Erik Breukink: ‘Ik wist: dit is de dag dat ik de Tour verloor’

Erik Breukink
Manon van der Zwaal

Het werd, met een derde plaats in Parijs, zijn beste Tour de France. Hij won ook twee tijdritten. Voor Erik Breukink nog steeds reden om met tevredenheid terug te kijken op de editie van 1990. Een jaar eerder had hij een grote ronde kunnen winnen, maar door een hongerklop verloor hij de roze leiderstrui in de slotfase van de Giro d’Italia. Nadat hij de proloog had gewonnen, gaf hij in datzelfde jaar op in de Tour, vermoeid door een te vol voorprogramma.

Erik stapte na 1989 van de Panasonic-ploeg over naar PDM waar alles, dus ook het voorprogramma, was afgestemd op klassementssucces in de belangrijkste wielerronde. Bij aanvang van de Tour en zeker bij het begin van de slotweek zag de Nederlandse wielerpers serieuze kansen op een Nederlandse gele trui in Parijs. Ging het grote, toen 26-jarige wielertalent, dat in de Tour van 1988 als beste jongere de witte trui al had gewonnen, zijn belofte inlossen? Thuis in het Belgische Kalmthout blikt Erik, 61 inmiddels, terug voor Helden Magazine nummer 77.

“Omdat ik in de Giro al wat had laten zien, werd ik tot potentieel Tourwinnaar en opvolger van Joop Zoetemelk gebombardeerd. En ook na die Tour van ’90 werd gezegd en geschreven dat er meer kansen zouden komen. Achteraf was die van ’90 de beste mogelijkheid. De voorbereiding was anders, rustiger. Mijn oude ploegleider Peter Post wilde met Panasonic altijd op alle fronten scoren: in klassiekers en in de grote rondes, met de ploegentijdrit en etappezeges en dus nam hij ook sprinters mee naar de Tour.

In mijn drie jaren bij Post reed ik richting Tour ook veel, en altijd de combinatie met de Giro. Achteraf gezien was dat te veel, waardoor ik drie weken Tour niet volhield. Bij Jan Gisbers, ploegleider van PDM, werd alles op de Tour afgestemd en was het voorjaar rustiger.

Vooraf wilden journalisten mij uitspraken ontlokken als ‘ik ga de Tour winnen’, maar daar was ik een te bescheiden type voor. De eerste week zag het daar ook helemaal niet naar uit. Een bijholteontsteking die een week voor de Tourstart was schoongespoeld, had

met de voorgeschreven antibiotica – een negatief effect op m’n conditie. In de proloog, die ik het jaar ervoor gewonnen had, en de ploegentijdrit waarin ik normaal één van de beteren was, had ik het echt lastig. Omdat ik wist dat ik goed getraind had en de vorm goed was, had ik vertrouwen dat het goed zou komen. Die Tour was trouwens raar begonnen met een lange ontsnapping van vier man, die hen tien minuten winst opleverde. Daardoor pakte een tot dan vrij onbekende Italiaan in de tweede week het geel en die trui heeft Claudio Chiappucci tot ver in de slotweek gedragen.

Halverwege de Tour kwam ik er doorheen en in de etappe naar Alpe d’Huez reed ik heel goed. Al had ik mee moeten zitten met Greg Lemond, de favoriet voor de eindzege, die was weggereden met een groepje waarin ook Pedro Delgado, een andere favoriet, en Gianni Bugno zaten.

Tja, ik was een tijdrijder die ook aardig kon klimmen, maar dan wel in een eigen tempo. Van onze ploeg hebben vooral Sean Kelly en Uwe Ampler vol in de achtervolging gereden, maar desondanks begonnen we met achterstand aan de beklimming van Alpe d’Huez. Uiteindelijk haakte ik op vijf kilometer van de top bij de koplopers aan. Goed voor m’n zelfvertrouwen, maar als ik vanaf het begin bij hen was geweest, had ik die rit kunnen winnen.

Ik werd derde, één seconde achter Bugno en Lemond. Na afloop bleek wel dat ik de snelste klimmer op de Alpe was geweest en daar heb ik nog een mooi gouden klokje mee gewonnen dat ik nog in een kluis van m’n bank heb liggen.

