Word abonnee
Meer

Snowboarden

Nicolien Sauerbreij en Arjen Robben over wat een snowboardster en voetballer van elkaar kunnen leren

Ze kenden elkaar alleen van televisie, [...]
Ze kenden elkaar alleen van televisie, maar reageerden beiden meteen positief: Arjen Robben wilde Nicolien Sauerbreij graag een keer ontmoeten en Nicolien is al jaren fan van Arjen. “Hij is authentiek, is volgens mij volledig zichzelf. En ook hij heeft tegenslagen overwonnen.” Eind 2013 was het zover: de winnaar van de Champions League ontmoette in München de olympisch kampioene. In aanloop naar de Olympische Winterspelen doken we de archieven in. De schok 48 uur na interview en fotosessie was groot. Arjen voelde zich beresterk en was opvallend ontspannen. Het leven lachte hem toe. Die avond van het interview kwam om negen uur zijn ostheopaat overgevlogen uit Limburg voor een reguliere servicebeurt. De volgende dag zou Bayern München met de bus naar Augsburg rijden, voor de bekerwedstrijd tegen de lokale FC. Het zou Arjens laatste wedstrijd van het jaar worden. Na een jaar zonder blessures en nadat hij en passant de openingsgoal had gemaakt, schopte de keeper van FC Augsburg met een schofterige overtreding Arjen letterlijk het ziekenhuis in en het jaar uit. De keeper kreeg slechts geel. Opvallend is nog steeds de geringe verbazing over de aanslag op de knie van Arjen, maar dat terzijde. Op advies van Roy Makaay spraken we in 2013 af in Forsthaus Wörnbrunn, een gemoedelijk Zuid-Duits restaurant vlak bij het huis van Arjen in Grünwald. Nicolien: “Jij hebt lekker een thuisbasis. Thuis is voor mij zo’n relatief begrip, zeker in de winter. Tussen 2 januari en 24 februari kom ik helemaal niet thuis. Ik heb eigenlijk nauwelijks een thuisbasis.” Arjen: “Wij zijn gedurende het seizoen ook veel van huis, alleen zijn dit kortere periodes. Voor bijna elke wedstrijd slapen we in een hotel en tijdens de voorbereiding gaan we vaak een dag of tien op trainingskamp. Maar de hele winter reizen, zoals Nicolien, dat kennen wij niet.” Nicolien, hoe kijk jij naar Arjen? Nicolien: “Ik zie hem als een gedreven persoon met een enorme geldingsdrang waardoor hij af en toe wel eens een tegenspeler over het hoofd ziet. Ja toch?” Arjen knikt instemmend. “Ik ken hem eigenlijk alleen van televisie. Ik zie een fris Hollands hoofd, iemand die eerlijk is en in interviews de moeite neemt om zaken goed te verwoorden. Ik heb me altijd gestoord aan de wijze waarop hij in Nederland is bejegend. Zijn hele houding straalt gedrevenheid uit. Ik vrees dat veel Nederlanders die uiterste passie om de top te halen niet kennen en daarom al gauw denken dat wij ons aanstellen. Ik zie een op en top sportman die totaal niet naast zijn schoenen loopt. Dacht je dat Arjen die blessures leuk vond? Alsof je daar iets aan kunt doen. En ook typisch Nederlands, nu hij maar blijft winnen en scoren, schrijven al die journalisten die hem jaren hebben afgekraakt alleen maar positief. Zelfs zo positief dat hij was genomineerd voor Sportman van het Jaar. Maar Arjen is niet veranderd, dat zijn de journalisten.” Arjen luistert bescheiden en lacht af en toe: “Wat ik bij Nicolien bijzonder vind, is dat zij in een sport excelleert en zelfs het hoogst haalbare heeft gehaald, zonder enige faciliteit in eigen land. Zij heeft dus van het begin af aan heel veel offers moeten brengen, ja, dat vind ik ongelooflijk knap.” Nicolien is vereerd en oprecht verbaasd dat Arjen haar gouden olympische traject in 2010 tot en met de laatste race helemaal heeft gezien. Nicolien: “Dat is natuurlijk ook een vooroordeel, maar ik dacht: wat moet een voetballer nou met een vrouw die aan snowboarden doet? Ik vind dat wel bijzonder, daar sta je niet bij stil. Ik dacht, hij is even gaan googelen wie ik ben.” Arjen: “Dat hoor ik wel vaker, dat er een beeld van ons bestaat, alsof wij voetballers niet naar andere sporten kijken of in andere sporten geïnteresseerd zijn. Ik kan je legio voorbeelden noemen van topsporters die een heel brede belangstelling hebben.” Wie moet meer doen en laten voor haar/zijn leven als topsporter? Arjen: “Die vraag is bijna niet te beantwoorden. Het is een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk dat we allebei alles voor onze sport over hebben. Je leeft in een bepaald ritme en laat daar veel voor, maar je doet het graag omdat je er veel voor terugkrijgt.” Nicolien: “Er zijn tientallen miljoenen voetballers. Dat alleen al maakt het bijzonder als je als voetballer de top haalt. Ook jou komt lichamelijke fitheid niet aangewaaid. Daar moet je voor werken en vooral een gedisciplineerd leven leiden.” Is het makkelijker voor een man dan voor een vrouw om topsporter te zijn? Nicolien: “In het begin niet, maar verderop in je carrière wel. Dan moet een vrouw keuzes maken die een man nooit hoeft te maken. Hij kan kinderen hebben en een lieve vrouw naast zijn carrière. Waar zou ik mijn kinderen moeten laten, als ik ze zou willen? Als je op mijn leeftijd kiest voor topsport, dan kies je voor een leven zonder gezin, zonder kinderen. Los van de aanslag op je lichaam, hoewel ze zeggen dat een vrouw na een bevalling sterker is. Er is een Duits meisje dat voor Vancouver per ongeluk zwanger raakte en die is inderdaad sterker teruggekomen, maar die was 21. Ze brengt haar kind nu bijna het hele jaar naar haar ouders, dus dankzij haar ouders kan ze sporten, maar dat zou ik niet willen.” Arjen: “Nicolien heeft volkomen gelijk, je zult niet vaak zien dat een vrouw haar sport beoefent en dat de man het hele jaar door voor de kinderen zorgt. Ik ben veel weg, maar niet lang achter elkaar. Als ik tien dagen weg ben, verlang ik enorm naar mijn kinderen.” Nicolien: “Een vrouw heeft het op alle fronten lastiger. Neem de menstruatie. Sommige vrouwen zijn daar doodziek van. Het is heel lekker dat je daar als man niet aan hoeft te denken.” Whereabouts en controles Voeding en gewicht zijn steeds belangrijker bij sporters, blijkt als we appeltaart voorgeschoteld krijgen. Nicolien hapt graag toe, Arjen bedankt. Nicolien: “Ik heb er belang bij zwaar te zijn. Ik moet dus juist niet letten op wat ik eet, maar opletten dat ik niet te licht ben. In de zomer maak ik zoveel trainingsuren dat ik er niet tegenop kan eten. Ik moet dan minimaal zes keer op een dag eten. En op grote hoogte moet je helemaal zorgen dat je goed eet, omdat je veel sneller verbrandt dan op zeeniveau en je hartslag sowieso tien slagen boven normaal zit. Ik verbruik in mijn trainingsuren 6000 calorieën per dag, dat is veel hoor.” Arjen: “Ik heb geen idee hoeveel ik verbrand op een dag. Wij trainen ook bijna nooit met een hartslagmeter.” Nicolien, oprecht verbaasd: “Echt niet? En bloedtesten dan?” Arjen: “Nee, hebben we ook niet. Wij worden aan het begin van het seizoen helemaal doorgelicht. Conditietesten? Het klinkt gek, maar die doen we bijna nooit. Whereabouts? Nee, het klinkt hier aan tafel bijna lachwekkend, maar die hoef ik ook niet in te vullen. De Duitse spelers moeten het wel, maar de internationale spelers niet. We worden wel vaak gecontroleerd. Tijdens wedstrijden maar ook out of competition op het trainingscomplex.” Nicolien: “Wat een heerlijkheid. Neem vandaag. Ik heb vanochtend moeten opgeven dat ik uit Oostenrijk naar München zou rijden, daarvoor moest ik van zes tot zeven uur vanochtend bereikbaar zijn voor controle en morgen moet ik ook weer tussen zes en zeven uur ’s ochtends bereikbaar zijn. Ik moet een uur per dag bereikbaar zijn en tijdens de Spelen 24 uur per dag. Ik ben de laatste vier maanden zes keer out of competition gecontroleerd. Dan staan ze om zes uur ’s ochtends voor je deur.” Arjen: “Bij Duitse spelers hebben ze ook wel eens voor de deur gestaan, maar mij is dat gelukkig nooit overkomen." Nicolien: “Wees blij, want die controles vormen echt een zware belasting. Dat is het eerste waarop ik me kan verheugen als ik na de Spelen stop, dat ik nooit meer om zes uur ’s ochtends word gewekt voor een dopingcontrole. Laatst droomde ik zelfs dat er werd gebeld. Ik ren naar de deur, als de dood dat ik ze zou missen en roep door mijn intercom: wie is daar? Stond er niemand. Krankzinnig, hoe het je slaap beïnvloedt.” Straks bij de Spelen moet Nicolien maar afwachten hoe de omstandigheden en wie de tegenstanders zijn. Een voetballer wordt zelden verrast. Arjen: “Wij weten alles van onze tegenstanders, die worden uitgebreid voor ons geanalyseerd. Zijn er bij jou tegenstanders die je niet kent?” Nicolien: “De meesten ken ik wel. Er is een nieuw Tsjechisch meisje van negentien. Die zal zeker meedoen en de Russen komen eraan.” Wij vertrouwen de Russen in zoverre niet, dat we denken dat ze nauwelijks te controleren zijn. Mogen wij dat zeggen? Nicolien: “Jullie mogen dat zeggen. Ik moet toegeven dat we de Russen bij wedstrijden nog niet zijn tegengekomen. Laat ik het zo formuleren: Rusland zal er alles aan doen om te presteren tijdens de Spelen. En ze hebben mogelijkheden, dat wil zeggen geld, zat.” Geluk en verdriet Het gouden moment van Nicolien heeft ze in een eerdere uitgave van Helden prachtig beschreven. Zou jij jouw gouden moment nog eens helemaal kunnen terughalen, die 89ste minuut in de finale van de Champions League van zaterdag 25 mei 2013 in Londen? Arjen: “Ik zal jullie iets geks zeggen: ik had een heel goed gevoel voor de wedstrijd, ik voelde dat we de finale zouden winnen. Ik was er zelf helemaal klaar voor. Ik heb ook ge-sms’t aan vrienden, dat het eindelijk goed zou komen. In de kleedkamer, in de rust nadat ik al twee mogelijkheden had gehad om te scoren, heb ik even een momentje voor mezelf gezocht. Je hebt van die bakken met koud water en daar heb ik even mijn handen in gestopt, mijn kop opgefrist en tegen mezelf gezegd dat ik klaar moest zijn voor het volgende moment. Nee, ik had geen moment angst dat ik zou worden gewisseld. Ik was alleen maar gefocust op de wedstrijd. Uiteindelijk kwam het moment en maakte ik hem af. Ik anticipeerde goed bij de goal. Mijn eerste intentie was om de keeper te omspelen. Ik ging naar links maar de keeper ging goed met mij mee, dat gebeurt allemaal in een fractie van een seconde. Ik moest mijn actie in de actie aanpassen en de bal daardoor contra inschieten. Het leek alsof ik de bal niet goed raakte, maar dat kwam omdat ik snel moest schakelen. Die goal was echt een bevrijding, gaf me zo’n intens gevoel. Toen dat laatste fluitsignaal kwam, voelde ik echt een ultiem geluksmoment. Het was de ultieme droom die uitkwam.” Jullie hebben allebei een groot geluksmoment, maar ook een moment van groot verdriet beleefd door op het moment suprême te verliezen. Bij veel sporters blijft verliezen langer hangen, bij jullie ook? Nicolien: “Als individuele topsporter maak je meer teleurstellende momenten mee dan momenten waar je heel blij van wordt. Dus ik herken dat wel. Als je niet in topvorm bent of niet voldoet aan de verwachtingen, ja, dat hakt erin. Arjen zit nu in een team dat alles wint, maar bij een individu bestaat dat niet, tenzij je Sven Kramer heet. En ook hij heeft een heel grote teleurstelling ervaren, zelfs na een honderd procent kans.” Arjen: “Op de een of andere manier blijft die WK-finale bij mij toch een open wond. Met de eerste verloren Champions League finale heb ik vrede. Wij waren die avond gewoon niet klaar voor de overwinning. Die tweede CL-finale begrijp ik nog steeds niet, we waren veel beter dan Chelsea en er was eigenlijk maar een team dat verdiende te winnen. Maar toch verloren we na penalty’s. Zo bizar. De WK-finale had het verhaal compleet gemaakt: dan had ik een wereldtitel en de Champions League gewonnen, dan is je carrière volmaakt.” Jullie zijn Helden, zoals Helden zijn bedoeld. Toch hebben jullie ook veel shit in de pers over je heen gekregen. Raakt dat je? Nicolien: “Je vindt het nooit leuk. Wat me bij Arjen is opgevallen, is dat hij aan een teamsport doet maar dat hij er vaak negatief werd uitgelicht. Daardoor denk ik dat hij hetzelfde voelt als een individuele sporter.” Arjen: “Ik stoor me niet zozeer aan kritiek op mezelf, maar meer aan stukken die geschreven zijn door gebrek aan kennis.” Nicolien: “Ik heb soms nog steeds het gevoel dat je in Nederland moet uitleggen dat het niet zo simpel is om een medaille in mijn discipline te halen. Bij ons is de wereldtop zo breed, dat ik nu al zou tekenen als ik überhaupt een medaille haal. Ja hoor, ook brons.  