Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Edu Nandlal en Sigi Lens: ‘Het was onze tijd nog niet’

De vroege ochtend van 7 juni 1989. In dichte mist nadert [...]
De vroege ochtend van 7 juni 1989. In dichte mist nadert SLM-toestel Anthony Nesty vliegveld Zanderij bij Paramaribo. Dan raakt het landingsgestel van de DC 8 na een te vroeg ingezette landing de boomtoppen. Ondersteboven belandt het op de grond, breekt in stukken en vliegt in brand. Van de 178 inzittenden worden elf overlevenden uit de brandende brokstukken gered. Onder hen zijn Sigi Lens en Edu Nandlal, beiden in 1963 in Paramaribo geboren en profvoetballers van het Kleurrijk Elftal dat in Suriname een aantal demonstratiewedstrijden zou spelen. Samen blikken ze 35 jaar na dato terug op de oorzaak, gevolgen en hun verwerking van dat drama in Helden Magazine 71. Sigi Lens: “Wat die ochtend gebeurd is, mag nooit vergeten worden. Ook de slachtoffers moeten we blijven gedenken. Daarom is het goed om er over te praten, en te blíjven praten. Maar naar de jaarlijkse herdenking in Amsterdam ga ik niet. Eenmaal ben ik daar geweest en dat was meteen de laatste keer. Iemand daar zei tegen ons: ‘Daar heb je de lucky ones.’ De lucky ones? Die crash overleven had niks met geluk te maken. Geluk is als je naar het casino gaat en wint. Dit was geen geluk. Het was gewoon onze tijd nog niet. Zoiets kun je ook niet ‘een plek geven’, want dat zou betekenen dat het een afgedane zaak is. Dat is het niet, nooit. Continu worden wij eraan herinnerd en mee geconfronteerd. En dat is goed, want dit mag nooit vergeten worden. Het is onderdeel van ons leven en hoort bij ons, voor altijd.” ''Sigi:‘Iemand zei tegen ons: 'Daar heb je de lucky ones.' Die crash overleven had niks met geluk te maken. Geluk is als je naar het casino gaat en wint.'' Edu Nandlal: “Klopt. Ik ga naar die herdenkingen om zo dicht mogelijk bij de nabestaanden te staan en hen te steunen. Ik zag hun verdriet waarvan ik ook niet wist hoe ik daarmee om moest gaan. Daar kon ik mij ook niet echt in inleven, want ik kende dat verdriet van familie verliezen nog niet. Maar de omgekomen mensen, onder wie veertien profvoetballers en hun coach, waren ook mijn landgenoten en collega’s die ook mij heel dierbaar waren. Die kunnen we herdenken. Vooral door het Kleurrijk Elftal heeft de ramp meer bekendheid gekregen.” Sigi: “Ik heb tegen Edu gespeeld, hij als linksback bij FC Utrecht en ik rechtsbuiten bij AZ. Anderen kennen ons vooral van de SLM-ramp, als overlevenden. De referentie is: jullie zaten toch in dat vliegtuig?” Helden Magazine 71 Het eerste gedeelte van het interview met Sigi Lens en Edu Nandlal is afkomstig uit de tweede uitgave van 2024. De 71ste editie van Helden Magazine is voor het eerst in België te bewonderen! Deze mijlpaal wordt gevierd met twee verschillende sporters op de cover: Estavana Polman in Nederland en Wout van Aert in België. In een openhartig interview deelt Estavana Polman, het gezicht van het Nederlandse handbalteam, haar verhaal over de voorbereidingen op het olympisch kwalificatietoernooi. Daarbij komen ook haar persoonlijke uitdagingen, zoals haar relatie met Rafael van der Vaart, het moederschap en haar blessures ter sprake. Alleskunner Wout van Aert laat dit jaar de Tour de France schieten en kiest voor het eerst voor de Giro d’Italia. De Belgische renner spreekt zich uit over het nieuwe traject, Mathieu van der Poel, Visma-Lease a Bike en de Olympische Spelen. In deze editie van Helden wordt er ook veel aandacht besteed aan voetbal. Esmee Brugts, bekroond als Talent van het Jaar, maakte afgelopen zomer een droomtransfer naar FC Barcelona. Experts laten zich daarnaast uit over Jerdy Schouten, de sleutelspeler van PSV, dat op weg is naar het landskampioenschap en het EK met Oranje in Duitsland. We blikken terug op de legendarische wedstrijd tegen Portugal tijdens het WK van 2006 met Khalid Boulahrouz en bezoeken verdediger Bart Nieuwkoop in Rotterdam. Met Manchester City won Kevin De Bruyne alles wat er te winnen valt. Kenners spreken zich uit over onder meer zijn weergaloze traptechniek en fabuleuze inzicht. Verder in de 140 pagina’s tellende editie deelt marathonloopster Anne Luijten haar bewogen jaar met de lezers. Ze liep de olympische limiet, trouwde, maar verloor ook haar trouwste fan: vader Jos. Zwemfenomeen Ian Thorpe blikt terug op zijn legendarische races en vriendschap met Pieter van den Hoogenband. Victoria Koblenko gaat in gesprek met Ranomi Kromowidjojo, drievoudig olympisch kampioen en zeventienvoudig wereldkampioen zwemmen. Kickbokslegende Peter Aerts, een grootheid in Japan, spreekt onder meer over het oprichten van zijn eigen bond LEGEND. Als laatste is de negentienjarige Collin Veijer de hoop van de Nederlandse motorsportfans, maar wie is hij?

Voetbal

Esmee Brugts: ‘Mijn vlechten geven me rust’

