Word abonnee
Meer

Honkbal

Andruw Jones als bondscoach: hoe de MLB-icoon het Koninkrijksteam samenbrengt

Als outfielder domineerde hij in de Major League Baseball. Nu staat hij in de dug-out als bondscoach van het Koninkrijksteam. Andruw Jones (48) is nog steeds mateloos populair in de Verenigde Staten. We gingen bij de toekomstige Hall of Famer op bezoek in Miami tijdens de World Baseball Classic. “Andruw was als kind mijn idool. Nu is hij mijn manager, dat maakt het echt bijzonder.” De zon verhit het beton rond LoanDepot Park tijdens de World Baseball Classic in Miami. Waar bij de meeste sporten een uitgebreid interview met de trainer op de wedstrijddag een absolute no- go is, is dat in het honkbal net even anders. Andruw Jones nodigt journalisten tijdens de warming-up uit in de dug-out en neemt alle tijd om vragen te beantwoorden vlak voor aanvang van de World Baseball Classic, het grootste honkbalpodium buiten de Major League Baseball (MLB). Andruw Jones, de man die jarenlang schitterde in de MLB en een voorbeeld was voor veel van de voormalige Nederlandse Antillen afkomstige honkballers, is tegenwoordig bondscoach van het Koninkrijksteam, een ploeg waarin spelers afkomstig van Curaçao, de andere nabijgelegen eilanden Aruba en Nederland één veld delen. “Ik ben opgegroeid op Curaçao, net als veel andere jongens uit dit team, maar ik kom graag in Nederland. Vooral in Amsterdam. Wat ik het mooist vind aan Nederland? Ik ben dol op Hollandse kaas,” vertelt hij lachend. One of the guys Jones speelde zelf ook voor het Koninkrijksteam voordat hij in 2016 met honkbalpensioen ging. Hij was er niet bij toen het team in 2011 wereldkampioen werd in Panama, destijds kregen de supersterren uit de Major League van hun clubs nog geen vrijaf om mee te doen. “Ik heb het altijd een enorme eer gevonden om voor het nationaal team te spelen. En ik heb het team ook in de periodes dat ik niet speelde nauwlettend gevolgd. Ook tijdens het succesvolle WK in 2011. Ik speelde in Major League Baseball, dus mocht destijds niet meedoen.” Sinds voor een nieuwe opzet is gekozen en het WK voor landenteams de naam World Baseball Classic draagt, mogen de beste en bekendste honkballers wel meedoen van de MLB. Sterker: ze wíllen ook graag meedoen. Het is de enige keer dat supersterren hun Major League-uniform verruilen voor nationale kleuren. Dus kan het gebeuren dat Kenley Jansen, pitcher van de Detroit Tigers, Chadwick Tromp, catcher van de Atlanta Braves, infielders Ozzie Albies van de Braves, Xander Bogaerts van de San Diego Padres, oud MLB-ster Didi Gregorius, die nu in de Mexicaanse competitie speelt, voor hetzelfde team uitkomen. Jones weet hoe dat voelt. In 2013 stond hij op het veld toen Nederland de halve finale haalde. “Het is altijd bijzonder om je land te vertegenwoordigen. Binnen het Koninkrijksteam voelen we ons één grote familie: van Curaçao tot Bonaire en Sint Maarten tot Nederland. Als iemand goed genoeg is om het team te helpen, dan hoort hij erbij. Ik ben het soort manager dat tussen de spelers in staat. Natuurlijk ben ik de manager, maar ik ben ook gewoon onderdeel van de groep. We kaarten, maken grapjes, drinken soms samen wat. Ik ben eigenlijk gewoon one of the guys. Ik ben ook speler geweest, heb in hun schoenen gestaan, weet wat spelers fijn vinden. Het is belangrijk dat de sfeer ontspannen is, zodat iedereen zich op z’n gemak voelt en plezier heeft.” Tegelijkertijd moet Jones in zijn rol als bondscoach balanceren tussen MLB- belangen, pitchlimieten, verzekeringen, de zorgen van clubs over hun duurbetaalde sterren én nationale ambitie. Chadwick Tromp, net als Jones in zijn gloriedagen uitkomend voor Atlanta Braves, is vol lof over de bondscoach. “Vroeger keek ik altijd de wedstrijden van de Braves, omdat Andruw Jones daar speelde. Ik klom dan bij mijn oma op schoot en dan zaten we thuis aan de televisie gekluisterd. Door de jaren heen heb ik een goede band met Andruw opgebouwd. Hij is nog steeds actief betrokken bij de Braves, dus ik spreek hem veel. Onze relatie gaat verder dan alleen honkbal.” Ook Shairon Martis, die al twintig jaar bij het team zit, Jones ook als speler heeft meegemaakt en ook afkomstig is van Curaçao, is vol lof. “Andruw was als kind mijn idool. Nu is hij mijn manager, dat maakt het echt bijzonder.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Quinten Post lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Basketbal