Ik heb moeten leren om te vechten, om te willen winnen.k moet mezelf dwingen te geloven dat er iets geheel nieuws wacht.” Arjen: “Heel goed, want je weet zelf uiteindelijk het beste wat je moet doen en laten. Ik hoop echt van harte dat Nicolien haar kunstje van vier jaar geleden kan herhalen. Maar dat is zo moeilijk, dat realiseer ik me ook. Het is niet vanzelfsprekend, sterker het is niet eens reëel te veronderstellen dat ze een medaille wint. Als je er alles aan hebt gedaan en je hebt de perfecte races geboard, maar je wordt vijfde dan is dat een wereldprestatie. Maar het publiek wil niet zien dat vier wereldtoppers die dag net ietsje beter waren. En dan heeft ze voor het grote publiek gefaald. Onzin natuurlijk, volslagen onzin maar zo werkt het. Dat geeft extra druk voor iemand als Nicolien.” Pijn en machteloosheid Topsporters zijn in diepste wezen vaak onzeker. Hoe belangrijk is vertrouwen? Arjen: “Heel belangrijk, we hebben het vaak over het mentale aspect in topsport. Ik kan jullie verzekeren dat vertrouwen een van de meest onderschatte elementen in de sport is. Iedere speler, ieder mens heeft vertrouwen nodig, ook of misschien juist topsporters.” Nicolien: “Ik ben misschien te gevoelig voor complimentjes. Ik ben uiteindelijk vaak aan het twijfelen en vraag me af of ik het allemaal goed doe. En dan is een complimentje of een opmerking van een deskundige dat je goed traint of een goede race hebt geboard, heel belangrijk.” Arjen, wat is nu belangrijker geweest bij jouw constante topvorm dit seizoen, de bevrijdende goal in de Champions Leage finale of een trainer (Guardiola) die wel vertrouwen in je heeft? Arjen: “Het heeft natuurlijk geholpen dat de nieuwe trainer al vrij snel zijn vertrouwen heeft uitgesproken. Ik moet het niet groter maken dan het is, maar hij zei in een kort gesprekje meteen in het begin heel duidelijk: `jij hoeft je niet meer te bewijzen. Ga genieten van je gezin, van je voetbal, van alles.’ Ik heb ook vreselijk moeten lachen om al die stukken voordat Guardiola kwam. Hij zou mijn contract niet willen verlengen. Hij kwam van Barcelona. Hij was van het tikkie-takkie en daar zou ik niet in passen, want ik was van de dribbels en dus een egoïst. Dat was zo kort door de bocht, dat is zelfs de bocht uitvliegen. Eigenlijk zei hij wat mijn vrouw altijd tegen me zegt, dat vond ik grappig. Hij bevestigde haar gevoel en haar visie. Bernadien heeft me zo vaak gezegd dat ik meer moet ontspannen. ‘Kom eens uit die tunnel,’ zei ze wel eens. Er zijn dagen geweest dat ik iets had meegemaakt en dat mijn vrouw merkte dat ik met iets rondliep. Dan ben je onbewust misschien thuis afwezig.” Je vrouw heeft ook zwaar geleden na de WK-finale, hè? Nicolien: “Oh, dat geloof ik meteen. Het is net als bij een bevalling. Je kunt niets doen, je leeft ontzettend mee maar je bent machteloos, de moeder moet het helemaal alleen doen. Na alles wat er met mij was misgegaan tijdens de Spelen van Salt Lake City met die verkeerde wax en wat daar nog bij kwam, hebben mijn moeder en mijn oma het meest geleden, louter omdat ze dezelfde naam droegen. Die voelden zo sterk hoe lelijk er over mij werd geschreven. Mijn oma was tot ze overleed op haar 96ste mijn grootste fan. Ze bleef alle kranten lezen, dan belde ze me helemaal ontdaan op en dan zei ik alleen maar: oma, lees niet alles. Al die stukken na Salt Lake hebben haar veel pijn gedaan.” Arjen: “Mijn grootouders hebben dat niet zo gehad, maar mijn moeder heeft ook pijn gevoeld. Dat weet ik zeker. Als ze weer iets naars over mij zeiden, kwamen ze toch aan haar kind. Ik merkte wel dat ze dat erg vond en dat ze zich heel machteloos voelde.” Nicolien: “Dat is een van de redenen voor mij om, als ik kinderen krijg, te hopen dat ze niet aan topsport gaan doen. Ik zal mijn kinderen absoluut niet stimuleren om topsport te gaan doen. Mijn ouders en ik zijn erin gerold. Dan kan je op die weg naar boven niet meer terughollen, maar met mijn eigen kind zou ik het niet doen.” Arjen: “Het is geen kwestie van willen. Als je een kind hebt met talent en als je kind ook plezier heeft, dan heb je niets te kiezen. Dan rol je erin.” Nicolien: “Bij een teamsport kun je nog lief en leed delen. Als ik gewonnen heb, sta ik in m’n eentje. Maar je verliest meer en dan sta je ook in je eentje. Geloof me, de leegte die je dan voelt, is enorm. Het heeft lang geduurd voordat ik daaraan gewend was. Daarbij heeft die ene gouden dag natuurlijk enorm geholpen. Maar voor je zover bent, moet je veel lijden. En dat wil ik mijn kind besparen. Als Arjen scoort, springt hij in de armen van zijn teamgenoten. Dat delen van vreugde lijkt me prachtig. Maar ook verlies kun je delen. Toen ik goud had gewonnen in Vancouver, kon ik dat met niemand delen. Dat vond ik zo jammer. Eerst stond ik vrij lang alleen maar tussen mijn concurrenten. Nou, die delen echt geen vreugde met je. Die zien je liever in de grond zakken. Je wilt iemand omhelzen, maar er was niemand. Dan kom je na een half uur eindelijk onder de mensen, moest ik eerst met de pers praten. Pas na drie kwartier kwam ik mijn vader tegen en later de rest van mijn team. Ja, dan is de eerste echte euforie al getemperd.” Schroefnoppen en wax Materiaal speelt vooral bij Nicolien een belangrijke rol. Bij een voetballer zijn het eigenlijk alleen de schoenen? Arjen: “Klopt. Mijn schoenen worden op maat gemaakt, maar verder ben ik niet zo’n schoenenfreak. Ik train en speel bij voorkeur op dezelfde schoenen en ik speel nooit, echt nooit met schroefnoppen. Ik ben een van de weinigen die alleen op schoenen met vaste noppen speelt. Dan glijd ik maar een keer weg, zoals laatst in de Arena. Ik voel me beter, wendbaarder, sneller en het is beter voor mijn knieën. Ik ben een uitzondering. Verdedigers spelen allemaal met schroefnoppen want die mogen niet uitglijden.” Nicolien: “Houd op over mijn materiaal. In het voorjaar ben ik de hele dag aan het testen, boards zijn van hout en dus van levend materiaal. Ik heb vorige week nog zeker twintig boards getest. Voor de reuzenslalom heb ik een langer board dan voor de gewone slalom en per discipline kies ik zes boards met zes verschillende karakters, afhankelijk van de piste en weersomstandigheden. Gisteren stond ik op een steile piste. Ik koos een board dat voor mijn gevoel het snelste was, maar toen we de video terugzagen, bleek dat helemaal niet zo te zijn. Dus je gevoel laat je soms in de steek. Het materiaal is bij ons van gigantisch belang. De schoenen zijn ook zo belangrijk. Ik heb eindelijk de schoenen waar ik al sinds mei op wacht en die moet ik nu helemaal uittesten tot ze perfect zitten. Na een lange vlucht naar Amerika moet je ook altijd afwachten hoe en of alles goed aankomt. En dan heb je nog de helm en de sneeuwbril. Ik heb tien brillen en daarvoor verschillende lenzen, ook weer afhankelijk van het weer. Bij mist of sneeuw draag je een andere lens dan met volle zon. Ik heb wel dertig lenzen bij me die ik in de bril kan zetten.” Arjen: “Er gaat een wereld voor mij open, ook omdat snowboarden in Nederland een onbekende sport is. Ik ben verbaasd wat er allemaal nog bij komt kijken. En dan ben ik iemand die alle sporten volgt.” Nicolien: “Ik ben een paar weken geleden gigantisch op mijn kop gestuiterd. Ik werd vol gelanceerd en was zelfs even buiten bewustzijn. Moet je een zwaardere of lichtere helm, vraag je je dan af. Je hebt het over grammen, maar je moet het wel afwegen.” Arjen: “Word je dan niet bang?” Nicolien: “De eerste momenten daarna sta je wel even te trillen. En er zijn landen waar ik niet in het ziekenhuis wil belanden, zoals in Rusland of in Chili.” Stoppen Nicolien verheugt zich op het moment dat ze kan stoppen en vraagt Arjen of hij daar ook wel eens mee bezig is. Arjen: “Ik denk er over na. In januari word ik dertig. Ik ben bijna de helft van mijn leven profvoetballer, heb gelukkig nog heel veel plezier en ga nog zeker even door. Maar ik denk steeds vaker aan de periode na mijn carrière, waarin je geen verplichtingen meer hebt die je een zekere vrijheid ontnemen om te doen wat je wilt. Skiën bijvoorbeeld kan nu niet, omdat je een blessure kan oplopen.” Nicolien: “Ik heb dat ook heel sterk. Ik voel me mede nooit vrij door die angst om een controle te missen. Als ik terug ben uit Amerika en een enorme jetlag heb, slaap ik zo maar overal doorheen. Daar heb ik nachtmerries van. Ik reis veel: van Frankrijk naar Zwitserland, Italië en dan weer naar Oostenrijk en dan schiet ik weleens in de stress als ik ben vergeten mijn whereabouts in te vullen. Dat kon tot voor kort niet via mijn smart Phone, maar alleen via een laptop, dus had je internet nodig. Ik ben 34 en heb nooit een ander leven geleid. Ik heb een team om me heen, maar dat is deels afhankelijk van mij. Ik boek de hotels, vraag of iedereen zijn paspoort heeft en of de tickets zijn geregeld. Dat is best een grote verantwoordelijkheid. Het is ook wel een prettig vooruitzicht als ik dat achter me kan laten. Tegelijk zal ik het leven missen en moet ik mijn hele team ontbinden. Daar zie ik dan weer tegenop. Maar de druk en de spanning zal ik zeker niet missen.” Arjen: “Ik zal de spanning juist missen. Spanning heeft iets. Daar doe je het voor, voor de belangrijke, grote wedstrijden. Ik ben ook geen type dat stijf staat van de spanning voor een grote wedstrijd. Integendeel, dan voel ik me juist het beste. Ik word daar niet onrustig van. We spelen elk jaar heel veel belangrijke wedstrijden en hebben elk seizoen de kans om meerdere titels te pakken. Alleen moet je natuurlijk zo’n Champions League finale eerst bereiken. Wij hebben alleen niet de Olympische Spelen een keer in de vier jaar, waar het moet gebeuren.” Nicolien: “Maar bij jou kijken er honderd miljoen mensen en staan de kranten dagelijks vol over die ene misser. Dat geeft ook extra druk. Daarom is vergelijken leuk en tegelijk heel moeilijk.” Nicolien stopt na Sochi en gaat werken bij Randstad. Nicolien: “Ik kan rondkomen en mijn huis betalen. Ik heb bewuste keuzes gemaakt. Ik had drie keer per week aan tv-spelletjes mee kunnen doen, maar dat is niet het leven dat ik nastreef. Ook bij de keuze van mijn hoofdsponsors heb ik gekozen voor bedrijven waar ik een goed gevoel bij heb en niet voor het geld. Als ik stop, moet ik gewoon werken. Ik ben heel benieuwd naar dat nieuwe leven. Ik zie het als een mooie uitdaging en weet één ding zeker: je ziet mij nooit meer op een snowboard. Ik kan het niet opbrengen als een toerist af te dalen.” Arjen: “Dat kan ik me voorstellen. Ik speel nu bij misschien wel de beste club van de wereld en voel me fantastisch. Maar ik denk ook wel eens na hoe ik mijn carrière moet afsluiten, of ik nog wil voetballen als het iets minder gaat. FC Groningen is een optie, maar alleen als ik echt voel dat ik nog iets kan toevoegen. Je moet heel voorzichtig zijn met het doen van beloftes. Je hebt ook niets meer te winnen. Alle mogelijke volgende keuzes worden overigens bepaald door mijn gezin, financiën spelen geen rol meer. Als ik ooit nog wegga, volg ik dus mijn hart. Misschien wil mijn vrouw gaan werken, maar zij verlangt vooral naar het gewone leven. En ik herken wat Nicolien bedoelt. Ik ga als ik ben gestopt misschien wel tennissen in plaats van voetballen. ” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Winterspelen

