Word abonnee
Meer

Schaatsen

Hoe Irene Schouten in Beijing onklopbaar werd

Bijna alles wat Irene Schouten in 2022 aanraakte, [...]
Bijna alles wat Irene Schouten in 2022 aanraakte, veranderde in goud. Ze werd drievoudig olympisch kampioen op de Winterspelen in Beijing op de 3000 meter, de 5000 meter en de massastart, en vlak daarna nog ‘even’ wereldkampioen allround. Na de Winterspelen zochten we de kampioen op. Jij won alles dit jaar, inclusief de titel ‘mooiste sportvrouw van het jaar’, uitgeroepen door mannenblad FHM. Irene lachend: “Er is veel veranderd, ik sta meer in de belang­ stelling dan een jaar geleden.” We zien je in de ene na de andere mooie fotoshoot. Doen we jou daar een plezier mee? “Ik vind het leuk om mooie foto’s van mezelf te hebben, maar vooral omdat ik daar later dan op kan terugkijken, zo van: toen zag ik er nog een stuk beter uit.” Vliegen de verzoeken jou om de oren? “Ik word geregeld door bedrijven gevraagd om presentaties te geven, dat vind ik leuk om te doen. Of merken willen dat ik iets promoot op Instagram, maar dat vind ik minder interessant. Dat gaat vooral om hoeveel volgers je hebt. Ik ben gaan schaat­ sen omdat ik wil winnen, niet om groot te zijn op Instagram. Bovendien is de jongere generatie veel makkelijker met social media. Ik moet altijd vragen: hoe werkt dit, hoe plaats ik dat ook alweer?” 'Met Koningsdag was ik in Amsterdam. Het is best leuk als mensen me herkennen en een praatje maken, totdat ze drank op hebben...' Wat is het verschil tussen Irene nu en die van twee jaar geleden? “Ik ben een stuk zelfverzekerder geworden. De droom die ik als klein meisje had, is uitgekomen. Ik ben nog steeds dezelfde Irene, maar ik merk dat mensen om mij heen anders naar mij kijken. Er wordt meer tegen mij opgekeken. Laatst was ik aan het hardlopen. Een oud mannetje hield mij aan en zei dat hij zo van me heeft genoten deze winter en dat hij hoopt dat ik nog lang doorga. Dat zijn de leuke dingen. Met Koningsdag was ik in Amsterdam. Het is best leuk als mensen me herkennen en een praatje maken, totdat ze drank op hebben...” Minder trainen Irene’s zegereeks in 2022 begon met het Nederlands kampioen­ schap marathon op 1 januari, haar zesde nationale titel op rij. Daarna volgde de EK Afstanden waarbij ze de 3000 meter, massastart en ploegenachtervolging won. “Mijn succes­ sen voorafgaand aan de Spelen waren een tussenstap naar het grote doel: olympisch goud. Goud winnen in Beijing zat altijd in mijn achterhoofd de afgelopen twee jaar, waar ik ook was. Het laatste jaar werd dat extreem. Als ik met vriendinnen naar het strand ging, dacht ik: ik moet oppassen als ik de zee inloop, want als ik een misstap maak of een schelpje in mijn voet krijg, dan kan ik twee dagen niet trainen.”Al jaren was Irene een klasse apart op de marathon en de massa start. Op de massastart werd ze twee keer wereldkampioen en ze won vier jaar geleden olympisch brons op de Spelen in Pyeongchang. Maar sinds 2021 staat er ook geen maat op haar op de 3000 en 5000 meter. Ze werd de eerste Nederlandse wereldkampioene op de 5000 meter, pakte tijdens de NK op beide afstanden de titel en reed twee baanrecords. “Pas na die wereldtitel op de 5000 meter wist ik: ik heb nu ook kans op olympisch goud. Die titel maakte mij zelfverzekerder, ik wist dat ik die meiden kon verslaan. Ik had geproefd van het succes, wilde meer. Dat heeft een groot verschil gemaakt. Mijn mindset is niet veranderd, ik wilde altijd al winnen, maar mijn gevoel werd na die titel wel anders.” Irene werkt al jaren samen met Jillert Anema bij Team Zaan­ lander, een marathon­ en langebaanteam. Twee jaar geleden trok het team ook schaatstrainer Arjan Samplonius aan. “Jillert deed veel alleen. Onze toenmalige sponsor vroeg me naar mijn plannen. Ik zei: ik blijf graag bij de ploeg, maar je kunt geen vijftien schaatsers in je eentje trainen. Het was nog twee jaar tot de Spelen, ik voelde dat de tijd begon te dringen en wilde er graag een trainer bij. Jillert was het ermee eens. Bij een andere ploeg kon Arjan meer verdienen, maar in onze ploeg zag hij wel veel potentie. Arjan kon ook veel leren van Jillert. De hele ploeg heeft uiteindelijk profijt gehad van zijn komst. Arjan had weer andere inzichten.” Welke waren dat? “Fysiek was ik altijd al goed. Ik trainde altijd met de mannen mee en had dan nog het gevoel dat ik te weinig deed. Na een training had ik nog energie over. Ik dacht altijd dat ik meer moest geven, daar beter van zou worden. Toen Arjan erbij kwam, vond hij juist dat ik te veel trainde. Arjan zei: ‘Leuk, drie uur skeeleren, maar een 5000 meter duurt maar zeven minuten.’ Ik moest ervoor zorgen dat ik al mijn energie in zeven minuten op kon maken. Ineens mocht ik maar anderhalf uur skeeleren. Mentaal was dat heel zwaar. De mannen uit mijn ploeg gingen na die anderhalf uur door, ik moest stoppen. Ook mocht ik minder lang wielrennen. Daardoor werd ik bergop ook minder sterk dan voorheen. Dat voelde tegenstrijdig. In de zomer voor­ dat ik wereldkampioen op de 5000 meter werd, dacht ik: dit gaat helemaal niet goed. Ik werd er enorm onzeker van. Maar toen de ijstrainingen begonnen, vloog ik weg. Ik werd dat jaar Nederlands kampioen op de 3000 en 5000 meter en wist: ik zit op de goede weg.” Dat klinkt als de ideale stap: minder trainen, maar sneller schaatsen? “Door de komst van Arjan ben ik ook technisch anders gaan schaatsen. Voorheen schaatste ik te gehaast. Fysiek kan je heel goed zijn, maar als je het technisch niet goed uitvoert, dan lukt het alsnog niet. Omdat wij een marathonploeg zijn, zie je dat geregeld terug bij ons. Veel marathonrijders zijn fysiek heel erg goed, maar technisch een stuk minder. Ik wist wel dat dat bij mij ook zo was, maar ik nam er nooit de tijd voor om mijn techniek aan te passen. Dat veranderde ook met de komst van Arjan. Ik moest meer de tijd nemen voor mijn slagen. Wij werken niet met videobeelden, vooral met gevoel. Dan deed ik een oefening en vroeg Arjan: ‘Hoe voelt dit?’ Ik voelde vrij snel dat ik minder snel moe werd na die technische wijzigingen. Dankzij Arjan heb ik die laatste stap naar de top kunnen zet­ ten. De combinatie Arjan en Jillert werkt heel goed voor mij.” Excuses Als de te kloppen vrouw op de 3000 en 5000 meter en de mass start, reisde Irene in januari af naar Beijing. “Je kunt wel tegen jezelf zeggen: tijdens een NK voel ik ook druk, maar dat is zo’n andere druk dan op de Olympische Spelen. Tijdens de trainin­ gen in Beijing zag ik alle landen op mij letten. Of het nou de Italianen, Japanners of Canadezen waren: iedereen was mijn rondetijden aan het klokken. Het scheelde dat ik de Spelen al eerder had meegemaakt, maar vier jaar geleden was ik niet de favoriet, in Beijing wel. Ik heb me afgesloten voor alles. Had alle social media van mijn telefoon verwijderd. Ik nam een ander telefoonnummer dat ik alleen met familie en vrienden deelde.” Is er geprobeerd jou van je stuk te brengen? “Niet door mijn concurrenten, maar de Nederlandse media probeerden dat wel.” Dat had alles te maken met een achtdelige videoserie van DPG Media waarin Irene en Team Zaanlander waren gevolgd in aan­loop naar de Spelen. In een van die video’s bleek dat er wrijving was ontstaan in de achtervolgingsploeg. “Tijdens de wereldbekerwedstrijd in Salt Lake City verliep de ploegenachtervolging niet super. De documentairemakers hadden hier beelden van en hadden het zo geknipt en geplakt dat zowel Ireen als ik er niet goed uitkwamen. Ik vond ook dat Ireen niet goed werd neergezet in die aflevering, maar persoonlijk had ik niks verkeerd gezegd. Er was aan mij gevraagd: ‘Denk je dat het goed komt met de ploegenachter­volging?’ Ik had in de video gezegd: het ligt eraan wie ze inzet­ten. Met de gedachte: als de bondscoach míj niet inzet, dan gaan ze ook niet winnen. Eén journalist zette in de krant dat ik het over Ireen had, en alle kranten namen dat over. Ik had allang met Ireen contact gehad, wij gaan goed met elkaar om. Wij wilden juist samen veel trainen en gingen allebei voor goud. Wij organiseerden nota bene zelf onze trainingen, omdat de bondscoach maar niet doorkwam.” Inmiddels ex-bondscoach Jan Coopmans was woest en reageerde in de media op de video. “Als hij dat niet had gedaan, was er niks aan de hand geweest. Ik moest mijn excuses aanbieden, terwijl ik dacht: waarvoor? Ik heb niks ver­keerd gezegd. Alle media wilden met me praten. Ik besloot alleen de NOS te woord te staan, want op tv konden ze mijn woorden niet verdraaien. De volgende dag stond in De Telegraaf: ‘Irene is verhit en zenuwachtig, ze gaat ten onder aan de druk.’ Een vriendin van me had met de beste bedoelin­ gen dat artikel doorgestuurd... Ik vond het heftig om mee te maken en snapte het niet. Je wil toch fan zijn van de Neder­landse schaatsers in plaats van dat je ze van tevoren al de grond in boort? Maar de knop moest om, de 3000 meter kwam eraan, daar wilde ik me op focussen.” Gave Op de 3000 meter kwam Irene in de laatste rit in actie tegen de Italiaanse Francesca Lollobrigida. “Ik was heel zenuwachtig. De eerste twee rondjes gingen niet goed, ik moet er altijd even in komen. Na een paar rondjes lukte dat en ik wist: als ik zo door blijf gaan, dan red ik het. Tijdens de rit was ik alleen maar met mijn tegenstander bezig, niet met tijden. Van tevoren wist ik: Lollobrigida kan ik wel hebben, maar de rit voor ons reed de Canadese Isabelle Weidemann. Zij had de snelste tijd gereden. Het zou gaan tussen haar en mij. Toen ik over de finish kwam, wist ik nog niet meteen dat ik had gewonnen. Maar toen ik de tijd zag, voelde ik zoveel ontlading. Er viel veel druk van me af. Ik was het meest blij met het goud op de 3000 meter. Het was de eerste afstand na die hele rel. Ik moest laten zien dat er niks aan de hand was, dat de media het fout hadden. Na het eerste goud waren ze ineens mijn beste vrienden. ‘Wat heb je gewel­dig geschaatst,’ hoorde ik, terwijl ik dacht: twee dagen geleden schreef je nog wat anders over me...” Het was niemand eerder gelukt om in de laatste rit olympisch kampioen te worden. “Dat kreeg ik ook te horen. En van die dingen als: wist je dat zoveel procent van de favorieten het niet haalt? Journalisten zeiden dat, maar ik hoorde het ook als ik thuis naar de supermarkt ging. Eerst begreep ik nooit waar­ om topsporters een klein wereldje houden met weinig mensen om zich heen. En dat voetballers niet graag op plekken komen waar veel mensen zijn. Ze moeten met zoveel mensen praten die er geen verstand van hebben. Nu snap ik hen.” Heb je de race vaak teruggekeken? “Dat moet ik nog steeds doen. De andere races heb ik ook nog niet gezien, ik ben bang dat ik denk: shit, ik had zo de bocht in moeten gaan. Dat ik toch nog te kritisch op mezelf ben.” Vijf dagen later volgde de 5000 meter, ze moest weer in de laatste rit tegen Lollobrigida. “Van vier wedstrijden schaatsen op de Spelen word je niet moe, hoor. Maar dat iedere keer weer opladen, daar ga je kapot aan. Weidemann was beter op de 5000 meter dan op de 3000 meter, dus dat was nog even gevaarlijk. Zij reed 6.48, ik dacht: dit is wel heel hard. Ik had dat nog maar een keer eerder gereden. Op gevoel heb ik mijn eigen rit opgebouwd, ik wist niet hoe ik ervoor stond. Maar in het laatste rondje zag ik dat er een groen balkje achter mijn naam stond. Normaal gesproken pak ik in die laatste ronde altijd veel tijd op de rest, ik wist dus wel dat het ging lukken.” Irene vermorzelde haar concurrenten, reed 6.43,51 “Ik had ook nog een olympisch en Nederlands record gereden, daar was ik blij mee. De 3000 meter was weliswaar ook een olympisch record, maar ik had niet laten zien wat ik in me had. Nu had ik dat wel gedaan.” Daarna stond de bewuste ploegenachtervolging op het programma. “Gelukkig was er tussen Ireen en mij niks aan de hand. Wij hadden tegen elkaar gezegd: ‘Wij weten hoe het zit.’ Maar we waren er wel mee bezig. Dan moesten we samen lachen in de training en dachten we: nu denken mensen vast dat wij aan het toneelspelen zijn. Ireen en ik wisten niet meer wat voor houding we moesten aannemen.” Keek je door die negatieve lading ook een beetje tegen de ploegenachtervolging op? “Nee. Ireen en ik waren zo goed in vorm. Zij had goud ge­ wonnen op de 1500 meter en ik op de 3000 en 5000 meter. Ik dacht: het moet lukken. We waren de beste combinatie, maar je moet ook nog samen kunnen rijden. Een maand eerder waren we nog Europees kampioen geworden, samen met Antoinette de Jong. Maar bij de ploegenachtervolging hoef je niet altijd drie van de beste rijders te hebben, je moet als team goed zijn. Bij ons liep het niet.” In de halve finale verloor Nederland van Canada. In de wed­ strijd om het brons troefde Nederland Rusland af, met Marijke Groenewoud in plaats van Antoinette de Jong. “Eerst baalde ik heel erg van het brons, later dacht ik: die andere landen hebben er wél veel op getraind, logisch dat wij niet hebben gewonnen. Het heeft de KNSB ook wel de ogen geopend: misschien moet de bond concluderen dat voor Nederlanders de individuele afstanden het belangrijkst zijn. En als de bond de ploegen­ achtervolging wel belangrijk vindt, dan moeten we er ook echt voor gaan.” Na het brons had Irene nog de mass start te gaan. Wederom was ze de torenhoge favoriet. Met nog vijf rondjes te gaan viel haar teamgenote Marijke Groenewoud. Irene moest het in haar een­ tje opknappen. “De mass start is nooit een zekerheidje. Je kunt de beste zijn en toch verliezen. Met Marijke had ik afgesproken dat zij de sprint zou aantrekken en ik er dan voorbij zou gaan. Dat kon niet meer, ik moest het zelf doen. De vraag is: wanneer ga je? Niet te vroeg, maar ook niet te laat. Die week had ik er best goed op geoefend, vooral op het aansnijden van de laatste bocht. Toen de Canadese Ivanie Blondin binnendoor ging met nog 200 meter te gaan, dacht half Nederland waarschijnlijk: Irene gaat het niet redden. Maar ik dacht: ik heb hem, mijn trainers en fysio’s wisten dat ook. We hadden zo goed op die bocht getraind.” Toen had je de trilogie binnen. Hoe vaak moest jij je in je arm knijpen? “Heel vaak. Nog steeds, hoor. Op de Spelen in 2018 keek ik met zoveel bewondering naar sporters die goud hadden gewon­ nen, ik dacht: wow: die hebben zo’n gave. Nu ben ik degene met die gave. Een gek gevoel. En dan drie keer goud op een Spelen, bizar toch?” Je hebt de bijna onmogelijke prestatie van Yvonne van Gennip geëvenaard, die drie keer goud won op de Spelen in 1988. Heb je haar gesproken? “Na de 5000 meter kwam ze naar me toe. Ze zei: ‘Nog eentje, hè?’ Het zijn nu wel heel andere tijden, hoor, met een ploegenachtervolging en mass start erbij. Dat had zij in die tijd niet. Vroeger keek ik tegen Yvonne op en het is nog steeds een gek idee dat mensen nu tegen mij opkijken. Als ik op de skeelerbaan in de buurt aan het trainen ben, komen er meisjes met hun vader en moeder kijken. Een vader kwam een keer op me af en zei: ‘Misschien is het wel leuk om even te stoppen, al die meisjes willen met je op de foto.’ Ik stond daar op dat moment helemaal niet bij stil. Maar vroeger stond ik zelf ook naast de skeelerbaan naar Gretha Smit te kijken.” Gave Op de 3000 meter kwam Irene in de laatste rit in actie tegen de Italiaanse Francesca Lollobrigida. “Ik was heel zenuwachtig. De eerste twee rondjes gingen niet goed, ik moet er altijd even in komen. Na een paar rondjes lukte dat en ik wist: als ik zo door blijf gaan, dan red ik het. Tijdens de rit was ik alleen maar met mijn tegenstander bezig, niet met tijden. Van tevoren wist ik: Lollobrigida kan ik wel hebben, maar de rit voor ons reed de Canadese Isabelle Weidemann. Zij had de snelste tijd gereden. Het zou gaan tussen haar en mij. Toen ik over de finish kwam, wist ik nog niet meteen dat ik had gewonnen. Maar toen ik de tijd zag, voelde ik zoveel ontlading. Er viel veel druk van me af. Ik was het meest blij met het goud op de 3000 meter. Het was de eerste afstand na die hele rel. Ik moest laten zien dat er niks aan de hand was, dat de media het fout hadden. Na het eerste goud waren ze ineens mijn beste vrienden. ‘Wat heb je geweldig geschaatst,’ hoorde ik, terwijl ik dacht: twee dagen geleden schreef je nog wat anders over me...” Het was niemand eerder gelukt om in de laatste rit olympisch kampioen te worden. “Dat kreeg ik ook te horen. En van die dingen als: wist je dat zoveel procent van de favorieten het niet haalt? Journalisten zeiden dat, maar ik hoorde het ook als ik thuis naar de supermarkt ging. Eerst begreep ik nooit