Van ‘luie puber’ tot NBA-center: het onwaarschijnlijke verhaal van Quinten Post

Quinten Post stopte op zijn vijftiende met basketbal. Anderhalf jaar later begon hij opnieuw. Nu, op zijn 26ste, is hij center van Golden State Warriors, een van de beste teams in de NBA. Een gesprek met de geboren Amsterdammer over zijn opmerkelijke weg naar de top. "Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen." Geregeld scheurt een 2 meter 13 lange Nederlander op een e-step door de straten van San Francisco. Zijn naam: Quinten Post. “Ik woon in een vrij moderne wijk op korte afstand van Chase Center, rij vaak met een e-step naar de hal toe. Dat gaat vlotter dan met de auto.” De geboren Amsterdammers is sinds 2024 center van NBA- team Golden State Warriors. Dat is niet zomaar een club, het is het meest succesvolle team van de afgelopen jaren getuige de kampioenschappen in 2015, 2017, 2018 en 2022. Quinten speelt er aan de zijde van superster en volbloed schutter Stephen Curry, al jaren een van de beste basketballer ter wereld. In de kleedkamer zit hij vlak bij Curry , in de ogen van Post de allerbeste schutter die ooit geleefd heeft en de man die de driepunter heeft gerevolutioneerd. Op 27 december 2024 ging een droom in vervulling en speelde Quinten zijn eerste minuten in de NBA. Hij verdiende vervolgens een jaarcontract voor het huidige seizoen. Hij is niet meer weg te denken uit de vaste groep spelers die coach Steve Kerr benut. Maar achter dat ogenschijnlijke vanzelfsprekende schuilt een wereld die allesbehalve gewoon is. Quinten is in een totaal andere wereld terechtgekomen. Het spelen in de NBA is enorm intensief. Voor de 82 competitiewedstrijden in het reguliere seizoen reist hij zeven maanden lang door heel Amerika. Uitrusten gebeurt vaak in het vliegtuig. a die 82 wedstrijden volgen voor de Warriors vrijwel altijd de play-offs. Als je team het daar goed doet komen er nog eens twintig wedstrijden bij. Om in zo’n situatie je ritme en voldoende ontspanning te vinden is een behoorlijke uitdaging die Quinten moest leren omarmen. Daarnaast weet hij de schijnwerpers voortdurend op zich gericht. De wedstrijden van de Warriors zijn wereldwijd te zien en hij doet zijn ‘werk’ in sportstadions die gevuld zijn met twintigduizend toeschouwers. Luie puber Quinten heeft het geschopt tot de NBA. Gedurende zijn eerste seizoen had hij geregeld contact met Rik Smits, die twaalf seizoenen center van de Indiana Pacers was in de NBA. The Dunking Dutchman werd in 1998 als eerste en enige Nederlander gekozen voor de jaarlijkse All Star Game. Quinten dineerde afgelopen seizoen met zijn in de staat Arizona wonende voorganger, van wie hij vroeger een basketbalboek met plaatjes had, en luisterde naar zijn ervaringen. Hij sloeg alle bruikbare informatie op. Toch scheelde het maar een haartje of hij had een heel andere baan gehad en waarschijnlijk nog in Amsterdam gewoond. Quinten stopte op zijn vijftiende met basketbal. Door allerlei oorzaken versleet hij drie scholen en was zijn motivatie voor basketbal helemaal weg. “In die periode groeide ik van 1 meter 85 naar 2 meter 6. Ik klooide maar wat aan en mijn ouders hielden wel een oogje in het zeil, maar lieten mij vooral mijn eigen weg vinden. Ik was een behoorlijk luie puber. Voor de selectie van Nederland onder 15 moest ik in het weekend van negen tot vijf trainen. Dat zag ik helemaal niet zitten. Ik deelde dat op een dag met mijn moeder. Mijn vader stond de volgende ochtend op mij te wachten. Als ik niet meer wilde basketballen, dan moest ik dat zelf maar tegen de coach zeggen. De coach zei alleen maar: ‘Oké.’ Ik had niet de illusie dat ik de selectie zou halen, dus wellicht dacht de coach alleen maar: hoef ik in elk geval een speler minder teleur te stellen.” Zijn basketbalpensioen duurde anderhalf jaar. Zijn eveneens basketballende vader Arjen wist Quinten zover te krijgen dat hij een keer mee ging doen met het team van zijn pa. “Na een paar keer begon ik de smaak weer te pakken te krijgen. Halverwege het seizoen ging ik bij Apollo in het derde team van onder 18 spelen. Ik werd steeds beter.” Na dat seizoen werd hij ingedeeld in het tweede, waarop Quinten op coach Wierd Goedee afstapte. “Ik wilde bij Apollo in het eerste team van onder 18 spelen. Goedee twijfelde of ik het basketbal wel serieus genoeg nam. Ik vertelde dat ik de keuze om het basketbal heel serieus te nemen al had gemaakt en kreeg de kans om dat te bewijzen in het eerste.” Al snel voelde Quinten dat hij klaar was voor een volgende stap: het buitenland. Vader Arjen stuurde mails naar vooraanstaande Europese clubs. Alba Berlin toonde belangstelling. Met de jeugd van Alba speelde hij een jaar lang tegen seniorenteams op het vierde niveau van Duitsland. Quinten kreeg steeds meer controle over zijn snel gegroeide lichaam en na een jaar was hij klaar voor een volgende stap. “Ik ben met mijn vader om tafel gaan zitten en we hebben de opties op een rijtje gezet. Ik kon naar een nog hoger aangeschreven basketbalopleiding in Europa of de stap maken naar een Amerikaans college. Mijn vader was meer een voorstander van de Europese route; naar Servië. Ik koos vastberaden voor de stap naar Amerika.” Quinten glimlachend: “Mijn stiefmoeder vertelde dat mijn vader een aantal nachten slecht geslapen heeft toen ik tegen zijn advies in een andere keuze maakte.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Quinten Post lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami.Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Zwemmen

Dé sportmomenten van 2025: Zwemkoningin Marrit Steenbergen

Marrit Steenbergen is de eerste Nederlandse zwemster die [...]
Marrit Steenbergen is de eerste Nederlandse zwemster die een wereldtitel op de langebaan heeft weten te prolongeren. Op de WK langebaan in Singapore in augustus pakte ze voor de tweede maal de wereldtitel op de 100 meter vrije slag, het koninginnennummer van het zwemmen, in een tijd van 52,55. In februari 2024 won ze ook al goud op de 100 vrij, in Doha, toen in een nationaal record van 52,26. Afgelopen week kwamen daar zes Europese titels bij, waarvan vier in een Europees record. Marrit verkeerd in de vorm van haar leven en zwemt de legendes uit de boeken. In het eindejaarsnummer van Helden, dat nu in de winkel ligt en online te bestellen is, blikt Marrit terug op haar tweede wereldtitel. “Ik was voor die finale behoorlijk zenuwachtig, dat ben ik normaal gesproken nooit zo erg. Die zenuwen hadden ermee te maken dat ik het gevoel had dat het weleens een heel mooie avond kon worden…” Kinderen willen met Marrit op de foto. Ze wordt vaak bewonderend nagekeken, krijgt verzoeken en uitnodigingen, toch zijn er nog steeds twijfels in haar hoofd. Marrit: “Ik realiseer me steeds meer: ik hoor er dus bij. Maar als ik aan het trainen ben, vergeet ik dat al heel snel weer. Dan ligt snel de onzekerheid weer op de loer, kan ik denken: ik moet mezelf niet rijk rekenen, voor hetzelfde geld hoor ik er de volgende keer niet meer bij. Die twijfels houden me ook scherp.” Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards: toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune, Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.  

