Word abonnee
Meer

Snowboarden

Nicolien Sauerbreij en Arjen Robben over wat een snowboardster en voetballer van elkaar kunnen leren

Ze kenden elkaar alleen van televisie, [...]
Ze kenden elkaar alleen van televisie, maar reageerden beiden meteen positief: Arjen Robben wilde Nicolien Sauerbreij graag een keer ontmoeten en Nicolien is al jaren fan van Arjen. “Hij is authentiek, is volgens mij volledig zichzelf. En ook hij heeft tegenslagen overwonnen.” Eind 2013 was het zover: de winnaar van de Champions League ontmoette in München de olympisch kampioene. In aanloop naar de Olympische Winterspelen doken we de archieven in. De schok 48 uur na interview en fotosessie was groot. Arjen voelde zich beresterk en was opvallend ontspannen. Het leven lachte hem toe. Die avond van het interview kwam om negen uur zijn ostheopaat overgevlogen uit Limburg voor een reguliere servicebeurt. De volgende dag zou Bayern München met de bus naar Augsburg rijden, voor de bekerwedstrijd tegen de lokale FC. Het zou Arjens laatste wedstrijd van het jaar worden. Na een jaar zonder blessures en nadat hij en passant de openingsgoal had gemaakt, schopte de keeper van FC Augsburg met een schofterige overtreding Arjen letterlijk het ziekenhuis in en het jaar uit. De keeper kreeg slechts geel. Opvallend is nog steeds de geringe verbazing over de aanslag op de knie van Arjen, maar dat terzijde. Op advies van Roy Makaay spraken we in 2013 af in Forsthaus Wörnbrunn, een gemoedelijk Zuid-Duits restaurant vlak bij het huis van Arjen in Grünwald. Nicolien: “Jij hebt lekker een thuisbasis. Thuis is voor mij zo’n relatief begrip, zeker in de winter. Tussen 2 januari en 24 februari kom ik helemaal niet thuis. Ik heb eigenlijk nauwelijks een thuisbasis.” Arjen: “Wij zijn gedurende het seizoen ook veel van huis, alleen zijn dit kortere periodes. Voor bijna elke wedstrijd slapen we in een hotel en tijdens de voorbereiding gaan we vaak een dag of tien op trainingskamp. Maar de hele winter reizen, zoals Nicolien, dat kennen wij niet.” Nicolien, hoe kijk jij naar Arjen? Nicolien: “Ik zie hem als een gedreven persoon met een enorme geldingsdrang waardoor hij af en toe wel eens een tegenspeler over het hoofd ziet. Ja toch?” Arjen knikt instemmend. “Ik ken hem eigenlijk alleen van televisie. Ik zie een fris Hollands hoofd, iemand die eerlijk is en in interviews de moeite neemt om zaken goed te verwoorden. Ik heb me altijd gestoord aan de wijze waarop hij in Nederland is bejegend. Zijn hele houding straalt gedrevenheid uit. Ik vrees dat veel Nederlanders die uiterste passie om de top te halen niet kennen en daarom al gauw denken dat wij ons aanstellen. Ik zie een op en top sportman die totaal niet naast zijn schoenen loopt. Dacht je dat Arjen die blessures leuk vond? Alsof je daar iets aan kunt doen. En ook typisch Nederlands, nu hij maar blijft winnen en scoren, schrijven al die journalisten die hem jaren hebben afgekraakt alleen maar positief. Zelfs zo positief dat hij was genomineerd voor Sportman van het Jaar. Maar Arjen is niet veranderd, dat zijn de journalisten.” Arjen luistert bescheiden en lacht af en toe: “Wat ik bij Nicolien bijzonder vind, is dat zij in een sport excelleert en zelfs het hoogst haalbare heeft gehaald, zonder enige faciliteit in eigen land. Zij heeft dus van het begin af aan heel veel offers moeten brengen, ja, dat vind ik ongelooflijk knap.” Nicolien is vereerd en oprecht verbaasd dat Arjen haar gouden olympische traject in 2010 tot en met de laatste race helemaal heeft gezien. Nicolien: “Dat is natuurlijk ook een vooroordeel, maar ik dacht: wat moet een voetballer nou met een vrouw die aan snowboarden doet? Ik vind dat wel bijzonder, daar sta je niet bij stil. Ik dacht, hij is even gaan googelen wie ik ben.” Arjen: “Dat hoor ik wel vaker, dat er een beeld van ons bestaat, alsof wij voetballers niet naar andere sporten kijken of in andere sporten geïnteresseerd zijn. Ik kan je legio voorbeelden noemen van topsporters die een heel brede belangstelling hebben.” Wie moet meer doen en laten voor haar/zijn leven als topsporter? Arjen: “Die vraag is bijna niet te beantwoorden. Het is een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk dat we allebei alles voor onze sport over hebben. Je leeft in een bepaald ritme en laat daar veel voor, maar je doet het graag omdat je er veel voor terugkrijgt.” Nicolien: “Er zijn tientallen miljoenen voetballers. Dat alleen al maakt het bijzonder als je als voetballer de top haalt. Ook jou komt lichamelijke fitheid niet aangewaaid. Daar moet je voor werken en vooral een gedisciplineerd leven leiden.” Is het makkelijker voor een man dan voor een vrouw om topsporter te zijn? Nicolien: “In het begin niet, maar verderop in je carrière wel. Dan moet een vrouw keuzes maken die een man nooit hoeft te maken. Hij kan kinderen hebben en een lieve vrouw naast zijn carrière. Waar zou ik mijn kinderen moeten laten, als ik ze zou willen? Als je op mijn leeftijd kiest voor topsport, dan kies je voor een leven zonder gezin, zonder kinderen. Los van de aanslag op je lichaam, hoewel ze zeggen dat een vrouw na een bevalling sterker is. Er is een Duits meisje dat voor Vancouver per ongeluk zwanger raakte en die is inderdaad sterker teruggekomen, maar die was 21. Ze brengt haar kind nu bijna het hele jaar naar haar ouders, dus dankzij haar ouders kan ze sporten, maar dat zou ik niet willen.” Arjen: “Nicolien heeft volkomen gelijk, je zult niet vaak zien dat een vrouw haar sport beoefent en dat de man het hele jaar door voor de kinderen zorgt. Ik ben veel weg, maar niet lang achter elkaar. Als ik tien dagen weg ben, verlang ik enorm naar mijn kinderen.” Nicolien: “Een vrouw heeft het op alle fronten lastiger. Neem de menstruatie. Sommige vrouwen zijn daar doodziek van. Het is heel lekker dat je daar als man niet aan hoeft te denken.” Whereabouts en controles Voeding en gewicht zijn steeds belangrijker bij sporters, blijkt als we appeltaart voorgeschoteld krijgen. Nicolien hapt graag toe, Arjen bedankt. Nicolien: “Ik heb er belang bij zwaar te zijn. Ik moet dus juist niet letten op wat ik eet, maar opletten dat ik niet te licht ben. In de zomer maak ik zoveel trainingsuren dat ik er niet tegenop kan eten. Ik moet dan minimaal zes keer op een dag eten. En op grote hoogte moet je helemaal zorgen dat je goed eet, omdat je veel sneller verbrandt dan op zeeniveau en je hartslag sowieso tien slagen boven normaal zit. Ik verbruik in mijn trainingsuren 6000 calorieën per dag, dat is veel hoor.” Arjen: “Ik heb geen idee hoeveel ik verbrand op een dag. Wij trainen ook bijna nooit met een hartslagmeter.” Nicolien, oprecht verbaasd: “Echt niet? En bloedtesten dan?” Arjen: “Nee, hebben we ook niet. Wij worden aan het begin van het seizoen helemaal doorgelicht. Conditietesten? Het klinkt gek, maar die doen we bijna nooit. Whereabouts? Nee, het klinkt hier aan tafel bijna lachwekkend, maar die hoef ik ook niet in te vullen. De Duitse spelers moeten het wel, maar de internationale spelers niet. We worden wel vaak gecontroleerd. Tijdens wedstrijden maar ook out of competition op het trainingscomplex.” Nicolien: “Wat een heerlijkheid. Neem vandaag. Ik heb vanochtend moeten opgeven dat ik uit Oostenrijk naar München zou rijden, daarvoor moest ik van zes tot zeven uur vanochtend bereikbaar zijn voor controle en morgen moet ik ook weer tussen zes en zeven uur ’s ochtends bereikbaar zijn. Ik moet een uur per dag bereikbaar zijn en tijdens de Spelen 24 uur per dag. Ik ben de laatste vier maanden zes keer out of competition gecontroleerd. Dan staan ze om zes uur ’s ochtends voor je deur.” Arjen: “Bij Duitse spelers hebben ze ook wel eens voor de deur gestaan, maar mij is dat gelukkig nooit overkomen." Nicolien: “Wees blij, want die controles vormen echt een zware belasting. Dat is het eerste waarop ik me kan verheugen als ik na de Spelen stop, dat ik nooit meer om zes uur ’s ochtends word gewekt voor een dopingcontrole. Laatst droomde ik zelfs dat er werd gebeld. Ik ren naar de deur, als de dood dat ik ze zou missen en roep door mijn intercom: wie is daar? Stond er niemand. Krankzinnig, hoe het je slaap beïnvloedt.” Straks bij de Spelen moet Nicolien maar afwachten hoe de omstandigheden en wie de tegenstanders zijn. Een voetballer wordt zelden verrast. Arjen: “Wij weten alles van onze tegenstanders, die worden uitgebreid voor ons geanalyseerd. Zijn er bij jou tegenstanders die je niet kent?” Nicolien: “De meesten ken ik wel. Er is een nieuw Tsjechisch meisje van negentien. Die zal zeker meedoen en de Russen komen eraan.” Wij vertrouwen de Russen in zoverre niet, dat we denken dat ze nauwelijks te controleren zijn. Mogen wij dat zeggen? Nicolien: “Jullie mogen dat zeggen. Ik moet toegeven dat we de Russen bij wedstrijden nog niet zijn tegengekomen. Laat ik het zo formuleren: Rusland zal er alles aan doen om te presteren tijdens de Spelen. En ze hebben mogelijkheden, dat wil zeggen geld, zat.” Geluk en verdriet Het gouden moment van Nicolien heeft ze in een eerdere uitgave van Helden prachtig beschreven. Zou jij jouw gouden moment nog eens helemaal kunnen terughalen, die 89ste minuut in de finale van de Champions League van zaterdag 25 mei 2013 in Londen? Arjen: “Ik zal jullie iets geks zeggen: ik had een heel goed gevoel voor de wedstrijd, ik voelde dat we de finale zouden winnen. Ik was er zelf helemaal klaar voor. Ik heb ook ge-sms’t aan vrienden, dat het eindelijk goed zou komen. In de kleedkamer, in de rust nadat ik al twee mogelijkheden had gehad om te scoren, heb ik even een momentje voor mezelf gezocht. Je hebt van die bakken met koud water en daar heb ik even mijn handen in gestopt, mijn kop opgefrist en tegen mezelf gezegd dat ik klaar moest zijn voor het volgende moment. Nee, ik had geen moment angst dat ik zou worden gewisseld. Ik was alleen maar gefocust op de wedstrijd. Uiteindelijk kwam het moment en maakte ik hem af. Ik anticipeerde goed bij de goal. Mijn eerste intentie was om de keeper te omspelen. Ik ging naar links maar de keeper ging goed met mij mee, dat gebeurt allemaal in een fractie van een seconde. Ik moest mijn actie in de actie aanpassen en de bal daardoor contra inschieten. Het leek alsof ik de bal niet goed raakte, maar dat kwam omdat ik snel moest schakelen. Die goal was echt een bevrijding, gaf me zo’n intens gevoel. Toen dat laatste fluitsignaal kwam, voelde ik echt een ultiem geluksmoment. Het was de ultieme droom die uitkwam.” Jullie hebben allebei een groot geluksmoment, maar ook een moment van groot verdriet beleefd door op het moment suprême te verliezen. Bij veel sporters blijft verliezen langer hangen, bij jullie ook? Nicolien: “Als individuele topsporter maak je meer teleurstellende momenten mee dan momenten waar je heel blij van wordt. Dus ik herken dat wel. Als je niet in topvorm bent of niet voldoet aan de verwachtingen, ja, dat hakt erin. Arjen zit nu in een team dat alles wint, maar bij een individu bestaat dat niet, tenzij je Sven Kramer heet. En ook hij heeft een heel grote teleurstelling ervaren, zelfs na een honderd procent kans.” Arjen: “Op de een of andere manier blijft die WK-finale bij mij toch een open wond. Met de eerste verloren Champions League finale heb ik vrede. Wij waren die avond gewoon niet klaar voor de overwinning. Die tweede CL-finale begrijp ik nog steeds niet, we waren veel beter dan Chelsea en er was eigenlijk maar een team dat verdiende te winnen. Maar toch verloren we na penalty’s. Zo bizar. De WK-finale had het verhaal compleet gemaakt: dan had ik een wereldtitel en de Champions League gewonnen, dan is je carrière volmaakt.” Jullie zijn Helden, zoals Helden zijn bedoeld. Toch hebben jullie ook veel shit in de pers over je heen gekregen. Raakt dat je? Nicolien: “Je vindt het nooit leuk. Wat me bij Arjen is opgevallen, is dat hij aan een teamsport doet maar dat hij er vaak negatief werd uitgelicht. Daardoor denk ik dat hij hetzelfde voelt als een individuele sporter.” Arjen: “Ik stoor me niet zozeer aan kritiek op mezelf, maar meer aan stukken die geschreven zijn door gebrek aan kennis.” Nicolien: “Ik heb soms nog steeds het gevoel dat je in Nederland moet uitleggen dat het niet zo simpel is om een medaille in mijn discipline te halen. Bij ons is de wereldtop zo breed, dat ik nu al zou tekenen als ik überhaupt een medaille haal. Ja hoor, ook brons.  