had daar een belangrijk aandeel in. Hij doet zijn verhaal. Joey Veerman won in 2023 de KNVB-beker en werd vader. Een gesprek met de uitgesproken voetballer over wie veel mensen een mening hebben. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 69 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Tennis

De twee gezichten van Botic van de Zandschulp

Botic van de Zandschulp (27) is in korte tijd uitgegroeid tot de beste tennisser van Nederland. Volgens kenners is hij hard op weg naar de absolute wereldtop. Hij heeft alles in zich om er te komen. Maar dan moet hij wel zijn driften onder controle krijgen, vertelt hij in aanloop naar Roland Garros en Wimbledon. Het leven buiten de tennisbaan? Voor veel opkomende tennisprofs is het niet bepaald een happy place. Constant in het vliegtuig, hotelkamer in, hotelkamer uit, omgaan met jetlags, teleurstellingen, urenlang trainen, wedstrijden spelen en tussendoor de tijd doden. Wie weinig moeite met dit leven heeft? Nederlands beste tennisser Botic van de Zandschulp. “Natuurlijk, het is soms eentonig, saai,” zegt hij, “je moet discipline op blijven brengen, goed op je lichaam passen, vroeg naar bed. Het is soms best een lastig en eenzaam bestaan, maar ik heb daar geen moeite mee. Ik houd van trainen en in m’n vrije tijd kijk ik vaak een serietje op m’n kamer. Wat mij het meeste moeite kost, is gek genoeg rustig blijven óp de baan.” Botic stond altijd al te boek als een groot talent. Hij werd in 2016 Nederlands kampioen, beklom in die periode de wereldranglijst, maar bleef steken door fysiek ongemak en omdat hij het zichzelf vaak moeilijk maakte tijdens wedstrijden. In het circuit werd weleens gefluisterd dat hij een tanker was; iemand die soms wedstrijden weggaf als het even tegenzat. Tijdens corona zette Botic de knop definitief om en maakte een flinke ontwikkeling door. Met een kwartfinaleplek op de US Open in 2021 wist hij zich vanuit het niets de top 100 in te slaan. Daarna steeg hij door, naar een plek in de mondiale top 30. De weg naar de absolute top gaat met vallen en opstaan, leerde de kopman van het Nederlands tennis toen hij in 2022 zijn eerste volledige seizoen op de ATP Tour draaide. Waar Botic buiten de baan kalm oogt, kan hij op de baan nog steeds zijn hoofd verliezen, al is dat in de loop der jaren een stuk minder geworden. “Je hebt als tennisser natuurlijk veel ups & downs, verliest bijna iedere week, speelt soms slecht, hebt te maken met lastige tegenstanders. Tijdens een wedstrijd kan het weleens donderen in mijn hoofd. Ik heb zo vaak gehad dat ik wist dat ik beter was, maar toch niet kon doordrukken. Dat heb ik nog steeds. Dit seizoen begon ik minder, doordat ik last had van een blessure en daarmee rondliep op de baan. Dan kan het weleens gebeuren dat het licht uitgaat, dat ik met mijn racket gooi, en ga zo maar door. Dat moet er echt uit.” Woede Waar die ergernissen en woede precies vandaan komen? KNLTB-coach Dennis Sporrel, die hem op verschillende toernooien begeleidde voordat Botic met Sven Groeneveld ging werken, heeft er wel een idee over. “Het komt doordat Botic alles perfect wil doen. Maar zoals bij veel sporten heb je het niet allemaal in eigen hand. Je moet soms ergens doorheen, met teleurstellingen omgaan, hebt te maken met tegenstanders die je verrassen of met pijntjes. Botic bereidt alles goed voor, is gedisciplineerd, traint keihard en laat geen procentje liggen.” Toch is dat niet altijd een garantie voor succes. En dat is frustrerend, legt Sporrel uit. “Doordat hij zo perfectionistisch is, kan hij zichzelf tijdens wedstrijden heel snel veroordelen. Hij hoeft één simpele bal te missen en hij staat te schelden. Wat dat betreft is hij hard voor zichzelf. Daar komt bij dat hij soms nog te veel bezig is met wat een tegenstander doet. Kost alleen maar energie. Je moet eerst zélf kwaliteit leveren.” Soms moeten zijn coaches of de mensen op de tribunes het weleens ontgelden. Het gedrag van Botic doet soms denken aan dat van Andy Murray, de nukkig ogende Schot die buiten de baan de vriendelijkheid zelve is. Hij lacht om de vergelijking: “Hij klopt alleen niet want als Murray kwaad wordt, gaat hij vaak beter spelen. Of hij zorgt er in ieder geval voor dat hij er het volgende punt geen last van heeft. Dat is bij mij wel anders. Ik blijf ermee rondlopen, kom er soms niet meer uit. Daarin heb ik mezelf echt moeten verbeteren. Soms riep ik op de baan verkeerde teksten. Ook mijn vriendin Floor heeft me daarmee geconfronteerd. Daarin is ze heel direct, en dat is goed. Mijn ergernis blijft een aandachtspunt, daar verlies ik punten en wedstrijden mee. Ik wéét dat ik me niet mag ergeren als iemand een goede bal slaat of geluk heeft, maar het blijft lastig.” Helden Magazine editie 67 Het eerste gedeelte van het verhaal van Botic van de Zandschulp komt voort uit Helden Magazine nummer 67, het Sportzomerboek, waar Mathieu van der Poel de cover siert samen met Sifan Hassan, Quilindschy Hartman, Lieke Martens & Jackie Groenen. De 67ste editie van Helden is een dubbeldik Sportzomerboek, waarin er volop aandacht is voor de Tour de France voor mannen en vrouwen, het WK voetbal, en het landskampioenschap van Feyenoord. Verder in Helden 67 uitgebreide interviews met: alleskunner Sifan Hassan in aanloop naar de WK atletiek, baanwielrenner Roy van den Berg, hockeysters Sanne Koolen en Pien Sanders, zwemster Marrit Steenbergen is sterker dan ooit, wielrenster Demi Vollering, Kiran Badloe over de metamorfose van windsurfer naar foiler, coureur en analist Giedo van der Garde over Nyck de Vries en Jos en Max Verstappen, en nog veel meer inspirerende verhalen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine editie 67! Wil je geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen.

Tennis

Tim van Rijthoven: ‘Mijn levensgeluk hangt niet alleen af van een tennisbal’

Tim van Rijthoven werd al van jongs af aan gezien [...]
Tim van Rijthoven werd al van jongs af aan gezien als een groot talent. Afgelopen jaar brak de tennisser door. Op zijn 25ste won hij het ATP-toernooi van Rosmalen en haalde hij de vierde ronde op Wimbledon. Tijd om hem in aanloop naar Roland Garros te confronteren met uitspraken die hij zes jaar geleden deed in Helden. ‘Richard Krajicek is mijn mentor. Natuurlijk kan ik alleen maar dromen van wat Richard heeft gepresteerd, maar als speler lijk ik wel een beetje op hem.’ “Ik sta nog steeds achter de uitspraak die ik op m’n negentiende deed. Als tennisser moet ik het ook hebben van een goede service, zoals dat bij Richard Krajicek ook het geval was. Ook ik heb een heel aardige forehand. Verschil is dat Richard wel beter kon volleren. Een jaar nadat ik deze uitspraak deed, werd Richard mijn coach. Ik heb heel veel van hem geleerd, vooral ook op mentaal vlak. Dat is ook de reden dat ik hem nog steeds mijn mentor noem. Begin 2019, na anderhalf jaar, stopte Richard als mijn coach, maar het contact is nog altijd goed. We golfen geregeld samen, zoon Alec gaat ook vaak mee. Ik vond het ook heel mooi dat Richard mij de prijs uitreikte toen ik in december werd gekozen als Tennisser van het Jaar. Hij appte me meteen toen ik afgelopen jaar het ATP- toernooi van Rosmalen won. Ik heb hem toen ook bedankt voor de rol die hij in mijn carrière heeft gespeeld en nog altijd speelt. Tennisinhoudelijk speelt Richard geen rol meer, maar op andere vlakken is hij op de achtergrond nog steeds belangrijk. Hij kende me als toernooidirecteur ook weer een wildcard voor het ABN AMRO Open toe. En hij heeft een goed woordje voor me gedaan bij de organisatie van Wimbledon nadat ik Rosmalen won. Hij stuurde een mail waarin hij mij aanprees, schreef: ‘Deze jongen verdient echt een kans.’ Als de Wimbledon-winnaar van 1996 zoiets voor je doet... 'Krajicek heeft een goed woordje voor me gedaan bij de organisatie van Wimbledon, zei: 'Deze jongen verdient echt een kans.' Als een Wimbledon-winnaar zoiets voor je doet...' Dat vond ik zo’n mooi gebaar. Niet veel later kreeg ik de grote baas van Wimbledon aan de lijn, hij zei: ‘Tim, we reiken je de wildcard uit, gefeliciteerd.’ Heel bijzonder dat ik die wildcard kreeg als niet-Brit en speler die nog niet heel veel aansprekende resultaten kon overleggen. De mail van Richard heeft er, denk ik, voor een belangrijk deel voor gezorgd dat ik die wildcard kreeg.” Nog belangrijker was dat je Rosmalen won. Je begon als nummer 205 van de wereld aan het toernooi en versloeg onderweg naar de titel drie spelers uit de mondiale top twintig, onder wie in de finale Daniil Medvedev, op dat moment nummer twee. Tim knikt. “In Surbiton, de week voor Rosmalen, verloor ik op gras nog in de eerste ronde van de Fin Otto Virtanen, nummer 375 van de wereld. Ik speelde helemaal niet slecht. Vaak wordt onderschat hoe hoog het niveau is van de jongens in de top vierhonderd. Op Rosmalen speelde ik echt niet heel veel beter dan in Surbiton, maar ineens won ik van Taylor Fritz, Félix Auger-Aliassime en Daniil Medvedev, toen de nummers veertien, negen en twee van de wereld. Het heeft denk ik met comfort te maken dat het allemaal lukte die week. Ik speelde voor eigen publiek, familie en vrienden kwamen kijken. Elke dag ben ik lekker op en neer naar huis gereden. Ik zat niet in een hotel, hoefde niet elke dag in een restaurant te eten. Dat is normaal wel het geval, dan zie ik alleen de tennisbaan en een hotelkamer. Heerlijk dat het die week anders was. Ik voelde helemaal geen spanning, stond er zo in dat elke overwinning was meegenomen. Bij elke wedstrijd dacht ik: hij staat hoger dan ik, de druk ligt bij hem. Toen ik in de halve finale in drie zwaarbevochten sets won van Auger-Aliassime dacht ik: gebeurt dit allemaal wel echt? Toen landde bij mij dat ik gewoon de finale van een ATP-toernooi ging spelen tegen een van de beste spelers van de wereld. Toch kon ik ook goed slapen voor die finale en voelde ik geen zenuwen. Ik begon aan het toernooi als nummer 205 van de wereld, mijn week was toch al meer dan geslaagd. De finale won ik met 6-4, 6-1. Ik heb me tijdens de wedstrijd geen moment toegestaan om aan de zege te denken. Ook toen ik dik voor stond, dacht ik: deze finale kan nog steeds kantelen. Ik was zo scherp. Pas na afloop realiseerde ik me dat hij er eigenlijk helemaal niet aan te pas was gekomen. Na de finale werd Medvedev nummer één van de wereld en had ik een ATP-titel.” Lachend: “Vond ik mooi verdeeld.” Medvedev riep na afloop dat jij goed genoeg was voor de top tien van de wereld, zeker op gras. “Dat was enerzijds mooi om te horen, maar tegelijkertijd verwachtten mensen dan meteen dat ik wel even door zou stoten naar de wereldtop. Die plotselinge hoge verwachtingen waren voor mij wel een dingetje. Als tiener waren ze er ook bij mij, maar daarna vervaagden die. Ik vond het fijn dat ik een beetje buiten beeld was. Toen ik gevrijwaard bleef van blessures begon ik beter en beter te spelen, mede doordat er niemand op mij lette of iets van mij verwachtte. Ineens waren de hoge verwachtingen terug na Rosmalen. Ik moet er een manier voor vinden om dat wat mensen van mij verwachten naast me neer te leggen. Vroeger had ik daar heel veel moeite mee. Nu ben ik een paar jaar ouder, ik kan er beter mee omgaan, maar makkelijk is het nog altijd niet.” Veel mensen zien het al van jongs af aan in jou zitten. Mede door blessures kwam het er lange tijd niet uit. Heb je afgelopen tijd ook gedacht: eindelijk is het me gelukt. “Tuurlijk. Ik heb eindelijk laten zien wat ik kan. Dat het er eindelijk uit is gekomen is voor veel mensen die het altijd in mij hebben zien zitten, heel fijn. Nadat ik de felicitaties van Medvedev in ontvangst had genomen, ging ik meteen naar mijn moeder toe om haar een knuffel te geven. Zij heeft alles van dichtbij meegemaakt, heeft gezien door welke dalen ik heb moeten gaan de afgelopen jaren. Er was nog best wat controverse dat ik mijn moeder een zoen op de mond gaf, maar dat is voor mij redelijk normaal. In het buitenland vinden ze dat toch een beetje raar. Mijn broertjes Max en Sem waren ook helemaal door het dolle heen. Zes jaar geleden was Max volle bak aan het puberen, daar had ik toen flink wat mee te stellen. Sem kroop destijds geregeld bij mij in bed, was blij als ik verloor omdat ik dan tenminste naar huis kwam. De situatie is nu heel anders. Naarmate zij ouder worden, groeien we steeds meer naar elkaar toe. Zij gunnen me alles, zijn allebei topgasten.” Jij komt uit een gezin met gescheiden ouders. Hoe reageerde je vader op de titel? “Hij was op vakantie in Italië tijdens Rosmalen. Met hem heb ik de afgelopen jaren niet heel veel contact gehad. Hij heeft zich ook redelijk afgezonderd. Het was mijn keuze om bijna een jaar zo goed als geen contact met hem te hebben. Het was allemaal iets te beladen en intens. Het contact is wel wat teruggekeerd de laatste weken. Hij is trots op me, dat heeft hij ook laten weten in een interview.” Na Rosmalen haalde je de vierde ronde op Wimbledon. Novak Djokovic moest eraan te pas komen om je naar huis te sturen. Jij bent degene die het hem daar het lastigst heeft gemaakt. Jammer dat uitgerekend afgelopen jaar de punten van Wimbledon niet meetelden voor de wereldranglijst. “Dat vind ik natuurlijk ook heel jammer. Als die punten hadden meegeteld, had ik nu rond plek zeventig op de wereldranglijst gestaan en had ik rechtstreeks alle grote toernooien ingekomen. Ik ben niet de enige voor wie het jammer is dat er op Wimbledon geen punten verdiend konden worden. Djokovic won, maar kreeg nul punten voor zijn titel. Ook al is het voor mij nadelig, ik vind het toch het eerlijkst nadat Wimbledon besloot om de Russische tennissers vanwege de oorlog de toegang te ontzeggen.” Helden Magazine 66 Het eerste gedeelte van het verhaal van Tim van Rijthoven komt voort uit Helden Magazine 66. De 66ste editie staat in het teken van ‘nieuwe Helden’. Op zijn 28ste heeft Nyck de Vries een stoeltje in de Formule 1 bemachtigd. Helden ging bij hem langs in Monaco en sprak hem over het bizarre leven dat hij leidt. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met duizendpoot Rico Verhoeven. Hij is al tien jaar wereldkampioen kickboksen, succesvol ondernemer, vader én acteur. Ook een gesprek met Daphne van Domselaar. Bij het EK van 2022 werd de doelvrouw van FC Twente gebombardeerd tot nieuwe held en is nu de eerste keeper van Nederland. Daarnaast spraken we met Xavi Simons, wie al sinds jongs af aan in the picture staat én breekt marathonloopster Nienke Brinkman record na record. Verder in Helden 66 interviews met de trainer van Feyenoord: Arne Slot, goede vrienden en wielrenners: Fabio Jakobsen en Julius van den Berg, één van de kroonjuwelen van Ajax: Kenneth Taylor én paralympisch zwemkampioene: Chantalle Zijderveld. José de Cauwer is oud-renner en wieleranalist van de VRT. Een gesprek over onder meer Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard. Klaas-Jan Huntelaar blikt terug op de koninklijke avond in Madrid. Victoria Koblenko spreekt paralympisch wielerkampioen Tristan Bangma. Als laatste verteld Nouchka Fontijn in ‘De dag dat alles misging’ dat ze dacht dat ze wereldkampioen was én Fenna Kalma is de aanstormende spits van de Oranjevrouwen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 66 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Tennis