Zwemmen

Ranomi Kromowidjojo en Marrit Steenbergen: ‘Laat Marrit het nu maar lekker doen’

Ze hadden allebei een ‘gouden jaar’. Marrit [...]
Ze hadden allebei een ‘gouden jaar’. Marrit Steenbergen (25) pakte opnieuw WK-goud op het koninginnennummer van het zwemmen, de 100 meter vrije slag. Ranomi Kromowidjojo (35) werd in februari moeder van dochter Livia. Helden bracht de huidige zwemkoningin en haar voorgangster, tegenwoordig nog bij het topzwemmen betrokken als mentor, samen voor een goed gesprek in Helden Magazine 79. Marrit Steenbergen & Ranomi Kromowidjojo “We zagen elkaar vanmorgen nog in het zwembad, toen jij je op de fiets in het zweet aan het werken was,” zegt Ranomi Kromowidjojo als ze Marrit Steenbergen een begroetingsknuffel geeft. “De fiets naast mij was nog vrij, hè,” zegt Marrit lachend. Ranomi: “Ja doei! Daar ga ik echt niet meer op zitten. Die tijd is voorbij.” Marrit: “Ik heb je nu al een paar keer uitgenodigd om mee te trainen als ik je tegenkom, maar telkens zeg of schud je ‘nee’.” Ranomi lachend: “Ik heb steeds een mooi excuus. Dan zeg ik: ik moet werken. Of: ik moet naar huis, Livia wacht op me.” Gewoon gaan Ranomi is sinds 26 februari dit jaar moeder van dochter Livia. Ze zwom in december 2021 haar laatste toernooi, veroverde in haar laatste race nog de wereldtitel op de 50 meter vlinderslag bij de WK kortebaan. In januari 2022 maakte ze op haar 31ste bekend dat het mooi was geweest na drie keer goud en een keer zilver op de Spelen, zeventien wereldtitels en 24 Europese titels. Maar dat betekende niet dat ze het zwemmen en de sport de rug toekeerde. Na een jaar van bezinning – ze trouwde in die periode met olympisch openwaterkampioen Ferry Weertman en schopte het tot de finale van Wie Is De Mol? – ging ze aan de slag bij BrabantSport en als mentor van talenten bij de zwembond. Ranomi is ook vaste gast bij grote zwemtoernooien in haar functie van ambassadeur van World Aquatics en tijdens de Spelen stond ze langs de zwembadrand met een microfoon van Eurosport in de hand. [caption id="attachment_21799" align="aligncenter" width="1560"] Ranomi Kromowidjojo[/caption] Marrit groeide na het afzwaaien van Ranomi uit tot de nieuwe zwemtroef van Nederland op de vrije slag. Op 1 augustus prolongeerde ze in Singapore de wereldtitel op de 100 meter vrije slag, het koninginnennummer van het zwemmen en ooit ook het jachtterrein van Ranomi. “Ik was voor die finale behoorlijk zenuwachtig, dat ben ik normaal gesproken nooit zo erg,” zegt Marrit als ze in haar hoofd teruggaat naar Singapore. “Die zenuwen hadden ermee te maken dat ik het gevoel had dat het weleens een heel mooie avond kon worden. Tijdens de race was ik heel erg aan het nadenken. In de series en halve finale was het niet helemaal gegaan zoals ik wilde, daarom was ik heel bewust bezig met het uitvoeren van mijn raceplan. De eerste baan moest ik proberen de ontspanning te houden, de rust bewaren en technisch goed blijven zwemmen. Ik keek steeds om me heen op die eerste vijftig meter. Ik bleef goed bij en voelde dat het me eigenlijk best makkelijk afging.” Marrit keerde als derde. En toen moest de fase waarin ze uitblinkt nog komen. Waar anderen verzuren, lukt het Marrit vaak om haar snelheid op de tweede vijftig meter langer vast te houden. “Ik zag halverwege de tweede baan dat ik voor lag. Eigenlijk stopte ik toen pas met nadenken. Vanaf dat moment was het: gewoon gaan.” Marrit tikte aan in 52,55. Mollie O’Callaghan, de Australische wereldkampioene op de 100 vrij in 2022 en 2023 werd tweede in 52,67 en Tori Huske, de Amerikaanse winnares van olympisch zilver in Parijs, pakte brons in 52,89. Milou van Wijk, de tweede Nederlandse zwemster in de finale, werd vierde in 52,91. “Als ik de eerste 75 meter wat minder na had gedacht, dan had ik nog wel wat harder gekund. Op de eerste dag van het WK wonnen we brons op de 4x100 meter vrije slag estafette. Toen dacht ik niet na en zwom ik heel hard.” Lachend: “Achteraf natuurlijk best lekker om te kunnen zeggen dat ik goud heb gewonnen, terwijl ik weet dat ik nog wel een beetje harder had gekund.” “Ik was dus net te laat voor jouw finale,” verzucht Ranomi, “ik was in Singapore namens World Aquatics en had een clinic gegeven op een school aan de andere kant van de stad. Op de terugweg zat het verkeer muurvast. Bij het zwembad trok ik de deur van het busje open en ik rende meteen naar de mixed zone. Daar zag ik jou net aan komen lopen. Ik heb jou gefeliciteerd en ben daarna naar boven gegaan. Toen zag ik pas jouw finale terug. Ik zat in een ruimte waar allerlei bobo’s rondliepen en die feliciteerden mij allemaal met jou. Best raar, als je erover nadenkt, maar wel heel leuk.” Ranomi: 'Ik had natuurlijk al gezien dat Marrit heel goed kon zwemmen. Maar pas toen ik was gestopt en bij mij de oogkleppen afgingen, zag ik hoe goed zij echt was' Ranomi volgt de ontwikkeling van Marrit met grote interesse. Ze waren teamgenoten in Eindhoven. “Ik heb natuurlijk al gezien dat jij heel goed kon zwemmen toen we samen in het water lagen. Maar pas toen ik was gestopt en bij mij de oogkleppen afgingen, zag ik hoe goed jij echt was. Ik spreek onze trainer Patrick Pearson nog af en toe en dan gaat het ook over jou. Daarom kwam het voor mij niet als een verrassing dat je wereldkampioen werd. Van jouw eerste wereldtitel stond ik eigenlijk ook al niet te kijken.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het dubbelinterview met Ranomi Kromowidjojo en Marrit Steenbergen komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Tour de France