Ik heb moeten leren om te vechten, om te willen winnen.k moet mezelf dwingen te geloven dat er iets geheel nieuws wacht.” Arjen: “Heel goed, want je weet zelf uiteindelijk het beste wat je moet doen en laten. Ik hoop echt van harte dat Nicolien haar kunstje van vier jaar geleden kan herhalen. Maar dat is zo moeilijk, dat realiseer ik me ook. Het is niet vanzelfsprekend, sterker het is niet eens reëel te veronderstellen dat ze een medaille wint. Als je er alles aan hebt gedaan en je hebt de perfecte races geboard, maar je wordt vijfde dan is dat een wereldprestatie. Maar het publiek wil niet zien dat vier wereldtoppers die dag net ietsje beter waren. En dan heeft ze voor het grote publiek gefaald. Onzin natuurlijk, volslagen onzin maar zo werkt het. Dat geeft extra druk voor iemand als Nicolien.” Pijn en machteloosheid Topsporters zijn in diepste wezen vaak onzeker. Hoe belangrijk is vertrouwen? Arjen: “Heel belangrijk, we hebben het vaak over het mentale aspect in topsport. Ik kan jullie verzekeren dat vertrouwen een van de meest onderschatte elementen in de sport is. Iedere speler, ieder mens heeft vertrouwen nodig, ook of misschien juist topsporters.” Nicolien: “Ik ben misschien te gevoelig voor complimentjes. Ik ben uiteindelijk vaak aan het twijfelen en vraag me af of ik het allemaal goed doe. En dan is een complimentje of een opmerking van een deskundige dat je goed traint of een goede race hebt geboard, heel belangrijk.” Arjen, wat is nu belangrijker geweest bij jouw constante topvorm dit seizoen, de bevrijdende goal in de Champions Leage finale of een trainer (Guardiola) die wel vertrouwen in je heeft? Arjen: “Het heeft natuurlijk geholpen dat de nieuwe trainer al vrij snel zijn vertrouwen heeft uitgesproken. Ik moet het niet groter maken dan het is, maar hij zei in een kort gesprekje meteen in het begin heel duidelijk: `jij hoeft je niet meer te bewijzen. Ga genieten van je gezin, van je voetbal, van alles.’ Ik heb ook vreselijk moeten lachen om al die stukken voordat Guardiola kwam. Hij zou mijn contract niet willen verlengen. Hij kwam van Barcelona. Hij was van het tikkie-takkie en daar zou ik niet in passen, want ik was van de dribbels en dus een egoïst. Dat was zo kort door de bocht, dat is zelfs de bocht uitvliegen. Eigenlijk zei hij wat mijn vrouw altijd tegen me zegt, dat vond ik grappig. Hij bevestigde haar gevoel en haar visie. Bernadien heeft me zo vaak gezegd dat ik meer moet ontspannen. ‘Kom eens uit die tunnel,’ zei ze wel eens. Er zijn dagen geweest dat ik iets had meegemaakt en dat mijn vrouw merkte dat ik met iets rondliep. Dan ben je onbewust misschien thuis afwezig.” Je vrouw heeft ook zwaar geleden na de WK-finale, hè? Nicolien: “Oh, dat geloof ik meteen. Het is net als bij een bevalling. Je kunt niets doen, je leeft ontzettend mee maar je bent machteloos, de moeder moet het helemaal alleen doen. Na alles wat er met mij was misgegaan tijdens de Spelen van Salt Lake City met die verkeerde wax en wat daar nog bij kwam, hebben mijn moeder en mijn oma het meest geleden, louter omdat ze dezelfde naam droegen. Die voelden zo sterk hoe lelijk er over mij werd geschreven. Mijn oma was tot ze overleed op haar 96ste mijn grootste fan. Ze bleef alle kranten lezen, dan belde ze me helemaal ontdaan op en dan zei ik alleen maar: oma, lees niet alles. Al die stukken na Salt Lake hebben haar veel pijn gedaan.” Arjen: “Mijn grootouders hebben dat niet zo gehad, maar mijn moeder heeft ook pijn gevoeld. Dat weet ik zeker. Als ze weer iets naars over mij zeiden, kwamen ze toch aan haar kind. Ik merkte wel dat ze dat erg vond en dat ze zich heel machteloos voelde.” Nicolien: “Dat is een van de redenen voor mij om, als ik kinderen krijg, te hopen dat ze niet aan topsport gaan doen. Ik zal mijn kinderen absoluut niet stimuleren om topsport te gaan doen. Mijn ouders en ik zijn erin gerold. Dan kan je op die weg naar boven niet meer terughollen, maar met mijn eigen kind zou ik het niet doen.” Arjen: “Het is geen kwestie van willen. Als je een kind hebt met talent en als je kind ook plezier heeft, dan heb je niets te kiezen. Dan rol je erin.” Nicolien: “Bij een teamsport kun je nog lief en leed delen. Als ik gewonnen heb, sta ik in m’n eentje. Maar je verliest meer en dan sta je ook in je eentje. Geloof me, de leegte die je dan voelt, is enorm. Het heeft lang geduurd voordat ik daaraan gewend was. Daarbij heeft die ene gouden dag natuurlijk enorm geholpen. Maar voor je zover bent, moet je veel lijden. En dat wil ik mijn kind besparen. Als Arjen scoort, springt hij in de armen van zijn teamgenoten. Dat delen van vreugde lijkt me prachtig. Maar ook verlies kun je delen. Toen ik goud had gewonnen in Vancouver, kon ik dat met niemand delen. Dat vond ik zo jammer. Eerst stond ik vrij lang alleen maar tussen mijn concurrenten. Nou, die delen echt geen vreugde met je. Die zien je liever in de grond zakken. Je wilt iemand omhelzen, maar er was niemand. Dan kom je na een half uur eindelijk onder de mensen, moest ik eerst met de pers praten. Pas na drie kwartier kwam ik mijn vader tegen en later de rest van mijn team. Ja, dan is de eerste echte euforie al getemperd.” Schroefnoppen en wax Materiaal speelt vooral bij Nicolien een belangrijke rol. Bij een voetballer zijn het eigenlijk alleen de schoenen? Arjen: “Klopt. Mijn schoenen worden op maat gemaakt, maar verder ben ik niet zo’n schoenenfreak. Ik train en speel bij voorkeur op dezelfde schoenen en ik speel nooit, echt nooit met schroefnoppen. Ik ben een van de weinigen die alleen op schoenen met vaste noppen speelt. Dan glijd ik maar een keer weg, zoals laatst in de Arena. Ik voel me beter, wendbaarder, sneller en het is beter voor mijn knieën. Ik ben een uitzondering. Verdedigers spelen allemaal met schroefnoppen want die mogen niet uitglijden.” Nicolien: “Houd op over mijn materiaal. In het voorjaar ben ik de hele dag aan het testen, boards zijn van hout en dus van levend materiaal. Ik heb vorige week nog zeker twintig boards getest. Voor de reuzenslalom heb ik een langer board dan voor de gewone slalom en per discipline kies ik zes boards met zes verschillende karakters, afhankelijk van de piste en weersomstandigheden. Gisteren stond ik op een steile piste. Ik koos een board dat voor mijn gevoel het snelste was, maar toen we de video terugzagen, bleek dat helemaal niet zo te zijn. Dus je gevoel laat je soms in de steek. Het materiaal is bij ons van gigantisch belang. De schoenen zijn ook zo belangrijk. Ik heb eindelijk de schoenen waar ik al sinds mei op wacht en die moet ik nu helemaal uittesten tot ze perfect zitten. Na een lange vlucht naar Amerika moet je ook altijd afwachten hoe en of alles goed aankomt. En dan heb je nog de helm en de sneeuwbril. Ik heb tien brillen en daarvoor verschillende lenzen, ook weer afhankelijk van het weer. Bij mist of sneeuw draag je een andere lens dan met volle zon. Ik heb wel dertig lenzen bij me die ik in de bril kan zetten.” Arjen: “Er gaat een wereld voor mij open, ook omdat snowboarden in Nederland een onbekende sport is. Ik ben verbaasd wat er allemaal nog bij komt kijken. En dan ben ik iemand die alle sporten volgt.” Nicolien: “Ik ben een paar weken geleden gigantisch op mijn kop gestuiterd. Ik werd vol gelanceerd en was zelfs even buiten bewustzijn. Moet je een zwaardere of lichtere helm, vraag je je dan af. Je hebt het over grammen, maar je moet het wel afwegen.” Arjen: “Word je dan niet bang?” Nicolien: “De eerste momenten daarna sta je wel even te trillen. En er zijn landen waar ik niet in het ziekenhuis wil belanden, zoals in Rusland of in Chili.” Stoppen Nicolien verheugt zich op het moment dat ze kan stoppen en vraagt Arjen of hij daar ook wel eens mee bezig is. Arjen: “Ik denk er over na. In januari word ik dertig. Ik ben bijna de helft van mijn leven profvoetballer, heb gelukkig nog heel veel plezier en ga nog zeker even door. Maar ik denk steeds vaker aan de periode na mijn carrière, waarin je geen verplichtingen meer hebt die je een zekere vrijheid ontnemen om te doen wat je wilt. Skiën bijvoorbeeld kan nu niet, omdat je een blessure kan oplopen.” Nicolien: “Ik heb dat ook heel sterk. Ik voel me mede nooit vrij door die angst om een controle te missen. Als ik terug ben uit Amerika en een enorme jetlag heb, slaap ik zo maar overal doorheen. Daar heb ik nachtmerries van. Ik reis veel: van Frankrijk naar Zwitserland, Italië en dan weer naar Oostenrijk en dan schiet ik weleens in de stress als ik ben vergeten mijn whereabouts in te vullen. Dat kon tot voor kort niet via mijn smart Phone, maar alleen via een laptop, dus had je internet nodig. Ik ben 34 en heb nooit een ander leven geleid. Ik heb een team om me heen, maar dat is deels afhankelijk van mij. Ik boek de hotels, vraag of iedereen zijn paspoort heeft en of de tickets zijn geregeld. Dat is best een grote verantwoordelijkheid. Het is ook wel een prettig vooruitzicht als ik dat achter me kan laten. Tegelijk zal ik het leven missen en moet ik mijn hele team ontbinden. Daar zie ik dan weer tegenop. Maar de druk en de spanning zal ik zeker niet missen.” Arjen: “Ik zal de spanning juist missen. Spanning heeft iets. Daar doe je het voor, voor de belangrijke, grote wedstrijden. Ik ben ook geen type dat stijf staat van de spanning voor een grote wedstrijd. Integendeel, dan voel ik me juist het beste. Ik word daar niet onrustig van. We spelen elk jaar heel veel belangrijke wedstrijden en hebben elk seizoen de kans om meerdere titels te pakken. Alleen moet je natuurlijk zo’n Champions League finale eerst bereiken. Wij hebben alleen niet de Olympische Spelen een keer in de vier jaar, waar het moet gebeuren.” Nicolien: “Maar bij jou kijken er honderd miljoen mensen en staan de kranten dagelijks vol over die ene misser. Dat geeft ook extra druk. Daarom is vergelijken leuk en tegelijk heel moeilijk.” Nicolien stopt na Sochi en gaat werken bij Randstad. Nicolien: “Ik kan rondkomen en mijn huis betalen. Ik heb bewuste keuzes gemaakt. Ik had drie keer per week aan tv-spelletjes mee kunnen doen, maar dat is niet het leven dat ik nastreef. Ook bij de keuze van mijn hoofdsponsors heb ik gekozen voor bedrijven waar ik een goed gevoel bij heb en niet voor het geld. Als ik stop, moet ik gewoon werken. Ik ben heel benieuwd naar dat nieuwe leven. Ik zie het als een mooie uitdaging en weet één ding zeker: je ziet mij nooit meer op een snowboard. Ik kan het niet opbrengen als een toerist af te dalen.” Arjen: “Dat kan ik me voorstellen. Ik speel nu bij misschien wel de beste club van de wereld en voel me fantastisch. Maar ik denk ook wel eens na hoe ik mijn carrière moet afsluiten, of ik nog wil voetballen als het iets minder gaat. FC Groningen is een optie, maar alleen als ik echt voel dat ik nog iets kan toevoegen. Je moet heel voorzichtig zijn met het doen van beloftes. Je hebt ook niets meer te winnen. Alle mogelijke volgende keuzes worden overigens bepaald door mijn gezin, financiën spelen geen rol meer. Als ik ooit nog wegga, volg ik dus mijn hart. Misschien wil mijn vrouw gaan werken, maar zij verlangt vooral naar het gewone leven. En ik herken wat Nicolien bedoelt. Ik ga als ik ben gestopt misschien wel tennissen in plaats van voetballen. ” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Winterspelen