waar­ om topsporters een klein wereldje houden met weinig mensen om zich heen. En dat voetballers niet graag op plekken komen waar veel mensen zijn. Ze moeten met zoveel mensen praten die er geen verstand van hebben. Nu snap ik hen.” Heb je de race vaak teruggekeken? “Dat moet ik nog steeds doen. De andere races heb ik ook nog niet gezien, ik ben bang dat ik denk: shit, ik had zo de bocht in moeten gaan. Dat ik toch nog te kritisch op mezelf ben.” Vijf dagen later volgde de 5000 meter, ze moest weer in de laatste rit tegen Lollobrigida. “Van vier wedstrijden schaatsen op de Spelen word je niet moe, hoor. Maar dat iedere keer weer opladen, daar ga je kapot aan. Weidemann was beter op de 5000 meter dan op de 3000 meter, dus dat was nog even gevaarlijk. Zij reed 6.48, ik dacht: dit is wel heel hard. Ik had dat nog maar een keer eerder gereden. Op gevoel heb ik mijn eigen rit opgebouwd, ik wist niet hoe ik ervoor stond. Maar in het laatste rondje zag ik dat er een groen balkje achter mijn naam stond. Normaal gesproken pak ik in die laatste ronde altijd veel tijd op de rest, ik wist dus wel dat het ging lukken.” Irene vermorzelde haar concurrenten, reed 6.43,51 “Ik had ook nog een olympisch en Nederlands record gereden, daar was ik blij mee. De 3000 meter was weliswaar ook een olympisch record, maar ik had niet laten zien wat ik in me had. Nu had ik dat wel gedaan.” Daarna stond de bewuste ploegenachtervolging op het programma. “Gelukkig was er tussen Ireen en mij niks aan de hand. Wij hadden tegen elkaar gezegd: ‘Wij weten hoe het zit.’ Maar we waren er wel mee bezig. Dan moesten we samen lachen in de training en dachten we: nu denken mensen vast dat wij aan het toneelspelen zijn. Ireen en ik wisten niet meer wat voor houding we moesten aannemen.” Keek je door die negatieve lading ook een beetje tegen de ploegenachtervolging op? “Nee. Ireen en ik waren zo goed in vorm. Zij had goud ge­ wonnen op de 1500 meter en ik op de 3000 en 5000 meter. Ik dacht: het moet lukken. We waren de beste combinatie, maar je moet ook nog samen kunnen rijden. Een maand eerder waren we nog Europees kampioen geworden, samen met Antoinette de Jong. Maar bij de ploegenachtervolging hoef je niet altijd drie van de beste rijders te hebben, je moet als team goed zijn. Bij ons liep het niet.” In de halve finale verloor Nederland van Canada. In de wed­ strijd om het brons troefde Nederland Rusland af, met Marijke Groenewoud in plaats van Antoinette de Jong. “Eerst baalde ik heel erg van het brons, later dacht ik: die andere landen hebben er wél veel op getraind, logisch dat wij niet hebben gewonnen. Het heeft de KNSB ook wel de ogen geopend: misschien moet de bond concluderen dat voor Nederlanders de individuele afstanden het belangrijkst zijn. En als de bond de ploegen­ achtervolging wel belangrijk vindt, dan moeten we er ook echt voor gaan.” Na het brons had Irene nog de mass start te gaan. Wederom was ze de torenhoge favoriet. Met nog vijf rondjes te gaan viel haar teamgenote Marijke Groenewoud. Irene moest het in haar een­ tje opknappen. “De mass start is nooit een zekerheidje. Je kunt de beste zijn en toch verliezen. Met Marijke had ik afgesproken dat zij de sprint zou aantrekken en ik er dan voorbij zou gaan. Dat kon niet meer, ik moest het zelf doen. De vraag is: wanneer ga je? Niet te vroeg, maar ook niet te laat. Die week had ik er best goed op geoefend, vooral op het aansnijden van de laatste bocht. Toen de Canadese Ivanie Blondin binnendoor ging met nog 200 meter te gaan, dacht half Nederland waarschijnlijk: Irene gaat het niet redden. Maar ik dacht: ik heb hem, mijn trainers en fysio’s wisten dat ook. We hadden zo goed op die bocht getraind.” Toen had je de trilogie binnen. Hoe vaak moest jij je in je arm knijpen? “Heel vaak. Nog steeds, hoor. Op de Spelen in 2018 keek ik met zoveel bewondering naar sporters die goud hadden gewon­ nen, ik dacht: wow: die hebben zo’n gave. Nu ben ik degene met die gave. Een gek gevoel. En dan drie keer goud op een Spelen, bizar toch?” Je hebt de bijna onmogelijke prestatie van Yvonne van Gennip geëvenaard, die drie keer goud won op de Spelen in 1988. Heb je haar gesproken? “Na de 5000 meter kwam ze naar me toe. Ze zei: ‘Nog eentje, hè?’ Het zijn nu wel heel andere tijden, hoor, met een ploegenachtervolging en massa start erbij. Dat had zij in die tijd niet. Vroeger keek ik tegen Yvonne op en het is nog steeds een gek idee dat mensen nu tegen mij opkijken. Als ik op de skeelerbaan in de buurt aan het trainen ben, komen er meisjes met hun vader en moeder kijken. Een vader kwam een keer op me af en zei: ‘Misschien is het wel leuk om even te stoppen, al die meisjes willen met je op de foto.’ Ik stond daar op dat moment helemaal niet bij stil. Maar vroeger stond ik zelf ook naast de skeelerbaan naar Gretha Smit te kijken.” Tanden Na de Spelen volgde nog het WK allround in Hamar. “Jillert zei: ‘Alle grote schaatsers worden een keer wereldkampioen allround.’ Ik wilde daar per se bij horen. Ik wist dat als ik erop zou trainen, ik ver zou kunnen komen, maar ik had niet verwacht dat het meteen zou gaan lukken.” Dat besef kwam toen ze de 500 en 1500 meter had gereden. Irene, specialist op de lange afstanden, wist de schade op de kortere afstanden te beperken. Haar grote concurrent, de Japanse Miho Takagi, ging aan de leiding na de eerste dag. “Miho reed de 500 meter in 38 seconden. Ik kan best snel zijn, maar heb een trage start. Ik kan veel als ik erop train, maar dat had ik niet gedaan, mijn focus lag op de Spelen. Die 500 meter reed ik voor mijn doen best goed, in 39 seconden. Op de 1500 meter moest ik tegen Miho. Iedereen dacht: je moet dicht bij haar blijven, anders red je het niet. Maar Miho schoot bij de start al zover bij me vandaan. Ik probeerde haar bij te houden, maar werd te gehaast. Na twee ronden was ik bekaf. Ik reed op mijn tandvlees, er was een titel te verdelen. Na de1500 meter stond ik derde in het klassement, maar ik kon amper meer lopen.” Heb jij ambities om die 1500 er ook bij te pakken? “Soms denk ik daar weleens aan. Ik ben een keer vierde gewor­ den bij een wereldbekerwedstrijd, dat smaakte naar meer. Maar ik train er niet op en ik kan niet alles...” Op de tweede dag stelde ze haar wereldtitel veilig door zes seconden goed te maken op Takagi op de 5000 meter. In Hamar was er in tegenstelling tot Beijing wel publiek aanwezig. Hoe mooi was het om je wereldtitel met je familie en vrienden te kunnen vieren? “Mijn familie is opgegroeid met het WK allround. De oudere generatie is daar sowieso mee opgegroeid. Mijn man Dirkjan, mijn vader, schoonouders, fans uit het dorp, en zelfs de schoon­ ouders van mijn zus waren er. Het was de laatste wedstrijd van het seizoen, geweldig dat zij erbij konden zijn. Dirkjan rende naar beneden en vloog over het hek toen ik had gewonnen, het scheelde weinig of al zijn tanden lagen eruit.” Na het WK moest je je nóg een keer opladen voor een wereldbekerfinale. Hoe deed je dat? “Na afloop van het WK was. ik helemaal leeg. Ik weet nog dat ik in de auto zat naar een training en spontaan begon te huilen. Ik verontschul­digde me bij mijn trainers, zei: ik weet niet wat er met aan de hand is, hoor. Zij zeiden: ‘Neem rust, train maar niet, hopelijk heb je wat energie om een race te rijden. De 1500 meter had ik afgezegd, de 3000 meter reed ik wel. Ik won hem, maar iedereen zag: Irene kan niet meer.” Fotomodel Hoe reageerde jouw familie na die drie gouden medailles en de wereldtitel? “Ze waren zo trots. Mijn vader, broers en zus hebben gezien hoe hard ik ervoor heb gewerkt de afgelopen jaren. In trainin­ gen verzaakte ik nooit. Zij weten dat ik er heel veel voor op heb gegeven.” Het verhaal van de familie Schouten is bekend. Terwijl Irene en voorheen ook nog haar oudste broer Simon op wereld­ niveau schaatsten, werd er thuis in Andijk een internationaal opererend bloembollenbedrijf draaiende gehouden. Toen moeder Jolanda, de spil van het gezin, in november 2016 getroffen werd door een hersenbloeding, veranderden hun levens drastisch. De zorg kwam aan op vader Klaas en de kinderen, maar met de ambities van Irene werd ook rekening gehouden. Voelde het ook als een opluchting omdat je het hebt kunnen waarmaken? “Ja, zij hebben er zo aan bijgedragen. Als het in Beijing niet was gelukt, dan zou dat toch een teleurstelling zijn geweest, ook omdat zij zoveel voor mij hebben gedaan.” We kennen jouw vader als een nuchtere man. Zei hij dat hij trots op je was? “Ja, en toen ik thuis was, zag ik nog een filmpje van hem. Ze hadden met zijn allen in de kroeg op een groot scherm gekeken naar de 3000 meter. De race was klaar en het feest was begonnen, maar mijn vader stond nog in zijn eentje te kijken toen ik op het podium stond. Niemand keek, behalve mijn vader, met tranen in zijn ogen. Zo lief.” Wat heeft je moeder ervan meegekregen? “Twee jaar geleden kon ze nog zinnen zeggen en grap­ jes maken. Dan riep ze op de bank voor de tv: ‘Hup Irene, ik ben zo trots.’ Nu kan ze dat niet meer. Ze heeft een tijd in een verzorgingshuis gewoond, maar tijdens de coronapandemie mochten er geen mensen op bezoek komen en werd ze niet meer geprikkeld. Het ging steeds slechter met haar. We hebben met zijn allen besloten dat ze weer thuis moest wonen, bij mijn vader. Hij krijgt nu hulp van een mantelzorger. Het gaat nog steeds niet beter met haar, maar het is nog te vroeg om er iets over te zeggen. Nu ze thuis weer rust heeft, hopen we dat er vooruit­ gang komt. Mijn moeder heeft mijn medailles gezien, ik was haar ‘kampioen’. Maar de laatste tijd ben ik vooral haar model. Dan ziet ze een tijdschrift waar ik in sta, en roept ze: ‘Foto­ model.’” Vergunningen Wie denkt dat een wereldkampioen allround en drievou­dig olympisch kampioen het na het seizoen rustig aan kan doen, heeft het mis. “Vanaf april had ik bijna elke dag allerlei commerciële dingen op het programma staan of interviews. Familie en vrienden schoten er nog steeds bij in. Met de familie organiseren wij best veel feestjes. Vorig jaar had ik thuis afgesproken: na de Spelen ben ik overal bij. Bij ons in de buurt is er ieder jaar kermis, het feest waar we naar uitkijken. We organiseren voor de kermis altijd een borrel, daarna gaan we met zijn allen naar de kroeg. Ik had beloofd dat ik die borrel na de Spelen zou organiseren.” Lachend: “Uiteindelijk moest ik skeelerwedstrijden afzeggen, omdat ik die kermisborrel moest organiseren.” Naast alle drukte stond er ook nog een bruiloft op het programma. Op 18 juni trouwden Irene en Dirkjan. “Het was fantastisch. Precies zoals ik me had voorgesteld. Met al mijn familie en vrienden in de tuin, en met veel bloemen om ons heen.” Hoe heb jij in dit jaar ook nog een huwelijk kunnen organiseren? “Ik heb in Beijing best wat geregeld. Ik had daar ’s avonds toch niks te doen, had geen social media en las geen kranten. We zouden bij mijn schoon­ouders in de tuin trouwen, er zou daar een tent worden geplaatst. Maar de versiering, de verlichting, wc’s, vergun­ningen... dat moest alle­maal nog geregeld worden. Dirkjan dacht: laat haar maar gaan, ze heeft anders niks te doen daar.” Waarom is Dirkjan jouw droomman? “Wij lijken op elkaar, hij komt ook uit West­ Friesland, we zijn allebei nuchter en sportief. Mijn vader doet bepaalde dingen die ik heel irritant vind, Dirkjan doet die precies hetzelfde. Zo is hij heel makkelijk met spullen en hij staat altijd voor iedereen klaar. Dirkjan lijkt op mijn vader.” Lachend: “Ze zeggen toch ook altijd dat je iemand zoekt die op je vader lijkt?” Ben jij ook beter gaan schaatsen sinds je met Dirkjan samen bent? “Dirkjan heeft me gelukkiger gemaakt, misschien dat dat ook helpt op de ijsbaan. Door hem heb ik meer houvast gekregen. Na een zware training of een trainingskamp weet ik: er is iemand thuis die op me wacht. Bijna alle schaatsers wonen in Heerenveen, ik woon in Hoogkarspel. Hij weet dat ik veel moet reizen en laat mij in m’n waarde. Als ik laat thuiskom, weet hij: Irene is moe, ik moet haar even met rust laten.” Jouw vader had geëist dat hij met jou mocht trouwen als hij binnen een uur een kar tulpen kon bossen. Is dat gelukt? Lachend: “Als Dirkjan zich kwaad maakt, dan lukt hem dat ook nog. Hij is een harde werker. Soms werkt hij mee in de tulpenboerderij. Dirkjan heeft zijn eigen timmerbedrijf en is hartstikke druk, maar hij vindt het ook leuk om mijn broers, die het bedrijf van mijn vader hebben overgenomen, af en toe een dagje te helpen.” Elfstedentocht Valt er nog meer te wensen nu je alles hebt bereikt waar je van droomde? “Ik weet: beter dan dit gaat niet zomaar gebeuren. Ik vind schaatsen nog steeds het leukste wat er is. Nu heb ik de Spelen van Milaan als doel. Ik wil blijven winnen, want heb een hekel aan verliezen. Dat is mijn motivatie, om te blijven winnen. En als het goed blijft gaan, kan ik al­ tijd nog die 1500 meter erbij doen... Maar als ik volgend jaar niet meer kan winnen en er geen lol meer aan beleef, dan stop ik. Dan heb ik een geweldige carrière gehad.” Het is geen geheim dat jij graag nog eens de Elfstedentocht zou willen rijden en winnen. “Als die er komt, dan zet ik daar alles voor opzij. En als die komt tijdens de Olympische Spelen in 2026, dan ga ik niet naar Italië.” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Schaatsen

Marianne Timmer: ‘Ik was woest op mezelf’

Na twee olympische titels in 1998 ging ze door diepe dalen om weer terug te keren naar nieuwe euforie die ze ‘een hele zoete wraak’ wil noemen. Marianne Timmer heeft nooit voor de makkelijke weg gekozen; wel voor de manier die bij haar past en daarom goed voelt. Dat heeft naast gouden olympische medailles op de 1000 en 1500 meter in 1998, een wereldtitel sprint in 2004, twee wereldtitels op de 1000 meter – in 1997 en 1999 – en nog een keer olympisch goud op de 1000 meter in 2006 ook het nodige gekost: huwelijken, conflicten – met de KNSB, coaches en zelfs haar eigen vader – en rechtszaken. Zelfreflectie is ook een kwaliteit die in het talentenpakket van een topsporter thuishoort. Twintig jaar na haar laatste gouden medaille kijkt Marianne Timmer terug op haar olympische successen: “Ik vind alle drie medailles even mooi en heb er ook veel van geleerd. Dat er deuren opengaan, maar ook dat je door olympisch goud doelwit wordt van mensen die daarop willen meeliften, die misbruik van jou maken. Onderweg heb ik lastige keuzes moeten maken, wat extra moeilijk is als je slecht in je vel zit en dan vet onzeker bent; bijvoorbeeld omdat je je niet thuis voelt bij een coach en daardoor niet presteert. Het hoeft geen slechte coach te zijn, alleen is zijn werkwijze niet de juiste voor jou. Dan moet je de knoop doorhakken en doen wat voor jou het beste is. Ook dat bepaalt of je wel of geen topper bent. Vet spannend Over mijn gouden medailles: die van 2006 voelt nog als de dag van gisteren. Daardoor besef ik weer hoe snel de tijd gaat en geniet ik nog meer en bewuster van de mooie momenten. Eigenlijk begon het vier dagen eerder met een valste start op de 500 meter. De regels waren net veranderd. Wie de tweede valste start veroorzaakte, werd gediskwalificeerd; ook als de eerste valse start van de ander was. Dat overkwam mij. Bij de 500 moet je zo goed mogelijk in het startschot vallen. En wat is dan een valse start? Op zo’n moment klopt je hart als een gek, dus niemand staat honderd procent stil. Niet iedereen vond het ook een valste start. 'Het was een heel zoete gouden medaille. Omdat ik daarmee ook de Spelen van vier jaar eerder kon afsluiten, één van de ergste periodes uit mijn leven' Ik was woest; op mezelf, maar ook op de starter. Die heeft me daarna ook bewust ontlopen, sloeg snel af als hij me ergens zag aankomen en wilde dus duidelijk geen confrontatie. Mijn coach Jac Orie heeft mijn boosheid gebruikt en hield richting de 1000 meter het gas er bij me op met kleine prikkelende opmerkingen. Er was ook net een onderzoek geweest waaruit bleek dat wie bij de 1000 in de binnenbaan startte – en dus ook eindigde – tweetiende van een seconde voordeel had. En ik lootte voor mijn rit de buitenbaan. Jac deed nog of het een voordeel was, maar ik ben nooit gevoelig geweest voor dat soort dingen. Het is zoals het is en dan ga ik er verder geen energie meer insteken. Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal van Marianne Timmer komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Jenning de Boo: ‘Ik wil de coolste zijn’

Jenning de Boo gaat als een komeet. Hij veroverde vorig [...]
