Word abonnee
Meer

Snowboarden

Nicolien Sauerbreij en Arjen Robben over wat een snowboardster en voetballer van elkaar kunnen leren

Ze kenden elkaar alleen van televisie, [...]
Ze kenden elkaar alleen van televisie, maar reageerden beiden meteen positief: Arjen Robben wilde Nicolien Sauerbreij graag een keer ontmoeten en Nicolien is al jaren fan van Arjen. “Hij is authentiek, is volgens mij volledig zichzelf. En ook hij heeft tegenslagen overwonnen.” Eind 2013 was het zover: de winnaar van de Champions League ontmoette in München de olympisch kampioene. In aanloop naar de Olympische Winterspelen doken we de archieven in. De schok 48 uur na interview en fotosessie was groot. Arjen voelde zich beresterk en was opvallend ontspannen. Het leven lachte hem toe. Die avond van het interview kwam om negen uur zijn ostheopaat overgevlogen uit Limburg voor een reguliere servicebeurt. De volgende dag zou Bayern München met de bus naar Augsburg rijden, voor de bekerwedstrijd tegen de lokale FC. Het zou Arjens laatste wedstrijd van het jaar worden. Na een jaar zonder blessures en nadat hij en passant de openingsgoal had gemaakt, schopte de keeper van FC Augsburg met een schofterige overtreding Arjen letterlijk het ziekenhuis in en het jaar uit. De keeper kreeg slechts geel. Opvallend is nog steeds de geringe verbazing over de aanslag op de knie van Arjen, maar dat terzijde. Op advies van Roy Makaay spraken we in 2013 af in Forsthaus Wörnbrunn, een gemoedelijk Zuid-Duits restaurant vlak bij het huis van Arjen in Grünwald. Nicolien: “Jij hebt lekker een thuisbasis. Thuis is voor mij zo’n relatief begrip, zeker in de winter. Tussen 2 januari en 24 februari kom ik helemaal niet thuis. Ik heb eigenlijk nauwelijks een thuisbasis.” Arjen: “Wij zijn gedurende het seizoen ook veel van huis, alleen zijn dit kortere periodes. Voor bijna elke wedstrijd slapen we in een hotel en tijdens de voorbereiding gaan we vaak een dag of tien op trainingskamp. Maar de hele winter reizen, zoals Nicolien, dat kennen wij niet.” Nicolien, hoe kijk jij naar Arjen? Nicolien: “Ik zie hem als een gedreven persoon met een enorme geldingsdrang waardoor hij af en toe wel eens een tegenspeler over het hoofd ziet. Ja toch?” Arjen knikt instemmend. “Ik ken hem eigenlijk alleen van televisie. Ik zie een fris Hollands hoofd, iemand die eerlijk is en in interviews de moeite neemt om zaken goed te verwoorden. Ik heb me altijd gestoord aan de wijze waarop hij in Nederland is bejegend. Zijn hele houding straalt gedrevenheid uit. Ik vrees dat veel Nederlanders die uiterste passie om de top te halen niet kennen en daarom al gauw denken dat wij ons aanstellen. Ik zie een op en top sportman die totaal niet naast zijn schoenen loopt. Dacht je dat Arjen die blessures leuk vond? Alsof je daar iets aan kunt doen. En ook typisch Nederlands, nu hij maar blijft winnen en scoren, schrijven al die journalisten die hem jaren hebben afgekraakt alleen maar positief. Zelfs zo positief dat hij was genomineerd voor Sportman van het Jaar. Maar Arjen is niet veranderd, dat zijn de journalisten.” Arjen luistert bescheiden en lacht af en toe: “Wat ik bij Nicolien bijzonder vind, is dat zij in een sport excelleert en zelfs het hoogst haalbare heeft gehaald, zonder enige faciliteit in eigen land. Zij heeft dus van het begin af aan heel veel offers moeten brengen, ja, dat vind ik ongelooflijk knap.” Nicolien is vereerd en oprecht verbaasd dat Arjen haar gouden olympische traject in 2010 tot en met de laatste race helemaal heeft gezien. Nicolien: “Dat is natuurlijk ook een vooroordeel, maar ik dacht: wat moet een voetballer nou met een vrouw die aan snowboarden doet? Ik vind dat wel bijzonder, daar sta je niet bij stil. Ik dacht, hij is even gaan googelen wie ik ben.” Arjen: “Dat hoor ik wel vaker, dat er een beeld van ons bestaat, alsof wij voetballers niet naar andere sporten kijken of in andere sporten geïnteresseerd zijn. Ik kan je legio voorbeelden noemen van topsporters die een heel brede belangstelling hebben.” Wie moet meer doen en laten voor haar/zijn leven als topsporter? Arjen: “Die vraag is bijna niet te beantwoorden. Het is een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk dat we allebei alles voor onze sport over hebben. Je leeft in een bepaald ritme en laat daar veel voor, maar je doet het graag omdat je er veel voor terugkrijgt.” Nicolien: “Er zijn tientallen miljoenen voetballers. Dat alleen al maakt het bijzonder als je als voetballer de top haalt. Ook jou komt lichamelijke fitheid niet aangewaaid. Daar moet je voor werken en vooral een gedisciplineerd leven leiden.” Is het makkelijker voor een man dan voor een vrouw om topsporter te zijn? Nicolien: “In het begin niet, maar verderop in je carrière wel. Dan moet een vrouw keuzes maken die een man nooit hoeft te maken. Hij kan kinderen hebben en een lieve vrouw naast zijn carrière. Waar zou ik mijn kinderen moeten laten, als ik ze zou willen? Als je op mijn leeftijd kiest voor topsport, dan kies je voor een leven zonder gezin, zonder kinderen. Los van de aanslag op je lichaam, hoewel ze zeggen dat een vrouw na een bevalling sterker is. Er is een Duits meisje dat voor Vancouver per ongeluk zwanger raakte en die is inderdaad sterker teruggekomen, maar die was 21. Ze brengt haar kind nu bijna het hele jaar naar haar ouders, dus dankzij haar ouders kan ze sporten, maar dat zou ik niet willen.” Arjen: “Nicolien heeft volkomen gelijk, je zult niet vaak zien dat een vrouw haar sport beoefent en dat de man het hele jaar door voor de kinderen zorgt. Ik ben veel weg, maar niet lang achter elkaar. Als ik tien dagen weg ben, verlang ik enorm naar mijn kinderen.” Nicolien: “Een vrouw heeft het op alle fronten lastiger. Neem de menstruatie. Sommige vrouwen zijn daar doodziek van. Het is heel lekker dat je daar als man niet aan hoeft te denken.” Whereabouts en controles Voeding en gewicht zijn steeds belangrijker bij sporters, blijkt als we appeltaart voorgeschoteld krijgen. Nicolien hapt graag toe, Arjen bedankt. Nicolien: “Ik heb er belang bij zwaar te zijn. Ik moet dus juist niet letten op wat ik eet, maar opletten dat ik niet te licht ben. In de zomer maak ik zoveel trainingsuren dat ik er niet tegenop kan eten. Ik moet dan minimaal zes keer op een dag eten. En op grote hoogte moet je helemaal zorgen dat je goed eet, omdat je veel sneller verbrandt dan op zeeniveau en je hartslag sowieso tien slagen boven normaal zit. Ik verbruik in mijn trainingsuren 6000 calorieën per dag, dat is veel hoor.” Arjen: “Ik heb geen idee hoeveel ik verbrand op een dag. Wij trainen ook bijna nooit met een hartslagmeter.” Nicolien, oprecht verbaasd: “Echt niet? En bloedtesten dan?” Arjen: “Nee, hebben we ook niet. Wij worden aan het begin van het seizoen helemaal doorgelicht. Conditietesten? Het klinkt gek, maar die doen we bijna nooit. Whereabouts? Nee, het klinkt hier aan tafel bijna lachwekkend, maar die hoef ik ook niet in te vullen. De Duitse spelers moeten het wel, maar de internationale spelers niet. We worden wel vaak gecontroleerd. Tijdens wedstrijden maar ook out of competition op het trainingscomplex.” Nicolien: “Wat een heerlijkheid. Neem vandaag. Ik heb vanochtend moeten opgeven dat ik uit Oostenrijk naar München zou rijden, daarvoor moest ik van zes tot zeven uur vanochtend bereikbaar zijn voor controle en morgen moet ik ook weer tussen zes en zeven uur ’s ochtends bereikbaar zijn. Ik moet een uur per dag bereikbaar zijn en tijdens de Spelen 24 uur per dag. Ik ben de laatste vier maanden zes keer out of competition gecontroleerd. Dan staan ze om zes uur ’s ochtends voor je deur.” Arjen: “Bij Duitse spelers hebben ze ook wel eens voor de deur gestaan, maar mij is dat gelukkig nooit overkomen." Nicolien: “Wees blij, want die controles vormen echt een zware belasting. Dat is het eerste waarop ik me kan verheugen als ik na de Spelen