Dus die etappe gaf vertrouwen, helemaal met het oog op de tijdrit een dag later. Voor mijn gevoel kon dat wel eens ‘mijn dag’ worden, wat ik ook aan Gea, mijn vrouw, heb verteld. Dat gevoel

werd bevestigd bij het inrijden, dat we toen nog niet op rollers deden, maar gewoon in de straten van de startplaats. Daar werd ik nog afgesneden door een Franse automobilist. Ik reageerde boos en daarna kwam hij met een mes in zijn hand op me afgerend. Toen was ik natuurlijk snel weg. Zoiets ben je ook weer vlot vergeten. De focus is dan zó gericht op de tijdrit, mijn specialisme. Het werd wel een groot verhaal toen ik het na afloop aan journalisten vertelde, net als mijn winst in die tijdrit.

Mijn voorgevoel klopte dus en door die winst werd ik weer gezien als kanshebber op de eindoverwinning. Want ik klom naar de tweede plek in het klassement; achter Chiappucci en met ruim een halve minuut voorsprong op Lemond. Ik wist zelf ook dat ik kanshebber was om de Tour te winnen en zo gingen we de slotweek en de Pyreneeën in. Tegenover journalisten relativeerde ik mijn positie, ook om de verwachtingen en de druk bij mezelf weg te nemen.

Natuurlijk wist ik dat ik elke dag attent moest zijn omdat er iets kon gebeuren. Maar voor een etappe met de Tourmalet, de Aspin en een zware aankomst bergop in Luz Ardiden gold dat extra en ik wist dat ik minder op m’n ploeggenoten kon terugvallen en meer op mezelf was aangewezen. Daardoor stond ik ’s morgens toch met een ander gevoel op. Ik wilde bergop ook geen schakelproblemen krijgen, wat altijd kon gebeuren, en mij op de Aspin overkwam. Het was al uit elkaar aan het vallen en daardoor waren de ploegleidersauto’s ver weg. Daarom wisselde ik van fiets

met ploeggenoot Jos van Aert. Omdat de mijne een lichte carbonfiets was, wilde ik die wel zo snel mogelijk terug. Maar dat lukte pas na de afdaling van de Aspin. Al dat gedoe had stress opgeleverd wat weer energie had gekost en m’n vertrouwen had aangetast. Dat heeft me op de Tourmalet opgebroken, want daar was ik niet geweldig en werd ik er afgereden. Lemond zat steeds om zich heen te kijken en had mijn situatie kennelijk goed ingeschat. Hij zei wel steeds dat hij mij niet als potentieel winnaar zag, maar ik stond voor hem in het klassement. Dus hij zal me toch liever kwijt zijn geweest, net als Bugno die in mijn buurt zat. Vanaf de top van de Tourmalet heeft mijn ploeggenoot Raúl Alcalá me goed geholpen, anders had ik die dag nog meer tijd verloren.

Maar het kostte me zeker in het begin moeite zijn achterwiel te houden en als je weet dat je nog omhoog moet naar Luz Ardiden is dat weer niet goed voor het moreel. Uiteindelijk kwam ik als 22e binnen, verloor vier minuten en 22 seconden op Lemond en zakte naar plek vier. Ik wist na afloop meteen: dit was dus de dag waarop ik de Tour verloor. Ik heb dat de journalisten daar verteld. En ook dat ik niet een écht slechte dag had gehad, zoals met die hongerklop in de Giro. Als zoiets daar weer gebeurd was, zou ik op minimaal tien minuten gereden zijn. Nee, dit was een mindere dag geweest en natuurlijk was ik teleurgesteld, wat ook niet moeilijk was om in die interviews toe te geven.