Jenning de Boo gaat als een komeet. Hij veroverde vorig jaar op zijn 21ste de wereldtitel op de 500 meter en geldt op die afstand én de 1000 meter in Milaan als grote kanshebber op – op z’n minst - een olympische medaille. In aanloop naar zijn debuut op de Olympische Spelen én de WK sprint (5-8 maart in Heerenveen) spreken we de sprinter van Team Reggeborgh voor in Helden Magazine nummer 80. “Weet je hoe ik mezelf op dit moment zie? Als de perfecte 600 meterrijder.” Jenning de Boo Heb je jezelf vorig seizoen verrast? “Zeker. Maar het seizoen ervoor had ik mezelf nog meer verrast. Dat was het jaar van de grote doorbraak, niemand kende me toen nog. Vorig seizoen waren er hogere verwachtingen, was ik die veilige underdogpositie al kwijt. En dit seizoen krijg ik weer met nieuwe omstandigheden en een andere druk te maken, want het is mijn eerste olympisch seizoen. Tegelijkertijd kan ik met vertrouwen naar de Spelen toewerken, want ik heb vorig seizoen bijna de maximale score behaald.” Dat kun je wel stellen. Je werd in Heerenveen Europees kampioen sprint en pakte bij de WK afstanden in Hamar de wereldtitel op de 500 meter en zilver op de 1000 meter. Is het allemaal een beetje geland wat je in korte tijd hebt gepresteerd? “Ik heb heel weinig tijd gehad om even tegen mezelf te zeggen: ik ben gewoon wereldkampioen. Tijdens de vakantie na vorig seizoen was ik alweer bezig met het olympisch seizoen.” Heb je jezelf beloond na de wereldtitel?“Ik heb een huis gekocht. Ik heb nog best wat grote uitgaven te doen voor mijn huis, steek mijn geld nu dus ook niet in dure auto’s of horloges. Na dit seizoen wil ik wel een keer goed mijn verjaardag vieren, dat zie ik wel een beetje als een beloning voor mezelf. Ik ben op 22 januari jarig en dat is dus altijd midden in het seizoen. Daardoor heb ik al negen jaar mijn verjaardag niet meer gevierd. Na de Spelen wil ik een uitgesteld verjaardagsfeest vieren. Ik moet niet vergeten een briefje bij mijn nieuwe buren in de brievenbus te doen dat er wat geluidsoverlast zou kunnen zijn. En nu ik toch bezig ben: ik heb ook nog een mooie vakantie in m’n hoofd. Ik wil een vette reis van vier weken door Zuid-Amerika maken. Afgelopen jaar bleef het bij een weekendje Kopenhagen. De rest van mijn twee weken vakantie heb ik gefietst. Ik kan heel slecht tegen het idee dat anderen aan het trainen zijn en ik niet. Dat gevoel werd extra versterkt omdat er een olympisch seizoen aan zat te komen. Ik kreeg tijdens mijn vakantie al snel een soort schuldgevoel. Tijdens het trainingskamp in Calpe moest ik een dag rustig aan doen. Terwijl ik de anderen dood zag gaan tijdens de training in Spanje, zat ik niets te doen. Ik voelde me een huppelkutje. Verschrikkelijk. Ik wilde ook zweten. Helemaal kapotgaan tijdens een training met het team, dat vind ik het mooiste wat er is.” Het is verleidelijk om een beetje te gaan zweven door alle prestaties en aandacht. Wie houdt jou met beide benen op de grond? “Mijn team, want ik heb jongens om me heen met een veel groter palmares dan dat van mij. Zolang ik niet meer heb gepresteerd dan zij, zullen zij mij ook altijd met beide voetjes op de grond houden, hoor, wees daar maar niet bang voor. Kjeld Nuis steekt er wat prestaties betreft echt nog met kop en schouders bovenuit en ik leer nog steeds zoveel van hem. Zeker ook wat professionaliteit betreft. Hij is altijd scherp en is nog steeds niet te beroerd om het tegen mij te zeggen als ik iets in zijn ogen niet goed doe.” Lachend: “Ja, wij hebben een vliegverbod bij Team Reggeborgh. Het zit ook helemaal niet in mij om naast mijn schoenen te gaan lopen.” 'Wij hebben een vliegverbod bij Reggeborgh. Het zit ook helemaal niet in mij om naast mijn schoenen te gaan lopen' Maar vind je het bizar wat er in korte tijd allemaal op je afkomt? “Voor mij is het: go with the flow. Je raakt heel snel gewend aan dingen, het wordt al heel snel weer ‘het nieuwe normaal’. Nogmaals, dat eerste seizoen was de grote klapper, op allerlei vlakken. Vorig seizoen was ik het al een beetje gewend. Je kan ook niet te lang blijven denken hoe mooi en bijzonder het allemaal is. Ik moet door.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Jenning de Boo komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Angel Daleman: ‘We kwamen erachter dat we wel heel veel raakvlakken hadden…’

Angel Daleman is hét multitalent van het Nederlandse [...]
Angel Daleman is hét multitalent van het Nederlandse schaatsen. Bij de junioren won ze al meerdere wereldtitels en scherpte ze record na record aan. De Olympische Spelen van Milaan komen nog te vroeg, maar het lijkt zeker dat de vrouw die de langebaan en shorttrack combineert de komende jaren een hoofdrol gaat vervullen. Voor de rubriek Heldenpraat in Helden Magazine 80 spraken we de achttienjarige schaatsster van Team Essent. Angel Daleman Dit is hoe ik verliefd werd op schaatsen... “Thuis ging het vaak over mijn tantes Melanie en Maureen de Lange. Zij deden als shorttracksters mee aan de Winterspelen van Nagano in 1998. Pas veel later werd het mij duidelijk dat mijn opa ook had meegedaan aan de Elfstedentocht. Hij was voorzitter van de skeelerbaan in Leiderdorp, die in de winter onder water werd gezet voor het geval het zou gaan vriezen. Ik was twee jaar oud toen ik met de hele familie op het ijs stond, op schaatsjes met dubbele ijzers. Ik had het schaatsvirus meteen te pakken en ging al snel op skeelers door de huiskamer. Mijn opa was lange tijd mijn trainer en begeleidde mij en mijn zus tot mijn twaalfde. Hij zag dat ik talent had, maar liet dat niet nadrukkelijk blijken. Hij vond het belangrijk dat ik met beide benen op de grond bleef staan. Toen skeeleren, schaatsen en shorttrack steeds serieuzer werden, begonnen Melanie en Maureen hun ervaringen met mij te delen en ze gaven me adviezen. Als ik het even niet meer weet, klop ik nog steeds bij hen aan voor tips.” Dit nummer luister ik om compleet in de focus te komen voor een wedstrijd... “Ik luister altijd naar dezelfde playlist als ik onderweg ben naar een wedstrijd. Als ik één nummer moet noemen, dan is het Investeren in de liefde van SFB, Ronnie Flex, Lil Kleine en Bokoesam. Eerder was dat Eye of the Tiger van Survivor. Mijn muziekstijl verandert steeds een beetje.” Dit is waarom langebaanschaatsen voor mij een streepje voor heeft op shorttrack... “Dat is vooral gebaseerd op de internationale wedstrijden. Ik merk dat ik bij shorttrack wat achterloop vergeleken met het langebaanschaatsen. Daardoor is het op dit moment lastig om die twee disciplines op een geheel gelijkwaardig manier te combineren. Op de langebaan heb ik al meegedaan aan de World Cups en de WK afstanden, terwijl ik bij shorttrack blij mag zijn als ik door de heats kom. Daarom heeft de langebaan nu een streepje voor.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Angel Daleman komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Bobslee

Kimberley Bos: ‘Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is’