Demi Vollering: tijd voor de regenboogtrui

Een jaar geleden reed [...]
Een jaar geleden reed Demi Vollering nog in het paars van SD Worx. Ze was de grote favoriete voor de eindwinst van de Tour de France Femmes, maar werd geklopt door de Poolse Katarzyna Niewiadoma. Het was tijd voor Demi om een nieuwe stap te zetten. Een frisse start. “Fysiek is Demi de beste van het peloton,” zegt Roxane Knetemann, voormalig ploeggenote en wieleranalist. “Maar als het tactisch niet klopt, dan zie je haar rare dingen doen. Dan gaat ze forceren, jagen, verliezen.” Knetemann weet waar ze het over heeft. Ze stond met Vollering aan het begin van haar carrière bij Parkhotel Valkenburg. Ze zag het meisje uit Pijnacker groeien tot het gezicht van het Nederlandse vrouwenwielrennen. En ook hoe dat gezicht in Nederland lang niet altijd met applaus werd begroet.Waarom wordt de ene topsporter met dezelfde kwaliteiten een ster en de ander niet? Dat is omdat je bij de ene wel een klik voelt en bij de ander niet. Ik denk dat Demi de gunfactor misschien een beetje kwijt is geraakt in Nederland. Bij Annemiek van Vleuten was die gunfactor juist heel groot. Dat komt door haar prestaties, maar ook door wat ze heeft meegemaakt en de manier waarop zij zich presenteerde in de media. Annemiek sloeg beter aan in Nederland, zij was de keizerin. En Demi werd de renster die aan de poten zaagde van de keizerin. Dat heeft ook een beetje in Demi’s nadeel gewerkt." “Ik zag haar aan het begin van het seizoen al sterk rijden,” vertelt Roxane. “Ik appte haar. Ze antwoordde meteen: ‘Ik heb het echt naar mijn zin.’” Het WK in Rwanda Wat maakt het WK van dit weekend in Rwanda een interessant kansmoment voor Demi Vollering? Allereerst is het parcours op maat voor haar capaciteiten: veel korte, steile beklimmingen – zoals de Côte de Kigali Golf en de Côte de Kimihurura – gecombineerd met passages over onverharde kasseien en een finish op hoogte, rond de 1.500 meter. Die mix van klimwerk en punch is precies waar Vollering uitblinkt. Bovendien mist Lotte Kopecky, de regerend wereldkampioen, de wedstrijd, waardoor één grote concurrent niet aanwezig is. Nederland stuurt een sterke ploeg met ervaren renners als Marianne Vos en Puck Pieterse die haar kunnen ondersteunen. Een goede kans dus om eindelijk de regenoogtrui binnen te halen

Formule 1

‘Oscar Piastri is niet te stoppen’

Het gaat snel met Oscar Piastri. De McLaren-coureur maakt grote kans om dit jaar Max Verstappen te onttronen als wereldkampioen in de Formule 1. Een portret van de 24-jarige Australiër in aanloop naar de Grand Prix van Zandvoort op 31 augustus. “Oscar is goed in wiskunde.” Als je niet beter zou weten, denk je dat hij een student is die naar de collegebanken gaat als hij het rennerskwartier binnenwandelt. Voorkomend, vrolijke oogopslag en altijd vergezeld van de onafscheidelijke rugtas. Over de boordradio hoor je hem nooit vloeken, gespierde taal rolt bij interviews zelden uit zijn mond. Oscar Piastri is volgens zijn manager Mark Webber nu eenmaal ‘wat gereserveerd’. Maar verre van saai, zo voegt hij er direct aan toe. “Oscar zit niet in de Formule 1 om de krantenkoppen te halen.” In Hongarije won Piastri op 21 juli 2024 zijn eerste Grand Prix in de Formule 1. En dat na slechts 35 races. Een jaar later – in aanloop naar de GP van België – staat de teller al op zeven Grand Prix- overwinningen en is hij leider in de tussenstand om de wereldtitel, vlak voor teamgenoot Lando Norris. Na vier wereldtitels op rij voor Max Verstappen en Red Bull, kan het bijna niet anders dan dat dit jaar de wereldtitel naar McLaren gaat. Zak Brown: ' Oscar heeft alles wat je graag van een courreur wil zien, maar niet altijd ziet. Oscar vertoont alle trekken van een toekomstig wereldkampioen.' GOEIE MENSEN McLaren besefte jaren geleden al dat de Australiër uitzonderlijk was, nadat hij in de opstapklassen drie kampioenschappen - Formule Renault Euro Cup, Formule 3 en Formule 2 - op rij had gewonnen. Alpine onderkende dat trouwens ook: dat team had hem in 2022 onder contract als test- en reservecoureur. Maar toen de Franse renstal Piastri een jaar later promotie aanbood, vertrok hij na een hoop juridisch getouwtrek naar McLaren. “Oscar is extreem snel, volwassen en technisch goed onderlegd,” vindt Brown, topman van McLaren. “Maar ook kalm,” voegt de Amerikaan eraan toe. “Oscar heeft alles wat je graag van een coureur wil zien, maar niet altijd ziet. Zijn racecraft en bandenmanage- ment zullen door ervaring alleen maar beter worden,” gelooft Brown. ”Oscar vertoont alle trekken van een toekomstig wereldkampioen.” Volgens Mark Webber, die Piastri inmiddels al ruim zes jaar begeleidt, was zijn landgenoot goed voorbereid op de taak die hem in de Formule 1 te wachten stond. “Het team is zo enorm vooruitgegaan. Voor Oscar is dit een geweldige ervaring, want hij weet dat je zeker in deze fase van je loopbaan niet altijd het juiste materiaal tot je beschikking hebt." Helden Magazine 78 Het eerste gedeelte van het verhaal over Oscar Piastri komt uit Helden Magazine 78. Wil je meer lezen? Abonneer je nu op Helden , schrijf je in voor de nieuwsbrief of haal het magazine in de winkel! Meer lezen? Tom Coronel: 'Max is een geboren straatvechter' Duizendpoot Lewis Hamilton: coureur, acteur, zanger, model & wereldverbeteraar Jan Lammers: mister Zandvoort

Volleybal

Nika Daalderop: ‘Ik kan een stresskip zijn, hoor’