Het is snel gegaan met Esmee [...]
Het is snel gegaan met Esmee Brugts. Ze is pas twintig, een van de sterren van de nieuwe lichting Oranjevrouwen, en schittert wekelijks tussen de beste speelsters ter wereld bij Barcelona. We legden haar acht stellingen voor. Sinds het laatste WK kan ik niet meer normaal over straat “In Nederland word ik overal herkend, in Spanje gelukkig nog niet,” zegt Esmee Brugts in Helden Magazine 71. Esmee kwam drie seizoenen uit voor PSV, voordat ze vorige zomer na het WK in Australië en Nieuw-Zeeland een toptransfer maakte naar Barcelona. “Bij PSV werd ik al geregeld aangesproken voor een foto of handtekening. Ik hing op billboards door heel Eindhoven. Sinds het EK in Engeland, twee jaar geleden, werd die bekendheid groter. Maar na het WK van vorig jaar was het helemaal raak. Het blijft gek dat iedereen ineens weet wie ik ben. Ik zie het als iets positiefs: in het vrouwenvoetbal zijn we inmiddels zover gekomen.” Esmee speelde in februari 2022 haar eerste interland voor het Nederlands vrouwenelftal en maakte een paar maanden later haar debuut op een eindtoernooi, het EK in 2022. In de poulewedstrijd tegen Portugal (3-2-winst) verving ze tien minuten voor het einde Lieke Martens. “Natuurlijk was het een droom die uitkwam. Lieke is altijd mijn voorbeeld geweest. Ik genoot van die minuten.” Nederland werd in de kwartfinale uitgeschakeld door Frankrijk (0-1), maar Esmee had zich definitief in de kijker gespeeld bij het grote publiek. Men vond dat ze een basisplaats verdiende. “Ik kreeg veel leuke reacties. We hadden toen al een speciale mix van ervaren spelers en een nieuwe lichting. Tijdens het EK liep het niet altijd heel lekker in de ploeg, dan ga je kijken wat er anders kan. Ik kreeg ook mee dat er geroepen werd dat ik moest spelen. Leuk, natuurlijk.” Een jaar later volgde het WK, vorige zomer. Nederland werd in de kwartfinale na verlenging uitgeschakeld door de latere wereldkampioen Spanje (1- 2). De populariteit van Esmee bleef groeien, vooral na twee bijna identieke wondergoals tegen Vietnam. Twee kanonskogels van afstand, vanaf de linkerkant, in de verre hoek. Lachend: “Met die goals word ik nog vaak geconfronteerd. We waren er dichtbij, dat WK. We hadden tegen Spanje een paar grote kansen en er strafschoppen uit kunnen slepen.” Het is snel gegaan met Esmee, beaamt ze. Ze speelt amper vier jaar professioneel voetbal, heeft al twee eindtoernooien meegemaakt, en werd vorig jaar ook nog uitgeroepen tot Talent van het Jaar van de eredivisie, samen met Xavi Simons, die vorig seizoen ook uitkwam voor PSV. “Mijn laatste shoot voor PSV was samen met Xavi. Ik was met hem aan het kletsen – het was al bekend dat ik weg zou gaan bij PSV – en Xavi zei: ‘Ik weet het al: jij gaat naar Barça.’ Ik had nog geen idee dat ik daar naartoe zou gaan, wist nog niet eens van hun interesse af. De keuze voor een nieuwe club had ik expres uitgesteld tot na het WK. Tijdens het WK wilde ik niet bezig zijn met een nieuwe club. Grappig, dat Xavi dat toen al riep en het ook is uitgekomen. Bij de prijsuitreiking voor Talent van het Jaar zag ik hem weer. We konden elkaar helaas niet lang spreken, hadden allebei een druk programma. Xavi en ik hebben wel wat overeenkomsten, ja. Hij is net als ik pas twintig en heeft ook al veel bereikt. Bij PSV deed hij het goed, en nu ook weer in Duitsland bij RB Leipzig.” Na het WK klopte Barcelona, een van de grootste en beste clubs in het vrouwenvoetbal, bij Esmee aan. “Na het WK had ik twee weken de tijd om een club te kiezen. Ik belde met mijn zaakwaarnemer die aangaf dat zich een aantal clubs had gemeld, waaronder Barcelona. Mijn eerste reactie was: dat is wel een heel grote club... Ik dacht dat het te hoog gegrepen voor mij zou zijn, twijfelde of het de goede keuze was. Na een gesprek met de coach was de twijfel weg. Er is geen betere plek om je te ontwikkelen dan tussen de beste speelsters van de wereld.” Na haar transfer naar Barcelona stond Esmee nog meer in de schijnwerpers. “Voor mij is er niks veranderd, maar er wordt sindsdien anders naar mij gekeken. Ik ben niet iemand die graag praat over wat ik heb neergezet, want ik wil nog zoveel. Maar ik snap ook wel dat ik nu interessanter ben dan toen ik nog bij PSV speelde.” Ik heb een Nederlands paspoort, maar voel mij net zo Surinaams “Nee, ik ben in Nederland opgegroeid, Nederlands opgevoed en trots dat ik voor het Nederlands elftal mag uitkomen. Maar ik ben er ook trots op dat ik half Surinaams ben.” De moeder van Esmee is Surinaams, haar vader is Nederlands. “Mijn moeder verhuisde naar Nederland toen ze één was. We hebben een grote familie, bijna iedereen woont in de buurt van Rotterdam. In de Surinaamse cultuur is familie heel belangrijk. We staan altijd voor elkaar klaar en zijn trots op de ander met wat hij of zij heeft bereikt. We hebben een hechte band en zien elkaar op familiefeestjes of verjaardagen.” Lachend: “En omdat we zo’n grote familie hebben, zijn dat er veel.” Esmee is zelf nooit in Suriname geweest. Lachend: “Ik ben een beetje bang voor alle dieren. Als ik ooit over dat punt heen ben, dan lijkt het me mooi om erheen te gaan. Ik zou het land graag een keer in mijn leven willen zien. Nee, ik zou ook nooit meedoen aan een programma als Echte meisjes in de jungle. Ik heb het weleens gekeken. Dan zag ik die enge spinnen, en kreeg ik meteen de kriebels.” Esmee groeide op in Heinenoord met haar ouders en twee jaar oudere broer. “Ik heb op tennis, streetdance en turnen gezeten. Op het schoolplein kwam ik voor het eerst met voetbal in aanraking. Op school werden er flyers uitgedeeld voor de minipupillen bij SV Heinenoord. We zijn gaan kijken en ik sloot me aan. Ik vormde een team met veel vrienden uit mijn klas. Met die groep voetbalden we ook veel op straat net als met mijn vader en broer. Mijn broer en ik waren allebei heel fanatiek. Het is moeilijk te zeggen wie beter was, hij was verdediger en ik aanvaller, maar het ging altijd hard tegen hard.” Tot haar dertiende speelde Esmee bij Heinenoord, daarna voetbalde ze vier jaar bij FC Binnenmaas. “We moesten meestal tegen andere Rotterdamse clubs. Voor de wedstrijd werd er geroepen: ‘Hé, een meisje, dat wordt makkelijk.’ Ik ben geen prater, zei nooit wat terug. Maar zodra de wedstrijd begon, was het duidelijk dat ik best goed kon voetballen. Marius Heinerman, mijn toenmalige trainer, gaf mij mee dat ik slimmer moest zijn dan de fysiek sterkere jongens tegen wie ik speelde. ‘Slim spelen en hen gek maken met de bal,’ zei hij altijd. Ik heb veel van hem geleerd. Ik wilde graag extra trainen, ook voor de jeugdelftallen van Oranje. Marius was altijd bereid om met mij nog een kwartier individueel te trainen. Ik spreek hem nog geregeld.” Als jong meisje was Esmee al stil. Dat is ze nog steeds, zegt ze. “Als ik ergens als nieuweling binnenkom, kijk ik de kat uit de boom. Dan praat ik alleen als je me wat vraagt, want ik zou niet weten wat ik zelf zou moeten zeggen op dat moment. In de jeugd bij de KNVB zei ik niks. In de kleedkamer wist je niet eens dat ik er was, op het veld zagen ze dat pas. Toen ik bij PSV ging spelen, ging het op dezelfde manier. Ik heb tijd nodig om me ergens thuis te voelen. Inmiddels heb ik geleerd wat meer te praten en nu in Spanje moet ik wel. Dat is een natuurlijke ontwikkeling.” Mijn vlechten zijn mijn handelsmerk “Ja, ik heb altijd dezelfde vlechten in. Als klein meisje had ik dat al ’t liefst op het veld,” zegt Esmee. “Bij de uitreiking voor de prijs van Talent van het Jaar had ik bewust mijn haar los. Ik kreeg veel berichten, mensen reageerden dat ze me niet herkenden zonder mijn vlechten. Iedereen kent me van mijn vlechten, maar ik ben nog veel meer en kan ook veel meer. Op het veld ben ik Esmee met vlechten, buiten het veld kan ik ook heel anders zijn. Omdat ik elke dag train, heb ik tijdens het seizoen eigenlijk altijd mijn vlechten in. Op vakantie heb ik vaak een andere haarstijl. In Nederland maakte mijn moeder altijd m’n vlechten, in Barcelona heb ik een kapper gevonden die gespecialiseerd is in braids. Daar ga ik iedere week naartoe.” Of haar vlechten haar extra zelfvertrouwen geven? “Dat weet ik niet. Maar ik heb een keer getraind bij PSV met een hoge staart. Ik werd afgeleid, voelde me anders dan wanneer ik vlechtjes in had. Die vlechten geven me dus blijkbaar wel rust.” Heel ijdel is Esmee niet. En met shoppen maak je haar ook niet direct blij. “Ik moet mijn kledingstijl nog een beetje uitvinden. Mijn broer is wat meer into fashion. Hij stuurt me geregeld dingen door. Lachend: “Ik ben nogal kieskeurig, dus die ontwikkeling gaat traag. Ik shop meestal twee keer per jaar. De laatste keer was met Rocky Hehakaija in Amsterdam. Zij wist precies waar ze me mee naartoe moest nemen. Ik heb ook iemand nodig die mij advies kan geven. Ik ken Rocky al sinds mijn elfde. We hadden een shoot voor straatvoetbal, zij was er ook. Sindsdien hebben we contact gehouden en zijn we bevriend geraakt.” Dankzij Lieke Martens en Ronaldinho ben ik verliefd geworden op voetbal Esmee knikt. “En dankzij Neymar. Alle drie zijn zij mijn voorbeeld. Door hen tez ien voetballen, zo vrij aan de bal, wist ik hoe ik als speler wilde zijn. Ik keek altijd naar filmpjes van hen op YouTube en visualiseerde hun trucjes. Op het veld realiseerde ik me achteraf dan soms dat ik een actie had gedaan die ik had gezien in een van de video’s.” Esmee was als klein meisje al fan van de oud-spelers van Barcelona en de hele club.“Ik heb zelfs een oom die een tattoo van het clublogo op zijn been heeft. Hij had van iedere speler wel een shirtje. Hij heeft de liefde voor Barça aan ons doorgegeven. Ik had ook shirts van veel spelers, van David Villa, Messi en natuurlijk Neymar en Ronaldinho. Die liggen ergens bij mijn ouders thuis. Op mijn negende gingen we op vakantie naar Barcelona. Ik was jarig, als verrassing hadden mijn ouders een tour door Camp Nou geregeld. Daar hebben we nog een foto van.” Inmiddels speelt Esmee al een paar jaar samen met Lieke Martens, die eerder ook bij Barcelona speelde en de Gouden Schoen won voor ‘s werelds beste speelster. “Soms als ik met het Nederlands elftal in de eetzaal zit, dan kijk ik rond en denk ik: ik zit nu gewoon naast Lieke Martens... Dat blijft bijzonder. Zij heeftvoor ons toch de standaard gezet als je kijkt hoe zij bij Barcelona speelde en in de Champions League. Echt next level. Ik praat heel veel met Lieke en leer veel van haar. We hebben veel overeenkomsten, staan op dezelfde positie en Lieke is van nature ook een rustig persoon, daarom kan ik ook goed met haar praten. Voor mijn basisdebuut tegen Finland in 2022 kwam ze naar me toe. Ze zei: ‘Je moet ook gewoon schieten, niet te terughoudend zijn. Ik wil dat je per helft twee keer op doel schiet.’ Soms heb je het even nodig dat iemand dat tegen je zegt. Het geeft vertrouwen. Lieke weet precies wat ik voel en in wat voor situaties ik kom. Daarom loopt het ook goed in het veld, omdat we elkaar begrijpen.” In Barcelona leid ik een droomleven “Het is een prachtige stad en het weer is altijd mooi. Het is zeker een plek waar ik heel lang zou kunnen wonen,” zegt Esmee. “Maar het was ook wennen. Een nieuw land, een nieuwe club, een andere taal... In Eindhoven deelde ik een appartement met ploeggenoten, in Barcelona woon ik voor het eerst echt alleen. Op tien minuten loopafstand van het trainingscomplex, in een rustige wijk net buiten de stad. Ik maak er het beste van en inmiddels heb ik er vrede mee. Mijn moeder is er iedere maand een week, en ook vrienden en familie komen langs.” De overgang was groot, zegt Esmee. “Mensen onderschatten het weleens, en dat heb ik zelf misschien ook wel gedaan. Het was soms eenzaam, vooral in het begin. Inmiddels kan ik beter alleen zijn en ik hou mezelf bezig om de focus niet op het ‘alleen zijn’ te hebben. Als het schema het toelaat, ga ik na de training naar de stad voor Spaanse les. Thuis doe ik opdrachten met een werkboek. Spaans verstaan gaat inmiddels wel aardig, praten is wat lastiger.” Ze traint zo’n vijf keer per week op de club. “Voor de training en na afloop zitten we in de gym. Na de training is er een lunch op de club, die kun je daar eten of afhalen. Ik haal het meestal af, zodat ik door kan naar mijn Spaanse les. ’s Avonds eet ik thuis en speel ik een spelletje op de PlayStation, daarop kan ik tegelijkertijd gamen en bellen met vrienden uit Nederland. Het is soms nog lastig communiceren met de meiden uit de ploeg, daarvoor moet mijn Spaans nog wat beter worden. Met de taal kun je ook beter connecten. Maar ik kan vooral goed opschieten met jongere meiden als Salma Paralluelo.” Barcelona staat bovenaan de Spaanse vrouwencompetitie, is de laatste vier jaar landskampioen geworden, en wint geregeld met grote uitslagen. “Het niveau is een stuk hoger dan bij PSV. Elke dag wordt er volle bak getraind. Als we een keer gelijkspelen, horen we meteen lawaai van buitenaf. Daar merk ik aan dat Barcelona een heel grote club is.” Veel van haar ploeggenoten maken ook onderdeel uit van het Spaanse elftal, de regerend wereldkampioen. Esmee staat vaak, meestal om de wedstrijd, in de basis. “Ik dacht dat ik het dit seizoen met invalbeurten zou moeten doen. Soms is het gek om te beseffen dat ik tussen die speelsters sta.” Of Esmee in een half jaar tijd veranderd is als voetbalster? “Ik heb me al enorm ontwikkeld ten opzichte van een jaar geleden, maar ben zeker nog niet de speler die ik wil zijn. Ik moet nog wennen aan de hoeveelheid krachttraining. Soms moet ik sterker worden, maar wil ook mijn beweeglijkheid behouden. In het veld sta ik nog overal. Soms linksbuiten, soms spits, soms rechtsbuiten en ik heb ook al linksback gestaan. Maar het liefst sta ik linksbuiten, hoor.” Met de mannenploeg is er geen contact, zegt Esmee. “Ze hebben een apart gebouw en aparte velden. Laatst had ik een shoot met Nike, toen zag ik Frenkie de Jong voor het eerst. Ik heb hem toen niet eens echt gesproken, daar was geen tijd voor.” Ik vrees voor de dag dat ik geconfronteerd wordt met een kruisbandblessure Esmee klopt af aan een houten tafel en zegt: “Er raken zoveel speelsters geblesseerd. Vivianne Miedema is er net weer bij, maar nu is Jill Roord weer aan het revalideren van een kruisbandblessure. We hebben het geregeld over het drukke schema bij het Nederlands elftal en de blessures die daaruit voortkomen. Als we de Olympische Spelen hadden gehaald, hadden we dit jaar weer een eindtoernooi gehad en volgend jaar een EK. De meiden die er al langer bij zitten, hebben sinds het gewonnen EK in 2017 bijna iedere zomer een eindtoernooi gespeeld.” Ook Esmee vreest af en toe voor een zware blessure. “Ik denk er weleens aan dat het mij ook kan overkomen. Het is iets engs. Het enige dat je kunt doen is goed voor jezelf zorgen, goed herstellen, maar het is ook niet helemaal te voorkomen. Ik ben niet iemand die roekeloos duels ingaat. Zeker niet in de trainingen, omdat we de ploeg heel willen houden. Vooral in het vrouwenvoetbal zie je heel veel kruisbandblessures.” Ook mentaal is het soms zwaar. “Je gaat continu door, denkt aan de volgende wedstrijd en niet aan de vorige; die flow blijft doorgaan. Als we bij elkaar komen met de Oranjevrouwen hebben we pas een moment van rust. We komen binnen op maandag en spelen pas op vrijdag. Zo’n lange opbouw naar een wedstrijd hebben we bij de club niet.” Ook bondscoach Andries Jonker besteedt veel aandacht aan de fysieke en mentale belasting. “Hij kijkt naar de persoonlijke programma’s van iedereen en welke training en herstel bij wie past. Heel goed. Bij Barcelona is daar soms wat weinig tijd voor.”   Het is nu tijd dat de volgende generatie van Oranje op staat “Ik ben heel blij dat ik met zulke grote spelers mag spelen, maar er komt inderdaad een dag dat wij het stokje helemaal van ze zullen moeten overnemen. Het is lastig te zeggen wie het voortouw moet nemen. Een speler is er klaar voor of niet. Wieke Kaptein startte onlangs tegen Duitsland voor het eerst in de basis en speelde een goede wedstrijd. We beschikken over een goede groep spelers die het gemis goed kan opvangen. Dat zie je aan Caitlin Dijkstra, die het heel goed doet op de positie van Stefanie van der Gragt, die na het WK stopte.” Esmee is een van die nieuwe beoogde leiders. “In de toekomst kan ik dat zeker zijn. Ik praat veel met assistent-coach Arvid Smit, hij vindt dat ik meer mag uitstralen dat ik een grote speler ben, dat ik bij Barcelona voetbal.”  Oranje wist zich niet te plaatsen voor de Olympische Spelen in Parijs deze zomer. In de halve finale van de Nations League was Spanje met 3-0 te sterk, en in de troostfinale, de laatste kans op een olympisch ticket, verloor Nederland met 2-0 van Duitsland. Voor oudere speelsters als Sherida Spitse en Daniëlle van de Donk was het de laatste kans om een Olympische Spelen mee te maken. “Die meiden waren ontzettend teleurgesteld. We hebben niet gesproken over de toekomst, maar de coach zegt duidelijk: ‘Wij zijn geen opleidingsteam; als je goed bent, zit je erbij.’ Hij kijkt niet naar leeftijd.” Esmee is te spreken over de bondscoach. “Hij is Amsterdams streng, maar hij brengt het beste in mij naar boven. Onder hem ben ik basisspeler geworden. Als iets niet goed is, zegt hij het, en als iets wel goed is, zegt hij het ook.” Bij Oranje spelen ze geregeld in een 5-3-2-systeem met Esmee als linker wingback. “In een 4-3-3-systeem zou Lieke Martens mijn concurrent zijn, in dit systeem kunnen wij samenspelen. Als wij de bal hebben, ben ik eigenlijk de linksbuiten, ben ik vrij. Dat bevalt me.” Natuurlijk zijn er ook verbeterpunten. “Soms ben ik iets te lief en terughoudend. Ik zou nog vaker brutaal aan de bal kunnen zijn, zelf kunnen schieten.” Mijn olympische droom ligt dan wel in duigen, maar er wacht mij nog veel moois “Absoluut. Er komen nog genoeg toernooien en ik hoop nog op een Olympische Spelen. Volgend jaar is er weer een EK. Die wil ik heel graag winnen met het Nederlands elftal.” Op haar Instagrampagina staat de quote: ‘Nooit stoppen met groots dromen.’ Met een foto van Esmee als negenjarig meisje in Camp Nou, nadat ze de transfer naar Barcelona maakte. “Ik had vroeger in mijn hoofd om als oudere speler misschien ooit bij Barça te eindigen. Ik had nooit gedacht dat dat al op mijn twintigste zou zijn. Je kunt dus nooit voorspellen wat er gaat gebeuren.” De Champions League winnen staat hoog op haar wensenlijstje. Vorig jaar won Barcelona het kampioenenbal en eerder, in 2021, ook al. In 2022 was de ploeg verliezend finalist. “Het zou heel vet zijn als we hem in mijn eerste jaar bij Barcelona al winnen. Maar ik wil ook heel graag met Nederland een grote prijs winnen, dat zou misschien nog wel specialer zijn. We hebben de laatste tijd pech met blessuregevallen. Als iedereen fit is, dan kunnen wij echt wat moois laten zien en van iedereen winnen.” Esmee speelt nu al bij haar droomclub. “Of ik ook bij Barcelona ga eindigen? Die mogelijkheid is er zeker. Als ik me eenmaal ergens fijn voel, dan blijf ik er graag een lange tijd. Maar in het voetbal is het altijd lastig te zeggen, hè...” Helden Magazine 71 Het eerste gedeelte van het interview met Esmee Brugts is afkomstig uit de tweede uitgave van 2024. De 71ste editie van Helden Magazine is voor het eerst in België te bewonderen! Deze mijlpaal wordt gevierd met twee verschillende sporters op de cover: Estavana Polman in Nederland en Wout van Aert in België. In een openhartig interview deelt Estavana Polman, het gezicht van het Nederlandse handbalteam, haar verhaal over de voorbereidingen op het olympisch kwalificatietoernooi. Daarbij komen ook haar persoonlijke uitdagingen, zoals haar relatie met Rafael van der Vaart, het moederschap en haar blessures ter sprake. Alleskunner Wout van Aert laat dit jaar de Tour de France schieten en kiest voor het eerst voor de Giro d’Italia. De Belgische renner spreekt zich uit over het nieuwe traject, Mathieu van der Poel, Visma-Lease a Bike en de Olympische Spelen. In deze editie van Helden wordt er ook veel aandacht besteed aan voetbal. Experts laten zich daarnaast uit over Jerdy Schouten, de sleutelspeler van PSV, dat op weg is naar het landskampioenschap en het EK met Oranje in Duitsland. We blikken terug op de legendarische wedstrijd tegen Portugal tijdens het WK van 2006 met Khalid Boulahrouz en bezoeken verdediger Bart Nieuwkoop in Rotterdam. Met Manchester City won Kevin De Bruyne alles wat er te winnen valt. Kenners spreken zich uit over onder meer zijn weergaloze traptechniek en fabuleuze inzicht. In ‘De Dag Dat Alles Misging’ kijken Sigi Lens en Edu Nandlal terug op de vliegtuigcrash in Suriname. Ze hebben de verschrikkelijke SLM-ramp overleefd die zich 35 jaar geleden heeft voorgedaan. Verder in de 140 pagina’s tellende editie deelt marathonloopster Anne Luijten haar bewogen jaar met de lezers. Ze liep de olympische limiet, trouwde, maar verloor ook haar trouwste fan: vader Jos. Zwemfenomeen Ian Thorpe blikt terug op zijn legendarische races en vriendschap met Pieter van den Hoogenband. Victoria Koblenko gaat in gesprek met Ranomi Kromowidjojo, drievoudig olympisch kampioen en zeventienvoudig wereldkampioen zwemmen. Kickbokslegende Peter Aerts, een grootheid in Japan, spreekt onder meer over het oprichten van zijn eigen bond LEGEND. Als laatste is de negentienjarige Collin Veijer de hoop van de Nederlandse motorsportfans, maar wie is hij?

