Ruben van Bommel en Mexx Meerdink beleefden donderdagavond een avond die ze niet snel zullen vergeten. De twee aanvallers maakten tegen Duitsland hun debuut voor het Nederlands elftal en traden daarmee in de voetsporen van hun vaders. Voor Van Bommel werd het zelfs een historisch moment: niet alleen vader Mark, maar ook grootvader Bert van Marwijk ging hem voor bij Oranje.
Het shirt van het Nederlands elftal dragen is voor iedere voetballer bijzonder. Maar voor een aantal internationals kreeg dat moment nog een extra lading. Zij mochten Oranje vertegenwoordigen in de wetenschap dat hun vader dat eerder ook had gedaan. Met Van Bommel en Meerdink staat de teller inmiddels op twaalf vader-zooncombinaties.
Martijn en Mexx Meerdink

Mexx Meerdink hoefde donderdagavond niet lang te wachten op zijn eerste minuten voor Oranje. Nadat Brian Brobbey geblesseerd uitviel, kwam de AZ-spits al na 34 minuten binnen de lijnen.
Daarmee trad hij in de voetsporen van zijn vader Martijn. Die speelde op 1 maart 2006 zijn enige interland voor Oranje tegen Ecuador.
Mark van Bommel en Ruben van Bommel

Nog bijzonderder is het verhaal van Ruben van Bommel. Vader Mark speelde 79 interlands voor Nederland en was jarenlang een vaste waarde op het middenveld. In 2010 stond hij bovendien in de WK-finale tegen Spanje.
Ruben hoefde donderdag niet lang te wachten om zijn eigen hoofdstuk aan de familiegeschiedenis toe te voegen. Hij viel in de slotfase in tegen Duitsland en leverde in blessuretijd met een voorzet de assist op Cody Gakpo, die voor de 1-1 zorgde.
Daarmee werd hij de eerste speler die voor Oranje uitkwam nadat zowel zijn vader als grootvader dat eerder hadden gedaan. Grootvader Bert van Marwijk speelde één interland voor Nederland.
Patrick en Justin Kluivert

Ook bij de familie Kluivert werd Oranje van vader op zoon doorgegeven. Patrick Kluivert speelde tussen 1994 en 2004 liefst 79 interlands en maakte veertig doelpunten.
Zijn zoon Justin maakte in maart 2018 zijn debuut, in een oefenwedstrijd tegen Portugal. Daarmee werd hij de tiende zoon van een voormalig Oranje-international die zelf ook het Nederlands elftal haalde.
De naam Kluivert bleef daarna overigens nog langer aan Oranje verbonden: ook Justin’s jongere broer Shane doorloopt de jeugdelftallen van Oranje.
Danny en Daley Blind

Misschien wel de meest bijzondere vader-zooncombinatie van de afgelopen jaren is die van Danny en Daley Blind. Danny speelde 42 keer voor Oranje, Daley groeide uiteindelijk uit tot een van de meest ervaren internationals uit de Nederlandse geschiedenis en kwam tot 108 interlands.
Hun gezamenlijke Oranje-verhaal kende bovendien een opmerkelijke omkering. Danny was later bondscoach van Nederland en had zijn zoon Daley onder zijn hoede.
Johan en Jordi Cruijff

Bij de naam Cruijff ligt de lat vanzelfsprekend hoog. Johan Cruijff groeide uit tot een van de grootste Nederlandse voetballers aller tijden en speelde 48 interlands voor Oranje.
Op 24 april 1996 was het de beurt aan zoon Jordi. In De Kuip maakte hij tegen Duitsland zijn debuut voor het Nederlands elftal. Jordi zou in totaal negen interlands spelen.
Jerry en Nigel de Jong

Ook de familie De Jong leverde twee generaties aan Oranje. Jerry de Jong kwam tussen 1990 en 1991 drie keer uit voor het Nederlands elftal. Zoon Nigel maakte in 2004 zijn debuut en groeide uit tot een belangrijke middenvelder.
Nigel speelde uiteindelijk 81 interlands en maakte deel uit van de ploeg die in 2010 de WK-finale verloor van Spanje.
Frank en Steven Berghuis

Frank Berghuis kwam in 1989 één keer uit voor Oranje. Zijn zoon Steven volgde hem in 2016 op. Steven groeide daarna uit tot een veelvoudig international en kwam tot 46 interlands.
Jan en Youri Mulder

Ook de naam Mulder is al decennialang verbonden aan Oranje. Jan Mulder speelde vijf interlands tussen 1967 en 1970. Zijn zoon Youri kwam in de jaren negentig negen keer uit voor Nederland. Youri speelde onder meer op het EK van 1996 en werd vooral bekend als spits van FC Twente en Schalke 04.
Wim en René van der Gijp

Het verschil tussen vader en zoon was bij de familie Van der Gijp behoorlijk groot in aantal interlands. Wim van der Gijp speelde in 1954 één keer voor Oranje. Zoon René kwam tussen 1982 en 1987 vijftien keer uit voor het Nederlands elftal.
Jan Everse en Jan Everse jr.

Een vader en zoon die minder vaak in het Oranje-shirt te zien waren, maar wel degelijk in de geschiedenisboeken staan: Jan Everse senior en Jan Everse junior.
Senior speelde drie interlands, zijn zoon twee. Daarmee is ook de familie Everse onderdeel van het bijzondere rijtje vader-zooncombinaties in Oranje.
Martin, Ronald en Erwin Koeman

En dan is er nog de familie die misschien wel het duidelijkste voorbeeld is van voetbal als familieaangelegenheid: de Koemans.
Martin Koeman speelde in 1964 één interland voor Nederland. Jaren later traden zowel zijn zoons Ronald als Erwin in zijn voetsporen.
Ronald groeide uit tot een van de belangrijkste spelers uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis en kwam tot 78 interlands. Erwin speelde 31 keer voor Oranje. Samen maakten de broers bovendien deel uit van de ploeg die in 1988 Europees kampioen werd.