Word abonnee
Meer

Schaatsen

De 21 Nederlandse gouden medaillewinnaars op een rij

Tal van Nederlandse olympiërs doen tijdens de Olympische en Paralympische Winterspelen in Milaan een gooi naar eeuwige roem. Deze 21 topsporters veroverden deze eeuw individueel olympisch of paralympisch gouden medaille. Een collage. [caption id="attachment_22119" align="alignnone" width="2560"] Beeld: Ferdy Damman[/caption] Gerard van Velde ‘Tarzan’ kon in eerste instantie niet overweg met de nieuw geïntroduceerde klapschaatsen. Gerard was al zo’n beetje gestopt toen Rintje Ritsma hem vroeg als sparringpartner. Gerard kreeg alsnog de klapschaats onder de knie. Tijdens de Spelen van 2002 werd hij vierde op de 500 meter, een klassering die hem in zijn carrière al zo vaak ten deel viel. Een paar dagen later reed hij op de 1000 meter een wereldrecord van 1.07,18. Iedereen beet zich stuk op die tijd. Met ontbloot bovenlijf vierde Gerard zijn feestje op het middenterrein, vandaar zijn bijnaam. Gerard jaagt in Milaan op nieuwe successen als coach van ploeg Reggeborgh. [caption id="attachment_22120" align="alignnone" width="2187"] Beeld: ANP[/caption] Jochem Uytdehaage Hij veroverde in Salt Lake City olympisch goud op de 5000 en 1000 meter. Op beide afstanden schaatste hij een wereldrecord. Op de 10 kilometer was Jochem de eerste die onder de dertien minuten reed. Op de 1500 meter veroverde hij zilver. Dat jaar won hij ook nog de Europese en wereldtitel allround. Hij won nog een wereldtitel op de 5000 meter bij de WK afstanden in 2003 en een Europese titel allround in 2005, maar zo mooi als in 2002 werd het niet meer. [caption id="attachment_22121" align="alignnone" width="2362"] Beeld: ANP[/caption] Ze raakte op haar vijfde gehandicapt aan haar linkerarm. Acht jaar later begon ze met langlaufen en later voegde ze daar ook de biatlon aan toe. Bij de Spelen van 1994 won ze als eerste Nederlandse wintersporter paralympisch goud. Ze won de biatlon, maar pakte ook drie keer brons met langlaufen in Lillehammer. Vier jaar later kwam daar langlauf-zilver en biatlon-brons bij. Bij haar laatste deelname aan de Paralympische Spelen, in 2002, won ze opnieuw vier medailles. Ze was in Salt Lake City de beste op de biatlon en met langlaufen pakte ze drie keer zilver. [caption id="attachment_22122" align="alignnone" width="2560"] Beeld: Robert Prins[/caption] Sven Kramer Jarenlang ‘droeg’ hij het Nederlandse schaatsen met zijn ‘schaatszus’ Ireen Wüst. Sven veroverde bij zijn eerste olympische deelname, in 2006, al zilver op de 5000 meter en brons op de ploegenachtervolging. Vancouver werd omgedoopt tot ‘Svencouver’ in 2010. Daar pakte hij de olympische titel op de 5000 meter. Op de 10.000 meter was hij fluitend op weg naar goud, maar door de beroemde wissel – coach Gerard Kemkers dirigeerde hem de verkeerde baan in – werd hij gediskwalificeerd. Weg goud. Sven zou in totaal vier olympische titels winnen: drie op de 5000 meter – 2010, 2014 en 2018 – en één op de ploegenachtervolging (2014). Hij won ook negen wereldtitels allround en 21 keer goud bij de WK afstanden. Een olympische titel op de 10 kilometer ontbreekt op zijn palmares: vier jaar na Vancouver was het zilver op die afstand. Zijn verzameling olympische medailles bestaat daarom naast vier keer goud uit twee keer zilver en drie keer brons. Tegenwoordig is hij commercieel directeur van Team Essent en oprichter van de Sven Kramer Academy, die jeugd stimuleert te gaan schaatsen.   Ireen Wüst Wat een carrière! Ireen deed mee aan vijf Olympische Spelen en kwam telkens thuis met goud. Op haar negentiende veroverde ze in Turijn ‘zomaar’ goud op de 3000 meter, vier jaar later in Vancouver won ze de 1500 meter, in 2014 pakte ze in Sochi goud op de 3000 meter en ploegenachtervolging, weer vier jaar later was het in Pyeongchang goud op de 1500 meter en vier jaar terug was ze in Beijing op haar 35ste weer de beste op de 1500 meter. Ze is de succesvolste olympiër uit de Nederlandse sporthistorie met zes keer goud, vijfmaal zilver en twee keer brons. Daarnaast won ze nog zeven wereldtitels allround en vijftien keer goud bij de WK afstanden. In Milaan is ze – sinds een paar maanden met haar vrouw Letitia de Jong moeder van dochter Pip – er weer bij, dit keer als analiste van de NOS. Marianne Timmer ‘Timmertje, Timmertje wat ga je doen?’ Het waren de woorden van NOS-commentator Frank Snoeks toen Marianne in 1998 olympisch goud veroverde op de 1500 meter door in een wereldrecord de onverslaanbaar geachte Gunda Niemann voor te blijven. In Nagano veroverde ze ook nog goud op de 1000 meter. De boerendochter was in een klap een beroemdheid. Marianne veroverde ook nog twee wereldtitels op de 1000 meter en in 2004 de wereldtitel sprint. Ze ging op haar 31ste naar de Spelen in Turijn, daar steeg ze nog een keer boven zichzelf uit door de 1000 meter te winnen. [caption id="attachment_22125" align="alignnone" width="1707"] Beeld: Maurits Giesen[/caption] Bob de Jong De eigenzinnige Bob ‘woonde’ op de lange afstanden. Op zijn 21ste pakte hij al olympisch zilver op de 10.000 meter achter de ongenaakbare Gianni Romme. Vier jaar later gold hij in Salt Lake City als favoriet voor goud op de 5 en 10 kilometer. Bevangen door de prikkels en stress werden die Spelen een ongekende deceptie. In 2006 ging het opnieuw mis op de 5000 meter. Met trainer Ingrid Paul vertrok hij uit het olympisch dorp om zich in alle rust voor te bereiden op de 10 km. Terug in Turijn viel alles op zijn plaats. Eindelijk goud voor de man die in 2010 en 2014 ook nog olympisch brons won op de langste afstand en in totaal zeven wereldtitels won bij de WK afstanden op de 5000 en 10.000 meter. [caption id="attachment_22126" align="alignnone" width="2560"] Beeld: Marcel Krijger[/caption] Mark Tuitert Hij was allrounder, werd wereldkampioen en Europees kampioen op de vierkamp. Daarna besloot Mark zich te gaan concentreren op de 1000 en – vooral – 1500 meter. Met coach Jac Orie aan zijn zijde was hij op zoek naar die dag waarop alles perfect zou zijn. Die dag werd 20 februari 2010, de dag van de 1500 meter op de Spelen in Vancouver. Mark – tegenwoordig analist van de NOS – schaatste de race van zijn leven en bleef favoriet Shani Davis voor. Vijf jaar nadat hij zijn laatste wereldbekerwedstrijd won op ‘zijn’ afstand was hij olympisch kampioen. [caption id="attachment_22127" align="alignnone" width="2560"] Beeld: Nicolien Sauerbreij[/caption] Nicolien Sauerbreij Ze was een pionier op snowboardgebied. Samen met haar zus en vader ging ze de wereld over. Ze won wereldbekerwedstrijden, maar de Spelen werden in 2002 en 2006 een deceptie. In Vancouver ging het wel zoals het moest: Nicolien veroverde goud op de parallelreuzenslalom, nadat ze in de tweede ‘run’ een achterstand ongedaan maakte. Het betekende de honderdste olympische gouden medaille in de Nederlandse sporthistorie en de tweede gouden plak – na kunstschaatsster Sjoukje Dijkstra – in een wintersport anders dan langebaanschaatsen. [caption id="attachment_22128" align="alignnone" width="2560"] Beeld: ANP[/caption] Michel Mulder Mulder Slechts twaalfduizendste bedroeg het verschil tussen Michel en Jan Smeekens op de 500 meter in Sochi. Smeekens dacht heel even dat hij olympisch kampioen was, achter zijn naam stond namelijk een ‘1’. Maar dat werd teruggedraaid, waardoor het goud bij Michel terechtkwam. Hij werd daarmee de eerste Nederlandse olympisch kampioen op de 500 meter. Op het podium vond hij ook nog tweelingbroer Ronald Mulder, die het brons veroverde. Michel won op die Spelen ook brons op de 1000 meter. En hij veroverde nog twee wereldtitels sprint in zijn carrière. Michel, die na zijn loopbaan ook nog een verdienstelijk zanger bleek, werd eind 2025 geopereerd aan een tumor in zijn hoofd en herstelt daar nu nog van. [caption id="attachment_22129" align="alignnone" width="2560"] Beeld: ANP[/caption] Stefan Groothuis Zijn bijnaam Bokito dankte Stefan aan het feit dat hij loeisterk was. Zijn jachtterrein was de 1000 meter. Hij was al jaren een verdienstelijk sprinter, maar de grootste successen kwamen vanaf 2011. Het was in een periode waarin hij ook worstelde met depressieve gevoelens. Hij wist die te overwinnen, werd in 2012 wereldkampioen sprint en wereldkampioen op de 1000 meter. De kers op de taart volgde in Sochi waar hij de 1000 meter won. [caption id="attachment_22130" align="alignnone" width="2098"] Beeld: Stef Nagel[/caption] Jorien Ter Mors Ze maakte in eerste instantie naam als shorttrackster. Jorien was veel groter dan veel van haar concurrenten. Haar rake klappen kon ze misschien beter kwijt op de langebaan, werd er geopperd. Jorien besloot het te proberen en dat bleek een voltreffer. In Sochi combineerde multitasker Jorien het shorttracken met de langebaan. Een dag nadat ze net naast een plak op de 1500 meter shorttrack greep, pakte ze op de 1500 meter langebaan wél het goud, gevolgd door de olympische titel op de ploegenachtervolging. Vier jaar later deed ze het kunstje nog eens dunnetjes over. Ze veroverde goud op de 1000 meter en maakte haar carrière compleet door met de aflossingsploeg brons te pakken als shorttrackster. Jorien won op de lange baan ook nog twee wereldtitels bij de WK afstanden en een wereldtitel sprint. [caption id="attachment_22131" align="alignnone" width="1000"] Beeld: John Kramer[/caption] Jorrit Bergsma Hij maakte furore als marathonschaatser en besloot zijn jachtterrein met behulp van coach Jillert Anema te verleggen naar de langebaan. Een concurrentiestrijd met Sven Kramer was het gevolg. In Sochi pakte Jorrit brons op de 5000 meter, maar op de 10.000 meter wist hij het goud te veroveren in een wereldrecord van 12.44,45. Vier jaar later kwam daar nog olympisch zilver op de langste afstand bij. Jorrit won ook nog vijf keer goud bij de WK afstanden. Hij maakt zich op voor zijn vierde Spelen en is veertig jaar als hij in Milaan van start gaat. Zit er een gouden olympisch afscheid in? [caption id="attachment_22132" align="alignnone" width="1708"] Beeld: Iris Planting[/caption] Bibian Mentel Ze werkte als snowboardster toe naar de Spelen van 2002 toen bij haar botkanker werd geconstateerd. Haar been werd geamputeerd, maar Bibian – destijds 27 – stond vier maanden later, met een prothese, alweer op haar snowboard. Niet lang daarna werd ze moeder. In 2014 maakte ze haar debuut op de Paralympische Spelen. In Sochi stond de snowboardcross voor het eerst op het programma en Bibian won. Aan het einde van dat jaar maakte ze bekend dat er opnieuw kankercellen waren ontdekt, dit keer in haar long. De kanker keerde meerdere keren terug, maar het weerhield Bibian er niet van om te blijven snowboarden en in 2018 paralympisch goud te winnen op de snowboardcross en banked slalom. Daarnaast veroverde ze vier wereldtitels en richtte ze de Mentelity Foundation op, die jongeren met een handicap motiveert te gaan sporten. Op 29 maart 2021 overleed Bibian op haar 48ste. [caption id="attachment_22133" align="alignnone" width="2560"] Beeld: ANP[/caption] Carlijn Achtereekte Ze was een goede schaatsster op de langere afstanden, won zilver op de 5000 meter bij de WK afstanden in 2015, maar bleef toch altijd een beetje in de schaduw. In 2018 schaatste ze zich in de schijnwerpers. Carlijn wist zich te kwalificeren voor haar eerste Spelen. Niet op de 5000, maar de 3000 meter. Op 10 februari 2018 reed ze de race van haar leven. De outsider bleef Ireen Wüst en Antoinette de Jong voor en werd voor velen ‘zomaar’ olympisch kampioen. In 2022 maakte Carlijn de overstap naar de wielerploeg van Jumbo- Visma. Een paar maanden geleden stopte ze met topsport. [caption id="attachment_22134" align="alignnone" width="853"] Beeld: Kjeld Nuis[/caption] Kjeld Nuis Hij gold al jaren als een groot talent, won tal van medailles bij de WK afstanden op de 1000 en 1500 meter en bij de WK sprint. Maar tijdens het olympisch kwalificatietoernooi ging het tot twee keer toe – in 2010 en 2014 – helemaal mis. In aanloop naar de Spelen van 2018 was hij er fysiek en mentaal klaar voor. Bij de generale repetitie, de WK afstanden in 2017, veroverde hij goud op de 1000 en 1500 meter. Die dubbelslag wist hij in Pyeongchang te herhalen. Vanaf dat moment zat er geen rem meer op bij Kjeld. Hij pakte de wereldrecords op de 1000 en 1500 meter en heroverde in Peking, in 2022, de olympische titel op de 1500 meter. Komt er op zijn 36ste in Milaan nog meer eremetaal bij voor de viervoudig wereldkampioen? [caption id="attachment_22135" align="alignnone" width="1837"] Beeld: ANP[/caption] Esmee Visser De frêle stayer brak op haar 21ste door bij de senioren. Ze kwalificeerde zich voor de olympische 5000 meter in 2018. In Pyeongchang wist ze Martina Sablikova, al jaren de koningin van de lange afstanden, af te troeven. Net 22 jaar vertrok ze als olympisch kampioene uit Zuid-Korea. Het leek de aftrap van een mooie, lange schaatscarrière. Het liep anders. Esmee won nog zilver en brons op de 5000 meter bij de WK afstanden en pakte ook twee keer goud op de 3000 meter bij de EK afstanden, maar kreeg eind 2022 te maken met een mysterieuze ziekte en een heupblessure. Daarnaast ondervond ze veel last van de verwachtingen, aandacht en druk die haar olympische titel met zich meebrachten. Op haar oude niveau wist ze niet meer terug te keren. Suzanne Schulting Als extravert toptalent maakte Suzanne snel naam als shorttrackster. In 2018 maakte ze haar olympische debuut. Die Spelen leken een deceptie te worden. De twintigjarige viel op de 500 meter, liep de A-finale mis met de relayploeg en ook op de 1500 meter haalde ze de finale niet. Ze leek moeite te hebben met de druk en verwachtingen. Onverwacht was er toch brons op de relay en dat zorgde voor een zucht van verlichting bij Suzanne. Alle remmen gingen los op de 1000 meter en ze won verrassend goud. Daarna groeide ze uit tot de koningin van het shorttracken. Waar ze kwam, hield ze huis. Wereld- en Europese titels stroomden binnen. In 2022 pakte ze op alle vier de olympische shorttrackdisciplines een medaille: goud op de 1000 meter en relay, zilver op de 500 meter en brons op de 1500 meter. Haar heerschappij eiste fysiek en mentaal veel van haar. Bij de WK van 2024 in Ahoy kwam de tienvoudig wereldkampioen ten val en brak haar enkel. Ze maakte daarna de overstap naar de langebaan. In Milaan zien we haar terug op de 1000 meter. En wellicht keert ze in Milaan ook terug als shorttrackster op de Spelen. Jeroen Kampschreur Hij werd geboren zonder scheenbenen, waardoor beide onderbenen werden geamputeerd toen Jeroen één jaar was. Het weerhield hem er niet van om veel te sporten. Hij ging rolstoelbasketballen en zitskiën. Als para alpine zitskiër wist hij snel naam te maken. Op zijn zeventiende won hij drie keer goud bij de WK para-alpineskiën. De ogen waren op hem gericht tijdens zijn paralympisch debuut in 2018. Jeroen veroverde meteen goud op de supercombinatie. Een jaar later veroverde hij liefst vijf keer goud bij de WK. Zijn tweede paralympische plak veroverde hij in 2022: zilver op de supercombinatie. Jeroen maakt zich nu op voor zijn derde Paralympics. [caption id="attachment_22139" align="alignnone" width="1707"] Beeld: Jasper Faber[/caption] Irene Schouten Ze maakte al snel naam als marathonschaatsster en inline- skater. Ook op de langebaan kwam ze in actie. Op de massastart lukte het haar de top te halen – ze won olympisch brons in 2018 en wereldtitels –, maar op de individuele afstanden was dat lastiger. Irene gaf niet op, stapje voor stapje ging ze vooruit. In 2021 wist ze ook op de 3000 en 5000 meter de wereldtop te bereiken. In 2022 kroonde ze zich tot schaatskoningin door goud de veroveren op de 3000 en 5000 meter én de massastart. Ook was er brons op de ploegenachtervolging. Bij de WK afstanden in 2024 won Irene drie keer goud en zilver. Met drie olympische - en negen wereldtitels op zak vond ze het mooi geweest. Eind 2024 beviel ze van een zoontje. Thomas Krol Hij was lange tijd een subtopper op de 1000 en 1500 meter. Nadat hij na de Spelen van 2014 ook die van 2018 miste, was dat het sein dat het roer om moest. Thomas stapte over naar schaatscoach Jac Orie en dat betaalde zich meteen uit. Een jaar later won hij zilver op de 1000 en goud op de 1500 meter bij de WK afstanden. Een mooie strijd met Kjeld Nuis was het gevolg in aanloop naar en tijdens de Spelen in 2022. Thomas veroverde in 2021 goud bij de WK afstanden op de 1500 meter, maar moest op die afstand het olympisch goud laten aan oud-ploeggenoot Nuis. Met het zilver op zak wist hij op de 1000 meter wel iedereen voor te blijven in Beijing. Na de Spelen werd hij ook nog wereldkampioen sprint. In 2024 stopte hij. Het was tijd om die andere droom in te lossen: Thomas wil graag piloot worden.