Voetbal

Kevin de Bruyne: Koning Kevin zit nog steeds op zijn troon

Een pittige blessure, een nieuwe coupe en eind juni wordt hij 33 [...]
Een pittige blessure, een nieuwe coupe en eind juni wordt hij 33 jaar. Toch kunnen Manchester City en de Rode Duivels nog steeds niet zonder Kevin De Bruyne, vorst van het middenveld dankzij zijn weergaloze traptechniek en fabuleuze inzicht. “Hij hoort bij de beste drie Belgische voetballers ooit.” zei Jan Boskamp in Helden Magazine 71. Het moet een hard gelag zijn geweest voor Cristiano Ronaldo op een prijzen-gala in Dubai begin dit jaar. Niet alleen is de Portugees niet langer de voetballer waar iedereen over praat, ook qua uiterlijk gaat het tegenwoordig over anderen. Tijdens de zogeheten Globe Soccer Awards waren er vooral vragen over het nieuwe kapsel van Kevin De Bruyne. Langere lokken, wat blonder ook, strak naar achteren gekamd waarbij de punten naar de zijkant vallen, een flinke lik wax erin. Hij oogt ineens een beetje als zijn ijdele ploeggenoot Jack Grealish, maar dan zonder haarbandje. De Bruyne, voorheen rossiger en kortgeknipt, was het kapsel niet aangeraden door een stilist, vertelde hij de informerende presentator bij de Globe Soccer Awards. “Ik ben gewoon niet naar de kapper gaan.” Dat klonk vertrouwd nuchter. Maar dat het vaak over de haardracht van de Belg ging, zegt twee dingen over ’s mans status. Ten eerste: De Bruyne is zo’n grote speler geworden dat zelfs zijn kapsel interessant is. Ten tweede: de Belg zoekt meer de spotlights, want hij is slim genoeg om te weten dat een opvallend(er) kapsel verwachtingen met zich meebrengt. Voor wie die theorie onzin vindt: kijk de documentaire van David Beckham nog even terug. Keep it simple heet de biografie van De Bruyne, die tien jaar geleden met medewerking van de speler zelf het licht zag. Een boekwerk dat inmiddels hopeloos achterhaald is. Sindsdien werd de Belg eenmaal Voetballer van het Jaar in Duitsland (2015) en tweemaal in Engeland (2020, 2021), won hij de Duitse beker met VfL Wolfsburg, vijf landstitels, twee FA Cups en vijf League Cups met Manchester City en vorig seizoen dan ook nog de Champions League en de wereldbeker. Hij veroverde WK- brons met België op het WK 2018 na favoriet Brazilië onderweg te hebben uitgeschakeld en Engeland te hebben verslagen in de ‘kleine’ finale. De Bruyne is de grote regisseur van City én van België, de man waarbij de bal altijd goed ligt, die openingen ziet die anderen niet zien, die haarzuiver schiet, die weet wanneer te temporiseren en te versnellen, die op elke positie op het middenveld het verschil kan maken. Hij is metronoom en koning ineen. Meester van het één keer raken. Van de hoekschop, en van de korte, de lange en de vrije trap. Vraag de Nederlandse, al vijftig jaar in België wonende analyticus Jan Boskamp na een dramatische wedstrijd van zijn geliefde Feyenoord naar Kevin De Bruyne en hij begint spontaan weer te glimmen. “Ach De Kef, fantastisch. Bij de top 3 van beste Belgische spelers ooit. En ik heb wat goeie voorbij zien komen, hoor.” Hamstrings Even werd gevreesd dat De Bruynes regeerperiode voorbij was. Van augustus 2023 tot januari 2024 ontbrak hij vanwege een dringende operatie aan zijn hamstrings, want die voelden volgens de middenvelder aan ‘als natte keukenhanddoeken’. De tol van een leven lang alles willen spelen, elke match meepakken. En dan nooit op halve kracht. Dit is geen vedette die anderen laat lopen, De Bruyne holt zichzelf de blubber, en tackelt als dat nodig is. Al ziet Boskamp dat laatste liever niet. “Dan zit hij niet goed in de wedstrijd. Als hij echt goed is, stapt-ie met een wit broekje van het veld en de tegenstander met allemaal modderbroekjes. Dan heeft-ie ze met zijn passes en versnellingen helemaal dronken gespeeld.” De Bruyne was ergens ook blij met de gedwongen rustperiode, vertelde hij later. Hij stak veel tijd in zijn gezin, in sponsortripjes, dook op bij de Formule 1, ontmoette zijn grote held rapper Drake, flirtte met de Saoedische competitie. Waren de lange haren een voorbode van een andere levensstijl? Maar toen City-coach Josep Guardiola de middenvelder begin maart voortijdig wisselde tijdens een zware wedstrijd tegen Liverpool en De Bruyne woedend reageerde, wist Boskamp dat het vuur nog steeds huizenhoog brandt in zijn favoriete speler. Al even typerend: het was tijdens en na de wedstrijd nota bene Guardiola die sussend te werk ging. Guardiola heeft De Bruyne nog steeds nodig. Dat bewees de Belg direct bij zijn rentree. Afgetrainder vanwege nieuwe trainingsmethoden en een nieuw dieet en dus met die nieuwe coupe keerde hij begin dit jaar terug om bij zijn eerste invalbeurt het duel met Newcastle United volledig op zijn kop te zetten, met een weergaloze pass op Oscar Bobb en een bekeken schot door de benen van een verdediger ging de zege naar City. Memorabel was ook een avond dit jaar op Kenilworth Road, het meest afgetrapte stadionnetje van de hoogste Engelse divisie, bucketlist-materiaal voor voetbalromantici. Voor De Bruyne een trip down memory lane, in dergelijke gare acccommodaties speelde hij ook in België als jonge prof. Het inspireerde hem in het FA Cup-duel tegen thuisclub Luton Town tot het geven van liefst vier assists op Erling Haaland. Daardoor stond hij met slechts twaalf wedstrijden op de teller al in de top 5 van assistgevers van spelers die uitkomen in de vijf grootste competities. Het noopte voormalig Liverpool-spelers en analisten Jamie Carragher en Graeme Souness ertoe De Bruyne uit te roepen tot ‘de beste buitenlander in de Premier League ooit, nog voor Bergkamp, Cantona en Zola’. Het is nog steeds oppassen met zijn spieren, hij kan niet alles spelen. Maar het is geen toeval dat City met De Bruyne aan boord terugkeerde in de titelrace. De Belgische nationale ploeg kampt met dezelfde ‘Kevin-afhankelijkheid’. Daar mag iedereen van de gouden generatie afzwaaien, zolang De Bruyne nog meedoet is er altijd hoop op eremetaal komende zomer in Duitsland, het land waar De Bruyne alle stadions kent door gloedvolle periodes bij Werder Bremen en VfL Wolfsburg. Hij moet nieuwe aanstormende Belgische talenten gaan aansturen. Op een manier zoals hij dat altijd heeft gedaan: niet zo- zeer met zijn mond, maar met zijn begiftigde voeten. Boskamp: “Je moet eens kijken naar de ontwikkeling van City- speler John Stones, dat was een statische centrumverdediger die op een gegeven moment buiten de ploeg viel. Maar nu is hij een machine op het middenveld. Dat komt door Kevin, die leidt dat soort jongens op. Met zijn poten.” Helden Magazine 71 Het eerste gedeelte van het verhaal over Kevin De Bruyne is afkomstig uit de tweede uitgave van 2024. De 71ste editie van Helden Magazine is voor het eerst in België te bewonderen! Deze mijlpaal wordt gevierd met twee verschillende sporters op de cover: Estavana Polman in Nederland en Wout van Aert in België. In een openhartig interview deelt Estavana Polman, het gezicht van het Nederlandse handbalteam, haar verhaal over de voorbereidingen op het olympisch kwalificatietoernooi. Daarbij komen ook haar persoonlijke uitdagingen, zoals haar relatie met Rafael van der Vaart, het moederschap en haar blessures ter sprake. Alleskunner Wout van Aert laat dit jaar de Tour de France schieten en kiest voor het eerst voor de Giro d’Italia. De Belgische renner spreekt zich uit over het nieuwe traject, Mathieu van der Poel, Visma-Lease a Bike en de Olympische Spelen. In deze editie van Helden wordt er ook veel aandacht besteed aan voetbal. Esmee Brugts, bekroond als Talent van het Jaar, maakte afgelopen zomer een droomtransfer naar FC Barcelona. Experts laten zich daarnaast uit over Jerdy Schouten, de sleutelspeler van PSV, dat op weg is naar het landskampioenschap en het EK met Oranje in Duitsland. We blikken terug op de legendarische wedstrijd tegen Portugal tijdens het WK van 2006 met Khalid Boulahrouz en bezoeken verdediger Bart Nieuwkoop in Rotterdam. In ‘De Dag Dat Alles Misging’ kijken Sigi Lens en Edu Nandlal terug op de vliegtuigcrash in Suriname. Ze hebben de verschrikkelijke SLM-ramp overleefd die zich 35 jaar geleden heeft voorgedaan. Verder in de 140 pagina’s tellende editie deelt marathonloopster Anne Luijten haar bewogen jaar met de lezers. Ze liep de olympische limiet, trouwde, maar verloor ook haar trouwste fan: vader Jos. Zwemfenomeen Ian Thorpe blikt terug op zijn legendarische races en vriendschap met Pieter van den Hoogenband. Victoria Koblenko gaat in gesprek met Ranomi Kromowidjojo, drievoudig olympisch kampioen en zeventienvoudig wereldkampioen zwemmen. Kickbokslegende Peter Aerts, een grootheid in Japan, spreekt onder meer over het oprichten van zijn eigen bond LEGEND. Als laatste is de negentienjarige Collin Veijer de hoop van de Nederlandse motorsportfans, maar wie is hij?

Voetbal

Bart Nieuwkoop: ‘Ik wil ook gewoon voetballen’

Bart Nieuwkoop (28) maakte op [...]
Bart Nieuwkoop (28) maakte op zijn vijftiende de overstap naar de jeugdopleiding van Feyenoord. Vier jaar later maakte hij zijn debuut en in 2017 won hij met Feyenoord de landstitel. Via Willem II en Union Sint-Gilles in België keerde hij dit seizoen terug in Rotterdam. Als het aan hem ligt, gaat hij daar ook niet meer weg. Voor Helden Magazine 71 gingen we op bezoek bij Bart, zijn vriendin Susan en dochtertje Zoé in aanloop naar de KNVB-bekerfinale tussen Feyenoord en NEC op 21 april. Hoe hebben jullie elkaar ontmoet? Bart Nieuwkoop: “Het was op een zondag in Tholen, waar ik vandaan kom. Daar is weinig te beleven. Ik was met een vriend rondjes aan het rijden op de fiets. We zagen dat er een fietsevenementje was, ze bootsten een soort Tour de France na. In Tholen was een pauzemoment voor de wielrenners. Suus kwam uit Steenbergen en zat met een vriendin op een brommer. Ik zag haar van een afstandje. Wij zwaaiden en fietsten achter die meiden aan. Zij waren natuurlijk veel sneller op hun brommer. We wilden weten wie ze waren en gingen zoeken op Facebook. Ik heb haar gevonden, maar ik moest er wel mijn best voor doen.” Susan den Houting: “De eerste keer dat we ook echt afspraken was bij een paardrijwedstrijd van mij.” Bart: “Ik dacht: ik ga bij jou kijken, maar zag het niet zitten alleen te gaan, dus had ik twee vrienden meegenomen. Ik dacht dat we een beetje anoniem aan de kant konden staan. Nou, dat was niet zo. Er was een kleine kantine waar ik doorheen moest. Daar zaten jouw ouders en broertjes. Een van jouw broertjes wist dat ik kwam. Ik heb dus eerst je familie ontmoet en zag na die paardrijwedstrijd jou pas.” Susan, lachend: “Jij was meteen goedgekeurd. Het was ook meteen leuk tussen ons. Op ons negentiende zijn we al gaan samenwonen in Bergen op Zoom, daarna in Rotterdam. Ik heb daar altijd in een kledingwinkel gewerkt, heerlijk onder de mensen. Zoé werd drie jaar geleden geboren. Als zij wat groter is, wil ik weer gaan werken. Ik mis dat enorm. Paardrijden heb ik trouwens nog best een tijd gedaan, tot we naar Rotterdam verhuisden. Nu staan de paarden bij mijn ouders thuis.” Susan, wat voor vader is Bart? Susan: “Een heel lieve vader, ik vind jou ook echt een meisjespapa. Jij vindt het heel leuk om mee te doen met haar dingetjes: winkeltje spelen, prinsessenjurkjes bij haar aantrekken en haar haren mooi maken. Ze is heel erg een ‘meisje-meisje’. En jij neemt ook echt de tijd voor haar, doet alles voor Zoé.” Wilde je altijd al vader worden? Bart: “Ja, maar ik had niet in mijn hoofd wanneer. We waren 25 toen Zoé werd geboren. Best jong. Hoewel, voor voetballers valt dat eigenlijk wel mee, we woonden ook al vijf jaar samen. Al die stappen hadden we al doorlopen. Vooral jij wilde op een gegeven moment heel graag moeder worden. En ik vind het inderdaad heel leuk dat Zoé een meisje is.” Heb jij zelf een fijne jeugd gehad? Bart: “Ja, ik heb twee broers en we schelen twee jaar. We voetbalden altijd met elkaar. Mijn vader was daar meestal ook bij. Nu weet ik dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat je, als je een lange werkdag hebt gehad, na het avondeten nog energie hebt om met de kinderen naar buiten te gaan om te voetballen.” Helden Magazine 71 Het eerste gedeelte van het interview met Bart Nieuwkoop is afkomstig uit de tweede uitgave van 2024. De 71ste editie van Helden Magazine is voor het eerst in België te bewonderen! Deze mijlpaal wordt gevierd met twee verschillende sporters op de cover: Estavana Polman in Nederland en Wout van Aert in België. In een openhartig interview deelt Estavana Polman, het gezicht van het Nederlandse handbalteam, haar verhaal over de voorbereidingen op het olympisch kwalificatietoernooi. Daarbij komen ook haar persoonlijke uitdagingen, zoals haar relatie met Rafael van der Vaart, het moederschap en haar blessures ter sprake. Alleskunner Wout van Aert laat dit jaar de Tour de France schieten en kiest voor het eerst voor de Giro d’Italia. De Belgische renner spreekt zich uit over het nieuwe traject, Mathieu van der Poel, Visma-Lease a Bike en de Olympische Spelen. In deze editie van Helden wordt er ook veel aandacht besteed aan voetbal. Esmee Brugts, bekroond als Talent van het Jaar, maakte afgelopen zomer een droomtransfer naar FC Barcelona. Experts laten zich daarnaast uit over Jerdy Schouten, de sleutelspeler van PSV, dat op weg is naar het landskampioenschap en het EK met Oranje in Duitsland. We blikken terug op de legendarische wedstrijd tegen Portugal tijdens het WK van 2006 met Khalid Boulahrouz. Met Manchester City won Kevin De Bruyne alles wat er te winnen valt. Kenners spreken zich uit over onder meer zijn weergaloze traptechniek en fabuleuze inzicht. In ‘De Dag Dat Alles Misging’ kijken Sigi Lens en Edu Nandlal terug op de vliegtuigcrash in Suriname. Ze hebben de verschrikkelijke SLM-ramp overleefd die zich 35 jaar geleden heeft voorgedaan. Verder in de 140 pagina’s tellende editie deelt marathonloopster Anne Luijten haar bewogen jaar met de lezers. Ze liep de olympische limiet, trouwde, maar verloor ook haar trouwste fan: vader Jos. Zwemfenomeen Ian Thorpe blikt terug op zijn legendarische races en vriendschap met Pieter van den Hoogenband. Victoria Koblenko gaat in gesprek met Ranomi Kromowidjojo, drievoudig olympisch kampioen en zeventienvoudig wereldkampioen zwemmen. Kickbokslegende Peter Aerts, een grootheid in Japan, spreekt onder meer over het oprichten van zijn eigen bond LEGEND. Als laatste is de negentienjarige Collin Veijer de hoop van de Nederlandse motorsportfans, maar wie is hij?

Voetbal

Khalid Boulahrouz: ‘Ik deed het echt niet met opzet’