Dávid Hancko en Kristyna Pliskova: ‘Wij kijken thuis alleen sport’

De een is verdediger bij Feyenoord, de ander is proftennisster. De [...]
De een is verdediger bij Feyenoord, de ander is proftennisster. De Slowaak Dávid Hancko (25) en Tsjechische Kristyna Pliskova (30) wonen sinds vorige zomer in Rotterdam met hun acht maanden oude zoontje Adam. Adam van acht maanden kruipt over de vloer in hun appartement in Rotterdam. Dávid Hancko, geboren en getogen in Slowakije, doet gauw een andere broek aan voor de fotoshoot. Kristyna Pliskova houdt haar zoontje in de gaten en praat wat in het Tsjechisch tegen hem. Kristyna legt uit: “Ik praat Tsjechisch tegen Adam en Slowaaks tegen David. De talen lijken op elkaar. Als Adam over een paar jaar naar school gaat, moeten we kiezen wat zijn eerste taal wordt. Anders wordt het zo’n raar mengelmoesje.” Dávid en Kristyna leerden elkaar kennen in de Tsjechische hoofdstad Praag. Dávid speelde op dat moment bij Sparta Praag, Krystina trainde bij tennisclub Sparta Praag. De twee zijn inmiddels drie jaar samen. In februari vorig jaar trouwden ze en in mei werd Adam geboren. Kristyna, net als tweelingzus Karolina – voormalig nummer één van de wereld – toptennisster: “We zagen elkaar voor het eerst op Instagram. Ik zag een foto van jou voorbijkomen, die likete ik. Ik kende je niet, wist ook niet dat je voetbalde. We raakten in gesprek. Ik zat op dat moment in Australië voor de Australian Open. Jij bleef ’s nachts wakker en we kletsten. Toen ik terug was in Praag, spraken we af.” Dávid: “Ik kende jou wel, wist ook dat Karolina jouw tweelingzus is. We zagen elkaar voor het eerst op 8 februari 2020. Een maand later kwam de coronapandemie. Vanaf dat moment waren we iedere dag samen. Ik had mijn individuele programma van Sparta Praag, stond op om zeven uur, ging hardlopen en ontbeten we samen. Daarna trainde jij op een baan in de buurt, die voor jou en je zus geopend was. Met mijn zwager, Karolina’s man, ging ik vaak kijken naar jullie trainingen. We hielpen met ballen rapen. Daarna gingen we met z’n allen lunchen.” Kristyna: “We leerden elkaar in korte tijd goed kennen. Ik hoefde niet te reizen, alles lag stil.” Dávid: “Die eerste vier maanden van onze relatie waren we iedere dag samen. Daardoor wist ik al snel dat jij voor mij de ware was.” Kristyna: “Ik vond jou meteen al een gentleman, je bent zo lief voor mij. Je bent grappig en ook nog eens lang. We hadden meteen een heel goede klik.” Kristyna: 'Ik vond Dávid meteen al een gentleman. Je bent zo lief voor mij. Je bent grappig en ook nog eens lang. We hadden meteen een heel goede klik' Dávid: “Ik vond jou een prachtige verschijning, en nog steeds. Bovendien hebben we veel gemeen, zijn allebei topsporters, snappen elkaar. Jij snapt wat ik meemaak in het voetbal en dat ik een druk schema heb. Het is heel fijn dat we allebei zoveel van sport houden. Tijdens de Europese tennistour kijken we na mijn training de hele middag tennis. Daarna switchen we naar Champions League wedstrijden of duels uit de Engelse Premier League.” Kristyna, lachend: “We kijken thuis alleen naar sport.” Ze vervolgt: “Toen de lockdown voorbij was en we mochten reizen, startte ik weer met het spelen van toernooien. Dat vond ik lastig, ik wilde ook bij jou zijn. Tijdens een wedstrijd wilde ik winnen, maar na een verliespartij vloog ik liever naar huis dan dat ik nog uitkwam in het dubbelspel. Ik heb in 2021 niet altijd de beste keuzes gemaakt voor mijn carrière, vond het fijner om bij jou thuis te zijn. Het was een van de redenen waarom we besloten dat we graag een kind wilden. Ik was al dat reizen een beetje zat.” Dávid: “Mensen zeiden tegen ons: ‘Is Kristyna nu al zwanger? Jullie zijn net samen.’ Wij waren zeker van onze zaak.” Dávid kon vanwege zijn eigen carrière niet vaak aanwezig zijn bij Kristyna’s toernooien. “Mijn hoogtepunt was Wimbledon. Nadat wij met Slowakije in de groepsfase uitgeschakeld waren op het EK in 2021 vloog ik naar Londen. Jij zat in een coronabubbel, daar mocht ik met jou in. Ik zag alle grote tennisspelers rondlopen.” Kristyna: “Roger Federer zat naast ons te eten. Normaal gesproken kom je zo iemand niet gauw tegen, toen was dat wel het geval.” Dávid: “Twee dagen voor Wimbledon gaf je me een rondleiding over het park. We liepen naar het centercourt en ik maakte wat foto’s.” Kristyna, lachend: “Ik vroeg jou: wat zou je doen als je nu Federer tegenkwam. Je zei: ‘Dan word ik gek.’ Wat denk je? Een paar minuten later stond Federer op het centercourt. Je wilde hem vragen of je met hem op de foto mocht, maar durfde dat niet.” Dávid: “Ik wilde hem niet storen. Hij was bezig met een televisie-interview, ik wilde niet zo’n fan boy zijn.” Lachend: “Ik baal er nog van dat ik niet met hem op de foto ben gegaan.” Krystina: “Vlak daarna zag je Novak Djokovic trainen.” Dávid knikt: “We liepen door naar een andere baan, bleek Djokovic daar te spelen. Ik had de tijd van mijn leven.” Cruijff-voetbal Dávid groeide op in een dorpje met 1600 inwoners, nabij de Slowaakse stad Prievidza, met zijn ouders en vijf jaar oudere zus Martina. Dávid: “Iedereen kende elkaar. Ik had een fantastische jeugd. Na school kwam ik thuis en ik voetbalde op straat tot het donker werd. Als kind hield ik niet van tekenfilms, in plaats daarvan zetten mijn ouders altijd een video voor me op met de hoogtepunten van het WK in 1998 in Frankrijk, daar maken ze nu nog grappen over. Martina is ook sportief, was crosscountry skiër, maar is gestopt omdat ze wilde studeren. Mijn vader voetbalde vroeger ook, op een bescheiden niveau in de vijfde divisie. Hij is een van de belangrijkste personen in mijn carrière, was tot mijn twaalfde coach van de teams waarin ik speelde. Hij is tactisch heel goed. Als we vroeger na een wedstrijd naar huis reden, zei hij altijd: ‘We kunnen het hebben over de 97 procent die je goed deed of over de drie procent die minder ging.’ Ik bel hem nog altijd voor en na iedere wedstrijd. Mijn moeder is ook een grote steun, hoor. Zij was nooit de grootste voetbalfan, maar kijkt vanaf mijn dertiende ook iedere wedstrijd. Ze wil alles weten, houdt zelfs de Instagram accounts van mijn teamgenoten in de gaten. Mijn ouders komen geregeld naar Rotterdam om naar mij te komen kijken. En natuurlijk om hun kleinzoon te zien.” Op zijn vijftiende kwam Dávid terecht in de jeugdopleiding van het Slowaakse MSK Zilina. Dávid: “Dat was een grote verandering. Ik ging uit huis, moest alles zelf regelen en snel zelfstandig worden. Bij Zilina heb ik de basis geleerd. Ik was nooit degene van wie men verwachtte de top te zullen halen, er waren altijd spelers beter dan ik. Ik was niet de snelste, de sterkste of de langste, had alleen een goed linkerbeen. Wilde per se slagen en in het eerste van Zilina komen, heb daar keihard voor moeten werken.” Het Slowaakse Zilina en het Nederlandse voetbal hebben meer gemeen dan je zou verwachten. “We leerden voetballen volgens de Hollandse school, het Cruijff-voetbal. We speelden in een 4-3-3-systeem, aanvallend en op balbezit. In het Slowaaks elftal zitten nu zelfs negen spelers die oorspronkelijk van Zilina komen.” Op zijn negentiende werd Dávid verkocht aan Fiorentina voor ruim 3,5 miljoen. Dávid: “Vroeger op school riep ik altijd dat ik profvoetballer wilde worden, maar niemand geloofde dat het me zou lukken. Toen wilde Fiorentina mij ineens hebben. Hoewel ik dat seizoen nauwelijks heb gespeeld, heb ik veel geleerd.” Stefano Pioli, de huidige trainer van AC Milan, stond op dat moment aan het roer van Fiorentina. “Van Pioli heb ik op tactisch gebied veel geleerd. Vooral de Italiaanse manier van verdedigen. Ik heb mooie dingen meegemaakt en ervaringen opgedaan, reisde naar San Siro in Milaan, naar Juventus in Turijn, speelde in de basis tegen Napoli.” Na een jaar vooral op de bank te hebben gezeten, vertrok Dávid op huurbasis naar Sparta Praag, dat hem uiteindelijk overnam. “Ik speelde iedere wedstrijd en heb in de Europa League mogen acteren. Het laatste seizoen gebruikte de coach mij als aanspreekpunt naar de spelers. Ook van sportief directeur Tomás Rosicky, oud-speler van onder meer Arsenal en Borussia Dortmund, heb ik veel geleerd. Hij gaf me tips na de wedstrijden. In Tsjechië voel je dat Sparta Praag een heel grote club is. De verwachtingen en druk die de fans je opleggen zijn groot. Die ervaring heeft me enorm geholpen toen ik aankwam in Rotterdam.” Schouderklopje Kristyna groeide op in Louny in Tsjechië. Al op haar vierde raakte ze voor het eerst, samen met haar tweelingzus Karolina, een tennisracket aan.“We waren nog te jong om te zwemmen of andere sporten te doen, maar mochten wel tennissen. Mijn ouders waren modern, wilden dat we van jongs af aan kansen kregen. Het leek hen goed dat wij op jonge leeftijd begonnen met een sport. Zelf waren ze niet heel sportief, hoewel mijn vader vroeger wel heeft geijshockeyd. Al snel bleek dat wij lang zouden worden, wat gunstig was voor het tennis. Ons leven bestond uit tennis, er was ook geen andere optie. School of een sociaal leven combineren met tennis was voor ons niet mogelijk. Gelukkig hadden Karolina en ik elkaar. Wij hebben tot ons twintigste samen gereisd, deelden ook een coach. Het was een fantastische tijd, maar achteraf denk ik wel: het was ook weleens te veel. Wij deelden altijd een kamer om geld te besparen, zaten continu op elkaars lip. Sinds de geboorte van Adam praten Karolina en ik veel over het verleden en hoe het voor ons was.” Dávid: 'Ik vond Kristyna een prachtige verschijning, en nog steeds. Bovendien hebben we veel gemeen, zijn allebei topsporters, snappen elkaar' Als jeugdspeler won Karolina al de Australian Open en Kristyna Wimbledon. Karolina, de huidige nummer 31 van de wereld, voerde in 2017 acht weken lang de wereldranglijst aan. Ze schreef tot nu toe zestien WTA-toernooien op haar naam in het enkelspel en won al bijna 25 miljoen dollar aan prijzengeld. Kristyna stond in 2017 35ste op de wereldranglijst, haar hoogste positie tot nu toe. Ze won twee WTA-titels in het enkelspel en sleepte tot nu toe zo’n 3,5 miljoen dollar aan prijzengeld in de wacht. Het record van de meeste aces in een wedstrijd staat ook op haar naam. Bij de Australian Open in 2016 sloeg ze er 31. Kristyna, lachend: “Dat is een bekende statistiek, die hoor ik vaak terugkomen. Ik vind het best bijzonder, hoor, maar wij hebben geleerd om nooit tevreden te zijn. Er was altijd een volgende wedstrijd. Van mijn ouders kregen wij nooit een schouderklopje. Je zal mij nooit horen zeggen dat ik goed gespeeld heb of een goede tennisster ben, dat hebben wij thuis nooit leren zeggen. Mijn ouders zijn streng. Als ik nu naar mijn carrière kijk, ben ik niet per se trots op een of twee wedstrijden, maar op het geheel. Als jonge meisjes hadden wij geen geld. Mijn ouders steunden ons financieel tot ons twintigste. Op dat moment kwam mijn vader in de problemen met de belastingdienst. Hij heeft zelfs nog even in de gevangenis gezeten. Karolina en ik moesten onszelf redden. Dat we het toch hebben gered samen, daar ben ik trots op. Bovendien zie je in de topsport niet vaak tweelingen die de top halen.” Van een concurrentiestrijd met haar zus is geen sprake, benadrukt Kristyna. “De connectie met een tweelingzus is anders dan met een gewone zus, denk ik. Wij hebben zo’n sterke band en elkaar nooit als concurrent gezien. We hebben geregeld tegen elkaar moeten spelen op toernooien, dat was natuurlijk minder. Ook voor onze moeder was dat vreselijk. Door de buitenwereld en media zijn wij wel altijd met elkaar vergeleken, vanaf het moment dat Karolina in de jeugd de Australian Open had gewonnen en ik Wimbledon. Ik voelde altijd die druk, kreeg continu vragen als: ‘Waarom won Karolina wel en jij niet?’ Wij zijn tweeling, maar hebben ook een ander leven. Toch zullen wij tot onze dood wel met elkaar vergeleken worden. Het afgelopen jaar presteerde Karolina minder. Er werd geregeld aan haar gevraagd: ‘Je zus heeft nu een kind, wanneer ben jij zwanger?’ Mensen bedoelen het niet slecht, hoor, maar die druk van buitenaf en de media is immens.” De geboorte van Adam, in mei 2022, heeft Kristyna veranderd. “Inmiddels heb ik anderhalf jaar niet kunnen spelen en mis het tennis enorm. Ik zie aan Karolina dat zij nog steeds nooit tevreden is. Ik probeer haar te overtuigen om van het tennis te genieten, want misschien wordt zij over twee jaar ook wel moeder en kan dan niet meer tennissen. Voor haar is dat nu nog moeilijk te beseffen, ze zit er nog middenin.” Kristyna is gebrand op een comeback in het tennis. “Onder ons appartement zit een sportschool, ik probeer daar nu geregeld naartoe te gaan. Toen ik zwanger was, zei ik: over een jaar ben ik weer terug op de baan, dan doe ik weer mee aan de Australian Open. Ik zorg nu fulltime voor Adam, dat is niet altijd even makkelijk, ik kan niet zomaar trainen wanneer ik wil. Wij zouden graag een tweede kindje willen over een paar jaar, pas daarna stop ik echt met tennis. Ik wil niet terugkijken en denken: had ik het maar geprobeerd.” Kalmte Met elkaar praten Dávid en Kristyna geregeld over hun sport. Kristyna: “Er zijn weinig overeenkomsten tussen voetbal en tennis. Soms kijk jij naar een wedstrijd van Karolina en zeg je: ‘Hoezo gaat zij niet voor die bal?’ Als je op de baan staat, voel je waarom je die keuze maakt. Op tv ziet het er heel anders uit. Ik voel wat zij meemaakt. Jij bent heel anders, op mentaal vlak, maar de sport is ook anders.” Dávid: “In beide sporten moet je honger hebben naar succes: als je wil winnen, moet je er hard voor werken. Bij jou is het in een stadion misschien stil, bij ons schreeuwen er veertigduizend mensen vanaf de tribune. De druk die de fans ons opleggen, voelen wij als voetballers enorm. Jij staat er weer alleen voor. Ik heb tien andere spelers om me heen, dat is een groot verschil. Maar allebei voelden we die vreselijke druk.” Kristyna: “Tennissers ervaren ook nog de financiële druk: als je niet wint, verdien je geen geld en kun je je coach niet betalen. Ieder jaar moet je je punten verdedigen, anders verlies je je ranking. Jij hebt een vierjarig contract en de club regelt alles voor je. In het tennis verdient de top 100 goed, voor de overige spelers is het ontzettend hard werken voor weiniggeld. En als je geblesseerd bent, verdien je niks. Ik heb veel prijzengeld verdiend, maar het leven is ook duur. Veel meiden reizen alleen of moeten een kamer met hun coach delen. Tennis kan eenzaam zijn, tussen de spelers onderling is er weinig vriendschap.” Mentaal is het leven als topsporter zwaar, beamen beiden. Kristyna: “In Tsjechië hebben wij een mentale coach gedeeld. Ik werkte al met hem, Dávid later ook. Samen praten wij ook veel over onze mentale gezondheid.” Dávid: “Jouw coach viel het op dat je beter speelde als je vijf minuten voor de wedstrijd even met mij praatte. Ik zei nooit: je moet zo spelen of dit doen. Het enige wat ik zei was: of je nou wint of verliest, ik hou meer van je dan gister. Die kalmte breng ik blijkbaar over op jou.” Dávid: 'Kristyna staat er alleen voor. Ik heb tien andere spelers om me heen, dat is een groot verschil. Maar allebei voelden we die druk' Kristyna: “Ik vroeg jou altijd: als ik verlies, hou je dan nog wel van me? Jij geeft mij rust. Wat ik tegen jou zeg voor een wedstrijd?” Lachend: “Kom terug met drie punten.” Dávid: “Anderhalf uur voor de wedstrijd leg ik mijn telefoon weg. Voor die tijd appen of bellen we altijd even. Je wenst me succes en zegt: of je nou wint of verliest, wij wachten thuis op je. Hoewel de boodschap voor iedere wedstrijd hetzelfde is, helpt het mij.” Kristyna: “Met Adam ben ik twee keer naar De Kuip geweest, dat vond ik best lastig met een baby. Als er iemand is om op Adam te passen, dan ga ik naar het stadion. Anders kijk ik thuis.” Chaos Vooral voor Kristyna is er in een jaar tijd veel veranderd. “Ik was als tennisster nooit lang op één plek. Toen ontmoette ik jou, werd zwanger, we trouwden, kregen een zoontje en verhuisden naar Rotterdam. Voor het eerst sinds mijn zesde ben ik ergens voor langere tijd.” Dávid: “Jij hebt veel opofferingen voor mijn carrière gemaakt. Je moest stoppen met tennis, dat je al vanaf je vierde deed, je grootste liefde. Adam werd geboren en vervolgens ben ik de hele zomer bezig geweest met mijn transfer naar Feyenoord. Dan belde de trainer, dan mijn manager, dan de technisch directeur... dat duurde uiteindelijk negen weken. De eerste twee maanden van het leven van Adam was het een chaos.” Kristyna: “Daarna verhuisden we, wat ook spannend was.” Na drie seizoenen bij Sparta Praag maakte Dávid in augustus 2022 de overstap naar Feyenoord. Er werd zes miljoen euro voor de centrale verdediger betaald. “Bij Sparta Praag wist ik dat ik een belangrijke speler zou worden dit seizoen. Het was veilig om te blijven, maar ik heb altijd gezegd: als ik de kans krijg om in een topcompetitie bij een topclub te spelen, dan ga ik. Toen kwam Feyenoord. Ik wist van hun succes van vorig seizoen, dat ze de finale van de Conference League hadden behaald en kende hun speelstijl. Ik dacht dat mij die wel zou liggen. Ook wist ik dat ik een kans zou krijgen om te spelen, als ze me voor zoveel geld wilden hebben.” Dávid miste geen wedstrijd, liet zichzelf zien in het veld, en werd al snel gewaardeerd door het Legioen. “Dat de fans meteen zo enthousiast waren, had ik niet durven hopen. Ik voel hun support, maar ik voel ook verantwoordelijkheid. De eerste seizoenshelft ging het goed, dat moet ik vasthouden.” Een boekje helpt hem daarbij. Voor iedere wedstrijd schrijft Dávid erin op waar hij die wedstrijd op moet letten. “Ik schrijf op wat ik moet doen op mijn positie en wat mentale dingen. Dat ik gefocust moet zijn, er vol voor moet gaan vanaf de eerste minuut en agressief de duels in moet gaan. Dat lees ik van tevoren dan nog een keer door.” Met trainer Arne Slot heeft hij een goede klik. “Hij is tactisch ontzettend sterk, pusht me en maakt me een betere speler. De trainer vertelt me hoe hij vindt dat een centrale verdediger zich op het veld moet gedragen, wat ik moet zeggen, in welke positie ik moet staan, met of zonder bal. Ik denk dat hij ook gecharmeerd is van mij, tot nu toe speel ik iedere wedstrijd. Maar ik voel dat hij iedere wedstrijd meer van mij verwacht. Hij is kritisch, op een goede manier.” Lawaai Dávid tekende een contract bij Feyenoord voor vier jaar, tot 2026. “Na de eerste seizoenshelft werd er al geroepen: ‘Je doet het zo goed, je zal wel vertrekken na dit jaar.’ Ik ben hier net, Kristyna en ik houden niet van veel grote veranderingen. Wij willen ons hier nu settelen en zien in de toekomt wel welke mogelijkheden er komen. De club, de stad, mijn teamgenoten en de fans in het stadion zijn geweldig.” Lachend: “Alleen het weer in Nederland mag wel wat beter.” Kristyna, lachend: “Alleen in een land als Spanje schijnt misschien altijd de zon.” Ze vervolgt: “Mijn doel is om terug te keren als professioneel tennisster, maar ik moet eerst weer fit worden. Daarna bekijken we hoe het met Adam gaat, of het reizen met hem te doen is en of ik een coach kan vinden die met mij kan komen trainen. Hopelijk zien jullie me binnenkort weer terug op de baan. Tot nu toe hebben we het naar ons zin hier en wil ik hier graag nog blijven. Ik loop iedere dag met Adam door Rotterdam. Het mooie is ook nog: Adam wordt rustig van het lawaai van de stad.” Helden Magazine 65 Het verhaal van Dávid Hancko en Kristyna Pliskova komt voort uit Helden Magazine 65. Er is volop aandacht voor de wintersporten én ook voor voetbal. Frank Rijkaard geeft sinds lange tijd weer eens een interview en spreekt onder meer over Cruijff, het Nederlands elftal en Lionel Messi. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met Lois Abbingh en Tess Lieder – voorheen Wester -. De handbalcollega’s zijn vriendinnen, schoonzussen en sinds kort ook allebei moeder. Daarnaast een gesprek met de populairste schaatser van dit moment, Jutta Leerdam. Verder interviews met de succesvolste Nederlandse olympiër ooit: Ireen Wüst, de eerste keeper op het afgelopen WK: Andries Noppert, twee grootheden in het rolstoeltennis: Diede de Groot en Esther Vergeer. Shorttrackster Xandra Velzeboer gaat als een komeet én Joep Wennemars is keihard bezig om uit de schaduw van zijn vader Erben te treden. Ook heeft het voetbalvirus nog altijd Guus Hiddink in zijn greep, werden Marc van de Kuilen en Luuk Veltink vrienden door het noodlot, verteld Juul Franssen over haar strijd met de judobond, spreekt Victoria Koblenko met olympisch kampioen openwater Ferry Weertman én staat bondscoach van de Oranjevrouwen: Andries Jonker stil bij De Nachtwacht. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 65 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Tennis