Terug in de tijd met twaalf oude winterhelden

Op de Winterspelen eisten ze een hoofdrol op door het hoofd boven het maaiveld uit te steken. Met de Winterspelen in aantocht blikken we terig met onze winterhelden. [caption id="attachment_22080" align="alignnone" width="1080"] Jochem Uytdehaage & Renalte Groenewold, Salt Lake City 2002[/caption] “Natuurlijk was ik erbij toen Renate haar zilveren medaille won, ik stond op het middenterrein,” zegt Jochem, “we waren ploeggenoten en maatjes, dat ging ik echt niet missen. Ik heb zelfs haar schaatsen voor die drie kilometer geslepen. Bij de huldiging stond ik vooraan. Die wilde ik ten koste van alles meemaken, ook al moest ik de dag erna zelf weer schaatsen.” De absolute koning van de Winterspelen van Salt Lake City werd Jochem dankzij goud op de 5 en de 10 kilometer en zilver op de 1500 meter. Renate won zilver op de 3000 meter, een prestatie die ze in 2006 evenaarde: “Jochem was fantastisch op die Spelen, daar moest je wel van genieten. Zijn succes inspireerde mij ook. Er was een goede vriendschappelijke band tussen ons, nog steeds! We hadden een vast ochtendritueel waarin we altijd samen koffie moesten drinken. Ha, we zijn daags voor die Spelen zelfs samen naar een waarzegster gegaan. Zo’n handlezer. Bizar eigenlijk, ik heb geen idee meer wat zij voorspeld had.” Jochem: “Die Spelen zal ik voor de rest van mijn leven bij me dragen. Olympisch kampioen is als een opleiding met een mastertitel, dat probeer ik nu ook mee te geven aan de talenten die we met Stichting Sporttop begeleiden. Het klinkt gek, maar ik word nog zo vaak herinnerd aan de Spelen van Salt Lake City. Door mensen die zeggen dat ze van me genoten hebben, dat is eigenlijk het mooiste compliment.” Dat is ook de les die Renate en Jochem zelf liever eerder hadden geleerd. Renate: “Ik had veel meer moeten genieten van het moment! Meer in het hier en nu leven en niet meteen weer de focus op de volgende wedstrijd leggen. Gewoon af en toe jezelf een moment gunnen om te laten bezinken wat je allemaal gepresteerd hebt.” Jochem: “Dat is een grote fout die ik gemaakt heb, altijd maar doorgaan. Ik had af en toe wat afstand moeten nemen en rust moeten pakken. Met de kennis die ik nu heb, had ik destijds nog veel meer medailles kunnen winnen. Zeker weten.” [caption id="attachment_22081" align="alignnone" width="1080"] Jan Ykema & Yvonne van Gennip, Calgary 1998[/caption] “Het is nu niet meer voor te stellen, maar 24 uur voor de 500 meter droeg ik de vlag tijdens de openingsceremonie. Ik had gehoord dat er wel een miljard mensen zouden kijken,” vertelt Jan Ykema op de Dijk van Volendam. “Wij zaten toen nog in het Amerikaanse Butte en zagen Jan de volgende dag zilver winnen op de 500 meter,” reconstrueert Yvonne van Gennip. “Bij de medaille-uitreiking sprong je wel vier meter de lucht in.” Jan: “Ik was helemaal door het dolle heen, het voelde als goud. Ik dacht meteen: dit is goed voor het bestaansrecht van de sprint in ons land. Mooi dat begin vorig jaar in Sochi het volledige podium op de 500 meter Nederlands was.” Yvonne: “Jouw prestatie gaf een boost. Door een slijmbeurs- ontsteking had ik vrij kort voor de Spelen een operatie moeten ondergaan. Daardoor was ik helemaal uitgerust. Elke klap was raak, dat voelde zó lekker.” Jan: “Je verbaasde iedereen door die Oost-Duitse vrouwen eraf te rijden. Vooraf dacht men dat de medailles van Leo Visser, Gerard Kemkers en Hein Vergeer moesten komen. Wij waren de verrassingen.” Yvonne scoorde een magistrale hattrick met goud op de 1500, 3000 en 5000 meter. “Die onklopbaar geachte Oost-Duitsers reden niet slecht, maar ik was gewoon supergoed. Na het eerste goud was ik het gelukkigste meisje op de hele wereld. Ik dacht: er komen nog twee afstanden, het zal toch niet...? Ik heb er heel bewust van genoten.” Jan: “Ik had in die tijd een leuke vriendin en zat alweer in Nederland. Ik heb ’s nachts naar jouw races gekeken. Alle aan- dacht die op me afkwam was best overweldigend. Kinderen op straat wilden ineens Jantje Ykema zijn.” Yvonne: “Het was één grote heksenketel op Schiphol en tijdens de huldiging in Haarlem.” Jan: “Ik had misschien wat meer begeleiding kunnen gebruiken toen het heel goed ging. Toch weet ik niet of er een verband is tussen het succes en mijn latere drugsverslaving.” Yvonne: “Ik wist lange tijd niet wat er met je aan de hand was. Ik vind het knap dat je ermee naar buiten bent gekomen. Zo ben je, denk ik, voor andere verslaafden een voorbeeld geworden.” [caption id="attachment_22082" align="alignnone" width="1080"] Ids Postma & Anni Friesinger-Postma, Nagano 1998 & Salt Lake City 2002[/caption] “Wie vond Ids destijds niet een leuke man?” de karakteristieke lach van Anni galmt over de boerderij in de Friese polder als gevraagd wordt of ze in 1998 al een oogje had op Ids Postma. “En hij vond mij ook leuk. We hadden toen al veel sympathie voor elkaar. Verliefd in Nagano? Het is niet zo duidelijk wanneer we echt verliefd op elkaar werden. Tijdens de Spelen van 1998 waren we sa- men en daarna weer niet. Dan waren we weer een half jaar bij elkaar om vervolgens elkaar een half jaar niet te zien. Zo ging dat een tijdje. We waren jong en hebben genoten van het leven!” Inmiddels geniet het koppel, dat in 2009 officieel trouwde, van dochters Josephine en Elisabeth. “Maar nog steeds zijn we niet veel bij elkaar,” legt Ids met een glimlach uit. “Anni woont en werkt voor een groot deel in Salzburg, we reizen dus nog veel. Alsof er niets is veranderd sinds de dagen dat we topsporters waren. Ook dit zijn drukke dagen. Twee jonge kinderen, dat vraagt veel energie. Tel daarbij de boerderij en de winkels op... We blijven aardig bezig. Dat is fijn, want ik kijk liever vooruit naar wat er gaat komen, dan dat ik steeds moet terugblikken op wat is geweest.” Aan de muur van de modern gerenoveerde boerderij op het Friese platteland vind je dan ook niets terug dat doet herinneren aan de imposante schaatscarrières van het gouden stel. Zo won Ids in Nagano olympisch goud op de 1000 en zilver op de 1500 meter. Anni won in Japan brons op de 3000 meter, pakte goud op de 1500 meter in 2002 en brons op de 1000 meter en goud op de ploegenachtervolging met Duitsland in 2006. Anni: “We hebben samen van heel veel mooie momenten mogen genieten, grote hoogtepunten samen gedeeld. Maar wij hoeven niet te pronken met onze prijzen, wij dragen onze medailles mee in ons hart.” Ids: “Zeker Nagano zullen we nooit meer vergeten. Dat waren echt geweldige Spelen. Niet alleen vanwege het succes. De sfeer was er aangenaam, het was er eigenlijk gewoon perfect. Veel leuker dan vier jaar later in Salt Lake City, waar door de aanslagen van 11 september alles enorm onder druk stond.” [caption id="attachment_22083" align="alignnone" width="1080"] Nicolien Sauerbreij & Edwin van Calker, Vancouver 2010[/caption] “Onze sporten worden één keer in de vier jaar uitgelicht rond de Winterspelen,” vertelt Edwin van Calker. “Als je zoals ik in 2002 een wax-probleem hebt of zoals Edwin besluit niet af te dalen, dan valt dat meteen op,” vult Nicolien Sauerbreij aan. De bobsleeër en snowboardster hadden jarenlang geknokt en hun eigen koers gevaren om te kunnen schitteren op het grootste podium. De dood van een Georgische rodelaar en slechte ervaringen met de levensgevaarlijke baan in Whistler zorgden er echter voor dat Edwin zich genoodzaakt voelde de vier- mansbob terug te trekken. Edwin: “We zagen de beelden van het ongeluk live op tv. Een jaar eerder waren we op dezelfde baan keihard gevallen en tijdens een training moesten we zelfs twee uur wachten voordat we met de bob mochten afdalen omdat de verplicht aanwezige ambulance en traumahelikopter weg waren vanwege crashes. Er was zó veel commotie. Ik dacht: waar zijn we hier mee bezig? Ik was niet goed aan het sturen, had geen zelfvertrouwen meer en vond het simpelweg niet verantwoord om met vier man die berg af te sjezen. Mijn grens was bereikt: tot hier en niet verder.” Nicolien: “Ik hoorde het nieuws, maar was al helemaal gefocust. Datzelfde gold voor de foutieve wissel van Sven Kramer op de tien kilometer. Heel vervelend, maar ik was met twee dagen later bezig. Het waren walgelijke omstandigheden: regen en twee graden boven nul. Het had niets met wintersport te maken. Toch was ik geconcentreerd en alleen maar bezig met tegenstanders één voor één te verslaan. Die gouden medaille maakte een hoop los; eindelijk was het me ook gelukt om op de Spelen te presteren. Dat ik het honderdste goud voor Nederland heb veroverd, is leuk voor de geschiedenisboeken, maar daar had ik geen invloed op.” Edwin: “Ik zat al in het vliegtuig naar Nederland.” Nicolien: “Uiteindelijk kom je naar de Spelen voor jezelf en niet voor een ander. Als dat niet goed gaat, denk je: wegwezen. Ik kan me dat wel voorstellen.” Edwin: “Ik heb thuis nog wel naar de race gekeken. Eén op de drie teams ging onderuit of kwam niet goed beneden. Ondanks de hevige kritiek zei mijn gevoel meteen dat ik de juiste beslissing had genomen. Gelukkig is dat altijd hetzelfde gebleven. Ik heb er geen seconde spijt van gehad.” [caption id="attachment_22084" align="alignnone" width="1080"] Marianne Timmer & Gianni Romme, Nagano 1998[/caption] “Gianni Romme was in Nagano echt van een andere planeet. De man van Mars. Natuurlijk volgde ik hem op voet,” blikt Marianne terug. Het voormalig trainersduo van Team Continu was in Japan gezamenlijk goed voor vier gouden medailles. Timmer won goud op de 1000 en 1500 meter, Romme was oppermachtig op de 5000 en 10.000 meter. Gianni: “Hoewel we toen nog met kernploegen werkten en Marianne en ik dus in gescheiden ploegen zaten, beleefde ik haar succes wel en werd ik daardoor voortgestuwd. Er gebeurde elke dag iets in het dorp, er was zoveel succes voor Nederland. Echt gaaf.” Marianne: “Helaas hebben we elkaar toen nauwelijks gesproken. Dat kon ook niet. Ik was zo gefocust op mijn eigen taken, leefde helemaal in m’n eigen wereld. We hebben elkaars wedstrijden alleen op tv kunnen zien. Pas bij terugkomst kregen we door wat onze prestaties in Nagano teweeg hadden gebracht.” Na decennia gevuld met slechts spaarzame Nederlandse successen op de Winterspelen, domineerden de Nederlandse schaatsers in Japan. Bij terugkomst in Nederland werden de atleten massaal gehuldigd. Marianne: “Ik vond het gewoon eng. Dat staat me nog heel goed voor de geest, het was echt heftig. We werden allemaal in een limousine naar huis gereden. Dat ding zat vol deuken omdat ze maar bleven proberen foto’s van ons te maken.” Gianni: “Totale gekte! Het was een aantal Spelen slecht voor Nederland gegaan. Vier jaar eerder in Hamar was het niets. Ook in 1992 in Albertville was het ondermaats, alleen Bart Veldkamp wist daar te winnen. Bij de vrouwen was het ook al sinds Yvonne van Gennip in 1988 niets. Dat maakte de Spelen van 1998 extra speciaal. Men was dronken van geluk.” Marianne: “Misschien dat Nagano daarom voor mij extra bijzonder is. Ik werd op die baan ook de eerste Nederlandse wereldkampioene sprint, het heeft dus sowieso een speciale plek in mijn hart. Maar Nagano 1998 was nog heel knus, met een heel klein Holland Heineken Huis bijvoorbeeld. Na het succes daar was het in Salt Lake City en Turijn meteen volledig anders. Veel groter.” [caption id="attachment_22085" align="alignnone" width="1080"] Christine Aaftink & Bart Veldkamp, Albertville 1992[/caption] “Bart Veldkamp heeft voor ons die Spelen gered,” blikt Christine terug op de laatste Winterspelen waarbij er geschaatst werd op een buitenbaan. “Echt! Zovelen van ons eindigden net naast het podium. Ik ook, vierde op de 500 meter. Een loserplek! En toen pakte Bart op het eind alsnog goud op de tien kilometer. Ik was erbij in het stadion, een geweldige ervaring. Het maakte Albertville voor ons allemaal een klein beetje goed.” “Maar ook voor mij begonnen die Spelen slecht,” herinnert Bart zich. “De vijf kilometer was een drama. Het weer werkte totaal niet mee en dat ijs kon gewoon niet. Johann Olav Koss en ik moesten in de eerste ritten door een laag van regen en natte sneeuw ploeteren. Vervolgens werd er gedweild, ging er een hele laag prut af en konden al die eerste ritten zo de prullenbak in. Ik baal daar nog steeds van, ik ging daar voor twee keer goud en niets minder.” Christine heeft de Spelen van 1992 volledig geblokt door haar vijfde plek op de 1000 meter en de vierde op de 500 meter. “Ik heb die wedstrijd nooit teruggekeken. Ik verloor het brons op negenhonderdste van een seconde. Op een buitenbaan. Dat is misschien één verkeerd zuchtje wind. Een heel grote frustratie. Wat mij betreft hebben die Spelen nooit plaatsgevonden of ben ik er in ieder geval niet geweest!” Bart: “Ha, precies! Waren wij daar? Nee toch? Daar weten we niets meer van.” Voor Veldkamp brachten de Spelen van Albertville nog een unicum met zich mee. “Het was de eerste keer in mijn leven dat ik dronken was. En ach, dat ik precies op dat moment live op tv was bij Mart, was helemaal niet erg.” Christine: “Niemand vond dat erg. Er was zo’n ontlading, het eerste goud bij de mannen sinds Piet Kleine in 1976. Dat mocht gevierd worden.” [caption id="attachment_22079" align="alignnone" width="1080"] Sjinkie Knegt en Jorien Ter Mors, Sochi 2014[/caption] “Ik ben echt geleefd in de maanden na de Spelen van Sochi,” haalt Jorien de nasleep van de Winterspelen van 2014 voor de geest. Meer dan ooit werd shorttrack daar voor ons land op de kaart gezet. “Het was een behoorlijke gekte hier in Nederland, dat kwam natuurlijk ook door mijn gouden medaille op de langebaan.” “Gelukkig had ik nog een wereldkampioenschap te rijden waar we met de team- relay wat goed te maken hadden,” vult Sjinkie aan. De kersverse vader moest daarom na Sochi de knop al snel weer omzetten. “Wij moesten door, ‘nee’ zeggen tegen alles wat op ons afkwam. Toen we vervolgens in Canada wereldkampioen werden op de relay, merkten wij ook dat shorttrack in Nederland een mooie vlucht had genomen.” Sjinkie en Jorien waren de kopman en –vrouw van het vaderlandse shorttrack. In Sochi zorgde Sjinkie met brons op de 1000 meter voor de eerste Hollandse olympische medaille ooit in het shorttrack. Sjinkie: “Die medaille heeft enorm geholpen de sport op de kaart te zetten in Nederland, en mij trouwens ook.” Jorien werd vierde, vijfde en zesde als shorttrackster, maar op de langebaan won ze olympisch goud op de 1500 meter en met de achtervolgingsploeg: “Ik beschouw Sochi niet als mijn doorbraak bij het grote publiek. Dat interesseert me namelijk niet. Ik schaats niet voor het grote publiek, maar voor mezelf. Om het beste uit mezelf te halen.” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Basketbal