Het Nederlands elftal gaat deze zomer voor de vierde keer een [...]
Het Nederlands elftal gaat deze zomer voor de vierde keer een groot eindtoernooi spelen in Duitsland. In aanloop naar het EK 2024 blikt Helden terug op het WK van 1974, het EK van 1988 en het WK van 2006. Tijdens dat laatste toernooi verloor Oranje de veldslag van Portugal in Nürnberg met 1-0. We blikken terug met Khalid Boulahrouz, die Cristiano Ronaldo als directe tegenstander had. ‘Het gaat hem geel kosten. Gestrekt been. Veel te hoog. Cristiano Ronaldo. Hij heeft de handtekening van Khalid Boulahrouz,’ zegt commentaar Frank Snoeks op 25 juni 2006. Het Nederlands elftal speelt in Nürnberg de achtste finale van het WK tegen Portugal. Boula is de directe tegenstander van Ronaldo en blesseert hem in de zevende minuut. De Portugese crack heeft er zoveel last van dat hij in de 34ste minuut huilend naar de kant moet. “Mijn overtreding heeft misschien de toon gezet voor het verdere verloop van de wedstrijd,” zegt Khalid bijna achttien jaar na dato in Helden Magazine 71. “Ik had hun sterspeler uit de wedstrijd geschopt en besefte dat Portugezen dit niet over hun kant zouden laten gaan. Spijt heb ik niet van die overtreding, het was niet mijn intentie om hem zo te raken. Het was een pechmomentje. We verloren de bal op het middenveld, onze verdedigers liepen achteruit en de middenvelders en aanvallers van ons stonden allemaal nog ver op de helft van de Portugezen. Met Ronaldo op links, Pauleta in de spits en Luis Figo op rechts was het levensgevaarlijk als zij in een een-op-een-situatie in de buurt van het strafschopgebied zouden komen. Ik besloot dat ik vooruit moest verdedigen. Ik stapte in en dacht: als ik de bal niet raak, dan wordt het een tactische overtreding op de middenlijn. Maar ja, toen tilde hij zijn been op... Ik weet nog precies hoe het voelde toen ik mijn noppen – ik had pinnen onder geschroefd – in zijn bovenbeen plantte. Het is te vergelijken met een scherp voorwerp dat je in een stuk vlees probeert te prikken, maar je krijgt het niet opengesneden. Het vlees beweegt dan mee. Ik kan heel goed begrijpen dat het voor hem echt geen fijn gevoel was.” [caption id="attachment_19677" align="alignnone" width="2560"] V.l.n.r. Robin van Persie, Cristiano Ronaldo, scheidsrechter Valentin Ivanov, Deco, Mark van Bommel en Khalid Boulahrouz.[/caption] De overtreding ging de hele wereld over. “Ik word nog vaak aan dat moment herinnerd, natuurlijk ook omdat Cristiano uiteindelijk zo’n grootheid werd, een levende legende. Als ik zeg dat het pech was, hoor ik mensen vaak zeggen: ‘Kappen nou Boula, we hebben de beelden toch gezien?’ Maar ik deed het echt niet met opzet.” Der kannibale Twee jaar voor het WK in Duitsland debuteerde Khalid in het Nederlands elftal. Marco van Basten, net begonnen als bondscoach, riep hem meteen op. Ook al was hij op dat moment nog maar net vertrokken bij het nietige RKC Waalwijk, waar hij via de jeugd van Ajax, Haarlem en AZ in 2001 terecht was gekomen. “Ik woonde in een klein appartement, verdiende iets van vijfhonderd euro per maand, waarvan ik 125 euro aan huur kwijt was, en reed in een autootje van de club, een Volkswagen Lupo, die ook nog eens volgeplakt zat met stickers van sponsors. Ik was dus eigenlijk een rijdend reclamebord. ''Ik reed bij RKC in een autootje van de club, een Volkswagen Lupo, die ook nog eens volgeplakt zat met stickers van sponsors. Ik was dus eigenlijk een rijdend reclamebord.'' Maar onder trainer Martin Jol leerde ik wel wat het inhield om profvoetballer te zijn. Ik had in die tijd vaak een zak winegums in de auto liggen. Tijdens wedstrijden kreeg ik meestal last van maagzuur en na een uur was ik helemaal kapot. Ik dacht: waarom hebben die andere gasten dat niet? Ik wist wel dat ik goed was, maar qua lifestyle moest ik stappen maken.” In 2004 ging hij vlak voor het verstrijken van de transferdeadline naar Hamburger SV. “Ik keek destijds geregeld op de Duitse tv naar wedstrijden uit de Bundesliga en dacht: wat zijn die gasten daar groot! Feyenoord toonde interesse die zomer, maar ik merkte dat er daar mensen voor en tegen mijn komst waren. Ik wilde niet naar een club waar ik niet maximaal welkom was. Toen kwam HSV. Ik zei tegen mijn moeder dat ik in het buitenland kon gaan voetballen. Ze was in eerste instantie bezorgd, dacht: koken kan hij niet. Ze reageerde een beetje emotioneel, zei: ‘Doe het maar niet.’ Helden Magazine 71 Het eerste gedeelte van het interview met Khalid Boulahrouz is afkomstig uit de tweede uitgave van 2024. De 71ste editie van Helden Magazine is voor het eerst in België te bewonderen! Deze mijlpaal wordt gevierd met twee verschillende sporters op de cover: Estavana Polman in Nederland en Wout van Aert in België. In een openhartig interview deelt Estavana Polman, het gezicht van het Nederlandse handbalteam, haar verhaal over de voorbereidingen op het olympisch kwalificatietoernooi. Daarbij komen ook haar persoonlijke uitdagingen, zoals haar relatie met Rafael van der Vaart, het moederschap en haar blessures ter sprake. Alleskunner Wout van Aert laat dit jaar de Tour de France schieten en kiest voor het eerst voor de Giro d’Italia. De Belgische renner spreekt zich uit over het nieuwe traject, Mathieu van der Poel, Visma-Lease a Bike en de Olympische Spelen. In deze editie van Helden wordt er ook veel aandacht besteed aan voetbal. Esmee Brugts, bekroond als Talent van het Jaar, maakte afgelopen zomer een droomtransfer naar FC Barcelona. Experts laten zich daarnaast uit over Jerdy Schouten, de sleutelspeler van PSV, dat op weg is naar het landskampioenschap en het EK met Oranje in Duitsland. We gaan op bezoek bij verdediger Bart Nieuwkoop in Rotterdam. Met Manchester City won Kevin De Bruyne alles wat er te winnen valt. Kenners spreken zich uit over onder meer zijn weergaloze traptechniek en fabuleuze inzicht. In ‘De Dag Dat Alles Misging’ kijken Sigi Lens en Edu Nandlal terug op de vliegtuigcrash in Suriname. Ze hebben de verschrikkelijke SLM-ramp overleefd die zich 35 jaar geleden heeft voorgedaan. Verder in de 140 pagina’s tellende editie deelt marathonloopster Anne Luijten haar bewogen jaar met de lezers. Ze liep de olympische limiet, trouwde, maar verloor ook haar trouwste fan: vader Jos. Zwemfenomeen Ian Thorpe blikt terug op zijn legendarische races en vriendschap met Pieter van den Hoogenband. Victoria Koblenko gaat in gesprek met Ranomi Kromowidjojo, drievoudig olympisch kampioen en zeventienvoudig wereldkampioen zwemmen. Kickbokslegende Peter Aerts, een grootheid in Japan, spreekt onder meer over het oprichten van zijn eigen bond LEGEND. Als laatste is de negentienjarige Collin Veijer de hoop van de Nederlandse motorsportfans, maar wie is hij?