Diede de Groot en Esther Vergeer: Power vrouwen

Esther Vergeer (41) was jarenlang de koningin van [...]
Esther Vergeer (41) was jarenlang de koningin van het rolstoeltennis. Nu is Diede de Groot (26) dat. In aanloop naar het ABN AMRO Open (11-19 februari), waar voor het eerst een rolstoeltennistoernooi voor vrouwen op het programma staat, komen de twee boegbeelden samen. Esther: “Ik denk dan af en toe: ik ben toch te vroeg gestopt.” Ze groeiden op steenworpafstand van elkaar op. Esther Vergeer woont nog altijd in Woerden, terwijl het ouderlijk huis van Diede de Groot zich een paar kilometer verderop bevindt. Dat de wiegjes van de twee beste rolstoeltennissters ooit zo dicht bij elkaar hebben gestaan, is wel heel apart. In het Woerdense restaurant Bistronoom vertellen ze over hun eerste ontmoeting. “Ik was een jaar of twaalf toen Esther kwam kijken bij een wedstrijd van mij bij een toernooi in Lunetten,” zegt Diede, “Esther deed mee bij de senioren, ik keek enorm tegen haar op. Zoals jonge voetballertjes Lionel Messi als groot voorbeeld hebben, was Esther dat voor mij. Als je held ineens langs de baan staat...” Esther: “Wij hebben samen nog een foto gemaakt na een clinic die ik gaf voor mijn foundation tijdens dat toernooi. Jij was nog een heel klein en verlegen meisje.” Diede: “We leerden elkaar beter kennen toen jij in 2013 met ons meeging naar het jeugd WK. Jij was toen net gestopt. Ik was destijds wel altijd zenuwachtig als ik jou zag.” Esther werd in 2015 mentor van Diede toen ABN AMRO het project Partner van de Toekomst lanceerde. “Ik zag al snel hoeveel talent jij had, wilde je vooral helpen met dingen naast de baan. Jij hebt in die periode ook echt keuzes gemaakt voor je sport, bent van coach gewisseld, stapte over naar Amanda Hopmans. Uiteindelijk durfde je ook uit te spreken dat je nummer één van de wereld wilde worden. Vond ik heel mooi.” Diede, lachend: “Ik riep ook dat ik mee wilde doen aan de Paralympische Spelen in Rio. Jij schrok je rot toen ik dat zei.” Esther knikt: “We zaten anderhalf jaar voor Rio en jouw ranking was niet goed genoeg dat je mocht meedoen aan de grote toernooien. Ik dacht: oké... dat is een flinke ambitie.” Diede: “Wat ik mooi vond, was dat jij niet meteen riep: ‘Dat ga je nooit redden.’ Nee, jij zei: ‘Dan moet je ervoor gaan.’ En je vroeg: ‘Wat hebben we nodig om dat doel te bereiken?’ Ik ben in die periode veel meer gaan leven voor mijn sport. Jij gaf mij dat zetje in de goede richting.” Esther: “We zijn in die tijd ook nog samen de baan opgegaan, hebben een paar keer samen getraind. En je hebt het gewoon geflikt, hè, je was erbij in Rio.” Borstkanker Drie jaar lang vervulde Esther de rol van mentor, totdat ze in 2018 werd gevraagd als chef de mission van paralympisch TeamNL. “In die rol kwam ik geregeld langs bij trainingen. Het contact werd wel minder, jij ging je eigen weg met jouw team, maar ik bleef je wel appen als je weer een mooie overwinning had behaald.” Diede: “Het was na drie jaar ook goed dat ik meer mijn eigen weg ging uitstippelen. Het was ook mooi dat jij je aandacht over meerdere atleten en sporten ging verdelen. Iedereen kan van jou leren. En we gaan natuurlijk nog steeds heel goed met elkaar om. Als ik vragen heb, dan is een appje zo verstuurd.” Esther heeft een emotionele periode achter de rug. In september 2019 ging met behulp van een Canadese draagmoeder een langgekoesterde kinderwens in vervulling van Esther en haar vriend Marijn. Dochter Jinte was nog maar een paar maanden oud toen in januari 2020 Esther de diagnose borstkanker kreeg. Na een zware tijd met chemobehandelingen en bestralingen werd ze in juli 2020 schoon verklaard. “Ik heb nogal wat voor mijn kiezen gehad de laatste jaren. Heel mooie dingen, maar ook nare.” Diede: “Ik leefde enorm met je mee, was megablij toen ik hoorde dat jullie een kindje kregen. En niet veel later schrok ik heel erg toen ik hoorde dat je ziek was.” Esther: “Ik ben veranderd. Ik heb niets aan mijn ziekte overgehouden en het gaat hartstikke goed, maar ik ben er wel mee geconfronteerd hoe kwetsbaar ik ben. Mijn kostbare tijd ga ik niet invullen met dingen die ik niet leuk vind of met mensen die alleen maar energie kosten. Toen ik net beter was, was ik heel streng in het maken van keuzes. Ik zei heel vaak ‘nee’. Nu verwatert dat weer, ren ik mezelf wel weer eens voorbij.” Diede: “Ik heb afgelopen zomer mijn tante verloren aan kanker. Tussen het moment dat werd ontdekt dat ze ziek was en haar overlijden zat maar vier maanden. Door wat Esther en mijn tante is overkomen, ben ik me er ook meer bewust van dat ik van elke dag moet genieten.” Esther: “Ik sta niet banger in het leven sinds ik ziek ben geweest, maar ik vertel mezelf wel geregeld dat het vast nog een keer terugkomt. Dat is uit een soort zelfbescherming. Dan valt het mee als het ook zo is, of zo. Ik word ieder half jaar gecontroleerd, dus als ze iets zien, dan zijn ze er ook op tijd bij, denk ik dan maar. Een op de zeven vrouwen krijgt helaas de diagnose borstkanker. Ik vind het belangrijk om mijn verhaal te vertellen. Totdat ik borstkanker kreeg, heb ik mezelf nooit gecontroleerd. Ik was daar helemaal niet mee bezig. We moeten het bij mensen in het systeem brengen dat ze af en toe zichzelf controleren. Door het bespreekbaar te maken.” Diede: “Goed dat je dat doet. Het zorgt ervoor dat je jezelf wat sneller controleert en dat je besluit met die vage klacht toch maar naar de huisarts te gaan.” Nieuwe standaard Esther won paralympisch goud in het enkelspel in 2000, 2004, 2008 en 2012, ook won ze drie keer goud op de Spelen in het dubbelspel. Diede won goud in het enkel- en dubbelspel in 2021. Esther zat in Tokio op de tribune als chef de mission. Esther: “Voor mij was het een geluk dat de Paralympische Spelen door corona een jaar werden uitgesteld. Als ze gewoon in 2020 waren gehouden, was ik er door mijn ziekte niet bij geweest.” Diede: “Ik vond het extra spannend dat jij op de tribune zat.” Esther: “In Rio was ik aanwezig als assistent-chef de mission. Ik zat toen met een brok in mijn keel naast mijn broer op de tribune tijdens de finale van het rolstoeltennis tussen Jiske Griffioen en Aniek van Koot. Jiske won en ik dacht: shit, dat is mijn gouden medaille. Sloeg natuurlijk nergens op, maar ik was heel emotioneel. Het was destijds voor het eerst dat ik weer bij het rolstoeltennis ging kijken. Het was moeilijk geweest om afscheid te nemen, daar had ik echt buikpijn van. Ik stond ook nog aan de top, iedereen zei steeds: ‘Jij kunt nog jaren mee.’ Ik heb echt wel even moeten zoeken naar een nieuwe invulling en structuur. In Tokio vond ik het helemaal niet moeilijk om jou te zien winnen. Ik had toen al langer afstand genomen.” Esther was jarenlang de koningin van het rolstoeltennis. Ze won 21 grandslamtitels in het enkelspel, voerde de wereldranglijst liefst 668 weken aan tussen 1999 en 2013 en bleef liefst 470 duels op rij ongeslagen. Diede is nu de koningin. Ze won sinds 2017 al zestien grand slams, in juni 2018 veroverde ze de eerste plek op de wereldranglijst, in 2021 won ze een Golden Slam - alle vier de grandslamtoernooien en olympisch goud in één kalenderjaar - en in 2022 won ze opnieuw alle vier de grand slams. Vergelijkingen tussen Esther en Diede liggen op de loer. Diede: “Ik ben niet bezig met vergelijken, maar dat doen anderen automatisch voor me. Het aantal grandslamtitels van Esther komt vaak voorbij als het over mij gaat. Het is ook heel lastig vergelijken met jouw tijd.” Esther: “In mijn tijd was er geen rolstoeltennis op Wimbledon. Diede is de eerste rolstoeltennisster die Wimbledon won in 2017. Schitterend. Ik had daar natuurlijk ook heel graag willen spelen. Ik krijg ook heel vaak de vraag of Diede mijn records gaat verbreken. Is dat boeiend? Er zijn natuurlijk wel gelijkenissen tussen ons. Bij mij was het gat met de rest groot en ik zie dat dat bij jou ook het geval is. Het nadeel van paralympische sport is, en daar kunnen we allebei niks aan doen, dat de top niet heel breed is. Dus is de kans ook groter dat je een langere periode aan de top kunt blijven staan. Maar dat maakt de prestaties van jou niet minder.” Diede: “Wat ik het meest bijzonder vind aan jouw carrière is dat je alles vanaf niets hebt opgebouwd. Toen jij begon, kreeg de paralympische sport nog helemaal geen aandacht. Jij hebt de standaard gezet. Alles wat jij deed, was nieuw. Jij hebt de weg geplaveid voor velen na jou.” Esther: “Ik heb mijn steentje bijgedragen om de sport vooruit te helpen en daar ben ik best trots op. Ik keek ook dingen af van andere sporten, ging aan de slag met een eigen coach, met fysieke en mentale training. Dat was niet vanzelfsprekend binnen de paralympische sport. Ik stak er veel meer uren in dan anderen. Ik was ook steeds bezig met het innoveren van mijn rolstoel. Telkens was ik weer op zoek naar iets waardoor ik weer wat beter werd, dat was de uitdaging.” Diede: “Ik kom nu ook in een fase dat ik de uitdaging zie in het telkens kijken of ik nog een stapje kan maken.” Esther: “Jij zet nu een nieuwe standaard neer, een niveau waar een volgende generatie naartoe moet klimmen. Het niveau van jou is echt hoger dan dat van mij. Ik stond laatst bij jou te kijken en dacht alleen maar: wat gaat dat vreselijk hard en snel. Heel gaaf om te zien.” Diede: “Mooi om dat uit jouw mond te horen. Ik denk ook weleens als ik naar mijn concurrenten kijk: waarom pakken jullie het niet net zo aan als ik? We hoeven niet allemaal precies hetzelfde te doen, maar sommigen zouden het wel wat professioneler aan kunnen pakken.” Nadat Diede vorig jaar de US Open won en na Steffi Graf in 1988 de tweede in het tennis werd die een Golden Slam won, was er een paginagrote advertentie in The New York Times van City Bank om Diede te feliciteren. Diede: “Ik liep de dag na die advertentie door New York en werd drie keer aangesproken door Amerikanen, die super enthousiast waren.” Esther, lachend: “Nou, daar kan ik best jaloers om zijn, hoor. De sponsorcontracten die jij hebt, gaan om heel andere bedragen dan in mijn tijd. Als ik een grand slam won, dan kreeg ik 10.000 euro aan prijzengeld. Dat is na mijn tijd een paar keer over de kop gegaan. Ik denk dan af en toe: ik ben toch te vroeg gestopt.” Beren op de weg Nederland is al jaren toonaangevend in rolstoeltennis bij de vrouwen. Esther, Jiske Griffioen, Aniek van Koot; ze voerden allemaal de wereldranglijst aan, wonnen grandslamtitels en medailles op de Paralympische Spelen. En nu trekt Diede die lijn door. Diede: “Ik train geregeld met de andere Nederlandse rolstoeltennissers en zelfs met de jeugd, zodat zij op jonge leeftijd al van ons kunnen leren. Zoals ik leerde van Jiske en Anniek op de baan. En van jou, vooral door naar jou te kijken en luisteren. Wij geven het van generatie op generatie door.” Esther: “In Nederland staat de hele paralympische sport er goed voor in vergelijking met veel andere landen. Je kunt in Nederland altijd aan een rolstoel of prothese komen die geschikt is om te sporten. De kennis wordt gedeeld op Papendal. Paralympische sporters kunnen