stop, dat ik nooit meer om zes uur ’s ochtends word gewekt voor een dopingcontrole. Laatst droomde ik zelfs dat er werd gebeld. Ik ren naar de deur, als de dood dat ik ze zou missen en roep door mijn intercom: wie is daar? Stond er niemand. Krankzinnig, hoe het je slaap beïnvloedt.” Straks bij de Spelen moet Nicolien maar afwachten hoe de omstandigheden en wie de tegenstanders zijn. Een voetballer wordt zelden verrast. Arjen: “Wij weten alles van onze tegenstanders, die worden uitgebreid voor ons geanalyseerd. Zijn er bij jou tegenstanders die je niet kent?” Nicolien: “De meesten ken ik wel. Er is een nieuw Tsjechisch meisje van negentien. Die zal zeker meedoen en de Russen komen eraan.” Wij vertrouwen de Russen in zoverre niet, dat we denken dat ze nauwelijks te controleren zijn. Mogen wij dat zeggen? Nicolien: “Jullie mogen dat zeggen. Ik moet toegeven dat we de Russen bij wedstrijden nog niet zijn tegengekomen. Laat ik het zo formuleren: Rusland zal er alles aan doen om te presteren tijdens de Spelen. En ze hebben mogelijkheden, dat wil zeggen geld, zat.” Geluk en verdriet Het gouden moment van Nicolien heeft ze in een eerdere uitgave van Helden prachtig beschreven. Zou jij jouw gouden moment nog eens helemaal kunnen terughalen, die 89ste minuut in de finale van de Champions League van zaterdag 25 mei 2013 in Londen? Arjen: “Ik zal jullie iets geks zeggen: ik had een heel goed gevoel voor de wedstrijd, ik voelde dat we de finale zouden winnen. Ik was er zelf helemaal klaar voor. Ik heb ook ge-sms’t aan vrienden, dat het eindelijk goed zou komen. In de kleedkamer, in de rust nadat ik al twee mogelijkheden had gehad om te scoren, heb ik even een momentje voor mezelf gezocht. Je hebt van die bakken met koud water en daar heb ik even mijn handen in gestopt, mijn kop opgefrist en tegen mezelf gezegd dat ik klaar moest zijn voor het volgende moment. Nee, ik had geen moment angst dat ik zou worden gewisseld. Ik was alleen maar gefocust op de wedstrijd. Uiteindelijk kwam het moment en maakte ik hem af. Ik anticipeerde goed bij de goal. Mijn eerste intentie was om de keeper te omspelen. Ik ging naar links maar de keeper ging goed met mij mee, dat gebeurt allemaal in een fractie van een seconde. Ik moest mijn actie in de actie aanpassen en de bal daardoor contra inschieten. Het leek alsof ik de bal niet goed raakte, maar dat kwam omdat ik snel moest schakelen. Die goal was echt een bevrijding, gaf me zo’n intens gevoel. Toen dat laatste fluitsignaal kwam, voelde ik echt een ultiem geluksmoment. Het was de ultieme droom die uitkwam.” Jullie hebben allebei een groot geluksmoment, maar ook een moment van groot verdriet beleefd door op het moment suprême te verliezen. Bij veel sporters blijft verliezen langer hangen, bij jullie ook? Nicolien: “Als individuele topsporter maak je meer teleurstellende momenten mee dan momenten waar je heel blij van wordt. Dus ik herken dat wel. Als je niet in topvorm bent of niet voldoet aan de verwachtingen, ja, dat hakt erin. Arjen zit nu in een team dat alles wint, maar bij een individu bestaat dat niet, tenzij je Sven Kramer heet. En ook hij heeft een heel grote teleurstelling ervaren, zelfs na een honderd procent kans.” Arjen: “Op de een of andere manier blijft die WK-finale bij mij toch een open wond. Met de eerste verloren Champions League finale heb ik vrede. Wij waren die avond gewoon niet klaar voor de overwinning. Die tweede CL-finale begrijp ik nog steeds niet, we waren veel beter dan Chelsea en er was eigenlijk maar een team dat verdiende te winnen. Maar toch verloren we na penalty’s. Zo bizar. De WK-finale had het verhaal compleet gemaakt: dan had ik een wereldtitel en de Champions League gewonnen, dan is je carrière volmaakt.” Jullie zijn Helden, zoals Helden zijn bedoeld. Toch hebben jullie ook veel shit in de pers over je heen gekregen. Raakt dat je? Nicolien: “Je vindt het nooit leuk. Wat me bij Arjen is opgevallen, is dat hij aan een teamsport doet maar dat hij er vaak negatief werd uitgelicht. Daardoor denk ik dat hij hetzelfde voelt als een individuele sporter.” Arjen: “Ik stoor me niet zozeer aan kritiek op mezelf, maar meer aan stukken die geschreven zijn door gebrek aan kennis.” Nicolien: “Ik heb soms nog steeds het gevoel dat je in Nederland moet uitleggen dat het niet zo simpel is om een medaille in mijn discipline te halen. Bij ons is de wereldtop zo breed, dat ik nu al zou tekenen als ik überhaupt een medaille haal. Ja hoor, ook brons.  Ik heb moeten leren om te vechten, om te willen winnen.k moet mezelf dwingen te geloven dat er iets geheel nieuws wacht.” Arjen: “Heel goed, want je weet zelf uiteindelijk het beste wat je moet doen en laten. Ik hoop echt van harte dat Nicolien haar kunstje van vier jaar geleden kan herhalen. Maar dat is zo moeilijk, dat realiseer ik me ook. Het is niet vanzelfsprekend, sterker het is niet eens reëel te veronderstellen dat ze een medaille wint. Als je er alles aan hebt gedaan en je hebt de perfecte races geboard, maar je wordt vijfde dan is dat een wereldprestatie. Maar het publiek wil niet zien dat vier wereldtoppers die dag net ietsje beter waren. En dan heeft ze voor het grote publiek gefaald. Onzin natuurlijk, volslagen onzin maar zo werkt het. Dat geeft extra druk voor iemand als Nicolien.” Pijn en machteloosheid Topsporters zijn in diepste wezen vaak onzeker. Hoe belangrijk is vertrouwen? Arjen: “Heel belangrijk, we hebben het vaak over het mentale aspect in topsport. Ik kan jullie verzekeren dat vertrouwen een van de meest onderschatte elementen in de sport is. Iedere speler, ieder mens heeft vertrouwen nodig, ook of misschien juist topsporters.” Nicolien: “Ik ben misschien te gevoelig voor complimentjes. Ik ben uiteindelijk vaak aan het twijfelen en vraag me af of ik het allemaal goed doe. En dan is een complimentje of een opmerking van een deskundige dat je goed traint of een goede race hebt geboard, heel belangrijk.” Arjen, wat is nu belangrijker geweest bij jouw constante topvorm dit seizoen, de bevrijdende goal in de Champions Leage finale of een trainer (Guardiola) die wel vertrouwen in je heeft? Arjen: “Het heeft natuurlijk geholpen dat de nieuwe trainer al vrij snel zijn vertrouwen heeft uitgesproken. Ik moet het niet groter maken dan het is, maar hij zei in een kort gesprekje meteen in het begin heel duidelijk: `jij hoeft je niet meer te bewijzen. Ga genieten van je gezin, van je voetbal, van alles.’ Ik heb ook vreselijk moeten lachen om al die stukken voordat Guardiola kwam. Hij zou mijn contract niet willen verlengen. Hij kwam van Barcelona. Hij was van het tikkie-takkie en daar zou ik niet in passen, want ik was van de dribbels en dus een egoïst. Dat was zo kort door de bocht, dat is zelfs de bocht uitvliegen. Eigenlijk zei hij wat mijn vrouw altijd tegen me zegt, dat vond ik grappig. Hij bevestigde haar gevoel en haar visie. Bernadien heeft me zo vaak gezegd dat ik meer moet ontspannen. ‘Kom eens uit die tunnel,’ zei ze wel eens. Er zijn dagen geweest dat ik iets had meegemaakt en dat mijn vrouw merkte dat ik met iets rondliep. Dan ben je onbewust misschien thuis afwezig.” Je vrouw heeft ook zwaar geleden na de WK-finale, hè? Nicolien: “Oh, dat geloof ik meteen. Het is net als bij een bevalling. Je kunt niets doen, je leeft ontzettend mee maar je bent machteloos, de moeder moet het helemaal alleen doen. Na alles wat er met mij was misgegaan tijdens de Spelen van Salt Lake City met die verkeerde wax en wat daar nog bij kwam, hebben mijn moeder en mijn oma het meest geleden, louter omdat ze dezelfde naam droegen. Die voelden zo sterk hoe lelijk er over mij werd geschreven. Mijn oma was tot ze overleed op haar 96ste mijn grootste fan. Ze bleef alle kranten lezen, dan belde ze me helemaal ontdaan op en dan zei ik alleen maar: oma, lees niet alles. Al die stukken na Salt Lake hebben haar veel pijn gedaan.” Arjen: “Mijn