Voetbal

Jerdy Schouten: Dirigent van het PSV-orkest

Na vier seizoenen Bologna keerde Jerdy [...]
Na vier seizoenen Bologna keerde Jerdy Schouten (27) vorige zomer terug naar Nederland. Het leven lacht hem toe. Bij PSV werd hij meteen een van de sterkhouder en ook kwam hij weer uit voor het Nederlands elftal. Jerdy maakt zich op voor het kampioenschap met PSV en het EK met Oranje. Zijn carrière verliep allesbehalve standaard. We legden de middenvelder in Helden Magazine 71 acht uitspraken voor. ‘Dit is zeker Oranje-materiaal. Aan de bal is hij heel comfortabel. En hij weet wanneer hij wel en wanneer hij niet moet gaan. Hij is echt een belangrijke aankoop geweest voor PSV en komt heel volwassen over. Ik vind het echt een goede speler.’ Marco van Basten in november 2023 tegen Ziggo Sport. “Heeft Marco van Basten dat gezegd? Nou, als zo’n grote voetballer dat over me zegt, dan voel ik me gevleid. Mijn ouders hebben dit waarschijnlijk wel meegekregen. Zij waren vast enorm trots toen ze dat hoorden,” zegt Jerdy Schouten. Vorige zomer kwam Jerdy over van middenmoter Bologna in Italië, waar hij vanaf 2019 speelde en een onbetwiste basisspeler was. “Ik voelde al snel dat PSV goed bij mij paste. De mensen die het hier voor het zeggen hebben, zijn ook no-nonsense. Rondom de andere topclubs in Nederland hangt meer controverse dan om PSV. PSV doet wat het moet doen, voor de rest hoor je nooit gekke dingen over de club. Dat past bij mij.” Sinds Jerdy bij PSV speelt, heeft ook het grote publiek kennis met hem gemaakt. “Toen ik bij Bologna speelde, heeft men in Nederland mij nooit veel zien voetballen. In Italië deed ik het niet anders dan hier, maar nu hoor je meer over mij. In Bologna werd ik altijd herkend op straat. Als ik op vakantie was in Nederland had ik rust, hier kon ik overal naartoe zonder dat mensen me aanspraken. Dat is nu wel veranderd. Maar ik stond zelf vroeger ook in de rij voor een handtekening of foto, hoor, dus het is heus niet dat ik daar een hekel aan heb.” In Italië stond Jerdy vier jaar lang bekend als ‘de wasmachine’, de middenvelder die fouten herstelt, ballen veroverde en een aanval opzette. Verzonnen door toenmalig trainer Sinisa Mihajlovic. Lachend: “Later veranderde hij dat in ‘de professor’. Dat vond ik toch een leukere bijnaam. Maar hij bedoelde het goed.” Jerdy is 24 uur per dag met voetbal bezig. “Ik zal niet snel een patatje in mijn mond stoppen. Dat kan heus geen kwaad, maar ik bedenk van tevoren altijd: als ik de keuze maak om wel een patatje te eten, hoe voel ik me er dan mentaal bij? Ik eet liever dat wat goed voor me is, zodat ik tijdens een wedstrijd weet dat ik er alles aan heb gedaan. Ik ben ook van de rituelen. Dat begint de dag voor de wedstrijd. Dan eet ik ’s avonds het liefst risotto met biefstuk. Dat doe ik al jaren. En als we niet op de club eten, dan maak ik het thuis. Ook was ik altijd mijn haar een dag voor de wedstrijd en ik zet de wekker altijd op dezelfde tijd. En mijn voetbalschoenen neem ik zelf mee naar de wedstrijd, ik vind het fijn dat dat mijn eigen verantwoordelijkheid is en niet die van de club.” ‘Achteraf heeft het schitterend uitgepakt. Ik weet dat onze route voor jonge spelers een voorbeeld is. We hadden geen per- spectief bij ADO en op deze manier zijn we toch waar we wilden zijn. Dat we het samen deden, hielp wel.’ Rody de Boer in april 2019 in VI. “Rody en ik hebben lang samengespeeld, sinds Onder 13 bij ADO. Vanaf Onder 17 zijn we echt goede vrienden geworden, nog steeds is Rody dat. We spreken elkaar dagelijks.” Jerdy doorliep de jeugdopleiding bij ADO Den Haag. Daarna kwam hij, samen met keeper Rody de Boer, bij Telstar terecht. Jerdy onderscheidde zich al snel en voetbalde daarna een jaar bij Excelsior in de eredivisie. Toen vertrok hij naar Bologna, waar hij zich vier seizoenen lang in de kijker speelde. Rody ging van Telstar naar AZ. Zijn carrière leek veelbelovend, maar nam niet de vlucht als die van Jerdy. Via De Graafschap en Roda JC kwam hij vorige zomer bij Aalborg in Denemarken terecht. “Rody is nog steeds niet klaar, is ook nog hartstikke jong, zeker voor een keeper.” Jerdy groeide op in Hellevoetsluis, begon met voetballen bij FC Vlotbrug. “Ik had nooit in mijn hoofd dat ik profvoetballer wilde worden, wilde gewoon het beste uit mezelf halen.” Zijn vader, die hem trainde bij FC Vlotbrug en later zijn techniektrainer werd bij Spijkenisse, was enorm betrokken. Lachend: “Hij was veeleisend, dat is hij nog steeds. Ja, een typische voetbalvader. Nog steeds krijg ik na iedere wedstrijd te horen wat ik goed of fout heb gedaan. Als mijn hoofd er niet naar staat, dan reageer ik niet. Na een wedstrijd waarin ik tachtig goede en twee foute passes heb gegeven, zal hij beginnen over die twee foute. ‘Dat is niks voor jou, hè,’ zegt hij dan. Ik moet zeggen dat ik het vaak met hem eens ben, hoor.” In 2008 klopte ADO op de deur. In Den Haag doorliep Jerdy de jeugdopleiding. “Ik was een verlegen jongetje tussen al die straatschoffies. Ik heb een paar jaar nodig gehad om mondig te worden. Je moet sterk in je schoenen staan in de voetbalwereld. Inmiddels ben ik daarin gegroeid, maar ik weet niet of de voetbalwereld als kind ook bij me paste. Het is niet dat ik gepest werd, hoor, maar ik moest wel wennen aan de voetbalhumor en aan kleine plagerijtjes en ermee leren omgaan.” Jeugdtrainer Aleksandar Rankovic is een van de belangrijkste personen in zijn jeugd geweest. “Vanuit de B1 werd ik bij ADO in de A2 gestopt. Ik speelde een oefenwedstrijd, Rankovic zei: ‘Hoezo speelt die jongen in het tweede?’ Hij haalde mij bij de A1, maar pakte me hard aan, omdat hij van mij een belangrijke speler wilde maken. Met Rankovic had ik een haat-liefdeverhouding, soms dacht ik: hou eens op. Maar achteraf heb ik veel aan hem te danken. Mijn winnaarsmentaliteit heb ik bij hem gecreëerd.” Bij ADO kreeg Jerdy ook met tegenslagen te maken. Op zijn zeventiende worstelde hij anderhalf jaar lang met een ernstige blessure, een zogenoemd compartimentsyndroom. “Het duurde heel lang voordat de diagnose gesteld was. In de eerste zes ziekenhuizen hoorden we: ‘We kunnen het niet vinden.’ De zevende wist het uiteindelijk. Ik had last van mijn onderbenen. Simpel gesteld: de spieren zitten in een soort zakjes. Bij mij waren die zakjes te strak waardoor mijn spieren niet uit konden zetten. Die zakjes zijn opengesneden, waardoor mijn spieren wel konden uitzetten. Ik heb zoveel pijn gehad. Na de operatie moest ik twee weken in bed blijven liggen. En die eerste operatie was ook nog mislukt, ik moest een tweede keer onder het mes. Fysiek en mentaal was het pittig. Ik dacht: ga ik hier ooit vanaf komen? Ik was zeventien, een heel belangrijke leeftijd; je redt het, of je raakt op een zijspoor.” Dat tweede gebeurde. “ADO heeft me niet helemaal aan de kant geschoven, hoor, ik heb er gerevalideerd en mocht weer met de A1 meetrainen, terwijl ik eigenlijk al bij de senioren hoorde. Uiteindelijk heb ik ook mijn debuut in het eerste gemaakt.” Voormalig ADO-trainer Zeljko Petrovic liet Jerdy debuteren in het eerste op 10 december 2016. “Vanuit Petrovic voelde ik wel het vertrouwen, maar ADO zat in een lastige fase en de trainer werd ontslagen. Toen werd het voor mij uitzichtloos en heb ik geen minuut meer gespeeld. Bij ADO heb ik ook nooit onder contract gestaan.” Zijn ouders en vijf jaar oudere zus sleepten hem door die vervelende periode heen; van zijn blessure tot zijn vertrek bij ADO. “Met zijn drieën hebben zij er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat ik sta waar ik nu sta.” Zijn familie leefde, net als Jerdy, voor het voetbal. “In groepen ben ik geen haantje-de-voorste en hoeft het niet om mij te draaien, maar thuis vond ik dat heerlijk. Ik kreeg heus weleens een sneer van mijn zus, hoor. Dat ik het verwende jongetje was. En als mijn ouders weer eens meegingen naar een uitwedstrijd in Groningen, en mijn zus had ook iets, dacht ze echt wel: heb je Jerdy weer met zijn voetbal... Maar ze is nog steeds heel betrokken. Ze komt iedere thuiswedstrijd kijken en in de jeugd deed ze dat ook al. Mijn zus verzamelt ook alles wat er over mij verschijnt, ze maakt hele plakboeken.” Jerdy’s oudoom is Henk Schouten, oud- speler van onder meer Feyenoord, die in 2018 overleed. “Ik heb niks van zijn carrière meegemaakt, maar heb er veel over gehoord, oude filmpjes gezien en hem ook meerdere malen ontmoet. Ze zeggen toch altijd dat het talent een generatie overslaat? Misschien heb ik mijn talent van hem.” Lachend: “Mijn vader heeft het nooit tot profvoetballer geschopt, al denkt hij zelf dat hij heel goed was.” Veel van Jerdy’s vrienden in Hellevoetsluis zijn voor Feyenoord. “In de media verscheen een bericht dat mijn vader dat ook was, maar dat moet ik even rechtzetten. Hij is nooit voor Feyenoord geweest. En mijn moeder is sowieso fan van de club waarvoor ik speel. Mijn vrienden zitten graag in de Kuip. Zij kiezen per wedstrijd waar ze heen gaan, want ze komen ook graag naar Eindhoven, ik regel altijd kaarten voor hen.” Lachend: “Ik moet eens opletten of ze nu vaker naar de Kuip gaan, want dan zet ik die kaarten on hold.” ‘Jerdy is een echte verbindingsspeler, een snelle denker. Rustig binnen en buiten het veld. Dat vind ik zo mooi. Dat karakter, dat stoïcijnse. Ik heb vorig jaar ook tegen hem staan schreeuwen. Dan keek-ie me aan met zo’n blik van: wat moet je nou? En dan toverde hij weer een schitterende bal tevoorschijn.’ Mike Snoei (2017/2018 trainer bij Telstar), april 2019 in VI. “Mensen denken altijd dat ik heel rustig ben en alles pik van iedereen,” zegt Jerdy, “maar ik kan soms ook echt een zeikerd zijn. Als het niet loopt zoals ik zou willen, dan laat ik dat weten. Ik ben niet het type dat met twee armen in de lucht naar de rechtsbuiten gaat schreeuwen. Ik loop liever naar diegene toe en zeg het rustig tegen hem, maar ik laat het absoluut weten als ik niet tevreden ben. Met Mike Snoei had ik een goede band, ik speelde altijd bij hem. Maar we konden ook zeker botsen.” Snoei haalde hem in 2017 naar Telstar, tegen een onkostenvergoeding, nadat Jerdy moest vertrekken bij ADO en ook bij een club als Cambuur niet welkom was. Bij Telstar zou hij na acht wedstrijden pas wat gaan verdienen. “Al na een paar oefenwedstrijden legden ze me vast. Ze waren bang dat ik anders weg zou gaan. Het is bizar dat dat pas zes jaar geleden is. Daar denk ik nog weleens aan terug. Ik sta er nu zo anders voor, dat had ik toen niet durven dromen. Mijn neef stuurde me laatst nog een foto van mijn debuutwedstrijd bij ADO. Hij zei: ‘Het lijkt wel een jaar geleden.’” ‘Meteen in mijn eerste wedstrijd voor PSV tegen Vitesse zette Bosz mij centraal achterin. Ik dacht: weet hij wel dat ik nooit eerder centraal achterin heb gestaan?’ Telstar draaide een goed seizoen, werd zesde in de eerste divisie. Jerdy speelde zichzelf in de kijker. “Daarin moet ik ook realistisch zijn: als we dat jaar vijftiende waren geworden, had niemand het over mij gehad.” Maar misschien nog belangrijker: bij Telstar werd Jerdy van aanvallende middenvelder getransformeerd tot de verdedigende middenvelder die hij nu is. “Ik begon als nummer tien, totdat er een speler naar Telstar kwam die voor de club ook een buitenkansje was, Mohammed Osman. Osman was echt een pure nummer tien. En dus werd ik op ‘zes’ gezet. Snoei zegt dat hij toen al een goede ‘zes’ in mij zag, ik betwijfel dat.” Lachend: “Volgens mij dacht hij gewoon: even kijken of dat ook gaat. Achteraf pakte het goed uit.” Hij knipte vanwege een ontstoken teen een keer een stuk uit zijn schoen, zodat hij toch kon spelen. Laconiek: “Dit heb ik toen met de fysio bedacht. Als ik het gevoel heb dat ik ondanks een ontstoken teen of iets anders alsnog belangrijk kan zijn voor een team, dan zoek ik oplossingen om er te kunnen staan.” Na een jaar Telstar mocht Jerdy zich laten zien in de eredivisie bij Excelsior, met trainer Adrie Poldervaart aan het roer. “Poldervaart stelde mij meteen op. Een risico voor hem, ik kwam wel van Telstar, en ging nu voor het eerst echt in de eredivisie spelen. Met Poldervaart heb ik nog steeds een heel goede band. Hij komt ook uit Hellevoetsluis. Als ik er ben, dan app ik hem en gaan we samen koffiedrinken of lunchen en bekijken we voetbalbeelden.” ‘Hij moet naar een land waar wordt gevoetbald, dat zal hij ook snappen. Je kunt iemand nooit verwijten dat hij een fantastische transfer maakt. Mensen die zeggen dat een speler een bepaalde aanbieding moet afslaan, hebben zelf nooit zo’n kans gehad.’ Zeljko Petrovic, april 2019 in VI. Na een succesvol jaar bij Excelsior vertrok Jerdy naar Bologna. “Ik las ook dat ik beter naar de subtop in de eredivisie had kunnen gaan in plaats van naar Italië. In Nederland denken ze sowieso altijd dat als een jonge speler naar het buitenland vertrekt, hij dat voor het geld doet. Bologna is een hartstikke mooie ploeg, maar het is niet dat ik direct naar een Champions League-elftal ging. Natuurlijk was de Serie A een grote stap, maar ik had er alle vertrouwen in dat ik die kon maken. Ik wist dat ik me in Italië goed kon ontwikkelen op bepaalde gebieden; fysiek, maar ook verdedigend. Ik moest sterker worden, harder in de duels en beter leren hoe ik bepaalde duels aan moest gaan. Mijn overweging was: ga ik dat beter leren bij een subtopper in de eredivisie of in Italië? Van Poldervaart heb ik overigens nooit een kritisch woord gehoord over mijn overstap naar Bologna. Hij wist denk ik ook wel: dat gaat goed komen.” ‘Hij volbracht alles in zijn taken- en functiepakket. Maar hij speelt alleen maar met zijn rechtervoet en soms moet je ook je linkervoet gebruiken om het spel sneller te maken. En toch was het al met al een goed debuut.’ Louis van Gaal, 8 juni 2022 tegen de NOS. “Mijn debuut bij het Nederlands elftal was geweldig. Ik vond het ook goed gaan. Gelukkig vond de trainer dat ook, een kritisch puntje mag altijd. We speelden uit tegen Wales. Mijn vrouw, ouders, zus, schoonouders en neefje zaten op de tribune. Tijdens het volkslied zag ik ze staan. Ze schoten vol. Dat deed wel wat met me.” Jerdy kwam nooit uit voor een Nederlands jeugdelftal. En amper vijf jaar voor zijn debuut, op 8 juni 2022 onder voormalig bondscoach Louis van Gaal, speelde hij nog voor een onkostenvergoeding bij Telstar. “Ja, ik moest mezelf wel even knijpen om het te geloven.” In de auto hoorde Jerdy het goede nieuws. “Ik was onderweg naar Nederland vanuit Bologna. We hadden vakantie. Ineens kreeg ik een appje van een onbekend nummer. Het was Louis van Gaal met de vraag of ik kon facetimen. Ik dacht: word ik door iemand in de maling genomen? Mijn vrouw ging rijden zodat ik rustig kon bellen. Van Gaal zei: ‘Marten de Roon is geblesseerd geraakt.’ Ik dacht: het zal toch niet? Hij vroeg of ik naar Zeist wilde komen. Ik heb een traantje gelaten met mijn vrouw.” Het was wennen, voor het eerst bij het Nederlands elftal, beaamt Jerdy. “Het was een nieuwe groep waar ik in kwam. Ik doe dan meestal een stapje achteruit om te kijken hoe de groep in elkaar steekt, wie erbij zitten, hoe ze zijn en met wie ik het goed zou kunnen vinden. Ik ben niet iemand die meteen de sfeer bepaalt.” Van Gaal maakte indruk op Jerdy. “Ik kijk niet snel tegen iemand op, maar ik merkte wel dat hij al jaren in de top werkte. Van Gaal wist heel goed waar hij het over had, was heel duidelijk. En hij heeft humor. Voor en na de wedstrijd heb ik met hem gesproken over mijn spel. Met zijn tips ben ik aan de slag gegaan, ik ben bewuster met mijn linkervoet bezig geweest, al moet ik wel zeggen dat ik er in het veld niet zo aan denk. Uiteindelijk zal het me ook een worst wezen of ik nou met links of rechts speel. Als die bal maar goed aankomt.” ‘Er wordt altijd te weinig over Jerdy gepraat in vergelijking met wat hij aan het team geeft. Het begint allemaal bij hem. Hij staat garant voor maximale beschikbaarheid, doet alles goed en met een glimlach, misschien zie je het van buitenaf niet, maar hij geeft net dat beetje extra aan het hele team.’ Bologna-trainer Thiago Motta tijdens een persconferentie in augustus 2022. “Wat ik over Van Basten zei, geldt ook voor Motta. Dat was ook een geweldenaar op het veld. En ook nog eens op mijn positie. Ik heb een half jaar met hem mogen werken, dat is me heel goed bevallen.” Lachend: “En ook met hem heb ik in de clinch gelegen. Motta vond dat ik meer kon brengen dan ik deed. In de een-op-een-gesprekken pakte hij mij aan. Het is best lastig als je ergens al 3,5 jaar zit, iedereen altijd positief over je is geweest, en een nieuwe trainer ineens zegt dat het niet goed is wat je doet. Achteraf zei Motta dat hij mij alleen had willen triggeren. Hij zei: ‘Ik wist altijd al dat je een van de besten was, maar je gaf altijd honderd procent in plaats van 110.’ Hij heeft voor elkaar gekregen dat ik 110 procent ging geven. Ik heb onder hem een heel goed half seizoen gedraaid. We eindigden dat seizoen als negende in de Serie A.” Na dat seizoen vertrok Jerdy naar PSV. “Ik ben meteen naar Motta gegaan om te zeggen dat PSV zich voor me had gemeld. Motta was bij de onderhandelingen betrokken, wilde me niet laten gaan. Hij zei heel eerlijk: ‘Ik snap jou goed, maar ik ben trainer en als je mij vraagt: mogen we Jerdy verkopen, dan zeg ik nee.’ Het heeft best wat tijd gekost voordat het rondkwam. Ik heb Motta niet meer gesproken, moet hem weer eens een berichtje sturen. Het gaat heel goed met Bologna, ze draaien nu bovenin mee in de competitie. Ik ga hem daar zeker even mee complimenteren.” Voor Motta speelde Jerdy drie jaar onder voormalig topmiddenvelder Sinisa Mihajlovic, die in december 2022 op 53-jarige leeftijd overleed aan leukemie. “Hij heeft mij geïntroduceerd in het Italiaanse voetbal. In Italië is het best bijzonder om een jonge speler meteen belangrijk te maken. Mihajlovic deed dat. Ik had een goede band met hem, al praatte hij niet veel. Het was geen Nederlandse trainer die na elke wedstrijd vertelt wat hij van je vond. Zonder te praten wisten we dat we elkaar mochten. Het was heftig om te zien hoe zijn ziekte langzaam de overhand nam totdat hij overleed.” ‘Hij is een middenvelder, zo zie ik hem abso- luut ook. Alleen kreeg ik de vraag: zie je hem als centrale verdediger voor als hij ouder wordt. Voor als hij wat grijs is, zie ik hem als een centrale verdediger. Voor mij zal dat in ieder geval niet zijn favoriete positie zijn.’ Peter Bosz, december 2023, tijdens een persconferentie. “Toen ik nog in onderhandeling was met PSV, heeft het gesprek met Bosz ook heel erg geholpen. De tactiek en visie van de trainer past bij mij. Hij wil dominant aan de bal zijn en dat wij onze wil aan de tegenstander opleggen. En hij is heel duidelijk, zegt wat hij denkt en laat weten wat hij van jouw prestaties vindt.” Het loopt goed bij PSV. In de Champions League werd overwinterd en de ploeg werd kampioen van de Eredivisie. “De tactiek van de trainer is heel belangrijk, maar wij moeten die wel kunnen uitvoeren. De credits gaan zeker naar de trainer, maar ook naar de technisch directeur en alle anderen die de selectie hebben samengesteld.” Jerdy werd dit seizoen niet altijd als verdedigende middenvelder opgesteld, maar ook geregeld als centrale verdediger. Dat pakte in de uitwedstrijden tegen Feyenoord (1-2) en AZ (0-4) en de play- offs voor de Champions League tegen Rangers (5-1) en de Champions League- wedstrijd thuis tegen Borussia Dortmund (1-1), goed uit. “Meteen in mijn eerste wedstrijd voor PSV tegen Vitesse zette de trainer mij centraal achterin. Ik dacht: weet hij wel dat ik nooit eerder centraal achterin heb gestaan? Eén helftje bij Bologna,meer niet. Blijkbaar hadden de scouts van PSV dat gezien. Ik dacht even: wat gebeurt hier? Ik vind het helemaal niet erg om af en toe centraal achterin te staan, maar uiteindelijk ben ik een middenvelder. Zo wil ik ook gezien worden.” Jerdy is dit seizoen uitgegroeid tot een van de belangrijkste spelers van PSV. “Ik ga ervan uit dat mijn zaakwaarnemer al aan een vervolgstap denkt, daar is hij zaakwaarnemer voor, maar ik ben daar niet mee bezig. Ik doe wat ik moet doen en laat zien wie Jerdy Schouten is. Als er een club komt waar ik geen ‘nee’ tegen kan zeggen, dan zie ik dat dan wel weer. Op dit moment zit ik heel goed bij PSV. Kampioen worden is een droom. Het is niet zo dat mijn carrière dan ook meteen geslaagd is, maar het is wel de reden waarvoor ik hier naartoe ben gekomen. Ik wil prijzen winnen. En als je dan meteen in het eerste jaar kampioen kunt worden, dan is dat fantastisch.” ‘Je ziet duidelijk waar zijn kwaliteiten liggen. Misschien is het dan toch de druk van het Oranje-shirt. Dat zou kunnen. Maar daar zal hij nu dan wel vanaf zijn.’ Ronald Koeman, in november 2023 tegen de NOS. Anderhalf jaar na zijn debuut voor Oranje werd Jerdy weer opgeroepen door Van Gaal-opvolger Ronald Koeman. In november vorig jaar kreeg hij een basisplaats thuis tegen Ierland (1-0). “Koeman is een heel andere trainer dan Van Gaal, we speelden ook een ander systeem, 4-3- 3 in plaats van 5-3-2. Het was weer even wennen.” Na de wedstrijd was er kritiek op zijn spel. Te veel van zijn passes zouden niet zijn aangekomen. “Het gevoel was ontstaan dat ik een heel slechte wedstrijd had gespeeld. In het begin had ik twee of drie slechte ballen verstuurd, die ik normaal niet geef. Daar zijn sommige analisten in blijven hangen. Het waren geen zenuwen, hoor, daar heb ik eigenlijk nooit last van. Het kán ook gewoon een keer gebeuren dat je een slechte bal geeft. Maar als die drie verkeerde ballen over de hele wedstrijd verspreid waren geweest, was het waarschijnlijk niet zo opgevallen.” Na zijn sterke Champions League- optreden tegen Borussia Dortmund als centrale verdediger riep René van der Gijp in Vandaag Inside dat Jerdy een centraal duo met Virgil van Dijk zou moeten vormen in Oranje. “Tim Wolf, de assistent bij PSV, zei tegen me: ‘Heb je gehoord wat Van der Gijp heeft geroepen?" Lachend: “Ik zei: ja, en dat is precies waar ik bang voor was, daarom wil ik niet centraal staan. Ik zie mezelf als middenvelder in het Nederlands elftal. En of ík dan degene ben die naast Frenkie de Jong staat? Dat is de keuze van de bondscoach.” Deze zomer staat het EK in Duitsland op het programma. “Er loopt echt veel kwaliteit rond. Het wordt zoeken voor de bondscoach hoe hij wil spelen en hoe hij die kwaliteit eruit gaat krijgen. Als we dat als team voor elkaar gaan krijgen, dan geef ik ons een grote kans om ver te komen. Het zou heel gaaf zijn als ik erbij mag zijn, en als er dan ook nog een titel gewonnen wordt, dan wordt een droom echt werkelijkheid.” Helden Magazine 71 Het interview met Jerdy Schouten is afkomstig uit de tweede uitgave van 2024. De 71ste editie van Helden Magazine is voor het eerst in België te bewonderen! Deze mijlpaal wordt gevierd met twee verschillende sporters op de cover: Estavana Polman in Nederland en Wout van Aert in België. In een openhartig interview deelt Estavana Polman, het gezicht van het Nederlandse handbalteam, haar verhaal over de voorbereidingen op het olympisch kwalificatietoernooi. Daarbij komen ook haar persoonlijke uitdagingen, zoals haar relatie met Rafael van der Vaart, het moederschap en haar blessures ter sprake. Alleskunner Wout van Aert laat dit jaar de Tour de France schieten en kiest voor het eerst voor de Giro d’Italia. De Belgische renner spreekt zich uit over het nieuwe traject, Mathieu van der Poel, Visma-Lease a Bike en de Olympische Spelen. In deze editie van Helden wordt er ook veel aandacht besteed aan voetbal. Esmee Brugts, bekroond als Talent van het Jaar, maakte afgelopen zomer een droomtransfer naar FC Barcelona. We blikken terug op de legendarische wedstrijd tegen Portugal tijdens het WK van 2006 met Khalid Boulahrouz en bezoeken verdediger Bart Nieuwkoop in Rotterdam. Met Manchester City won Kevin De Bruyne alles wat er te winnen valt. Kenners spreken zich uit over onder meer zijn weergaloze traptechniek en fabuleuze inzicht. In ‘De Dag Dat Alles Misging’ kijken Sigi Lens en Edu Nandlal terug op de vliegtuigcrash in Suriname. Ze hebben de verschrikkelijke SLM-ramp overleefd die zich 35 jaar geleden heeft voorgedaan. Verder in de 140 pagina’s tellende editie deelt marathonloopster Anne Luijten haar bewogen jaar met de lezers. Ze liep de olympische limiet, trouwde, maar verloor ook haar trouwste fan: vader Jos. Zwemfenomeen Ian Thorpe blikt terug op zijn legendarische races en vriendschap met Pieter van den Hoogenband. Victoria Koblenko gaat in gesprek met Ranomi Kromowidjojo, drievoudig olympisch kampioen en zeventienvoudig wereldkampioen zwemmen. Kickbokslegende Peter Aerts, een grootheid in Japan, spreekt onder meer over het oprichten van zijn eigen bond LEGEND. Als laatste is de negentienjarige Collin Veijer de hoop van de Nederlandse motorsportfans, maar wie is hij?