Jesse Edwards: ‘Ik koop mijn kleding nog gewoon bij de H&M’

De droom van Jesse Edwards kwam op 2 maart 2025 uit. Hij debuteerde in de NBA voor Minnesota Timberwolves. Helden sprak de 25-jarige basketballer toen hij even terug was in Amsterdam over zijn weg naar de top, de kleedkamer delen met supersterren en geluk in de liefde. “Ik ben niet zo’n extravagant type, koop mijn kleding nog steeds gewoon bij de H&M en Uniqlo,” zegt Jesse Edwards lachend in Bar Louie Louie in zijn geboorteplaats Amsterdam. De 25-jarige basketballer tekende eind juni 2024 een contract bij NBA-team Minnesota Timberwolves. “Veel Amerikaanse jongens die een NBA-contract tekenen, kopen meteen een dure auto of trakteren zichzelf op sieraden. Ik tekende tegelijk met twee Amerikaanse jongens een contract en een van hen kocht van zijn eerste salaris een gouden ketting met diamanten ter waarde van 60.000 dollar. Zo’n type ben ik niet, ik ben geen big spender.” Jesse is terug in Nederland om bij te komen van een jaar waarin zijn droom uit- kwam en zijn leven veranderde. Hij heeft in zijn vakantie genoeg tijd gehad om te laten bezinken wat hem allemaal is over- komen. De 2 meter 13 lange center de- buteerde op 2 maart dit jaar in de NBA, tegen Phoenix Suns. “Niet alleen mijn droom kwam uit, maar ook die van mijn ouders, die altijd alles voor mij hebben gedaan, en mijn broers Kai van 27 en Rens van dertig, met wie ik in Amsterdam altijd op de pleintjes speelde en basketbalwedstrijden keek op tv. Het is niet alleen mijn verdienste dat ik de NBA heb gehaald. Ik ben heel trots dat ik nu officieel als NBA- speler door het leven ga, maar heel lang ben ik niet met mijn hoofd in de wolken blijven lopen. Al snel greep ik terug naar mijn dagelijkse routines.” BASKETBALVIRUS Jesse is goedlachs en vriendelijk. En hij is rustig. Dat was vroeger wel anders, bekent hij lachend. “Ik was zo’n kind dat altijd kwijt was. Op vliegvelden, in supermarkten... mijn ouders waren altijd in de stress. Ik was een kleine avonturier. Pas op de middelbare school werd ik wat rustiger.” Jesse groeide op in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer, was vaak buiten te vinden met zijn broers. “We hadden overal sportveldjes in de buurt. Tot mijn dertiende was ik vooral met voetbal en atletiek bezig.” De broers raakten alle drie besmet met het basketbalvirus. Op zijn veertiende meldde Jesse zich aan bij Apollo. Hij speelde al snel in de eredivisie jeugd. Hoewel hij, net als zijn broers, laat begon met basketballen, twijfelde hij er niet aan dat hij op een dag iets groots zou bereiken. “Ik had altijd al een soort natuurlijke overtuiging. Voordat ik met basketbal begon, geloofde ik heilig dat ik de Olympische Spelen ging halen met atletiek. Rond mijn zeventiende begon ik echt te geloven dat ik de NBA kon halen. Dat kwam ook doordat mensen om me heen het tegen me zeiden. Als coaches, medespelers of trainers zeggen dat je het kunt, dan ga je dat op een gegeven moment ook geloven.” Maar vooral het feit dat broer Kai in die periode de overstap maakte naar Amerika om daar voor een collegeteam te basketballen, opende Jesse de ogen. “Tot dat moment ging ik wel stappen, meiden ontdekken en alle dingen doen die een nieuwsgierige jongen van zestien doet. Dat Kai naar Amerika ging was voor mij het keerpunt. Toen dacht ik: het kan dus echt. Kai heeft me uitgelegd hoe het werkt, me begeleid, tips gegeven. Het bereiken van de NBA veranderde van een droom in een plan. De knop ging om, ik ging echt leven voor mijn sport. Niet veel later vertrok ik ook naar Amerika. Zonder Kai had ik hier niet gestaan.” En sinds hij in de ban was van basketbal volgde hij uiteraard ook de sterren in de NBA. “LeBron James was natuurlijk iemand tegen wie ik opkeek, maar mijn favoriete speler is Giannis Antetokounmpo van Milwaukee Bucks. Zijn verhaal is inspirerend. Hij kwam als vluchteling naar Griekenland en groeide uit tot een van de grootste sterren in de NBA. Als we iets verder teruggaan in de tijd, vond ik Ray Allen ook heel vet. Zijn speelstijl was zó smooth.” Kai speelde na zijn tijd in Amerika drie jaar lang in Spanje, basketbalde vervolgens bij Feyenoord en is nu speler van Landstede Basketbal in Zwolle. De hechte band tussen de drie broers is altijd gebleven. “Voor mijn NBA-debuut dacht ik weleens: hoe zou dit voor Kai en Rens voelen? We begonnen met z’n drieën met basketballen, ik snap dat het confronterend kan zijn als je broertje ineens op het allerhoogste niveau speelt. Maar ik heb nooit ook maar een greintje jaloezie gevoeld. Ze gunnen me alles, zijn mijn beste vrienden. Als ik in Amsterdam ben, zijn zij de eersten die ik bel. Dan gaan we naar het strand, uit eten...” Meer lezen? Het eerste deel van het interview met Foeke Booy over David di Tomasso komt uit Helden Magazine nummer 78. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.