Terug in de tijd met twaalf oude winterhelden

Op de Winterspelen eisten ze een hoofdrol op door het hoofd boven het maaiveld uit te steken. Met de Winterspelen in aantocht blikken we terig met onze winterhelden. [caption id="attachment_22080" align="alignnone" width="1080"] Jochem Uytdehaage & Renalte Groenewold, Salt Lake City 2002[/caption] “Natuurlijk was ik erbij toen Renate haar zilveren medaille won, ik stond op het middenterrein,” zegt Jochem, “we waren ploeggenoten en maatjes, dat ging ik echt niet missen. Ik heb zelfs haar schaatsen voor die drie kilometer geslepen. Bij de huldiging stond ik vooraan. Die wilde ik ten koste van alles meemaken, ook al moest ik de dag erna zelf weer schaatsen.” De absolute koning van de Winterspelen van Salt Lake City werd Jochem dankzij goud op de 5 en de 10 kilometer en zilver op de 1500 meter. Renate won zilver op de 3000 meter, een prestatie die ze in 2006 evenaarde: “Jochem was fantastisch op die Spelen, daar moest je wel van genieten. Zijn succes inspireerde mij ook. Er was een goede vriendschappelijke band tussen ons, nog steeds! We hadden een vast ochtendritueel waarin we altijd samen koffie moesten drinken. Ha, we zijn daags voor die Spelen zelfs samen naar een waarzegster gegaan. Zo’n handlezer. Bizar eigenlijk, ik heb geen idee meer wat zij voorspeld had.” Jochem: “Die Spelen zal ik voor de rest van mijn leven bij me dragen. Olympisch kampioen is als een opleiding met een mastertitel, dat probeer ik nu ook mee te geven aan de talenten die we met Stichting Sporttop begeleiden. Het klinkt gek, maar ik word nog zo vaak herinnerd aan de Spelen van Salt Lake City. Door mensen die zeggen dat ze van me genoten hebben, dat is eigenlijk het mooiste compliment.” Dat is ook de les die Renate en Jochem zelf liever eerder hadden geleerd. Renate: “Ik had veel meer moeten genieten van het moment! Meer in het hier en nu leven en niet meteen weer de focus op de volgende wedstrijd leggen. Gewoon af en toe jezelf een moment gunnen om te laten bezinken wat je allemaal gepresteerd hebt.” Jochem: “Dat is een grote fout die ik gemaakt heb, altijd maar doorgaan. Ik had af en toe wat afstand moeten nemen en rust moeten pakken. Met de kennis die ik nu heb, had ik destijds nog veel meer medailles kunnen winnen. Zeker weten.” [caption id="attachment_22081" align="alignnone" width="1080"] Jan Ykema & Yvonne van Gennip, Calgary 1998[/caption] “Het is nu niet meer voor te stellen, maar 24 uur voor de 500 meter droeg ik de vlag tijdens de openingsceremonie. Ik had gehoord dat er wel een miljard mensen zouden kijken,” vertelt Jan Ykema op de Dijk van Volendam. “Wij zaten toen nog in het Amerikaanse Butte en zagen Jan de volgende dag zilver winnen op de 500 meter,” reconstrueert Yvonne van Gennip. “Bij de medaille-uitreiking sprong je wel vier meter de lucht in.” Jan: “Ik was helemaal door het dolle heen, het voelde als goud. Ik dacht meteen: dit is goed voor het bestaansrecht van de sprint in ons land. Mooi dat begin vorig jaar in Sochi het volledige podium op de 500 meter Nederlands was.” Yvonne: “Jouw prestatie gaf een boost. Door een slijmbeurs- ontsteking had ik vrij kort voor de Spelen een operatie moeten ondergaan. Daardoor was ik helemaal uitgerust. Elke klap was raak, dat voelde zó lekker.” Jan: “Je verbaasde iedereen door die Oost-Duitse vrouwen eraf te rijden. Vooraf dacht men dat de medailles van Leo Visser, Gerard Kemkers en Hein Vergeer moesten komen. Wij waren de verrassingen.” Yvonne scoorde een magistrale hattrick met goud op de 1500, 3000 en 5000 meter. “Die onklopbaar geachte Oost-Duitsers reden niet slecht, maar ik was gewoon supergoed. Na het eerste goud was ik het gelukkigste meisje op de hele wereld. Ik dacht: er komen nog twee afstanden, het zal toch niet...? Ik heb er heel bewust van genoten.” Jan: “Ik had in die tijd een leuke vriendin en zat alweer in Nederland. Ik heb ’s nachts naar jouw races gekeken. Alle aan- dacht die op me afkwam was best overweldigend. Kinderen op straat wilden ineens Jantje Ykema zijn.” Yvonne: “Het was één grote heksenketel op Schiphol en tijdens de huldiging in Haarlem.” Jan: “Ik had misschien wat meer begeleiding kunnen gebruiken toen het heel goed ging. Toch weet ik niet of er een verband is tussen het succes en mijn latere drugsverslaving.” Yvonne: “Ik wist lange tijd niet wat er met je aan de hand was. Ik vind het knap dat je ermee naar buiten bent gekomen. Zo ben je, denk ik, voor andere verslaafden een voorbeeld geworden.” [caption id="attachment_22082" align="alignnone" width="1080"] Ids Postma & Anni Friesinger-Postma, Nagano 1998 & Salt Lake City 2002[/caption] “Wie vond Ids destijds niet een leuke man?” de karakteristieke lach van Anni galmt over de boerderij in de Friese polder als gevraagd wordt of ze in 1998 al een oogje had op Ids Postma. “En hij vond mij ook leuk. We hadden toen al veel sympathie voor elkaar. Verliefd in Nagano? Het is niet zo duidelijk wanneer we echt verliefd op elkaar werden. Tijdens de Spelen van 1998 waren we sa- men en daarna weer niet. Dan waren we weer een half jaar bij elkaar om vervolgens elkaar een half jaar niet te zien. Zo ging dat een tijdje. We waren jong en hebben genoten van het leven!” Inmiddels geniet het koppel, dat in 2009 officieel trouwde, van dochters Josephine en Elisabeth. “Maar nog steeds zijn we niet veel bij elkaar,” legt Ids met een glimlach uit. “Anni woont en werkt voor een groot deel in Salzburg, we reizen dus nog veel. Alsof er niets is veranderd sinds de dagen dat we topsporters waren. Ook dit zijn drukke dagen. Twee jonge kinderen, dat vraagt veel energie. Tel daarbij de boerderij en de winkels op... We blijven aardig bezig. Dat is fijn, want ik kijk liever vooruit naar wat er gaat komen, dan dat ik steeds moet terugblikken op wat is geweest.” Aan de muur van de modern gerenoveerde boerderij op het Friese platteland vind je dan ook niets terug dat doet herinneren aan de imposante schaatscarrières van het gouden stel. Zo won Ids in Nagano olympisch goud op de 1000 en zilver op de 1500 meter. Anni won in Japan brons op de 3000 meter, pakte goud op de 1500 meter in 2002 en brons op de 1000 meter en goud op de ploegenachtervolging met Duitsland in 2006. Anni: “We hebben samen van heel veel mooie momenten mogen genieten, grote hoogtepunten samen gedeeld. Maar wij hoeven niet te pronken met onze prijzen, wij dragen onze medailles mee in ons hart.” Ids: “Zeker Nagano zullen we nooit meer vergeten. Dat waren echt geweldige Spelen. Niet alleen vanwege het succes. De sfeer was er aangenaam, het was er eigenlijk gewoon perfect. Veel leuker dan vier jaar later in Salt Lake City, waar door de aanslagen van 11 september alles enorm onder druk stond.” [caption id="attachment_22083" align="alignnone" width="1080"] Nicolien Sauerbreij & Edwin van Calker, Vancouver 2010[/caption] “Onze sporten worden één keer in de vier jaar uitgelicht rond de Winterspelen,” vertelt Edwin van Calker. “Als je zoals ik in 2002 een wax-probleem hebt of zoals Edwin besluit niet af te dalen, dan valt dat meteen op,” vult Nicolien Sauerbreij aan. De bobsleeër en snowboardster hadden jarenlang geknokt en hun eigen koers gevaren om te kunnen schitteren op het grootste podium. De dood van een Georgische rodelaar en slechte ervaringen met de levensgevaarlijke baan in Whistler zorgden er echter voor dat Edwin zich genoodzaakt voelde de vier- mansbob terug te trekken. Edwin: “We zagen de beelden van het ongeluk live op tv. Een jaar eerder waren we op dezelfde baan keihard gevallen en tijdens een training moesten we zelfs twee uur wachten voordat we met de bob mochten afdalen omdat de verplicht aanwezige ambulance en traumahelikopter weg waren vanwege crashes. Er was zó veel commotie. Ik dacht: waar zijn we hier mee bezig? Ik was niet goed aan het sturen, had geen zelfvertrouwen meer en vond het simpelweg niet verantwoord om met vier man die berg af te sjezen. Mijn grens was bereikt: tot hier en niet verder.” Nicolien: “Ik hoorde het nieuws, maar was al helemaal gefocust. Datzelfde gold voor de foutieve wissel van Sven Kramer op de tien kilometer. Heel vervelend, maar ik was met twee dagen later bezig. Het waren walgelijke omstandigheden: regen en twee graden boven nul. Het had niets met wintersport te maken. Toch was ik geconcentreerd en alleen maar bezig met tegenstanders één voor één te verslaan. Die gouden medaille maakte een hoop los; eindelijk was het me ook gelukt om op de Spelen te presteren. Dat ik het honderdste goud voor Nederland heb veroverd, is leuk voor de geschiedenisboeken, maar daar had ik geen invloed op.” Edwin: “Ik zat al in het vliegtuig naar Nederland.” Nicolien: “Uiteindelijk kom je naar de Spelen voor jezelf en niet voor een ander. Als dat niet goed gaat, denk je: wegwezen. Ik kan me dat wel voorstellen.” Edwin: “Ik heb thuis nog wel naar de race gekeken. Eén op de drie teams ging onderuit of kwam niet goed beneden. Ondanks de hevige kritiek zei mijn gevoel meteen dat ik de juiste beslissing had genomen. Gelukkig is dat altijd hetzelfde gebleven. Ik heb er geen seconde spijt van gehad.” [caption id="attachment_22084" align="alignnone" width="1080"] Marianne Timmer & Gianni Romme, Nagano 1998[/caption] “Gianni Romme was in Nagano echt van een andere planeet. De man van Mars. Natuurlijk volgde ik hem op voet,” blikt Marianne terug. Het voormalig trainersduo van Team Continu was in Japan gezamenlijk goed voor vier gouden medailles. Timmer won goud op de 1000 en 1500 meter, Romme was oppermachtig op de 5000 en 10.000 meter. Gianni: “Hoewel we toen nog met kernploegen werkten en Marianne en ik dus in gescheiden ploegen zaten, beleefde ik haar succes wel en werd ik daardoor voortgestuwd. Er gebeurde elke dag iets in het dorp, er was zoveel succes voor Nederland. Echt gaaf.” Marianne: “Helaas hebben we elkaar toen nauwelijks gesproken. Dat kon ook niet. Ik was zo gefocust op mijn eigen taken, leefde helemaal in m’n eigen wereld. We hebben elkaars wedstrijden alleen op tv kunnen zien. Pas bij terugkomst kregen we door wat onze prestaties in Nagano teweeg hadden gebracht.” Na decennia gevuld met slechts spaarzame Nederlandse successen op de Winterspelen, domineerden de Nederlandse schaatsers in Japan. Bij terugkomst in Nederland werden de atleten massaal gehuldigd. Marianne: “Ik vond het gewoon eng. Dat staat me nog heel goed voor de geest, het was echt heftig. We werden allemaal in een limousine naar huis gereden. Dat ding zat vol deuken omdat ze maar bleven proberen foto’s van ons te maken.” Gianni: “Totale gekte! Het was een aantal Spelen slecht voor Nederland gegaan. Vier jaar eerder in Hamar was het niets. Ook in 1992 in Albertville was het ondermaats, alleen Bart Veldkamp wist daar te winnen. Bij de vrouwen was het ook al sinds Yvonne van Gennip in 1988 niets. Dat maakte de Spelen van 1998 extra speciaal. Men was dronken van geluk.” Marianne: “Misschien dat Nagano daarom voor mij extra bijzonder is. Ik werd op die baan ook de eerste Nederlandse wereldkampioene sprint, het heeft dus sowieso een speciale plek in mijn hart. Maar Nagano 1998 was nog heel knus, met een heel klein Holland Heineken Huis bijvoorbeeld. Na het succes daar was het in Salt Lake City en Turijn meteen volledig anders. Veel groter.” [caption id="attachment_22085" align="alignnone" width="1080"] Christine Aaftink & Bart Veldkamp, Albertville 1992[/caption] “Bart Veldkamp heeft voor ons die Spelen gered,” blikt Christine terug op de laatste Winterspelen waarbij er geschaatst werd op een buitenbaan. “Echt! Zovelen van ons eindigden net naast het podium. Ik ook, vierde op de 500 meter. Een loserplek! En toen pakte Bart op het eind alsnog goud op de tien kilometer. Ik was erbij in het stadion, een geweldige ervaring. Het maakte Albertville voor ons allemaal een klein beetje goed.” “Maar ook voor mij begonnen die Spelen slecht,” herinnert Bart zich. “De vijf kilometer was een drama. Het weer werkte totaal niet mee en dat ijs kon gewoon niet. Johann Olav Koss en ik moesten in de eerste ritten door een laag van regen en natte sneeuw ploeteren. Vervolgens werd er gedweild, ging er een hele laag prut af en konden al die eerste ritten zo de prullenbak in. Ik baal daar nog steeds van, ik ging daar voor twee keer goud en niets minder.” Christine heeft de Spelen van 1992 volledig geblokt door haar vijfde plek op de 1000 meter en de vierde op de 500 meter. “Ik heb die wedstrijd nooit teruggekeken. Ik verloor het brons op negenhonderdste van een seconde. Op een buitenbaan. Dat is misschien één verkeerd zuchtje wind. Een heel grote frustratie. Wat mij betreft hebben die Spelen nooit plaatsgevonden of ben ik er in ieder geval niet geweest!” Bart: “Ha, precies! Waren wij daar? Nee toch? Daar weten we niets meer van.” Voor Veldkamp brachten de Spelen van Albertville nog een unicum met zich mee. “Het was de eerste keer in mijn leven dat ik dronken was. En ach, dat ik precies op dat moment live op tv was bij Mart, was helemaal niet erg.” Christine: “Niemand vond dat erg. Er was zo’n ontlading, het eerste goud bij de mannen sinds Piet Kleine in 1976. Dat mocht gevierd worden.” [caption id="attachment_22079" align="alignnone" width="1080"] Sjinkie Knegt en Jorien Ter Mors, Sochi 2014[/caption] “Ik ben echt geleefd in de maanden na de Spelen van Sochi,” haalt Jorien de nasleep van de Winterspelen van 2014 voor de geest. Meer dan ooit werd shorttrack daar voor ons land op de kaart gezet. “Het was een behoorlijke gekte hier in Nederland, dat kwam natuurlijk ook door mijn gouden medaille op de langebaan.” “Gelukkig had ik nog een wereldkampioenschap te rijden waar we met de team- relay wat goed te maken hadden,” vult Sjinkie aan. De kersverse vader moest daarom na Sochi de knop al snel weer omzetten. “Wij moesten door, ‘nee’ zeggen tegen alles wat op ons afkwam. Toen we vervolgens in Canada wereldkampioen werden op de relay, merkten wij ook dat shorttrack in Nederland een mooie vlucht had genomen.” Sjinkie en Jorien waren de kopman en –vrouw van het vaderlandse shorttrack. In Sochi zorgde Sjinkie met brons op de 1000 meter voor de eerste Hollandse olympische medaille ooit in het shorttrack. Sjinkie: “Die medaille heeft enorm geholpen de sport op de kaart te zetten in Nederland, en mij trouwens ook.” Jorien werd vierde, vijfde en zesde als shorttrackster, maar op de langebaan won ze olympisch goud op de 1500 meter en met de achtervolgingsploeg: “Ik beschouw Sochi niet als mijn doorbraak bij het grote publiek. Dat interesseert me namelijk niet. Ik schaats niet voor het grote publiek, maar voor mezelf. Om het beste uit mezelf te halen.” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Darten

