Word abonnee
Meer

Hockey

Meer dan hockey: het verhaal achter Duco Telgenkamp

Duco Telgenkamp (23) is geen doorsnee hockeyer. Hij is [...]
Duco Telgenkamp (23) is geen doorsnee hockeyer. Hij is uitgesproken, zoekt graag de grenzen op en combineert hockeyen bij Kampong en het Nederlands team met het runnen van een succesvol bedrijf. Tijd om de maker van de beslissende goal op de Spelen van Parijs beter te leren kennen. Zo zouden familie en vrienden mijn karakter omschrijven... “Een lefgozer. Niet te veel nadenken, maar vooral doen. Ik sta bij weinig dingen lang stil. Als ik ergens in geloof, ga ik er volledig voor. Dan kan wat andere mensen ergens van vinden mij niet zoveel schelen.” Dit is mijn grootste passie naast hockey... “Ondernemen en boksen. Als we geen hockeytraining hebben, ga ik vaak boksen met vrienden bij OVA Gym in Den Haag. Die boksschool hebben zij samen opgezet. Ik vind het om te doen bijna leuker dan hockeyen, maar om te kijken zeker. Eigenlijk hou ik van alle vechtsporten: MMA, kickboksen, normaal boksen. Ik heb mijn hele leven al aan vechtsport gedaan en ik denk dat het veel waardevolle lessen biedt. Je krijgt nergens zo concreet feedback in het leven als bij vechtsport. Als ik met boksen even niet gefocust ben, heb ik een tik op mijn neus te pakken. Bij hockey kun je jezelf nog verstoppen als je een verkeerde bal geeft en denken: volgende keer beter. Verder ben ik druk bezig met ondernemen. Ik heb vorig jaar een platform gelanceerd, genaamd Revived. Een streamingsdienst die zich richt op lichamelijk en mentaal welzijn. Daarop bieden we series en documentaires aan op het gebied van sport, voeding en mentale kracht. Daarvoor werken we samen met bekende Nederlandse sporters als Edwin van der Sar, Inge de Bruijn en Anouk Hoogendijk.” Mijn favoriete jeugdherinnering is... “Op het EK met Jong Oranje scoorde ik een bijzonder doelpunt in de finale, die we uiteindelijk wonnen. Dat was een doorslaggevend moment voor mij. In de jeugdelftallen werd er niet echt omgekeken naar mij. Ik was niet het grootste talent, moest het hebben van hard werken. Mensen zeiden tegen me dat ik niet goed genoeg was en ik viel vaak als één van de eersten af bij jeugdelftallen. Door mijn belangrijke rol op dat EK kreeg mijn vertrouwen een boost. Ik dacht: zie je wel, ik kan het gewoon. Mijn doorbaak bij Kampong en het grote Oranje volgenden snel daarna.” Deze serie of film raad ik aan... “The Last Dance. De Netflix-serie over de carrière van Michael Jordan.” Meer lezen? De rest van het verhaal van Duco Telgenkamp lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Autosport

Lando Norris: ‘Soms zou ik wel wat meer van Max willen hebben’

Als wereldkampioen Formule 1 is Lando Norris veel meer dan alleen de opvolger van Max Verstappen.Inde26-jarigeEngelsmanschuilt namelijk een introvert persoon die jarenlang streed tegen twijfel, druk en mentale problemen. Een portret van een innemende coureur, die worstelde en toch boven kwam. Zelfs mensen die zelden een Formule 1-race kijken, hebben hem misschien wel eens langs zien komen op tv of social media: die kleine Engelsman met jongensachtig gezicht, brede lach en soms wat verlegen ogend. Bevriend met Max Verstappen en dj Martin Garrix. Zorgeloos leventje, wonend in Monaco, gezegend met een miljoenensalaris en een baan als Formule 1-coureur. En nog wereldkampioen ook. Livin’ the good life, zou je denken. Nee, dus. Want ook Norris is, zoals zoveel topsporters, een mens met zo zijn eigen onzekerheden. En dat heeft zijn leven bepaald niet altijd eenvoudig gemaakt. Vroeger al niet, maar helemaal na de entree in de Formule 1 kampte hij met mentale stress buiten de auto. Is hij de enige F1-coureur of topsporter die daar last van had of heeft? Zeker niet. Maar wat Norris onderscheidt van vele anderen is dat hij daar altijd open over was, is en - naar eigen zeggen - zal blijven. Steeds vaker overigens tonen sporters zich de laatste ja- ren bereid over mentale worstelingen te pra- ten, vanuit een status als rolmodel, idool of voorbeeld. Het is een lovenswaardige trend die mede door types als Norris wereldwijd is ingezet. En dat juist voor een coureur uit de Formule 1, een soms bizarre wereld die bol staat van ego’s, show, geld, politiek en pracht en praal. Waarin imago voor velen alles is en open- heid lange tijd werd gezien als zwaktebod in een verhitte concurrentiestrijd. Maar zelfs in de wondere wereld van Formule 1, van oudsher conservatief, is er steeds meer ruimte voor de zogeheten menselijke maat. HET TALENT Voordat de wereld hem leerde kennen als Formule-1-coureur, was Norris al een feno- meen in het karten. In Britse racekringen ging zijn naam rond als een talent dat je maar eens in de zoveel jaar ziet. Wonderboy from Bristol, de stad waar hij opgroeide. Hij won. Vaak en veel. Kampioen in de kart, daarna Formule 4, vervolgens Formule Renault. Klassen die de gemiddelde sport- liefhebber weinig tot niets zullen zeggen. Maar hoe ze ook heten, helder is één ding: als je bij elke nieuwe stap in je loopbaan suc- cesvol bent, zul je toch vast wel iets kunnen. Talent was er dus wel, in overvloed zelfs. Dat leidde tot een carrière die zo snel ging dat het bijna leek alsof Norris fluitend rich- ting F1 ging. “Maar de realiteit is anders,” benadrukt hij keer op keer. “Want ik ben altijd heel hard voor mezelf geweest. Als er iets niet goed ging, vond ik dat sowieso mijn eigen schuld. Dan ging ik mezelf dingen verwijten, meer althans dan een ander.” DE FAMILIE Gelukkig is er familie. Want vooropgesteld: die is liefdevol. Dat wordt ook te pas en te onpas duidelijk als Norris met vader, moe- der en zijn broer of zussen in beeld komt tijdens een Formule 1-weekend. De lat voor succes ligt traditiegetrouw hoog in huize-Norris. Vader Adam, een bena- derbare en aimabele man, is een succesvol ondernemer. Iemand ook die gewend is om doelen te stellen en risico’s te nemen. Dat heeft de kleine Lando mede gevormd. Moeder Cisca, afkomstig uit België, zorgde voor balans: rust, relativering, stabiliteit. Het maakt vader en moeder Norris tot een geliefd duo in de paddock en zoon Lando is ook louter vol lof over zijn ouders. In interviews vertelt hij met gepaste trots dat hij in tegenstelling tot veel collega-coureurs niet uit een racefamilie komt. Geen vader die zelf in auto’s reed, geen generaties met race-DNA. Maar wel een gezin waarin hij zijn eigen pad kon volgen. Die vrijheid vormde hem eveneens, bijvoor- beeld in het besef dat mentaal leed er mag zijn. Wel moest hij leren dat te kunnen en willen delen, om het onder woorden te kun- nen brengen. Want Norris blijkt, ondanks het beeld van de vrolijke entertainer, intro- vert te zijn. “Ik ben iemand die veel lacht, dat zie je duidelijk op beelden. Maar achter die lach schuilt uiteindelijk een vrij rustig en gereserveerd persoon. Of ik introvert ben? Ja, enorm zelfs.” Zie daar, de paradox. De vrolijke coureur die miljoenen fans laat lachen, blijft diep in zijn hart zelf het liefst op de achtergrond.\ Meer lezen? De rest van het verhaal van Lando Norris lees je in Helden 81. De ogen zijn altijd gericht op alleskunner Mathieu van der Poel, maar in het voorjaar, als onder andere de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op het programma staan, is dat extra het geval. De wielerwereld kijkt tegelijkertijd reikhalzend uit naar de clash met die andere fietsende superster Tadej Pogacar. Vader Adrie van der Poel: “Matje heeft vorig seizoen al eens gezegd: ‘Als ik Tadej wil volgen, dan moet ik volgend jaar nog harder trainen.’” MvdP siert de cover van de nieuwe Helden. In de 81ste editie is er ook ruimschoots aandacht voor Johan Cruijff, die op 24 maart 2016 overleed. Zijn legacy leeft voort. We selecteerden, tien jaar na zijn dood, herinneringen van onder anderen Jordi Cruijff, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Marco van Basten en Peter Bosz aan de legendarische nummer 14. Bosz: “Die ontmoeting met Johan in Israël was misschien wel het meest bijzonder na de geboorte van m’n kinderen.” Ook columnisten Peter Heerschop, Debby Gerritsen en Sander Westerveld staan stil bij Cruijff en Barbara Barend wijdt haar voorwoord aan hem. Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, maakt zich op voor zijn derde landstitel op rij. Een gesprek over zijn ambities, Peter Bosz, Noa Lang, Jerdy Schouten en Joey Veerman. Giovanni van Bronckhorst speelde voor de grootste clubs en met de beste spelers ter wereld. Ook als trainer was hij succesvol. We blikken aan de hand van foto’s terug op de carrière en het leven van de man die nu assistent van Arne Slot is bij Liverpool. “Ik heb nog altijd contact met Messi. Als ik voor mijn Foundation een getekend shirt nodig heb, krijg ik dat onmiddellijk opgestuurd.” Discuswerpster Jorinde van Klinken pakte vorig WK-zilver, maar aan die medaille ging een lange, moeilijke weg vooraf. Een gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag, haar tijd in Amerika en haar ambities. Amsterdammer Quinten Post heeft het geschopt tot de NBA. Bij Golden State Warriors is hij ploeggenoot van onder anderen Stephen Curry. Een gesprek over zijn weg naar de top. “Dat waar mijn vader en ik alleen maar van konden dromen, is uitgekomen.” Kerstin Casparij is international en rechtsback van Manchester City. Ze is ook een voorvechtster voor LHBTI-rechten. “Waarom zou ik me niet uitspreken?” Andruw Jones is bondscoach van het Koninkrijksteam. We volgden Mister Curaçao – en zijn zoon Druw – tijdens de World Baseball Classic in Miami.Carlos Alcaraz is op zijn 22ste al een fenomeen en lijkt op weg alle records te breken. Ook op Roland Garros is hij de te kloppen man. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Tennis