Nika Daalderop (23) is een van de boegbeelden van het [...]
Nika Daalderop (23) is een van de boegbeelden van het Nederlandse vrouwenvolleybal. We duiken drie jaar terug in de tijd. We legden Nika in aanloop naar het WK 2022 zeven stellingen voor.  Ik wil ook buiten het volleybalveld het nieuwe gezicht worden van mijn sport “Als het gebeurt, vind ik het prima, hoor, maar het is niet per se mijn ambitie om het gezicht van het volleybal te worden. Ik ben iemand die de kat uit de boom kijkt, hoef niet in de schijnwerpers te staan. Ik ben me er natuurlijk van bewust dat het er in deze tijd met sociale media een beetje bij hoort dat topsporters meer van zichzelf laten zien dan alleen het sportieve, maar ik ben niet heel bewust bezig met mijn imago. Sinds kort ben ik wat actiever op social media, deels ook op aandringen van mijn omgeving, omdat ze weten dat ik er veel meer uit zou kunnen halen. Ik kijk gewoon of ik het leuk vind en verdien er ook nog een beetje geld mee af en toe. Zitten mensen erop te wachten dat ik meer van mezelf laat zien dan volleyballen? Denk ik eigenlijk ook nooit zo over na... Misschien komt dat ook doordat ik zelf nooit een groot voorbeeld, held of heldin heb gehad. Ik zie volleybal nog steeds als een uit de hand gelopen hobby, zie het zeker niet als mijn werk. Toen ik klein was heb ik ook nooit de ambitie gehad om volleybalster te worden, ik vond het altijd gewoon heel leuk om te doen en ben er eigenlijk gewoon ingerold.” Ik snap heel goed dat Lonneke Sloetjes en ook een tijdje Celeste Plak genoeg hadden van volleyballen “Er zijn gesprekken tussen spelers en coaches met de internationale volleybalbond geweest om iets te doen aan de overvolle agenda. Uit steeds meer hoeken komen de signalen dat het echt te veel is. De resultaten van die gesprekken zien we nog niet echt. In de Nations League speelden we nu twaalf wedstrijden in korte tijd over de hele wereld en vorig jaar waren dat er vijftien... Je ziet nu steeds meer speelsters een sabbatical nemen, en ook op steeds jongere leeftijd. Celeste heeft een sabbatical genomen om zich weer op te laden. Lonneke besloot na eerst een pauze te hebben genomen helemaal met volleybal te stoppen. Dat is toch zorgelijk? Dat moet toch het signaal zijn dat er snel wat moet gebeuren? Ik kan die meiden die een pauze inlassen heel goed begrijpen, omdat het mentaal en fysiek zo zwaar is wat wij doen. We spelen week in week uit bij onze club en daarnaast, in de periode dat we eigenlijk op krachten zouden moeten komen, spelen we voor het nationaal team. De spelers die club en nationaal team combineren, hebben daardoor hooguit twee weken vakantie per jaar. Er is dus geen tijd om tot rust te komen, zowel mentaal als fysiek. Ik snap heel goed dat dat ritme je na een paar jaar opbreekt. 'Je ziet nu steeds meer speelsters een sabbatical nemen, en ook op steeds jongere leeftijd. Dat is toch zorgelijk?' Ik had al een tijdje last van een slijmbeursontsteking in mijn heup. Bij de club denken ze aan de korte termijn. Vaak sta je één of twee seizoenen onder contract en in die periode moet je presteren. Daar krijg je veel sneller te horen: ‘Speel maar even door een pijntje heen.’ Bij het nationaal team wordt er beter op ons gelet, daar wordt juist wel naar de langere termijn gekeken, krijgen we eerder rust voorgeschreven. Ik heb in aanloop naar het WK ook de Nations League gemist om voor het WK van die slijmbeursontsteking af te komen. En dan zijn er nog de hoge verwachtingen waar je altijd mee te maken hebt. Je voelt die druk. Ik heb de afgelopen jaren in Italië gespeeld, bij Firenze en Novara. Bijna bij elke training kwamen de bazen van de club kijken: de president, sponsors. Zelfs tijdens trainingen voelde ik die ogen die op me gericht waren. Daardoor ga je ook heel veel van jezelf eisen. Het is niet gek dat je daar een keer aan onderdoor gaat. Bij sommige teams heb je ook een mental coach. Ik heb die mentale hulp nog niet nodig gehad, maar dat kan altijd nog veranderen. Ik ga na het WK naar VakifBank, al jaren een van de beste clubs ter wereld. Lonneke heeft daar ook vier jaar gespeeld, tot en met 2019. Ze heeft mij gezegd dat het de mooiste en de zwaarste jaren van haar loopbaan zijn geweest. Ik heb nooit gemerkt dat het zo pittig voor haar was, dat heeft ze goed kunnen maskeren. Pas op het einde, tijdens het olympisch kwalificatietoernooi voor Tokio, merkte ik dat ze anders in het veld stond dan ik gewend was van haar. Ik kan ook een stresskip zijn, hoor. Vooral als ik, zoals nu, naar een nieuwe club ga. Ik heb altijd even tijd nodig, moet iedereen eerst wat beter leren kennen voordat ik me op de training losser kan gedragen. Ik heb Lonneke veel gesproken toen ik de keuze had om naar VakifBank te gaan. Ze zei tegen mij: ‘Niek, als ik het heb overleefd, dan kun jij dat zeker.’ Dat stelde me gerust.” In 2028 doe ik als beachvolleybalster mee aan de Spelen Lachend: “Een paar jaar geleden had ik hier ‘ja’ op gezegd. Ik heb het beachvolleybal lang gecombineerd met spelen in de zaal. Ik vond beachvolleyballen heel leuk. Met Joy Stubbe had ik al prijzen gewonnen, we werden twee jaar op rij Euro- pees kampioen onder de twintig jaar en werden Nederlands kampioen. Giovanni Guidetti, die toen bondscoach van de Nederlandse zaalploeg was, heeft gesprekken met me gevoerd in 2015. Hij wilde heel graag dat ik voor de zaal koos. Dat zo’n topcoach me vertelde dat ik het kon gaan maken in de zaal hielp natuurlijk wel. Ik was destijds zeventien, net klaar met school en besloot voor een buitenlandse club te spelen in de zaal. Ik dacht: ik probeer het gewoon een jaar. Als het niet bevalt, kan ik altijd weer terug naar het strand. Ik ben tevreden met de keuze die ik heb gemaakt. Uitein- delijk heb je in de zaal meer zekerheid, ook financieel. Neemt niet weg dat het beachvolleybal blijft trekken. Als ik stop in de zaal, denk ik dat ik weer ga beachvol- leyballen. Wanneer en op welk niveau dat is, weet ik niet. De hele sfeer om het beachvolleybal heen vind ik zo leuk. Je hebt veel meer contact met andere speelsters, je bepaalt ook meer zelf. Het is allemaal wat vrijer, in de zaal heb je te maken met een streng regime.” Ik heb even getwijfeld of ik naar