Heldenpraat met Gian van Veen

Hij werd in november 2024 de eerste Nederlandse wereldkampioen bij de junioren in het darten, versloeg meermaals dartsensatie en huidig wereldkampioen Luke Littler én won in oktober het EK. In aanloop naar het PDC World Darts Championship 2026 (11 december – 3 januari) maakten wij kennis met Gian van Veen (23). Van deze darter had ik posters boven mijn bed hangen... “Posters is misschien een groot woord, maar als ventje was ik groot fan van Gary Anderson. Ik begon met darten in 2011. Hij verloor dat jaar de WK-finale, maar ik vond hem zo gaaf. Inmiddels heb ik een paar keer tegen Gary gespeeld, en in september won ik voor het eerst van hem. Van mijn idool winnen was een bijzonder moment in mijn nog prille carrière. Gary weet ook dat hij mijn voorbeeld is en is altijd ontzettend vriendelijk tegen me.” Dit vooroordeel over darters is niet waar... “Mensen zeggen vaak dat darten geen echte sport is, of dat het een ‘kroegsport’ is. Daar ben ik het niet mee eens. Je hoeft als darter fysiek niet zo fit te zijn als een marathonloper of voetballer, maar men- taal is darten enorm zwaar. Je moet één tot anderhalf uur je focus op een heel klein vakje gericht houden, terwijl hon- derden mensen achter je staan te juichen of schreeuwen. Onze sport is qua professionaliteit enorm vooruitgegaan. In de jaren tachtig stonden darters nog met pullen bier en sigaretten op het podium. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.” Hier ben ik het meest trots op... “Dat ik in november 2024 de eerste Nederlandse jeugdwereldkampioen ooit ben geworden. Als je bedenkt hoeveel grote darters Nederland heeft voortgebracht...” Dit doe ik om voor een wedstrijd van de zenuwen af te komen... “Drie uur voor een wedstrijd begin ik al met mijn warming-up. Ik gooi ontspan- nen in, doe wat spelletjes en probeer vertrouwen te krijgen in bepaalde dub- bels die ik in de wedstrijd vaak nodig heb. Met een kortere voorbereiding ga ik minder ontspannen het podium op.” Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards. Toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune. Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Basketbal

Dinja en Joeri van Liere: Wereldveroveraars

Dinja en Joeri van Liere Dinja en Joeri van Liere zijn [...]
Dinja en Joeri van Liere Dinja en Joeri van Liere zijn een uniek duo. Dinja (33) deed als amazone mee aan de Olympische Spelen in Parijs, broer Joeri (38) maakt zich op voor de Paralympische Spelen als rolstoelbasketballer. Twee gezinsleden die in dezelfde maand deelnemen aan de Spelen; historie hebben ze sowieso al geschreven. Bij het domein van zijn zus, de stal in Uden, speelt Joeri met de honden, die de basketbal net zo interessant vinden als hij. “Het is heel mooi hier.” Hij kijkt naar ‘de bak’ waarin zus Dinja rijdt. Verderop in de wei staan de paarden. Dinja en Joeri groeiden samen met hun broer Twan op in het Zeeuwse Kapellen, waar Joeri nog altijd woont. De broers raakten in de ban van motorcross. “Ik croste al op mijn vierde, we waren elk weekend onderweg voor races. Jij was een crossmeisje, ging altijd mee toen je klein was, maar speelde dan met vriendinnetjes in de blubber en het zand.” Dinja: “Jullie toerden door Nederland, gingen zelfs naar Tsjechië voor het jeugd-EK. Ik vond het leuk, maakte veel mee.” Joeri: “We verbleven vaak op een camping. Elke maandag op school had ik een nieuw verhaal te vertellen, leuker dan dat van klasgenootjes.” Dinja: “Ik zat ook niet op dezelfde golflengte als mijn klasgenootjes.” Flits en surprise Waar haar broers in de ban waren van motorcrossen, werd Dinja al op jonge leeftijd verliefd op paarden. De sponsor van Joeri en Twan had dochters die paarden hadden. “Ik wilde nergens anders meer heen dan naar die paarden. Daarna kreeg ik van mijn opa mijn eerste pony: Flits, een springpony. Ik kreeg hetzelfde leven als mijn broers, maar dan in een andere wereld. Opa bracht Flits en mij overal naartoe. Het gaf me een gevoel van vrijheid, ik was niet aan één plek gehecht.” Lachend: “Het was het tegenovergestelde van een burgerlijk bestaan.” Na Flits kwam Surprise, ook een springpony. “Over hem had ik niks te vertellen, die ging gewoon stilstaan midden in het parcours. Mij werd geadviseerd om dressuur te gaan doen, zodat ik meer controle over de pony zou krijgen. Zo is het begonnen. Het mooie aan dressuur is dat als je een paard, dat iets minder kwaliteit heeft, netjes africht en er goed mee oefent, je heel veel ver kunt komen. Bij het springen ben je afhankelijk van een paard dat de kwaliteit heeft hoog te springen.” Helden Magazine nummer 73  Het eerste gedeelte van het interview met Dinja en Joeri van Liere komt voort uit Helden Magazine nummer 73. Deze editie staat in het teken van het nieuwe voetbalseizoen, biedt uitgebreide aandacht voor wielrennen en besteedt ruimschoots aandacht aan de Paralympische Spelen. Cody Gakpo, de ster van het Nederlands elftal bij het afgelopen EK, siert de cover van Helden. In Liverpool krijgt hij nu te maken met nieuwe trainer Arne Slot en zijn assistent John Heitinga. Kan hij The Reds ook bij de hand nemen?  Voetbal  Naast Gakpo, waarbij het in het verhaal ook gaat over zijn tijd bij regerend landskampioen PSV, ook een uitgebreid interview met John de Wolf. Hij vertelt over zijn tijd met Arne Slot, Quilindschy Hartman, alzheimer en zijn imago. We maken ook kennis met het nieuwe kroonjuweel van Ajax: Jorrel Hato. In een turbulente periode bij de Amsterdamse club, ontwikkelt hij zich stormachtig. Ian Maatsen had een geweldig seizoen: haalde de Champions League-finale, kreeg een uitnodiging voor het EK en maakte een transfer naar Aston Villa. Hij doet zijn bijzondere verhaal en Lasse Schöne blikt terug op de Europa League-finale van 2017.   Wielrennen  Tom Dumoulin liet in 2015 in de Ronde van Spanje voor het eerst zien dat er een ronderenner in hem schuilde. Hij blikt uitgebreid terug op zijn indrukwekkende carrière. Een geweldige loopbaan had ook Annemiek van Vleuten. Aan de hand van foto's neemt ze ons, in aanloop naar de Tour de France Femmes die in Nederland start, mee terug in de tijd. De Tour de France voor vrouwen eindigt op Alpe d'Huez. Peter Winnen weet wat het is om te winnen op 'de Nederlandse berg'; hij flikte het twee keer. Hij neemt ons mee.  Paralympische Spelen  Paralympisch boegbeeld en atlete Fleur Jong kreeg bezoek van Victoria Koblenko. Niels Vink, een van de beste quad-rolstoeltennissers, vertelt zijn verhaal. Dat doet ook verspringer en sprinter Joël de Jong, kind van een donorvader en op jonge leeftijd getroffen door botkanker.  Nog meer Helden  Verder in deze editie van Helden: tennisser Jesper de Jong vertelt in aanloop naar de US Open onder andere over Carlos Alcaraz, Jannik Sinner, Tallon Griekspoor en zijn trouwste fan: zijn opa. Jelto Spijker is een opvallende verschijning in de machowereld van het waterpolo; hij is keeper en kwam op zijn zeventiende uit de kast. En nog veel meer! 

Judo

Juul Franssen: ‘De onbevangenheid heb ik nu weer terug’

De drie bronzen medailles – WK 2018, 2019 en EK 2020 – hebben toch [...]
De drie bronzen medailles – WK 2018, 2019 en EK 2020 – hebben toch het gedroomde geluk niet gebracht; evenmin de olympische deelname van 2021. Als vijfjarige had Juul Franssen (33) kennisgemaakt met de judomat, een klein half jaar geleden nam ze afscheid. Strijdbaar vertelt ze 27 jaar na haar kennismaking met haar sport waarom ze weer dat ‘onbevangen meisje’ wilde worden en hoe ze daarin geslaagd is. “Judo was vanaf het begin één groot feest. Ook omdat ik mijn teveel aan energie – nu zou dat ADHD genoemd worden – er in kwijt kon. Mijn eerste échte hoogtepunt was het WK-goud voor teams in 2010, met een geweldige groep meiden onder leiding van Marjolein van Unen, Cor van der Geest en Chris de Korte. Ik was een jonge hond, onbevangen en won van iedereen. Ik kon mijn olympische droom achterna; tot de judobond eind 2016, na de Spelen van Rio, besloot te centraliseren en alle judoka’s fulltime op Papendal wilde hebben. Daar werd ‘maatwerk’ beloofd. Maar ik wilde niet fulltime op Papendal trainen, maar bij mijn team blijven. Ik was vanuit Reuver, het Limburgse dorp waar ik altijd gewoond had, naar Rotterdam gegaan om bij de club van Chris de Korte, ook de trainer van mijn olympische held Mark Huizinga, de best mogelijke judoka te worden. Daar zei ik in het begin iedereen op straat met m’n zachte g heel vriendelijk gedag; zoals in Reuver, waar iedereen iedereen kent. Maar in Rotterdam werd ik dan aangekeken met ‘wat moet je van me’- blikken. Dus heb ik me snel aangepast. Ik was op mijn plek bij m’n trainer Mark van der Ham en de mensen op de club en blij met m’n vorderingen. Dat ging ik niet op het spel zetten om fulltime naar Papendal te verhuizen en te gaan werken onder trainers zonder EK-, WK- en olympische ervaring. Door mijn weigering moest ik in gesprek met de toenmalig technisch directeur van de bond, Henry Bonnes. Die vertelde me dat ze, als ik bleef weigeren, m’n A-status van het NOC*NSF zouden afnemen waardoor ik ook m’n auto en m’n inkomen als topsporter kwijt zou raken. Allebei hebben we genotuleerd, maar er zat geen enkele overeenkomst in die notities. Ik stond met m’n rug tegen de muur, voelde me heel eenzaam en heb daarom de hulp ingeroepen van NL Sporter en hun jurist Hetteke Frima. We hebben de bond zelf voorstellen gedaan, waar ze het niet mee eens waren. Dagelijks had ik contact met Hetteke, die me samen met advocaat Wil van Megen dag en nacht heeft bijgestaan, en een hele goeie vriendin is geworden. In december, een maand na de Grand Slam in Abu Dhabi, werd ik weer uitgenodigd door de technisch directeur. 'Tja, Ik loop niet als een mak schaap mee, verzet me tegen machtsmisbruik. Omdat ik uit de selectie was gezet had ik ook geen andere keuze' Het ‘gesprek’ bleek een mededeling te zijn die per brief werd bevestigd: ik was uit de selectie gezet. Ik heb doorgetraind, maar ook nagedacht en met Hetteke overlegd over volgende stappen. Op 13 januari, een kleine maand later, hebben we er een persbericht uitgegooid: we spannen een kort geding aan tegen de judobond. Helden Magazine 65 Het eerste gedeelte van het verhaal van Juul Franssen komt voort uit Helden Magazine 65. Er is volop aandacht voor de wintersporten én ook voor voetbal. Frank Rijkaard geeft sinds lange tijd weer eens een interview. Hij spreekt onder meer over Cruijff, het Nederlands elftal en Lionel Messi. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met Lois Abbingh en Tess Lieder – voorheen Wester -. De handbalcollega’s zijn vriendinnen, schoonzussen en sinds kort ook allebei moeder. Daarnaast spraken we met Dávid Hancko en Kristyna Pliskova. De een is een grote aanwinst voor Feyenoord, de ander is toptennisster. Én een gesprek met de populairste schaatser van dit moment, Jutta Leerdam. Verder interviews met de succesvolste Nederlandse olympiër ooit: Ireen Wüst. De eerste keeper op het afgelopen WK: Andries Noppert, twee grootheden in het rolstoeltennis: Diede de Groot en Esther Vergeer. Shorttrackster Xandra Velzeboer gaat als een komeet. En Joep Wennemars is keihard bezig om uit de schaduw van zijn vader Erben te treden. Ook heeft het voetbalvirus nog altijd Guus Hiddink in zijn greep. Werden Marc van de Kuilen en Luuk Veltink vrienden door het noodlot. Spreekt Victoria Koblenko met olympisch kampioen openwater Ferry Weertman. En staat bondscoach van de Oranjevrouwen: Andries Jonker stil bij De Nachtwacht. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 65 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Judo

