Word abonnee
Meer

skiën

Skispringer Matti Nykänen: van nationale held naar de gevangenis

Als skispringer vloog Matti Nykänen naar grote hoogten en [...]
Als skispringer vloog Matti Nykänen naar grote hoogten en won hij nagenoeg alles. Maar eenmaal terug op aarde, in de normale maatschappij, viel de Finse sportlegende zo diep dat het een wonder is dat de viervoudig olympisch kampioen er niet aan onderdoor is gegaan. Ondanks alle problemen, mede veroorzaakt door overmatig drankgebruik, blijven ze in Finland van hem houden. Finse grootheid Wie het Finse sportmuseum in Helsinki binnenloopt, kan er niet omheen. De vijf medailles van Matti Nykänen, behaald op de Olympische Winterspelen van Sarajevo (1984) en Calgary (1988). Ze liggen, met de linten keurig opgevouwen, meteen links na de ingang in een enorme glazen bekisting. Dat juist zijn plakken - vier gouden en één zilveren - op de meest prominente plek van het museum liggen is niet zomaar. Het is een eerbetoon aan misschien wel de grootste sportman die Finland ooit heeft gekend. Want hoe bijzonder de prestaties van de autocoureurs Mika Häkkinen en Kimi Räikkönen, beiden ooit wereldkampioen in de Formule 1, en topvoetballer Jari Litmanen ook zijn, zij staan ver in de schaduw van Nykänen, zo blijkt na een korte rondgang door het museum. Waarom heeft de skispringlegende anders bijna een hele hoek tot zijn beschikking, terwijl Häkkinen, Räikkönen en Litmanen een vitrinekast moeten delen? Volgens Evert ten Napel, die namens Studio Sport tientallen jaren het commentaar bij het skispringen verzorgde, is dat niet zo raar. “Onderschat Nykänen niet, hè,” zegt Ten Napel over de man wiens afbeelding in zowel Finland als Noord-Korea op een postzegel staat. “Bij ons mag hij misschien niet zo heel erg bekend zijn, maar neem van mij aan: hij is een absolute grootheid, zeker in Finland. Die heeft daar zo’n beetje dezelfde status als Ard Schenk en Sven Kramer bij ons. Ja, in die categorie moet je echt denken.” Ten Napel kan het weten. Hij heeft de inmiddels 52-jarige Nykänen in de jaren tachtig en negentig geregeld vanaf zijn commentaarpositie voorbij zien vliegen op een manier zoals maar weinigen dat konden. Want hoe het de Fin in 1985 lukte om als eerste persoon ooit de magische barrière van 190 meter te doorbreken, dat neigde toen gewoon naar tovenarij. “Ik vergeleek Nykänen altijd met de Italiaanse slalomspecialist Alberto Tomba,” vertelt Ten Napel, “en dat deed ik natuurlijk niet zomaar. Als Tomba aan de start verscheen, wist je namelijk dat je moest opletten. Er ging wat gebeuren. Of het ging volledig mis, of je was getuige van een wonderbaarlijke race. Met Nykänen was dat precies zo.” Dat zijn sprongen, net als de afdalingen van Tomba, vaker subliem waren dan slecht wordt wel duidelijk na het lezen van de plaquette die naast de vijf medailles hangt. Het doet bijna onwerkelijk aan, zoveel won hij. Zo piekte Nykänen niet alleen in Sarajevo en Calgary - waar hij samen met de gouden Yvonne van Gennip de succesvolste sporter van de Spelen was - maar behaalde hij tussen 1981 en 1991 ook onder meer zes wereldtitels en 46 wereldbekerzeges en werd hij tweemaal winnaar van het prestigieuze Vierschansentoernooi. Kwade dronk Ook dat is geen toeval, meent Ten Napel. “Natuurlijk, Nykänen had talent. Laat daar geen twijfel over bestaan. Maar het is niet zo dat het ’m is komen aanwaaien. Integendeel, als kind trainde hij zich al uit de naad en stond hij dagelijks op een schansje van tien meter bij hem in de buurt. In al die jaren heeft hij daar wel duizenden sprongen gemaakt. Dat deed hij niet alleen omdat hij dat leuk vond, hij deed dat ook omdat hij de beste van de wereld wilde worden. En dat is ’m meer dan gelukt.” Maar hoe wonderlijk Nykänen als sporter was, des te merkwaardiger was hij als persoon. “En heel excentriek,” herinnert Ten Napel zich nog. “En zwijgzaam. Het had dan ook geen enkele zin om hem aan te spreken als hij toevallig langs me liep. Dat hadden mijn Finse collega’s me allang ingefluisterd. Hij zei toch nooit wat terug, laat staan dat hij een interview wilde geven. Hij was altijd in zichzelf gekeerd, heel stil.” Schreeuwend waren wel de enorme koppen die bijna dagelijks over hem op de voorpagina van de tabloids stonden. Dat die ondertussen niet alleen meer over zijn geweldige prestaties gingen, maar vaker over zijn wangedrag, dat was geen verrassing meer. Want als Nykänen dronk, was hij niet meer te houden. Zijn biograaf Egon Theiner zei later niet voor niets dat Nykänen twee gezichten had: nuchter was hij de allerliefste man op aarde, maar met drank op werd hij ineens heel agressief en gevaarlijk. Dat bleek wel in 2002 toen hij na een verloren potje armpje drukken en na veel drank een mes in de rug van een vriend plantte. Zelf ontkende Nykänen het, maar de rechter vond zoveel bewijzen dat hij een gevangenisstraf van twee jaar kreeg opgelegd. Dat hij een paar jaar later opnieuw de cel in moest – hij had zijn vrouw op kerstavond 2009 met een keukenmes en een riem bewerkt – verbaasde dan ook niemand. Dorpsgek De vergelijking met een dorpsgek, een ongeleid projectiel die niet met de successen en roem kon omgaan, werd dan al snel gemaakt. Zeker omdat de zoon van Jyväskylä na zijn loopbaan opdook in de meeste wonderlijke settings, variërend van stripper, volkszanger tot politicus. Hij werd zelfs even het gezicht én de stem van een hitsige sekslijn. Maar hoe dwaas en onzinnig zijn acties ook leken, zelf zag hij dat beduidend anders. Volgens hem kwam dat omdat hij nooit heeft kunnen wennen aan zijn nieuwe leven. ‘Na al die jaren had ik ineens geen structuur meer,’ zo liet hij optekenen in zijn biografie Matti. ‘Bovendien merkte ik dat de normale maatschappij een totaal andere wereld is dan de skiwereld. En daarmee kon ik maar moeilijk overweg.’ Dat Nykänen met smart terugverlangde naar zijn oude leventje bleek wel in de aanloop naar de Olympische Spelen van Sochi, toen hij een heuse comeback overwoog. Met een versleten lichaam en een paar kilo extra om de heupen won de Fin weliswaar goud bij het officieuze WK voor veteranen, maar een rentree op het allerhoogste niveau was iets te veel van het goede. Een sprong van een dikke dertig meter mag dan wel in het veteranencircuit een unieke prestatie zijn; maar dat geldt niet als je kanonnen als Peter Prevc, Kamil Stoch en Anders Fannemel wilt verslaan, de nieuwe generatie die inmiddels gemakkelijk een afstand van liefst 250 meter haalt. Voor Nykänen rest niets anders meer dan herinneringen. Want de medailles die in het Finse sportmuseum hangen, op een kleine sprong van de plek waar de langeafstandsloper Emil Zátopek op de Zomerspelen van 1952 sportgeschiedenis schreef, zijn inmiddels niet meer van hem. Wegens torenhoge schulden heeft hij die ooit moeten verkopen. Triest, aldus Ten Napel. “Maar kennelijk hoort dat allemaal bij het heldendom. Wat dat betreft kan hij zo in het rijtje George Best en Paul Gascoigne. Al doe je Nykänen daarmee wel tekort, vind ik. Hij is weliswaar volledig ontspoord en het valt natuurlijk niet goed te praten wat hij heeft gedaan en waarvoor hij is veroordeeld. Maar dat neemt niet weg dat hij een geweldige sportman was. Eentje die echt heel veel heeft gewonnen. Zo zal ik hem dan ook blijven herinneren.” Dat doen de Finnen ook. Want om hem nu ineens te laten vallen, dat nooit. Daarvoor hebben ze al die jaren te veel van hem genoten. Dat de inmiddels vadsige Nykänen - die tegenwoordig met zijn zesde vrouw in Oulu woont waar hij aan de weg timmert als tv-kok - een paar jaar terug bij de première van zijn eigen film laveloos over de rode loper liep, maakte niemand in Finland dan ook wat uit. Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Overig