Kan Kimberley Bos (32) goud winnen in het skeleton? Het zou een sensatie zijn voor de vrouw die vier jaar geleden olympisch brons won en vorig jaar de wereldtitel veroverde. Een verhaal over blauwe plekken, Nicolien Sauerbreij en haar bijzondere weg naar de top. MIJN WERELDTITEL Je bent al jaren de meeste constante skeletonster, maar de wereldtitel ontbrak nog. Hoe groot was de ontlading toen je in maart goud won? “Heel groot. Ik zat er al jaren in de buurt. Afgelopen jaar was het ook weer heel erg spannend: de eerste zeven in het klassement stonden na de eerste dag heel dicht bij elkaar. Op de tweede dag viel het goed.” Hoe komt het dat het de jaren daarvoor steeds net niet lukte? “De concurrentie is heel goed. Daarnaast is skeleton een buitensport, heel veel factoren zijn van invloed op je prestaties. Het is heel moeilijk om vier goede runs achter elkaar neer te zetten. Ik ben de afgelopen jaren steeds constanter geworden. In St. Morriz, tijdens het WK in 2023, heb ik een heel goed WK gesleed, maar was een Duitse net een honderdste beter. Zilver. Tijdens het WK van 2024 in Winterberg was het duidelijk waarom het niet lukte; ik kampte met technische problemen. Het was eigenlijk een kwestie van tijd dat ik wereldkampioen zou worden. Alles moest alleen even op z’n plek vallen.” Hoe heb je het gevierd? “Niet erg uitbundig. Je hebt nog een dopingcontrole en tegen de tijd dat je die hebt gehad, is het vaak al heel laat. We hebben op de terugweg nog een pizza gehaald, een drankje gedaan en daarna ben ik mijn bed ingedoken. Helemaal gesloopt... heel saai eigenlijk.” MIJN ANGSTEN Ben je weleens bang als je met je hoofd naar voren en op je buik op je slee ligt? “Bang, nee, dat ben ik nooit als ik bovenaan de baan sta. Soms heb ik onderweg wel eens dat ik denk: oei, dat ging maar net goed. Toen ik in Cortina d’Ampezzo voor het eerst bovenaan de olympische baan stond, voelde ik wel zenuwen. Omdat het daar moet gebeuren. Kijk, er kleeft natuurlijk altijd een risico aan onze sport, daarom moet je altijd heel erg alert zijn. Ach, het maakt de sport ook wel mooi dat het gevaar altijd ergens aanwezig is.” In 2024 sloot de sluiting van je helm net voor de start niet. Toch ging je naar beneden. Je zag bijna niks en werd negende bij dat WK. Daar heb je slechte nachten van gehad... “Tijdens dat WK ging veel mis. Voor de start van mijn run kreeg ik mijn helm niet vastgeklikt, terwijl ik van start moest. Het gaat op zo’n moment allemaal zo snel, je moet in een split second risico’s afwegen en handelen. Wat ik heb gedaan, raad ik absoluut niemand aan. Het belangrijkste was dat ik van start ging, anders was ik meteen gediskwalificeerd. Het was in Winterberg, dat is mijn thuisbaan. Ik wist dus goed dat ik niet van mijn slee af zou vliegen. Bij veel andere banen, die veel gevaarlijker zijn, had ik het niet gedaan. 'Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht' Tijdens de race kwam mijn losse helm steeds verder omhoog, dus op een gegeven moment zag ik niks meer. Niet heel bevorderlijk voor de veiligheid en snelheid. Het was eigenlijk te idioot voor woorden. Ik ben niet gediskwalificeerd, omdat er in de regels staat dat de helm op je hoofd moet zitten, niet dat die vast moet zitten.” Lachend: “Dat de helm wél echt vast moet zitten, hebben ze na afloop aangepast in de regelementen.” Jouw ouders krijgen vast af en toe een hartverzakking. “Mijn moeder had toen ik overstapte van de bobslee naar de skeleton geen idee van de gevaren. Wij skeletonners crashen vaker, maar de klappen van de bobslee hebben meer impact. In de beginjaren van skeleton, bobsleën en rodelen zijn er veel ongevallen geweest. Inmiddels is het niet meer de vraag wie de grootste dare devil is.” Waarom heb jij de overstap gemaakt van de bobslee naar de skeleton? “Ik ben overgestapt, omdat ik een goede piloot was, maar niet het goede gewicht had om snel te worden bij de start met bobsleeën. Ik miste tien kilo aan lichaamsgewicht. Daardoor verloor ik al zoveel tijd tijdens de start en dat haalde ik niet meer in. Ik ben tussen de 65 en 70 kilo, een bobsleepiloot moet minstens 75 kilo zijn, maar het liefst nog iets zwaarder. Dat krijg ik er niet bij zonder dat het ten koste gaat van mijn atletische lijf. Ik kan vast wel 75 kilo worden, maar dan kan ik niet meer normaal rennen.” Krijg je mentale hulp? “Ik werk met een sportpsycholoog, zij is helemaal geïntegreerd in mijn team. Mijn coach Joska Le Conté, fysio en mental coach werken allemaal heel nauw samen, zodat ik mentaal gezien zo rustig mogelijk aan de start sta. In onze sport kun je fysiek nog zo goed zijn, als je het in je hoofd niet op een rijtje hebt, ga je nooit heel hard.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Kimberley Bos komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Jutta Leerdam: ‘Schaatsen staat voorop bij alles wat ik doe’

Alles wat Jutta Leerdam (27) doet is nieuws. Of het nou haar prestaties op het ijs, haar posts op social media zijn of het vormen van haar eigen ploeg is. Jutta doet de dingen op háár manier, wat anderen daar ook van vinden. Tegelijkertijd is ze een voorbeeld voor de jeugd, iemand die durft gevoelige thema’s bespreekbaar te maken. Tijdens de Spelen weet ze uiteraard de schijnwerpers weer op zich gericht op de 500 en 1000 meter. Jutta Leerdam schitterde in september 2023 al in Milaan: niet op het ijs, maar op de catwalk bij de Fashion Week. Op social media deelde ze met haar bijna vijf miljoen volgers beelden van de show in de modestad en hoe het er backstage aan toeging. Ze was in haar rol als model te zien in een lange zwarte jas, zonder zwarte eyeliner en het lange blonde haar droeg ze niet los. Weer eens wat anders. Op TikTok liet ze weten dat ze nooit ‘catwalk-les’ had gekregen, omdat ze elke dag alleen maar schaatst. Jutta leidt al jaren een leven in de schijnwerpers en deelt haar leven op en naast het ijs met haar grote schare volgers. Over haar relatie met de Amerikaanse boksende influencer en YouTuber Jake Paul doet ze niet geheimzinnig. “De dingen die privé zijn, probeer ik ook echt privé te houden. Social media zijn ergens een afspiegeling van mijn leven, maar wel uitvergroot. Want ik ben ook gewoon twee keer per dag aan het trainen; ik zit op de fiets en zie mijn vriend bijna niet.” Op de vraag of het leven in de schijnwerpers ook extra druk met zich meebrengt, antwoordde ze: “Ik voel altijd druk. Toen ik in aanloop naar de Spelen in Beijing mijn eigen schaatsteam begon, voelde ik die druk ook. Ik hoorde mensen zich afvragen: gaat dit wel goed? Daarna de Spelen zelf. Vervolgens de switch naar Team Jumbo-Visma in 2022, waardoor ik vooral bij mezelf heel veel druk voelde om me te bewijzen. Kortom: elk jaar voel ik druk en die kan ik altijd wel omzetten in extra motivatie en scherpte.” Eigen pad Vanaf het moment dat Jutta in 2017 op haar achttiende wereldkampioen allround werd bij de junioren wisten mensen van haar bestaan. Niet alleen door haar presta- ties, maar ook door haar uiterlijk. Met haar trademarks, haar zwarte eyeliner en lange blonde haren, werd ze al snel een idool van de jeugd. 'Ik ben een open boek, post wat ik doe en laat zien wie ik ben. Van afstand kunnen mensen denken dat het allemaal afleiding is, maar echt: schaatsen staat voorop bij alles wat ik doe' Haar schare volgers op social media nam snel toe, ook omdat ze als een van de eerste schaatssters heel actief was met het posten van foto’s en video’s. In 2020 won ze haar eerste individuele wereldtitel, op de 1000 meter, en sindsdien kreeg ze vaak de vraag of haar leven als ‘merk’ en ‘influencer’ haar prestaties op het ijs niet in de weg stonden. Ondertussen was Jutta altijd opzoek naar manieren om zich te verbeteren. Eerst maakte ze de overstap van Team IKO naar Reggeborgh. In 2020 kwam ze er niet uit wat betreft een nieuw contract, waarop ze een eigen ploeg begon: Worldstream. Na de Spelen in 2022 stapte ze over naar Jumbo- Visma. In april 2024 besloot Jutta opnieuw een eigen ploeg op te richten: Team KaFra. Met coach Kosta Poltavets werkt ze toe naar de Spelen in Milaan. Jutta bleef al die tijd presteren: na de wereld- titel op de 1000 meter in 2020 werd ze in 2021 Europees kampioen sprint, in 2022 won ze olympisch zilver op de 1000 meter en de wereldtitel sprint, in 2023 werd ze wereldkampioen 1000 meter en Europees kampioen sprint. Bovendien won ze vier keer WK-goud op de teamsprint. “Mensen hebben altijd wel een mening over de dingen die ik doe,” stelde Jutta, “sommigen denken misschien dat ik, door de dingen die ik naast het schaatsen doe, minder oog heb voor mijn sport, maar dat is absoluut niet het geval. Ik heb altijd dat stemmetje in m’n hoofd dat me scherp houdt. Het lukt me ook altijd goed om me af te sluiten voor dingen, om gefocust te blijven op het proces, op hoe ik hard kan schaatsen. Maar ik voel wel dat ik me elke keer opnieuw moet bewijzen.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Jutta Leerdam komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Marijke Groenewoud: ‘Ik kon vier jaar geleden mooi bij Irene Schouten afkijken’