Michael Korrel: ‘Ik balanceer voortdurend op het randje’

Hij won grandslamtoernooien, voerde de wereldranglijst aan, maar [...]
Hij won grandslamtoernooien, voerde de wereldranglijst aan, maar de weg naar olympisch goud liep spaak. Wel werd Michael Korrel (28) onlangs Europees kampioen. In aanloop naar het WK (6-13 oktober in Tasjkent) spreekt Victoria Koblenko de judoka in de gewichtsklasse tot 100 kilogram. Hoe is judo in jouw leven gekomen? “Ik was vier toen ik begon, ben altijd al een potig ventje geweest. Ik was ook altijd aan het stoeien. Mijn tante gaf judoles en mijn neefjes en nichtjes deden aan judo.” Wanneer kreeg je het idee dat je goed kon judoën? “Toen ik op m’n zesde clubkampioen werd. Ik kan me dat nog goed herinneren. Die beker! Vanaf m’n zevende of achtste had ik elk weekend wedstrijdjes. Judo werd al snel een rode draad in mijn leven. Ik liet al snel zien dat ik potentie had. Mijn vader en moeder brachten me altijd. En altijd nam mijn moeder de camera mee. De foto’s heeft ze allemaal bewaard. Hoe ouder je wordt, des te leuker het is die oude foto’s terug te kijken.” Uit wat voor gezin kom je? “Uit een heel zorgzaam, liefdevol gezin. Mijn vader was lasser en m’n moeder nagelstyliste. Toen ze me in Vianen naar judo brachten, ging het nog, maar vanaf m’n dertiende moest mijn vader eerder van zijn werk komen voor mij en de uren later inhalen. Mijn ouders stimuleerden me, ik kon er niet met de pet naar gooien.” Iets wat een puber misschien wel soms zou willen. “Ik leerde trainen als ik daar eigenlijk geen zin in had. Maar ik zag ook meteen wat die discipline me bracht: ik mocht al snel meedoen aan NK’s. Ik snapte het spelletje, had een goede kracht en conditie door de fysieke training, was verder dan mijn leeftijdsgenoten. Op mijn zeventiende kwam zelfs deelname aan het EK in zicht. Dat was een heel grote stap. Ik ging drie keer in de week trainen, moest telkens heen en weer rijden naar Leusden, terwijl ik in Nieuwegein op school zat. Toen Theo Meijer, oud-judoka, mijn coach werd, ontwikkelde ik me pas echt als topsporter. Vanaf dat moment werd het professioneel.” 'In 2016 heb ik haar via Tinder leren kennen. Amanda was anders dan de rest. Ze zei 'nee; tegen mij waar de rest 'ja' zei' Terwijl je klasgenootjes vast stiekem rookten en op stap gingen... “Ik rookte of dronk niet met ze mee.” Dat geeft je kracht, maar kan ook voor een eenzame positie zorgen als je op die leeftijd bent, toch? “Maar die eenzaamheid ís topsport.” Kwetsbaar Waren er momenten dat je dacht: ik haal nooit de top? “Toen ik veertien was, werd ik derde bij het NK, terwijl ik met twee vingers in mijn neus eerste kon worden. Toen stortte mijn wereld in, ik was intens verdrietig. Maar het zorgde er tegelijkertijd voor dat ik tegen mezelf zei: dit gaat me niet nog een keer gebeuren. Fascinerend om daar nu aan terug te denken.” Dus je gebruikte die nederlaag als brandstof? “Het gekke is dat het twee jaar later nog een keer gebeurde. Ik kwam de sportschool binnen en iedereen feliciteerde me al voordat het toernooi had plaatsgevonden. Het ging mis, ik werd opnieuw derde. De wereld verging minder, maar toch. Ik ging toen wel naar het EK, want ik was nog wel de beste Nederlander gerekend over een aantal toernooien, dus het verzachtte de pijn.” Er werd van jongs af aan al veel van je verwacht. Hoe ging jij daar als tiener mee om? “Ik merkte dat als de druk er niet op stond het makkelijker was om te winnen. Ik werd op m’n achttiende Nederlands kampioen bij de senioren, mede omdat er niet van me werd verwacht dat ik zou winnen. Het judoot zoveel lekkerder als je die druk niet op je schouders voelt. Maar ja, hoe ouder ik werd, des te groter werd de druk.” Helden Magazine 63 Het eerste gedeelte van het verhaal van Michael Korrel komt voort uit Helden Magazine 63. We duiken in de slipstream van Max Verstappen. Sportief directeur Jan Lammers bespreekt zijn mooiste momenten op het circuit en Atze Kerkhof weet hoe het is om teamgenoot van Max te zijn. In deze editie lees je een uitgebreid interview met de vrouwen in het leven van Abdelhak Nouri. Voor het eerst vertellen zijn moeder, zussen, schoonzussen en tante hun aangrijpende verhaal. Daarnaast heeft ook Kira Toussaint een bewogen tijd achter de rug. De zwemster verbrak een gepland huwelijk en vertrok naar Amerika. Ook spraken we met een van de nieuwe boegbeelden van het vrouwenvolleybal: Nika Daalderop en maakt Davy Klaassen zich op voor een nieuw seizoen bij Ajax én een WK. Marcus Pedersen en Noor Omrani delen naast hun liefde voor de bal ook een hoofdkussen. Zijn broers Jens en Melle van ’t Wout klaar om de shorttrack wereld te veroveren. Jordan Teze speelde zich vorig jaar definitief in de kijker, Koen Bouwman won twee etappes en het bergklassement in de Giro én Ronald de Boer blikt terug op de Champions League-finale van 1995. Verder is Riemer van der Velde oud-voorzitter van sc Heerenveen. Een gesprek over onder meer de ontwikkelingen van zijn club en Abe Lenstra én Timothy Beck haalde als estafetteloper de Zomerspelen en was vlaggendrager bij de Winterspelen in 2010. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 63 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Judo

Sanne van Dijke: ‘Is dit dan nu mijn leven?

