De naam Van Persie opent deuren, maar schept ook verwachtingen. Shaqueel van Persie weet dat als geen ander. De twintigjarige aanvaller, die deze zomer definitief aansloot bij de selectie van Feyenoord, groeide op met een vader die hem nooit iets cadeau gaf. Niet op het trainingsveld, niet tijdens een potje hooghouden en ook niet in de woonkamer.
In Helden Magazine 82 blikken Robin en Shaqueel van Persie samen terug op hun bijzondere band. Over de eindeloze spelletjes met de bal, de lessen die daaruit voortkwamen en de uitdagingen van opgroeien als zoon van een van de grootste Nederlandse voetballers van deze eeuw. Ook vertelt Shaqueel over zijn zware knieblessure en zijn ambities voor de toekomst.
Robin: “Toen Shaqueel jong was, speelden we altijd spelletjes, ja: hooghouden, de bal maximaal twee keer raken, echt van alles. Mijn vrouw Bouchra zei op een gegeven moment: ‘Laat Shaqueel nou een keer winnen, het is toch leuk voor hem als hij dat gevoel ervaart?’ Dat kan wel zo zijn, zei ik, maar hij moet dat wel verdienen, hij moet hier doorheen. Ik dacht: al duurt het nog vijf of zes jaar, de dag dat hij wint gaat komen en dan heeft hij er hard voor gewerkt. Uiteindelijk is die dag waarop Shaqueel van mij won, gekomen.”
Shaqueel: “Ik was zestien toen ik pas begon te winnen van mijn vader en daarna gebeurde het steeds vaker. Nu win ik vaak spelletjes van hem.”
Robin: “Hooghouden, koppen, tagbal, two touch, schieten met links of rechts; we deden al die spelletjes omdat we het allebei echt leuk vonden. Maar het bijkomende voordeel was dat Shaqueel van die spelletjes ook een steeds betere voetballer werd. Een goede techniek werd het nieuwe normaal. Voor veel spelers is het niet normaal dat je negen van de tien keer een bal goed aanneemt of kopt, maar bij Shaqueel is dat wel het geval. En dat heeft er weer mee te maken dat hij echt elke dag met de bal bezig is geweest. Hij wordt daar nu voor beloond. Ik vind het zo mooi dat hij er door de jaren heen zoveel tijd in heeft gestopt. Zijn techniek is nu zo vast en goed, hij heeft daar zoveel profijt van.”
Shaqueel: “We speelden echt overal met de bal, ook binnen. Er zijn heel wat vazen gesneuveld. Mijn moeder werd dan heel boos. Ze kocht een zachtere bal, zodat niet alles wat we aanraakten kapotging.”
Robin (lachend): “We hadden zachte ballen voor binnen en buiten lagen nog zo’n dertig ballen. Als ik terugblik op de jeugd van de kinderen zijn al die spelletjes die we speelden mij het dierbaarst.”
Vind je het fijn de achternaam Van Persie te dragen als voetballer?
Shaqueel: “Ik vind het mooi en een eer, ben trots op mijn achternaam. Natuurlijk is het ook wel eens lastig om ‘de zoon van’ te zijn. Er zijn op dit moment best veel spelers met een beroemde voetbalvader. Gelukkig staan de meeste vaders er relaxed in. Ze zijn allemaal trots en laten ons onze eigen dingen doen.”

Op wie lijk je het meest?
Shaqueel (lachend): “Wat voetbal betreft lijk ik op mijn vader, maar als het om hersenen gaat op mijn moeder. Ik denk dat mijn moeder een klein beetje slimmer is dan mijn pa. Ik moest van mijn moeder ook mijn school afmaken, heb mijn International Baccalaureaat gehaald op de internationale school.”
Robin: “Shaqueel leert heel makkelijk, dat heeft hij echt van zijn moeder. Ik zie hem nog wel een studie doen later, zoals Nigel de Jong bijvoorbeeld ook heeft gedaan na zijn voetbalcarrière. Shaqueel heeft daar echt de brains voor.”
Shaqueel kende het afgelopen seizoen ook een flinke tegenslag. Op 29 januari liep hij tijdens de wedstrijd van Sevilla tegen Real Betis een zware knieblessure op. In de laatste competitiewedstrijd maakte hij zijn rentree. Aankomend seizoen lijkt er een grotere rol voor hem weg te zijn gelegd bij Feyenoord.
Shaqueel: “Het was moeilijk maar mijn ambities zijn nog heel groot. Ik wil prijzen winnen, veel bereiken. Ik wil op het hoogste niveau spelen. Schitteren in de Champions League. Nu eerst lekker bij Feyenoord en wat de toekomst brengt, zie ik wel.”