daar gebruikmaken van dezelfde faciliteiten als valide sporters. En het is in Nederland natuurlijk ook zo dat mensen met een handicap heel erg geaccepteerd worden. In sommige landen worden mensen met een handicap nog weggestopt in de woestijn.” Esther was zeven toen bij haar een bloedvaten afwijking rondom haar ruggenmerg werd ontdekt. De bloedvaten bleken zo zwak dat ze spontaan konden springen. Ze werd meteen geopereerd en bij die ingreep liep ze een dwarslaesie op. “Ik heb er veel moeite mee gehad om mijn handicap te accepteren, omdat ik alles relateerde aan de periode dat ik nog gewoon kon lopen. Ik kon ineens niet meer meedoen met tikkertje op het schoolplein. Of ik werd als laatste gekozen met gym. Afschuwelijk. Ik vond gelukkig al snel de weg naar de tennisvereniging. Voor mij was sport een geweldige uitlaatklep in die tijd. Ik vond het heerlijk om met andere kinderen in een rolstoel op te trekken. Dan waren er geen vragende gezichten.” Kort na de geboorte van Diede bleek dat haar benen niet even lang waren. Al op haar eerste verjaardag kreeg ze haar eerste prothese. Om haar heup stabieler te maken, werd ze enkele keren geopereerd. Op haar zevende kwam ze met rolstoeltennis in aanraking. “Als kind vond ik het niet moeilijk om mijn handicap te accepteren, in de puberteit vond ik dat wel af en toe lastig. Wat sport betreft: ik vond het vooral leuk om met kinderen op te trekken die tegen dezelfde dingen aanliepen als ik.” Esther: 'Ik sta niet banger in het leven sinds ik ziek ben geweest, maar ik vertel mezelf wel geregeld dat het vast nog een keer terugkomt. Dat is uit een soort zelfbescherming' Esther richtte in 2004 haar eigen foundation op, vlak nadat ze in Athene haar paralympische titels had geprolongeerd. “Ik kreeg steeds vaker vragen van ouders van kinderen met een beperking. Ze wilden ook dat hun kind ging sporten, maar hadden geen idee hoe ze het aan moesten pakken. Waar kan ik een sportrolstoel krijgen? Wie kan mijn kind trainen? Ik kreeg zoveel vragen dat ik dacht: hier moet ik wat mee. Ik ben begonnen om bij de twee toernooien die ik jaarlijks in Nederland speelde clinics te geven. Dat werd erg enthousiast ontvangen door de kinderen. Als ze wilden blijven tennissen, had ik een flyer met informatie. Ik dacht ook: ik doe dit een paar jaar en dan zal de paralympische sport wel ingebed zijn bij de verschillende sportbonden. Niet dus. Bijna twintig jaar later is het nog steeds nodig om kinderen met een beperking enthousiast te maken om te gaan sporten, de informatie is nog altijd niet voor iedereen beschikbaar. Best wel shocking. Alleen een telefoonnummer geven van een vereniging werkt namelijk niet. Er zijn nog te veel drempels en er is nog te veel angst en onzekerheid bij veel kinderen. We nemen ouders en kind echt bij de hand en blijven hun hand vasthouden. Ik ben helemaal niet van pamperen, maar vind het tegelijkertijd ongelooflijk zonde als kinderen met een beperking niet gaan sporten omdat ze zoveel beren op de weg zien.” De Esther Vergeer Foundation is door de jaren heen gegroeid, werkt ook samen met ziekenhuizen en heeft geholpen een sportpoli op te zetten. Sinds 2017 is Diede ambassadeur van de foundation. “Ik weet hoe leuk ik de clinics en de kampen vond als kind. Ik vond het een eer toen ik werd gevraagd. Het is best onwerkelijk dat ik nu word gezien als boegbeeld. Zoals ik als meisje van twaalf naar jou keek, kijken meisjes nu naar mij... Ik vind het zo mooi om die vreugde in de ogen van kinderen te zien als ik eraan kom.” Esther: “Diede is een fantastische ambassadeur. Ik ben alweer tien jaar geleden gestopt, word ook oud en vaak vergeten. Het is voor kinderen niet leuk meer om van mij een clinic te krijgen, ze weten immers niet allemaal meer wie ik ben. Ze weten wel wie Diede is, zij is het voorbeeld van de kinderen van nu. Geweldig dat Diede en andere ambassadeurs zich inzetten en de functie van rolmodel overnemen. En het is natuurlijk heel lekker dat wij als foundation kunnen zeggen dat de nummer één van de wereld ambassadeur is van ons.” Groen licht Esther en Diede hebben ook de handen ineengeslagen om tot een rolstoeltoernooi voor vrouwen te komen bij het ABN AMRO Open. Van 9 tot en met 16 februari is het zover. Esther, al sinds 2009 toernooidirecteur van het rolstoeltoernooi voor mannen in Rotterdam, is dat nu ook van het vrouwentoernooi. En Diede is uiteraard de grote blikvanger. Diede: 'Ik ben niet bezig met vergelijken, maar dat doen anderen automatisch voor met. Het aantal Grandslamtitels van Esther komt vaak voorbij als het over mij gaat' Esther: “Toen ik toernooidirecteur werd, was ik ook nog rolstoeltennisster. Ik kreeg telkens de vraag: ‘Wanneer moet jij spelen?’ Dan legde ik uit dat het toernooi alleen voor mannen was. De afgelopen drie jaar hebben we gekeken hoe we nog konden groeien als toernooi. Al snel ontstond het idee om een vrouwentoernooi toe te voegen, want het was natuurlijk erg jammer dat niemand in Nederland Diede en die andere talentvolle rolstoeltennissters in actie kon zien. ABN AMRO staat ook voor diversiteit en gelijke kansen, dus de bank zag het ook zitten. In september kregen we groen licht van de overkoepelende tennisbond ITF.” Diede: “Je vroeg me al snel om mijn mening. We hebben het erover gehad in het voortraject of er überhaupt vraag was naar een rolstoeltennistoernooi voor vrouwen. Jij hebt ook gevraagd of ik mee wilde doen en of ik andere speelsters wilde polsen of zij bereid waren naar Rotterdam te komen.” Esther: “Toen was jij mijn adviseur...” Wie is de Mol? Roger Federer eerde Esther meerdere keren publiekelijk. Novak Djokovic ging met Diede op de foto nadat ze allebei Wimbledon hadden gewonnen in 2021. Diede: “Op alle vier de grandslamtoernooien is het rolstoeltennis tegenwoordig volledig geïntegreerd. We zitten ook in dezelfde kleedkamer als de valide tennissers. We maken af en toe ook een praatje met elkaar.” Esther: “Roger Federer heeft in de media ooit geroepen dat het bijzonder was wat ik deed. Mooi dat hij dat riep. Eigenlijk zou je het niet nodig willen hebben dat Federer zoiets moet zeggen om die interesse voor ons te wekken.” Diede: “De valide tennissers trekken wel dat miljoenenpubliek. Zij kunnen voor ons ook de volgende stap mede mogelijk maken. Ik heb het gemerkt met Novak Djokovic. Hij kwam toevallig langslopen op Wimbledon en vroeg: ‘Zullen we samen op de foto?’ Als je ziet hoe dat werd opgepikt... Mensen als Djokovic hebben zoveel power, als zij een statement maken, wordt dat meteen opgepikt door publiek en media. Steun van zulke sporters is zo belangrijk voor de paralympische sport.” Een rolstoeltoernooi voor vrouwen als onderdeel van het ABN AMRO Open is weer een stap in de goede richting, maar er is nog werk aan de winkel. Uit onderzoek bleek onlangs dat ruim 87 procent van de Nederlanders geen enkele sporter kan noemen die vorig jaar meedeed aan de Paralympische Spelen in Tokio, 75 procent gaf aan sowieso geen enkele naam van een sporter met een handicap te kunnen opnoemen. Onder kinderen tussen de twaalf en vijftien lag dat percentage nog hoger: 81 procent. Calvé wil de bekendheid van de paralympische sporters de komende jaren vergroten en is Calvé Parastars begonnen, een team met paralympische toppers als Jetze Plat, Jeroen Kampschreur, Lisa Bunschoten en Diede. Eerder besloot het voedingsmerk ook al de Esther Vergeer Foundation te steunen. Esther: “Calvé heeft mij anderhalf jaar geleden gevraagd of ik mee wilde werken aan hun commercial. Dat vond ik een kroon op mijn werk. Onder anderen Pieter van den Hoogenband, Joop Zoetemelk, Lieke Martens, Evert van Benthem, Dick Advocaat en Robin van Persie hebben in de commercial van Calvé gezeten. Om in dat rijtje te staan, vind ik geweldig. Tijdens het bedenken van de commercial heb ik lange gesprekken gevoerd en daarin kwamen ook mijn wensen naar voren. Een wens is dat op een dag bijna iedereen vijf of zes paralympische sporters op kan noemen. Daarnaast vind ik het belangrijk om breedtesport voor mensen met een beperking toegankelijk en vanzelfsprekend te maken. Daarmee is Calvé aan de slag gegaan. Zij besloten mijn foundation te steunen, om mijn droom om breedtesport voor mensen met een handicap vanzelfsprekend te maken, te helpen laten uitkomen. Daarnaast is Calvé meerdere paralympische sporters gaan sponsoren met het doel om boegbeelden te creëren.” Diede: “Ik vind het heel mooi dat een groot merk als Calvé zich in wil zetten om de bekendheid van de paralympische sport te vergroten. Heel belangrijk. En nodig, als we zien hoeveel mensen in Nederland geen paralympische sporters op kunnen noemen.” Esther: “Ik vind die percentages erg schokkend en naar. Daar ligt echt een taak van NOC*NSF. De media hebben daar ook een rol in. En dan bedoel ik niet alleen de sportmedia. Jij zag mij ooit een keer in Ik hou van Holland en dat vond je zo mooi. Het is juist goed dat paralympische sporters ook in zulke programma’s zichtbaar zijn.” Diede: “In Engeland doen ze dat fantastisch. Je hebt daar een weervrouw met maar één arm en ook een oud-rolstoelbasketballer die nu reisprogramma’s presenteert. Mensen met een beperking zijn daar veel zichtbaarder. Het moet normaal worden dat paralympiërs ook gewoon voorbijkomen in het sportjournaal. Nu moeten we wel iets heel uitzonderlijks gepresteerd hebben, willen we genoemd worden. Vaak zie je dan ook alleen een foto, omdat er geen bewegende beelden zijn. Diversiteit is een belangrijk thema in deze tijd, van die discussie moeten mensen met een beperking ook deel uitmaken. Deelname aan Ik hou van Holland of andere spelprogramma’s als Wie is de Mol? kan enorm helpen.” Helden Magazine 65 Het verhaal van Diede de Groot en Esther Vergeer komt voort uit Helden Magazine 65. Er is volop aandacht voor de wintersporten én ook voor voetbal. Frank Rijkaard geeft sinds lange tijd weer eens een interview en spreekt onder meer over Cruijff, het Nederlands elftal en Lionel Messi. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met Lois Abbingh en Tess Lieder – voorheen Wester -. De handbalcollega’s zijn vriendinnen, schoonzussen en sinds kort ook allebei moeder. Daarnaast spraken we met Dávid Hancko en Kristyna Pliskova. De een is een grote aanwinst voor Feyenoord, de ander is toptennisster. Én een gesprek met de populairste schaatser van dit moment, Jutta Leerdam. Verder interviews met de succesvolste Nederlandse olympiër ooit: Ireen Wüst, de eerste keeper op het afgelopen WK: Andries Noppert, shorttrackster Xandra Velzeboer gaat als een komeet én Joep Wennemars is keihard bezig om uit de schaduw van zijn vader Erben te treden. Ook heeft het voetbalvirus nog altijd Guus Hiddink in zijn greep, werden Marc van de Kuilen en Luuk Veltink vrienden door het noodlot, verteld Juul Franssen over haar strijd met de judobond, spreekt Victoria Koblenko met olympisch kampioen openwater Ferry Weertman én staat bondscoach van de Oranjevrouwen: Andries Jonker stil bij De Nachtwacht. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 65 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Tennis