Basketbal

Worthy de Jong: ‘Ik heb mezelf uitgevonden’

Hij is verantwoordelijk voor misschien wel het mooiste sportmoment [...]
Hij is verantwoordelijk voor misschien wel het mooiste sportmoment van 2024. In de extra tijd van de finale tegen thuisland Frankrijk schoot Worthy de Jong (36) de Nederlandse 3x3-basketballers naar de olympische titel. Victoria Koblenko ging voor het dubbeldikke jubileumnummer langs bij de man van ‘Het Gouden Schot’. Worthy de Jong Je vader was een basketballer in Suriname en vernoemde jou naar de bekende NBA-speler James Worthy. Welke rol speelde je vader in de keuze om te gaan basketballen? “Ik ben geboren in Suriname, toen ik twee was, gingen we met het gezin naar Nederland. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik zeven was. Mijn band met mijn vader veranderde daarna. Hij haalde me soms op, we basketbalden dan af en toe ook samen. Mijn vader was er eigenlijk meer een voorstander van dat ik ging voetballen, maar ik koos op m’n elfde voor basketbal en wilde natuurlijk beter worden dan mijn vader. Hij bracht me naar een net opgerichte club in Amsterdam-Zuidoost. Ik basketbalde vooral voor m’n plezier op dat moment, speelde ook geen competitie. Pas twee jaar later konden we ons als team inschrijven en competitie spelen. Toen werd ik echt verliefd.” Wat voor jongen was jij in die tijd? “Ik was geen straatjongen, geen hangjongere, speelde tot mijn achttiende nog verstoppertje. Ik was actief en atletisch, maar ook een lolbroek. Wat school betreft: ik lette niet altijd op, maar ben ook nooit blijven zitten. En wat mijn sport betreft: ik speelde eerst op pleintjes, vooral voor de lol, en moest bij de club ineens binnen structuren leren functioneren. Dat was wennen.” [caption id="attachment_20589" align="aligncenter" width="1707"] Worthy de Jong[/caption] Hoe liep het af met school? “Met minimale inspanning, omdat ik basketbal prioriteit gaf, heb ik het mbo-diploma retail gehaald. Ik bedacht: ik moet in elk geval een diploma halen voordat ik naar Amerika ga. Het is altijd mijn droom geweest om daarheen te gaan.” Hoe jaagde je die droom na als tiener? “Er waren heel veel obstakels. Om voet tussen de deur te krijgen in Amerika moest ik eerst mijn diploma’s laten vertalen. Het kostte allemaal veel geld om mijn basketbaldroom na te jagen. Mijn moeder heeft mij heel erg gesponsord. Ze zag er niet veel in, maar ik was enig kind en ze bracht dagelijks offers voor mijn droom. Ze heeft veel baantjes gehad, maakte onder meer huizen schoon. Soms moest ik mee om haar te helpen om nieuwe basketbalschoenen te kunnen bekostigen. Al die sportlessen, een busabonnement om naar school te gaan; mijn moeder heeft keihard gewerkt om het voor mij allemaal voor elkaar te krijgen.” Vis uit het water Hoe kwam je uiteindelijk in Amerika, het beloofde land voor basketballers, terecht? “Ik was achttien toen ik voor het eerst naar New York ging voor een try-out, maar de school kon me geen scholarship aanbieden. Daarna ben ik nog twee keer naar Texas gegaan. Er was een coach die het in me zag zitten, ben daar een maand geweest om met hem te trainen. Ik kon bij Ranger College terecht. Vervolgens ging ik terug naar Nederland om een visum en het papierwerk te regelen.” Maar de droom viel uiteindelijk in duigen. Hoe kwam dat? “Ik trok daar het leven rondom het basketbal niet. De bedoeling was om twee jaar te blijven, maar na een paar maanden wist ik al dat het leven daar in Texas mij totaal niet lag. Ik had verwacht dat het er heel anders aan toe zou gaan in Amerika.” Wat was er zo anders dan je had gedacht? “We hadden om half zes in de ochtend de eerste training, daarna hadden we meteen onze eerste les op school, om twaalf uur kreeg ik individuele trainingen, daarna weer terug naar school om ’s avonds weer te trainen. Daarna moest ik m’n huiswerk nog maken. En dat dag in dag uit. Ik ben een sociaal dier, miste mijn vrienden. Ik was daar als een vis uit het water.” Na terugkomst uit Amerika ben je een tijdje gestopt met basketballen. Waarom? “Mijn vrienden hadden geld bij elkaar gelegd om mijn ticket terug naar Nederland te betalen. Eenmaal weer hier miste ik de motivatie. Na een tijdje heb ik me toch weer aangesloten, bij een clubje in Urk. Daarna kreeg ik mijn eerste contract in Rotterdam.” Worthy krijgt tranen in zijn ogen. “Het was een lastige periode... Ik ben de laatste tijd erg emotioneel, waarschijnlijk doordat ik na onze gouden medaille besef waar ik vandaan ben gekomen. Ik zou niet de man zijn die ik nu ben zonder mijn vrienden. Wij kennen elkaar al 25 jaar. We kraken elkaar af, maken grappen over elkaar omdat we zo’n sterke, emotionele band hebben. Dan kun je dat heel goed van elkaar hebben. Wij zijn elkaars realitycheck. Maar we complimenteren elkaar ook, maken elkaar sterker en vinden het belangrijk om elkaar wekelijks te zien.” Hoe waren zij er voor jou toen je twee jaar geleden ging scheiden van de moeder van jullie zoons? “Ze stonden allemaal voor me klaar. De een zei: ‘Ik heb een bank of een bed voor je. Je kan komen wanneer je wil.’ De ander vroeg: ‘Heb je geld nodig?’ Mijn vrienden zijn mijn chosen family. Alles gaat opzij voor die jongens. Ik ben de jongste van onze vriendengroep van zes. En ik voel me gedragen door hen. Ze zorgen voor balans in mijn leven.” Je hoort juist vaak dat topsport en aandacht vriendschappen onder druk kunnen zetten. “Zij hebben ook allemaal gebasketbald, sommigen zijn nu basketbalcoach. Er schiet me een quote te binnen: ‘Er zijn weinig boeken waarin staat hoe je een goede vriend kan zijn voor iemand.’ Je denkt dat je een goede vriend bent als je hulp aanbiedt. Maar om hulp vragen, dát is pas vriendschap! Mijn vrienden zijn mijn mental coach.” Heb jij hen om hulp gevraagd? “Eerst niet. Ik hield ze op afstand toen ik door die donkere periode ging. Ze hebben me daarop aangesproken, zeiden dat we niet langs elkaar heen konden leven. Toen heb ik ze toegelaten en dat heeft me enorm geholpen.” Waarom liet je ze eerst niet toe? “Tot het twee jaar geleden uitging met de moeder van onze kinderen, had ik alles: een vrouw, kinderen, twee auto’s, een groot huis, ik verdiende genoeg. Mijn probleem: ik wist er niet van te houden. Gedachtes dat het leven niet meer de moeite waard was, overspoelden me.” Psychische druk en depressieve gevoelens zijn dingen waar sporters best wat vaker voor uit mogen komen. “We woonden in Almere en ik speelde in Leiden. Als ik in de auto zat op weg naar de club of naar huis, was mijn moment om tot rust te komen. Ik zocht hulp, maar ik besprak deze zaken niet met mijn vriendin. Ik ben uiteindelijk gaan praten met iemand over mijn struggle. Met de therapeute besprak ik wél waar ik mee zat. Onze relatie is ontploft, terwijl er geen sprake was van ontrouw. Ik heb er alles aan gedaan om niet uit elkaar te gaan. We zijn tien jaar samen geweest, maar ik hield alles binnen. Ik liet niet zien wat ik voelde en dat is funest geweest.” Het is voor een partner van een topsporter vaak ook zwaar om offers te brengen voor de allesoverheersende wil om te slagen als topsporter. “Klopt. Aan het begin van onze relatie was ik niet de speler die ik aan het einde van onze relatie was. Ik haalde mijn endorfine uit de sport, mijn ex niet.” Topsport bedrijven en een liefdesrelatie onderhouden: dat is best vaak een lastig verhaal, zo lijkt het. “Mijn eerste relatie duurde vijf jaar. Toen die voorbij was, heb ik mijn vrijheid gepakt. Ik ben geen feestbeest, maar die periode duurde, denk ik nu, te kort. Ik heb niet voldoende ruimte gepakt voor mezelf. De relatie met de moeder van mijn kinderen kwam achteraf te vroeg. Ik had mezelf nog niet uitgevonden. Nu wel, denk ik.” Het klinkt alsof je lange tijd op zoek bent geweest naar balans in het leven. “Kijk, als je als topsporter goed wil zijn, kun je die balans heus vinden. Maar als je als sportman een legacy wil achterlaten, dan is er geen ruimte voor balans. Sinds mijn ex en ik uit elkaar zijn, heb ik veel keuzes gemaakt voor mezelf. En in mijn drang om mijn legacy achter te laten, heb ik grote offers moeten brengen. Gewild en ongewild. Mijn relatie was een van de offers.” Vlaggendrager Je verruilde een paar jaar terug het gewone basketbal voor 3x3-basketbal. Met in het achterhoofd het idee om impact te maken. Met het winnen van de gouden olympische medaille, door het schot waarmee je de Fransen in overtime de das omdeed, heb je in één klap geschiedenis geschreven. Hoe zit je er nu mentaal in? “Deze periode van mijn leven heeft als thema: ik bepaal hoe een wedstrijd begint en eindigt. Ik ga lachend het veld op en stap er lachend vanaf. Ik maak niet de keuze om uren te gaan malen. Waarom zou ik blijven zitten in een moment dat me niet helpt? Dat heb ik tijdens de therapie geleerd en het werkt voor me.” Jij mocht samen met handbalster Lois Abbingh de Nederlandse vlag dragen tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Parijs. Hoe vond je dat? “Ik had eigenlijk helemaal geen zin om met de vlag rond te lopen, want dan zou ik geen foto’s kunnen maken. Chef de mission Pieter van den Hoogenband kwam een keer langs bij de training. Ik grapte: dat is die wielrenner toch? Pieter zei: ‘Ik ken jouw verhaal, dat spreekt me aan. Zou jij de vlaggendrager willen zijn?’ Ik keek naar mijn teamgenoten toen hij me vroeg. Ik kon aan hen aflezen dat het een big deal was en daarom zei ik ja.” Sinds de gouden medaille komen mensen superlatieven tekort om jou op te hemelen. Als basketbalexperts je moeten omschrijven, dan benoemen ze jouw creativiteit en je onderscheidende vermogen oplossingen te zoeken en vinden waar andere spelers niet opkomen. Je bent razendsnel en neemt veel risico’s. Tijdens de vorige Spelen in Tokio was je nog een international van het gewone basketbalteam en nu ben je nummer één van de wereld op de ranglijst van 3x3-basketballers. Wat voel je daarbij? “Ooit maakte ik een moodboard en daarop had ik de olympische ringen getekend. Ik denk dat je pad voorbestemd is. Ik maakte in 2022 de keuze om te stoppen bij mijn club Leiden en de overstap te maken naar 3x3-basketbal. En twee jaar later keerde ik terug van de Spelen met een gouden plak. Die medaille is iets wat ik mijn moeder heel graag wilde geven. Ze is ernstig ziek, we weten niet hoelang ze nog heeft. Mijn doel was: de beste 3x3-basketballer van de wereld worden en de Olympische Spelen halen. Niet per se om daar een medaille te winnen, maar vooral om daar plezier te hebben. Het is allemaal gelukt in een week tijd. En nu hoeft mijn moeder zich ook geen zorgen te maken of ik het financieel wel goed zal hebben.” Oude hiphop Wat zijn de grote levenslessen die je van je moeder hebt meegekregen? “Dat ik plezier moet hebben en een goed persoon moet zijn. Mijn moeder heeft het nooit zo tegen me gezegd, maar het me laten zien. Ik bewonder hoe zij in het leven staat. Ze is sterk, zorgzaam en geeft niet op.” En hoe is de band met je vader, wat heb je van hem geleerd? “Het is een lange periode slecht gegaan met hem, maar nu gaat het goed. Hij heeft de boel op orde en wil weer deel uitmaken van mijn leven. Ik zie hem meer dan ooit. En dat is prima. Ik doe het allemaal wel in mijn tempo. Hoe hij met mijn moeder omging, zou ik in elk geval niet willen overnemen. Die les ben ik nog steeds aan het leren.” Wat voor vader ben jij voor je twee zoons? “Helaas een die er vaak niet is. Ik zit nu in een lastige tijd waarin mijn ex en ik overeenstemming moeten krijgen hoe vaak ik de kinderen zie.” Je hebt nu een relatie met Janis Boonstra, die ook aan 3x3-basketbald oet en net de Spelen miste met het Nederlands team. Waarom is zij de vrouw van je leven? “She is an old soul. Toen ik nog in Leiden speelde, ben ik een keer om twee uur ’s nachts naar haar toe gereden en daarna ben ik nooit meer weggegaan. Ze brengt rust in de chaos waarin ik leef. Als ik bij haar in Leeuwarden moest spelen, kwam ze kijken. Ze kende mij als speler, niet als persoon. Toen ik de transitie ging maken naar 3x3-basketbal, keek ik naar een 3x3- wedstrijd waarin zij speelde en geblesseerd raakte. Ze lag er een jaar uit. Tijdens haar revalidatie speelde ze een lied af op de speakers. Oude hiphop uit de nineties. Zo kwam ze bij mij op de radar. De intentie was niet om elkaar beter te leren kennen, maar toen mijn relatie op de klippen liep, was dat wel het geval. Samen met mijn vrienden was Janis er voor mij. Ze was een lichtpunt in een donkere periode. Haar lach en haar aanwezigheid gaven me heel veel rust. En nu versterken we elkaar. We begrijpen elkaar.” Je bent ineens een BN’er, werd gevraagd om een gouden Televizier- Ring uit te reiken. Je hebt grote indruk gemaakt. Voor veel kinderen uit Amsterdam-Zuidoost ben jij een grote inspiratiebron. Wat is er sinds de Spelen allemaal veranderd? “Ik ben niet heel spiritueel, maar de laatste tijd krijg ik steeds vaker het gevoel dat ik voorbestemd ben voor grotere dingen dan basketbal. Mijn impact gaat groter zijn buiten dan binnen het basketbal. Ik unlock steeds een nieuw stukje van mezelf. Natuurlijk wil ik de sport promoten, de sport beter achterlaten dan toen ik het aantrof. Dat wilde ik al voordat we goud wonnen. Maar nu heb ik ineens een groter publiek."