Sanne van Dijke (25) verloor anderhalf jaar [...]
Sanne van Dijke (25) verloor anderhalf jaar geleden onverwachts haar broer Steven en twee maanden later oud-trainingsmaatje Ilona Lucassen. Terwijl ze haar verdriet noodgedwongen probeerde te parkeren, blonk ze uit op de judomat. Ze werd Europees kampioen, won WK-brons en olympisch brons. “Ik ben trots op wat ik heb gepresteerd, maar ik ben niet gelukkig.” “De Olympische Spelen overtroffen al mijn verwachtingen. ‘Met publiek zijn de Spelen nog zoveel gaver,’ zeiden mensen om mij heen. Nou, ik vond het in Tokio allesbehalve saai. Ik vond het jammer dat mijn familie er niet bij kon zijn, maar dit was sport in de puurste vorm. Daar leef ik voor. Een week voor de start van de Spelen hadden we ons voorbereid op een plek bij een universiteit waar we vaker wa­ren geweest. Er stond een boom in ons hotel, daarin hadden Japanse kinderen gelukwensen gehangen. Die spreuken hadden ze voor ons proberen te ver­ talen. Op een stond: ‘Ik verwacht een medaille.’ Die vond ik mooi, want ik verwachtte ook echt een medaille van mezelf. Het briefje heb ik uit de boom gehaald en op de kast voor mijn bed geplakt. Iedere ochtend als ik wakker werd, zag ik die Japanse spreuk. Op de wedstrijddag las ik hem en ik zei tegen mezelf: nou San, ga het maar doen. Ik had er zin in en de eerste partij ging goed. Ik won op ippon. De tweede partij werd een tricky gevecht. Ik won dankzij golden score. In de halve finale stond ik tegenover de Oostenrijkse Michaela Polleres, een meisje van wie ik echt kon winnen. Ik zette een schouderworp in, dacht dat ik haar had. Maar ze pakte me over. Ik zat even goed stuk. Ik heb even goed gescholden en met wat dingen gegooid. Na een paar minuten dacht ik: oké, focus, ik kan nog brons winnen. Na een half uur stond ik op de mat tegen­ over de Duitse Giovanna Scoccimarro. Zij is meer een tactische judoka, dat ligt mij niet echt. Ik kwam achter met twee shido’s, bij drie had ik verloren. Met mijn rug stond ik tegen de muur, werd er moedeloos van. Ik probeerde aan te val­len, maar het lukte niet. Toen gingen we de golden score in, iedere fout was funest. Ik merkte dat zij moe werd, daardoor kon ik wat beter aanvallen. Ik zag een gaatje en kon haar ver op haar rug vast­ pakken. Dit moet hem zijn, dacht ik. De eerste poging mislukte, maar ik had haar nog steeds vast. De tweede poging dan. Ik voelde haar tenen wankelen en dacht: daar ga je. Zo opgelucht was ik. Ik zakte in elkaar en voelde hoe moe ik was, het had bijna acht minuten geduurd voor­ dat ik die golden score maakte. Daarna kwamen de emoties eruit. Het was gelukt. En ik dacht: deze is voor Steven." • Steven is op 8 april 2020 uit het leven gestapt. Mijn broers Steven, Wouter en ik waren heel close. Steven leek op mijn moeder, was net als zij echt een gevoelsmens en een ontzettend lieve jongen. Hij deelde veel over zijn leven met me, maar had het nooit over de dingen waar hij tegenaan liep. Steven wilde altijd een ander helpen, maar zelf hoefde hij niet geholpen te worden. Ik ben ook niet zo’n prater, maar als ik met iets zat, ging ik naar Steven of mijn moeder. Steven was ook altijd enorm betrokken bij mijn judo. Zonder hem had ik überhaupt niet gejudood, ik was denk ik een jaar oud, toen ik al met hem meeging naar de judotraining. Wouter is ook betrokken hoor, maar hij is, net als ik, altijd druk. Wouter heeft een succesvol bedrijf dat hij al vanaf zijn zeventiende aan het uitbouwen is. Als ik bij mijn moeder aan het eten was, kon Wouter zeggen: ‘Hé, ik zie je koffer in de gang staan, ga je weer weg?’ Dan wist hij niet dat ik een maand naar Azië ging. ‘O, veel plezier,’ zei hij dan. Steven wist altijd precies wat ik deed en waar ik was. Hij zette de wekker voor mijn wedstrijden en bleef ervoor thuis. Steven haalde weleens mijn oma op in Geldrop, dan zette hij een beamer aan en keek met haar naar mijn wedstrijden. Hij zei ook geregeld dat hij trots op me was, kon ineens zeggen: ‘San, ik ben zo trots op wie je bent.’ Ik zou ook nog zoveel tegen hem willen zeggen... Met Wouter ben ik ook close, maar hij is zakelijker. Sinds het overlijden van Steven is onze band wel veranderd. Nu hij er niet meer is, hebben we bijna iedere dag contact. Dat Steven uit het leven wilde stappen, heb ik niet aan zien komen. Hij had gokproblemen en was al eerder teruggevallen, dus we wisten dat het weer mis kon gaan. We waren er dus wel mee bezig, maar aan deze consequentie hadden we nooit gedacht. Ik heb heel veel verdriet gehad om Steven, maar na een paar maanden trainen leek het of ik het verdriet een beetje kon parkeren. Ik merkte ineens hoe sterk het mentale vermogen van een mens is. Je kunt bepaalde dingen blijkbaar voor je uit duwen. Net als wanneer je op vakantie gaat en dan ineens ziek wordt. Je mind laat in die drukke periode ervoor niet toe dat je ziek wordt. Met je hoofd kun je iets lichamelijks tegenhouden. Bij mij was het dat ik het rouwen onbewust deels uitstelde. De Spelen stonden nog op het programma. Ik moest aan de gang, had werk te doen. Ik zat ook nog eens in een volle concurrentiestrijd met Kim Polling. Het voelde heel cru dat ik eigenlijk moest zeggen dat ik mijn verdriet uit moest stellen. Aan motivatie had ik geen gebrek, maar ik zat wel in de knoop met mezelf. Ik wilde rouwen, maar had daar geen tijd voor. Een psycholoog hielp me in die periode. Ik wist ook dat Steven het heel erg zou vinden als ik zou opgeven. Hij wilde niks liever dan dat ik naar de Spelen zou gaan. Als hij niks met judo had gehad, dan was het een ander verhaal geweest, dan had ik niet aan mezelf kunnen verantwoorden dat ik er zo snel mee was doorgegaan. Maar Steven wilde niet dat wij ons leven zouden stilzetten om hem. Als hij had kunnen zien dat ik die droom had opgegeven, zou hij daar ontzettend van hebben gebaald. Vanwege het coronavirus mochten we in mei pas weer judoën. De Spelen waren uitgesteld, in mijn hoofd had ik toen ook totaal geen ruimte voor de Spelen. Toen ik weer begon met judo, had ik ruimte voor structuur, meer ook niet. Judo was een reden om uit bed te komen. Mijn beste vrienden, onder wie Michelle Schellekens, hebben mij echt op de been gehouden. Mijn coach Micha Bazynski is ook heel belangrijk geweest. Belangrijker dan hij zelf beseft. Hij heeft me gesteund en veel naar me geluisterd, maar hij hielp me vooral door naar Papendal te komen. Hij zei: ‘Ik ben er, kijk maar wat voor jou goed voelt. Ik snap het als je niet komt en als je wel komt, gaan we trainen.’ Micha woont in Duitsland en reed er wel ruim twee uur voor naar Papendal. Dus als ik niet zou komen, zou hij dat hele stuk voor niks hebben gereden. Zonder mij druk op te leggen, zorgde hij voor structuur in mijn leven. Judo was zo goed voor me in die periode. Ik bewoog, wat al goed voor me was, reed iedere dag een uur naar Papendal en weer terug, daarna was de halve dag al om. Dat hielp me enorm. Toen gebeurde het weer. Twee maanden later, op 12 juni, overleed mijn oude trainingsgenoot Ilona Lucassen. Ook zij stapte uit het leven. Het klinkt raar, maar om Ilona ben ik op dat moment minder verdrietig geweest als om Steven. Mijn emmer met verdriet zat al vol. Ik was al een vaatdoek, wat word je daarna, een servetje? Wel merkte ik dat ik de wereld heel oneerlijk begon te vinden. Ik had het gevoel dat iedereen tegen mij was en werd heel negatief, dacht: wat heeft het voor zin, iedereen gaat toch dood. Met Ilona had ik jarenlang in Eind­hoven getraind. Ze was een paar jaar jonger dan ik en een beetje een gekkie. Ilona was een sfeermaker, maar ze was ook heel beïnvloedbaar. Je kon haar opnaaien om alles. Als we iets grappigs hadden bedacht, voerde zij het wel uit. Als we op het matje moesten komen bij een trainer, wist ik zeker dat zij wat terug zou zeggen. Ik heb misschien een grote bek, maar Ilona had dat helemaal. We waren allebei een beetje ratjes. Echte pubers. Op Papendal zijn we een beetje uit elkaar gegroeid. Ik werd serieuzer in mijn sport. We zagen elkaar nog steeds iedere dag, maar hadden minder contact. Op Papendal werd ik een wat belangrijkere speler. Ik had vroeger te maken met types als Edith Bosch. Zij kon echt een bitch zijn, trapte tegen je schenen en haalde je onderuit. Ik haatte haar toen, maar waardeer nu wat ze heeft gedaan. Ik ben er knetterhard van geworden, zonder Edith en de andere oudere judoka’s was ik niet waar ik nu was. ‘Judo gaf Ilona structuur, maar door corona viel dat weg. Maar dat ze dit zou doen, had ik nooit verwacht’ Dat gedrag nam ik ook een beetje over. Als iemand zat te klooien, kon ik ook zeggen: ga lekker naar huis als je niet je best doet. Dat heb ik ook bij Ilona moeten doen. Zij kon dat totaal niet van mij hebben, dacht: wij zijn juist toch maatjes? Ilona vond het lastig als ik haar ergens op aansprak. Judo heeft Ilona op het rechte pad gehouden. Van mezelf denk ik soms ook: als ik niet had gejudood, weet ik ook niet hoe ik terecht was gekomen. Maar bij Ilona dacht ik dat helemaal. Judo gaf Ilona structuur, maar door corona viel dat weg. Maar dat ze dit zou doen, had ik nooit verwacht. Margriet Bergstra, een van mijn beste vriendinnen, was Ilona’s beste vriendin. Zij heeft het van dichtbij meegemaakt dat zij weggleed. Margriet belde mij meteen toen het vreselijke nieuws over Ilona bekend was. Ik dacht: nee, niet nog een keer. Ik kreeg wel een klap, maar niet zo erg als die aankwam bij de anderen, omdat ik zelf dus al vol zat met verdriet. Vooral probeerde ik er voor Margriet te zijn. Bij de uitvaart van Ilona ben ik niet geweest, dat mocht niet vanwege corona. We hebben het in Eindhoven online gekeken met andere judoka’s en coaches en hadden een erehaag gemaakt voor haar. Ik heb me heel eenzaam gevoeld. Michelle en ik hebben wel veel steun aan elkaar gehad. Zij was ook een heel goede vriendin van Ilona en van Steven. We zijn allebei geen praters, maar bij elkaar zijn, hielp al. We keken films, hingen op de bank. Het was zo veel wat er was gebeurd, we konden dat allebei niet behappen. In die tijd was ik eigenlijk een beetje ontoerekeningsvatbaar. Ik dronk veel, was mijn verdriet niet aan het verwerken, maar meer aan het ontsnappen. Structuur, bewegen en een dagelijks doel om mijn bed uit te komen, gaven mij houvast. Maar de Spelen konden me echt gestolen worden. Ik heb zelfs gezegd: laat Kim Polling maar gewoon gaan. Als onze strijd niet zo persoonlijk was geworden, had ik mijn vorm misschien nooit meer teruggevonden. De manier waarop de concurrentiestrijd met Kim is gegaan, heeft me enorm geraakt. Lang hebben Kim en ik niks met elkaar te maken gehad, zij is vijf jaar ouder. In 2017 werd ik Europees kampioen in Warschau. Dat was het startschot van onze concurrentiestrijd. Kim riep geregeld wat over mij en dat krenkte me. Die gevoelens parkeerde ik, maar die kwamen eruit toen bekend werd dat ik de olympische selectie van Kim had gewonnen. Ik was niet blij, voelde vooral boosheid, had zo’n negatief gevoel overgehouden aan die strijd. In die tijd heb ik veel met een psycholoog gepraat. Die zei: ‘Je moet het afsluiten.’ Op aanraden van haar schreef ik briefjes waarop ik mijn negatieve gevoelens schreef. Die heb ik in de houthaard in de tuin gegooid. Daarna heb ik in mijn eentje een fles champagne opengemaakt. Eerst heb ik een glas gedronken, daarna ben ik naar Michelle gefietst en heb ik met haar een glas gedronken. Tot slot ben ik naar mijn moeder gegaan en heb ik met haar nog een glas genomen. Mijn moeder vond het geweldig dat ik de Spelen had gehaald. Eindelijk voelde ik die blijdschap toen ook een beetje. Vervolgens spande Kim nog een rechtszaak aan om op die manier te proberen alsnog het olympische ticket af te dwingen. Ik denk dat Kim heel anders is dan ik en haar acties daarom niet zo goed begrijp. Veel dingen heeft ze ook netjes gedaan, ze heeft me gecondoleerd na het overlijden van Steven. En ze heeft me gefeliciteerd met mijn kwalificatie voor de Spelen en na het winnen van een medaille. Ik vind het knap dat ze dat kon opbrengen, weet niet of ik dat had gekund. Wat betreft mijn judocarrière: ik wil sowieso doorgaan tot en met de Spelen in Parijs. En als mijn lichaam het houdt en ik heb er nog plezier in, dan ga ik door tot en met de Spelen in Los Angeles in 2028. Met mijn twee Europese titels, WK-brons en een bronzen olympische medaille is mijn carrière al geslaagd. Alles wat ik graag wilde, heb ik behaald. Natuurlijk zal ik straks weer meegesleept worden in de olympische hype en wil ik dat ticket bemachtigen, maar er zit wel een bepaalde rust in me. Ik hoef mezelf niet meer te bewijzen. In Tokio zag ik judo als werk, in Parijs ga ik er hopelijk van genieten. Met mijn familie op de tribune. • Na Tokio ben ik bij Stevens graf geweest met mijn medaille in mijn zak. We hebben het geflikt hè, zei ik. Ondanks alles wat er is gebeurd, heb ik dit jaar heel goed gepresteerd. Op judogebied ging het heel goed, maar ik heb wel gemerkt: succes is niet zaligmakend. Mijn leven is niet ineens goed met een olympische medaille. Ik ben er trots op en heel blij mee, hoor, het is een beloning voor het harde werken. Maar alles wat er is gebeurd, is niet ineens weg. Na Tokio ben ik opnieuw het verwerkingsproces in gegaan. Toen de Spelen afgelopen waren, haalde het verdriet me in. De eerste maand na de Spelen heb ik 26 nachten nachtmerries gehad over Steven. Dan was hij er ineens weer in mijn dromen en zei hij dingen als: ‘Het is allemaal in scène gezet.’ Vlak nadat hij was overleden, had ik ook die nachtmerries, maar in de zes maanden voor de Spelen had ik er geen last van gehad. Ineens merkte ik hoe erg ik mijn verdriet aan de kant had gezet. ‘Ik ben heel blij en trots op wat ik heb gepresteerd, maar ik ben niet gelukkig. Ik weet niet of ik me ooit weer beter ga voelen, dat is een heel enge gedachte’ Aan Steven denk ik iedere dag. Meestal voordat ik naar bed ga, maar er zijn ook veel andere momenten waarop ik aan hem denk. Bij films en muziek, tijdens gesprekken die ik met mensen voer, of als zijn club PSV moet voetballen. Vroeger speelden we altijd samen het spel Football Manager. Als we dan lazen dat een speler was verkocht voor veel geld, konden we tegen elkaar zeggen: ‘Ja, maar wij hebben hem gescout, hè.’ Als ik nu iets lees over een speler die een transfer maakt, heb ik de neiging Steven te appen. De rollercoaster van de afgelopen twee jaar is gelukkig voorbij. Tot en met de Spelen werd ik geleefd, nu kan ik alles even op mijn manier doen. Maar het licht aan het einde van de tunnel zie ik nog niet. Ik ga twee stappen achteruit, en dan weer één stap vooruit. Mijn psycholoog heeft gezegd dat het niet raar is dat ik nu terugval. En iedereen die ik spreek die iets soortgelijks heeft meegemaakt, zegt: het gaat nooit helemaal voorbij. De gedachte dat ik hier nooit meer overheen kom, vind ik zo heftig. Is dit dan nu mijn leven? Ik ben heel blij en trots op wat ik heb gepresteerd, maar ik ben niet gelukkig. Ik weet niet of ik me ooit weer beter ga voelen, dat is een heel enge gedachte. Mijn geluk is dat ik heel fijne mensen om me heen heb. Ik heb een fantastische vriendengroep en een heel lieve vriendin, Natalie Powell. Natalie is ook judoka, we zijn nu drieënhalf jaar samen. Bij haar kan ik mezelf zijn. Sinds kort wonen we samen. Soms kan ik niet uit mijn bed komen, heb ik een offday, dan komt ze een kop thee brengen. Af en toe is het voor haar ook lastig. Ik kan nog weleens flippen als het me te veel wordt en primitief reageren. Maar ze gaat er heel goed mee om. Ik vind het heel fijn dat ze Steven nog gekend heeft. Ik zie echt een toekomst met haar, volgens mij zij ook met mij. • Ik probeer nu ook meer op anderen te letten, door bewuster en wat vaker te vragen: hoe gaat het nou met je? Dat in plaats van vluchtig: hé, hoi, hoe is het? Als je je er bewust van bent, merk je dat heel veel mensen tegen dingen aanlopen of zich soms niet zo gelukkig voelen. We doen allemaal maar alsof we het zo goed voor elkaar hebben, maar schijn bedriegt. Als je met een kater op de bank ligt en door Instagram scrolt, zie je de ene na de andere perfecte bikinifoto op Bali verschijnen. Op jouw slechtste moment zie je het beste moment van iemand anders. Nou, dan voel je je vanzelf wel een mislukkeling. Dat is wat sociale media teweegbrengen. Met een goede vriendin heb ik dit najaar de marathon van Amsterdam gelopen. Dat plan ontstond al vorig jaar in coronatijd, maar toen ging de marathon niet door. Ik wilde er een goed doel aan koppelen, dat werd 113 Zelfmoordpreventie. We hebben ruim 15.000 euro opgehaald. Dat geld is belangrijk en hard nodig, maar ik vind het vooral belangrijk dat het gesprek wordt opengebroken. Dat mensen die niet gelukkig zijn, zich uitspreken, en er in een vriendengroep niet stoer over wordt gedaan of dat het weggelachen wordt.” Helden Magazine 59 Het verhaal van Sanne van Dijke komt voort uit Helden Magazine 59. Sifan Hassan is onze Held van het Jaar en siert de cover van het dubbeldik eindejaarsnummer. Ze kwam, zag en overwon. Hassan deed wat niemand voor haar deed: drie olympische medailles winnen op de middellange afstanden op dezelfde Spelen. Heel bijzonder is ook het verzoek dat Barbara Barend kreeg van Bibian Mentel. Vlak voor haar overlijden, op 29 maart dit jaar, wilde Bibian nog een keer een groot interview geven met het verzoek het verhaal na haar overlijden te publiceren. In het verhaal spreekt zij nog één keer iedereen toe die haar lief hebben.  In Helden Magazine 59 lees je een uitgebreid interview met Fabio Jakobsen en zijn aanstaande vrouw Delore. Ze blikken samen terug op de zware val in Polen, waarbij Fabio bijna het leven verloor én hoe hij zich dit jaar heeft teruggevochten. Daarnaast spraken we een van de sterkhouders van Ajax, Daley Blind in het bijzijn van zijn vrouw, dochter, moeder en twee zussen. Rolstoeltennisster Diede de Groot won dit jaar de Golden Slam. De dubbelvier zorgden voor het eerste olympische roeigoud bij de mannen in 25 jaar én Sjinkie Knegt vertelt over het leven na het ongeluk met de houtkachel. Ook in Helden Magazine 59 hebben Jeffrey Hoogland en Shanne Braspennincx het mooi geflikt met z’n tweeën, beloonde Tom Dumoulin zijn terugkeer met olympisch zilver op de tijdrit en groeide Denzel Dumfries uit tot de Held van Oranje tijdens het EK. Overigens vertelt Frédérique Matla over haar weg naar de top, won Abdi Nageeye niet alleen olympisch zilver op de marathon, maar coachte hij ondertussen ook zijn maatje naar brons en is Harrie Lavreysen de koning van de sprint. Verder zijn vrienden Niek Kimmann en Jelle van Gorkom allebei in het bezit van een olympische medaille. Dai Dai N’tab was ooit een feestbeest, nu is hij een van de snelste schaatsers van het land. Reshmie Oogink blikt in ‘De dag dat’ terug op het moment dat ze in Tokio te horen kreeg dat ze corona had. Victoria Koblenko ontmoet daarnaast olympisch kampioen Kiran Badloe én Caitlin Dijkstra staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Judo