Tallon Griekspoor: ‘Soms is tennis een klote sport’

Tallon Griekspoor (25) won in 2021 liefst acht [...]
Tallon Griekspoor (25) won in 2021 liefst acht challenger-toernooien. Dat had niemand vóór hem gepresteerd. De laatste 26 wedstrijden van het jaar bleef hij bovendien ongeslagen. In aanloop naar Roland Garros (vanaf 22 mei) gingen we bij hem langs. Raemon Sluiter in die periode met de vraag of hij samen met Dennis mijn coach wilde worden. Ik vertelde hem dat ik op zoek was naar iemand die er volledig voor mij zou zijn, dat had ik nodig om die laatste stap te kunnen zetten. Dat miste ik bij de bond. Toen ik hem sprak, kwam wel net naar buiten dat hij een gesprek had gevoerd met Feyenoord voor een eventuele rol als teammanager. Maar Raemon liet weten dat zijn hart nog bij tennis lag en dan vooral bij het Nederlandse tennis. Hij had nadat een einde was gekomen aan de samenwerking met Kiki Bertens tal van aanbiedingen gehad van tennissters, hij kon zo aan de slag met speelsters uit de top twintig, maar Raemon liet weten dat hij bovenal aan de slag wilde met iemand met wie hij een goede klik heeft. Hij kwam bij mij kijken bij het ABN AMRO World Tennis Tournament in februari vorig jaar en we merkten meteen dat die klik er was. Raemon en Dennis besloten elkaar af te wisselen als coach en om beurten met mij mee te gaan. Vanaf dat moment is het als een trein gegaan. Wat Raemon betreft: hij is heel erg zorgzaam. Ik ben nog niet van de baan af of hij brengt mijn rackets al naar de bespanner. Dingen die nog niet eens bij mij zijn opgekomen, heeft hij al geregeld. Hij is eigenlijk te lief voor deze wereld. Op en naast de baan hebben we veel lol. Je kunt erg met en om hem lachen, maar hij kan ook heel serieus zijn. Raemon heeft ook wel wat meegemaakt met het kindje van zijn broer dat op jonge leeftijd overleed aan een ernstige ziekte. De eerste keer dat ik daarover sprak met hem, ging hij meteen ook heel erg de diepte in. Ik vond dat zo indrukwekkend, zo mooi en zo eerlijk. Van hem pik ik het ook meteen als hij keihard is, want dat kan hij ook zijn, hoor. Hij is gewoon eerlijk, zegt waar het op staat. De ene keer met een grap, de andere keer met een vloek. Ik kan ook alles tegen hem zeggen. En als we bij elkaar over het randje gaan, dan wordt het meteen uitgesproken. Toen we net samenwerkten, wees Raemon me er wel op dat ik erg lang op m’n telefoon zat. Hij had het over mijn aandachtsspanne. Daar heeft hij een punt, daar probeer ik wat aan te doen. Dat ik zoveel op m’n telefoon zat, is mede ontstaan door corona. Ik verbleef vaak lang alleen op m’n hotelkamer en greep dan naar m’n telefoon. Het rare was, thuis keek ik bijna niet om naar m’n mobiel, maar zodra ik bij een toernooi was, zat ik alleen nog maar op dat ding. En zat ik niet op m’n telefoon, dan zat ik wel achter m’n laptop om te gamen. Vroeger, rond m’n achttiende, ging ik met vrienden ook wel naar het casino. Dat wilde ik ook ontdekken. Ik merkte gelukkig al snel dat de stress van het gokken mijn tennis in de weg stond. Het is niet zo dat Dennis en Raemon me als een klein kind m’n telefoon of laptop moeten afpakken, af en toe wordt er alleen een opmerking gemaakt. Dat is genoeg. Het is al veel minder. Raemon zit helemaal niet op z’n telefoon. Hij is heel gevat en grappig op Twitter, maar verder is hij superonhandig met z’n mobiel en laptops. Ik ben van een generatie die is opgegroeid met de telefoon en gamen.” Tallons jeugd “Mijn vader heeft een bedrijf in civiele techniek, mijn tweelingbroers Scott en Kevin en ik kwamen niets tekort. Er was bij ons thuis eigenlijk maar één regel: keihard werken. Opa, die het familiebedrijf begon, komt mij nog steeds vertellen dat een werkdag op z’n minst duurt van acht uur ’s ochtends tot vier uur ’s middags. Mijn broers en ik waren van jongs af aan altijd op de tennisbaan te vinden. Mijn vader en moeder hebben niet getennist en waren al helemaal geen dwingende tennisouders. Ze werden alleen kwaad als ik me misdroeg op de baan. Het gebeurde wel dat ik scheldend en huilend op de baan stond. Ik heb het een keer zo bont gemaakt dat m’n moeder al m’n tennisspullen in vuilniszaken heeft gedaan. ‘Het is klaar met je,’ zei ze, ‘ik breng alles naar de vuilnisbelt.’ Ik heb vreselijk gehuild. De volgende dag mocht ik weer tennissen, maar ik had de boodschap begrepen." 'Waarom is Novak Djokovic zo goed? Die jongen komt uit de oorlog. Djokovic speelt elke wedstrijd alsof zijn leven ervan afhangt. Dat is bij ons veel minder' Ik kon als kind wel een ettertje zijn. Ik had twee broers van vijfenhalf jaar ouder, had het gevoel dat ik het altijd tegen hen op moest nemen en dat zorgde ervoor dat ik m’n mondje wel klaar had. Goed leren kon ik, maar vertikte het. Ik heb vmbo afgemaakt, een jaar voor mijn eindexamen havo stopte ik met school. Ik koos voor het tennis. Op m’n zeventiende ging ik alleen naar het buitenland om toernooien te spelen, moest het zelf maar uit zien te zoeken met het Engels dat ik op school had geleerd. Ik werd in korte tijd volwassen, leerde dingen die ik op school niet had kunnen leren op die leeftijd, denk ik. Onlangs zag ik toevallig een interview met mijn vader bij Hart van Nederland. Hij zei daarin dat hij trots op me was. Dat deed me veel. Omdat zulke dingen bij ons thuis niet vaak worden uitgesproken. Ik ben ook zo blij dat ik het nu zo goed doe voor mijn ouders. Zij zorgden ervoor dat mijn broers en ik onze dromen achterna konden. Dat ik de top honderd heb gehaald, is zo mooi. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn ouders en broers. Omdat ik het ook heb gered dankzij hen.” Tallons broers “Ik mocht van jongs af aan soms met Scott en Kevin meetrainen. Dat was mega zwaar, zij hadden veel meer kracht dan ik, sloegen zo hard. Ik kon dankzij mijn broers altijd trainen met betere jongens. Toen ik jong was, had ik het gevoel dat ik niet één, maar drie vaders had, dacht dat ik altijd werd aangevallen door mijn broers. Ik ben rond m’n achttiende veel meer gaan inzien en waarderen wat Kevin en Scott allemaal voor me deden en hoe ze me probeerden te helpen. Zij zijn zo belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling, zonder hen had ik het nooit zover geschopt. Mijn broers moesten het altijd hebben van keihard werken en dat heeft hen ver gebracht: Nederlands kampioen, een plek in het Nederlands Davis Cup-team. Vergeleken bij Kevin en Scott was ik wat lakser, maar van mij werd weer gezegd dat ik het meeste talent had van ons drieën. Ze vonden het lastig om te zien dat ik er minder hard voor werkte dan zij. Dat harde werken zit er nu nog in bij hen. Ze zijn een paar jaar terug gestopt met tennis, zitten in het bedrijf van mijn vader en beginnen elke ochtend om half zeven en stoppen pas om vijf uur. Dat harde werken zit er nu ook bij mij in. Ik had voorheen vaak last van blessures. Won geregeld van goede spelers, maar daarna lag ik er weer twee maanden uit. Ik werd geremd in mijn ontwikkeling, doordat ik fysiek niet sterk en fit genoeg was. Dat besef is de afgelopen twee jaar gekomen. Ik heb heel erg geïnvesteerd in fitter worden. Dat had ik eerder kunnen doen. Ik ben nu 25. De een is volwassen op dit gebied op z’n achttiende en de ander pas op z’n dertigste.” Tallons team “Met de mensen met wie ik nu werk, heb ik een enorme klik. Bij de bond had ik die niet met iedereen, telkens werkte ik weer met iemand anders. Niet ideaal. Die klik is voor mij heilig. Elke ochtend dat ik mijn team zie, krijg ik een glimlach. Even een dolletje, lachen en daarna keihard aan het werk. We kunnen ook tijdens de training een grap maken. Als ik Raemon tijdens de training de hoek in stuur, roep ik: Rae, neem nog een taartje vanavond. Dan heeft hij meteen een grote mond, roept hij dat hij me op een snelle baan nog wel pakt. Nou, dan laat ik hem nog een paar keer lopen. Het mooie is: Raemon gaat toch altijd voor elke bal. Hij is nog zo fanatiek en wil zich niet laten kennen. Dennis en Raemon verdelen dit jaar de coaching fiftyfifty. Ik vind de afwisseling fijn, vind het heerlijk dat ik niet elke dag dezelfde stem hoor. Dennis en Raemon zitten helemaal op één lijn, bellen elke dag met elkaar. Het grappige is dat Dennis vroeger Raemon nog heeft gecoacht, ze hebben echt precies dezelfde kijk op tennis. Het enige verschil is dat ze het net op een andere manier proberen over te brengen. Het werkt perfect. Daarnaast gaat Bas van Bentum mee naar de meeste toernooien, hij is sinds juni mijn fysieke trainer. Ik ben heel erg fit, heb veel minder last van pijntjes dan voorheen.” Tallon de laatbloeier 'Het duurt bij Nederlandse jongens langer om de top te halen omdat de urgentie misschien wat minder is om dag in dag uit hard te werken, wat nodig is om de top te halen als tennisser. Wij hebben alles wat ons hartje begeert. Het is goed dat je als jonge tennisser door de jungle moet gaan, dingen moet regelen en dat niet alles perfect is. Je moet leren knokken. Waarom is Novak Djokovic zo goed? Die jongen komt uit de oorlog. Tennis was voor hem een manier om aan de ellende te ontsnappen. Djokovic speelt elke wedstrijd alsof zijn leven ervan afhangt. Dat is bij ons veel minder. Ik ben ook verwend geweest. Daarom ben ik pas op m’n 25ste de top 100 binnengedrongen en niet op m’n 22ste. Ik heb ook lang gedacht dat het vanzelf wel kwam. Op een gegeven moment moet die knop wel om. Het komt niet vanzelf, je moet in jezelf investeren. Er zijn veel Nederlandse jongens geweest die genoeg talent hadden, maar die de knop niet hebben weten om te zetten. Natuurlijk is mijn geduld op de proef gesteld. Ik heb wel een paar keer gehad dat ik er zo vreselijk klaar mee was... Dan dacht ik: ik ga vragen of ik ook bij mijn vader in het bedrijf kan werken. Maar na een nachtje slapen dacht ik alweer: wat is het mooi dat ik dit kan doen. Ik heb ook altijd het gevoel gehad dat ik nog tijd had, dat ik het nog in me had om de stap naar de top te maken. Ik wist dat ik vooral het fysieke deel op orde moest krijgen. Het is me gelukt de stap naar de top honderd te maken. Ja, het had eerder gekund. Maar in het tennis van nu zie je veel spelers tot ver in de dertig doorgaan, ik kan dus nog wel tien jaar mee. Het tennisniveau is zo’n stuk hoger dan vijftien jaar terug. Het spel is veel fysieker. En ook op mentaal vlak wordt er veel meer gevraagd. Dat is vooral te danken aan Rafael Nadal en Novak Djokovic. Zij hebben het tennis zo fysiek gemaakt. Het duurt wel een paar jaar voordat je je fysiek kunt meten met zulke gasten.” Tallons collega “Botic en ik appen elkaar vaak. Voorheen misschien wel te vaak. Toen zagen we elkaar elke dag, waardoor het soms ook een beetje botste. Het is helemaal oké tussen ons, hoor. Botic en ik hebben ook in december weer keihard met elkaar getraind. Net als voorheen. We hebben vorig jaar tegen elkaar gezegd: ‘Er staan zoveel jongens in de top honderd die niet beter zijn dan wij. Waarom staan wij daar niet?’ Het is mooi dat we het allebei hebben gehaald. Allebei dik de top honderd in, geweldig toch? We stonden afgelopen december dan ook met meer zelfvertrouwen op de baan dan een jaar eerder. Het helpt zo dat Botic dezelfde weg aan het afleggen is als ik. Als ik hem geweldig zie presteren bij de US Open, waar hij de kwartfinale haalde, denk ik: dat kan ik ook. Als Botic iets presteert, dan motiveert mij dat enorm. Dat zal hij bij mij ook hebben. Van de jongens van wie ik win, kan Botic ook winnen. En andersom. En we zitten allebei ook zo in elkaar dat we elkaar het succes gunnen. Heerlijk dat we elkaar op een goede manier kunnen triggeren. We hebben elkaar nodig om op een hoger niveau te komen, maken elkaar echt beter.” Tallons toekomst “Ik sta er misschien wel te weinig bij stil dat het me gelukt is. Er was geen tijd om te genieten. Het was: door, door, door. Het besef hoe bijzonder het is wat ik heb gedaan de afgelopen tijd kwam pas op vakantie. Ik mag misschien wel wat vaker in m’n arm knijpen dat het speciaal is wat ik allemaal meemaak. Omdat de nieuwe werkelijkheid al heel snel weer als normaal aanvoelt. En omdat ik meteen weer nieuwe doelen moet stellen. Het eerstvolgende doel: de top vijftig halen.” Helden Magazine 61 Het verhaal van Tallon Griekspoor komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riesen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Tennis