Basketbal

LeBron James – Familie man

LeBron James vierde op 30 [...]
LeBron James vierde op 30 december zijn veertigste verjaardag. Al zijn wensen als basketballer zijn uitgekomen. Hij won titels, brak records én speelde dit seizoen wedstrijden voor de LA Lakers met zijn twintigjarige zoon Bronny. Uniek in de NBA-historie. Hij kan met een gerust hart aan zijn pensioen gaan denken. Zou je denken. Tijd voor een familieportret in Helden Magazine nummer 75. LeBron James ‘Iedereen heeft medelijden met de zwakken, jaloezie moet je verdienen.’ Het is een van de oneliners die LeBron James in zijn telefoon heeft opgeslagen. Geregeld herhaalde hij de quote van acteur Arnold Schwarzenegger als zijn oudste zoon Bronny het even niet zag zitten op momenten dat hij alle schijnwerpers weer eens op zich gericht wist. Altijd was er de vraag: is hij goed genoeg om zelf naam te maken of heeft hij alle aandacht en miljoenencontracten te danken aan het feit dat zijn vader de beroemdste en volgens velen beste basketballer ooit is? Op 22 oktober 2024 gaf LeBron zijn zoon, die zeventien dagen eerder twintig was geworden, een peptalk op de bank. “Probeer zonder zorgen te spelen. Wees niet bang voor fouten. Doe gewoon je best,” vertelde hij tegen zijn zoon. Daarna stonden ze samen op, gejuich klonk in het Staples Center. Opnieuw waren de fans van de Los Angeles Lakers getuige van een historisch moment. Tijdens de eerste thuiswedstrijd van het seizoen, tegen Minnesota Timberwolves, stapten LeBron en Bronny met vier minuten te gaan in het tweede kwart samen het veld in. Ze waren de eerste vader en zoon die samen een officiële NBA-wedstrijd speelden. Daarmee kwam niet alleen de droom van Bronny uit, maar ook die van zijn negentien jaar oudere vader. LeBron: “Het moment waarop Bronny en ik samen het veld instapten is iets wat ik nooit zal vergeten. Het maakt niet uit hoe oud ik word en hoe erg mijn herinneringen zullen vervagen, dit zal ik altijd met me mee blijven dragen.” [caption id="attachment_20745" align="aligncenter" width="2560"] Bronny en LeBron James[/caption] LeBron won tijdens zijn loopbaan alles wat er te winnen viel, maar samen met zijn zoon spelen was iets waar hij hardop van droomde. “Ik heb het hier jaren over gehad en dat het nu zover is gekomen, is pretty cool en crazy. We hadden ook nog werk te doen toen we het veld instapten. We wilden er geen circus van maken, wilden niet dat het allemaal om ons zou draaien,” vertelde LeBron. Dat mislukte, want het nieuws ging razendsnel de wereld over. LeBron: 'Dat moment waarop Bronny en ik samen het veld instapten zal ik nooit vergeten. Ik heb het hier jaren over gehad en dat het nu zover is gekomen, is pretty cool en crazy. Op de tribune zaten Ken Griffey senior en Ken Griffey junior. Zij waren het eerste vader-en-zoon-duo in de Major League, honkbalden in 1990 en 1991 in totaal 51 wedstrijden samen voor de Seattle Mariners. Op 14 september 1990 sloegen ze zelfs een homerun in dezelfde wedstrijd. Bronny en LeBron stonden een kleine twee minuten samen in het veld. Bronny pakte een aanvallende rebound, miste een tip-in en zijn driepuntspoging ging mis. Toen hij terugkeerde naar de bank kreeg hij opnieuw een staande ovatie. Binnen de lijnen kwam hij daarna niet meer. De Lakers wonnen met 110-103. Bij het verlaten van de arena was er een knuffel van Savannah James voor haar echtgenoot en haar oudste zoon. Ook broer Bryce Maximus, drie jaar jonger dan LeBron ‘Bronny’ James junior, en zusje Zhuri Nova, die haar tiende verjaardag vierde op de dag dat haar broer debuteerde in de NBA, waren van de partij. Bronny: “Ik heb geprobeerd om me niet van de wijs te laten brengen door alles wat zich om mij heen afspeelde en het niet te verpesten.” De Uitverkorene LeBron was zeventien toen het toonaangevende sporttijdschrift Sports Illustrated hem op de cover knalde met daarbij in koeienletters ‘The Chosen One’. Het hele land was in 2002 in de ban van ‘De Uitverkorene’, die uitkwam voor St. Vincent-St.Mary High en overigens ook een talentvolle wide receiver was van het American footballteam van zijn school. De basketbalwedstrijden van het highschoolteam uit Akron, Ohio, waren een bezienswaardigheid waar beroemdheden op afkwamen. Een scheidsrechter werd geschorst omdat hij na een wedstrijd met LeBron op de foto ging. Er werd een dubbelganger geregeld, zodat LeBron via de achterdeur school of de training kon verlaten. LeBron en zijn ploeggenoten reisden per privéjet naar uitwedstrijden, verbleven in dure hotels en de leiding van St. Vincent-St. Mary High eiste een vergoeding van 15.000 dollar per uitduel, omdat zij immers met LeBron geld in het laatje brachten. Sportzender ESPN nam de omstreden beslissing een belangrijke wedstrijd van LeBron live uit te zenden op prime time. Dat een highschoolteam die eer kreeg was uniek. Er zaten 12.000 toeschouwers op de tribune om de speler met een armbandje met daarop ‘The Chosen One’ aan het werk te zien. En de vooraanstaande sportverslaggever Dick Vitale zei na afloop over LeBron: “He is the truth, the whole truth and nothing but the truth.” ‘De Uitverkorene’ bekende dat hij geregeld een jointje rookte om te ontsnappen aan alle aandacht en druk die hij als tiener op zijn schouders voelde. Er werd gedreigd met schorsingen toen LeBron voor zijn achttiende verjaardag een Hummer cadeau kreeg van zijn moeder. Die een lening had afgesloten om de auto te kunnen betalen. Ook nam hij twee sportshirts ter waarde van ruim achthonderd dollar aan in ruil voor een fotoshoot. In Amerika mogen amateursporters geen cadeaus ontvangen die een waarde van meer dan honderd dollar vertegenwoordigen. Het liep allemaal met een sisser af. LeBron besloot college over te slaan en zich meteen na highschool in te schrijven voor de jaarlijkse NBA-draft. In 2003 werd hij als eerste gekozen uit de vijver vol talenten door Cleveland Cavaliers. De ploeg uit de stad die op een steenworp afstand lag van zijn geboorteplaats Akron. En al jaren een laagvlieger was in de NBA. Nike was er als de kippen bij om LeBron op zijn achttiende een sponsordeal van negentig miljoen dollar voor te schotelen. Ook andere merken stonden in de rij om hem binnen te hengelen. Helden Magazine editie 75 Het eerste deel van het familieportret van LeBron James komt uit Helden Magazine nummer 75. Voor de eerste editie van 2025 maakte Frits Barend een rondje langs de velden. Hij merkte dat iedereen lyrisch is over de trainer van Liverpool, Arne Slot. “Ik vind Arne fantastisch,” aldus Guus Hiddink. Voetbal Maar Slot is niet de enige Nederlander die schittert in de Premier League. Micky van de Ven, een paar jaar geleden nog speler bij FC Volendam, is nu een publiekslieveling bij Tottenham Hotspur. Hij deelt zijn verhaal over de weg naar de top. Ook spraken we met Wout Weghorst, voormalig speler van Burnley en Manchester United. De huidige spits van Ajax roept zowel bewondering als kritiek op. “Het stempel ‘rare gozer’ drukt op mij, en dat gaat ook nooit meer veranderen,” vertelt Weghorst openhartig. Schaatsen In deze wintereditie is er uiteraard ook aandacht voor schaatsen. Jenning de Boo en Kjeld Nuis zijn niet alleen ploeggenoten, maar ook goede vrienden. Tijd voor een uitgebreid dubbelinterview met het razendsnelle duo. Daarnaast zetten we Angel Daleman in de spotlight. Ze is slechts zeventien jaar, maar blinkt al uit als zowel shorttracker als langebaanschaatsster. Iedereen loopt met haar weg. In een interview praat Angel over haar mentor Ireen Wüst, haar tatoeages en de moeilijke keuzes die ze moet maken. Tennis Naast schaatsen lees je ook een bijzonder interview met Wesley Koolhof. Tijdens de Davis Cup, eind vorig jaar, nam hij afscheid van het professionele tennis. Als voormalig nummer één van de wereld in het dubbelspel kijkt hij terug op een indrukwekkende carrière. Hij vertelt openhartig over het gemis van een rol in de historische finale tegen Italië. Het mannentennis kent daarnaast een nieuwe rivaliteit die de sportwereld in zijn greep houdt. Richard Krajicek, toernooidirecteur van het ABN AMRO Open, laat zijn licht schijnen op de opkomst van Jannik Sinner en Carlos Alcaraz. Beide jonge tennissterren komen dit jaar naar Rotterdam en lijken de komende jaren het mannentennis te gaan domineren. Verder in Helden 75 Ook gingen we langs bij wielertalent Yuli van der Molen. Bij haar werd een jaar geleden de ziekte van Hodgkin ontdekt. Na een zware periode vol behandelingen is ze nu terug in het peloton. Achter de schermen speelt haar oom, oud-wielrenner Niki Terpstra, een belangrijke rol als mentor. Samen vertellen ze over haar indrukwekkende comeback. Paralympisch snowboarders Lisa Bunschoten en Chris Vos zijn sinds deze zomer trotse ouders van dochter Jane. “Ons goud ligt in de Maxi-Cosi,” zeggen ze met een glimlach.