Snowboarden

Nicolien Sauerbreij en Arjen Robben over wat een snowboardster en voetballer van elkaar kunnen leren

Ze kenden elkaar alleen van televisie, [...]
Ze kenden elkaar alleen van televisie, maar reageerden beiden meteen positief: Arjen Robben wilde Nicolien Sauerbreij graag een keer ontmoeten en Nicolien is al jaren fan van Arjen. “Hij is authentiek, is volgens mij volledig zichzelf. En ook hij heeft tegenslagen overwonnen.” Eind 2013 was het zover: de winnaar van de Champions League ontmoette in München de olympisch kampioene. In aanloop naar de Olympische Winterspelen doken we de archieven in. De schok 48 uur na interview en fotosessie was groot. Arjen voelde zich beresterk en was opvallend ontspannen. Het leven lachte hem toe. Die avond van het interview kwam om negen uur zijn ostheopaat overgevlogen uit Limburg voor een reguliere servicebeurt. De volgende dag zou Bayern München met de bus naar Augsburg rijden, voor de bekerwedstrijd tegen de lokale FC. Het zou Arjens laatste wedstrijd van het jaar worden. Na een jaar zonder blessures en nadat hij en passant de openingsgoal had gemaakt, schopte de keeper van FC Augsburg met een schofterige overtreding Arjen letterlijk het ziekenhuis in en het jaar uit. De keeper kreeg slechts geel. Opvallend is nog steeds de geringe verbazing over de aanslag op de knie van Arjen, maar dat terzijde. Op advies van Roy Makaay spraken we in 2013 af in Forsthaus Wörnbrunn, een gemoedelijk Zuid-Duits restaurant vlak bij het huis van Arjen in Grünwald. Nicolien: “Jij hebt lekker een thuisbasis. Thuis is voor mij zo’n relatief begrip, zeker in de winter. Tussen 2 januari en 24 februari kom ik helemaal niet thuis. Ik heb eigenlijk nauwelijks een thuisbasis.” Arjen: “Wij zijn gedurende het seizoen ook veel van huis, alleen zijn dit kortere periodes. Voor bijna elke wedstrijd slapen we in een hotel en tijdens de voorbereiding gaan we vaak een dag of tien op trainingskamp. Maar de hele winter reizen, zoals Nicolien, dat kennen wij niet.” Nicolien, hoe kijk jij naar Arjen? Nicolien: “Ik zie hem als een gedreven persoon met een enorme geldingsdrang waardoor hij af en toe wel eens een tegenspeler over het hoofd ziet. Ja toch?” Arjen knikt instemmend. “Ik ken hem eigenlijk alleen van televisie. Ik zie een fris Hollands hoofd, iemand die eerlijk is en in interviews de moeite neemt om zaken goed te verwoorden. Ik heb me altijd gestoord aan de wijze waarop hij in Nederland is bejegend. Zijn hele houding straalt gedrevenheid uit. Ik vrees dat veel Nederlanders die uiterste passie om de top te halen niet kennen en daarom al gauw denken dat wij ons aanstellen. Ik zie een op en top sportman die totaal niet naast zijn schoenen loopt. Dacht je dat Arjen die blessures leuk vond? Alsof je daar iets aan kunt doen. En ook typisch Nederlands, nu hij maar blijft winnen en scoren, schrijven al die journalisten die hem jaren hebben afgekraakt alleen maar positief. Zelfs zo positief dat hij was genomineerd voor Sportman van het Jaar. Maar Arjen is niet veranderd, dat zijn de journalisten.” Arjen luistert bescheiden en lacht af en toe: “Wat ik bij Nicolien bijzonder vind, is dat zij in een sport excelleert en zelfs het hoogst haalbare heeft gehaald, zonder enige faciliteit in eigen land. Zij heeft dus van het begin af aan heel veel offers moeten brengen, ja, dat vind ik ongelooflijk knap.” Nicolien is vereerd en oprecht verbaasd dat Arjen haar gouden olympische traject in 2010 tot en met de laatste race helemaal heeft gezien. Nicolien: “Dat is natuurlijk ook een vooroordeel, maar ik dacht: wat moet een voetballer nou met een vrouw die aan snowboarden doet? Ik vind dat wel bijzonder, daar sta je niet bij stil. Ik dacht, hij is even gaan googelen wie ik ben.” Arjen: “Dat hoor ik wel vaker, dat er een beeld van ons bestaat, alsof wij voetballers niet naar andere sporten kijken of in andere sporten geïnteresseerd zijn. Ik kan je legio voorbeelden noemen van topsporters die een heel brede belangstelling hebben.” Wie moet meer doen en laten voor haar/zijn leven als topsporter? Arjen: “Die vraag is bijna niet te beantwoorden. Het is een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk dat we allebei alles voor onze sport over hebben. Je leeft in een bepaald ritme en laat daar veel voor, maar je doet het graag omdat je er veel voor terugkrijgt.” Nicolien: “Er zijn tientallen miljoenen voetballers. Dat alleen al maakt het bijzonder als je als voetballer de top haalt. Ook jou komt lichamelijke fitheid niet aangewaaid. Daar moet je voor werken en vooral een gedisciplineerd leven leiden.” Is het makkelijker voor een man dan voor een vrouw om topsporter te zijn? Nicolien: “In het begin niet, maar verderop in je carrière wel. Dan moet een vrouw keuzes maken die een man nooit hoeft te maken. Hij kan kinderen hebben en een lieve vrouw naast zijn carrière. Waar zou ik mijn kinderen moeten laten, als ik ze zou willen? Als je op mijn leeftijd kiest voor topsport, dan kies je voor een leven zonder gezin, zonder kinderen. Los van de aanslag op je lichaam, hoewel ze zeggen dat een vrouw na een bevalling sterker is. Er is een Duits meisje dat voor Vancouver per ongeluk zwanger raakte en die is inderdaad sterker teruggekomen, maar die was 21. Ze brengt haar kind nu bijna het hele jaar naar haar ouders, dus dankzij haar ouders kan ze sporten, maar dat zou ik niet willen.” Arjen: “Nicolien heeft volkomen gelijk, je zult niet vaak zien dat een vrouw haar sport beoefent en dat de man het hele jaar door voor de kinderen zorgt. Ik ben veel weg, maar niet lang achter elkaar. Als ik tien dagen weg ben, verlang ik enorm naar mijn kinderen.” Nicolien: “Een vrouw heeft het op alle fronten lastiger. Neem de menstruatie. Sommige vrouwen zijn daar doodziek van. Het is heel lekker dat je daar als man niet aan hoeft te denken.” Whereabouts en controles Voeding en gewicht zijn steeds belangrijker bij sporters, blijkt als we appeltaart voorgeschoteld krijgen. Nicolien hapt graag toe, Arjen bedankt. Nicolien: “Ik heb er belang bij zwaar te zijn. Ik moet dus juist niet letten op wat ik eet, maar opletten dat ik niet te licht ben. In de zomer maak ik zoveel trainingsuren dat ik er niet tegenop kan eten. Ik moet dan minimaal zes keer op een dag eten. En op grote hoogte moet je helemaal zorgen dat je goed eet, omdat je veel sneller verbrandt dan op zeeniveau en je hartslag sowieso tien slagen boven normaal zit. Ik verbruik in mijn trainingsuren 6000 calorieën per dag, dat is veel hoor.” Arjen: “Ik heb geen idee hoeveel ik verbrand op een dag. Wij trainen ook bijna nooit met een hartslagmeter.” Nicolien, oprecht verbaasd: “Echt niet? En bloedtesten dan?” Arjen: “Nee, hebben we ook niet. Wij worden aan het begin van het seizoen helemaal doorgelicht. Conditietesten? Het klinkt gek, maar die doen we bijna nooit. Whereabouts? Nee, het klinkt hier aan tafel bijna lachwekkend, maar die hoef ik ook niet in te vullen. De Duitse spelers moeten het wel, maar de internationale spelers niet. We worden wel vaak gecontroleerd. Tijdens wedstrijden maar ook out of competition op het trainingscomplex.” Nicolien: “Wat een heerlijkheid. Neem vandaag. Ik heb vanochtend moeten opgeven dat ik uit Oostenrijk naar München zou rijden, daarvoor moest ik van zes tot zeven uur vanochtend bereikbaar zijn voor controle en morgen moet ik ook weer tussen zes en zeven uur ’s ochtends bereikbaar zijn. Ik moet een uur per dag bereikbaar zijn en tijdens de Spelen 24 uur per dag. Ik ben de laatste vier maanden zes keer out of competition gecontroleerd. Dan staan ze om zes uur ’s ochtends voor je deur.” Arjen: “Bij Duitse spelers hebben ze ook wel eens voor de deur gestaan, maar mij is dat gelukkig nooit overkomen." Nicolien: “Wees blij, want die controles vormen echt een zware belasting. Dat is het eerste waarop ik me kan verheugen als ik na de Spelen stop, dat ik nooit meer om zes uur ’s ochtends word gewekt voor een dopingcontrole. Laatst droomde ik zelfs dat er werd gebeld. Ik ren naar de deur, als de dood dat ik ze zou missen en roep door mijn intercom: wie is daar? Stond er niemand. Krankzinnig, hoe het je slaap beïnvloedt.” Straks bij de Spelen moet Nicolien maar afwachten hoe de omstandigheden en wie de tegenstanders zijn. Een voetballer wordt zelden verrast. Arjen: “Wij weten alles van onze tegenstanders, die worden uitgebreid voor ons geanalyseerd. Zijn er bij jou tegenstanders die je niet kent?” Nicolien: “De meesten ken ik wel. Er is een nieuw Tsjechisch meisje van negentien. Die zal zeker meedoen en de Russen komen eraan.” Wij vertrouwen de Russen in zoverre niet, dat we denken dat ze nauwelijks te controleren zijn. Mogen wij dat zeggen? Nicolien: “Jullie mogen dat zeggen. Ik moet toegeven dat we de Russen bij wedstrijden nog niet zijn tegengekomen. Laat ik het zo formuleren: Rusland zal er alles aan doen om te presteren tijdens de Spelen. En ze hebben mogelijkheden, dat wil zeggen geld, zat.” Geluk en verdriet Het gouden moment van Nicolien heeft ze in een eerdere uitgave van Helden prachtig beschreven. Zou jij jouw gouden moment nog eens helemaal kunnen terughalen, die 89ste minuut in de finale van de Champions League van zaterdag 25 mei 2013 in Londen? Arjen: “Ik zal jullie iets geks zeggen: ik had een heel goed gevoel voor de wedstrijd, ik voelde dat we de finale zouden winnen. Ik was er zelf helemaal klaar voor. Ik heb ook ge-sms’t aan vrienden, dat het eindelijk goed zou komen. In de kleedkamer, in de rust nadat ik al twee mogelijkheden had gehad om te scoren, heb ik even een momentje voor mezelf gezocht. Je hebt van die bakken met koud water en daar heb ik even mijn handen in gestopt, mijn kop opgefrist en tegen mezelf gezegd dat ik klaar moest zijn voor het volgende moment. Nee, ik had geen moment angst dat ik zou worden gewisseld. Ik was alleen maar gefocust op de wedstrijd. Uiteindelijk kwam het moment en maakte ik hem af. Ik anticipeerde goed bij de goal. Mijn eerste intentie was om de keeper te omspelen. Ik ging naar links maar de keeper ging goed met mij mee, dat gebeurt allemaal in een fractie van een seconde. Ik moest mijn actie in de actie aanpassen en de bal daardoor contra inschieten. Het leek alsof ik de bal niet goed raakte, maar dat kwam omdat ik snel moest schakelen. Die goal was echt een bevrijding, gaf me zo’n intens gevoel. Toen dat laatste fluitsignaal kwam, voelde ik echt een ultiem geluksmoment. Het was de ultieme droom die uitkwam.” Jullie hebben allebei een groot geluksmoment, maar ook een moment van groot verdriet beleefd door op het moment suprême te verliezen. Bij veel sporters blijft verliezen langer hangen, bij jullie ook? Nicolien: “Als individuele topsporter maak je meer teleurstellende momenten mee dan momenten waar je heel blij van wordt. Dus ik herken dat wel. Als je niet in topvorm bent of niet voldoet aan de verwachtingen, ja, dat hakt erin. Arjen zit nu in een team dat alles wint, maar bij een individu bestaat dat niet, tenzij je Sven Kramer heet. En ook hij heeft een heel grote teleurstelling ervaren, zelfs na een honderd procent kans.” Arjen: “Op de een of andere manier blijft die WK-finale bij mij toch een open wond. Met de eerste verloren Champions League finale heb ik vrede. Wij waren die avond gewoon niet klaar voor de overwinning. Die tweede CL-finale begrijp ik nog steeds niet, we waren veel beter dan Chelsea en er was eigenlijk maar een team dat verdiende te winnen. Maar toch verloren we na penalty’s. Zo bizar. De WK-finale had het verhaal compleet gemaakt: dan had ik een wereldtitel en de Champions League gewonnen, dan is je carrière volmaakt.” Jullie zijn Helden, zoals Helden zijn bedoeld. Toch hebben jullie ook veel shit in de pers over je heen gekregen. Raakt dat je? Nicolien: “Je vindt het nooit leuk. Wat me bij Arjen is opgevallen, is dat hij aan een teamsport doet maar dat hij er vaak negatief werd uitgelicht. Daardoor denk ik dat hij hetzelfde voelt als een individuele sporter.” Arjen: “Ik stoor me niet zozeer aan kritiek op mezelf, maar meer aan stukken die geschreven zijn door gebrek aan kennis.” Nicolien: “Ik heb soms nog steeds het gevoel dat je in Nederland moet uitleggen dat het niet zo simpel is om een medaille in mijn discipline te halen. Bij ons is de wereldtop zo breed, dat ik nu al zou tekenen als ik überhaupt een medaille haal. Ja hoor, ook brons.  