Botic van de Zandschulp: Tennissprookje

Jarenlang probeerde Botic van de Zandschulp (26) [...]
Jarenlang probeerde Botic van de Zandschulp (26) zich in de schijnwerpers te tennissen. Afgelopen jaar slaagde hij met vlag en wimpel. Hij haalde bij de US Open als eerste Nederlandse tennisser sinds 2004 de kwartfinale van een Grand Slam-toernooi. Botic sloot 2021 jaar af als nummer 57 van de wereld. In aanloop naar de Australian Open (vanaf 17 januari) en het ABN AMRO WTT (5-13 februari) gingen we bij hem langs. Botics doorbraak “Het voelt bijna of ik in een nieuw leven ben gestapt. Dat ik de kwartfinale van de US Open haalde, kwam een beetje onverwachts. Ik had wel al een tijd het gevoel dat als alles een keer samen zou komen bij me, ik tot veel in staat kon zijn. Ik begon 2021 rond plek 150 op de wereldranglijst en kwalificeerde me voor de Australian Open en Roland Garros. Aan het hoofdtoernooi op Wimbledon mocht ik als lucky loser meedoen. Beetje bij beetje kwam de grens van de top honderd in zicht. Maar toen ik naar het kwalificatietoernooi van de US Open ging, was ik best moe. Ik had vijf toernooien en veel wedstrijden achter elkaar gespeeld. In het kwalificatietoernooi verloor ik in alle drie mijn wedstrijden de eerste set, telkens wist ik de wedstrijd om te draaien. In de eerste ronde van het hoofdtoernooi moest ik het opnemen tegen Carlos Taberner uit Spanje. Ik kwam 2-0 achter in sets en in de vierde set kon hij de wedstrijd uitserveren. Opnieuw was het op het randje, weer won ik. In de tweede ronde moest ik tegen Casper Ruud, de nummer 11 van de wereld. En ja hoor, weer verloor ik de eerste set. Maar daarna won ik drie sets op rij. In de derde ronde won ik van Facundo Bagnis. En daarna, tegen Diego Schwartzman, de nummer veertien van de wereld, speelde ik de mooiste wedstrijd die ik ooit heb gespeeld. Ik kwam 2-0 voor in sets, hij kwam terug tot 2-2 en in de vijfde set wist ik door te drukken. Ik kreeg van meerdere kanten te horen dat ik de eerste Nederlandse tennisser sinds Sjeng Schalken in 2004 was die de kwartfinale van een Grand Slam-toernooi bereikte. Journalisten wilden me spreken, tv-programma’s vroegen of ik langs wilde komen. Mijn vriendin Floor beheert mijn Instagram, ik heb niet eens alle reacties gezien die langskwamen. Er zaten ook reacties tussen van oud-voetballer Kees Kwakman en acteur Barry Atsma. In de kwartfinale verloor ik van de latere winnaar en nummer twee van de wereld Daniil Medvedev. Pas toen ik in november op vakantie ging naar Dubai drong tot me door wat er allemaal op me af is gekomen in korte tijd. Op vakantie heb ik de eerste twee dagen alleen maar geslapen. Ik was helemaal kapot. Vooral mentaal is het een zware tijd geweest." Als ik er nu op terugkijk, dan heb ik op de US Open echt een mentale barrière weten te slechten. De overwinning op Casper Ruud kon ik zo goed gebruiken. En daarna natuurlijk ook die op Diego Schwartzman. De wetenschap dat ik ook van spelers kan winnen die rond de top tien van de wereld staan, zorgde voor een enorme boost in mijn zelfvertrouwen. Bijna iedereen kan goed tennissen, maar degene die het rustigst blijft en het meest in zichzelf gelooft, is uiteindelijk vaak de winnaar. Toppers als Daniil Medvedev stralen zoveel rust uit. Het maakt niet uit wat er gebeurt op de baan. Als tegenstander maakt het ook indruk dat aan de andere kant van het net iemand staat die onder alle situaties heel rustig blijft. Die rust heb ik nu ook gevonden. Vroeger maakte ik me veel vaker druk op de baan. Ik had ook niet echt het geloof in mezelf dat ik goed kon tennissen. Ik had lange tijd niet gedacht dat ik van jongens als Ruud en Schwartzman kon winnen. Dat weet ik nu wel.” Botics een jaar terug “Na een periode zonder toernooien van bijna vijf maanden door corona sloot 2020 best goed af. Helaas werd ik voor mijn halve finale bij het toernooi in Hamburg valselijk positief verklaard op corona. Ik stond op dat moment rond plek 150 op de wereldranglijst en de titel in Hamburg had me naar plek 120 kunnen brengen. Voor 2021 had ik grootse plannen. Ik ging met de coaches van de KNLTB in zee. Aan het begin van het jaar had ik het heel moeilijk. Ik verloor een paar keer achter elkaar heel snel of wist me niet te kwalificeren. Tallon Griekspoor en ik deelden in die periode Dennis Schenk als coach en dat verliep niet helemaal soepel. Ik ben gestopt met die samenwerking, was ook nog eens geblesseerd aan mijn schouder. Mijn incasseringsvermogen was weg. Er hoefde niet veel te gebeuren of ik was er klaar mee. Ik was al snel niet meer met de wedstrijd bezig, stond wel op de baan, maar eigenlijk was ik met mijn hoofd er al niet meer bij. Ik ging terug naar de basis, pakte de dingen weer precies zo aan te als ik gewend was. Zo kwam ik op het juiste pad terecht.” Botics jeugd “Woest was ik als het niet ging zoals ik wilde. Ik kon als kind vreselijk slecht tegen m’n verlies, smeet met rackets. Het is zo erg geweest dat mijn moeder me een paar keer letterlijk van de baan heeft getrokken. Mijn moeder tenniste vroeger ook, ging tot m’n elfde bijna altijd mee naar toernooien. Mijn vader heeft een eigen bouwbedrijf, had vaak geen tijd om mee te gaan. Op een gegeven moment trok mijn moeder het niet meer om me telkens te vergezellen. Vanaf mijn elfde ging mijn vader vaker mee. Hij zat vaak aan de bar aan een kop koffie als ik een wedstrijd speelde. Fanatieke tennisouders waren mijn vader en moeder totaal niet. En ze zijn al helemaal geen mensen die op de voorgrond willen treden. Toen het zo goed ging in New York hadden ze niet de neiging om meteen het vliegtuig te pakken. Zo zijn ze helemaal niet. Ze hebben mij gewoon gevolgd via de tv. En mijn vader kijkt nog steeds niet naar al mijn wedstrijden. Als hij aan het werk is, dan kijkt hij niet. Het komt weleens voor dat hij me de dag na een wedstrijd vraagt of ik nog gespeeld heb. 'Ik kon als kind vreselijk slecht tegen m'n verlies, smeet met rackets. Het is zo erg geweest dat mijn moeder me een paar keer letterijk van de baan heeft getrokken' Mijn vader heeft trouwens wel gezegd dat ik altijd bij hem aan kon kloppen als hij financieel bij moest springen. Dat heb ik nooit gewild. Ik wilde alles zelf bekostigen, wilde niets aannemen van mijn vader. Daardoor heb ik altijd goed op mijn centjes moeten letten. Ik reisde daarom altijd zonder coach, woonde thuis, omdat dat ook weer scheelde in de kosten. Maar mentaal hielp het wel dat ik wist dat ik dat financiële vangnet had.” Botics broer “Mijn broer Melvin is drie jaar ouder dan ik, tenniste tot z’n elfde bij de bond en is daarna wat anders gaan doen. Toen we jonger waren, vlogen we elkaar geregeld in de haren. Sinds hij samen is gaan wonen met zijn vriendin en vader van een zoontje is geworden, is onze band veel beter geworden. Ik heb me voorheen, als de moed me in de schoenen zonk, geregeld afgevraagd of ik het niet net zo moest doen als Melvin. Rond m’n 21ste zakte ik mede door een blessure terug van de driehonderdste naar de vijfhonderdste plek op de wereldranglijst en dacht: waar doe ik het in godsnaam allemaal voor? Als je goed van tennis wil leven, moet je eigenlijk in de top honderd staan. Rond plek 150 lukt het ook nog wel, maar sta je lager, dan wordt het lastig. Af en toe zei ik tegen mezelf: je hebt vwo gedaan, is het niet beter om net als Melvin te gaan studeren? Mijn broer had zekerheid, was om een uur of vijf terug van z’n werk en was in de weekenden vrij. Hij had een veel vaster leven dan ik. Ik hikte echt aan tegen het zetten van de volgende stap. Ik zat vaak in het vliegtuig naar een heel klein toernooi, terwijl vrienden leuke dingen aan het doen waren. Niet veel later zat ik weer in het vliegtuig terug, nadat ik in de tweede ronde had verloren. Op die momenten woog het geld dat ik verdiende niet op tegen de kosten die ik moest maken voor mijn sport. Mijn vader en moeder hebben nooit tegen me gezegd: ‘Hoelang ga je hier nog mee door?’ Daar ben ik hen heel dankbaar voor. Ik heb mezelf in 2018 wel een ultimatum gesteld, zei: volgend jaar wil ik sowieso challenger-toernooien spelen, weg uit het circuit van de future-toernooien. Gelukkig kwam er snel een stijgende lijn in mijn spel en ranking. Ik maakte in een jaar tijd de stap van 500 naar 200. En nu heb ik dus de stap gemaakt naar plek 57. Het kan ineens snel gaan.” Botics liefde “Floor zorgt ervoor dat ik beter in m’n vel zit. Sinds we een relatie kregen, een jaar geleden, gaat het met mijn tennis ook een stuk beter. Floor was er ook bij op Roland Garros en Wimbledon. Bij haar kan ik m’n ei kwijt en kom ik tot rust. Ik ben iemand die niet makkelijk te lezen is. Als ik iemand vertrouw, kan ik heel gezellig zijn, maar het duurt even voordat ik me openstel. Ik ben eerst altijd op m’n hoede, je moet eerst mijn vertrouwen winnen. Ik heb met trainers in het verleden wel een paar keer meegemaakt dat m’n vertrouwen is geschonden. Het gebeurde dat er achter mijn rug om afspraken werden gemaakt met anderen. Dat heeft ervoor gezorgd dat het even duurt voordat mensen de echte Botic te zien krijgen. Ik ken Floor al heel lang. Zij heeft ook getennist, zat bij de bondsgroep. We schelen twee jaar. Toen Floor dertien was en ik vijftien hebben we al een keer een date gehad. We gingen naar de bioscoop, naar Pirates of the Caribbean. Daarna verloren we elkaar een beetje uit het oog, omdat Floor stopte met tennissen. We hielden wel contact, feliciteerden elkaar met verjaardagen, maar echte gesprekken voerden we niet meer. Begin 2020 stuurde ze ineens een berichtje naar me en toen zijn we weer echt in gesprek geraakt. Van het een is het ander gekomen. Floor studeert Science, Business & Innovation in Amsterdam en heeft tennis ingeruild voor hockey. Wat onze plannen samen zijn?” Lachend: “Ze heeft onlangs het bruidsboeket gevangen op een bruiloft...” Botics team “Roland Garros was het eerste toernooi waarop ik samenwerkte met Peter Lucassen. Peter was in dienst van de KNLTB en de insteek was om lang met elkaar samen te gaan werken. Het klikte en het ging meteen goed. Na terugkomst uit Parijs vertrok Peter bij de KNLTB, hij ging samenwerken met een speelster uit Amerika. Ik dacht: shit, hoe moet het verder? Mijn hele planning viel in het water. Ik heb tegen Peter nog wel gezegd dat ik teleurgesteld was hoe het allemaal was gegaan. Michiel Schapers ging uit nood met mij mee als coach vanuit de KNLTB naar Wimbledon en hij hielp me tot en met de US Open. ''Door mijn goede prestaties op de US Open veranderde er natuurlijk wat. Ik had ineens de financiële mogelijkheden om een eigen team samen te stellen. Met Michiel en de KNLTB was de afspraak dat we na de US Open verder zouden kijken. Ik had de hele tijd al in mijn hoofd dat ik met iemand wilde werken die er een heel jaar lang voor mij kon zijn. Michiel woont in Wenen, dus het was lastig om fulltime met hem samen te werken. Ik klopte na de US Open opnieuw aan bij Peter, had begrepen dat het tussen hem en de Amerikaanse tennisster niet zo goed werkte. En zo werd Peter opnieuw mijn coach.'' 'Na de US Open vloog ik er al snel uit in Indian Wells en in Antwerpen. Ik hoorde al fluisteren dat ik misschien toch een eendagsvlieg was' Eindelijk heb ik nu het team om mij heen zo in kunnen richten zoals ik het altijd voor ogen heb gehad. Naast Peter helpen Miguel Janssen en Rob Walraven me op fysiek vlak. Ik ben niet meer van anderen afhankelijk.” Botic de laatbloeier “Ik keek vroeger veel naar Rafael Nadal, Andy Roddick en Andre Agassi. Het zijn alle drie tennissers die al op heel jonge leeftijd de top bereikten. De tijd dat spelers op hun achttiende Grand Slam-titels konden winnen, is veranderd. De carrières van de spelers duren ook veel langer dan vroeger. Kijk naar Richard Gasquet, Roger Federer, Stan Wawrinka, Rafael Nadal en Novak Djokovic, die zijn allemaal de dertig al ruim gepasseerd. Een aantal jaar geleden was het nog normaal dat een tennisser stopte als hij de dertig naderde.'' Ik denk ook dat corona niet heeft geholpen. De punten voor de wereldranglijst werden bevroren, zodat het voor jonge spelers nog lastiger was om de stap naar de top honderd te maken. Zonder corona had ik die stap een jaar eerder kunnen maken, daar ben ik van overtuigd. Er zijn ook nu nog ultieme talenten, jongens als Jannik Sinner, Felix Auger-Aliassime, Carlos Alcaraz en Sebastian Korda. Zij halen al op jonge leeftijd de top vijftig. Heel knap. Dat Nederlandse tennissers wat langer de tijd nodig hebben, komt ook doordat we in Nederland nog best lang bezig zijn om school af te maken. Ik heb vroeger nooit internationale jeugdtoernooien gespeeld, moest eerst mijn vwo-examen doen. Vanaf mijn achttiende kon ik pas voluit gaan tennissen en me gaan meten met buitenlandse spelers. Ik ben er ook van overtuigd dat die moeilijke periode, toen ik bijna altijd in m’n eentje naar toernooien ging, heel belangrijk is geweest voor mijn ontwikkeling. Het was heel zwaar, maar ik ben daar wel heel zelfstandig en volwassen van geworden. Tijdens wedstrijden helpt het me. Ik weet dat ik dingen alleen op kan lossen, heb geleerd hoe ik dat moet doen.” Botics collega “Dat Tallon Griekspoor en ik nu allebei in de top honderd staan, is geweldig. We weten allebei: het is als Nederlander dus mogelijk om je tussen de toppers van dit moment te tennissen. En het heeft ook met elkaar te maken dat we nu allebei zo hoog staan. Ik trek me aan Tallon op en hij aan mij. Ik heb iemand tegen wie ik een beetje kan strijden. Als ik wat presteer, wil Tallon dat ook. En andersom. Doordat we veel met elkaar hebben getraind, weet ik als Tallon een mooie prestatie boekt: dat kan ik ook. De ene keer staat de een hoger op de ranking, de andere keer de ander. En hopelijk gaan we dat stuivertje wisselen voortzetten om een steeds hogere plaats op de wereldranglijst. In de jeugd kwamen Tallon en ik elkaar niet heel veel tegen. We schelen een jaar, daardoor namen we het in de jeugd vaak op tegen andere spelers en trok ik ook meer op met anderen. Pas later kregen we met elkaar te maken. Het contact is goed. We feliciteren elkaar als het goed gaat en proberen wat informatie uit te wisselen als we tegen iemand moeten spelen. We trainen geregeld samen als we allebei in Nederland zijn. Op toernooien trainen we juist niet met elkaar. Omdat we in Nederland al met elkaar trainen, wil je op toernooien juist graag met andere jongens trainen.” Botics toekomst “Het eerste doel voor 2022 is om in de top vijftig te komen. De komende tijd heb ik niet veel punten te verdedigen, dus ik kan nog wel een sprongetje maken op de wereldranglijst. Een ander doel is om richting de US Open in augustus een geplaatste status te hebben. Dat betekent dat ik dan bij de top 32 van de wereld moet zitten. Als ik het hele jaar fit blijf en constant presteer en het hele jaar het niveau van de laatste maanden laat zien, dan is er nog wel meer mogelijk. Dat ik aan het einde van 2021 de halve finale haalde van het ATP-toernooi in Sint-Petersburg en de kwartfinale in Stockholm was heel lekker. Na de US Open verloor ik in Indian Wells in de eerste ronde en in Antwerpen ging ik er kansloos af in de tweede ronde. Ik hoorde al fluisteren dat ik misschien toch een eendagsvlieg was. Met Peter en Floor heb ik in die periode ook mijn zorgen uitgesproken, ik zei: misschien was de US Open wel eenmalig. Die gedachten kon ik gelukkig in Sint- Petersburg en Stockholm meteen de kop indrukken. Misschien waren die resultaten nog wel belangrijker dan die kwartfinaleplaats bij de US Open. Ik weet nu dat ik het kan, dat het geen toeval is. Vroeger werd er van mij wel gezegd dat ik een psycholoog nodig had, omdat ik snel geïrriteerd kon raken op de baan. Ik ben vroeger wel af en toe naar een sportpsycholoog geweest, maar daar stopte ik al snel mee omdat ik vond dat ik werd behandeld en toegesproken als een klein kind. Dat ik het nu op mijn manier toch allemaal voor elkaar heb gekregen, maakt me trots. En het mooie is: er is nog veel meer mogelijk.” Helden Magazine 60 Het verhaal van Botic van de Zandschulp komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Tennis