Tallon Griekspoor: ‘Mijn beste jaren moeten nog komen’

Tallon Griekspoor is al een tijd lang de beste tennisser [...]
Tallon Griekspoor is al een tijd lang de beste tennisser van Nederland. Hij sloot het jaar af als nummer 25 van de wereld, won in 2025 zijn derde ATP-titel. Dit jaar viert hij zijn dertigste verjaardag en doet hij voor de negende keer mee aan het hoofdtoernooi van het ABN AMRO Open (7-15 februari) in Rotterdam. Voor nummer 80 van Helden Magazine spraken we met Tallon. “De top twintig is zeker een doel in 2026.” Tallon Griekspoor Richard Krajicek “Ik heb al een aantal jaren te maken met Richard in zijn rol als toernooidirecteur van het ABN AMRO Open, maar bij Richard denk ik toch in de eerste plaats aan zijn Wimbledon-titel uit mijn geboortejaar 1996. Ik ben geboren op 2 juli, was een paar dagen oud toen hij als eerste en nog altijd enige Nederlander een Grand Slam-titel won. Richard is voor mij altijd een voorbeeld geweest, hoewel ik hem nooit in het echt heb zien spelen. Richard had een big serve, speelde vaak service-volley. Zijn manier van spelen zie je niet meer zo vaak in deze tijd.” Tallon Griekspoor behoort bijna tot het meubilair tijdens het ABN AMRO Open. Hij maakt in februari, bij de 53ste editie, voor de negende keer zijn opwachting in het hoofdtoernooi. “Dat ik al zo vaak mee heb gedaan in Rotterdam, heb ik ook te danken aan Richard. Hij heeft me in het begin vaak een wildcard gegeven. Geweldig hoe hij en het toernooi mij altijd hebben gesteund. Het ABN AMRO Open is voor mij een van de mooiste toernooien – zo niet het mooiste toernooi - van het jaar. Ik speel helaas niet heel vaak in eigen land. Het is schitterend om de steun van het thuispubliek te voelen en te weten dat veel vrienden en familie op de tribune zitten.” Spelen voor eigen publiek maakt sowieso extra krachten los bij Tallon. Hij won in 2023 het grastoernooi van Rosmalen, dat betekende destijds zijn tweede ATP-titel. In de Davis Cup stijgt hij ook vaak boven zichzelf uit. Sterker, hij verloor nog nooit op Nederlandse bodem als hij voor het Nederlands team uitkwam. En wat het ABN AMRO Open betreft: het vertrouwen beschaamde Tallon nooit in Rotterdam. In 2023 en 2024 reikte hij tot de halve finale in Ahoy. Beide keren moest Jannik Sinner eraan te pas komen om hem te stoppen. “Ja, het is een mooi huwelijk tussen Rotterdam en mij. De grootste overwinningen aan het begin van mijn loopbaan boekte ik bijna allemaal in Rotterdam.” Zijn naam zou niet misstaan op de boarding met toernooiwinnaars. Tom Okker (1974), Richard Krajicek (1995 en 1997) en Jan Siemerink (1998) zijn de drie Nederlanders die ooit het ABN AMRO Open wonnen. “Het is een heel grote droom dat mijn naam daar ook tussen komt te staan. Het ‘probleem’ van Rotterdam is dat het zo’n ongelooflijk sterk bezet toernooi is. Dat ik daar twee keer de halve finale heb bereikt, is eigenlijk al heel bijzonder.” Botic van de Zandschulp en Jesper de Jong “Botic is een jaar ouder dan ik en we hebben hetzelfde traject doorlopen. We zijn bijna op hetzelfde moment de top honderd binnengekomen en daarna allebei richting plek twintig op de ranking gegaan. We hebben ook jarenlang samen Davis Cup ge- speeld. Die relatie is ook een periode wat minder geweest, toen we elkaar juist veel meer zagen als concurrenten. De laatste ja- ren is onze band juist heel erg goed. We zien elkaar als collega’s, zijn er om elkaar te helpen en beter te maken. Als we allebei in Nederland zijn, trainen we vaak samen, hebben geregeld contact. Over tenniszaken, maar ook over andere dingen. Als hij mijn ad- vies wil, weet hij mij te vinden. En andersom. Toen ik afgelopen jaar met het plan liep om me af te melden voor de Davis Cup heb ik mijn twijfels eerst met Botic besproken. Hij was de enige die wist dat ik me af ging melden. En Botic heeft het er met mij over gehad dat het leven als tennisser hem af en toe zwaar valt. Ik denk dat het mij wat makkelijker afgaat, kan er ook iets meer van genieten wat we allemaal meemaken. Ik denk dat het gewoon een karakterdingetje is. Botic lijkt iets strenger voor zichzelf. Hij is een geweldige tennisser en ik ben ervan overtuigd dat hij terug kan komen op zijn allerbeste niveau.” Van de Zandschulp sloot het jaar af als nummer 77 van de wereld, de 25-jarige De Jong als nummer 76. “Jesper heeft afgelopen tijd de stap naar de top honderd gemaakt, is een paar jaar jonger. Ik heb hem veel minder vaak gezien bij toernooien. We trainen ook af en toe met elkaar, maar de band is toch anders dan die met Botic, met wie ik zoveel heb meegemaakt.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Tallon Griekspoor komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Hockey

Dé sportmomenten van 2025: Yibbi en de Europese titel

Yibbi jansen haar carrière nam een vlucht sinds de Spelen [...]
Yibbi jansen haar carrière nam een vlucht sinds de Spelen in Parijs vorig jaar. Met haar genadeloze strafcorner leidde ze de Nederlandse hockeysters naar olympisch goud. Ze werd uitgeroepen tot wereldspeelster van 2024 én FHM-sportvrouw van het jaar. In de Hockey India League was ze vorige winter de bestbetaalde buitenlander: in een paar weken tijd verdiende ze 32.000 euro. Kinderen staan in de rij voor haar handtekening, op Instagram heeft ze al meer dan 100.000 volgers en ook bedrijven gaan samenwerkingen met haar aan. Yibbi is allang niet meer alleen een hockeyster. Ze is een merk. De dochter van Ronald Jansen, voormalig keeper van het Nederlands hockeyelftal, besloot zelfs dat haar achternaam op het shirt plaats moest maken voor ‘YIBBI’. Op het EK van afgelopen zomer bewees Yibbi nogmaals dat zij het ‘nieuwe’ boegbeeld is van de Nederlandse hockeydames. Ze werd topscorer van het toernooi en verkozen tot beste speelster van het EK. Je zou het bijna vergeten: Oranje werd ook ‘gewoon’ voor de vijfde opeenvolgende keer Europees kampioen. Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards. Toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune. Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.

Zwemmen

Dé sportmomenten van 2025: Zwemkoningin Marrit Steenbergen

Marrit Steenbergen is de eerste Nederlandse zwemster die [...]
Marrit Steenbergen is de eerste Nederlandse zwemster die een wereldtitel op de langebaan heeft weten te prolongeren. Op de WK langebaan in Singapore in augustus pakte ze voor de tweede maal de wereldtitel op de 100 meter vrije slag, het koninginnennummer van het zwemmen, in een tijd van 52,55. In februari 2024 won ze ook al goud op de 100 vrij, in Doha, toen in een nationaal record van 52,26. Afgelopen week kwamen daar zes Europese titels bij, waarvan vier in een Europees record. Marrit verkeerd in de vorm van haar leven en zwemt de legendes uit de boeken. In het eindejaarsnummer van Helden, dat nu in de winkel ligt en online te bestellen is, blikt Marrit terug op haar tweede wereldtitel. “Ik was voor die finale behoorlijk zenuwachtig, dat ben ik normaal gesproken nooit zo erg. Die zenuwen hadden ermee te maken dat ik het gevoel had dat het weleens een heel mooie avond kon worden…” Kinderen willen met Marrit op de foto. Ze wordt vaak bewonderend nagekeken, krijgt verzoeken en uitnodigingen, toch zijn er nog steeds twijfels in haar hoofd. Marrit: “Ik realiseer me steeds meer: ik hoor er dus bij. Maar als ik aan het trainen ben, vergeet ik dat al heel snel weer. Dan ligt snel de onzekerheid weer op de loer, kan ik denken: ik moet mezelf niet rijk rekenen, voor hetzelfde geld hoor ik er de volgende keer niet meer bij. Die twijfels houden me ook scherp.” Held van het Jaar 2025 2025 was een jaar vol nieuwe Helden, emotionele afscheidsmomenten en indrukwekkende verhalen van doorzetters die opstonden. De afgelopen elf maanden hebben Julie vol enthousiasme telkens weer jullie Held van de Maand gekozen: Angel Daleman, Jenning de Boo, Kimberley Bos, Virgil van Dijk, Daphne van Domselaar, Kees Smit, Thymen Arensman, Zoë Sedney, Jessica Schilder, Hetty van de Wouw en Femke Kok. Maar… we doen er nog een schepje bovenop! We hebben de lijst aangevuld met vijf wildcards: toppers die volgens ons absoluut niet mogen ontbreken: Mathieu van der Poel, Joy Beune, Joep Wennemars, Harrie Lavreysen en Femke Bol. Stem nu op jouw Held van het Jaar.  