Ik heb moeten leren om te vechten, om te willen winnen.k moet mezelf dwingen te geloven dat er iets geheel nieuws wacht.” Arjen: “Heel goed, want je weet zelf uiteindelijk het beste wat je moet doen en laten. Ik hoop echt van harte dat Nicolien haar kunstje van vier jaar geleden kan herhalen. Maar dat is zo moeilijk, dat realiseer ik me ook. Het is niet vanzelfsprekend, sterker het is niet eens reëel te veronderstellen dat ze een medaille wint. Als je er alles aan hebt gedaan en je hebt de perfecte races geboard, maar je wordt vijfde dan is dat een wereldprestatie. Maar het publiek wil niet zien dat vier wereldtoppers die dag net ietsje beter waren. En dan heeft ze voor het grote publiek gefaald. Onzin natuurlijk, volslagen onzin maar zo werkt het. Dat geeft extra druk voor iemand als Nicolien.” Pijn en machteloosheid Topsporters zijn in diepste wezen vaak onzeker. Hoe belangrijk is vertrouwen? Arjen: “Heel belangrijk, we hebben het vaak over het mentale aspect in topsport. Ik kan jullie verzekeren dat vertrouwen een van de meest onderschatte elementen in de sport is. Iedere speler, ieder mens heeft vertrouwen nodig, ook of misschien juist topsporters.” Nicolien: “Ik ben misschien te gevoelig voor complimentjes. Ik ben uiteindelijk vaak aan het twijfelen en vraag me af of ik het allemaal goed doe. En dan is een complimentje of een opmerking van een deskundige dat je goed traint of een goede race hebt geboard, heel belangrijk.” Arjen, wat is nu belangrijker geweest bij jouw constante topvorm dit seizoen, de bevrijdende goal in de Champions Leage finale of een trainer (Guardiola) die wel vertrouwen in je heeft? Arjen: “Het heeft natuurlijk geholpen dat de nieuwe trainer al vrij snel zijn vertrouwen heeft uitgesproken. Ik moet het niet groter maken dan het is, maar hij zei in een kort gesprekje meteen in het begin heel duidelijk: `jij hoeft je niet meer te bewijzen. Ga genieten van je gezin, van je voetbal, van alles.’ Ik heb ook vreselijk moeten lachen om al die stukken voordat Guardiola kwam. Hij zou mijn contract niet willen verlengen. Hij kwam van Barcelona. Hij was van het tikkie-takkie en daar zou ik niet in passen, want ik was van de dribbels en dus een egoïst. Dat was zo kort door de bocht, dat is zelfs de bocht uitvliegen. Eigenlijk zei hij wat mijn vrouw altijd tegen me zegt, dat vond ik grappig. Hij bevestigde haar gevoel en haar visie. Bernadien heeft me zo vaak gezegd dat ik meer moet ontspannen. ‘Kom eens uit die tunnel,’ zei ze wel eens. Er zijn dagen geweest dat ik iets had meegemaakt en dat mijn vrouw merkte dat ik met iets rondliep. Dan ben je onbewust misschien thuis afwezig.” Je vrouw heeft ook zwaar geleden na de WK-finale, hè? Nicolien: “Oh, dat geloof ik meteen. Het is net als bij een bevalling. Je kunt niets doen, je leeft ontzettend mee maar je bent machteloos, de moeder moet het helemaal alleen doen. Na alles wat er met mij was misgegaan tijdens de Spelen van Salt Lake City met die verkeerde wax en wat daar nog bij kwam, hebben mijn moeder en mijn oma het meest geleden, louter omdat ze dezelfde naam droegen. Die voelden zo sterk hoe lelijk er over mij werd geschreven. Mijn oma was tot ze overleed op haar 96ste mijn grootste fan. Ze bleef alle kranten lezen, dan belde ze me helemaal ontdaan op en dan zei ik alleen maar: oma, lees niet alles. Al die stukken na Salt Lake hebben haar veel pijn gedaan.” Arjen: “Mijn grootouders hebben dat niet zo gehad, maar mijn moeder heeft ook pijn gevoeld. Dat weet ik zeker. Als ze weer iets naars over mij zeiden, kwamen ze toch aan haar kind. Ik merkte wel dat ze dat erg vond en dat ze zich heel machteloos voelde.” Nicolien: “Dat is een van de redenen voor mij om, als ik kinderen krijg, te hopen dat ze niet aan topsport gaan doen. Ik zal mijn kinderen absoluut niet stimuleren om topsport te gaan doen. Mijn ouders en ik zijn erin gerold. Dan kan je op die weg naar boven niet meer terughollen, maar met mijn eigen kind zou ik het niet doen.” Arjen: “Het is geen kwestie van willen. Als je een kind hebt met talent en als je kind ook plezier heeft, dan heb je niets te kiezen. Dan rol je erin.” Nicolien: “Bij een teamsport kun je nog lief en leed delen. Als ik gewonnen heb, sta ik in m’n eentje. Maar je verliest meer en dan sta je ook in je eentje. Geloof me, de leegte die je dan voelt, is enorm. Het heeft lang geduurd voordat ik daaraan gewend was. Daarbij heeft die ene gouden dag natuurlijk enorm geholpen. Maar voor je zover bent, moet je veel lijden. En dat wil ik mijn kind besparen. Als Arjen scoort, springt hij in de armen van zijn teamgenoten. Dat delen van vreugde lijkt me prachtig. Maar ook verlies kun je delen. Toen ik goud had gewonnen in Vancouver, kon ik dat met niemand delen. Dat vond ik zo jammer. Eerst stond ik vrij lang alleen maar tussen mijn concurrenten. Nou, die delen echt geen vreugde met je. Die zien je liever in de grond zakken. Je wilt iemand omhelzen, maar er was niemand. Dan kom je na een half uur eindelijk onder de mensen, moest ik eerst met de pers praten. Pas na drie kwartier kwam ik mijn vader tegen en later de rest van mijn team. Ja, dan is de eerste echte euforie al getemperd.” Schroefnoppen en wax Materiaal speelt vooral bij Nicolien een belangrijke rol. Bij een voetballer zijn het eigenlijk alleen de schoenen? Arjen: “Klopt. Mijn schoenen worden op maat gemaakt, maar verder ben ik niet zo’n schoenenfreak. Ik train en speel bij voorkeur op dezelfde schoenen en ik speel nooit, echt nooit met schroefnoppen. Ik ben een van de weinigen die alleen op schoenen met vaste noppen speelt. Dan glijd ik maar een keer weg, zoals laatst in de Arena. Ik voel me beter, wendbaarder, sneller en het is beter voor mijn knieën. Ik ben een uitzondering. Verdedigers spelen allemaal met schroefnoppen want die mogen niet uitglijden.” Nicolien: “Houd op over mijn materiaal. In het voorjaar ben ik de hele dag aan het testen, boards zijn van hout en dus van levend materiaal. Ik heb vorige week nog zeker twintig boards getest. Voor de reuzenslalom heb ik een langer board dan voor de gewone slalom en per discipline kies ik zes boards met zes verschillende karakters, afhankelijk van de piste en weersomstandigheden. Gisteren stond ik op een steile piste. Ik koos een board dat voor mijn gevoel het snelste was, maar toen we de video terugzagen, bleek dat helemaal niet zo te zijn. Dus je gevoel laat je soms in de steek. Het materiaal is bij ons van gigantisch belang. De schoenen zijn ook zo belangrijk. Ik heb eindelijk de schoenen waar ik al sinds mei op wacht en die moet ik nu helemaal uittesten tot ze perfect zitten. Na een lange vlucht naar Amerika moet je ook altijd afwachten hoe en of alles goed aankomt. En dan heb je nog de helm en de sneeuwbril. Ik heb tien brillen en daarvoor verschillende lenzen, ook weer afhankelijk van het weer. Bij mist of sneeuw draag je een andere lens dan met volle zon. Ik heb wel dertig lenzen bij me die ik in de bril kan zetten.” Arjen: “Er gaat een wereld voor mij open, ook omdat snowboarden in Nederland een onbekende sport is. Ik ben verbaasd wat er allemaal nog bij komt kijken. En dan ben ik iemand die alle sporten volgt.” Nicolien: “Ik ben een paar weken geleden gigantisch op mijn kop gestuiterd. Ik werd vol gelanceerd en was zelfs even buiten bewustzijn. Moet je een zwaardere of lichtere helm, vraag je je dan af. Je hebt het over grammen, maar je moet het wel afwegen.” Arjen: “Word je dan niet bang?” Nicolien: “De eerste momenten daarna sta je wel even te trillen. En er zijn landen waar ik niet in het ziekenhuis wil belanden, zoals in Rusland of in Chili.” Stoppen Nicolien verheugt zich op het moment dat ze kan stoppen en vraagt Arjen of hij daar ook wel eens mee bezig is. Arjen: “Ik denk er over na. In januari word ik dertig. Ik ben bijna de helft van mijn leven profvoetballer, heb gelukkig nog heel veel plezier en ga nog zeker even door. Maar ik denk steeds vaker aan de periode na mijn carrière, waarin je geen verplichtingen meer hebt die je een zekere vrijheid ontnemen om te doen wat je wilt. Skiën bijvoorbeeld kan nu niet, omdat je een blessure kan oplopen.” Nicolien: “Ik heb dat ook heel sterk. Ik voel me mede nooit vrij door die angst om een controle te missen. Als ik terug ben uit Amerika en een enorme jetlag heb, slaap ik zo maar overal doorheen. Daar heb ik nachtmerries van. Ik reis veel: van Frankrijk naar Zwitserland, Italië en dan weer naar Oostenrijk en dan schiet ik weleens in de stress als ik ben vergeten mijn whereabouts in te vullen. Dat kon tot voor kort niet via mijn smart Phone, maar alleen via een laptop, dus had je internet nodig. Ik ben 34 en heb nooit een ander leven geleid. Ik heb een team om me heen, maar dat is deels afhankelijk van mij. Ik boek de hotels, vraag of iedereen zijn paspoort heeft en of de tickets zijn geregeld. Dat is best een grote verantwoordelijkheid. Het is ook wel een prettig vooruitzicht als ik dat achter me kan laten. Tegelijk zal ik het leven missen en moet ik mijn hele team ontbinden. Daar zie ik dan weer tegenop. Maar de druk en de spanning zal ik zeker niet missen.” Arjen: “Ik zal de spanning juist missen. Spanning heeft iets. Daar doe je het voor, voor de belangrijke, grote wedstrijden. Ik ben ook geen type dat stijf staat van de spanning voor een grote wedstrijd. Integendeel, dan voel ik me juist het beste. Ik word daar niet onrustig van. We spelen elk jaar heel veel belangrijke wedstrijden en hebben elk seizoen de kans om meerdere titels te pakken. Alleen moet je natuurlijk zo’n Champions League finale eerst bereiken. Wij hebben alleen niet de Olympische Spelen een keer in de vier jaar, waar het moet gebeuren.” Nicolien: “Maar bij jou kijken er honderd miljoen mensen en staan de kranten dagelijks vol over die ene misser. Dat geeft ook extra druk. Daarom is vergelijken leuk en tegelijk heel moeilijk.” Nicolien stopt na Sochi en gaat werken bij Randstad. Nicolien: “Ik kan rondkomen en mijn huis betalen. Ik heb bewuste keuzes gemaakt. Ik had drie keer per week aan tv-spelletjes mee kunnen doen, maar dat is niet het leven dat ik nastreef. Ook bij de keuze van mijn hoofdsponsors heb ik gekozen voor bedrijven waar ik een goed gevoel bij heb en niet voor het geld. Als ik stop, moet ik gewoon werken. Ik ben heel benieuwd naar dat nieuwe leven. Ik zie het als een mooie uitdaging en weet één ding zeker: je ziet mij nooit meer op een snowboard. Ik kan het niet opbrengen als een toerist af te dalen.” Arjen: “Dat kan ik me voorstellen. Ik speel nu bij misschien wel de beste club van de wereld en voel me fantastisch. Maar ik denk ook wel eens na hoe ik mijn carrière moet afsluiten, of ik nog wil voetballen als het iets minder gaat. FC Groningen is een optie, maar alleen als ik echt voel dat ik nog iets kan toevoegen. Je moet heel voorzichtig zijn met het doen van beloftes. Je hebt ook niets meer te winnen. Alle mogelijke volgende keuzes worden overigens bepaald door mijn gezin, financiën spelen geen rol meer. Als ik ooit nog wegga, volg ik dus mijn hart. Misschien wil mijn vrouw gaan werken, maar zij verlangt vooral naar het gewone leven. En ik herken wat Nicolien bedoelt. Ik ga als ik ben gestopt misschien wel tennissen in plaats van voetballen. ” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Schaatsen