Verder heb ik alle vragen maar gelaten over me heen laten komen, al ging ik me daar niet beter door voelen. Ik heb meteen omgeschakeld: stond vierde en zou me gaat richten op een podiumplaats. Dat was – met nog een tijdrit op zaterdag in het vooruitzicht – het hoogst haalbare geworden, en ook reëel. Daarna heb ik me voor de maaltijd in het hotel laten masseren. Gisbers bleef rustig, sprak me moed in en hield me ook voor me op het podium te focussen: ‘Deze slag is verloren, maar niet de hele battle. Als je nu bij de pakken neer gaat zitten, loop je het podium misschien ook nog mis.’

Het vertrouwen kwam een dag later alweer terug in de etappe naar Pau, die over de Soulor, de Aubisque en de Marie Blanc ging. Bij het opstaan merkte ik al dat ik goed hersteld was en toen de eerste klim ook goed ging, was ik het gevoel van een dag eerder kwijt. Op de Marie Blanc reed Lemond nog lek en raakte achterop, ook omdat Chiappucci en zijn Carrera- ploeg vol op kop gingen rijden. De dag erna werd ik in een vlakke etappe naar Bordeaux tweede. Ik was met Bugno weggereden en ik was geen sprinter, dus hij won. Maar ik pakte daar een dag voor de tijdrit van zaterdag wel 19 seconden op Chiappucci en passeerde Delgado in het klassement.

Virtueel stond ik dus al op het podium, wel drieënhalve minuut achter nummer twee Chiappucci. Maar met de tijdrit in het vooruitzicht over een parkoers – een beetje op en af – dat me wel lag, had ik er alle vertrouwen in dat ik die kon winnen. Dat gebeurde ook en ik maakte drie minuut en achttien seconden goed op Chiappucci; dertien seconden te weinig voor de tweede plek. Zo was de dag voor de slotetappe naar Parijs het klassement gemaakt: ik werd derde op twee minuut en negentien seconden van Lemond.

Na drie weken Parijs binnenrijden is altijd mooi en met twee ritoverwinningen en een podiumplaats is het nog mooier. Na Luz Ardiden was de gele trui uit beeld geraakt en het podium het hoogst haalbare. Doordat dat lukte, was het toch een geslaagde Tour en was ik aan het genieten toen ik over de Champs-Élysées reed. Op het podium met Lemond en Chiappucci was ook bijzonder. Daarna ging ik snel over tot de orde van de dag, want een dag later stond ik aan de start van het eerste criterium: Boxmeer.

Natuurlijk had ik de kranten gelezen met de analyses waarin weer geschreven werd dat ik voor de komende jaren bij de favorieten behoorde. Maar mooier en beter dan de Tour van 1990 is het niet geworden. Een jaar later, toen ik ook kansen op een succesvolle Tour zag, moest onze hele ploeg na ruim een week ziek naar huis. Salmonellavergiftiging, bleek uit bloedonderzoek. We hadden een injectie met intralipid gekregen, een voedingssupplement dat meer ploegen gebruikten.

Op Alcalá na kreeg de hele ploeg koorts. Verder rijden was onverantwoord, terwijl we de Tour goed begonnen waren en de belangrijke ritten nog moesten komen. Wie weet wat dat had opgeleverd? Tja, dan kun je wel boos worden, maar wat win je daarmee? Op zulke momenten kon ik dingen snel parkeren en verder gaan. Dus heb ik het opzijgeschoven en gedacht: oké, dan gaan we volgend jaar voor de winst. Maar het tijdperk Miguel Indurain was aangebroken. Die won de Tour in ’91 en zou dat de vier volgende jaren weer doen.”

Meer lezen?

Jan Janssen en Joop Zoetemelk blikken terug: de enige Nederlandse Tourwinnaars in gesprek

Lees meer over:
Mathieu van der Poel 2026
17 juli 2026

Voorbeschouwing 13de etappe Tour de France, vrijbuitersbal in de Vogezen

Massasprint
15 juli 2026

Voorbeschouwing 11de etappe Tour de France, een van laatste kansen voor Kooij

Massasprint Tour de France
15 juli 2026

Voorbeschouwing 12de etappe Tour de France, laatste kans voor de rappe mannen

Jonas VIngegaard en Tadej Pogacar
14 juli 2026

Voorbeschouwing 10de etappe Tour de France, nieuwe clash tussen de grote mannen?