grootouders hebben dat niet zo gehad, maar mijn moeder heeft ook pijn gevoeld. Dat weet ik zeker. Als ze weer iets naars over mij zeiden, kwamen ze toch aan haar kind. Ik merkte wel dat ze dat erg vond en dat ze zich heel machteloos voelde.” Nicolien: “Dat is een van de redenen voor mij om, als ik kinderen krijg, te hopen dat ze niet aan topsport gaan doen. Ik zal mijn kinderen absoluut niet stimuleren om topsport te gaan doen. Mijn ouders en ik zijn erin gerold. Dan kan je op die weg naar boven niet meer terughollen, maar met mijn eigen kind zou ik het niet doen.” Arjen: “Het is geen kwestie van willen. Als je een kind hebt met talent en als je kind ook plezier heeft, dan heb je niets te kiezen. Dan rol je erin.” Nicolien: “Bij een teamsport kun je nog lief en leed delen. Als ik gewonnen heb, sta ik in m’n eentje. Maar je verliest meer en dan sta je ook in je eentje. Geloof me, de leegte die je dan voelt, is enorm. Het heeft lang geduurd voordat ik daaraan gewend was. Daarbij heeft die ene gouden dag natuurlijk enorm geholpen. Maar voor je zover bent, moet je veel lijden. En dat wil ik mijn kind besparen. Als Arjen scoort, springt hij in de armen van zijn teamgenoten. Dat delen van vreugde lijkt me prachtig. Maar ook verlies kun je delen. Toen ik goud had gewonnen in Vancouver, kon ik dat met niemand delen. Dat vond ik zo jammer. Eerst stond ik vrij lang alleen maar tussen mijn concurrenten. Nou, die delen echt geen vreugde met je. Die zien je liever in de grond zakken. Je wilt iemand omhelzen, maar er was niemand. Dan kom je na een half uur eindelijk onder de mensen, moest ik eerst met de pers praten. Pas na drie kwartier kwam ik mijn vader tegen en later de rest van mijn team. Ja, dan is de eerste echte euforie al getemperd.” Schroefnoppen en wax Materiaal speelt vooral bij Nicolien een belangrijke rol. Bij een voetballer zijn het eigenlijk alleen de schoenen? Arjen: “Klopt. Mijn schoenen worden op maat gemaakt, maar verder ben ik niet zo’n schoenenfreak. Ik train en speel bij voorkeur op dezelfde schoenen en ik speel nooit, echt nooit met schroefnoppen. Ik ben een van de weinigen die alleen op schoenen met vaste noppen speelt. Dan glijd ik maar een keer weg, zoals laatst in de Arena. Ik voel me beter, wendbaarder, sneller en het is beter voor mijn knieën. Ik ben een uitzondering. Verdedigers spelen allemaal met schroefnoppen want die mogen niet uitglijden.” Nicolien: “Houd op over mijn materiaal. In het voorjaar ben ik de hele dag aan het testen, boards zijn van hout en dus van levend materiaal. Ik heb vorige week nog zeker twintig boards getest. Voor de reuzenslalom heb ik een langer board dan voor de gewone slalom en per discipline kies ik zes boards met zes verschillende karakters, afhankelijk van de piste en weersomstandigheden. Gisteren stond ik op een steile piste. Ik koos een board dat voor mijn gevoel het snelste was, maar toen we de video terugzagen, bleek dat helemaal niet zo te zijn. Dus je gevoel laat je soms in de steek. Het materiaal is bij ons van gigantisch belang. De schoenen zijn ook zo belangrijk. Ik heb eindelijk de schoenen waar ik al sinds mei op wacht en die moet ik nu helemaal uittesten tot ze perfect zitten. Na een lange vlucht naar Amerika moet je ook altijd afwachten hoe en of alles goed aankomt. En dan heb je nog de helm en de sneeuwbril. Ik heb tien brillen en daarvoor verschillende lenzen, ook weer afhankelijk van het weer. Bij mist of sneeuw draag je een andere lens dan met volle zon. Ik heb wel dertig lenzen bij me die ik in de bril kan zetten.” Arjen: “Er gaat een wereld voor mij open, ook omdat snowboarden in Nederland een onbekende sport is. Ik ben verbaasd wat er allemaal nog bij komt kijken. En dan ben ik iemand die alle sporten volgt.” Nicolien: “Ik ben een paar weken geleden gigantisch op mijn kop gestuiterd. Ik werd vol gelanceerd en was zelfs even buiten bewustzijn. Moet je een zwaardere of lichtere helm, vraag je je dan af. Je hebt het over grammen, maar je moet het wel afwegen.” Arjen: “Word je dan niet bang?” Nicolien: “De eerste momenten daarna sta je wel even te trillen. En er zijn landen waar ik niet in het ziekenhuis wil belanden, zoals in Rusland of in Chili.” Stoppen Nicolien verheugt zich op het moment dat ze kan stoppen en vraagt Arjen of hij daar ook wel eens mee bezig is. Arjen: “Ik denk er over na. In januari word ik dertig. Ik ben bijna de helft van mijn leven profvoetballer, heb gelukkig nog heel veel plezier en ga nog zeker even door. Maar ik denk steeds vaker aan de periode na mijn carrière, waarin je geen verplichtingen meer hebt die je een zekere vrijheid ontnemen om te doen wat je wilt. Skiën bijvoorbeeld kan nu niet, omdat je een blessure kan oplopen.” Nicolien: “Ik heb dat ook heel sterk. Ik voel me mede nooit vrij door die angst om een controle te missen. Als ik terug ben uit Amerika en een enorme jetlag heb, slaap ik zo maar overal doorheen. Daar heb ik nachtmerries van. Ik reis veel: van Frankrijk naar Zwitserland, Italië en dan weer naar Oostenrijk en dan schiet ik weleens in de stress als ik ben vergeten mijn whereabouts in te vullen. Dat kon tot voor kort niet via mijn smart Phone, maar alleen via een laptop, dus had je internet nodig. Ik ben 34 en heb nooit een ander leven geleid. Ik heb een team om me heen, maar dat is deels afhankelijk van mij. Ik boek de hotels, vraag of iedereen zijn paspoort heeft en of de tickets zijn geregeld. Dat is best een grote verantwoordelijkheid. Het is ook wel een prettig vooruitzicht als ik dat achter me kan laten. Tegelijk zal ik het leven missen en moet ik mijn hele team ontbinden. Daar zie ik dan weer tegenop. Maar de druk en de spanning zal ik zeker niet missen.” Arjen: “Ik zal de spanning juist missen. Spanning heeft iets. Daar doe je het voor, voor de belangrijke, grote wedstrijden. Ik ben ook geen type dat stijf staat van de spanning voor een grote wedstrijd. Integendeel, dan voel ik me juist het beste. Ik word daar niet onrustig van. We spelen elk jaar heel veel belangrijke wedstrijden en hebben elk seizoen de kans om meerdere titels te pakken. Alleen moet je natuurlijk zo’n Champions League finale eerst bereiken. Wij hebben alleen niet de Olympische Spelen een keer in de vier jaar, waar het moet gebeuren.” Nicolien: “Maar bij jou kijken er honderd miljoen mensen en staan de kranten dagelijks vol over die ene misser. Dat geeft ook extra druk. Daarom is vergelijken leuk en tegelijk heel moeilijk.” Nicolien stopt na Sochi en gaat werken bij Randstad. Nicolien: “Ik kan rondkomen en mijn huis betalen. Ik heb bewuste keuzes gemaakt. Ik had drie keer per week aan tv-spelletjes mee kunnen doen, maar dat is niet het leven dat ik nastreef. Ook bij de keuze van mijn hoofdsponsors heb ik gekozen voor bedrijven waar ik een goed gevoel bij heb en niet voor het geld. Als ik stop, moet ik gewoon werken. Ik ben heel benieuwd naar dat nieuwe leven. Ik zie het als een mooie uitdaging en weet één ding zeker: je ziet mij nooit meer op een snowboard. Ik kan het niet opbrengen als een toerist af te dalen.” Arjen: “Dat kan ik me voorstellen. Ik speel nu bij misschien wel de beste club van de wereld en voel me fantastisch. Maar ik denk ook wel eens na hoe ik mijn carrière moet afsluiten, of ik nog wil voetballen als het iets minder gaat. FC Groningen is een optie, maar alleen als ik echt voel dat ik nog iets kan toevoegen. Je moet heel voorzichtig zijn met het doen van beloftes. Je hebt ook niets meer te winnen. Alle mogelijke volgende keuzes worden overigens bepaald door mijn gezin, financiën spelen geen rol meer. Als ik ooit nog wegga, volg ik dus mijn hart. Misschien wil mijn vrouw gaan werken, maar zij verlangt vooral naar het gewone leven. En ik herken wat Nicolien bedoelt. Ik ga als ik ben gestopt misschien wel tennissen in plaats van voetballen. ” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Voetbal