Hoe Irene Schouten in Beijing onklopbaar werd

Bijna alles wat Irene Schouten in 2022 aanraakte, [...]
Bijna alles wat Irene Schouten in 2022 aanraakte, veranderde in goud. Ze werd drievoudig olympisch kampioen op de Winterspelen in Beijing op de 3000 meter, de 5000 meter en de massastart, en vlak daarna nog ‘even’ wereldkampioen allround. Na de Winterspelen zochten we de kampioen op. Jij won alles dit jaar, inclusief de titel ‘mooiste sportvrouw van het jaar’, uitgeroepen door mannenblad FHM. Irene lachend: “Er is veel veranderd, ik sta meer in de belang­ stelling dan een jaar geleden.” We zien je in de ene na de andere mooie fotoshoot. Doen we jou daar een plezier mee? “Ik vind het leuk om mooie foto’s van mezelf te hebben, maar vooral omdat ik daar later dan op kan terugkijken, zo van: toen zag ik er nog een stuk beter uit.” Vliegen de verzoeken jou om de oren? “Ik word geregeld door bedrijven gevraagd om presentaties te geven, dat vind ik leuk om te doen. Of merken willen dat ik iets promoot op Instagram, maar dat vind ik minder interessant. Dat gaat vooral om hoeveel volgers je hebt. Ik ben gaan schaat­ sen omdat ik wil winnen, niet om groot te zijn op Instagram. Bovendien is de jongere generatie veel makkelijker met social media. Ik moet altijd vragen: hoe werkt dit, hoe plaats ik dat ook alweer?” 'Met Koningsdag was ik in Amsterdam. Het is best leuk als mensen me herkennen en een praatje maken, totdat ze drank op hebben...' Wat is het verschil tussen Irene nu en die van twee jaar geleden? “Ik ben een stuk zelfverzekerder geworden. De droom die ik als klein meisje had, is uitgekomen. Ik ben nog steeds dezelfde Irene, maar ik merk dat mensen om mij heen anders naar mij kijken. Er wordt meer tegen mij opgekeken. Laatst was ik aan het hardlopen. Een oud mannetje hield mij aan en zei dat hij zo van me heeft genoten deze winter en dat hij hoopt dat ik nog lang doorga. Dat zijn de leuke dingen. Met Koningsdag was ik in Amsterdam. Het is best leuk als mensen me herkennen en een praatje maken, totdat ze drank op hebben...” Minder trainen Irene’s zegereeks in 2022 begon met het Nederlands kampioen­ schap marathon op 1 januari, haar zesde nationale titel op rij. Daarna volgde de EK Afstanden waarbij ze de 3000 meter, massastart en ploegenachtervolging won. “Mijn succes­ sen voorafgaand aan de Spelen waren een tussenstap naar het grote doel: olympisch goud. Goud winnen in Beijing zat altijd in mijn achterhoofd de afgelopen twee jaar, waar ik ook was. Het laatste jaar werd dat extreem. Als ik met vriendinnen naar het strand ging, dacht ik: ik moet oppassen als ik de zee inloop, want als ik een misstap maak of een schelpje in mijn voet krijg, dan kan ik twee dagen niet trainen.”Al jaren was Irene een klasse apart op de marathon en de massa start. Op de massastart werd ze twee keer wereldkampioen en ze won vier jaar geleden olympisch brons op de Spelen in Pyeongchang. Maar sinds 2021 staat er ook geen maat op haar op de 3000 en 5000 meter. Ze werd de eerste Nederlandse wereldkampioene op de 5000 meter, pakte tijdens de NK op beide afstanden de titel en reed twee baanrecords. “Pas na die wereldtitel op de 5000 meter wist ik: ik heb nu ook kans op olympisch goud. Die titel maakte mij zelfverzekerder, ik wist dat ik die meiden kon verslaan. Ik had geproefd van het succes, wilde meer. Dat heeft een groot verschil gemaakt. Mijn mindset is niet veranderd, ik wilde altijd al winnen, maar mijn gevoel werd na die titel wel anders.” Irene werkt al jaren samen met Jillert Anema bij Team Zaan­ lander, een marathon­ en langebaanteam. Twee jaar geleden trok het team ook schaatstrainer Arjan Samplonius aan. “Jillert deed veel alleen. Onze toenmalige sponsor vroeg me naar mijn plannen. Ik zei: ik blijf graag bij de ploeg, maar je kunt geen vijftien schaatsers in je eentje trainen. Het was nog twee jaar tot de Spelen, ik voelde dat de tijd begon te dringen en wilde er graag een trainer bij. Jillert was het ermee eens. Bij een andere ploeg kon Arjan meer verdienen, maar in onze ploeg zag hij wel veel potentie. Arjan kon ook veel leren van Jillert. De hele ploeg heeft uiteindelijk profijt gehad van zijn komst. Arjan had weer andere inzichten.” Welke waren dat? “Fysiek was ik altijd al goed. Ik trainde altijd met de mannen mee en had dan nog het gevoel dat ik te weinig deed. Na een training had ik nog energie over. Ik dacht altijd dat ik meer moest geven, daar beter van zou worden. Toen Arjan erbij kwam, vond hij juist dat ik te veel trainde. Arjan zei: ‘Leuk, drie uur skeeleren, maar een 5000 meter duurt maar zeven minuten.’ Ik moest ervoor zorgen dat ik al mijn energie in zeven minuten op kon maken. Ineens mocht ik maar anderhalf uur skeeleren. Mentaal was dat heel zwaar. De mannen uit mijn ploeg gingen na die anderhalf uur door, ik moest stoppen. Ook mocht ik minder lang wielrennen. Daardoor werd ik bergop ook minder sterk dan voorheen. Dat voelde tegenstrijdig. In de zomer voor­ dat ik wereldkampioen op de 5000 meter werd, dacht ik: dit gaat helemaal niet goed. Ik werd er enorm onzeker van. Maar toen de ijstrainingen begonnen, vloog ik weg. Ik werd dat jaar Nederlands kampioen op de 3000 en 5000 meter en wist: ik zit op de goede weg.” Dat klinkt als de ideale stap: minder trainen, maar sneller schaatsen? “Door de komst van Arjan ben ik ook technisch anders gaan schaatsen. Voorheen schaatste ik te gehaast. Fysiek kan je heel goed zijn, maar als je het technisch niet goed uitvoert, dan lukt het alsnog niet. Omdat wij een marathonploeg zijn, zie je dat geregeld terug bij ons. Veel marathonrijders zijn fysiek heel erg goed, maar technisch een stuk minder. Ik wist wel dat dat bij mij ook zo was, maar ik nam er nooit de tijd voor om mijn techniek aan te passen. Dat veranderde ook met de komst van Arjan. Ik moest meer de tijd nemen voor mijn slagen. Wij werken niet met videobeelden, vooral met gevoel. Dan deed ik een oefening en vroeg Arjan: ‘Hoe voelt dit?’ Ik voelde vrij snel dat ik minder snel moe werd na die technische wijzigingen. Dankzij Arjan heb ik die laatste stap naar de top kunnen zet­ ten. De combinatie Arjan en Jillert werkt heel goed voor mij.” Excuses Als de te kloppen vrouw op de 3000 en 5000 meter en de mass start, reisde Irene in januari af naar Beijing. “Je kunt wel tegen jezelf zeggen: tijdens een NK voel ik ook druk, maar dat is zo’n andere druk dan op de Olympische Spelen. Tijdens de trainin­ gen in Beijing zag ik alle landen op mij letten. Of het nou de Italianen, Japanners of Canadezen waren: iedereen was mijn rondetijden aan het klokken. Het scheelde dat ik de Spelen al eerder had meegemaakt, maar vier jaar geleden was ik niet de favoriet, in Beijing wel. Ik heb me afgesloten voor alles. Had alle social media van mijn telefoon verwijderd. Ik nam een ander telefoonnummer dat ik alleen met familie en vrienden deelde.” Is er geprobeerd jou van je stuk te brengen? “Niet door mijn concurrenten, maar de Nederlandse media probeerden dat wel.” Dat had alles te maken met een achtdelige videoserie van DPG Media waarin Irene en Team Zaanlander waren gevolgd in aan­loop naar de Spelen. In een van die video’s bleek dat er wrijving was ontstaan in de achtervolgingsploeg. “Tijdens de wereldbekerwedstrijd in Salt Lake City verliep de ploegenachtervolging niet super. De documentairemakers hadden hier beelden van en hadden het zo geknipt en geplakt dat zowel Ireen als ik er niet goed uitkwamen. Ik vond ook dat Ireen niet goed werd neergezet in die aflevering, maar persoonlijk had ik niks verkeerd gezegd. Er was aan mij gevraagd: ‘Denk je dat het goed komt met de ploegenachter­volging?’ Ik had in de video gezegd: het ligt eraan wie ze inzet­ten. Met de gedachte: als de bondscoach míj niet inzet, dan gaan ze ook niet winnen. Eén journalist zette in de krant dat ik het over Ireen had, en alle kranten namen dat over. Ik had allang met Ireen contact gehad, wij gaan goed met elkaar om. Wij wilden juist samen veel trainen en gingen allebei voor goud. Wij organiseerden nota bene zelf onze trainingen, omdat de bondscoach maar niet doorkwam.” Inmiddels ex-bondscoach Jan Coopmans was woest en reageerde in de media op de video. “Als hij dat niet had gedaan, was er niks aan de hand geweest. Ik moest mijn excuses aanbieden, terwijl ik dacht: waarvoor? Ik heb niks ver­keerd gezegd. Alle media wilden met me praten. Ik besloot alleen de NOS te woord te staan, want op tv konden ze mijn woorden niet verdraaien. De volgende dag stond in De Telegraaf: ‘Irene is verhit en zenuwachtig, ze gaat ten onder aan de druk.’ Een vriendin van me had met de beste bedoelin­ gen dat artikel doorgestuurd... Ik vond het heftig om mee te maken en snapte het niet. Je wil toch fan zijn van de Neder­landse schaatsers in plaats van dat je ze van tevoren al de grond in boort? Maar de knop moest om, de 3000 meter kwam eraan, daar wilde ik me op focussen.” Gave Op de 3000 meter kwam Irene in de laatste rit in actie tegen de Italiaanse Francesca Lollobrigida. “Ik was heel zenuwachtig. De eerste twee rondjes gingen niet goed, ik moet er altijd even in komen. Na een paar rondjes lukte dat en ik wist: als ik zo door blijf gaan, dan red ik het. Tijdens de rit was ik alleen maar met mijn tegenstander bezig, niet met tijden. Van tevoren wist ik: Lollobrigida kan ik wel hebben, maar de rit voor ons reed de Canadese Isabelle Weidemann. Zij had de snelste tijd gereden. Het zou gaan tussen haar en mij. Toen ik over de finish kwam, wist ik nog niet meteen dat ik had gewonnen. Maar toen ik de tijd zag, voelde ik zoveel ontlading. Er viel veel druk van me af. Ik was het meest blij met het goud op de 3000 meter. Het was de eerste afstand na die hele rel. Ik moest laten zien dat er niks aan de hand was, dat de media het fout hadden. Na het eerste goud waren ze ineens mijn beste vrienden. ‘Wat heb je gewel­dig geschaatst,’ hoorde ik, terwijl ik dacht: twee dagen geleden schreef je nog wat anders over me...” Het was niemand eerder gelukt om in de laatste rit olympisch kampioen te worden. “Dat kreeg ik ook te horen. En van die dingen als: wist je dat zoveel procent van de favorieten het niet haalt? Journalisten zeiden dat, maar ik hoorde het ook als ik thuis naar de supermarkt ging. Eerst begreep ik nooit waar­ om topsporters een klein wereldje houden met weinig mensen om zich heen. En dat voetballers niet graag op plekken komen waar veel mensen zijn. Ze moeten met zoveel mensen praten die er geen verstand van hebben. Nu snap ik hen.” Heb je de race vaak teruggekeken? “Dat moet ik nog steeds doen. De andere races heb ik ook nog niet gezien, ik ben bang dat ik denk: shit, ik had zo de bocht in moeten gaan. Dat ik toch nog te kritisch op mezelf ben.” Vijf dagen later volgde de 5000 meter, ze moest weer in de laatste rit tegen Lollobrigida. “Van vier wedstrijden schaatsen op de Spelen word je niet moe, hoor. Maar dat iedere keer weer opladen, daar ga je kapot aan. Weidemann was beter op de 5000 meter dan op de 3000 meter, dus dat was nog even gevaarlijk. Zij reed 6.48, ik dacht: dit is wel heel hard. Ik had dat nog maar een keer eerder gereden. Op gevoel heb ik mijn eigen rit opgebouwd, ik wist niet hoe ik ervoor stond. Maar in het laatste rondje zag ik dat er een groen balkje achter mijn naam stond. Normaal gesproken pak ik in die laatste ronde altijd veel tijd op de rest, ik wist dus wel dat het ging lukken.” Irene vermorzelde haar concurrenten, reed 6.43,51 “Ik had ook nog een olympisch en Nederlands record gereden, daar was ik blij mee. De 3000 meter was weliswaar ook een olympisch record, maar ik had niet laten zien wat ik in me had. Nu had ik dat wel gedaan.” Daarna stond de bewuste ploegenachtervolging op het programma. “Gelukkig was er tussen Ireen en mij niks aan de hand. Wij hadden tegen elkaar gezegd: ‘Wij weten hoe het zit.’ Maar we waren er wel mee bezig. Dan moesten we samen lachen in de training en dachten we: nu denken mensen vast dat wij aan het toneelspelen zijn. Ireen en ik wisten niet meer wat voor houding we moesten aannemen.” Keek je door die negatieve lading ook een beetje tegen de ploegenachtervolging op? “Nee. Ireen en ik waren zo goed in vorm. Zij had goud ge­ wonnen op de 1500 meter en ik op de 3000 en 5000 meter. Ik dacht: het moet lukken. We waren de beste combinatie, maar je moet ook nog samen kunnen rijden. Een maand eerder waren we nog Europees kampioen geworden, samen met Antoinette de Jong. Maar bij de ploegenachtervolging hoef je niet altijd drie van de beste rijders te hebben, je moet als team goed zijn. Bij ons liep het niet.” In de halve finale verloor Nederland van Canada. In de wed­ strijd om het brons troefde Nederland Rusland af, met Marijke Groenewoud in plaats van Antoinette de Jong. “Eerst baalde ik heel erg van het brons, later dacht ik: die andere landen hebben er wél veel op getraind, logisch dat wij niet hebben gewonnen. Het heeft de KNSB ook wel de ogen geopend: misschien moet de bond concluderen dat voor Nederlanders de individuele afstanden het belangrijkst zijn. En als de bond de ploegen­ achtervolging wel belangrijk vindt, dan moeten we er ook echt voor gaan.” Na het brons had Irene nog de mass start te gaan. Wederom was ze de torenhoge favoriet. Met nog vijf rondjes te gaan viel haar teamgenote Marijke Groenewoud. Irene moest het in haar een­ tje opknappen. “De mass start is nooit een zekerheidje. Je kunt de beste zijn en toch verliezen. Met Marijke had ik afgesproken dat zij de sprint zou aantrekken en ik er dan voorbij zou gaan. Dat kon niet meer, ik moest het zelf doen. De vraag is: wanneer ga je? Niet te vroeg, maar ook niet te laat. Die week had ik er best goed op geoefend, vooral op het aansnijden van de laatste bocht. Toen de Canadese Ivanie Blondin binnendoor ging met nog 200 meter te gaan, dacht half Nederland waarschijnlijk: Irene gaat het niet redden. Maar ik dacht: ik heb hem, mijn trainers en fysio’s wisten dat ook. We hadden zo goed op die bocht getraind.” Toen had je de trilogie binnen. Hoe vaak moest jij je in je arm knijpen? “Heel vaak. Nog steeds, hoor. Op de Spelen in 2018 keek ik met zoveel bewondering naar sporters die goud hadden gewon­ nen, ik dacht: wow: die hebben zo’n gave. Nu ben ik degene met die gave. Een gek gevoel. En dan drie keer goud op een Spelen, bizar toch?” Je hebt de bijna onmogelijke prestatie van Yvonne van Gennip geëvenaard, die drie keer goud won op de Spelen in 1988. Heb je haar gesproken? “Na de 5000 meter kwam ze naar me toe. Ze zei: ‘Nog eentje, hè?’ Het zijn nu wel heel andere tijden, hoor, met een ploegenachtervolging en mass start erbij. Dat had zij in die tijd niet. Vroeger keek ik tegen Yvonne op en het is nog steeds een gek idee dat mensen nu tegen mij opkijken. Als ik op de skeelerbaan in de buurt aan het trainen ben, komen er meisjes met hun vader en moeder kijken. Een vader kwam een keer op me af en zei: ‘Misschien is het wel leuk om even te stoppen, al die meisjes willen met je op de foto.’ Ik stond daar op dat moment helemaal niet bij stil. Maar vroeger stond ik zelf ook naast de skeelerbaan naar Gretha Smit te kijken.” Gave Op de 3000 meter kwam Irene in de laatste rit in actie tegen de Italiaanse Francesca Lollobrigida. “Ik was heel zenuwachtig. De eerste twee rondjes gingen niet goed, ik moet er altijd even in komen. Na een paar rondjes lukte dat en ik wist: als ik zo door blijf gaan, dan red ik het. Tijdens de rit was ik alleen maar met mijn tegenstander bezig, niet met tijden. Van tevoren wist ik: Lollobrigida kan ik wel hebben, maar de rit voor ons reed de Canadese Isabelle Weidemann. Zij had de snelste tijd gereden. Het zou gaan tussen haar en mij. Toen ik over de finish kwam, wist ik nog niet meteen dat ik had gewonnen. Maar toen ik de tijd zag, voelde ik zoveel ontlading. Er viel veel druk van me af. Ik was het meest blij met het goud op de 3000 meter. Het was de eerste afstand na die hele rel. Ik moest laten zien dat er niks aan de hand was, dat de media het fout hadden. Na het eerste goud waren ze ineens mijn beste vrienden. ‘Wat heb je geweldig geschaatst,’ hoorde ik, terwijl ik dacht: twee dagen geleden schreef je nog wat anders over me...” Het was niemand eerder gelukt om in de laatste rit olympisch kampioen te worden. “Dat kreeg ik ook te horen. En van die dingen als: wist je dat zoveel procent van de favorieten het niet haalt? Journalisten zeiden dat, maar ik hoorde het ook als ik thuis naar de supermarkt ging. Eerst begreep ik nooit waar­ om topsporters een klein wereldje houden met weinig mensen om zich heen. En dat voetballers niet graag op plekken komen waar veel mensen zijn. Ze moeten met zoveel mensen praten die er geen verstand van hebben. Nu snap ik hen.” Heb je de race vaak teruggekeken? “Dat moet ik nog steeds doen. De andere races heb ik ook nog niet gezien, ik ben bang dat ik denk: shit, ik had zo de bocht in moeten gaan. Dat ik toch nog te kritisch op mezelf ben.” Vijf dagen later volgde de 5000 meter, ze moest weer in de laatste rit tegen Lollobrigida. “Van vier wedstrijden schaatsen op de Spelen word je niet moe, hoor. Maar dat iedere keer weer opladen, daar ga je kapot aan. Weidemann was beter op de 5000 meter dan op de 3000 meter, dus dat was nog even gevaarlijk. Zij reed 6.48, ik dacht: dit is wel heel hard. Ik had dat nog maar een keer eerder gereden. Op gevoel heb ik mijn eigen rit opgebouwd, ik wist niet hoe ik ervoor stond. Maar in het laatste rondje zag ik dat er een groen balkje achter mijn naam stond. Normaal gesproken pak ik in die laatste ronde altijd veel tijd op de rest, ik wist dus wel dat het ging lukken.” Irene vermorzelde haar concurrenten, reed 6.43,51 “Ik had ook nog een olympisch en Nederlands record gereden, daar was ik blij mee. De 3000 meter was weliswaar ook een olympisch record, maar ik had niet laten zien wat ik in me had. Nu had ik dat wel gedaan.” Daarna stond de bewuste ploegenachtervolging op het programma. “Gelukkig was er tussen Ireen en mij niks aan de hand. Wij hadden tegen elkaar gezegd: ‘Wij weten hoe het zit.’ Maar we waren er wel mee bezig. Dan moesten we samen lachen in de training en dachten we: nu denken mensen vast dat wij aan het toneelspelen zijn. Ireen en ik wisten niet meer wat voor houding we moesten aannemen.” Keek je door die negatieve lading ook een beetje tegen de ploegenachtervolging op? “Nee. Ireen en ik waren zo goed in vorm. Zij had goud ge­ wonnen op de 1500 meter en ik op de 3000 en 5000 meter. Ik dacht: het moet lukken. We waren de beste combinatie, maar je moet ook nog samen kunnen rijden. Een maand eerder waren we nog Europees kampioen geworden, samen met Antoinette de Jong. Maar bij de ploegenachtervolging hoef je niet altijd drie van de beste rijders te hebben, je moet als team goed zijn. Bij ons liep het niet.” In de halve finale verloor Nederland van Canada. In de wed­ strijd om het brons troefde Nederland Rusland af, met Marijke Groenewoud in plaats van Antoinette de Jong. “Eerst baalde ik heel erg van het brons, later dacht ik: die andere landen hebben er wél veel op getraind, logisch dat wij niet hebben gewonnen. Het heeft de KNSB ook wel de ogen geopend: misschien moet de bond concluderen dat voor Nederlanders de individuele afstanden het belangrijkst zijn. En als de bond de ploegen­ achtervolging wel belangrijk vindt, dan moeten we er ook echt voor gaan.” Na het brons had Irene nog de mass start te gaan. Wederom was ze de torenhoge favoriet. Met nog vijf rondjes te gaan viel haar teamgenote Marijke Groenewoud. Irene moest het in haar een­ tje opknappen. “De mass start is nooit een zekerheidje. Je kunt de beste zijn en toch verliezen. Met Marijke had ik afgesproken dat zij de sprint zou aantrekken en ik er dan voorbij zou gaan. Dat kon niet meer, ik moest het zelf doen. De vraag is: wanneer ga je? Niet te vroeg, maar ook niet te laat. Die week had ik er best goed op geoefend, vooral op het aansnijden van de laatste bocht. Toen de Canadese Ivanie Blondin binnendoor ging met nog 200 meter te gaan, dacht half Nederland waarschijnlijk: Irene gaat het niet redden. Maar ik dacht: ik heb hem, mijn trainers en fysio’s wisten dat ook. We hadden zo goed op die bocht getraind.” Toen had je de trilogie binnen. Hoe vaak moest jij je in je arm knijpen? “Heel vaak. Nog steeds, hoor. Op de Spelen in 2018 keek ik met zoveel bewondering naar sporters die goud hadden gewon­ nen, ik dacht: wow: die hebben zo’n gave. Nu ben ik degene met die gave. Een gek gevoel. En dan drie keer goud op een Spelen, bizar toch?” Je hebt de bijna onmogelijke prestatie van Yvonne van Gennip geëvenaard, die drie keer goud won op de Spelen in 1988. Heb je haar gesproken? “Na de 5000 meter kwam ze naar me toe. Ze zei: ‘Nog eentje, hè?’ Het zijn nu wel heel andere tijden, hoor, met een ploegenachtervolging en massa start erbij. Dat had zij in die tijd niet. Vroeger keek ik tegen Yvonne op en het is nog steeds een gek idee dat mensen nu tegen mij opkijken. Als ik op de skeelerbaan in de buurt aan het trainen ben, komen er meisjes met hun vader en moeder kijken. Een vader kwam een keer op me af en zei: ‘Misschien is het wel leuk om even te stoppen, al die meisjes willen met je op de foto.’ Ik stond daar op dat moment helemaal niet bij stil. Maar vroeger stond ik zelf ook naast de skeelerbaan naar Gretha Smit te kijken.” Tanden Na de Spelen volgde nog het WK allround in Hamar. “Jillert zei: ‘Alle grote schaatsers worden een keer wereldkampioen allround.’ Ik wilde daar per se bij horen. Ik wist dat als ik erop zou trainen, ik ver zou kunnen komen, maar ik had niet verwacht dat het meteen zou gaan lukken.” Dat besef kwam toen ze de 500 en 1500 meter had gereden. Irene, specialist op de lange afstanden, wist de schade op de kortere afstanden te beperken. Haar grote concurrent, de Japanse Miho Takagi, ging aan de leiding na de eerste dag. “Miho reed de 500 meter in 38 seconden. Ik kan best snel zijn, maar heb een trage start. Ik kan veel als ik erop train, maar dat had ik niet gedaan, mijn focus lag op de Spelen. Die 500 meter reed ik voor mijn doen best goed, in 39 seconden. Op de 1500 meter moest ik tegen Miho. Iedereen dacht: je moet dicht bij haar blijven, anders red je het niet. Maar Miho schoot bij de start al zover bij me vandaan. Ik probeerde haar bij te houden, maar werd te gehaast. Na twee ronden was ik bekaf. Ik reed op mijn tandvlees, er was een titel te verdelen. Na de1500 meter stond ik derde in het klassement, maar ik kon amper meer lopen.” Heb jij ambities om die 1500 er ook bij te pakken? “Soms denk ik daar weleens aan. Ik ben een keer vierde gewor­ den bij een wereldbekerwedstrijd, dat smaakte naar meer. Maar ik train er niet op en ik kan niet alles...” Op de tweede dag stelde ze haar wereldtitel veilig door zes seconden goed te maken op Takagi op de 5000 meter. In Hamar was er in tegenstelling tot Beijing wel publiek aanwezig. Hoe mooi was het om je wereldtitel met je familie en vrienden te kunnen vieren? “Mijn familie is opgegroeid met het WK allround. De oudere generatie is daar sowieso mee opgegroeid. Mijn man Dirkjan, mijn vader, schoonouders, fans uit het dorp, en zelfs de schoon­ ouders van mijn zus waren er. Het was de laatste wedstrijd van het seizoen, geweldig dat zij erbij konden zijn. Dirkjan rende naar beneden en vloog over het hek toen ik had gewonnen, het scheelde weinig of al zijn tanden lagen eruit.” Na het WK moest je je nóg een keer opladen voor een wereldbekerfinale. Hoe deed je dat? “Na afloop van het WK was. ik helemaal leeg. Ik weet nog dat ik in de auto zat naar een training en spontaan begon te huilen. Ik verontschul­digde me bij mijn trainers, zei: ik weet niet wat er met aan de hand is, hoor. Zij zeiden: ‘Neem rust, train maar niet, hopelijk heb je wat energie om een race te rijden. De 1500 meter had ik afgezegd, de 3000 meter reed ik wel. Ik won hem, maar iedereen zag: Irene kan niet meer.” Fotomodel Hoe reageerde jouw familie na die drie gouden medailles en de wereldtitel? “Ze waren zo trots. Mijn vader, broers en zus hebben gezien hoe hard ik ervoor heb gewerkt de afgelopen jaren. In trainin­ gen verzaakte ik nooit. Zij weten dat ik er heel veel voor op heb gegeven.” Het verhaal van de familie Schouten is bekend. Terwijl Irene en voorheen ook nog haar oudste broer Simon op wereld­ niveau schaatsten, werd er thuis in Andijk een internationaal opererend bloembollenbedrijf draaiende gehouden. Toen moeder Jolanda, de spil van het gezin, in november 2016 getroffen werd door een hersenbloeding, veranderden hun levens drastisch. De zorg kwam aan op vader Klaas en de kinderen, maar met de ambities van Irene werd ook rekening gehouden. Voelde het ook als een opluchting omdat je het hebt kunnen waarmaken? “Ja, zij hebben er zo aan bijgedragen. Als het in Beijing niet was gelukt, dan zou dat toch een teleurstelling zijn geweest, ook omdat zij zoveel voor mij hebben gedaan.” We kennen jouw vader als een nuchtere man. Zei hij dat hij trots op je was? “Ja, en toen ik thuis was, zag ik nog een filmpje van hem. Ze hadden met zijn allen in de kroeg op een groot scherm gekeken naar de 3000 meter. De race was klaar en het feest was begonnen, maar mijn vader stond nog in zijn eentje te kijken toen ik op het podium stond. Niemand keek, behalve mijn vader, met tranen in zijn ogen. Zo lief.” Wat heeft je moeder ervan meegekregen? “Twee jaar geleden kon ze nog zinnen zeggen en grap­ jes maken. Dan riep ze op de bank voor de tv: ‘Hup Irene, ik ben zo trots.’ Nu kan ze dat niet meer. Ze heeft een tijd in een verzorgingshuis gewoond, maar tijdens de coronapandemie mochten er geen mensen op bezoek komen en werd ze niet meer geprikkeld. Het ging steeds slechter met haar. We hebben met zijn allen besloten dat ze weer thuis moest wonen, bij mijn vader. Hij krijgt nu hulp van een mantelzorger. Het gaat nog steeds niet beter met haar, maar het is nog te vroeg om er iets over te zeggen. Nu ze thuis weer rust heeft, hopen we dat er vooruit­ gang komt. Mijn moeder heeft mijn medailles gezien, ik was haar ‘kampioen’. Maar de laatste tijd ben ik vooral haar model. Dan ziet ze een tijdschrift waar ik in sta, en roept ze: ‘Foto­ model.’” Vergunningen Wie denkt dat een wereldkampioen allround en drievou­dig olympisch kampioen het na het seizoen rustig aan kan doen, heeft het mis. “Vanaf april had ik bijna elke dag allerlei commerciële dingen op het programma staan of interviews. Familie en vrienden schoten er nog steeds bij in. Met de familie organiseren wij best veel feestjes. Vorig jaar had ik thuis afgesproken: na de Spelen ben ik overal bij. Bij ons in de buurt is er ieder jaar kermis, het feest waar we naar uitkijken. We organiseren voor de kermis altijd een borrel, daarna gaan we met zijn allen naar de kroeg. Ik had beloofd dat ik die borrel na de Spelen zou organiseren.” Lachend: “Uiteindelijk moest ik skeelerwedstrijden afzeggen, omdat ik die kermisborrel moest organiseren.” Naast alle drukte stond er ook nog een bruiloft op het programma. Op 18 juni trouwden Irene en Dirkjan. “Het was fantastisch. Precies zoals ik me had voorgesteld. Met al mijn familie en vrienden in de tuin, en met veel bloemen om ons heen.” Hoe heb jij in dit jaar ook nog een huwelijk kunnen organiseren? “Ik heb in Beijing best wat geregeld. Ik had daar ’s avonds toch niks te doen, had geen social media en las geen kranten. We zouden bij mijn schoon­ouders in de tuin trouwen, er zou daar een tent worden geplaatst. Maar de versiering, de verlichting, wc’s, vergun­ningen... dat moest alle­maal nog geregeld worden. Dirkjan dacht: laat haar maar gaan, ze heeft anders niks te doen daar.” Waarom is Dirkjan jouw droomman? “Wij lijken op elkaar, hij komt ook uit West­ Friesland, we zijn allebei nuchter en sportief. Mijn vader doet bepaalde dingen die ik heel irritant vind, Dirkjan doet die precies hetzelfde. Zo is hij heel makkelijk met spullen en hij staat altijd voor iedereen klaar. Dirkjan lijkt op mijn vader.” Lachend: “Ze zeggen toch ook altijd dat je iemand zoekt die op je vader lijkt?” Ben jij ook beter gaan schaatsen sinds je met Dirkjan samen bent? “Dirkjan heeft me gelukkiger gemaakt, misschien dat dat ook helpt op de ijsbaan. Door hem heb ik meer houvast gekregen. Na een zware training of een trainingskamp weet ik: er is iemand thuis die op me wacht. Bijna alle schaatsers wonen in Heerenveen, ik woon in Hoogkarspel. Hij weet dat ik veel moet reizen en laat mij in m’n waarde. Als ik laat thuiskom, weet hij: Irene is moe, ik moet haar even met rust laten.” Jouw vader had geëist dat hij met jou mocht trouwen als hij binnen een uur een kar tulpen kon bossen. Is dat gelukt? Lachend: “Als Dirkjan zich kwaad maakt, dan lukt hem dat ook nog. Hij is een harde werker. Soms werkt hij mee in de tulpenboerderij. Dirkjan heeft zijn eigen timmerbedrijf en is hartstikke druk, maar hij vindt het ook leuk om mijn broers, die het bedrijf van mijn vader hebben overgenomen, af en toe een dagje te helpen.” Elfstedentocht Valt er nog meer te wensen nu je alles hebt bereikt waar je van droomde? “Ik weet: beter dan dit gaat niet zomaar gebeuren. Ik vind schaatsen nog steeds het leukste wat er is. Nu heb ik de Spelen van Milaan als doel. Ik wil blijven winnen, want heb een hekel aan verliezen. Dat is mijn motivatie, om te blijven winnen. En als het goed blijft gaan, kan ik al­ tijd nog die 1500 meter erbij doen... Maar als ik volgend jaar niet meer kan winnen en er geen lol meer aan beleef, dan stop ik. Dan heb ik een geweldige carrière gehad.” Het is geen geheim dat jij graag nog eens de Elfstedentocht zou willen rijden en winnen. “Als die er komt, dan zet ik daar alles voor opzij. En als die komt tijdens de Olympische Spelen in 2026, dan ga ik niet naar Italië.” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Schaatsen

