Hij kwam op zijn achttiende over van kolonie Mozambique en groeide uit tot superster van Benfica en volksheld in Portugal. Op het WK van 1966 maakte Eusébio negen doelpunten. Hij werd topscorer en bezorgde zijn tweede vaderland een derde plek.
Dat er in kolonie Mozambique een heel bijzondere voetballer sijpelde in 1960 door in Portugal. Eusébio da Silva Ferreira maakte daar voor zijn club Sporting Lourenço Marques liefst 77 doelpunten in slechts 42 wedstrijden. En dan te bedenken dat hij op dat moment nog maar achttien was.
Benfica-trainer Béla Guttmann werd getipt, reisde naar Mozambique en overtuigde de moeder van Eusebio om een contract te tekenen. Probleem was dat Lourenço Marques een satellietclub was van concurrent Sporting Clube de Portugal. Om die club te misleiden vloog ‘de Parel van Mozambique’ onder de valse vrouwennaam Ruth Malosso naar Lissabon. Eenmaal in Portugal verbleef hij een tijd in een geheim hotel in de Algarve. Er stond bewaking voor de deur. Dit alles tot de transfer juridisch en officieel was afgerond.
Eusébio groeide bij Benfica uit tot een superster. Tussen 1960 en 1975 won hij met zijn club elf landstitels, vijf nationale bekers en de Europa Cup 1 in 1962. In de met 5-3 van Real Madrid gewonnen finale maakte Eusébio twee doelpunten. Ook speelde hij nog drie verloren Europa Cup 1-finales. In 1965 werd hij gekozen als Europees voetballer van het jaar en in 1968 en 1973 werd hij Europees topscorer van het jaar. Hij maakte voor Benfica 319 doelpunten in 301 wedstrijden.
Portugal was er uiteraard ook als de kippen bij om Eusébio voor het nationaal elftal uit te laten komen. Al in 1961 maakte hij zijn debuut. Portugal debuteerde in 1966 op het WK. De Zwarte Panter nam het team bij de hand op het WK. Eerst in de poulewedstrijden. Hij scoorde tegen Bulgarije en maakte er twee in de met 3-1 gewonnen wedstrijd tegen Brazilië, wat voor de uitschakeling van de wereldkampioen van 1958 en 1962 zorgde.
In de kwartfinale was Noord-Korea de tegenstander, dat na 25 minuten al 3-0 voor stond. Daarna kreeg Eusébio het op zijn heupen, hij maakte twee goals voor en na de rust. Portugal won uiteindelijk met 5-3.
In de halve finale was gastland Engeland de tegenstander. Op het laatste moment werd de wedstrijd verplaatst van Liverpool naar Wembley, waardoor de ploeg vlak voor de finale met de trein naar Londen moest. De Zwarte Parel scoorde, maar kon niet verhinderen dat de Engelsen met 2-1 wonnen. De beelden van Eusébio die huilend van het veld liep, gingen de wereld over. Hij werd getroost door ploeggenoten en tegenstanders. De wedstrijd ging de geschiedenis in als Wedstrijd van de Tranen.
In de strijd om de derde plaats won Portugal met 2-1 van de Sovjet-Unie. Eusébio scoorde uit een penalty, liep naar keeper en goede vriend Lev Yashin en salueerde voor hem als teken van diep respect. Iets dat hij in de wedstrijd tegen Engeland ook had gedaan bij doelman Gordon Banks. Eusébio was niet alleen een parel van een voetballer, maar ook van een mens. Met negen doelpunten werd hij topscorer van het WK en in Groot-Brittannië waren ze zo onder de indruk van hem dat er meteen na het WK een wassen beeld van Eusébio werd onthuld in Madame Tussauds in Londen.
Eusébio bleef ook na zijn voetbalpensioen in 1979 een nationale held. Hij was er in 2009 ook bij toen Cristiano Ronaldo werd gepresenteerd als aanwinst van Real Madrid. Met Ronaldo had hij zijn troonopvolger gevonden.
Eusébio overleed op 5 januari 2014 op zijn 71ste aan een hartstilstand. Er werden drie dagen van nationale rouw afgekondigd. O Rei – De Koning – zoals ook een van zijn bijnamen luidde, lag opgebaard in het stadion van Benfica en hij in 2015 werd als eerste sporter bijgezet in het Nationaal Pantheon in Lissabon.