Gerald Vanenburg en Joep Scheepers over het verlies van hun geliefde Jaimy

Jaimy Vanenburg werd geboren met een chronische [...]
Jaimy Vanenburg werd geboren met een chronische longziekte. De dochter van oud-voetballer Gerald Vanenburg (61) was advocaat, moeder van de in juni 2022 geboren Len en deelde haar leven openhartig via social media. Op 5 augustus 2024 overleed ze, slechts 32 jaar oud. Joep Scheepers (35) schreef over zijn vriendin het boek Jaimy, het verhaal van mijn strijder. Joep en Gerald blikken samen in Helden Magazine 80 terug op het leven van hun ‘strijder’. Gerald Vanenburg en Joep Scheepers “Jaimy had nog heel veel dromen, één ervan was een boek schrijven. Om mensen te inspireren om ‘hun leven te leven’, zoals ze dat noemde. Aan de hand van haar levensverhaal wilde ze laten zien hoe geweldig het leven is als je je daar bewust van bent, als je durft keuzes te maken. Ik heb besloten haar verhaal te schrijven, zodat haar droom alsnog een beetje uitkomt.” Joep Scheepers zit aan de keukentafel van het huis in de Eindhovense wijk Strijp, waar hij jarenlang samenwoonde met zijn vriendin Jaimy Vanenburg. In het huis is zijn vriendin en de moeder van hun op 18 juni 2022 geboren zoontje Len nooit ver weg. Ze schittert op talloze foto’s in het huis. Naast hem zit Gerald Vanenburg, oud-voetballer van onder andere Ajax, PSV en het Nederlands elftal en winnaar van het EK in 1988 met Oranje, de Europa Cup I in hetzelfde jaar met PSV, drie landstitels met Ajax en vijf met PSV. Het is niet moeilijk om te raden dat Jaimy zijn oudste dochter was, de gelijkenis is onmiskenbaar. Voor hen kijkt Jaimy hen met een lach aan vanaf de cover van het begin december gepubliceerde boek met de titel Jaimy, het verhaal van mijn strijder. De ‘strijder’ overleed op 5 augustus 2024 op 32-jarige leeftijd. Jaimy werd geboren met een chronische longziekte, bronchiëctasieën. Het weerhield haar er niet van om advocaat te worden en met volle teugen van het leven te genieten. De laatste jaren deelde ze haar leven openhartig via Instagram. Gerald: “Ik heb het boek niet gelezen, maar ga dat op een dag wel doen. Op dit moment is Jaimy nog heel sterk in mij aanwezig, ik heb zoveel mooie herinneringen aan haar. Als ik m’n ogen dicht doe, zie ik haar hier zo met die grote glimlach de kamer binnen stappen.” Joep: “Ik heb Gerald natuurlijk wel gevraagd of hij het goed vond of ik het boek zou schrijven. Zoals ik dat ook heb gevraagd aan Mariël, de moeder van Jaimy, en haar zusje Phillis. Ik heb het boek geschreven voor alle mensen die zij inspireerde door de manier waarop ze in het leven stond. Na haar overlijden zag ik in de notities op haar telefoon dat ze al heel erg goed had nagedacht over het boek en hoe dat er inhoudelijk uit moest gaan zien. Toch twijfelde ik of ik het moest schrijven. Dat veranderde toen ik begin 2025 merkte dat herinneringen begonnen te vervagen. Met dit boek wil ik ook aan onze zoon laten zien wie zijn moeder was. Aan de hand van Jaimy’s notities en berichten op social media ben ik begonnen met schrijven. Ik ben ook alle Whatsapp-berichten terug gaan lezen en heb heel veel filmpjes en video’s bekeken. Dat was confronterend, maar ik werd er tegelijkertijd ook blij van om weer te merken hoe ze haar leven heeft geleefd.” Gerald: “Mooi dat Jaimy haar boek heeft overgedragen aan Joep. Ze heeft mij ook altijd gezegd dat ik een boek moest schrijven, omdat ze nauwelijks iets over mijn carrière wist. Ik had er nooit zin in. Jaimy was er altijd mee bezig om mensen te inspireren.” Jaimy werd op 24 april 1992 zes weken te vroeg geboren. Gerald: “Nadat ze mee naar huis mocht, kreeg ze al snel een longontsteking en moest ze terug naar het ziekenhuis. Niet veel later kreeg ze er nog een. Ze kreeg een sonde voor de voeding en het slangetje moesten we zelf in haar keeltje doen. Dat deed ik. Het was niet leuk, meestal moest Jaimy meteen overgeven als ik het slangetje inbracht, maar het zorgde meteen voor een bijzondere band tussen ons.” Jaimy kreeg de diagnose bronchiëctasieën, een zeldzame longziekte met blijvende ontstekingen aan de luchtwegen. “Eigenlijk was het al ongelooflijk dat ze zich door die eerste maanden heen heeft geslagen. Ze was vanaf de geboorte een vechtertje. Van jongs af aan gaf ze ons altijd het gevoel dat het wel goed zou komen.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het dubbelinterview met Gerald Vanenburg en Joep Scheepers komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Bobslee

Kimberley Bos: ‘Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is’

Kan Kimberley Bos (32) goud winnen in het skeleton? Het zou een sensatie zijn voor de vrouw die vier jaar geleden olympisch brons won en vorig jaar de wereldtitel veroverde. Een verhaal over blauwe plekken, Nicolien Sauerbreij en haar bijzondere weg naar de top. MIJN WERELDTITEL Je bent al jaren de meeste constante skeletonster, maar de wereldtitel ontbrak nog. Hoe groot was de ontlading toen je in maart goud won? “Heel groot. Ik zat er al jaren in de buurt. Afgelopen jaar was het ook weer heel erg spannend: de eerste zeven in het klassement stonden na de eerste dag heel dicht bij elkaar. Op de tweede dag viel het goed.” Hoe komt het dat het de jaren daarvoor steeds net niet lukte? “De concurrentie is heel goed. Daarnaast is skeleton een buitensport, heel veel factoren zijn van invloed op je prestaties. Het is heel moeilijk om vier goede runs achter elkaar neer te zetten. Ik ben de afgelopen jaren steeds constanter geworden. In St. Morriz, tijdens het WK in 2023, heb ik een heel goed WK gesleed, maar was een Duitse net een honderdste beter. Zilver. Tijdens het WK van 2024 in Winterberg was het duidelijk waarom het niet lukte; ik kampte met technische problemen. Het was eigenlijk een kwestie van tijd dat ik wereldkampioen zou worden. Alles moest alleen even op z’n plek vallen.” Hoe heb je het gevierd? “Niet erg uitbundig. Je hebt nog een dopingcontrole en tegen de tijd dat je die hebt gehad, is het vaak al heel laat. We hebben op de terugweg nog een pizza gehaald, een drankje gedaan en daarna ben ik mijn bed ingedoken. Helemaal gesloopt... heel saai eigenlijk.” MIJN ANGSTEN Ben je weleens bang als je met je hoofd naar voren en op je buik op je slee ligt? “Bang, nee, dat ben ik nooit als ik bovenaan de baan sta. Soms heb ik onderweg wel eens dat ik denk: oei, dat ging maar net goed. Toen ik in Cortina d’Ampezzo voor het eerst bovenaan de olympische baan stond, voelde ik wel zenuwen. Omdat het daar moet gebeuren. Kijk, er kleeft natuurlijk altijd een risico aan onze sport, daarom moet je altijd heel erg alert zijn. Ach, het maakt de sport ook wel mooi dat het gevaar altijd ergens aanwezig is.” In 2024 sloot de sluiting van je helm net voor de start niet. Toch ging je naar beneden. Je zag bijna niks en werd negende bij dat WK. Daar heb je slechte nachten van gehad... “Tijdens dat WK ging veel mis. Voor de start van mijn run kreeg ik mijn helm niet vastgeklikt, terwijl ik van start moest. Het gaat op zo’n moment allemaal zo snel, je moet in een split second risico’s afwegen en handelen. Wat ik heb gedaan, raad ik absoluut niemand aan. Het belangrijkste was dat ik van start ging, anders was ik meteen gediskwalificeerd. Het was in Winterberg, dat is mijn thuisbaan. Ik wist dus goed dat ik niet van mijn slee af zou vliegen. Bij veel andere banen, die veel gevaarlijker zijn, had ik het niet gedaan. 'Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht' Tijdens de race kwam mijn losse helm steeds verder omhoog, dus op een gegeven moment zag ik niks meer. Niet heel bevorderlijk voor de veiligheid en snelheid. Het was eigenlijk te idioot voor woorden. Ik ben niet gediskwalificeerd, omdat er in de regels staat dat de helm op je hoofd moet zitten, niet dat die vast moet zitten.” Lachend: “Dat de helm wél echt vast moet zitten, hebben ze na afloop aangepast in de regelementen.” Jouw ouders krijgen vast af en toe een hartverzakking. “Mijn moeder had toen ik overstapte van de bobslee naar de skeleton geen idee van de gevaren. Wij skeletonners crashen vaker, maar de klappen van de bobslee hebben meer impact. In de beginjaren van skeleton, bobsleën en rodelen zijn er veel ongevallen geweest. Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is.” Waarom heb jij de overstap gemaakt van de bobslee naar de skeleton? “Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht. Daardoor verloor ik al zoveel tijd tijdens de start en dat haalde ik niet meer in. Ik ben tussen de 65 en 70 kilo, een bobsleepiloot moet minstens 75 kilo zijn, maar het liefst nog iets zwaarder. Dat krijg ik er niet bij zonder dat het ten koste gaat van mijn atletische lijf. Ik kan vast wel 75 kilo worden, maar dan kan ik niet meer normaal rennen.” Krijg je mentale hulp? “Ik werk met een sportpsycholoog, zij is helemaal geïntegreerd in mijn team. Mijn coach Joska Le Conté, fysio en mental coach werken allemaal heel nauw samen, zodat ik mentaal gezien zo rustig mogelijk aan de start sta. In onze sport kun je fysiek nog zo goed zijn, als je het in je hoofd niet op een rijtje hebt, ga je nooit heel hard.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Kimberley Bos komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