Voetbal

Peter Bosz: ‘Als Oranje niet komt, dan is het ook goed’

PSV breekt onder Peter Bosz (60) [...]
PSV breekt onder Peter Bosz (60) het ene na het andere record. De club staat bovenaan de eredivisie met een straatlengte voorsprong, bereikte de achtste finale van de Champions League en maakt misschien nog wel de meeste indruk met het aantrekkelijke, aanvallende voetbal. Tijd voor een gesprek met de trainer. “Ik hoop dit jaar eindelijk een keer met mijn club kampioen te worden. Dan ben ik van dat gezeur af.” Is dit PSV het beste team waarmee je hebt gewerkt? “Ik ben erom uitgelachen, maar ik vind dit PSV wel degelijk het beste elftal waar ik ooit mee heb gewerkt. Niet alleen omdat we op technisch gebied heel veel goede spelers hebben, maar ook omdat we een echt team zijn. Deze jongens begrijpen allemaal wat ervoor nodig is om elkaar beter te maken. Ze corrigeren elkaar waar nodig, niet om te katten, maar echt om beter te worden. We hebben een aantal leiders in het team die ook uit zichzelf het woord nemen in de kleedkamer, onder wie Luuk de Jong en Guus Til. En we hebben een paar ongelooflijke talenten onder wie Johan Bakayoko en Ismael Saibari, twee spelers die zich enorm hebben ontwikkeld. In een goed team maken ook de invallers het verschil. Dat hebben we in twee competitiewedstrijden bij ons gezien, tegen Vitesse en Ajax. In die wedstrijden waren we slecht begonnen, moest ik in de rust ingrijpen en juist de wissels zorgden dat we de wedstrijd omkeerden. In de doorslaggevende Champions League- wedstrijd tegen Sevilla stonden we 2-0 achter. Saibari, Yorbe Vertessen en Ricardo Peppi vielen in en daarna wonnen we met 3-2, waardoor we doorgingen. In een goed draaiend team klagen de wisselspelers niet. Ze zijn wel ontevreden, maar op het moment dat je ze inzet, presteren ze. Vertessen heeft aan de linkerkant Noa Lang en Hirving Lozano voor zich. Elke keer als ik hem als wisselspeler inzette, stond hij er, maar zat de wedstrijd daarna wel weer op de bank. Ik kan me dus voorstellen dat hij ontevreden is en wellicht weg wil.” PSV draait als een trein dit seizoen. Ben jij het met ons eens als wij stellen dat jij nog zo’n goede trainer kunt zijn, maar dat uiteindelijk goede voetballers het verschil maken? “Volmondig mee eens. Een elftal vol goede voetballers met een slechte trainer zal altijd beter presteren dan een heel goede trainer met een elftal slechte spelers. Spelers zijn echt belangrijker dan een goede trainer. De kracht van dit PSV is dat we een selectie hebben met mooie, zeer diverse karakters. Met alleen maar ideale schoonzonen win je geen wedstrijden. Voetbal is een teamsport, dus moet elke speler zijn kwaliteiten en zijn karakter wel in dienst stellen van het team. Een marathonloper loopt hoofdzakelijk alleen, dus presteert ook in z’n eentje. Na mijn kennismaking met de spelersgroep had ik vrij snel in de gaten dat we technische heel goede spelers hebben. Dan heb ik het over voetbalintelligentie en het vermogen om goed positiespel te spelen, want daarvoor heb je én intelligentie én techniek nodig. Het was mijn taak om hun acties en karakters dienstbaar te maken aan het elftal.” Een bijzonder karakter in jouw selectie is Noa Lang. “Eens. Wij Nederlanders, en daartoe hoor ik ook, hebben snel een oordeel. Nou, Noa is het levende bewijs dat bijna iedereen er helemaal naast zit. Hij heeft een bepaald imago, maar is een van de grootste teamspelers die ik heb meegemaakt. Noa zorgt dat het elftal bij elkaar blijft, is heel sociaal. Bij de laatste training voor kerst kwam hij op de Herdgang en had hij voor iedereen – niet alleen voor de staf en de spelers, maar bijvoorbeeld ook voor de mensen in de keuken – een fles wijn meegenomen. Hoefde hij niet te doen, had niemand om gevraagd, maar hij deed dat wel. ‘Wij Nederlanders, en daartoe hoor ik ook, hebben snel een oordeel. Nou, Noa Lang is het levende bewijs dat bijna iedereen er helemaal naast zit. Noa is heel sociaal’ Wat ook tekenend is: Malik Tillman is een van de nieuwe jongens, hij kwam over van Bayern München. Ik heb nog nooit zo’n verlegen, timide speler meegemaakt, hij durfde me nauwelijks aan te kijken als ik hem sprak. Na een maand of twee ging ik met hem zitten en vroeg of hij het naar zijn zin had. Of hij al een beetje ingeburgerd was bij PSV. ‘Ja,’ zei hij, ‘Noa heeft me bij hem thuis uitgenodigd, hij had ook zijn kapper gevraagd en nog wat vrienden om me echt het gevoel te geven dat ik erbij hoor.’ Dat is toch geweldig? Noa denkt altijd in het belang van het team.” Is Noa Lang een van die twee à drie ‘neeschudders’ die je volgens Johan Cruijff nodig hebt in een selectie naast de gewenste meerderheid van ‘jaknik- kers’? “Ik snap wat jullie bedoelen, maar dan leg ik de term ‘neeschudder’ bij Noa toch anders uit. Hij is een individualist, zeker, en heeft een beslissende individuele actie. Neem de eerste competitiewedstrijd uit bij FC Utrecht waar we niet goed speelden. Noa brak die open met een goal na een individuele actie, maar hij denkt dus ook altijd in het teambelang. Toen hij geblesseerd was voor de uitwedstrijd in de Champions League tegen Sevilla vroeg Noa of hij mee mocht. Normaal laat ik geblesseerde spelers bij uitwedstrijden thuis, ook omdat ze moeten revalideren en omdat het afleidt. Ik vroeg waarom hij dat wilde. Hij antwoordde: ‘Ik wil het elftal steunen, misschien dat het helpt.’ In zijn geval dacht ik: waarom niet? Dus heb ik Noa mee laten gaan. Hij liep niet in de weg en op zijn manier was hij tot we het veld op gingen bezig met het resultaat.” Ken je zijn achtergrond? “Ja, een beetje wel. Toen ik trainer was bij Ajax, speelde hij in de jeugd. Ik ken zijn verhaal, weet van zijn wens om op jonge leeftijd als Rotterdammer per se voor Ajax te willen spelen. Dan ben je wel een persoonlijkheid. Er is een prachtig interview op PSV-tv van Maddy Janssen waarin hij ineens breekt. ‘Wil je dat ik dat fragment eruit haal?’ vroeg Maddy. ‘Nee hoor,’ zei hij, ‘laat maar zien.’ Ook zo mooi wat z’n moeder een keer over hem heeft gezegd: ‘Normaal ben je er als ouder voor je kind, maar hij was er voor mij.’ En dat Nederlands van hem waarover ik soms iets lees; zijn vader is Surinaams, zijn stiefvader is Marokkaans, dan is het toch logisch dat hij niet precies praat als een gemiddeld kind uit Apeldoorn?” Hoe zijn jullie bij hem terechtgekomen? “We zochten nog iemand voor de linkerkant, omdat toen al de kans bestond dat Xavi Simons zou vertrekken. Technisch directeur Earnest Stewart vroeg mij wat ik van Noa vond. Omdat ik hem niet kende en weleens wat over hem had gelezen, was mijn eerste reactie: dat wordt een hele uitdaging. We hebben in Amsterdam met hem en zijn zaakwaarnemer afgesproken. Noa vertelde dat hij aan Hakim Ziyech had gevraagd wat voor trainer ik was. Ik voelde bij Noa een soort parallel met Hakim. Toen ik trainer was van Ajax belde technisch directeur Marc Overmars mij of ik langs wilde komen omdat hij met Ziyech en zijn zaakwaarnemer zat te praten. Ik vroeg hem: Hakim, wat verwacht jij van mij? ‘Alleen maar dat u eerlijk bent,’ antwoordde hij. Noa kende dat verhaal, dus zei hij me in ons gesprek: ‘U moet mij eerlijk zeggen als ik goed speel, maar ook als ik slecht speel.’ Ik heb geen idee of Ajax ook in beeld was, maar wij wilden Noa meteen hebben. Het is wel bijzonder, een speler die van Ajax naar Club Brugge gaat en dan als volgende stap voor PSV kiest en niet voor het buitenland. Vanaf dag één werken we met zoveel plezier met elkaar. Opmerkelijk is dat het in het begin bij ons bijna alleen over Noa ging. Hij roept blijkbaar iets op bij mensen, ook een heleboel weerstand. De mensen die hem kennen, zeggen allemaal: ‘Wat een goed mens, wat een lieve jongen.’ Jullie collega’s hebben een heel grote rol gespeeld in de aanvankelijke beeldvorming rond Noa.” Heb je nog zo’n speler bij PSV? “Ja, we hebben er 23 en dat meen ik. Elke speler heeft een eigen, mooi verhaal, is uniek. Als ik mijn spelers wil leren kennen, neem ik de moeite om met hen over meer dan alleen voetbal te praten. Ik spreek ook met hen over het leven, wat ze willen bereiken in het leven. Het kan over van alles gaan: over hoe ze hun geld willen besteden, over familie. Vaak luister ik alleen maar tijdens die gesprekken.” Opmerkelijk is ook de doorbraak van Jerdy Schouten, op wie Ruud Gullit ons in een interview een keer had gewezen. Hij zei een paar jaar geleden al: ‘Nederlandse topclubs zitten te slapen.’ “Dat heeft Ruud heel goed gezien. Ik wist ook niet dat hij zo goed was, maar van Noa wist ik dat ook niet, althans niet dat hij zó goed was. De carrière van Jerdy is heel bijzonder. Na ADO Den Haag, Telstar en vier jaar Serie A bij Bologna, koos hij bewust voor PSV met als doel het Nederlands elftal te halen. Prachtig om te zien dat hij dat doel binnen zes maanden heeft bereikt.” Je noemde dit PSV het beste team waarmee je hebt gewerkt. Ben jij na AGOVV, De Graafschap, Heracles, Vitesse, Maccabi Tel Aviv, Ajax, Borussia Dortmund, Bayer Leverkusen en Olympique Lyon op je zestigste ook op je best als trainer? “Presteren doen de spelers. Met AGOVV moesten we amateurkampioen van Nederland worden omdat de club anders geen betaald voetbal mocht spelen. Dat is nogal wat. In mijn eerste jaar bij Heracles werden we meteen kampioen van de eerste divisie. Ik ga tegenwoordig heel anders met druk om dan in het begin van mijn carrière, simpelweg omdat ik geen carrière meer hoef te maken. Zo voelt het nu althans. Ik ben zestig, het vijfde kleinkind is onderweg. Mijn privéleven speelt er de grootste rol in dat ik met de gedachte rondloop om na PSV te stoppen als trainer, tenzij de vacature van bondscoach na beëindiging van mijn driejarig contract bij PSV een keer voorbijkomt. Ik wil een actieve opa zijn, hou van skiën, bezoek graag dancefestivals, maar het belangrijkste zijn de kleinkinderen. Ik wil over een tijdje op zaterdagmorgen of zondag bij hen langs de lijn kunnen staan. Mijn oudste kleinkind is negen, speelt bij Robur et Velocitas in Apeldoorn en hem heb ik pas een paar keer zien voetballen.” CRUIJFF-PRINCIPE Jordi Cruijff haalde jou in januari 2016 naar Maccabi Tel Aviv om jouw voetbalfilosofie en mede op advies van zijn vader. “We waren met Mohammed Allach, technisch directeur van Vitesse, op vakantie op Curaçao toen Jordi belde. Allach zag dat ik twijfelde en zei: ‘Je weet niet waar je ‘nee’ tegen zegt, ga nou eens kijken.’ Jordi was al twee jaar bezig mij te strikken, hoewel zijn vader had gezegd dat het hem nooit zou lukken. Ik moet zeggen dat ik daar een geweldig half jaar heb gehad en zeker was gebleven als Ajax niet was gekomen.” Komt jouw voetbalfilosofie overeen met die van Cruijff? “Johan zei altijd: ‘Mensen betalen tegenwoordig heel veel geld voor een kaartje, dan moet je ze iets bieden.’ Toen ik trainer werd, had ik geen idee wat voor trainer ik zou worden. Mijn eerste wedstrijd met AGOVV was voor de beker tegen Feyenoord. Ik had zo’n zwart boekje gekocht dat je elke trainer zag gebruiken om iets op te schrijven, maar had geen idee wat ik wilde noteren, wist niet of ik moest blijven zitten of staan, rustig moest blijven of roepen langs de kant. Ik heb mezelf als het ware als trainer moeten uitvinden. Wat ik wel wist, is dat ik niet hield van spelers met een matige techniek, bij wie de bal van de voet sprong. Heel voorzichtig gezegd hou ik ook niet van wat we ‘domme voetballers’ noemen, ik hou van spelers met voetbalintelligentie. Ik maakte er een sport van om zoveel mogelijk goede voetballers in een elftal te stoppen en zo kwam ik uiteindelijk bij aanvallend voetbal uit. Ik probeer de toeschouwers plezier te bezorgen. Een supporter wil zijn club natuurlijk zien winnen, maar het is toch veel leuker als dat gebeurt met spectaculair voetbal na een opwindende wedstrijd dan na een saaie pot met één gelukkige counter?” Het tegenovergestelde van de opvatting van José Mourinho dus. Lachend: “Laat ik zeggen dat ik een andere trainer ben dan Mourinho, maar hij heeft ongelooflijk veel gewonnen en daar kun je alleen maar respect voor hebben.” De manier waarop Mourinho wint, is tot daaraantoe. Maar de manier waarop hij langs de lijn scheidsrechters belachelijk maakt, hoe hij zich gedraagt tegen collega-trainers, hoe hij en zijn spelers theater maken... Uit pedagogisch oogpunt is dat toch walgelijk? “Ik zou net zoveel titels gewonnen willen hebben, maar niet op de manier zoals hij zich langs de lijn gedraagt. En inderdaad ook niet met de wijze waarop zijn teams spelen. Iedereen heeft zijn eigen stijl, ik kies voor een andere stijl en het is gewoon een feit dat ik daarmee minder prijzen heb gewonnen dan hij. Toen ik twintig was, werd ik trainer van het Apeldoorns pupillenelftal, dus met de beste spelers in die leeftijdsgroep. Daar begon ik meteen al de filosofie van Cruijff toe te passen, bijvoor- beeld door bij de jeugd geen rugdekking toe te passen. Als je dat wel toestaat, leren ze niet van hun fouten, leren ze niet dat ze verkeerd staan te dekken. Dat soort details ging ik toepassen.” Je bent de laatste buiten de familie die Cruijff voor zijn overlijden op 24 maart 2016 heeft meegemaakt en gesproken. Hij kwam naar Israël. “Ja... Hij was heel ziek, maar nog zo positief. Johan vertelde dat hij vlak voor zijn reis naar Israël met zijn vrouw Danny mee was naar de oogarts. ‘Kunt u bij mij ook even kijken?’ vroeg hij. De oogarts zag iets en kon hem helpen. ‘Wat een geluk dat ik met je ben meegegaan, anders had ik het nooit geweten,’ zei hij tegen Danny. Bij Johan was het glas altijd half vol. Ik was zenuwachtig om training te geven toen hij kwam kijken. Ik heb alle mooie oefeningen die ik kon verzinnen achter elkaar laten uitvoeren. Maar hij zat lekker in het zonnetje te kletsen, zal misschien wel iets hebben gezien van de training, maar misschien ook niets. Hij zag een wedstrijd die we met 4-0 of 5-0 wonnen en zei dat hij had genoten van het spel. Was ik helemaal trots. We zouden gaan eten. Ik vroeg aan Jordi of zijn moeder ook meeging. ‘Natuurlijk,’ zei Jordi. Toen belde ik mijn vrouw Jolyn dat ze snel naar het restaurant moest komen. ‘Maar ik ben nog niet eens aangekleed,’ zei ze. Kan me niet schelen, zei ik, al kom je in je blootje, je moet komen. Tja, drie dagen later overleed hij... Ik was zo blij dat ik hem de week daarvoor – en ook nog zo goed – had meegemaakt. Waar hij liep of zat in Tel Aviv, net als Lionel Messi, zaten verslaggevers, fotografen en fans op hem te wachten. Ik moet weleens een handtekening zetten en word op straat af en toe herkend, maar hij? Tijdens dat etentje zaten we met z’n zessen, Jordi en assistent Hendrie Krüzen, Jolyn en ik en Johan en Danny. Eerst kwam de eigenaar, die was gebeld door het personeel. Maar ook de minister van Sport was op de hoogte gesteld en kwam naar onze tafel. Johan zat aan zijn biefstuk, stond keurig op, gaf die mensen een hand en een handtekening, at verder en dan stond de volgende er al. Hoe hij daar mee omging, vond ik zo knap. Als je zo iemand nederig ziet zijn, wie ben ik als simpele ziel uit Apeldoorn dan om iemand een handtekening of een gunst te weigeren? Natuurlijk heb ik Johan bevraagd toen hij in Israël was. En op elke vraag had hij een zinnig antwoord. Tonnie Bruins Slot is zes jaar zijn assistent geweest, hij bekeek in mijn tijd bij Ajax ook de tegenstanders. Tonnie vertelde me dat hij voor de Champions League-finale in 1992 Sampdoria, de tegenstander van Barcelona, moest analyseren. Hij was live gaan kijken, kwam terug en zei: ‘Johan, ik heb nu een spits gezien, Gianluca Vialli, die kun je niet dekken, die is zo sterk dat hij je altijd wegduwt zodat je niet bij hem komt. Bovendien is hij heel technisch en heeft hij een goed schot, niet normaal.’ Johan antwoordde: ‘Nou, dan dekken we hem niet.’ Bruins Slot keek hem vragend aan. Johan zei: ‘Jij zegt toch dat we hem niet kunnen dekken? Nou, dan gaan we hem ook niet dekken. Vialli is gewend dat al die sterke Italiaanse verdedigers in zijn nek zitten, die kan hij beetpakken, waarna hij kan wegdraaien. Op het moment dat hij geen tegenstander voelt, komt hij in een situatie die hij niet gewend is, dus dat gaan we doen.’ Barcelona won in de verlenging door die vrije trap van Ronald Koeman met 1-0. Van dat soort anekdotes geniet ik en leer ik. Wij moesten voor plaatsing voor de Champions League winnen van Glasgow Rangers, vorig seizoen was dat misgegaan. Uit hadden we het moeilijk, we verlorente gauw de bal en het werd 1-1. Indachtig het Cruijff-principe dat als je de bal hebt, je hem ook niet hoeft te veroveren, besloot ik middenvelder Jerdy Schouten als centrale verdediger op te stellen. Jerdy verliest namelijk nooit een bal. We wonnen met 5-1, heus niet alleen door Jerdy achterin, maar het idee was overeenkomstig de gedachten van Johan.” Je vertrok in 2016 uit Israël omdat Ajax belde. Hoe kijk je naar de situatie in Israël op dit moment? “Jolyn en ik hebben een half jaar in Tel Aviv gewoond en ons veilig gevoeld. We hebben een heerlijke tijd gehad en geweldige mensen ontmoet in een heel bijzonder land, mensen die het nu heel moeilijk hebben. We hebben alle historische plekken bezocht, de Dode Zee, Bethlehem, Jeruzalem. De Israëliërs genoten heel erg van het leven, van de dag. Soms zeiden ze tegen ons: ‘Leef nu, want het kan morgen afgelopen zijn.’ Daarom gaan ze graag uit eten, dragen ze graag mooie kleren. We hebben meteen op 7 oktober, de dag van de aanslagen van Hamas, contact gezocht met onze kennissen daar. Het ging goed met ze, maar tegelijkertijd zeiden ze dat het echt goed mis was, dat ze zich grote zorgen maakten en dat het nooit meer zo zou worden als in de tijd dat wij er waren. Na verloop van tijd maakten ze me ook duidelijk dat Israël geen keus heeft, moet reageren en nu niet meer terug kan. Daarover maak ik me dan ook weer zorgen, want dan zie ik de beelden van die kinderen in Gaza. De situatie daar is hartverscheurend met alleen maar verliezers aan beide zijden. De haat wordt na iedere bom alleen maar groter. We hebben het nu over Israël, mede omdat ik daar heb gewerkt, maar kijk eens naar die verschrikkelijke oorlog tussen Oekraïne en Rusland? Dan lees ik tot mijn stomme verbazing dat Vladimir Poetin zich wil opwerpen als de vredesstichter tussen Israël en de Palestijnen... Dat is toch de wereld op zijn kop? Wij hebben in het tweede elftal een Israëlische jeugdspeler, Tai Abed, die rond kerst even is teruggegaan naar zijn familie. Hij vertelde dat een van zijn beste vrienden is opgeroepen voor het leger, zijn telefoon heeft moeten inleveren en geen enkel contact kan hebben met zijn familie en vrienden. Zo heb je natuurlijk ook verhalen van Palestijnse jongens of van de Oekraïners. Ik had bij Vitesse de Oekraïense speler Denys Oliynyk die nu weer in Oekraïne speelt, trainer wil worden en onlangs een paar dagen op de Herdgang bij ons meeliep. Ik vroeg hoe ze in Oekraïne spelen en trainen. ‘Als het luchtalarm afgaat,’ zei hij, ‘rennen we gauw naar binnen en wachten we tot we weer naar buiten mogen.’ Zo surrealistisch. Ik wil niet als ouwe lul overkomen, maar ik maak me zorgen over de verharding in de hele maatschappij. Ik zeg dat wel vaker.” En voetballers hebben een voorbeeldfunctie... “Ja, daarover spraken we al in de kleed- kamer van Feyenoord, toen ik daar in de jaren negentig voetbalde. Met de voetbalwereld kunnen wij op het gebied van acceptatie van andersdenkenden een voorbeeld zijn, mede voor een leefsituatie zorgen waarin alle rassen, kleuren en godsdiensten door elkaar heen lopen en met elkaar omgaan. Ik zit nu 45 jaar in de voetballerij en echt waar, ik zie geen kleur of godsdienst. Je gaat in de kleedkamer op een respectvolle manier met elkaar om, zoals het hoort. Dat is ook zo mooi nu bij PSV, iedereen gaat met respect met elkaar om, ik voel op dat gebied bij ons geen enkele spanning. In de kleedkamer ken je de mens achter het geloof of achter de nationaliteit, dat is veel belangrijker. Ik was altijd wel geïnteresseerd in de achtergrond van spelers. Toen ik in 1998 in Duitsland bij Hansa Rostock voetbalde, had je nog die oorlog in Joegoslavië tussen Servië, Kroatië, Bosnië en Montenegro. We hadden uit elk van die landen een speler in de selectie en wat bleek? Die jongens hadden nul problemen met elkaar, waren vrienden, deden alles samen, terwijl in de landen zelf buren van voor de oorlog erna niet meer met elkaar spraken. Dat is toch de magie van de kleedkamer.” Maak jij je zorgen om de wereld waarin we leven? “Er zijn over de hele wereld altijd oorlogen geweest, maar onze generaties in West-Europa hebben geen oorlog gekend. Ik maak me de laatste paar jaar voor het eerst zorgen dat een oorlog wel heel dichtbij komt. Het achtuurjournaal kijk ik altijd, als het even kan de actualiteitenrubrieken en lees veel zodat ik via zoveel mogelijk kanten geïnformeerd word. Ik ben zeven jaar weggeweest uit Nederland en maak me zorgen om de verharding in onze maatschappij.” STRESS Marc Overmars haalde jou in 2016 naar Ajax. Hoe kijk je naar wat hij heeft gedaan? En wat vind jij van zijn straf dat hij een jaar lang niet werkzaam mag zijn in het voetbal vanwege grensoverschrijdend gedrag in zijn tijd bij Ajax? “Marc is een vriend van mij. Wat hij heeft gedaan, is fout. Ik heb hem gezegd dat hij zich als een klootzak heeft gedragen. Als ik Ajax was, had ik het anders aangepakt. Ik had hem direct op non-actief gesteld, een onderzoek ingesteld en er daarna conclusies aan verbonden. Ik denk dat de situatie bij The Voice Of Holland een rol heeft gespeeld in hoe dit alles is gegaan. Maar het is helaas niet terug te draaien. Marc is aan de schandpaal genageld. De prijs die hij en zijn familie hebben betaald is hoog. En nogmaals hij is zelf echt een klootzak geweest. Maar de straf die hij er nu nog bovenop heeft gekregen van de KNVB en de FIFA vind ik niet terecht.” Overmars, Edwin van der Sar, de broers Koeman, Henk de Jonge en Foeke Booy hebben als trainer in korte tijd allemaal zware fysieke problemen gekend. Kan er een verband bestaan met de grote stress van het trainerschap? “Dat weet ik niet, bij Ronald en Erwin zat het blijkbaar in de genen, maar laat duidelijk zijn dat we een enorm stressvol beroep hebben. Ik denk dat ik na al die jaren weet hoe ik met de spanning moet omgaan, maar ook als je elke week wint, blijft het stressvol. Wel minder dan als je veel verliest, maar toch. Het is zorgelijk, Marc die een hartaanval krijgt op z’n 49ste, Edwin die ook al de ziekte van zijn vrouw had meegemaakt; dat zijn vreselijke dingen. Ik ben geen deskundige, weet dus ook niet of er oorzaak en gevolg is. Ik weet wel dat ik twintig jaar voetballer ben geweest en nu twintig jaar trainer, nou, neem van mij aan dat het trainerschap veel stressvoller is. Als speler kon ik m’n energie op het veld kwijt, de trainer wordt altijd als eerste afgerekend op slechte resultaten. Dat kleeft aan dit beroep. In Engeland duurt het gemiddelde contract van een manager een jaar en vier maanden. Lyon is na mijn vertrek in 2022 toe aan zijn derde trainer.” Veel teams werken tegenwoordig met een sportpsycholoog, maak jij daar ook gebruik van? “Ik praat al twintig jaar met psycholoog Paul van Zwan over bijvoorbeeld teamprocessen. Daarnaast bespreek ik heel veel met mijn vrouw Jolyn, zij is mijn uitlaatklep. Ik vind mijn staf heel belang- rijk, ik werk graag met vaste assistenten, zo heb ik jarenlang met Hendrie Krüzen gewerkt. Hij was mijn grote steun en toeverlaat, onze scheiding heeft er bij mij echt ingehakt. In Lyon lukte het hem niet om Frans te leren, de voertaal op de club. De kracht van Hendrie is communiceren; als je de taal niet beheerst, kun je ook geen contact maken. Daarom is hij eerder vertrokken en teruggegaan naar Heracles. Ik had hem zeker meegenomen naar PSV als hij dat had gewild, maar hij wilde bij Heracles met pensioen gaan. Dat begreep ik en gunde ik hem, we zijn nog steeds heel goede vrienden, maar ik mis hem wel. Om terug te komen op een psycholoog, ik betrek mijn staf bij alles en heb bovendien de opvatting dat de staf en ik met de spelers moeten communiceren en dat ik dat niet moet overlaten aan een derde persoon.” Welk ontslag heeft jou het meest boos gemaakt? “Dat bij Bayer Leverkusen. Ik begon vlak voor de winterstop in 2018 met een nederlaag, toen stonden we twaalfde. Aan het eind van dat seizoen haalden we de Champions League, het seizoen daarop werden we pas in de kwartfinale uitgeschakeld. In mijn derde jaar stonden we bovenaan in de winterstop, maar verloren wel de laatste wedstrijd van dat jaar met 2-1 van Bayern München. Twee maanden later werd ik ontslagen. Onze eerste keeper was geblesseerd geraakt en zijn vervanger maakte een paar grote fouten. We verloren in Berlijn van Hertha BSC en een dag later belde Rudi Völler me of ik bij hem thuis kon komen. We stonden zesde en de leiding dacht niet dat ik het tij nog kon keren. Het deed ze pijn, maar ze konden niet anders, zeiden ze. Ik was niet boos, maar echt oprecht teleurgesteld. Ik had het daar zo naar mijn zin. En sinds dat ontslag in 2021 hebben ze me elke verjaardag gebeld om me te feliciteren.” OPA Jij vertelde net dat je ook nog een actieve opa wil zijn en dat PSV daarom weleens je laatste club zou kunnen zijn als trainer. Veel oud-voetballers en trainers vinden terugkijkend dat ze als vader tekortschoten en proberen dat te compenseren met aandacht voor hun kleinkinderen. Herken jij dat? “Ja, vandaar ook dat besluit. Ik kan me nu al verheugen op de tijd met mijn kleinkinderen. Ik heb er een die Pep heet, hij is ook nog groot fan van Peppi die bij ons speelt. Pep logeerde bij ons, zat televisie te kijken en begon ineens ‘Noano, Noano’ te roepen. Ik keek hem aan en hij begon weer ‘Noano’ te roepen. Zat hij op ESPN een wedstrijd van ons te kijken met Noa Lang. Ken je Noa, vroeg ik. ‘Ja opa,’ zei hij en zong Noano 7K op je feestje, het nummer dat Noa Lang heeft uitgebracht en dat een grote hit is onder de jeugd. Toch groots?” Heel mooi dat je straks wil genieten van de kleinkinderen. Maar er zijn al eerder trainers geweest die ook dat idee hadden, maar toch besloten door te gaan toen er een mooie aanbieding kwam. Wat als er een heel mooie club belt? “Stel dat in het hypothetische geval Manchester City over drie jaar met een prachtig verhaal komt, dan zal ik heus wel luisteren. Maar dan nog... Jolyn heeft zich zeven jaar lang in het buitenland telkens opnieuw moeten zien te redden. Elke keer weer moesten we ons huis verlaten en een nieuw huis inrichten, nieuwe vrienden maken. Dat is nogal een opgave. Dat trekt een wissel op je. We wonen nu heerlijk in het centrum van Eindhoven, niet ver van onze families. Wat willen we nog meer? En als Oranje niet komt, is het ook goed.” Je hebt vaak lof gekregen voor de manier waarop jouw teams spelen, maar bent nog nooit landskampioen geworden als trainer. Dat is je al geregeld ingewreven. Waarop hoop je nog in je loopbaan? Lachend: “Ik hoop dat ik heel veel mensen een heleboel voetbalplezier mag bezorgen, zoals ik de supporters van PSV de eerste zes maanden van het seizoen blij heb gemaakt. Ik hoop dat ik heel lang in goede gezondheid van mijn kinderen en kleinkinderen kan genieten, dat ik ze kan vasthouden en knuffelen, dat ik ze zie opgroeien en volwassen zie worden. Daarnaast hoop ik dat het goede personen worden, dat ze op hun manier iets kunnen bijdragen aan een betere wereld dan waarin we nu leven. Uiteindelijk zijn wíj schuldig, hebben wij een wereld gecreëerd waarin onze kinderen nu leven. En ja, ik hoop dit jaar eindelijk een keer met mijn club kampioen te worden. Dan ben ik van dat gezeur af.” Helden Magazine 70 Het  interview met Peter Bosz komt voort uit het eerste nummer van 2024. Jutta Leerdam schittert op de cover van de zeventigste editie van Helden. Ze heeft een grote schare fans en volgers. Hoe kijkt ze naar zichzelf? En hoe kijken anderen naar haar. ‘’Echt, schaatsen staat bij mij altijd voorop.’’ In Helden Magazine 70 is er veel aandacht voor de wintersporten. Het jonge Amerikaanse fenomeen Jordan Stolz vragen we naar zijn geheim en de samenwerking met Irene Schouten en Jillert Anema. Shorttrackzusjes Xandra en Michelle Velzeboer veroveren samen de wereld, een dubbelinterview in aanloop naar de WK in Rotterdam. Collega-shorttracker Jens van ’t Wout ontmoet Victoria Koblenko. Daarnaast is er ook aandacht voor voetbal. Calvin Stengs is helemaal terug, schittert bij Feyenoord en Oranje. We gingen langs bij Calvin, zijn vriendin Beau de Boer – dochter van Frank de Boer – en zoontje Saint. Frits Barend eert Ruud Geels, de vaak verguisde spits die in november overleed en oud-voetballer Michael Mols spreekt over de tumor die in zijn hoofd werd ontdekt. Verder kwam wielrenner Milan Vader in 2022 zwaar ten val, lag in coma en keerde na een lange revalidatie terug aan de top, met dank aan vriendin Ilse Lutke die niet van zijn zijde week. Veldrijdster Fem van Empel is een multitalent, maar het is wel wennen dat iedereen haar vergelijkt met Mathieu van der Poel. Tallon Griekspoor is de beste tennisser van Nederland, we spraken hem samen met zijn broers Kevin en Scott in aanloop naar de ABN AMRO Open. Als laatste stroomt het racen bij duizendpoot Tom Coronel door zijn bloed. “Max Verstappen is beter dan iedereen die ik ooit heb gezien.” Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 70 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw favoriete sporters? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Calvin Stengs: Come back kid