Tennis

Diede de Groot: ‘Nog steeds zit in m’n hoofd dat ik in Parijs gefaald heb’

Als winnen went, went niet meer winnen dan ook? Rolstoeltennisster Diede de Groot (28) won tot vorige zomer 145 wedstrijden op rij en heeft 23 Grand Slams op haar ere- lijst, en zelfs een Golden Slam: alle Grand Slam-toernooien én paralympisch goud in hetzelfde jaar. Dat is alleen Steffi Graf ook ooit gelukt. Aan de succesreeks kwam een einde in Parijs; geen tweede paralympisch goud in het enkelspel. Gevolg: een tranenzee van dagen en - dan alleen nog in kleine kring bekend - een operatie die haar van de constante pijn in haar heup moest afhelpen. “Die pijn was heftig, ja; vooral in rust. Begin augustus, richting de Spelen, had ik een aantal nachten met maar twee of zelfs één uur slaap en dan raak je oververmoeid en overprikkeld. Trainingen heb ik daardoor moeten overslaan en ook heb ik me tijdens een middagdutje weleens verslapen en daardoor m’n training gemist. In die tijd heb ik af en toe slaapmiddelen genomen. Toch was de halve finale in het enkelspel in Parijs mijn beste wedstrijd van dat seizoen. Qua tennis gaf dat veel vertrouwen voor de dubbelfinale een dag later met m’n vaste dubbelpartner Aniek van Koot en de enkelspelfinale de dag daar- na. Twijfel was er wel vanwege die heup. Maar hét probleem in de dubbelfinale werd mijn service. Die liep totaal niet waardoor ik dacht: kan ik dat nu ineens echt niet meer? Dat ging zo in m’n hoofd zitten dat ik me ook al zorgen ging maken over m’n enkelspelfinale de volgende dag. Dat ik steeds mijn servicegame verloor, zorgde voor nog meer druk; helemaal omdat onze Japanse tegenstanders, Yui Kamiji en Manami Tanaka, heel vast waren. Mijn service is m’n hele carrière al m’n wapen óf m’n grootste knelpunt. Technisch is ’ie goed, maar op spannende momenten kan ik gaan twijfelen. Dat gebeurde toen. We verloren, geen prolongatie van de paralympische dubbeltitel. De volgende dag zou Yui Kamiji weer mijn tegenstander zijn in de finale. Die was natuurlijk met een veel beter gevoel gaan slapen dan ik. Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het verhaal over Diede de Groot komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Zwemmen

Ranomi Kromowidjojo en Marrit Steenbergen: ‘Laat Marrit het nu maar lekker doen’

Ze hadden allebei een ‘gouden jaar’. Marrit [...]
Ze hadden allebei een ‘gouden jaar’. Marrit Steenbergen (25) pakte opnieuw WK-goud op het koninginnennummer van het zwemmen, de 100 meter vrije slag. Ranomi Kromowidjojo (35) werd in februari moeder van dochter Livia. Helden bracht de huidige zwemkoningin en haar voorgangster, tegenwoordig nog bij het topzwemmen betrokken als mentor, samen voor een goed gesprek in Helden Magazine 79. Marrit Steenbergen & Ranomi Kromowidjojo “We zagen elkaar vanmorgen nog in het zwembad, toen jij je op de fiets in het zweet aan het werken was,” zegt Ranomi Kromowidjojo als ze Marrit Steenbergen een begroetingsknuffel geeft. “De fiets naast mij was nog vrij, hè,” zegt Marrit lachend. Ranomi: “Ja doei! Daar ga ik echt niet meer op zitten. Die tijd is voorbij.” Marrit: “Ik heb je nu al een paar keer uitgenodigd om mee te trainen als ik je tegenkom, maar telkens zeg of schud je ‘nee’.” Ranomi lachend: “Ik heb steeds een mooi excuus. Dan zeg ik: ik moet werken. Of: ik moet naar huis, Livia wacht op me.” Gewoon gaan Ranomi is sinds 26 februari dit jaar moeder van dochter Livia. Ze zwom in december 2021 haar laatste toernooi, veroverde in haar laatste race nog de wereldtitel op de 50 meter vlinderslag bij de WK kortebaan. In januari 2022 maakte ze op haar 31ste bekend dat het mooi was geweest na drie keer goud en een keer zilver op de Spelen, zeventien wereldtitels en 24 Europese titels. Maar dat betekende niet dat ze het zwemmen en de sport de rug toekeerde. Na een jaar van bezinning – ze trouwde in die periode met olympisch openwaterkampioen Ferry Weertman en schopte het tot de finale van Wie Is De Mol? – ging ze aan de slag bij BrabantSport en als mentor van talenten bij de zwembond. Ranomi is ook vaste gast bij grote zwemtoernooien in haar functie van ambassadeur van World Aquatics en tijdens de Spelen stond ze langs de zwembadrand met een microfoon van Eurosport in de hand. [caption id="attachment_21799" align="aligncenter" width="1560"] Ranomi Kromowidjojo[/caption] Marrit groeide na het afzwaaien van Ranomi uit tot de nieuwe zwemtroef van Nederland op de vrije slag. Op 1 augustus prolongeerde ze in Singapore de wereldtitel op de 100 meter vrije slag, het koninginnennummer van het zwemmen en ooit ook het jachtterrein van Ranomi. “Ik was voor die finale behoorlijk zenuwachtig, dat ben ik normaal gesproken nooit zo erg,” zegt Marrit als ze in haar hoofd teruggaat naar Singapore. “Die zenuwen hadden ermee te maken dat ik het gevoel had dat het weleens een heel mooie avond kon worden. Tijdens de race was ik heel erg aan het nadenken. In de series en halve finale was het niet helemaal gegaan zoals ik wilde, daarom was ik heel bewust bezig met het uitvoeren van mijn raceplan. De eerste baan moest ik proberen de ontspanning te houden, de rust bewaren en technisch goed blijven zwemmen. Ik keek steeds om me heen op die eerste vijftig meter. Ik bleef goed bij en voelde dat het me eigenlijk best makkelijk afging.” Marrit keerde als derde. En toen moest de fase waarin ze uitblinkt nog komen. Waar anderen verzuren, lukt het Marrit vaak om haar snelheid op de tweede vijftig meter langer vast te houden. “Ik zag halverwege de tweede baan dat ik voor lag. Eigenlijk stopte ik toen pas met nadenken. Vanaf dat moment was het: gewoon gaan.” Marrit tikte aan in 52,55. Mollie O’Callaghan, de Australische wereldkampioene op de 100 vrij in 2022 en 2023 werd tweede in 52,67 en Tori Huske, de Amerikaanse winnares van olympisch zilver in Parijs, pakte brons in 52,89. Milou van Wijk, de tweede Nederlandse zwemster in de finale, werd vierde in 52,91. “Als ik de eerste 75 meter wat minder na had gedacht, dan had ik nog wel wat harder gekund. Op de eerste dag van het WK wonnen we brons op de 4x100 meter vrije slag estafette. Toen dacht ik niet na en zwom ik heel hard.” Lachend: “Achteraf natuurlijk best lekker om te kunnen zeggen dat ik goud heb gewonnen, terwijl ik weet dat ik nog wel een beetje harder had gekund.” “Ik was dus net te laat voor jouw finale,” verzucht Ranomi, “ik was in Singapore namens World Aquatics en had een clinic gegeven op een school aan de andere kant van de stad. Op de terugweg zat het verkeer muurvast. Bij het zwembad trok ik de deur van het busje open en ik rende meteen naar de mixed zone. Daar zag ik jou net aan komen lopen. Ik heb jou gefeliciteerd en ben daarna naar boven gegaan. Toen zag ik pas jouw finale terug. Ik zat in een ruimte waar allerlei bobo’s rondliepen en die feliciteerden mij allemaal met jou. Best raar, als je erover nadenkt, maar wel heel leuk.” Ranomi: 'Ik had natuurlijk al gezien dat Marrit heel goed kon zwemmen. Maar pas toen ik was gestopt en bij mij de oogkleppen afgingen, zag ik hoe goed zij echt was' Ranomi volgt de ontwikkeling van Marrit met grote interesse. Ze waren teamgenoten in Eindhoven. “Ik heb natuurlijk al gezien dat jij heel goed kon zwemmen toen we samen in het water lagen. Maar pas toen ik was gestopt en bij mij de oogkleppen afgingen, zag ik hoe goed jij echt was. Ik spreek onze trainer Patrick Pearson nog af en toe en dan gaat het ook over jou. Daarom kwam het voor mij niet als een verrassing dat je wereldkampioen werd. Van jouw eerste wereldtitel stond ik eigenlijk ook al niet te kijken.” Helden Magazine nummer 79 Het eerste deel van het dubbelinterview met Ranomi Kromowidjojo en Marrit Steenbergen komt uit Helden Magazine nummer 79. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Hockey