‘Ik zou graag koffie met Dumoulin drinken’

Edith Bosch (41) vroeg zich tijdens het overgrote [...]
Edith Bosch (41) vroeg zich tijdens het overgrote deel van haar judocarrière af of ze wel goed genoeg was. Genieten was er niet bij. Met behulp van lifecoach Martijn Smit wist ze haar pantser af te pellen. In een tijd dat veel sporters kampen met ongekende druk en verwachtingen probeert Edith, samen met Smit, te helpen. Ze is het bewijs dat twijfel ook bij de allerbesten kan toeslaan. Ze was wereld- en Europees kampioen en nam deel aan vier Olympische Spelen waarin ze zich naar een zilveren en twee bronzen medailles judode. Met honderden tegenstanders veegde Edith Bosch de vloer aan, maar haar grootste tegenstander was ze zelf. Want tijdens het overgrote deel van haar judocarrière was er vooral die ene, allesoverheersende gedachte: ben ik wel goed genoeg? Zelf opgelegde druk leidde richting toptoernooien tot een tot kotsens toe oplopende spanning en egocentrisch horkgedrag; genieten van een topresultaat kon ze niet. Tien jaar geleden, in de herfst van haar carrière, besefte ze dat dit een weinig bevredigende levenswijze was. Met de hulp van lifecoach Martijn Smit wist Edith haar pantser af te pellen en ontdekte ze haar authenticiteit. Inmiddels begeleidt Edith, samen met Smit, mensen uit het bedrijfsleven en de topsport die tegen problemen aanlopen en via coaching zich bewuster willen worden over hoe ze naar zichzelf kijken en over zichzelf denken. Onder hen waren volleybalinternational Celeste Plak en judoka Marhinde Verkerk. Het doel is duidelijk: door zelfreflectie beter gaan presteren en meer plezier en voldoening ervaren. SPORTMYTHE Moest jij destijds eerst naar de bodem om van daaruit de weg omhoog naar je nieuwe ik – Edith 2.0, zoals jij haar noemt – te vinden? “Daar heb ik niet bewust voor gekozen. Ik had het heel moeilijk, maar bleef doen wat ik altijd deed, omdat ik dat gewend was en ook geen alternatief wist. Maar dan verandert er dus niks. Toch is dat wat de meeste mensen en dus ook de meeste sporters doen. Op dat gebied is er weinig verschil tussen mensen en sporters. Wij zijn mensen die ooit vanuit een passie en het gevoel dat ze daarin kunnen uitblinken aan een sport begonnen zijn. Medailles zijn het doel waarvoor alles moet wijken en dat we als potentiële medaillewinnaars worden gezien, wordt niet alleen van buitenaf aangegeven. Daar doen we zelf ook aan mee.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Judo

Roy Meyer: Levenslessen

 Roy Meyer (29) en Henk Grol zijn de beste [...]
 Roy Meyer (29) en Henk Grol zijn de beste judoka’s van Nederland in het zwaargewicht. Slechts één van hen mag naar de Olympische Spelen. Na het EK (29 april-2 mei) in Lissabon valt de beslissing. Victoria Koblenko ontmoet Roy in aanloop naar D-day. Wie jouw Instagram-account bekijkt, kan jou volgen op je spirituele reis. Het heeft iets ontwapenends om een beest van een atleet zo kwetsbaar te zien spreken over waar hij vandaan komt. “Ik refereer vaak aan mijn moeilijke jeugd, wil jongeren inspireren die in vergelijkbare situaties verkeren als waarin ik heb gezeten. Rolmodellen moeten openlijk spreken over wat hen overkomen is. Ik probeer belangrijke lessen die ik geleerd heb over te brengen. Ik ga ook een-op-een de gesprekken aan, het blijft niet beperkt tot het zenden van mijn boodschap. Als ik met jongeren werk, voel ik me meteen aangetrokken tot degenen die veel verdriet hebben. Na zo’n dag ben ik ook helemaal leeg en kan het dagen duren voordat ik mijn energie weer heb aangevuld. Maar ik doe het met liefde.” Judo geeft jou de mogelijkheid om de jeugd te inspireren met je levensverhaal, maar hoe kwam judo ooit in jouw leven? “Ik heb eerst gevoetbald, maar pakte de bal steeds in m’n handen. Al snel werd duidelijk dat voetbal niet voor mij was weggelegd. Ik was als kind heel druk, had extreem adhd, en kon m’n energie niet kwijt. Ik was zeven toen mijn ouders hoorden over een grootmeester in pedagogiek, Willem Cobben. Hij gaf judoles, schudde me door elkaar en zei: ‘Ik was gisteren van plan om met pensioen te gaan, maar voor jou blijf ik een jaartje hangen om te kijken wat er uit jou te knijpen valt.’” Hoe snel lukte het hem dat talent uit je te knijpen? “Ik werd de beste van de groep, binnen een jaar werd duidelijk dat ik talent had. Maar de spanning die ik ervaarde voor wedstrijden... Dat ging tot kotsen aan toe. Veel herinneringen aan die tijd zijn wazig vanwege alle stress waar ik toen mee te maken had. Mijn ouders hadden vaak ruzie, er waren altijd spanningen binnen ons gezin. Financieel, met mij; ze konden mijn gedrag niet hanteren bovenop hun eigen problemen. Er was totaal geen gezonde basis voor een kind. Door alle stress en verdriet werd ik op school onhandelbaar. En dat maakte dat mijn ouders niet meer wisten wat ze met me aan moesten. En met elkaar. Ik was aan het ontsporen. Uiteindelijk heb ik zeven jaar lang in de hulpverlening gezeten. Er waren een paar momenten dat ik het weer even thuis mocht proberen, maar al snel bleek dan dat het niet ging.” Jeugdgevangenis Vanaf je tiende stopte je noodgedwongen met judo omdat je een groot deel van je jeugd doorbracht in internaten en jeugddetentiecentra. “Het judo was een paar uur per week een uitlaatklep, meer niet. Ik stond onder invloed van de verkeerde mensen. Een noodkreet van mijn ouders leidde ertoe dat onze gezinsvoogd besloot mij tijdelijk in een internaat op te nemen. Vanaf mijn tiende heb ik het ene internaat na het andere gezien. En op een gegeven moment was daar geen plek meer en kwam ik terecht in een jeugdgevangenis. Daar kon ik verblijven, maar ik werd niet anders behandeld dan de gevangenen. In die tijd had ik nachtmerries. Of ik droomde dat het een grapje was dat ik daar zat, maar als ik wakker werd, bleek het de realiteit. Er was een negatieve groepscultuur, een jongen naast me had zijn vader neergestoken, anderen hadden gewapende overvallen gepleegd. Tussen dat soort mensen zat ik. Je staat op scherp, je staat altijd aan. Heel ongezond.” Wat heeft die periode in de jeugdgevangenis jou geleerd? “Ik herken dat roofdierengedrag bij mensen en leerde instinctmatig leven. Daardoor kan ik mensen sneller inschatten. En ik heb geleerd dat een negatieve, agressieve houding veranderen naar positief gedrag, hoewel je niet in een veilige situatie zit, mogelijk is.” Kun je je het moment herinneren dat je besloot: en nu wordt alles anders? “Het was gewoon een knop die ik omzette toen ik een jaar of vijftien was, tijdens de piek van mijn eenzaamheid in het detentiecentrum. Ik las de rapporten terug over mezelf en dacht: dit ben ik niet! Ik voelde een noodzaak om te veranderen. Het kon zo niet langer. Ik vertelde mezelf dat ik daar binnen een half jaar weg moest zijn. Ik wist dat ik me daarvoor netjes moest gedragen. Maar hoe dat moest, wist ik niet. Ik ben op mijn tenen gaan lopen. Was dus eerst aan het acteren, maar later werd mijn gedrag oprecht. Ik voelde me beter over mezelf. En ik merkte al snel de voordelen van positief gedrag. De inzichten die daaruit kwamen zijn me heel dierbaar.” 'Er was een negatieve groepscultuur in de jeugdgevangenis, een jongen had zijn vader neergestoken, anderen hadden gewapende overvallen gepleegd' Ik las dat je oefeningen deed om liefde te voelen voor de jongens in jouw omgeving aan wie je een hekel had. Hoe deed je dat? “In mijn cel las ik veel boeken die mijn moeder me stuurde. Die gingen over hoe we als mens in elkaar steken. Over lichaamstaal, meditatie, psychologie; daar was ik intens mee bezig. Die meditatie ging over liefde voelen voor je naasten. Het begon met die mensen voor de geest halen die je liefhebt. De volgende laag is dat je mensen neemt voor wie je neutrale gevoelens hebt en voor hen probeer je liefde te gaan voelen. Het diepste niveau van deze oefening is om jouw liefde te projecteren op mensen die je negatief triggeren. Er was een begeleider die me frustreerde en een jongen die gemeen was. We probeerden elkaar onder te spugen in de gang. Anti-chemie. In die meditatie ben ik liefde gaan geven aan iemand aan wie ik een hekel had. Dat is zo lastig. Mijn houding naar hen zorgde ervoor dat hun masker af viel. De jongen aan wie ik zo’n hekel had, is uiteindelijk een goede vriend geworden. Ik leerde dat de enige invloed je (innerlijke) houding is. Want je kunt vrijwel niet controleren wat je overkomt maar wel hoe je erop reageert. Die inzicht gaf me een gevoel van controle terug. Wat een vrijheid als je je beseft dat je eigen gemoedsrust en toestand bepaalt wordt door je eigen keuzes en gedrag. Deze inzicht zal me altijd boven water houden.” Op je zeventiende was de tijd van internaten en jeugddetentie voorbij, toch? “Klopt. Ik mocht bij mijn moeder gaan wonen, zij en mijn vader waren inmiddels uit elkaar.” Moest je opnieuw leren leven toen je ‘vrij’ was? “Ik kwam als het ware uit een oorlogsgebied. PTSS, posttraumatisch stressstoornis, heet het toch? Ik moest opnieuw leren functioneren in een maatschappij. Ik had geen diploma’s, wilde daarom de sociaalpedagogische hulpverlening in. En ik pakte het judo weer op bij mijn oude club. Ik had jaren niet aan sport gedaan, rookte en nam af en toe een pilsje. Ik wist qua judo niets van techniek, worpen kon ik niet maken. Jongens wilden niet met me judoën, want ik was onhandig. Op een gegeven moment vroeg een jongen: ‘Waarom judo je eigenlijk?’ Ik antwoordde: omdat ik mee wil doen aan de Olympische Spelen. Het floepte er zo uit. Ik werd uitgelachen. Als je me toen had zien judoën, had jij ook gelachen.” Vanaf wanneer verging mensen het lachen? “Bij een A-toernooi in Bremen in 2009 versloeg ik in de finale bijna een Japanner. Iedereen dacht: wie is die jongen? Ik had een bruine band om, terwijl ik die nog niet eens gehaald had. Ik had nog een blauwe, won het toernooi dus bijna als amateur. Dat was het begin van m’n reis. Ik ben meteen gestopt met roken. Dat gevoel op het podium wilde ik vaker ervaren. Daarna werd ik snel opgenomen in de nationale selectie. En binnen anderhalf jaar werd ik Europees kampioen.” Wat was er van je geworden als de sport niet zo’n succesvolle bestemming was geworden? “Daar heb ik veel over nagedacht... Sport heeft me leren leven. Ik kan goed leren, ben geen domme jongen. Ik heb in mijn jeugd alleen keuzes gemaakt die niet stroken met wie ik echt ben. Maar als het met judo niet was gelukt, dan was ik verdergegaan met studeren en was ik mooie dingen gaan doen in de sociaalpedagogische hulpverlening.” Voel je de zware last van de ervaringen uit je jeugd? “Jezelf kwetsbaar opstellen kan een krachtige keuze zijn. Op beproevende momenten in mijn leven en wanneer ik veel negatieve druk ervaar dan komen de pijnlijke en verdrietige herinneringen uit mijn jeugd soms weer naar boven. Dit zal altijd een deel(tje) van mij blijven maar hier put ik ook weer motivatie uit. Motivatie om te groeien en te delen.” Wanneer is die druk het grootst? “Dat kan een wedstrijd zijn waarin ik het zwaar heb. Of als we thuis onenigheid hebben over de opvoeding van de kinderen. M’n geestelijke belastbaarheid is dan minder en dan komen oude verdedigingsmechanismen tevoorschijn. Het besef dat oud zeer toch nog invloed kan hebben. Ik kan me dan even kinderachtig gedragen.” Maar hoe ga jij om met de druk van het moeten presteren? “Als ik een wedstrijd heb, moet ik voor negen uur ’s avonds mijn kamer hebben opgeruimd. Als ik alle mogelijke scenario’s van een wedstrijd in mijn hoofd heb afgedraaid, dan kan ik ‘het’ uitzetten. Ik heb de beste resultaten behaald als het zo ging.” Is dit een vorm van neurolinguïstisch programmeren? “Ja, dat zijn ankers. Ik merkte dat ik tijdens wedstrijden het puntje van mijn neus aanraakte om me goed te voelen. Toen ik beelden van mezelf terug ging kijken, zag ik dat ik dat vaak deed. Ik heb zelfs een wedstrijd verloren door het aanraken van mijn neus. Dan is het bijna irritant. Waarom ben je afhankelijk van een tik om je goed te voelen?” Hoe tem je je geest? “Voor een wedstrijd moet ik ervan overtuigd zijn dat ik er alles aan heb gedaan. Als het tijdens een wedstrijd moeizaam gaat, komt vaak de gedachte naar boven dat je er niet alles aan hebt gedaan. Zo’n energielek probeer ik te vermijden. In het algemeen vind ik het belangrijk om alles te kunnen relativeren. Ik wil zo graag begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. Het is mijn gedrevenheid, of de controle die me drijft. Terwijl juist de controle loslaten de grootste vorm van controle is. Je overgeven aan iets wat geheel onbekend is. Dan kun je tot grootse prestaties komen. Mijn motto is: niets in de wereld is onbereikbaar als je je comfortabel voelt buiten je comfortzone.” Hoe doe je dat? “Door boeken te lezen, om zoveel mogelijk invalshoeken te vinden hoe ik sport kan benaderen. Ik doe trainingen met Wim Hof. Sinds ik klein was, speelde ik altijd met blote voeten in de sneeuw. Mijn ouders dachten dat ik ziek zou worden, dat gebeurde nooit.” Hoe gebruik je Iceman Wim Hofs methode buiten het sporten om? “Als ik opsta, ga ik eerst drie minuten koud douchen. De ademhalingstechniek van Wim Hof zorgt ervoor dat ik iets in mijn lichaam kan opsporen: spanning of een soort uitstraling. Ik kan het moeilijk omschrijven, maar het is opvallend dat het symbool staat voor waar mijn aandacht de rest van de dag naartoe gaat. Ik kan onder de douche voorspellen of ik ergens last van zou kunnen krijgen. Je raakt intens ‘in tune’ met je lijf daardoor. Mijn lichaam en geest zijn mijn grootste wapens. Als sporter moet je steeds waken voor mogelijk energieverlies. Je moet barrières opsporen. Dat zijn gewoon groeimogelijkheden. Het betaalt zich niet alleen uit op sportief, maar ook op persoonlijk vlak. Ik leef in het moment. Ik heb een sterk vertrouwen dat alles zich voegt naar mijn wensen.” Liefde Hoe is de relatie met je ouders nu? “Met mijn moeder heb ik nog af en toe contact, met mijn vader niet meer. Ik heb een bewuste keuze gemaakt om zijn manipulatieve en toxische eigenschappen niet toe te laten in mijn leven. Ik word er niet gelukkiger van om hem in mijn leven te hebben. Kijk, als ik nou een warme jeugd zou hebben gehad, dan zou ik op visite kunnen gaan, maar wij zijn echt uit elkaar gegroeid.” Hoe harmonieus is de relatie met je vrouw? Je hebt dat thuis niet af kunnen kijken van je ouders. “Ik had geen referentiekader, moest zelf uitvinden hoe het werkte in een relatie. Naar mijn vrouw toe, maar ook op het vlak van de opvoeding van onze twee kinderen. Waar we vanaf het eerste moment veel raakvlak in hadden, was het geloof. Niet alleen het katholicisme, maar ook het geloof in de liefde.” Hoe heb je je zielsverwant ontmoet? “Dorée was naast me aan het trainen in het fitnesscentrum. Ze was onder de indruk en wilde me in mijn been knijpen. Ik vond het opvallend, want de meeste mensen willen meestal mijn biceps voelen. We zijn daarna een keer samen gaan skaten op de vluchtstrook.” Jullie eerste date was op de vluchtstrook? “Nee, het was geen date, we zijn gewoon gaan skaten. Ik heb altijd heel impulsieve ideeën, maar de vluchtstrook was meer praktisch, omdat het asfalt daar lekker rolde. We hadden onwijs veel lol. Totdat ze erachter kwam dat ik zeven jaar jonger was, daar was ze wel een beetje van geschrokken.” 'Dorée was onder de indruk en wilde me in mijn been knijpen. Ik vond het opvallend, want de meeste mensen willen mijn biceps voelen' Jij was twintig en aan het studeren. “Dorée zat in een andere levensfase, was toen al gek op kinderen. Op onze derde date heb ik verteld dat ik haar erg leuk vond. Maar ik vertelde erbij: sport staat op één, studeren op twee en een relatie op drie.” Viel ze niet achterover van zoveel romantiek? “In een relatie ervoor had ik een goede match, maar niet op alle vlakken. Daarvan had ik geleerd dat duidelijkheid heel belangrijk is, vooral in het begin. Dus het verschaffen van die duidelijkheid was de enige manier waarop ik een toekomst zag voor ons samen.” Was je meteen al klaar om vader te worden? “Ik wilde pas kinderen als ik boven de dertig zou zijn. Daar hebben we in het begin van onze relatie wel een probleem mee gehad. Maar ik wist sowieso dat Dorée de mama zou worden van mijn kinderen. Ik ben met haar gaan samenwonen terwijl ik geen rode cent had. Ze heeft haar spaarpot gebruikt om ons te ondersteunen. Dorée vond het aantrekkelijk aan mij dat ik een passie had. Gelukkig heb ik in korte tijd mijn A-status bij NOC*NSF gehaald, zodat ik een inkomen had. Na de Olympische Spelen van 2016 zouden we kijken of we ouders konden worden. En met onze eerste zoon Micah was dat snel gelukt.” Jullie zijn twee jaar geleden verloofd waarna jullie tweede zoon Joël is geboren... “Als topsporter draait alles om een bepaald egocentrisme. Maar ik heb mijn mooiste sportieve prestaties geboekt sinds ik met Dorée samen ben. Een gezin hoeft niet schadelijk te zijn voor de topsport. De vruchten die je plukt zijn juist nog zoeter.” Waar draait het leven voor jou om? “Verwondering! Het leven is zo prachtig en zo mooi. Kinderen kunnen zich verwonderen, maar met de jaren verleren ze het. Gelukkig kunnen we het ‘herleren’, we moeten die sluis naar het hart openzetten.” Wat is voor jou liefde? “Dat wat alles bij elkaar houdt, onze ware natuur.” Helden Magazine 56 Het verhaal van Roy Meyer komt voort uit Helden Magazine 56, waar bondscoach van het Nederlands elftal: Frank de Boer zich uitspreekt over het WK in Qatar, Virgil van Dijk, de kansen van ‘zijn’ Oranje, Louis van Gaal, Guus Hiddink en zijn rol als vader van drie dochters. In deze editie is er wederom aandacht voor turnterreur. Renske Endel, Suzanne Harmes, Verona van de Leur en Gabriëlla Wammes, de turnsters van de Sportploeg van het Jaar in 2001 en 2002, deden tien jaar geleden voor het eerst een boekje open over het gedrag van hun trainers Gerrit Beltman en Frank Louter. Na de bekentenis van geestelijke en lichamelijke mishandeling door Beltman afgelopen zomer is de bom gebarsten én delen de oud-turnsters nogmaals hun schokkende verhalen. Ook in Helden Magazine 56 een uitgebreid interview met oud-voetbalster Anouk Hoogendijk over de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal en een loodzware bevalling. Noa Lang maakte afgelopen zomer de overstap van Ajax naar Club Brugge. En met succes. We legden hem stellingen voor. Nadine Visser werd opnieuw Europees kampioen indoor op de 60 meter horden, wat maakt haar zo goed? Daarnaast was Tom Boonen jarenlang de koning van het voorjaar. We spraken hem over Tom Dumoulin, cocaïne, immense druk en de kick van autoracen. Verder blikt Stanley Menzo terug op een roerig leven. Is Chantal van den Broek-Blaak in grote vorm, maar heeft ze besloten volgend jaar te stoppen als wielrenster. Doet bokser Peter Müllenberg zijn verhaal en hoopt marathonloper Björn Koreman zicht te kwalificeren voor de Spelen. Erben Wennemars is parkdirecteur tijdens De Droomzomer, in ‘de dag dat alles misging’ blikt Rianne Schorel daarnaast terug op de Spelen van 2016 en staan we stil met Kika van Es in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Paardrijden