Diede de Groot: Op eenzame hoogte

Diede de Groot (24) schreef geschiedenis door als [...]
Diede de Groot (24) schreef geschiedenis door als eerste rolstoeltennisster de Golden Slam op haar naam te schrijven. Ze won in een kalenderjaar alle vier de grandslamtoernooien én goud op de Paralympische Spelen. We legden haar zeven stellingen voor. Ik ben de Steffi Graf van het rolstoeltennis “Steffi Graf was de eerste tennisster die de Golden Slam won in 1988. Ze won niet alleen alle vier de grandslamtitels, maar ook olympisch goud in het enkelspel. Daarna is daar nooit meer iemand in geslaagd. Dat het mij nu als eerste rolstoeltennisster is gelukt, vind ik heel bijzonder. Dus ja, ik vind mezelf wel de Steffi Graf van het rolstoeltennis.” Lachend: “Wat ik mezelf cadeau heb gegeven? Een nieuwe brievenbus! Toen ik net verhuisd was, had ik de sleutel aan de binnenkant van het slot laten hangen en kon ik niet meer naar binnen. Ik heb de brievenbus, die goudkleurig was, eruit moeten halen om het slot open te kunnen maken. Ik heb een jaar lang met een kapotte brievenbus gezeten waar de brieven half uithingen, wilde pas een nieuwe kopen als ik het goud binnen had. Van tevoren had ik me niet blindgestaard op dit doel, omdat ik wist hoe moeilijk het zou zijn. Ik focuste me op de kleine doelen, dacht: Diede, ga eerst maar eens de Australian Open winnen. Dat ging goed. Daarna Roland Garros... Zo heb ik het ’t hele jaar aangepakt. Voorafgaand aan de US Open, het laatste grandslamtoernooi, is wel vijf keer door het stadion geroepen dat ik de kans had de Golden Slam te winnen. Dat gaf wel aan hoe ook anderen ermee bezig waren. Die finale van de US Open was mijn slechtste wedstrijd van het seizoen. Ik had het geluk dat mijn tegenstandster en grote rivale, de Japanse Yui Kamiji, ook niet lekker in de wedstrijd zat. Ik kwam net van de Paralympische Spelen in Tokio waar ik alles had gegeven. Binnen een dag was ik in New York, vier dagen na de paralympische finale moest ik alweer mijn eerste wedstrijd spelen. De andere medaillewinnaars van TeamNL hadden in Nederland huldigingen en ik zat in mijn eentje in een hotelkamer. In de finale van de US Open kon ik alleen maar verliezen. Alles wat niet de Golden Slam was, was niet goed geweest. De druk was zo groot. Voor de Spelen heb ik in interviews gezegd: mijn carrière is niet mislukt als ik geen paralympisch goud win, de grandslamtitels zijn ook heel belangrijk. Daar kom ik nu wel op terug. Ik wilde mezelf zo graag belonen met die gouden medaille. Toen dat in Tokio was gelukt, was de ontlading groot. Ik was zo blij. Na het laatste punt op de US Open was ik vooral opgelucht.Ik heb ook wel wat tranen moeten laten. Op het moment zelf besefte ik eigenlijk niet eens hoe bijzonder het was. Later toen ik thuis was, had ik pas door wat ik had geflikt. Ook Novak Djokovic had de kans dit jaar de Golden Slam te pakken. en hij durfde die droom wel uit te spreken. Hem is het niet gelukt. Op de Spelen verloor hij de halve finale en in de US Open-finale was hij niet opgewassen tegen Daniil Medvedev. Op een gegeven moment moest hij tijdens de wissel huilen. Het publiek ging achter hem staan. Ik vond dat zo’n mooi moment, voelde mee met hem. Het gaf perfect weer hoe groot de druk kan zijn. Sport kan zo mooi zijn, maar je kunt ook zo teleurgesteld worden. Op de baan is Djokovic misschien niet altijd de aardigste man, maar daarbuiten is het echt een topgozer. Ik heb hem kort gesproken nadat we allebei Wimbledon hadden gewonnen. Hij stopte toen hij mij langs zag komen en zei: ‘Wil je samen op de foto?’ Djokovic heeft veel respect voor het rolstoeltennis, heeft al meerdere keren uitgesproken dat wij hem inspireren. Hij zei tegen me dat hij meerdere keren rolstoeltennis heeft geprobeerd, dat hij het zo moeilijk vindt en dat wij het zo makkelijk laten lijken. Heel speciaal dat zo iemand dat zegt. Ik vroeg hem of hij een keer tegen mij wilde spelen. Hij zei: ‘Ja, misschien wel een keertje.’'" Ik krijg nog steeds niet de media-aandacht die ik verdien “Ik heb het gevoel dat de aandacht voor ons de afgelopen twee jaar juist in een stroomversnelling is gekomen. Niet alleen voor mij, maar voor alle paralympische sporters. We zijn veel meer zichtbaar dan voorheen. We kunnen blijven zeuren dat het niet genoeg is en we willen natuurlijk ook altijd meer aandacht, maar tegelijkertijd ben ik heel blij hoe het wordt opgepakt door de media. De Spelen waren uitgebreid te volgen via de NOS en ik hoorde ook al de plannen voor de Spelen in Parijs in 2024. ‘Ik zat in een Nike-commercial met sterren als Serena Williams en LeBron James. Ik heb echt het gevoel dat ik word behandeld als een gelijkwaardige sporter’ Voor alle paralympiërs geldt wel dat er zoveel meer aandacht op de sport komt te liggen tijdens de Spelen, waardoor het kan lijken alsof die vier jaar voorbereiding er niet toe doen. Ik zou ook graag zien dat er aandacht voor andere grote toernooien komt. Voor mij was het ook qua media-aandacht een bijzonder jaar. Na het behalen van de Golden Slam stond er een paginagrote Citi Bank-advertentie van mij in de New York Times. Zo gaaf. Op dat moment was ik nog in New York. Ik sloeg de krant open en daar stond ik... in kleur, op de hele pagina. Ook plaatste Nike drie grote billboards in Utrecht om mij te feliciteren. Voor het eerst in vijf jaar had ik een dag vrij in New York, heb echt de tijd genomen om daarvan te genieten. Ik ben in het Central Park drie keer aangesproken. In een wereldstad als New York is dat zo gaaf. In Nederland gebeurt me dat nauwelijks. Hier is de cultuur: doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Als je in Amerika met een rolstoel de stoep afrolt, ben je al een ster. Maar ik hou van Nederland, vind het heerlijk dat ik ongemerkt over straat kan lopen. Ik zat ook in een Nike-commercial met sterren als Serena Williams, Shelly-Ann Fraser-Pryce en LeBron James. Ik heb inmiddels echt het gevoel dat ik word behandeld als een gelijkwaardige sporter, dat het niet meer bijzonder maar normaal is dat er ook een paralympische sporter in een Nike-reclame zit. Heel mooi om die verandering mee te maken.” Pas toen ik in een rolstoel ging zitten, kreeg ik voor het eerst de bevestiging dat ik normaal was “Ik heb twee oudere zussen en als zij buiten gingen spelen, ging ik gewoon mee. We kregen van mijn ouders allemaal een dag toegewezen dat we de afwas moesten doen. Ik had geen uitzonderingspositie vanwege mijn handicap, heb me altijd ‘normaal’ gevoeld. Behalve als het om sporten ging. Toen ik klaar was met zwemles wilde ik, net als ieder ander kind, een andere sport doen. Al mijn vriendinnetjes gingen volleyballen, maar dat lukte niet op het niveau waarop ik dat wilde. In het rolstoeltennis merkte ik dat iedereen gelijk was. Iedereen zat in een rolstoel, we konden allemaal even hard. Ook op school voelde ik me niet anders dan anderen. Mijn middelbare schoolvriendinnen zijn nog steeds mijn vriendinnen. Ik weet nog wel dat we een keer met z’n allen gingen discorolschaatsen. Toen we daar aankwamen, zei iemand ineens: ‘Diede, kan jij dit eigenlijk wel?’ Mijn handicap werd letterlijk vergeten, dat maakte mij het gelukkigst. Ik ben gewoon als ieder ander. Natuurlijk heb ik in de pubertijd weleens gedacht: waarom heb ik nou weer een prothesebeen. Maar ik was daar niet eens heel onzeker over. Dat ene puistje op mijn gezicht zat me meer dwars. Onzekerheden heb ik nog steeds, ik denk dat dat iets menselijks is. Dat komt bij mij niet zozeer tot uiting in het tennis, maar vooral in het dagelijkse leven. Op de baan ben ik een redelijk aanvallende tennisster, probeer het punt altijd naar mijn hand te zetten. Buiten de baan ben ik juist terughoudend, best verlegen en rustig. Ik hou niet zo van grote groepen, blijf liever op de achtergrond. De laatste tijd ben ik op dat gebied wel gegroeid, ik heb veel meer vertrouwen.” Sinds de Golden Slam stromen de huwelijksaanzoeken binnen “Via social media krijg ik wel gekke verzoeken en berichten. Teksten als ‘Hi, how are you’, en dan allemaal hartjes. Ik laat die mijn vriendinnen allemaal lezen, liggen ze helemaal in een deuk. Laatst kreeg ik wel een bijzonder verzoek. Ik ontving een brief van iemand die dollarbiljetten spaart met handtekeningen van sporters erop. In die brief zat een dollarbiljet met een envelop en een postzegel, dus ik hoefde echt alleen maar mijn handtekening op dat biljet te zetten. Dat vond ik heel leuk, dus dat heb ik meteen gedaan. Mijn privéleven is niet veranderd door de successen. Thuis ben ik gewoon Diede. Daar maakt het niet uit of ik win of verlies.” Na het stoppen van Kiki Bertens ben ik het vrouwelijke tennisgezicht van Nederland “Ik hoop dat ik ondanks mijn rolstoel ook de lopende tennissers kan inspireren. Nadat Kiki haar afscheid bekendmaakte, heb ik haar een berichtje gestuurd en succes- en gelukgewenst. Verder hebben we weinig contact. Onze schema’s, buiten de grandslamtoernooien om, waren totaal verschillend. We kwamen elkaar niet veel tegen. Dat het leven als tennisser best zwaar is, wat ook Kiki heeft ervaren, wordt weleens onderschat. Tennis is zo’n mentaal spel, je hebt zoveel tijd om na te denken. Na elk punt, na elke game, na elke set. En als je tegenstander naar de wc gaat, heb je nog meer tijd om na te denken. Voor mij was het soms moeilijk om positief te blijven. Ik dacht: alles wat niet winnen is, is slecht. De afgelopen jaren heb ik moeten leren om die succes- momentjes te blijven vinden. Daar heb ik hard aan gewerkt. Het zit dan niet meer in winnen, want winnen moet ik sowieso. Ik vind mijn succesbeleving in kleine doelen. ‘Ik denk met een team na over aangepaste kledingitems, kan uit ervaring zeggen dat het niet makkelijk is om een schoen of een skinny jeans om een prothesebeen heen te krijgen' Door bijvoorbeeld minimaal drie dropshots te slaan in een wedstrijd. Dan blijft het ook leuk. Dat ik zo ver heb kunnen komen in het tennis heb ik ook te danken aan Esther Vergeer. Zij was mijn grote voorbeeld, als rolstoeltennisster was zij tien jaar op rij ongeslagen. Ik denk niet dat iemand daar ooit nog in slaagt. In haar tijd werd er op Wimbledon nog geen single gespeeld in het rolstoeltennis. We weten allemaal dat als dat wel zo was geweest, Esther ook die Golden Slam had behaald. Vlak na haar carrière werd Esther een mentor voor me. Ik vond het geweldig dat zo’n grote tennisster, energie en tijd wilde steken in mij. Ze is bij trainingen komen kijken en ook weleens bij een wedstrijd toen ik heel jong was. Tegen Esther sprak ik uit dat het mijn grote droom was om naar de Paralympische Spelen in Rio te gaan in 2016. Maar op dat moment stond ik daar nog zo ver vanaf. Esther zei: ‘O ja, wil je dat? Dan moeten we kijken hoe we dat gaan doen.’ Zij had goede tips voor me. Ik moest grotere toernooien gaan spelen, sponsors zoeken. Ondanks dat de droom op dat moment veel te groot was, hielp ze me. En ik heb het op het nippertje gehaald. Het was heel bijzonder om met haar het proces door te maken. De rol van Esther is nu veranderd. Ze is chef de mission van de paralympische ploeg en moet zich over heel veel sporters buigen. Esther zag mij wel vanaf de tribune goud winnen in Tokio. Dat gaf die finale nog een extra dimensie. Ik dacht: hoe zal zij het beleven en wat vindt ze wel niet van mijn spel? Het was heel bijzonder dat Esther erbij was en heb nog niet eens de tijd gehad om het met haar over die finale te hebben.” Ik ben de nummer één van de wereld dus na mijn tenniscarrière hoef ik niet meer te werken “Helaas gaat dat niet op. Als paralympisch tennisser weet je dat je niet vroeg met pensioen kunt gaan, je moet ook bezig zijn met het leven daarna. Er zit veel verschil in de verdiensten tussen valide tennissers en rolstoeltennissers. Het is een keer uitgerekend. Ik won toen één procent van wat een valide speler kreeg aan prijzengeld. Toch kan ik er absoluut van rondkomen, ik mag echt niet klagen. Bij de vier grandslamtoernooien verdienen we veel prijzengeld. De rest van de weken verdienen we niks, maar moet ik wel de kosten van mijn privécoach betalen. Gelukkig zijn er mooie nieuwe sponsors op mijn pad gekomen het afgelopen jaar.” Mijn nieuwe uitdaging ligt op maatschappelijk vlak Lachend: “Goud is best zaligmakend, heb ik gemerkt. Voorlopig vind ik het tennis nog veel te leuk om te stoppen. Er zit nog veel verbetering in: in mij als tennisster en hoe ik als persoon op de baan sta. Maar het leven naast het tennis vind ik ook heel belangrijk. Een gelukkig mens is een gelukkige atleet. Als ik een fijne week en plezier heb gehad, weet ik dat ik ook goed getennist heb. Ik kijk alweer uit naar een nieuw jaar, nieuwe grandslamtoernooien. Maar ik ga nu niet zeggen dat ik, net als Esther, tien jaar ongeslagen wil blijven. Ik weet dat als ik dat als doel stel, ik heel ongelukkig word. Toch denk ik ook steeds vaker aan het leven na tennis. Ik heb de havo afgerond omdat het op dat moment moest, maar zou best een vervolgopleiding willen doen. Naast het tennis komen er ook al andere leuke dingen op mijn pad. Runway of dreams is een mooi project waar ik me aan heb verbonden. Het is een organisatie die toewerkt naar inclusiviteit in de kledingbranche. Ik heb dit jaar de New York fashion show mogen openen en denk met een team na over aangepaste kledingitems. Ik ben in de groep de enige persoon met een beperking en kan uit ervaring zeggen dat het niet altijd makkelijk is om een schoen of een skinny jeans om een prothesebeen heen te krijgen. Daarnaast ben ik ambassadeur van de Esther Vergeer Foundation en het Fonds Gehandicapten Sport en hoop kinderen te inspireren. Door zelf te tennissen merk ik dat ik al veel impact heb. En tijdens clinics vind ik het fijn kinderen een mooie dag te bezorgen. Tegen de tijd dat ik stop, zullen er in het tennis wel kansen zijn om trainer of coach te worden, dat lijkt me ook gaaf. Of mentor, zoals Esther dat voor mij was. Ik verwacht dat die tennisbaan altijd zal blijven trekken.” Helden Magazine 59 Het verhaal van Diede de Groot komt voort uit Helden Magazine 59. Sifan Hassan is onze Held van het Jaar en siert de cover van het dubbeldik eindejaarsnummer. Ze kwam, zag en overwon. Hassan deed wat niemand voor haar deed: drie olympische medailles winnen op de middellange afstanden op dezelfde Spelen. Heel bijzonder is ook het verzoek dat Barbara Barend kreeg van Bibian Mentel. Vlak voor haar overlijden, op 29 maart dit jaar, wilde Bibian nog een keer een groot interview geven met het verzoek het verhaal na haar overlijden te publiceren. In het verhaal spreekt zij nog één keer iedereen toe die haar lief hebben.  In Helden Magazine 59 lees je een uitgebreid interview met Fabio Jakobsen en zijn aanstaande vrouw Delore. Ze blikken samen terug op de zware val in Polen, waarbij Fabio bijna het leven verloor én hoe hij zich dit jaar heeft teruggevochten. Daarnaast spraken we een van de sterkhouders van Ajax, Daley Blind in het bijzijn van zijn vrouw, dochter, moeder en twee zussen. De dubbelvier zorgden voor het eerste olympische roeigoud bij de mannen in 25 jaar én Sjinkie Knegt vertelt over het leven na het ongeluk met de houtkachel. Ook in Helden Magazine 59 hebben Jeffrey Hoogland en Shanne Braspennincx het mooi geflikt met z’n tweeën, beloonde Tom Dumoulin zijn terugkeer met olympisch zilver op de tijdrit en groeide Denzel Dumfries uit tot de Held van Oranje tijdens het EK. Overigens vertelt Frédérique Matla over haar weg naar de top, won Abdi Nageeye niet alleen olympisch zilver op de marathon, maar coachte hij ondertussen ook zijn maatje naar brons en is Harrie Lavreysen de koning van de sprint. Verder zijn vrienden Niek Kimmann en Jelle van Gorkom allebei in het bezit van een olympische medaille. Dai Dai N’tab was ooit een feestbeest, nu is hij een van de snelste schaatsers van het land. Sanne van Dijke won olympisch brons, maar verloor in aanloop naar de Spelen haar broer en daarna haar trainingsmaatje. Reshmie Oogink blikt in ‘De dag dat’ terug op het moment dat ze in Tokio te horen kreeg dat ze corona had. Victoria Koblenko ontmoet daarnaast olympisch kampioen Kiran Badloe én Caitlin Dijkstra staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Tennis