Dé sportmomenten van 2025: vreugde en verdriet bij Arne Slot

Liverpool, 26 mei 2025. De stad baadde in vreugde. Arne [...]
Liverpool, 26 mei 2025. De stad baadde in vreugde. Arne Slot won in zijn eerste jaar als trainer van Liverpool meteen de Premier League. Het was de twintigste titel van de club. Daarmee werden de The Reds officieel de meest succesvolle club van Engeland. Met de nationale en Europese bekers bij elkaar opgeteld wonnen ze meer prijzen dan rivaal Manchester United. Ook de Nederlanders Virgil van Dijk, Ryan Gravenberch en Cody Gakpo vierden feest. Liverpool, 3 juli 2025. Diezelfde stad was gehuld in diepe rouw. Liverpool-speler Diogo Jota (28) kwam samen met zijn jongere broer André Silva om bij een auto-ongeluk in Spanje. Fans legden bloemen en sjaals bij het stadion. De voltallige selectie was twee dagen later bij de begrafenis van de Portugese broers aanwezig. Tien dagen na hun overlijden werd het tweetal uitgebreid geëerd bij alweer de eerste oefenwedstrijd van het nieuwe seizoen bij en tegen Preston North End. Nummer 20 ontbrak. Na de eerste Premier League-wedstrijd van het seizoen, op 16 augustus tegen Bournemouth, applaudisseerde ster Mohamed Salah, die in blessuretijd had gescoord, met tranen in zijn ogen voor the Kop, waar de trouwste Liverpool-supporters het lied dat zij altijd voor zijn goede vriend Jota zongen, aanhieven. Bij Liverpool zal niemand in de toekomst ooit nog Jota’s rugnummer dragen. 2025, voor Liverpool het jaar van vreugde en intens verdriet. Liverpool, 26 november. Het PSV van Peter Bosz heeft op Anfield met 4-1 gewonnen van het team van Slot. Liverpool zit in een diepe crisis. Na een goede competitiestart ging het mis. Van de laatste dertien duels werden er negen verloren. Waarvan zes in de Premier League. Voor het eerst stelden de media de vraag: Slot, hoe lang nog? Leeds, 6 december. Superster Mohamed Salah kan zijn frustraties niet meer verkroppen nadat hij voor het derde duel op rij op de bank moest beginnen. Hij stelt dat Slot hem ‘voor de bus heeft gegooid’. Liverpool-iconen nemen het voor Slot op. Langzaamaan lijkt Liverpool zich uit het dal te knokken eind 2025. Of die lijn door wordt getrokken in 2026 en of Salah dan nog in het rood voetbalt, is de vraag. Al met al was het een jaar van vreugde en intens verdriet. En Arne Slot zal het bestempelen als verreweg het meest bewogen jaar uit zijn carrière.