Marijke Groenewoud heeft energie voor tien. De bijna 27-jarige schaatsster van Albert Heijn Zaanlander komt in Milaan uit op de 1500 meter, 3000 meter, massastart en ploegenachtervolging. Daarnaast rijdt ze marathons en kan ze ook goed uit de weg op skeelers. We gingen bij de alleskunner langs in aanloop naar de Spelen en de WK allround. Albert Heijn Zaanlander Marijke Groenewoud is sinds Albert Heijn en kaasmerk Zaanlander in 2020 in het schaatsen stapten een van de gezichten van de door coaches Jillert Anema en Arjan Samplonius geleide ploeg. Albert Heijn Zaanlander is succesvol op de marathon en de langebaan. Bij het Olympisch Kwalificatietoernooi wisten Marijke, Merel Conijn, Bente Kerkhoff en Jorrit Bergsma tickets voor Milaan te bemachtigen. Daarnaast maakt ook de Amerikaanse wonderboy Jordan Stolz deel uit van de ploeg. “Het geheim van het succes van onze ploeg heeft in de eerste plaats te maken met het trainingsprogramma dat Jillert en Arjan in elkaar hebben gezet. Wij pakken het anders aan dan veel andere ploegen, omdat we de langebaan combineren met het marathonschaatsen. We trainen echt superhard, je moet echt kunnen bikkelen bij ons in de ploeg. In de zomer staan er ook gewoon skeelertrainingen van dik twee uur op het programma, met het oog op het uithoudingsvermogen dat nodig is voor de marathons. Gas erop! Daar krijg je niet alleen een groot uithoudingsvermogen van, je wordt er ook hard van.”| Marijke werkt al sinds haar achttiende samen met Anema, de vaak spraakmakende schaatscoach die afgelopen zomer zijn zeventigste verjaardag vierde. Marijke lachend: “Jillert is een geweldige vent. Ik wilde als jonkie heel graag bij hem in de ploeg, zijn marathonschaatsers waren altijd zo goed. Ik zag natuurlijk ook dat hij voor de camera af en toe pittige uitspraken deed. Mensen om mij heen zeiden destijds: ‘Zou je dat wel doen, bij die man in de ploeg?’ Tijdens het eerste gesprek klikte het meteen, ik vond hem juist heel relaxt. Jillert heeft een beetje wat Louis van Gaal ook heeft. Mensen hebben een bepaald beeld van hem, maar in het echt is hij heel anders. Hij neemt soms ook bewust alle aandacht op zich, dat is zijn manier om druk en aandacht bij ons weg te halen. Ik vind het bijzonder dat hij dat doet voor ons. Jillert zegt dan: ‘Mensen hebben toch al een bepaald beeld van mij.’” Haar doorbraak Marijke won in 2021 haar eerste grote titel, ze veroverde de wereldtitel op de massastart. “Die titel kwam toch een beetje uit de lucht vallen. Ik reed de massastart samen met Irene Schouten. Ik zou de sprint aantrekken voor Irene, maar door een kleine miscommunicatie liep het anders. Irene kwam in het gedrang terecht en ik won de eindsprint. Eigenlijk werd ik per ongeluk wereldkampioen. Daarom zie ik mijn kwalificatie voor de Spelen van Beijing in 2022 als mijn echte doorbraak.” Dat ze vier jaar geleden naar de Spelen mocht was voor Marijke de bekroning van de lange weg die ze heeft afgelegd op de langebaan. “Toen ik bij de ploeg kwam, pasten de marathon en skeeleren veel beter bij mij. Bij de NK skeeleren in 2017 had ik vooraf geroepen dat ik voor de winst ging. Ik moest er na de eerste ronde al vanaf en haalde de finish niet, omdat later bleek dat ik de ziekte van Pfeiffer had. Maar Jillert dacht toen: daar zit een goeie kop op. Hij dacht dat ik de mentaliteit had om het ook op de langebaan te kunnen redden. Met behulp van Jillert en Arjan ben ik geleidelijk beter geworden. In het begin was de wereldtop op de langebaan heel ver weg, maar elk jaar kwam die wat dichterbij. Toen ik me kwalificeerde voor Beijing was dat voor mij het bewijs dat ik echt uit de voeten kon op de langebaan. Tot die tijd was ik daar niet zo zeker van.” Haar zelfvertrouwen kreeg een enorme boost. “Beijing was de ommekeer. Ik dacht: als je je kwalificeert voor de Spelen, dan kun je wel wat. Tot dat moment stond de marathon op de eerste plaats bij mij, daarna werd de langebaan prioriteit.” Ze heeft inmiddels drie wereldtitels op de massastart en twee op de ploegenachtervolging gewonnen. “Jillert zegt altijd dat zijn schaatsers elk jaar minimaal één persoonlijk record schaatsen. Bij mij klopt die bewering. Sterker, dit jaar heb ik op de 1500, 3000 en 5000 meter mijn pr verbeterd.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Marijke Groenewoud komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Joy Beune: ‘Ik denk nog steeds: het is een grap’

Joy Beune (26) maakt zich op voor haar debuut op de Spelen. De meervoudige wereldkampioene komt in Milaan uit op de 3000 meter en ploegenachtervolging en geldt op beide afstanden als kanshebber op goud. Toch kreeg ze in aanloop naar de Spelen ook een harde klap te verwerken, ze wist zich niet te kwalificeren voor de olympische 1500 en 5000 meter. We legden haar elf uitspraken voor. “Zo zitten de regels in elkaar, maar het is onzin. Joy gaat niet, terwijl ze alle wereldbekers wint. Het is fucking oneerlijk. Maar we willen het allemaal blijkbaar zo. Negen van de tien keer komt het goed uit, maar nu mis je wel een kampioen. En dat ben jij, meissie.” Kjeld Nuis op 29 december 2025 voor de camera van de NOS nadat zijn vriendin Joy Beune bij het Olympisch Kwalificatietoernooi in Thialf zich als wereldkampioene 1500 meter net niet heeft weten te plaatsen voor de Spelen op ‘haar’ afstand. “Het is superlief dat Kjeld me zo steunt, maar ik kan op dit moment niet zoveel met een discussie over de regels. Achteraf is het makkelijk om te zeggen: had ik maar een aanwijsplek gekregen, was ik maar beschermd. Maar dat is niet het geval, dus dan voelt het een beetje stom om daarover na te denken. Het verandert niks. Weet je wat het is? Ergens denk ik nog steeds dat het een grap is. Omdat ik al een tijdje heers op de 1500 meter. Ik hoor ook van schaatsers in het buitenland dat ze niet goed snappen dat ik er straks in Milaan niet bij ben op de 1500 meter. Brittany Bowe stuurde een berichtje en schreef: ‘Jij hoort op de Spelen de 1500 meter te rijden.’ Ik vind het heel mooi dat zelfs tegenstanders zeggen dat dit nergens op slaat, maar het zijn nou eenmaal de regels in Nederland. Dat moet ik een plekje geven.” Tot overmaat van ramp slaagde je er een dag later ook niet in om je te kwalificeren voor de 5000 meter in Milaan...>“Ik heb na de 1500 meter veel gehuild en troost gezocht bij mensen bij wie ik graag ben. Ik ben met de coaches gaan zitten en zei ik dat ik toch de vijf kilometer wilde schaatsen. Ik wilde me niet laten kennen. ‘Dat is een goede keuze,’ zeiden mijn coaches. Ik ben trots dat ik de handdoek niet heb gegooid, maar eigenlijk wilde ik niet rondrijden zoals ik dat deed. Helemaal leeg was ik, op. Ik was blij dat het erop zat, ben denk ik nog nooit zo kapot geweest.” We zouden het haast vergeten, maar je gaat wel je debuut maken op de Spelen. Met de 3000 meter en de ploegenachtervolging heb je twee goede kansen op tenminste een medaille, wellicht goud. “Klopt, maar dit is niet hoe ik de Spelen voor me had gezien. Ik wilde de 1500 meter rijden. Ik had een andere olympische droom. Maar goed, Kjeld plaatste zich vier jaar geleden niet voor de 1000 meter, maar won wel olympisch goud op de 1500 meter. Ik ga er nu alles aan doen om die drie kilometer te winnen en ik heb gelukkig nog de ploegenachtervolging. Ik ga er alles uithalen in Milaan. En ik ga daar goud winnen.” En na de Spelen staat ook nog het WK allround in Heerenveen op het programma van 5 tot en met 8 maart waar je jouw wereldtitel kan prolongeren. Kansen genoeg om er toch nog een mooi jaar van te maken. “Klopt... Mijn hart is gebroken en het zal nog wel even tijd nodig hebben voordat het geheeld is. Misschien gebeurt dat pas als de 1500 meter in Milaan is geweest.” “Toen ik zo oud was als Joy was ik zelfs bang om het erover te hebben. Als ik mijn ouders hoorde praten dat ze al tickets of een hotel hadden geboekt, voelde ik de spanning al omhoogkomen. Het beklemde me zelfs een beetje. Alsof het moést gebeuren.” Kjeld Nuis in De Telegraaf op 6 september 2025. “Natuurlijk hebben we het thuis over de Spelen, tegelijkertijd probeer ik het niet te groot te maken in mijn hoofd.” Kjeld wist zich in 2010 en 2014 niet te plaatsen voor de Spelen, jou overkwam hetzelfde vier jaar geleden. “Kjeld was in 2014 Nederlands kampioen op de 1000 meter geworden en tweede op de 1500 meter. Hij was een van de favorieten voor een olympisch ticket, maar kwalificeerde zich niet en was daar goed ziek van. In die positie zat ik vier jaar geleden niet. Ik deed mee aan het Olympisch Kwalificatietoernooi, maar was niet een van de favorieten. Natuurlijk was het een teleurstelling dat ik niet naar de Spelen mocht, maar ik had er ook geen rekening mee gehouden. Het was meer een leuke bijkomstigheid geweest als het wel was gelukt.” 