Luciano Valente: ‘Er gebeuren mooie dingen’

Luciano Valente (22) voetbalde anderhalf jaar geleden nog in de Keuken Kampioen Divisie. Afgelopen zomer maakte hij de overstap van FC Groningen naar Feyenoord en werd meteen publiekslieveling in de Kuip. Luciano debuteerde ook al in het Nederlands elftal. Kortom, het gaat razendsnel met de middenvelder. Een gesprek over zijn kapsel, tatoeages, Italiaanse roots en Frenkie de Jong. Kapperszaak Vagabond in Rotterdam plaatste een video van hun kapsel ‘de Valente’ op TikTok. Inmiddels loopt zo’n beetje iedere jonge Rotterdammer met jouw coupe rond... “Ik zag het voorbijkomen. Sinds mijn transfer komt er veel op me af. Er gebeuren mooie dingen.” Omschrijf jezelf eens in een paar woorden? “Ik ben zelfverzekerd, ben een open en eerlijke jongen en een echte familieman. Ik hou van gezelligheid, van vrienden en familie om mij heen. En ik hou van een dolletje met de jongens in de kleedkamer. Ik heb ook een sterke eigen mening, maar ben zeker niet arrogant, ik heb een hekel aan arrogantie.” Sta je lang voor de spiegel? “Best wel, ook als ik gewoon naar de training ga. Ik neem overal graag de tijd voor. Soms denk ik al bij een simpel trainingspak: welke schoenen passen hier nou bij? Het duurt gewoon even bij mij.” Je hebt aardig wat tatoeages. Welke is jouw favoriet? “Poeh, even kijken. Ik weet soms niet eens waar ik ze allemaal heb staan... Op mijn linkerbeen staat: ‘Take the risk or lose the chance.’ Die betekent veel voor me, heb ik laten zetten vlak voordat ik vorige zomer van Groningen naar Feyenoord ging. Vanaf het moment dat Feyenoord interesse toonde, besloot ik: daar ga ik voor. Mensen riepen dat die stap te snel kwam voor me, dat ik het niveau van Feyenoord niet aan zou kunnen. Ik wilde iedereen laten zien dat ik er wél klaar voor was. Ik wilde het sowieso proberen, zou er wel achter komen of het goed zou uitpakken. Zo sta ik in het leven; take the risk or lose the chance.” Wat betekende Feyenoord voor jou? “Soms heb je een gevoel dat je niet eerder hebt gehad. Dat kreeg ik bij Feyenoord. Er waren meerdere clubs geïnteresseerd, in binnen- en buitenland. Maar van Feyenoord werd ik echt gelukkig. Mijn moeder – mijn hele familie eigenlijk – had altijd al een zwak voor Feyenoord, voor de achterban, het stadion, de hele cultuur rond de club. Toen ik een jaar of zeventien was, riep mijn moeder al: ‘Ooit ga jij bij Feyenoord spelen.’” En als je met Groningen tegen Feyenoord speelde, dacht je dan: dit is dé wedstrijd van het seizoen? Lachend: “Ja, alleen was dan het hele stadion tegen ons. Zo’n bruisende Kuip, dat voel je als tegenstander wel, hoor. Ik vond dat zo vet, ga ook wel goed op zo’n setting waarin iedereen tegen me is. Toen dacht ik al wel: moet je nagaan als ik deze supporters wél achter me heb staan...” Ronaldinho Terug naar jouw tattoos. Wanneer liet jij de eerste zetten? “Op mijn achttiende. Twee handjes op mijn rechterarm. Expres in het midden, want dan bleef er genoeg ruimte op mijn arm over voor andere tattoos. Mijn broer Lorenzo heeft dezelfde tatoeage. Het is een teken van verbondenheid. Ik heb er ook een met mijn ouders en broers samen gezet met de tekst: ‘Noi’. Dat betekent ‘ons’ in het Italiaans en staat voor ons gezin. Soms kijk ik er voor een wedstrijd even naar, het geeft me kracht.” Je hebt een Italiaanse vader en Nederlandse moeder. Hoe hebben zij elkaar ontmoet? “Mijn vader was met vrienden op vakantie in Groningen.” Lachend: “Wij hebben ons geregeld afgevraagd waarom een Italiaan op vakantie gaat naar Groningen... Tijdens die vakantie leerde hij mijn moeder kennen. Hij is nog even teruggegaan naar Rome, waar hij vandaan komt, maar vlak daarna keerde hij terug naar Groningen met al zijn spullen. Niet lang daarna is hij gaan samenwonen met mijn moeder. Mijn vader is als pizzabakker aan de slag gegaan. Ze zijn inmiddels al 34 jaar gelukkig samen. Mijn vader heeft zijn hele leven gewerkt, is niet van het klagen. Ik heb van hem nooit gehoord: ik heb vandaag even niet zo’n zin om te werken. Hij heeft wel een typisch Italiaans karakter. Hij is een familieman, heel bevlogen, vol passie. Mijn moeder is weer heel nuchter, een echte Groningse. Een heel mooie combi.” Ben je ook opgegroeid met de Italiaanse taal en cultuur? “Ik voel me net zoveel Italiaan als Nederlander. Vroeger gingen we altijd naar dezelfde camping in Italië. We hebben ook nog wat familie in Italië wonen, maar die zien we niet ieder jaar. Ik versta alles in het Italiaans, maar spreek het niet heel goed. Als mijn vader vroeger wat zei in het Italiaans, dan antwoordde ik altijd in het Nederlands. Mijn broers spreken wel vloeiend Italiaans, ik ben een beetje achtergebleven. Maar als ik mijn best zou doen om Italiaans te spreken, dan spreek ik het ook snel, denk ik.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het verhaal over Luciano Valente komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Voetbal