Overig

Dé sportmomenten van 2025: goud voor Kimberley Bos

Ze doet misschien wel de gevaarlijkste sport van allemaal. [...]
Ze doet misschien wel de gevaarlijkste sport van allemaal. Met 130 kilometer per uur op een slee, met het hoofd naar voren, naar beneden over een baan vol met ijs. Kimberley Bos ziet er misschien onschuldig uit, maar daarachter gaat een grote durfal verscholen. Al jaren is ze één van de beste en misschien wel de meest consistente vrouw in het Skeleton. Dit jaar piekte ze eindelijk op het goede moment; het WK. Over vier runs verspreid was ze de beste en dus kreeg ze eindelijk de gouden medaille om haar nek. In 2023 was ze ook al een keer dichtbij. Toen kwam ze twee honderdste te kort. Vorig jaar kwam daar het ‘helmdebacle’ bij. Net voor de klok sloot haar helm niet en besloot ze toch voor de zoemer naar beneden te gaan. Zonder zicht eindigde ze als negende. Het leverde haar slechte nachten op, maar inmiddels is Kimberley alweer terug en maakt ze zich op voor een prestatie op de Spelen. Waar ze zomaar de eerste gouden medaille winnaar in een andere sport dan schaatsen of shorttrack sinds 2010 te worden. Toen was het Nicolien Sauerbreij bij het snowboarden.

Overig

Dé sportmomenten van 2025: alles komt samen voor Joy Beune

Sinds Joy Beune overstapte naar Team IKO komt alles samen [...]
Sinds Joy Beune overstapte naar Team IKO komt alles samen voor de vrouw die van jongs af aan al werd bestempeld als supertalent. In 2024 werd ze wereldkampioen allround en ze pakte WK-goud op de 5000 meter en ploegenachtervolging. In 2025 ging ze door met winnen. Ze pakte in Hamar wereldtitels op de 1500 en 3000 meter én de ploegenachtervolging. Ook was er nog zilver bij de WK-allround, achter Antoinette Rijpma- de Jong. In het nieuwe seizoen lijkt Joy weer onverslaanbaar. Bij de wereldbekers is ze niet te kloppen. De vergelijkingen met een andere schaatsgrootheid zijn snel gemaakt... “Ireen was mijn grote voorbeeld toen ik jong was. Ze zei toen ik de overstap van de junioren naar de senioren maakte over mij iets als: ‘We kunnen allemaal wel inpakken, want er komt nu een groot talent aan...’ Het is niet zo dat de woorden van Ireen mij in de weg hebben gezeten, dat die voor te veel druk zorgden.” Lachend: “Laatst zei Ireen voor de grap: ‘Ik ben blij dat het wat langer heeft geduurd met jou, want daardoor kon ik gewoon nog mijn prijzen pakken." Als de WK afstanden van 2025 de generale repetitie was voor wat ons te wachten staat bij de Olympische Spelen in Milaan vanaf 6 februari, dan belooft dat nog wat. Kom maar op!

Zeilen

Dé sportmomenten van 2025: Afscheid Marit Bouwmeester

Marit Bouwmeester, de succesvolste zeilster ooit, nam [...]
Marit Bouwmeester, de succesvolste zeilster ooit, nam afscheid van de zeilsport.  De zeilster behoorde twintig jaar lang tot de top van de wereld. Ze won vier WK-titels, werd twee keer verkozen tot beste zeilster van het jaar (in 2017 en 2024) en won op vier achtereenvolgende Spelen medailles: zilver in Londen (2012), goud in Rio de Janeiro (2016), brons in Tokio (2021) en ze sloot af met goud in Parijs (2024). Op het olympisch zeilwater van Marseille was ze al voor de afsluitende medaillerace zeker van de winst. En dan te bedenken waar ze vandaan kwam: een week voor de Spelen stortte haar relatie in. Met gecombineerde tranen van geluk en verdriet kreeg ze haar gouden medaille omgereikt en luisterde ze naar het volkslied. Haar dochter Jessie Mae, die in april 2022 geboren werd, keek vrolijk toe. In november maakte Marit bekend definitief te stoppen. De ‘prijs van topsport’ die ze al die jaren heeft moeten betalen, werd haar te hoog. Haar dochtertje komt nu op de eerste plek. Maar van stilzitten kwam het nog niet: Marit lanceerde in het voorjaar al de Marit Bouwmeester Academy met als doel watersport toegankelijk te maken voor iedereen en bracht onlangs haar boek Winnen met je hoofd uit, in samenwerking met hoogleraar sportpsychologie Nico W. van Yperen.  