Thierry Brinkman – Leven na het goud

Thierry Brinkman (30), aanvoerder van het Nederlands hockeyteam, [...]
Thierry Brinkman (30), aanvoerder van het Nederlands hockeyteam, bereikte vorige zomer zijn ultieme doel: hij won olympisch goud in Parijs. Na een week feestvreugde volgde er een nieuwe club, een huwelijksaanzoek, een verbouwing, de welbekende postolympische dip en een mentale zoektocht. Voor Helden Magazine nummer 77 spraken we Thierry en zijn verloofde Elke Boers in aanloop naar het EK hockey (8-17 augustus) in Duitsland. Thierry Brinkman Ga eens terug naar 8 augustus 2024, de dag van de olympische finale tegen Duitsland die jullie na 1-1 met shoot-outs wonnen. Thierry: “Als team hadden we al zoveel doorstaan sinds de Spelen van Tokio in 2021. De finaledag beleefden we op dezelfde manier als de andere dagen. We hadden hetzelfde dagprogramma, zaten in een toernooibubbel. Pas later beseften we de grootsheid van die wedstrijd. Gelukkig maar, anders waren we alleen maar nerveus geworden. De finale ging een beetje als in een roes voorbij. Ik probeerde die dag te observeren en voelen of iedereen er goed in zat en erop te letten dat niet iemand ineens andere dingen ging doen. Het hele toernooi hielden we ons vast aan bepaalde routines, dat moest op die finaledag niet anders zijn. En we probeerden een beetje ontspanning te vinden. Ik kan me nog herinneren dat ik vlak voor de wedstrijd Steijn van Heijningen, hij verving Tjep Hoedemakers die geblesseerd was uitgevallen, wat meer aandacht gaf voor de wedstrijd. Zijn eerste wedstrijd was meteen de olympische finale. En voor de shoot-outs probeerde ik keeper Pirmin Blaak op zijn gemak te stellen en vertrouwen te geven.” Voelde jij als aanvoerder extra spanning en verantwoordelijk? “Druk en verantwoordelijkheid voelde ik zeker. Het is de bedoeling dat de aanvoerder in een finale zijn niveau haalt en het team op sleeptouw neemt. Ik kende van iedere teamgenoot het persoonlijke verhaal en de weg die hij heeft moeten afleggen om het hoogst haalbare te bereiken. Vanaf de Spelen in Tokio in 2021 ben ik heel intensief met iedereen bezig geweest.” Wat kwam er op je af na het olympisch goud? “Toen kregen we de grootsheid van de Spelen pas mee, kwam binnen dat vier miljoen mensen de finale hadden gezien, en werden we gevraagd voor tv-programma’s. In het TeamNL-huis hebben wij de finale van de Nederlandse hockeyvrouwen gekeken, die een dag later was. We liepen daar rond als helden, dat gaf een extra dimensie aan het toernooi. Terug in Nederland was iedereen vrolijk, we genoten van de huldiging bij de koning en koningin en andere feesten. Maar na een week was het ook wel weer klaar. Het was lekker om tot rust te komen en op vakantie te gaan. Vrij snel daarna begon het seizoen weer en ging ik bij mijn nieuwe club Den Bosch aan de slag.” De Nederlandse hockeymannen hebben jarenlang in de schaduw gestaan van de vrouwen. Merk je dat dat sinds de Spelen anders is? “Ik denk dat elke hockeyliefhebber op dit moment geniet van het Nederlands mannenteam, van wat wij uitstralen. Dat is al een tijd zo bij de vrouwen, zij hebben denk ik nog wel meer fans.” Bij de vrouwen had je in het verleden boegbeelden als Fatima Moreira de Melo, Naomi van As en Ellen Hoog. Waarom heeft Thierry Brinkman nog niet de status zo’n hockey-overstijgend boegbeeld te zijn? “Tja, goeie vraag. Ik denk dat het puur met uitstraling te maken heeft. Bij Yibbi Jansen zie je nu gebeuren dat zij veel aandacht krijgt, zij is een boegbeeld aan het worden. Dat komt natuurlijk omdat ze heel goed kan hockeyen, maar ook voor een groot deel door haar uitstraling. Bij de mannen heeft Terrance Pieters ook wel die hockey-overstijgende uitstraling, hoewel hij de Spelen in Parijs miste.” Is jouw leven veranderd door die gouden medaille? “Als ik op een zaterdagmiddag door de stad loop, merk ik alleen dat ik vaker herkend word dan vroeger. En met carnaval werd ik veel aangesproken. Maar het komt niet in de buurt bij de bekendheid van voetballers, hoor.” Ben jij zelf veranderd? “Nee.” Elke Boers, zijn verloofde: “Van tevoren dacht je: als ik olympisch kampioen ben, dan heb ik alles wat ik hebben wil en krijg ik meer rust. Maar na drie maanden was alles weer zoals het ervoor was.” Thierry: “Ik heb twintig jaar lang gehockeyd met de hoop om op een dag die ultieme titel te winnen. Maar toen dat was gelukt, dacht ik: wat nu?” Lionel Messi Jij komt uit een sportief gezin. Jouw vader, oud-hockeyer Jacques Brinkman, won onder meer olympisch goud in 1996 en 2000, jongere broer Tim voetbalde op hoog niveau en ook zusje Julie was een hockeytalent. “We woonden in Bilthoven dicht bij school en de hockey- en voetbalclub. Als we middagpauze hadden, dan renden we naar het voetbal- of hockeyveld en na een uur renden we weer terug om nog twee uur op school te zitten. Als de school uit was, gingen we weer terug. Vaak met zijn drieën, maar vooral met mijn broertje. We sportten toen nog zonder enige verwachting.” Je kon er niet omheen dat je met jouw vader een voorbeeld had. “Ik heb daar nooit zo bij stil gestaan. In de jeugd hockeyde ik voor de lol, kwam bij de districtsteams en in de Nederlandse jeugdelftallen. Ik was wel goed, hoor, maar andere jongens waren beter. Ik kon destijds ook vrij goed voetballen, maar was heel klein en fysiek niet zo sterk. Toen ik tien was, werd ik desondanks aangenomen door de jeugdopleiding van FC Utrecht. Ik zei op jonge leeftijd al tegen mijn ouders dat ik het hoogst haalbare in een sport wilde bereiken. Met mijn ouders overlegde ik welke sport en welke wereld het best bij mij paste. Voetbal is een harde wereld, ik dacht dat hockey beter bij mij zou passen. En mijn ouders konden natuurlijk ook wel inschatten dat de kans om de top te halen in het hockey een stuk groter was dan met voetbal.” Jouw broertje Tim koos voor voetbal. Hij speelde jarenlang bij Ajax in de jeugd en daarna bij FC Utrecht. “Ik maakte het van dichtbij mee en denk dat ik meer moeite zou hebben gehad met de cultuur die bij voetbal hoort. Ik denk wel dat ik goed met het mentale gedeelte van het voetbal om had kunnen gaan. Bot gezegd kan ik ook schijt hebben aan alles. Maar het halen van de top in van het voetbal is extreem moeilijk, er zijn zoveel goede voetballers die het niet halen. Maar er zijn ook heel veel middelmatige voetballers die het mentaal zo goed op orde hebben, slim zijn, en ondanks dat ze kwalitatief vrij beperkt zijn toch tien jaar lang in de top meevoetballen. Het mentale deel had ik denk ik goed onder de knie gehad als voetballer, maar voor het fysieke gedeelte kwam ik tekort. Er werd vaak gezegd dat ik het van ons drieën minder van mijn talent moest hebben, maar meer van mijn karakter. Tim speelt nu bij de Ajax amateurs. Hij heeft één wedstrijd in het eerste gespeeld bij Utrecht. Het is logisch dat als je het net niet haalt, je voor een ander pad kiest en gaat werken.” Jij hebt altijd voor het hockey geleefd en drinkt ook geen alcohol, lazen we. “Dat vind ik altijd zo gevaarlijk om te zeggen. Ik drink echt weleens wat, hoor. Maar ik sta bij mijn teamgenoten bekend dat ik eerder niet mee uitga, dan wel. Ik kies mijn momenten. Ik kan zo drie, vier, vijf maanden niks drinken. En als ik dan een toernooi heb gehad, ga ik wel eens los. Zoals na Parijs. En dan vind ik het na een paar avonden ook wel weer mooi geweest.” Van wie heb jij dat karakter: jouw vader of moeder? “Van allebei. Mijn vader was een trainingsbeest, gaf nooit op. Als hij moe was, ging hij net nog even door. Dat heb ik van hem. Maar dat vastbijten in iets, daar herken ik ook mijn moeder in.” Jij was lang klein en hebt mannelijke geslachtshormonen toegediend gekregen, vertelde je eerder in Helden. “Toen ik veertien was, heb ik twee keer een periode van zes weken mannelijke geslachtshormonen ingespoten gekregen om vervroegd in de pubertijd te komen. Mijn botleeftijd liep tweeënhalf jaar achter bij mijn normale leeftijd en er was voorspeld dat ik tussen 1 meter 69 en 1 meter 72 zou worden. Door dat traject zou ik wat langer worden en iets sterker. Uiteindelijk ben ik 1 meter 75 geworden. Ik kreeg trouwens niet hetzelfde als Lionel Messi in zijn jeugd, hij kreeg groeihormonen toegediend.” Wat merkte jij vroeger van jouw bekende hockeyachternaam? “Toen ik jong was en bij SCHC speelde, werd er vaak gezegd: ‘Hé, dat is dat jochie, die ‘zoon van’.’ Toen had ik dat niet zo door. Pas later kreeg ik het meer in de gaten. Mijn vader was in die tijd ook coach bij heren 1. Maar ik heb er nooit echt last van gehad, hoor.” Komt dat ook omdat jij geen twijfelgeval was? “Vroeger had ik juist moeite om fysiek mee te komen bij het Nederlands team onder 16, maar toen was ik ook jonger dan de rest. Daarna was ik inderdaad geen twijfelgeval en dus was die achternaam geen groot ding. Je komt niet in het eerste van een hoofdklasseteam of een Nederlands jeugdelftal als je er niks van kan.” In 2015 maakte jij je debuut bij het Nederlands elftal. Jouw vader deed in die tijd spelersbeoordelingen en schreef columns voor de Telegraaf. Hoe vond jij dat? “Na het WK van 2014 in Den Haag kwam ik bij Oranje. Toen stopte mijn vader met beoordelingen geven. Dat hadden we ook besproken. Mijn vader was daarin heel duidelijk, hij wilde niet zijn eigen zoon gaan beoordelen in de media, dat zou ook niet goed zijn voor zijn geloofwaardigheid.” In zijn columns nam hij geen blad voor de mond. Zo stelde hij in 2017 dat de prestaties van Dafne Schippers ‘voer waren voor twijfels’ en viel iedereen over hem heen. En hij las in tv-programma De Oranjezomer persoonlijke appjes van jou voor tijdens de Spelen in Tokio. “Dat zijn misschien een paar dingen die eruit springen, maar die doen niet af aan de positieve kant van het hebben van een oud-tophockeyer als vader. Door mijn vader kreeg ik als jongetje veel dingen al vanzelf aangeleerd. Hoe houd ik mijn stick vast? Hoe sla ik?” Elke vult aan: “Als Jacques iets roept in de media, denkt niemand in de hockeywereld: Thierry vindt dat ook. Mensen die jou niet kennen hebben dat vooroordeel, maar jullie zijn zo anders, hebben een heel ander karakter. Als Jacques iets roept, komt het er soms botter uit dan hoe hij het daadwerkelijk bedoelt. Ik zie Jacques als een heel betrokken vader en een hele leuke schoonvader.” Coderen Jouw eerste Spelen waren die van Tokio, in 2021. Max Caldas was bondscoach en jullie verloren in de kwartfinale van Australië na shoot-outs. Jullie kregen veel kritiek; jullie vormden geen eenheid en er zou een bepaalde mentaliteit ontbreken. Na Tokio werd Jeroen Delmee bondscoach. “Het is zelden voorgekomen dat er na een toernooi zoveel veranderingen waren, er zoveel jongens gestopt zijn. Er kwam een heel nieuw team, een nieuwe staf, we begonnen weer op nul. Ik zag jongens bij het Nederlands team die ik tegen was