Marianne Timmer: ‘Ik was woest op mezelf’

Na twee olympische titels in 1998 ging ze door diepe dalen om weer terug te keren naar nieuwe euforie die ze ‘een hele zoete wraak’ wil noemen. Marianne Timmer heeft nooit voor de makkelijke weg gekozen; wel voor de manier die bij haar past en daarom goed voelt. Dat heeft naast gouden olympische medailles op de 1000 en 1500 meter in 1998, een wereldtitel sprint in 2004, twee wereldtitels op de 1000 meter – in 1997 en 1999 – en nog een keer olympisch goud op de 1000 meter in 2006 ook het nodige gekost: huwelijken, conflicten – met de KNSB, coaches en zelfs haar eigen vader – en rechtszaken. Zelfreflectie is ook een kwaliteit die in het talentenpakket van een topsporter thuishoort. Twintig jaar na haar laatste gouden medaille kijkt Marianne Timmer terug op haar olympische successen: “Ik vind alle drie medailles even mooi en heb er ook veel van geleerd. Dat er deuren opengaan, maar ook dat je door olympisch goud doelwit wordt van mensen die daarop willen meeliften, die misbruik van jou maken. Onderweg heb ik lastige keuzes moeten maken, wat extra moeilijk is als je slecht in je vel zit en dan vet onzeker bent; bijvoorbeeld omdat je je niet thuis voelt bij een coach en daardoor niet presteert. Het hoeft geen slechte coach te zijn, alleen is zijn werkwijze niet de juiste voor jou. Dan moet je de knoop doorhakken en doen wat voor jou het beste is. Ook dat bepaalt of je wel of geen topper bent. Vet spannend Over mijn gouden medailles: die van 2006 voelt nog als de dag van gisteren. Daardoor besef ik weer hoe snel de tijd gaat en geniet ik nog meer en bewuster van de mooie momenten. Eigenlijk begon het vier dagen eerder met een valste start op de 500 meter. De regels waren net veranderd. Wie de tweede valste start veroorzaakte, werd gediskwalificeerd; ook als de eerste valse start van de ander was. Dat overkwam mij. Bij de 500 moet je zo goed mogelijk in het startschot vallen. En wat is dan een valse start? Op zo’n moment klopt je hart als een gek, dus niemand staat honderd procent stil. Niet iedereen vond het ook een valste start. 'Het was een heel zoete gouden medaille. Omdat ik daarmee ook de Spelen van vier jaar eerder kon afsluiten, één van de ergste periodes uit mijn leven' Ik was woest; op mezelf, maar ook op de starter. Die heeft me daarna ook bewust ontlopen, sloeg snel af als hij me ergens zag aankomen en wilde dus duidelijk geen confrontatie. Mijn coach Jac Orie heeft mijn boosheid gebruikt en hield richting de 1000 meter het gas er bij me op met kleine prikkelende opmerkingen. Er was ook net een onderzoek geweest waaruit bleek dat wie bij de 1000 in de binnenbaan startte – en dus ook eindigde – tweetiende van een seconde voordeel had. En ik lootte voor mijn rit de buitenbaan. Jac deed nog of het een voordeel was, maar ik ben nooit gevoelig geweest voor dat soort dingen. Het is zoals het is en dan ga ik er verder geen energie meer insteken. Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal van Marianne Timmer komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Jenning de Boo: ‘Ik wil de coolste zijn’