Handbal

Dione Housheer: in de schijnwerpers

Handbalster Dione Housheer is 26 en heeft nu al bereikt waar ze als jong meisje van droomde. Ze werd wereldkampioen met het Nederlands team in 2019 en won afgelopen seizoen de Champions League met haar Hongaarse club Györ. Hoog tijd om een van de nieuwe boegbeelden van Oranje beter te leren kennen in aanloop naar het WK handbal in Duitsland en Nederland (27 november - 14 december). Mijn looks “Ik ben kleurrijk. Dat komt door mijn rode haar, maar ook door mijn persoonlijkheid. Ik ben vrolijk en energiek, draag graag kleur. Je ziet wel iemand staan als je naar me kijkt. Ik was iets meer een buitenbeentje qua uiterlijk en viel daarom op. Vroeger op school trok ik aandacht vanwege mijn haar. En mijn huid is ook wat witter dan gemiddeld. Ik werd niet gepest, maar er werd wel over me gesproken en geregeld ‘ginger’, ‘vuurtoren’ of iets anders in die strekking naar me geroepen. Soms dacht ik: het was rustiger geweest als ik gewoon blond of donker haar had gehad. Toch raakten die opmerkingen me niet echt, ik was vroeger al mondig en riep altijd wel wat terug. En ik heb ook geregeld complimenten gekregen, hoor. Mensen zeiden ook: ‘Wat heb jij mooi haar, had ik dat maar.’ Mijn rode haar ervaar ik meer als positief dan negatief, ik zou niet anders willen.” Lachend: “Een voordeel is dat mijn oma mij altijd meteen herkende op tv, omdat ik als enige rood haar heb in het team. Ik ben trots op mijn lichaam en wat het aankan. Wij krijgen enorme klappen in het veld. Ik draag een knielap omdat ik vaak op mijn knie val, en twee enkelbraces, omdat ik beide enkelbanden vroeger heb afgescheurd. En ik moet extra aandacht aan mijn schouder besteden. Mijn hele linkerarm krijgt veel te verduren, ik haal er zoveel kracht uit bij een worp. Ik ben net 26, maar ik merk inmiddels wel dat het fysiek zwaarder wordt. Ik speel al een aantal jaren in de Champions League en het speelschema is intens. Vakantie of überhaupt een dag vrij hebben wij nauwelijks. Voorheen dacht ik: we hebben getraind, ik ben nu klaar. Tegenwoordig denk ik: na de training begint het pas, het is zaak zo snel mogelijk te herstellen door mid- del van goede fysiotherapie, massages en goede voeding. Dat onderschatten buitenstaanders weleens. Die denken: je handbalt een paar uur per dag, dat is het. Maar wat er allemaal bij komt kij- ken, is best veel.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het verhaal over Dione Housheer komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Overig

Wie is de grootste: Merckx of Pogacar?