Hoe keizer Zlatan Amsterdam veroverde

Als een Romeinse krijgsheer stond hij op het [...]
Als een Romeinse krijgsheer stond hij op het voetbalveld. Zlatan Ibrahimovic kwam, zag en overwon. Zij zegetocht begon in Nederland, waar hij van 2001 to 2004 uitkwam voor Ajax. De club waar zoon Maximilian in zijn voetsporen zal proberen te treden. Samen met met betrokkenen blikten we terug op de Amsterdamse jaren van de excentrieke zweed. ‘Veel mensen blijven tijdens hun carrière actief op één plaats, maar ik heb rondgereisd als Napoleon en veroverde ieder nieuw land waar ik een voet zette.' Was getekend, Zlatan Ibrahimovic. In de Zweedse krant Aftonbladet vergeleek hij zich dus met de Franse keizer. We zijn inmiddels wel wat mooie uitspraken gewend van de Zweedse strijder, die zijn veldslagen al jarenlang uitvecht op het voetbalveld. Hij is excentriek en een beetje gek. Maar bovenal is Zlatan al jaren geniaal. Het eerst deed hij van zich spreken bij Ajax, waar hij in 2001 als 19-jarige slungel binnenkwam. De zoon van een Bosnische vader en Kroatische moeder met Albanese roots, die opgroeide in de immigrantenwijk Rosengård in Malmö, werd volwassen in Nederland. Met betrokkenen blikken we terug op de Amsterdamse jaren van Zlatan. Co Adriaanse (trainer Ajax toen Zlatan in 2001 naar Amsterdam kwam) “Het was mijn tweede seizoen bij Ajax en we waren getipt over Zlatan door John Steen Olsen. Vervolgens is hoofd scouting Tonny Pronk hem in Zweden gaan bekijken. Zij adviseerden zeer nadrukkelijk om Zlatan te halen. Normaal heb je als hoofdtrainer geen tijd om een speler te bekijken, maar ik had het geluk dat we in mijn eerste jaar bij Ajax ons winterse trainingskamp hadden in Zuid-Spanje en Zlatan daar met zijn club FC Malmö ook was. Ik heb toen, gezeten tegen het hek achter het doel, samen met Leo Beenhakker, onze technisch directeur, een hele wedstrijd van hem gezien. Wat mij opviel? Ik keek altijd ook naar de warming-up van een speler. Ik zag meteen dat Zlatan bijzonder was, want hij deed als enige niet mee aan de gezamenlijke warming-up. Hij stond een beetje te pielen met de bal, maar aan de manier waarop hij dat deed, zag je dat hij een verfijnde techniek had. In de wedstrijd herkende ik aan zijn balaannames, zijn manier van vrijlopen, zijn fysieke kracht, zijn kopkracht, maar ook zijn gevoel voor combinaties en de ruimtes zoeken zijn extra klasse. Leo en ik waren het snel eens, maar toen kwam het moeilijkste deel: hem daadwerkelijk halen. Moeilijk omdat er toen al een prijskaartje van bijna negen miljoen om zijn nek hing. Dus de eer voor het halen van Zlatan komt eerst Steen Olsen toe, dan Pronk, vervolgens Beenhakker en dan mij een heel klein beetje. Zlatan moest wennen aan ons systeem. Hij was gewend aan 4-4-2, maar bij Ajax speelden we met buitenspelers, dus moest hij leren spelen als een spits tussen twee buitenspelers. We hadden ook Mido aangetrokken van AA Gent, die was gehaald als linksbuiten, maar dat was hij niet. Ook Mido was een echte spits, eveneens heel jong en bijzonder talentvol. Mijn beste spits was Shota Arveladze, maar hem mocht ik niet meer opstellen van het bestuur omdat hij een zakelijk conflict had met Ajax. Dat vond ik vervelend, want Arveladze was niet alleen heel goed, maar ook een sympathieke jongen. We hadden ook Nikos Machlas, hij was als vedette van Vitesse gekocht en was aanvankelijk mijn eerste spits. Zlatan had bij mij niet meteen een basisplaats, hij had de nodige aanpassingsproblemen. Ik heb nog even geprobeerd Mido en Zlatan samen in de spits te zetten, omdat ze niet alleen heel goed waren, maar ook makkelijk scoorden. Eind november 2001 werd ik ontslagen, toen kwam Ronald Koeman en onder Ronald heeft hij pas een vaste plaats veroverd. John Heitinga (kwam in de zomer van 2001 gelijk met Zlatan bij de selectie) “Ik stroomde door vanuit de jeugd en Zlatan, Mido, Maxwell en Hatem Trabelsi waren de nieuwe aankopen. Ik was 17, Zlatan was twee jaar ouder. Ik herinner me dat hij meteen met een vrij grote mond de kleedkamer inkwam. Je kon op de training aan alles zien dat hij goed was met de bal. Zijn techniek viel ook op omdat hij zo groot was. Je zag toen al dat hij alles had om de top te halen. We debuteerden allebei in de Arena tijdens het zogenaamde Amsterdam Tournament en debuteerden volgens mij ook samen in de eredivisie, vroeg in het seizoen in De Kuip. We vielen allebei na rust in, hij voor Machlas en ik voor Arveladze. Hij scoorde meteen de 0-1 en even later maakte Rafael van der Vaart de 0-2. Die wedstrijd wonnen we uiteindelijk met 1-2 van Feyenoord. Zlatan vond het heel lastig dat hij niet meteen een basisplaats had. Ik herinner me zelfs een moment dat hij terug wilde naar Zweden, na een rode kaart wegens een elleboogstoot bij FC Groningen. Hij ging in die tijd heel veel om met Andy van der Meijde en Mido, bij hen zocht en vond hij steun. Die drie waren zo close. Pas toen Mido zich wat onmogelijk had gemaakt onder Ronald Koeman, werd Zlatan de eerste spits. En toen begon het ook te lopen. Als ik aan Zlatan denk, denk ik vooral aan de kracht die hij uitstraalde. Hij pakte die kleine Anthony Obodai een keer op in de kleedkamer en gooide hem zo in het grote bad. Hij was een oermens en wilde ten koste van alles winnen. Niet voor niets is hij zo vaak kampioen geworden. In 2004, toen we nog ploeggenoten waren, speelden we tijdens het EK tegen elkaar, de eerste keer dat Nederland op een eindronde een interland via penalty’s won, mede dankzij Zlatan, want hij miste toen. Natuurlijk heb ook ik het een en ander met hem meegemaakt, zoals toen Mido die schaar naar hem gooide. Later had je nog dat akkefietje met Rafael van der Vaart tijdens de vriendschappelijke interland tegen Zweden, half augustus 2004. Ik stond er vlakbij, Zlatan maakte een tackle over de bal heen, waarbij Rafael veel zwaarder geblesseerd had kunnen raken dan de blessure die hij desondanks opliep. Ik denk niet dat hij Rafael bewust wilde blesseren, maar het was wel een heel ongelukkige actie. Een paar dagen na die wedstrijd escaleerde die affaire bij Ajax tijdens een gesprek met de hele spelersgroep. Zlatan zei dat hij niet meer in één elftal met Rafael wilde spelen, toen heeft hij duidelijk zijn transfer naar Juventus geforceerd. In die tijd keerde het publiek zich ook wel tegen hem. Alleen: hij was een vaste waarde en hij bleef scoren, met als climax die verschrikkelijk mooie afscheidsgoal in de ArenA tegen NAC. Terugkijkend beschouw ik het als een voorrecht dat ik drie jaar met hem heb mogen spelen. Je kon altijd de bal aan hem kwijt en hij maakte goals. Er stond iemand, in en buiten het veld. Ja, ik heb tijdens de training weleens iets met hem gehad. Hij kon er niet tegen als je hem kort dekte, dan kon hij je een elleboog geven, maar dat hoorde erbij. Hij was naar buiten toe wel een stoere kerel, maar had een heel klein hartje.” Jan van Halst (maakte Zlatan een jaar mee bij Ajax) “Ronald Koeman was in december 2001 trainer van Ajax geworden en haalde me meteen uit kleedkamer 2, waar ik aan het begin van het seizoen door Co Adriaanse naar was verbannen. Op trainingskamp die winter in Portugal liet Koeman me op een kamer met Zlatan slapen. Hij bleek niet zo’n warme persoonlijkheid met wie je meteen contact had, keek heel erg de kat uit de boom, was aanvankelijk erg argwanend en wilde eerst weten of die kale met wie hij de kamer deelde wel oké was. Ik denk dat Koeman ons bewust samen op een kamer zette, ik als oudere speler met de jonge hond die Zlatan toen was. Na twee, drie dagen kregen we wat beter contact, maar ik herinner me vooral dat hij op de kamer uren met zijn moeder zat te bellen, tot heel laat. Hij had toen al twee telefoons, maar zeker niet uit patserigheid. Zlatan voelde zich destijds onbegrepen. Tijdens de trainingen zag ik dingen waarvan ik dacht: ongelooflijk. Doel ik op solo’s langs drie, vier spelers en schoten vanaf dertig meter van de goal die zo in de bovenhoek vlogen. Maar van het soort jonge spelers dat schittert op trainingen had ik er al heel veel gezien. Ik dacht: daar heb je weer zo’n voetballer die op de training alles kan, maar in een wedstrijd blokkeert. Ik moet toegeven dat ik dat fout heb gezien. Zlatan begon in wedstrijden ook te tonen wat hij op de trainingen liet zien. Ik heb in totaal een jaar de kleedkamer met hem gedeeld. In het tweede seizoen verdween mijn scepsis definitief. Denk aan de Champions League-wedstrijd thuis tegen Olympique Lyon in 2002. Ik viel in de tweede helft in. In de eerste helft had hij op dat hoge niveau twee heel mooie doelpunten gemaakt, de eerste na een solo en de tweede met zo’n verwoestend schot. Na die wedstrijd wist ik het zeker: Zlatan wordt een topper.” [caption id="attachment_22060" align="alignnone" width="2464"] Zlatan in de gwonnen bekerfinale tegen FC Utrecht[/caption] Andy van der Meijde (was de speler met wie Zlatan het beste op kon schieten tijdens zijn jaren in Amsterdam) “Vanaf dag één dat ik hem tegenkwam bij Ajax klikte het tussen Zlatan en mij. Maar ook met Mido en Cristian Chivu was dat het geval. W werden al vrij snel goede vrienden, zaten altijd met z’n vieren achterin de bus. Toen ik in 1997 als broekie in Ajax 1 debuteerde, voelde ik me heel ongemakkelijk. Ik was helemaal niet blij en dat kwam vooral door de wijze waarop de gevestigde spelers met mij omgingen en tegen mij aankeken. In 1999 werd ik een jaar aan FC Twente uitgeleend en daar voelde ik me super. Toen ik terugkwam, trok ik me het lot van jonge spelers aan, hoewel ikzelf ook nog jong was. Ik wilde voorkomen dat ze zouden voelen wat ik had gevoeld, hoopte dat zij zich wel meteen thuis zouden voelen. Zlatan zei altijd: ‘Jij bent geen Nederlander, je hebt een heel andere mentaliteit.’ Het boterde gewoon, we zochten elkaar altijd op. We woonden allebei alleen in Diemen, dus ik kwam hem geregeld ophalen om samen te eten. Dat schaarincident met Mido herinner ik me nog heel goed. Het was in die tijd Mido of Zlatan, het botste omdat ze allebei wilden spelen, maar tegelijk ook goed met elkaar omgingen buiten het veld. Op trainingen wilden ze altijd van elkaar winnen, eigenlijk met alles. Na een thuiswedstrijd tegen PSV, die we hadden verloren, liepen ze op elkaar te fitten over verkeerde ballen die ze gekregen hadden of gegeven hadden. Dat ging in de kleedkamer verder. Op een gegeven moment had Mido het gehad en hield zijn mond, maar Zlatan bleef maar doorgaan. Mido zat met een schaar zijn bandage los te knippen, Zlatan begon weer over een bal en toen had Mido er zo genoeg van dat hij die schaar naar Zlatan gooide. Ze hebben het zelf daarna overigens ook weer opgelost. Wat Zlatan de rest van zijn carrière liet zien, liet hij meteen ook al op trainingen bij Ajax zien. Hij was een man van acties. In een wedstrijd wilde hij het liefst drie man passeren voordat hij de bal afgaf. En hij wilde scoren. Als zijn actie mislukte, werd hij weleens uitgefloten. Daar begreep hij niets van. Ik vertelde hem zich niets van het publiek aan te trekken. Maar ja, dat was niet zo simpel als het klinkt. Ik stimuleerde hem in de wedstrijd niet anders te zijn dan op de training, waar ik soms met open mond naar hem stond te kijken. Wat ons bond? We waren beiden jongens van de straat, jongens die bij wijze van spreken niet deugden en ook allebei alleen door onze moeders waren opgevoed. Zonder dat we dat uitspraken, gaf dat een verbondenheid. We waren eenzelfde soort mens. Zlatan is arrogant, is echt het mannetje, denkt altijd dat hij met alles de beste is. Zo staat hij in het leven. Tegelijk interesseert het hem niet wie je bent of wat je doet, hij beoordeelt je als mens. Als hij je mag, doet hij alles voor je. Hij vond aan mij leuk dat ik ook maling had aan alles en iedereen en dat ik goed kon voetballen. Hij voelde zich bij mij thuis, ik heb hem opgevangen en door mij voelde hij zich ook thuis bij Ajax.” Ronald Koeman (volgde in december 2001 Co Adriaanse op als trainer van Ajax) “Ik trof een spelersgroep aan die niet alleen jong was, maar ook qua hardheid en beleving niet in evenwicht was. Dus ik haalde meteen Jan van Halst uit die zogenaamde kleedkamer 2. Uit de gesprekken met Beenhakker had ik wel begrepen dat Zlatan het grootste talent was. Maar hij had het moeilijk, vooral met het spelen als nummer negen tussen twee buitenspelers. Dat zijn buitenlandse spitsen niet gewend. Onder mij speelde hij in het begin ook niet alles, stond Mido weleens in de spits. Europees speelde hij wel altijd, omdat ik dan geregeld met twee spitsen speelde. De ene keer vervulde hij die rol van nummer 9 beter dan de andere keer, maar dat hij kwaliteiten had, daaraan twijfelde niemand. Zijn lichte voetenwerk en zijn lengte, maar ook zijn kracht, maakten hem uniek. In die wedstrijd van het schaarincident, een jaar na mijn aanstelling, viel Mido in. Op een gegeven moment stond Zlatan voor de goal en gaf Mido de bal niet. Na de wedstrijden gingen ze daarover door, ze scholden op elkaar. Zlatan was geen makkelijke jongen, hij kon de ene dag vrolijk naar huis gaan en de volgende dag zo nors de kleedkamer binnenkomen dat je dacht: met wie heeft hij ruzie gehad? Je wist nooit in welke gemoedstoestand hij verkeerde. Op trainingen kon hij ook weinig hebben, wilde hij weleens een elleboogje uitdelen, behalve aan Chivu. Ik zette Chivu in partijtjes dus altijd maar op Zlatan, want Chivu mocht hem aanpakken. Dat vond hij nog leuk ook. Ik heb in het begin veel tijd in hem gestoken, veel met hem gesproken. Hij was jong, woonde alleen in Amsterdam en was soms ook wel baldadig. Ik weet niet of ze in een Porsche of Maserati reden maar ik weet wel dat Mido en Zlatan nog weleens te hard reden, ook op het dek van de Arena. Dat kreeg ik als trainer dan op m’n bordje. Dus ik sprak met hem over z’n leven buiten het voetbal. Ik moest zo’n speler ook een beetje opvoeden. Op een gegeven moment was een transfer niet meer tegen te houden. Ik was het alleen niet eens met Louis van Gaal, toen technisch directeur, die zei dat als we zeven of acht miljoen konden vangen, Zlatan verkocht mocht worden. Dat was voor mij onbespreekbaar. Zo’n jongen konden we niet tegenhouden, maar ik kon me pas neerleggen bij het dubbele bedrag. Bracht hij niet iets van zeventien miljoen euro op? Vlak voor die transfer hadden we nog dat gesprek met de hele selectie over het incident tussen Van der Vaart en Zlatan tijdens Zweden- Nederland. Iedereen wist dat het niet boterde tussen die twee. Zlatan was de nummer 9, maar bij Ajax is ook de nummer 10 heel belangrijk en dat was Rafael. Bij Ajax scoorde de tien ook altijd veel, of het nou Dennis Bergkamp, Jari Litmanen of Van der Vaart was. De nummer 9 moest vaak ruimte maken voor de nummer 10. Maar of dat de oorzaak van de verwijdering is, weet ik niet. Ze lagen elkaar gewoon niet. Toevallig zaten mijn vrouw Bartina en ik later in een restaurant in Manchester te eten toen Zlatan binnenkwam. Hij kwam even aan ons tafeltje een praatje maken. Er is altijd wederzijds respect tussen ons geweest en gebleven.”  

