Tadej Pogacar lijkt op de fiets haast onaantastbaar. De Sloveen rijdt alsof hij in een andere competitie actief is, stapelt de overwinningen op en wordt inmiddels beschouwd als een van de grootste wielrenners van zijn generatie. Maar achter de kampioen schuilt volgens zijn ploeggenoten vooral een gewone jongen die verlangt naar iets wat voor veel mensen vanzelfsprekend is: rust.
Wie denkt dat het leven van Pogacar één groot sprookje is, vergist zich, vertelt ploeggenoot Tim Wellens in gesprek met Procycling. De Belg ziet van dichtbij hoe de immense populariteit van zijn kopman ook een keerzijde heeft.
“Het klinkt misschien als een droom om Tadej te zijn. Voor één dag zal het dat misschien ook zijn, maar eigenlijk is al die aandacht helemaal niet leuk.” Volgens Wellens is zelfs een simpele trainingsrit allang niet meer vanzelfsprekend.
“Ga je met Tadej trainen, dan doen de mensen zot en zorgen ze voor toestanden. Auto’s stoppen langs de weg omdat mensen hem willen filmen en daarmee zorgen ze soms voor gevaarlijke situaties. Moet Tadej onderweg stoppen voor een plaspauze, dan moet hij zich bij wijze van spreken verstoppen omdat hij anders lastig wordt gevallen.”
Geen superster buiten de koers
Juist dat beeld staat haaks op hoe Pogacar zichzelf ziet. Buiten de koers probeert hij zo normaal mogelijk te leven. Dat werd ook zichtbaar na Parijs-Roubaix van afgelopen april. Na zijn zeldzame tweede plaats zocht hij niet direct de spotlights op, maar bracht hij tijd door met zijn familie op het middenterrein van de wielerbaan. Een klein moment, ver weg van alle hectiek.
Onlangs vertelde Pogacar in een televisie-interview met het Zwitserse RSI Sport dat zijn leven buiten het wielrennen verrassend alledaags is. “Buiten het fietsen doe ik dezelfde dingen die iedereen doet; boodschappen, mijn appartement schoonmaken, papierwerk regelen en avondeten koken.”
De wereld ziet een uitzonderlijke kampioen, maar zelf kijkt hij daar heel anders naar. “Ik ben dankbaar als mensen zeggen dat ik speciaal ben, maar dat is alleen zo op de fiets. Ik heb het geluk dat ik zulke goede benen, longen en een goed hart heb om er iets speciaals mee te doen.”
Leven in het moment
Terwijl de buitenwereld zich afvraagt welke records hij nog gaat breken, houdt Pogacar zich daar zelf nauwelijks mee bezig. Historische lijstjes, vergelijkingen met wielerlegendes en statistieken laten hem opvallend koud.
“In ieder interview en bij iedere persconferentie wordt er gesproken over records en historie, maar ik jaag niets na. Ik wil gewoon in het moment leven en genieten van wat ik heb.”