Basketbal

Dinja en Joeri van Liere: Wereldveroveraars

Dinja en Joeri van Liere Dinja en Joeri van Liere zijn [...]
Dinja en Joeri van Liere Dinja en Joeri van Liere zijn een uniek duo. Dinja (33) deed als amazone mee aan de Olympische Spelen in Parijs, broer Joeri (38) maakt zich op voor de Paralympische Spelen als rolstoelbasketballer. Twee gezinsleden die in dezelfde maand deelnemen aan de Spelen; historie hebben ze sowieso al geschreven. Bij het domein van zijn zus, de stal in Uden, speelt Joeri met de honden, die de basketbal net zo interessant vinden als hij. “Het is heel mooi hier.” Hij kijkt naar ‘de bak’ waarin zus Dinja rijdt. Verderop in de wei staan de paarden. Dinja en Joeri groeiden samen met hun broer Twan op in het Zeeuwse Kapellen, waar Joeri nog altijd woont. De broers raakten in de ban van motorcross. “Ik croste al op mijn vierde, we waren elk weekend onderweg voor races. Jij was een crossmeisje, ging altijd mee toen je klein was, maar speelde dan met vriendinnetjes in de blubber en het zand.” Dinja: “Jullie toerden door Nederland, gingen zelfs naar Tsjechië voor het jeugd-EK. Ik vond het leuk, maakte veel mee.” Joeri: “We verbleven vaak op een camping. Elke maandag op school had ik een nieuw verhaal te vertellen, leuker dan dat van klasgenootjes.” Dinja: “Ik zat ook niet op dezelfde golflengte als mijn klasgenootjes.” Flits en surprise Waar haar broers in de ban waren van motorcrossen, werd Dinja al op jonge leeftijd verliefd op paarden. De sponsor van Joeri en Twan had dochters die paarden hadden. “Ik wilde nergens anders meer heen dan naar die paarden. Daarna kreeg ik van mijn opa mijn eerste pony: Flits, een springpony. Ik kreeg hetzelfde leven als mijn broers, maar dan in een andere wereld. Opa bracht Flits en mij overal naartoe. Het gaf me een gevoel van vrijheid, ik was niet aan één plek gehecht.” Lachend: “Het was het tegenovergestelde van een burgerlijk bestaan.” Na Flits kwam Surprise, ook een springpony. “Over hem had ik niks te vertellen, die ging gewoon stilstaan midden in het parcours. Mij werd geadviseerd om dressuur te gaan doen, zodat ik meer controle over de pony zou krijgen. Zo is het begonnen. Het mooie aan dressuur is dat als je een paard, dat iets minder kwaliteit heeft, netjes africht en er goed mee oefent, je heel veel ver kunt komen. Bij het springen ben je afhankelijk van een paard dat de kwaliteit heeft hoog te springen.” Helden Magazine nummer 73  Het eerste gedeelte van het interview met Dinja en Joeri van Liere komt voort uit Helden Magazine nummer 73. Deze editie staat in het teken van het nieuwe voetbalseizoen, biedt uitgebreide aandacht voor wielrennen en besteedt ruimschoots aandacht aan de Paralympische Spelen. Cody Gakpo, de ster van het Nederlands elftal bij het afgelopen EK, siert de cover van Helden. In Liverpool krijgt hij nu te maken met nieuwe trainer Arne Slot en zijn assistent John Heitinga. Kan hij The Reds ook bij de hand nemen?  Voetbal  Naast Gakpo, waarbij het in het verhaal ook gaat over zijn tijd bij regerend landskampioen PSV, ook een uitgebreid interview met John de Wolf. Hij vertelt over zijn tijd met Arne Slot, Quilindschy Hartman, alzheimer en zijn imago. We maken ook kennis met het nieuwe kroonjuweel van Ajax: Jorrel Hato. In een turbulente periode bij de Amsterdamse club, ontwikkelt hij zich stormachtig. Ian Maatsen had een geweldig seizoen: haalde de Champions League-finale, kreeg een uitnodiging voor het EK en maakte een transfer naar Aston Villa. Hij doet zijn bijzondere verhaal en Lasse Schöne blikt terug op de Europa League-finale van 2017.   Wielrennen  Tom Dumoulin liet in 2015 in de Ronde van Spanje voor het eerst zien dat er een ronderenner in hem schuilde. Hij blikt uitgebreid terug op zijn indrukwekkende carrière. Een geweldige loopbaan had ook Annemiek van Vleuten. Aan de hand van foto's neemt ze ons, in aanloop naar de Tour de France Femmes die in Nederland start, mee terug in de tijd. De Tour de France voor vrouwen eindigt op Alpe d'Huez. Peter Winnen weet wat het is om te winnen op 'de Nederlandse berg'; hij flikte het twee keer. Hij neemt ons mee.  Paralympische Spelen  Paralympisch boegbeeld en atlete Fleur Jong kreeg bezoek van Victoria Koblenko. Niels Vink, een van de beste quad-rolstoeltennissers, vertelt zijn verhaal. Dat doet ook verspringer en sprinter Joël de Jong, kind van een donorvader en op jonge leeftijd getroffen door botkanker.  Nog meer Helden  Verder in deze editie van Helden: tennisser Jesper de Jong vertelt in aanloop naar de US Open onder andere over Carlos Alcaraz, Jannik Sinner, Tallon Griekspoor en zijn trouwste fan: zijn opa. Jelto Spijker is een opvallende verschijning in de machowereld van het waterpolo; hij is keeper en kwam op zijn zeventiende uit de kast. En nog veel meer! 

Golf

Joost Luiten: ‘Nu staat mijn zoontje op één’

Joost Luiten Joost [...]
Joost Luiten Joost Luiten (38) is al jaren het gezicht van golf in Nederland. Hij won zes toernooien op de Europese Tour, onder andere twee keer de KLM Open. In december vorig jaar werden hij en zijn vrouw Melanie de trotse ouders van zoontje Dex. Het leven lacht hem toe, maar dat is niet altijd zo geweest. Een burn-out beheerste een tijdje zijn leven. In Helden Magazine nummer 72 leggen we hem in aanloop naar de KLM Open – tussen 20 en 23 juni op The International in Amsterdam – vijf stellingen voor. [caption id="attachment_20104" align="alignnone" width="1200"] Trotse vader Joost met zoon Dex.[/caption] Sinds de geboorte van mijn zoontje Dex gooi ik mijn golfclubs niet meer in de boom “Ik ben misschien iets rustiger, maar die passie voor golf heb ik nog steeds. Wij zijn dag in dag uit bezig met dat spelletje en dat gaat zo in je kop zitten. Soms wordt het mij ook even te veel, dan knapt er iets en moet ik even mijn frustraties kwijt. Is niet altijd goed, maar het gebeurt in een split second. Dat ik mijn clubs in de boom gooide, ging viral.” Het gebeurde in november in Dubai dat je drie clubs in een boom gooide. Je klom er overigens niet zelf in om ze eruit te halen. Lachend: “Even nuanceren: ik gooide één club de boom in en die bleef hangen. Ik dacht: hoe krijg ik die er nu uit? Dus ik probeerde met een andere club die eruit te krijgen. Voor ik er erg in had, hingen er drie clubs in de boom. Een toeschouwer filmde dat en na afloop kwamen mensen van de Tour naar me toe met de vraag of ze het filmpje mochten gebruiken. De meeste spelers willen dat niet op social media hebben, maar ik dacht: waarom niet? Ik ben daar misschien wat makkelijker in dan anderen. Als ik het bij anderen zie gebeuren, lach ik me ook kapot. Toen ik het terugzag, moest ik heel hard lachen. Je moet ook een beetje zelfspot hebben, toch? Ik heb er heel veel reacties op gekregen van collega’s. Zij maakten er grapjes over, maar snapten tegelijkertijd precies waar ik doorheen ging op dat moment. Je hebt vandaag de dag met imago en sponsors te maken, maar ik vind: je moet jezelf niet te serieus nemen. Als iemand hier aanstoot aan neemt, tja...” Op 19 december afgelopen jaar werd je voor het eerst vader. Hoe is het leven als golfpapa? “Ik deel het leven iets anders in. Er is nu nog iets waar ik mijn focus op heb. Vroeger waren dat golf en mijn vrouw Melanie. Nu is daar ons zoontje Dex bijgekomen. Als ik in Nederland ben, merk ik vooral dat de indeling van mijn dagen anders is. Ik moet hem ook verzorgen, hij heeft aandacht nodig. Vind ik onwijs leuk, maar ik moest in het begin wel wennen. Hoe moest ik mijn tijd indelen? Wanneer had ik tijd om te trainen? Tot december stond golf op één en deelde ik de rest daaromheen in. Nu staat Dex op één en moet ik golf eromheen plannen als ik thuis ben. Het is ook heerlijk als ik drie weken weg ben geweest en het alleen maar golf, golf en nog eens golf is geweest, ik even afleiding heb als ik weer hier ben. Het vaderschap relativeert. Ik ben dus zeker als ik in Nederland vertoef wel veranderd.” Is het lastiger om van huis te gaan sinds je vader bent? “Nu nog niet. Ik ben al achttien jaar lang heel veel van huis weg. Er is altijd wel wat waar ik niet bij kan zijn of wat ik mis. Ik kan niet bij elk feestje zijn. Wat Dex betreft, denk ik dat ik het lastiger ga vinden om weg te gaan als hij doorkrijgt dat hij papa weer een tijdje moet missen. Dat hoor ik ook van collega’s die vader zijn. Nu heeft hij dat nog niet door en vind ik het lastiger om Mel alleen achter te laten. Zij moet al het werk met Dex in haar eentje doen.” Helden Magazine nummer 72 Het eerste gedeelte van het interview met Joost Luiten komt voort uit Helden Magazine nummer 72. Het extra dikke zomernummer van Helden staat volledig in het teken van drie grote sportevenementen: het EK voetbal in Duitsland, de Tour de France en de Olympische Spelen in Parijs. Op de cover van de 204 pagina's tellende editie schitteren drie rolmodellen van wereldklasse uit de Nederlandse atletiek: Femke Bol, Sifan Hassan en Lieke Klaver. Wat is het geheim van hun succes? Experts zoals Ellen van Langen, Caroline Feith, Bart Bennema en Gregory Sedoc delen hun inzichten. EK voetbal De sportzomer van 2024 wordt afgetrapt met het EK voetbal, dat op 14 juni begint. In deze Helden een verhaal over Ronald Koeman. Onder andere Frank Rijkaard, Ruud Gullit, broer Erwin Koeman, Guus Hiddink, Jordi Cruijff en Rafael van der Vaart delen hun mening over de bondscoach van het Nederlands elftal. Verder ging Helden naar Milaan voor een interview met revelatie Tijjani Reijnders en zijn vrouw. Daley Blind 106-voudig international - bespreekt zijn indrukwekkende carrière aan de hand van foto’s. Brian Brobbey over de bondscoach, Marco van Basten, zijn toekomst, zijn roots en racisme. Arie Haan gaat vijftig jaar terug in de tijd, naar het WK voetbal in West-Duitsland dat eindigde met een nationaal trauma. Jan Wouters blikt terug op het gewonnen EK van 1988, ook in Duitsland. Het is nog altijd de enige hoofdprijs van Oranje. Tour de France  Na het EK volgt de Tour de France, van 29 juni tot en met 21 juli. In deze Helden lees je een interview met sprinter Fabio Jakobsen en een portret van Mathieu van der Poel, die ook de olympische wegwedstrijd in Parijs rijdt. Jeroen Blijlevens en Steven de Jongh, ploegleiders bij Lidl-Trek, vertellen hun verhaal, en we vragen ons af: kan Sepp Kuss na de Vuelta ook de Tour winnen? Olympische Spelen De Olympische Spelen vinden plaats van 26 juli tot en met 11 augustus. Chef de mission Pieter van den Hoogenband kijkt terug op zijn gouden race twintig jaar geleden. Turnster Sanne Wevers bereidt zich voor op haar laatste kunstje, baanwielrenner Harrie Lavreysen spreekt over hoge verwachtingen, en BMX’er Niek Kimmann over zijn post-olympische dip. Sharon van Rouwendaal gaat voor goud in het openwater, roeizussen Bente en Ilse Paulis geven een dubbelinterview, en Simone van de Kraats hoopt op goud in het waterpolo. Bovendien gingen we op bezoek bij Tes Schouten, Caspar Corbeau en Arno Kamminga, de drie schoolslagmusketiers. Alle drie zijn ze een medaillekandidaat in Parijs. Voor het eerst sinds 1992 plaatse een Nederlands duo zich op de 500 meter kanosprint voor de Spelen. Hoog tijd om kennis te maken met Selma Konijn en Ruth Vorsselman. Triatlontopper Maya Kingma stelde ernstige misstanden aan de kaak binnen het topsportprogramma van de triatlonbond. Dat werd de triatleet niet door iedereen in dank afgenomen.