Tadej Pogačar lijkt [...]
Tadej Pogačar lijkt geboren om records te breken. Op zijn 26ste rijdt de Sloveen alsof hij het wielrennen opnieuw wil uitvinden. Nog nooit was één renner zó compleet, zó hongerig, zó dominant. Wie hem ziet koersen, begrijpt waarom de vergelijking met Eddy Merckx niet meer te vermijden is. Afgelopen seizoen won hij Luik-Bastenaken-Luik, Strade Bianche, de Ronde van Vlaanderen, de Tour de France, het WK én het EK. De grote koersen die nog ontbreken op zijn palmares? Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix en de Vuelta – en zelfs die lijken slechts een kwestie van tijd. Dit weekend staat de laatste klassieker van 2025 op het programma: de Ronde van Lombardije. Een goed moment om met onze analisten te kijken naar de vraag die steeds luider klinkt: wie is nu écht de grootste wielrenner aller tijden? Eddy Merckx of Tadej Pogačar? Dumoulin: “De Vuelta zal in de toekomst zeker een doel voor hem worden en ik vermoed dat hij die volgend jaar zal willen rijden. En hij heeft ook al geroken dat het mogelijk is om Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix te winnen.” Steeds vaker wordt hij vergeleken met Eddy Merckx, de succesvolste wielrenner aller tijden. Bijnaam: de Kannibaal, omdat hij in de jaren zestig en zeventig altijd en overal won. Kroon: “Het schijnt Merckxiaans te zijn wat Pogacar doet, maar ik heb dat tijdperk niet bewust meegemaakt. Wat ik wel weet is dat het in mijn tijd langer duurde voordat ronderenners tot volle wasdom kwamen. Pogacar won zijn eerste Tour op zijn 21ste. Evenpoel won de Vuelta op zijn 22ste. Afgelopen Giro werd Juan Ayuso op zijn 22ste al gebombardeerd tot favoriet. Pogacar werd in 2020 op zijn twintigste meteen al derde in de Vuelta, zijn eerste grote ronde. In mijn tijd was dat onmogelijk. Dat gebeurde gewoon niet.” Kroon, 49 inmiddels, was prof tussen 1999 en 2014. “Er is nu meer kennis over voeding, materiaal en trainingsschema’s, maar ik denk dat het grootste verschil is dat ze op een veel jongere leeftijd al professional zijn in hun hele doen en laten dan in onze tijd. Sommige renners leven vandaag de dag op hun veertiende professioneler voor het wielrennen dan ik op mijn 28ste.” [caption id="attachment_21734" align="alignnone" width="2560"] Pogacar viert zijn wereldtitel met vriendin Urška Žigart[/caption] Clement: “Als ik het sec bekijk, dan is Pogacar de beste wielrenner aller tijden. Je kunt hem met Eddy Merckx blijven vergelijken, maar dat heeft geen enkele zin. Het is nu een heel andere tijd. Je kunt Max Verstappen toch ook niet vergelijken met coureurs uit de jaren zestig en zeventig? Ja, Merckx heeft de meeste wedstrijden ooit gewonnen, maar er bestaat toch geen twijfel over wie van de twee de betere atleet is?” Pogacar kan nog jaren mee. Hij won afgelopen jaar voor de vierde keer de Tour. Jacques Anquetil, Merckx, Bernard Hinault en Miguel Indurain zijn recordhouders nadat de zeven Tourzeges van Lance Armstrong wegens doping werden weggestreept. Zij wonnen de Ronde van Frankrijk vijf keer. Een kwestie van tijd voordat Pogacar dat record in zijn eentje in handen heeft? Kroon: “Het is heel simpel: er gaat een keer een einde aan komen. Ook bij Pogacar. En met een beetje geluk of pech – net hoe je het wil zien - duurt het nog tien jaar.” Het laatste woord is aan de 42-jarige Clement, van 2003 tot en met 2018 prof. “Ik heb nooit met Evenepoel, Vingegaard, Van der Poel, Pogacar en Van Aert in één peloton gefietst, en ik ben toch echt nog niet zo lang geleden gestopt. Wat ik daarmee wil zeggen: het kan snel gaan. Nu is Pogacar de koning, maar de volgende superrenner kan zomaar opstaan. Pogacar heeft het wielrennen naar een nieuw level gebracht, hij is de beste ooit gezien zijn fysieke capaciteiten. Zoals ik denk dat Mathieu van der Poel de beste klassiekerrenner ooit is wat fysieke capaciteiten betreft. Dat doet niets af aan het palmares van Merckx en Jan Raas en noem die mannen maar op. Ze rijden nu zoveel harder, de concurrentie is zoveel groter en er wordt dus zoveel meer van een atleet gevraagd. De evolutie stopt vandaag niet.” Meer lezen? Thymen Arensman: Op zoek naar balans Jonas Vingegaard: 'Ik ben hongeriger dan ooit' Mathieu van der Poel: 'Ik voel me toch ook oud worden'

Honkbal

Xander Bogaerts | X-Man

Aanbeden op Aruba, Superster in San Diego, anoniem in Nederland. [...]
Aanbeden op Aruba, Superster in San Diego, anoniem in Nederland. Xander Bogaerts is al jaren een van de beste honkballers in de Major League. Hij is na Max Verstappen ook nog eens de bestverdienende sporter met een Nederlands paspoort. Maar in Nederland kan hij zo goed als unaniem over straat. Tijd voor een verhaal in Helden Magazine nummer 77. “Als Bogaerts met de Padres speelt, dan kijkt heel Aruba.” Xander Bogaerts Gaat X-Man de Padres naar de titel leiden? Die vraag leeft dit seizoen in San Nicolas en in San Diego. Na twee mindere jaren is het tijd dat de volksheld uit Aruba de verwachtingen van zijn duizelingwekkende deal gaat waarmaken. Want dat was het in december 2022. Zeker voor Nederlandse begrippen. Een elfjarig contract ter waarde van iets minder dan 250 miljoen euro. Als de overeenkomst in stand blijft, betaalt San Diego Padres van 2026 tot 2033 maar liefst 22 miljoen euro per seizoen aan hun sterspeler met nummer 2 op het tenue. De Padres hopen aan de hand van hun korte stop voor het eerst in de clubgeschiedenis de World Series te winnen. Na Max Verstappen, viervoudig wereldkampioen Formule1, is deze 32-jarige honkballer de best verdienende sporter met een Nederlands paspoort. Desondanks zou hij op Koningsdag zonder al te grote problemen de Amsterdamse Vrijmarkt kunnen bezoeken. Bij de verkiezing van de Nederlandse Sportman van het Jaar is hij nog nooit genomineerd. Aanbeden op Aruba, een superster in San Diego, maar anoniem in Nederland. “Ongelooflijk,” zegt Hensley Meulens, voormalig honkballer van de New York Yankees en ex-coach van het nationale honkbalteam. “Die gozer zou niet alleen een inspiratie voor de jeugd in Nederland moeten zijn, maar iedereen in de wereld kan een voorbeeld aan hem nemen. Helden Magazine nummer 77 Het eerste deel van het verhaal over Xander Bogaerts komt uit Helden Magazine nummer 77. Benieuwd naar het hele verhaal? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.