VakifBank zou gaan, want de trainer daar, Giovanni Guidetti, wilde ik eigenlijk nooit meer zien “Ik zat net bij de ploeg, was in tegenstelling tot veel meiden die al langere tijd met veel succes met hem hadden gewerkt niet in shock toen Guidetti besloot te vertrekken. Ik vond het natuurlijk jammer dat hij ineens bondscoach van Turkije werd, want ik had heel graag met hem samen willen werken. Het Nederlands team was zo succesvol onder hem op de grote toernooien, pakte bijna een medaille op de Spelen in Rio. Na zijn vertrek stuurde Guidetti me af en toe een berichtje. Hij hield me dus in de gaten. Als ik goed had gespeeld, kreeg ik soms een appje van hem. Guidetti is tactisch zo sterk. Ik heb van andere speelsters begrepen dat hij alles ziet en weet. Hij voelt ook goed aan als iemand niet lekker in zijn vel zit, dan gaat hij even met die speelsters in gesprek. Daarnaast kan hij je ookh elemaal met de grond gelijk maken als het niet gaat zoals hij wil, dat heb ik ook gehoord. Het is voorgekomen dat meiden huilend wegliepen van de training.” Lachend: “Misschien dat ik Lonneke toch nog even bel om informatie over Guidetti in te winnen. Toen ik Lon belde om te vertellen dat ik was benaderd, zei ze: ‘Ik zou het meteen doen. Je gaat daar pas echt leren wat het spelletje inhoudt. De staf, de hele organisatie; alles is daar zo goed geregeld. Je gaat daar zoveel bijleren.’ 'Ik kan ook een stresskip zijn hoor' VakifBank toonde trouwens al eerder interesse. Tijdens mijn eerste jaar in Italië, bij Firenze, was ik geblesseerd. Ik had een stressfractuur, kon niet spelen en had daardoor best wat gedoe met de club. Het liep zo hoog op dat ik bijna weg moest omdat ik niet fit was. Bij VakifBank waren ze net op zoek naar een passer/loper, waardoor er even sprake van was dat ik toen al naar Turkije zou gaan. Ik was net twintig en kreeg meteen buikpijn bij de gedachte. Het voelde nog niet goed om toen al voor zo’n grote club te kiezen, en dat ook nog eens halverwege het seizoen. Bovendien was ik ook nog niet fit. Ik kreeg daar veel te veel stress van. Veel andere speelsters hadden de kans misschien wel aangegrepen, zouden het als een kans hebben gezien die je wellicht maar één keer in je leven krijgt, maar ik ben blij dat ik destijds besloot niet naar VakifBank te gaan. Ik heb voor de weg van de geleidelijkheid gekozen; eerst Firenze, daarna een stap omhoog binnen Italië naar Novara en nu de stap naar Turkije. Toen VakifBank me een paar maanden geleden vroeg, wist ik diep vanbinnen meteen dat ik nu wel ‘ja’ zou zeggen. Het lastige was dat ze me tijdens het seizoen al vroegen. Daarnaast had ik al gesprekken gevoerd met Novara over een langer verblijf. Iedereen vertelde me dat ze zo graag wilden dat ik bleef. Ik vond het heel moeilijk om hen teleur te stellen. Novara hoorde ook dat VakifBank me wilde hebben. Er werd een deadline gesteld, beide ploegen wilden weten waar ze aan toe waren. Die deadline verliep na een Champions League- wedstrijd die we met 3-0 verloren. Het was onze slechtste wedstrijd van het seizoen. En daarna moest ik ook nog eens vertellen dat ik weg zou gaan. Vreselijk. Mijn zaakwaarnemer vertelde het de club. De coach heeft daarna een week nauwelijks tegen me gesproken. Uiteindelijk begon hij er grappen over te maken, had hij de klap verwerkt. Bij Novara konden ze ook wel begrijpen dat ik voor VakifBank koos. Het is ook de enige club waarvoor ik Novara in wilde ruilen. Ik ga na het WK naar Turkije, dus pas in oktober. Guidetti heb ik sinds mijn besluit even kort gezien en gesproken. Hij was toen druk met het Turkse team, waar hij dus ook nog steeds coach van is. Ik weet dat hij het fijn vindt om met Nederlanders te werken. In tegenstelling tot sommige speelsters uit andere landen gedragen Nederlandse volleybalsters zich niet als diva’s. Ik ga elke dag keihard mijn best doen en hoop dat het dan goedkomt. En hopelijk helpt mijn overstap het Nederlands team ook verder.” Geef mij maar Amsterdam, dat is mooier dan Turkije of Italië “Het leven in Italië is ook prima en over Istanboel heb ik ook goede verhalen gehoord, maar er gaat niets boven Amsterdam, dat is mijn thuis. Ik ben geboren en opgegroeid in De Baarsjes met mijn zus Sarah en mijn ouders wonen daar nog steeds. Ik spreek niet met een Amsterdams accent, maar voel me wel Amsterdamse. Ik heb af en toe wel een beetje last van heimwee. Het zijn niet alleen mijn vriendinnen en familie in Amsterdam die ik mis, maar soms ook gewoon de stad zelf. Voor mij is Amsterdam ook: lekker op de fiets overal heen kunnen, gezellig langs vriendinnen of familie gaan of afspreken op een van de terrasjes die op elke hoek van de straat te vinden zijn.” Helden Magazine 63 Het eerste gedeelte van het verhaal van Nika Daalderop komt voort uit Helden Magazine 63. We duiken in de slipstream van Max Verstappen. Sportief directeur Jan Lammers bespreekt zijn mooiste momenten op het circuit en Atze Kerkhof weet hoe het is om teamgenoot van Max te zijn. In deze editie lees je een uitgebreid interview met de vrouwen in het leven van Abdelhak Nouri. Voor het eerst vertellen zijn moeder, zussen, schoonzussen en tante hun aangrijpende verhaal. Daarnaast heeft ook Kira Toussaint een bewogen tijd achter de rug. De zwemster verbrak een gepland huwelijk en vertrok naar Amerika. Ook spraken we met Davy Klaassen die zich op maakt voor een nieuw seizoen bij Ajax én een WK. Marcus Pedersen en Noor Omrani delen naast hun liefde voor de bal ook een hoofdkussen. Zijn broers Jens en Melle van ’t Wout klaar om de shorttrack wereld te veroveren. Jordan Teze speelde zich vorig jaar definitief in de kijker, Koen Bouwman won twee etappes en het bergklassement in de Giro én Ronald de Boer blikt terug op de Champions League-finale van 1995. Verder is Riemer van der Velde oud-voorzitter van sc Heerenveen. Een gesprek over onder meer de ontwikkelingen van zijn club en Abe Lenstra. Timothy Beck haalde als estafetteloper de Zomerspelen en was vlaggendrager bij de Winterspelen in 2010 én Victoria Koblenko spreekt met judoka Michael Korrel over zijn kwetsbare kant in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 63 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Basketbal