Voetbal

Dé sportmomenten van 2025: topscorer aller tijden Memphis Depay

Rond Memphis Depay is het [...]
Rond Memphis Depay is het nooit rustig geweest. Het is een speler over wie iedereen een mening heeft. Dat zal wel altijd zo blijven. Memphis wist de ogen al van jongs af aan op zich gericht. Hij brak door bij PSV, bondscoach Louis van Gaal nam hem al op zijn twintigste mee naar het WK van 2014. Memphis kwam in de tweede groepswedstrijd tegen Australië meteen na rust in het veld, scoorde en gaf een assist. Nederland won met 3-2 en Memphis werd de jongste Nederlandse doelpuntenmaker op een WK. Hij scoorde daarna ook tegen Chili, kreeg veel speeltijd en werd genomineerd voor de Young Player Award. Vanaf dat moment was Memphis helemaal ‘los’. In het seizoen 2014/2015 werd hij landskampioen met PSV, topscorer van de eredivisie en gekozen als Talent van het Jaar. Tal van topclubs aasden op zijn handtekening, maar Memphis koos uiteindelijk voor het Manchester United van Van Gaal. Een gelukkig huwelijk werd het niet. Bij Olympique Lyon deed hij weer van zich spreken. Hij verdiende een transfer naar het Barcelona van Ronald Koeman, die als bondscoach ook altijd voor hem in de bres sprong. Via Atlético Madrid kwam hij uiteindelijk in Brazilië terecht, bij Corinthians. Zoals eerder gezegd: Memphis is een speler over wie iedereen een mening heeft. Over zijn keuzes voor clubs. Over zijn gedrag naast het veld. Over zijn kledingkeuze. Over de documentaire die over hem werd gemaakt. Over zijn spel. Over zijn rol in het Nederlands elftal. Over het feit of hij na een zware kruisbandblessure nog wel goed genoeg was voor Oranje. En Memphis? Die ging altijd stoïcijns door. Hij bleef scoren, bleef zijn criticaster de mond snoeren. Met de teruggekeerde bondscoach Ronald Koeman als de man die hem de ruimte geeft om Memphis te zijn. In september loste hij Robin van Persie af als topscorer aller tijden van Oranje. Zijn teller staat inmiddels op 54 goals in 105 interlands. Na afloop van de met 3-2 gewonnen WK-kwalificatiewedstrijd in Litouwen sprak Memphis de veelbelovende woorden: “Jullie zijn nog niet van me af.” Wordt het WK van komende zomer zijn toetje?