Honkbal

Duivelse dilemma’s – Kalian Sams

Kalian Sams (38) reisde de wereld over, van Amerika en Mexico tot [...]
Kalian Sams (38) reisde de wereld over, van Amerika en Mexico tot Canada en Taiwan. Hij speelde 107 interlands, werd vier keer Europees kampioen en in 2011 wereldkampioen. In 2022 sloot hij zijn honkbalcarrière af bij Amsterdam Pirates. Op 10 april en 28 juni staat Kalian in het theater met zijn voorstelling The Devil’s Home Run om te vertellen over zijn mentale strijd als topsporter en hoe hij de duivel in zich wist te beteugelen. Voor Helden Magazine nummer 76 kreeg Victoria Koblenko een voorproefje. “Het leven is als een honkbalswing.” Kalian Sams Hoe ben je honkballer geworden? “Toen ik een jaar of tien was, gingen mijn ouders uit elkaar. Mijn vader ging op zichzelf wonen en ik bleef bij mijn moeder, broer en zus. Ik zag mijn vader bijna dagelijks, omdat hij me trainde. Honkballen deed ik al van jongs af aan, maar toen werd het voor mij ook een middel om de verbinding met hem te maken en quality time samen te hebben.” [caption id="attachment_20953" align="aligncenter" width="1707"] Kalian Sams[/caption] Was hij het ook die jou als in Den Haag geboren jongen met Antilliaanse roots wist te motiveren om prof te worden? “Absoluut. Mijn vader zag mijn potentie en wilde dat ik het beste uit mezelf haalde. Soms voelde ik druk, omdat ik voor hem zo goed mogelijk wilde presteren. Maar tegelijkertijd wist ik ook dat hij het goed bedoelde. Mijn vader heeft me geleerd om door te zetten, ook als het moeilijk was. Hij gaf me nooit ruimte om op te geven. Terwijl mijn moeder altijd trots was op alles wat ik deed. Zij was heel zorgzaam en lief, maar ze was ook degene die me normen en waarden bijbracht, en dat is iets waar ik nog steeds veel van merk als ik bedenk hoe ik nu in het leven sta. Ze was er altijd, of ik nou goed of slecht speelde.” Hoe was je relatie met je broer en zus? “Mijn broer zat ook op honkbal, maar hij was niet zo atletisch. Toen ik begon door te breken en naar de top ging, stopte hij met honkbal. Hij was meer bezig met school en had een andere focus. Mijn zusje was altijd mijn maatje. De tijd met haar was voor mij belangrijk, het hielp me de balans te bewaren in de hectiek van mijn sportieve leven.” Zelfmoordgedachten In je theatervoorstelling zien we jouw worstelen met 'demonen' als eenzaamheid, zelftwijfel en faalangst. Wanneer begonnen de negatieve gedachten het te winnen van jouw talent? "Ik denk dat een mens dat niet uitgedaagd wordt om fysiek op het hoogste niveau te presteren nooit op het level kan komen waarop je mentale capaciteit zo onder druk wordt gezet. Die druk en de gevolgen daarvan kunnen topsporters ondervinden. Het begon bij mij met onschuldige negatieve gedachtes, maar het werd beetje bij beetje zo erg dat ik op een gegeven moment zelfs zelfmoordgedachten kreeg. Daarom wilde ik dit vaak onderbelichte onderwerp bespreekbaar maken voor de volgende generatie topsporters, omdat ik weet hoe erg ik daarmee heb gestruggeld. Als ik iemand hiermee zou kunnen redden door mijn verhaal te vertellen, dan is mijn missie al geslaagd.” Helden Magazine nummer 76 Het eerste gedeelte van het interview met Kalian Sams komt voort uit Helden Magazine nummer 76. In deze editie van Helden siert Mathieu van der Poel de cover. De schijnwerpers zijn de komende tijd weer op de inmiddels dertigjarige wielrenner gericht. De klassiekers worden gereden en Van der Poel doet ook weer mee aan de Tour de France. Mathieu van der Poel: ‘Ik kan nog steeds beter’. Voetbal Ook is er veel aandacht voor voetbal. We gingen langs bij Justin Kluivert. Hij is voor het eerst vader geworden en is dé revelatie van de Premier League. Sem Steijn werd lang gezien als de ‘zoon van’. Bij FC Twente is hij uit de schaduw van vader Maurice getreden. Hij lijkt hard op weg naar de titel van topscorer van de Eredivisie, een transfer en – wie weet – een uitnodiging door bondscoach Ronald Koeman. Van de topscorer van de eredivisie gaan we naar de meest besproken speler. Noa Lang maakt de tongen los. Op en naast het veld. We vroegen analisten naar hun mening over de rappende voetballer. Robin van Persie keerde in februari terug bij Feyenoord. Van een rebelse tiener tot hoofdtrainer; Helden zag hem door de jaren heen transformeren. Daarnaast spraken we met de aanvoerster van de OranjeLeeuwinnen en de Ajax-vrouwen, Sherida Spitse. Ze maakt zich op voor weer een EK, terwijl ze een moeilijke periode doormaakt. Openhartig praat ze over haar scheiding van de moeder van haar twee kinderen. Verder gingen we dertig jaar terug in de tijd met Danny Blind. We blikken met de aanvoerder van destijds terug op de gewonnen Champions League én de Wereldbeker met Ajax. Nog veel meer sport Verder in deze editie vertelt Ellen van Dijk over het moederschap, een crash en de race tegen de klok om de Spelen in Parijs te halen. Max Verstappen gaat dit seizoen op voor zijn vijfde wereldtitel in de Formule 1 en dat wordt een fikse opgave in een jaar waarin hij ook voor het eerst vader wordt. Wat verwachten analisten Christijan Albers, Tom Coronel en Giedo van der Garde van Max in 2025? Carlos Alcaraz is de populairste tennisser van dit moment. Helden sprak de 21-jarige Spanjaard in een exclusief interview. Als laatste laat hockeyster Felice Albers een andere kant van zichzelf zien in Heldenpraat en deelt waterpolokeepster Laura Aarts haar foto’s in de rubriek Me, My Selfie & I.