gekomen in de hoofdklasse, maar die internationaal nog geen ervaring hadden. Met de jongens die wél in Tokio waren geweest, voerde Jeroen veel gesprekken over wat er mis was gegaan in Tokio, wat de status was van het Nederlands hockey en waar we heen wilden. Maar het grootste verschil was dus al aan de voorkant gemaakt. Met andere mensen en andere karakters gingen we het nieuwe traject in.” Er vond een cultuurverandering plaats. Wat was er anders dan voorheen? “Ik pas er altijd een beetje mee op om daar wat over te zeggen, want het gaat dan over jongens met wie ik lang heb gespeeld. Als er slecht gepresteerd is, dan mag dat worden benoemd. Maar er zijn ook fases geweest dat we een heel hoog niveau hebben gehaald met dat oude team. Daarin hebben ook echt heel goede hockeyers gespeeld. Alleen omdat er met dat team geen WK of Olympische Spelen gewonnen is, blijft bij veel mensen dat negatieve gevoel hangen. En ja, er waren ook zeker aspecten waarvan ik dacht: dit is niet oké. Dat zit hem vooral in het mentale aspect, de nieuwe jongens die er na Tokio bij kwamen, hadden een heel andere mentaliteit.” Delmee wees jou aan als aanvoerder. Hoe groot was jouw rol in die cultuurverandering? “Ik had voor die tijd dingen meegemaakt waarvan ik dacht: hier ben ik het niet mee eens, dat moet met het nieuwe team anders. Ik wist dat ik samen met een aantal jongens de kar moest gaan trekken, heb geprobeerd er veel impact op te hebben.” Onder Delmee wonnen de Nederlandse mannen voor het eerst in 24 jaar weer olympisch goud. Wat maakt hem zo’n goede coach? “Jeroen heeft een heel duidelijke tactische structuur neergezet. Samen met assistent Eric Verboom heeft hij spelers echt beter heeft gemaakt. Het is ook niet voor niets dat hij zelf als speler tot zijn 38ste is doorgegaan. Jeroen en Erik beleven hockey op iedere seconde van de dag. Toen wij in 2023 derde waren geworden op ons eerste WK met het nieuwe team onder Jeroen en Erik, was iedereen blij. We hadden feestgevierd, zaten moe op het vliegveld om naar huis te gaan. Jeroen en Erik zaten met zijn tweeën bij de gate op de laptop de wedstrijden al te analyseren, te coderen en een database op te stellen. Om vijf uur ‘s nachts...” Jeroen Delmee zei in een interview in De Telegraaf dat de jongens stil zijn als jij praat. Ben jij een natuurlijke leider? Thierry wordt emotioneel: “Het is een eervolle rol. Ik had in mijn hoofd een soort ideaalbeeld gecreëerd van een aanvoerder. Ik dacht: laat ik op het veld maar het goede voorbeeld geven door goed te spelen. Ik vond altijd dat de aanvoerder de beste speler moest zijn. En als hij dat niet was, hij vooral geen aanvoerder moest zijn. Gaandeweg leerde ik dat het ook heel belangrijk is om voor het team een inspiratie te zijn door het goede voorbeeld te geven, door dag in dag uit het perfecte gedrag te vertonen en dat te stimuleren bij anderen. De ploeg van Parijs kende ik door en door. Sommigen waren voor mij vooral teamgenoten, anderen ook vrienden. Ik merkte dat als je een hechtere band krijgt met jongens die ik voorheen meer als collega’s zag, ik dat ook in positieve zin voelde op het veld. Ik ben niet iemand die zichzelf complimenten geeft, maar ben wel trots op mezelf. Het meest trots ben ik op het veranderen van de teamdynamiek en -cultuur. Ik heb gemerkt wat dat met de prestaties kan doen. En dat heb ik zeker niet alleen gedaan. Dat hebben we met de staf en een grote groep jongens – onder wie Thijs van Dam, Jorrit Croon, Lars Balk, Jip Janssen, Joep de Mol, Jonas de Geus en Floris Wortelboer - gedaan.” Vuurtje Was en is er binnen het Nederlands team ook genoeg ruimte voor het mentale aspect? Thierry is even stil en zegt: “Te weinig. Er is in ons team zeker aandacht voor, maar het kan en moet misschien nog meer. We moeten niet onderschatten wat het behalen van een groot succes op mentaal vlak met een sporter kan doen. Voor 95 procent is het fantastisch. Maar er zit ook echt een andere kant aan die onderbelicht is in de topsport.” Keeper Pirmin Blaak vertelde eind 2024 over zijn mentale struggles in Helden en hoe moeilijk het olympische traject voor hem is geweest. Herken jij je dat? “Voor Pirmin was het lastig vanwege zijn positie, er kan maar één keeper opgesteld worden. Hij had moeite met die concurrentiestrijd. Bij veldspelers kun je natuurlijk nog een beetje schuiven en door wisselen. Topsport is keihard is. Dat heb ik van huis uit meegekregen. En je hoeft het natuurlijk niet te doen, hè. Als je er klaar mee bent, dan is dat jouw goed recht. Je moet bikkelhard zijn. Het kost tijd voordat je je dat echt realiseert.” Je zei net dat je na het winnen van de olympische titel de gedachte kreeg: wat nu? Knikt: “Daar heb ik het met een paar jongens al een beetje over gehad. Voor de jonge jongens in Oranje is het anders, zij hebben bij wijze van spreken nog tien jaar te gaan. Ik niet. Het is een nieuw mentaal spel wat er op me af komt. Je weet van tevoren niet wat zo’n olympische titel met je doet.” En wat deed het met je? Thierry is even stil en slikt wat tranen weg: “Als je heel resultaatgericht bent, kun je denken: ik ga nu volle bak voor de wereldtitel, want die ontbreekt nog. Maar eigenlijk heb ik het ultieme al bereikt. Ik heb zo hard toegewerkt en -geleefd naar dat ultieme doel. Nu train ik nog steeds iedere dag, maar waar doe ik dat nog voor? Om dat nog een keer mee te mogen maken?” Elke: “Je wint iets waar je twintig jaar lang voor hebt gewerkt. Vervolgens vier je dat een week. Daarna heb je die medaille en gaat alles weer door alsof er niks is gebeurd.” Thierry: “Het helpt ook niet om te denken: het is wel goed zo, 95 procent geven is ook genoeg. Je moet er mentaal net zo in zitten als voor die gouden medaille, maar dat vraagt veel. Er zit bij mij nog veel emotionele lading op, omdat ik nog zoekende ben. Ik wil wel graag nog door tot en met de Spelen van LA in 2028 en weet: dan moet ik niet miepen, ik weet wat ervoor nodig is om de beste te worden. Maar er zit iets in mij waardoor het stroever gaat om mij weer helemaal over te geven aan het hockey. Ik spreek er over met Elke en ook met een mental coach. We moeten het er ook over hebben met het team. Ik denk dat je niet klakkeloos kunt beginnen aan een nieuwe cyclus. Dit gevoel wordt onderschat.” Elke: “Jij dacht: waarom voel ik me zo, ik ben olympisch kampioen, zit bij een nieuwe club, het gaat allemaal supergoed. Waarom kan ik niet naar het hockeyveld gaan met het gevoel: ik ga gewoon lekker trainen?” Thierry: “Het is een mentale zoektocht. Ik denk niet dat het erg is om dat uit te spreken. Nu is het zaak dat juist met mijn teamgenoten en coaches te gaan bespreken. We zien elkaar weer bij Oranje, maar dan zijn er ook veel nieuwe jongens bij. De jongens die wel in Parijs waren, hebben nog geen moment – een lunch, barbecue of wat dan ook – gehad waarop we konden terugblikken. Ik heb soms het idee dat daar een beetje een taboe op rust. Dat je als topsporter er meteen een streep onder moet zetten en denken aan je volgende doel. Ik voel me bijna schuldig om terug te blikken. Dat is misschien ook waar mijn emotie vandaan komt. Toch denk ik dat er meer jongens zijn uit de groep van Parijs die de behoefte voelen om terug te kijken, erover te praten. In mijn optiek is dat heel belangrijk als we over drie jaar nog een keer goud willen winnen. Als iedereen Parijs een plek kan geven en weer een manier vindt om dat vuurtje te laten branden, dan kan dat lukken. Ik denk dat veel teams dit onderwerp vermijden, omdat het emoties oproept.” Heb je jouw gevoel al met de bondscoach gedeeld? “Nog niet echt. Het was een onrustige fase, er zijn jongens – sommige tijdelijk - gestopt en sommigen – ik ook - speelden in de winter in India. Er is dus ook nog geen geschikt moment voor geweest. Dat komt hopelijk in aanloop naar het EK. Daar gaat wat mij betreft wel wat tijd in zitten en ik wil dat ook zorgvuldig aanpakken, want ik vind het niet alleen een interessant, maar ook heel belangrijk onderwerp. Ik wil met deze generatie nog meer successen behalen en daarvoor moet in mijn beleving dit heel goed besproken worden.” Herkent jouw vader jouw gevoel? Hij zat in een soortgelijke situatie na het goud op de Spelen van 1996 in Atlanta. “Weet ik niet, ik heb het er nog niet echt met hem over gehad. Het is ook al zo lang geleden voor hem. Hij zegt geregeld dat hun programma minder intensief was.” Elke, Jij hockeyt zelf ook in de hoofdklasse. Topsport en mentale struggles kunnen je als stel ook uit elkaar drijven... Elke: “Klopt, dat zou kunnen. Bij ons is dat gelukkig niet het geval. Ik ben juist heel benieuwd hoe het zal zijn als we straks niet meer hockeyen. Daarnaast helpt het denk ik ook dat Thierry en ik elkaar goed aanvullen. Thierry is super gestructureerd, ik kan me juist weer wat flexibeler opstellen en zorgen voor wat afleiding.” Praten jullie thuis veel over hockey? Thierry lachend: “Op dit moment gaat het vooral over de verbouwing van ons nieuwe huis. En natuurlijk gaat het ook over hockey, maar Elke begrijpt het ook goed als ik het er even niet over wil hebben.” Elke: “Simpel gezegd: wij vinden hockey gewoon heel leuk. Onze families zitten er diep in en we lopen allebei van jongs af aan rond op de club.” Ibiza Na negen jaar Bloemendaal koos je ruim voor de Spelen voor een nieuwe club: Den Bosch. “Ik heb proberen te voorspellen wat de Spelen met me zouden doen, welke uitkomst die ook had, en wat ik daarna nog zou willen. Na negen jaar Bloemendaal en de tweede olympische cyclus vond ik het ook tijd aan de toekomst buiten het hockey. Elke en ik wilden ons settelen. We woonden al een tijd in Amsterdam, maar weten allemaal hoe moeilijk het is om daar iets te kopen, iets op te bouwen. Ik hoef niet in een kasteel te wonen, maar iets met een schappelijke tuin zat er in Amsterdam niet in. Ik wilde blijven hockeyen, ook bij Oranje. Den Bosch is een goede stap geweest.” Meteen na de Spelen ging je voor Elke op je knieën. Had jij die ring al gekocht voor Parijs? Lachend: “Ja, ik had die ring al voor de Spelen gekocht. Ik ben heel goed bevriend met Jorrit Croon, lig altijd met hem op de kamer bij het Nederlands Elftal en lag ook met hem op de kamer in Parijs. Daar hebben we het al over het aanzoek gehad. Hij is een van mijn beste maten en heeft mij heel goed geholpen om alles voor te bereiden. Zijn vriendin Daantje is een goede vriendin van Elke. Na de Spelen gingen wij met zijn vieren naar Ibiza. Daantje, Jorrit en ik hadden met z’n drieën een plan bedacht. Ik ben hen heel dankbaar dat ze mij daarmee geholpen hebben en we dat ook samen hebben kunnen beleven.” Elke lachend: “En ik had niks in de gaten.” Waarom is Elke de vrouw van jouw dromen? Thierry kijkt Elke aan. “Ze houdt me met beide benen op de grond. Elke steunt me in alles en moet ook veel laten voor mij.