Voetbal

Dé sportmomenten van 2025: recordinternational Spitse zwaait af

Na 248 wedstrijden zit de [...]
Na 248 wedstrijden zit de interlandcarrière van recordinternational Sherida Spitse erop. Ze speelde haar laatste interland, een oefenwedstrijd tegen Canada, in oktober in Nijmegen (1-0 winst). Sherida verliet het veld in de 48ste minuut onder luid applaus en met een erehaag van haar medespeelsters. Sherida maakte haar Oranjedebuut in 2006, op zestienjarige leeftijd. Ze gaf het Nederlands elftal, als jarenlange aanvoerster, kleur. Eerder in Helden zei ze over haar ontwikkeling: “Bij het EK van 2009 zat ik op de bank, heb ik vooral heel veel warmgelopen. Ik was achttien, keek goed om me heen en moest mijn job doen. Uiteindelijk werd ik basisspeelster, maar ik voelde de opdracht om me wel te blijven ontwikkelen. Omdat het Nederlandse vrouwenvoetbal ook met sprongen vooruitging. Ik moest mee.” Sherida was er ook bij toen de Oranjevrouwen in 2015 voor het eerst meededen aan het WK. Net als twee jaar later, toen in Utrecht de Europese titel werd veroverd. In 2019 won ze WK-zilver. Maar teleurstelling was er ook. Door een knieblessure miste Sherida de Spelen van 2021 in Tokio. En op haar laatste EK, vorige zomer, werd Oranje al in de poulefase uitgeschakeld. Bijna twee decennia lang was ze een van de belangrijke gezichten van het vrouwenvoetbal. Ze heeft niet alleen de sport zien veranderen, Sherida wás de sport.

Voetbal

Dé sportmomenten van 2025: de doorbraak van Kees Smit

Kees Smit had een jaar om van te dromen. Hij werd [...]
Kees Smit had een jaar om van te dromen. Hij werd basisspeler bij AZ en vervulde in de zomer een hoofdrol op het EK onder 19. De negentienjarige middenvelder leidde Oranje naar de Europese titel, werd topscorer en uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Sindsdien staat hij nog meer in de schijnwerpers. Tot zijn fans behoort ook bondscoach Ronald Koeman. En tal van topclubs houden hem goed in de gaten. We spraken hem voor het eindejaarsnummer. ‘Wat goed is, komt snel,’ is de bekende uitdrukking. “Het was een prachtig jaar. Ik ben vaste basisspeler bij AZ geworden. En ik denk dat je ook doelt op het EK onder 19.” Uiteraard. Jullie werden Europees kampioen. “We wilden zo graag presteren. Bij het EK onder 17 in 2023 werden we in de poulefase al uitgeschakeld. Dit EK speelden we ongeveer met dezelfde groep jongens. We zeiden tegen elkaar dat de uitkomst nu wel anders moest zijn…. Er was best wat spanning, we wisten eigenlijk niet hoe goed we waren ten opzichte van andere landen. De eerste wedstrijd tegen Duitsland wonnen we met 3-0. Toen begonnen we te geloven dat we heel ver konden komen. Maar dat we zóver zouden komen…” In de derde poulewedstrijd tegen Engeland (4-2) maakte je een wereldgoal. Je nam een corner kort, kreeg de bal terug en krulde hem in de verre hoek. Het leek of jij dat zo ongeveer met twee vingers in je neus deed. “Die zat er lekker in. Toch springt de halve finale tegen Roemenië er voor mij uit, toen speelde ik echt goed. Het hele toernooi speelden we als team goed, alleen de finale tegen Spanje was het wat minder. Toch wonnen we met 1-0,” Jij kwam gedurende het toernooi gigantisch in de schijnwerpers te staan, scoorde in vier van de vijf wedstrijden. Jij werd daarmee topscorer van het toernooi en ook nog verkozen tot beste speler. “Ik dacht: ik ga gewoon een lekker toernooitje voetballen. Ik had echt niet verwacht dat ik zo in de belangstelling zou komen te staan. Via social media kreeg ik alles mee. Ik had een goed toernooi gespeeld en veel gescoord, dus verwachtte ook wel een beetje dat ik de prijs voor beste speler zou krijgen, maar dat maakte het niet minder speciaal.” Ronald Koeman liet jouw naam al vallen met het oog op het WK van komende zomer. Voormalig bondscoach Guus Hiddink pleitte er in Studio Voetbal al voor om jou alvast aan het Nederlands elftal te laten ruiken. Hij zei: ‘Hallo, er komt wel iemand aan, hè.’ Lachend: “Dat heb ik gehoord. Ik weet niet of ik nu al klaar ben voor het Nederlands elftal. Ik ben goed op weg, maar vind ook dat ik – in ieder geval het komende half jaar – meer moet laten zien bij AZ. Maar natuurlijk zou het heel mooi zijn om nu al geselecteerd te worden voor het Nederlands elftal.” ‘Ik dacht: ik ga gewoon een lekker toernooitje voetballen’ Je wordt vaak vergeleken met Kevin De Bruyne, ook vanwege jouw rode haar. “Ik heb al vaker geroepen dat ik heel graag naar het spel van De Bruyne kijk, maar op dit moment vind ik Pedri van Barcelona de beste speler ter wereld. Ik kan zo van zijn spel genieten, alles wat hij doet is goed. Hij is zo dominant, bepaalt in zijn eentje het tempo van de wedstrijd.” Over jou spreken de analisten ook lovend. Theo Janssen zei in Studio Voetbal na de uitwedstrijd tegen Ajax, die jullie met 2-0 wonnen: ‘Hij passeert met loopacties à la Frenkie de Jong. Van hem zie je soms echt wel vleugjes van terug.’ Lachend: “Ik denk dat ik dat ook wel kan, ja, maar Frenkie is wel een stapje verder, hoor.”   Lees het hele interview met Kees Smit in het eindejaarsnummer van Helden.

Voetbal

Dé sportmomenten van 2025: Stoomlocomotief Denzel Dumfries

Met zijn hele ziel en zaligheid heerste Internazionale [...]
Met zijn hele ziel en zaligheid heerste Internazionale rechtsback Denzel Dumfries in de halve finales van de Champions League tgen Barcelona. In Barcelona (3-3) was hij goed voor twee goals en een assist en werd hij verkozen als man of the match. Bij de return in Milaan (4-3) was hij goed voor twee assists. En zo haalde Inter dankzij hoofdrolspeler Dumfries voor de zevende keer in de historie de Champions League-finale. Die werd niet wat hij ervan had verwacht. Paris-Saint Germain won op 31 mei met liefst 5-0 van Inter. “Een lange neus trek ik niet, boven­ dien kan ik me wel voorstellen dat niet iedereen het meteen in mij zag zitten. Ik was op mijn twintigste nog zeker niet de beste, dat zag ik ook wel. Maar het tegen­ gas dat ik heb gehad, hebben mij extra gemotiveerd, hebben me sterker gemaakt. Ik was al jong goed in het ana­lyseren van wat ik tekort kwam en ben veel gaan trainen om mijn zwakke pun­ten te verbeteren. Zo kwam ik ook bij Esajas terecht. Ik realiseerde me al snel dat ik eigenlijk alles in mijn spel moest verbeteren om de top te halen. Ik zag dat mijn trap en mijn voorzetten beter moes­ ten. Daarop heb ik uren getraind. Want wat ik ook wist: ik wilde de top halen”, zei Denzel in Helden.

Voetbal

Dé sportmomenten van 2025: het bekersprookje van Go Ahead Eagles

Op paasmaandag liet Go Ahead Eagles de kuip ontploffen. [...]
Op paasmaandag liet Go Ahead Eagles de kuip ontploffen. Voor de eerste keer in de historie van de club won het de KNVB-beker. Na strafschoppen rekende het af met AZ. Het leverde de club een gigantisch feest en de league fase van de Europa League op. Daarin stuntte ze vorige maand al tegen Premier League gigant Aston Villa. Onze columnist en Eagles supporter Özcan ‘Eus’ Akyol volgde het van dichtbij. “Het liefst voed ik mijn kinderen op met een realistisch wereldbeeld. Als ouder, die het beste met ze voor heeft, is het geenzins mijn opvatting om ze weg te houden bij de rauwe werkelijkheid, ingeruild voor een mierzoet fictief sprookje. Om die reden ben blik dat ik het levenslicht zag in Deventer, tussen de andere kinderen die meer armoede dan liefde in hun jeugd kenden, vaker werden afgewezen dan verwelkomd, en in een voetbalstadion geoefend raakten in vloeken in plaats van juichen. De Adelaarshorst was voor mensen van mijn generatie een mooie opwarmer voor het grote mensen leven, dat eveneens hard, cynisch en voor anderen kan zijn. Ik neem deze gedachte altijd mee naar Go Ahead Eagles. Als ik onderweg naar mijn dochter kijk denk ik : goed, je bent weer heel de week in de watten gelegd, met je cadeautjes en je complimenten, dus nu is het even tijd voor de inktzwarte ernst van het bestaan, namelijk dat je niet altijd kunt winnen. Maar nee, hoor, vanaf het moment dat Mia bij ons is, en bewust kan observeren, bereikt de club de ene mijlpaal na het andere. Dit jaar, in de feestweek waarin we twee keer tegen PSV moesten, voelde ik zelfs als vader lichte irritatie over de fenomenale prestatie van Kowet.>De gemiddelde Deventenaar van een zekere leeftijd uit de arbeidersklasse is het gewend om geen cadeautjes te verwachten van het leven. Maar nu werden ze aan iedereen uitgedeeld, ongeacht je afkomst of leeftijd. Voor mij was de bekerfinale nog steeds een wonder. Wij zijn niet geboren om te verliezen. Niet meer”