Basketbal

Bo Kramer: ‘Rolmodel’

Bo Kramer (24) is een van de sterren van de [...]
Bo Kramer (24) is een van de sterren van de Nederlandse rolstoelbasketbalvrouwen. De ploeg heeft de afgelopen jaren alles gewonnen wat er te winnen valt. In aanloop naar de European Para Championships in Rotterdam doet Bo haar verhaal. “Bij het WK in Dubai klonk vooraf al: Nederland zal wel winnen. We weten dat we heel goed zijn, maar het is telkens weer vet als het we het gewoon flikken. Met het winnen van de wereldtitel blijven we alle grote titels in handen houden: de paralympische titel, de Europese en de wereldtitel. En in Rotterdam Ahoy willen we bij de European Para Championships winnen en onze Europese titel prolongeren. Ik kwam bij het Nederlands team in 2014. Twee jaar later was ik erbij in Rio tijdens de Paralympics. Dat was het laatste grote toernooi dat we niet wonnen, het werd brons. Ik werd in Rio achttien jaar, had als doel om de beste rolstoelbasketbalster van de wereld te worden. Ik ben er heel trots op dat ik hardop kan zeggen dat ik inmiddels bij de beste speelsters hoor. En het mooie is: er is nog ruimte voor verbetering.” “Aan mij zie je in het dagelijks leven niet dat ik rolstoelbasketbalster ben, want dan loop ik gewoon. Voor mijn sport ben ik afhankelijk van een rolstoel: springen, lange wandelingen maken en sprinten kan ik niet. Tot mijn elfde was ik aan het voetballen, ik had de droom om ooit bij Ajax te voetballen. Totdat ik last kreeg van mijn linkerknie. Er werden foto’s gemaakt, maar aan die knie zagen ze niets. Per toeval zagen ze op de röntgenfoto’s wel witte vlekken in de botten van mijn rechteronderbeen. Ik bleek een tumor van 18,5 centimeter te hebben, dat was zo’n beetje m’n hele scheenbeen. Botkanker, en dan ook nog een vorm die niet reageerde op chemotherapie. Ik heb de hele nacht gehuild na de diagnose. Ik dacht: ik heb kanker, ga dood. Al snel werd duidelijk dat het geen agressieve vorm van kanker was, dat ik kon genezen. Maar dan moest ik wel een heel zware operatie ondergaan. Ze hebben het kuitbeen uit mijn linkerbeen gehaald en dat op de plek van mijn rechterscheenbeen gezet. In mijn linkerbeen had ik na de transplantatie dus alleen nog een scheenbeen en in mijn rechterbeen had ik twee kuitbenen. Na de operatie moest ik negen maanden revalideren. Ik mocht in het begin helemaal niet bewegen en daarna heb ik beetje bij beetje opnieuw leren lopen. Ik was ineens afhankelijk van een rolstoel en dat was wennen. En vier dagen in de week zat ik bij de fysiotherapeut. De revalidatie heb ik niet als zwaar ervaren, toen ik wist dat ik kon genezen, heb ik de knop omgezet en tegen mezelf gezegd: let’s do this. Mijn grote doel: op een dag weer normaal kunnen lopen. Het enige wat ik heel vervelend vond, was dat ik nooit meer mocht voetballen, want dat deed ik tot de kanker werd ontdekt dagelijks. Nooit meer voetballen met mijn klasgenootjes op straat, de gedachte daaraan was mijn grootste struggle. Mijn ouders zeiden toen ik weer redelijk kon lopen: ‘Waarom ga je niet een paralympische sport doen?’ In het begin dacht ik: ik zit toch niet in een rolstoel? Mijn vader bleef tegen me zeggen: ‘Laten we gewoon eens gaan kijken.’ Ik stemde op een gegeven moment toe en ging met hem naar de paralympische talentendag waar ik meedeed aan een rolstoelbasketbalclinic. Ik was meteen verkocht, vond het heerlijk dat ik weer lekker kon sporten met mijn leeftijdgenoten, vergat alles om me heen. Als kind was ik dus al heel sportief. Op dansen na had ik voor heel veel dingen gevoel. En aan mijn ziekte heb ik een groot doorzettingsvermogen overgehouden, ik geef nooit op. Als ik ergens mijn zinnen op heb gezet, dan kan niemand me stoppen. Toen rolstoelbasketbal in mijn leven kwam, ben ik dag in dag uit keihard gaan trainen.” Helden Magazine 68 Het eerste gedeelte van het verhaal van Bo Kramer komt voort uit Helden Magazine nummer 68. Max Verstappen kleurt de wereld oranje. Max Verstappen is hard op weg om voor het derde jaar op rij de wereldtitel Formule 1 te pakken. In aanloop naar de Grand Prix van Zandvoort, die hij afgelopen twee jaar won, siert hij de cover van Helden. We volgden de coureur vanuit de paddock en zagen hoe moeilijk het is voor ploeggenoot Sergio Perez om staande te blijven in zijn schaduw. In de 68ste editie van Helden ook volop aandacht voor het nieuwe voetbalseizoen. Een gesprek met Mats Wieffer, dé ontdekking van vorig seizoen, over zijn doorbraak bij Feyenoord en Oranje. Maurice Steijn werd tot veler verrassing de nieuwe trainer van Ajax. Een groot interview met de man die na een teleurstellend seizoen voor nieuwe successen moet zorgen. Luuk de Jong is spits en aanvoerder van PSV, hij vertelt over bondscoach Ronald Koeman, oud-trainer Ruud van Nistelrooij, nieuwe trainer Peter Bosz, oud-ploeggenoot Xavi Simons en nieuwe teamgenoot Noa Lang. Ryan Gravenberch kende een lastig eerste seizoen bij Bayern München. Hij wil er dit seizoen staan en weer een vaste waarde voor Oranje worden. Verder in de nieuwe Helden. Atleten Lieke Klaver en Terrence Agard vormen een razendsnel koppel. Turners Loran de Munck en Casimir Schmidt zijn maatjes en tegenpolen. Laura Dijkema en Nika Daalderop over de hectiek van het leven als volleybalsters in den vreemde. Anne van Dam is de beste golfster van Nederland, ze vertelt over anger management, wonen in Amerika en de Big Green Egg Open. Hockeyster Laurien Leurink won met Oranje alles wat er te winnen viel. Mede door de ongeneeslijke ziekte van zus Marije zwaaide ze af. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine editie 68! Wil je geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen.

Golf

Anne van Dam: ‘Ik ben toch best aardig terechtgekomen’

  Anne van Dam (27) is de beste golfster [...]
  Anne van Dam (27) is de beste golfster van Nederland. Ze woont en speelt al sinds 2019 in Amerika. De komende tijd zal ze meer in Europa te zien zijn, te beginnen bij de Big Green Egg Open (8-10 september in Hilversum). “Golf mag, in de goede zin van het woord, best wat sexyer en aantrekkelijker gemaakt [...]

Basketbal

Kobe Bryant: Mamba Out

Kobe Bryant was een van de beste basketballers [...]
Kobe Bryant was een van de beste basketballers ooit. Op 26 januari kwam hij samen met zijn dertienjarige dochter Gianna en zeven anderen om het leven tijdens een helikoptercrash. The Black Mamba werd slechts 41. Drie keer ontmoette hoofdredacteur Jasper Boks hem. Een eerbetoon. “Bezoek uit Holland? Marco van Basten! De beste voetballer ooit. Fantastisch, wat een sportman. Ik was AC Milan-fan toen ik in Italië woonde. Wat was ik gek van Van Basten. De grootste sporters die ik ooit heb gezien: Van Basten, Michael Jordan en ikzelf natuurlijk.” Kobe Bryant, geboren in Philadelphia en vanaf zijn zesde een paar jaar woonachtig in Italië omdat vader Joe Jellybean Bryant daar zijn laatste jaren als basketbalprof sleet, was al op zijn twintigste heel zeker van zichzelf. Hij vierde op verzoek van Adidas, destijds zijn kledingsponsor, drie dagen vakantie in Berlijn in de zomer van 1999. In de Duitse hoofdstad was het jaarlijkse ABC Basketball Camp, waarvoor hij 86 van de beste Europese jeugdspelers gevraagd en ongevraagd advies gaf, en van het sportmerk mocht tijdschrift Sportweek drie dagen met Bryant optrekken. [caption id="attachment_18242" align="alignnone" width="1983"] Kobe Bryant met dochter Gianna[/caption] Kill your idols Bryant had nog een grote bos met kroeshaar, had nog geen kampioensring gewonnen met de Los Angeles Lakers en verdiende nog ‘maar’ zeven miljoen dollar per jaar op dat moment. Hij stond nog aan het begin van zijn carrière, was een van de eerste spelers die het lef had om meteen na de highschool, dus zonder het spelen van collegebasketbal, voor de NBA te kiezen. Aan zelfvertrouwen geen gebrek. Bryant: 'Wat was ik gek van Van Basten. De grootste sporters die ik ooit heb gezien: Van Basten, Michael Jordan en ikzelf natuurlijk' Samen met zijn neefje Joe Cox en vier bodyguards reed hij de stad door in twee geblindeerde Mercedessen. Midden in een woonwijk vroeg hij de chauffeur te stoppen. Bryant zag een basketbalveldje waar de plaatselijke jeugd een wedstrijdje speelde. Het veldje deed hem denken aan toen hij op zijn vierde begon op vergelijkbare pleintjes in Philadelphia. Als tiener in Pistoia, Italië moest hij de basketbalveldjes delen met voetballers. “Niemand basketbalde daar. Als er andere kinderen kwamen die wilden voetballen, was het: meedoen of wegwezen. Ik stond vaak op doel.” De Berlijnse kinderen op het veldje kregen de schrik van hun leven toen Bryant uit de Mercedes stapte, de achterklep opendeed en er een basketbal uitpakte. “Hi,” riep hij tegen de verbouwereerde jeugd, “let’s play!” “Is dat de echte Kobe Bryant?” vroeg een van de kinderen. Daarna stapte hij op zijn fiets, scheurde weg om tien minuten later met een videocamera terug te komen. “Ik kan wel zeggen dat ik met Kobe Bryant heb gebasketbald, maar dat gelooft toch niemand.” Overal kwamen tijdens het wedstrijdje kinderen vandaan, die via via hadden gehoord dat er iets ‘speciaals’ gaande was. Na een kwartiertje basketballen was het tijd voor foto’s, handtekeningen en high. Ook tijdens de drie dagen Duitsland was hij dagelijks hard aan het werk. Hij wilde de opvolger van de net bij de Chicago Bulls gestopte Michael Jordan worden, de beste basketballer van de NBA. Op dag twee mochten de jeugdspelers hem onderwerpen aan een kruisverhoor. Een meisje had het lef als eerste haar vinger op te steken: “Heb je een vriendin?” Bryant, lachend: “Nee, ik heb geen vriendin. Ben jij nog vrij?” Het meisje werd knalrood. “Hoe was het om tegen Michael Jordan te spelen?” wilde iemand weten. Bryant: “I wanted to kill him! Je wilt je bewijzen tegenover de grote sterren. Jordan was mijn held, ik keek tegen hem op. Maar dat had ik ook met Scottie Pippen en Penny Hardaway, die wilde ik ook verslaan. Kill your idols!” “Hoe is je verhouding met Shaquille O’Neal?” vroeg iemand. De verhalen dat de twee sterren van de Lakers het niet zo goed met elkaar konden vinden, sijpelden toen al door. Allebei wilden ze de leider van de ploeg zijn en succescoach Phil Jackson had Shaq die rol gegeven. Dat was tegen het zere been van Bryant. “We zijn totaal verschillend. Shaquille gaat op stap als de training erop zit en ik ga regelrecht naar huis, naar mijn familie. In het veld botsen we ook weleens. In het begin doordat Shaq mij zag als zijn kleine broertje dat hij de weg moest wijzen. Ik wilde op eigen benen staan.” Na de bijeenkomst zei Bryant toen hij met zijn gevolg richting de Mercedessen liep: “We gaan winkelen.” Het zorgde voor stress bij de bodyguards. “Maar we zouden naar het hotel gaan,” protesteerde er een. Bryant, lachend: “Ik dacht al dat je er niet blij mee zou zijn, maar we willen iets van de stad zien.” ’s Middags werd hij verwacht bij tv-zender MTV. In de wachtruimte plofte hij neer op de bank. Op tv was de clip van The Boy Is Mine van r&b zangeressen Brandy & Monica te zien. “In Amerika dachten ze dat Brandy mijn vriendin was. We zijn heel goede vrienden, hebben samen op Lower Merion-highschool gezeten. Toen we samen uit gingen, dook de pers er meteen bovenop.” De eerste vraag van de vj in de live-uitzending: “Is Brandy jouw vriendin?” Daarna de volgende opdracht: een chatsessie à la 1999 in het hotel. Basketbalfans hadden een vraag naar iemand van Adidas gemaild. “Even omkleden, dan kom ik naar de computerkamer.” Na een half uur ging een bodyguard poolshoogte nemen. “Hij lag te slapen,” vertelde de kleerkast na terugkomst. De vragen werden voorgelezen, waarna het antwoord van Bryant door een dame werd uitgetikt en gemaild. Een bodyguard kwam de ruimte in met een fototoestel. “Er zit al twee uur lang een jochie van zes in de lobby op je te wachten. Ik heb hem beloofd een handtekening en foto te vragen.” Op de laatste dag waren er interviews met media uit heel Europa. “Rik Smits komt toch ook uit Holland? Ik zou het schitterend vinden om ooit nog eens met hem samen te spelen. Dat zeg ik niet omdat jij hier zit. I can help him out and he can help me out. Ik kan ervoor zorgen dat hij zo weinig mogelijk werk hoeft te doen, zodat hij zo weinig mogelijk last heeft van zijn voeten.” Op de vraag wat er dan met Shaquille O’Neal moest gebeuren, antwoordde hij lachend: “Die gaat maar op de bank zitten.” Bij het afscheid na drie dagen Berlijn zei hij: “Vergeet je het niet tegen Rik Smits te zeggen?” Helden Magazine 54 Het eerste gedeelte van het verhaal van Kobe Bryant komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald en Bartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor. Ook in de 54ste editie van Helden spraken we onze Held van het Jaar, Harrie Lavreysen over dikke benen en slapen in een dwangbuis. Gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen en spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.