Na avonturen in Alkmaar, Nice en Antwerpen zijn Calvin [...]
Na avonturen in Alkmaar, Nice en Antwerpen zijn Calvin Stengs (25), Beau de Boer (23) – dochter van Frank de Boer – en zoontje Saint (bijna 1) vorige zomer neergestreken in Rotterdam. Bij Feyenoord speelt de middenvelder zich wekelijks in de schijnwerpers. Ook keerde hij terug in het Nederlands elftal. “Beau heeft verstand van voetbal, het zou raar zijn als ze dat niet zou hebben.” De voordeur zwaait open, hondjes Lio en Simba beginnen te blaffen. “Joehoe, papa is thuis.” Calvin Stengs aait de honden, geeft zoontje Saint, die vrolijk begint te brabbelen, een kus. Daarna komt hij naast vriendin Beau de Boer zitten, die net begint te vertellen over hun eerste ontmoeting, ruim zes jaar geleden. Beau: “We zaten bij elkaar op school, op het Johan Cruyff College in Amsterdam.” Calvin: “Jij kwam dat schooljaar iets later binnenstromen. Jouw vader was toen trainer van Internazionale. Hij werd – heel vervelend voor hem – snel ontslagen, en toen kwam jij weer terug naar Nederland.” Beau: “Ik had me al ingeschreven, maar toen het schooljaar begon, verhuisden we ineens naar Milaan. Drie maanden later kon ik alsnog aan de opleiding beginnen.” Calvin: “Eigenlijk zaten we maar twee maanden echt bij elkaar op school, tot het moment dat ik doorstroomde naar het eerste van AZ. Toen ben ik gestopt. We kenden elkaar dus wel al, maar pas later hebben we echt contact gekregen. Dat begon via Instagram.” Beau: “Ik had mijn vader weleens wat over je horen zeggen en ik wist dat je bij mij op school zat. Je was goed bezig, dat wist ik wel. En toen raakte je zwaar geblesseerd.” Calvin knikt: “Ik had mijn debuut gemaakt, het had mijn jaar moeten worden.” Maar een half jaar later scheurde Calvin de kruisband van zijn rechterknie en lag er anderhalf jaar uit. Beau: “Toen dat gebeurde, was mijn vader trainer van Crystal Palace. Ik weet nog dat ik hem hoorde praten over jou, dat hij het zo erg voor je vond.” Calvin: “Ik wist dat je de dochter van Frank de Boer was. Op school was dat algemeen bekend.” Beau: “Toen je een half jaar aan het revalideren was, kregen wij meer contact. Ik vond je knap, lekker normaal, nuchter en grappig. We hadden ook dezelfde interesses.” Calvin: “We konden goed met elkaar praten en vonden inderdaad dezelfde dingen leuk. Op een gegeven moment werden we verliefd. Een van de eerste keren dat we afspraken, was bij mij thuis. Mijn moeder zou weg zijn. We zouden gaan eten samen en een beetje chillen.” Beau: “Jouw moeder zou met een vriendin een nachtje logeren in een hotel, maar die vriendin werd ziek. Ze kwam dus weer thuis.” Calvin: “Jij ontmoette dus meteen mijn moeder. Ze vond het alleen maar leuk dat je er was. Een van onze eerste echte dates was in Michiu, een restaurant in Amsterdam. Jij was zeventien, ik achttien, sindsdien zijn we altijd samen.” Beau: “Jij ontmoette ook vrij snel mijn familie.” Calvin: “De eerste keer dat ik bij jullie thuiskwam, was jouw vader voor mij gewoon Frank de Boer; de voetballer en trainer. In het begin was dat wel een beetje aftasten.” Lachend: “Ik was wel wat stiller dan normaal. Gelukkig werd het al snel heel normaal. Frank bracht me de eerste keer meteen thuis en was heel relaxed. Hij houdt er niet van om het alleen maar over voetbal te hebben. We speelden vaak een spelletje, daar houden jullie heel erg van. En we hadden het in die tijd ook veel over handbal.” Calvin: ‘De eerste keer dat ik bij jullie thuiskwam, was jouw vader voor mij gewoon Frank de Boer; de voetballer en trainer. In het begin was dat wel een beetje Beau: “Ik speelde bij VOC Amsterdam.” Calvin: “Toen ik jou ontmoette wist ik dat je handbalde, maar pas toen ik wedstrijden van jou ging kijken, zag ik dat je echt goed was. Ik volg de Nederlandse handbalsters nu ook, door jou ben ik die sport heel leuk gaan vinden. Jij speelde vaak op zaterdag, soms moest ik dan zelf trainen of spelen. Als ik kon, kwam ik kijken. En jij kwam dan op zondag bij mij kijken bij AZ.” Huismussen Saint wordt moe en begint te sputteren. Beau vraagt aan Calvin: “Breng jij hem even naar bed?” Calvin springt op en neemt Saint mee. Wat voor vader is Calvin? Beau: “Heel easy. Maar we zijn allebei heel makkelijk met Saint.” Hoe ziet een normale week van jou eruit? Beau: “Wij zijn allebei best wel huismussen, zijn graag thuis op zaterdagavond. Nu zorg ik nog fulltime voor Saint, maar we staan wel op de wachtlijst voor een plekje op de crèche. Eén dag in de week heb ik een vaste oppas, zodat ik ook mijn eigen dingen kan doen. Ik ben aangesloten bij een agency, zij regelen samenwerkingen voor mij op Instagram. Dat is nu mijn werk, maar dat is niet fulltime, hoor.” Helden Magazine 70 Het eerste gedeelte van het interview met Calvin Stengs en Beau de Boer komt voort uit het eerste nummer van 2024. Jutta Leerdam schittert op de cover van de zeventigste editie van Helden. Ze heeft een grote schare fans en volgers. Hoe kijkt ze naar zichzelf? En hoe kijken anderen naar haar. ‘’Echt, schaatsen staat bij mij altijd voorop.’’ In Helden Magazine 70 is er veel aandacht voor de wintersporten. Het jonge Amerikaanse fenomeen Jordan Stolz vragen we naar zijn geheim en de samenwerking met Irene Schouten en Jillert Anema. Shorttrackzusjes Xandra en Michelle Velzeboer veroveren samen de wereld, een dubbelinterview in aanloop naar de WK in Rotterdam. Collega-shorttracker Jens van ’t Wout ontmoet Victoria Koblenko. Daarnaast is er ook aandacht voor voetbal. Peter Bosz is met PSV hard op weg naar zijn eerste landstitel. De kans is groot dat PSV zijn laatste club is als trainer. Frits Barend eert Ruud Geels, de vaak verguisde spits die in november overleed en oud-voetballer Michael Mols spreekt over de tumor die in zijn hoofd werd ontdekt. Verder kwam wielrenner Milan Vader in 2022 zwaar ten val, lag in coma en keerde na een lange revalidatie terug aan de top, met dank aan vriendin Ilse Lutke die niet van zijn zijde week. Veldrijdster Fem van Empel is een multitalent, maar het is wel wennen dat iedereen haar vergelijkt met Mathieu van der Poel. Tallon Griekspoor is de beste tennisser van Nederland, we spraken hem samen met zijn broers Kevin en Scott in aanloop naar de ABN AMRO Open. Als laatste stroomt het racen bij duizendpoot Tom Coronel door zijn bloed. “Max Verstappen is beter dan iedereen die ik ooit heb gezien.” Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 70 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw favoriete sporters? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Michael Mols: ‘Ik zeg k, nooit het hele woord’

Het bevrijdende telefoontje liet afgelopen herfst een week langer [...]
Het bevrijdende telefoontje liet afgelopen herfst een week langer op zich wachten en luidde: ‘De tumor is goedaardig en helemaal weg; je bent schoon.’ Een half jaar eerder had Michael Mols (53) zijn loopproblemen zelf nog toegeschreven aan zijn net geopereerde knie en het slechter zien aan zijn leeftijd. Maar de oorzaak bleek veel ernstiger: een hersentumor. Die diagnose en het daaropvolgende traject onderging de voormalige spits van onder meer Cambuur, FC Twente, FC Utrecht, Glasgow Rangers, ADO en Feyenoord en zesvoudige international op optimistische en ogenschijnlijk bijna flegmatieke wijze. Thuis in Badhoevedorp begint Michael bij het goede nieuws. “Dat verlossende telefoontje kwam dus niet op 9, maar op 16 november en die extra wachttijd was wel even vervelend. Ik heb me maar vastgehouden aan de gedachte dat geen nieuws, goed nieuws is. Gelukkig was het inderdaad een uitermate gunstig telefoontje. Ze hadden de tumor helemaal weg kunnen halen en ik mocht ook weer alles doen. Voor ik dat telefoontje kreeg, moest ik me strikt aan de regels houden: niks alleen doen, ook de hond niet uitlaten. De artsen waren bang dat er iets mis kon gaan: ik zou kunnen vallen of een epileptische aanval krijgen. Helden Magazine 70 Het eerste gedeelte van het interview met Michael Mols komt voort uit het eerste nummer van 2024. Jutta Leerdam schittert op de cover van de zeventigste editie van Helden. Ze heeft een grote schare fans en volgers. Hoe kijkt ze naar zichzelf? En hoe kijken anderen naar haar. ‘’Echt, schaatsen staat bij mij altijd voorop.’’ In Helden Magazine 70 is er veel aandacht voor de wintersporten. Het jonge Amerikaanse fenomeen Jordan Stolz vragen we naar zijn geheim en de samenwerking met Irene Schouten en Jillert Anema. Shorttrackzusjes Xandra en Michelle Velzeboer veroveren samen de wereld, een dubbelinterview in aanloop naar de WK in Rotterdam. Collega-shorttracker Jens van ’t Wout ontmoet Victoria Koblenko. Daarnaast is er ook aandacht voor voetbal. Peter Bosz is met PSV hard op weg naar zijn eerste landstitel. De kans is groot dat PSV zijn laatste club is als trainer. Calvin Stengs is helemaal terug, schittert bij Feyenoord en Oranje. We gingen langs bij Calvin, zijn vriendin Beau de Boer – dochter van Frank de Boer – en zoontje Saint. Frits Barend eert Ruud Geels, de vaak verguisde spits die in november overleed. Verder kwam wielrenner Milan Vader in 2022 zwaar ten val, lag in coma en keerde na een lange revalidatie terug aan de top, met dank aan vriendin Ilse Lutke die niet van zijn zijde week. Veldrijdster Fem van Empel is een multitalent, maar het is wel wennen dat iedereen haar vergelijkt met Mathieu van der Poel. Tallon Griekspoor is de beste tennisser van Nederland, we spraken hem samen met zijn broers Kevin en Scott in aanloop naar de ABN AMRO Open. Als laatste stroomt het racen bij duizendpoot Tom Coronel door zijn bloed. “Max Verstappen is beter dan iedereen die ik ooit heb gezien.” Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 70 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw favoriete sporters? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Ruud Geels: De meesterspits die taboes doorbrak

Ruud Geels was een bijzondere [...]
Ruud Geels was een bijzondere voetballer, op en naast het veld. Op 18 november 2023 overleed hij. De man die zowel voor Ajax, Feyenoord als PSV uitkwam en overal aan de lopende band scoorde, werd 75 jaar. Frits Barend was bij zijn afscheid, had een speciale band met de vaak verguisde spits. “Papa, opa, je bent altijd een gever geweest.” In de toespraken bij zijn afscheid op 25 november benadrukten familieleden en vrienden keer op keer de grootsheid van de mens Ruud Geels. Toen op 18 november bekend werd dat Ruud op 75-jarige leeftijd was overleden, dacht ik meteen terug aan het interview dat Henk van Dorp en ik met hem hadden, begin 1984. Ruud was op z’n 35ste gestopt met voetbal en voor Vrij Nederland wilden we de spits die vijf keer topscorer van de eredivisie werd, graag spreken. Hij had in onze ogen niet het afscheid gekregen dat hij verdiende. We vonden ook dat de twintig interlands die hij speelde – en waarin hij elf keer scoorde – aan de magere kant was voor een spits met zo’n neus voor de goal. Wat begon als een ‘gewoon’ interview mondde uit in een heel bijzonder en openhartig gesprek. Ruud zei: “Ik wil graag alles vertellen wat ik al die jaren heb meegemaakt. Het publiek heeft geen idee aan welke spanningen een topvoetballer blootstaat.” Het leidde tot het omvangrijke VN-kleurkatern ‘Ruud Geels’ met als kop: ‘Toen ik tegen mijn vrouw zei: ik stop, antwoordde zij: gelukkig Ruud, daar ben ik heel blij om.’ In zijn huis in Haarlem sprak hij over zijn brommer bij Feyenoord, de zogenaamde humor van Ruud Krol, Wim Suurbier en Rinus Israel en zijn daaraan gekoppelde angst voor de maaltijden tijdens het WK voetbal in 1974, de dood van zijn teamgenoot Nico Rijnders en zijn relatie met trainers als Hans Kraay, Ernst Happel, Rinus Michels en Barry Hughes. Na zijn overlijden heb ik het verhaal erbij gepakt. Veel thema’s – waaronder het omgaan met immense druk en pestgedrag – die vandaag de dag spelen, had Ruud destijds al aangekaart. Ruud was nog maar zeventien toen hij op 22 juni 1966 een telegram ontving van Feyenoord. ‘Wilt u mij hedenavond 22.00 uur bellen 01806-2918 = Kerkum.’ Een paar dagen later zat Ruud, op dat moment speler van Telstar, in een hotel in Haarlem aan tafel met de net gestopte en meteen bestuurder geworden Gerard Kerkum. “Ik kan me nog herinneren dat Kerkum zei: ‘U mág bij ons komen voetballen.’ Ik vond alles prachtig, wilde eigenlijk niet weg bij Telstar, maar ik kon 13.000 gulden verdienen. Wist ik veel. Ik vond met de 3500 gulden die ik bij Telstar verdiende dat ik een wereldcontract tekende.” Helden Magazine 70 Het eerste gedeelte van het verhaal over Ruud Geels komt voort uit het eerste nummer van 2024. Jutta Leerdam schittert op de cover van de zeventigste editie van Helden. Ze heeft een grote schare fans en volgers. Hoe kijkt ze naar zichzelf? En hoe kijken anderen naar haar. ‘’Echt, schaatsen staat bij mij altijd voorop.’’ In Helden Magazine 70 is er veel aandacht voor de wintersporten. Het jonge Amerikaanse fenomeen Jordan Stolz vragen we naar zijn geheim en de samenwerking met Irene Schouten en Jillert Anema. Shorttrackzusjes Xandra en Michelle Velzeboer veroveren samen de wereld, een dubbelinterview in aanloop naar de WK in Rotterdam. Collega-shorttracker Jens van ’t Wout ontmoet Victoria Koblenko. Daarnaast is er ook aandacht voor voetbal. Peter Bosz is met PSV hard op weg naar zijn eerste landstitel. De kans is groot dat PSV zijn laatste club is als trainer. Calvin Stengs is helemaal terug, schittert bij Feyenoord en Oranje. We gingen langs bij Calvin, zijn vriendin Beau de Boer – dochter van Frank de Boer – en zoontje Saint. Oud-voetballer Michael Mols spreekt over de tumor die in zijn hoofd werd ontdekt. Verder kwam wielrenner Milan Vader in 2022 zwaar ten val, lag in coma en keerde na een lange revalidatie terug aan de top, met dank aan vriendin Ilse Lutke die niet van zijn zijde week. Veldrijdster Fem van Empel is een multitalent, maar het is wel wennen dat iedereen haar vergelijkt met Mathieu van der Poel. Tallon Griekspoor is de beste tennisser van Nederland, we spraken hem samen met zijn broers Kevin en Scott in aanloop naar de ABN AMRO Open. Als laatste stroomt het racen bij duizendpoot Tom Coronel door zijn bloed. “Max Verstappen is beter dan iedereen die ik ooit heb gezien.” Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 70 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw favoriete sporters? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.