‘Toen was de beer los’

Gemiste kansen kunnen zich keihard tegen je keren. Dat ondervond [...]
Gemiste kansen kunnen zich keihard tegen je keren. Dat ondervond Paul Haarhuis in de late avond van 6 september 1991 in New York. Voor het eerst in zijn driejarige carrière stond hij in de kwartfinale van een grandslamtoernooi en zijn tegenstander was de voormalige nummer één van de wereld en publiekslieveling, de toen 39-jarige Jimmy Connors. In de derde ronde had Paul de toenmalige nummer één van de wereld Boris Becker overtuigend verslagen. Dat leidde niet tot overmoed, wel tot zelfvertrouwen, en een 1-0-voorsprong in sets en 5-4 in games tegen Connors. Een memorabele slagen- wisseling, die begon met een door de Amerikaan hoog teruggespeelde bal, bracht een complete ommekeer. Na vier door Haarhuis niet verzilverde smashkansen passeerde Connors de Nederlander schitterend en trok vervolgens – tot groot genoegen van het uitzinnige thuispubliek – de tweede set en ook de wedstrijd naar zich toe: 6-4, 6-7, 4-6, 2-6. Paul Haarhuis blikt dertig jaar later terug. “De US Open is altijd mijn favoriete grandslamtoernooi geweest. New York is een fantastische stad, de beleving van het Amerikaanse publiek is top, mensen leven daar echt mee en ik speelde graag op hardcourt. Bij mijn debuut in 1989 had ik er heel goed gespeeld, John McEnroe in de tweede ronde verslagen en de vierde ronde gehaald. Dus ja, ik had er zin in. In de eerste ronde trof ik Eric Jelen, een Duitser die goed was op snelle banen, maar een te nemen horde. Dat bleek ook. Andrej Tsjesnokov, in de tweede ronde, was een taaiere rakker, een speler die het net als ik ook uren kon volhouden. Daarom had ik me voorgenomen me niet te laten verleiden tot snelle punten. Dan duurde een rally maar 25 slagen en de partij vier of vijf uur. Het werd misschien mijn beste partij van dat toernooi. Amerikaanse vrienden van mijn universiteitsteam die waren komen kijken, zeiden zelfs dat ze het mijn beste wedstrijd ooit vonden. Elk punt was een battlefield. Ik won met 3-1 in sets en ging met vertrouwen naar de volgende ronde. Daarin was mijn te- genstander Boris Becker, de nummer één van de wereld en van de plaatsingslijst. Toch voelde ik me door mijn overwinningen op John McEnroe van twee jaar eerder en nog een aantal top 10-spelers niet kansloos. Ik wist dat ik van iedereen kon winnen en het spel van Becker lag me ook wel: service-volley, korte punten en hij had dan wel een geweldige service en forehand, maar z’n backhand was minder en de mijne juist goed, net als m’n passing. Het plan was hem op de baseline te houden en alles op z’n backhand te spelen. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Tennis

Richard Krajicek: ‘Ik heb nog twintig mooie zomers voor de boeg’

Het is dit jaar 25 jaar geleden dat hij Wimbledon won. Vandaag de [...]
Het is dit jaar 25 jaar geleden dat hij Wimbledon won. Vandaag de dag staat Richard Krajicek (49) voor heel andere uitdagingen, zoals toernooidirecteur zijn in coronatijd. We leggen hem in aanloop naar het 48ste ABN AMRO World Tennis Tournament (1-7 maart) acht uitspraken voor die hij vier jaar geleden deed in Helden. “Leuk om te kunnen zeggen dat je Wimbledon hebt gewonnen. Het is eervol. Maar verder?” ‘Toernooidirecteur zijn verveelt nog steeds niet, er gebeurt altijd wat.’ Richard Krajicek in 2017 in Helden. “Dat er altijd wat gebeurt, is in coronatijd natuurlijk zeker het geval.” Het wordt de achttiende keer dat je optreedt als toernooidirecteur van het ABN AMRO World Tennis Tournament. Je hebt gelukkig de nodige ervaring. Lachend: “Het was interessant geweest als ik dit had meegemaakt in m’n eerste jaar. Maar het is ook heel fijn dat de hele toernooiorganisatie met de jaren zo goed op elkaar is ingespeeld en dat de sponsor zo loyaal en begripvol is. Achter de schermen is iedereen al een tijd vreselijk druk bezig met het ABN AMRO WTT. We zijn bezig met de coronaregels, hebben inmiddels de conclusie getrokken dat substantiële aantallen publiek niet haalbaar lijken. Geen 10.000 mensen die er normaal gesproken aanwezig kunnen zijn per sessie, maar geen of veel minder. Het is afwachten hoeveel toeschouwers er begin maart zijn toegestaan, maar we zijn klaar voor iedere optie. Voor mij als toernooidirecteur is het afwachten welke spelers naar Rotterdam komen. Er was veel onzekerheid doordat er is geschoven met de Australian Open, die nu begint op 8 februari. Er is lang gewacht met het bekendmaken van de toernooikalender. Nu die bekend is, kunnen de spelers ook pas hun planning gaan maken.” Hoe zenuwachtig werd jij van die onzekerheid? “Eigenlijk niet. De realiteit verandert elke week, daar kan ik toch niets aan doen. Het was alleen heel even spannend toen net bekend werd dat de Australian Open werd verschoven naar de datum waarop het ABN AMRO WTT zou plaatsvinden en er sprake van was dat daardoor elf tennistoernooien, waaronder wij, in twee weken tijd zouden worden gehouden. Ik kreeg al redelijk snel te horen dat het toernooi van Indian Wells niet doorging, daardoor kwam er - gelukkig voor ons - meer ruimte in de toernooiagenda. Wat erg hielp wat betreft de zenuwen is dat ik sowieso wist dat het toernooi door zou gaan. ABN AMRO heeft dat meteen uitgesproken, Ahoy wilde ook heel graag dat het doorging. Waar we geen grip op hebben, is een internationaal vliegverbod of dat de overheid het toernooi verbiedt. We weten ook niet hoeveel publiek er mag komen, dat kan zelfs in de toernooiweek nog veranderen. En spelers kunnen corona krijgen, waardoor ze op het laatste moment af moeten zeggen. Alles kan gebeuren, we zien het wel. Zo sta ik erin.” De 48ste editie van het ABN AMRO WTT vindt nu plaats van 1 tot en met 7 maart. “We zitten met z’n allen in hetzelfde schuitje. Iedereen is in deze coronatijd bezig met overleven, ook in het tennis. Zeker de Grand Slam-toernooien hebben grote verplichtingen, er hangen vaak ook tennisprogramma’s in Derde Wereldlanden aan vast. Het is dus voor de hele tenniswereld belangrijk dat de Grand Slam-toernooien hun geld binnenhalen. Daarom vind ik het ook prima dat de Australian Open is opgeschoven. Het wordt een ander verhaal als de organisatie denkt: dit bevalt ons goed, laten we de Australian Open voortaan in februari houden.” ‘Zolang sport goed op de politieke agenda staat en ze in Den Haag zien wat sport doet voor onze samenleving, heb ik er vrede mee. Al zou het natuurlijk wel leuk zijn als er ooit nog een echte minister van Sport komt.’ “Topsport is leuk, ik zou het ook toejuichen als de Olympische Spelen ooit nog eens in Nederland worden gehouden, maar veel belangrijker is dat iedereen voldoende beweegt en ook de mogelijkheden krijgt om te sporten. Daarom maken wij er met de Krajicek Foundation al vele jaren werk van om mensen in achterstandswijken, daar waar doorgaans weinig sportaanbod is, in aanraking te laten komen met sport. We proberen daar playgrounds te bouwen of hen op andere manieren aan het sporten te krijgen.” Staat sport nog steeds goed op de politieke agenda? “Ik denk het wel.” We leven in een tijd waarin de jeugd veel afleiding heeft, wat ten koste gaat van bewegen en sporten. Maak je je zorgen over die tendens? “In mijn tijd was er minder afleiding, daardoor ging je sneller naar buiten om te tennissen of voetballen. En nu is corona er ook nog eens bijgekomen. Fitnesscentra zijn gesloten, competities liggen stil en veel sportcomplexen zijn dicht. Ik heb te doen met de jonge generatie, was er een voorstander van geweest als juist die na de zorgmedewerkers als eerste gevaccineerd zou worden. Mensen tussen de 15 en 25 jaar zorgen sowieso voor de meeste coronabesmettingen. Tegelijkertijd is het heel belangrijk dat je de jongeren zo snel mogelijk hun bewegingsvrijheid teruggeeft. Zij zijn onze toekomst, zijn ondernemend en barsten van de energie die ze nu niet kwijt kunnen. Ze hebben te maken met opleidingen die niet doorgaan of stil zijn komen te liggen. 'Sneu om te zien dat er zo weinig begrip is voor de jongeren, ze worden snel weggezet als aso's omdat ze niet voldoende rekening zouden houden met corona' Vreselijk. Ik vind het sneu om te zien dat er zo weinig begrip is voor de jongeren, ze worden in deze tijd heel snel weggezet als aso’s omdat ze niet voldoende rekening zouden houden met corona.” ‘In Nederland had ik het al eng gevonden en nu zit onze dochter daar! Ik probeer als vader wel de dingen zo goed mogelijk te regelen, heb voor Emma een appartement met 24-uurs bewaking uitgezocht.’ “Emma heeft nog steeds een appartement in Los Angeles, maar is in maart vorig jaar terug naar Nederland gekomen. Daphne en ik vonden het allebei beter dat ze terugkwam. Emma heeft haar acteeropleiding aan The American Academy of Dramatic Arts afgerond, maar wilde daar blijven om te acteren en te studeren. Toen hier de eerste lock-down eraan kwam, stonden mensen in Amsterdam in de rij voor de coffee- shops. Ze gingen nog even snel drugs halen, vond ik wel een beetje tekenend voor Nederland. Maar ik zag ook foto’s in de media van mensen die in Amerika in de rij stonden voor gun stores. Mensen kochten geweren in, maar vooral kogels. Ik dacht meteen: in zo’n omgeving wil ik mijn dochter niet hebben. Toen ik Daphne het artikel liet zien, dacht ze precies hetzelfde. Er is gelukkig niets gebeurd en Emma vond het in het begin maar niets. Maar goed, sinds Emma weg is uit Amerika is de sfeer daar natuurlijk niet lekker. Vooral door de presidentsverkiezingen.” Ben jij een erg bezorgde ouder? “Emma wordt in maart 23 en Alec is 20, ze zijn heel zelfstandig, maar ik wil wel dat alles goed voor elkaar is. Ze vinden het ook fijn als ik dingen voor hen regel als dat nodig is. Ik wilde voorheen weleens dingen doen zonder dat ze erom vroegen, maar we hebben nu de afspraak dat ik pas in actie kom als zij erom vragen. Dat is een goede modus, maar ik vind het soms lastig om m’n mond te houden. Zeker nu iedereen weer thuis is. Dan denk ik soms: dat zou ook anders kunnen. Maar goed, ik vind het natuurlijk vooral heel erg leuk dat ze allemaal thuis zijn.” Helden Magazine 55 Het eerste gedeelte van het verhaal van Richard Krajicek komt voort uit Helden Magazine nummer 55. De 55ste editie staat in het teken van Gouden duo’s. Kjeld Nuis en Joy Beune zijn naast collega’s ook geliefden. Over hun relatie was veel te doen. Voor het eerst doen ze samen hun verhaal. Naast het verhaal van Kjeld Nuis en Joy Beune lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo hebben Rafael van der Vaart en Theo Janssen veel gemeen. Ze zijn generatie genoten, linkspoten en levensgenieters. Daarnaast beleefde Femke Bol haar internationale doorbraak, doet Dylan Groenewegen voor het eerst uitgebreid zijn verhaal over De Val, waarbij collega Fabio Jakobsen zwaargewond raakte en blikt Wilco Kelderman terug op de bloedstollende ontknoping van zijn derde plek in de Giro. Ook in de 55ste editie van Helden spraken we vrienden en sinds kort weer ploeggenoten: Kai Verbij, Thomas Krol en Dai Dai N’Tab. Gingen we langs bij drievoudig olympisch kampioene, Jorien ter Mors over onder meer KiKa, Lara van Ruijven en de liefde en is Tonny Vilhena gelukkig in Rusland bij FC Krasnodar. Verder maakte speler van Atalanta Bergamo en Oranje, Hans Hateboer de verschrikkingen van corona in het zwaargetroffen Bergamo van dichtbij mee. Wil Carsten Nienhuis naar de Olympische Spelen als alpineskiër en ziet paralympisch wielrenner Tristan Bangma bijna niets, maar door de nieuwste 5G-technologie kan hij ‘zien’ met zijn oren. In ‘de dag dat alles misging’ blikt Adelinde Cornelissen terug op de Spelen van 2016 en staan we stil met Aniek Nouwen in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.