Adelinde Cornelissen: ‘Natuurlijk kan een paard ziek worden, maar zoiets…’

Domme pech, dat ondervond Adelinde Cornelissen in [...]
Domme pech, dat ondervond Adelinde Cornelissen in Rio de Janeiro. Met Parzival had ze zich in de zomer van 2016 op de valreep voor de Olym­pische Spelen geplaatst. Maar een etmaal voor de wedstrijddag bleek haar in top­ vorm verkerende paard ineens doodziek. Successen zoals op de Spelen van Londen individueel zilver en brons met het team ­leken ineens lichtjaren ver weg. Herstel werd een race tegen de klok. Toch reed de dressuuramazone een dag later de ring in, maar het werd een ultra­ kort optreden. Nooit eerder sprak ze daar uitgebreid over. “Nu heb ik meer afstand en minder emoties. In Rio kon ik er geen zin­nig woord over zeggen. Ja, ik kon de pers vertellen wat er gebeurd was; meer lukte me niet. Het had Parzivals laatste edstrijd moeten zijn en voor hem wilde ik een mooi en waardig afscheid van de wedstrijdsport. Op de Spelen had hij nog één keer moeten shinen. Dat verdiende hij. Maar dat mislukte, door zoiets! Natuurlijk weet je dat een paard ziek kan worden. Maar met zoiets had ik nooit rekening gehouden. De aanloop naar Rio was al spannend. Met zijn negentien jaar zou Parzival ‘te oud’ zijn. Gelukkig hebben we het tegendeel kunnen bewijzen op het NK, een maand voor Rio. Toen konden ze niet meer om hem heen. Als ik niet alle vertrouwen in Parzivals niveau had ge­had, zou ik mijn medewerkers en mezelf alle poeha van de voorbereiding, reis en verblijf in Rio wel hebben bespaard. Er kwamen alleen maar berichten binnen dat het daar allemaal ‘nog niet klaar was’. Bij aankomst bleek dat ook te kloppen. Maar mij maakte dat niet uit. Al had ik op de vloer moeten slapen. Het is zoals het is; daar ben ik altijd makkelijk in. Veel belangrijker was dat het trainen in Rio supergoed ging en Parzivals vorm ook supergoed was. Ik ben heel gestruc­tureerd, werk altijd volgens een plan. Daar focus ik me dan op en ik heb daar­ door weinig tijd om met andere dingen bezig te zijn. Oogkleppen zijn het hulp­ middel tegen afleiding. Die olympische dagen waren wel heel anders dan thuis, waar ik de hele dag met alle paarden bezig ben. In Rio had ik alleen Parzival om voor te zorgen en dan kon ik nog maar een uurtje met hem trainen. Er bleven veel uren over. Daarom heb ik daar heel veel hardgelopen. De paarden stonden op een half uur van het olympisch dorp, waar wij sliepen. Daarom had ik een groom (paarden­ verzorger) mee: mijn vriend Aris van Manen, die elke ochtend om zes uur op stal kwam om Parzival te voeren. Op dat tijdstip was ik de dag voor de wedstrijd al in de eerste shuttlebus onderweg toen Aris belde. Hij meldde: ‘Parzival is niet goed, z’n kaak is helemaal dik; geen idee wat er met ’m aan de hand is.’ Aris belde daarna meteen Jan Greve, de bonds­ dierenarts. 'Ik had ook nog nooit een vergiftigd paard gehad, dus ik had geen flauw idee hoe zoiets zich ontwikkelde' Om gek van te worden natuurlijk, hele­maal als je in zo’n bus zit en geen kant op kunt. De teamveterinair en ik waren tegelijkertijd bij de stallen. Gelukkig was daar een supergoede dierenkliniek waar ze alles zijn gaan checken. Daar bleek dat Parzivals temperatuur en bloedwaardes van hoog naar laag en omgekeerd spron­gen en dat hij vergiftigd was door een beet of steek van een beest of een insect. Ze hebben hem aan het infuus gedaan ­schoonspoelen om het gif eruit te krijgen en de nieren te stimuleren ­en ik heb er de hele dag bij gezeten. Langzaamaan zagen we hem een soort van opknappen, alleen wilde hij nog niet eten en drinken. Af en toe heb ik geprobeerd ’m wortel­tjes te voeren en ik denk dat het al aan het einde van de middag was dat er iets naar binnen ging. Daar was ik superblij mee, ook omdat de dierenartsen hem fit verklaarden. Helden Magazine 55 Het eerste gedeelte van het verhaal van Adelinde Cornelissen komt voort uit Helden Magazine nummer 55. De 55ste editie staat in het teken van Gouden duo’s. Kjeld Nuis en Joy Beune zijn naast collega’s ook geliefden. Over hun relatie was veel te doen. Voor het eerst doen ze samen hun verhaal. Naast het verhaal van Kjeld Nuis en Joy Beune lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo hebben Rafael van der Vaart en Theo Janssen veel gemeen. Ze zijn generatie genoten, linkspoten en levensgenieters. Daarnaast beleefde Femke Bol haar internationale doorbraak, doet Dylan Groenewegen voor het eerst uitgebreid zijn verhaal over De Val, waarbij collega Fabio Jakobsen zwaargewond raakte en blikt Wilco Kelderman terug op de bloedstollende ontknoping van zijn derde plek in de Giro. Ook in de 55ste editie van Helden spraken we vrienden en sinds kort weer ploeggenoten: Kai Verbij, Thomas Krol en Dai Dai N’Tab. Gingen we langs bij drievoudig olympisch kampioene, Jorien ter Mors over onder meer KiKa, Lara van Ruijven en de liefde. Is Tonny Vilhena gelukkig in Rusland bij FC Krasnodar en won Richard Krajicek 25 jaar geleden Wimbledon. Vandaag de dag heeft hij een andere uitdaging: toernooidirecteur van het ABN AMRO WTT zijn in coronatijd. Verder maakte speler van Atalanta Bergamo en Oranje, Hans Hateboer de verschrikkingen van corona in het zwaargetroffen Bergamo van dichtbij mee. Wil Carsten Nienhuis naar de Olympische Spelen als alpineskiër. Ziet paralympisch wielrenner Tristan Bangma bijna niets, maar door de nieuwste 5G-technologie kan hij ‘zien’ met zijn oren en staan we stil met Aniek Nouwen in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.