Schaatsen

Love Game met Jesper de Jong en Pien Hersman

Met tennisser Jesper de Jong (25) en schaatsster Pien Hersman (21) [...]
Met tennisser Jesper de Jong (25) en schaatsster Pien Hersman (21) is er een nieuw topsportkoppel bij. Pien timmert hard aan de weg op de 500 meter, Jesper kwam dit jaar de top 100 van de wereldranglijst binnen. Tussen de tennistoernooien en voorbereidingen op het olympisch schaatsseizoen door nodigden wij hen uit voor een shoot in Helden Magazine 78. Pien: ''De komende negen jaar staat sport bij ons op de eerste plaats.'' Jesper de Jong en Pien Hersman “Vind je mijn make-up mooi?” vraagt Pien Hersman aan haar vriend Jesper de Jong als ze is opgemaakt voor de fotoshoot. Pien: “Jij zei laatst nog dat ik een meme-hoofd had…” Jesper schiet in de lach. “Als jij geen mascara op hebt, dan zie je er heel anders uit.” Pien: “Ik vraag ook weleens: zie je iets anders aan me? Dan heb ik bijvoorbeeld geen eyeliner op en zeg jij: ‘Je haar zit anders.’” Jesper: “Ik heb er geen verstand van, maar het is nu hartstikke mooi.” Lachend: “Maar als je een wedstrijd hebt, vind ik vaak dat jij ‘tv make-up’ opdoet.” Pien: “Ik kom ook op tv, dus vind het ook fijn om er een beetje goed uit te zien. En het is een ook een ritueel geworden, lekker lang make-uppen voor een wedstrijd.” Jesper: “Je ziet er ook goed uit zonder tv make-up.” Datingapp Ruim een half jaar geleden ontmoetten de twee elkaar. Jesper: “We hebben een tijdje geleden een video opgenomen met oud-tennisster Lexie Stevens voor haar serie Lexie Vraagt van KNLTB TV. Pien en ik hadden een verhaal verzonnen over hoe we elkaar hebben leren kennen. We zeiden dat ik in november in Alkmaar een huis aan het bezichtigen was en Pien toevallig in de buurt was omdat haar beste vriendin er woont. Ik zei dat ik ze had zien lopen, maar niet zeker wist of het Pien was. En dat ik later in een story op Instagram inderdaad had gezien dat Pien in Alkmaar was en ik haar daarna een berichtje had gestuurd. Iedereen geloofde het, maar er klopte niks van dat verhaal. We kwamen elkaar tegen op een datingapp.” Pien: “Jij kwam weleens in het nieuws, ik wist dus wel wie jij was. Maar ik had daar nooit speciale gedachten bij, of zo.” Jesper: “Schaatsers als Joy Beune en Kjeld Nuis kende ik natuurlijk wel van naam, maar jou nog niet. Ik volgde het schaatsen niet. Ik stuurde jou het eerste berichtje.” Pien: “Ik was met twee vrienden. Je komt op die app ook allemaal voetballers tegen, een vriend is voetbalfan en vroeg of hij even mocht kijken. Ik keek mee en we zagen Jesper voorbijkomen. Ik riep: hem wil ik liken. Een kwartier later stuurde je me al een berichtje.” Jesper: “Mijn openingszin was dat er een tennis- en schaats collab moest komen. Die hebben we dus ook gehad met Lexie. Eerst gingen we tennissen, daarna schaatsen.” Kun jij een beetje schaatsen? Jesper: “Nou, best aardig.” En Pien, kun jij een beetje tennissen? Jesper lachend: “Nee.” Pien lachend: “Ik heb vroeger een stuk of vijf tennislessen gehad. Ik was te sterk, sloeg alle ballen uit. Jij kon ook niet goed schaatsen, hoor, maar ik had verwacht dat je nog slechter zou zijn.” Jesper: “Ik had weleens geschaatst in mijn leven, maar pootje over kan ik alleen de verkeerde kant op, dus met de klok mee.” Wat vinden jullie zo leuk aan elkaar? Jesper: “Pien is zo spontaan, houdt haar mond niet. We lachen heel veel met elkaar. En daarnaast ben je ook nog eens heel knap en lief. Het is een feestje om met jou te zijn.” Pien: “Het klikte meteen. Bij de eerste date al merkte ik dat jij heel oprecht bent, je hebt een fijne energie waar ik me meteen veilig bij voelde. Je doet je niet anders voor, bent heel zorgzaam en betrokken. Je bent ook superlief en we hebben dezelfde sarcastische humor. Ik kan mezelf zijn. Je hebt gewoon een goed hart.” Lachend: “Oké dat zijn wel weer genoeg lieve woorden.” Ze vervolgt: “En we denken over veel dingen hetzelfde, ook over de toekomst.” Jesper: “Laatst zeiden we nog tegen elkaar: hoe zonde is het als je heel erg verliefd bent, maar anders denkt over de toekomst en daarom uit elkaar gaat? Niet dat we nu al met kinderen bezig zijn, hoor, maar we hebben het er wel over.” Helden Magazine nummer 78 Het eerste deel van het duo-interview met Jesper de Jong en Pien Hersman komt uit Helden Magazine nummer 78. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine.