Jenning de Boo gaat als een komeet. Hij veroverde vorig [...]
Jenning de Boo gaat als een komeet. Hij veroverde vorig jaar op zijn 21ste de wereldtitel op de 500 meter en geldt op die afstand én de 1000 meter in Milaan als grote kanshebber op – op z’n minst - een olympische medaille. In aanloop naar zijn debuut op de Olympische Spelen én de WK sprint (5-8 maart in Heerenveen) spreken we de sprinter van Team Reggeborgh voor in Helden Magazine nummer 80. “Weet je hoe ik mezelf op dit moment zie? Als de perfecte 600 meterrijder.” Jenning de Boo Heb je jezelf vorig seizoen verrast? “Zeker. Maar het seizoen ervoor had ik mezelf nog meer verrast. Dat was het jaar van de grote doorbraak, niemand kende me toen nog. Vorig seizoen waren er hogere verwachtingen, was ik die veilige underdogpositie al kwijt. En dit seizoen krijg ik weer met nieuwe omstandigheden en een andere druk te maken, want het is mijn eerste olympisch seizoen. Tegelijkertijd kan ik met vertrouwen naar de Spelen toewerken, want ik heb vorig seizoen bijna de maximale score behaald.” Dat kun je wel stellen. Je werd in Heerenveen Europees kampioen sprint en pakte bij de WK afstanden in Hamar de wereldtitel op de 500 meter en zilver op de 1000 meter. Is het allemaal een beetje geland wat je in korte tijd hebt gepresteerd? “Ik heb heel weinig tijd gehad om even tegen mezelf te zeggen: ik ben gewoon wereldkampioen. Tijdens de vakantie na vorig seizoen was ik alweer bezig met het olympisch seizoen.” Heb je jezelf beloond na de wereldtitel?“Ik heb een huis gekocht. Ik heb nog best wat grote uitgaven te doen voor mijn huis, steek mijn geld nu dus ook niet in dure auto’s of horloges. Na dit seizoen wil ik wel een keer goed mijn verjaardag vieren, dat zie ik wel een beetje als een beloning voor mezelf. Ik ben op 22 januari jarig en dat is dus altijd midden in het seizoen. Daardoor heb ik al negen jaar mijn verjaardag niet meer gevierd. Na de Spelen wil ik een uitgesteld verjaardagsfeest vieren. Ik moet niet vergeten een briefje bij mijn nieuwe buren in de brievenbus te doen dat er wat geluidsoverlast zou kunnen zijn. En nu ik toch bezig ben: ik heb ook nog een mooie vakantie in m’n hoofd. Ik wil een vette reis van vier weken door Zuid-Amerika maken. Afgelopen jaar bleef het bij een weekendje Kopenhagen. De rest van mijn twee weken vakantie heb ik gefietst. Ik kan heel slecht tegen het idee dat anderen aan het trainen zijn en ik niet. Dat gevoel werd extra versterkt omdat er een olympisch seizoen aan zat te komen. Ik kreeg tijdens mijn vakantie al snel een soort schuldgevoel. Tijdens het trainingskamp in Calpe moest ik een dag rustig aan doen. Terwijl ik de anderen dood zag gaan tijdens de training in Spanje, zat ik niets te doen. Ik voelde me een huppelkutje. Verschrikkelijk. Ik wilde ook zweten. Helemaal kapotgaan tijdens een training met het team, dat vind ik het mooiste wat er is.” Het is verleidelijk om een beetje te gaan zweven door alle prestaties en aandacht. Wie houdt jou met beide benen op de grond? “Mijn team, want ik heb jongens om me heen met een veel groter palmares dan dat van mij. Zolang ik niet meer heb gepresteerd dan zij, zullen zij mij ook altijd met beide voetjes op de grond houden, hoor, wees daar maar niet bang voor. Kjeld Nuis steekt er wat prestaties betreft echt nog met kop en schouders bovenuit en ik leer nog steeds zoveel van hem. Zeker ook wat professionaliteit betreft. Hij is altijd scherp en is nog steeds niet te beroerd om het tegen mij te zeggen als ik iets in zijn ogen niet goed doe.” Lachend: “Ja, wij hebben een vliegverbod bij Team Reggeborgh. Het zit ook helemaal niet in mij om naast mijn schoenen te gaan lopen.” 'Wij hebben een vliegverbod bij Reggeborgh. Het zit ook helemaal niet in mij om naast mijn schoenen te gaan lopen' Maar vind je het bizar wat er in korte tijd allemaal op je afkomt? “Voor mij is het: go with the flow. Je raakt heel snel gewend aan dingen, het wordt al heel snel weer ‘het nieuwe normaal’. Nogmaals, dat eerste seizoen was de grote klapper, op allerlei vlakken. Vorig seizoen was ik het al een beetje gewend. Je kan ook niet te lang blijven denken hoe mooi en bijzonder het allemaal is. Ik moet door.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Jenning de Boo komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Angel Daleman: ‘We kwamen erachter dat we wel heel veel raakvlakken hadden…’

Angel Daleman is hét multitalent van het Nederlandse [...]
Angel Daleman is hét multitalent van het Nederlandse schaatsen. Bij de junioren won ze al meerdere wereldtitels en scherpte ze record na record aan. De Olympische Spelen van Milaan komen nog te vroeg, maar het lijkt zeker dat de vrouw die de langebaan en shorttrack combineert de komende jaren een hoofdrol gaat vervullen. Voor de rubriek Heldenpraat in Helden Magazine 80 spraken we de achttienjarige schaatsster van Team Essent. Angel Daleman Dit is hoe ik verliefd werd op schaatsen... “Thuis ging het vaak over mijn tantes Melanie en Maureen de Lange. Zij deden als shorttracksters mee aan de Winterspelen van Nagano in 1998. Pas veel later werd het mij duidelijk dat mijn opa ook had meegedaan aan de Elfstedentocht. Hij was voorzitter van de skeelerbaan in Leiderdorp, die in de winter onder water werd gezet voor het geval het zou gaan vriezen. Ik was twee jaar oud toen ik met de hele familie op het ijs stond, op schaatsjes met dubbele ijzers. Ik had het schaatsvirus meteen te pakken en ging al snel op skeelers door de huiskamer. Mijn opa was lange tijd mijn trainer en begeleidde mij en mijn zus tot mijn twaalfde. Hij zag dat ik talent had, maar liet dat niet nadrukkelijk blijken. Hij vond het belangrijk dat ik met beide benen op de grond bleef staan. Toen skeeleren, schaatsen en shorttrack steeds serieuzer werden, begonnen Melanie en Maureen hun ervaringen met mij te delen en ze gaven me adviezen. Als ik het even niet meer weet, klop ik nog steeds bij hen aan voor tips.” Dit nummer luister ik om compleet in de focus te komen voor een wedstrijd... “Ik luister altijd naar dezelfde playlist als ik onderweg ben naar een wedstrijd. Als ik één nummer moet noemen, dan is het Investeren in de liefde van SFB, Ronnie Flex, Lil Kleine en Bokoesam. Eerder was dat Eye of the Tiger van Survivor. Mijn muziekstijl verandert steeds een beetje.” Dit is waarom langebaanschaatsen voor mij een streepje voor heeft op shorttrack... “Dat is vooral gebaseerd op de internationale wedstrijden. Ik merk dat ik bij shorttrack wat achterloop vergeleken met het langebaanschaatsen. Daardoor is het op dit moment lastig om die twee disciplines op een geheel gelijkwaardig manier te combineren. Op de langebaan heb ik al meegedaan aan de World Cups en de WK afstanden, terwijl ik bij shorttrack blij mag zijn als ik door de heats kom. Daarom heeft de langebaan nu een streepje voor.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Angel Daleman komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Altijd in de schijnwerpers: het eigen pad van Jutta Leerdam

Alles wat Jutta Leerdam (27) onderneemt, trekt de aandacht. Of het nu gaat om haar prestaties op het ijs, haar activiteiten op social media of de oprichting van een eigen ploeg. Leerdam kiest consequent haar eigen koers, ongeacht de meningen daarover. Tegelijkertijd geldt zij als voorbeeld voor veel jongeren en schuwt zij het niet om gevoelige thema’s bespreekbaar te maken. Tijdens de Spelen staan de schijnwerpers opnieuw op haar gericht, met name op de 500 en 1000 meter. Jutta Leerdam schitterde in september 2023 al in Milaan: niet op het ijs, maar op de catwalk bij de Fashion Week. Op social media deelde ze met haar bijna vijf miljoen volgers beelden van de show in de modestad en hoe het er backstage aan toeging. Ze was in haar rol als model te zien in een lange zwarte jas, zonder zwarte eyeliner en het lange blonde haar droeg ze niet los. Weer eens wat anders. Op TikTok liet ze weten dat ze nooit ‘catwalk-les’ had gekregen, omdat ze elke dag alleen maar schaatst. Jutta leidt al jaren een leven in de schijnwerpers en deelt haar leven op en naast het ijs met haar grote schare volgers. Over haar relatie met de Amerikaanse boksende influencer en YouTuber Jake Paul doet ze niet geheimzinnig. “De dingen die privé zijn, probeer ik ook echt privé te houden. Social media zijn ergens een afspiegeling van mijn leven, maar wel uitvergroot. Want ik ben ook gewoon twee keer per dag aan het trainen; ik zit op de fiets en zie mijn vriend bijna niet.” Op de vraag of het leven in de schijnwerpers ook extra druk met zich meebrengt, antwoordde ze: “Ik voel altijd druk. Toen ik in aanloop naar de Spelen in Beijing mijn eigen schaatsteam begon, voelde ik die druk ook. Ik hoorde mensen zich afvragen: gaat dit wel goed? Daarna de Spelen zelf. Vervolgens de switch naar Team Jumbo-Visma in 2022, waardoor ik vooral bij mezelf heel veel druk voelde om me te bewijzen. Kortom: elk jaar voel ik druk en die kan ik altijd wel omzetten in extra motivatie en scherpte.” [caption id="attachment_19485" align="alignnone" width="2560"] Jutta posseert met haar evenbeeld in Madame Tussauds[/caption] Eigen pad Vanaf het moment dat Jutta in 2017 op haar achttiende wereldkampioen allround werd bij de junioren wisten mensen van haar bestaan. Niet alleen door haar presta- ties, maar ook door haar uiterlijk. Met haar trademarks, haar zwarte eyeliner en lange blonde haren, werd ze al snel een idool van de jeugd. 'Ik ben een open boek, post wat ik doe en laat zien wie ik ben. Van afstand kunnen mensen denken dat het allemaal afleiding is, maar echt: schaatsen staat voorop bij alles wat ik doe' Haar schare volgers op social media nam snel toe, ook omdat ze als een van de eerste schaatssters heel actief was met het posten van foto’s en video’s. In 2020 won ze haar eerste individuele wereldtitel, op de 1000 meter, en sindsdien kreeg ze vaak de vraag of haar leven als ‘merk’ en ‘influencer’ haar prestaties op het ijs niet in de weg stonden. Ondertussen was Jutta altijd opzoek naar manieren om zich te verbeteren. Eerst maakte ze de overstap van Team IKO naar Reggeborgh. In 2020 kwam ze er niet uit wat betreft een nieuw contract, waarop ze een eigen ploeg begon: Worldstream. Na de Spelen in 2022 stapte ze over naar Jumbo- Visma. In april 2024 besloot Jutta opnieuw een eigen ploeg op te richten: Team KaFra. Met coach Kosta Poltavets werkt ze toe naar de Spelen in Milaan. Jutta bleef al die tijd presteren: na de wereld- titel op de 1000 meter in 2020 werd ze in 2021 Europees kampioen sprint, in 2022 won ze olympisch zilver op de 1000 meter en de wereldtitel sprint, in 2023 werd ze wereldkampioen 1000 meter en Europees kampioen sprint. Bovendien won ze vier keer WK-goud op de teamsprint. “Mensen hebben altijd wel een mening over de dingen die ik doe,” stelde Jutta, “sommigen denken misschien dat ik, door de dingen die ik naast het schaatsen doe, minder oog heb voor mijn sport, maar dat is absoluut niet het geval. Ik heb altijd dat stemmetje in m’n hoofd dat me scherp houdt. Het lukt me ook altijd goed om me af te sluiten voor dingen, om gefocust te blijven op het proces, op hoe ik hard kan schaatsen. Maar ik voel wel dat ik me elke keer opnieuw moet bewijzen.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Jutta Leerdam komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Marijke Groenewoud: ‘Ik kon vier jaar geleden mooi bij Irene Schouten afkijken’