Zeilen

Marit Bouwmeester: ‘Ik voelde me de complete Marit’

Onder toeziend oog van haar tweejarige dochter Jessie Mae kroonde [...]
Onder toeziend oog van haar tweejarige dochter Jessie Mae kroonde Marit Bouwmeester (36) zich tot de meest succesvolle zeilster aller tijden. Ze won met overmacht olympisch goud in de ILCA 6-klasse na eerder al olympisch goud, zilver en brons én vier wereldtitels te hebben gewonnen. Deze olympische campagne bleek de meest uitdagende. We bespraken zeven momenten in het dubbeldikke jubileumnummer van Helden Magazine: “Ik stapte jankend in de taxi, dacht: is dit het nou waard?” Marit Bouwmeester [caption id="attachment_20584" align="aligncenter" width="2560"] Marit Bouwmeester[/caption] De knuffel van Jessie Mae “Vanaf het water zag ik Jessie al op de schouders van haar vader Diederick zitten. De laatste race voor de afsluitende medalrace was geweest en ik had zo’n voorsprong op mijn concurrenten dat ik al wist dat ik goud had gewonnen. Toen ik op de kant kwam, rende ik naar Jessie toe. Eindelijk kon ik haar weer in mijn armen sluiten. Ik had haar en de rest van de familie één keer gezien in die week, toevallig, toen ik langs een strandje fietste waar zij net waren. Mijn ouders, broer en zus met hun gezinnen, Diederick, Jessie en de oppas zaten met elkaar in één huis.” Lachend: “Ik denk dat zij een pittigere Spelen hebben gehad dan ik.” In Londen in 2012 won je zilver, in Rio vier jaar later werd je voor het eerst olympisch kampioen, in Tokio in 2021 was er brons. Hoe heb je je vierde Spelen beleefd? “Deze medaille was de mooiste van allemaal, maar ook de moeilijkste en meest emotionele. Als er iets is dat het moederschap mij heeft geleerd, is het: accepteren dat het niet allemaal gaat zoals je graag zou willen. Ik had Jessie al zo vaak meegenomen naar trainingskampen en wedstrijden dat ik gewend was aan onzekere factoren; aan presteren zonder slaap bijvoorbeeld.” Zorgde Jessie voor net dat beetje relativeringsvermogen? “Ja. Het lukte me in Marseille, waar we onze olympische races zeilden, heel goed om te denken: ik ga alles geven wat ik in me heb en dan zie ik wel welk resultaat erbij hoort. Dat kleine beetje relativeren werkte voor mij. Relativeren is dodelijk in topsport, maar in mijn geval zorgde het voor de juiste balans.” Jij voer de hele week vooraan. Je had zoveel punten voorsprong dat je voor de afsluitende medalrace al olympisch kampioen was. Had je dat scenario al in je hoofd zitten? “Ik had het van tevoren helemaal gevisualiseerd. Ik wist dat Marseille een locatie was waarop het kon. De omstandigheden waren heel uitdagend, maar dat biedt ook kansen. We hadden een goede tactiek uitgedacht. Ik had een goede grip op de wind, had veel snelheid in alle omstandigheden. Dus ja, ik had dat scenario wel voor ogen. Maar mijn coach Jaap Zielhuis en ik hadden ook afgesproken dat we niet meteen blij zouden zijn na een dag met goede resultaten.” Je maakte het nog even spannend. Je eindigde als elfde en twintigste in de laatste races voor de medalrace. “Ik wilde het toernooi graag in stijl afsluiten, maar er was veel heisa. Als ik won, zou ik de beste zeilster ooit worden. Veel bobo’s kwamen al langs mijn tentje op de kant voordat ik het water op ging. We zeilden op de tv-baan, de wedstrijd zou live te zien zijn. Ik werd op het water omringd door cameraboten en helikopters. Ze blokkeerden mijn zicht, ik kon het water niet meer goed zien vanwege al die boten om me heen. Tegen Jaap zei ik: ik heb niks van de wind kunnen voelen, je moet me helpen. Een valkuil is dan om te gaan twijfelen, maar Jaap zei: ‘Je gaat vol overtuiging varen, daadkracht tonen.’ In de tweede race lag ik vooraan, tot de wedstrijd werd afgelast. Er stond te weinig wind. We moesten opnieuw starten. Maar de wind was zo instabiel. Ik maakte een cruciale fout, eindigde in de middenmoot. Gelukkig had ik een comfortabele voorsprong.” Je grote concurrent, de Deense Anne-Marie Rindom, won zilver. Het was in het verleden vaak stuivertje wisselen tussen jullie, op de Spelen in Tokio won zij goud. Wanneer kreeg je de bevestiging dat je haar in Marseille zou verslaan? “Ik had voor de start van de Spelen pas één keer een uurtje in mijn olympische boot kunnen varen. Vanaf het moment dat ik hem had opgehaald, was er iedere keer weer wat: de ene keer waaide het te hard en mochten we het water niet op. De andere keer moesten Jessies neusamandelen eruit, dus toen ben ik naar huis gevlogen. Vlak voor de start van ons toernooi ben ik naar Marseille gegaan. Toen kon ik het water niet op omdat het toernooi van de 49er-klasse al was gestart. Op de eerste wedstrijddag voelde ik mijn boot pas voor het eerst echt aan. Ik was de haven nog niet uit of wist: aan de boot gaat het niet liggen. Helden Magazine nummer 74 Het eerste deel van het interview met Marit Bouwmeester is afkomstig uit Helden Magazine nummer 74. In het dubbeldikke jubileumnummer wordt uitgebreid teruggeblikt op het waanzinnige sportjaar 2024. Ronald Koeman siert de cover van deze 180 pagina’s tellende editie. De bondscoach spreekt zich uit over de ziekte van zijn vrouw Bartina, de kritiek van analisten op spelers en op ‘zijn’ Oranje, de overvolle agenda, Memphis Depay en zijn rol als opa. Olympische Spelen Sportman van het Jaar Harrie Lavreysen komt aan het woord en tal van intimi verklaren het succes van de baanrenner die dit jaar drie keer olympisch goud en drie wereldtitels won. Ook powervrouw Sharon van Rouwendaal, winnares van goud in Parijs en GOAT (Greatest Of All Time) in haar sport, doen haar verhaal. Nieuwe held Worthy de Jong, beroemd om het gouden schot waarmee hij de 3x3 basketballers de titel bezorgde, spreekt af met Victoria Koblenko. De gouden roeiers van de dubbelvier, Finn Florijn, Lennart van Lierop, Koen Metsemakers en Tone Wieten, komen samen voor een reünie op de Bosbaan. Hockeykeeper Pirmin Blaak bezorgde de Nederlandse hockeyers eindelijk weer goud, maar hij heeft er veel voor moeten opofferen. Over powervrouwen gesproken: wat te denken van Marianne Vos? Op haar 37ste behaalde de wielrenster olympisch zilver in Parijs en verzekerde zich van de wereldtitel op gravel. Puck Pieterse was op weg naar zilver op de mountainbike in Parijs. Toen reed ze lek. Vierde. Daarna pakte ze wel de wereldtitel in het veldrijden en ze werd wereldkampioen onder 23. Ze doet haar verhaal in de rubriek De Dag Dat Alles Misging. Sportjaar 2024 2024 was ook het jaar van de doorbraak van Joy Beune. Lang stond ze te boek als de vriendin van Kjeld Nuis, maar dit jaar groeide ze uit tot de nieuwe schaatskoningin. Ze won wereldtitels op de ploegenachtervolging en 5000 meter én werd glansrijk wereldkampioen allround. Tijd voor een schitterende shoot. En wat te denken van Jerdy Schouten? Hij veroverde de landstitel met PSV, werd binnen no time een onmisbare schakel voor de ploeg van Peter Bosz en het Nederlands elftal. Ook werden hij en zijn vrouw Kirsten ouders van Gioia. “Ik heb het toch maar mooi geflikt.” Verder: Edwin en Annemarie van der Sar vertellen over het noodlot dat hen allebei trof: een hersenbloeding. Annemarie kreeg die in 2009, Edwin vorig jaar, vlak nadat hij opstapte bij Ajax. Edwin: “Mij is wel honderdduizend keer gevraagd of het door de stress is gekomen en of er een oorzaak te vinden was. Ik weet het niet.” Jorn, Inger en Kay zijn broers en zus én ze zijn alle drie handbalinternational. De weg naar de top ging niet altijd over rozen. Shorttrackster Selma Poutsma wil ook een topper op de langebaan worden en vertelt dingen die je nog niet van haar wist. Een portret van de nieuwe Lionel Messi: zijn naam is Lamine Yamal, zeventien jaar, nu al ster van Barcelona en EK-winnaar Spanje. Maar ook punt van discussie vanwege zijn afkomst. En nog veel meer!