Zwemmen

Kira Toussaint: ‘Ik durf eindelijk echt voor mezelf te kiezen’

Kira Toussaint was jarenlang de vaandeldrager van het [...]
Kira Toussaint was jarenlang de vaandeldrager van het Nederlandse vrouwenzwemmen. Vorige maand zette ze een punt achter haar indrukwekkende carrière. Tijdens de WK in Singapore blikken we terug op het laatste interview dat we ruim drie jaar geleden met Kira hadden. Poedel Binky huppelt vrolijk achter Kira Toussaint aan als ze het terras van Tent 6 oploopt op het strand van Zandvoort. Ze heeft haar hond in Nederland achter moeten laten toen ze eind april van de ene op de andere dag besloot in Knoxville te gaan trainen, in het zwembad waar ze van 2015 tot en met 2017 ook al zwom. “Ik had Binky heel graag meegenomen, maar dat kon niet doordat mijn huisgenoot in Amerika een hond had die niet goed gaat met andere honden. Toen ik in Amerika zat, verbleef Binky bij de ouders van mijn ex.” [caption id="attachment_18794" align="alignnone" width="1708"] Jurkje: Mango. Ring: GASSAN.[/caption] Back to the States Kira besloot midden in de voorbereiding op de WK langebaan in Boedapest terug te keren naar Amerika, daar waar ze vier jaar lang studie combineerde met zwemmen. Ze werkt sinds begin mei weer samen met coach Matt Kredich. Het gevoel dat ze het niet meer helemaal naar haar zin had in Amsterdam, waar ze de afgelopen jaren trainde, bekroop haar al een tijdje. Het gevoel werd aangewakkerd tijdens de International Swimming League, een competitie waarin zwemmers van verschillende nationaliteiten een team vormen. Kira deed daar vorig jaar ook aan mee. “Ik merkte toen weer hoe leuk ik het vind om met een groep zwemsters hetzelfde doel te hebben, om samen ergens naartoe te werken. Als ik na een wedstrijd terugkeerde naar Amsterdam om te trainen, merkte ik hoe klein mijn eigen trainingsgroep was. In die groep deed iedereen ook nog eens heel erg zijn eigen ding en ik miste een beetje de connectie. Ze pakte de telefoon en belde Kredich, met wie ze contact was blijven houden na haar vertrek uit Knoxville. Hij was haar klankbord, geregeld vroeg ze hem om advies. “Ik ben eigenlijk veel te sociaal, vind het heel moeilijk om mensen teleur te stellen. Die hardheid waarvan mensen zeggen dat je die nodig hebt als topsporter, die heb ik in elk geval niet. Het vreselijk moeilijk om ‘nee’ te zeggen of om duidelijk voor mezelf te kiezen. Ik was best trots op mezelf dat ik zo snel de knoop doorhakte om naar Amerika te gaan en ben blij dat ik dat sneller heb aangepakt dan de problemen in mijn relatie. Ik stuurde Matt een appje met de vraag of ik hem kon bellen over de mogelijkheid om weer bij hem te komen trainen. Hij antwoordde: ‘Sure! What about now?’ Binnen tien minuten waren we al plannen aan het maken. Hij stuurde ook meteen een bericht naar iedereen die daar trainde met de vraag of iemand nog een slaapplaats beschikbaar had. Een meisje met wie ik eerder had getraind, liet meteen weten dat ik bij haar terecht kon. Alles was binnen de kortste keren geregeld.” Op 30 april ging ze back to the States. Ze wijst naar de metalen ring om haar wijsvinger. De ring bevat een sensor die de hartslag van Kira meet en haar rustpols bijhoudt. “Sindsdien zijn al mijn data verbeterd. Als je de waarden bekijkt van het half jaar voor mijn vertrek naar Amerika dan kun je concluderen dat ik chronische stress heb gehad. Ik vond in Knoxville meteen het plezier weer terug.” 'Als je de waarden bekijkt van het half jaar voor mijn vertrek naar Amerika dan kun je concluderen dat ik chronische stress heb gehad' Veel reacties van haar trainingsgenoten in Amsterdam kreeg ze niet na haar plotselinge vertrek. “Ik sprak hen pas weer vlak voor de WK langebaan in Boedapest in juni 2022. Ik heb met iedereen prima contact, hoor, maar we zijn niet allemaal beste vrienden. Een paar waren er heel blij om me weer te zien, maar er zijn er ook een paar die het niets uitmaakt dat ik ben vertrokken. Vind ik ook prima.” Ze is gelukkig in Amerika. “Door de fijne groep mensen die ik daar om me heen heb. Maar Tennessee is niet de staat waar ik voor altijd wil blijven wonen. Ik leef daar in een erg Republikeinse omgeving. Toen ik daar in 2016 woonde, waren er in het centrum van Knoxville demonstraties tegen het homohuwelijk. Het verschil tussen wit en zwart is daar ook duidelijk zichtbaar. Zwarte mensen worden daar nog zichtbaar achtergesteld. De ondankbare klusjes worden daar bijna altijd door zwarten gedaan. Toen ik daar verbleef, had ik veel contact met een schoonspringer die homo is en zwart. Hij komt uit Tennessee en heeft mij verteld hoe het voor hem was om in die omgeving op te groeien; nou, dat was niet fijn. Tennessee is ook fel tegen abortus. Sinds 24 juli is Tennessee zelfs de strengste staat qua abortuswetgeving, abortus is er zelfs bij verkrachting en incest verboden. Mensen zijn ook heel religieus. De vriendinnen die ik daar heb, gaan elk weekend naar de kerk, maar vallen mij daar verder niet mee lastig. Er zijn ook veel gelovige mensen die mij aanspreken en vertellen hoe ik mijn leven moet leiden. Daar ben ik niet zo van. Ik vind het interessant om erover te leren, zolang mensen mijn atheïsme ook respecteren.” [caption id="attachment_18793" align="alignnone" width="1708"] Blouse: Massimo Dutti. Bikini: Calzedonia[/caption] Bewogen carrière Als tiener was de aandacht meteen al op Kira gericht als ze het zwembad binnenliep. Ze is immers de dochter van Jolanda de Rover, winnares van olympisch goud op de 200 rug en brons op de 100 meter rugslag tijdens de Spelen van 1984 in Los Angeles. “Met de vergelijking met mijn moeder kan ik inmiddels wel goed omgaan, hoor. Dat wat mijn moeder heeft gepresteerd, zat mij vroeger best wel in de weg. Ik hoorde zo vaak als ik ergens kwam: ‘Jij gaat zeker je moeder achterna?’ Als ik aan een wedstrijd meedeed, dachten mensen meteen dat ik wel even zou winnen omdat ik ‘de dochter van’ was. Dan dacht ik: natuurlijk wil ik presteren wat mijn moeder heeft gepresteerd, maar hallo, zij is olympisch kampioen. Die druk ervoer ik wel. En dan koos ik ook nog eens, net als mijn moeder, voor de rugslag... Ik heb lang getwijfeld of ik wel echt voor het zwemmen wilde gaan. Ik vond ook heel veel andere dingen leuk, daarnaast had ik heel sterk het gevoel dat ik mijn eigen pad wilde bewandelen.” 'Dat wat mijn moeder heeft gepresteerd, zat mij vroeger best wel in de weg. Ik hoorde zo vaak als ik ergens kwam: 'jij gaat zeker je moeder achterna?'' Je zou denken dat ze geregeld spart met haar moeder over haar carrière. “Natuurlijk klop ik bij mijn moeder aan, zij weet immers wat het is om topzwemster te zijn. Maar tegelijkertijd zijn we heel erg verschillend. Zij is erg introvert en ik juist extravert. Mijn moeder is meer van het volgen van de gebaande paden, terwijl ik dingen juist vaak anders wil doen. Zij is heel succesvol geweest met een aanpak die voor haar werkte. Ik zit anders in elkaar. Als ik met een plan kom, dan zegt zij snel: ‘Ik weet het niet, kun je dat niet aan je coach vragen?’ Ander advies win ik in bij mijn vriendinnen of oom en tante, omdat zij misschien meer openstaan voor de wilde plannen en ideeën die ik geregeld heb. Ik weet niet waar die spontane acties en wilde plannen vandaan komen bij mij. Mijn vader denkt ook altijd heel lang na voordat hij iets gaat doen. Ik meestal niet. Ik ben ook heel goed in eigenwijs zijn, door al het advies dat ik heb gekregen niet op te volgen.” Op haar twintigste koos ze er dus voor om in het diepe te springen. Ze besloot vier jaar lang studie en zwemmen te combineren in Amerika. “Ik heb ook echt een studententijd gehad in Amerika. Met een geleend identiteitsbewijs kwam ik de kroeg in, omdat ik nog geen 21 was. De opvatting is dat je als topsporter oogkleppen op moet hebben, anders kun je niet de top bereiken. Nou, daar was ik toen nog niet klaar voor. Voor mijn gevoel ben ik pas in januari 2018, nadat ik terugkwam uit Amerika, professioneel gaan zwemmen. Voor die tijd zat er zoveel onrust in mij. Daarnaast heb ik mezelf tot die tijd nooit gezien als een heel talentvolle zwemmer, ik geloofde niet dat ik heel goed zou kunnen worden. Als je denkt dat je niet heel goed zal worden, dan word je het ook niet. Toen ik bij Mark ging trainen, gingen mijn tijden en prestaties ineens met sprongen vooruit. Ik zag toen in dat ik veel meer kon dan dat ik dacht. Ik ben dus echt wel een laatbloeier. Die dopingaffaire is ook een belangrijk omslagpunt geweest.” In december 2018, vlak voor de WK kortebaan in China, kreeg ze een mail van de FINA, de internationale zwembond. Daarin stond dat ze een paar weken eerder bij een World Cup-wedstrijd positief was getest. In haar lichaam was een minieme hoeveelheid tulobuterol aangetroffen en dat middel staat op de dopinglijst. Een paar maanden lang leefde Kira in grote onzekerheid. Half maart kwam het bevrijdende bericht. Er was een fout gemaakt tijdens de dopingtest. De verwarring was ontstaan door de toegestane medicatie van Kira. De chemische structuur van het middel lijkt erg op dat van tulobuterol. “Toen mijn naam gezuiverd was, dacht ik: ik ga nu eerst alles uit het zwemmen halen, alle andere dingen die ik nog wil doen, kunnen later ook. Vanaf dat moment ben ik mijn sport veel serieuzer aan gaan pakken. Ik heb sindsdien verschillende keren aangetoond dat ik heel hard kan zwemmen. Ik was vorig jaar bij de EK kortebaan zo goed en fit, pakte drie keer goud op mijn individuele afstanden.” Haar vorm kon ze niet doortrekken naar de WK kortebaan in Abu Dhabi in december 2021. Vlak ervoor werd ze ziek. “Er lagen voor mij ook nog veel emoties op dat WK. Bij de vorige WK kortebaan kon ik niet meedoen, vlak ervoor werd ik positief getest. We kwamen ’s avonds laat aan in Abu Dhabi. Ik kon niet slapen, keek op m’n telefoon en zag een mailtje van de FINA dat ik weer een positieve dopingtest had... Ik heb een medische verklaring, krijg wel vaker een mailtje dat ik positief ben getest en dan staat er meteen bij dat ik een medische uitzondering ben. 'Mijn doel voor dit jaar was: rust vinden. Die rust ontbrak in aanloop naar de Spelen van vorig jaar' Wat er precies in mijn lichaam gebeurt, waardoor ik af en toe positief test, is privé. Maar dat het bij de WK kortebaan precies zo ging als een paar jaar eerder in China, zorgde voor paniek. Terwijl er eigenlijk niets aan de hand was voor mij. Onbewust heb ik door de voorgeschiedenis mezelf veel druk opgelegd. Als je dan ook nog eens ziek bent geweest, dan is het niet zo vreemd dat ik m’n oude niveau niet haalde. Ik heb nog wel de finale van de 100 rug gehaald. Ik zwom daarin de perfecte race en werd vierde. Baalde dat ik niet helemaal fit was, anders had ik iets heel moois laten zien. Ik zwom die finale echt met mijn laatste krachten, daarna had ik echt geen energie meer.” In april 2021 zwom ze in Eindhoven haar langebaanrecords op de 50 rug (27,10; Europees record), 100 rug (58,65; Nederlands record) en 200 rug (2.10,02). “Ik ben nog lang niet uitgeleerd. In Amerika ben ik weer allemaal nieuwe dingen aan het leren. Echt, ik kan nog veel harder. Ik denk de laatste tijd geregeld: waarom heb ik dingen niet eerder gedaan? Ook weer wat betreft de stap naar Amerika. Dat besluit had ik veel eerder kunnen nemen. Ik deed het niet om de goede vrede te bewaren.” Klaverjasles Kira gold jarenlanger als de vaandeldrager van het Nederlandse vrouwenzwemmen. Tot 2021 was die rol toebedeeld aan Ranomi Kromowidjojo en Femke Heemskerk, maar zij zwaaiden 2021 allebei af. “Ik vind het jammer dat Femke en Ranomi zijn gestopt. Zeker met Ranomi ben ik de laatste jaren heel intensief opgetrokken. We wonnen op de gemengde estafette op de 4x50 meter wisselslag goud bij de WK kortebaan. Ik vond het zo mooi dat ik die estafette zwom met Ranomi. Ze had niet verteld dat het haar laatste toernooi was, maar ik voelde het aan alles. Haar ouders en broer zaten op de tribune. Ik merkte dat ze extra aan het genieten was. Dat ik op haar laatste toernooi goud won met haar, vond ik echt heel erg vet.” [caption id="attachment_18792" align="alignnone" width="1444"] Lange jurk: Sluiz Ibiza[/caption] We trokken de laatste jaren ook veel met elkaar op naast het zwembad. Zeker als we met de nationale ploeg op reis gingen. Ranomi en ik zijn allebei van de spelletjes. Ik heb in 2018, in het trainingskamp in Hongarije voor de EK in Glasgow, zo’n beetje de hele Nederlandse zwemploeg klaverjasles gegeven. Ranomi heeft het toen ook geleerd. Op trainingskampen gingen we sindsdien vaak klaverjassen, dan namen Ranomi en ik het vaak op tegen Jan, de fysiotherapeut, en Mark. De zwemmers die ik in 2018 heb leren klaverjassen zijn nu zo’n beetje allemaal gestopt. Het is dus tijd voor een nieuwe cursus.” Dat er nu extra op haar gelet gaat worden, vindt ze niet erg. Al is voor haar 2022 vooral een jaar om de omstandigheden te creëren waardoor ze op de Spelen in Parijs, over twee jaar, het beste uit zichzelf kan halen. “Mijn doel voor dit jaar was: rust vinden. Die rust ontbrak in aanloop naar de Spelen van vorig jaar. Toen ik het besluit had genomen over mijn relatie, zorgde dat privé voor rust. Als zwemster moest ik nog een ingrijpend besluit nemen. In Amerika hoop en denk ik die rust gevonden te hebben. Ik heb besloten in Tennessee te blijven tot de Spelen. Ik heb alles al geregeld om daar twee jaar lang alles op alles te kunnen zetten. Mark staat er ook achter, de KNZB helpt mij in mijn traject naar Parijs, ook al vindt dat plaats in Amerika. Het goede van de lastige achterliggende periode is: ik durf eindelijk echt voor mezelf te kiezen.” De WK langebaan in Boedapest kwam te snel na haar overstap naar Amerika. Desondanks haalde ze de finales op 50, 100 en 200 meter rugslag en twee estafettes. Kira ging met brons naar huis op de 4x100 meter gemengd wisselestafette. “Ik was heel tevreden met mijn prestaties omdat ik niet had verwacht dat ik nu al finales zou halen zo kort na mijn overstap.” Bij de EK langebaan in Rome, van 11 tot en met 17 augustus, verwacht ze meer van zichzelf. “Mijn doel is om mijn Europese titel op de 50 rug te prolongeren en een medaille te pakken op de 100 meter rugslag.” Over haar doelen is ze duidelijk. Een olympische medaille in Parijs en een individuele medaille op de WK. “Ik denk dat ik dat kan. Ik denk ook niet dat ik daar te oud voor ben.” Nog niet genoeg? Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.