'Ik gunde het Kjeld vier jaar geleden heel erg dat hij wel naar de Spelen ging. Ik heb hem naar Schiphol gebracht, hem uitgezwaaid. Ik zag iedereen vertrekken, dat was best confronterend.' Kjeld werd voor de derde keer olympisch kampioen en voor de tweede keer op de 1500 meter. Hoe maakte jij de Spelen in Beijing mee?“Ik gunde het Kjeld heel erg dat hij wel ging en het was fantastisch dat hij won. Ik heb hem naar Schiphol gebracht, hem uitgezwaaid. Iedereen zag ik vertrekken, dat was best confronterend. Daarna ben ik met mijn ouders naar Gran Canaria gegaan, heb daar veel gefietst met mijn vader en mijn moeder zorgde voor het eten. Naar de wedstrijden heb ik op tv gekeken, maar vond het heel fijn dat ik die week met mijn ouders was en zij er voor mij waren.” Is het fijn om met iemand samen te leven die weet welke druk er bij de Spelen komt kijken? “Kjeld heeft heel veel verstand van schaatsen, ziet het meteen als ik iets kan verbeteren. Voor wat betreft het omgaan met druk: ik heb het idee dat ik daar mentaal iets sterker in ben dan hij. Kjeld is heel uitbundig, schiet sneller in de stress. Ik blijf juist vaker rustig, ben wat vlakker in mijn emoties. Daarin vullen wij elkaar goed aan en dat maakt ons ook zo’n goed stel. Ik heb voor het mentale stuk ook mensen in de ploeg waar ik mee kan praten.” Je hebt de voorgaande twee seizoen liefst zes wereldtitels bij de WK afstanden gewonnen en werd wereldkampioen allround. “Het is hard gegaan, ja. Daar ben ik trots op. Toen ik in 2022 bij Team IKO-X2O tekende, hebben we een route naar de Spelen uitgestippeld. Maar dat ik zo snel begon met winnen, stond niet op het lijstje.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het verhaal over Joy Beune komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Femke Kok: ‘Mensen denken: ze doet het wel even’

Femke Kok is topfavoriet voor olympisch goud op [...]
Femke Kok is topfavoriet voor olympisch goud op de 500 meter. Ze werd drie keer op rij wereldkampioen en verbeterde dit jaar het wereldrecord op de kortste afstand. Ook op de 1000 en 1500 meter heeft ze haar zinnen gezet in Milaan. In Helden Magazine nummer 80 neemt de sprintster van Reggeborgh ons in aanloop naar de Spelen en de WK sprint (5-8 maart in Heerenveen) mee in haar slipstream. Femke Kok [caption id="attachment_22047" align="aligncenter" width="683"] Femke Kok[/caption] “Het is amper te bevatten dat ik al drie jaar op rij de wereldtitel op de 500 meter heb gewonnen, dat ik de laatste tijd elke wedstrijd win waarin ik van start ga. En dan is er ook nog het wereldrecord van 36,09 dat ik in november reed in Salt Lake City. Jarenlang heb ik de wereldrecordrace van Sang-hwa Lee uit 2013 bestudeerd, ik heb hem op mijn telefoon staan en er zo vaak naar gekeken. Telkens dacht ik: hoe dan? Die race was voor mij lesmateriaal. Die tijd van 36,36 seconden leek een ongrijpbaar record. En nu ben ik de snelste schaatsster ter wereld. Bizar. Bij de junioren ging het al heel goed. Ik won tal van wereldtitels; niet alleen op de 500 en 1000 meter, ik werd ook twee keer wereldkampioen allround, in 2019 en 2020. In datzelfde jaar maakte ik de overstap naar Team Reggeborgh en ging ik me echt toeleggen op het sprinten. In 2021, tijdens mijn eerste seizoen bij de senioren, won ik de eerste vier wereldbekerwedstrijden op de 500 meter waaraan ik meedeed en later ook het wereldbekerklassement op die afstand. En ik veroverde zilver op de 500 meter bij de WK afstanden. Ik had echt een vliegende start. Toen ik bij Reggeborgh kwam, was de 500 meter nog het jachtterrein van vooral de Aziatische schaatssters. ‘Wij Nederlanders hebben niet de ideale bouw voor het sprinten, die kleine, explosieve Aziatische schaatssters zijn daar veel beter in,’ was toen de heersende gedachte. Ik heb vanaf het eerste moment als een mooie uitdaging gezien om daar verandering in te brengen. Maar de kunst van het sprinten kon ik niet echt van iemand afkijken in Nederland. De Japanners en Koreanen hadden elkaar, konden zich aan elkaar optrekken en van elkaar leren. Ik moest samen met mijn coaches op veel vlakken zelf het wiel uitvinden. De ene keer kwam mijn trainer Gerard van Velde met iets, de andere keer mijn andere trainer Dennis van der Gun. Gerard is natuurlijk zelf een geweldige sprinter geweest en Dennis heeft jarenlang met de Japanse sprinters gewerkt; allebei hebben ze er heel veel verstand van. Die ontdekkingsreis was zo mooi. Ik was in 2023 de eerste Nederlandse vrouw met een wereldtitel op de 500 meter. Zo cool. Na die titel zadelde ik mezelf eigenlijk alleen maar met meer druk op. Ik wilde koste wat het kost de beste blijven. Met Gerard en Dennis ben ik daarna keihard aan de slag gegaan om mijn basisniveau omhoog te krijgen. Het doel was dat ik zoveel snelheid zou ontwikkelen dat ik zelfs in een mindere race nog op het podium zou eindigen. [caption id="attachment_22048" align="aligncenter" width="1024"] Femke Kok[/caption] Vorig jaar won ik alle 500 meters die ik reed. Zelfs die bij de WK in Hamar, terwijl ik tijdens de training, twee dagen eerder, heel hard ten val kwam. Mijn hele lichaam was beurs, ik kon bij de start amper naar voren kijken omdat m’n nek en schouders zo’n klap te verduren hadden gehad. Tijdens de race schoot bij elke slag door m’n hoofd: dit is niet hoe het hoort. Wat ik deed, was niet glijden, maar werken. Toen ik desondanks de wereldtitel wist te heroveren, gaf dat heel veel vertrouwen.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Femke Kok komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Dé sportmomenten van 2025: geen maat op Femke Kok

Op de 500 meter staat er al [...]
Op de 500 meter staat er al een paar jaar geen maat meer op Femke Kok. Dit jaar pakte ze in Hamar voor de derde keer op rij de wereldtitel. En in Salt Lake City verbeterde ze het wereldrecord op ‘haar’ afstand. En dan te bedenken dat bij haar in aanloop naar vorig seizoen het cmv-virus werd geconstateerd. Door het virus, dat Pfeifferachtige klachten veroorzaakt, mocht ze een tijdje niet schaatsen. Ze schoot in de stress, vreesde dat wellicht het hele pre-olympische seizoen in het water zou vallen. En wat zou de impact zijn op de Spelen in Milaan als ze niet snel terug kon keren op het ijs? In januari keerde ze terug op het ijs. En daarna deed ze wat ze al tijden doet op de 500 meter: winnen. Sterker, ze won alle 500 meter die ze reed afgelopen seizoen. Vlak voor het begin van de WK afstanden in Hamar, kwam ze hard ten val tijdens de training. Zo hard dat ze amper haar hoofd omhoog kon doen bij de start. Alles deed haar zeer. Maar toch won ze ook in Noorwegen weer ‘gewoon’. Een hattrick aan wereldtitels heeft ze nu in bezit. En ook het wereldrecord nam ze over van haar grote voorbeeld Sang-hwa Lee. Femke terugkijkend: “Het is amper te bevatten dat ik al drie jaar op rij de wereldtitel op de 500 meter heb gewonnen, dat ik de laatste tijd elke wedstrijd win waar ik van start ga. En dan is er ook nog het wereldrecord van 36,09 dat ik in november reed in Salt Lake City. Jarenlang heb ik de wereldrecordrace van Sang-hwa Lee uit 2013 bestudeerd, ik heb hem op mijn telefoon staan en er zo vaak naar gekeken. Telkens dacht ik: hoe dan? Die race was voor mij lesmateriaal. Die tijd van 36,36 seconden leek een ongrijpbaar record. En nu ben ik de snelste schaatsster ter wereld. Bizar.” Ze zal in Milaan als topfavoriet van start gaan op de 500 meter. En ook op de 1000 meter is ze medaillekandidaat.