Jesse Edwards: ‘Ik koop mijn kleding nog gewoon bij de H&M’

De droom van Jesse Edwards kwam op 2 maart 2025 uit. Hij debuteerde in de NBA voor Minnesota Timberwolves. Helden sprak de 25-jarige basketballer toen hij even terug was in Amsterdam over zijn weg naar de top, de kleedkamer delen met supersterren en geluk in de liefde. “Ik ben niet zo’n extravagant type, koop mijn kleding nog steeds gewoon bij de H&M en Uniqlo,” zegt Jesse Edwards lachend in Bar Louie Louie in zijn geboorteplaats Amsterdam. De 25-jarige basketballer tekende eind juni 2024 een contract bij NBA-team Minnesota Timberwolves. “Veel Amerikaanse jongens die een NBA-contract tekenen, kopen meteen een dure auto of trakteren zichzelf op sieraden. Ik tekende tegelijk met twee Amerikaanse jongens een contract en een van hen kocht van zijn eerste salaris een gouden ketting met diamanten ter waarde van 60.000 dollar. Zo’n type ben ik niet, ik ben geen big spender.” Jesse is terug in Nederland om bij te komen van een jaar waarin zijn droom uit- kwam en zijn leven veranderde. Hij heeft in zijn vakantie genoeg tijd gehad om te laten bezinken wat hem allemaal is over- komen. De 2 meter 13 lange center de- buteerde op 2 maart dit jaar in de NBA, tegen Phoenix Suns. “Niet alleen mijn droom kwam uit, maar ook die van mijn ouders, die altijd alles voor mij hebben gedaan, en mijn broers Kai van 27 en Rens van dertig, met wie ik in Amsterdam altijd op de pleintjes speelde en basketbalwedstrijden keek op tv. Het is niet alleen mijn verdienste dat ik de NBA heb gehaald. Ik ben heel trots dat ik nu officieel als NBA- speler door het leven ga, maar heel lang ben ik niet met mijn hoofd in de wolken blijven lopen. Al snel greep ik terug naar mijn dagelijkse routines.” BASKETBALVIRUS Jesse is goedlachs en vriendelijk. En hij is rustig. Dat was vroeger wel anders, bekent hij lachend. “Ik was zo’n kind dat altijd kwijt was. Op vliegvelden, in supermarkten... mijn ouders waren altijd in de stress. Ik was een kleine avonturier. Pas op de middelbare school werd ik wat rustiger.” Jesse groeide op in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer, was vaak buiten te vinden met zijn broers. “We hadden overal sportveldjes in de buurt. Tot mijn dertiende was ik vooral met voetbal en atletiek bezig.” De broers raakten alle drie besmet met het basketbalvirus. Op zijn veertiende meldde Jesse zich aan bij Apollo. Hij speelde al snel in de eredivisie jeugd. Hoewel hij, net als zijn broers, laat begon met basketballen, twijfelde hij er niet aan dat hij op een dag iets groots zou bereiken. “Ik had altijd al een soort natuurlijke overtuiging. Voordat ik met basketbal begon, geloofde ik heilig dat ik de Olympische Spelen ging halen met atletiek. Rond mijn zeventiende begon ik echt te geloven dat ik de NBA kon halen. Dat kwam ook doordat mensen om me heen het tegen me zeiden. Als coaches, medespelers of trainers zeggen dat je het kunt, dan ga je dat op een gegeven moment ook geloven.” Maar vooral het feit dat broer Kai in die periode de overstap maakte naar Amerika om daar voor een collegeteam te basketballen, opende Jesse de ogen. “Tot dat moment ging ik wel stappen, meiden ontdekken en alle dingen doen die een nieuwsgierige jongen van zestien doet. Dat Kai naar Amerika ging was voor mij het keerpunt. Toen dacht ik: het kan dus echt. Kai heeft me uitgelegd hoe het werkt, me begeleid, tips gegeven. Het bereiken van de NBA veranderde van een droom in een plan. De knop ging om, ik ging echt leven voor mijn sport. Niet veel later vertrok ik ook naar Amerika. Zonder Kai had ik hier niet gestaan.” En sinds hij in de ban was van basketbal volgde hij uiteraard ook de sterren in de NBA. “LeBron James was natuurlijk iemand tegen wie ik opkeek, maar mijn favoriete speler is Giannis Antetokounmpo van Milwaukee Bucks. Zijn verhaal is inspirerend. Hij kwam als vluchteling naar Griekenland en groeide uit tot een van de grootste sterren in de NBA. Als we iets verder teruggaan in de tijd, vond ik Ray Allen ook heel vet. Zijn speelstijl was zó smooth.” Kai speelde na zijn tijd in Amerika drie jaar lang in Spanje, basketbalde vervolgens bij Feyenoord en is nu speler van Landstede Basketbal in Zwolle. De hechte band tussen de drie broers is altijd gebleven. “Voor mijn NBA-debuut dacht ik weleens: hoe zou dit voor Kai en Rens voelen? We begonnen met z’n drieën met basketballen, ik snap dat het confronterend kan zijn als je broertje ineens op het allerhoogste niveau speelt. Maar ik heb nooit ook maar een greintje jaloezie gevoeld. Ze gunnen me alles, zijn mijn beste vrienden. Als ik in Amsterdam ben, zijn zij de eersten die ik bel. Dan gaan we naar het strand, uit eten...” Meer lezen? Het eerste deel van het interview met Foeke Booy over David di Tomasso komt uit Helden Magazine nummer 78. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.