Marijke Groenewoud heeft energie voor tien. De bijna 27-jarige schaatsster van Albert Heijn Zaanlander komt in Milaan uit op de 1500 meter, 3000 meter, massastart en ploegenachtervolging. Daarnaast rijdt ze marathons en kan ze ook goed uit de weg op skeelers. We gingen bij de alleskunner langs in aanloop naar de Spelen en de WK allround. Albert Heijn Zaanlander Marijke Groenewoud is sinds Albert Heijn en kaasmerk Zaanlander in 2020 in het schaatsen stapten een van de gezichten van de door coaches Jillert Anema en Arjan Samplonius geleide ploeg. Albert Heijn Zaanlander is succesvol op de marathon en de langebaan. Bij het Olympisch Kwalificatietoernooi wisten Marijke, Merel Conijn, Bente Kerkhoff en Jorrit Bergsma tickets voor Milaan te bemachtigen. Daarnaast maakt ook de Amerikaanse wonderboy Jordan Stolz deel uit van de ploeg. “Het geheim van het succes van onze ploeg heeft in de eerste plaats te maken met het trainingsprogramma dat Jillert en Arjan in elkaar hebben gezet. Wij pakken het anders aan dan veel andere ploegen, omdat we de langebaan combineren met het marathonschaatsen. We trainen echt superhard, je moet echt kunnen bikkelen bij ons in de ploeg. In de zomer staan er ook gewoon skeelertrainingen van dik twee uur op het programma, met het oog op het uithoudingsvermogen dat nodig is voor de marathons. Gas erop! Daar krijg je niet alleen een groot uithoudingsvermogen van, je wordt er ook hard van.”| Marijke werkt al sinds haar achttiende samen met Anema, de vaak spraakmakende schaatscoach die afgelopen zomer zijn zeventigste verjaardag vierde. Marijke lachend: “Jillert is een geweldige vent. Ik wilde als jonkie heel graag bij hem in de ploeg, zijn marathonschaatsers waren altijd zo goed. Ik zag natuurlijk ook dat hij voor de camera af en toe pittige uitspraken deed. Mensen om mij heen zeiden destijds: ‘Zou je dat wel doen, bij die man in de ploeg?’ Tijdens het eerste gesprek klikte het meteen, ik vond hem juist heel relaxt. Jillert heeft een beetje wat Louis van Gaal ook heeft. Mensen hebben een bepaald beeld van hem, maar in het echt is hij heel anders. Hij neemt soms ook bewust alle aandacht op zich, dat is zijn manier om druk en aandacht bij ons weg te halen. Ik vind het bijzonder dat hij dat doet voor ons. Jillert zegt dan: ‘Mensen hebben toch al een bepaald beeld van mij.’” Haar doorbraak Marijke won in 2021 haar eerste grote titel, ze veroverde de wereldtitel op de massastart. “Die titel kwam toch een beetje uit de lucht vallen. Ik reed de massastart samen met Irene Schouten. Ik zou de sprint aantrekken voor Irene, maar door een kleine miscommunicatie liep het anders. Irene kwam in het gedrang terecht en ik won de eindsprint. Eigenlijk werd ik per ongeluk wereldkampioen. Daarom zie ik mijn kwalificatie voor de Spelen van Beijing in 2022 als mijn echte doorbraak.” Dat ze vier jaar geleden naar de Spelen mocht was voor Marijke de bekroning van de lange weg die ze heeft afgelegd op de langebaan. “Toen ik bij de ploeg kwam, pasten de marathon en skeeleren veel beter bij mij. Bij de NK skeeleren in 2017 had ik vooraf geroepen dat ik voor de winst ging. Ik moest er na de eerste ronde al vanaf en haalde de finish niet, omdat later bleek dat ik de ziekte van Pfeiffer had. Maar Jillert dacht toen: daar zit een goeie kop op. Hij dacht dat ik de mentaliteit had om het ook op de langebaan te kunnen redden. Met behulp van Jillert en Arjan ben ik geleidelijk beter geworden. In het begin was de wereldtop op de langebaan heel ver weg, maar elk jaar kwam die wat dichterbij. Toen ik me kwalificeerde voor Beijing was dat voor mij het bewijs dat ik echt uit de voeten kon op de langebaan. Tot die tijd was ik daar niet zo zeker van.” Haar zelfvertrouwen kreeg een enorme boost. “Beijing was de ommekeer. Ik dacht: als je je kwalificeert voor de Spelen, dan kun je wel wat. Tot dat moment stond de marathon op de eerste plaats bij mij, daarna werd de langebaan prioriteit.” Ze heeft inmiddels drie wereldtitels op de massastart en twee op de ploegenachtervolging gewonnen. “Jillert zegt altijd dat zijn schaatsers elk jaar minimaal één persoonlijk record schaatsen. Bij mij klopt die bewering. Sterker, dit jaar heb ik op de 1500, 3000 en 5000 meter mijn pr verbeterd.” Helden Magazine 80 Het eerste deel van het verhaal over Marijke Groenewoud komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Joy Beune: ‘Ik denk nog steeds: het is een grap’

Joy Beune (26) maakt zich op voor haar debuut op de Spelen. De meervoudige wereldkampioene komt in Milaan uit op de 3000 meter en ploegenachtervolging en geldt op beide afstanden als kanshebber op goud. Toch kreeg ze in aanloop naar de Spelen ook een harde klap te verwerken, ze wist zich niet te kwalificeren voor de olympische 1500 en 5000 meter. We legden haar elf uitspraken voor. “Zo zitten de regels in elkaar, maar het is onzin. Joy gaat niet, terwijl ze alle wereldbekers wint. Het is fucking oneerlijk. Maar we willen het allemaal blijkbaar zo. Negen van de tien keer komt het goed uit, maar nu mis je wel een kampioen. En dat ben jij, meissie.” Kjeld Nuis op 29 december 2025 voor de camera van de NOS nadat zijn vriendin Joy Beune bij het Olympisch Kwalificatietoernooi in Thialf zich als wereldkampioene 1500 meter net niet heeft weten te plaatsen voor de Spelen op ‘haar’ afstand. “Het is superlief dat Kjeld me zo steunt, maar ik kan op dit moment niet zoveel met een discussie over de regels. Achteraf is het makkelijk om te zeggen: had ik maar een aanwijsplek gekregen, was ik maar beschermd. Maar dat is niet het geval, dus dan voelt het een beetje stom om daarover na te denken. Het verandert niks. Weet je wat het is? Ergens denk ik nog steeds dat het een grap is. Omdat ik al een tijdje heers op de 1500 meter. Ik hoor ook van schaatsers in het buitenland dat ze niet goed snappen dat ik er straks in Milaan niet bij ben op de 1500 meter. Brittany Bowe stuurde een berichtje en schreef: ‘Jij hoort op de Spelen de 1500 meter te rijden.’ Ik vind het heel mooi dat zelfs tegenstanders zeggen dat dit nergens op slaat, maar het zijn nou eenmaal de regels in Nederland. Dat moet ik een plekje geven.” Tot overmaat van ramp slaagde je er een dag later ook niet in om je te kwalificeren voor de 5000 meter in Milaan...>“Ik heb na de 1500 meter veel gehuild en troost gezocht bij mensen bij wie ik graag ben. Ik ben met de coaches gaan zitten en zei ik dat ik toch de vijf kilometer wilde schaatsen. Ik wilde me niet laten kennen. ‘Dat is een goede keuze,’ zeiden mijn coaches. Ik ben trots dat ik de handdoek niet heb gegooid, maar eigenlijk wilde ik niet rondrijden zoals ik dat deed. Helemaal leeg was ik, op. Ik was blij dat het erop zat, ben denk ik nog nooit zo kapot geweest.” We zouden het haast vergeten, maar je gaat wel je debuut maken op de Spelen. Met de 3000 meter en de ploegenachtervolging heb je twee goede kansen op tenminste een medaille, wellicht goud. “Klopt, maar dit is niet hoe ik de Spelen voor me had gezien. Ik wilde de 1500 meter rijden. Ik had een andere olympische droom. Maar goed, Kjeld plaatste zich vier jaar geleden niet voor de 1000 meter, maar won wel olympisch goud op de 1500 meter. Ik ga er nu alles aan doen om die drie kilometer te winnen en ik heb gelukkig nog de ploegenachtervolging. Ik ga er alles uithalen in Milaan. En ik ga daar goud winnen.” En na de Spelen staat ook nog het WK allround in Heerenveen op het programma van 5 tot en met 8 maart waar je jouw wereldtitel kan prolongeren. Kansen genoeg om er toch nog een mooi jaar van te maken. “Klopt... Mijn hart is gebroken en het zal nog wel even tijd nodig hebben voordat het geheeld is. Misschien gebeurt dat pas als de 1500 meter in Milaan is geweest.” “Toen ik zo oud was als Joy was ik zelfs bang om het erover te hebben. Als ik mijn ouders hoorde praten dat ze al tickets of een hotel hadden geboekt, voelde ik de spanning al omhoogkomen. Het beklemde me zelfs een beetje. Alsof het moést gebeuren.” Kjeld Nuis in De Telegraaf op 6 september 2025. “Natuurlijk hebben we het thuis over de Spelen, tegelijkertijd probeer ik het niet te groot te maken in mijn hoofd.” Kjeld wist zich in 2010 en 2014 niet te plaatsen voor de Spelen, jou overkwam hetzelfde vier jaar geleden. “Kjeld was in 2014 Nederlands kampioen op de 1000 meter geworden en tweede op de 1500 meter. Hij was een van de favorieten voor een olympisch ticket, maar kwalificeerde zich niet en was daar goed ziek van. In die positie zat ik vier jaar geleden niet. Ik deed mee aan het Olympisch Kwalificatietoernooi, maar was niet een van de favorieten. Natuurlijk was het een teleurstelling dat ik niet naar de Spelen mocht, maar ik had er ook geen rekening mee gehouden. Het was meer een leuke bijkomstigheid geweest als het wel was gelukt.” 'Ik gunde het Kjeld vier jaar geleden heel erg dat hij wel naar de Spelen ging. Ik heb hem naar Schiphol gebracht, hem uitgezwaaid. Ik zag iedereen vertrekken, dat was best confronterend.' Kjeld werd voor de derde keer olympisch kampioen en voor de tweede keer op de 1500 meter. Hoe maakte jij de Spelen in Beijing mee?“Ik gunde het Kjeld heel erg dat hij wel ging en het was fantastisch dat hij won. Ik heb hem naar Schiphol gebracht, hem uitgezwaaid. Iedereen zag ik vertrekken, dat was best confronterend. Daarna ben ik met mijn ouders naar Gran Canaria gegaan, heb daar veel gefietst met mijn vader en mijn moeder zorgde voor het eten. Naar de wedstrijden heb ik op tv gekeken, maar vond het heel fijn dat ik die week met mijn ouders was en zij er voor mij waren.” Is het fijn om met iemand samen te leven die weet welke druk er bij de Spelen komt kijken? “Kjeld heeft heel veel verstand van schaatsen, ziet het meteen als ik iets kan verbeteren. Voor wat betreft het omgaan met druk: ik heb het idee dat ik daar mentaal iets sterker in ben dan hij. Kjeld is heel uitbundig, schiet sneller in de stress. Ik blijf juist vaker rustig, ben wat vlakker in mijn emoties. Daarin vullen wij elkaar goed aan en dat maakt ons ook zo’n goed stel. Ik heb voor het mentale stuk ook mensen in de ploeg waar ik mee kan praten.” Je hebt de voorgaande twee seizoen liefst zes wereldtitels bij de WK afstanden gewonnen en werd wereldkampioen allround. “Het is hard gegaan, ja. Daar ben ik trots op. Toen ik in 2022 bij Team IKO-X2O tekende, hebben we een route naar de Spelen uitgestippeld. Maar dat ik zo snel begon met winnen, stond niet op het lijstje.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het verhaal over Joy Beune komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Femke Kok: ‘Mensen denken: ze doet het wel even’

Femke Kok is topfavoriet voor olympisch goud op [...]
Femke Kok is topfavoriet voor olympisch goud op de 500 meter. Ze werd drie keer op rij wereldkampioen en verbeterde dit jaar het wereldrecord op de kortste afstand. Ook op de 1000 en 1500 meter heeft ze haar zinnen gezet in Milaan. In Helden Magazine nummer 80 neemt de sprintster van Reggeborgh ons in aanloop naar de Spelen en de WK sprint (5-8 maart in Heerenveen) mee in haar slipstream. Femke Kok [caption id="attachment_22047" align="aligncenter" width="683"] Femke Kok[/caption] “Het is amper te bevatten dat ik al drie jaar op rij de wereldtitel op de 500 meter heb gewonnen, dat ik de laatste tijd elke wedstrijd win waarin ik van start ga. En dan is er ook nog het wereldrecord van 36,09 dat ik in november reed in Salt Lake City. Jarenlang heb ik de wereldrecordrace van Sang-hwa Lee uit 2013 bestudeerd, ik heb hem op mijn telefoon staan en er zo vaak naar gekeken. Telkens dacht ik: hoe dan? Die race was voor mij lesmateriaal. Die tijd van 36,36 seconden leek een ongrijpbaar record. En nu ben ik de snelste schaatsster ter wereld. Bizar. Bij de junioren ging het al heel goed. Ik won tal van wereldtitels; niet alleen op de 500 en 1000 meter, ik werd ook twee keer wereldkampioen allround, in 2019 en 2020. In datzelfde jaar maakte ik de overstap naar Team Reggeborgh en ging ik me echt toeleggen op het sprinten. In 2021, tijdens mijn eerste seizoen bij de senioren, won ik de eerste vier wereldbekerwedstrijden op de 500 meter waaraan ik meedeed en later ook het wereldbekerklassement op die afstand. En ik veroverde zilver op de 500 meter bij de WK afstanden. Ik had echt een vliegende start. Toen ik bij Reggeborgh kwam, was de 500 meter nog het jachtterrein van vooral de Aziatische schaatssters. ‘Wij Nederlanders hebben niet de ideale bouw voor het sprinten, die kleine, explosieve Aziatische schaatssters zijn daar veel beter in,’ was toen de heersende gedachte. Ik heb vanaf het eerste moment als een mooie uitdaging gezien om daar verandering in te brengen. Maar de kunst van het sprinten kon ik niet echt van iemand afkijken in Nederland. De Japanners en Koreanen hadden elkaar, konden zich aan elkaar optrekken en van elkaar leren. Ik moest samen met mijn coaches op veel vlakken zelf het wiel uitvinden. De ene keer kwam mijn trainer Gerard van Velde met iets, de andere keer mijn andere trainer Dennis van der Gun. Gerard is natuurlijk zelf een geweldige sprinter geweest en Dennis heeft jarenlang met de Japanse sprinters gewerkt; allebei hebben ze er heel veel verstand van. Die ontdekkingsreis was zo mooi. Ik was in 2023 de eerste Nederlandse vrouw met een wereldtitel op de 500 meter. Zo cool. Na die titel zadelde ik mezelf eigenlijk alleen maar met meer druk op. Ik wilde koste wat het kost de beste blijven. Met Gerard en Dennis ben ik daarna keihard aan de slag gegaan om mijn basisniveau omhoog te krijgen. Het doel was dat ik zoveel snelheid zou ontwikkelen dat ik zelfs in een mindere race nog op het podium zou eindigen. [caption id="attachment_22048" align="aligncenter" width="1024"] Femke Kok[/caption] Vorig jaar won ik alle 500 meters die ik reed. Zelfs die bij de WK in Hamar, terwijl ik tijdens de training, twee dagen eerder, heel hard ten val kwam. Mijn hele lichaam was beurs, ik kon bij de start amper naar voren kijken omdat m’n nek en schouders zo’n klap te verduren hadden gehad. Tijdens de race schoot bij elke slag door m’n hoofd: dit is niet hoe het hoort. Wat ik deed, was niet glijden, maar werken. Toen ik desondanks de wereldtitel wist te heroveren, gaf dat heel veel vertrouwen.” Helden Magazine nummer 80 Het eerste deel van het interview met Femke Kok komt uit Helden Magazine nummer 80. Benieuwd naar het hele interview? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.