MMA

Reinier de Ridder: ‘Het is veel meer dan elkaar de hersens inslaan’

Reinier de Ridder (34) is na Rico Verhoeven het nieuwe Nederlandse [...]
Reinier de Ridder (34) is na Rico Verhoeven het nieuwe Nederlandse vechtsportende exportproduct. Hij veroverde twee wereldtitels in Mixed Martial Arts bij ONE en maakte eind vorig jaar de overstap naar UFC. De vader van twee jonge kinderen is hard bezig Amerika te veroveren. Een gesprek in Helden Magazine 78 over het vaderschap, het imago van zijn sport en Gucci-slippers. “Ik ben een lieve vader.” Reinier de Ridder Voor zijn vrouw blijft het elke keer weer spannend. Als haar man in actie komt, staat de televisie aan, maar ernaar kijken durft ze amper. Zodra de bel klinkt, werpt ze snel een blik om te zien of Reinier nog heel is. Ook zijn moeder hield haar hart vast als haar zoon moest vechten. “Ik snap heel goed dat het voor hen heftig is om te zien,” zegt Reinier de Ridder, die excelleert in misschien wel de bruutste sport ter wereld: Mixed Martial Arts, oftewel kooivechten. Zijn vader is zijn grootste fan, mist geen moment van de vechtsportcarrière van zijn zoon. Voor zijn zoon van zes en dochter van vier is het beter dat ze papa niet aan het werk zien. “Er is altijd een risico dat ik schade oploop. En als ik win, zien ze hoe ik iemand anders aftakel. Geen van beide wil ik dat ze meemaken.” Naar wedstrijden gaan ze dus niet, maar ze weten dondersgoed wat hun vader doet. In de sportschool zijn ze geregeld te vinden. En sinds Reinier in Nederland steeds bekender wordt, merken zij dat ook. “Laatst hoorde ik ze spelen en riepen ze ineens ‘RdR, RdR, RdR’, mijn bijnaam.” 'Er is altijd een risico dat ik schade oploop in een gevecht. En als ik win, zien ze hoe ik iemand anders aftakel. Geen van beide wil ik dat mijn kinderen meemaken' Thuis wordt er intussen ook al wat afgevochten. “Mijn zoontje is nu al aan het schaduwboksen, trapt tegen de bokszak, stoeit met zijn neefjes. Het zou me niets verbazen als hij straks in mijn voetsporen treedt. Aan de ene kant prachtig, aan de andere kant ook spannend. Mijn dochter is wat minder fanatiek, maar ik vind het wel belangrijk dat ook zij zich leert verdedigen. Vechtsport is niet alleen fysiek. Je leert er mentaal zoveel van. Je bouwt zelfvertrouwen op, wordt er weerbaar door. Dat gun ik ze allebei.” Ego Reinier stapte in november vorig jaar over naar UFC, de grootste vechtsportorganisatie ter wereld. Bij zijn debuut versloeg hij de Amerikaan Gerald Meerschaert en was de eerste Nederlander in acht jaar tijd die een overwinning boekte in het hoofdprogramma van de UFC. Ook de twee daaropvolgende gevechten won hij op indrukwekkende wijze. Helden Magazine nummer 78 Het eerste deel van het interview met Reinier de Ridder komt uit Helden Magazine nummer 78. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.

Tour de France

Roxane Knetemann: ‘Die achternaam kleeft toch een beetje aan me’

Roxane Knetemann (37) is sinds ze in 2019 stopte met wielrennen [...]
Roxane Knetemann (37) is sinds ze in 2019 stopte met wielrennen een graag geziene gast. Ze is wieleranalist en co-commentator van vrouwenkoersen bij de NOS, is geregeld te zien bij Vandaag Inside en ook andere tv-programma’s weten haar te vinden. In aanloop naar de Tour de France voor mannen en vrouwen leggen we haar stellingen voor in Helden Magazine nummer 77. “Ik kan beter lullen dan fietsen onder druk.” Roxane Knetemann Als ik Marianne Vos zie rijden, denk ik: zat ik ook nog maar op de fiets. “Nee. Ik kijk met heel veel bewondering naar Marianne, ze is mijn generatiegenoot en ploeggenoot bij Rabobank-Liv geweest. Ze is bijna 38, heeft de evolutie van haar sport de afgelopen twintig jaar meegemaakt. Er is meer geld in het vrouwenwielrennen, er zijn veel meer rensters, de top is breder, ploegen nemen de vrouwen veel serieuzer, er zijn betere training- en voedingsschema’s en er is een beter koersplan dan vroeger. Dat Marianne nu nog steeds meestrijdt om de overwinning, is dus bijzonder knap. Vorig jaar won ze Omloop het Nieuwsblad. Daarna won ze Dwars door Vlaanderen, haar 250e overwinning. Ik werd er emotioneel van, weet als geen ander dat ze niet alleen maar ups heeft gehad in haar carrière. Marianne is echt een koersdier. Ik was dat minder, maar sport nog wel iedere dag. Ik fiets nog zo’n twee keer per week en daarnaast loop ik hard. Sporten werkt therapeutisch voor mij. Ik sport wel op een andere manier dan vroeger, hoor. Ik hou het nu bij ‘comfortabel afzien’. Sinds drie jaar doe ik ook mee aan hardloopwedstrijdjes. Afgelopen winter heb ik de marathon van Valencia gelopen. Ik probeer het niet als een wedstrijd te zien, maar eerder als een uitdaging voor mezelf. Het is lastig om een nieuwe identiteit te vinden na de topsport. Fietsen was mijn passie, mijn grote liefde. En ik ga hier niet een verhaal ophangen dat het makkelijk is om te stoppen met je eerste liefde. Het is lastig om hetzelfde euforische gevoel in iets anders te vinden. Ik was 24 uur per dag topsporter en wat ben ik nu: wieleranalist of -commentator? Dat klinkt ook zo vaag. Ik vraag me weleens af wat de zin van mijn bestaan nu is. 'Ik vraag me weleens af wat de zin van mijn bestaan nu is. Wat voeg ik toe aan de wereld? Dan is het antwoord: ik praat over fietsen...' Wat voeg ik toe aan de wereld? Dan is het antwoord: ik praat over fietsen… Als ex-topsporter moet je hard aan het werk en je nieuwe leven omarmen. Als je dat doet, dan ga je ook de mooie dingen inzien van niet-topsporter zijn.” Helden Magazine nummer 77 Het eerste deel van het interview met Roxane Knetemann komt uit Helden Magazine nummer 77. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.